TS 254 M - Klantenservice METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 254 M METABO in PDF-formaat.
| Producttype | Tafelcirkelzaag |
| Merk | Metabo |
| Model | TS 254 M |
| Beoogd gebruik | Massief hout, gelamineerd hout, spaanplaat, gelamineerd fineerhout, kunststoffen, non-ferro metalen (onder voorwaarden) |
| Max. zaagblad diameter | 254 mm |
| Onbelast toerental | Ongeveer 4.500 tpm |
| Opgenomen vermogen | 1.800 W |
| Voedingsspanning | 230 V ~ 50 Hz |
| Snijhoogte bij 90° | Tot 70 mm |
| Snijhoogte bij 45° | Tot 50 mm |
| Instelbereik zaagblad | -1,5° tot 46,5° |
| Max. snijbreedte met geleider | Ongeveer 350 mm (met verlengstuk) |
| Max. dwars snijbreedte | Ongeveer 200 mm |
| Tafelafmetingen (L x B) | 680 x 700 mm |
| Afzuigaansluiting | Ø 35/44 mm, luchtdebiet ≥ 3.460 m³/h, onderdruk ≥ 530 Pa |
| Gewicht | Ongeveer 27 kg |
| Veiligheidsvoorzieningen | Veiligheidskap, splijtmes, duwstok, stopknop, blokkeerhefboom |
| Inbegrepen accessoires | Duwstok, vorksleutel, dwarsslede, geleider, veiligheidskap, splijtmes |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van zaagsel, smeren van geleidingen, vervangen van zaagblad met sleutel en blokkeerhefboom |
| Normen | CE, EN 62841 |
| Garantie | Volgens Metabo voorwaarden |
Veelgestelde vragen - TS 254 M METABO
Gebruikersvragen over TS 254 M METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Klantenservice in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 254 M - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 254 M van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 254 M METABO
nl Originele gebruikaanwijzing 30
Originele gebruikaanwijzing
Inhoudsopgave
- Conformiteitsverklaring
- Doelmatig gebruik
- Algemene veiligheidsvoorschriften
- Speciale veiligheidsinstructies
- Overzicht
- Plaatsing
- Ingebruikname
- Bediening
- Transport
- Service en onderhoud
- Handige tips
- Problemen en storingen
- Toebehoren
- Reparatie
- Milieubescherming
- Technische gegevens
1. Conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze tafelcirkelzagen, geidentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Testende instantie van afgifte *5), Technische documentatie bij *6) - zie pagina 3.
De tafelcirkelzaag is bedoeld om massief hout, fineerhout, spaanplaten, meubelplaten, kunststoffen en gelijksoortige materialen in de lengte of dwars door te zagen.
Metaal zagen is toegestaan, mits er op het volgende gelet wordt:
- Alleen met geschikt zaagblad (zie hoofdstuk 13. Toebehoren")
– Alleen non-ferro metalen (geen hardmetaal of gehard metaal, geen magnesium)
Het zagen van ronde werkstukken is niet toegestaan, aangezien ze de neiging hebben door het draaiende zaagblad weg te draaien.
Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen.
Het apparaat mag niet gebruikt worden voor het maken van sponningen of groeven.
Het apparaat niet gebruiken voor inkepingen (in het werkstuk eindigende groef).
Het apparaat niet voor invalzagen gebruiken.
Het is ten stelligste verboden om het apparaat te gebruiken voor een doel waarvoor het niet ontworpen werd of waarvoor het niet geschikt is. De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af als de machine niet gebruikt wordt zoals voorgeschreven of als ze gebruikt wordt voor een doel waarvoor ze niet ontworpen werd of niet geschikt is.
Een ombouw van de machine of het gebruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken.
3. Algemene veiligheidsvoorschriften

Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool!

WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen.
Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische specificaties die samen met dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik! Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor gebruik op het stroomnet (met stroomkabel) en op elektrisch gereedschap voor gebruik met een accu (zonder stroomkabel).
3.1 Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
3.2 Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
3.3 Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van een elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen.
c) Voorkom per ongeluk inschakelen.
Controleer dat het elektrische gereedschap
uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar heeft of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparaat kunnen letsel veroorzaken.
e) Vermijd een abnormale lichamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen.
g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen.
h) Waan uzelf niet ten onrechte in veiligheid en vergeet niet de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te werk gaan kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.
3.4 Gebruik van en omgang met het elektrisch gereedschap
a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu voordat u het apparaat instelt, toebehoren vervangt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch gereedschap.
d) Bewaar elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen. Laat het apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
g) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
h) Houd handgrepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het
gereedschap in onverwachte situaties veilig kan worden gehanteerd en bediend.
3.5 Service
a) Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
4. Speciale veiligheidsinstructies
4.1 Veiligheidsinstructies met betrekking tot de beschermingsafdekking
a) Beschermingsafdekkingen gemonteerd laten. Beschermingsafdekkingen moeten in functionerende toestand en correct gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet correct functionerende beschermingsafdekkingen moeten gerepareerd of vervangen worden.
b) Gebruik voor zaagsneden altijd de zaagblad-beschermingsafdekking en het spouwmes. Voor zaagsneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, wordt het risico op letsel beperkt door de beschermingsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen.
c) Bevestig na voltooiing van arbeidsprocessen (bijv. sponningen maken), waarbij het verwijderen van beschermingsafdekking en spouwmes noodzakelijk is, onmiddellijk weer het beschermingssysteem. De beschermingsafdekking en het spouwmes beperken het risico op letsel.
d) Controleer vóór het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad de beschermingsafdekking, het spouwmes of het werkstuk niet aanraakt. Onbedoeld contact van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Verkeerde afstanden, positie en afstelling kunnen tot gevolg hebben dat het spouwmes een terugslag niet effectief verhindert.
f) Om te kunnen functioneren, moet hij zich in de zaagvoeg bevinden. Bij zaagsneden in werkstukken die te kort zijn om het spouwmes erin te laten grijpen, functioneert het spouwmes niet. Onder deze omstandigheden kan een terugslag niet door het spouwmes verhinderd worden.
g) Gebruik het bij het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes juist functioneert, moet de zaagbladdiameter bij het desbetreffende spouwmes passen, het stamblad van het zaagblad dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de spouwmesdikte bedragen.
4.2 Veiligheidsinstructies voor zaagprocedures
a) GEVAAR Kom met uw vingers en handen niet in de buurt van het zaagblad of in het zaagbereik. Door een moment van onoplettendheid of uitglijden, zou uw hand naar het zaagblad geleid kunnen worden en ernstig letsel kunnen ontstaan.
b) Voer het werkstuk alleen tegen de draairichting in aan het zaagblad toe. Het toevoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad getrokken worden.
c) Gebruik bij lengtesneden nooit de verstekaanslag voor het toevoeren van het werkstuk, en gebruik bij dwarssneden met de verstekaanslag nooit ook nog de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Door het werkstuk gelijktijdig te geleiden met de parallelaanslag en de verstekaanslag is het waarschijnlijker dat het zaagblad klemt en dat er terugslag ontstaat.
d) Oefen bij lengtesneden de toevoerkracht op het werkstuk altijd tussen aanslagrail en zaagblad uit. Gebruik een schuifstok, als de afstand tussen aanslagrail en zaagblad minder is dan 150 mm, en een schuifblok, als de afstand minder dan 50 mm bedraagt. Dergelijke "arbeidshulpmiddelen" zorgen ervoor
dat uw hand op een veilige afstand van het zaagblad blijft.
e) Gebruik alleen de door de fabrikant meegeleverde schuifstok. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of aangezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad terechtkomt.
g) Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. "Uit de vrije hand" betekent, het werkstuk in plaats van met parallelaanslag of verstekaanslag met de handen te steunen of te geleiden. Zagen uit de vrije hand leidt tot verkeerde uitlijning, vastklemmen en terugslag.
h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het draaiende zaagblad.
i) Stut lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo, dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om op de rand van de zaagtafel om te kantelen; dit leidt tot controleverlies, vastklemmen van het zaagblad en terugslag.
j) Voer het werkstuk gelijkmatig toe. Buig of draai het werkstuk niet. Mocht het zaagblad vastklemmen, schakel dan het elektrisch gereedschap meteen uit, trek de stekker uit het stopcontact en hef de oorzaak voor het vastklemmen op. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden.
k) Verwijder afgezaagd materiaal niet terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich tussen zaagblad en aanslagrail of in de beschermingsafdekking afzetten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand gekomen is, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor lengtesneden op werkstukken die dunner zijn dan 2 mm een extra parallelaanslag. Dunne werkstukken kunnen zich onder de parallelaanslag vastzetten en tot terugslag leiden.
4.3 Terugslag - oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstructies
Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk ten gevolge van een zaagblad dat blijft haken of vastklemt, of een schuin geleide snede in het werkstuk gerelateerd aan het zaagblad, of als een deel van het werkstuk tussen zaagblad en parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd.
In de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een terugslag door het achterste deel van het zaagblad gegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de bediener geslingerd.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Dit kan worden voorkomen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven.
a) Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blijf altijd staan aan de zijde van het zaagblad, waarop zich de aanslagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen geslingerd worden, die voor en in één lijn met het zaagblad staan.
b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om aan het werkstuk te trekken of het te ondersteunen. Dit kan leiden tot het onbedoeld aanraken van het zaagblad of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers in het zaagblad getrokken worden.
c) Houd en druk het werkstuk dat afgezaagd wordt nooit tegen het draaiende zaagblad. Het drukken van het werkstuk dat afgezaagd wordt tegen het zaagblad leidt tot vastklemmen en terugslag.
d) Richt de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een niet uitgerichte aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en produceert een terugslag.
e) Gebruik bij verdekte zaagsneden (bijv. sponningen maken) een drukelement om het
werkstuk tegen tafel en aanslagrail te geleiden. Met een drukelement kunt u het werkstuk bij terugslag beter controleren.
f) Wees bijzonder voorzichtig tijdens het zagen in niet zichtbare bereiken van gemonteerde werkstukken. Het in een zaagblad duikend zaagblad kan in voorwerpen zagen, die een terugslag kunnen veroorzaken.
g) Ondersteun grotere platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen aan beide zijden te worden ondersteund, zowel bij de zaagvoeg als bij de rand.
h) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken, die gedraaid zijn, knopen vertonen, vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken, waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail geleid kunnen worden. Een vervormd, gedraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een verkeerde uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot vastklemmen en terugslag.
i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad zou één of meerdere delen kunnen grijpen en een terugslag kunnen veroorzaken.
j) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagvoeg zo, dat de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Klemt het zaagblad, dan kan het werkstuk opgetlid worden en een terugslag veroorzaakt worden op het moment dat de zaag opnieuw wordt gestart.
k) Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende vertand. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe zaagbladen met de juiste vertanding beperken vastklemmen, blokkeren en terugslag tot een minimum.
4.4 Veiligheidsinstructies voor de bediening van tafelcirkelzagen
a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel hem los van de netspanning, voordat u de inlegplaat verwijdert, het zaagblad vervangt, instellingen aan het spouwmes, terugslagbeveiliging of de zaagbladbescherming uitvoert, en na iedere afgesloten zaagprocedure.
Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga niet weg, voordat het volledig tot stilstand gekomen is. Een zaag die zonder toezicht loopt, vormt een ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een plaats op, die vlak is en goed verlicht en waar u veilig kunt staan met behoud van uw evenwicht. De plaats van opstelling moet voldoende ruimte bieden om de grootte van uw werkstukken goed te hanteren. Rommelige, onverlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
d) Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of van de stofafzuiging. Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf ontvlammen.
e) Zet de tafelcirkelzaag vast. Een niet correct vastgezette tafelcirkelzaag kan bewegen of kantelen.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelcirkelzaag, voordat u deze inschakelt. Afbuiging of eventueel vastklemmen kunnen gevaarlijk zijn.
g) Gebruik altijd zaagbladen die de juiste grootte en de juiste opnameboring hebben (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot verlies van controle.
h) Gebruik nooit beschadigd of verkeerd zaagblad-montagemateriaal zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit zaagblad-montagemateriaal is speciaal voor uw zaag geconstrueerd, voor een veilige werking en optimale prestatie.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er kan ernstig letsel optreden, als het elektrisch
NEDERLANDSnl
gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt.
j) Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting gemonteerd is. Gebruik geen slijpschijven of draadborstels met de tafelcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen toebehoren kan tot ernstig letsel leiden.
4.5 Overige veiligheidsinstructies
- Deze handleiding is gericht tot personen met technische basiskennis en ervaring in de omgang met machines van het hier beschreven type. Wanneer u geen ervaring heeft met dergelijke machines, moet u een beroep doen op de hulp van ervaren personen.
- De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor schade die ontstaat door niet-inachtneming van deze handleiding.
De informatie in deze handleiding wordt als volgt gekenmerkt:

Gevaar!
Verwondingsgevaar of gevaar voor het milieu.

Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok.

Intrekgevaar!
Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding.

Opgelet!
Waarschuwing voor materiële schade.

Aanwijzing:
Aanvullende informatie.
- Neem de bijzondere veiligheidsvoorschriften in de betreffende hoofdstukken in acht.
- Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften inzake de omgang met cirkelzagen in acht.

Algemeen gevaar!
- Houd rekening met omgevingsinvloeden.
- Gebruik geschikte oplegvlakken voor het zagen van lange werkstukken.
- Dit apparaat mag uitsluitend door personen die met cirkelzagen bekend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Personen beneden de 18 jaar mogen deze machine alleen bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar.
- Let erop dat er zich geen onbevoegde personen, in het bijzonder kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer aanraken.
- Vermijd het oververhitten van de zaagtanden.
- Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststof smelt.
- Zagen van wiggen alleen met geschikte hulpaanslag uitvoeren.

Gevaar door elektrische stroom!
- Stel de machine niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit apparaat in contact komt met gearde elementen (zoals bijv. radiatoren, buizen, fornuizen, koelkasten).
- Gebruik de stroomkabel niet voor doeleinden waarvoor hij niet bedoeld is.

Gevaar voor verwondingen en ingen aan bewegende delen!
- Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen.
-
Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad. Gebruik desnoods geschikte aanvoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderdelen.
-
Wacht tot het zaagblad stilstaat alvorens kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik te verwijderen.
- Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken.
- Zorg ervoor dat het apparaat is gescheiden van het stroomnet, voordat u de machine transporteert of iets instelt, monteert, onderhoudt of reinigt.
- Zorg dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderdelen meer in het toestel bevinden.

Gevaar voor snijwonden ook bij and snijgereedschap!
- Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijgereedschap moet vervangen.
- Bewaar de zaagbladen zo, dat niemand zich eraan kan verwonden.

Gevaar door terugslag van
werkstukken!
- Werk uitsluitend met een juist ingestelde splijtwig.
- Zet het werkstuk niet "op z'n kant".
- Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk.
- Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne vertanding.
- Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn.
- Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven).
- Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden.

Intrekgevaar!
- Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen dassen, geen handschoenen, geen kleding met brede mouwen; personen met lang haar moeten absoluut een haarnetje dragen).
• Zaag nooit werkstukken waaraan zich
-touwen
-snoeren
-riemen
-kabels of
- draden bevinden of die dergelijke materialen bevatten.

Gevaar door onvoldoende onlijke beschermingsmiddelen!
• Draag gehoorbescherming.
- Draag een veiligheidsbril.
- Draag een stofmasker.
• Draag geschikte werkkleding.
- Bij werkzaamheden buiten is schoeisel met antislipzool aanbevolen.

Gevaar door houtstof!
- Het stof van enkele houtsoorten (bijv. van eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de in hoofdstuk 8.1 genoemde waarden.
De stofbelasting verminderen:
- Deeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: lood (in loodhoudende verf), additieven voor de
behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof).
- Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de belasting worden blootgesteld.
- Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen.
- Om de belasting met deze stoffen te verminderen: zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermingsmiddelen, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren.
- Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling).
- Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar deze ontstaan; voorkom dat deze neerslaan in de omgeving.
- Gebruik de meegeleverde stofopvanginrichting en een geschikte stofafzuiging. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht.
• Verminder de stofbelasting door:
- de vrijkomende deeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten,
- een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken,
- de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op.
- Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.

Gevaar door technische wijzigingen of bruik van onderdelen die niet door de ant zijn goedgekeurd en vrijgegeven
- Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven.
- Gebruik uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder:
- zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 13. Toebehoren);
- Veiligheidsvoorzieningen.
- Breng aan deze onderdelen geen wijzigingen aan.

Gevaar door gebreken aan het aat!
- Zorg dat het apparaat evenals het toebehoor goed onderhouden wordt. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht.
- Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor het gebruik moet de goede werking van de veiligheidsinrichtingen, beveiligingen of licht beschadigde onderdelen altijd zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de bewegende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het apparaat te garanderen.
- Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een servicewerkplaats vervangen. Gebruik dit apparaat niet wanneer u de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen.

Gevaar door lawaai!
• Draag gehoorbescherming.
- Let erop dat het spouwmes niet gebogen is. Een gebogen spouwmes drukt het werkstuk zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt lawaai.

Gevaar door blokkerende werkstukken kstukdelen!
Als er een blokkering optreedt:
- apparaat uitschakelen,
- stekker uit het stopcontact trekken,
- handschoenen dragen,
- blokkering met geschikt gereedschap opheffen.
4.6 Symbolen op het apparaat
Informatie op het typeplaatje:

a Fabrikant
b Serienummer
c Apparaatomschrijving
d Motorgegevens (zie ook "Technische gegevens")
e CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring
f B o u w j a a r
g Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd
h Afmetingen van toegelaten zaagbladen
Veiligheidssymbolen

Gevaar!
Negeren van de volgende waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of materiële scha

Gebruiksaanwijzing lezen.

Niet in het draaiende zaagblad grijpen.

Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen.

Apparaat niet in vochtige of natte omgeving gebruiken.
4.7 Veiligheidsvoorzieningen
Spouwmes
Het spouwmes (5) moet verhinderen dat een werkstuk door de achterkant van het zaagblad omhoog geduwd kan worden en eventueel tegen de bediener aan geslingerd wordt.
Het is niet toegestaan om zonder spouwmes te werken.
Spaankap
De spaankap (7) verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders.
Het is niet toegestaan om zonder spaankap te werken.
Schuifstok
De schuifstok (12) dient als verlenging van de hand, om het werkstuk veilig langs het zaagblad te geleiden en beschermt tegen onbedoeld contact met het zaagblad.
De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 150 mm.

De schuifstok moet in een hoek van 20° ... 30° t.o.v. het oppervlak van het tafelblad gehouden worden.
Wanneer de schuifstok niet wordt gebruikt, moet hij bij de machine opgeborgen worden.
Als de schuifstok beschadigd is, moet hij worden vervangen.
5. Overzicht
Zie pagina 2.
1 Dwarse aanslag
2 Klemhendel voor het bevestigen van de dwarsaanslag
3 Tafelverlenging
4 Tafelinlegprofiel
5 Spouwmes
6 Spanhefboom voor de bevestiging van de spaankap
7 Spaankap
8 Parallelle aanslag
9 Tafelverbreding
0 Kartelmoer voor de fijne instelling van de parallelaanslag
11 Klemhendel voor de bevestiging van de parallelaanslag
12 Duwhout
13 Opberging schuifstok
14 Aan-schakelaar
15 Uit-schakelaar
16 Handwiel voor de instelling van de
hellingshoek
17 Draaikruk voor instelling zaaghoogte
18 Klemhendel voor het vastzetten van de
hellingshoek
19 Helling-begrenzingsstop
20 Instelvoet (voor het compenseren van
oneffenheden van de vloer)
21 Instelschroef (klemmen van de parallelle aanslag)
22 Steun spaankap
23 Steun dwarsaanslag
24 Kabelopwikkeling
25 Afzuigaansluiting
26 Steun parallelle aanslag
27 Steeksleutel
28 Gereedschapopname
6. Plaatsing

Zorg ervoor dat u stevig staat en let er op dat u altijd goed in evenwicht bent.
- Apparaat met twee personen uit de verpakking tillen.
- Zaag op stabiele tafel of werkbank zetten.
- Oneffen vloeren met de instelbare glijders (20) compenseren: schroef losdraaien, glijder instellen, schroef weer stevig vastdraaien.
- Zaag op tafel of werkbank vastschroeven.
7. Ingebruikname

Aanwijzing:
Bij de eerste keer inschakelen kunnen rubbersnippers eruit geslingerd worden. Dit komt door de constructie en is onschadelijk.
7.1 Montage
Spouwmes instellen (indien nodig)

Aanwijzing:
Het spouwmes (5) is bij de levering al correct ingesteld. Uitrichten bij de ingebruikname is slechts noodzakelijk, wanneer het spouwmes bij het transport is versteld.
- Zaagblad in de bovenste stand brengen.
- Schroef (29) tegen de klok in draaien, tafel inlegprofiel (4) optillen en eruit halen.

- Vastzethendel (35) losdraaien (tegen de klok in draaien!).
- Spouwmes (5) uit de onderste transportstand tot aan de aanslag naar boven trekken.

-
Uitlijning spouwmes controleren:
-
tussen de zaagtandomtrek en de punt van het spouwmes moet een afstand van 3 to t 8 mm blijven.
- Het spouwmes moet met het zaagblad in een rechte lijn liggen.

Gevaar!
Het spouwmes is een van de onderdelen die tot de veiligheidsvoorzieningen behoort en moet juist gemonteerd zijn om een veilige werking te garanderen.
- Vastzethendel (30) aantrekken (met de klok mee draaien!).
Zijdelingse uitlijning instellen (alleen indien nodig):
Spouwmes (5) en zaagblad moeten exact in een rechte lijn liggen. - Drie binnenzeskantschroeven (31) losdraaien.
- Spouwmes (5) in een rechte lijn brengen met het zaagblad.
NEDERLANDSnl

-
Drie binnenzeskantschroeven (31) weer aantrekken.
-
Tafel inlegprofiel (4) bevestigen en met de schroef (29) vergrendelen.
Spaankap monteren
-
Zaagblad in de bovenste stand brengen.
-
Spaankap (7) aan de opname bij het spouwmes (5) monteren.
-
Spaankap met de klemhendel (6) stevig aantrekken.

Hoogteregeling van het tafel inlegprofiel (indien nodig)
Het tafel inlegprofiel (4) is juist ingesteld, wanneer zijn oppervlak zich 0 mm tot 0,7 mm onder het tafeloppervlak bevindt.
Voor de hoogteregeling de 4 schroeven in de hoeken van het tafel inlegprofiel (4) draaien.
7.2 Netaansluiting

Gevaar! Elektrische spanning
- Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving.
- Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stopcontact dat aan de volgende voorwaarden voldoet (zie ook "Technische gegevens"):
- stopcontacten reglementair geïnstalleerd, geaard en gecontroleerd;
- netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat;
- de stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar (RCD) die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA;

Aanwijzing:
Neem contact op met uw energiebedrijf of elektricien indien u vragen heeft of uw huisaansluiting voldoet aan deze voorwaarden.
- De stroomkabel moet zo gelegd worden dat het de werkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat de stroomkabel niet beschadigd kan raken.
- Bescherm de stroomkabel tegen hitte, bijtende vloeistoffen en beschadiging door scherpe randen.
- Gebruik als verlengkabel alleen kabels met rubbermantel en voldoende grote diameter.
- Gebruik alleen verlengkabels die ook voor toepassingen in de buitenlucht toegelaten en als zodanig gemarkeerd zijn.
- Trek de stekker niet aan de stroomkabel uit het stopcontact.
- Voorkom dat het apparaat per ongeluk start: controleer of de aan-/uitschakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken.
8. Bediening

Gevaar voor ongevallen!
De zaag mag slechts door één persoon tegelijk bediend worden. Andere personen mogen uitsluitend werkstukken aanreiken of afnemen, en moeten op een afstand van de zaag blijven staan.
Controleer of alles goed functioneert alvo- rens met de werkzaamheden te beginnen:
- stroomkabel en stekker;
- aan-/uitschakelaar;
- spouwmes;
- spaankap;
- hulpstukken (schuifstok, schuifhout en greep).
Draag persoonlijke beschermingsmiddelen:
- s to f m a s k e r ;
- goorbescherming;
- veiligheidsbril.
Let op een juiste werkhouding tijdens het za- gen:
- neem plaats aan de bedienkant;
- tegenover het zaagblad;
- links van het opstuivende zaagsel;
- bij bediening met twee personen moet de tweede persoon op voldoende afstand van de zaag staan.
Al naargelang het soort werk dat u verricht, gebruikt u:
- toegelaten werkstuksteunen - als werk- stukken na het afzagen van de zaagtafel zouden vallen;
- een zaagselafzuigsysteem.
Vermijd frequente bedieningsfouten:
- Probeer nooit het zaagblad af te remmen door er van de zijkant tegenaan te drukken. Ook hier bestaat gevaar voor terugslag.
- Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Ook hier bestaat gevaar voor terugslag.
- Zaag nooit meerdere stukken in één keer - ook geen bundels die uit diverse afzonderlijke stukken bestaan. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als afzonderlijke stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen.

Intrekgevaar!
Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, riemen of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten.
8.1 Spaanafzuiginstallatie / alleszuiger

Gevaar!
Sommige soorten zaagsel (bijv. van beuken-, eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn.
Werkzaamheden in gesloten ruimten mogen alleen met een geschikte spaanafzuiginstallatie uitgevoerd worden.
Gebruik bovendien een stofmasker omdat niet al het zaagstof opgevangen c.q. afgezuigd wordt.
Het werken zonder geschikt afzuigsysteem is alleen buiten mogelijk.
De afzuiginstallatie moet voldoen aan de volgende eisen:
- Passend bij de diameter van het afzuigstuk (spaanbak 35/44 mm);
• Luchtdebiet 32h460 m - Onderdruk aan het afzuigstuk van de zaag ≥ 530 Pa;
- Luchtsnelheid aan het afzuigstuk van de zaag ≥ 20 m/s.
Het afzuigstuk (25) voor de afzuiging van het zaagsel bevindt zich op de zaagbladbeschermkast.
Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiginstallatie!
8.2 Zaaghoogte instellen

Gevaar!
Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen het instelbereik bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Stel de zaaghoogte alleen in, als het zaagblad helemaal stil staat!
De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast worden aan de hoogte van het werkstuk: de spaankap moet aan de voorzijde met de onderkant op het werkstuk liggen.

- Zaaghoogte door draaien van de handkruk (17) instellen.

Om een eventuele speling bij de instelling van de zaaghoogte te compenseren, beweegt u het zaagblad altijd van onderen in de gewenste positie.
8.3 De zaagbladhoek instellen

Gevaar!
Lichaamsdelen, voorwerpen of apparaatdelen die zich binnen het instelbereik bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Stel de zaagbladhoek alleen in, als het zaagblad stil staat!
De hoek van het zaagblad kan tussen -1,5° en 46,5° worden ingesteld.
- Klemhendel (18) losmaken.
- Gewenste zaagbladhoek door draaien van het handwiel (16) instellen.

- Ingestelde hoek door vastzetten van de klemhendel (18) vergrendelen (met de klok mee draaien).
Instelling voor achtersnijdingen
De hoekverstelling heeft bij 0° en 45° een aanslag. Voor speciale verstekzaagsneden (achtersnijdingen) kan de hoek in beide richtingen nog met 1,5° worden vergroot.
- Hoek-begrenzingsstop (19) naar buiten trekken en boven de rechter excenterschijf plaatsen = hoek van het zaagblad tussen -1,5° en 45° verstelbaar.
- Hoek-begrenzingsstop (19) naar buiten trekken en boven de linker excenterschijf plaatsen = hoek van het zaagblad tussen 0° en 46,5° verstelbaar.

- Inschakelen = bovenste schakelaar (14) 1 tot 2 sec. lang indrukken.
- Uitschakelen = onderste schakelaar (15) indrukken.
8.4 Parallelaanslag instellen
Dit wordt aan het geleideprofiel aan de voorkant van de zaag gemonteerd.
- Parallelaanslag (8) rechts van het zaagblad plaatsen. De markering in de loep toont de ingestelde afstand van de parallelaanslag tot het zaagblad op de schaal.
- Klemhendel (11) van de parallelaanslag losmaken en de parallelaanslag verschuiven tot de markering in de loep de gewenste afstand tot het zaagblad aangeeft.
- Fijne instelling: door het draaien van de kartelmoer (10) (aan het voorste klemelement, rechts) kan de zaagbreedte nauwkeurig worden ingesteld.
Klemhendel (11) omlaag drukken om vast te zetten.

- Het aanslagprofiel (32) moet bij het zagen met parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staan en met de klemhendel (11) vergrendeld zijn. Hiervoor de klemhendel (11) omlaag drukken.
- Kartelmoeren (33) voor het bevestigen van het aanslagprofiel. Het aanslagprofiel kan na losdraaien van de beide kartelmoeren (33) worden afgenomen en omgezet:

- om vlakke werkstukken te zagen;
- als het zaagblad onder een hoek staat.
Hoge aanlegkant:
- om hoge werkstukken te zagen;
8.5 Wijzer van de parallelaanslag afstellen
- Parallelaanslag aan het zaagblad uitlijnen.
- Schroef aan de wijzer van de parallelaanslag losdraaien.
- Wijzer op parallelaanslag en "0" op schaalband in overeenstemming brengen.
- Schroef aan wijzer van de parallelaanslag weer vasttrekken

Aanwijzing:
Om te voorkomen dat het werkstuk klemt bij het zagen met de parallelaanslag: parallelaanslag geheel naar rechts verschuiven en vervolgens op de gewenste zaagbreedte instellen.

Aanwijzing:
Parallelaanslag instellen (indien gewenst): om ervoor te zorgen dat het werkstuk niet tussen parallelaanslag en zaagblad klemt, moet de parallelaanslag evenwijdig aan het zaagblad worden geplaatst of zo worden ingesteld dat hij max. 0,3 mm naar achteren opent. Voor het instellen de 2 schroeven aan de bovenkant van de parallelaanslag losdraaien, daarna weer vastzetten.

Aanwijzing:
Klemkracht van de parallelaanslag instellen (indien nodig): mocht het achterste klemstuk vroeger of later dan het voorste klemstuk klemmen, dan kan deze door het draaien van de moeren (21) worden ingesteld. De moeren (21) losdraaien, zodat het achterste klemstuk later klemt. De moeren (21) aantrekken, zodat het achterste klemstuk vroeger klemt.
8.6 Dwarsaanslag instellen
De dwarsaanslag (1) wordt van voren in de groef in de zaagtafel ingeschoven.

Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag naar beide kanten om 60° worden versteld.
Voor hoeksneden van 45° en 90° zijn desbetreffende aanslagen voorhanden.
Voor het instellen van een hoek: klemhendel (2) door draaien tegen de klok in losmaken.

Verwondingsgevaar!
De klemhendel moet bij het zagen met dwarsaanslag vastgetrokken zijn.
Het voorzetprofiel kan door losmaken van de kartelmoeren (34) worden verschoven of afgenomen.

Aanwijzing:
Indien nodig kan de speling van de dwarsaanslag (1) worden ingesteld: de schroeven (35) van de kunststof geleider aan de dwarsaanslag-geleiding losdraaien, kunststof geleider verschuiven, schroeven weer aandraaien.
De tafelverbreding (9) breidt de steunvlakte uit, zo dat ook grotere werkstukken veilig worden gehouden.

- Voor het uittrekken van de tafelverbreding (9) moeten de beide kartelschroeven (37) worden losgedraaid.
- Tafelverbreding (9) eruit trekken en op de gewenste afstand instellen.
- De beide kartelschroeven (37) weer aantrekken.

Gevaar voor letsel!
De kartelschroeven (37) moeten tijdens het zagen altijd zijn aangetrokken.
Aflezen van de schaalband bij werkzaamheden met de parallelaanslag
Op welke schaal de snijbreedte wordt afgelezen, hangt ervan af, hoe het aanslagprofiel aan de parallelaanslag is gemonteerd:
- Hoge aanlegkant = schaal met zwart opschrift op witte achtergrond.
– Lage aanlegkant = schaal met wit opschrift op zwarte achtergrond.
Bij kleine snijbreedten wordt de tafelverbreding niet uitgetrokken. De snijbreedte wordt op de desbetreffende schaal rechts op de wijzer van de parallelaanslag afgelezen:
- hoge aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 35 cm mogelijk.
- lage aanlegkant: snijbreedten van 0 tot 29,5 cm mogelijk.
Als er grotere werkstukken gezaagd moeten worden, moet de tafelverbreding (9) uitgetrokken worden.
- Parallelaanslag verschuiven naar de eindstand van de schaal.
- Tafelverbreding uittrekken en parallelaanslag op gewenste afstand instellen. De snijbreedte wordt op de desbetreffende linker schaal bij de wijzer van het schaalband afgelezen.
8.8 Tafelverlenging instellen
De tafelverlenging (3) breidt het oplegvlak uit, zodat ook langere werkstukken veilig kunnen worden gehouden.
- Voor het uittrekken van de tafelverlenging moeten de beide kartelschroeven (36) worden losgedraaid.
NEDERLANDSnl

-
Tafelverlenging eruit trekken en op gewenste afstand instellen.
-
De beide kartelschroeven weer aantrekken.
8.9 Zagen

Gevaar!
De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 150 mm.

Rechte zaagsnede
- Hellingshoek instellen en vergrendelen.
- Zaaghoogte instellen. Aan de voorkant moet de spaankap volledig op het werkstuk liggen.
- Als het zaagblad schuin zit dient u de parallelaanslag links van het zaagblad aan te brengen en in te stellen.
- Schakel de zaag in.
- Het werkstuk gelijkmatig naar achteren schuiven en in een werkproces doorzagen.
- Schakel het apparaat uit als u niet onmiddellijk verder werkt.
Verstekzagen
- De dwarsaanslag (1) wordt van voren in de groef in de zaagtafel ingeschoven.
- Gewenste hoek na losmaken van de klemhendel (2) aan de dwarsaanslag instellen en klemhendel weer vastschroeven.
- Zijdelingse afstand tussen voorzetprofiel en zaagblad instellen:
- Kartelmoer (34) losmaken en voorzetprofiel verschuiven.
•Kartelmoer (34) vastdraaien.

-
Werkstuk tegen de dwarsaanslag drukken.
-
Werkstuk doorzagen door de dwarsaanslag vooruit te schuiven.
-
Schakel de machine uit als u niet onmiddellijk verder werkt
9. Transport

Gevaar!
Vóór ieder transport:
- Het apparaat uitschakelen.
- Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat.
- De stekker uit het stopcontact trekken.
- Aanbouwdelen (spaankap, spaanafzuiging) demonteren. Spaankap bij de behuizing opbergen.
- Spouwmes in transportstand brengen. Zoals in hoofdstuk 7.1 beschreven te werk gaan, echter het spouwmes (5) tot de aanslag naar beneden schuiven (transportstand).
- Draai het zaagblad volledig naar beneden.
- Hoek van het zaagblad op 0° instellen en met de klemhendel vastzetten.
- Stroomkabel op kabelopwikkeling rollen.

Gevaar klem te raken
Tafelverbreding er helemaal inschuiven en met de kartelschroeven vergrendelen.
Gebruik voor het dragen van het apparaat de handgrepen aan de zijkant (38) van de tafel.


Opgelet!
Draag het apparaat niet aan de veiligheidsvoorzieningen, uitgetrokken / niet vergrendelde tafelverbredingen of aan de bedieningselementen!

Opgelet!
Draag het apparaat met twee personen (gewicht)!
10. Service en onderhoud

Gevaar!
Voordat u met de service of met het onderhoud begint:
- Het apparaat uitschakelen.
2.Wacht tot de zaag helemaal stilstaat.
-
De stekker uit het stopcontact trekken.
-
Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt, moet de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen als eerste gecontroleerd worden.
- Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele onderdelen worden vervangen, omdat onderdelen die niet door de fabrikant getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene schade tot gevolg kunnen hebben.
- Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.

Gevaar!
Als het tafel inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafel inlegprofiel en het zaagblad klem raken en het zaagblad blokkeren.
Beschadigde tafel inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden!
10.1 Zaagblad vervangen

Gevaar!
Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn – gevaar voor brandwonden! Laat een heet zaagblad afkoelen. Reinig het zaagblad niet met brandbare vloeistoffen. Ook bij een stilstaand zaagblad bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Bij het vervangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen. Let bij de montage absoluut op de draairichting van het zaagblad!
- Zaagblad in de bovenste stand brengen.
- Spaankap (7) verwijderen.
- Schroef (29) tegen de klok in draaien, tafel inlegprofiel (4) optillen en eruit halen.

- Spanmoer (40) van het zaagblad met steeksleutel (27) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (39) naar boven trekken, tot hij vast klikt.

- Hendel (39) vasthouden en de spanmoer (40) met de klok mee eraf schroeven.
- Spanmoer (40), buitenste zaagbladflens (41) en zaagblad van de zaagbladas nemen.

- Spanvlakken van de zaagbladflenzen (41) en (42) van het zaagblad reinigen.

Gevaar!
Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen) die de lichtmetalen delen zouden kunnen beschadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor kunnen worden beperkt.
- Binnenste zaagbladflens (42) op motoras schuiven.
- Monteer een nieuw zaagblad (let op de draairichting!).

Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de vereisten in het hoofdstuk Technische gegevens en aan de norm EN 847-1 - bij ongeschikte of beschadigde zaagbladen kunnen onder invloed van de middelpuntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Niet gebruiken:
- Zaagbladen waarvan het maximale toerental onder het nominale onbelaste toerental van de zaagbladas ligt (zie "Technische gegevens");
- Zaagbladen van hooggelegeerd snel-draaistaal (HS of HSS);
- Zaagbladen waarvan de zaagbreedte kleiner is of diens stambladdikte groter is dan de dikte van het spouwmes.
- Zaagbladen met zichtbare beschadigingen;
- Slijpschijven.

Gevaar!
- Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele onderdelen.
- Gebruik nooit losse spanringen. Het zaagblad zou vanzelf los kunnen raken.
- De zaagbladen moeten uitgebalanceerd zijn. Ze mogen niet trillen, anders kunnen ze tijdens het werken vanzelf los raken.
10.Buitenste zaagbladflens (41) erop schuiven. - Spanmoer (40) losdraaien (linkse schroefdraad!). Spanmoer (40) met steeksleutel (27) draaien en tegelijkertijd de hendel van de zaagbladvergrendeling (39) omhoog trekken, tot hij vast klikt.
12.Hendel (39) vasthouden en de spanmoer tegen de klok in handvast aantrekken.

Gevaar!
– Gereedschap voor het vastschroeven van het zaagblad niet verlengen.
- Spanschroef niet door het slaan op het gereedschap vastdraaien.
13. Spouwmes overeenkomstig de zaagbladgrootte instellen.
(Spouwmesinstelling zie 7.1)
14.Tafel inlegprofiel (4) bevestigen en met de schroef (29) vergrendelen.
15.Spaankap (7) bevestigen.
10.2 Aanslagbegrenzing instellen
- Hoek-begrenzingsstop (19) voor het hoekbereik op 0° / 45° instellen.

- Hoek controleren:
- 0° = loodrecht op het zaagblad
- 45° met de speciale hoekmaat.
Worden deze waarden niet heel nauwkeurig bereikt: - kruiskopschroef (43) van de betreffende excenterschijf losdraaien en de excenterschijf verstellen tot de hoek ten opzichte van de zaagtafel in de eindposities precies 0° (= haaks), resp. 45° bedraagt.
- Kruiskopschroef van de excenterschijf weer vastdraaien.
- Na het verstellen van de aanslagbegrenzing, hoekschaal aan de voorkant eventueel opnieuw afstellen.

Aanwijzing:
Om de hoekbegrenzing van -1,5° tot 46,5° in te stellen moet de aanslagbegrenzingshendel naar buiten worden getrokken.
10.3 Machine opbergen

Gevaar!
Berg het apparaat buiten het bereik van kinderen op. Sla het apparaat zo op dat het niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld en niemand zich aan het staande apparaat kan verwonden.

Let op!
Het apparaat niet buitenshuis of in een vochtige omgeving bewaren.
10.4 Onderhoud
Zaag schoonmaken
- Zaagsel en stof met een stofzuiger of borstel verwijderen uit:
- geleidingselementen voor het instellen van het zaagblad;
- ventilatie-openingen van de motor;
-zaagbladkast. - Hoogteinstelling
-Zwenkgeleiding
Voor u de machine inschakelt
- afstand zaagblad - spouwmes 3 tot 8 mm is.
- spouwmes met het zaagblad in een rechte lijn ligt.
Visuele controle van stroomkabel en stekker op beschadigingen; indien nodig laat u de defecte onderdelen door een elektromonteur vervangen.
Wanneer u uitschakelt, dient u altijd
te controleren of het zaagblad langer dan 10 seconden naloopt; loopt het langer na, de motor door een erkend vakman laten vervangen.
1x per maand (bij dagelijks gebruik)
Verwijder zaagselresten met stofzuiger of penseel; wrijf de geleidingselementen lichtjes in met olie:
- spil en geleidestangen voor hoogteinstelling;
- zwenksegmenten.
Na elke periode van 150 bedrijfsuren
Controleer alle schroefverbindingen en draai ze indien nodig vast.
11. Handige tips
- Voer enkele proefsneden uit op stukken houtafval, alvorens met de zaagwerkzaamheden te beginnen.
- Plaats het werkstuk steeds zo op het tafelblad dat het niet kan omvallen of wiebelen (bijvoorbeeld bij een gebogen plank, de naar buiten gebogen zijde naar boven).
- Gebruik de lengteaanslag om efficiënt even lange stukken te zagen.
- Oppervlakken van de steuntafels schoon houden.
12. Problemen en storingen

Gevaar!
Alvorens een storing te verhelpen, moet u:
1.Het apparaat uitschakelen.
2.De stekker uit het stopcontact trekken.
3.Wachten tot het zaagblad helemaal stilstaat.
Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle veiligheidsvoorzieningen controleren.
De motor draait niet
De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de stekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is of wordt de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan start de machine niet:
- De machine uit- en weer inschakelen.
Er is geen spanning:
- kabel, stekker, stopcontact en zekering controleren.
Motor oververhit, bijvoorbeeld door stomp zaagblad of spaanophoping in de behuizing:
- Oorzaak van de oververhitting verhelpen, enkele minuten laten afkoelen. Vervolgens het apparaat opnieuw inschakelen.
Toerental wordt niet bereikt
Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt STERK af:
- De motortemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld.
Overbelastingsbeveiliging: het belast toerental neemt LICHT af:
- De machine wordt overbelast. Werk met gereduceerde belasting verder.
Aangegeven hoogste toerental wordt niet bereikt - motor krijgt te weinig netspanning:
- Kortere toevoerleiding of toevoerleiding met grotere doorsnede gebruiken (≥ 1,5 mm 2 ).
- Laat uw installatie door een elektromonteur controleren.
De zaagprestaties nemen af
Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken aan de zijkant):
- zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 10. Onderhoud).
Spaanderafvoer verstopt
Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering:
- Afzuigsysteem aansluiten of afzuigvermogen verhogen (luchtsnelheid ≥ 20 m/sec aan het afzuigaansluitstuk).
13. Toebehoren
Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor.
Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken.
Cirkelzaagblad Power Cut Bestelnr.:6.28025
-Voor grove tot middelfijne zaagsneden bij een snelle aanvoer en gering vermogen
-Goede zaagresultaten bij het zagen in de lengte van volledig hout
Cirkelzaagblad Precision Cut Bestelnr.: 6.28059
-Zeer breed gebruiksspectrum in de houtbewerking
-Voor zeer goede, zuivere zaagresultaten bij lengte- en dwarssneden in zacht- en hardhout
- Goed geschikt voor volledig hout en constructie-elementen, spaanplaten onbehandeld, gecoat of met fineer, MDF, composietmateriaal
Cirkelzaagblad Multi Cut Bestelnr.: 6.28093
-Universeel gebruik bij veeleisende materialen
NEDERLANDSnl
-Bij zeer hoge eisen aan de zaagkwaliteit, bv. laminaat, dunne kunststof-, aluminium-, koper- en messing profielen
-Ideaal geschikt voor vele toepassingen in de binnenafwerking
-Perfecte zaagresultaten ook bij dwarssneden in massief hout, ruwe, gecoate of gefineerde spaanplaten, MDF
Schuifstok (als vervanging) Bestelnr.: 343433180
Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus.
gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.
Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau:
LpA = geluidsdrukniveau
LWA = geluidsvermogensniveau
KpA, KWA = onzekerheid
Draag gehoorbescherming!
14. Reparatie

Gevaar!
Reparaties van elektrische machines mogen uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend door een elektromonteur met originele onderdelen worden uitgevoerd!
Een defecte stroomkabel mag alleen worden vervangen door een speciale, originele beschermde stroomkabel van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service.
Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com.
Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren.

Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn
2012/19/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Toelichting op de gegevens van pagina 3.
Wijzigingen in het kader van technische verbeteringen voorbehouden.
U = Netspanning (\~ wisselstroom)
P1 = nominaal vermogen
I = nominale stroom
F = min. beveiliging
n0 = toerental bij onbelast draaien
v0 = m a x . z a a g s n e l h e i d
W = dikte van het spouwmes
D = zaagbladdiameter (buiten)
d = zaagbladboring (binnen)
b = z a a g b r e e d t e
a = max. basiselementdikte van het zaagblad
T90° = zaaghoogte bij verticaal zaagblad
T45° = zaaghoogte bij 45° zaagbladhoek
Sx° = zaagbladhoekinstelling
LD = max. zaagbreedte met parallelaanslag
LW = max. breedte dwarssnede met hoekanslag
A1 = afmetingen zonder machinestandaard (Ixbxh)
S1 = lengte zaagtafel
SB = breedte zaagtafel
m = machinegewicht
Meetgegevens vastgesteld volgens de norm EN 62841.
\~ wisselstroom
De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm).

Emissiewaarden
Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische