R43 - Bougies HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R43 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over R43 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bougies in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R43 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R43 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING R43 HUSQVARNA
9. Waarschuwingsetiket
#2. Afsluitstop voor mulchen (indien aanwezig)
Indien deze grasmaaimachine niet op de juiste wijze wordt gebruikt, Kan de machine gevaar lopleveren. De machine kan ernstig letsel veroorzaken aan de bediener en omstanders; voor Iedelike veiligheid en efficientie bij het gebruik van de grasmaaier, dienen de waarschuwingen len veiligheidsvoorschriften nauwkeurig te worden opgevolgd. De bediener draagt de Verantwoordelik voor het opvolgen van de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften, die in deze handieiding en op de grasmaaimachine vermeld staan. De maaier alleen gebruiken als \de door de fabrikant geleverde grasbak of bescherming op zijn plaats is aangebracht. Verklaring van symbolen op uw Husqvarna R 48, 43S en 43SE Lees de handieiding voor de gebruiker VAN DT aandachtig door, zodat u volledig vertrouwd bent met de verschillende bedieningselementen en de werking daarvan. Zorg, dat de maaimachine tidens het maaien altjd in contact blijft met de grond. Als de machine wordt opgetild of gekanteld, kunnen er onder hoge snelheid stenen naar buiten worden geworpen: € | Zorg. dat omstanders uit de buurt bliven. Gebruik de maaimachine niet - als er zich mensen, en vooral kinderen of huisdieren, op het te maaien terrein bevinden. Wees voorzichtig met uw voeten en handen. Houd uw handen of voeten veilig uit de buurt van het roterende mes. Alvorens onderhoud uit te voeren aan de machine of de machine te reinigen ot af te stellen, of wanneer de machine gedurende langere ti niet zal worden gebruikt, dient de bougie te worden verwijderd. Het mes lift nog een tidje roteren nadat de machine uitgeschakeld werd Wacht totdat alle machine-onderdelen volledig stilliggen voordat u ze aanraakt. (e) STOP Algemeen
1. De grasmaaimachine mag nooit worden gebruikt door
kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van de instructies voor gebruik. Volgens plaatseljke wettelike voorschriften kan er een minimum leeftid van toepassing zin voor bedieners van deze machine.
2. De grasmaaier is uitsluitend bestemd voor gebruik
ap de size waarop en voor de doaleinden die in deze instructies worden beschreven.
3. Gebruik de grasmaaier nooît als u moe, ziek of
onder invloed bent van alcohol, drugs of medicinen.
4. De bediener of gebruiker is aansprakelik voor
eventuele ongevallen of gevaren die worden veroorzaakt aan andere personen of hun eigendom NEDERLANDS - 1 Veiligheid van brandstof WAARSCHUWING - benzine is uiterst brandbaar Benzine dient te worden bewaard in een speciaal voor dit doel bestemde container. Over het algemeen zin plastic containers ongeschikt voor dit doel. = De tank dient altijd buitenshuis te worden bijgevuld en er mag niet worden gerookt - De tank dient te worden bijgevuld VOORDAT de motor wordt gestart. De tankdop mag nooit wordenJ3 geopend en de tank mag o0k niet worden bigevuld als de motor loopt of heet is. - Indien er benzine wordt gemorst, mag de motor niet worden gestart en dient de machine uit de buurt van de gemorste viek te worden geduwd: elke vorm van ontsteking moet worden vermeden totdat de viek geheel is verviogen: = Zorg, dat de tankdop en dop van de container altijd goed vast worden gedraaidl = Voordat u de motor start, dient u de machine uit de buurt te duwen van de plaats waar u de tank heeft bijgevuld. Veiligheidsprocedure voor het opladen van de batterij (R 43SE)
1. Controleer de kabel van de lader regelmatig op
tekenen van beschadiging of slijtage.
2. Gebruik de grasmaaier nooit als de kabel van de
lader niet in goede staat verkeert.
3. Probeer nooït andere producten op te laden met de
lader van dit apparaat.
4. Probeer deze accu nooît op te laden met de lader
van een ander apparaat.
5. De accu moet op een veilige plaats worden
opgeladen, waar niemand op de apparatuur kan staan of erover kan struikelen. De ruimte dient goed geventileerd te zijn. Tidens het opladen wordt de lader warm. Dit is normaal en duidt erop dat de lader goed werkt.
8. Tijdens het opladen mogen de accu en de lader niet
blootgesteld aan vocht
10. Vermid extreme temperaturen.
11. De lader werkt niet in temperaturen onder het
vriespunt of boven 40°C:
12. Veroorzaak geen kortsluiting tussen de accupolen.
1. Maai het gras nooît op blote voeten of met sandalen
aan. Draag altid geschikte kleding, handschoenen en stevige schoenen. Het gebruik van oorbeschermers wordt aanbevolen: Controleer, dat er geen stokken, botten, ijzerdraad en rommel in het gras liggen: deze kunnen door het mes onder hoge snelheid naar buiten worden geworpen.
4. Controleer de machine véér gebruik en na harde
schokken altijd op eventuele slijtage en beschadigingen en repareer deze zo nodig
5. Om de juiste balans te behouden, dient men bij
vervanging van het mes altijd de hele bevestigingsset te vervangen:
1. Gebruik de machine niet in een afgesloten ruimte,
waar de uitlaatgassen (koolmonoxide) zich kunnen ophopen
2. Gebruik de maaimachine alleen bij daglicht of goed
3. Vermijd waar mogelik gebruik van de machine als
4. Wees voorzichtig dat u niet uitglijdt als het gras nat
5. Wees op hellingen extra voorzichtig dat u niet
uitglidt en draag niet-slippend schoeisel. Hellingen dienen altid in overdwarse richting te worden gemaaid, en niet van boven naar beneden of andersom.
7. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling
van richting verandert. Grasmaaien op hellingen en taluds kan gevaarlik zin. Niet maaien op taluds of steile hellingen.
9. Loop niet achteruit met de grasmaaier, omdat u dan
zou kunnen struikelen. Altid lopen, nooit rennen Maai het gras nooit door de maaimachine naar u toe te trekken. Schakel de motor uit voordat u de grasmaaimachine over andere opperviakken dan gras wilt duwen en voor transport van de maaimachine van en naar het te maaien terrein.
12. De machine mag niet worden gebruikt als de
beschermplaten beschadigd of afwezig zijn.
18. De motor mag niet te hard lopen en de instellingen
van de toerenregelaar mogen niet worden gemodificeerd. Te hard riden is gevaarlik en verkort de levensduur van de maaimachine.
14. Voordat de motor wordt gestart, dienen alle mes
aandrifkoppelingen vrij te worden gezet.
15. Houd uw handen en voeten altijd uit de buurt van de
snij-inrichting, vooral wanneer u de motor aanzet.
16. De grasmaaimachine mag niet worden gekanteld bij
het starten van de motor.
17. Zorg, dat u uw handen uit de buurt houdt van de
grasuitworp als de motor loopt.
18. De maaimachine mag niet worden opgetild of
gedragen met lopende motor.
19. De bougiekabel kan heet worden - wees voorzichtig
20. Voer nooit onderhoud uit aan de machine als de
21.Schakel de motor uit en wacht tot het maaimes helemaal tot stilstand is gekomen:- - als u de machine enige td onbeheerd wit achterlaten:
22. Zet de regeling voor aanwezigheid van gebruiker in
zijn vrij om de machine te stoppen, wacht totdat het mes is uitgedraaid, koppel de kabel van de bougie los en wacht totdat de motor is afgekoeld. = voordat u de benzinetank bijvult + voordat u een verstopping verwijdert; + voordat ü controles, reiniging of onderhoud uitvoert aan het apparaat: - als u een vreemd voonwerp raakt. Gebruik de machine niet totdat u zeker bent dat de hele grasmaaimachine veilig is voor gebruik: -__ als de maaimachine abnormaal trilt, moet u stoppe. Te grote trilingen kan letsel veroorzaken.
28. Als u klaar bent met grasmaaien dient u gas te
verminderen om de motor uit te zetten en, indien de machine is uitgerust met een kraan, deze uit zetten. Onderhoud en opslag
1. Zorg, dat alle moeren, bouten en schroeven goed
zin aangedraaid zodat de maaier altid veilig kan worden gebruikt.
2. Controleer de grasopvangbak/-zak regelmatig op
3. Vervang versieten of beschadigde onderdelen
4. Gebruik voor vervanging uitsluitend originele, voor
deze machine bestemde maaimessen, bladbouten, vubplaates en rotorbladen:
5. Zet de maaier nooît in een ruimte/gebouw waar
benzinedampen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken als er nog benzine in de tank zit
6. Laat de motor altijd eerst afkoelen voordat de
machine wordt opgeborgen in een afgesloten ruimte.
7. Om brandgevaar te vermiden, dienen de motor,
geluiddemper, accubak en de brandstoftank vri te Zijn van gras, bladeren of overmatig veel vet.
8. Als de benzinetank moet worden geleegd, dient dit
9. Wees voorzichtig bij het afstellen van de machine
dat uw vingers niet bekneld raken tussen bewegende snibladen en vaste onderdelen van de grasmaaier. MONTAGE-INSTRUCTIES Handgreep monteren Onderkant-duwboom op de gazonmaaier monteren
1. Demonteer de vleugelmoeren.
2. Monteer de onderkant van de duwboom z0 dat de
gevormde uiteinden op de juiste manier in de overeenkomstige gleuven aan beide zijden van de gazonmaaier zitten.(A1)
3. Zet de hendel vast met de meegeleverde ringen en
vieugelmoeren. Zorg ervoor dat de onderste startsnoergeleider zich, van achteren gezien, aan de rechterkant bevind Bovenkant-duwboom op onderkant-duwboom monteren
1. Monteer het bovendel van de duwboom
2. De schroeven aan de binnenkant bevestigen.(A2)
Vergeet de volgring tussen moer en handvat niet Terugloopstarter
1. Verwijder de bougiekabel.
8. Voer het starterkoord door de kabelgeleider van de
onderste handgreep.(B3)
4. Voer het starterkoord door de kabelgeleider van de
bovenste handgreep.(B4) Voordat u aan het starterkoord trekt, moet u eerst de OPC tegen de duwboom aantrekken zodat de rem van de motor af i NEDERLANDS
MONTAGE-INSTRUCTIES Grasvangbak in elkaar zetten Het grasvangbakscherm monteren + Deel of scheid de 8 delen van het grasvangbakscherm niet
1. Klap de zijkanten van het scherm naar binnen.(C1)
2. Zorg ervoor dat de overeenkomstige lippen en
gleuven zich op één lijn bevinden en druk deze stevig in elkaar. Controleer of de klemmen goed ingrijpen. Het gemonteerde scherm moet eruit zien zoals op de afbeelding.(C2) Grasvangbakscherm bevestigen op de onderste grasvangbak Plaats de lippen op de bodem van het grasvangbakscherm in de gleuven in de basis van de onderste grasvangbak en druk deze in elkaar.(C3) Deksel van de grasvangbak bevestigen
1. Maak het grasvangbakdeksel vast op de onderste
2. Zorg ervoor dat de klemmen op één lin liggen met de
gleuven. Duw de twee helften in elkaar, begin bi de achterkant van de bak en werk naar voren toe(C5). Zorg ervoor dat klemmen goed vastzitten. Volledig gemonteerde grasvangbak monteren op gazonmaaier
1. Til de velligheidsklep op. Bevestig de nokken van
de grasvangbak in de gleuven in de bovenkant van de maaikast. Bevestig de plaatstapeinden op de veiligheidsklep in de twee locatie-openingen in het grasvangbakdeksel (C6) + Het demonteren gebeurt in omgekeerde volgorde. Opgelet- Overtuig u ervan dat er geen opening tussen de beschermingsklep en de grasbak is. Indien grasopvang niet noodzakelijk is kunt u ook gebruik maken van de grasmaaier zonder de grasbak. Zorg ervoor dat de beschermingsklep volledig gesloten is. Volindicator + BELANGRIK! De volindicator werkt alleen wanneer de machine ingeschakeld is. Volg de instructies in de sectie Gebruik: aan- en afzetten.
1. Uw gazonmaaier is uitgerust met een vulindicator
die aangeeft wanneer de grasvangbak geleegd moet worden. Wanneer de indicator zichtbaar is, wordt de grasvangbak gevuld met gras.(C7)
2. Wanneer de indicator uit het zicht verdwint, moet
grasvangbak om hem leeg te maken. Grasvangbak leegmaken
1. Hou de grasvangbak zoals aangegeven op de
atbeelding.(C9) + Los gras wordt automatisch venwiderd wanneer u de machine opnieuw start. AIS de indicator niet omhoog komt, moet u de uitwer popening met de hand schoonmaken. (Maak eerst de bougiekabel los) + Gantroleer of de uiier popening schoon is en er geen grasresten e.d. in zitten. MOTOR-INFORMATIE Olie
1. Controleer het oliepeil regelmatig en na elke vijf
2. Vul de olie bij indien noodzakelik om het oliepeil op
de aanduiding FULL op de peilstok te houden.
3. Gebruik SAE 30 vier takt-olie van goede kwaliteit
a) Verwijder de oliedop.(D1) b) Vul de tank tot de aanduiding FULL op de peilstok wordt bereikt.(D2)
5. Ververs de olie na de eerste vijf gebruiksuren:
vervolgens dient de olie na elke 25 gebruiksuren te worden ververst
6. Ververs de olie altid als de motor warm is, maar
niet heet - voer echter nooit onderhoud aan de machine uit als de motor heet is. Benzine
1. Gebruik nieuwe, standaard loodvrie benzine of
Het gebruik van loodhoudende benzine zal de uitlaat doen roken en zal motoren die zijn uitgerust met een katalysator onherstelbaar beschadigen.
3. Vul de benzinetank nooît bij als de motor heet is
4. Bij het vullen van de benzinetank mag niet worden
5. Vul de benzinetank nooit met lopende motor.
6. Veeg eerst alle gras en vuil van de dop van de
benzinetank voordat u deze verwidert om te voorkomen dat er vuil in de tank komt.(E1)
7. U wordt aanbevolen om de benzine door een
trechter met een filter in de tank te gieten.(E2)
8. Verwijder alle gemorste brandstof voordat de motor
wordt gestart. + NL: Aspen is een milieu vrien delyke brandstof met vele voordelen. Informeer by uw dealer Let op: Verplaats de machine uit de buurt van het gebied waar de brandstof wordt bijgevuld voordat u de maaimachine weer start.
STARTEN - DE MOTOR VOORPOMPEN
Let op: Voordat de motor voor het eerst wordt gestart, dient u olie en benzine bij te vullen zoals beschreven in de bovenstaande sectie Olie en benzine. Als ü met een warme motor start, is het gebruik van de opvoerpomp gewoontik overbodig. Bij koudere temperaturen moet de pomp soms wel worden gebruikt De motor voor het eerst starten
1. Duw de gashendel in de stand FAST * #’, zoals
wordt getoond in de sectie Gebruik: aan- en afzetten.
2. Duw de opvoerknop (F) vif keer diep in.
3. Volg de instructies in de sectie Gebruik: aan- en
4. Als de motor na drie pogingen met het starterkoord
nog niet loopt, dient u de opvoerknop nog eens drie keer in te drukken en vervolgens het bovenstaande punt 3 te herhalen De motor starten in het vervolg
1. Duw de gashendel in de stand FAST * #° en duw
de opvoerknop drie keer diep in voordat u de motor start. (Als de machine zonder brandstot is komen te staan, dient u de tank bi te vullen en de opvoerknop drie keer in te drukken.)
GEBRUIK Aan- en afzetten R 43 Aanzetten
1. Siuit de bougiekabel aan.
2. Schuif de gashendel in de stand FAST ‘ #: voordat
de machine wordt gestart.(G1)
3. Knijp de OPC-hendel in op de handgreep om de
motor- en mes los te zetten.(G2)
4. Trek de terugloopstarter helemaal naar u to tot het verste
punt, duw de hendel dan langzaam terug en trek de hendel vervolgens helemaal ot het uiterste naar u t0.(G3) $._ Laat de motor eerst 30 seconden lopen voordat u de maaimachine gebruikt. Stoppen
1. In figuur G4 wordt de stand FAST (lopen) getoond.
2. In figuur GS wordt de stand SLOW (stationnair)
getoond Aan- en afzetten R 43S Aanzetten
1. Volg stap 1 - 2 van de R 43.
2. Knijp de OPC-hendel in op de handgreep om de
motor- en mes los te zetten.(G6)
3. Volg stap 4 - 5 van de R 43
De aandriving inschakelen
1. Met gebruik van de hendel van de Powerdrive, die
zich bovenop de handgreep bevindt (G7), wordt de voorwaartse aandriving in- en uitgeschakeld.
2. Door de Powerdrive-hendel los te laten, wordt de
voorwaartse aandriving automatisch uitgeschakeld. Stoppen
Aan- en afzetten R 43SE Aanzetten
1. Volg stap 1 Um 3 van de R 43S.
2. Draai de sieutel om en houd hem in deze stand totdat
de motor star.(G8) Zodra u de sleutel losiaat, springt deze weer in de oorspronkeljke positie terug,
3. Als de motor niet aanslaat met de sleutel, kan het
zijn dat de aceu moet worden opgeladen. De aandriving inschakelen - zie R 43S Stoppen - zie R 43S Gras maaien + De grasmaaier niet gebruiken op hellingen of taluds met een hoek groter dan 30°. Anders komen er problemen met de smering van de motor.
1. Begin het gazon altjd vanaf de buitenrand te maaien,
en maai in stroken telkens in tegengestelde richting.
2. Maai het gras in het maaiseizoen tweemaal per
week. Het is niet goed voor het gras als er in één keer meer dan eenderde van de lengte wordt afgesneden. Dit kan tevens lelden tot een versiechtering van het verzamelen van het gras. Let op: Zorg, dat u de maaimachine niet overbelast. AIS u lang, dik gras maait, kunt ü overbelasting van de motor verminderen en risico op beschadiging van uw machine vermijden door de snijhoogte in te stellen op de hoogste stand - zie Snifhoogte. De maaihoogte instellen
1. Trek de instelhendel uit de locatiegleuven en zet
hem in de gewenste positie.(H) Gebruiken als mulcher
1. Uw maaimachine is uitgerust met een afsluitstop,
die gebruikt kan worden om het gazon te mulchen.
2. Zet uw maaimachine uit, zoals beschreven in
Gebruik - aan- en afzetten, en ontkoppel de bougiekabel.
3. Licht de beveiligingsklep op. Schuif de afsluitstop
met een draaiende beweging in de achterkant van de afvoergoot (4).
4. Controleer, of de afsluitstop goed vast zit (K).
5. De afsluitstop blokkeert de verzamelgoot aan de
onderkant van het dek, zodat het afgesneden gras + meer wordt opgeraapt.
6. Controler, of de beveiligingsklep juist is geplaatst.
ONDERHOUD BELANGRIUK Schakel de motor uit, wacht tot het maaimes helemaal tot stilstand is gekomen en verwijder de bougiekabel - _ voordat u een verstopping verwijdert; -_ voordat u controles, reiniging of onderhoud uitvoert aan het apparaat BELANGRIJK Reinig uw maaimachine nooït met water. Gebruik ook geen chemische middelen, inclusief benzine, of oplosmiddelen - deze kunnen de belangrijke plastic: onderdelen aantasten. Reinigen + Maak de bougiekabel los. +_Zet de machine op zijn Kant met de uitlaat omhoog.
1. Verwijder de restanten gras onder het dek met een
2. Met gebruik van een zachte borstel verwijdert u alle
grasresten uit de in- en uitlaten van de motor (L3), uit het gebied voor snifhoogte-instelling en rond de wielen (LA) en de grasopvangbak.
3. Wrif met een droge doek het opperviak van uw
maaimachine af. Sniimechanisme Het snijblad verwideren + Maak de bougiekabel los. + Zet de machine op zijn Kant met de uitlaat omhoog.
1. Draai het blad linksom los met een steeksieutel.(M)
2. Verwider de bout van het blad, het blad en het vulplaate.
3. Inspecteer de onderdelen op beschadiging en reinig
het blad. Het aniad mantaren Zet het snijblad op de machine zodat de scherpe randen van de machine af wijzen.
2. Monteer de bout van het blad via het snijblad en het
3. Houd het blad stevig vast, en draai de bout goed aan
met een steeksleutel. Draai de bout niet te vast BELANGRIJK Voer nooit onderhoud uit aan uw maaimachine als de motor heet is. Wees altijd uiterst voorzichtig met het snijblad - de scherpe randen kunnen letsel veroorzaken. DRAAG HANDSCHOENEN. Ongeacht van de conditie, dient het metalen snijblad na 50 gebruiksuren - of 2 jaar, afhankelik van welke u het eerste bereikt - te worden vervangen. Als het sniblad is gebarsten of beschadigd, dient dit te worden vervangen door een nieuw snijblad. NEDERLANDS - 4
3. Verwijder de dop van het laadpunt aan de onderkant
van de kabelbundel (N).
4. Sluit de kabel van de lader aan op de aansluiting
van de accu-kabelbundel.(N)
5. Steek de stekker van de lader in een gewoon
6. De accu wordt nu geladen.
7. Laat de acou gedurende 24 uur opladen.
8. Als de accu is geladen, kan de lader uit het
stopcontact en het laadpunt worden verwijderd. (N)
9. Plaats de dop weer op het laadpunt.(N)
10. De machine kan weer worden gebruikt
INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET u De producten van Electrolux Outdoor Products worden geproduceerd volgens EMS (ISO 14001), waarbi, waar dit uitvoerbaar is, gebruik wordt gemaakt van componenten die zijn geproduceerd op de meest milieuvriendelijke manier volgens de werkijzen van het bedrijf en met de mogelikheid om aan het einde van de levensduur van het product gerecycled te worden. + De verpakking kan gerecycled worden en plasic componenten zijn van een label voorzien (voor zover dat mogelik was) voor recycling op categorie + Milieubewuste overwegingen dienen mee te spelen bi het weggooien van een product aan het einde van de levensduur. + Indien nodig, kunt u kontakt opnemen met de gemeentelike autoriteit voor informatie over de verwerking.
VERWERKING VAN ACCU'S
+ De accu dient naar een erkend onderhoudsbedrijt of naar uw plaatselike recyclingstation te worden gebracht. + Gooi lege accu's NIET weg bij het huishoudelijk afval. + Loodzwavelzuuraccu’s kunnen schadelijk zijn voor het milieu en dienen te worden verwerkt via de erkende recyclingfaciliteit in overeenstemming met de Europese regelgeving. + Gooi een accu NIET weg in water. + NIET verbranden.
VERWERKING VAN BRANDSTOFFEN EN
SMEEROLIÈN Draag beschermende kleding wanneer u werkt met brandstoffen en smeeroliën. + Voorkom contact met de huid + Verwijder benzine en machine-olie voordat u het product vervoert + Neem contact op met de gemeentelijke autoriteit voor informatie over het dichtstbijzinde recycling- Iverwerkingsstation. + Gooi brandstoffen en oliën NIET weg met het huishoudelijk afval. + Afgewerkte brandstoffen of oliën zijn schadelijk voor het milieu en dienen te worden verwerkt via de erkende recyclingfaciliteiten. + Gooi afgewerkte brandstoffen of oliën NIET weg in water. + NIET verbranden. NEDERLANDS - 5 Accu vervangen
1. De accu bevindt zich onder een dekplaat achter de
los. Verwider de schroeven van de dekplaat. Verwijder de dekplaat om de aceu te kunnen verwijderen BELANGRIK - Nieuwe accu's moeten véér gebruik eerst worden geladen. Zorg, dat de lader en de accu niet worden blootgesteld aan vocht. Het accu-pak kan worden vervangen door de accu uit zijn behuizing los te maken en het accu-pak vervolgens los te koppelen van de accukabels.
Algemene richtlijnen voor laadbare accus
1. Laadtijd bedraagt 24 uur.
2. Bij normaal gebruik wordt de accu opgeladen door
deze minstens één keer per 6 maanden te worden opgeladen.
4. Al de accu minder vaak wordt opgeladen, kan dit
de levensduur nadelig beinvloeden.
5. Bescherm de voedingskabel. De accu mag nooit
aan de elektrische kabel worden opgetild of gedragen
6. Éen oude accu die snel leegraakt nadat deze
gedurende 24 uur is opgeladen, moet waarschijnijk worden vervangen Probeer nooit de kast van de batteri te openen. Reinig de accu uitsluitend met een zachte droge doek.
9. Reinig de accu nooït met een vochtige doek of met
brandbare vloeistoffen zoals benzine, spiritus, oplosmiddelen, enz.
10. Gooi oude accu's op juiste en veilige wize weg
De motorremkabel dient altijd zodanig afgesteld te sijn dat de motor binnen 3 sek. stopt. LET OP! Gebruik voor het afstellen een erkende dealer. Aan het einde van het maaiseizoen
1. Vervang, indien noodzakelik, het maaimes en de
3. Laat het luchtfiter grondig reinigen door uw
plaatselike service-centrum, en laat daar indien noodzakelik ook de benodigde service- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren.
1. Berg uw maaimachine nooit direct na gebruik op.
2. Wacht altjd tot de motor voldoende is afgekoeld om
potentieel brandgevaar te vermijden.
3. Reinig uw maaimachine
4. Berg de machine op een koele, droge plaats op
waar de maaier niet kan worden beschadigd.
ONDERHOUD Aanbevelingen voor onderhoud Uw product is voorzien van een unieke identificatie in de vorm van een zilver en zwart gekleurd productkwaliteitslabel. U wordt ten zeerste aangeraden uw product ten minste elke twaalf maanden een service-beurt te geven, vaker indien het beroepshalve veelvuldig wordt gebruikt. Schema voor motoronderhoud Volg het schema van het aantal gebruiksuren of tjdsduur - welke het eerste van toepassing is. Indien de machine in ongunstige omstandigheden wordt gebruikt, dient het onderhoud eerder te worden uitgevoerd' Eerste 5 uur - olie verversen Elke 5 uur of dagelijks - oliepeil controleren. Vingerbeveiliger reinigen. Reinigen om de geluiddemper. Elke 25 uur of elk seizoen - olie verversen indien machine wordt gebruikt voor zware belasting of bi hoge omgevingstemperaturen. Service uitvoeren aan luchtreiniger. Elke 50 uur of elk seizoen - olie verversen. Vonkafleider inspecteren, indien van toepassing. Elke 100 uur of elk seizoen - Koelsysteem reinigen”. Bougie vemnieuwen + Bij stoffige omstandigheden, of als de machine langdurig wordt gebruikt voor hoog, droog gras en er veel stof- en grasresten in de lucht zweven, dient dit vaker te worden uitgevoerd Motoronderhoud en garantie De motor die in uw grasmaaimachine is gemonteerd, valt onder garantie van de fabrikant van de motor. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met uw dealer (zie onderstaande gegevens). Briggs en Stratton U kunt de dichtstbizinde service-dealer voor Briggs en Stratton vinden in de Gouden Gids. Storingen en oplossingen Motor start niet Onvoldoende kracht in de motor en/of
2. Controleer dat de hendel in de stand 4 staat stand staat
3. Controleer of de tank voldoende benzine bevat en 2. Maak de bougiekabel los en laat de motor afkoelen
of het luchtventiel in de tankdop niet is verstopt 3. Verwijder alle restanten gras die zich om de motor
4. Verwijder de bougie en maak deze goed droog en luchtinlaten bevinden en aan de onderkant van
5. Benzine is misschien oud, vul met nieuwe benzine. het dek, zoals de uitwerpgoot en ventilator.
Nadat de benzine is vervangen, kan het even duren 4. Reinig het luchtfiter (uw plaatselike service- voordat de nieuwe benzine helemaal door het centrum kan een grondige reiniging voor u systeem gefiterd is uitvoeren).
6. Controleer of de bout van het maaimes goed vastzit. 5. Benzine is misschien oud, vul met nieuwe benzine.
Als de bout los zit, kunnen er startproblemen Nadat de benzine is vervangen, kan het even duren ontstaan voordat de nieuwe benzine helemaal door het
7. Als de motor niet start, dient u onmiddellijk de systeem gefiterd is.
bougiekabel los te maken. 6. Als de motor nog steeds niet genoeg kracht
8. RAADPLEEG UW PLAATSELIUKE ERKENDE heeft en/of oververhit raakt, dient u de
Motor draait niet (uitsluitend elektrostart) SERVICE-CENTRUM.
starten 2. Controleer of het maaimes goed is gemonteerd.
8. Als de motor niet start, dient u onmiddellijk de 3. Als het maaimes is beschadigd of versleten, dient u
bougiekabel los te maken. een nieuw maaimes te plaatsen.
4. RAADPLEEG UW PLAATSELIJKE ERKENDE 4. Als de trillingen hierdoor niet minder worden,
het - fürsëk aldrig utféra underhäll pà en het motor. Bensin
+ux6v BAGEN À naar ra A6YW nAwiaG.
SimpelGids