MZ-G750PC - Niet gecategoriseerd SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MZ-G750PC SONY in PDF-formaat.
| Producttype | Minidisc-recorder met ingebouwde digitale tuner |
| Model | MZ-G750PC |
| Afmetingen (zonder uitstekende delen) | 109,0 × 81,6 × 25,9 mm (b/h/d) |
| Gewicht (alleen recorder) | ca. 118 g |
| Voeding | Netadapter (3 V gelijkstroom), Ni-Cd-accu NC-WMAA, LR6-alkaline batterij (AA) |
| Accu oplaadtijd | ca. 3 uur voor volledig opladen |
| Opnamemodi | Stereo, LP2, LP4, Mono |
| Maximale opnameduur (80 minuten MD) | Stereo: ca. 80 min., LP2: ca. 160 min., LP4: ca. 320 min., Mono: ca. 160 min. |
| Afspeelfuncties | Normaal, Herhalen (alle/enkel), Willekeurige weergave, G-PROTECTION |
| Toonregeling | DIGITAL MEGA BASS (basversterking) |
| Radio | FM/AM, 40 zendergeheugen (30 FM + 10 AM), handmatig/automatisch voorinstelbaar |
| Aansluitingen | LINE IN (OPTICAL) (digitaal/analoog), MIC (PLUG IN POWER), Hoofdtelefoonuitgang (3,5 mm stereo) |
| Bewerkingsfuncties | Titel wissen, MD wissen, Spooraanduidingen toevoegen/verwijderen, Titel verplaatsen, Titel/MD benoemen |
| Beveiliging | AVLS (volumebeperking), HOLD-toetsvergrendeling, kopieerbeveiliging |
| Meegeleverde accessoires | Netadapter, hoofdtelefoon met afstandsbediening, optische kabel, draagtas met riemclip (behalve VS-model) |
| Afvalverwijdering | Batterijen/accu's volgens lokale voorschriften afvoeren |
| Reiniging | Behuizing reinigen met een zachte, licht vochtige doek; geen oplosmiddelen |
| Bijzonderheden | Digitale optische ingang met sample rate converter, synchroonopname, afstandsbediening met display |
Veelgestelde vragen - MZ-G750PC SONY
Gebruikersvragen over MZ-G750PC SONY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MZ-G750PC - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MZ-G750PC van het merk SONY.
GEBRUIKSAANWIJZING MZ-G750PC SONY
Gebruiksaanwijzing NL
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om brand en elektrische schokken te voorkomen.
Maak de behuizing niet open, om elektrische schokken te vermijden. Laat onderhoud en reparaties alleen verrichten door vaklui.
Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte, zoals een boekenrek of ingebouwde kast.
Let op!
Wanneer u dit apparaat gebruikt in combinatie met optische instrumenten, neemt de kans op oogbeschadiging toe.
LET OP! — ONZICHTBARE LASERSTRALING INDIEN GEOPEND
VERMIJD CONTACT MET DE LASERSTRAAL
Informatie
DE VERKOPER IS IN GEEN ENKEL GEVAL AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE DIRECTE OF INDIRECTE SCHADE VAN WELKE AARD DAN OOK, ONGEVALLEN, VERLIEZEN OF ONKOSTEN DIE WORDEN VEROORZAAKT DOOR EEN DEFECT APPARAAT OF DOOR HET GEBRUIK VAN WELK PRODUCT DAN OOK.
Voor de Klanten in Nederland
Gooi de batterij niet weg, maar lever hem in als KCA.

Afgedankte batterijen dient u mee te geven met het klein chemisch afval.
Ze horen niet thuis bij het huishoudelijk afval of bedrijfsafval.
CE
Het CE-merkteken op het apparaat geldt alleen voor producten die worden verkocht in de Europese Unie.
WALKMAN en

handelsmerken van Sony Corporation.
Inhoudsopgave
De bediening 6
Voorbereidingen ....10
Meteen een MD opnemen! 13
Meteen een MD afspelen! 17
Naar de radio luisteren ....20
Verschillende manieren van opnemen
Twee manieren om een geluidsbron aan te sluiten 22
Opnemen via de analoge ingang (m.b.v. lijnkabel) 25
Langdurige opnamen maken 26
De opname synchroon met de bronspeler starten en stoppen (Synchroonopname) 27
Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven ......29
Opnemen via een microfoon 30
Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen) ...... 31
De resterende tijd of de opnamepositie controleren 33
Verschillende manieren van afspelen
Muziekstukken herhaald afspelen 35
Extra bas (DIGITAL MEGA BASS) 36
De resterende afspeeltijd en de afspeelpositie controleren ....38
Uw gehoor beschermen (AVLS) 39
De bediening vergrendelen (HOLD) 40
Aansluiten op een stereo-installatie ....41
Verschillende manieren om de radio te gebruiken
De voorkeuzezenders automatisch instellen 43
De voorkeuzezenders handmatig instellen 44
Voorkeuzezenders beluisteren 45
Zenders ontvangen in het buitenland (geldt niet voor het Europese, Saoedi-Arabische en Chinese model) ....45
Opgenomen muziekstukken bewerken
Muziekstukken wissen 47
Een muziekstuk wissen 47
De hele disc wissen 48
Een muziekstukmarkering toevoegen 50
Een muziekstukmarkering wissen ....51
Opgenomen muziekstukken verplaatsen 52
Muziekstukken benoemen 53
Voedingsbronnen
Levensduur van de batterij 56
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen 58
Verhelpen van storingen 63
Systeembeperkingen 66
Meldingen 68
Raadpleeg de pagina's in ( ) voor meer informatie.
De recorder

①REC MODE-toets (26)
②OPEN-toets (11)
③ T MARK-toets (50)
4END SEARCH-toets (14)(54)
5 II-toets (pauze) (15)(18)(31)(54)
6 VOL +/- toets (17)(54)
7DC IN 3V-aansluiting (10)(13)
8-aansluiting (koptelefoon/oortelefoon) (11)(41)
9REC-schakelaar (opnemen) (14)(25)
10←MENU→-toets
(28)(35)(48)
▶-toets (afspelen) (14)(17)
◀◀◀/▶▶◀-toets (zoeken/AMS) (15)(18)(51)(54)
■ (stop)/CHARGE-toets (10)(14)(17)(27)(48)
11Uitleesvenster (28)(35)
12 ENTER-toets (28)(35)(47)
13 Batterijcompartiment (10)
14LINE IN (OPTICAL)-aansluiting (13)(25)
15 MIC (PLUG IN POWER)-aansluiting (30)
16HOLD-schakelaar (11)(40)
Het uitleesvenster

1Tekenvenster (33)(38)
Toont namen van de disc en
de muziekstukken,
foutmeldingen,
muziekstuknummers enz.
②Afspeelstandindicatie (35)
Toont de afspeelstand van de MD.
3 Tijdweergave
4Batterij-indicatie (57)
Toont bij benadering de toestand van de batterij.
5 Mega bass-indicatie (37)
6 Niveaumeter (32)
Toont het volume van de MD die wordt afgespeeld of opgenomen.
⑦Opnamestandindicatie (LP2/
LP4/MONO) (26)
8SYNC-indicatie
(synchroonopnemen)
9REC-indicatie (14)
Licht op tijdens het opnemen. Als deze indicatie knippert, is de recorder in de wachtstand.
indicatie (resterende tijd/muziekstukken) (33)(38)
Licht op als de resterende tijd van het muziekstuk, de resterende tijd op de MD of het resterende aantal muziekstukken wordt weergegeven.
11Discindicatie
Geeft aan of de disc draait voor het opnemen, afspelen of bewerken van een MD.
De afstandsbediening met ingebouw de digitale tuner

①Koptelefoon/oortelefoon
Kan worden vervangen door
de apart verkrijgbare
koptelefoon/oortelefoon.
2HOLD-schakelaar (11)(40) Verschuif deze schakelaar om de afstandsbediening te vergrendelen.
3 RADIO ON/BAND-toets (20)(43) FM MODE-toets (21)
4 Uitleesvenster (43)
5 VOL +/- toetsen (17)(20)
6 Keuzehendel
■ (pauze)/MODE (18)(43)
▶▶▶ (AMS/search, afspelen)/F+-toets (17)(20)(44)
◀◀ (AMS/zoeken)/ F- -toets (18)(20)(44)
7■ (stop)/RADIO OFF-toets
(17)(21)(46)
Het uitleesvenster van de afstandsbediening

①REC-indicatie (14)
Licht op tijdens het
opnemen. Als deze indicatie
knippert, is de recorder in de
wachtstand.
②Afspeelstandindicatie (35)
Toont de afspeelstand van de
MD.
3 Manual/Auto-indicatie
4 Mega bass-indicatie (37)
5FM/AM-indicatie (43)
6 MONO (mono)/LOCAL-indicatie
7 Batterij-indicatie
8PRESET-indicatie (43)
Licht op als er is afgestemd
op een voorkeuzezender.
9 Nummervenster
Geeft de geprogrammeerde
nummers,
muziekstuknummers enz.,
weer.
10 Uitleesvenster tijd/frequentie
11MHz/kHz-indicatie (43)
MHz licht op als er is
afgestemd op een FM-
station en kHz licht op als er
is afgestemd op een AM-
station.
12AVLS-indicatie (39)
Voorbereidingen
Laad de oplaadbare batterij op voordat u de recorder in gebruik neemt. Als de oplaadbare batterij niet is opgeladen, kunt u de recorder alleen gebruiken als de netspanningsadapter is aangesloten.
1 De oplaadbare batterij plaatsen.

(Plaats de oplaadbare batterij met de minuszijde eerst)
2 De oplaadbare batterij opladen.

①Sluit de recorder aan op de meegeleverde netspanningsadapter.
②Druk op CHARGE (■).
“Charging” knippert, er verschijnt □ op het uitleesvenster, en het opladen begint. Als het opladen is voltooid, verdwijnt de batterij-indicatie. Het duurt ongeveer 3 uur voordat een geheel lege oplaadbare batterij volledig is opgeladen. Druk op CHARGE (■) als u het opladen wilt annuleren.

③Koppel de meegeleverde netspanningsadapter los.
10-NL
3
De afstandsbediening aansluiten en ontgrendelen.

①Sluit de meegeleverde koptelefoon/oortelefoon via de afstandsbediening aan op Ⓞ.
②Schuif HOLD tegen de richting van de pijl in (→) om de toetsen te ontgrendelen.
4
Plaats een MD.
(Gebruik voor opnemen een onbespeelde MD.)

① Druk op OPEN om het deksel te openen.

②Plaats een MD met het label naar boven en druk op het deksel om het te sluiten.
Een droge batterij gebruiken
Plaats een droge LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd) in plaats van een oplaadbare batterij.
Opmerkingen
- Als u op CHARGE (■) drukt, onmiddellijk nadat het opladen is voltooid, begint het opladen opnieuw. Als dat gebeurt drukt u nogmaals op CHARGE (■) om het opladen te stoppen, aangezien de batterij al volledig is opgeladen.
- Het opladen wordt beeindigd als u probeert de recorder tijdens het opladen te bedienen.
- Zorg ervoor dat u de meegeleverde netspanningsadapter gebruikt.
- De oplaadtijd is afhankelijk van de toestand van de batterij.
- Als de oplaadbare batterij voor het eerst is opgeladen of als deze wordt opgeladen na lange tijd niet te zijn gebruikt, gaat de batterij minder lang mee dan normaal. Herhaal enkele malen het ontladen en opladen. Daarna moet de batterij weer een normale tijd meegaan.
- Als de tijd die een volledig geladen oplaadbare batterij meegaat ongeveer is gehalveerd ten opzicht van de normale tijd, dient u de batterij te vervangen.
- Als u de oplaadbare batterij vervoert, neem deze dan mee in het meegeleverde batterijetui. Het is gevaarlijk om de batterij buiten het etui in uw broekzak of tas te vervoeren, tezamen met metalen voorwerpen zoals sleutelbossen, aangezien dat kortsluiting kan veroorzaken.
- Haal de oplaadbare batterij uit de recorder als u het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt.
Meteen een MD opnemen!
Voor het maken van digitale opnamen, sluit u de recorder door middel van een optische kabel (meegeleverd) aan op een digitale bron. Het is zelfs mogelijk digitale opnamen te maken van digitale apparatuur die werkt met een andere aftastsnelheid, zoals een DAT-deck of een BS-tuner, dankzij de ingebouwde sampling rate-converter. Raadpleeg “Opnemen via de analoge ingang (m.b.v. lijnkabel)” (pagina 25) voor het maken van opnamen van een analoge bron. Zie “Opmerking over digitaal opnemen” (pagina 61) voor het opnemen vanaf een MD. We raden u aan om bij het opnemen gebruik te maken van de meegeleverde netspanningsadapter.
Denk eraan dat het niet mogelijk is om een radio-uitzending op te nemen die wordt ontvangen op de afstandsbediening.
1 Aansluitingen.
(Sluit de kabels stevig en volledig aan op de daarvoor bestemde aansluitingen.)

flowchart
graph TD
A["near een stopcontact"] --> B["netspanningsadapter (meegeleverd)"]
B --> C["naar DC IN 3V"]
C --> D["CD-speler, MD-speler, DVD-speler enz."]
D --> E["Optische stekker"]
E --> F["naar DIGITAL OUT (OPTICAL)"]
F --> G["Optische kabel (meegeleverd)*"]
G --> H["Optische mini-stekker"]
H --> I["draagbare CD-speler enz."]
I --> J["naar LINE IN (OPTICAL)"]
* Een van deze kabels wordt meegeleverd. De vorm van de stekkers aan de meegeleverde kabel kan afwijken, afhankelijk van waar de recorder is gekocht.
2 Zet de recorder in de opnamewachtstand.
END SEARCH

① Druk op ▶ en vervolgens op ■.
Het uitleesvenster op de recorder en de afstandsbediening licht op.
②Druk op END SEARCH.
De recorder gaat naar het einde van het ervoor opgenomen materiaal. Druk op ▶, ▶▶| of op ◀◀ om een andere opnamepositie te zoeken.
3 Een MD opnemen.

①Druk op REC en schuif deze knop naar rechts.
REC-indicatie licht op in het uitleesvenster en het opnemen begint.
②Speel de bron af waar u een opname van wilt maken.
Druk op ■ om de opname te beëindigen.
Nadat u op ■ hebt gedrukt, schakelt de recorder automatisch uit:
— Als u een netspanningsadapter gebruikt, gebeurt dit na ongeveer 5 minuten.
— Als u batterijen gebruikt, gebeurt dit na ongeveer 10 seconden.
Opmerkingen
- “Data Save” of “TOC Edit” knippert wanneer er opnamegegevens (start- en eindpunten van de muziekstukken e.d.) worden opgenomen. Beweeg de recorder niet, stoot er niet tegenaan en schakel ook de stroomvoorziening niet uit zolang de indicator op het uitleesvenster knippert.
- Het deksel gaat niet open zolang “TOC Edit” op het uitleesvenster staat.
| Voor Druk op | |
| Opnemen vanaf het eind van de vorige opname1) | END SEARCH en druk vervolgens op REC en verschuif deze knop. |
| Deels door de vorige opname opnemen1) | ▶, ▶▶| of ◀◀◀ om het startpunt van de opname te vinden en druk vervolgens op ■ om te stoppen.Druk vervolgens op REC en verschuif deze knop. |
| Pauze || | 2)Druk nogmaals op || om de opname te hervatten. |
| Uitnemen van de MD ■ en open het deksel. 3)(Het deksel gaat niet open zolang “TOC Edit” op het uitleesvenster knippert.) | |
1) Als u “RECPosi” instelt op “From End”, begint de opname altijd vanaf het eind van het ervoor opgenomen materiaal (pagina 29).
2) Als u nogmaals op ■■ drukt om na de pauze de opname te hervatten, wordt er een muziekstukmarkering toegevoegd. Hierdoor wordt de rest van het muziekstuk als een nieuw muziekstuk beschouwd.
3) Als u het deksel opent en dezelfde disc terugplaatst terwijl “REC-Posi” is ingesteld op “From Here”, wordt de opname voortgezet vanaf het punt waar het ervoor was geëindigd. Als een andere disc plaatst, wordt er opgenomen vanaf het begin van de disc. Controleer op het uitleesvenster het startpunt van de opname.
Wanneer het opnemen niet begint
- Zorg ervoor dat de recorder niet is vergrendeld (pagina 40).
- Zorg ervoor dat de MD niet is beveiligd tegen opnemen (pagina 61).
- Bij voorbespeelde MD's is het niet mogelijk om over de oude opnamen op te nemen.
Voor modellen waarbij een verloopstekker is meegeleverd
Gebruik de verloopstekker als de netspanningsadapter niet in het stopcontact past.
Opmerkingen
- Als de stroomvoorziening wordt onderbroken (d.w.z. de batterij wordt verwijderd of raakt leeg of de netspanningsadapter wordt losgekoppeld) tijdens een opname of een bewerking, of terwijl “TOC Edit” op het uitleesvenster staat, kan het deksel niet worden geopend tot de stroomvoorziening is hersteld.
- U kunt alleen digitale opnamen maken vanaf een optische uitgang.
- Als u opneemt van een draagbare CD-speler, zet de CD-speler dan in de pauzestand en volg de opnameprocedure op de recorder.
- Let op het volgende als u opneemt van een draagbare CD-speler:
—Bij sommige draagbare CD-spelers wordt het digitale uitvoersignaal uitgeschakeld als de speler niet gebruik maakt van netspanning.
—Sluit de netspanningsadapter aan op de draagbare CD-speler om netspanning als voedingsbron te gebruiken.
—Schakel de stabiliseerfunctie (zoals ESP*) op de draagbare CD-speler uit.
* Electronic Shock Protection (elektronische bescherming tegen schokken)

- LINE IN (OPTICAL)-aansluiting is geschikt voor zowel digitale als analoge invoer. De recorder herkent automatisch het gebruikte kabeltype en schakelt over op digitale of analoge invoer.
- Het opnameniveau van het opgenomen geluid wordt automatisch ingesteld.
- Tijdens de opname kunt u het geluid controleren. Sluit de meegeleverde koptelefoon/oortelefoon aan op de afstandsbediening op en druk op VOL +/- om het geluidsvolume te regelen. Dit heeft geen invloed op het opnameniveau.
Meteen een MD afspelen!
Zie “Voedingsbronnen” (pagina 56) wanneer u de recorder wilt gebruiken met een oplaadbare of droge batterij.
Als u de recorder bedient met de meegeleverde afstandsbediening, gebruik dan de tussen haakjes vermelde toetsen en knoppen.
1 Een MD afspelen.

①Druk op ▶ (haal de keuzehendel over naar ▶▶▶▶).
Als u de bediening uitvoert via de afstandsbediening hoort u een korte pieptoon in de koptelefoon/oortelefoon.
②Druk op VOL +/- om het volume te regelen.
Het volume wordt op het uitleesvenster weergegeven.
Om het afspelen te stoppen, drukt u op ■.
Als u de bediening uitvoert via de afstandsbediening hoort u een lange pieptoon in de koptelefoon/oortelefoon.
Het afspelen begint vanaf het punt waar u het laatst met afspelen bent opgehouden.
Nadat u op ■ hebt gedrukt, schakelt de recorder automatisch uit:
— Als u een netspanningsadapter gebruikt, gebeurt dit na ongeveer 5 minuten.
— Als u batterijen gebruikt, gebeurt dit na ongeveer 10 seconden.
| Voor Druk op (Pieptonen in de koptelefoon/oortelefoon2) | |
| Het begin van het huidige muziekstuk vinden | ◀◀ één maal (Haal de keuzehendel over naar ◀◀◀). (Drie korte pieptonen) |
| Het begin van het volgende muziekstuk vinden | ▶▶I één maal (Haal de keuzehendel over naar ▶▶▶I▶▶). (Twee korte pieptonen) |
| Pauze | ■■ (Druk op ■■ op de keuzehendel).(Continu korte pieptonen)Druk opnieuw op ■■ om het afspelen te hervatten. |
| Achteruitspoelen tijdens het afspelen1) | Druk op ◀◀◀ en houd deze toets ingedrukt (haal de keuzehendel over naar ◀◀◀). |
| Vooruitspoelen tijdens het afspelen1) | Druk op ▶▶◀ en houd deze toets ingedrukt (haal de keuzehendel over naar ▶▶▶▶▶). |
| Uitnemen van de MD | ■ (lange pieptoon) en open het deksel.3) |
1) Als u snel voor- of achteruit wilt spoelen zonder te luisteren, druk dan op de recorder op || en vervolgens op ◀◀◀ of op ▶▶◀ en houd deze ingedrukt (haal op de afstandsbediening de keuzehendel over naar ◀◀◀ of naar ▶▶◀▶).
2) U kunt de pieptoon uitschakelen (pagina 41).
3) Zodra u het deksel opent, wordt het startpunt voor afspelen gewijzigd in het begin van het eerste muziekstuk.
De functie G-PROTECTION
De functie G-PROTECTION is ontwikkeld om een hoogwaardige bescherming te bieden tegen het overslaan van het geluid tijdens allerlei mogelijke activiteiten. Deze functie biedt tijdens het afspelen een betere bescherming tegen schokken dan het traditionele systeem.
Wanneer het afspelen niet begint
Zorg ervoor dat de recorder niet is vergrendeld (pagina 40).

De afspeelstand schakelt automatisch over op de overeenkomstige opnamestand van het geluidsmateriaal (stereo, LP2, LP4 of mono).
Opmerkingen
- Gebruik geen afstandsbediening die bij een ander draagbaar MD-model van Sony is meegeleverd, omdat er dan storingen kunnen optreden.
- Het geluid kan in volgende gevallen overslaan:
—de recorder heeft onafgebroken sterkere schokken ondergaan dan was verwacht.
—er wordt een vuile of bekraste MiniDisc afgespeeld.
Naar de radio luisteren
Via de digitale tuner die in de afstandsbediening is ingebouwd, kunt u naar de radio luisteren.
Het is niet mogelijk om met deze recorder een radio-uitzending op te nemen die op de afstandsbediening wordt ontvangen.
1 Zet de radio aan.

①Druk op RADIO ON/BAND.
De radio gaat aan. De frequentie en “FM” of “AM” verschijnen op het uitleesvenster.
②Druk op RADIO ON/BAND om van band te wisselen ("FM" of "AM").
③Haal de keuzehendel herhaaldelijk over naar F+ of naar F- om op de gewenste zender af te stemmen.
④ Druk op VOL +/- om het volume te regelen.
De radio uitzetten
Druk op RADIO OFF (■).
Snel op een zender afstemmen
Haal in stap 3 de keuzehendel over naar F+ of naar F- en houd deze ingedrukt totdat de frequentie-indicatie begint te veranderen. De afstandsbediening scant automatisch de radiofrequenties af en stopt zodra het een duidelijke zender tegenkomt. Er klinkt een korte pieptoon in de koptelefoon/oortelefoon en de zender begint te spelen.
De ontvangst verbeteren
- Voor AM: Zet de AM-antenne die in de afstandsbediening bediening is ingebouwd, in horizontale richting om zo de AM-ontvangst te optimaliseren.
- Voor FM: Strek het snoer van de koptelefoon/oortelefoon; deze doet dienst als FM-antenne.
Als de ontvangst nog steeds niet goed is, kunt u deze verbeteren door op FM MODE (RADIO ON/BAND) te drukken. Houd deze toets ingedrukt totdat “MONO” (mono) of “LOCAL” op het uitleesvenster verschijnt.
Als het niet lukt om de radio te bedienen
Controleer of de afstandsbediening niet is vergrendeld (pagina 40).
Opmerkingen
- De radio doet het niet als de afstandsbediening niet is aangesloten op de recorder.
- Plaats de afstandsbediening niet in de buurt van een ander elektronisch apparaat, zoals de recorder zelf, een ander radiotoestel, een tv of een computer, aangezien hierdoor ruis in de ontvangst kan ontstaan.
- Het afspelen of opnemen stopt als u de radio gebruikt.
- Met VOL +/- op de afstandsbediening kunt u het radiovolume regelen.
Verschillende manieren van opnemen
Controleer de menu-items in het uitleesvenster van de recorder, aangezien deze alleen op die plaats worden weergegeven.
Twee manieren om een geluidsbron aan te sluiten
De ingang van deze recorder werkt zowel digitaal als analoog. Sluit de recorder aan op een CD-speler of een cassettedeck via de digitale (optische) ingang of de analoge (lijn)ingang. Zie “Meteen een MD opnemen!” (pagina 13) voor het opnemen via de digitale (optische) ingang, en “Opnemen via de analoge ingang (m.b.v. lijnkabel)” (pagina 25) voor het opnemen via de analoge (lijn)ingang.
Het verschil tussen digitale (optische) en analoge (lijn)ingangen
| Verschil Digitale (optische) ingang | Analoge (lijn)ingang | |
| Aansluitbron Apparatuur met een digitale (optische) uitgang | Apparatuur met een analoge (lijn)uitgang | |
| Geschikte aansluitkabel | Optische kabel (met een optische stekker of een optische ministekker) (pagina 13) | Lijnkabel (met 2 audiostekkers of een stereoministekker) |
| Signaal van de bron | Digitaal Analoog | Zelfs als een digitale bron (zoals een CD) hierop is aangesloten, wordt er een analoog signaal naar de recorder verzonden. |
| Opgenomen muziekstuk-nummers | Worden automatisch gemarkeerd (gekopieerd)op dezelfde posities als in de bron (als de bron een CD of een MD is).als er meer dan 2 seconden geen signaal wordt doorgegeven of bij een segment met laag opnameniveau (als de bron geen CD of MD is).als de recorder pauzeert tijdens het synchroonopnemen (de recorder pauzeert automatisch als deze een deel tegenkomt waarop langer dan 3 seconden geen geluidssignaal wordt gedetecteerd).Na het opnemen kunt u onnodige markeringen wissen (“Een muziekstukmarkering wissen”, pagina 51). | Worden automatisch gemarkeerdais er meer dan 2 seconden geen signaal wordt doorgegeven of bij een segment met laag opnameniveau.als de recorder pauzeert tijdens het opnemen.Na het opnemen kunt u overbodige markeringen wissen (“Een muziekstukmarkering wissen”, pagina 51). |
| Opgenomen geluidsniveau | Gelijk aan de bron.Kan tevens handmatig worden geregeld (digitale opnameniveauregeling) (“Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen)”, pagina 31). | Automatisch geregeld.Dit is ook met de hand te regelen (“Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen)”, pagina 31). |
Opmerking
Muziekstukmarkeringen kunnen foutief worden gekopieerd:
- Wanneer u opneemt van bepaalde CD-spelers of multidisc-spelers met gebruikmaking van de digitale (optische) ingang.
- Wanneer de bron gebruikmaakt van de Shuffle- of de Program Play-stand tijdens het opnemen via de digitale (optische) ingang. Speel in dat geval af in de afspeelstand Normal.
- Wanneer er BS- of CS-programma's worden opgenomen via de digitale (optische) ingang.
Opnemen via de analoge ingang (m.b.v. lijnkabel)
Het geluid wordt als analoog signaal door het aangesloten apparaat verstuurd, maar wordt digitaal op de MiniDisc opgenomen.

flowchart
graph LR
A["Lijnkabel (RK-G129, niet meegeleverd)*"] --> B["naar LINE IN (OPTICAL)"]
B --> C["L (wit)"]
C --> D["CD-speler, cassettedeck enz."]
C --> E["R (rood)"]
E --> F["naar LINE OUT"]
* Gebruik de aansluitsnoeren zonder een signaalverzwakker. Gebruik de RK-G136-kabel (niet meegeleverd) om een draagbare CD-speler aan te sluiten via de aansluiting voor stereoministekkers.
1 Druk op REC en schuif deze knop naar rechts.
REC-indicatie licht op op het uitleesvenster en het opnemen begint.
2 Speel de bron af waar u een opname van wilt maken.
Zie “Meteen een MD opnemen!” (pagina 13). Als u wilt opnemen van een draagbare CD-speler, zet u de CD-speler in de pauzestand en begint u vervolgens met opnemen.
LINE IN (OPTICAL)-aansluiting is geschikt voor zowel digitale als analoge invoer
De recorder herkent automatisch het gebruikte kabeltype en schakelt over op digitale of analoge invoer.
Opmerking
Als u een opname wilt onderbreken drukt u op Ⅲ. Op dat punt wordt een muziekstukmarkering toegevoegd zodra u nogmaals op Ⅱ drukt om het opnemen te hervatten. De opname wordt voortgezet als nieuw muziekstuk.
Langdurige opnamen maken
Stel elke opnamestand in op de door u gewenste opnametijd.
U kunt 2 keer (LP2) of 4 keer (LP4) langer dan normaal stereo-opnamen maken.
MD's die in mono, LP2 of LP4 zijn opgenomen, kunnen alleen worden afgespeeld op MD-spelers of -recorders die zijn voorzien van een mono-, LP2- of LP4-afspeelstand.
Audioapparaten die de LP2- en LP4-standen ondersteunen zijn respectievelijk voorzien van de logo'sMDLP MDLP

1 Druk herhaaldelijk op REC MODE om de gewenste opnamestand te selecteren.
Telkens als u op REC MODE drukt, verandert het uitleesvenster als volgt.
| Opnamestand1) | Uitleesvenster Opnametijd 3) | |
| Stereo (normaal) (geen) | Ongeveer 80 min. | |
| LP2-stereo LP2 Ongeveer 160 min. | ||
| LP4-stereo LP4 Ongeveer 320 min. | ||
| Mono2) | MONO Ongeveer | 160 min. |
1) U bereikt een betere geluidskwaliteit als u opneemt in de normale stereostand of in de LP2-stand.
2) Als u een mono-opname maakt van een stereobron, worden de geluiden van links en rechts gemengd.
3) Als u een onbespeelde MD van 80 minuten gebruikt.
2 Druk op REC en schuif deze knop naar rechts.
26-NL
Druk op ■ om de opname te beëindigen.
Wanneer u de volgende keer weer een opname maakt, gebruikt de recorder weer de vorige instelling van de opnamestand.
Opmerkingen
- Het is niet mogelijk om tijdens het opnemen de opnamestand te wijzigen.
- We raden u aan om bij het maken van langdurige opnamen gebruik te maken van de meegeleverde netspanningsadapter.
- Als u probeert een MD af te spelen die is opgenomen in de LP2- of LP4-stand op een speler/recorder die deze standen niet ondersteunt, wordt het afspelen niet gestart en verschijnt op het uitleesvenster "LP:".
- Geluid dat is opgenomen via de digitale (optische) ingang, kan in stereo worden beluisterd door de koptelefoon/oortelefoon, enz.
- Als u opneemt in de LP4-opnamestand, kan het in zeer zeldzame gevallen voorkomen dat er bij bepaalde geluidsbronnen een kortstondig bijgeluid wordt geproduceerd. Dit wordt veroorzaakt door de speciale digitale audiocompressietechnologie, waardoor u 4 keer langer kunt opnemen dan normaal. Als dit bijgeluid wordt geproduceerd, raden we u aan op te nemen in de normale stereo- of in de LP2-opnamestand om zo een betere geluidskwaliteit te verkrijgen.
De opname synchroon met de bronspeler starten en stoppen (Synchroonopname)
Het is eenvoudig om digitale opnamen op een MD te maken vanaf een digitale bron.
Voordat u met de synchroonopname begint, sluit u de recorder via een digitale kabel aan op een digitale bron, en plaats u een onbespeelde MD.

1 Druk op ENTER als de recorder is gestopt.
2 Druk herhaaldelijk op MENU totdat "SYNC REC" op en uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.

SYNC-indicator
“SYNC” verschijnt niet als de optische kabel niet op de recorder is aangesloten.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “SYNC ON” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.
4 Druk REC en schuif deze knop naar rechts.
De recorder is nu gereed voor het opnemen.
5 Speel de geluidsbron af.
De recorder begint met opnemen zodra deze het afgespeelde geluid ontvangt.
Druk op ■ om de opname te beëindigen.

- Tijdens de synchroonopname is het niet mogelijk om handmatig een pauze in te lassen.
- Wanneer er tijdens de synchroonopname meer dan 3 seconden geen geluid wordt ontvangen, schakelt de recorder automatisch over naar de wachtstand. Zodra de speler weer geluid produceert, hervat de recorder de synchroonopname. Als de recorder 5 minuten of langer in de wachtstand staat, stopt de recorder automatisch.
- Als u langere opnamen wilt maken, volg dan stap 1 van “Langdurige opnamen maken” (pagina 26) om de opnamestand te selecteren en volg daarna de procedure voor synchroonopnemen.
Opmerkingen
- Verander de “SYNC REC”-instelling niet tijdens het opnemen. De opname kan dan mislukken.
-
Zelfs wanneer de geluidsbron geen opgenomen geluid meer produceert, kan het zijn dat er tijdens de synchroonopname niet automatisch wordt gepauzeerd als gevolg van ruis die door de geluidsbron wordt uitgezonden.
-
Als er tijdens het synchroonopnemen een stil gedeelte van meer dan 2 seconden wordt gedetecteerd van een andere geluidsbron dan een CD of een MD, wordt er automatisch een nieuwe muziekstukmarkering toegevoegd op het punt waar het stille gedeelte eindigt.
- Synchroonopnemen kan niet worden uitgevoerd wanneer de aangesloten kabel geen optische kabel is of wanneer de kabel is aangesloten op de MIC (PLUG IN POWER)-aansluiting.
- Het is niet mogelijk om tijdens het synchroonopnemen de opnamestand of het opnameniveau met de hand te wijzigen.
Opnemen zonder bestaand materiaal te overschrijven
Volg onderstaande procedure als u wilt vermijden dat de huidige inhoud van een MD wordt overschreven. Al het nieuwe materiaal wordt dan opgenomen vanaf het eind van de huidige inhoud.

1 Als de recorder is gestopt, drukt u op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “REC-Posi” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “From End” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.
Het opnemen starten vanaf het huidige punt Selecteer “From Here” in stap 3.
Opnemen via een microfoon
Sluit een stereomicrofoon aan (ECM-717, ECM-MS907, ECM-MS957 enz.; niet meegeleverd) op de aansluiting MIC (PLUG IN POWER).

1 Plaats een onbespeelde MD en druk op REC en schuif deze knop naar rechts.
Meer informatie over opnemen vindt u in “Meteen een MD opnemen!” (pagina 13).
Opmerkingen
- Het is niet mogelijk om een opname via de microfoon te maken zolang er een optische kabel is aangesloten op de LINE IN (OPTICAL)-aansluiting. De recorder schakelt automatisch over op een andere bron in deze volgorde: optische ingang, microfooningang, analoge ingang.
- De microfoon zou bedieningsgeluiden van de recorder zelf op kunnen nemen. Houd in zo'n geval de microfoon weg van de recorder.
Het opnameniveau met de hand regelen (Handmatig opnemen)
Tijdens het opnemen wordt het opnameniveau automatisch geregeld. Zo nodig kunt u het opnameniveau ook met de hand instellen.
Opmerking
Regel het opnameniveau als de recorder in de wachtstand staat. Tijdens het opnemen kunt u het opnameniveau niet regelen.

1 Druk, terwijl u II ingedrukt houdt, op REC en schuif deze knop naar rechts.
De recorder is nu gereed voor het opnemen.
2 Druk op ENTER en druk dan herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “RecVolume” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “ManualREC” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.

Als u terug wilt keren naar de automatische opnameniveauregeling, druk dan herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “Auto REC” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER.
4 Speel de bron af.
5 Regel het opnameniveau door op MENU te drukken, terwijl u de niveaumeter op het uitleesvenster in de gaten houdt. Stel het niveau zo in, dat de niveaumeter rond de -markering (-12 dB) op het uitleesvenster uitkomt.
Als het niveau te hoog is, verlaag het opnameniveau dan tot de niveaumeter net niet bij de -markering (OVER) op het uitleesvenster uitkomt.

Het opnemen begint niet bij deze stap.
Als u opneemt van extern aangesloten apparatuur, zorg er dan voor dat de bron zich aan het begin van het op te nemen geluidsmateriaal bevindt, voor u begint met afspelen.
6 Druk nogmaals op Ⅱ om de opname te beginnen.
Druk op ■ om de opname te beëindigen.
Wanneer u een volgende keer weer een opname maakt, schakelt de recorder automatisch terug naar de automatische opnameniveauregeling.
Opmerkingen
- Het opnameniveau kan niet worden geregeld tijdens het opnemen. Als u het opnameniveau wilt regelen nadat u de opname hebt gestart, druk dan op om te pauzeren. Volg daarna de procedure vanaf stap 5.
- Tijdens het maken van synchroonopnamen is het niet mogelijk om het opnameniveau met de hand te regelen.
De resterende tijd of de opnamepositie controleren
Tijdens het opnemen of als het opnemen is gestopt, kunt u de resterende tijd, het muziekstuknummer enz. controleren.

1 Als de recorder aan het opnemen is, of is gestopt, druk dan op ENTER en vervolgens herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “DISPLAY” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat de gewenste informatie op het uitleesvenster knippert.
Elke keer als u op MENU→ drukt, verandert het uitleesvenster als volgt.
Het uitleesvenster op de recorder

Op A
LapTime
De verstreken tijd van het huidige muziekstuk.
RecRemain ^1)
De resterende opnametijd.
AllRemain ^2)
De resterende tijd na de huidige positie.
1)“REC REMAIN” begint op het uitleesvenster te knipperen zodra er minder dan 3 minuten opnametijd op de disc resteert.
^2) Verschijnt alleen als de recorder is gestopt.
3 Druk op ENTER.
De informatie die u stap 2 hebt geselecteerd, verschijnt in Ⓐ en Ⓑ.
A — muziekstuknummer, muziekstuknaam ^3) of discnaam ^4) .
B — de informatie die u in stap 2 hebt geselecteerd.
^3) Verschijnt alleen als “RecRemain” is geselecteerd toen de recorder was gestopt, en als het muziekstuk is benoemd.
^4) Verschijnt alleen als “AllRemain” is geselecteerd toen de recorder was gestopt, en als de disc is benoemd.

Zie pagina 38 wanneer u tijdens het afspelen de afspeelpositie of de naam van het muziekstuk wilt zien.
Verschillende manieren van afspelen
Controleer de menu-items in het uitleesvenster van de recorder, aangezien deze alleen op die plaats worden weergegeven.
Muziekstukken herhaald afspelen
U kunt op drie manieren de muziekstukken herhaald laten afspelen: alles herhalen, één nummer herhalen en in willekeurige volgorde herhalen.

1 Als de recorder afspeelt of is gestopt, drukt u op ENTER en herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “PLAY MODE” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ om de afspeelstand te kiezen en druk vervolgens op ENTER.
Elke keer als u op MENU→ drukt, verandert item Ⓐ op het uitleesvenster als volgt.
Als u op ENTER drukt terwijl Ⓐ knippert, verandert de afspeelstand.
De nieuwe afspeelstand wordt in het venster aangegeven door Ⓑ.
Het uitleesvenster op de recorder

wordt vervolgd

flowchart
graph TD
A["Op A/B"] --> B["Normal/(niets)"]
B --> C["Alle muziekstukken worden één maal afgespeeld."]
C --> D["AllRepeat/ ⊆"]
D --> E["Alle muziekstukken worden herhaald afgespeeld."]
E --> F["1 Repeat/ ⊆ 1"]
F --> G["Eén enkel muziekstuk wordt herhaald afgespeeld."]
G --> H["Shuf.Rep/ ⊆ SHUF"]
H --> I["Nadat het gekozen muziekstuk is afgespeeld, worden de overige muziekstukken in willekeurige volgorde herhaald afgespeeld."]
Extra bas (DIGITAL MEGA BASS)
De functie Mega Bass benadrukt de lagere frequenties om zo een rijkere kwaliteitsweergave van het geluid te verkrijgen. Dit is alleen van invloed op de geluidskwaliteit op de koptelefoon/oortelefoon.

1 Druk op ENTER, druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat "BASS" op het uitleesvenster knippert, en druk vervolgens nogmaals op ENTER.
2 Om een item te kiezen, drukt u op ←MENU→ en vervolgens op ENTER.
Telkens als u op MENU→ drukt, veranderen de indicaties Ⓐ en Ⓑ als volgt.
Het uitleesvenster op de recorder

- Als het geluid bij het baseffect vervormt, verminder dan het volume.
- De functie Mega Bass heeft geen invloed op het geluid dat wordt opgenomen of op het geluid van de radio.
De resterende afspeeltijd en de afspeelpositie controleren
Tijdens het afspelen kunt u de muziekstuknaam, de discnaam enz. controleren.

1 Als de recorder afspeelt, drukt u op ENTER en herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “DISPLAY” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat de gewenste informatie op het uitleesvenster knippert.
Telkens als u op MENU→ drukt, verandert het uitleesvenster als volgt.
Het uitleesvenster op de recorder


flowchart
graph TD
A["Op A"] --> B["LapTime"]
B --> C["De verstreken tijd van het huidige muziekstuk."]
C --> D["1 Remain"]
D --> E["De resterende tijd van het huidige muziekstuk."]
E --> F["AllRemain"]
F --> G["De resterende tijd na de huidige positie."]
3 Druk op ENTER.
Het uitleesvenster verandert als volgt.
De informatie die u stap 2 hebt geselecteerd, verschijnt in Ⓐ en Ⓑ.
A — muziekstuknummer, muziekstuknaam ^1) of discnaam ^2) .
B — de informatie die u in stap 2 hebt geselecteerd.
^1 Verschijnt alleen als “1 Remain” is geselecteerd en het muziekstuk is benoemd.
^2) Verschijnt alleen als “AllRemain” is geselecteerd toen de recorder was gestopt, en als de disc is benoemd.

Raadpleeg pagina 33 als u wilt zien hoeveel opnametijd er nog over is of wat de huidige positie is tijdens het opnemen of in de stopstand.
Uw gehoor beschermen (AVLS)
De automatische volumebegrenzer AVLS (Automatic Volume Limiter System) zorgt ervoor dat het volume beneden het maximum blijft, om zo uw gehoor te beschermen.

1 Druk op ENTER en dan herhaaldelijk op ←MENU→ totdat "AVLS" op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “AVLS ON” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER. Als u probeert het volume te hoog in te stellen, knippert “AVLS” op het uitleesvenster. Het volume wordt op een gematigd niveau gehouden.
AVLS annuleren
Het functie Mega Bass werkt niet als "AVLS" is ingesteld op "AVLS ON".
De bediening vergrendelen (HOLD)
Deze functie gebruikt u om te voorkomen dat de toetsen per ongeluk worden bediend als u de recorder vervoert.

1 Schuif HOLD in de richting van de →.
Op de recorder schuift u HOLD om de bediening van de recorder te vergrendelen. Schuif HOLD op de afstandsbediening om de bediening van de afstandsbediening te vergrendelen.
De bediening ontgrendelen
Schuif HOLD tegen de richting van de pijl in om de bediening te ontgrendelen.
Aansluiten op een stereo-installatie
Sluit de Ⓞ-aansluiting van de recorder aan op de LINE IN-aansluiting van een versterker of een cassettedeck met behulp van een lijnkabel (RK-G129 of RK-G136, niet meegeleverd). De uitgang is analoog. De recorder speelt de MD digitaal af, maar zendt analoge signalen naar extern aangesloten apparatuur.

flowchart
graph LR
A["RF Device"] --> B["RK-G136 (niet meegeleverd)"]
A --> C["RK-G129 (niet meegeleverd)"]
B --> D["Stereo-mini-stekker"]
C --> E["L (wit) 2 audiostekkers"]
D --> F["Draagbare DAT-recorder enz."]
E --> G["Stereo-installatie enz."]
Als de recorder via de afstandsbediening is aangesloten op een ander audioapparaat.
Als u een lijnkabel (niet meegeleverd) aansluit op de Ⓞ-aansluiting van de afstandsbediening, zorg dan dat u de “BEEP” instelt op “BEEP OFF”. Hierdoor komt er geen pieptoon in het opgenomen signaal of in de uitvoer van de extern aangesloten apparatuur.
1 Druk op ENTER en herhaaldelijk op ←MENU→ totdat "BEEP" op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “BEEP OFF” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.
De pieptoon aanzetten
- Zelfs wanneer de recorder is aangesloten op externe apparatuur, is de Mega Bass-functie actief. Als u geen Mega Bass-effect op uw opname wenst of in de uitvoer van het extern aangesloten apparaat, zet dan “BASS” op “BASS OFF” (pagina 36).
- Als u een opname maakt op een extern aangesloten apparaat, druk dan herhaaldelijk op VOL + om het volume op maximaal niveau in te stellen. Dit is namelijk optimaal bij het maken van opnamen op een extern aangesloten apparaat. Als er echter bij dit volumeniveau vervorming optreedt, druk dan enkele malen op VOL – om het volumeniveau terug te brengen (tot het niveau dat in onderstaande afbeelding is aangegeven).

Verschillende manieren om de radio te gebruiken
De voorkeuzezenders automatisch instellen
U kunt de zenders met een goede ontvangst automatisch voorinstellen. Als een zender eenmaal is ingesteld, kunt u er op elk gewenst moment op afstemmen door het voorkeuzenummer te selecteren. Er kunnen maximaal 40 voorkeuzezenders worden ingesteld, 30 voor FM en 10 voor AM.

1 Druk op RADIO ON/BAND om “FM” of “AM” te selecteren.
2 Druk op de keuzehendel (MODE) totdat “PRESET” op het uitleesvenster verschijnt.
3 Druk op de keuzehendel (MODE) en houd deze ingedrukt totdat "A" in het uitleesvenster knippert.

4 Druk op de keuzehendel (MODE).
De zenderfrequenties worden in oplopende volgorde in het geheugen opgeslagen, te beginnen met voorkeuzezender 1.
De voorkeuzezenders handmatig instellen
Als het niet lukt om met de automatische voorinstelfunctie de zender van uw keuze te vinden vanwege slechte ontvangst, volg dan onderstaande stappen om de zender handmatig toe te kennen aan een voorkeuzenummer.

1 Druk op RADIO ON/BAND om “FM” of “AM” te selecteren.
2 Druk op de keuzehendel (MODE) totdat "PRESET" van het uitleesvenster verdwijnt.
3 Haal de keuzehendel herhaaldelijk over naar F+ of naar F− om af te stemmen op de gewenste zender.
De zender is ingevoerd.
4 Druk op de keuzehendel (MODE) en houd deze ingedrukt totdat "M" en het voorkeuzenummer op het uitleesvenster knipperen.

5 Haal de keuzehendel herhaaldelijk over naar F+ of naar F− tot het gewenste voorkeuzenummer op het uitleesvenster knippert. Het voorkeuzenummer is ingevoerd.
6 Druk op de keuzehendel (MODE) en houd deze ingedrukt totdat "M" en het voorkeuzenummer niet meer op het uitleesvenster knipperen.
44-NL
Voorkeuzezenders beluisteren
U kunt eenvoudig op de zender afstemmen door het voorkeuzenummer te selecteren.

1 Druk op RADIO ON/BAND om “FM” of “AM” te selecteren.
2 Haal de keuzehendel herhaaldelijk over naar F+ (▶▶▶) of naar F- (◀◀) totdat het gewenste voorkeuzenummer op het uitleesvenster verschijnt.
Zenders ontvangen in het buitenland (geldt niet voor het Europese, Saoedi-Arabische en Chinese model)
U kunt het interval waarmee wordt afgestemd en het frequentiebereik aanpassen aan de regio waar u op dat moment bent.

1 Druk op RADIO ON/BAND.
2 Druk op RADIO OFF (■) en houd deze toets ingedrukt totdat de frequentie-indicatie op het uitleesvenster knippert.
3 Haal de keuzehendel herhaaldelijk over naar F+ totdat de gewenste regiocode op het uitleesvenster verschijnt.

Telkens als u de keuzehendel overhaalt, verandert de regiocode bij Ⓐ als volgt:
| A Regio FM (MHz) | 1) | AM (kHz)1) | |
| J Japan | 76.0 - 90.0 531 - 1710 | ||
| U V.S., Canada en Midden- en Zuid-Amerika | 87.5 - 108.0 530 - 1710 | ||
| E Andere landen | 87.5 - 108.0 531 - 1602 | ||
1) Frequentiebereik
4 Druk op RADIO OFF (■) en houd deze toets ingedrukt totdat de frequentie-indicatie op het uitleesvenster verschijnt.
5 Druk op RADIO OFF (■) om de radio één maal uit te zetten en druk vervolgens op RADIO ON/BAND om de radio weer aan te zetten.
De nieuwe instelling blijft nu in het geheugen opgeslagen, ook al zet u de radio uit.
Opmerkingen
- Als u de radio gebruikt, verschijnt de batterij-indicatie niet op het uitleesvenster.
- Als u het interval waarmee wordt afgestemd hebt gewijzigd, moet u de voorkeuzezenders opnieuw instellen.
Opgenomen muziekstukken bewerken
U kunt uw opnamen bewerken door muziekstukmarkeringen toe te voegen of te wissen. Verder kunt u de muziekstukken en de MD's benoemen. Voorbespeelde MD's kunnen niet worden bewerkt. Controleer de menu-items in het uitleesvenster van de recorder, aangezien deze alleen op die plaats worden weergegeven.
Opmerkingen over het bewerken
- Zorg dat u de recorder niet beweegt of aanstoot als “TOC Edit”* op het uitleesvenster knippert.
- U kunt geen muziekstukken bewerken op een MD die is beveiligd tegen opnemen. Sluit voordat u muziekstukken gaat bewerken het nokje aan de zijkant van de MD (pagina 61).
- Als u een bewerking uitvoert tijdens het afspelen, zorg er dan voor dat de netspanning niet wordt uitgeschakeld totdat “TOC Edit” van het uitleesvenster verdwijnt.
- Het deksel gaat niet open tot "TOC Edit" na het bewerken van het uitleesvenster verdwijnt.
* TOC = Table of Contents (Inhoudstabel)
Muziekstukken wissen
Een muziekstuk wissen
Denk eraan dat wanneer een opname eenmaal is gewist, deze niet meer is terug te halen. Let erop dat u het juiste muziekstuk wist.

1 U speelt het muziekstuk dat u wilt wissen af en u drukt vervolgens op ENTER.
wordt vervolgd
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert. Vervolgens drukt u op ENTER. “♪: Name” knippert op het uitleesvenster en de recorder speelt het gekozen muziekstuk herhaaldelijk af.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “♪: Erase” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER.
“Erase OK?” en “PushENTER” verschijnen afwisselend op het uitleesvenster.
Druk op ■ om het wissen te annuleren.
4 Druk nogmaals op ENTER.
Het muziekstuk wordt gewist en de recorder begint het volgende muziekstuk af te spelen. Alle muziekstukken die volgen op het gewiste muziekstuk worden automatisch hernummerd.
Een deel van een muziekstuk wissen
Voeg muziekstukmarkeringen toe aan het begin en het einde van het deel dat u wilt wissen. Vervolgens wist u het betreffende deel (pagina 50).
De hele disc wissen
Het is mogelijk om snel alle muziekstukken en gegevens die op de MD staan in één keer te wissen.
Denk eraan dat wanneer een opname eenmaal is gewist, deze niet meer is terug te halen. Zorg ervoor dat u de inhoud van de disc die u wilt wissen, van tevoren controleert.

1 Als de recorder is gestopt, drukt u op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER. “Na m e ” knippert op het uitleesvenster.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “←: Erase” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER.
“All Erase?” en “PushENTER” verschijnen afwisselend op het uitleesvenster. Druk op ■ om het wissen te annuleren.
4 Druk nogmaals op ENTER.
“TOC Edit” gaat knipperen op het uitleesvenster en alle muziekstukken worden gewist.
Als het wissen is voltooid, verschijnt “BLANKDISC” op het uitleesvenster (“- - - - - ” verschijnt op het uitleesvenster van de afstandsbediening).
Een muziekstukmarkering toevoegen
U kunt muziekstukmarkeringen toevoegen zodat het gedeelte na de nieuwe marking wordt aangemerkt als een nieuw muziekstuk. De muziekstuknummers worden als volgt opgehoogd.
Een muziekstukmarkering toevoegen

Muziekstuknummers worden opgehoogd
T MARK

1 Druk tijdens het afspelen of pauzeren van een MD op T MARK op het punt dat u wilt markeren.
“MARK ON” verschijnt op het uitleesvenster en er wordt een muziekstukmarkering toegevoegd. Het muziekstuknummer wordt met één opgehoogd.
Muziekstukmarkeringen toevoegen tijdens het opnemen
Druk op T MARK op het punt waarop u een muziekstukmarkering wilt toevoegen.
Opmerking
Het is niet mogelijk om tijdens een synchroonopname muziekstuknummers toe te voegen.
Een muziekstukmarkering wissen
Als u opneemt met analoge (lijn)invoer, kunnen onnodige muziekstukmarkeringen worden toegevoegd op punten waar het opnameniveau laag is. U kunt een muziekstukmarkering wissen om zo de muziekstukken die zich voor en na de markering bevinden, samen te voegen. De muziekstuknummers veranderen dan als volgt.
Een muziekstukmarkering wissen

Muziekstuknummers worden verlaagd

1 Speel het muziekstuk af waarin zich de muziekstukmarkering bevindt die u wilt wissen. Druk vervolgens op Ⅱ om te pauzeren.
2 Zoek de muziekstukmarkering op door zachtjes op te drukken.
Als u bijvoorbeeld de derde muziekstukmarkering wilt wissen, zoekt u het begin op van het derde muziekstuk. "00:00" verschijnt op het uitleesvenster.
“MARK” verschijnt gedurende 2 seconden op het uitleesvenster.
3 Druk op T MARK om de markering te wissen.
“MARK OFF” verschijnt op het uitleesvenster. De muziekstukmarkering wordt gewist en de twee muziekstukken worden samengevoegd.

Als u een muziekstukmarkering wist, wordt ook de naam die aan het muziekstuk was toegekend, gewist.
Opgenomen muziekstukken verplaatsen
U kunt de volgorde van de opgenomen muziekstukken wijzigen.
Voorbeeld
Verplaats muziekstuk C van de derde naar de tweede positie.
Voor het verplaatsen

flowchart
graph TD
A["A C DB"] --> B["↓"]
B --> C["A B DC"]
Na het verplaatsen

1 Speel het muziekstuk dat u wilt verplaatsen af en druk vervolgens op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER. “♪: Name” knippert op het uitleesvenster en de recorder speelt het gekozen muziekstuk herhaaldelijk af.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “♪: Move” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.
In het bovenstaand voorbeeld verschijnt “MV 003 → 003” op het uitleesvenster.
4 Druk op ←MENU→ om het nieuwe muziekstuknummer te kiezen.
In het bovenstaand voorbeeld verschijnt “MV 003 → 002” op het uitleesvenster.
Druk op ■ om het verplaatsen te annuleren.
5 Druk nogmaals op ENTER.
Het muziekstuk wordt verplaatst naar de gekozen positie.
52-NL
Muziekstukken benoemen
Tijdens het afspelen kunt u muziekstukken benoemen en tijdens het stoppen kunt u een disc benoemen. Tijdens het opnemen kunt u zowel muziekstukken als discs benoemen. Elke naam kan maximaal 200 tekens bevatten.
Op elke disc kunnen maximaal 1700 alfanumerieke tekens worden opgeslagen tijdens het afspelen of het stoppen.
Beschikbare tekens
- De hoofd- en kleine letters van het Nederlandse alfabet
- De cijfers 0 t/m 9
• ! " # \$ % & ( ) * . ; < = > ? @ _ ` + - ', / : _ (spatie)

Een disc benoemen tijdens het stoppen
1 Druk op ENTER en herhaaldelijk op ←MENU→ totdat "EDIT" op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
“: Name” knippert op het uitleesvenster.
2 Druk op ENTER.
De disc is gereed om te worden benoemd.
3 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ om een letter te kiezen en druk dan op ENTER.
De gekozen letter houdt op met knipperen en de cursor verplaatst naar de volgende invoerpositie.
| Druk op Voor | |
| ■Wisselen tussen hoofdletters, kleine letters en markeringen/nummers. | |
| VOL +/- De cursor naar links of rechts verplaatsen. | |
| ←MENU→ (◄◄ / ►►) | De letter één naar links of rechts verschuiven. |
| END SEARCH/VOL + | Druk op beide toetsen tegelijk om een lege positie in te voeren waarop een nieuwe letter kan worden ingetypt. |
| END SEARCH/VOL - | Druk op beide toetsen tegelijk om een letter te wissen en alle daaropvolgende letters terug naar links te laten schuiven. |
| ■Benoemen annuleren. | |
4 Herhaal stap 3 en voer alle tekens van de naam in. Druk op ■ om het benoemen te annuleren.
5 Druk ten minste 2 seconden op ENTER. Het muziekstuk of de disc is nu benoemd.
Een muziekstuk benoemen tijdens het afspelen
1 Plaats een MD en speel het muziekstuk af dat u wilt benoemen.
2 Druk op ENTER en herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens nogmaals op ENTER.
“♪: Name” knippert op het uitleesvenster.
3 Druk op ENTER. Het muziekstuk is gereed om te worden benoemd.
4 Volg de stappen 3 t/m 5 van “Een disc benoemen tijdens het stoppen”.
54-NL
Een muziekstuk of disc benoemen tijdens het opnemen
1 Druk tijdens het opnemen op ENTER.
2 Druk herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “EDIT” op het uitleesvenster knippert en druk vervolgens op ENTER.
“:Name” knippert op het uitleesvenster.
3 Als u een muziekstuk wilt benoemen, drukt u nogmaals op ENTER.
Om een disc te benoemen, drukt u herhaaldelijk op ←MENU→ totdat “←: Name” op het uitleesvenster knippert. Druk vervolgens op ENTER.
Het muziekstuk of de disc is gereed om te worden benoemd.
4 Volg de stappen 3 t/m 5 van “Een disc benoemen tijdens het stoppen”.
Druk op ■ om het benoemen te annuleren.
Opmerkingen
- Als de opname tijdens het benoemen van een muziekstuk of een disc stopt, of wanneer tijdens het benoemen van een muziekstuk het volgende muziekstuk wordt opgenomen, wordt de informatie automatisch op dat punt ingevoerd.
- “LP:” wordt automatisch aan het begin van een muziekstuknaam toegevoegd als het muziekstuk is opgenomen in de stand LP2 of LP4.
Muziekstukken opnieuw benoemen
Volg de stappen die overeenkomen met de methode voor het benoemen totdat de disc of het muziekstuk gereed is om te worden benoemd. Voer een nieuw teken in over het teken dat u wilt wijzigen. Druk vervolgens ten minste 2 seconden op ENTER.
Opmerkingen
- Het is niet mogelijk om voorbespeelde MD's opnieuw te benoemen of om MD's te benoemen waarop niets is opgenomen.
- De recorder is in staat om Japanse “Katakana”-tekens weer te geven, maar u kunt deze niet gebruiken bij het benoemen.
- De recorder kan een disc of muziekstuk niet opnieuw benoemen, als deze reeds op een ander apparaat is benoemd met een naam van meer dan 200 tekens.
Voedingsbronnen
U kunt de recorder via netspanning van stroom voorzien, of op de hieronder beschreven manier.
In de recorder ...
— een oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA (meegeleverd)
— een droge LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd)
Wanneer u lange tijd achter elkaar opneemt, verdient het de voorkeur gebruik te maken van netspanning.
Levensduur van de batterij
Tijdens het opnemen ^1)2)
(Eenheid: geschatte uren) (JEITA ^3 )
| Batterijen Stereo LP2 LP4 | |||
| Oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij (NC-WMAA) ^4) | 4 | 6 | 7 |
| LR6 (SG) drogealkalinebatterij van Sony ^5) | 9 ^6) | 13 ^6) | 16 ^6) |
^1) De levensduur van de batterij kan korter zijn ten gevolge van de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt, de omgevingstemperatuur, en het soort batterij.
2) Maak bij het opnemen gebruik van een volledig geladen oplaadbare batterij.
3) Meetwaarde conform JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
^4) Met een 100% volledig geladen oplaadbare batterij.
5) Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG) “STAMINA” (gemaakt in Japan).
^6) De opnametijd hangt af van de alkalinebatterij die u gebruikt.
Tijdens het afspelen ^1)
(Eenheid: geschatte uren) (JEITA ^2 )
| Batterijen Stereo LP2 LP4 | |||
| Oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij (NC-WMAA) ^3) | 11,5 14 16 | ||
| LR6 (SG) droge alkalinebatterij van Sony ^4) | 36 42 48 |
1) De levensduur van de batterij kan korter zijn ten gevolge van de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt, de omgevingstemperatuur, en het soort batterij.
2) Meetwaarde conform JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
3) Met een 100% volledig geladen oplaadbare batterij.
4) Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG) “STAMINA” (gemaakt in Japan).
Als u de radio gebruikt ^1)
(JEITA2)
| Batterijen Geschatte uren | |
| Oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij (NC-WMAA) ^3) | 9,5 |
| LR6 (SG) droge alkalinebatterij van Sony ^4) | 28,5 |
1) De levensduur van de batterij kan korter zijn ten gevolge van de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt, de omgevingstemperatuur, en het soort batterij.
2) Meetwaarde conform JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
^3) Met een 100% volledig geladen oplaadbare batterij.
^4) Met een droge alkalinebatterij, Sony LR6 (SG) “STAMINA” (gemaakt in Japan).
De batterij vervangen
Als de droge of de oplaadbare batterij zwak is, knippert ☐ of “LOW BATT” enz. op het uitleesvenster (op het uitleesvenster van de afstandsbediening verschijnt “Lo batt” enz.). Vervang de droge batterij of laad de oplaadbare batterij op.
Denk eraan dat de indicatie van de batterijlading niet exact is en varieert al naar gelang de toestand van de recorder.
Opmerking
Stop de recorder voordat u de batterij vervangt.
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
Steek geen vreemde voorwerpen in de DC IN 3V-aansluiting.
Voedingsbronnen
- Gebruik netspanning, een oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij, een LR6-batterij (AA-formaat) of een autoaccu.
- Bij gebruik binnenshuis: Gebruik de netspanningsadapter die met deze recorder is meegeleverd. Gebruik geen andere netspanningsadapter, omdat de recorder dan defect kan raken.
Polariteit van de stekker

- Zolang de recorder is aangesloten op het stopcontact, is de recorder niet losgekoppeld van de netstroom, zelfs niet als de recorder is uitgeschakeld.
- Als u deze recorder een lange periode niet gebruikt, zorg dan dat de stroomvoorziening is afgesloten (de netspanningsadapter, de droge batterij, de oplaadbare batterij of de accukabel). Als u de netspanningsadapter uit het stopcontact haalt, trek dan aan de adapterstekker zelf; trek nooit aan het snoer.
Warmtevorming
Wanneer de recorder lange tijd achter elkaar wordt gebruikt, kan zich warmte ophopen in het apparaat. Zet de recorder in dat geval uit tot deze is afgekoeld.
Opstelling
- Gebruik de recorder niet onder omstandigheden met extreem veel licht, warmte, vocht of trillingen.
- Wikkel de recorder niet ergens in als deze wordt gebruikt met een netspanningsadapter. Er hoopt zich dan warmte op waardoor er storingen of schade kunnen ontstaan.
Koptelefoon/oortelefoon
Verkeersveiligheid
Maak geen gebruik van de koptelefoon/oortelefoon tijdens het autorijden, fietsen of het bedienen van een gemotoriseerd voertuig. Hierdoor kunnen verkeersongevallen ontstaan. Bovendien is het in veel landen verboden om in het verkeer een koptelefoon te dragen. Verder kan het gevaarlijk zijn om tijdens het lopen uw recorder met een hoog geluidsvolume af te spelen, met name bij voetgangersoversteekplaatsen. U dient in deze gevallen uiterste voorzichtigheid te betrachten of de recorder te stoppen bij situaties die gevaar op kunnen leveren.
Gehoorbeschadiging voorkomen
Gebruik de koptelefoon/oortelefoon niet met het hoogste geluidsvolume. Gehoorexperts raden het af om vaak gedurende lange tijd naar harde muziek te luisteren. Als u merkt dat uw oren gaan suizen, stel dan het geluidsvolume lager in of stop met luisteren.
Rekening houden met anderen
Houd het geluid op een gematigd volumeniveau. U bent dan in staat om geluiden van buiten op te vangen en u houdt u rekening met andere mensen.
De MiniDisc-behuizing
- Wanneer u een MiniDisc vervoert of opbergt, doe hem dan in het daarvoor bestemde etui.
- Verbreek de sluiter van de behuizing niet.
- Leg de MiniDisc niet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan licht, extreme hitte, vocht of stof.
- Bevestig het meegeleverde MD-etiket uitsluitend op de daarvoor bestemde plaats op de MD. Plak het niet op enig ander deel van de disc.
Reinigen
- Reinig de behuizing van de recorder met een zachte doek die licht is bevochtigd met water of een oplossing met een mild schoonmaakmiddel. Gebruik geen enkel type schuurspons, schuurpoeder of oplossingen met alcohol of benzeen, aangezien hierdoor de afwerking van de behuizing kan worden aangetast.
- Verwijder vuil van de MiniDisc-behuizing met een droge doek.
- Stof op de lens kan het goed functioneren van het apparaat belemmeren. Vuile stekkers kunnen vervormingen of overslaan van het geluid veroorzaken.
- Veeg de stekkers van de koptelefoon/oortelefoon of de afstandsbediening af met een droge doek voor een optimale geluidskwaliteit. Vuile stekkers kunnen vervormingen of overslaan van het geluid veroorzaken.
Opmerkingen over de batterijen
Bij onjuist gebruik van de batterijen kan er lekkage van batterijvloeistof ontstaan of kunnen de batterijen barsten. Om dit te voorkomen, dient u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te nemen:
- Plaats de + en de - van de batterij op de juiste plaats.
- Probeer geen droge batterijen op te laden.
- Verwijder de batterijen als de recorder gedurende langere tijd niet wordt gebruikt.
- Als er een batterij lek is, veegt u de batterijvloeistof voorzichtig en grondig uit de batterijbehuizing, voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Het deksel van de batterijbehuizing
Het deksel van de batterijbehuizing is zodanig ontworpen dat deze van het apparaat loslaat als deze grote druk moet weerstaan. Om het deksel weer te bevestigen, gaat u als volgt te werk:

1 Positioneer het deksel zo, dat de uitstekende delen op het deksel recht tegenover de gleufjes op het apparaat komen.
2 Steek de uitstekende delen een voor een in de gleufjes, zoals is aangegeven in de afbeelding.
Opmerking over mechanische bijgeluiden
Als de recorder in werking is, worden er mechanische bijgeluiden geproduceerd. Deze worden veroorzaakt door het energiebesparingssysteem van de recorder en vormen geen probleem.
Een opgenomen MD beveiligen
Open het nokje aan de zijkant van de MD om een MD tegen opnemen te beveiligen. In deze stand kan de MD niet worden opgenomen of bewerkt. Als u weer wilt opnemen, zet u het nokje terug zodat deze weer zichtbaar is.
Achterzijde van de MD

Opnamen zijn niet beveiligd.

Opnamen zijn beveiligd.
Opmerking over digitaal opnemen
Deze recorder maakt gebruik van het Serial Copy Management System, waardoor er alleen digitale opnamen gemaakt kunnen worden van voorbespeelde MD's. Wanneer u een zelfopgenomen MD kopieert, kan dat alleen via de analoge aansluitingen.
Voorbespeelde software zoals CD's of MD's.



Digitaal opnemen



Zelfopgenomen MD
Geen digitale opnamen
Onbe- speelde MD
Als u vragen of problemen hebt met betrekking tot uw recorder, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Sony-dealer. (Als het probleem zich heeft voorgedaan terwijl de disc zich in recorder bevond, raden we u aan om de disc in het apparaat te laten zitten wanneer u uw Sony- dealer raadpleegt, zodat de oorzaak van het probleem beter kan worden achterhaald.)
Microfoon, platenspeler, tuner enz. (met analoge uitgangen).

flowchart
graph TD
A["Analog opnemen"] --> B["Zelfopgenomen MD"]
B --> C["Digital opnemen"]
C --> D["Onbe-speelde MD"]
C --> E["Geen digitale opnamen"]
C --> F["Onbe-speelde MD"]
Verhelpen van storingen
Als een probleem zich blijft voordoen nadat u de onderstaande punten hebt gecontroleerd, raadpleeg dan de dichtstbijzijnde Sony-dealer.
MD-recorder
De recorder doet het niet of matig.
- De audiobronnen zijn wellicht niet goed aangesloten.
— Koppel de audiobronnen los en sluit ze opnieuw aan (pagina's 13, 25).
- De functie HOLD is ingeschakeld (als u op een recordertoets drukt, verschijnt “HOLD” op het uitleesvenster).
— Schakel uit door de HOLD-schakelaar tegen de richting van de pijl in te schuiven (pagina 11).
- Er is vochtcondensatie in de recorder opgetreden.
— Haal de MD eruit en laat de recorder enkele uren op een warme plaats liggen totdat het vocht is verdampt.
- De oplaadbare batterij of droge batterij is bijna leeg (☐ of “LOW BATT” knippert).
— Laad de oplaadbare batterij op of vervang de droge batterij (pagina 56).
- De oplaadbare of droge batterij is onjuist geplaatst.
— Plaats de batterij op de juiste wijze (pagina 10).
- U hebt op een toets gedrukt terwijl de discindicatie snel ronddraaide.
— Wacht totdat de indicatie langzaam draait.
- De analoge opname is gemaakt via een aansluitsnoer met een signaalverzwakker.
— Gebruik een aansluitsnoer zonder signaalverzwakker (pagina 25).
- De recorder heeft tijdens het opnemen een mechanische schok ondergaan of last gehad van te veel statische ruis, abnormale spanning ten gevolge van bliksem, enz.
— Begin als volgt opnieuw met opnemen.
1 Sluit alle voedingsbronnen af.
2 Laat de recorder ongeveer 30 seconden met rust.
3 Sluit de stroomvoorziening aan.
- De disc is beschadigd of bevat niet de juiste opname- of bewerkingsgegevens.
— Plaats de disc opnieuw. Als dit niet lukt, neem dan opnieuw op.
"NO SIGNAL" verschijnt op het uitleesvenster als u opneemt vanaf een draagbare CD-speler.
- Er komt geen digitaal signaal van de draagbare CD-speler.
— Als u digitale opnamen maakt vanaf een draagbare CD-speler, gebruik dan een netspanningsadapter en schakel de stabiliseerfunctie van de CD-speler (zoals ESP) uit (pagina 16).
Na het opnemen bevindt er zich geen opname op de MD.
- De netspanningsadapter was losgekoppeld of er heeft zich tijdens het opnemen een stroomstoring voorgedaan.
Het deksel gaat niet open.
- De voedingsbronnen zijn tijdens het opnemen of bewerken ontkoppeld, of de batterijen zijn leeggeraakt.
— Sluit de voedingsbronnen weer aan of vervang de leeggeraakte batterij.
Er komt geen geluid uit de koptelefoon/oortelefoon.
- De stekker van de koptelefoon/oortelefoon is niet goed aangedrukt.
— Sluit de stekker van de koptelefoon/oortelefoon goed aan op de afstandsbediening. Sluit de stekker van de afstandsbediening goed aan op Ⓡ.
- Het volume is te laag.
— Regel het volume door op VOL +/- te drukken.
Het volume kan niet worden opgevoerd.
Een MD wordt niet afgespeeld vanaf het eerste muziekstuk.
- Het afspelen van de disc is gestopt voordat het laatste muziekstuk is bereikt.
— Druk herhaaldelijk op ◀◀◀ om terug te keren naar het begin van de disc en begin dan opnieuw met afspelen nadat u het muziekstuknummer hebt gecontroleerd op het uitleesvenster.
Het geluid slaat over bij het afspelen.
- De recorder is ergens geplaatst waar hij voortdurend blootstaat aan trillingen.
— Zet de recorder op een stabiele plaats.
- Een zeer kort muziekstuk kan er voor zorgen dat het geluid overslaat.
Het geluid bevat veel statische ruis.
- Sterke magnetische velden van een televisietoestel e.d. verstoren de werking van de recorder.
— Houd de recorder verwijderd van een bron met sterke magnetische velden.
Kan geen muziekstukmarkeringen vinden.
• U hebt || ingedrukt na ◀◀◀ of ▶▶▶.
— Druk eerst op || en daarna op ◀◀◀ of op ▶▶▶ (pagina 51).
De oplaadbare batterij begint niet met opladen.
- De oplaadbare batterij is onjuist geplaatst of de netspanningsadapter is onjuist aangesloten.
— Plaats de batterij op de juiste wijze of sluit de netspanningsadapter goed aan.
Er is een kortstondig bijgeluid te horen.
- Door de speciale digitale audiocompressietechnologie die bij LP4-opnamen wordt toegepast, kan het in zeer zeldzame gevallen voorkomen dat er bij bepaalde geluidsbronnen een kortstondig bijgeluid wordt geproduceerd.
— Neem op in de normale stereo- of in de LP2-opnamestand.
Radio
“----” verschijnt op het uitleesvenster van de afstandsbediening en de radio doet het niet.
- De meegeleverde afstandsbediening is aangesloten op een ander apparaat dan deze recorder. De meegeleverde afstandsbediening kan alleen met deze recorder worden gebruikt.
- Nadat u hebt gecontroleerd dat “----” of “no dISC” van het uitleesvenster zijn verdwenen, drukt u nogmaals op RADIO ON/ BAND op de afstandsbediening.
□ knippert op het uitleesvenster van de afstandsbediening en de radio doet het niet.
- De oplaadbare batterij of de droge alkalinebatterij is leeg.
— Laad de oplaadbare batterij op vervang de batterij door een nieuwe droge LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (pagina 10).
De radio gaat niet uit hoewel u op RADIO OFF (■) drukt en deze toets ingedrukt houdt.
• U blijft RADIO OFF (■) ingedrukt houden (pagina 46).
— Laat RADIO OFF (■) los. Als u de radio gebruikt, treedt de functie RADIO OFF (■) pas in werking zodra u deze toets loslaat.
Systeembeperkingen
Het opnamesysteem van uw MiniDisc-recorder verschilt aanzienlijk van die van cassette- en DAT-decks. Een en ander wordt gekenmerkt door de hieronder beschreven beperkingen. Deze beperkingen zijn overigens inherent aan het MD-opnamesysteem en hebben geen mechanische oorzaak.
| Probleem Oorzaak | |
| “TR FULL”verschijnt zelfs voordat de disc de maximale opnametijd (60, 74 of 80 minuten) heeft bereikt. | Als er 254 muziekstukken op de disc zijn opgenomen, verschijnt “TR FULL”, ongeacht de verstreken opnametijd. Er kunnen niet meer dan 254 muziekstukken op de disc worden opgenomen. Als u door wilt gaan met opnemen, moet u overbodige muziekstukken wissen. |
| “TR FULL”verschijnt nog voordat de disc het maximale aantal muziekstukken of de maximale opnametijd heeft bereikt. | Herhaaldelijk opnemen en wissen kan fragmentatie en verspreiding van gegevens tot gevolg hebben. Hoewel deze verspreide gegevens kunnen worden gelezen, wordt ieder fragment aangemerkt als een muziekstuk. Op deze manier kan het aantal van 254 muziekstukken worden bereikt, waardoor verder opnemen niet mogelijk is. Als u door wilt gaan met opnemen, moet u overbodige muziekstukken wissen. |
| Muziekstukmarkeringen kunnen niet worden gewist. Hoewel er vele korte muziekstukken zijn gewist, neemt de resterende opnametijd niet toe. | Wanneer de gegevens van een muziekstuk zijn gefragmenteerd, is het niet mogelijk om een muziekstukmarkering te verwijderen van een fragment dat korter duurt dan 12 seconden (stereo-opname), 24 seconden (mono- of LP2-opname) of 48 seconden (LP4-opname). Het is niet mogelijk om muziekstukken die in verschillende opnamestanden zijn opgenomen, te combineren, bijvoorbeeld een muziekstuk dat in stereo is opgenomen en een muziekstuk dat in mono is opgenomen. Het is ook niet mogelijk om een muziekstuk dat is opgenomen met een digitale verbinding, samen te voegen met een muziekstuk dat met een analoge verbinding is opgenomen. Muziekstukken die korter duren dan 12, 24 of 48 seconden, worden niet meegeteld, zodat het wissen ervan niet resulteert in een toename van de resterende opnametijd. |
| De totale opnametijd en resterende opnametijd tezamen blijven onder de maximale opnametijd van de disc (van 60, 74 of 80 minuten). | Normaal gesproken wordt er opgenomen in minimale eenheden van ongeveer 2 seconden (stereo-opname), 4 seconden (mono- of LP2-opname) of 8 seconden (LP4-opname). Wanneer de opname stopt, verbruikt de laatst opgenomen eenheid altijd deze complete eenheid van 2, 4 of 8 seconden, ook al duurt de daadwerkelijke opname minder lang. Ook wanneer de opname na een stop wordt hervat, voegt de recorder automatisch een lege ruimte van 2, 4 of 8 seconden in voordat de nieuwe opname begint. (Dit wordt gedaan om te voorkomen dat een voorgaand muziekstuk per ongeluk wordt gewist wanneer er een nieuwe opname wordt gestart.) Telkens wanneer een opname wordt gestopt, neemt de werkelijke opnametijd af met maximaal 6, 12 of 24 seconden ten opzichte van de potentiële opnametijd. |
| Tijdens het zoeken kan er bij de bewerkte muziekstukken geluidsuitval optreden. | Door de fragmentatie van gegevens kan er tijdens het zoeken geluidsuitval optreden, omdat de muziekstukken dan op een hogere snelheid worden afgespeeld dan normaal. |
Meldingen
Als de volgende foutmeldingen op het uitleesvenster knipperen, raadpleeg dan onderstaand overzicht.
Tussen haakjes staan de meldingen die verschijnen op het uitleesvenster van de afstandsbediening.
BLANKDISC (----)
- Er is een lege MD geplaatst.
DISC ERR (----)
- De disc is beschadigd of bevat niet de juiste opname- of bewerkingsgegevens.
— Plaats de disc opnieuw. Als dit niet lukt, neem dan opnieuw op.
DISC FULL (----)
- De disc heeft geen ruimte meer voor opnamen. (pagina 66).
— Vervang de disc.
Data Save (--)
- De MD-speler is bezig om informatie (geluiden) vanuit het geheugen op de disc op te nemen.
— Wacht totdat dit proces is voltooid. Zorg ervoor dat de speler niet bloot staat aan fysieke schokken en dat de stroomvoorziening niet wordt onderbroken.
TOC Edit (--)
- De MD-speler is bezig om informatie (begin- en eindpunten van muziekstukken) vanuit het geheugen op de disc op te nemen.
— Wacht totdat dit proces is voltooid. Zorg ervoor dat de speler niet bloot staat aan fysieke schokken en dat de stroomvoorziening niet wordt onderbroken.
BUSY (----)
- U hebt geprobeerd de recorder te bedienen terwijl deze bezig was de opgenomen gegevens te lezen.
— Wacht tot de melding weer verdwijnt (in zeldzame gevallen kan dit 2 à 3 minuten vergen).
NAME FULL (----)
- U hebt geprobeerd een benaming van meer dan 200 tekens in te voeren voor één muziekstuk of disc.
- U hebt geprobeerd in totaal meer dan 1700 tekens in te voeren voor de namen van de muziekstukken en de naam van de disc.
— Houd het aantal tekens dat u invoert binnen de limiet.
- Het voltage van de stroomvoorziening is te hoog (er is geen gebruik gemaakt van de meegeleverde netspanningsadapter).
— Gebruik de meegeleverde netspanningsadapter.
HOLD (Hold)
— Ontgrendel de recorder door HOLD tegen de richting van de pijl te schuiven (pagina 11).
LOW BATT (Lo batt)
- De batterij is bijna leeg.
— Laad de oplaadbare batterij op of vervang de droge batterij (pagina 10).
MEM OVER (----)
- U hebt geprobeerd op te nemen terwijl de recorder zich op een plaats bevond waar deze continu aan trillingen stond blootgesteld.
— Zet de recorder op een stabiele plaats en begin opnieuw met opnemen.
NO COPY (----)
- U hebt geprobeerd op te nemen van een disc die is beveiligd door het Serial Copy Management System. Het is niet mogelijk te kopieren van een digitaal aangesloten bron die zelf is opgenomen via een digitale aansluiting.
— Gebruik een analoge aansluiting in plaats van een digitale (pagina 25).
NO DISC (no dISC)
- U hebt geprobeerd af te spelen of op te nemen zonder dat er een disc in de recorder zat.
— Plaats een MD.
NO SIGNAL (----)
- De recorder heeft geen digitale invoersignalen kunnen waarnemen.
— Zorg dat de bron goed is aangesloten (pagina 13).
P/B ONLY (----)
- U hebt geprobeerd op een voorbespeelde MD (P/B staat voor "playback", afspelen) op te nemen of te bewerken.
— Plaats een onbespeelde MD.
PROTECTED (----)
- U hebt geprobeerd op te nemen op een MD die tegen opnemen is beveiligd of u hebt geprobeerd deze MD te bewerken.
— Schuif het nokje terug (pagina 61).
SORRY (----)
- U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering aan het begin van het eerste muziekstuk te wissen.
- U hebt geprobeerd een muziekstukmarkering te wissen waardoor onverenigbare muziekstukken zouden worden samengevoegd (bijvoorbeeld muziekstukken die zijn opgenomen in verschillende opnamestanden, of die zijn opgenomen via een digitale en een analoge verbinding).
- U hebt geprobeerd om tijdens een synchroonopname op II, T MARK of REC MODE te drukken.
TEMP OVER (----)
- Er heeft zich te veel warmte in de recorder opgehoopt.
— Laat de recorder afkoelen.
TR FULL (----)
- Er is geen ruimte meer voor nieuwe gegevens als u de MD bewerkt. — Verwijder overbodige muziekstukken (pagina 47).
TrPROTECT (----)
- U hebt geprobeerd een muziekstuk op te nemen of te bewerken dat tegen wissen is beveiligd.
— Neem op over een ander gedeelte of voer de bewerking uit op een ander muziekstuk.
Technische gegevens
MD-recorder
Audio-afspeelsysteem
Digitaal audio-systeem MiniDisc
Laserdiode-eigenschappen
Materiaal: GaAlAs MQW
Golflengte: = 790nm
Emissieduur: continu
Laservermogen: minder dan 44,6 μW
(Deze waarde is gemeten op een afstand van 200 mm van het lensoppervlak op het optische pickup-blok met een opening van 7 m m . )
Opname- en afspeelduur
Bij een MDW-80:
Maximaal 160 min. (in mono)
Maximaal 320 min. (in stereo)
Omwentelingen
350 tot 2.800 omw./min. (constante lineaire snelheid)
Foutcorrectie
Aftastsnelheid converter
Invoer: 32 kHz/44,1 kHz/48 kHz
Codering
Onder de meetbare limiet
Ingangen
Microfoon: stereoministekker, minimaal ingangsniveau 0,35 mV
Lijningang: stereoministekker, minimaal ingangsniveau 49 mV
Optische (digitale) ingang: optische (digitale) ministekker
Uitgangen
: stereoministekker, maximaal uitgangsniveau 5 mW + 5 mW, belastingsimpedantie 16 ohm
Radio
Frequentiebereik
AM:
530 - 1.710 kHz (Modellen voor V.S., Canada, en Midden- en Zuid-Amerika)
531 - 1.602 kHz (Overige modellen)
FM:
87.5 - 108.0 MHz
Algemeen Voeding
Sony-netspanningsadapter (meegeleverd) aangesloten op de aansluiting DC IN 3V:
120 V wisselstroom, 60 Hz (Model voor de V.S., Canada en Taiwan)
230 V wisselstroom, 50/60 Hz (Model voor het Europese vasteland)
240 V wisselstroom, 50 Hz (Model voor Australië)
220 V wisselstroom, 50 Hz (Model voor China)
230 - 240 V wisselstroom, 50 Hz (Model voor het V.K. en Hong Kong)
220 V wisselstroom, 50 Hz (Model voor Argentinië)
110/220 V wisselstroom, 60 Hz (Model voor Korea)
100 - 240 V wisselstroom, 50/60
Hz (Overige modellen)
Nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA (meegeleverd)
LR6-alkalinebatterij (AA-formaat) (niet meegeleverd)
Levensduur batterij
Zie “Levensduur van de batterij” (pagina 56)
Afmetingen
Ongeveer 81 · 28,1 · 74,4 mm (b/h/d) zonder uitstekende delen.
Gewicht
Ongeveer 118 g, alleen de recorder
Meegeleverde accessoires
Netspanningsadapter (1)
Koptelefoon/oortelefoon met een afstandsbediening (1)
Optische kabel (1)
Oplaadbare nikkel-cadmiumbatterij NC-WMAA (1)
Batterijetui vnor oplaadbare batterijen (1)
Draagetui met riemclip (behalve het model voor de V.S.) (1)
Amerikaanse en andere octrooien in licentie van Dolby Laboratories.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving.
Verkrijgbare accessoires
Optische kabel
POC-15B, POC-15AB, POC-DA12SP
Lijnkabel RK-G129, RK-G136
Stereomicrofoon ECM-717, ECM-MS907, ECM-MS957
Stereokoptelefoon* MDR-EX70LP, MDR-G72LP, MDR-A34LP
Actieve luidsprekers SRS-Z500
Onbespeelde MD's MDW-serie
Het is mogelijk dat uw dealer enkele van de genoemde accessoires niet kan leveren. Raadpleeg uw dealer voor uitgebreide informatie over de accessoires die in uw land verkrijgbaar zijn.
* U kunt de koptelefoon/oortelefoon zowel direct op de Ω van de recorder aansluiten als op de afstandsbediening. Gebruik in beide gevallen uitsluitend stereoministekkers. U kunt geen koptelefoon/oortelefoon met microstekkers gebruiken.
stereoministekkers

De werking van een MiniDisc
De MiniDisc (MD) is er in twee typen: voorbespeeld en onbespeeld (leeg). Een voorbespeelde MD, opgenomen in een muziekstudio, kan vrijwel oneindig vaak worden afgespeeld. Het is echter niet mogelijk een voorbespeelde MD voor eigen opnamen te gebruiken, zoals bij muziekcassettes het geval is. Voor eigen opnamen moet u een “onbespeelde” MD gebruiken.
Voorbespeelde MD's

Voorbespeelde MD's worden opgenomen en afgespeeld als gewone CD's. Een laserstraal richt zich op de putjes in het oppervlak van de MD en stuurt de gereflecteerde gegevens naar de lens in de recorder. De recorder interpreteert de signalen en speelt deze af als muziek.
Onbespeelde MD's

Onbespeelde MD's maken gebruik van magnetisch-optische technologie (MO) en kunnen steeds weer opnieuw worden opgenomen. De laser in de recorder verhit de MD, waardoor de magnetische laag op de MD wordt gedemagnetiseerd. Vervolgens legt de recorder een magnetisch veld over de laag. Dit magnetisch veld komt exact overeen met de audiosignalen die door de aangesloten bron worden gegenereerd. (De polariteit van de noord- en zuidpool komen overeen met de digitale “1” en “0”.) De gedemagnetiseerde MD neemt de polariteit van het magnetische veld over, met als resultaat een opgenomen MD.
Waarom een MiniDisc zo klein kan zijn
De 2,5-inch-MiniDisc zit in een plastic behuizing die lijkt op een 3,5-inch-diskette (zie de afbeelding hierboven) en maakt gebruik van een nieuwe digitale audiocompressietechnologie: ATRAC (Adaptive TRansform
Acoustic Coding). Om meer geluid op minder ruimte op te kunnen slaan, onttrekt en codeert ATRAC alleen die frequentiecomponenten die feitelijk hoorbaar zijn voor het menselijk oor.
Snelle toegang tot gegevens
Net als bij CD's, bieden MD's direct toegang tot het begin van een muziekstuk. Voorbespeelde MD's worden opgenomen met een adressering voor ieder muziekgedeelte. Onbespeelde MD's worden gemaakt met een "User TOC Area" (TOC-gebied) die de volgorde van de muziekgedeelten bevat. Het TOC-systeem (Table of Contents - Inhoudstabel) lijkt op het "directory-
managementsysteem" van gewone diskettes. Dat wil zeggen dat het begin- en eindadres van alle opgenomen muziekstukken die zich op de disc bevinden, in dit gebied worden opgeslagen. Hierdoor hebt u direct toegang tot het begin van elk muziekstuk, zodra u het muziekstuknummer hebt ingevoerd (AMS). U kunt ook direct een muziekstuk benoemen, net als bij een bestand op een diskette.

A — TOC Area (TOC-gebied) Bevat de volgorde en de begin-/eindpunten van de muziek.
B — Muziekgegevens