F9.9C (2003) - Buitenboordmotor YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis F9.9C (2003) YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Buitenboordmotor |
| Merk | YAMAHA |
| Model | F9.9C (2003) |
| Vermogen | 9,9 pk (7,3 kW) |
| Cilinderinhoud | 264 cm³ |
| Cilinders | 2 |
| Koeling | Watergekoeld |
| Startsysteem | Kabelstarter |
| Brandstoftank | Externe tank, 12 liter |
| Gewicht | ca. 37 kg |
| Afmetingen (L×B×H) | 800 × 350 × 1150 mm |
| Versnelling | Vooruit-Neutraal-Achteruit (FNR) |
| Besturing | Roerpin |
| Schroef | 3-bladig standaard |
| Veiligheidsuitrusting | Noodstopknop, Diefstalbeveiliging |
| Onderhoud | Olie verversen, Bougies vervangen, Impeller vervangen |
| Reiniging | Zoetwaterspoeling na zoutwatergebruik |
Veelgestelde vragen - F9.9C (2003) YAMAHA
Gebruikersvragen over F9.9C (2003) YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F9.9C (2003) - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F9.9C (2003) van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING F9.9C (2003) YAMAHA
Dank u voor uw keuze van een Yamaha-buitenboordmotor. Deze eigenaarshandleiding bevat informatie die u nodig hebt voor een juiste bediening, een goed onderhoud en de nodige verzorging. Een grondig begrip van deze eenvoudige instructies zal u helpen maximaal plezier te halen uit uw nieuwe Yamaha-buitenboordmotor.
Mocht u nog vragen hebben over de werking of het onderhoud van uw buitenboordmotor, gelieve dan contact op te nemen met een Yamaha-dealer.
In deze eigenaarshandleiding wordt bijzonder belangrijke informatie op de volgende wijze onderscheiden.

Het veiligheidsalarmsymbool betekent OPGELET! HET GAAT OM UW VEILIGHEID!
⚠ WAARSCHUWING
Als waarschuwingsinstructies niet in acht worden genomen, kan dit leiden tot ernstige kwetsuren of zelfs de dood tot gevolg hebben voor de machinebediener, en toekijker, of een persoon die de buitenboordmotor inspecteert of herstelt.
OPGELET:
LET OP geeft speciale voorzorgen aan die moeten worden genomen om de schade aan de buitenboordmotor te voorkomen.
OPMERKING:
Een NOTA betreft sleutelinformatie om de procedures gemakkelijker of duidelijker te maken.
* Yamaha streeft naar constante vorderingen in productontwerp en -kwaliteit. Hoewel deze handleiding de nieuwste productinformatie op het ogenblik van het drukken bevat, kunnen er daardoor toch kleine verschillen optreden tussen uw machine en deze handleiding. Mocht u nog enige vragen hebben over deze handleiding, gelieve dan contact op te nemen met uw Yamaha-dealer.
OPMERKING:
De F9.9CMH, F13.5AMH, F15AMH, F15AEP en het standaardtoebehoren worden gebruikt als basis voor de uitleg en illustraties in deze handleiding. Daarom is het mogelijk dat bepaalde items niet gelden voor ieder model.
DMU01447
Alle rechten voorbehouden.
Elke herdruk of onbevoegd gebruik
zonder schriftelijke toelating van de
Yamaha Motor Co., Ltd.
is uitdrukkelijk verboden.
Gedrukt in Japan
HMU01449
AL PROPRIETARIO
Hoofdstuk 1 ALGEMENE INFORMATIE
Serienummer buitenboordmotor......1-1
Sleutelnummer 1-1
INFORMATIE IN VERBAND MET UITLAATREGELING ....1-2
VEILIGHEIDSINFORMATIE ....1-3
INSTRUCTIES VOOR HET TANKEN....1-5
Benzine 1-6
MOTOROLIE 1-6
ACCUVEREISTEN 1-7
SCHROEFKEUZE 1-8
BEVEILIGING TEGEN STARTEN IN VERSNELLING ....1-9
Het serienummer van de buitenboordmotor is ingestampt op het label aan bakboordzijde van de klembeugel.
Breng het serienummer van uw buitenboord-motor aan in de voorziene vakjes als hulpmiddel voor het later bestellen van wisselstukken bij uw Yamaha-dealer of als referentie in geval uw buitenboordmotor wordt gestolen.
①Serienummer buitenboordmotor
HMU00005
Uw sleutelidentificatienummer is ingestampt op uw sleutel zoals aangegeven op de tekening. Noteer dit nummer in de voorziene ruimte als referentie in geval u een nieuwe sleutel mocht nodig hebben.
①Sleutelnummer
HMU00008
NUMERO DELLA CHIAVE
Model met uitlaatregeling
Deze motor beantwoordt aan de uitlaatvoorschriften voor de Bodensee (navigatievoorschriften voor de Bodensee).
Goedkeuringsetiket van uitlaatregelingscertificaat
①
YAMAHA MOTOR CO., LTD.
Motorfamilie F9.9
Etiket voor vereiste brandstof
②

HMU00834
- Voor u de buitenboordmotor monteert of in gebruik neemt, moet u deze volledige handleiding doorlezen. Daardoor zou je een goed begrip moeten krijgen van de motor en zijn werking.
- Voor u de boot in gebruik neemt, moet u alle bijgeleverde gebruikers- of eigenaarshandleidingen en alle aangebrachte labels doorlezen. Zorg dat u alles goed begrijpt voor u de boot in gebruik neemt.
- Zorg dat de boot niet te krachtig wordt met deze buitenboordmotor. Dit kan immers tot controleverlies over de boot leiden. Het nominale vermogen van de buitenboordmotor moet gelijk zijn of kleiner dan de nominale vermogenscapaciteit van de boot. Als de nominale vermogenscapaciteit van de boot onbekend is, neem dan contact op met de dealer of de fabrikant van de boot.
- Breng geen wijzigingen aan de buitenboord-motor aan. Wijzigingen kunnen de motor ongeschikt of onveilig maken.
- Bedien de motor nooit na alcohol te hebben gedronken of drugs te hebben ingenomen. Ongeveer 50 % van alle fatale bootongevalen hebben te maken met intoxicatie.
- Zorg dat u voor elke persoon aan boord over een zwemvest beschikt. Het is een goed idee om bij elke boottrip een zwemvest te dragen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval steeds een zwemvest dragen en iedereen moet zwemvesten dragen wanneer in potentieel gevaarlijke omstandigheden dient te worden gevaren.
- Benzine is uiterst ontvlambaar en de benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief. Behandel en bewaar benzine dan ook met de nodige omzichtigheid. Controleer of er geen gasdampen aanwezig zijn of brandstof weg-lekt voor u de motor start.
HMU00918

- Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.
- Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.
- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, of uw arm of been terwijl u de motor bedient. Als u per ongeluk afstand neemt van de stuurboom, zal de snoerschakelaar aan de schakelaar trekken en zo de motor doen stilvallen.
- Zorg dat u de scheepvaartwetten en -reglementen kent van de gebieden waar u gaat varen — en respecteer ze ook.
- Zorg dat u op de hoogte blijft van de weersomstandigheden. Luister naar het weerbericht voor u gaat varen. Vermijd boottochtjes in gevaarlijke weersomstandigheden.
- Vertel aan iemand waar u naar toe gaat : laat een noodplan achter bij een verantwoordelijke persoon. Vergeet niet het noodplan te annuleren bij uw terugkeer.
- Gebruik uw gezond verstand en beoordelingsvermogen voor het varen. Ken uw mogelijkheden en zorg ervoor dat u precies weet hoe uw boot zich gedraagt in de verschillende vaaromstandigheden die u kunt meemaken. Blijf binnen uw limieten en de limieten van uw boot. Vaar steeds aan een veilige snelheid en kijk uit voor obstakels en ander verkeer op het water.
- Controleer steeds zorgvuldig of er geen zwemmers in de buurt zijn als u de motor in werking stelt.
●Blijf uit de buurt van zwemzones.
- Als u een zwemmer in het water bij de boot opmerkt, schakel dan naar neutraal en zet de motor uit.
- Rook niet tijdens het tanken en blijf uit de buurt van vonken, vlammen of andere ontstekingsbronnen.
- Zet de motor stil voor u begint te tanken.
- Verricht het tanken steeds in een goed verluchte zone. Vul de draagbare brandstoftanks buiten de boot bij.
- Zorg dat u geen benzine morst. Als u benzine morst, veeg die dan onmiddellijk op met droge doeken.
- Zorg dat u de brandstoftank niet overvult.
- Schroef de vuldop zorgvuldig vast na het tanken.
- Als u enige benzine inslikt of een grote hoeveelheid benzinedampen inademt, of benzine in uw ogen krijgt, zoek dan onmiddellijk medische hulp.
- Als enige benzine op uw huid terecht komt, was deze dan onmiddellijk af met zeep en water. Trek andere kleding aan als u er benzine op gemorst hebt.
- Hou het vulpistool vast wanneer u het in de vulopening of de vultrechter steekt om elektrostatische vonken te voorkomen.
OPGELET:
Gebruik uitsluitend nieuwe zuivere benzine die in zuivere containers is opgeslagen en die niet vervuild is met water of vreemde stoffen.
HMU00016
ISTRUZIONI PER IL RIFORNIMENTO DI CARBURANTE
AVVERTENZA
LA BENZINA E I SUOI VAPORI SONO ALTA- MENTE INFIAMMABILI ED ESPLOSIVI!
Aanbevolen benzinetype: Gewone loodvrije benzine me een minimum octaangetal van 90 (pompoctaanaanduiding)
Als geklop of gepingel hoorbaar wordt, gebruik dan een ander merk benzine of loodvrije superbenzine.
DMU01769
MOTOROLIE
Aanbevolen motorolie:
4-takt motorolie met een combinatie van overeenkomstige SAE- en API-types zoals aangegeven in onderstaande tabel.

line
SAE API | Temperature Range | SE | SF | SG | SH | SJ | | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | | -4 to 32 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | | 32 to 68 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | | 68 to 104°F | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | | 104°F to 40°C | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 |Motoroliecapaciteit: Zie hoofdstuk 4, “Technische gegevens.”
OPGELET:
Alle 4-taktmororen worden vanuit de fabriek verzonden zonder motorolie.
HMU01809
BENZINA
Gebruik geen batterij die niet voldoet aan de gespecificeerde capaciteit. Als een batterij die niet aan de specificaties voldoet wordt gebruikt, kan het elektrisch systeem slecht presteren of overbelast raken, wat schade aan het elektrisch systeem kan veroorzaken.
Voor modellen met elektrische starter kiest u best een batterij die voldoet aan de volgende specificaties.
DMU01856
Minimum koudstartstroomsterkte
(CCA/EN):
347 amp bij -18°C (-0.4°F)
Modellen met alleen een gelijkrichter geïnstalleerd: F15AEH
- Het gebruik van een onderhoudsvrije batterij bij bovenstaande modellen kan de levensduur van de batterij aanzienlijk verkorten.
- Let op bij het aansluiten van accessoires zoals vissenzoekers, vermits deze beschadigd kunnen raken door hoogspanning. Installeer een optionele gelijkrichterregelaar of accessoires die bestand zijn tegen 18 volt of hoger bij bovenstaande modelen. Raapleeg uw Yamaya-dealer vorodetails over het installeren van een optionele gelijkrichterregelaar.
HMU01775
CARATTERISTICHE DELLA BATTERIA
ATTENZIONE:
De prestaties van uw buitenboordmotor worden in grote mate beïnvloed door de keuze van de schroef, aangezien een verkeerde schroef de prestaties nadelig kan beïnvloeden en ernstige schade aan de motor kan veroorzaken. Het motortoerental is afhankelijk van het schroefformaat en de lading van de boot. Als het motortoerental te hoog of te laag is voor goede motorprestaties, zal dit een negatief effect hebben op de motor.
Yamaha-buitenboordmotoren zijn uitgerust met schroeven die gekozen werden om goed te presteren over een groot toepassingenbereik, maar er kunnen wel gebruiksomstandigheden voorkomen, waarbij een schroef met een andere spoed geschikter zou zijn. Voor een grotere bedrijfsbelasting is een schroef met een kleinere spoed beter geschikt, omdat deze het mogelijk maakt het juiste motortoerental aan te houden. Anderzijds is een schroef met grotere spoed beter geschikt voor een kleinere bedrijfsbelasting.
Yamaha-dealers beschikken over een heel gamma schroeven en kunnen u adviseren en een schroef op uw buitenboordmotor installeren die het best geschikt is voor uw specifieke toepassing.
HMU01395
SCELTA DELL'ELICA
Bij volle gas en bij maximale bootbelasting moet het motortoerental binnen de bovenste helft van het maximale bedrijfsbereik blijven, zoals vermeld in "SPECIFICATIES" op pagina 4-1. Selecteer een bootschroef die aan deze vereiste voldoet.
Bij bedrijfsomstandigheden die het motortoerental laten stijgen tot boven aan bevolen maximum bereik (zoals lichte bootbelastingen), moet u de gashendelinstelling verlagen om het motortoerental in het gepaste bedrijfsbereik te houden.
①Schroefdiameter (in duim)
②Schroefspoed (in duim)
③Type schroef (schroef-markering)
Zie het hoofdstuk "CONTROLLEREN VAN DE SCHROEF" voor instructies over het demonteren of installeren van de schroef.
NOTA:
Yamaha-buitenboordmotoren die voorzien zijn van het label ① of door Yamaha goedgekeurde afstandsbedieningseenheden zijn uitgerust met beveiligingsinrichting(en) tegen starten in versnelling. Daardoor kan de motor alleen worden gestart als deze in neutraal staat. Zet de hendel steeds eerst in neutraal vooraleer u de motor start.
HMU01208
DISPOSITIVO DI ESCLUSIONE DELL'AVVIAMENTO CON MARCIA INSERITA
Hoofdstuk 2 BASISCOMPONENTEN
Besturingswrijving-regelschroef ......2-12
Besturingswrijvingsregelhendel ......2-12
Trimhoekregelstang....2-13
Verklikkerlampje(s) 2-13
Kantelvergrendelmechanisme .....2-13
Kantelsteunknop....2-13
Kantelsteunknop....2-14
Kantelbekrachtigingseenheid ....2-14
Bovenkapvergrendelhendel 2-14
Doorspoelinrichting 2-14
Oververhittingswaarschuwingssysteem..2-15
Waarschuwing voor lage oliedruk......2-16
COMPONENTI PRINCIPALI 2-1
①Bovenkap
②Kapivergrendel hendel
③Olieaftapbout
④Anti-cavitatieplaat
⑤Schroef
⑥Koelwaterinlaat
⑦Trimhoekregelstang
⑧Klembeugel
⑨Besturingswrijving-regelschroef
* ⑩Terugloopstarterhendel
⑪Chokeknop
⑫Verklikker
* ⑬Schakelhendel
* ⑭Stuurboomhendel
⑮Klemschroef
⑯Snoerbevestigingsbeugel
⑰Kantelvergrendelhendel
* ⑱Doorspoelinrichting
* ⑲Startknop
* ⑳Kantelsteunknop
* ②Agstandsbediebubgskast
* ②Brandstoftank
* Kan een beetje afwijken van de afbeelding; bovendien is het mogelijk dat het niet tot de standaarduitrusting van alle modellen behoort.
HMU01206
COMPONENTI PRINCIPALI
①Bovenkap
②Kapivergrendel hendel
③Olieaftapbout
④Anti-cavitatieplaat
⑤Schroef
⑥Koelwaterinlaat
⑦Trimhoekregelstang
⑧Besturingswrijving-regelschroef
⑨Klembeugel
* ⑩Stuurboomhendel
⑪Chokeknop
* ⑫Terugloopstarterhendel
⑬Verklikker
* ⑭Startknop
⑮Klemschroef
⑯Snoerbevestigingsbeugel
⑰Kantelvergrendelhendel
* ⑱Kantelsteunknop
* ⑲Agstandsbediebubgskast
* ⑳Brandstoftank
* Kan een beetje afwijken van de afbeelding; bovendien is het mogelijk dat het niet tot de standaarduitrusting van alle modellen behoort.
HMU01206
COMPONENTI PRINCIPALI
Als uw model werd uitgerust met een draagbare brandstoftank, dan werkt deze als volgt.
①Brandstofleiding-koppelstuk
②Brandstofmeter (indien voorzien)
③Tankdop
④Ontluchtingsschroef (indien voorzien)
⚠ WAARSCHUWING
De bij deze motor geleverde brandstoftank is het speciaal voorziene brandstofreservoir en mag niet worden gebruikt als brandstofopslagtank. Commerciële gebruikers moeten zich richten naar betreffende licentie- of goedkeuringsreglementen.
DMU00042
Brandstofleiding-koppelstuk
Dit koppelstuk wordt bijgeleverd om de brandstofleiding aan of af te koppelen.
DMU00044
Brandstofmeter
Deze meter zit op de tankdop. Hij geeft de huidige brandstofvoorraad in de tank bij benadering aan.
DMU00045
Tankdop
Deze dop is voorzien voor het tanken. Om hem af te nemen, moet u hem linksom draaien.
DMU00046
Ontluchtingsschroef
Deze schroef is voorzien op de tankdop. Om ze los te draaien moet u ze linksom draaien.
HMU00039
FUNZIONAMENTO DEI COMANDI ED ALTRE FUNZIONI
HMU00041
SERBATOIO DEL CARBURANTE
SCHAKELHENDEL (voor model met stuurboombediening)
Als u de schakelhendel naar uzelf toedraait, wordt de koppeling ingeschakeld tesamen met de vooruitversnelling, zodat de boot vooruit beweegt. Als u de hendel van u weg beweegt, schakelt u de achteruitversnelling in, zodat de boot zich achteruit verplaatst.
①Neutrale stand
②Vooruit
③Achteruit
HMU00051
Als u deze knop uittrekt (instelling op AAN) wordt een rijk mengsel toegevoerd dat vereist is voor het starten van de motor.
OPMERKING:
De chokeknop voor het model met afstandsbediening heeft dezelfde functie als de choke-schakelaar op de afstandsbedieningskast.
DMU00059
TERUGLOOPSTARTERHENDEL (indien voorzien)
Trek voorzichtig aan de hendel tot u enige weerstand voelt. Geef dan een forse ruk aan de hendel om de motor te starten.
HMU00055
POMELLO DELLA VALVOLA DELL'ARIA
(voor model met stuurboombediening)
Als u op de startknop drukt, stelt de elektrische startmotor de motor in werking.
HMU00060
(voor model met stuurboombediening)
Verplaats de stuurboomhendel zijwaarts om de besturingsrichting te veranderen.
Deze hendel omvat bovendien de volgende functies.
①Gasregelgreep
②Gasgreepstandaanduiding
③Gashendelwrijvingsregelknop/schroef
④Motorstopschakelaar / Motorstop-snoerschakelaar
⑤Schakelhendel
HMU00943
BARRA DI GUIDAX
De gasklepregelgreep bevindt zich op de stuurboomhendel. Draai de greep linksom om de snelheid te verhogen en rechtsom om de snelheid te verlagen.
HMU00065
Comando del gas
De brandstofverbruikscurve op de gasklepstandindicator geeft de relatieve hoeveelheid verbruikte brandstof voor elke gasklepstand aan. Kies de stand die de beste prestaties en het laagste verbruik voor het gewenste motorbedrijf biedt.
①Gasklepstandindicator
DMU01294
Gasklepwrijvingsregelknop
Een wrijvingsvoorziening in de stuurboomhen- del zorgt voor een weerstand in de beweging van de gashendelgreep.
Deze weerstand is instelbaar volgens de voorkeur van de bediener.
| Weerstand Knop | |
| Verhogen Rechtsom draaien | |
| Verlagen Linksom draaien | |
Als u een constante snelheid wenst, zet de regelknop dan vast om de gewenste gasklepstand aan te houden.
⚠ WAARSCHUWING
Span de wrijvingsregelschroef niet te hard aan.
Als er teveel weerstand is, zal de hendel minder beweegbaar zijn, hetgeen ongevallen kan veroorzaken.
HMU00067
Indicatore del gas
De vergrendelplaat ①moet aan de motorstop-snoerschakelaar worden bevestigd vooraleer de motor wil draaien. Het snoer ②moet op een veilige plaats aan de kleding, een arm of een been van de bediener worden aangebracht. Mocht de bediener overboord vallen of zich verwijderen van de stuurboom, dan zal het snoer de vergrendelplaat uittrekken, waardoor de ontsteking naar de motor wordt onderbroken. Dit voorkomt dat de boot ongecontroleerd wegvaart met geopende gasklep.
⚠ WAARSCHUWING
- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been terwijl de motor draait.
- Bevestig het snoer niet aan kleding die kan losscheuren. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken, want dan kan het zijn werking verliezen.
- Voorkom ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal motorbedrijf. Een motorvermogensverlies betekent ook een verminderde bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Als ze dit niet verwachten kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.
OPMERKING:
De motor kan niet worden gestart met verwijderde vergrendelplaat.
HMU00932
Als u deze knop indrukt, wordt de ontstekingskring geopend en valt de motor stil.
HMU00072
Zowel de schakelhendel als de gashendel worden bediend door de afstandsbedieningshendel. Bovendien bevat dit bedieningselement de elektrische schakelaars.
①Afstandsbedieningshendel
②Vrijloop-vergrendeltrekker
③Vrijloop-gashendel
④Hoofdschakelaar/Chokeschakelaar
⑤Motorstop-snoerschakelaar
⑥Kantelbekrachtigingsschakelaar
⑦Lage-snelheidswrijvingsregelschroef
HMU00094
COMANDO A DISTANZA
Door de hendel naar voor te plaatsen vanuit de neutrale stand schakelt u de vooruitversnelling in. Door de hendel naar achter te trekken uit de neutrale stand schakelt u de achteruitversnelling in. De motor blijft stationair draaien tot de hendel ongeveer 35° wordt verplaatst (men voelt een klik). Bij het verder verplaatsen van de hendel gaat de gasklep open en de motor begint te accelereren.
①Neutraal
②Vooruit
③Achteruit
④Schakelhende
⑤Volledig gesloten
⑥Gashendel
⑦Volledig open
DMU00099
Vrijloop-vergrendeltrekker
Om uit neutrale stand te schakelen moet de vrijloop-vergrendeltrekker van de afstandsbedieningshendel eerst worden opgetrokken.
HMU00098
Om de gasklep te openen zonder in vooruit of achteruit te schakelen, moet u de afstandsbedieningshendel in de neutrale stand zetten en de vrijloop-gashendel omhoog trekken.
OPMERKING:
De vrijloop-gashendel werkt slechts wanneer de afstandsbedieningshendel in neutrale stand staat. De afstandsbedieningshendel werkt slechts wanneer de vrijloop-gashendel in de gesloten stand staat.
①Volledig open
②Volledig gesloten
HMU00100
Leva gas folle
Elke stand van de hoofdschakelaar bedient de ontstekings- en chokesystemen zoals hieronder beschreven.
- OFF (uit)
Elektrische circuits worden uitgeschakeld. (De sleutel kan worden uitgetrokken.)
•ON (aan)
Elektrische circuits worden ingeschakeld. (De sleutel kan niet worden uitgetrokken).
- START
De startmotor draait en de motor start. (Als u de sleutel loslaat, keert deze automatisch terug naar "ON").
DMU00102
Chokeschakelaar
Als de hoofdschakelaar op "ON" of "START" wordt gezet, zal het chokesysteem worden ingeschakeld om het rijke mengsel toe te voeren dat vereist is om de motor te starten. (Als de sleutel wordt losgelaten, wordt het choke-systeem ook weer automatisch uitgeschakeld).
HMU00101
De vergrendelplaat ①op het uiteinde van de snoerschakelaar ②moet aan de motorstopschakelaar worden bevestigd vooraleer de motor wil draaien. Het snoer moet op een veilige plaats aan de kleding, een arm of een been van de bediener worden aangebracht. Mocht de bediener overboord vallen of zich verwijderen van de stuurboom, zal het snoer de vergrendelplaat uittrekken, waardoor de ontsteking naar de motor wordt onderbroken. Dit voorkomt dat de boot ongecontroleerd wegvaart met geopen-de gasklep.
⚠ WAARSCHUWING
- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been terwijl de motor draait.
- Bevestig het snoer niet aan kleding die kan losscheuren. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken, want dan kan het zijn werking verliezen.
- Voorkom ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal motorbedrijf. Een motorvermogensverlies betekent ook een verminderde bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Als ze dit niet verwachten kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.
OPMERKING:
De motor kan niet worden gestart met verwijderde vergrendelplaat.
HMU00934
Kantelbekrachtigingsschakelaar
De kantelbekrachtiging verandert de motorhoek in relatie tot de hekplank. De kantelbekrachtigingsschakelaar bevindt zich op de afstandsbedieningshendelgreep. Wanneer u op de schakelaar "UP" (omhoog) drukt, wordt de motor opwaarts gekanteld. Wanneer u op de schakelaar "DN" (omlaag) drukt, wordt de motor neerwaarts gekanteld. Als de schakelaarknop wordt losgelaten, valt de motor stil in zijn huidige stand.
OPMERKING:
Zie het hoofdstuk "OMHOOG/OMLAAG KANTELEN" voor de gebruiksinstructies.
HMU01316
Lage-snelheidswrijvingsregelschroef
Een wrijvingssysteem in de afstandsbediening zorgt voor instelbare weerstand in de beweging van de afstandsbedieningshendel. Die weerstand kan worden aangepast aan de voorkeur van de gebruiker, door middel van een regelschroef vooraan op de afstandsbediening.
| Weerstand Schroef | |
| Verhogen Rechtsom draaien | |
| Verlagen | Linksom draaien |
⚠ WAARSCHUWING
Span de wrijvingsregelschroef niet te hard aan. Als er teveel weerstand is, zal de hendel minder beweegbaar zijn, hetgeen ongevallen kan veroorzaken.
HMU01155
(voor model met stuurboombediening)
Een wrijvingsvoorziening zorgt voor de nodige weerstand in de besturingsbeweging. Deze is regelbaar volgens de voorkeur van de bediener. Een regelschroef/bout bevindt zich op de zwenkbeugel.
DMU01296
Bijregelen
| Weerstand Schroef/Bout |
| Verhogen Draai rechtsom |
| Verlagen Draai linksom |
⚠ WAARSCHUWING
Span de wrijvingsschroef/bout niet te hard aan. Als er te veel weerstand is, kan de boot moeilijk bestuurbaar zijn, hetgeen tot ernstige ongevallen kan leiden.
HMU00108
Een wrijvingsvoorziening zorgt voor de nodige weerstand op de besturingsbeweging.
Deze is verstelbaar volgens de voorkeur van de bediener.
| Weerstand Hendel |
| Verhogen Naar bakboord verdraaien |
| Verlagen Naar stuurboord verdraaien |
⚠ WAARSCHUWING
Span de wrijvingshendel niet te sterk aan. Als er teveel weerstand is, kan de besturing moeilijk worden, hetgeen tot ongevallen kan leiden.
HMU01295
De positie van de trimhoekregelstang bepaalt de minimale trimhoek van de buitenboordmotor ten opzichte van de hekplank.
HMU01297
Als de motor een toestand ontwikkelt die door het verklikkersysteem wordt gedetecteerd, dan zal het overeenkomstige verklikkerlampje aan gaan.
Zie het hoofdstuk "WAARSCHUWINGSSYS-TEEM" voor verdere details.
①Verklikkerlampje(s)
HMU01128
INDICATORI DI ALLARME
(voor model met manuele kanteling)
Het kantelvergrendelmechanisme wordt gebruikt om te voorkomen dat de schroef door achteruitstuwing de buitenboordmotor oplicht bij het achteruitvaren. Om het mechanisme te vergrendelen moet u de kantelvergrendelhendel in de vergrendelstand zetten. Om het te ont-grendelen moet u de kantelvergrendelhendel in de kantelstand zetten.
①Kantelvergrendelhendel
DMU00155
KANTELSTEUNKNOP
Om de buitenboordmotor in de omhoog gekantelde stand te houden, moet u de kantelsteunknop onder de zwenkbeugel indrukken.
HMU00153
De kantelsteunstang ①houdt de buitenboordmotor in de omhooggekantelde stand.
HMU00156
BARRA DI SUPPORTO DEL TILT
Deze eenheid kantelt de motor omhoog en omlaag en wordt bediend door middel van de kantelbekrachtigingsschakelaar.
①Kantelbekrachtigingseenheid
②Kantelbekrachtigingsmotor
OPGELET:
Stap niet op de kantelbekrachtigingsmotor en oefen er ook geen druk op uit. De kantelbekrachtigingseenheid kan hierdoor immers beschadigd raken.
DMU00162
BOVENKAPVERGRENDELHENDEL
Draai aan de vergrendelhendel om de motorbo- venkap af te nemen.
Neem vervolgens de kap af. Bij het weer aanbrengen van de kap moet u nagaan of ze wel behoorlijk in de rubber dichtingsstrip past. Vergrendel de kap daarna weer door de hendel omhoog te zetten.
①Bovenkapvergrendelhendel.
DMU01701
DOORSPOELINRICHTING
Deze inrichting ①wordt gebruikt om de koelwaterdoorgangen van de motor te reinigen met behulp van een tuinslang en leidingwater.
OPMERKING:
Zie "OM DE KOELWATERDOORGANGEN TE REINIGEN" in Hoofdstuk 4 voor gebruiks-instructies.
HMU01348
UNITÀ POWER TILT
Laat de motor niet verder draaien als het waarschuwingssysteem geactiveerd is. Raadpleeg uw Yamaha-dealer als het probleem niet kan worden gevonden en opgelost.
DMU00170
OVERVERHITTINGSWAARSCHU- WINGSSYSTEEM
Deze motor is voorzien van een oververhittingswaarschuwingsvoorziening. Als de motortemperatuur te hoog wordt, wordt het waarschuwingssysteem geactiveerd.
(○): Inbegrepen (—): N/B (niet beschikbaar)
| Waarschuwingsinrichtingactivering | Model met stuur boombed iening | Model met afstandsbediening |
| Het motortoerental daalt automatisch tot ○ ongeveer 2.000 t/min. | ○ | |
| Het oververhittings-verklikkerlampje — — gaat aan. | ||
| De zoemer weerklinkt. — ○ |
Als het waarschuwingssysteem geactiveerd is, moet u de motor stilleggen en controlleren of de waterinlaat niet verstopt zit.
HMU00169
Als de oliedruk te veel zakt, zal het waarschuwingssysteem in werking treden.
(○): Inbegrepen (—): N/B (niet beschikbaar)
| Waarschuwingsinrichtingactivering | Model met stuur boombediening | Model met afstandsbediening |
| Het motortoerental daalt automatisch tot ○ ongeveer 2.000 t/min. | ○ | |
| De lage-oliedrukverklikker gaat aan. | ○ | ○ |
| De zoemer weerklinkt. — ○ |
Als het waarschuwingssysteem geactiveerd werd, moet u de motor uitzetten zodra het veilig is dit te doen. Controleer het oliepeil indien nodig. Als het oliepeil correct is, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
OPGELET:
Laat de motor niet langer draaien als het lampje voor laag oliepeil "AAN" is.
Dit kan immers ernstige motorschade veroorzaken.
HMU00173
Hoofdstuk 3 BEDIENING
Montage van de buitenboordmotor......3-2
Vastklemmen van de buitenboordmotor ...3-4
Het motorolie-peil controleren....3-7
BRANDSTOF BIJTANKEN ....3-8
DE MOTOR STARTEN 3-9
DE MOTOR LATEN
WARMDRAAIEN....3-16
SCHAKELEN....3-17
Vooruit 3-17
Achteruit....3-18
DE MOTOR UITZETTEN ......3-19
DE BUITENBOORDMOTOR
TRIMMEN....3-20
De trimhoek aanpassen ....3-21
OMHOOG/OMLAAGKANTELEN......3-24
VAREN IN ONDIEP WATER ......3-27
ANDERE VAAROMSTANDIGHEDEN..3-30
Verkeerde motorhoogte of belemmeringen voor een gelijkmatige waterstroming (zoals het ontwerp of de toestand van de boot of het toebehoren zoals hekladders/dieptezoekers) kunnen opspuitend water veroorzaken terwijl de boot vaart.
Ernstige motorschade kan optreden wanneer de motor continu wordt gebruikt met opspuitende waterstraal.
OPMERKING:
Tijdens de watertesten moet u het drijfvermogen van de boot controleren in rusttoestand, met maximale belasting. Controleer of het statisch waterpeil op de uitlaatbehuizing voldoende laag is om te voorkomen dat water binnendringt in het motorblok, wanneer het water stijgt door de golven terwijl de motor niet draait.
HMU00175
INSTALLAZIONE
ATTENZIONE:
Verkeerd monteren van de buitenboordmotor kan gevaarlijke situaties opleveren zoals een slechte handelbaarheid, controleverlies of brandgevaar. Respecteer volgende voorschriften :
- De in dit deel verstrekte informatie is uit-sluitend als referentie bedoeld. Het is onmogelijk volledige instructies te bieden voor elke mogelijke boot/motorcombinatie. Een correcte montage is gedeeltelijk afhankelijk van ervaring en de specifieke boot/motorcombinatie.
- Uw dealer of een andere persoon die ervaring heeft met een juist afstellen moet de motor monteren. Als u de motor zelf monteert, moet u hiervoor opleiding krijgen door een ervaren persoon. (voor permanent gemonteerd type)
- Uw dealer of een andere persoon die ervaring heeft met een correcte montage van buitenboordmotoren moet u tonen hoe u een motor moet monteren. (draagbaar type)
Monteer de buitenboordmotor op de middellijn (keellijn) van de boot en controleer of de boot zelf wel goed uitgebalanceerd is. Als dit niet het geval is, zal de boot moeilijk te sturen zijn. Voor boten zonder keel of asymmetrische modellen, kunt u best uw dealer raadplegen.
①Middellijn(Kiellijn)
HMU00176
COME MONTARE IL MOTORE FUORIBORDO
AVVERTENZA
Een boot te krachtig maken kan ernstige instabiliteit veroorzaken. Installeer geen buitenboordmotor met meer vermogen dan het maximale nominale vermogen op de vermogensplaat van de boot. Als een boot geen vermogensplaat heeft, raadpleeg dan de fabrikant van de boot.
AVVERTENZA
Om uw boot zo efficiënt mogelijk te maken, moet de waterweerstand van de boot en de buitenboordmotor zo klein mogelijk worden gemaakt. De montagehoogte van de buitenboordmotor heeft een grote invloed op de waterweerstand. Als de montagehoogte te groot is, treedt gemakkelijk cavitatie op, waardoor de voortstuwing wordt verminderd; en als de schroefpunten door de lucht snijden, zal het motortoerental abnormaal stijgen en oververhitting van de motor veroorzaken. Als de montagehoogte te laag is, zal de waterweerstand verhogen en alzo het motorrendement verminderen. Monteer uw motor zodanig dat de anticavitatieplaat zich tussen de bodem van de boot en een niveau van 25 mm lager bevindt.
OPMERKING:
- De optimale montagehoogte van de buitenboordmotor wordt beïnvloed door de boot/motor-combinatie en het gewenste gebruik. Testvaarten met verschillende hoogten kunnen de optimale montagehoogte helpen bepalen.
- Zie het hoofdstuk “TRIMMEN VAN BUITENBOORDMOTOR” voor instructies over het instellen van de trimhoek van de buitenboordmotor.
HMU01298
1) Plaats de buitenboordmotor zodanig op de hekplank dat hij zo dicht mogelijk bij het middelpunt zit. Draai de hekplank-klemschroeven gelijkmatig en stevig vast. Controleer af en toe of de klemschroeven nog stevig vastzitten terwijl de motor draait, vermits deze kunnen loskomen door de motortrillingen.
⚠ WAARSCHUWING
Losse klemschroeven kunnen er de oorzaak van zijn dat de motor verschuift op de hekplank of er zelfs van afvalt. Dit kan controleverlies en ernstige kwetsuren veroorzaken. Controleer regelmatig of de hekplank-schroeven stevig vastgedraaid zijn.
Controleer af en toe, tijdens het motorbedrijf of de schroeven nog goed vastzitten.
2) Normaal moet gebruik worden gemaakt van een motor-tegenhoud-kabel of -ketting. Bevestig één uiteinde aan het bevestigings-punt van de motor-vasthoudkabel en het andere op een veilig montagepunt op de boot. Dit moet voorkomen dat de motor volledig verloren gaat bij ongewild losko-men van de hekplank.
Maak de klembeugel op de hekplank vast met de bij de buitenboordmotor geleverde bouten, raadpleeg voor verdere details uw dealer.
⚠ WAARSCHUWING
Vermijd het gebruik van andere bouten, moeren of tussenringen dan de types die bij het motorpakket worden geleverd. Als u er toch andere moet gebruiken, dan moeten deze ten minste dezelfde materiaalkwaliteit en -sterkte hebben en moeten ze stevig worden aangespannen. Laat na het aanspannen de motor proefdraaien en controleer dan opnieuw de stevigheid van de bevestigingen.
HMU01318
COME FISSARE IL MOTORE FUORIBORDO
Uw nieuwe motor vereist een inloopperiode om nauw op elkaar aansluitende oppervlakken van bewegende onderdelen de kans te geven gelijkmatig af te slijten. Een correcte inloop-procedure is bevorderend voor goede motor-prestaties en een lange levensduur.
OPGELET:
Als de voorgeschreven inloopprocedure niet wordt gevolgd, kan dit de levensduur van de motor verkorten of zelfs ernstige motorschade veroorzaken.
Inlooptijd: 10 uren
HMU00224
RODAGGIO DEL MOTORE
Laat de motor onder belasting draaien (aangesloten op de schroef van een boot) met inacht-neming van het volgende schema:
1) Tijdens het eerste bedrijfsuur:
Laat de motor tegen 2000 t/min of met ongeveer half opengedraaide gashendel draaien.
2) Tijdens het tweede bedrijfsuur:
Laat de motor tegen 3000 t/min of met ongeveer voor driekwart opengedraaide gashendel draaien en draai daarbij de gas-hendel om de tien minuten ongeveer een minuut lang helemaal open.
3) Tijdens de volgende acht bedrijfsuren:
Vermijd het continue draaien van de motor met volledig opengedraaide gashendel gedurende meer dan vijf minuten.
4) Na de eerste 10 bedrijfsuren:
Gebruik de motor op de normale manier.
HMU00233
Als enig element bij de controle voorafgaand aan de ingebruikname niet behoorlijk functioneert, moet u het laten inspecteren en herstellen voor u de buitenboordmotor in gebruik neemt. Zonder deze voorzorgsmaatregelen kan zich een ongeval voordoen.
OPGELET:
Start de motor niet terwijl hij uit het water hangt. Dit kan immers oververhitting en ernstige motorschade veroorzaken.
HMU00204
PROCEDURA PRELIMINARE
AVVERTENZA
- Controleer het brandstofpeil om zeker te zijn dat u voldoende brandstof hebt voor uw trip.
- Controleer of er geen brandstoflekken zijn en of er enige rook ontsnapt.
- Controleer de brandstofleidingsaansluitingen om zeker te zijn dat ze stevig vast zitten.
- Vergewis er u van dat de brandstoftank op een veilig, vlak oppervlak geplaatst is en dat de brandstofleiding niet verdraaid of platgedrukt is, of veel kans loopt in contact te komen met scherpe voorwerpen.
DMU00208
Olie
- Controleer het oliepeil in het oliecarter met behulp van de peilstok. Voeg indien nodig olie toe om het peil tot de bovenste marking te brengen.
HMU00206
Carburante
- Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.
- De bedieningselementen moeten vlot werken, zonder te klemmen of abnormaal veel speling.
- Controleer of er geen losse of beschadigde aansluitingen zijn.
- Controleer de werking van de starter en de stopschakelaars als de buitenboordmotor in het water ligt.
DMU00210
Motor
- Controleer de motor en de motorbevestiging.
- Controleer of er geen losse of beschadigde bevestigingselementen zijn.
- Controleer de schroef op schade.
HMU00209
Comandi
1) Plaats de buitenboordmotor rechtop (niet gekanteld).
2) Trek de oliepeilstok uit en veeg de motorolie van de stok.
3) Steek de peilstok volledig in en trek hem nogmaals uit.
4) Controleer het oliepeil op de peilstok om zeker te zijn dat het peil tussen het bovenste en het onderste merkteken staat.. Voeg olie bij als het peil onder het onderste merkteken staat en tap wat olie af tot het vereiste niveau als het peil boven het bovenste merkteken staat.
①Oliepeilstok
②Onderlimiet-merkteken
③Bovenlimiet-merkteken
HMU01436
CONTROLLO DEL LIVELLO DELL'OLIO MOTORE
1) Verwijder de tankdop.
2) Vul de brandstof zorgvuldig bij.
3) Draai de vuldop goed vast na het tanken. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
Inhoud brandstoftank: zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.
HMU00202
- Voor u de motor start, moet u nagaan of hij stevig is aangemeerd en dat u veilig kunt wegvaren zonder enige obstakels te moeten vermijden. Controleer of er geen zwemmers in het water liggen in de omgeving van de schroef.
- Als de ontluchtingsschroef wordt losgedraaid, komen benzinedampen vrij. Benzine is uiterst ontvlambaar en de dampen ervan zijn ontvlambaar en explosief. Rook niet en blijf uit de buurt van open vlammen en vonken terwijl u de ontluchtingsschroef losdraait.
- Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.
1) Als er een ontluchtingsschroef op de tank-dop is voorzien, draai deze dan 2 tot 3 slagen los.
2) Als een brandstofleidingkoppelstuk voorzien is op de motor, sluit de brandstofleiding dan aan op dit koppelstuk. Sluit vervolgens het andere uiteinde van de brandstofleiding aan op het koppelstuk van de brandstoftank.
OPMERKING:
Plaats de tank horizontaal terwijl de motor loopt, want anders kan geen brandstof in de motor worden gezogen.
3) Knijp in de voorinspuitpeer met de uitlaat-opening naar boven tot u deze stevig voelt worden.
HMU01147
4) Plaats de schakelhendel in de neutrale stand.
OPMERKING:
De beveiligingsinrichting tegen starten in versnelling voorkomt dat de motor in een andere stand dan neutraal kan worden gestart.
HMU01497
PROCEDURA PER MODELLO CON CONTROLLO BARRA
5) Maak het motorstopsnoer op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of been. Installeer vervolgens de vergrendelplaat aan het andere uiteinde van het snoer in de motorstopschakelaar.
⚠ WAARSCHUWING
- Bevestig het motorstopschakelaarsnoer op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been tijdens het gebruik van de boot.
- Bevestig het snoer niet aan een kledings-tuk dat losgerukt kan worden. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken en de werking ervan in gevaar komt.
- Vermijd ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal bedrijf. Een verlies van motorvermogen betekent ook een verlies van de bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Daardoor kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voren worden geworpen.
6) Plaats de gashendelgreep in de "START"-stand.
Model met manuele start
7) Trek de choke-knop volledig uit. Wanneer de motor draait, drukt u de knop weer in zijn uitgangspositie.
OPMERKING:
- De choke hoeft niet te worden gebruikt om een warme motor te starten.
- Wanneer de choke-knop niet opnieuw wordt ingedrukt na het starten van de motor zal de motor uitvallen.
8) Trek de starchendel langzaam naar u toe tot u weerstand voelt. Geef er vervolgens een krachtige ruk aan om de motor aan te zwengelen en te starten. Herhaal die operatie indien de motor niet meteen start.
9) Na het aanspringen van de motor laat u de
starthendel langzaam terugkeren naar zijn
uitgangspositie alvorens hem los te laten.
10) Draai de gashendel opnieuw in de volledig gesloten stand.
HMU00240
Model met elektrische starter
7) Trek de choke-knop volledig uit. Wanneer de motor draait, drukt u de knop weer in zijn uitgangspositie.
OPMERKING:
- De choke hoeft niet te worden gebruikt om een warme motor te starten.
- Wanneer de choke-knop niet opnieuw wordt ingedrukt na het starten van de motor zal de motor uitvallen.
8) Druk de startknop in om de motor te star- ten.
9) Laat de startknop onmiddellijk los wanneer de motor aanslaat.
10) Draai de gashendel langzaam in de volledig gesloten stand om te voorkomen dat de motor stilvalt.
OPGELET:
- Druk nooit op de startknop terwijl de motor draait.
- Laat de startmotor nooit langer dan 5 seconden draaien. Als de startmotor langer dan 5 seconden draait, zal de batterij vlug leeg zijn, en met een lege batterij kan de motor niet worden gestart. Als de motor niet wil starten na 5 seconden laat u de startknop los, wacht u ongeveer 10 seconden en probeert u opnieuw.
HMU00242
4) Plaats de schakelhendel in de neutrale stand.
OPMERKING:
Met de beveiliging tegen starten in versnelling kan de motor slechts worden gestart als hij neutraal staat.
5) Maak de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats vast aan de kleding, uw arm of been. Installeer de vergrendelplaat aan het andere uiteinde van het snoer vervolgens op de motorstopschakelaar.
⚠ WAARSCHUWING
- Maak de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of been tijdens het motorbedrijf.
- Maak het snoer niet vast aan kleding die kan losscheuren. Zorg dat het snoer niet verstrikt kan geraken, want dit zou de werking ervan kunnen belemmeren.
- Voorkom ongewenst trekken aan het snoer tijdens het normale motorbedrijf. Een verlies van motorvermogen betekent ook dat de controle over de besturing grotendeels verloren gaat. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Daardoor kunnen mensen en voorwerpen in de boot onverwachts naar voor worden geworpen.
6) Zet de hoofdschakelaar op 'AAN'.
HMU00247
PROCEDIMENTO PER IL MODELLO CON COMANDO A DISTANZA
4) Mettere la leva del comando a distanza in folle (Neutral).
NOTA:
Model met elektrische starter
7) Draai de gashandel lichtjes open en trek de neutraal-gashendel daarbij gedeeltelijk omhoog. U zult de gasklepopening eventueel lichtjes moeten wijzigen, afhankelijk van de motortemperatuur. Zet de gashandel weer in de uitgangsstand na het starten van de motor.
OPMERKING:
- Om te beginnen moet u de hendel omhoog trekken tot u enige weerstand voelt en hem dan nog iets verder omhoog trekken.
- De vrijloopgashendel kan slechts werken wanneer de afstandsbedieningshendel op 'N' staat.
8) Druk de hoofdschakelaar in en houd hem in deze stand om het chokesysteem op afstand in te schakelen. (De chokeschakelaar op afstand keert terug naar zijn uitgangsstand als u de schakelaar loslaat. Daarom moet u de schakelaar ingedrukt houden).
OPMERKING:
- U hoeft de choke niet te gebruiken bij warme motor.
- Zet de chokeknop in de uitgangsstand, zo niet zal het chokesysteem op afstand niet werken.
9) Zet de hoofdschakelaar op 'START' en houd hem maximum 5 seconden in die stand.
10) Als de motor start, moet u de hoofdschakelaar onmiddellijk loslaten zodat deze kan terugkeren naar de 'AAN'-stand.
HMU00945
- Zet de hoofdschakelaar niet op 'START' terwijl de motor draait.
- Laat de startmotor niet meer dan 5 seconden draaien. In dat geval zal de accu immers snel uitgeput raken en zal het onmogelijk worden om de motor nog te starten. Als de motor niet binnen 5 seconden start, zet de hoofdschakelaar dan weer op 'AAN', wacht 10 seconden en start de motor dan opnieuw.
ATTENZIONE:
1) Voor u wegvaart, moet u de motor in vrij-loop-toerental gedurende 3 minuten laten warmdraaien. (Als u dit niet doet, zal dit de levensduur van de motor verkorten.)
2) Ga na of het lage-oliedrukverklikkerlampje wel uit gaat na het starten van de motor.
3) Controleer of er wel een constante waterstroom uit de koelwater-uitstroomopening komt.
OPGELET:
- Als het lage-oliedrukverklikkerlampje niet uit gaat na het starten van de motor, zet deze dan uit. Anders kan ernstige schade aan de motor optreden. Controleer het oliepeil en voeg olie toe indien nodig. Als u de oorzaak voor het aan gaan van het lage-oliedrukverklikkerlampje niet kunt vinden, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
- Een continue waterstroom uit het uitstroomgat geeft aan dat de waterpomp water via de koelingsdoorgangen pompt. Als er niet constant water uit de uitstroomopening stroomt terwijl de motor draait, zet de motor dan uit om oververhitting en ernstige motorschade te voorkomen. Zet de motor uit en controleer of de waterinlaat in de onderkap niet geblokkeerd is. Als het probleem niet kan worden opgespoord en verholpen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
HMU00258
RISCALDAMENTO DEL MOTORE
Voor u de schakelhendel bedient, moet u nagaan dat er zich geen zwemmers of hinderpalen in het water bevinden in de omgeving van de boot.
OPGELET:
Om de schakelpositie van vooruit naar achteruit of omgekeerd te veranderen, moet u de gashendel eerst dichtdraaien zodat de motor stationair draait (of met laag toerental draait).
DMU00265
VOORUIT
Model met stuurboombediening
1) Plaats de gashendel in de volledig gesloten stand.
2) Zet de schakelhendel snel en kordaat van de neutrale stand in vooruit.
HMU00261
COME INNESTARE LE MARCE
AVVERTENZA
Model met afstandsbediening
Trek de neutraal-vergrendeltrekker omhoog indien deze voorzien is en zet de afstandsbedieningshendel snel en kordaat van neutraal in vooruit.
In achteruit is het aan te raden heel traag te varen. Zet de gashendel niet meer dan half-open. Zoniet kan de boot onstabiel worden, waardoor u de controle over de besturing kunt verliezen en een ongeval veroorzaken.
1) Plaats de gashendelgreep in de volledig gesloten stand (voor een model met stuur-boombediening).
2) Controleer of de kantelvergrendelhendel (voor model met manuele kanteling/hydraulische kanteling) wel degelijk in de vergrendelde stand staat.
HMU01326
MARCIA INDIETRO
AVVERTENZA
Model met stuurboombediening
3) Zet de schakelhendel snel en kordaat van de neutrale stand in achteruit.
Model met afstandsbediening
3) Trek de vrijloop-vergrendeltrekker omhoog als deze voorzien is en zet de afstandsbedieningshendel snel en kordaat van Neutraal in Achteruit.
Laat hem eerst enkele minuten in vrijloopstand of bij laag toerental afkoelen. Het is niet aan te raden de motor onmiddellijk na bedrijf bij hoge toerentallen uit te zetten.
DMU00277
1) Druk de motorstopknop in en houd hem ingedrukt, of draai de hoofdschakelaar in de "OFF"-stand.
HMU00273
COME ARRESTARE IL MOTORE
2) Als brandstofleiding-koppelstukken voorzien zijn, maak de brandstofleiding dan los na het uitzetten van de motor.
3) Draai de ontluchtingsschroef op de tankdop, indien voorzien, goed dicht na het uitzetten van de motor.
4) Haal de sleutel uit het contact als u van plan bent de boot enige tijd onbewaakt achter te laten.
OPMERKING:
De motor kan ook worden uitgeschakeld door aan het snoer te trekken en de slotplaat uit de motorstop-snoerschakelaar te verwijderen (en vervolgens de hoofdschakelaar op "OFF" te zetten).
De trimhoek van de buitenboordmotor helpt de positie van de boeg van de boot in het water bepalen. De correcte trimhoek helpt de prestaties en het brandstofverbruik verbeteren en zorgt tegelijk voor minder belasting van de motor. De correcte trimhoek is afhankelijk van de combinatie van boot, motor en schroef. Een correcte trim wordt ook beïnvloed door variabelen zoals de lading in de boot, de zeetoestand en de vaarsnelheid.
⚠ WAARSCHUWING
Teveel trim voor de gebruiksomstandigheden (hetzij opwaartse hetzij neerwaartse trim) kan ervoor zorgen dat de boot onstabiel en moeilijk bestuurbaar wordt. Dat verhoogt het risico op ongevallen. Wanneer de boot onstabiel aanvoelt of moeilijk bestuurbaar wordt, dient u onmiddellijk te vertragen en/of de trimhoek bij te regelen.
OPMERKING:
Zie de hoofdstukken “DE TRIMHOEK INSTELLEN” en “OMHOOG/OMLAAG KANTELEN” voor gebruiksinstructies.
①Trimhoek
HMU01118
COME METTERE IN ASSETTO IL MOTORE FUORIBORDO
Model met manuele kanteling
Er zijn 4 of 5 gaten voorzien in de klembeugel om de trimhoek van de buitenboordmotor aan te passen.
1) Zet de motor stil.
2) Maak de trimhoekregelstang ①los uit de klembeugel terwijl u de motor een beetje omhoog kantelt.
3) Plaats de stang in het gewenste gat.
Om de boeg te laten stijgen ("buitenwaartse trim") moet u de stang verder weg van de hekplank instellen.
Om de boeg te laten zakken ("binnenwaartse trim") moet u de stang naar de hekplank toe instellen.
Voer enkele testvaarten uit met verschillende trimhoeken om de positie te vinden die het best bij uw boot en de bedrijfsomstandigheden past.
⚠ WAARSCHUWING
- Zet de motor uit voor u de trimhoek ver- andert.
- Zorg dat u niet geklemd geraakt bij het verwijderen of installeren van de stang.
- Pas op wanneer u een trimpositie voor het eerst uitprobeert. Verhoog de snelheid geleidelijk en let op tekenen van instabiliteit of controleproblemen. Een verkeerde trimhoek kan u de controle over de boot doen verliezen.
OPMERKING:
De trimhoek kan ongeveer 4° worden gewijzigd door de trimregelstang in het gat te verschuiven.
Model met kantelbekrachtiging
⚠ WAARSCHUWING
- Zorg dat alle mensen uit de buurt van de buitenboordmotor zijn wanneer u de trimhoek bijstelt, zorg ook dat u geen lichaamsdelen tussen de aandrijfeenheid en de motorbevestigingsbeugel klemt.
- Wees voorzichtig wanneer u een trimpositie voor het eerst uitprobeert. Verhoog de snelheid geleidelijk en let op voor enige tekenen van instabiliteit of controleproblemen. Een verkeerde trimhoek kan controleverlies veroorzaken.
1) Plaats de schakelhendel in de vrijstand.
2) Kantel de motor tot de gewenste hoek met behulp van de kantelbekrachtigingsschakelaar.
OPMERKING:
Blijf binnen de trimwerkingshoek bij het open neertrimmen van de buitenboordmotor door middel van het kantelbekrachtigingssysteem.
Om de boeg omhoog te brengen ("trim-out"), kantelt u de motor omhoog.
Om de boeg te laten zakken ("trim-in"), kantelt u de motor omlaag.
Ga proefvaren met verschillende trimhoeken om de positie te vinden die het best werkt voor uw boot en vaaromstandigheden.
HMU01350
Als de boot zich op vlak water bevindt, zal een opwaartse boegneiging leiden tot minder waterweerstand, een grotere stabiliteit en een grotere doeltreffendheid. Dit wordt in het algemeen bereikt wanneer de kiellijn van de boot ongeveer 3 tot 5° omhoog staat. Bij buitenwaartse trim kan de boot meer neiging hebben om van de ene naar de andere kant te sturen. Compenseer dit in de besturing. Het trimvlak kan ook worden aangepast om dit effect te helpen compenseren.
Te veel buitenwaartse trim brengt de boeg van de boot te hoog in het water. De prestaties en het brandstofverbruik worden negatief beïnvloed omdat de scheepsromp tegen het water duwt en er daardoor meer luchtweerstand ontstaat.
Te veel opwaartse trim kan ertoe leiden dat de schroef gaat ventileren, waardoor de prestaties nogmaals worden beïnvloed. Als een boot te veel buitenwaarts getrimd is, kan hij springen in het water, waardoor bestuurder en passagiers overboord kunnen worden gegooid.
DMU00283
Boeg omlaag
Wanneer de boeg van de boot omlaag staat, is het makkelijker om van een staande start te accelereren naar over het water scheren.
Te veel binnenwaartse trim doet de boot 'ploegen' door het water, waardoor het brandstofverbruik de hoogte ingaat en de snelheid nog moeilijk kan worden verhoogd.
Varen met te veel binnenwaartse trim bij hoge snelheden maakt de boot ook onstabiel. De weerstand aan de boeg wordt sterk verhoogd, waardoor er meer gevaar ontstaat voor "boegbesturing" en het varen moeilijk en gevaarlijk wordt.
HMU00282
Prua alta
Als de motor voor enige tijd wordt stilgelegd of als de boot wordt aangemeerd in ondiep water, moet de motor worden omhoog gekanteld om de schroef en de behuizing te beschermen tegen beschadiging door aanvaringen met obstakels en ook om de zoutinwerking te beperken.
OPGELET:
- Voor u de motor kantelt, moet u de procedures onder de titel “MOTOR UITZETTEN” uitvoeren. Kantel de motor nooit terwijl hij draait. Dit kan immers ernstige schade door oververhitting veroorzaken.
- Kantel de motor niet omhoog door tegen de stuurhendel te duwen, want hierdoor kan de hendel afbreken.
⚠ WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat alle mensen uit de buurt blijven van de buitenboordmotor bij het aanpassen van de kantelhoek, en let ook op dat u geen enkel lichaamsdeel tussen de aan-drijfeenheid en de motorbracket klemt.
⚠ WAARSCHUWING
Weglekkende brandstof zorgt voor brandgevaar.
Maak de brandstofleiding los van de motor wanneer deze meer dan enkele minuten omhoog gekanteld moet blijven. Doet u dit niet, dan kan er eventueel brandstof weglekken (als het brandstofleiding-koppelstuk voorzien is op de motor).
HMU00285
COME SOLLEVARE E ABBASSARE IL MOTORE
PROCEDURE VOOR OMHOOG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met manuele kanteling
1) Plaats de schakelhendel in Neutraal.
2) Maak het brandstofleiding-koppelstuk los van de motor.
3) Plaats de kantelvergrendelhendel in de ont-grendelstand.
4) Houd de bovenkap achteraan met één hand vast en kantel de motor volledig omhoog.
HMU00290
COME SOLLEVARE IL MOTORE Modello a sollevamento manuale
5) De kantelsteunstang gaat automatisch naar de vergrendelde stand.
PROCEDURE VOOR OMLAAG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met manuele kanteling
1) Zet de kantelvergrendelhendel in de vergrendelde stand.
2) Kantel de motor lichtjes omhoog tot de kantelsteunstang automatisch wordt vrijge- geven.
3) Kantel de motor omlaag.
HMU00300
COME ABBASSARE IL MOTORE Modello a sollevamento manuale
PROCEDURE VOOR OMHOOG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met kantelbekrachtiging
1) Maak het koppelstuk van de brandstofleiding los van de motor.
2) Duw de kantelbekrachtigingsschakelaar "UP" (OMHOOG) tot de buitenboordmotor volledig omhooggekanteld is.
3) Duw de kantelsteunknop in de klembeugel om de motor te ondersteunen.
WAARSCHUWING
Na het kantelen van de motor mag u niet vergeten deze te ondersteunen met de kan- telsteunknop. Anders kan de motor plots weer naar onder vallen als de oliedruk in de kantelbekrachtigingseenheid onverwachts afneemt.
DMU01313
PROCEDURE VOOR OMLAAG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met kantelbekrachtiging
1) Duw de kantelbekrachtigingsschakelaar "UP" (omhoog) tot de motor ondersteund wordt door de kantelstang.
2) Trek de kantelsteunknop uit.
3) Duw de kantelbekrachtigingsschakelaar naar "DN" (omlaag) om de motor tot de gewenste stand te laten zakken.
HMU01312
COME SOLLEVARE IL MOTORE Modello con power tilt
Model met manuele kanteling
De buitenboordmotor kan gedeeltelijk worden omhooggekanteld om in ondiep water te varen.
⚠ WAARSCHUWING
- Zet de schakelhendel in de neutrale stand vooraleer u het systeem voor varen in ondiep water gebruikt.
- Laat de boot zo traag mogelijk varen bij gebruik van het systeem voor varen in ondiep water. Het kantelvergrendelmechanisme werkt niet terwijl het systeem voor varen in ondiep water in gebruik is. Een aanvaring met een obstakel onder water kan de motor uit het water lichten, waardoor u de controle over de boot kunt verliezen.
- Wees extra voorzichtig bij het achteruit varen. Een te grote achteruitstuwing kan de motor optillen uit het water, waardoor de kans op ongevallen en persoonlijke kwetsuren wordt vergroot.
- Zet de motor weer in zijn normale stand zodra de boot zich weer in dieper water bevindt.
OPGELET:
Plaats de schakelhendel in de neutrale stand vooraleer u het systeem voor varen in ondiep water in gebruik neemt.
HMU00306
2) Plaats de kantelvergrendelhendel in de ont-grendelde stand.
3) Kantel de motor een beetje omhoog. De kantelsteunstang zal automatisch vergrendelen, waardoor de motor in een gedeeltelijk omhoog gekantelde stand wordt ondersteund.
OPMERKING: \_\_\_\_
Deze motor heeft 2 posities voor gebruik in ondiep water.
1) Plaats de kantelvergrendelhendel in de vergrendelde stand.
2) Kantel de motor lichtjes omhoog tot de kantelsteunstang automatisch terugkeert naar de vrije positie.
3) Laat de motor vervolgens voorzichtig zakken tot de normale positie.
Model met kantelbekrachtiging
De motor kan gedeeltelijk worden omhoog gekanteld om in ondiep water te varen.
⚠ WAARSCHUWING
-Plaats de schakelhendel in de neutrale stand voor u de motor instelt voor varen in ondiep water.
- Zet de motor weer in zijn normale stand zodra de boot zich weer in dieper water bevindt.
OPGELET:
Kantel de buitenboordmotor niet omhoog tot de koelwaterinlaat van het ondergedeelte zich hoger bevindt dan het wateroppervlak, bij het instellen voor en het varen in ondiep water. Dit kan immers ernstige schade door oververhitting veroorzaken.
DMU01320
PROCEDURE
1) Zet de schakelhendel in de neutrale stand.
2) Kantel de motor een beetje omhoog met behulp van de kantelbekrachtigingsschakelaar.
HMU01319
Na het varen in zout water moet u de koelwa- terdoorgangen uitspoelen met leidingwater om te voorkomen dat ze verstopt raken door zou- tophoping.
OPMERKING:
Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk "VERVOEREN EN OPSLAAN VAN DE BUITENBOORDMO-TOR".
VAREN IN TROEBEL WATER
Het is ten zeerste aan te bevelen de optionele verchroomde waterpompkit te installeren als de buitenboordmotor in troebel (modderig) water moet worden gebruikt.
HMU00316
Hoofdstuk 4 ONDERHOUD
De buitenboordmotor vervoeren ....4-6
De buitenboordmotor opbergen ....4-8
ONDERHOUD EN BIJREGELING .....4-12
Wisselstukken....4-12
Reinigings- en inspectieschema......4-13
Smeren....4-14
De bougie schoonmaken en bijstellen.....4-16
Brandstofsysteem controleren....4-18
Controleren van de brandstofffilter......4-19
Stationair toerental bijregelen....4-20
Motorolie verversen....4-21
De distributieriem controleren ....4-23
Een zekering vervangen....4-24
Bedrading en connectoren controleren ...4-24
Uitlaatlek 4-24
Waterlek 4-24
Het kantelbekrachtigingssysteem controleren....4-25
De schroef controleren....4-26
Tandwielolie verversen....4-28
De brandstoftank reinigen....4-29
De anode inspecteren en vervangen......4-31
De accu controleren ....4-32
Bouten en moeren controleren....4-35
Om de koelwaterdoorgangen te reinigen....4-35
Motorbuitenkant 4-36
De bootbodem voorzien van een coating....4-37
SPECIFICHE....4-1
COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO....4-6
| Model Element | Eenheid | F15AEP |
| AFMETINGEN | ||
| Totale lengte mm | 643 | |
| Totale breedte mm | 369 | |
| Totale hoogte S/L/X mm | 1.080/1.207/- | |
| Hekplankhoogte S/L/X mm | 440/567/- | |
| Gewicht S/L/X kg | 52/ 54/- | |
| PRESTATIES | ||
| Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min.Maximum vermogenStationair toerental (Neutraal) | kW bij toeren/min.toeren/min. | 4.500 ~ 5.50011,0 bij 5.000900 ~ 1.000 |
| MOTOR | ||
| TypeCilinderinhoudBoring × slagOntstekingssysteemBougieBougiekapBesturingssysteemStartsysteemKlepspeling (koude motor) IN. UIT. mmAccuMin. koudstartstroomsterkte (CCA/EN)Min. nominaal vermogen (20HR/IEC)AlternatorvermogenStartcarburatiesysteem | cm3mmNGKmmamp bij -18°C (-0,4°F)A·hV-A | 4-takt, OHC, L232359,0 × 59,0C.D.I.-systemEDPR6EA-90,8 ~ 0,9AfstandsbedieningElektrische starter0,15 ~ 0,250,20 ~ 0,303474012 - 10Choke-klep |
| AANDRIJFEENHEID | ||
| VersnellingspositiesOverbrengingsverhoudingTrim/KantelsysteemSchroefmarkering | Vooruit - Neutraal - Achteruit2,08 (27/13)KantelbekrachtigingJ | |
| BRANDSTOF EN OLIE | ||
| Aanbevolen brandstofInhoud brandstoftank literAanbevolen motorolieInhoud motorolietank(Exclusief oliefilter) liter(Inclusief oliefilter) literAanbevolen tandwielkastolieInhoud tandwielkast cm | R.O.G.APISAE3 | Normale loodvrije benzine(Min. octaangetal 90)12/254-takt motorolieSE, SF, SG, SH, SJ10W-30, 10W-401,01,2Tandwielkast-olie (SAE90)250 |
| DRAAIKOPPELS | ||
| Bougie N•m (kgf•m)Schroefmoer N•m (kgf•m)Motorolie-aftapbout N•m (kgf•m)Motoroliefilter N•m (kgf•m) | 18 (1,8)16 (1,6)27 (2,7)18 (1,8) | |
-MEMO-

HMU00323
SPECIFICHE
Weglekkende brandstof veroorzaakt brandgevaar. Bij het vervoeren en opbergen van de buitenboordmotor moet u de ventilatieschroef en de brandstofkraan dichtdraaien om weglekkende brandstof te voorkomen.
DMU00326
DE BUITENBOORDMOTOR VERVOEREN
De motor moet worden vervoerd en opgeborgen in de normale bedrijfspositie. Als de vrije hoogte ten opzichte van het wegdek in deze stand onvoldoende is, vervoer de motor dan in de omhoog gekantelde stand en breng daartoe een motorsteunelement zoals een hekbalkbeschermstang aan.
Raadpleeg voor verdere details uw Yamaha-dealer.
⚠ WAARSCHUWING
- Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs als een motorsteunstang is aangebracht. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buitenboordmotor onverwachts naar onder valt.
- WEES UITERST VOORZICHTIG bij het vervoeren van de brandstoftank, ongeacht of deze in de boot of de wagen staat.
•VUL de brandstoftank NOOIT tot de rand.
Benzine zet sterk uit bij opwarming en kan druk veroorzaken in de brandstof-tank. Hierdoor kan brandstof weglekken en zo brandgevaar opleveren.
HMU01369
COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO
AVVERTENZA
Gebruik nooit de kantelsteunhendel/knop bij het verplaatsen van de boot. De buitenboordmotor kan door het schudden losraken van de kantelsteun en naar beneden vallen. Als de motor niet kan worden vervoerd in de naar onder gekantelde stand, gebruik dan een bijkomend steunelement om hem in de omhoog gekantelde stand vast te zetten.
ATTENZIONE:
Model met klemhendel
Als u de buitenboordmotor van de boot gedemonteerd vervoert of opbergt, vouw de stuurboomhendel dan dicht en laat de motor op de stuurboomhendel steunen om hem in horizontale stand te houden.
OPGELET:
Houd de krachtbron voortdurend hoger dan de schroef. Als u dit niet doet, kan koelwater in de cilinder lopen, waardoor de motor beschadigd kan raken.
OPMERKING:
Plaats een handdoek of enige andere doek onder de buitenboordmotor om deze tegen beschadiging te beschermen.
HMU00327
Als u de buitenboordmotor voor langere tijd wilt opbergen (2 maanden of meer), moet u verschillende belangrijke procedures volgen om kostelijke schade te voorkomen.
Het is aan te raden uw buitenboordmotor te laten onderhouden door een bevoegde Yamaha-dealer vooraleer u deze opbergt. De volgen-de procedures kunnen echter worden verricht door de eigenaar zelf met een minimum aan gereedschap.
OPGELET:
- Om problemen te voorkomen die kunnen worden veroorzaakt door olie die de cilinder binnendringt vanaf het oliecarter, moet u de motor in de afgebeelde stand houden voor het transporteren of opbergen ervan.
-Plaats de motor niet op zijn zijkant voor het koelwater volledig is weggelopen, zoniet kan water in de cilinder terechtkomen via de uitlaatopening en problemen veroorzaken. - Bewaar de motor op een droge, goed verluchte plaats, niet in direct zonlicht.
①Verticale positie
②Horizontale positie (aan de stuurboordzijde)
HMU00331*
COME RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO
1) Was het motorlichaam met leidingwater. (Zie "BUITENKANT VAN DE MOTOR").
2) Maak de brandstofleidingaansluiting los van de motor of sluit de brandstofkraan, indien voorzien.
3) Laat de motor stationair draaien met toevoer van leidingwater om de koelwaterdoorgangen uit te spoelen tot het brandstof-systeem leeg raakt en de motor stilvalt. (Zie "Koelsysteem uitspoelen").
HMU00334
4) Verwijder de accu bij modellen met elektrische starter (zie "De accu loskoppelen").
5) Laat het koelwater volledig uit de motor vloeien.
Maak het motorlichaam grondig schoon.
6) Haal de bougie(s) uit.
7) Giet een theelepeltje zuivere motorolie in de cilinder(s).
8) Start de motor meerdere keren met de hand.
9) Zet de bougie(s) weer in.
DMU00337*
Brandstoftank
1) Tap de brandstof af uit de tank als u van plan bent de motor langere tijd op te bergen.
2) Bewaar de brandstoftank op een droge, goed verluchte plaats, niet blootgesteld aan direct zonlicht.
Koelsysteem uitspoelen
OPGELET:
Laat de motor niet draaien zonder stromend koelwater. Anders zal ofwel de waterpomp beschadigd raken of de motor zal oververhitten en daardoor schade oplopen. Voor u de motor start, moet u het water toevoeren naar de koelwaterdoorgang van de motor.
DMU00346
- Motor uitspoelen in een watertank
1) Installeer de buitenboordmotor op de watertank.
2) Vul de tank met leidingwater tot boven het niveau van de anti-cavitatieplaat.
3) Zet de motor in neutraal en start deze.
4) Laat de motor gedurende enkele minuten met laag toerental draaien.
OPGELET:
Als het leidingwaterniveau tot onder de anti-cavitatieplaat is gezakt, of als er onvoldoende water aanwezig is, kan de motor vastlopen.
①Wateroppervlak
②Laagste waterpeil
HMU00345
Accu-elektrolyt is giftig en gevaarlijk en kan ernstige brandwonden en dergelijke veroorzaken. Het bevat zwavelzuur. Vermijd contact met de huid, ogen of de kleding.
Tegengift :
UITWENDIG: spoel met water.
INWENDIG: drink grote hoeveelheden water of melk. Neem vervolgens melk of magnesium, geklopte eieren of plantaardige olie in. Roep onmiddellijk een dokter ter hulp.
OGEN: spoel gedurende 15 min. met water en vraag daarna onmiddellijk medische hulp.
Accu's produceren explosieve gassen : houd vonken, vlammen, sigaretten enz. ervan verwijderd. Zorg voor de nodige verluchting bij het opladen of gebruiken van de accu in een gesloten ruimte. Draag steeds oogbescherming bij het werken in de omgeving van accu's.
HOUD ACCU'S BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.
Accu's variëren afhankelijk van de fabrikant. Bijgevolg kunnen de onderstaande procedures in sommige gevallen niet van toepassing zijn. Raadpleeg de instructies van uw accu-fabrikant.
1) Koppel de accu los en haal hem uit de boot. Koppel de zwarte negatiefdraad steeds eerst los om kortsluitingsgevaar te voorkomen.
2) Maak de accu-behuizing en -polen schoon. Vul elke accu-cel tot het bovenniveau met gedistilleerd water.
3) Bewaar de accu op een vlakke plaats in een koele, droge, goed verluchte ruimte buiten het bereik van direct zonlicht.
4) Controleer één keer per maand de zuurdichtheid van het elektrolyt en laadt de accu bij volgens de vereisten om de levensduur ervan te verlengen.
HMU00353
Uso della batteria
AVVERTENZA
Vergeet niet de motor uit te schakelen wanneer u onderhoudswerken wilt uitvoeren, tenzij anders aangeduid. Als de eigenaar niet vertrouwd is met het onderhoud van de machine, moet dit werk worden gedaan door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.
DMU00356
WISSELSTUKKEN
Als wisselstukken vereist zijn, gebruik dan uitsluitend oorspronkelijke Yamaha-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen van hetzelfde type en van dezelfde sterkte en materiaaltypes. Elk onderdeel van minderwaardige kwaliteit kan tot slechte werking leiden en het hieruit voortvloeiende controleverlies kan de bediener en zijn passagiers in gevaar brengen.
Originele Yamaha-wisselstukken en -toebehoren zijn verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.
HMU00355
De frequentie van de onderhoudsverrichtingen mag worden aangepast volgens de bedrijfsomstandigheden, maar de volgende tabel geeft algemene richtlijnen.
Het merkteken (●) geeft de controles aan die u zelf kunt uitvoeren.
Het merkteken (○) geeft werk aan dat door uw Yamaha-dealer moet worden uitgevoerd.
| Element\Interval | Eerste beurt Daarna om de | Zie pag. | ||||
| 10u(1m.) | 50u(3m.) | 100u(6m.) | 200u(1j.) | |||
| Bougie | Reinigen/Bijregeälen/Vervangen | ● | ● | ● | 4-16 | |
| Smeerpunten Smeren ● 4-14 | ||||||
| Tandwielolie Verversen ● | ● | 4-28 | ||||
| Brandstofsysteem Inspectie ● 4-18 | ||||||
| Brandstofffilter | Inspectie/Vervangen | ● | ● | ● | 4-19 | |
| Brandstoftank | Reinigen | ● | 4-29 | |||
| Stationair toerental | Bijregeälen | ● | ● | 4-20 | ||
| Anode | Inspectie/Vervangen | ○ | ○ | 4-31 | ||
| Buitenkant buitenboordmotor | Inspectie | ● | ● | 4-36 | ||
| Koelwaterdoorgang (*2) | Reinigen | ● | ● | 4-10, 4-35 | ||
| Schroef | Inspectie | ● | ● | 4-26 | ||
| Distributieriem | Inspectie/Vervangen | ○ | 4-23 | |||
| Accu (*1) | Inspectie/lading | ● (elke maand) | 4-32 | |||
| Carburatorafstelling | Inspectie/Bijregeälen | ○ | ○ | — | ||
| Bouten/Moeren | Heraanspannen | ○ | ○ | 4-35 | ||
| Motorolie | Verversen ● | ● | 4-21 | |||
| Olie filter | Verversen | ○ | — | |||
| Klepspeling | Inspectie/Bijregeälen | ○ | ○ | — | ||
| Thermostaat | Inspectie | ○ | — | |||
*1. Voor model met elektrische starter
*2. Bij bedrijf in zout-, troebel of modderig water, moet de motor worden gespoeld met schoon water na elk gebruik.
OPMERKING:
Standaardmodel
Als normaal loodhoudende benzine wordt gebruikt, moeten motorkleppen en aanverwante onderdelen worden geïnspecteerd om de 300 bedrijfsuren, naast de inspectie van de elementen in het bovenstaande onderhoudsschema.
HMU00363*
Bij het uithalen of indraaien van een bougie moet u opletten dat u de isolator niet beschadigt. Een beschadigde isolator kan externe vonken veroorzaken, wat tot ontploffing of brand kan leiden.
De bougie is een belangrijk motoronderdeel en kan makkelijk worden geïnspecteerd. De toestand van de bougie kan ons iets vertellen over de toestand van de motor. Als het centrale elektrodeporselein bijvoorbeeld heel wit is, kan dit wijzen op een inlaatluchtlek of carburatieprobleem in die cilinder. Probeer zelf geen diagnose van de gevonden problemen te stellen. Breng de buitenboordmotor liever naar een Yamaha-dealer. U moet de bougie regelmatig uithalen en inspecteren, want hitte en neerslag zorgen ervoor dat de bougie langzaam verslijt en aftakelt. Als de elektrode-erosie te groot wordt, of als er te veel koolstof- en andere neerslag is, moet u de bougie vervangen door een nieuwe bougie van het correcte type.
Standaard bougie :
Zie "TECHNISCHE GEGEVENS",
pag. 4-1.
Voor u de bougie aanbrengt, moet u de elektrodespleet meten met een draaddiktemeter; breng de spleet indien nodig overeen met de voorschriften.
Bougiespleet :
Zie "TECHNISCHE GEGEVENS",
pag. 4-1.
HMU01202
Bij het aanbrengen van de bougie moet u het oppervlak van de pakking reinigen en een nieuwe pakking gebruiken. Veeg eventuele vuilafzetting van de schroefdraad en schroef de bougie in tot het correcte draaikoppel.
Bougiedraaikoppel : Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, pag. 4-1.
OPMERKING:
Als u niet over een momentsleutel kunt beschikken bij het aanbrengen van de bougie, kunt u het correcte draaikoppel goed inschatten door de bougie 1/4 tot 1/2 slag voorbij handvast aan te draaien. Laat de bougie zo snel mogelijk op het correcte draaikoppel brengen met behulp van een momentsleutel.
| Initiaal van bougie-ID-merkteken | Momentsleutelmaat |
| B 21mm | |
| C/BK 16mm | |
| D 18,3 mm |
①Bougiespleet
②Bougie-identificatiemerkteken (NGK)
Benzine en benzinedampen zijn uiterst ont- vlambaar en explosief. Houd vonken, siga- retten, open vlammen of andere ontstekings- bronnen uit de buurt.
Controleer of er geen lekken, scheuren of gebreken zitten in de brandstofleiding. Als u enig probleem vindt, moet u dit onmiddellijk laten herstellen door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.
Controlepunten
- Lekken in brandstofsysteemonderdelen
- Lekken in brandstofleiding-koppelstuk
- Scheuren of andere schade aan de brandstofleiding
●Lek in de brandstofconnector
⚠ WAARSCHUWING
Weglekkende brandstof kan brand of ontploffing veroorzaken.
- Controleer regelmatig of er geen brandstoflekken zijn.
- Als u een brandstoflek aantreft, moet u het brandstofsysteem laten herstellen door een bekwame mecanicien. Gebrekkige herstellingen kunnen de buitenboordmotor onveilig maken.
HMU00369
CONTROLLO DELL'IMPIANTO DEL CARBURANTE
AVVERTENZA
Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.
- Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
- Voer deze procedure niet uit op een hete of draaiende motor. Laat de motor eerst afkoelen.
- Er zal brandstof aanwezig zijn in de brandstofffilter. Houd vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen uit de buurt.
- Bij deze procedure zal er enige brandstof gemorst worden. Vang deze op in een doek. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
- De brandstofffilter moet zorgvuldig weer gemonteerd worden met O-ring, filterbeker en slangen op de juiste plaats aangebracht. Een verkeerde assemblage of vervanging kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.
DMU00374
Controleer de brandstofffilter regelmatig. De brandstofffilter is van het eendelige weg- werptype. Als u vreemde materialen aantreft in de filter, vervang hem dan. Voor vervangfilters kan u best uw Yamaha-dealer raadplegen.
HMU00370
CONTROLLO DEL FILTRO DEL CARBURANTE
AVVERTENZA
- Raak geen elektrische onderdelen aan en verwijder ze ook niet bij het starten of tijdens het motorbedrijf.
- Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende delen terwijl de motor in werking is.
OPGELET:
Deze procedure moet worden uitgevoerd terwijl de buitenboordmotor met de schroef in het water ligt. Een uitspoelinrichting of testtank kan worden gebruikt.
Een diagnose-toerenteller moet voor deze procedure worden gebruikt.
1) Start de motor en laat hem volledig warm draaien in neutrale stand tot hij heel gelijkmatig draait. Als de buitenboordmotor op een boot gemonteerd is, zorg dan dat deze boot goed vastligt.
2) Regel de gasklepstopschroef ①zodanig af dat het stationair toerental volgens de richtlijnen is ingesteld (zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, pag.4-1 ) door de stop-schroef rechtsom te draaien om het vrij-looptoerental te verhogen en linksom om datzelfde vrijlooptoerental te verlagen.
OPMERKING:
Een correcte instelling van het stationair toerental is slechts mogelijk als de motor volledig is opgewarmd. Als dat niet het geval is, zal de toerentalinstelling meestal te hoog zijn.
Als u problemen hebt met het instellen van het voorziene stationair toerental, raadpleeg dan een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.
HMU00991
REGOLAZIONE DEL MINIMO
AVVERTENZA
- U kunt de olie beter niet aftappen onmid-dellijk na het uitzetten van de motor. De olie is dan heet en moet voorzichtig worden behandeld om brandwonden te voorkomen.
- Zorg dat de buitenboordmotor stevig vastgemaakt is aan de hekplank of een stabiele staander.
OPGELET:
- Ververs de motorolie na de eerste 10 bedrijfsuren en daarna om de 100 uren of om de 6 maanden. Zo niet zal de motor snel verslijten.
- Giet nooit te veel olie in de motor en zorg dat de buitenboordmotor goed rechtop staat (niet gekanteld) bij het controleren van het oliepeil en het verversen van de olie.
- Als het oliepeil boven het bovenste merkteken staat, laat dan voldoende afvloeien tot het niveau voldoet aan de opgegeven capaciteit. Overvullen kan een olielek of schade veroorzaken.
1) Plaats de buitenboordmotor in verticale stand (niet gekanteld).
2) Houd een geschikte opvangbak met een grotere inhoud dan de motoriecapaciteit klaar. Draai de aftapbout ①los en houd de opvangbak vervolgens onder het aftapgat terwijl u de bout wegneemt. Laat de olie volledig wegvloeien. Veeg eventueel gemorste olie onmiddellijk op.
3) Breng een nieuwe pakking aan op de aftapbout. Breng een dunne film olie aan op de pakking en breng de aftapbout vervolgens weer aan.
Draaikoppel:
Zie "TECHNISCHE GEGEVENS",
Pag. 4-1.
HMU01415
SOSTITUZIONE DELL'OLIO MOTORE
AVVERTENZA
Als u geen momentsleutel bij de hand hebt tijdens het aanbrengen van de aftapbout, zet de bout dan gewoon met de hand vast tot de pakking in contact komt met het oppervlak van het aftapgat. Draai dan nog een kwartslag of halve slag aan. Laat de aftapbout daarna zo spoedig mogelijk met een momentsleutel op het juiste aanhaalkoppel brengen.
4) Neem de olievuldop ②af. Voeg de correcte hoeveelheid olie toe via de vulopening. Breng de vuldop weer aan.
Motorolietype/capaciteit: Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.
5) Start de motor en controleer of het verklikkerlampje voor lage oliedruk wel uitgaat. Controleer of er geen olielekken zijn.
OPGELET:
Als het olielampje niet uitgaat, of als er olielekken zijn, zet de motor dan uit en zoek de oorzaak. Als u de motor nog langer laat draaien met een probleem, kan dit ernstige motorschade veroorzaken. Als u het probleem niet kunt vinden of oplossen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
6) Zet de motor uit en wacht 3 minuten. Controleer het oliepeil nogmaals met de oliepeilstok om zeker te zijn dat het peil tussen het bovenste en het onderste merkteken staat. Voeg olie bij als het peil onder het onderste merkteken staat en tap wat olie af tot het vereiste niveau als het peil boven het bovenste merkteken staat.
7) Ruim gebruikte olie op volgens de plaatselijke reglementering.
NOTA:
- Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het oprui- men van gebruikte olie.
- De olie moet vaker worden ververst wanneer de motor in moeilijke omstandigheden moet werken zoals bij langdurig traag varen.
NOTA:
Inspecteer de distributieriem en vervang hem als je één van de volgende tekenen bemerkt :
- Scheurtjes aan de achterkant van de riem of in de basis van riemtanden.
- Overmatige slijtage aan de basis van tandwieltanden.
- Rubbergedeelte gezwollen door olie.
●Riemoppervlakken opgeruwd. - Tekenen van slijtage aan de randen op het buitenoppervlak van de riem.
- Uitrekking van 10 mm of meer wanneer de riem met de vinger wordt ingedrukt.
OPGELET:
Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het vervangen van de distributieriem.
HMU00380
Als de zekering is doorgeslagen bij een model met elektrische starter, open dan de zekeringhouder en vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de juiste sterkte.
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat u het aanbevolen zekeringtype gebruikt.
Een verkeerde zekering of een stuk draad kunnen een te grote stroomsterkte doorla- ten. Dit kan schade aan het elektrisch sys- teem en brandgevaar veroorzaken.
OPMERKING:
Als de nieuwe zekering onmiddellijk ook doorsmelt, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.
①Zekeringhouder
②Zekering (10A/20A)
③Reservezekering (10A/20A)
DMU00383
BEDRADING EN CONNECTOREN CONTROLLEREN
1) Controleer of elke massadraad wel behoorlijk is bevestigd.
2) Controleer of elke connector wel stevig is ingestoken.
DMU00384
UITLAATLEK
Start de motor en controleer of er geen uitlaat-lek te merken is via de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.
DMU00385
WATERLEK
Start de motor en controleer of er geen water lekt uit de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.
HMU01463
SOSTITUZIONE DEL FUSIBILE
- Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs wanneer de kantelsteunknop vergrendeld is. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen indien de buitenboordmotor ongewild naar beneden valt.
- Zorg dat er zich niemand onder de buiten- boordmotor bevindt voor u deze test uit- voert.
1) Controleer de kantelbekrachtigingseenheid op enige tekenen van olielekken.
2) Bedien de kantelbekrachtigingsschakelaars op de afstandsbediening en de motoronderkap (indien voorzien) om te controleren of alle schakelaars werken.
3) Kantel de motor omhoog en controleer of de kantelstang ①wel volledig naar buiten wordt geduwd.
4) Controleer of de kantelstang wel vrij is van roestvorming en andere gebreken.
5) Bedien de motor tot hij neerwaarts is gekanteld. Controleer of de kantelstang vlot haar werk doet.
OPMERKING:
Als niet alles normaal werkt, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.
Aanbevolen vloeistof:
Yamaha trimbekrachtigings- & kantelvloeistof of ATF (DEXRON-II).
HMU01322
CONTROLLO DEL SISTEMA POWER TILT
AVVERTENZA
U kunt ernstige kwetsuren oplopen als de motor per ongeluk start terwijl u zich in de omgeving van de schroef bevindt.
- Voor u de schroef inspecteert, verwijdert of installeert, moet u de bougiekappen van de bougies verwijderen. Zet de schakelhendel ook in neutraal, zet de hoofdschakelaar in de UIT-stand en verwijder de sleutel, verwijder de snoerschakelaar van de motorstopschakelaar. Zet de accuonderbrekingsschakelaar uit als uw boot hiermee voorzien is.
- Gebruik nooit uw hand om de schroef vast te houden bij het los- of aandraaien van de schroefmoer. Steek een houten blok tussen de anti-cavitatieplaat en de schroef om te voorkomen dat de schroef kan draaien.
HMU00388
CONTROLLO DELL'ELICA
AVVERTENZA
Controlepunt van de scheepsschroef
- Controleer de schroefbladen op slijtage, erosie door cavitatie of ventilatie of enige andere schade.
- Controleer of de sleuven niet versleten of beschadigd zijn geraakt.
- Controleer of er zich geen vislijnen rond de schroefas hebben gewikkeld.
- Controleer of de oliedichting van de schroef-as geen schade heeft opgelopen.
HMU00390
De scheepsschroef demonteren
1) Trek de splitpen ①recht en haal ze uit met behulp van een tang.
2) Verwijder de moer ②en de tussenring ③ van de scheefpsschroef.
3) Verwijder de deflector ④(voor FT9.9), de schroef ⑤en de drukschijf ⑥.
HMU00997
Installeren van de schroef
OPGELET:
- Vergeet niet de drukring te installeren alvorens u de schroef aanbrengt, anders kunnen de onderkast en de schroefnaaf beschadigd raken.
- Gebruik een nieuwe splitpen en plooi de uiteinden ervan zorgvuldig om. Anders kan de schroef loskomen tijdens het varen en verloren raken.
1) Breng Yamaha Marine-smeervet of roest-werend smeervet aan op de schroefas.
2) Installeer de drukring en de schroef op de schroefas. Installeer de deflector (voor FT9.9) op de scheepsschroef.
3) Breng de tussenring aan en draai de schroefmoer aan met het voorgeschreven draaikoppel.
Draaikoppel:
4) Breng de schroefmoer in overeenstemming met het gaatje in de schroefas. Steek een nieuwe splitpen door het gaatje en plooi de uiteinden van de splitpen om.
OPMERKING:
Indien de schroefmoer niet overeenstemt met het gaatje in de schroefas nadat de schroefmoer werd aangedraaid tot het voorgeschreven draai-koppel moet u de moer een beetje vaster aan-draaien tot ze zich correct tegenover het gaatje bevindt.
HMU00998
- Zorg dat de buitenboordmotor stevig is vastgemaakt aan de hekplank of een sta-biele staander. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buitenboordmo-tor op u valt.
- Ga nooit onder de motor staan terwijl hij gekanteld is, zelfs als de kantelsteunhendel of -knop vergrendeld is. Dit kan immers tot ernstige kwetsuren leiden als de buitenboordmotor onverwachts terugvalt.
1) Kantel de buitenboordmotor zodanig dat de olieaftapplug zich zo laag mogelijk bevindt.
2) Plaats een geschikte opvangbak onder de tandwielkast.
HMU01773
SOSTITUZIONE DELL'OLIO DEL CAMBIO
AVVERTENZA
3) Verwijder de olieaftapplug ①.
4) Verwijder de oliepeilplug ② om de olie volledig te laten wegvloeien.
OPGELET:
Inspecteer de gebruikte olie nadat ze werd afgetapt. Als de olie melkachtig is, komt er water in de tandwielkast dat schade aan de tandwielen kan veroorzaken. Raadpleeg een Yamaha-dealer voor herstelling van de onderbakdichtingen.
OPMERKING:
Voor het opruimen van de gebruikte olie kunt u uw Yamaha-dealer raadplegen.
5) Met de buitenboordmotor in verticale stand kunt u de tandwielolie in het gat van de olieaftapplug inspuiten met behulp van een slang of een drukvullingssysteem.
Tandwielolietype en -capaciteit: Zie "Technische gegevens" in dit hoofdstuk.
6) Als de olie uit het oliepeilpluggat begint te stromen, zet u de oliepeilplug weer in en draait hem vast.
7) Zet de olieaftapplug weer in en draai deze vast.
Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.
- Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
- Blijf uit de buurt van vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen bij het reinigen van de brandstoftank.
- Verwijder de brandstoftank van de boot voor u ze begint te reinigen. Verricht dit werk uitsluitend in open lucht, in een goed verluchte omgeving.
- Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
- Hermonteer de brandstoftank heel zorgvuldig. Een slechte montage kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.
- Ruim oude benzine op volgens de plaatselijke reglementering.
1) Maak de brandstoftank leeg in een goedgekeurde benzineopvangbak.
2) Giet een kleine hoeveelheid geschikt oplos-middel in de tank. Breng de dop weer aan en schud goed met de tank. Laat het oplos-middel weer volledig weglopen.
HMU00401
PULIZIA DEL SERBATOIO DEL CARBURANTE
AVVERTENZA
1) Verwijder de schroeven die het brandstof-
slangkoppelgeheel op zijn plaats houden.
Trek het geheel uit de tank.
2) Reinig de filter (die zich op het uiteinde van de zuigbuis bevindt) in een geschikt reinigingsmiddel. Laat de filter drogen.
3) Vervang de pakking door een nieuw exemplaar. Breng het brandstofslangkoppelgeheel weer aan en zet de schroeven stevig vast.
HMU00402
De Yamaha-buitenboordmotor wordt tegen roestvorming beschermd door (een) oplosanode(s). Controleer de anode(s) regelmatig. Verwijder de aanslag op het anode-oppervlak. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het controleren en vervangen van de anode(s).
OPGELET:
Schilder de anode(s) niet, want daardoor verlies/verliezen ze haar/hun werking.
HMU00831
(voor model met elektrische starter)
⚠ WAARSCHUWING
Accu-elektrolyt is gevaarlijk; deze vloeistof bevat zwavelzuur en is bijgevolg giftig en uiterst bijtend.
Neem dan ook steeds de volgende preventieve maatregelen :
- Vermijd lichamelijk contact met elektrolytische vloeistof, aangezien deze ernstige brandwonden of permanente oogkwetsuren kan veroorzaken.
- Draag een beschermbril bij het hanteren van of werken in de buurt van accu's. Tegengif (UITWENDIG) :
- HUID - spoel met water.
- OGEN - spoel met water gedurende 15 minuten en vraag onmiddellijke medische bijstand. Tegengif (INWENDIG) :
- Drink grote hoeveelheden water of melk gevolgd door melk of magnesium, geklopte eieren of plantaardige olie. Vraag onmiddellijk medische bijstand. Accu's wekken ook explosief waterstofgas op; daarom moet u steeds de volgende preventieve maatregelen nemen :
- Laad accu's steeds op in een goed verluchte ruimte.
- Houd accu's steeds verwijderd van vuur, vonken of open vlammen (bijvoorbeeld lasapparatuur, brandende sigaretten enz.).
-ROOK NIET bij het opladen of hanteren van accu's.
•HOUD ACCU'S EN ELEKTROLYTISCHE VLOEISTOF BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.
HMU00404
- Een slecht onderhouden accu zal snel verslijten.
- Gewoon leidingwater bevat mineralen die schadelijk zijn voor een accu en kan beter niet worden gebruikt voor het bijvullen.
1) Controleer het elektrolytpeil minstens eenmaal per maand. Vul het indien nodig bij tot het door de fabrikant aanbevolen peil. Vul uitsluitend bij met gedistilleerd water (of zuiver gedeïoniseerd water dat geschikt is voor gebruik in accu's).
2) Houd de accu steeds in goede ladingsstaat. Door een voltmeter te installeren, kunt u de staat van uw accu beter in het oog houden. Als u van plan bent de boot een maand of langer niet te gebruiken, haal de accu dan uit de boot en bewaar hem op een koele, donkere plaats. Laad de accu volledig weer op voor u hem in gebruik neemt.
3) Als de accu langer dan een maand moet worden opgeborgen, controleer dan de zuurdichtheid van de vloeistof minstens eenmaal per maand en laad de accu op wanneer die dichtheid te laag is.
ATTENZIONE:
Monteer de accuhouder stevig op een droge, goed verluchte en trillingsvrije plaats in de boot. Installeer de volledig opgeladen accu in de houder.
OPGELET:
- Zorg dat de hoofdschakelaar (waar van toepassing) op "OFF" staat vooraleer u werkzaamheden aan de accu uitvoert.
- Omwisseling van de accukabels zal schade aan de gelijkrichter veroorzaken.
- Sluit de RODE kabel eerst aan bij het installeren van de accu en koppel de RODE kabel laatst los bij het verwijderen. Zo niet kan het elektrisch systeem beschadigd raken.
- De elektrische contacten van de accu en kabels moeten schoon en behoorlijk aangesloten zijn of de accu zal de motor niet kunnen starten.
Sluit de RODE draad eerst aan op de POSITIEVE (+) pool.
Sluit vervolgens de ZWARTE draad aan op de NEGATIEVE (-) pool.
①Rode draad
②Zwarte draad
③Accu
DMU01280
De accu loskoppelen
Maak de ZWARTE draad eerst los van de NEGATIEVE (-) pool. Maak vervolgens de RODE draad los van de POSITIEVE (+) pool.
HMU01279
1) Controleer of de bouten die de cilinderkop en de motor op hun plaats houden en de bevestigingsmoer van het vliegwiel wel degelijk zijn aangespannen met hun opge- geven draaikoppel.
2) Controleer de draaikoppels van andere bouten en moeren.
DMU0111
OM DE KOELWATERDOORGAN- GEN TE REINIGEN
Model uitgerust met spoelinrichting
Voor een zo grondig mogelijke uitspoeling moet u deze procedure onmiddellijk na het motorbedrijf uitvoeren.
1) Zet de motor uit en kantel deze omhoog. Schroef het tuinslangaansluitstuk ②los van de fitting ①op de onderkap.
2) Schroef het tuinslangaansluitstuk ②vast op een tuinslang ③die is aangesloten op een leidingwaterkraan.
3) Draai de waterkraan open terwijl de motor uit staat en laat het water door de koelings-doorgangen stromen gedurende ongeveer 15 minuten. Draai de waterkraan dicht en maak de tuinslang ③weer los.
4) Als het uitspoelen voltooid is, herinstalleert u het tuinslangaansluitstuk ②op de fitting ①van de onderkap. Draai het aansluitstuk goed vast.
OPGELET:
Laat het tuinslangaansluitstuk niet loszitten op de onderkapfitting en laat de slang ook niet loshangen tijdens normaal bedrijf. Water zal uit het aansluitstuk lekken in plaats van de motor te koelen, wat ernstige oververhitting kan veroorzaken. Zorg dat u het aansluitstuk stevig vastzet op de fitting na het spoelen van de motor.
HMU00408
CONTROLLO DI BULLONI E DADI
- Als u de motor uitspoelt met de boot in het water, zult u betere resultaten bekomen door de motor uit het water te kantelen.
- Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk DE BUITENBOARD-MOTOR TRANSPORTEREN EN OPBERGEN.
Formaat opzetstuk:
Binnendiameter 1,0 inch (25,4 mm)
Pitch 1/12 inch (2,1 mm)
NOTA:
De buitenboordmotor reinigen
Na het gebruik moet u de buitenkant van de buitenboordmotor met leidingwater schoonma- ken. Spoel het koelsysteem uit met leidingwa- ter.
OPMERKING:
Zie de instructies voor het doorspoelen van het koelsysteem in het hoofdstuk "DE BUITEN-BOORDMOTOR TRANSPORTEREN EN OPBERGEN"
DMU00412
Het geschilderde oppervlak van de motor controleren
Controleer of het motoroppervlak geen krassen of deuken heeft opgelopen en of de verf niet afbladert. Zones met beschadigd verfwerk lopen meer gevaar op roestvorming. Maak deze zones indien nodig schoon en verf ze opnieuw. Een lakstift voor kleine retouches is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.
HMU00409
ESTERNO DEL MOTORE
HMU00410
Een schone scheepsromp verbetert de vaarprestaties van de boot.
De bootbodem moet zo veel mogelijk vrij van begroeiing worden gehouden.
Indien nodig kan de bootbodem worden gecoat met een in uw land goedgekeurde vuilafstotende verflaag om begroeiing van het scheepsrompoppervlak te voorkomen.
Gebruik geen vuilafstotende verf die koper of grafiet bevat. Deze verftypes kunnen het roesten van de motor versnellen.
HMU00413
Hoofdstuk 5 PROBLEMEN VERHELPEN
PROBLEMEN VERHELPEN ....5-1
TIJDELIJKE ACTIE IN NOODGEVAL....5-5
Impactschade 5-5
Kantelbekrachtiging werkt niet......5-5
Starter wil niet werken....5-6
Behandeling van ondergedompelde
motor....5-8
Een storing in het brandstof-, compressie- of ontstekingssysteem kan zorgen voor startproblemen, vermogensverlies of andere problemen. De troubleshooting-kaart bevat beschrijvingen van eenvoudige procedures voor het opsporen en verhelpen van problemen. (Die kaart wordt bij alle Yamaha-buitenboordmotoren geleverd en bevat een aantal items die niet van toepassing zijn op het model dat u bezit.)
Als uw buitenboordmotor moet worden hersteld, dient u hem naar een Yamaha-dealer te brengen.
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| A. De starter werkt niet | Accu zwak of bijna leegAccu-aansluitingen losgeraakt of verroest.Zekering van elektrische starter-stroomkring doorgesmolten.Defecte startercomponentenSchakelhendel staat in versnelling. | Controleer de accutoestand.Gebruik een accu van het aanbev-olen type.Maak de accukabels zorgvuldig vast en maak de accupolen schoon.Zoek de oorzaak van de elektrische overbelasting en herstel die. Vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de correcte sterkte.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Plaats de hendel in neutraal. |
| B. Motor wil niet starten (starter werkt) | Brandstoftank leegBrandstof vervuild of verschaaldBrandstofffilter verstopt.Verkeerde startprocedure.Defecte brandstofpompBougie(s) vervuild of van het ver-keerde typeBougiekap(pen) verkeerd aange-brachtSlechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraad | Vul de tank met schone, verse brandstof.Vul de tank met schone, verse brandstof.Reinig of vervang de filter.Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Inspecteer de bougie(s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.Controleer dit en plaats de kap(pen) eventueel in de correcte stand.Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen.Zet alle losse aansluitingen weer vast.Vervang versleten of gebroken draden. |
| B. Motor wil niet starten (starter werkt) | 9. Defecte ontstekingsonderdelen10. Motorstop-snoerschakelaar niet bevestigd.11. Interne motoronderdelen beschadigd. | 9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.10. Bevestig het snoer.11. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer. |
| C. Stationair motorto-erental onregel-matig of motor valt stil | 1. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.2. Brandstofsysteem geblokkeerd.3. Brandstof vervuild of verschaald.4. Brandstofffilter verstopt.5. Defecte ontstekingsonderdelen.6. Waarschuwingssysteem geactiveerd.7. Bougiespleet niet correct.8. Slechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraad9. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.10. Thermostaten defect of verstopt.11. Carburatorafstellingen niet correct.12. Brandstofpomp beschadigd.13. Ontluchtingsschroef gesloten.14. Chokeknop is uitgetrokken.15. Motorkantelhoek is te hoog.16. Carburator is verstopt.17. Brandstofleidings-koppelstuk is ver-keerd verbonden.18. Gasklep stelt verkeerd bij19. Accukabel is losgekoppeld | 1. Inspecteer de bougie(s). Maak ze schoon of vervang ze door het aan-bevolen type.2. Controleer of de brandstofleiding niet dichtgeklemd of geplooid zit en of er zich geen andere obstructies in het brandstofsysteem bevinden.3. Vul de tank met schone, verse brandstof.4. Reinig of vervang de filter.5. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.6. Zoek en herstel de oorzaak.7. Inspecteer de bougie en stel de spleet in volgens de specificaties.8. Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen. Zet alle losse aansluitingen weer vast. Vervang versleten of beschadigde draden.9. Controleer dit en vervang de olie door het gespecificeerde type.10. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.11. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.12. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.13. Open de ontluchtingsschroef.14. Zet de knop weer dicht.15. Breng de motor weer in de normale bedrijfsstand.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Breng de verbinding weer in orde.18. Laat nakijken door Yamaha-dealer19. Stevig aansluiten |
| Probleem Mogelijkte oorzaak Oplossing | ||
| D. Waarschuwings-zoemer weerklinkt of verklikkerlamp gaat aan | 1. Koelstysteem verstopt.2. Motoroliepeil te laag.3. Verkeerd warmtebereik van de bougie.4. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.5. Motorolie vervuild of te lang gebruikt.6. Oliefilter verstopt.7. Olietoevoer/injectiepomp defect.8. Lading op de boot slecht verdeeld.9. Waterpomp/thermostaat defect. | 1. Controleer waterinlaat op belemmeringen.2. Vul de olietank bij met aanbevolen motorolie.3. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type.4. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.5. Vervang de olie door verse olie van het aanbevolen type.6. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.7. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.8. Verdeel de lading gelijkmatig over de boot zodat deze vlak in het water ligt.9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer. |
| E. Motor-vermo-gensverlies | 1. Schroef beschadigd.2. Verkeerde schroefspoel of diameter.3. Verkeerde trimhoek4. Motor op de verkeerde hoogte op de hekplank gemonteerd.5. Waarschuwingssysteem geactiveerd.6. Bootbodem vervuild door begroei-ing.7. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.8. Zeewier of andere vreemde materi-alen verstrengeld rond tandwielkast.9. Brandstofsysteem verstopt. | 1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Installeer een schroef van het correcte type om de buitenboordmotor met het aanbevolen toerentalbereik te kunnen gebruiken.3. Stel de trimhoek opnieuw in om een zo doeltreffend mogelijk motorbedrijf te bekomen.4. Laat de motor op de juiste hek-plankhoogte monteren.5. Zoek en herstel de oorzaak.6. Maak de bootbodem schoon.7. Inspecteer de bougie (s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.8. Verwijder het zeewier en maak de onderkast schoon.9. Controleer of de brandstofleiding niet geplet of geplooid zit en of er geen andere obstructies in het brandstofsysteem zitten. |
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| E. Motor-vermo-gensverlies | 10. Brandstofffilter verstopt.11. Brandstof vervuild of verschaald.12. Slecht afgestelde bougiespleet.13. Slechte verbindingen of beschadigde ontstekingsbedrading14. Defecte ontstekingsonderdelen15. Aanbevolen motorolietype niet gebruikt.16. Thermostaat defect of verstopt.17. Ontluchtingsschroef is gesloten.18. Brandstofpomp beschadigd.19. Brandstofleiding-koppelstuk slecht verbonden20. Verkeerd warmtebereik van de bougie. | 10. Maak de filter schoon of vervang hem.11. Vul de tank met schone, verse brand-stof.12. Inspecteer de bougie en stel de spleet in op de aanbevolen afstand.13. Controleer of de bedrading geen slij-tage of breuken heeft opgelopen.Zet alle losse verbindingen vast.Vervang versleten of gebroken draden.14. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.15. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Draai de ontluchtingsschroef open.18. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.19. Breng de aansluiting in orde.20. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type. |
| F. Overmatige motor-trilling | 1. Schroef beschadigd.2. Schroefas beschadigd.3. Zeewier of andere vreemde materi-alen rond de schroef verstrengeld.4. Motorbevestigingsbout is los-gekomen.5. Besturingsdraaias is losgekomen of beschadigd. | 1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.3. Verwijder deze materialen en reinig de schroef.4. Zet de bout weer vast.5. Zet deze vast of vraag assistentie aan Yamaha-dealer. |
De buitenboordmotor kan ernstig beschadigd raken door een aanvaring tijdens varen met of slepen van de boot. De schade kan de boot daarna onveilig om te besturen maken.
Als de buitenboordmotor een voorwerp in het water raakt, volg dan onderstaande procedure.
1) Zet de motor onmiddellijk uit.
2) Ga na of besturingssysteem en alle onderdelen geen schade hebben opgelopen. Onderzoek ook de schade aan de boot.
3) Vaar voorzichtig en langzaam terug naar de haven.
4) Laat een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren voor u hem opnieuw in gebruik neemt.
DMU01321
KANTELBEKRACHTIGING WERKT NIET
Als de motor niet omhoog of omlaag kan worden gekanteld door het kantelbekrachtigingsmechanisme omwille van een platte accu of een defect van de kantelbekrachtigingseenheid, dan kan de motor manueel worden gekanteld.
①Manuele klepschroef
HMU00416
INTERVENTI TEMPORANEI DI EMERGENZA
HMU01492
DANNI CAUSATI DA URTI
AVVERTENZA
1) Draai de schroef van de manuele klep linksom tot de aanslag.
2) Zet de motor in de gewenste stand en draai de schroef van de manuele klep dan weer rechtsom vast.
HMU00421
Als het startermechanisme niet wil werken (motor kan niet worden gestart met de starter), dan kan de motor worden gestart met een noodstartsnoer.
⚠ WAARSCHUWING
- Pas deze procedure uitsluitend toe in een noodgeval en uitsluitend om terug te keren naar de haven voor herstellingswerken.
- Als het noodstartsnoer wordt gebruikt om de motor te starten, zal de beveiligingsvoorziening tegen starten in versnelling niet werken. Zorg dus dat de schakelhendel/afstandsbedieningshendel in neutraal staat. Doet u dit niet, dan kan de boot onverwachts beginnen bewegen, wat tot een ongeval kan leiden.
- Controleer of er niemand achter u staat wanneer u aan het startsnoer moet trekken. Het snoer kan immers naar achter vliegen en zo iemand kwetsen.
- Een niet-afgeschermd draaiend vliegwiel is uiterst gevaarlijk. Houd losse kledij en andere voorwerpen uit de buurt bij het starten van de motor. Gebruik het noodstartsnoer uitsluitend volgens de instructies. Raak het vliegwiel of andere bewegen-de onderdelen niet aan terwijl de motor draait. Het startermechanisme op de bovenkap mag u ook niet installeren terwijl de motor al draait.
- Raak de ontstekingsspoel, de hoogspanningsdraad, de bougiekap of andere elektrische componenten niet aan bij het starten of terwijl de motor draait. U kunt hierdoor immers een elektrische schok oplopen.
HMU00423
LO STARTER NON FUNZIONA
Noodstarten van de motor
1) Verwijder de bovenste kap.
2) Verwijder de kabel ①door hem uit de starter te trekken, indien de motor ermee uitgerust is.
HMU01305
3) Verwijder beide uiteinden van de choke-verbindingstang ②.
4) Verwijder de afdekking van de starter/het vliegwiel door 3 bouten los te draaien. Maak de draden los van de afdekking van de starter/het vliegwiel.
5) Maak de motor klaar om te starten. Zie "STARTEN VAN DE MOTOR" voor de te volgen procedure. Zorg ervoor dat de motor in Neutraal staat en dat de borgplaat van de koord is bevestigd aan de motor-stop-snoerschakelaar.
6) Trek de hendel ③op de carburator naar boven om het chokesysteem te bedienen wanneer de motor koud is. Zodra de motor aanslaat, zet u de hendel weer in zijn uitgangspositie.
7) Steek het geknoopte uiteinde van het noodstarttouw in de uitsparing in de vliegwielrotor en draai het touw er een paar keer kloksgewijs rond.
8) Trek het touw langzaam naar u toe tot u weerstand voelt.
9) Geef er vervolgens een krachtige ruk aan om de motor aan te zwengelen en te starten. Herhaal die operatie indien de motor niet meteen start.
Als de buitenboordmotor ondergedompeld raakt, breng hem dan onmiddellijk naar een Yamaha-dealer. Anders kan bijna onmiddellijk roestvorming optreden. Als u de buitenboord-motor niet dadelijk naar een Yamaha-dealer kunt brengen, volg dan onderstaande procedure om de motorschade tot een minimum te beper-ken.
DMU00448
1) Spoel modder, zout, zeewier enz. grondig af met vers water.
2) Verwijder de bougie(s) en richt de bouga- ten naar onder om eventueel resterend water, modder of vervuilende elementen te laten wegvlocien.
3) Laat de brandstof wegvloeien uit de carburator, de brandstofffilter en de brandstofleiding. Laat alle olie wegvloeien.
4) Vul het oliecarter met dezelfde hoeveelheid verse motorolie als de motoroliecapaciteit.
Inhoud motorolietank: Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.
5) Voer sluierolie of motorolie door de carburator(s) en bougiega(a)t(en) terwijl u de motor start met de handstarter of het noodstartsnoer.
6) Breng de buitenboordmotor zo spoedig mogelijk naar een Yamaha-dealer.
OPGELET:
Probeer de motor niet in gebruik te nemen vooraleer hij volledig geïnspecteerd is.
HMU00446
Behandeling van ondergedompelde motor ...5-8
Benzine....1-6
Besturingswrijving-regelschroef ......2-12
Besturingswrijvingsregelhendel ......2-12
Beveiliging tegen starten in versnelling .....1-9
Boeg omhoog 3-23
Boeg omlaag....3-23
Bouten en moeren controleren....4-35
Bovenkapvergrendelhendel 2-14
Brandstof bijtanken 3-8
Brandstofleiding-koppelstuk 2-3
Brandstofmeter....2-3
Brandstofsysteem controleren ....4-18
Brandstoftank 2-3
Brandstoftank 4-9
C
Chokeknop 2-4
Chokeschakelaar....2-9
Controlepunt van de scheepsschroef .....4-26
Controleren van de brandstofffilter......4-19
D
De accu aansluiten....4-34
De accu controleren....4-32
De accu loskoppelen....4-34
De anode inspecteren en vervangen......4-31
De bootbodem voorzien van een coating....4-37
De bougie schoonmaken en bijstellen .....4-16
De brandstoftank reinigen 4-29
De buitenboordmotor opbergen....4-8
De buitenboordmotor reinigen......4-36
De buitenboordmotor transporteren en opbergen....4-6
De buitenboordmotor trimmen ....3-20
De buitenboordmotor vervoeren....4-6
De distributieriem controleren....4-23
De motor inlopen....3-5
De motor laten warmdraaien ....3-16
De motor starten....3-9
De motor uitzetten....3-19
De scheepsschroef demonteren....4-27
De schroef controleren ....4-26
De trimhoek aanpassen....3-21
Doorspoelinrichting....2-14
E
Een zekering vervangen 4-24
G
Gasklepregeling....2-5
Gasklepstandindicator 2-6
Gasklepwrijvingsregelknop....2-6
H
Het geschilderde oppervlak van de motor controleren....4-36
Het kantelbekrachtigingssysteem controleren....4-25
Het motorolie-peil controleren ....3-7
Hoofdcomponenten 2-1
Hoofdschakelaar....2-9
I
Identificatienummers document .....1-1
Impactschade....5-5
Informatie in verband met uitlaatregeling ....1-2
Installatie....3-1
Installeren van de schroef....4-27
Instructies voor het tanken ....1-5
K
Kantelbekrachtiging werkt niet ....5-5
Kantelbekrachtigingseenheid....2-14
Kantelbekrachtigingsschakelaar ......2-11
Kantelsteunknop....2-13
Kantelsteunknop....2-14
Kantelvergrendelmechanisme....2-13
Koelsysteem uitspoelen 4-10
L
Lage-snelheidswrijvingsregelschroef .....2-11
M
Montage van de buitenboordmotor....3-2
Montagehoogte....3-3
Motorbuitenkant 4-36
Motorolie....1-6
Motorolie verversen 4-21
Motorstop-snoerschakelaar....2-10
Motorstop-snoerschakelaar....2-7
Motoruitschakelknop....2-7
N
Noodstarten van de motor 5-6
0
Om de brandstofffilter te reinigen....4-30
Om de koelwaterdoorgangen te reinigen ....3-35
Omhoog/omlaagkantelen....3-24
Onderhoud en bijregeling 4-12
Ontluchtingsschroef 2-3
Oververhittingswaarschuwing ......2-15
P
Procedure voorafgaand aan de ingebruikname....3-6
Proglemen verhelpen....5-1
R
Reinigings- en inspectieschema....4-13
S
Schakelen 3-17
Schakelhendel 2-4
Schroefkeuze 1-8
Serienummer buitenboordmotor....1-1
Sleutelnummer 1-1
Smeren 4-14
Starter wil niet werken 5-6
Startknop 2-5
Stationair toerental bijregelen....4-20
Stuurboomhendel 2-5
T
Tandwielolie verversen 4-28
Tankdop 2-3
Tijdelijke actie in noodgeval 5-5
Trimhoekregelstang....2-13
U
Uitlaatlek....4-24
V
Varen in ondiep water 3-29
Varen in troebel water 3-30
Vastklemmen van de buitenboordmotor.....3-4
Veiligheids-informatie....1-3
Verklikkerlampje(s)....2-13
Vooruit 3-17
Waarschuwing voor lage oliedruk ......2-16
Waarschuwingssysteem....2-15
Waterlek 4-24
Werking van bedieningselementen en andere functies ....2-3
Wisselstukken....4-12

HMU00451
INDICE
A
Gedrukt op recyclagepapier