YAMAHA F9.9C (2003) - Buitenboordmotor

F9.9C (2003) - Buitenboordmotor YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis F9.9C (2003) YAMAHA in PDF-formaat.

📄 240 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice YAMAHA F9.9C (2003) - page 214
Bekijk de handleiding : Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Buitenboordmotor
Merk YAMAHA
Model F9.9C (2003)
Vermogen 9,9 pk (7,3 kW)
Cilinderinhoud 264 cm³
Cilinders 2
Koeling Watergekoeld
Startsysteem Kabelstarter
Brandstoftank Externe tank, 12 liter
Gewicht ca. 37 kg
Afmetingen (L×B×H) 800 × 350 × 1150 mm
Versnelling Vooruit-Neutraal-Achteruit (FNR)
Besturing Roerpin
Schroef 3-bladig standaard
Veiligheidsuitrusting Noodstopknop, Diefstalbeveiliging
Onderhoud Olie verversen, Bougies vervangen, Impeller vervangen
Reiniging Zoetwaterspoeling na zoutwatergebruik

Veelgestelde vragen - F9.9C (2003) YAMAHA

Hoe vaak moet de motorolie worden ververst?
Wij adviseren om de olie elke 100 bedrijfsuren of één keer per seizoen te verversen, afhankelijk van wat het eerst komt. Gebruik hiervoor Yamaha 4-takt motorolie van specificatie SAE 10W-30.
Welke olie wordt aanbevolen voor de Yamaha F9.9C?
Voor de Yamaha F9.9C wordt Yamaha 4-takt motorolie (SAE 10W-30) of een gelijkwaardige API SE/SF/SG olie aanbevolen. De hoeveelheid is ongeveer 1,0 liter.
Hoe start ik de motor correct?
Zet de brandstofkraan op 'On', trek de choke bij een koude motor, zet de gashendel in de vrijloopstand en trek langzaam aan het startkoord tot u weerstand voelt, trek dan krachtig door. Laat de motor warmdraaien voordat u de choke sluit.
Wat te doen bij startproblemen?
Controleer eerst het brandstofpeil, de bougies (droog? vuil?) en of de noodstopknop correct is ingeplugd. Ook een verstopte brandstoffilter kan de oorzaak zijn. Maak de bougies schoon of vervang ze.
Hoe onderhoud ik de buitenboordmotor na zoutwatergebruik?
Spoel de motor na elk gebruik in zoutwater na met zoetwater. Gebruik een slang en een speciale spoelaansluiting of laat de motor op een statief met zoetwater draaien. Droog vervolgens de buitenonderdelen en olie bewegende delen.
Welke schroef is optimaal voor de Yamaha F9.9C?
De optimale schroef hangt af van het boottype en het gebruiksdoel. Standaard is een 3-bladige schroef van 9 1/4 x 10 inch. Voor meer trekkracht (bijv. bij belading) kan een schroef met kleinere spoed worden gekozen, voor hogere snelheid een grotere spoed.
Hoe vervang ik de bougie?
Verwijder de bougiekap, draai de oude bougie los met een bougiesleutel (16 mm), controleer de elektrodenafstand (0,8-0,9 mm), plaats de nieuwe bougie en draai deze aan met 20 Nm koppel. Gebruik bougies van het type NGK BPR6ES of Yamaha 6E5-82311-00.
Wat betekent het waarschuwingslampje op de motor?
De Yamaha F9.9C heeft een ingebouwd oliedrukwaarschuwingslampje. Brandt het tijdens bedrijf, dan wijst dit op lage oliedruk. Stop onmiddellijk de motor en controleer het oliepeil. Oorzaken kunnen oliegebrek of een defecte oliepomp zijn.
Hoe bewaar ik de motor in de winter?
Voer de winterklaarmaking uit: brandstof uit de tank en carburateur laten lopen, motorolie verversen, bougies verwijderen en wat olie in de cilinders doen, smeernippels invetten, motor rechtop opslaan en beschermen met een afdekking.
Waar vind ik het serienummer van de Yamaha F9.9C?
Het serienummer (model-/identificatienummer) bevindt zich op een plaatje aan de onderkant van de motor bij de schroefkap of aan de rechterkant van het motorblok. Het is belangrijk voor het bestellen van onderdelen.

Gebruikersvragen over F9.9C (2003) YAMAHA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F9.9C (2003) - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F9.9C (2003) van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING F9.9C (2003) YAMAHA

Dank u voor uw keuze van een Yamaha-buitenboordmotor. Deze eigenaarshandleiding bevat informatie die u nodig hebt voor een juiste bediening, een goed onderhoud en de nodige verzorging. Een grondig begrip van deze eenvoudige instructies zal u helpen maximaal plezier te halen uit uw nieuwe Yamaha-buitenboordmotor.

Mocht u nog vragen hebben over de werking of het onderhoud van uw buitenboordmotor, gelieve dan contact op te nemen met een Yamaha-dealer.

In deze eigenaarshandleiding wordt bijzonder belangrijke informatie op de volgende wijze onderscheiden.

YAMAHA F9.9C (2003) - 1

Het veiligheidsalarmsymbool betekent OPGELET! HET GAAT OM UW VEILIGHEID!

⚠ WAARSCHUWING

Als waarschuwingsinstructies niet in acht worden genomen, kan dit leiden tot ernstige kwetsuren of zelfs de dood tot gevolg hebben voor de machinebediener, en toekijker, of een persoon die de buitenboordmotor inspecteert of herstelt.

OPGELET:

LET OP geeft speciale voorzorgen aan die moeten worden genomen om de schade aan de buitenboordmotor te voorkomen.

OPMERKING:

Een NOTA betreft sleutelinformatie om de procedures gemakkelijker of duidelijker te maken.

* Yamaha streeft naar constante vorderingen in productontwerp en -kwaliteit. Hoewel deze handleiding de nieuwste productinformatie op het ogenblik van het drukken bevat, kunnen er daardoor toch kleine verschillen optreden tussen uw machine en deze handleiding. Mocht u nog enige vragen hebben over deze handleiding, gelieve dan contact op te nemen met uw Yamaha-dealer.

OPMERKING:

De F9.9CMH, F13.5AMH, F15AMH, F15AEP en het standaardtoebehoren worden gebruikt als basis voor de uitleg en illustraties in deze handleiding. Daarom is het mogelijk dat bepaalde items niet gelden voor ieder model.

DMU01447

Alle rechten voorbehouden.

Elke herdruk of onbevoegd gebruik

zonder schriftelijke toelating van de

Yamaha Motor Co., Ltd.

is uitdrukkelijk verboden.

Gedrukt in Japan

HMU01449

AL PROPRIETARIO

Hoofdstuk 1 ALGEMENE INFORMATIE

Serienummer buitenboordmotor......1-1

Sleutelnummer 1-1

INFORMATIE IN VERBAND MET UITLAATREGELING ....1-2

VEILIGHEIDSINFORMATIE ....1-3

INSTRUCTIES VOOR HET TANKEN....1-5

Benzine 1-6

MOTOROLIE 1-6

ACCUVEREISTEN 1-7

SCHROEFKEUZE 1-8

BEVEILIGING TEGEN STARTEN IN VERSNELLING ....1-9

Het serienummer van de buitenboordmotor is ingestampt op het label aan bakboordzijde van de klembeugel.

Breng het serienummer van uw buitenboord-motor aan in de voorziene vakjes als hulpmiddel voor het later bestellen van wisselstukken bij uw Yamaha-dealer of als referentie in geval uw buitenboordmotor wordt gestolen.

①Serienummer buitenboordmotor

HMU00005

Uw sleutelidentificatienummer is ingestampt op uw sleutel zoals aangegeven op de tekening. Noteer dit nummer in de voorziene ruimte als referentie in geval u een nieuwe sleutel mocht nodig hebben.

①Sleutelnummer

HMU00008

NUMERO DELLA CHIAVE

Model met uitlaatregeling

Deze motor beantwoordt aan de uitlaatvoorschriften voor de Bodensee (navigatievoorschriften voor de Bodensee).

Goedkeuringsetiket van uitlaatregelingscertificaat

YAMAHA MOTOR CO., LTD.

Motorfamilie F9.9

Etiket voor vereiste brandstof

YAMAHA F9.9C (2003) - Etiket voor vereiste brandstof - 1

HMU00834

- Voor u de buitenboordmotor monteert of in gebruik neemt, moet u deze volledige handleiding doorlezen. Daardoor zou je een goed begrip moeten krijgen van de motor en zijn werking.

- Voor u de boot in gebruik neemt, moet u alle bijgeleverde gebruikers- of eigenaarshandleidingen en alle aangebrachte labels doorlezen. Zorg dat u alles goed begrijpt voor u de boot in gebruik neemt.

- Zorg dat de boot niet te krachtig wordt met deze buitenboordmotor. Dit kan immers tot controleverlies over de boot leiden. Het nominale vermogen van de buitenboordmotor moet gelijk zijn of kleiner dan de nominale vermogenscapaciteit van de boot. Als de nominale vermogenscapaciteit van de boot onbekend is, neem dan contact op met de dealer of de fabrikant van de boot.

- Breng geen wijzigingen aan de buitenboord-motor aan. Wijzigingen kunnen de motor ongeschikt of onveilig maken.

- Bedien de motor nooit na alcohol te hebben gedronken of drugs te hebben ingenomen. Ongeveer 50 % van alle fatale bootongevalen hebben te maken met intoxicatie.

- Zorg dat u voor elke persoon aan boord over een zwemvest beschikt. Het is een goed idee om bij elke boottrip een zwemvest te dragen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval steeds een zwemvest dragen en iedereen moet zwemvesten dragen wanneer in potentieel gevaarlijke omstandigheden dient te worden gevaren.

- Benzine is uiterst ontvlambaar en de benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief. Behandel en bewaar benzine dan ook met de nodige omzichtigheid. Controleer of er geen gasdampen aanwezig zijn of brandstof weg-lekt voor u de motor start.

HMU00918

YAMAHA F9.9C (2003) - Etiket voor vereiste brandstof - 2

- Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.

- Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.

- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, of uw arm of been terwijl u de motor bedient. Als u per ongeluk afstand neemt van de stuurboom, zal de snoerschakelaar aan de schakelaar trekken en zo de motor doen stilvallen.

- Zorg dat u de scheepvaartwetten en -reglementen kent van de gebieden waar u gaat varen — en respecteer ze ook.

- Zorg dat u op de hoogte blijft van de weersomstandigheden. Luister naar het weerbericht voor u gaat varen. Vermijd boottochtjes in gevaarlijke weersomstandigheden.

- Vertel aan iemand waar u naar toe gaat : laat een noodplan achter bij een verantwoordelijke persoon. Vergeet niet het noodplan te annuleren bij uw terugkeer.

- Gebruik uw gezond verstand en beoordelingsvermogen voor het varen. Ken uw mogelijkheden en zorg ervoor dat u precies weet hoe uw boot zich gedraagt in de verschillende vaaromstandigheden die u kunt meemaken. Blijf binnen uw limieten en de limieten van uw boot. Vaar steeds aan een veilige snelheid en kijk uit voor obstakels en ander verkeer op het water.

- Controleer steeds zorgvuldig of er geen zwemmers in de buurt zijn als u de motor in werking stelt.

●Blijf uit de buurt van zwemzones.

- Als u een zwemmer in het water bij de boot opmerkt, schakel dan naar neutraal en zet de motor uit.

  • Rook niet tijdens het tanken en blijf uit de buurt van vonken, vlammen of andere ontstekingsbronnen.
  • Zet de motor stil voor u begint te tanken.
  • Verricht het tanken steeds in een goed verluchte zone. Vul de draagbare brandstoftanks buiten de boot bij.
  • Zorg dat u geen benzine morst. Als u benzine morst, veeg die dan onmiddellijk op met droge doeken.
  • Zorg dat u de brandstoftank niet overvult.
  • Schroef de vuldop zorgvuldig vast na het tanken.
  • Als u enige benzine inslikt of een grote hoeveelheid benzinedampen inademt, of benzine in uw ogen krijgt, zoek dan onmiddellijk medische hulp.
  • Als enige benzine op uw huid terecht komt, was deze dan onmiddellijk af met zeep en water. Trek andere kleding aan als u er benzine op gemorst hebt.
  • Hou het vulpistool vast wanneer u het in de vulopening of de vultrechter steekt om elektrostatische vonken te voorkomen.

OPGELET:

Gebruik uitsluitend nieuwe zuivere benzine die in zuivere containers is opgeslagen en die niet vervuild is met water of vreemde stoffen.

HMU00016

ISTRUZIONI PER IL RIFORNIMENTO DI CARBURANTE

AVVERTENZA

LA BENZINA E I SUOI VAPORI SONO ALTA- MENTE INFIAMMABILI ED ESPLOSIVI!

Aanbevolen benzinetype: Gewone loodvrije benzine me een minimum octaangetal van 90 (pompoctaanaanduiding)

Als geklop of gepingel hoorbaar wordt, gebruik dan een ander merk benzine of loodvrije superbenzine.

DMU01769

MOTOROLIE

Aanbevolen motorolie:

4-takt motorolie met een combinatie van overeenkomstige SAE- en API-types zoals aangegeven in onderstaande tabel.

YAMAHA F9.9C (2003) - MOTOROLIE - 1

line SAE API | Temperature Range | SE | SF | SG | SH | SJ | | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | | -4 to 32 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | | 32 to 68 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | | 68 to 104°F | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | | 104°F to 40°C | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 | 10W-40 | 10W-30 |

Motoroliecapaciteit: Zie hoofdstuk 4, “Technische gegevens.”

OPGELET:

Alle 4-taktmororen worden vanuit de fabriek verzonden zonder motorolie.

HMU01809

BENZINA

Gebruik geen batterij die niet voldoet aan de gespecificeerde capaciteit. Als een batterij die niet aan de specificaties voldoet wordt gebruikt, kan het elektrisch systeem slecht presteren of overbelast raken, wat schade aan het elektrisch systeem kan veroorzaken.

Voor modellen met elektrische starter kiest u best een batterij die voldoet aan de volgende specificaties.

DMU01856

Minimum koudstartstroomsterkte

(CCA/EN):

347 amp bij -18°C (-0.4°F)

Modellen met alleen een gelijkrichter geïnstalleerd: F15AEH

  • Het gebruik van een onderhoudsvrije batterij bij bovenstaande modellen kan de levensduur van de batterij aanzienlijk verkorten.
  • Let op bij het aansluiten van accessoires zoals vissenzoekers, vermits deze beschadigd kunnen raken door hoogspanning. Installeer een optionele gelijkrichterregelaar of accessoires die bestand zijn tegen 18 volt of hoger bij bovenstaande modelen. Raapleeg uw Yamaya-dealer vorodetails over het installeren van een optionele gelijkrichterregelaar.

HMU01775

CARATTERISTICHE DELLA BATTERIA

ATTENZIONE:

De prestaties van uw buitenboordmotor worden in grote mate beïnvloed door de keuze van de schroef, aangezien een verkeerde schroef de prestaties nadelig kan beïnvloeden en ernstige schade aan de motor kan veroorzaken. Het motortoerental is afhankelijk van het schroefformaat en de lading van de boot. Als het motortoerental te hoog of te laag is voor goede motorprestaties, zal dit een negatief effect hebben op de motor.

Yamaha-buitenboordmotoren zijn uitgerust met schroeven die gekozen werden om goed te presteren over een groot toepassingenbereik, maar er kunnen wel gebruiksomstandigheden voorkomen, waarbij een schroef met een andere spoed geschikter zou zijn. Voor een grotere bedrijfsbelasting is een schroef met een kleinere spoed beter geschikt, omdat deze het mogelijk maakt het juiste motortoerental aan te houden. Anderzijds is een schroef met grotere spoed beter geschikt voor een kleinere bedrijfsbelasting.

Yamaha-dealers beschikken over een heel gamma schroeven en kunnen u adviseren en een schroef op uw buitenboordmotor installeren die het best geschikt is voor uw specifieke toepassing.

HMU01395

SCELTA DELL'ELICA

Bij volle gas en bij maximale bootbelasting moet het motortoerental binnen de bovenste helft van het maximale bedrijfsbereik blijven, zoals vermeld in "SPECIFICATIES" op pagina 4-1. Selecteer een bootschroef die aan deze vereiste voldoet.

Bij bedrijfsomstandigheden die het motortoerental laten stijgen tot boven aan bevolen maximum bereik (zoals lichte bootbelastingen), moet u de gashendelinstelling verlagen om het motortoerental in het gepaste bedrijfsbereik te houden.

①Schroefdiameter (in duim)
②Schroefspoed (in duim)
③Type schroef (schroef-markering)

Zie het hoofdstuk "CONTROLLEREN VAN DE SCHROEF" voor instructies over het demonteren of installeren van de schroef.

NOTA:

Yamaha-buitenboordmotoren die voorzien zijn van het label ① of door Yamaha goedgekeurde afstandsbedieningseenheden zijn uitgerust met beveiligingsinrichting(en) tegen starten in versnelling. Daardoor kan de motor alleen worden gestart als deze in neutraal staat. Zet de hendel steeds eerst in neutraal vooraleer u de motor start.

HMU01208

DISPOSITIVO DI ESCLUSIONE DELL'AVVIAMENTO CON MARCIA INSERITA

Hoofdstuk 2 BASISCOMPONENTEN

Besturingswrijving-regelschroef ......2-12

Besturingswrijvingsregelhendel ......2-12

Trimhoekregelstang....2-13

Verklikkerlampje(s) 2-13

Kantelvergrendelmechanisme .....2-13

Kantelsteunknop....2-13

Kantelsteunknop....2-14

Kantelbekrachtigingseenheid ....2-14

Bovenkapvergrendelhendel 2-14

Doorspoelinrichting 2-14

Oververhittingswaarschuwingssysteem..2-15

Waarschuwing voor lage oliedruk......2-16

COMPONENTI PRINCIPALI 2-1

①Bovenkap
②Kapivergrendel hendel
③Olieaftapbout
④Anti-cavitatieplaat
⑤Schroef
⑥Koelwaterinlaat
⑦Trimhoekregelstang
⑧Klembeugel
⑨Besturingswrijving-regelschroef
* ⑩Terugloopstarterhendel
⑪Chokeknop
⑫Verklikker
* ⑬Schakelhendel
* ⑭Stuurboomhendel
⑮Klemschroef
⑯Snoerbevestigingsbeugel
⑰Kantelvergrendelhendel
* ⑱Doorspoelinrichting
* ⑲Startknop
* ⑳Kantelsteunknop
* ②Agstandsbediebubgskast
* ②Brandstoftank

* Kan een beetje afwijken van de afbeelding; bovendien is het mogelijk dat het niet tot de standaarduitrusting van alle modellen behoort.

HMU01206

COMPONENTI PRINCIPALI

①Bovenkap
②Kapivergrendel hendel
③Olieaftapbout
④Anti-cavitatieplaat
⑤Schroef
⑥Koelwaterinlaat
⑦Trimhoekregelstang
⑧Besturingswrijving-regelschroef
⑨Klembeugel
* ⑩Stuurboomhendel
⑪Chokeknop
* ⑫Terugloopstarterhendel
⑬Verklikker
* ⑭Startknop
⑮Klemschroef
⑯Snoerbevestigingsbeugel
⑰Kantelvergrendelhendel
* ⑱Kantelsteunknop
* ⑲Agstandsbediebubgskast
* ⑳Brandstoftank

* Kan een beetje afwijken van de afbeelding; bovendien is het mogelijk dat het niet tot de standaarduitrusting van alle modellen behoort.

HMU01206

COMPONENTI PRINCIPALI

Als uw model werd uitgerust met een draagbare brandstoftank, dan werkt deze als volgt.

①Brandstofleiding-koppelstuk
②Brandstofmeter (indien voorzien)
③Tankdop
④Ontluchtingsschroef (indien voorzien)

⚠ WAARSCHUWING

De bij deze motor geleverde brandstoftank is het speciaal voorziene brandstofreservoir en mag niet worden gebruikt als brandstofopslagtank. Commerciële gebruikers moeten zich richten naar betreffende licentie- of goedkeuringsreglementen.

DMU00042

Brandstofleiding-koppelstuk

Dit koppelstuk wordt bijgeleverd om de brandstofleiding aan of af te koppelen.

DMU00044

Brandstofmeter

Deze meter zit op de tankdop. Hij geeft de huidige brandstofvoorraad in de tank bij benadering aan.

DMU00045

Tankdop

Deze dop is voorzien voor het tanken. Om hem af te nemen, moet u hem linksom draaien.

DMU00046

Ontluchtingsschroef

Deze schroef is voorzien op de tankdop. Om ze los te draaien moet u ze linksom draaien.

HMU00039

FUNZIONAMENTO DEI COMANDI ED ALTRE FUNZIONI

HMU00041

SERBATOIO DEL CARBURANTE

SCHAKELHENDEL (voor model met stuurboombediening)

Als u de schakelhendel naar uzelf toedraait, wordt de koppeling ingeschakeld tesamen met de vooruitversnelling, zodat de boot vooruit beweegt. Als u de hendel van u weg beweegt, schakelt u de achteruitversnelling in, zodat de boot zich achteruit verplaatst.

①Neutrale stand
②Vooruit
③Achteruit

HMU00051

Als u deze knop uittrekt (instelling op AAN) wordt een rijk mengsel toegevoerd dat vereist is voor het starten van de motor.

OPMERKING:

De chokeknop voor het model met afstandsbediening heeft dezelfde functie als de choke-schakelaar op de afstandsbedieningskast.

DMU00059

TERUGLOOPSTARTERHENDEL (indien voorzien)

Trek voorzichtig aan de hendel tot u enige weerstand voelt. Geef dan een forse ruk aan de hendel om de motor te starten.

HMU00055

POMELLO DELLA VALVOLA DELL'ARIA

(voor model met stuurboombediening)

Als u op de startknop drukt, stelt de elektrische startmotor de motor in werking.

HMU00060

(voor model met stuurboombediening)

Verplaats de stuurboomhendel zijwaarts om de besturingsrichting te veranderen.

Deze hendel omvat bovendien de volgende functies.

①Gasregelgreep
②Gasgreepstandaanduiding
③Gashendelwrijvingsregelknop/schroef
④Motorstopschakelaar / Motorstop-snoerschakelaar
⑤Schakelhendel

HMU00943

BARRA DI GUIDAX

De gasklepregelgreep bevindt zich op de stuurboomhendel. Draai de greep linksom om de snelheid te verhogen en rechtsom om de snelheid te verlagen.

HMU00065

Comando del gas

De brandstofverbruikscurve op de gasklepstandindicator geeft de relatieve hoeveelheid verbruikte brandstof voor elke gasklepstand aan. Kies de stand die de beste prestaties en het laagste verbruik voor het gewenste motorbedrijf biedt.

①Gasklepstandindicator

DMU01294

Gasklepwrijvingsregelknop

Een wrijvingsvoorziening in de stuurboomhen- del zorgt voor een weerstand in de beweging van de gashendelgreep.

Deze weerstand is instelbaar volgens de voorkeur van de bediener.

Weerstand Knop
Verhogen Rechtsom draaien
Verlagen Linksom draaien

Als u een constante snelheid wenst, zet de regelknop dan vast om de gewenste gasklepstand aan te houden.

⚠ WAARSCHUWING

Span de wrijvingsregelschroef niet te hard aan.

Als er teveel weerstand is, zal de hendel minder beweegbaar zijn, hetgeen ongevallen kan veroorzaken.

HMU00067

Indicatore del gas

De vergrendelplaat ①moet aan de motorstop-snoerschakelaar worden bevestigd vooraleer de motor wil draaien. Het snoer ②moet op een veilige plaats aan de kleding, een arm of een been van de bediener worden aangebracht. Mocht de bediener overboord vallen of zich verwijderen van de stuurboom, dan zal het snoer de vergrendelplaat uittrekken, waardoor de ontsteking naar de motor wordt onderbroken. Dit voorkomt dat de boot ongecontroleerd wegvaart met geopende gasklep.

⚠ WAARSCHUWING

  • Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been terwijl de motor draait.
  • Bevestig het snoer niet aan kleding die kan losscheuren. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken, want dan kan het zijn werking verliezen.
  • Voorkom ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal motorbedrijf. Een motorvermogensverlies betekent ook een verminderde bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Als ze dit niet verwachten kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.

OPMERKING:

De motor kan niet worden gestart met verwijderde vergrendelplaat.

HMU00932

Als u deze knop indrukt, wordt de ontstekingskring geopend en valt de motor stil.

HMU00072

Zowel de schakelhendel als de gashendel worden bediend door de afstandsbedieningshendel. Bovendien bevat dit bedieningselement de elektrische schakelaars.

①Afstandsbedieningshendel
②Vrijloop-vergrendeltrekker
③Vrijloop-gashendel
④Hoofdschakelaar/Chokeschakelaar
⑤Motorstop-snoerschakelaar
⑥Kantelbekrachtigingsschakelaar
⑦Lage-snelheidswrijvingsregelschroef

HMU00094

COMANDO A DISTANZA

Door de hendel naar voor te plaatsen vanuit de neutrale stand schakelt u de vooruitversnelling in. Door de hendel naar achter te trekken uit de neutrale stand schakelt u de achteruitversnelling in. De motor blijft stationair draaien tot de hendel ongeveer 35° wordt verplaatst (men voelt een klik). Bij het verder verplaatsen van de hendel gaat de gasklep open en de motor begint te accelereren.

①Neutraal
②Vooruit
③Achteruit
④Schakelhende
⑤Volledig gesloten
⑥Gashendel
⑦Volledig open

DMU00099

Vrijloop-vergrendeltrekker

Om uit neutrale stand te schakelen moet de vrijloop-vergrendeltrekker van de afstandsbedieningshendel eerst worden opgetrokken.

HMU00098

Om de gasklep te openen zonder in vooruit of achteruit te schakelen, moet u de afstandsbedieningshendel in de neutrale stand zetten en de vrijloop-gashendel omhoog trekken.

OPMERKING:

De vrijloop-gashendel werkt slechts wanneer de afstandsbedieningshendel in neutrale stand staat. De afstandsbedieningshendel werkt slechts wanneer de vrijloop-gashendel in de gesloten stand staat.

①Volledig open

②Volledig gesloten

HMU00100

Leva gas folle

Elke stand van de hoofdschakelaar bedient de ontstekings- en chokesystemen zoals hieronder beschreven.

- OFF (uit)

Elektrische circuits worden uitgeschakeld. (De sleutel kan worden uitgetrokken.)

•ON (aan)

Elektrische circuits worden ingeschakeld. (De sleutel kan niet worden uitgetrokken).

- START

De startmotor draait en de motor start. (Als u de sleutel loslaat, keert deze automatisch terug naar "ON").

DMU00102

Chokeschakelaar

Als de hoofdschakelaar op "ON" of "START" wordt gezet, zal het chokesysteem worden ingeschakeld om het rijke mengsel toe te voeren dat vereist is om de motor te starten. (Als de sleutel wordt losgelaten, wordt het choke-systeem ook weer automatisch uitgeschakeld).

HMU00101

De vergrendelplaat ①op het uiteinde van de snoerschakelaar ②moet aan de motorstopschakelaar worden bevestigd vooraleer de motor wil draaien. Het snoer moet op een veilige plaats aan de kleding, een arm of een been van de bediener worden aangebracht. Mocht de bediener overboord vallen of zich verwijderen van de stuurboom, zal het snoer de vergrendelplaat uittrekken, waardoor de ontsteking naar de motor wordt onderbroken. Dit voorkomt dat de boot ongecontroleerd wegvaart met geopen-de gasklep.

⚠ WAARSCHUWING

  • Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been terwijl de motor draait.
  • Bevestig het snoer niet aan kleding die kan losscheuren. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken, want dan kan het zijn werking verliezen.
  • Voorkom ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal motorbedrijf. Een motorvermogensverlies betekent ook een verminderde bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Als ze dit niet verwachten kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.

OPMERKING:

De motor kan niet worden gestart met verwijderde vergrendelplaat.

HMU00934

Kantelbekrachtigingsschakelaar

De kantelbekrachtiging verandert de motorhoek in relatie tot de hekplank. De kantelbekrachtigingsschakelaar bevindt zich op de afstandsbedieningshendelgreep. Wanneer u op de schakelaar "UP" (omhoog) drukt, wordt de motor opwaarts gekanteld. Wanneer u op de schakelaar "DN" (omlaag) drukt, wordt de motor neerwaarts gekanteld. Als de schakelaarknop wordt losgelaten, valt de motor stil in zijn huidige stand.

OPMERKING:

Zie het hoofdstuk "OMHOOG/OMLAAG KANTELEN" voor de gebruiksinstructies.

HMU01316

Lage-snelheidswrijvingsregelschroef

Een wrijvingssysteem in de afstandsbediening zorgt voor instelbare weerstand in de beweging van de afstandsbedieningshendel. Die weerstand kan worden aangepast aan de voorkeur van de gebruiker, door middel van een regelschroef vooraan op de afstandsbediening.

Weerstand Schroef
Verhogen Rechtsom draaien
VerlagenLinksom draaien

⚠ WAARSCHUWING

Span de wrijvingsregelschroef niet te hard aan. Als er teveel weerstand is, zal de hendel minder beweegbaar zijn, hetgeen ongevallen kan veroorzaken.

HMU01155

(voor model met stuurboombediening)

Een wrijvingsvoorziening zorgt voor de nodige weerstand in de besturingsbeweging. Deze is regelbaar volgens de voorkeur van de bediener. Een regelschroef/bout bevindt zich op de zwenkbeugel.

DMU01296

Bijregelen

Weerstand Schroef/Bout
Verhogen Draai rechtsom
Verlagen Draai linksom

⚠ WAARSCHUWING

Span de wrijvingsschroef/bout niet te hard aan. Als er te veel weerstand is, kan de boot moeilijk bestuurbaar zijn, hetgeen tot ernstige ongevallen kan leiden.

HMU00108

Een wrijvingsvoorziening zorgt voor de nodige weerstand op de besturingsbeweging.

Deze is verstelbaar volgens de voorkeur van de bediener.

Weerstand Hendel
Verhogen Naar bakboord verdraaien
Verlagen Naar stuurboord verdraaien

⚠ WAARSCHUWING

Span de wrijvingshendel niet te sterk aan. Als er teveel weerstand is, kan de besturing moeilijk worden, hetgeen tot ongevallen kan leiden.

HMU01295

De positie van de trimhoekregelstang bepaalt de minimale trimhoek van de buitenboordmotor ten opzichte van de hekplank.

HMU01297

Als de motor een toestand ontwikkelt die door het verklikkersysteem wordt gedetecteerd, dan zal het overeenkomstige verklikkerlampje aan gaan.

Zie het hoofdstuk "WAARSCHUWINGSSYS-TEEM" voor verdere details.

①Verklikkerlampje(s)

HMU01128

INDICATORI DI ALLARME

(voor model met manuele kanteling)

Het kantelvergrendelmechanisme wordt gebruikt om te voorkomen dat de schroef door achteruitstuwing de buitenboordmotor oplicht bij het achteruitvaren. Om het mechanisme te vergrendelen moet u de kantelvergrendelhendel in de vergrendelstand zetten. Om het te ont-grendelen moet u de kantelvergrendelhendel in de kantelstand zetten.

①Kantelvergrendelhendel

DMU00155

KANTELSTEUNKNOP

Om de buitenboordmotor in de omhoog gekantelde stand te houden, moet u de kantelsteunknop onder de zwenkbeugel indrukken.

HMU00153

De kantelsteunstang ①houdt de buitenboordmotor in de omhooggekantelde stand.

HMU00156

BARRA DI SUPPORTO DEL TILT

Deze eenheid kantelt de motor omhoog en omlaag en wordt bediend door middel van de kantelbekrachtigingsschakelaar.

①Kantelbekrachtigingseenheid
②Kantelbekrachtigingsmotor

OPGELET:

Stap niet op de kantelbekrachtigingsmotor en oefen er ook geen druk op uit. De kantelbekrachtigingseenheid kan hierdoor immers beschadigd raken.

DMU00162

BOVENKAPVERGRENDELHENDEL

Draai aan de vergrendelhendel om de motorbo- venkap af te nemen.

Neem vervolgens de kap af. Bij het weer aanbrengen van de kap moet u nagaan of ze wel behoorlijk in de rubber dichtingsstrip past. Vergrendel de kap daarna weer door de hendel omhoog te zetten.

①Bovenkapvergrendelhendel.

DMU01701

DOORSPOELINRICHTING

Deze inrichting ①wordt gebruikt om de koelwaterdoorgangen van de motor te reinigen met behulp van een tuinslang en leidingwater.

OPMERKING:

Zie "OM DE KOELWATERDOORGANGEN TE REINIGEN" in Hoofdstuk 4 voor gebruiks-instructies.

HMU01348

UNITÀ POWER TILT

Laat de motor niet verder draaien als het waarschuwingssysteem geactiveerd is. Raadpleeg uw Yamaha-dealer als het probleem niet kan worden gevonden en opgelost.

DMU00170

OVERVERHITTINGSWAARSCHU- WINGSSYSTEEM

Deze motor is voorzien van een oververhittingswaarschuwingsvoorziening. Als de motortemperatuur te hoog wordt, wordt het waarschuwingssysteem geactiveerd.

(○): Inbegrepen (—): N/B (niet beschikbaar)

WaarschuwingsinrichtingactiveringModel met stuur boombed ieningModel met afstandsbediening
Het motortoerental daalt automatisch tot ○ ongeveer 2.000 t/min.
Het oververhittings-verklikkerlampje — — gaat aan.
De zoemer weerklinkt. — ○

Als het waarschuwingssysteem geactiveerd is, moet u de motor stilleggen en controlleren of de waterinlaat niet verstopt zit.

HMU00169

Als de oliedruk te veel zakt, zal het waarschuwingssysteem in werking treden.

(○): Inbegrepen (—): N/B (niet beschikbaar)

WaarschuwingsinrichtingactiveringModel met stuur boombedieningModel met afstandsbediening
Het motortoerental daalt automatisch tot ○ ongeveer 2.000 t/min.
De lage-oliedrukverklikker gaat aan.
De zoemer weerklinkt. — ○

Als het waarschuwingssysteem geactiveerd werd, moet u de motor uitzetten zodra het veilig is dit te doen. Controleer het oliepeil indien nodig. Als het oliepeil correct is, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.

OPGELET:

Laat de motor niet langer draaien als het lampje voor laag oliepeil "AAN" is.

Dit kan immers ernstige motorschade veroorzaken.

HMU00173

Hoofdstuk 3 BEDIENING

Montage van de buitenboordmotor......3-2

Vastklemmen van de buitenboordmotor ...3-4

Het motorolie-peil controleren....3-7

BRANDSTOF BIJTANKEN ....3-8

DE MOTOR STARTEN 3-9

DE MOTOR LATEN

WARMDRAAIEN....3-16

SCHAKELEN....3-17

Vooruit 3-17

Achteruit....3-18

DE MOTOR UITZETTEN ......3-19

DE BUITENBOORDMOTOR

TRIMMEN....3-20

De trimhoek aanpassen ....3-21

OMHOOG/OMLAAGKANTELEN......3-24

VAREN IN ONDIEP WATER ......3-27

ANDERE VAAROMSTANDIGHEDEN..3-30

Verkeerde motorhoogte of belemmeringen voor een gelijkmatige waterstroming (zoals het ontwerp of de toestand van de boot of het toebehoren zoals hekladders/dieptezoekers) kunnen opspuitend water veroorzaken terwijl de boot vaart.

Ernstige motorschade kan optreden wanneer de motor continu wordt gebruikt met opspuitende waterstraal.

OPMERKING:

Tijdens de watertesten moet u het drijfvermogen van de boot controleren in rusttoestand, met maximale belasting. Controleer of het statisch waterpeil op de uitlaatbehuizing voldoende laag is om te voorkomen dat water binnendringt in het motorblok, wanneer het water stijgt door de golven terwijl de motor niet draait.

HMU00175

INSTALLAZIONE

ATTENZIONE:

Verkeerd monteren van de buitenboordmotor kan gevaarlijke situaties opleveren zoals een slechte handelbaarheid, controleverlies of brandgevaar. Respecteer volgende voorschriften :

  • De in dit deel verstrekte informatie is uit-sluitend als referentie bedoeld. Het is onmogelijk volledige instructies te bieden voor elke mogelijke boot/motorcombinatie. Een correcte montage is gedeeltelijk afhankelijk van ervaring en de specifieke boot/motorcombinatie.
  • Uw dealer of een andere persoon die ervaring heeft met een juist afstellen moet de motor monteren. Als u de motor zelf monteert, moet u hiervoor opleiding krijgen door een ervaren persoon. (voor permanent gemonteerd type)
  • Uw dealer of een andere persoon die ervaring heeft met een correcte montage van buitenboordmotoren moet u tonen hoe u een motor moet monteren. (draagbaar type)

Monteer de buitenboordmotor op de middellijn (keellijn) van de boot en controleer of de boot zelf wel goed uitgebalanceerd is. Als dit niet het geval is, zal de boot moeilijk te sturen zijn. Voor boten zonder keel of asymmetrische modellen, kunt u best uw dealer raadplegen.

①Middellijn(Kiellijn)

HMU00176

COME MONTARE IL MOTORE FUORIBORDO

AVVERTENZA

Een boot te krachtig maken kan ernstige instabiliteit veroorzaken. Installeer geen buitenboordmotor met meer vermogen dan het maximale nominale vermogen op de vermogensplaat van de boot. Als een boot geen vermogensplaat heeft, raadpleeg dan de fabrikant van de boot.

AVVERTENZA

Om uw boot zo efficiënt mogelijk te maken, moet de waterweerstand van de boot en de buitenboordmotor zo klein mogelijk worden gemaakt. De montagehoogte van de buitenboordmotor heeft een grote invloed op de waterweerstand. Als de montagehoogte te groot is, treedt gemakkelijk cavitatie op, waardoor de voortstuwing wordt verminderd; en als de schroefpunten door de lucht snijden, zal het motortoerental abnormaal stijgen en oververhitting van de motor veroorzaken. Als de montagehoogte te laag is, zal de waterweerstand verhogen en alzo het motorrendement verminderen. Monteer uw motor zodanig dat de anticavitatieplaat zich tussen de bodem van de boot en een niveau van 25 mm lager bevindt.

OPMERKING:

  • De optimale montagehoogte van de buitenboordmotor wordt beïnvloed door de boot/motor-combinatie en het gewenste gebruik. Testvaarten met verschillende hoogten kunnen de optimale montagehoogte helpen bepalen.
  • Zie het hoofdstuk “TRIMMEN VAN BUITENBOORDMOTOR” voor instructies over het instellen van de trimhoek van de buitenboordmotor.

HMU01298

1) Plaats de buitenboordmotor zodanig op de hekplank dat hij zo dicht mogelijk bij het middelpunt zit. Draai de hekplank-klemschroeven gelijkmatig en stevig vast. Controleer af en toe of de klemschroeven nog stevig vastzitten terwijl de motor draait, vermits deze kunnen loskomen door de motortrillingen.

⚠ WAARSCHUWING

Losse klemschroeven kunnen er de oorzaak van zijn dat de motor verschuift op de hekplank of er zelfs van afvalt. Dit kan controleverlies en ernstige kwetsuren veroorzaken. Controleer regelmatig of de hekplank-schroeven stevig vastgedraaid zijn.

Controleer af en toe, tijdens het motorbedrijf of de schroeven nog goed vastzitten.

2) Normaal moet gebruik worden gemaakt van een motor-tegenhoud-kabel of -ketting. Bevestig één uiteinde aan het bevestigings-punt van de motor-vasthoudkabel en het andere op een veilig montagepunt op de boot. Dit moet voorkomen dat de motor volledig verloren gaat bij ongewild losko-men van de hekplank.

Maak de klembeugel op de hekplank vast met de bij de buitenboordmotor geleverde bouten, raadpleeg voor verdere details uw dealer.

⚠ WAARSCHUWING

Vermijd het gebruik van andere bouten, moeren of tussenringen dan de types die bij het motorpakket worden geleverd. Als u er toch andere moet gebruiken, dan moeten deze ten minste dezelfde materiaalkwaliteit en -sterkte hebben en moeten ze stevig worden aangespannen. Laat na het aanspannen de motor proefdraaien en controleer dan opnieuw de stevigheid van de bevestigingen.

HMU01318

COME FISSARE IL MOTORE FUORIBORDO

Uw nieuwe motor vereist een inloopperiode om nauw op elkaar aansluitende oppervlakken van bewegende onderdelen de kans te geven gelijkmatig af te slijten. Een correcte inloop-procedure is bevorderend voor goede motor-prestaties en een lange levensduur.

OPGELET:

Als de voorgeschreven inloopprocedure niet wordt gevolgd, kan dit de levensduur van de motor verkorten of zelfs ernstige motorschade veroorzaken.

Inlooptijd: 10 uren

HMU00224

RODAGGIO DEL MOTORE

Laat de motor onder belasting draaien (aangesloten op de schroef van een boot) met inacht-neming van het volgende schema:

1) Tijdens het eerste bedrijfsuur:
Laat de motor tegen 2000 t/min of met ongeveer half opengedraaide gashendel draaien.
2) Tijdens het tweede bedrijfsuur:
Laat de motor tegen 3000 t/min of met ongeveer voor driekwart opengedraaide gashendel draaien en draai daarbij de gas-hendel om de tien minuten ongeveer een minuut lang helemaal open.
3) Tijdens de volgende acht bedrijfsuren:
Vermijd het continue draaien van de motor met volledig opengedraaide gashendel gedurende meer dan vijf minuten.
4) Na de eerste 10 bedrijfsuren:
Gebruik de motor op de normale manier.

HMU00233

Als enig element bij de controle voorafgaand aan de ingebruikname niet behoorlijk functioneert, moet u het laten inspecteren en herstellen voor u de buitenboordmotor in gebruik neemt. Zonder deze voorzorgsmaatregelen kan zich een ongeval voordoen.

OPGELET:

Start de motor niet terwijl hij uit het water hangt. Dit kan immers oververhitting en ernstige motorschade veroorzaken.

HMU00204

PROCEDURA PRELIMINARE

AVVERTENZA

  • Controleer het brandstofpeil om zeker te zijn dat u voldoende brandstof hebt voor uw trip.
  • Controleer of er geen brandstoflekken zijn en of er enige rook ontsnapt.
  • Controleer de brandstofleidingsaansluitingen om zeker te zijn dat ze stevig vast zitten.
  • Vergewis er u van dat de brandstoftank op een veilig, vlak oppervlak geplaatst is en dat de brandstofleiding niet verdraaid of platgedrukt is, of veel kans loopt in contact te komen met scherpe voorwerpen.

DMU00208

Olie

- Controleer het oliepeil in het oliecarter met behulp van de peilstok. Voeg indien nodig olie toe om het peil tot de bovenste marking te brengen.

HMU00206

Carburante

  • Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.
  • De bedieningselementen moeten vlot werken, zonder te klemmen of abnormaal veel speling.
  • Controleer of er geen losse of beschadigde aansluitingen zijn.
  • Controleer de werking van de starter en de stopschakelaars als de buitenboordmotor in het water ligt.

DMU00210

Motor

  • Controleer de motor en de motorbevestiging.
  • Controleer of er geen losse of beschadigde bevestigingselementen zijn.
  • Controleer de schroef op schade.

HMU00209

Comandi

1) Plaats de buitenboordmotor rechtop (niet gekanteld).
2) Trek de oliepeilstok uit en veeg de motorolie van de stok.
3) Steek de peilstok volledig in en trek hem nogmaals uit.
4) Controleer het oliepeil op de peilstok om zeker te zijn dat het peil tussen het bovenste en het onderste merkteken staat.. Voeg olie bij als het peil onder het onderste merkteken staat en tap wat olie af tot het vereiste niveau als het peil boven het bovenste merkteken staat.

①Oliepeilstok
②Onderlimiet-merkteken
③Bovenlimiet-merkteken

HMU01436

CONTROLLO DEL LIVELLO DELL'OLIO MOTORE

1) Verwijder de tankdop.
2) Vul de brandstof zorgvuldig bij.
3) Draai de vuldop goed vast na het tanken. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.

Inhoud brandstoftank: zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.

HMU00202

  • Voor u de motor start, moet u nagaan of hij stevig is aangemeerd en dat u veilig kunt wegvaren zonder enige obstakels te moeten vermijden. Controleer of er geen zwemmers in het water liggen in de omgeving van de schroef.
  • Als de ontluchtingsschroef wordt losgedraaid, komen benzinedampen vrij. Benzine is uiterst ontvlambaar en de dampen ervan zijn ontvlambaar en explosief. Rook niet en blijf uit de buurt van open vlammen en vonken terwijl u de ontluchtingsschroef losdraait.
  • Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.

1) Als er een ontluchtingsschroef op de tank-dop is voorzien, draai deze dan 2 tot 3 slagen los.
2) Als een brandstofleidingkoppelstuk voorzien is op de motor, sluit de brandstofleiding dan aan op dit koppelstuk. Sluit vervolgens het andere uiteinde van de brandstofleiding aan op het koppelstuk van de brandstoftank.

OPMERKING:

Plaats de tank horizontaal terwijl de motor loopt, want anders kan geen brandstof in de motor worden gezogen.

3) Knijp in de voorinspuitpeer met de uitlaat-opening naar boven tot u deze stevig voelt worden.

HMU01147

4) Plaats de schakelhendel in de neutrale stand.

OPMERKING:

De beveiligingsinrichting tegen starten in versnelling voorkomt dat de motor in een andere stand dan neutraal kan worden gestart.

HMU01497

PROCEDURA PER MODELLO CON CONTROLLO BARRA

5) Maak het motorstopsnoer op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of been. Installeer vervolgens de vergrendelplaat aan het andere uiteinde van het snoer in de motorstopschakelaar.

⚠ WAARSCHUWING

  • Bevestig het motorstopschakelaarsnoer op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been tijdens het gebruik van de boot.
  • Bevestig het snoer niet aan een kledings-tuk dat losgerukt kan worden. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken en de werking ervan in gevaar komt.
  • Vermijd ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal bedrijf. Een verlies van motorvermogen betekent ook een verlies van de bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Daardoor kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voren worden geworpen.

6) Plaats de gashendelgreep in de "START"-stand.

Model met manuele start

7) Trek de choke-knop volledig uit. Wanneer de motor draait, drukt u de knop weer in zijn uitgangspositie.

OPMERKING:

  • De choke hoeft niet te worden gebruikt om een warme motor te starten.
  • Wanneer de choke-knop niet opnieuw wordt ingedrukt na het starten van de motor zal de motor uitvallen.

8) Trek de starchendel langzaam naar u toe tot u weerstand voelt. Geef er vervolgens een krachtige ruk aan om de motor aan te zwengelen en te starten. Herhaal die operatie indien de motor niet meteen start.
9) Na het aanspringen van de motor laat u de starthendel langzaam terugkeren naar zijn uitgangspositie alvorens hem los te laten.
10) Draai de gashendel opnieuw in de volledig gesloten stand.

HMU00240

Model met elektrische starter

7) Trek de choke-knop volledig uit. Wanneer de motor draait, drukt u de knop weer in zijn uitgangspositie.

OPMERKING:

  • De choke hoeft niet te worden gebruikt om een warme motor te starten.
  • Wanneer de choke-knop niet opnieuw wordt ingedrukt na het starten van de motor zal de motor uitvallen.
    8) Druk de startknop in om de motor te star- ten.
    9) Laat de startknop onmiddellijk los wanneer de motor aanslaat.
    10) Draai de gashendel langzaam in de volledig gesloten stand om te voorkomen dat de motor stilvalt.

OPGELET:

  • Druk nooit op de startknop terwijl de motor draait.
  • Laat de startmotor nooit langer dan 5 seconden draaien. Als de startmotor langer dan 5 seconden draait, zal de batterij vlug leeg zijn, en met een lege batterij kan de motor niet worden gestart. Als de motor niet wil starten na 5 seconden laat u de startknop los, wacht u ongeveer 10 seconden en probeert u opnieuw.

HMU00242

4) Plaats de schakelhendel in de neutrale stand.

OPMERKING:

Met de beveiliging tegen starten in versnelling kan de motor slechts worden gestart als hij neutraal staat.

5) Maak de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats vast aan de kleding, uw arm of been. Installeer de vergrendelplaat aan het andere uiteinde van het snoer vervolgens op de motorstopschakelaar.

⚠ WAARSCHUWING

  • Maak de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of been tijdens het motorbedrijf.
  • Maak het snoer niet vast aan kleding die kan losscheuren. Zorg dat het snoer niet verstrikt kan geraken, want dit zou de werking ervan kunnen belemmeren.
  • Voorkom ongewenst trekken aan het snoer tijdens het normale motorbedrijf. Een verlies van motorvermogen betekent ook dat de controle over de besturing grotendeels verloren gaat. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Daardoor kunnen mensen en voorwerpen in de boot onverwachts naar voor worden geworpen.

6) Zet de hoofdschakelaar op 'AAN'.

HMU00247

PROCEDIMENTO PER IL MODELLO CON COMANDO A DISTANZA

4) Mettere la leva del comando a distanza in folle (Neutral).

NOTA:

Model met elektrische starter

7) Draai de gashandel lichtjes open en trek de neutraal-gashendel daarbij gedeeltelijk omhoog. U zult de gasklepopening eventueel lichtjes moeten wijzigen, afhankelijk van de motortemperatuur. Zet de gashandel weer in de uitgangsstand na het starten van de motor.

OPMERKING:

  • Om te beginnen moet u de hendel omhoog trekken tot u enige weerstand voelt en hem dan nog iets verder omhoog trekken.
  • De vrijloopgashendel kan slechts werken wanneer de afstandsbedieningshendel op 'N' staat.

8) Druk de hoofdschakelaar in en houd hem in deze stand om het chokesysteem op afstand in te schakelen. (De chokeschakelaar op afstand keert terug naar zijn uitgangsstand als u de schakelaar loslaat. Daarom moet u de schakelaar ingedrukt houden).

OPMERKING:

  • U hoeft de choke niet te gebruiken bij warme motor.
  • Zet de chokeknop in de uitgangsstand, zo niet zal het chokesysteem op afstand niet werken.

9) Zet de hoofdschakelaar op 'START' en houd hem maximum 5 seconden in die stand.

10) Als de motor start, moet u de hoofdschakelaar onmiddellijk loslaten zodat deze kan terugkeren naar de 'AAN'-stand.

HMU00945

  • Zet de hoofdschakelaar niet op 'START' terwijl de motor draait.
  • Laat de startmotor niet meer dan 5 seconden draaien. In dat geval zal de accu immers snel uitgeput raken en zal het onmogelijk worden om de motor nog te starten. Als de motor niet binnen 5 seconden start, zet de hoofdschakelaar dan weer op 'AAN', wacht 10 seconden en start de motor dan opnieuw.

ATTENZIONE:

1) Voor u wegvaart, moet u de motor in vrij-loop-toerental gedurende 3 minuten laten warmdraaien. (Als u dit niet doet, zal dit de levensduur van de motor verkorten.)
2) Ga na of het lage-oliedrukverklikkerlampje wel uit gaat na het starten van de motor.
3) Controleer of er wel een constante waterstroom uit de koelwater-uitstroomopening komt.

OPGELET:

  • Als het lage-oliedrukverklikkerlampje niet uit gaat na het starten van de motor, zet deze dan uit. Anders kan ernstige schade aan de motor optreden. Controleer het oliepeil en voeg olie toe indien nodig. Als u de oorzaak voor het aan gaan van het lage-oliedrukverklikkerlampje niet kunt vinden, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
  • Een continue waterstroom uit het uitstroomgat geeft aan dat de waterpomp water via de koelingsdoorgangen pompt. Als er niet constant water uit de uitstroomopening stroomt terwijl de motor draait, zet de motor dan uit om oververhitting en ernstige motorschade te voorkomen. Zet de motor uit en controleer of de waterinlaat in de onderkap niet geblokkeerd is. Als het probleem niet kan worden opgespoord en verholpen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.

HMU00258

RISCALDAMENTO DEL MOTORE

Voor u de schakelhendel bedient, moet u nagaan dat er zich geen zwemmers of hinderpalen in het water bevinden in de omgeving van de boot.

OPGELET:

Om de schakelpositie van vooruit naar achteruit of omgekeerd te veranderen, moet u de gashendel eerst dichtdraaien zodat de motor stationair draait (of met laag toerental draait).

DMU00265

VOORUIT

Model met stuurboombediening

1) Plaats de gashendel in de volledig gesloten stand.
2) Zet de schakelhendel snel en kordaat van de neutrale stand in vooruit.

HMU00261

COME INNESTARE LE MARCE

AVVERTENZA

Model met afstandsbediening

Trek de neutraal-vergrendeltrekker omhoog indien deze voorzien is en zet de afstandsbedieningshendel snel en kordaat van neutraal in vooruit.

In achteruit is het aan te raden heel traag te varen. Zet de gashendel niet meer dan half-open. Zoniet kan de boot onstabiel worden, waardoor u de controle over de besturing kunt verliezen en een ongeval veroorzaken.

1) Plaats de gashendelgreep in de volledig gesloten stand (voor een model met stuur-boombediening).
2) Controleer of de kantelvergrendelhendel (voor model met manuele kanteling/hydraulische kanteling) wel degelijk in de vergrendelde stand staat.

HMU01326

MARCIA INDIETRO

AVVERTENZA

Model met stuurboombediening

3) Zet de schakelhendel snel en kordaat van de neutrale stand in achteruit.

Model met afstandsbediening

3) Trek de vrijloop-vergrendeltrekker omhoog als deze voorzien is en zet de afstandsbedieningshendel snel en kordaat van Neutraal in Achteruit.

Laat hem eerst enkele minuten in vrijloopstand of bij laag toerental afkoelen. Het is niet aan te raden de motor onmiddellijk na bedrijf bij hoge toerentallen uit te zetten.

DMU00277

1) Druk de motorstopknop in en houd hem ingedrukt, of draai de hoofdschakelaar in de "OFF"-stand.

HMU00273

COME ARRESTARE IL MOTORE

2) Als brandstofleiding-koppelstukken voorzien zijn, maak de brandstofleiding dan los na het uitzetten van de motor.

3) Draai de ontluchtingsschroef op de tankdop, indien voorzien, goed dicht na het uitzetten van de motor.
4) Haal de sleutel uit het contact als u van plan bent de boot enige tijd onbewaakt achter te laten.

OPMERKING:

De motor kan ook worden uitgeschakeld door aan het snoer te trekken en de slotplaat uit de motorstop-snoerschakelaar te verwijderen (en vervolgens de hoofdschakelaar op "OFF" te zetten).

De trimhoek van de buitenboordmotor helpt de positie van de boeg van de boot in het water bepalen. De correcte trimhoek helpt de prestaties en het brandstofverbruik verbeteren en zorgt tegelijk voor minder belasting van de motor. De correcte trimhoek is afhankelijk van de combinatie van boot, motor en schroef. Een correcte trim wordt ook beïnvloed door variabelen zoals de lading in de boot, de zeetoestand en de vaarsnelheid.

⚠ WAARSCHUWING

Teveel trim voor de gebruiksomstandigheden (hetzij opwaartse hetzij neerwaartse trim) kan ervoor zorgen dat de boot onstabiel en moeilijk bestuurbaar wordt. Dat verhoogt het risico op ongevallen. Wanneer de boot onstabiel aanvoelt of moeilijk bestuurbaar wordt, dient u onmiddellijk te vertragen en/of de trimhoek bij te regelen.

OPMERKING:

Zie de hoofdstukken “DE TRIMHOEK INSTELLEN” en “OMHOOG/OMLAAG KANTELEN” voor gebruiksinstructies.

①Trimhoek

HMU01118

COME METTERE IN ASSETTO IL MOTORE FUORIBORDO

Model met manuele kanteling

Er zijn 4 of 5 gaten voorzien in de klembeugel om de trimhoek van de buitenboordmotor aan te passen.

1) Zet de motor stil.
2) Maak de trimhoekregelstang ①los uit de klembeugel terwijl u de motor een beetje omhoog kantelt.

3) Plaats de stang in het gewenste gat.

Om de boeg te laten stijgen ("buitenwaartse trim") moet u de stang verder weg van de hekplank instellen.

Om de boeg te laten zakken ("binnenwaartse trim") moet u de stang naar de hekplank toe instellen.

Voer enkele testvaarten uit met verschillende trimhoeken om de positie te vinden die het best bij uw boot en de bedrijfsomstandigheden past.

⚠ WAARSCHUWING

  • Zet de motor uit voor u de trimhoek ver- andert.
  • Zorg dat u niet geklemd geraakt bij het verwijderen of installeren van de stang.
  • Pas op wanneer u een trimpositie voor het eerst uitprobeert. Verhoog de snelheid geleidelijk en let op tekenen van instabiliteit of controleproblemen. Een verkeerde trimhoek kan u de controle over de boot doen verliezen.

OPMERKING:

De trimhoek kan ongeveer 4° worden gewijzigd door de trimregelstang in het gat te verschuiven.

Model met kantelbekrachtiging

⚠ WAARSCHUWING

  • Zorg dat alle mensen uit de buurt van de buitenboordmotor zijn wanneer u de trimhoek bijstelt, zorg ook dat u geen lichaamsdelen tussen de aandrijfeenheid en de motorbevestigingsbeugel klemt.
  • Wees voorzichtig wanneer u een trimpositie voor het eerst uitprobeert. Verhoog de snelheid geleidelijk en let op voor enige tekenen van instabiliteit of controleproblemen. Een verkeerde trimhoek kan controleverlies veroorzaken.

1) Plaats de schakelhendel in de vrijstand.
2) Kantel de motor tot de gewenste hoek met behulp van de kantelbekrachtigingsschakelaar.

OPMERKING:

Blijf binnen de trimwerkingshoek bij het open neertrimmen van de buitenboordmotor door middel van het kantelbekrachtigingssysteem.

Om de boeg omhoog te brengen ("trim-out"), kantelt u de motor omhoog.

Om de boeg te laten zakken ("trim-in"), kantelt u de motor omlaag.

Ga proefvaren met verschillende trimhoeken om de positie te vinden die het best werkt voor uw boot en vaaromstandigheden.

HMU01350

Als de boot zich op vlak water bevindt, zal een opwaartse boegneiging leiden tot minder waterweerstand, een grotere stabiliteit en een grotere doeltreffendheid. Dit wordt in het algemeen bereikt wanneer de kiellijn van de boot ongeveer 3 tot 5° omhoog staat. Bij buitenwaartse trim kan de boot meer neiging hebben om van de ene naar de andere kant te sturen. Compenseer dit in de besturing. Het trimvlak kan ook worden aangepast om dit effect te helpen compenseren.

Te veel buitenwaartse trim brengt de boeg van de boot te hoog in het water. De prestaties en het brandstofverbruik worden negatief beïnvloed omdat de scheepsromp tegen het water duwt en er daardoor meer luchtweerstand ontstaat.

Te veel opwaartse trim kan ertoe leiden dat de schroef gaat ventileren, waardoor de prestaties nogmaals worden beïnvloed. Als een boot te veel buitenwaarts getrimd is, kan hij springen in het water, waardoor bestuurder en passagiers overboord kunnen worden gegooid.

DMU00283

Boeg omlaag

Wanneer de boeg van de boot omlaag staat, is het makkelijker om van een staande start te accelereren naar over het water scheren.

Te veel binnenwaartse trim doet de boot 'ploegen' door het water, waardoor het brandstofverbruik de hoogte ingaat en de snelheid nog moeilijk kan worden verhoogd.

Varen met te veel binnenwaartse trim bij hoge snelheden maakt de boot ook onstabiel. De weerstand aan de boeg wordt sterk verhoogd, waardoor er meer gevaar ontstaat voor "boegbesturing" en het varen moeilijk en gevaarlijk wordt.

HMU00282

Prua alta

Als de motor voor enige tijd wordt stilgelegd of als de boot wordt aangemeerd in ondiep water, moet de motor worden omhoog gekanteld om de schroef en de behuizing te beschermen tegen beschadiging door aanvaringen met obstakels en ook om de zoutinwerking te beperken.

OPGELET:

  • Voor u de motor kantelt, moet u de procedures onder de titel “MOTOR UITZETTEN” uitvoeren. Kantel de motor nooit terwijl hij draait. Dit kan immers ernstige schade door oververhitting veroorzaken.
  • Kantel de motor niet omhoog door tegen de stuurhendel te duwen, want hierdoor kan de hendel afbreken.

⚠ WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat alle mensen uit de buurt blijven van de buitenboordmotor bij het aanpassen van de kantelhoek, en let ook op dat u geen enkel lichaamsdeel tussen de aan-drijfeenheid en de motorbracket klemt.

⚠ WAARSCHUWING

Weglekkende brandstof zorgt voor brandgevaar.

Maak de brandstofleiding los van de motor wanneer deze meer dan enkele minuten omhoog gekanteld moet blijven. Doet u dit niet, dan kan er eventueel brandstof weglekken (als het brandstofleiding-koppelstuk voorzien is op de motor).

HMU00285

COME SOLLEVARE E ABBASSARE IL MOTORE

PROCEDURE VOOR OMHOOG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met manuele kanteling

1) Plaats de schakelhendel in Neutraal.
2) Maak het brandstofleiding-koppelstuk los van de motor.
3) Plaats de kantelvergrendelhendel in de ont-grendelstand.
4) Houd de bovenkap achteraan met één hand vast en kantel de motor volledig omhoog.

HMU00290

COME SOLLEVARE IL MOTORE Modello a sollevamento manuale

5) De kantelsteunstang gaat automatisch naar de vergrendelde stand.

PROCEDURE VOOR OMLAAG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met manuele kanteling

1) Zet de kantelvergrendelhendel in de vergrendelde stand.
2) Kantel de motor lichtjes omhoog tot de kantelsteunstang automatisch wordt vrijge- geven.
3) Kantel de motor omlaag.

HMU00300

COME ABBASSARE IL MOTORE Modello a sollevamento manuale

PROCEDURE VOOR OMHOOG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met kantelbekrachtiging

1) Maak het koppelstuk van de brandstofleiding los van de motor.
2) Duw de kantelbekrachtigingsschakelaar "UP" (OMHOOG) tot de buitenboordmotor volledig omhooggekanteld is.
3) Duw de kantelsteunknop in de klembeugel om de motor te ondersteunen.

WAARSCHUWING

Na het kantelen van de motor mag u niet vergeten deze te ondersteunen met de kan- telsteunknop. Anders kan de motor plots weer naar onder vallen als de oliedruk in de kantelbekrachtigingseenheid onverwachts afneemt.

DMU01313

PROCEDURE VOOR OMLAAG KANTELEN VAN DE MOTOR Model met kantelbekrachtiging

1) Duw de kantelbekrachtigingsschakelaar "UP" (omhoog) tot de motor ondersteund wordt door de kantelstang.
2) Trek de kantelsteunknop uit.
3) Duw de kantelbekrachtigingsschakelaar naar "DN" (omlaag) om de motor tot de gewenste stand te laten zakken.

HMU01312

COME SOLLEVARE IL MOTORE Modello con power tilt

Model met manuele kanteling

De buitenboordmotor kan gedeeltelijk worden omhooggekanteld om in ondiep water te varen.

⚠ WAARSCHUWING

  • Zet de schakelhendel in de neutrale stand vooraleer u het systeem voor varen in ondiep water gebruikt.
  • Laat de boot zo traag mogelijk varen bij gebruik van het systeem voor varen in ondiep water. Het kantelvergrendelmechanisme werkt niet terwijl het systeem voor varen in ondiep water in gebruik is. Een aanvaring met een obstakel onder water kan de motor uit het water lichten, waardoor u de controle over de boot kunt verliezen.
  • Wees extra voorzichtig bij het achteruit varen. Een te grote achteruitstuwing kan de motor optillen uit het water, waardoor de kans op ongevallen en persoonlijke kwetsuren wordt vergroot.
  • Zet de motor weer in zijn normale stand zodra de boot zich weer in dieper water bevindt.

OPGELET:

Plaats de schakelhendel in de neutrale stand vooraleer u het systeem voor varen in ondiep water in gebruik neemt.

HMU00306

2) Plaats de kantelvergrendelhendel in de ont-grendelde stand.

3) Kantel de motor een beetje omhoog. De kantelsteunstang zal automatisch vergrendelen, waardoor de motor in een gedeeltelijk omhoog gekantelde stand wordt ondersteund.

OPMERKING: \_\_\_\_

Deze motor heeft 2 posities voor gebruik in ondiep water.

1) Plaats de kantelvergrendelhendel in de vergrendelde stand.
2) Kantel de motor lichtjes omhoog tot de kantelsteunstang automatisch terugkeert naar de vrije positie.
3) Laat de motor vervolgens voorzichtig zakken tot de normale positie.

Model met kantelbekrachtiging

De motor kan gedeeltelijk worden omhoog gekanteld om in ondiep water te varen.

⚠ WAARSCHUWING

-Plaats de schakelhendel in de neutrale stand voor u de motor instelt voor varen in ondiep water.
- Zet de motor weer in zijn normale stand zodra de boot zich weer in dieper water bevindt.

OPGELET:

Kantel de buitenboordmotor niet omhoog tot de koelwaterinlaat van het ondergedeelte zich hoger bevindt dan het wateroppervlak, bij het instellen voor en het varen in ondiep water. Dit kan immers ernstige schade door oververhitting veroorzaken.

DMU01320

PROCEDURE

1) Zet de schakelhendel in de neutrale stand.
2) Kantel de motor een beetje omhoog met behulp van de kantelbekrachtigingsschakelaar.

HMU01319

Na het varen in zout water moet u de koelwa- terdoorgangen uitspoelen met leidingwater om te voorkomen dat ze verstopt raken door zou- tophoping.

OPMERKING:

Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk "VERVOEREN EN OPSLAAN VAN DE BUITENBOORDMO-TOR".

VAREN IN TROEBEL WATER

Het is ten zeerste aan te bevelen de optionele verchroomde waterpompkit te installeren als de buitenboordmotor in troebel (modderig) water moet worden gebruikt.

HMU00316

Hoofdstuk 4 ONDERHOUD

De buitenboordmotor vervoeren ....4-6

De buitenboordmotor opbergen ....4-8

ONDERHOUD EN BIJREGELING .....4-12

Wisselstukken....4-12

Reinigings- en inspectieschema......4-13

Smeren....4-14

De bougie schoonmaken en bijstellen.....4-16

Brandstofsysteem controleren....4-18

Controleren van de brandstofffilter......4-19

Stationair toerental bijregelen....4-20

Motorolie verversen....4-21

De distributieriem controleren ....4-23

Een zekering vervangen....4-24

Bedrading en connectoren controleren ...4-24

Uitlaatlek 4-24

Waterlek 4-24

Het kantelbekrachtigingssysteem controleren....4-25

De schroef controleren....4-26

Tandwielolie verversen....4-28

De brandstoftank reinigen....4-29

De anode inspecteren en vervangen......4-31

De accu controleren ....4-32

Bouten en moeren controleren....4-35

Om de koelwaterdoorgangen te reinigen....4-35

Motorbuitenkant 4-36

De bootbodem voorzien van een coating....4-37

SPECIFICHE....4-1

COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO....4-6

Model ElementEenheidF15AEP
AFMETINGEN
Totale lengte mm643
Totale breedte mm369
Totale hoogte S/L/X mm1.080/1.207/-
Hekplankhoogte S/L/X mm440/567/-
Gewicht S/L/X kg52/ 54/-
PRESTATIES
Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min.Maximum vermogenStationair toerental (Neutraal)kW bij toeren/min.toeren/min.4.500 ~ 5.50011,0 bij 5.000900 ~ 1.000
MOTOR
TypeCilinderinhoudBoring × slagOntstekingssysteemBougieBougiekapBesturingssysteemStartsysteemKlepspeling (koude motor) IN. UIT. mmAccuMin. koudstartstroomsterkte (CCA/EN)Min. nominaal vermogen (20HR/IEC)AlternatorvermogenStartcarburatiesysteemcm3mmNGKmmamp bij -18°C (-0,4°F)A·hV-A4-takt, OHC, L232359,0 × 59,0C.D.I.-systemEDPR6EA-90,8 ~ 0,9AfstandsbedieningElektrische starter0,15 ~ 0,250,20 ~ 0,303474012 - 10Choke-klep
AANDRIJFEENHEID
VersnellingspositiesOverbrengingsverhoudingTrim/KantelsysteemSchroefmarkeringVooruit - Neutraal - Achteruit2,08 (27/13)KantelbekrachtigingJ
BRANDSTOF EN OLIE
Aanbevolen brandstofInhoud brandstoftank literAanbevolen motorolieInhoud motorolietank(Exclusief oliefilter) liter(Inclusief oliefilter) literAanbevolen tandwielkastolieInhoud tandwielkast cmR.O.G.APISAE3Normale loodvrije benzine(Min. octaangetal 90)12/254-takt motorolieSE, SF, SG, SH, SJ10W-30, 10W-401,01,2Tandwielkast-olie (SAE90)250
DRAAIKOPPELS
Bougie N•m (kgf•m)Schroefmoer N•m (kgf•m)Motorolie-aftapbout N•m (kgf•m)Motoroliefilter N•m (kgf•m)18 (1,8)16 (1,6)27 (2,7)18 (1,8)

-MEMO-

YAMAHA F9.9C (2003) - -MEMO- - 1

HMU00323

SPECIFICHE

Weglekkende brandstof veroorzaakt brandgevaar. Bij het vervoeren en opbergen van de buitenboordmotor moet u de ventilatieschroef en de brandstofkraan dichtdraaien om weglekkende brandstof te voorkomen.

DMU00326

DE BUITENBOORDMOTOR VERVOEREN

De motor moet worden vervoerd en opgeborgen in de normale bedrijfspositie. Als de vrije hoogte ten opzichte van het wegdek in deze stand onvoldoende is, vervoer de motor dan in de omhoog gekantelde stand en breng daartoe een motorsteunelement zoals een hekbalkbeschermstang aan.

Raadpleeg voor verdere details uw Yamaha-dealer.

⚠ WAARSCHUWING

  • Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs als een motorsteunstang is aangebracht. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buitenboordmotor onverwachts naar onder valt.
  • WEES UITERST VOORZICHTIG bij het vervoeren van de brandstoftank, ongeacht of deze in de boot of de wagen staat.
    •VUL de brandstoftank NOOIT tot de rand.
    Benzine zet sterk uit bij opwarming en kan druk veroorzaken in de brandstof-tank. Hierdoor kan brandstof weglekken en zo brandgevaar opleveren.

HMU01369

COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO

AVVERTENZA

Gebruik nooit de kantelsteunhendel/knop bij het verplaatsen van de boot. De buitenboordmotor kan door het schudden losraken van de kantelsteun en naar beneden vallen. Als de motor niet kan worden vervoerd in de naar onder gekantelde stand, gebruik dan een bijkomend steunelement om hem in de omhoog gekantelde stand vast te zetten.

ATTENZIONE:

Model met klemhendel

Als u de buitenboordmotor van de boot gedemonteerd vervoert of opbergt, vouw de stuurboomhendel dan dicht en laat de motor op de stuurboomhendel steunen om hem in horizontale stand te houden.

OPGELET:

Houd de krachtbron voortdurend hoger dan de schroef. Als u dit niet doet, kan koelwater in de cilinder lopen, waardoor de motor beschadigd kan raken.

OPMERKING:

Plaats een handdoek of enige andere doek onder de buitenboordmotor om deze tegen beschadiging te beschermen.

HMU00327

Als u de buitenboordmotor voor langere tijd wilt opbergen (2 maanden of meer), moet u verschillende belangrijke procedures volgen om kostelijke schade te voorkomen.

Het is aan te raden uw buitenboordmotor te laten onderhouden door een bevoegde Yamaha-dealer vooraleer u deze opbergt. De volgen-de procedures kunnen echter worden verricht door de eigenaar zelf met een minimum aan gereedschap.

OPGELET:

  • Om problemen te voorkomen die kunnen worden veroorzaakt door olie die de cilinder binnendringt vanaf het oliecarter, moet u de motor in de afgebeelde stand houden voor het transporteren of opbergen ervan.
    -Plaats de motor niet op zijn zijkant voor het koelwater volledig is weggelopen, zoniet kan water in de cilinder terechtkomen via de uitlaatopening en problemen veroorzaken.
  • Bewaar de motor op een droge, goed verluchte plaats, niet in direct zonlicht.

①Verticale positie
②Horizontale positie (aan de stuurboordzijde)

HMU00331*

COME RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO

1) Was het motorlichaam met leidingwater. (Zie "BUITENKANT VAN DE MOTOR").
2) Maak de brandstofleidingaansluiting los van de motor of sluit de brandstofkraan, indien voorzien.
3) Laat de motor stationair draaien met toevoer van leidingwater om de koelwaterdoorgangen uit te spoelen tot het brandstof-systeem leeg raakt en de motor stilvalt. (Zie "Koelsysteem uitspoelen").

HMU00334

4) Verwijder de accu bij modellen met elektrische starter (zie "De accu loskoppelen").
5) Laat het koelwater volledig uit de motor vloeien. Maak het motorlichaam grondig schoon.
6) Haal de bougie(s) uit.
7) Giet een theelepeltje zuivere motorolie in de cilinder(s).
8) Start de motor meerdere keren met de hand.
9) Zet de bougie(s) weer in.

DMU00337*

Brandstoftank

1) Tap de brandstof af uit de tank als u van plan bent de motor langere tijd op te bergen.
2) Bewaar de brandstoftank op een droge, goed verluchte plaats, niet blootgesteld aan direct zonlicht.

Koelsysteem uitspoelen

OPGELET:

Laat de motor niet draaien zonder stromend koelwater. Anders zal ofwel de waterpomp beschadigd raken of de motor zal oververhitten en daardoor schade oplopen. Voor u de motor start, moet u het water toevoeren naar de koelwaterdoorgang van de motor.

DMU00346

- Motor uitspoelen in een watertank

1) Installeer de buitenboordmotor op de watertank.
2) Vul de tank met leidingwater tot boven het niveau van de anti-cavitatieplaat.
3) Zet de motor in neutraal en start deze.
4) Laat de motor gedurende enkele minuten met laag toerental draaien.

OPGELET:

Als het leidingwaterniveau tot onder de anti-cavitatieplaat is gezakt, of als er onvoldoende water aanwezig is, kan de motor vastlopen.

①Wateroppervlak
②Laagste waterpeil

HMU00345

Accu-elektrolyt is giftig en gevaarlijk en kan ernstige brandwonden en dergelijke veroorzaken. Het bevat zwavelzuur. Vermijd contact met de huid, ogen of de kleding.

Tegengift :

UITWENDIG: spoel met water.

INWENDIG: drink grote hoeveelheden water of melk. Neem vervolgens melk of magnesium, geklopte eieren of plantaardige olie in. Roep onmiddellijk een dokter ter hulp.

OGEN: spoel gedurende 15 min. met water en vraag daarna onmiddellijk medische hulp.

Accu's produceren explosieve gassen : houd vonken, vlammen, sigaretten enz. ervan verwijderd. Zorg voor de nodige verluchting bij het opladen of gebruiken van de accu in een gesloten ruimte. Draag steeds oogbescherming bij het werken in de omgeving van accu's.

HOUD ACCU'S BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.

Accu's variëren afhankelijk van de fabrikant. Bijgevolg kunnen de onderstaande procedures in sommige gevallen niet van toepassing zijn. Raadpleeg de instructies van uw accu-fabrikant.

1) Koppel de accu los en haal hem uit de boot. Koppel de zwarte negatiefdraad steeds eerst los om kortsluitingsgevaar te voorkomen.
2) Maak de accu-behuizing en -polen schoon. Vul elke accu-cel tot het bovenniveau met gedistilleerd water.
3) Bewaar de accu op een vlakke plaats in een koele, droge, goed verluchte ruimte buiten het bereik van direct zonlicht.
4) Controleer één keer per maand de zuurdichtheid van het elektrolyt en laadt de accu bij volgens de vereisten om de levensduur ervan te verlengen.

HMU00353

Uso della batteria

AVVERTENZA

Vergeet niet de motor uit te schakelen wanneer u onderhoudswerken wilt uitvoeren, tenzij anders aangeduid. Als de eigenaar niet vertrouwd is met het onderhoud van de machine, moet dit werk worden gedaan door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.

DMU00356

WISSELSTUKKEN

Als wisselstukken vereist zijn, gebruik dan uitsluitend oorspronkelijke Yamaha-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen van hetzelfde type en van dezelfde sterkte en materiaaltypes. Elk onderdeel van minderwaardige kwaliteit kan tot slechte werking leiden en het hieruit voortvloeiende controleverlies kan de bediener en zijn passagiers in gevaar brengen.

Originele Yamaha-wisselstukken en -toebehoren zijn verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.

HMU00355

De frequentie van de onderhoudsverrichtingen mag worden aangepast volgens de bedrijfsomstandigheden, maar de volgende tabel geeft algemene richtlijnen.

Het merkteken (●) geeft de controles aan die u zelf kunt uitvoeren.

Het merkteken (○) geeft werk aan dat door uw Yamaha-dealer moet worden uitgevoerd.

Element\IntervalEerste beurt Daarna om deZie pag.
10u(1m.)50u(3m.)100u(6m.)200u(1j.)
BougieReinigen/Bijregeälen/Vervangen4-16
Smeerpunten Smeren ● 4-14
Tandwielolie Verversen ●4-28
Brandstofsysteem Inspectie ● 4-18
BrandstofffilterInspectie/Vervangen4-19
BrandstoftankReinigen4-29
Stationair toerentalBijregeälen4-20
AnodeInspectie/Vervangen4-31
Buitenkant buitenboordmotorInspectie4-36
Koelwaterdoorgang (*2)Reinigen4-10, 4-35
SchroefInspectie4-26
DistributieriemInspectie/Vervangen4-23
Accu (*1)Inspectie/lading● (elke maand)4-32
CarburatorafstellingInspectie/Bijregeälen
Bouten/MoerenHeraanspannen4-35
MotorolieVerversen ●4-21
Olie filterVerversen
KlepspelingInspectie/Bijregeälen
ThermostaatInspectie

*1. Voor model met elektrische starter
*2. Bij bedrijf in zout-, troebel of modderig water, moet de motor worden gespoeld met schoon water na elk gebruik.

OPMERKING:

Standaardmodel

Als normaal loodhoudende benzine wordt gebruikt, moeten motorkleppen en aanverwante onderdelen worden geïnspecteerd om de 300 bedrijfsuren, naast de inspectie van de elementen in het bovenstaande onderhoudsschema.

HMU00363*

Bij het uithalen of indraaien van een bougie moet u opletten dat u de isolator niet beschadigt. Een beschadigde isolator kan externe vonken veroorzaken, wat tot ontploffing of brand kan leiden.

De bougie is een belangrijk motoronderdeel en kan makkelijk worden geïnspecteerd. De toestand van de bougie kan ons iets vertellen over de toestand van de motor. Als het centrale elektrodeporselein bijvoorbeeld heel wit is, kan dit wijzen op een inlaatluchtlek of carburatieprobleem in die cilinder. Probeer zelf geen diagnose van de gevonden problemen te stellen. Breng de buitenboordmotor liever naar een Yamaha-dealer. U moet de bougie regelmatig uithalen en inspecteren, want hitte en neerslag zorgen ervoor dat de bougie langzaam verslijt en aftakelt. Als de elektrode-erosie te groot wordt, of als er te veel koolstof- en andere neerslag is, moet u de bougie vervangen door een nieuwe bougie van het correcte type.

Standaard bougie :

Zie "TECHNISCHE GEGEVENS",

pag. 4-1.

Voor u de bougie aanbrengt, moet u de elektrodespleet meten met een draaddiktemeter; breng de spleet indien nodig overeen met de voorschriften.

Bougiespleet :

Zie "TECHNISCHE GEGEVENS",

pag. 4-1.

HMU01202

Bij het aanbrengen van de bougie moet u het oppervlak van de pakking reinigen en een nieuwe pakking gebruiken. Veeg eventuele vuilafzetting van de schroefdraad en schroef de bougie in tot het correcte draaikoppel.

Bougiedraaikoppel : Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, pag. 4-1.

OPMERKING:

Als u niet over een momentsleutel kunt beschikken bij het aanbrengen van de bougie, kunt u het correcte draaikoppel goed inschatten door de bougie 1/4 tot 1/2 slag voorbij handvast aan te draaien. Laat de bougie zo snel mogelijk op het correcte draaikoppel brengen met behulp van een momentsleutel.

Initiaal van bougie-ID-merktekenMomentsleutelmaat
B 21mm
C/BK 16mm
D 18,3 mm

①Bougiespleet

②Bougie-identificatiemerkteken (NGK)

Benzine en benzinedampen zijn uiterst ont- vlambaar en explosief. Houd vonken, siga- retten, open vlammen of andere ontstekings- bronnen uit de buurt.

Controleer of er geen lekken, scheuren of gebreken zitten in de brandstofleiding. Als u enig probleem vindt, moet u dit onmiddellijk laten herstellen door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.

Controlepunten

  • Lekken in brandstofsysteemonderdelen
  • Lekken in brandstofleiding-koppelstuk
  • Scheuren of andere schade aan de brandstofleiding
    ●Lek in de brandstofconnector

⚠ WAARSCHUWING

Weglekkende brandstof kan brand of ontploffing veroorzaken.

  • Controleer regelmatig of er geen brandstoflekken zijn.
  • Als u een brandstoflek aantreft, moet u het brandstofsysteem laten herstellen door een bekwame mecanicien. Gebrekkige herstellingen kunnen de buitenboordmotor onveilig maken.

HMU00369

CONTROLLO DELL'IMPIANTO DEL CARBURANTE

AVVERTENZA

Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.

  • Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
  • Voer deze procedure niet uit op een hete of draaiende motor. Laat de motor eerst afkoelen.
  • Er zal brandstof aanwezig zijn in de brandstofffilter. Houd vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen uit de buurt.
  • Bij deze procedure zal er enige brandstof gemorst worden. Vang deze op in een doek. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
  • De brandstofffilter moet zorgvuldig weer gemonteerd worden met O-ring, filterbeker en slangen op de juiste plaats aangebracht. Een verkeerde assemblage of vervanging kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.

DMU00374

Controleer de brandstofffilter regelmatig. De brandstofffilter is van het eendelige weg- werptype. Als u vreemde materialen aantreft in de filter, vervang hem dan. Voor vervangfilters kan u best uw Yamaha-dealer raadplegen.

HMU00370

CONTROLLO DEL FILTRO DEL CARBURANTE

AVVERTENZA

  • Raak geen elektrische onderdelen aan en verwijder ze ook niet bij het starten of tijdens het motorbedrijf.
  • Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende delen terwijl de motor in werking is.

OPGELET:

Deze procedure moet worden uitgevoerd terwijl de buitenboordmotor met de schroef in het water ligt. Een uitspoelinrichting of testtank kan worden gebruikt.

Een diagnose-toerenteller moet voor deze procedure worden gebruikt.

1) Start de motor en laat hem volledig warm draaien in neutrale stand tot hij heel gelijkmatig draait. Als de buitenboordmotor op een boot gemonteerd is, zorg dan dat deze boot goed vastligt.
2) Regel de gasklepstopschroef ①zodanig af dat het stationair toerental volgens de richtlijnen is ingesteld (zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, pag.4-1 ) door de stop-schroef rechtsom te draaien om het vrij-looptoerental te verhogen en linksom om datzelfde vrijlooptoerental te verlagen.

OPMERKING:

Een correcte instelling van het stationair toerental is slechts mogelijk als de motor volledig is opgewarmd. Als dat niet het geval is, zal de toerentalinstelling meestal te hoog zijn.

Als u problemen hebt met het instellen van het voorziene stationair toerental, raadpleeg dan een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.

HMU00991

REGOLAZIONE DEL MINIMO

AVVERTENZA

  • U kunt de olie beter niet aftappen onmid-dellijk na het uitzetten van de motor. De olie is dan heet en moet voorzichtig worden behandeld om brandwonden te voorkomen.
  • Zorg dat de buitenboordmotor stevig vastgemaakt is aan de hekplank of een stabiele staander.

OPGELET:

  • Ververs de motorolie na de eerste 10 bedrijfsuren en daarna om de 100 uren of om de 6 maanden. Zo niet zal de motor snel verslijten.
  • Giet nooit te veel olie in de motor en zorg dat de buitenboordmotor goed rechtop staat (niet gekanteld) bij het controleren van het oliepeil en het verversen van de olie.
  • Als het oliepeil boven het bovenste merkteken staat, laat dan voldoende afvloeien tot het niveau voldoet aan de opgegeven capaciteit. Overvullen kan een olielek of schade veroorzaken.

1) Plaats de buitenboordmotor in verticale stand (niet gekanteld).
2) Houd een geschikte opvangbak met een grotere inhoud dan de motoriecapaciteit klaar. Draai de aftapbout ①los en houd de opvangbak vervolgens onder het aftapgat terwijl u de bout wegneemt. Laat de olie volledig wegvloeien. Veeg eventueel gemorste olie onmiddellijk op.
3) Breng een nieuwe pakking aan op de aftapbout. Breng een dunne film olie aan op de pakking en breng de aftapbout vervolgens weer aan.

Draaikoppel:

Zie "TECHNISCHE GEGEVENS",

Pag. 4-1.

HMU01415

SOSTITUZIONE DELL'OLIO MOTORE

AVVERTENZA

Als u geen momentsleutel bij de hand hebt tijdens het aanbrengen van de aftapbout, zet de bout dan gewoon met de hand vast tot de pakking in contact komt met het oppervlak van het aftapgat. Draai dan nog een kwartslag of halve slag aan. Laat de aftapbout daarna zo spoedig mogelijk met een momentsleutel op het juiste aanhaalkoppel brengen.

4) Neem de olievuldop ②af. Voeg de correcte hoeveelheid olie toe via de vulopening. Breng de vuldop weer aan.

Motorolietype/capaciteit: Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.

5) Start de motor en controleer of het verklikkerlampje voor lage oliedruk wel uitgaat. Controleer of er geen olielekken zijn.

OPGELET:

Als het olielampje niet uitgaat, of als er olielekken zijn, zet de motor dan uit en zoek de oorzaak. Als u de motor nog langer laat draaien met een probleem, kan dit ernstige motorschade veroorzaken. Als u het probleem niet kunt vinden of oplossen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.

6) Zet de motor uit en wacht 3 minuten. Controleer het oliepeil nogmaals met de oliepeilstok om zeker te zijn dat het peil tussen het bovenste en het onderste merkteken staat. Voeg olie bij als het peil onder het onderste merkteken staat en tap wat olie af tot het vereiste niveau als het peil boven het bovenste merkteken staat.

7) Ruim gebruikte olie op volgens de plaatselijke reglementering.

NOTA:

  • Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het oprui- men van gebruikte olie.
  • De olie moet vaker worden ververst wanneer de motor in moeilijke omstandigheden moet werken zoals bij langdurig traag varen.

NOTA:

Inspecteer de distributieriem en vervang hem als je één van de volgende tekenen bemerkt :

  • Scheurtjes aan de achterkant van de riem of in de basis van riemtanden.
  • Overmatige slijtage aan de basis van tandwieltanden.
  • Rubbergedeelte gezwollen door olie.
    ●Riemoppervlakken opgeruwd.
  • Tekenen van slijtage aan de randen op het buitenoppervlak van de riem.
  • Uitrekking van 10 mm of meer wanneer de riem met de vinger wordt ingedrukt.

OPGELET:

Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het vervangen van de distributieriem.

HMU00380

Als de zekering is doorgeslagen bij een model met elektrische starter, open dan de zekeringhouder en vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de juiste sterkte.

⚠ WAARSCHUWING

Zorg dat u het aanbevolen zekeringtype gebruikt.

Een verkeerde zekering of een stuk draad kunnen een te grote stroomsterkte doorla- ten. Dit kan schade aan het elektrisch sys- teem en brandgevaar veroorzaken.

OPMERKING:

Als de nieuwe zekering onmiddellijk ook doorsmelt, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.

①Zekeringhouder
②Zekering (10A/20A)
③Reservezekering (10A/20A)

DMU00383

BEDRADING EN CONNECTOREN CONTROLLEREN

1) Controleer of elke massadraad wel behoorlijk is bevestigd.
2) Controleer of elke connector wel stevig is ingestoken.

DMU00384

UITLAATLEK

Start de motor en controleer of er geen uitlaat-lek te merken is via de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.

DMU00385

WATERLEK

Start de motor en controleer of er geen water lekt uit de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.

HMU01463

SOSTITUZIONE DEL FUSIBILE

  • Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs wanneer de kantelsteunknop vergrendeld is. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen indien de buitenboordmotor ongewild naar beneden valt.
  • Zorg dat er zich niemand onder de buiten- boordmotor bevindt voor u deze test uit- voert.

1) Controleer de kantelbekrachtigingseenheid op enige tekenen van olielekken.
2) Bedien de kantelbekrachtigingsschakelaars op de afstandsbediening en de motoronderkap (indien voorzien) om te controleren of alle schakelaars werken.
3) Kantel de motor omhoog en controleer of de kantelstang ①wel volledig naar buiten wordt geduwd.
4) Controleer of de kantelstang wel vrij is van roestvorming en andere gebreken.
5) Bedien de motor tot hij neerwaarts is gekanteld. Controleer of de kantelstang vlot haar werk doet.

OPMERKING:

Als niet alles normaal werkt, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.

Aanbevolen vloeistof:

Yamaha trimbekrachtigings- & kantelvloeistof of ATF (DEXRON-II).

HMU01322

CONTROLLO DEL SISTEMA POWER TILT

AVVERTENZA

U kunt ernstige kwetsuren oplopen als de motor per ongeluk start terwijl u zich in de omgeving van de schroef bevindt.

- Voor u de schroef inspecteert, verwijdert of installeert, moet u de bougiekappen van de bougies verwijderen. Zet de schakelhendel ook in neutraal, zet de hoofdschakelaar in de UIT-stand en verwijder de sleutel, verwijder de snoerschakelaar van de motorstopschakelaar. Zet de accuonderbrekingsschakelaar uit als uw boot hiermee voorzien is.

- Gebruik nooit uw hand om de schroef vast te houden bij het los- of aandraaien van de schroefmoer. Steek een houten blok tussen de anti-cavitatieplaat en de schroef om te voorkomen dat de schroef kan draaien.

HMU00388

CONTROLLO DELL'ELICA

AVVERTENZA

Controlepunt van de scheepsschroef

  • Controleer de schroefbladen op slijtage, erosie door cavitatie of ventilatie of enige andere schade.
  • Controleer of de sleuven niet versleten of beschadigd zijn geraakt.
  • Controleer of er zich geen vislijnen rond de schroefas hebben gewikkeld.
  • Controleer of de oliedichting van de schroef-as geen schade heeft opgelopen.

HMU00390

De scheepsschroef demonteren

1) Trek de splitpen ①recht en haal ze uit met behulp van een tang.
2) Verwijder de moer ②en de tussenring ③ van de scheefpsschroef.
3) Verwijder de deflector ④(voor FT9.9), de schroef ⑤en de drukschijf ⑥.

HMU00997

Installeren van de schroef

OPGELET:

  • Vergeet niet de drukring te installeren alvorens u de schroef aanbrengt, anders kunnen de onderkast en de schroefnaaf beschadigd raken.
  • Gebruik een nieuwe splitpen en plooi de uiteinden ervan zorgvuldig om. Anders kan de schroef loskomen tijdens het varen en verloren raken.

1) Breng Yamaha Marine-smeervet of roest-werend smeervet aan op de schroefas.
2) Installeer de drukring en de schroef op de schroefas. Installeer de deflector (voor FT9.9) op de scheepsschroef.
3) Breng de tussenring aan en draai de schroefmoer aan met het voorgeschreven draaikoppel.

Draaikoppel:

4) Breng de schroefmoer in overeenstemming met het gaatje in de schroefas. Steek een nieuwe splitpen door het gaatje en plooi de uiteinden van de splitpen om.

OPMERKING:

Indien de schroefmoer niet overeenstemt met het gaatje in de schroefas nadat de schroefmoer werd aangedraaid tot het voorgeschreven draai-koppel moet u de moer een beetje vaster aan-draaien tot ze zich correct tegenover het gaatje bevindt.

HMU00998

  • Zorg dat de buitenboordmotor stevig is vastgemaakt aan de hekplank of een sta-biele staander. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buitenboordmo-tor op u valt.
  • Ga nooit onder de motor staan terwijl hij gekanteld is, zelfs als de kantelsteunhendel of -knop vergrendeld is. Dit kan immers tot ernstige kwetsuren leiden als de buitenboordmotor onverwachts terugvalt.

1) Kantel de buitenboordmotor zodanig dat de olieaftapplug zich zo laag mogelijk bevindt.
2) Plaats een geschikte opvangbak onder de tandwielkast.

HMU01773

SOSTITUZIONE DELL'OLIO DEL CAMBIO

AVVERTENZA

3) Verwijder de olieaftapplug ①.
4) Verwijder de oliepeilplug ② om de olie volledig te laten wegvloeien.

OPGELET:

Inspecteer de gebruikte olie nadat ze werd afgetapt. Als de olie melkachtig is, komt er water in de tandwielkast dat schade aan de tandwielen kan veroorzaken. Raadpleeg een Yamaha-dealer voor herstelling van de onderbakdichtingen.

OPMERKING:

Voor het opruimen van de gebruikte olie kunt u uw Yamaha-dealer raadplegen.

5) Met de buitenboordmotor in verticale stand kunt u de tandwielolie in het gat van de olieaftapplug inspuiten met behulp van een slang of een drukvullingssysteem.

Tandwielolietype en -capaciteit: Zie "Technische gegevens" in dit hoofdstuk.

6) Als de olie uit het oliepeilpluggat begint te stromen, zet u de oliepeilplug weer in en draait hem vast.
7) Zet de olieaftapplug weer in en draai deze vast.

Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.

  • Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
  • Blijf uit de buurt van vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen bij het reinigen van de brandstoftank.
  • Verwijder de brandstoftank van de boot voor u ze begint te reinigen. Verricht dit werk uitsluitend in open lucht, in een goed verluchte omgeving.
  • Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
  • Hermonteer de brandstoftank heel zorgvuldig. Een slechte montage kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.
  • Ruim oude benzine op volgens de plaatselijke reglementering.

1) Maak de brandstoftank leeg in een goedgekeurde benzineopvangbak.
2) Giet een kleine hoeveelheid geschikt oplos-middel in de tank. Breng de dop weer aan en schud goed met de tank. Laat het oplos-middel weer volledig weglopen.

HMU00401

PULIZIA DEL SERBATOIO DEL CARBURANTE

AVVERTENZA

1) Verwijder de schroeven die het brandstof- slangkoppelgeheel op zijn plaats houden. Trek het geheel uit de tank.
2) Reinig de filter (die zich op het uiteinde van de zuigbuis bevindt) in een geschikt reinigingsmiddel. Laat de filter drogen.
3) Vervang de pakking door een nieuw exemplaar. Breng het brandstofslangkoppelgeheel weer aan en zet de schroeven stevig vast.

HMU00402

De Yamaha-buitenboordmotor wordt tegen roestvorming beschermd door (een) oplosanode(s). Controleer de anode(s) regelmatig. Verwijder de aanslag op het anode-oppervlak. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het controleren en vervangen van de anode(s).

OPGELET:

Schilder de anode(s) niet, want daardoor verlies/verliezen ze haar/hun werking.

HMU00831

(voor model met elektrische starter)

⚠ WAARSCHUWING

Accu-elektrolyt is gevaarlijk; deze vloeistof bevat zwavelzuur en is bijgevolg giftig en uiterst bijtend.

Neem dan ook steeds de volgende preventieve maatregelen :

- Vermijd lichamelijk contact met elektrolytische vloeistof, aangezien deze ernstige brandwonden of permanente oogkwetsuren kan veroorzaken.

- Draag een beschermbril bij het hanteren van of werken in de buurt van accu's. Tegengif (UITWENDIG) :

- HUID - spoel met water.

- OGEN - spoel met water gedurende 15 minuten en vraag onmiddellijke medische bijstand. Tegengif (INWENDIG) :

- Drink grote hoeveelheden water of melk gevolgd door melk of magnesium, geklopte eieren of plantaardige olie. Vraag onmiddellijk medische bijstand. Accu's wekken ook explosief waterstofgas op; daarom moet u steeds de volgende preventieve maatregelen nemen :

- Laad accu's steeds op in een goed verluchte ruimte.

- Houd accu's steeds verwijderd van vuur, vonken of open vlammen (bijvoorbeeld lasapparatuur, brandende sigaretten enz.).

-ROOK NIET bij het opladen of hanteren van accu's.

•HOUD ACCU'S EN ELEKTROLYTISCHE VLOEISTOF BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.

HMU00404

  • Een slecht onderhouden accu zal snel verslijten.
  • Gewoon leidingwater bevat mineralen die schadelijk zijn voor een accu en kan beter niet worden gebruikt voor het bijvullen.

1) Controleer het elektrolytpeil minstens eenmaal per maand. Vul het indien nodig bij tot het door de fabrikant aanbevolen peil. Vul uitsluitend bij met gedistilleerd water (of zuiver gedeïoniseerd water dat geschikt is voor gebruik in accu's).
2) Houd de accu steeds in goede ladingsstaat. Door een voltmeter te installeren, kunt u de staat van uw accu beter in het oog houden. Als u van plan bent de boot een maand of langer niet te gebruiken, haal de accu dan uit de boot en bewaar hem op een koele, donkere plaats. Laad de accu volledig weer op voor u hem in gebruik neemt.
3) Als de accu langer dan een maand moet worden opgeborgen, controleer dan de zuurdichtheid van de vloeistof minstens eenmaal per maand en laad de accu op wanneer die dichtheid te laag is.

ATTENZIONE:

Monteer de accuhouder stevig op een droge, goed verluchte en trillingsvrije plaats in de boot. Installeer de volledig opgeladen accu in de houder.

OPGELET:

  • Zorg dat de hoofdschakelaar (waar van toepassing) op "OFF" staat vooraleer u werkzaamheden aan de accu uitvoert.
  • Omwisseling van de accukabels zal schade aan de gelijkrichter veroorzaken.
  • Sluit de RODE kabel eerst aan bij het installeren van de accu en koppel de RODE kabel laatst los bij het verwijderen. Zo niet kan het elektrisch systeem beschadigd raken.
  • De elektrische contacten van de accu en kabels moeten schoon en behoorlijk aangesloten zijn of de accu zal de motor niet kunnen starten.

Sluit de RODE draad eerst aan op de POSITIEVE (+) pool.

Sluit vervolgens de ZWARTE draad aan op de NEGATIEVE (-) pool.

①Rode draad
②Zwarte draad
③Accu

DMU01280

De accu loskoppelen

Maak de ZWARTE draad eerst los van de NEGATIEVE (-) pool. Maak vervolgens de RODE draad los van de POSITIEVE (+) pool.

HMU01279

1) Controleer of de bouten die de cilinderkop en de motor op hun plaats houden en de bevestigingsmoer van het vliegwiel wel degelijk zijn aangespannen met hun opge- geven draaikoppel.

2) Controleer de draaikoppels van andere bouten en moeren.

DMU0111

OM DE KOELWATERDOORGAN- GEN TE REINIGEN

Model uitgerust met spoelinrichting

Voor een zo grondig mogelijke uitspoeling moet u deze procedure onmiddellijk na het motorbedrijf uitvoeren.

1) Zet de motor uit en kantel deze omhoog. Schroef het tuinslangaansluitstuk ②los van de fitting ①op de onderkap.
2) Schroef het tuinslangaansluitstuk ②vast op een tuinslang ③die is aangesloten op een leidingwaterkraan.
3) Draai de waterkraan open terwijl de motor uit staat en laat het water door de koelings-doorgangen stromen gedurende ongeveer 15 minuten. Draai de waterkraan dicht en maak de tuinslang ③weer los.
4) Als het uitspoelen voltooid is, herinstalleert u het tuinslangaansluitstuk ②op de fitting ①van de onderkap. Draai het aansluitstuk goed vast.

OPGELET:

Laat het tuinslangaansluitstuk niet loszitten op de onderkapfitting en laat de slang ook niet loshangen tijdens normaal bedrijf. Water zal uit het aansluitstuk lekken in plaats van de motor te koelen, wat ernstige oververhitting kan veroorzaken. Zorg dat u het aansluitstuk stevig vastzet op de fitting na het spoelen van de motor.

HMU00408

CONTROLLO DI BULLONI E DADI

  • Als u de motor uitspoelt met de boot in het water, zult u betere resultaten bekomen door de motor uit het water te kantelen.
  • Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk DE BUITENBOARD-MOTOR TRANSPORTEREN EN OPBERGEN.

Formaat opzetstuk:

Binnendiameter 1,0 inch (25,4 mm)

Pitch 1/12 inch (2,1 mm)

NOTA:

De buitenboordmotor reinigen

Na het gebruik moet u de buitenkant van de buitenboordmotor met leidingwater schoonma- ken. Spoel het koelsysteem uit met leidingwa- ter.

OPMERKING:

Zie de instructies voor het doorspoelen van het koelsysteem in het hoofdstuk "DE BUITEN-BOORDMOTOR TRANSPORTEREN EN OPBERGEN"

DMU00412

Het geschilderde oppervlak van de motor controleren

Controleer of het motoroppervlak geen krassen of deuken heeft opgelopen en of de verf niet afbladert. Zones met beschadigd verfwerk lopen meer gevaar op roestvorming. Maak deze zones indien nodig schoon en verf ze opnieuw. Een lakstift voor kleine retouches is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.

HMU00409

ESTERNO DEL MOTORE

HMU00410

Een schone scheepsromp verbetert de vaarprestaties van de boot.

De bootbodem moet zo veel mogelijk vrij van begroeiing worden gehouden.

Indien nodig kan de bootbodem worden gecoat met een in uw land goedgekeurde vuilafstotende verflaag om begroeiing van het scheepsrompoppervlak te voorkomen.

Gebruik geen vuilafstotende verf die koper of grafiet bevat. Deze verftypes kunnen het roesten van de motor versnellen.

HMU00413

Hoofdstuk 5 PROBLEMEN VERHELPEN

PROBLEMEN VERHELPEN ....5-1

TIJDELIJKE ACTIE IN NOODGEVAL....5-5

Impactschade 5-5

Kantelbekrachtiging werkt niet......5-5

Starter wil niet werken....5-6

Behandeling van ondergedompelde

motor....5-8

Een storing in het brandstof-, compressie- of ontstekingssysteem kan zorgen voor startproblemen, vermogensverlies of andere problemen. De troubleshooting-kaart bevat beschrijvingen van eenvoudige procedures voor het opsporen en verhelpen van problemen. (Die kaart wordt bij alle Yamaha-buitenboordmotoren geleverd en bevat een aantal items die niet van toepassing zijn op het model dat u bezit.)

Als uw buitenboordmotor moet worden hersteld, dient u hem naar een Yamaha-dealer te brengen.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
A. De starter werkt nietAccu zwak of bijna leegAccu-aansluitingen losgeraakt of verroest.Zekering van elektrische starter-stroomkring doorgesmolten.Defecte startercomponentenSchakelhendel staat in versnelling.Controleer de accutoestand.Gebruik een accu van het aanbev-olen type.Maak de accukabels zorgvuldig vast en maak de accupolen schoon.Zoek de oorzaak van de elektrische overbelasting en herstel die. Vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de correcte sterkte.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Plaats de hendel in neutraal.
B. Motor wil niet starten (starter werkt)Brandstoftank leegBrandstof vervuild of verschaaldBrandstofffilter verstopt.Verkeerde startprocedure.Defecte brandstofpompBougie(s) vervuild of van het ver-keerde typeBougiekap(pen) verkeerd aange-brachtSlechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraadVul de tank met schone, verse brandstof.Vul de tank met schone, verse brandstof.Reinig of vervang de filter.Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Inspecteer de bougie(s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.Controleer dit en plaats de kap(pen) eventueel in de correcte stand.Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen.Zet alle losse aansluitingen weer vast.Vervang versleten of gebroken draden.
B. Motor wil niet starten (starter werkt)9. Defecte ontstekingsonderdelen10. Motorstop-snoerschakelaar niet bevestigd.11. Interne motoronderdelen beschadigd.9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.10. Bevestig het snoer.11. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.
C. Stationair motorto-erental onregel-matig of motor valt stil1. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.2. Brandstofsysteem geblokkeerd.3. Brandstof vervuild of verschaald.4. Brandstofffilter verstopt.5. Defecte ontstekingsonderdelen.6. Waarschuwingssysteem geactiveerd.7. Bougiespleet niet correct.8. Slechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraad9. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.10. Thermostaten defect of verstopt.11. Carburatorafstellingen niet correct.12. Brandstofpomp beschadigd.13. Ontluchtingsschroef gesloten.14. Chokeknop is uitgetrokken.15. Motorkantelhoek is te hoog.16. Carburator is verstopt.17. Brandstofleidings-koppelstuk is ver-keerd verbonden.18. Gasklep stelt verkeerd bij19. Accukabel is losgekoppeld1. Inspecteer de bougie(s). Maak ze schoon of vervang ze door het aan-bevolen type.2. Controleer of de brandstofleiding niet dichtgeklemd of geplooid zit en of er zich geen andere obstructies in het brandstofsysteem bevinden.3. Vul de tank met schone, verse brandstof.4. Reinig of vervang de filter.5. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.6. Zoek en herstel de oorzaak.7. Inspecteer de bougie en stel de spleet in volgens de specificaties.8. Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen. Zet alle losse aansluitingen weer vast. Vervang versleten of beschadigde draden.9. Controleer dit en vervang de olie door het gespecificeerde type.10. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.11. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.12. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.13. Open de ontluchtingsschroef.14. Zet de knop weer dicht.15. Breng de motor weer in de normale bedrijfsstand.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Breng de verbinding weer in orde.18. Laat nakijken door Yamaha-dealer19. Stevig aansluiten
Probleem Mogelijkte oorzaak Oplossing
D. Waarschuwings-zoemer weerklinkt of verklikkerlamp gaat aan1. Koelstysteem verstopt.2. Motoroliepeil te laag.3. Verkeerd warmtebereik van de bougie.4. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.5. Motorolie vervuild of te lang gebruikt.6. Oliefilter verstopt.7. Olietoevoer/injectiepomp defect.8. Lading op de boot slecht verdeeld.9. Waterpomp/thermostaat defect.1. Controleer waterinlaat op belemmeringen.2. Vul de olietank bij met aanbevolen motorolie.3. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type.4. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.5. Vervang de olie door verse olie van het aanbevolen type.6. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.7. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.8. Verdeel de lading gelijkmatig over de boot zodat deze vlak in het water ligt.9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.
E. Motor-vermo-gensverlies1. Schroef beschadigd.2. Verkeerde schroefspoel of diameter.3. Verkeerde trimhoek4. Motor op de verkeerde hoogte op de hekplank gemonteerd.5. Waarschuwingssysteem geactiveerd.6. Bootbodem vervuild door begroei-ing.7. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.8. Zeewier of andere vreemde materi-alen verstrengeld rond tandwielkast.9. Brandstofsysteem verstopt.1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Installeer een schroef van het correcte type om de buitenboordmotor met het aanbevolen toerentalbereik te kunnen gebruiken.3. Stel de trimhoek opnieuw in om een zo doeltreffend mogelijk motorbedrijf te bekomen.4. Laat de motor op de juiste hek-plankhoogte monteren.5. Zoek en herstel de oorzaak.6. Maak de bootbodem schoon.7. Inspecteer de bougie (s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.8. Verwijder het zeewier en maak de onderkast schoon.9. Controleer of de brandstofleiding niet geplet of geplooid zit en of er geen andere obstructies in het brandstofsysteem zitten.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
E. Motor-vermo-gensverlies10. Brandstofffilter verstopt.11. Brandstof vervuild of verschaald.12. Slecht afgestelde bougiespleet.13. Slechte verbindingen of beschadigde ontstekingsbedrading14. Defecte ontstekingsonderdelen15. Aanbevolen motorolietype niet gebruikt.16. Thermostaat defect of verstopt.17. Ontluchtingsschroef is gesloten.18. Brandstofpomp beschadigd.19. Brandstofleiding-koppelstuk slecht verbonden20. Verkeerd warmtebereik van de bougie.10. Maak de filter schoon of vervang hem.11. Vul de tank met schone, verse brand-stof.12. Inspecteer de bougie en stel de spleet in op de aanbevolen afstand.13. Controleer of de bedrading geen slij-tage of breuken heeft opgelopen.Zet alle losse verbindingen vast.Vervang versleten of gebroken draden.14. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.15. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Draai de ontluchtingsschroef open.18. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.19. Breng de aansluiting in orde.20. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type.
F. Overmatige motor-trilling1. Schroef beschadigd.2. Schroefas beschadigd.3. Zeewier of andere vreemde materi-alen rond de schroef verstrengeld.4. Motorbevestigingsbout is los-gekomen.5. Besturingsdraaias is losgekomen of beschadigd.1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.3. Verwijder deze materialen en reinig de schroef.4. Zet de bout weer vast.5. Zet deze vast of vraag assistentie aan Yamaha-dealer.

De buitenboordmotor kan ernstig beschadigd raken door een aanvaring tijdens varen met of slepen van de boot. De schade kan de boot daarna onveilig om te besturen maken.

Als de buitenboordmotor een voorwerp in het water raakt, volg dan onderstaande procedure.

1) Zet de motor onmiddellijk uit.
2) Ga na of besturingssysteem en alle onderdelen geen schade hebben opgelopen. Onderzoek ook de schade aan de boot.
3) Vaar voorzichtig en langzaam terug naar de haven.
4) Laat een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren voor u hem opnieuw in gebruik neemt.

DMU01321

KANTELBEKRACHTIGING WERKT NIET

Als de motor niet omhoog of omlaag kan worden gekanteld door het kantelbekrachtigingsmechanisme omwille van een platte accu of een defect van de kantelbekrachtigingseenheid, dan kan de motor manueel worden gekanteld.

①Manuele klepschroef

HMU00416

INTERVENTI TEMPORANEI DI EMERGENZA

HMU01492

DANNI CAUSATI DA URTI

AVVERTENZA

1) Draai de schroef van de manuele klep linksom tot de aanslag.
2) Zet de motor in de gewenste stand en draai de schroef van de manuele klep dan weer rechtsom vast.

HMU00421

Als het startermechanisme niet wil werken (motor kan niet worden gestart met de starter), dan kan de motor worden gestart met een noodstartsnoer.

⚠ WAARSCHUWING

  • Pas deze procedure uitsluitend toe in een noodgeval en uitsluitend om terug te keren naar de haven voor herstellingswerken.
  • Als het noodstartsnoer wordt gebruikt om de motor te starten, zal de beveiligingsvoorziening tegen starten in versnelling niet werken. Zorg dus dat de schakelhendel/afstandsbedieningshendel in neutraal staat. Doet u dit niet, dan kan de boot onverwachts beginnen bewegen, wat tot een ongeval kan leiden.
  • Controleer of er niemand achter u staat wanneer u aan het startsnoer moet trekken. Het snoer kan immers naar achter vliegen en zo iemand kwetsen.
  • Een niet-afgeschermd draaiend vliegwiel is uiterst gevaarlijk. Houd losse kledij en andere voorwerpen uit de buurt bij het starten van de motor. Gebruik het noodstartsnoer uitsluitend volgens de instructies. Raak het vliegwiel of andere bewegen-de onderdelen niet aan terwijl de motor draait. Het startermechanisme op de bovenkap mag u ook niet installeren terwijl de motor al draait.
  • Raak de ontstekingsspoel, de hoogspanningsdraad, de bougiekap of andere elektrische componenten niet aan bij het starten of terwijl de motor draait. U kunt hierdoor immers een elektrische schok oplopen.

HMU00423

LO STARTER NON FUNZIONA

Noodstarten van de motor

1) Verwijder de bovenste kap.
2) Verwijder de kabel ①door hem uit de starter te trekken, indien de motor ermee uitgerust is.

HMU01305

3) Verwijder beide uiteinden van de choke-verbindingstang ②.

4) Verwijder de afdekking van de starter/het vliegwiel door 3 bouten los te draaien. Maak de draden los van de afdekking van de starter/het vliegwiel.

5) Maak de motor klaar om te starten. Zie "STARTEN VAN DE MOTOR" voor de te volgen procedure. Zorg ervoor dat de motor in Neutraal staat en dat de borgplaat van de koord is bevestigd aan de motor-stop-snoerschakelaar.

6) Trek de hendel ③op de carburator naar boven om het chokesysteem te bedienen wanneer de motor koud is. Zodra de motor aanslaat, zet u de hendel weer in zijn uitgangspositie.

7) Steek het geknoopte uiteinde van het noodstarttouw in de uitsparing in de vliegwielrotor en draai het touw er een paar keer kloksgewijs rond.

8) Trek het touw langzaam naar u toe tot u weerstand voelt.

9) Geef er vervolgens een krachtige ruk aan om de motor aan te zwengelen en te starten. Herhaal die operatie indien de motor niet meteen start.

Als de buitenboordmotor ondergedompeld raakt, breng hem dan onmiddellijk naar een Yamaha-dealer. Anders kan bijna onmiddellijk roestvorming optreden. Als u de buitenboord-motor niet dadelijk naar een Yamaha-dealer kunt brengen, volg dan onderstaande procedure om de motorschade tot een minimum te beper-ken.

DMU00448

1) Spoel modder, zout, zeewier enz. grondig af met vers water.
2) Verwijder de bougie(s) en richt de bouga- ten naar onder om eventueel resterend water, modder of vervuilende elementen te laten wegvlocien.
3) Laat de brandstof wegvloeien uit de carburator, de brandstofffilter en de brandstofleiding. Laat alle olie wegvloeien.
4) Vul het oliecarter met dezelfde hoeveelheid verse motorolie als de motoroliecapaciteit.

Inhoud motorolietank: Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.

5) Voer sluierolie of motorolie door de carburator(s) en bougiega(a)t(en) terwijl u de motor start met de handstarter of het noodstartsnoer.
6) Breng de buitenboordmotor zo spoedig mogelijk naar een Yamaha-dealer.

OPGELET:

Probeer de motor niet in gebruik te nemen vooraleer hij volledig geïnspecteerd is.

HMU00446

Behandeling van ondergedompelde motor ...5-8

Benzine....1-6

Besturingswrijving-regelschroef ......2-12

Besturingswrijvingsregelhendel ......2-12

Beveiliging tegen starten in versnelling .....1-9

Boeg omhoog 3-23

Boeg omlaag....3-23

Bouten en moeren controleren....4-35

Bovenkapvergrendelhendel 2-14

Brandstof bijtanken 3-8

Brandstofleiding-koppelstuk 2-3

Brandstofmeter....2-3

Brandstofsysteem controleren ....4-18

Brandstoftank 2-3

Brandstoftank 4-9

C

Chokeknop 2-4

Chokeschakelaar....2-9

Controlepunt van de scheepsschroef .....4-26

Controleren van de brandstofffilter......4-19

D

De accu aansluiten....4-34

De accu controleren....4-32

De accu loskoppelen....4-34

De anode inspecteren en vervangen......4-31

De bootbodem voorzien van een coating....4-37

De bougie schoonmaken en bijstellen .....4-16

De brandstoftank reinigen 4-29

De buitenboordmotor opbergen....4-8

De buitenboordmotor reinigen......4-36

De buitenboordmotor transporteren en opbergen....4-6

De buitenboordmotor trimmen ....3-20

De buitenboordmotor vervoeren....4-6

De distributieriem controleren....4-23

De motor inlopen....3-5

De motor laten warmdraaien ....3-16

De motor starten....3-9

De motor uitzetten....3-19

De scheepsschroef demonteren....4-27

De schroef controleren ....4-26

De trimhoek aanpassen....3-21

Doorspoelinrichting....2-14

E

Een zekering vervangen 4-24

G

Gasklepregeling....2-5

Gasklepstandindicator 2-6

Gasklepwrijvingsregelknop....2-6

H

Het geschilderde oppervlak van de motor controleren....4-36

Het kantelbekrachtigingssysteem controleren....4-25

Het motorolie-peil controleren ....3-7

Hoofdcomponenten 2-1

Hoofdschakelaar....2-9

I

Identificatienummers document .....1-1

Impactschade....5-5

Informatie in verband met uitlaatregeling ....1-2

Installatie....3-1

Installeren van de schroef....4-27

Instructies voor het tanken ....1-5

K

Kantelbekrachtiging werkt niet ....5-5

Kantelbekrachtigingseenheid....2-14

Kantelbekrachtigingsschakelaar ......2-11

Kantelsteunknop....2-13

Kantelsteunknop....2-14

Kantelvergrendelmechanisme....2-13

Koelsysteem uitspoelen 4-10

L

Lage-snelheidswrijvingsregelschroef .....2-11

M

Montage van de buitenboordmotor....3-2

Montagehoogte....3-3

Motorbuitenkant 4-36

Motorolie....1-6

Motorolie verversen 4-21

Motorstop-snoerschakelaar....2-10

Motorstop-snoerschakelaar....2-7

Motoruitschakelknop....2-7

N

Noodstarten van de motor 5-6

0

Om de brandstofffilter te reinigen....4-30

Om de koelwaterdoorgangen te reinigen ....3-35

Omhoog/omlaagkantelen....3-24

Onderhoud en bijregeling 4-12

Ontluchtingsschroef 2-3

Oververhittingswaarschuwing ......2-15

P

Procedure voorafgaand aan de ingebruikname....3-6

Proglemen verhelpen....5-1

R

Reinigings- en inspectieschema....4-13

S

Schakelen 3-17

Schakelhendel 2-4

Schroefkeuze 1-8

Serienummer buitenboordmotor....1-1

Sleutelnummer 1-1

Smeren 4-14

Starter wil niet werken 5-6

Startknop 2-5

Stationair toerental bijregelen....4-20

Stuurboomhendel 2-5

T

Tandwielolie verversen 4-28

Tankdop 2-3

Tijdelijke actie in noodgeval 5-5

Trimhoekregelstang....2-13

U

Uitlaatlek....4-24

V

Varen in ondiep water 3-29

Varen in troebel water 3-30

Vastklemmen van de buitenboordmotor.....3-4

Veiligheids-informatie....1-3

Verklikkerlampje(s)....2-13

Vooruit 3-17

Waarschuwing voor lage oliedruk ......2-16

Waarschuwingssysteem....2-15

Waterlek 4-24

Werking van bedieningselementen en andere functies ....2-3

Wisselstukken....4-12

YAMAHA F9.9C (2003) - V - 1

HMU00451

INDICE

A

Gedrukt op recyclagepapier

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : F9.9C (2003)

Categorie : Buitenboordmotor