PX-TS-55 - Zaag Practixx - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PX-TS-55 Practixx in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PX-TS-55 Practixx
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PX-TS-55 - Practixx en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PX-TS-55 van het merk Practixx.
GEBRUIKSAANWIJZING PX-TS-55 Practixx
Verklaring van de symbolen op het toestel
Het gebruik van symbolen in deze handleiding moet uw aandacht vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en verklaringen die hierbij gepaard gaan, moeten exact worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Lees voor ingebruikname de bedieningsinstructies en veiligheidsinstructies! |
![]() | Draag een gehoorbeschermer! |
![]() | Draag een stofmasker! |
![]() | Draag een veiligheidsbril! |
![]() | Bescherming klasse II (Dubbele isolatie) |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
| ⚠ WAARSCHUWING! | In deze handleiding hebben wij de onderdelen die te maken hebben met uw veiligheid met het volgende symbool aangeduid |
Inhoudsopgave:
Pagina:
- Inleiding....76
- Beschrijving van het toestel.... 76
- Omvang van de levering....77
- Reglementair gebruik 77
- Veiligheidsvoorschriften 78
- Technische gegevens 82
- Vóór ingebruikneming....83
- Aanpassen....83
- Inbedrijfstelling....84
- Transport....86
- Onderhoud en reiniging 86
- Opslag....87
- Elektrische aansluiting....88
- Afvalverwerking en hergebruik....88
- Troubleshooting 89
- Conformiteitsverklaring.... 123
1. Inleiding
Producent:
Scheppach GmbH
Wij wensen u een prettige en succesvolle werkervaring toe met uw nieuwe Scheppach-machine.
Advies:
Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
- Onjuist gebruik,
- Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
- Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
- Installatie en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen,
- Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften.
Aanbevelingen:
Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat.
Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.
De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kan besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten.
Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat.
Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken.
Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.
Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.
Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
2. Beschrijving van het toestel (afb. A - M)
- Afzuigaansluiting
- Schaal voor de diepte van de snede
- Inval-trekker
- Handgreep
- Voorste handgreep
- Schaalverdeling voor de verstekhoek
- Stelschroef voor de diepte van de snede
- Aan / uit schakelaar
- Verstelschroef voor de geleiderail
- Kantelbeveiliging
- Motor
- Bodemplaat
- 90 graden verstelschroef
- Schroef voor verstek-instelling
- Zaagblad
- Splijtwig
- Schroef voor splijtwig
- Werkstukklemmechanisme
- Zaagblad, borgschroef
- Externe flens
- Geleiderails a' 500 mm (3 stuks)
- Railverbinding
3. Omvang van de levering
• 1 stuk Inval-cirkelzaagmachine
• 3 stuks Geleiderails a' 500 mm
• 2 stuk Railverbinding
• 1 stuk Kantelbeveiliging
• 1 stuk Zaagblad 48 tanden
• 1 stuk inbussleutel 5 mm
- Gebruiksaanwijzing
De invalcirkelzagen zijn conform beoogd gebruik voorzien voor het zagen van hout, houtachtige grondstoffen, alsook kunststoffen.
Dit elektrisch gereedschap is uitsluitend bestemd en toegestaan voor het gebruik door geïnstrueerde personen of vakpersoneel.
Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbladen (HM- of CV-zaagbladen) worden gebruikt. HSS-zaagbladen en diamantslijpschijven, ongeacht het type, mogen niet worden gebruikt.
Alle overige toepassingen zijn uitdrukkelijk uitgesloten en gelden als niet volgens de voorschriften.
De fabrikant of dealer kan niet aansprakelijk worden gesteld voor letsel, verlies of schade die door gebruik of onjuist gebruik ontstaat.
Mogelijke voorbeelden voor niet beoogd gebruik of on- juist gebruik zijn:
- Gebruik van de invalcirkelzaag voor andere doeleinden als waarvoor deze bestemd is;
- Het niet in acht nemen van de veiligheidsvoorschriften en onderhoud alsook de montage-, bedrijfs- en onderhouds- en reinigingsaanwijzingen die in deze gebruikshandleiding zijn opgenomen;
- Het niet in acht nemen van eventuele voor het gebruik van invalcirkelzagen specifieke en/of algemeen geldende ongevallenpreventie-, arbeidsmedische of veiligheidstechnische voorschriften;
- Gebruik van accessoires en reserveonderdelen die niet bestemd zijn voor de invalcirkelzaag;
- Wijzigingen aan de invalcirkelzaag;
- Reparatie van de invalcirkelzaag door een andere dan de fabrikant of vakkracht;
- Bedrijfsmatige, ambachtelijke of industrieel gebruik van de invalcirkelzaag;
- Bediening of onderhoud van de invalcirkelzaag door personen die niet bekend zijn met de omgang van de invalcirkelzaag en/of die de hieraan verbonden gevaren niet begrijpen.
Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsme- de van de montage-instructies en aanwijzingen aan- gaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik.
Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn.
Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeids-geneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen.
Veranderingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit.
Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde resterende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen:
- Raken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
- Grijpen in het draaiende zaagblad (snijwonden).
- Terugstoot van werkstukken en werkstukdelen.
- Zaagbladbreuken.
- Wegslingeren van defecte hardmetalen stukken van het zaagblad.
- Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbeschermer.
- Oogletsel wanneer de vereiste veiligheidsbril niet wordt gedragen;
- Gezondheidsschade wanneer de vereiste stofbeschermingsmasker niet wordt gedragen;
- Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat schadelijk is voor de gezondheid.
Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
5. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch apparaat zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Door elektrisch gereedschap ontstane vonken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afleiding kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. On-gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het snoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
- Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon.
Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met
scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten
en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5. Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsinstructies voor alle zagen
a) △ GEVAAR: Zorg ervoor, dat uw met uw handen niet in het zaaggebied en aan het zaagblad komt. Houd met uw tweede hand de extra greep of de motorbehuizing vast. Als beide handen de zaag vasthouden, kunnen deze niet door het zaagblad verwond worden.
b) Grijp niet onder het werkstuk. De beschermingskap kan u onder het werkstuk niet voor het zaagblad beschermen.
c) Pas de snijdiepte aan, aan de dikte van het werkstuk. Het dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn
d) Houd het te zagen werkstuk nooit in de hand of boven het been vast. Borg het werkstuk aan een stabiele houder. Het is belangrijk, het werkstuk goed vast te maken, om het gevaar van lichaamscontact, vastlopen van het zaagblad controleverlies te minimaliseren.
e) Pak het elektrische gereedschap aan de geisoleerde greepvlakken vast, als u werkzaamheden uitvoert, waarbij het gebruiksgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Contact met een spanningsvoerende leiding zet ook de metalen delen van het elektrische gereedschap onder stroom en leidt tot een elektrische schok.
f) Gebruik bij het in de lengte snijden altijd een aanslag of een rechte kantengeleiding. Deze verbetert de snijdnauwkeurigheid en verkleint de mogelijkheid dat het zaagblad vast gaat zitten.
g) Gebruik altijd zaagbladen in de juiste afmeting en met een passende boring (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet op de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot controleverlies.
h) Gebruik nooit beschadigde of onjuiste zaagblad-onderlegringen of -schroeven. De zaagblad-onderlegringen en -schroeven worden speciaal voor uw zaag gemaakt, voor een optimale prestatie en bedrijfsveiligheid.
i) Draag geschikte persoonlijke veiligheidsuitrusting: Gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij werkzaamheden waarbij veel stof wordt veroorzaakt, veiligheidshandschoenen bij het wisselen van het gereedschap.
Meer veiligheidsinstructies voor alle zagen
Oorzaken en voorkomen van een terugslag:
- Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van een hakende, vastzittende of onjuist uitgelijnd zaagblad, dat ertoe leidt, dat een ongecontroleerde zaag loskomt en uit het werkstuk in de richting van het bediend personeel beweegt.
- Als het zaagblad in de zich sluitende zaagsleuf blijft haken of vastzit, blokkeert het, en de motorkracht slaat de zaag in de richting van de bedienende persoon terug.
- Als het zaagblad in de zaagsnede verdraait of onjuist is uitgelijnd, kunnen de tanden van de achterste zaagbladkant in het opperlak van het werkstuk blijven haken, waardoor het zaagblad uit de zaagsleuf beweegt en de zaag in de richting van de bedienende persoon terugspringt.
Een terugslag is het gevolg van een fout of een onjuist gebruik van de zaag. Dit kan door passende voorzorgmaatregelen, zoals hierna beschreven, worden voorkomen.
a) Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in een positie waarin u de terugslagkracht kunt opvangen. Ga altijd aan de zijkant van het zaagblad staan, nooit met het zaagblad in één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de cirkelzaag terugspringen, echter kan de bedienende persoon door passende voorzorgsmaatregelen de terugslagkracht te bedwingen.
b) Indien het zaagblad vast komt te zitten of wan- neer u het werk onderbreekt, schakel de zaag uit en houd ze in stil in het werkdeel, tot het zaagblad tot stilstand is gekomen. Probeer nooit, de zaag uit het werkstuk te verwijderen of naar achteren te trekken, zo lang het zaag- blad beweegt, anders kan dit in een terugslag resulteren. Bepaal en verhelp de oorzaak voor het vastzitten van het zaagblad.
c) Als u een zaag, die in een werkstuk vastzit, weer wilt starten, centreer dan het zaagblad in de zaaggleuf en controleer, of de zaagtanden niet in het werkstuk haken. Als het zaagblad vastzit, kan het uit het werkstuk bewegen of een terugslag veroorzaken, als de zaag opnieuw wordt gestart.
d) Ondersteun grote platen, om het risico van een terugslag door een vastzittend zaagblad te verkleinen. Grote platen kunnen door uw eigen gewicht gaan doorbuigen. Platen moeten altijd aan beide zijden worden ondersteund, zowel in de buurt van de zaaggleuf alsmede aan de zijkant.
e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of fout uitgelijnde tanden veroorzaken door een te nauwe zaaggleuf een verhoogde wrijving, een vastzitten van het zaagblad en terugslag.
f) Stel voor het zagen de zaagdiepte- en zaag-hoekinstellingen vast. Als er tijdens het zagen instellingen veranderen, kan het zaagblad gaan klemmen en kan tot een terugslag leiden.
g) Ga zeer voorzichtig om met 'ondersneden' in bestaande wanden of andere niet inzichtbare gebieden. Het binnendringende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten blokkeren en een terugslag veroorzaken.
Veiligheidsinstructies voor handcirkelzagen
a) Controleer voor elk gebruik, of de beschermkap zonder problemen sluit. Gebruik de zaag niet, als de beschermkap niet vrij kan bewegen en niet onmiddellijk sluit. Klem of bind de beschermkap nooit in geopende stand vast. Indien de zaag onbedoeld op de grond valt kan de beschermkap worden verbogen. Zorg ervoor, dat de beschermkap vrij kan bewegen en bij alle zaaghoeken en –diepten noch het zaagblad noch andere delen aanraakt.
b) Controleer de toestand en werking van de veren voor de beschermkap. Laat de zaag voor het gebruik onderhouden, als de beschermkap en veren niet zonder problemen werken. Beschadigde delen, kleverige afzettingen of ophopingen van spanen zorgen voor een vertragen-de werking van de onderste beschermkap.
c) Zorg ervoor, dat bij de 'dieptesnede', die niet rechthoekig wordt uitgevoerd, dat de geleidingsplaat van de zagen tegengesteld worden verschoven. Het zijwaarts verschuiven kan tot klemmen van het zaagblad en hiermee tot een terugslag leiden.
d) Leg de zaag niet op de werkbank of op de grond, zonder dat de beschermkap het zaagblad beschermt. Een onbeschermd zaagblad beweegt de zaag tegen de snijrichting in en zaagt dat wat hij tegenkomt. Houd rekening met de nalooptijd van de zaag.
Aanvullende veiligheidsinstructies voor alle zagen met splijtwig
a) Gebruik de voor het gebruikte zaagblad passende splijtwig. De splijtwig moet dikekr zijn dan de uitgangsbladdikte van het zaagblad, maar dunner dan zijn zaagbreedte.
b) Justeer de splijtwig zoals in deze gebruikshandleiding wordt beschreven. Onjuiste dikte, stand en uitlijning kunnen de reden vormen, dat de splijtwig een terugslag niet actief voorkomt.
c) Gebruik altijd de splijtwig, behalve bij dieptesneden. Monteer de splijtwig opnieuw na de dieptesnede. De splijtwig stoort bij dieptesneden en kan een terugslag veroorzaken.
d) De splijtwig moet zich in de zaaggleif bevinden om te kunnen functioneren. Bij korte sneden is de splijtwig niet actief, om een terugslag te voorkomen.
e) Bedien de zaag niet met een verbogen splijtwig. Reeds een kleine storing kan leiden tot het langzamer sluiten van de beschermkap.
Aanvullende veiligheidsvoorschriften
- Gebruik geen slijpschijven.
- Zorg ervoor, dat de splijtwig zo is ingesteld, dat zijn afstand tot de tandkrans van het zaagblad 5 mm niet overschrijdt en de tandkrans niet meer dan 5 mm boven de onderkant van de splijtwig uitsteekt.
- Zorg ervoor, dat de stofopvanginstallatie juist wordt gebruikt, zoals in deze handleiding is aangegeven.
- Draag een stofmasker. Draag altijd gehoorbescherming.
- Er mogen alleen de in deze handleiding geadviseerde zaagbladen worden gebruikt.
- Vervang de zaagbladen, als in deze handleiding wordt aangegeven.
- Als de netaansluitleiding van dit apparaat beschadigd raakt, moet zij door de fabrikant of Door zijn klantenservice of door een overeenkomstig gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaarlijke situaties te voorkomen.
- Gebruik alleen geadviseerde zaagbladen, die voldoen aan EN 847-1.
- Gebruik alleen originele zaagbladen van de fabrikant met het kenmerk ∅ 160 mm, 160 x 20 x 2.4.
- Zaagbladen, die niet overeenkomen met de in deze gebruikshandleiding aangegeven productgegevens, mogen niet worden gebruikt. Zaagbladen mogen niet door zijwaartse druk op het basiselement worden afgeremd.
- Er moet op worden gelet, dat het zaagblad goed is bevestigd en in de juiste richting draait.
- Houd het apparaat aan de geïsoleerde greepvlakken vast, als u werkzaamheden uitvoert, waarbij het gebruiksgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Het contact met een spanningsleidende leiding kan ook metalen apparaatdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.
⚠ WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat gene-reert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te be-perken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
Overige risico's
Het apparaat is ontwikkeld met behulp van moderne technologie in overeenstemming met erkende veiligheidsregels. Er kunnen echter wel risico's overblijven.
- Het gebruik van onjuiste of of beschadigde kabels kan leiden tot verwonding door elektriciteit.
- Zelfs wanneer alle veiligheidsmaatregelen genomen zijn, kunnen sommige overblijvende risico's nog steeds aanwezig zijn, zonder dat dit evident is.
- Resterende risico's kunnen geminimaliseerd worden door de volgende instructies uit de hoofdstukken "Veiligheidsmaatregelen" en "Correct gebruik" en uit de volledige handleiding te volgen.
- Forceer het apparaat niet onnodig: overmatige druk door het snijden kan leiden tot snelle verslechtering van het blad en een afname van de prestaties op het gebied van afwerking en precisie.
- Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastgezet.
- Voorkom dat u per ongeluk start: druk nooit op de start-knop terwijl de stekker in het stopcontact steekt.
- Gebruik altijd het aanbevolen gereedschap om de beste resultaten te verkrijgen met uw apparaat.
- Houd uw handen buiten de werkruimte, wanneer de machine in bedrijf is.
- Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de stekker uit het stopcontact.
| Aandrijving (W) 1200 | |
| Beschermklasse II | |
| Stationair toerental n _ (min ^-1 ) 5500 | |
| Zaagblad (mm) | 160 x 20 x 2.4 |
| Aantal tanden | 24 (voorgemon-teerd) |
| Dikte splijtwig (mm) | 2 |
| Diepte van de snede 90°(mm) | 55 |
| Diepte van de snede 45°(mm) | 41 |
| Helling | traploos 0 - 45° |
| Aanzuigaansluiting (mm) | (inwendig) 35 / (uitwendig) 38 |
| Gewicht (zonder uitrustingsstukken) (kg) | 4,9 |
| Afmetingen L x B x H (mm) 340 x 260 x 235 | |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Geluids-/trillingsinformatie
⚠ WAARSCHUWING!
Het werken zonder gehoorbescherming of beschermkleding kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
- Draag tijdens de werkzaamheden gehoorbescherming en de juiste beschermkleding.
Gemeten conform EN 62841-2-5 & EN 62841-1. Het geluid op de werkplek kan 85 dB overschrijden, in dit geval moeten veiligheidsmaatregelen voor de gebruiker worden getroffen (geschikte gehoorbescherming dragen).
Geluidsenergieniveau L_WA 89,5 dB
Geluidsniveau L_pA 78,5 dB
Onzekerheid K_wa/pA 3 dB
De hierboven vermelde waarden zijn geluidsemis-siewaarden en hoeven daarom niet gelijktijdig veilige werkplekwaarden weergeven. Hoewel er geen samenhang bestaat tussen emissie- en immissieniveaus, kan niet met zekerheid worden afgeleid of er extra voor-zorgsmaatregelen nodig zijn of niet.
Factoren die de betreffende aanwezige immissieniveaus op de werkplek kunnen beïnvloeden, omvatten de specificatie van de werkruimte en de omgeving, de duur van de inwerkingen, andere geluidsbronnen etc.
Neem bij de betreffende werkplekwaarden ook mogelijke afwijkingen in de nationale voorschriften in acht. De hierboven vermelde informatie stelt de gebruiker echter in staat, een betere inschatting van gevaren en risico's te maken.
Trillingsemissiewaarde ah (vectorsom van drie richtingen) en onzekerheid K bepaald conform EN 62841-2-5 & EN 62841-1:
Trillingsemissiewaarde (3-assig)
Kenmerkende gewogen trilling a_h = F: 1.239 m/s^2 ,
R: 1.108 m/s ^4
Onzekerheid K = 1.5 m/s²
7. Vóór ingebruikneming
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
⚠ LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
- Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen letten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
- Voordat u de AAN-/UIT-schakelaar bedient moet het zaagblad correct gemonteerd zijn. Beweeglijke delen moeten gemakkelijk bewegen.
- Vóór het aansluiten controleren of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenstemmen met de gegevens van het stroomnet.
- Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstalleerd geaard stopcontact dat met minimaal 16 A is gezekerd.
Elektrische aansluitingen
Controleer of het elektrische systeem waarop de machine is aangesloten geaard is in overeenstemming met de huidige veiligheidsvoorschriften en dat het stopcontact in perfecte staat is.
Het elektrische systeem moet voorzien zijn van een magnetothermische beveiliging om alle geleiders tegen kortsluiting en overbelasting te beschermen.
De selectie van dit apparaat moet in overeenstemming zijn met de elektrische specificaties zoals vermeld op de motor van de machine.
AANWIJZING: Het elektrische systeem van de invalcirkelzaag is voorzien van een onderspanningsrelais, dat automatisch het schakelcircuit opent, als de spanning onder een vooraf ingestelde minimumgrens valt, en het zelfstandig resetten van de machinefuncties voorkomt, als de spanning terugkeert naar normaal niveau.
Blijf rustig als de machine direct stopt. Controleer of er geen spanningsuitval in het elektrische systeem is opgetreden.
8. Aanpassen
⚠ WAARSCHUWING! Elektrische schok
Voor alle werkzaamheden aan de machine altijd de voedingsstekker uit het stopcontact trekken!
Aanpassen van de zaagdiepte (afb. F)
De zaagdiepte kan van 0 tot 55 mm aangepast worden. Maak de schroef voor het aanpassen van de zaagdiepte (7) los en stel de gewenste diepte in met de schaal (2) en draai de schroef vast.
De zaagaggregaat kan nu tot de ingestelde zaagdiepte naar onderen worden gedrukt.
De afmetingen op het spoor tonen de zaagdiepte zonder spoor.
Snijhoek instellen tussen 0° en 45°: (afb. G)
Het verstek vierkant kan van 0° tot 45° ingesteld worden.
Draai de verstek-verstelschroeven (14) aan beide kan- ten los.
Zwenk de zaag in de gewenste zaagsnedehoek (schaalverdeling voor verstekhoek (6)).
Haal de verstekstelbouten (14) aan beide zijden aan.
Aanwijzing: De beide standen (0° en 45°) zijn af fabriek ingesteld en kunnen door de klantenservice worden aangepast.
Het zaagblad vervangen afb. A-D, H, I)
⚠️ VOORZICHTIG! Heet en scherp gereedschap
Gebruik geen stompe en defecte inzetstukken! Veiligheidshandschoenen dragen.
⚠ WAARSCHUWING! Elektrische schok
Voor alle werkzaamheden aan de machine altijd de voedingsstekker uit het stopcontact trekken!
- Druk op de insteektrekker (3), breng het zaagblad naar de zaagvervangingspositie (Afstelschroef voor de diepte van de snede moet op 25 mm worden afgesteld) en plaats de zeskantige sleutel in de sluitschroef van het blad (19).
- Duw op het slot voor de as (18) en draai het zaagblad (15) tot het slot op zijn plaats klikt.
- Druk de borgschacht (18) naar beneden en draai de bladborgschroef (19) tegen de wijzers van de klok in open en houd hierbij het blad in debladin-stelpositie.
- Verwijder de buitenste flens (20) en het zaagblad (15).
Veiligheidshandschoenen dragen. - Plaats het nieuwe zaagblad en flens (20).
- Schroef de borgschroef van het zaagblad (19) vast terwijl u het slot voor de as ingedrukt houdt.
- Plaats de insteekzaag in zijn oorspronkelijke positie (0°).
⚠ VOORZICHTIG!
Instellen van de splits-wig (16) (afb. A + K)
Pas de afstand tussen het zaagblad (15) en de splits-wig (16) aan na de vervanging van het zaagblad, of wanneer dat nodig is.
Plaats het zaagblad in dezelfde positie als wanneer u het zaagblad vervangt.
Draai de instelschroef (17) los met een inbussleutel en stel de spits-wig (16) 2-3 mm hoger in dan het zaagblad, en draai de instelschroef (17) vervolgens terug vast.
Afzuiginrichting aansluiten
Een huishoudstofzuiger is niet geschikt als afzuiginrichting.
Een afzuiginrichting met een afzuigslang van 38 mm diameter (38 mm wordt geadviseerd vanwege een lager risico op verstopping) kan met de afzuigaansluiting (1) worden verbonden.
⚠ WAARSCHUWING! Schadelijk voor de gezondheid door stoffen
Stof kan schadelijk voor de gezondheid zijn. Nooit zonder afzuiging werken.
Nationale voorschriften in acht nemen.
9. Inbedrijfstelling
⚠ WAARSCHUWING!
Als de invalcirkelzaag ondeskundig werd gemonteerd, kan dit tot ernstig letsel leiden.
- Controleer voor het inschakelen van de invalcirkelzaag of het zaagblad juist is gemonteerd en bewegende onderdelen soepel lopen.
Na het inschakelen van de zaag moet u wachten tot het zaagblad (15) het maximum toerental heeft bereikt, voordat u de zaagsnede uitvoert.
Invalcirkelzaag in- en uitschakelen
- Om de inval-cirkelzaagmachine in te schakelen, duwt u op de aan/uit schakelaar (8). De motor start.
- Voor het uitschakelen de in-/uitschakelaar (8) losla- ten.
Nadat u alle hiervoor beschreven stappen hebt uitgevoerd, kunt u beginnen met de bewerking.
⚠ VOORZICHTIG!
Blijf altijd met uw handen uit de buurt van de verwerkingszones en kom hier in geen geval tijdens het zagen.
Werken met de machine
⚠ LET OP! Neem bij het werken altijd alle veiligheidsvoorschriften en de volgende regels in acht:
- Leid het elektrisch gereedschap alleen in ingeschakelde toestand door het werkstuk.
- Bevestig het werkstuk altijd zo dat deze zich bij de bewerking niet kan bewegen.
- Schuif de zaag altijd naar voren, in geen geval naar achteren, naar u toe trekken.
- Vermijd door een aangepaste aanvoersnelheid een oververhitting van het zagen
- Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt.
- Zaag met beide handen vastpakken, hierbij legt u een hand op de hoofdhandgreep en de andere hand op de voorste greep.
- Bij gebruik van geleiderails moet deze met schroefklemmen worden bevestigd.
- Let op dat de stroomkabel niet in de zaagrichting ligt.
Zagen na het begin van een snede
De zaagindicator geeft (afb. G, pos. G1) bij 0° en 45° zaagsnedes (zonder geleiderail) het zaagverloop weer.
Gedeeltes zagen
- De machine met het voorste deel van de zaagtafel op het werkstuk plaatsen.
- Schakel de machine aan met de aan/uit schakelaar (8).
- Druk op de inval-trekker (3).
- Duw de zaag naar beneden om de zaagdiepte te bereiken.
- Duw de zaag gelijkmatig naar voren.
- Na het afronden van het zagen, schakelt u de machine uit en zet u het zaagblad omhoog.
Doorsnedes zagen (invalcirkelzagen) (afb. L - O)
⚠ LET OP! Om terugslagen te vermijden, moeten bij invalcirkelzagen de volgende aanwijzingen in acht worden genomen:
- Leg de machine altijd met de achter kant van de zaagtafel tegen een vaste aanslag.
- Plaats bij de werkzaamheden met de geleiderail de machine tegen de terugslagstop (M2 / niet bij de levering inbegrepen) die op de geleiderail is vastgeklemd.
Procedure
- Plaats de zaag op het werkstuk.
- Plaats de indicator voor het snijden met de achterste pijl (L1) op de gemarkeerde inval positie.
Aanwijzing: De markering (L1/L2/L3) geven bij een maximum zaagdiepte en gebruik van de geleiderail de voorste en achterste zaagsnede van het zaagblad (∅ 160 mm) aan. - Schakel de machine aan en duw de zaag naar beneden tot u de ingestelde zaagdiepte bereikt.
- Beweeg de zaag naar voren tot de indicator voor het snijden (L3) het aangeduide punt bereikt.
- Na het afronden van de inval-snede, zet u het zaagblad omhoog en schakelt u de machine uit.
Begeleidend systeem (afb. E + M)
De geleiderails (21) helpen voor schone, precieze sne- den
En beschermen tegen schade aan oppervlaktes.
Aanwijzing: Bij het zagen met de geleiderail is de zaagdiepte 4,5 mm minder dan de waarde van de schaal op de machine.
Voor de veiligheid kan de geleiderail met schroefklemmen (M1) vastgezet worden (niet inbegrepen).
De kantelbeveiliging (10) voorkomt dat de inval-zaag kantelt tijdens versteksneden en aanpassingen.
De bescherming tegen terugstuiten (M2) zorgt voor een veilige geleiding tijdens het zagen in het werkstuk (niet inbegrepen).
Door middel van de rail-verbinder (22), kunnen 2 geleiderails met elkaar verbonden worden en dit zorgt voor lange, precieze sneden.
De regeling van de rails op de montage van de geleiderail kan door de twee instelschroeven (9) geregeld worden.
Met de aangeboden onderdelen kunnen versteksnedes, hoeksnedes en aanpassend werk uitgevoerd worden.
Bij het eerste gebruik van deze zaag op de optionele geleidingsrails zal ze moeten worden afgesteld om met zo min mogelijk zijwaartse beweging over de geleidingsrails te gaan. De verstelbare nokken (9) zijn geplaatst om die reden.
- Plaats zaag op de geleidingsrails.
- Draai de nokken (9 tegen de klok in totdat ze vast zitten.
- Dan enigszins met de klok mee om afvoer toe te staan.
- Zet vast door de kapschroeven van de fittingkop in het midden van elke nok (5mm inbussleutel bij de machine geleverd) vast te schroeven terwijl u de knoppen op hun positie houdt.
- Beweeg de zaag heen en weer over de rails om er zeker van te zijn dat ze soepel glijdt. Stel indien nodig nader af.
- Verdere afstelling kan in de toekomst nodig zijn afhankelijk van het gebruik van de zaag.
Splinterschermen
De geleiderail wordt geleverd met splinterschermen, die voor het eerste gebruik moet geïnstalleerd worden.
- Maak de geleiderail met de schroefklemmen vast aan een stuk schroothout.
- Pas de regeling van de rails aan met de twee instelschroeven (9).
- Stel de inval-zaag in met ongeveer 6 mm zaag-diepte.
- Plaats de zaag aan het einde van de geleiderail.
- Schakel de machine in, duw de zaag naar beneden tot de ingestelde zaagdiepte en monteer de splinterschermen langs de gehele lengte in één keer en zonder te stoppen. De rand van de splinterschermen komt nu overeen met de rand van het zaagblad.
Snijden met rails (afb. A, B, E, M)
- Plaats de machine in de geleiderails.
- Schakel de machine aan met de aan/uit schakelaar (8).
- Duw op de inval-trekker (3).
- Duw de zaag naar beneden om de zaagdiepte te bereiken.
Aanwijzing!: Tijdens het eerste gebruik wordt de rubberen rand afgezaagd, waardoor er bescherming tegen splinters is tot aan het zaagblad.
-
Duw de zaag gelijkmatig naar voren.
-
Na het afronden van het zagen, schakelt u de machine uit en zet u het zaagblad omhoog.
Invalcirkelzaagsnede met geleiding
- Plaats de zaag op de geleiderail op het aangeduide punt.
- Maak de bescherming tegen het terugstuiten of het rooster (onderdeel niet inbegrepen) vast aan het voorste en achterste snijpunt op de geleiderail.
- Schakel de machine aan.
- Duw de zaag langzaam naar voren tot aan de vooraf ingestelde zaagdiepte en duw de zaag gelijkmatig over de geleiderail naar het voorste snijpunt.
Kantelbeveiliging:
Bij verstekzagen is het aangeraden om een kantelbeveiliging te installeren (onderdeel niet inbegrepen). Dit beschermt de machine tegen kantelen terwijl het zich in een schuine positie bevindt.
Lichamelijke verwondingen en schade aan de machine kunnen daardoor vermeden worden.
Na het zagen
- Schakel eerst de invalcirkelzaag en daarna de afzuiginstallatie uit. Het zaagblad draait nog enige tijd na.
- Verwijder het zaagafval pas van het zaagblad als het zaagblad zich weer in rustpositie bevindt.
- Koppel de invalcirkelzaag los van de stroomvoorziening, door de voedingsstekker uit het stopcontact te trekken.
- Laat de invalcirkelzaag volledig afkoelen.
Vastgelopen materiaal verwijderen!
⚠ WAARSCHUWING!
Bij ondeskundige bediening bestaat bij het bedienen van de invalcirkelzaag gevaar op ernstig letsel.
- Schakel de invalcirkelzaag direct uit en trek de stekker uit het stopcontact als het zaagblad zich in het werkstuk heeft vastgeklemd of overige blokkades optreden.
- Gebruik veiligheidshandschoenen, grijp het zaagblad niet vast met blote handen.
10. Transport
Schakel het elektrisch apparaat altijd uit voor transport en koppel het los van de voeding.
Til voor het transport het elektrisch gereedschap op aan de dwarsstangen.
Bescherm het elektrisch apparaat tegen schokken, stoten en sterke trillingen, bijvoorbeeld tijdens transport in voertuigen.
Beveilig het elektrisch apparaat tegen kantelen en wegglijden.
11. Onderhoud en reiniging
⚠ WAARSCHUWING!
Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u instellings-, instandhoudings- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
Algemene onderhoudswerkzaamheden
- Houd ter garantie van de luchtcirculatie de luchtventilatieopeningen in de behuizing altijd vrij en schoon.
- Om houtkrullen en -spaanders uit het elektrisch gereedschap te verwijderen, zuigt u alle openingen uit.
- Wrijf het apparaat met een schone doek schoon of blaas het met perslucht bij een lage druk uit.
- Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te reinigen.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings-of oplosmiddelen. Hierdoor kunnen de kunststofonderdelen van het apparaat worden aangetast. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
- Olie om de levensduur van het apparaat te verlen-gen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën.
Koolborstels
- Bij overmatige vonkvorming moet u de koolborstels door een elektricien laten controleren.
⚠ LET OP! De koolborstels mogen alleen door een elektricien worden vervangen.
⚠ WAARSCHUWING!
Bij ondeskundige bediening bestaat bij het bedienen van de invalcirkelzaag gevaar op ernstig letsel.
- Schakel de invalcirkelzaag uit voorafgaand aan enige reinigings- en onderhoudswerkzaamheden en trek de voedingsstekker uit het stopcontact.
- Draag bij werkzaamheden aan de invalcirkelzaag de juiste veiligheidshandschoenen.
- In deze invalcirkelzaag bevinden zich geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden gerepareerd. Probeer nooit zelf de invalcirkelzaag te controleren. Maak altijd gebruik van een gekwalificeerde technicien.
⚠ WAARSCHUWING!
Het zaagblad kan tijdens het gebruik heet worden. U kunt zich hieraan verbranden.
Laat het zaagblad voor elke reiniging volledig afkoelen.
Aanwijzing!
Water dat in de behuizing is gedrongen, kan een kort-sluiting veroorzaken, ondeskundige reiniging kan leiden tot beschadiging aan de invalcirkelzaag.
- Was de invalcirkelzaag niet en spuit deze ook niet af met een waterstraal.
- Dompel de invalcirkelzaag nooit onder in water.
- Let op dat er geen water in de behuizing dringt.
-
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, geen scherpe of metalen reinigingsvoorwerpen als messen, harde spatels en dergelijke. Deze kunnen het oppervlak beschadigen.
-
Reinig de invalcirkelzaag direct na elk gebruik.
- Houd de veiligheidsinrichtingen zoveel mogelijk vrij van stof en vuil.
- Wrijf de invalcirkelzaag met een schone doek schoon of blaas het met perslucht bij een lage druk uit. Draag altijd een veiligheidsbril bij het gebruik van perslucht.
- Gebruik bij sterke verontreiniging een vochtige doek en wat zachte zeep.
Aanwijzing: Juist en regelmatig onderhoud is niet alleen belangrijk voor een veilig gebruik, maar draagt ook bij aan een langere gebruiksduur van de invalcirkelzaag.
Aansluitkabel vervangen
Wanneer het netsnoer van de invalcirkelzaag beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, diens service-dienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
Invalcirkelzaag controleren
Controleer regelmatig de staat van de invalcirkelzaag. Controleer of:
- de schakelaars zijn beschadigd,
- de accessoires in perfecte staat verkeren,
- de netaansluiting en de netstekker onbeschadigd zijn,
- de ventilatiesleuf vrij en schoon zijn. Gebruik evt. een zachte borstel of kwast voor het reinigen.
Als u een beschadiging constateert, moet u deze door een gespecialiseerde werkplaats laten ver- helpen, om enig gevaar te vermijden.
Service-informatie
U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.
Slijtstukken*: Koolborstels, Zaagblad
* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
12. Opslag
Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.
Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking.
Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
13. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster-of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 VAC zijn
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluittype Y
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
-
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
-
Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
-
Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
-
Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
-
Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
-
Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
15. Troubleshooting
| Probleem Mogelijke oorzaak Help | ||
| De motor start niet. Defecte motor, elektrische kabel of stekker. Doorgebrande zekeringen. | Laat de motor door vakkundig personeel controleren. Probeer niet om de machine zelf te repareren aangezien dit gevaarlijk kan zijn. Controleer de zekeringen en vervang indien nodig. | |
| De motor start traag en ge-raakt niet op loopsnelheid. | Lage voedingsspanning.Beschadigde wikkelingen. Door-gebrande condensator. | Vraag de elektriciteitsleverancier om de beschikbare spanning te controleren. Laat de machine door vakkundig personeel controleren en laat de condensoren vervangen. |
| Overmatig motorgeluid. Beschadigde wikkelingen.Defecte motor. | Laat de motor door vakkundig personeel controleren. | |
| De motor geraakt niet op volle kracht. | Overbelast circuit door bliksem,toepassingen of andere mo-toren. | Gebruik geen andere toepassingen of motoren op het circuit waarop de zaag aangesloten is. |
| De motor oververhit gemak-kelijk. | Overbelasting van de motor,onvoldoende afkoeling van de motor. | Voorkom overbelasting van de motor tijdens het snijden, verwijder stof van de motor om een optimale afkoeling te garanderen. |
| Afname in het snijvermogen tijdens het zagen. | Het zaagblad is te klein (te vaak geslepen) | Stel het einde van de zaag-eenheid opnieuw in |
| De zaagsnede is ruw of golvend. | Het zaagblad is bot, de tand-vorm is niet geschikt voor het materiaal | Laat het zaagblad slijpen of gebruik een geschikt zaagblad |
| Het werkstuk scheurt of splintert. | De druk tijdens het snijden is te groot of het zaagblad is niet geschikt voor deze toepassing | Gebruik het juiste zaagblad |
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.





