79810 - Pomp Flo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 79810 Flo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 79810 Flo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 79810 - Flo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 79810 van het merk Flo.
GEBRUIKSAANWIJZING 79810 Flo
- behuizing
- elektrische schakelaar
- netsnoer met stekker
- luchttoevoer
- luchtuitlaat
- wateruitloop
- overstromingsopening
- draagbeugel
- motor
- voetstuk
RU
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.
Tuinpompen zijn apparaten die ontworpen zijn om schoon water te pompen bij een temperatuur van niet meer dan 35°C. Ze kunnen worden gebruikt in sproei- en irrigatiesystemen thuis, om water te leveren aan fonteinen, enz. De tuinpomp mag niet worden gebruikt om water in het waterleidingnet te pompen. De toegestane continue werkingstijd mag niet langer zijn dan 30 minuten, waarna de pomp minimaal 15 minuten moet worden onderbroken. De pomp is niet geschikt voor het verpompen van andere vloeistoffen dan water, zoals olie, benzine, oplosmiddelen, zuren, basen, organische stoffen, vetten, riolering, fecaliën en met dergelijke stoffen verontreinigd water. Het overgepompte water mag ook geen mechanische onzuiverheden of andere schurende deeltjes bevatten. De pomp is niet bedoeld voor commercieel gebruik.
Let op! Als de waterstroom door de werkende pomp stopt, kan deze beschadigd raken!
De pomp is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik. Ze mag niet worden gebruikt voor professioneel of commercieel gebruik. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het apparaat is afhankelijk van de juiste exploitatie, daarom:
Lees voorafgaand aan het gebruik van het apparaat de volledige handleiding en bewaar deze goed.
De leverancier is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften en de aanbevelingen in deze handleiding.
POMPUITRUSTING
De pomp wordt compleet geleverd en behoeft geen montage. De pomp is niet uitgerust met slangen, extra wateraansluitingen of een zuigkorf.
LET OP! Lees alle onderstaande instructies. Als u deze niet naleeft, kan dit een elektrische schok, brand of lichamelijk letsel veroorzaken.
VOLG DEZE INSTRUCTIES
Aanbevelingen omtrent het gebruik van het apparaat
Het apparaat is alleen bedoeld voor zuiver gebruik. Mechanische verontreinigingen mogen niet schurend zijn en de grootte van de afzonderlijke deeltjes mag niet groter zijn dan de grootte die in de tabel met technische gegevens is aangegeven. De pomp is niet geschikt
NL
voor het verpompen van andere vloeistoffen dan water, zoals olie, benzine, oplosmiddelen, zuren, basen, organische stoffen, vetten, riolering, fecaliën en met dergelijke stoffen verontreinigd water. Het apparaat moet tijdens de werking voortdurend onder toezicht staan. Laat de pomp niet drooglopen. Dit zal de pomp oververhitten, wat de pomp kan beschadigen en brand of elektrische schokken kan veroorzaken.
De pomp mag niet worden gebruikt: voor het verpompen van drinkwater; voor continu gebruik, bijvoorbeeld voor het voeden van een fontein; voor het verpompen van water met een hogere temperatuur dan in de tabel met technische gegevens is aangegeven.
Als er lekken worden gedetecteerd, moet u de pomp onmiddellijk stoppen, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen en de lekken verwijderen voordat u het apparaat weer in gebruik neemt.
Het is verboden om het apparaat zelfstandig te repareren, demonteren of modificeren. Alle productreparaties moeten worden verricht door een geautoriseerde service.
Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen jonger dan 8 en personen met beperkte fysieke en mentale vaardigheden, evenals mensen zonder ervaring en kennis van het apparaat. Tenzij toezicht op hen wordt uitgeoefend of hen wordt uitgelegd hoe ze het apparaat op een veilige manier kunnen gebruiken, zodat de bijbehorende risico's begrijpelijk zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen zonder toezicht mogen het apparaat niet schoonmaken en onderhouden.
Aanbevelingen voor transport en installatie van het apparaat
Waarschuwing! Het apparaat nooit onderdompelen in water of een andere vloeistof. Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan neerslag. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik binnenshuis.
Waarschuwing! Tijdens de montage- en voorbereidingswerkzaamheden moet het apparaat van het stroomnet worden losgekoppeld. De stekker van het netsnoer van de pomp moet worden losgekoppeld van het stopcontact.
De pomp is uitsluitend ontworpen voor gebruik met schoon water. Verontreinigingen die samen met het water in de pomp terechtkomen, kunnen leiden tot schade aan de pomp. Gebruik een fi lter in het waterzuigsysteem van de pomp.
Als de pomp wordt neergelaten in een watertank waarvan de bodem verontreinigd is met bijvoorbeeld zand of slib, of als de watertank geen harde bodem heeft, zorg er dan voor dat de pomp niet tot de bodem zelf wordt neergelaten. Een pomp die vuil aanzuigt zal minder efficiënt werken. Bovendien zal vervuiling leiden tot snellere slijtage van de pomp. Overmatige vervuiling kan leiden tot verstoppingen in de inlaatopeningen van de pomp, die schade aan de pomp kunnen veroorzaken.
Het is verboden om water te putten uit tanks waarin zich mensen bevinden.
Zorg ervoor dat het uiteinde van de zuigslang met filter zich altijd onder het wateroppervlak bevindt.
Het apparaat moet verticaal worden geplaatst. Het kantelen of ondersteboven draaien van de pomp leidt tot storingen, vermindert de prestaties en kan de pomp beschadigen.
Het is verboden om openingen te boren in het product of andere modificaties aan te brengen die niet zijn beschreven in deze handleiding.
NL
Verplaats het apparaat door de handgreep of de behuizing vast te pakken. Het apparaat niet verplaatsen door aan de voedingskabel te trekken.
Het water waarin de pomp zich bevindt kan verontreinigd raken door lekkage van smeermiddelen.
Aanbevelingen omtrent het aansluiten van het apparaat op de stroom
Waarschuwing! De pomp moet worden gevoed door een aardlekschakelaar (RCD) met een nominale verschilstroom van niet meer dan 30 mA.
Zorg er voorafgaand aan het aansluiten op de stroom voor dat de spanning, de frequentie en het rendement van het elektriciteitsnet overeenkomen met de waarden op het gegevensplaatje van het apparaat. De stekker moet in het stopcontact passen. Het is verboden de stekker te modifi ceren.
De netstroomkring moet voorzien zijn van een beveiligingsgeleider en een beveiliging van minstens 16 A.
Vermijd contact van de voedingskabel met scherpe randen en hete voorwerpen en oppervlakken. Tijdens de werking van het apparaat moet de kabel altijd volledig uitgerold zijn en zo geplaatst zijn dat deze geen hinder veroorzaakt bij de bediening van het apparaat. De kabel mag geen struikelgevaar veroorzaken. Het stopcontact moet zich op zo een plek bevinden dat het altijd mogelijk is om snel de stekker van de voedingskabel van het apparaat eruit te trekken. Pak tijdens het trekken van de stekker uit het stopcontact altijd de stekkerbehuizing vast en trek nooit aan het snoer.
Indien de voedingskabel of stekker beschadigd is deze direct van de stroom halen en contact opnemen met een geautoriseerde service om vervanging te regelen. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde voedingskabel of stekker. De voedingskabel of stekker mogen in geval van schade niet worden gerepareerd maar moeten altijd worden vervangen voor een nieuw, schadevrij exemplaar.
VOORBEREIDING OP HET WERK
Controleer vóór het begin van de werkzaamheden of de behuizing en de aansluitkabel met stekker niet beschadigd zijn. Controleer ook de toestand van de wateraansluitingen en slangen. In geval van schade is het verboden om verder te werken!
Let op! Alle handelingen met betrekking tot het verwisselen van de stift, gloeilamp, enz. moeten worden uitgevoerd met de netspanning van het apparaat uitgeschakeld, dus voordat u verder gaat met deze handelingen: Trek de stekker van de gereedschapskabel uit het stopcontact!
Plaatsing van de pomp
De pomp moet horizontaal op een stabiel, vlak en egaal oppervlak worden geplaatst. Het wordt aanbevolen om de pompbasis met bouten en moeren aan de vloer te bevestigen.
Aansluiten van de aanzuigleiding (II)
De aanzuigleiding moet worden voorzien van een zuigkorf. Deze leiding moet een inwendige diameter van 25,4 mm (1") hebben en moet schoon en onbeschadigd en onbeschadigd zijn, zonder vernauwingen of verontreinigingen die de waterstroom kunnen verstoren. De aanzuigleiding moet vóór de inlaat van de pomp van een terugslagklep zijn voorzien. De aanzuigleiding moet met behulp van hydraulische fittingen met schroefdraad op de pompinlaat worden aangesloten. Controleer de slangaansluiting naar de pompinlaat op lekken en corrigeer eventuele lekken.
Aansluiten van drukleiding (III)
De drukleiding moet een inwendige diameter van 25,4 mm (1") hebben. Deze leiding moet met behulp van hydraulische fittingen met schroefdraad op de pompuitlaat worden aangesloten. Controleer de slangaansluiting naar de pompuitlaat op lekken en corrigeer eventuele lekken.
NL
Voordat u de pomp start, vult u deze met voldoende schoon water door de vulopening om de pomp te ontluchten.
Gebruik van elektrische verlengsnoeren
Alleen waterdichte verlengkabels mogen worden gebruikt. Vanwege het risico van elektrische schokken moet een droge zone met een straal van minstens 1 m worden bepaald voordat de pompkabel op de verlengstekker wordt aangesloten. Verlengings- en pompleidingen moeten beschermd zijn tegen verwijdering uit de droge zone, met name uit de tank waarin de pomp moet werken.
POMP-BEDIENING
De pomp opstarten (V)
Nadat de aanzuig- en persleidingen goed zijn aangesloten en de pomp ondergelopen (ontlucht) is, moet de elektrische kabel op het net worden aangesloten om de pomp te starten en moet de schakelaar in de stand "ON" worden gedrukt.
Pomp uitschakelen
Om de pomp uit te schakelen, drukt u de pompschakelaar in de stand "OFF". Trek de stekker uit het stopcontact.
Capaciteit
Het hoogste pomprendement wordt bereikt wanneer een 1" kabel wordt aangesloten op het pompmondstuk (25,4 mm), dan wordt de vloeistofstroom het minst verstikt. Het gebruik van slangen of toevoerleidingen met een kleinere diameter vermindert de prestaties van de pomp.
Opslag van de pomp
Laat het water uit de pomp lopen voordat u de pomp opbergt. Schroef hiervoor de waterafvoer los en laat de binnenkant van de pomp (VI) grondig leeglopen. De pomp moet op een droge plaats worden opgeslagen, zodat een goede ventilatie en een slechte toegang voor kinderen en omstanders is gewaarborgd. Het wordt aanbevolen dat de temperatuur in de opslagruimte van de pomp niet onder 0°C daalt. Als de temperatuur onder 0°C daalt, kan de pomp onherstelbare schade oplopen.
ONDERHOUD EN CONTROLE
LET OP! Voordat men start met het afstellen, technisch onderhoud of het uitvoeren van controles dient de stekker van het apparaat uit het stopcontact te worden gehaald. Aan het einde van de werkzaamheden dient men de technische staat van het elektrische apparaat te controleren door middel van een visuele inspectie en een beoordeling van de behuizing, het handvat, stroomkabel, doorgankelijkheid van de ventilatiesleuven, borstels die eventuele vonken afgeven, geluidsniveau van de werking van de lagers en tandwielen, het opstarten en uniformiteit van de werking van het apparaat. Tijdens de garantieperiode dient men het elektrische apparaat niet te demonteren en dient men tevens geen onderdelen te vervangen aangezien dit de garantie ongeldig zal maken. In geval van eventuele onregelmatigheden die tijdens een controle zijn vastgesteld of tijdens de werkzaamheden dient het apparaat ter reparatie te worden aangeboden bij een daarvoor bestemd servicepunt. Na de werkzaamheden dient men de behuizing, ventilatieopeningen, schakelaars, extra handvaten en behuizing schoon te maken door middel van bv. luchtdruk (met een druk van max. 0,3 MPa), of door middel van een borstel/ kwast of droge doek zonder gebruik van chemicaliën en reini-gingsvloeistoffen. Aanvullende onderdelen en de handvaten schoonmaken met een droge, schone doek.