FWM06DAFVS - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FWM06DAFVS DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FWM06DAFVS DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FWM06DAFVS - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FWM06DAFVS van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FWM06DAFVS DAIKIN
ELEKTRONISCHE BESTURING VOOR HYDRONISCHE TERMINALS Handleiding voor installatie en gebruik
NL
DE WERKWIJZE WIJZIGEN ....5
DE ECONOMY-FUNCTIE ACTIVEREN/DEACTIVEREN ....5
DE INTERVENTIE VAN DE ELEKTRISCHE WEERSTANDEN ACTIVEREN/DEACTIVEREN....5
DE CONTROLE VAN DE MINIMALE OMGEVINGSTEMPERATUUR ACTIVEREN/DEACTIVEREN ....5
DE CONTROLE VAN DE OMGEVINGSVOCHTIGHEID ACTIVEREN/DEACTIVEREN....5
DE VOCHTIGHEIDSSET WIJZIGEN ....5
DE UURBUNDELS ACTIVEREN/DEACTIVEREN....6
DE TEMPERATUUR VAN HET WATER WEERGEVEN 6
HET TOETSENBORD BLOKKEREN/DEBLOKKEREN 6
UUR EN DATUM WEERGEVEN 6
DE GEGEVENS VAN DE KLOK WIJZIGEN....6
DE UURBUNDELS CONFIGUREREN ....6
MENU EN LIJSTEN MET PARAMETERS 7
CONFIGURATIEMENU ....7
INSTELLINGENMENU 9
SET-UP MENU 9
INSTELLINGSLOGICA'S 10
OMSCHAKELING KOELING/VERWARMING....10
VENTILATIE ....10
KLEP....13
ELEKTRISCHE WEERSTAND ....14
ECONOMY 14
CONTROLE MINIMALE TEMPERATUUR 14
ONTVOCHTIGEN 15
ALARMEN....15


NETWERKEN EN VERBINDINGEN 16
AANSLUITING OP HET MONITORINGSYSTEEM (EXTERNAL SUPERVISIESYSTEEM
OPLOSSING) 16
"SMALL"-NETWERK OPLOSSINGEN 18
GEMENGD NETWERK 19
BETEKENIS VAN DE LEDS 20
Bewaar deze handleiding integraal en in goede staat gedurende de volledige levensduur van de machine.

Lees alle informatie in deze handleiding aandachtig door, vooral de delen die met de opschriften "Belangrijk" en "Opgelet" zijn aangeduid; het niet naleven van de instructies kan letsels aan personen of schade aan de machine veroorzaken.
Wanneer er storingen zijn, dient men deze handleiding te raadplegen, neem indien nodig contact op met het dfichtstbijzijnde assistentiecentrum van Galetti S.p.A.
De installatie en onderhoudswerkzaamheden moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgFWECSAerd, behalve indien er andere aanwijzingen in deze handleiding staan.
Vooraleer een interventie op de eenheid uit te voeren, moet men de machine zonder spanning zetten.
Het niet naleven van de normen vermeld in de handleiding doet de garantie onmiddellijk vervallen.
Daikin S.p.A. wijst iedere verantwoordelijkheid af voor schade voortvloeiend uit een oneigenlijk gebruik van de machine of het niet naleven van de normen vermeld in deze handleiding en aangebracht op de eenheid.

Dit toestel is niet voorzien om gebruikt te worden door kinderen of door personen met fysische, sensorische of mentale handicap, zonder ervaring of onvoorbereid, die niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen niet bij het toestel kunnen.
Controleer de staat van het toestel bij ontvangst, onderzoek of er geen schade is die te wijten kan zijn aan het transport.
Raadpleeg de bijhorende technische fiches voor de installatie en het gebruik van eventuele accessoires.
ALGEMENE KENMERKEN
De FWECSA besturing is ontworpen om alle installatieterminals te besturen van het Galetti-gamma met multispeed monofase motor of gekoppeld op een inverter voor de modulatie van de snelheid.
De FWECSA besturing is een systeem samengesteld uit:
- Kaart I/O met daarop het voedingscircuit, het systeem met microprocessor en de connectoren (uittrekbaar met schroef) voor de aansluiting van de voorzieningen voor ingang en uitgang;
- Gebruikersterminal bestaande uit grafisch display en toetsenbord (zes toetsen) voorzien van een klok en sonde om de omgevingstemperatuur te lezen.

De aansluiting tussen de kaart I/O en de gebruikersterminal gebeurt via de speciale connectoren met behulp van een kabel voor gegevensoverdracht voorzien van een koppel getwiste geleiders en met bescherming.
De besturing biedt de mogelijkheid voor seriële communicatie in twee netwerktypes:
- Extern supervisiesysteem oplossing: aansluiting op een extern monitoringsysteem met MODBUS RTU protocol op seriële RS485 (bijvoorbeeld het Extern supervisiesysteem Daikin systeem);
- SMALL oplossing: aansluiting van meerdere FWECSA besturingen in twee mogelijke configuraties:
- MASTER/SLAVE op seriële RS485
- MASTER/SLAVE op DG (Draaggolven), ook uitvoerbaar met een Extern supervisiesysteemoplossing.
- Oplossing gemengd netwerk: sluit meerdere commando FWECSA op verschillende niveaus van autonomie:
- MASTER netwerk RS485 (toezicht of externe FWECSA), het verzenden van instructies om de RS485 SLAVE (de zogenaamde MASTER zone);
- MASTER gebied (FWECSA), ontvangen instructie van MASTER RS485-netwerk, het verzenden van instructies om SLAVE OC;
- SLAVE netwerk OC, de werking identiek aan de master zone.
BELANGRIJKSTE FUNCTIES
- Automatische of manuele variatie (selecteerbaar via toetsenbord) van de snelheid van de ventilator;
- Beheer van ON/OFF of modulerende kleppen voor installaties met twee of vier leidingen;
- Beheer van een elektrische weerstand voor ondersteuning in verwarming;
-
Omschakeling ZOMER/WINTER (= koeling/ verwarming) volgens vier mogelijke werkwijzen:
-
manueel via toetsenbord;
- manueel op afstand (via digitale ingang);
- automatisch in functie van de temperatuur van het water;
-
automatisch in functie van de temperatuur van de lucht.
-
Beheer van de ontvochtigingsfunctie;
• Werking met UURBUNDELS.
Bovendien is het volgende voorzien:
- Digitale ingang voor externe consensus (bijvoorbeeld: contact venster, ON/OFF op afstand, aanwezigheidssensor enz.) die de werking van de eenheid kan activeren of deactiveren (logica van het contact: zie configuratieparameters kaart);
- Digitale ingang voor omschakeling Koeling/Verwarming gecentraliseerd op afstand (logica het contact: zie configuratieparameters kaart);
- Digitale ingang voor activering van de ECONOMY-functie op afstand (logica het contact: zie configuratieparameters kaart);
- Sonde voor temperatuur van het water (accessoire), één of twee (optie in geval van systeem met 4 leidingen);
- Standaard sonde voor temperatuur van de lucht van de omgeving (bevindt zich in de gebruikersterminal);
- Sonde op afstand voor de temperatuur van de lucht van de omgeving (accessoire) die indien aangesloten kan worden gebruikt in plaats van de sonde die standaard in de gebruikersinterface is geïnstalleerd;
- Sonde op afstand voor de relatieve vochtigheid van de lucht van de omgeving (accessoire);
- Een volledig configureerbare digitale uitgang (potentiaalvrij contact).
GEBRUIKERSTERMINAL

text_image
20.6°C 33% UR SET: 25.0°CHet hoofdscherm is onderverdeeld in twee vensters (die hierna worden aangeduid als linker venster en rechter venster), gescheiden via een verticale scheidingslijn.
In het linker venster staat de volgende iinformatie (van boven naar beneden en van links naar rechts):
- omgevingstemperatuur (gelezen door de sonde op afstand die zich op de gebruikersterminal bevindt of door de sonde die is aangesloten op het klemmenbord van de kaart I/O, naargelang de configuratie)
- vochtigheid van de omgeving (wanneer de sonde voor de vochtigheid aanwezig en geconfigureerd is)
- statussysmbolen:

uurbundels actief

economy-functie actief

ontvochtiging in werking

functie minimale omgevingstemperatuur geactiveerd

klep/kleppen geopend

elektrische weerstand geactiveerd/actief

SMALL netwerk op RS485 actief

seriele communicatie met monitoringsysteem

toetsenbord geblokkeerd
- alarmsignalering: symbool en aanduiding van het type alarm worden weergegeven bovenop de zone die normaal is bestemd voor de weergave van de statussymbolen.
In het rechter venster staat de volgende informatie (van boven naar beneden):
• aanduiding van de werkwijze

Werkwijze KOELING

Werkwijze VERWARMING
• aanduiding van de status van de ventilatie
- aanduiding van de SET-waarde van de temperatuur van de lucht van de omgeving
Als de eenheid in OFF is, wordt het venster volledig gevuld met het opschrift OFF verticaal weergegeven.
TOETSENBORD
Er zijn 6 toetsen op het display; hierna wordt de basisfunctie vermeld die met elke toets is geassocieerd.

TOETS ON/OFF
• inschakeling/uitschakeling van de eenheid
• terug naar het hoofdscherm

TOETS PRG
- MENU openen

TOETS MODE
- wijziging werkwijze
• (VERWARMING/KOELING)

TOETS PIJL UP
• wijziging waarden/ventilatiesnelheid
- schermen doorlopen

TOETS SET
• werkwijze wijziging SET/VENTILATIE
- bevestiging waarde/terug naar werkwijze schermen doorlopen

TOETS PIJL DOWN
• wijziging waarden/ventilatiesnelheid
- schermen doorlopen
TOETSENCOMBINATIES


weergave van de temperatuur van het WATER (als de sonde aanwezig is)


weergave gegevens KLOK (datum en uur)



Om de eenheid in en uit te schakelen, moet men naar het hoofdscherm gaan en hier op de toets ON/OFF drukken. Druk op de toets ON/OFF vanuit een willekeurig ander punt om snel naar het hoofdscherm terug te keren en druk de toets vervolgens opnieuw in om de eenheid in/uit te schakelen.
De toets werkt niet als de werking van de uurbundels geactiveerd is (in dat geval is het symbool van de klok in het hoofdscherm zichtbaar). Raadpleeg de betreffende paragraaf om de uurbundels te activeren/deactiveren.
DE TEMPERATUURSET WIJZIGEN
Om de SET van de temperatuur te wijzigen, moet men naar het hoofdscherm gaan en moet de eenheid ingeschakeld zijn, daarna gaat men als volgt te werk:
- druk eenmaal op de toets SET om de ingestelde waarde weer te geven (rechts onderaan op het scherm) van de temperatuurset van de lucht van de omgeving;
- druk op de pijlen UP/DOWN om de ingestelde waarde van de temperatuurset van de lucht van de omgeving te wijzigen;
- druk opnieuw op de toets SET om de weergegeven waarde te bevestigen en om de modus voor wijziging van de temperatuurset te verlaten.
DE VENTILATIESNELHEID WIJZIGEN
- Terwijl de eenheid in werking is, drukt men tweemaal op de toets SET om naar de modus te gaan voor wijziging van de snelheid van de ventilatie (auto, superminimum, minimum, medium, maximum);
- druk op de pijltoetsen UP/DOWN om de ventilatiesnelheid te wijzigen;

MANUELE snelheid

AUTOMATISCHE snelheid

GEFORCEERDE snelheid (niet wijzigbaar)
- in geval van ventilatie in stappen is de wijzigingssequentie als volgt:
| Hydronische terminal met 3 snelheden | |||
| Minimum Medium Maximum Automatisch | |||
| Hydronische terminal met 4 snelheden | ||||
| Superminum | Minimum | Medium Max | mum | Automatisch |
- in geval van modulerende ventilatie wordt de ventilatiesnelheid procentueel in plaats van in stappen weergegeven. Door op de pijlen te drukken kan men deze waarde veranderen van de ingestelde minimale limiet tot de maximale limiet (zie INSTELLINGENMENU); buiten de limieten wordt de automatische ventilatiemodus automatisch ingesteld;
- wanneer het verschil tussen de gemeten temperatuur van de lucht van de omgeving en de ingestelde set begrepen is binnen 0.5°C, wordt de ventilatie gedeactiveerd en verschijnt het opschrift STDBY;
- met een druk op de toets SET kan men bevestigen/de werkwijze wijzigen verlaten en naar het hoofdscherm terugkeren;
- wanneer de besturing is uitgerust met een watersonde en de gemeten temperatuur is niet voldoende om de consensus voor ventilatie te garanderen, dan wordt de ventilatie gedeactiveerd en knippert het symbool dat verwijst naar de betreffende werkwijze:

Werkwijze KOELING

Werkwijze VERWARMING
DE WERKWIJZE WIJZIGEN
Druk in het hoofdscherm op de toets MODE om de werkwijze (Koeling/Verwarming) te wijzigen.
DE ECONOMY-FUNCTIE ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de ECONOMY-functie te activeren dient men het hoofdscherm te openen. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster "Activering economy" verschijnt;
- druk op de toets SET om naar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om naar het hoofdscherm terug te keren.
Als de functie geactiveerd is, is op het hoofdscherm het economy-symbol te zien.
DE INTERVENTIE VAN DE ELEKTRISCHE WEERSTANDEN ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de interventie van de elektrische weerstanden te activeren/deactiveren (wanneer deze aanwezig en geconfigureerd zijn), moet men het hoofdscherm openen. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster Activering weerstanden verschijnt;
- druk op de toets SET om naar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om naar het hoofdscherm terug te keren.
Als de elektrische weerstanden geactiveerd zijn (en correct in het CONFIGURATIEMENU zijn geconfigureerd), is het symbool van de weerstand in het hoofdscherm te zien; het symbool knippert als de weerstanden niet werken, het symbool is vast aan als de weerstanden in werking zijn.
DE CONTROLE VAN DE MINIMALE OMGEVINGSTEMPERATUUR ACTIVEREN/ DEACTIVEREN
Om de functie voor controle van de minimale omgevingstemperatuur te activeren/deactiveren, moet men het hoofdscherm openen. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster voor activering controle minimale temperatuur verschijnt;
- druk op de toets SET om naar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om naar het hoofdscherm terug te keren.
Als de functie geactiveerd is, is op het hoofdscherm het symbool van de minimale omgevingstemperatuur te zien.
DE CONTROLE VAN DE OMGEVINGSVOCHTIGHEID ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de controle van de omgevingsvochtigheid te activeren/deactiveren, moet men naar het hoofdscherm gaan en moet de vochtigheidssonde aanwezig zijn. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster 'Activering controle vochtigheid verschijnt;
- druk op de toets SET om naar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om naar het hoofdscherm terug te keren.
DE VOCHTIGHEIDSSET WIJZIGEN
Om de setwaarde van de omgevingsvochtigheid te wijzigen, moet men het hoofdscherm openen en moet de controle van de omgevingsvochtigheid geactiveerd zijn. Hier:
- druk op de toetsen UP/DOWN om de schermen te doorlopen tot het venster Setpoint vochtigheid verschijnt;
- druk op de toets SET om naar de werkwijze wijziging te gaan;
- druk op de toetsen UP/DOWN om de functie te activeren/deactiveren en druk opnieuw op de toets SET om te bevestigen;
- druk op de toets ON/OFF om naar het hoofdscherm terug te keren.
DE UURBUNDELS ACTIVEREN/DEACTIVEREN
Om de uurbundels snel te activeren/deactiveren, moet men het hoofdscherm openen (met de eenheid zowel aan als uit). Druk tegelijk op de toetsen SET en PIJL DOWN. Wanneer de uurbundels geactiveerd zijn, is op het hoofdscherm het symbool van de klok te zien.
DE TEMPERATUUR VAN HET WATER WEERGEVEN
Om de waarde van de temperatuur van het water weer te geven, moet men eerst de aanwezigheid van de sonde in het CONFIGURATIEMENU configureren. Om de temperatuurwaarde gemeten door de sonde weer te geven, moet men het hoofdscherm opene n hier tegelijk op de toetsen PIJL UP en PIJL DOWN drukken. Als het een eenheid met 4 leidingen met 2 watertemperatuursondes betreft, kan men de twee schermen die de twee temperatuurwaarden weergeven (temperatuur koud water en temperatuur warm water) met de toetsen PIJL UP/DOWN doorlopen.
HET TOETSENBORD BLOKKEREN/DEBLOKKEREN
Druk tegelijk pp de toetsen UP + SET + DOWN om de normale werking van de toetsen van de gebruikersterminal te blokkeren/deblokkeren. Wanneer het toetsenbord geblokkeerd is, verschijnt het symbool van de sleutel op het display. Wanneer men de stand-by modus start, is het echter mogelijk om opnieuw het hoofdscherm weer te geven door op de toets ON/OFF te drukken.
UUR EN DATUM WEERGEVEN (INTERNE KLOK)
Om de gegevens van de klok weer te geven moet men het hoofdscherm openen en moet de eenheid aan staan. Druk tegelijk op de toetsen PRG en MODE: uur en datum worden 5 seconden weergegeven, daarna keert het display automatisch naar het hoofdscherm terug.
Voornoemde procedure werkt niet als men als Stand-by modus (in het CONFIGURATIEMENU) "Klok" is ingesteld; in dit geval worden uur en datum immers constant op het display weergegeven na de stand-by tijd, namelijk 30 seconden nadat er geen enkele handeling op het display wordt uitgFWECSAerd.
DATUM EN UUR WIJZIGEN
Druk in het hoofdscherm op de toets PRG om naar het MENU te gaan, doorloop hier de schermen tot Set-up klok verschijnt en druk op SET om te openen. Wijzig de gegevens naar believen en druk telkens op SET om te bevestigen en naar het volgende gegeven te gaan. Druk ten slotte op de toets ON/OFF om naar het hoofdscherm terug te keren.
DE UURBUNDELS CONFIGUREREN
Druk in het hoofdscherm op de toets PRG om naar het MENU te gaan, doorloop hier de schermen tot Uurbundels verschijnt en druk op SET om te openen.
Met de eerste zes schermen kan men de waarden instellen van de TEMPERATUURSETS, bruikbaar tijdens de configuratie van de uurbundels, namelijk de waarden T1, T2 en T3 in modus ZOMER en in modus WINTER.
Op elk ogenblik kan men op de toets MODE drukken om naar de instelling van de eigenlijke uurbundels te gaan.
Het systeem van de uurbundels is van het type volgens uur, dag en week: ieder uur van iedere dag van de week (van MAANDAG tot ZONDAG) vormt een bundel waarin de gebruiker kan kiezen of:
• de ventilatieconvector in OFF is
• de ventilatieconvector met setpoint T1 werkt
• de ventilatieconvector met setpoint T2 werkt
• de ventilatieconvector met setpoint T3 werkt

text_image
1 Mon -- copy to --Tue 2 00:00 - 01:00 T1 5 MODE for next menu1 DAG (PRG om te wijzigen)
2 UURBUNDEL (UP/DOWN om te doorlopen)
3 Dag waarin te dupliceren (UP+MODE)
4 SET-POINT
5 Weergave profiel
Met de toetsen PIJL UP/DOWN kan men de 24 bundels van iedere dag van de week doorlopen; het doorlopen wordt onderaan op het display grafisch aangegeven via de schuivende cursor en tegelijk door de tekstuele aanpassing van de uurbundel bovenaan. Druk op de toets SET om de werkwijze wijziging te openen als men het attribuut (OFF, T1, T2, T3) van een bundel wil wijzigen, wijzig het attribuut met de toetsen PIJL UP/DOWN en druk opnieuw op SET om te bevestigen.
Druk op PRG om naar de volgende dag van de week te gaan.
Druk tegelijk op de toetsen PIJL UP en MODE om een profiel te dupliceren; de dag waarin het profiel wordt gekopieerd verschijnt: gebruik de toetsen PIJL UP/DOWN om die dag de wijzigen en bevestig met de toets SET.
MENU EN LIJSTEN PARAMETERS
Druk op de toets PRG om het MENU te openen. Doorloop de verschillende submenu's van het MENU met de toetsen PIJL UP/DOWN, deze submenu's zijn in volgorde:
- CONFIGURATIEMENU (toegang met password 10): zie betreffende paragraaf
- INSTELLINGENMENU (toegang met password 77): zie betreffende paragraaf
- MENU SET-UP KLOK (toegang zonder password): instelling datum, uur en dag van de week
• MENU UURBUNDELS (toegang zonder password) - MENU NETWERK EN VERBINDING (toegang met password 20)
- MENU WEERGAVE UITGANGEN: weergave van de status van de fysische uitgangen (zowel digitaal als 0-10V) van de kaart
- MENU TEST UITGANGEN (toegang password 30): forcering van de fysische uitgangen (zowel digitaal als 0-10V) van de kaart
- MENU INFO: weergave van informatie over de geïnstalleerde software.
HET CONFIGURATIEMENU
LIJST MET PARAMETERS
De configuratie van de eenheid houdt met de volgende vereisten rekening:
- indien de weerstand aanwezig is, is ook de aanwezigheid van de watersonde vereist;
- indien de weerstand en ook de klep aanwezig is, moet deze klep een 3-WEGSKLEP (GEEN 2-WEGSKLEP) zijn;
- indien de omschakeling Zomer/Winter op "Auto op watertemp." is ingesteld, is ook de aanwezigheid van de watersonde vereist;
- bij terminals met 4 leidingen mag de weerstand niet aanwezig zijn;
- bij terminals met 4 leidingen met één enkele watersonde mag men de omschakeling zomer/winter niet op "Auto op watertemp." instellen;
- de omschakeling zomer/winter kan alleen op "Auto op luchttemp." worden ingesteld als de elektrische weerstand aanwezig is of als de eenheid met 4 leidingen isi;
- Als de omschakeling ZOMER/WINTER op "Auto op watertemp." is ingesteld, is het niet mogelijk om een 2-wegsklep te gebruiken. De watersonde moet geïnstalleerd zijn op een punt van het hydraulische circuit met minimale circulatie.
CONFIGUREERBARE DIGITALE UITGANG
De kaart heeft een digitale uitgang (aangegeven met 07 in het elektrische schema) waarvan de status verbonden kan zijn met een van de werkingsstatussen van de eenheid die in de volgende lijst worden opgesomd:
- Werkwijze
• Aanvraag koeling of verwarming - Aanvraag koeling
• Aanvraag verwarming
• Status ON/OFF van de eenheid - Alarm aanwezig
• Oproep ontvochtiging
• Oproep bFWECSAchtiging
• Hoge omgevingstemperatuur
• Lage omgevingstemperatuur
• Geen consensus water voor verwarming
• Geen consensus water voor koeling - Door superviseur
en selecteerbaar via de configuratieparameter "Configuratie DOUT". Bovendien kan men met de instelling van de volgende parameter "Logica digitale uitgang" kiezen of de status van de relais de logica moet volgen NA (normaal open) o NC (normaal gesloten).
STAND-BY MODUS
Wanneer er 30 seconden geen enkele handeling op het toetsenbord van de gebruikersterminal wordt uitgFWECSAerd, gaat het hoofdscherm over naar de stand-by modus, die kan verschillen naargelang de instelling met de parameter "Stand-by modus", namelijk:
- Stand-by modus = Uit: het display wordt volledig donker;
- Stand-by modus = Klok: het display wordt gedeeltelijk donker en toont het huidige uur en de datum;
- Stand-by modus = Temperatuur: het display wordt gedeeltelijk donker en toont de omgevingstemperatuur en eventueel de vochtigheid wanneer de sonde aanwezig is.
ONDERBREKING SERIELE VERBINDING
Bij een onderbreking van de seriële verbinding met de bediening ingesteld als SLAVE, zal FWECSA de instellingen van on/off en de modaliteit zomer/winter door de superviseur in stand houden ow de laatste instellingen via het toetsenbord herstellen, naargelang de selectie van de overeenkomstige configuratieparameter.
HET INSTELLINGENMENU
Wanneer men via het hoofddisplay op de toetsen UP/DOWN drukt, verschijnen de volgende pagina's in deze volgorde:
• Activering economy-functie
• Inschakeling gebruik elektrische weerstand
• Activering controle minimale temperatuur
• Activering controle vochtigheid
- Setpoint vochtigheid
Wanneer het niet mogelijk is om naar de wijziging van een of meerdere submenu's te gaan, moet men eerst de betreffende configuratieparameters instellen. Om bijvoorbeeld het gebruik van de elektrische weerstand in te schakelen, moet men eerst de aanwezigheid van deze weerstand in het menu met configuratieparameters instellen.

Sommige parameters (of mogelijke waarden) van de menu's voor de configuratie, de regeling en de set-up zijn mogelijk niet beschikbaar, naargelang de gekozen parameterinstelling.
INSTELLINGENLOGICA'S OMSCHAKELING KOELING/VERWARMING
LEGENDE
| SNELHEID VENTILATIE | |
| WINTER | |
| ZOMER | |
| LUCHTTEMPERATUUR | |
| WATERTEMPERATUUR | |
| OPENING KLEP | |
| JA | |
| NEE |
Er zijn 4 verschillende, alternatieve selectielogica's aanwezig voor de werkwijze van de thermostaat, bepaald op basis van de ingestelde configuratie op de besturing:
- Lokaal: keuze door de gebruiker met de toets MODE
- Afstand: in functie van de status van de digitale ingang DI1
• in functie van de temperatuur van het water

Wanneer er een alarm watersonde is, keert de besturing van de werkwijze tijdelijk terug naar werkwijze Lokaal.
• in functie van de temperatuur van de lucht:

flowchart
graph LR
A["Input"] --> B["Set - ZN/2"]
B --> C["Set + ZN/2"]
C --> D["Output"]
Waarbij:
- Set de temperatuur is, ingesteld met de pijltjes
• ZN de neutrale zone is
De werkwijze van de thermostaat wordt op het display aangegeven via de symbolen KOELING en VERWARMING.
VENTILATIE
ALGEMENE ASPECTEN
De besturing kan twee types ventilatie beheren:
- ventilatie in stappen met een vast aantal selecteerbare snelheden (3 of 4);
- modulerende ventilatie met variabele snelheid van 0% tot 100%.
Het gebruik van het ene of het andere type beheer is verbonden met het type ventilator (in stappen of modulerend) die op de machine is gemonteerd. Op zijn beurt volgt de instelling in stappen twee verschillende logica's op basus van het type klep/kleppen (ON/OFF ofwel modulerend).
Samengevat zijn de logica's voor automatische instelling beheerd door de besturing (en hierna in detail beschreven) als volgt:
- ventilatie in stappen met klep ON/OFF (of geen) en 3 snelheden, in werkwijze koeling en verwarming;
- ventilatie in stappen met klep ON/OFF (of geen) en 4 snelheden, in werkwijze zomer en winter;
- ventilatie in stappen met modulerende klep en 3 snelheden, in werkwijze zomer en winter;
- ventilatie in stappen met modulerende klep en 4 snelheden, in werkwijze zomer en winter;
- instelling van de modulerende ventilatie met klep ON/OFF, in werkwijze zomer en winter;
- instelling van de modulerende ventilatie met modulerende klep.
NATUURLIJKE CONVECTIE
Door instelling van de parameter in het configuratiemenu van de units met klep, wordt de ventilatie bij verwarming met 0,5°C vertraagd om een eerste fase van natuurlijke convectie toe te laten.
VENTILATIE IN STAPPEN
Met de toetsen UP/DOWN kan men kiezen tussen de volgende snelheden:
- AUTOMATISCHE SNELH.: in functie van de ingestelde temperatuur en de temperatuur van de lucht in de omgeving;
- SUPERMINIMUM snelh.: alleen selecteerbaar als de eenheid van het type 2X1 (4 snelheden) is
• MINIMALE snelh.
• Medium SNELH.
• Maximale SNELH.
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 3 SNELHEDEN EN KLEP/KLEPPEN ON/OFF (OF GEEN):
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
KOELING

flowchart
graph TD
A["set"] --> B["set+0.5°C"]
B --> C["set+2°C"]
C --> D["set+3°C"]
D --> E["Step 1: ↑"]
D --> F["Step 2: ↑"]
D --> G["Step 3: ↑"]
VERWARMING

flowchart
graph TD
A["set-3°C"] --> B["set-2°C"]
B --> C["set-0.5°C"]
C --> D["set"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
note1["3"] --> B
note2["2"] --> C
note3["1"] --> D
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 4 SNELHEDEN EN KLEP/KLEPPEN ON/OFF (OF GEEN):
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
sm SUPERMINIMUM snelheid
KOELING

flowchart
graph TD
A["set"] --> B["set+0,5"]
B --> C["set+1°C"]
C --> D["set+2°C"]
D --> E["set+3°C"]
E --> F["..."]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
VERWARMING

line
| Temperature | Value | | :--- | :--- | | set-3°C | 3 | | set-2°C | 2 | | set-1°C | 1 | | set-0.5°C | sm | | set | < 3000 |Bij configuraties met 4 snelheden en klep wordt de ventilatie bij verwarming met 0.5°C vertraagd om een eerste fase van natuurlijke convectie toe te laten.
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 3 SNELHEDEN EN MODULERENDE KLEP/KLEPPEN:S
1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
KOELING

flowchart
graph TD
A["set"] --> B["set+0.5°C"]
B --> C["set+1.5°C"]
C --> D["set+2°C"]
D --> E["set+3°C"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
VERWARMING

1 MINIMALE snelheid
2 MEDIUM snelheid
3 MAXIMALE snelheid
sm SUPERMINIMUM snelheid

KOELING

flowchart
graph TD
A["set"] --> B["set+0.5°C"]
B --> C["set+1.5°C"]
C --> D["set+2°C"]
D --> E["set+3°C"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
VERWARMING

other
| Step | Temperature (°C) | | :--- | :--- | | 1 | set-2,5 | | 2 | set-3,5 | | 3 | set-3,5 | | sm | set-1.5 |MODULERENDE VENTILATIE
Net als bij de ventilatie in stappen voorziet de beheerslogica van de modulerende ventilatie twee mogelijke werkwijzen:
• AUTOMATISCHE werking
• werking met VASTE SNELHEID
De selectie van het werkingspercentage gebeurt door op de toetsen UP/DOWN te drukken, terwijl de automatische ventilatie wordt geactiveerd door een ventilatiewaarde onder het minimum (20%) of boven het maximum (100%) in te stellen.

MANUELE snelheid

AUTOMATISCHE snelheid

GEFORCEERDE ventilatie
AUTOMATISCHE WERKING VOOR EENHEDEN MET 3 OF 4 SNELHEDEN EN KLEP/KLEPPEN ON/OFF OF GEEN:
KOELING

Bij configuraties met 4 snelheden wordt de ventilatie bij verwarming met 0.5°C vertraagd om een eerste fase van natuurlijke convectie toe te laten.
CONSENSUS VAN HET WATER
Onafhankelijk van het aanwezige type ventilator (in stappen of modulerend) is de werking van de ventilator verbonden met de controle van de watertemperatuur van het systeem: Op basis van de werkwijze hebben we verschillende consensusdrempels bij verwarming en koeling.
KOELING

Als er geen consensus is bij het oproepen van de thermostaat, wordt dit op het display aangeduid door het knipperen van het symbool van de actieve werkwijze Koeling en Verwarming. Deze consensus wordt genegeerd wanneer:
- de watersonde niet voorzien is of bij alarm wegens losgekoppeld
• bij Koeling bij configuraties met 4 leidingen
FORCERINGEN
De normale ventilatielogica (zowel modulerend als niet modulerend) wordt genegeerd in geval van bijzondere situaties van forceren, die nodig kunnen zijn voor de correcte controle van de temperatuur of werking van de terminal.
De volgende gevallen kunnen zich voordoen:
• bij KOELING:
- met besturing aan boord van de machine en configuraties met klep: de minimumsnelheid wordt beschikbaar gehouden ook als de temperatuur is bereikt
- besturing aan boord en configuraties zonder klep: iedere 10 minuten stilstand van de ventilator wordt een spoeling van 2 minuten op medium snelheid uitgFWECSAerd zodat de luchtsonde de omgevingstemperatuur correcter kan meten.
- als de ventilatie in stand-by ingesteld is op altijd ON, wordt de snelheid in stand gehouden eens de temperatuurinstelling bereikt is.
• bij VERWARMING:
- wanneer de weerstand actief us: de ventilatie wordt op medium snelheid geforceerd
- wanneer de weerstand uit is: er wordt 2 minuten lang een naventilatie op medium snelheid aangehouden. (NB: deze ventilatie wordt ook voltooid wanneer de thermostaat uit wordt gezet of als men zou overgaan naar de werkwijze koeling).
- als de ventilatie in stand-by ingesteld is op altijd ON, wordt de snelheid in stand gehouden eens de temperatuurinstelling bereikt is.
KLEP
De besturing kan 2-wegs of 3-wegskleppen beheren, van het type ON/OFF (dit betekent helemaal open of helemaal gesloten) of modulerend (het openen van de klep kan variëren tussen 0% en 100%).
KLEP ON/OFF
Het openen van de (2- of 3-wegs) klep wordt aangestuurd in functie van de werkset en van de temperatuur van de lucht.
KOELING

text_image
Off On set set+0,5°VERWARMING

text_image
On set-0,5° Set Off SetMODULERENDE KLEP
Het openen van de (2- of 3-wegs) klep wordt aangestuurd in functie van de werkset en van de temperatuur van de lucht. De logica voor instelling van het openen volgt de hierna weergegeven diagrammen.
KOELING

line
| Condition | Value [%] (%) | |---|---| | set | 20 | | set+0.5°C | 20 | | set+2°C | 100 |VERWARMING MET CONFIGURATIES OP 3 SNELHEDEN

line
| Condition | Value (%) | |---|---| | set-2°C | 100 | | set-0.5°C | 20 | | set | 20 |VERWARMING MET CONFIGURATIES OP 4 SNELHEDEN

De controle van de temperatuur van het water voor de consensus tot het openen dient enkel voor configuraties met 3-wegskleppen en elektrische weerstand. Bij dergelijke configuraties wordt een controle van de watertemperatuur gedaan in geval van:
- Verwarming met weerstand: de werking van de weerstand leidt tot een forcering van de ventilatie; daarom moet vermeden worden dat er eventueel te koud water in de terminal passeert:

- Naventilatie te wijten aan de uitschakeling van de weerstand: blijft aangehouden tot het verstrijken van de vastgestelde tijd, ook bij verandering van werkwijze. Tijdens deze naventilatie zal de consensus van het water samenvallen met de consensus voor de ventilatie.
ELEKTRISCHE WEERSTAND
ACTIVERING
Wanneer de elektrische weerstand op voorhand wordt ingesteld als aanwezig via de configuratieparameter en als het gebruik is ingeschakeld via de set-up parameter, dan wordt de elektrische weerstand gebruikt op aanvraag van de thermostaat op basis van de omgevingstemperatuur:

i De activering leidt tot een forcering van de ventilatie.
CONSENSUS VAN HET WATER
De consensus voor de activering van de weerstand is verbonden met de controle van de watertemperatuur. Hierna volgt de betreffende consensuslogica:
VERWARMING

Deze consensus wordt niet gegeven wanneer de watersonde niet voorzien of losgekoppeld is.
ECONOMY
Wanneer de Economy-functie op voorhand wordt ingesteld als aanwezig via de configuratieparameter en als het gebruik is ingeschakeld via de set-up parameter, dan voorziet de Economy-functie een correctie van de setpoint met 2.5°C en een forcering op de beschikbare minimumsnelheid om de werking van de terminal te verminderen.
• Koeling: set + 2.5°C
- Verwarming: set - 2.5°C
CONTROLE MINIMUM TEMPERATUUR
Wanneer deze logica op voorhand wordt ingesteld als aanwezig via de configuratieparameter en als het gebruik is ingeschakeld via de set-up parameter, dan kan men wanneer de thermostaat uit is met deze logica beletten dat de omgevingstemperatuur niet onder een in te stellen drempel daalt (parameter "SET controle minimumtemperatuur"), waarbij de terminal gedurende de nodige tijd in werkwijze verwarming wordt geforceerd.
Als de elektrische weerstand aanwezig is, wordt die enkel gebruikt in geval die op voorhand geselecteerd is als bron bij Verwarming.
ACTIVERING
Wanneer deze besturing geselecteerd is, gaat de terminal aan wanneer de omgevingstemperatuur onder 9°C daalt:

Eenmaal de temperatuur terug boven 10°C is gebracht, keert de thermostaat terug naar Off.

Een eventueel OFF door de digitale ingang zal deze logica blokkeren.
ONTVOCHTIGING
De functie voor ontvochtiging is enkel bruikbaar in de werkwijze Koeling wanneer de aanwezigheid van de vochtigheidssonde in het configuratiemenu is ingesteld. Deze functie voorziet om de terminal te laten werken met de bedoeling de vochtigheid in de omgeving te verminderen tot de ingestelde setpoint in de parameter van het set-up menu is bereikt.
LOGICA
De ventilatiesnelheid wordt op minimum geforceerd, of op de medium snelheid wanneer de temperatuur veel hoger is dan de ingestelde set:

Omdat de vochtigheid op de ingestelde waarde moet worden gebracht, wordt de ventilatie (en de klep, indien aanwezig) gactiveerd, ook wanneer de omgevingstemperatuur de betreffende set (zichtbaar op het display) al heeft bereikt. Wanneer die onder deze drempel daalt, wordt deze logica tijdelijk geblokkeerd.

De consensus voor de activering van de weerstand is verbonden met de controle van de watertemperatuur. Hierna volgt de betreffende consensuslogica:

Wanneer er geen consensus is, wordt de functie voor ontvochtiging tijdelijk geblokkeerd. Hetzelfde gebeurt wanner de sonde wordt losgekoppeld.

Wanneer de referentiFWECSAchtigheid is bereikt of als de besturing op Off wordt gezet, wordt de ontvochtiging gedeactiveerd.
ALARMEN
De alarmen beheerd door de besturing zijn alarmen met betrekking tot de afwezigheid van de voorziene sondes op basis van de configuratie van de eenheid. BijgFWECSAlg zijn de mogelijke alarmen de volgende:
- Alarm luchtsonde
- Alarm watersonde
• Alarm vochtigheidssonde
NETWERKEN EN VERBINDINGEN
AANSLUITING OP HET MONITORINGSYSTEEM (EXTERNAL SUPERVISIESYSTEEM OPLOSSING)

De aansluiting is uitvoerbaar voor versie Extern supervisiesysteem 3.10 of hoger
Via de seriële poort RS485 kan men FWECSA besturingen (tot 247) op een beheersoftware aansluiten die de standaard MODBUS RTU als communicatieprotocol gebruikt met de volgende eigenschappen:
• instelbare baudrate (default: 9600)
- geen pariteit
- 8 databits
- 1 stopbit
Binnen een monitoring netwerk gedraagt iedere FWECSA besturing zich als een SLAVE nei ten opzichte van het gecentraliseerde beheersysteem dat de MASTER van het netwerk vormt (figuur 01).
Wanneer de bekabeling van het netwerk is uitgFWECSAerd, moet iedere FWECSA besturing worden geconfigureerd. Druk op de toets PRG om het MENU te openen en open daarna het submenu "Netwerken en verbindingen" (password = 20). Stel de SETUP RS485 parameters als volgt in:
• MST/SLV = "Slave via SPV"
- Protocol = "Modbus"
- Serieel adres = een waarde van 1 tot 255 instellen
- Snelheid = instellen op basis van de vereisten van de Master
laat de parameters SET-UP OC (MST/SLV = geen) ongewijzigd.

Lees het document "RICHTLIJNEN VOOR HET RS485 NETWERK", beschikbaar in de downloadzone van de Daikin website, voor details over de bekabeling van het netwerk.
De functies die door de besturing als SLAVE worden herkend en beheerd, zijn:
CODE BESCHRIJVING
| 01 coil status lezen |
| 02 input status lezen |
| 03 holding register lezen |
| 04 input register lezen |
| 15 coil status multiple schrijven |
| 16 holding register multiple schrijven |
De beschikbare variabelen zijn:
| BESCHRIJVING | |
| 1 | ON/OFF eenheid |
| 2 | ZOMER/WINTER |
| 3 | ECONOMY actief |
| 4 | ANTIVRIES actief |
| 5 | ALARM aanwezig |
| 6 | Alarm sonde omgevingstemperatuur |
| 7 | Alarm sonde watertemperatuur |
| 8 | Alarm sonde temperatuur warm water (alleen indien eenheid met 4 leidingen) |
| 9 | Alarm sonde vochtigheid omgeving |
| 10 | Aantal snelheden (3/4) |
| 11 | Aantal leidingen (2/4) |
| 12 | Type ventilatie (STEPS/MODULEREND) |
| 13 | Sonde voor afstelling (DISPLAY/KAART) |
| 14 | Aanwezigheid elektrische weerstanden |
| 15 | Aanwezigheid vochtigheidssonde |
| 16 | Status digitale uitgang 1 (01) |
| 17 | Status digitale uitgang 2 (02) |
| 18 | Status digitale uitgang 3 (03) |
| 19 | Status digitale uitgang 4 (04) |
| 20 | Status digitale uitgang 5 (05) |
| 21 | Status digitale uitgang 6 (06) |
| 22 | Status digitale uitgang 7 (07) |
| 23 | Watersonde aanwezig |
| 24 | Warmwatersonde aanwezig (hydronische terminal met 4 buizen) |
| 25 | Ontvochtiging actief |
| 26 | Klep open |
| 27 | Hydronische terminal uit via contact op afstand |
| 28 | Afstelling ventilatie (manueel/automatisch) |
| 29 | Actieve weerstand |
| 30 | Klep aanwezig |
| 31 | Inschakeling ECONOMY via contact |
HOLDING REGISTER
(GEHEEL/ANALOOG LEZEN/SCHRIJVEN)
| BESCHRIJVING | |
| 1 | SET temperatuur zomer (koeling) |
| 2 | Minimale limiet SET temperatuur zomer |
| 3 | Maximale limiet SET temperatuur zomer |
| 4 | SET temperatuur winter (verwarming) |
| 5 | Minimale limiet SET temperatuur winter |
| 6 | Maximale limiet SET temperatuur winter |
| 7 | Unieke SET temperatuur(als ZOM/WIN op water-/luchttemp.) |
| 8 | SET vochtigheid |
| 9 | Minimale limiet SET vochtigheid |
| 10 | Maximale limiet SET vochtigheid |
| 11 | Snelheid van de ventilatie in stappen0 = superminimum snelh.1 = minimale snelh.2 = medium snelh.3 = maximale snelh.4 = AUTO snelh. |
| 12 | Snelheid van de modulerende ventilatie |
INPUT REGISTER
(GEHEEL/ANALOG ALLEEN LEZEN)
| BESCHRIJVING | |
| 1 | Omgevingstemperatuur |
| 2 | Vochtigheid van de omgeving |
| 3 | Watertemperatuur |
| 4 | Temperatuur warm water (alleen indien eenheid met 4 leidingen) |
| 5 | Status van de ventilatie in stappen:0 = ventilatie gestopt1 = superminimum snelh.2 = minimale snelh.3 = medium snelh.4 = maximale snelh. |
| 6 % | waarde van de modulerende ventilatie |
| 7 % | waarde van de analoge uitgang 1 |
| 8 % | waarde van de analoge uitgang 2 |
| 9 % | waarde van de analoge uitgang 3 |
| 10 SET temperatuur actief | |
| 11 SET temperatuur zomer | |
| 12 SET temperatuur winter | |
| 13 | Unieke SET temperatuur(als ZOM/WIN op water-/luchttemp.) |
| 14 SET vochtigheid actief | |
| 15 Type klep (GEEN/ON-OFF/MODULEREND) | |
"SMALL"-NETWERK OPLOSSINGEN
De "SMALL"-netwerk oplossingen vormen een netwerksysteem MASTER/SLAVE waarin één van de FWECSA besturingen de functie van MASTER vervult terwijl alle andere FWECSA beturingen van het netwerk de functie van SLAVE vervullen.
Er zijn twee mogelijke uitvoeringen, elk met verschillende functionaliteiten en type verbinding:
• SMALL netwerk op RS485
• SMALL netwerk op DRAAGGOLVEN
SMALL NETWERK OP RS485
In dit geval gebeurt de verbinding via de bus RS485, die bestaat uit een afgeschermde gegevenskabel, getwist met 2 geleiders (figuur 02).
i
Lees het document "RICHTLIJNEN VOOR HET RS485 NETWERK", beschikbaar in de downloadzone van de Daikin website, voor details over de bekabeling van het netwerk.
De MASTER-besturing stuurt de volgende instellingen naar de SLAVE-besturingen:
• Werkwijze: (KOELING of VERWARMING);
- Status ON/OFF van de besturing: alle SLAVE-besturingen passen zich aan de status ON/OFF van de MASTER-besturing aan;
- Inschakeling van de controle van de minimale omgevingstemperatuur;
• SET omgevingstemperatuur;
of (op basis van de parameter "Controle temperatuur via MASTER" in het menu "Netwerken en verbindingen"):
- Limieten voor de wijziging van de SET van de omgevingstemperatuur (zowel ZOMER als WINTER): de variatie van de SET is op iedere SLAVE besturing toegestaan met een delta van ± 2°C rond de waarde van de ingestelde SET op de MASTER besturing.
Wat de status ON/OFF betreft, is op iedere SLAVE-besturing het volgende toegestaan:
- Automatisch lokaal ON bij aanvraag door de functie voor controle van de minimale temperatuur van de lucht van de omgeving
• Automatisch lokaal ON/OFF volgens de uurbundels
wanneer die ingeschakeld zijn;
- OFF op SLAVE besturing via digitale ingang wanneer deze ingeschakeld is.
ledere SLAVE besturing behoudt autonomie in het beheer van de snelheid van de ventilatie, in de activering van de ECONOMY-functie en in de instelling van de waarde van de SET (met de hierboven beschreven beperkingen).
Bij dit type netwerk is de aanwezigheid van een monitoringnetwerk (Extern supervisiesysteem oplossing) niet mogelijk omdat de seriële poorten RS485 van alle besturingen (zowel de MASTER als de SLAVES) al bezet zijn voor de uitvoering van het SMALL-netwerk.
Wanneer de bekabeling van het netwerk is uitgFWECSAerd, moet iedere FWECSA besturing worden geconfigureerd. Druk op de toets PRG om het MENU te openen en open daarna het submenu "Netwerken en verbindingen" (password = 20). Stel de SETUP RS485 parameters als volgt in:
- MST/SLV = "Master" instellen op de FWECSA besturing die de MASTER van het netwerk vormt, "Lokale Slave" instellen op alle FWECSA besturingen die de SLAVES van het netwerk vormen.
- Protocol = "Modbus"
- Serieel adres = stel een waarde van 1 tot 255 alleen op de SLAVE besturingen in.
• Snelheid = niet wijzigen (9600)
Laat de parameters SET-UP OC (MST/SLV = geen) ongewijzigd.
Met dit type configuratie kan men tot maximum 32 hydronische eenheden via één enkele gebruikersterminal controleren.
De verbinding gebeurt via een bus OC, die bestaat uit een afgeschermde gegevenskabel, getwist met 2 geleiders (figuur 03).
In dit geval legt de MASTER besturing (moment per moment) een identieke werking aan de werking van de MASTER besturing op aan alle SLAVE besturingen die op het netwerk zijn aangesloten. Op die manier heeft geen enkele SLAVE besturing beslissingsautonomie en is bovendien niet uitgerust met een eigen gebruikersterminal.
Er kunnen maximaal 32 SLAVE besturingen op dit type
netwerk worden aangesloten.
Vooraleer de aansluiting van de I/O-kaarten op het netwerk uit te voeren, moet men iedere kaart configureren.
Sluit de gebruikersterminal op iedere I/O-kaart aan.
Druk op de toets PRG om het MENU te openen en open daarna het submenu "Netwerken en verbindingen" (password = 20). Stel de SETUP OC parameters als volgt in:
- MST/SLV = "Master" instellen op de I/O-kaart die de MASTER van het netwerk vormt en "Slave" instellen op alle SLAVES van het netwerk.
- Serieel adres = stel een waarde van 2 tot 34 op de SLAVE besturingen in.
Nu kan men alle I/O-kaarten op het netwerk aansluiten.

Wanneer de kaart als SLAVE is ingesteld, kan die niet meer met een gebruikersterminal communiceren. Wanneer het nodig is om de instellingen ervan te wijzigen, is het daarom noodzakelijk om een RESET aan de hand van de volgende procedure uit te voeren: ontkoppel de kaart van het netwerk, houd de kaart gFWECSAed en breng de digitale ingang 10 (klemmen I10 en IC) gedurende 15 seconden in kortsluiting.

Alle hydronische terminals (dus zowel de MASTER als de SLAVES) aangesloten op het netwerk moeten dezelfde configuratie hebben.
GEMENGD NETWERK
Het SMALL-netwerk op DRAAGGOLVEN kan ook worden gekoppeld met een monitoringnetwerk (Extern supervisiesysteem of SMALL oplossing) op RS485 via de seriële poort RS485 van de MASTER besturing, waardoor een zogenaamd GEMENGD NETWERK wordt verkregen. In figuur 04 staat het schema van het gemengde netwerk, bestaande uit het SMALL-netwerk op DRAAGGOLVEN gecombineerd met een monitoringnetwerk.
SAMENVATTINGSTABEL PARAMETERS
| EXTERN SIESYSTEEM BMS | SMALL RS485 | SMALL OC | Netwerk Gemengd |
RS485
| MST/SLV Slave via SPV | FWECSA Master: Master | - | FWECSA Master: Master |
| FWECSA Slave: Slave via SPV | FWECSA Slave: Slave via SPV | ||
| Protocol Modbus Modbus - Modbus | |||
| Serieel adres 1... 255 | FWECSA Master: 0 | - | FWECSA Master: 0 |
| FWECSA Slave: 1... 255 | FWECSA Slave: 1... 255 | ||
| Snelheid | Op basis van de Master | 9600 - 9600 | |
OC
| MST/SLV - - | FWECSA Master: Master | ||
| FWECSA Slave: Slave | |||
| Serieel adres - - | FWECSA Master: 0 | ||
| FWECSA Slave: 2... 255 |
BETEKENIS VAN DE LEDS
| BLAUW GROEN ROOD | |||
| STATUS LED | Eenheid OFF | Eenheid ON | Alarm aanwezig |
| NETWORK LED | Master OC | Communicatie OK | Geen communicatie |
i
Wanneer men de I/O-kaart frontaal aankijkt, bevindt de STATUS LED zich aan de linkerkant en de NETWORK LED aan de rechterkant.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Voeding 230Vac 50/60Hz | Vermogen 2,5 W |
| Werkingstemperatuur Bereik 0-50°C | |
| Opslagtemperatuur Bereik -10-60°C | |
| IP beschermingsgraad IP30 (gebruikersterminal) | |
| Type kaart Type 1.C | |
| Relais uitgang Normaal Open 5A @ 240V (Resistent)Max. omgevingstemperatuur: 105°CMicro-onderbreking | |
| Ingangen Temperatuursondes NTCActieve sondes 0-5VPotentiaalvrije contacten(digitale ingangen) | |
| Temperatuursondes Sondes NTC 10K Ohm @25°CBereik -25-100°C | |
| Vochtigheidssonde Sonde van het resistente typeBereik 20-90%RB | |
| Max. doorsnede kabels voor klemmen | 1,5 mm ^2 |
| Vervuilingsgraad Graad II | |
| Categorie weerstand tegen warmte/brand | Categorie D |
| Categorie overspanning | Categorie II |
| EMCconformiteitsnormen | EN 61000-6-1(2007)EN 61000-6-3(2007) + A1(2011) |
INSTALLATIE EN ONDERHOUD
Hierna worden de procedures beschreven voor installatie van de gebruikersinterface, van de vermogenkaart en van de sondes, met specifieke instructies voor de afzonderlijke hydronische terminals van het Daikin-gamma.
INSTALLATIE VAN DE SONDES
De FWECSA besturing beheert de volgende sondes:
- Sonde voor het lezen van de temperatuur van de lucht, geïntegreerd in de gebruikersterminal; er is geen enkele bijzondere interventie om te installeren vereist.
- Sonde (optioneel, als alternatief voor de vorige sonde) aangesloten op de I/O-kaart voor het lezen van de temperatuur van de lucht die door de machine wordt aangezogen of op een willekeurig ander punt in de omgeving die onderhevig is aan de regeling van de temperatuur (LUCHTSONDE OP AFSTAND)
- Sondes (optioneel) voor het lezen van de watertemperatuur: men kan een of twee sondes aansluiten, naargelang de terminal is aangesloten op een systeem met 2 of met 4 leidingen.
- Sonde (optioneel) voor het lezen van de relatieve vochtigheid van de omgeving, aangesloten op de I/O-kaart.

Om interferenties en bijgFWECSAlg werkingsstoringen te vermijden, mogen de kabels van de sondes zich NIET in de buurt van de vermogekabels (230V) bevinden.
INSTALLATIE VAN DE LUCHTSONDE OP AFSTAND
Het gebruik van de luchtsonde op afstand voor het regelen van de omgevingstemperatuur is optioneel. Wanneer die wordt gebruikt, wordt die de hoofdsonde voor de regeling in plaats van de sonde die zich in de gebruikersterminal bevindt. In ieder geval is het altijd mogelijk om de hoofdsonde voor regeling van de omgevingstemperatuur te kiezen via de parameter "luchtsonde" in het CONFIGURATIEMENU.
De luchtsonde op afstand moet altijd worden aangesloten op de klemmen I1-C1 van de I/O-kaart.
Gebruik de meegeleverde plastic zelfklevende sondehouder:
• Ventilatorconvector zonder sokkel (figuur 05)
• Ventilatorconvector met sokkel (figuur 06)
• Ventilatorconvector met frontale aanzuiging (figuur 07)
INSTALLATIE VAN DE VOCHTIGHEIDSSONDE
De vochtigheidssonde is een optioneel accessoire. Als die aanwezig is, moet die worden aangesloten op de klemmen SU-SU van de I/O-kaart. De sensor van de sonde kan zo worden geplaatst dat die omgeven wordt door de aangezogen luchtstroom van de eenheid (indien ook de temperatuursonde op afstand aanwezig is, moet men die samen vastbinden zoals aangetoond in de volgende afbeelding), ofwel op een willekeurig ander punt in de omgeving die onderworpen is aan regeling van de temperatuur en van de vochtigheid.

Het is ook mogelijk om de sensor van de sonde in de gebruikersterminal te plaatsen met behulp van de speciale bevestiging op de basis van de terminal (figuur 08).
De kabel die bij de vochtigheidssensor meegeleverd is, is voorzien van een scherm. Hzt is niet nodig om dit scherm op de I/O-kaart af te sluiten. Wanneer het lezen van de relatieve vochtigheid is verstoord door de nabijheid van de vermogenkabel of een andere bron, moet men voornoemd scherm op de klem GND van de seriële poort RS485 aansluiten.
INSTALLATIE VAN DE WATERSONDE
De sonde voor het lezen van de temperatuur van het water (witte kabel) is een optioneel accessoire.
In geval van een eenheid met 2 leidingen (afzonderlijke batterij) moet de watersonde op de klemmen I2 - C1 van de I/O-kaart worden aangesloten. In geval van een eenheid met 4 leidingen kan men (via de parameter "Aantal watersondes"
van het CONFIGURATIEMENU) kiezen hoeveel sondes (een of twee) te gebruiken. Als men kiest om één watersonde te gebruiken, moet deze zo worden geïnstalleerd dat die de temperatuur van het verwarmingswater gaat lezen (dus geïnstalleerd op de batterij warm water) en moet die worden aangesloten op de klemmen I2 - C1 van de I/O-kaart. Als men echter kiest om twee watersondes te gebruiken, moet de sonde voor het lezen van de temperatuur van het I2-C1 van de I/O-kaart, terwijl de sonde voor het lezen van de temperatuur van het warm waterop de klemmen I3-C1 van de I/O-kaart moet worden aangesloten.
Gebruik de speciaal voorziene koperen sondehouder voor de sonde van het water en plaats die naargelang de gevallen zoals hierna beschreven. Ventilatorconvectoren voor:
- Systeem met 2 LEIDINGEN - GEEN KLEP of 2-WEGSKLEP: de sonde van het water moet op de warmtewisselaar worden geplaatst (figuur 09);
- Systeem met 4 LEIDINGEN - GEEN KLEP of 2-WEGSKLEPPEN: de sonde van het water (indien uniek) moet op de warmtewisselaar van het verwarmingscircuit worden geplaatst (figuur 10); de eventuele tweede sonde moet op de warmtewisselselaar van het koelcircuit worden geplaatst;
- Systeem met 2 LEIDINGEN - MET 3-WEGSKLEP: de sonde van het water moet op de ingang van de klep worden geplaatst, op de tak afkomstig uit het systeem (figuur 11);
- Systeem met 4 LEIDINGEN - MET 3-WEGSKLEPPEN: de sonde van het water (indien uniek) moet op de ingang van de klep voor verwarming worden geplaatst, op de tak afkomstig uit het circuit (figuur 12); de eventuele tweede sonde moet op de ingang van de klep voor koeling worden geplaatst, op de tak afkomstig uit het circuit.
FWD
Voorbeeld, kleppen gemonteerd op de linkerflank:

text_image
Watersonde voor systeem met 4 leidingen LUCHT Watersonde voor systeem met 2 leidingen LUCHT- Voor UTN-eenheden zonder kleppen, voor systemen met twee leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar worden geplaatst.
- Voor UTN-eenheden zonder kleppen, voor systemen met vier leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar van het verwarmingscircuit worden geplaatst.
FWB-FWP
Voorbeeld, kleppen gemonteerd op de linkerflank:

text_image
Leiding systeem ten laste van de gebruiker- Voor FWB-FWP-eenheden zonder kleppen, voor systemen met twee leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar worden geplaatst.
- Voor FWB-FWP-eenheden zonder kleppen, voor systemen met vier leidingen, moet de watersonde op de leiding bij de ingang van de warmtewisselaar van het verwarmingscircuit worden geplaatst.
INSTALLATIE VAN DE GEBRUIKERSTERMINAL
Kies voor de installatie van het besturingspaneel een zone die gemakkelijk toegankelijk is voor de instelling van de functies en efficiënt voor het aflezen van de omgevingstemperatuur (minstens 1,5 m boven de grond). Vermijd daarom:
- plaatsen die rechtstreeks aan het zonlicht zijn blootgesteld;
- plaatsen die onderhevig zijn aan rechtstreekse stromen van warme of koude lucht;
- obstakels ertussen te plaatsen die verhinderen om de temperatuur correct af te lezen (gordijnen of meubels);
• constante aanwezigheid van waterdamp (keukens enz.); - het paneel aan de muur te bedekken of in te bouwen.
Het is aanbFWECSAlen om voor de installatie van de besturing op de wand een elektrische inbouwcontactdoos 503 te gebruiken achter de besturing, om er de kabels in onder te brengen. Volg de instructies hierna voor de montage:
• Haal de sluitschroef weg van de besturing (figuur 13).
- Wanneer men een inbouwcontactdoos 503 gebruikt, steekt men de kabels door de spleet onderaan de besturing, gebruik de speciale gaten voor de bevestiging (figuur 13).
- Anders moet men in de wand boren waar men de besturing wil installeren, ter hoogte van de bevestigingsgaten op de basis van de besturing. Gebruik de basis van de besturing als mal voor het boren. Steek de kabels door de spleet van de basis en bevestig ze met de pluggen op de wand waar voordien gaten in werden geboord (figuur 14).
- Sluit de klem aan op de kaart van het display.
- Sluit de besturing opnieuw met behulp van de sluitschroef.
De verbinding tussen het besturingspaneel en de I/O-kaart moet worden uitgFWECSAerd met behulp van de connectoren met 2 klemmen van de draaggolven die op beide voorzieningen aanwezig zijn (zie elektrisch schema). In geval van de I/O-kaart zijn er twee connectoren voor de aansluiting: het heeft geen belang of u nu op de ene of de andere connector aansluit. Het is aanbFWECSAlen een gegevensnetwerkkabel te gebruiken, bestaande uit een koppel getwiste geleiders met afscherrming. Het
is bovendien aanb FWECSA len om de geleider van de afscherming aan te sluiten op de klem (-) zowel aan de kant van de gebruikersterminal als op de I/O-kaart (figuur 19).
INSTALLATIE OP DEI/O-KAART
• FWV, FWL, FWM, FWZ, FWR, FWS, FWD
- Bij de terminaleenheden FWD-FWB-FWP-FWZ-FWV-FWR-FWL-FWS-FWM moet men de I/O-kaart monteren op de speciale bevestigingsbeugel met de meegeleverde schroeven met een lengte van 9,5 mm (figuur 15-16-17);
- Schroef het 3-wegsklemmenbord aan op de beugel let behulp van de meegeleverde schroeven met een lengte van 25 mm;
- Monteer de beugel op de zijflank van de terminal tegenover de collectoren voor ingang/uitgang water;
- Voer de elektrische aansluitingen uit volgens het elektrische schema (figuur 19); voor de aansluiting tussen het klemmenbord van de eenheid (CN) en de kaart gebruikt men een kabel met 1,5 mm ^2 doorsnede.
PWN
- Op de FWB-FWP terminaleenheid moet men de I/O-kaart rechtstreeks monteren op de doos van de elektrische aansluitingen met de meegeleverde schroeven met een lengte van 9,5 mm (figuur 18).
- Voer de elektrische aansluitingen uit volgens het elektrische schema (figuur 19); voor de aansluiting tussen het klemmenbord van de eenheid (CN) en de kaart gebruikt men een kabel met 1,5 mm ^2 doorsnede.
Alle handelingen moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgFWECSAerd, in naleving van de geldende normen. Raadpleeg de elektrische schema's die bij de eenheid zitten voor alle interventies van elektrische aard. Het is bovendien aangeraden om te controleren of de eigenschappen van het elektrische net geschikt zijn voor de opnames aangegeven in de tabel met elektrische gegevens.

Vooraleer een interventie op elektrische onderdelen uit te voeren, moet men nagaan of die niet onder spanning staan. Controleer of de voedingsspanning overeenkomt met de nominale gegevens van de eenheid (spanning, aantal fasen, frequentie) vermeld op het label op de machine. De voedingsspanning mag geen schommelingen van meer dan ±5% ondergaan ten opzichte van de nominale waarde. De elektrische aansluitingen moeten uitgFWECSAerd zijn in overeenstemming met het elektrische schema in bijlage bij de specifieke eenheid en conform met de geldende normen.
ONDERHOUD

De onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgFWECSAerd door een assistentiecentrum dat door de constructeur is erkend of door gekwalificeerd personeel. Om veiligheidsredenen dient men het toestel uit te schakelen vooraleer onderhoudswerkzaamheden of schoonmaak uit te voeren.
TABEL I/O VAN DE KAART (figuur 19)
| VOEDING | |
| L Fase | |
| N Neutraal | |
| INGANGEN | |
| I1 Sonde NTC lucht omgeving | |
| I2 Sonde NTC water | |
| I3 | Sonde NTC warm water (indien eenheid met 4 leidingen) |
| I4 Niet gebruikt | |
| I5 Niet gebruikt | |
| IC Gemeenschappelijk voor NTC-sondes | |
| +5 Niet gebruikt | |
| I6 Ingang voor ON/OFF op afstand | |
| I7 Ingang voor ZOM/WIN op afstand | |
| I8 Ingang voor ECONOMY op afstand | |
| I9 Niet gebruikt | |
| I10 Niet gebruikt | |
| IC Gemeenschappelijk voor I6-I7-I8 | |
| SU - SU Vochtigheidssonde | |
| UITGANGEN | |
| A1 Modulatie brushless ventilator | |
| A2 | Modulatie waterklep(koud indien eenheid met 4 leidingen) |
| A3 | Modulatie klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) |
| CA Geleenschappelijk voor de uitgangen 0-10V | |
| O1 Superminimum snelheid | |
| O2 Minimale snelheid | |
| O3 Medium snelheid | |
| O4 Maximale snelheid | |
| O5 Waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) | |
| O6 | Klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) of weerstand |
| C1 Gemeenschappelijk voor de uitgangen relais O1-O6 | |
| O7 Configureerbare uittgang voor signalering | |
| C7 Gemeenschappelijk voor de uitgang relais O7 | |
| POORTEN (VOORKANT KAART) | |
| A/B/GND Seriële RS485 protocol MODBUS | |
| + / - Aansluiting display of tweede kaart | |
| + / - Aansluiting display of tweede kaart | |

ELELKTRISCH SCHEMA (figuur 19)
| LEGENDE | |
| SA Lage omgevingstemperatuur | |
| SW | Sonde watertemperatuur (koud indien eenheid met 4 leidingen) |
| SWH | Sonde temperatuur warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) |
| SU Sonde vochtigheid omgeving | |
| ON/OFF Potentiaalvrij contact voor ON/OFF op afstand | |
| SUM/WIN | Potentiaalvrij contact voor ZOMER/WINTER op afstand |
| ECONOMY Potentiaalvrij contact voor ECONOMY op afstand | |
| FAN 0/10V Modulerende ventilator 0/10V | |
| VC 0/10V | Modulerende waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) 0/10V |
| VH 0/10V | Modulerende klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) |
| MV Ventilator | |
| INV Inverter ventilator | |
| MV INV Motor ventilator inverter | |
| V1 Superminimum snelheid | |
| V2 Minimumsnelheid | |
| V3 Medium snelheid | |
| V4 Maximumsnelheid | |
| COM Gemeenschappelijk voor uitgangen ON/OFF | |
| VC Waterklep (koud indien eenheid met 4 leidingen) | |
| VH/RE | Klep warm water (alleen eenheden met 4 leidingen) of elektrische weerstand |
| CN Klemmenbord eenheid | |
| IL Lijnschakelaar (niet geleverd) | |
| F Zekering (niet geleverd) | |
| L Fase | |
| N Neutraal | |
ÖSSZEFOGLALÓ
BIZTONSÁGI JELZÉSEK....1
ÁLTALÁNOS FIGYELMEZTETÉSEK ......1
ÁLTALÁNOS JELLEMZÓK 2
LEGFONTOSABB FUNKCIÓK....2
FELHASZNÁLÓI TERMINÁL....3
BILLENTYÜZET 3
AKTÍV BILLENTYÜK KOMBINÁCIÓI 4
AZ EGYSÉG BEKAPCSOLÁSA/KIKAPCSOLÁSA 4