WEF 15-125 Quick - Schuurmachine METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WEF 15-125 Quick METABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WEF 15-125 Quick METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schuurmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WEF 15-125 Quick - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WEF 15-125 Quick van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING WEF 15-125 Quick METABO
nl Originele gebruiksaanwijzing 26
Originele gebruiksaanwijzing
1. Conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze platkop-haakse slijpers, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). technische documentatie bij *4) - zie pagina 4.
2. Beoogd gebruik
De platkop-haakse slijpers met platte kop zijn samen met originele Metabo-accessoires geschikt voor het slijpen, het schuren, het werken met draadborstels en het doorslijpen van metaal, beton, steen en soortgelijke materialen, zonder gebruik van water.
Alleen de gebruiker is aansprakelijk voor schade door oneigenlijk gebruik.
De algemeen erkende ongevallenpreventievoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten in acht worden genomen.
3. Algemene veiligheidsinstructies

Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool!

WAARSCHUWING – Lees ter vermindering van het risico van letsel de gebruiksaanwijzing.

WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik.
Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.
4. Speciale veiligheidsvoorschriften
4.1 Gemeenschappelijke veiligheidsvoorschriften om te schuren, het schuren met schuurpapier, het werken met draadborstels en het doorslijpen:
Toepassing
a) Dit elektrisch gereedschap kan worden gebruikt als schuurmachine, schuurmachine met schuurpapier, draadborstel en slijpmachine. Let op alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen,
afbeeldingen en gegevens die u bij het apparaat ontvangt. Neemt u de volgende aanwijzingen niet in acht, dan kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
b) Dit elektrisch gereedschap is niet geschikt om te polijsten. Toepassingen waarvoor het elektrisch gereedschap niet bestemd is, kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk letsel.
c) Gebruik geen accessoires die door de fabrikant niet speciaal voor dit elektrisch gereedschap bestemd en aanbevolen zijn. Wanneer u de toebehoren aan uw elektrisch gereedschap kunt bevestigen, is dat nog geen garantie voor veilig gebruik.
d) Het toelaatbare toerental van het gebruikte gereedschap dient minstens zo hoog te zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat aangegeven. Toebehoren dat sneller draait dan toegestaan, kunnen breken en in het rond vliegen.
e) De buitendiameter en de dikte van het gebruikte gereedschap dienen overeen te komen met de maataanduidingen van uw elektrisch gereedschap. Verkeerd bemeten inzetgereedschap kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd.
f) Inzetgereedschap met draadinzet dient exact op de slijpspindel van het elektrische gereedschap te passen. Bij inzetgereedschap dat met een flens bevestigd is, moet het opnamegat precies op de flens passen. Inzet gereedschap dat niet precies op de opname van het elektrische gereedschap past, draait ongelijkmatig en trilt zeer sterk, hetgeen kan leiden tot verlies van de controle.
g) Gebruik geen beschadigd inzetgereedschap. Controleer inzetgereedschap, zoals schuurschijven, voor het gebruik altijd op afsplinteringen en scheuren, steunschijven op scheuren, (sterke) slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Wanneer het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap gevallen is, controleer het dan op beschadigingen of gebruik onbeschadigd inzetgereedschap. Wanneer u het inzetgereedschap hebt gecontroleerd en ingebracht, zorg er dan voor dat u en eventuele andere personen in de buurt buiten bereik van het roterende inzetgereedschap blijven en laat het apparaat een minuut lang draaien op het hoogste toerental. In deze testperiode breekt beschadigd inzetgereedschap meestal.
h) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Draag zo nodig een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheidshandschoenen of een speciale schort, die u bescherming biedt tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rondvliegende deeltjes, die bij verschillende toepassingen ontstaan, beschermd te worden.
Stof- of adembeschermingsmaskers dienen het stof dat bij de toepassing ontstaat te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor beschadigd raken.
i) Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand van uw werkgebied bevinden. ledereen die het werkgebied betreedt, dient persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschap kunnen wegvliegen en ook buiten het directe werkgebied letsel veroorzaken.
j) Houd het apparaat alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Door contact met een spanningvoerende leiding kunnen ook metalen onderdelen van het apparaat onder spanning worden gezet en kan een elektrische schok worden veroorzaakt.
k) Houd het netsnoer uit de buurt van draaiend inzetgereedschap. Wanneer u de controle over het apparaat verliest, kan het netsnoer worden doorgesneden of gegrepen en kan uw hand of uw arm in het draaiende inzetgereedschap terechtkomen.
1) Leg het elektrisch gereedschap nooit weg voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met de ondergrond waardoor u mogelijk de controle over het elektrisch gereedschap kunt verliezen.
m) Laat het elektrisch gereedschap niet draaien wanneer u het draagt. Door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap kan uw kleding worden gegrepen en kan het inzetgereedschap zich in uw lichaam boren.
n) Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van uw elektrisch gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing, en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken.
o) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van brandbaar materiaal. Door vonken kunnen deze materialen vlam vatten.
p) Gebruik geen inzetgereedschap waarvoor vloeibare koelmedia nodig zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot een elektrische schok.
4.2 Veiligheidsinstructies met het oog op terugslag
Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van draaiend inzetgereedschap dat blijft haken of blokkeert, zoals een slijpschijf, steunschijf, draadborstel, enz. Indien het draaiende inzetgereedschap blokkeert of blijft haken, wordt het onmiddellijk stopgezet. Hierdoor wordt een ongecontroleerd elektrisch gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap in op de plaats van de blokkering versneld.
Wanneer er bv. een slijpschijf in het werkstuk blijft hangen of blokkeert, kan de rand van de slijpschijf, die invalt in het werkstuk, vastraken, met het uitbreken van de slijpschijf of een terugslag als mogelijk gevolg. De slijpschijf beweegt zich dan naar of vanaf de operator, afhankelijk van de draairichting van de schijf op de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen slijpschijven ook breken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of onjuist gebruik van het elektrisch gereedschap. Dit kan worden voorkomen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven.
a) Houd het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een dergelijke positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik, indien voorhanden, altijd de extra greep om tijdens de startfase een zo groot mogelijke controle over de terugslagkrachten of reactiemomenten te hebben. De operator kan door geschikte veiligheidsmaatregelen te nemen de terugslag- en reactiemomenten beheersen.
b) Zorg ervoor dat uw hand nooit in de buurt van draaiend inzetgereedschap komt. Het inzetgereedschap kan zich bij een terugslag over uw hand bewegen.
c) Vermijd met uw lichaam het gebied, waarin het elektrisch gereedschap bij een terugslag naartoe wordt bewogen. De terugslag brengt het elektrisch gereedschap in de tegenovergestelde richting van de beweging van de slijpschijf bij het punt van blokkering.
d) Werk bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen enz. Zorg ervoor dat het inzetgereedschap niet van het werkstuk terugspringt en klem raakt. Het roterende inzetgereedschap heeft de neiging om bij hoeken, scherpe randen of in het geval dat het terugspringt klem raakt. Dit leidt tot verlies van controle of een terugslag.
e) Gebruik geen ketting- of getand zaagblad. Dit inzetgereedschap leidt vaak tot een terugslag of verlies van controle over het elektrisch gereedschap.
4.3 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het schuren en doorslijpen:
a) Gebruik uitsluitend schuurmiddelen die voor uw elektrisch gereedschap zijn goedgekeurd en de hiervoor geschikte beschermkap.
Schuurmiddelen die niet geschikt zijn voor het elektrisch gereedschap kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn onveilig.
b) Gebogen slijpschijven dienen zo te zijn aangebracht, dat het slijpvlak zich onder de rand van de beschermkap bevindt. Een verkeerd aangebrachte slijpschijf die buiten de rand van de beschermkap uitsteekt, kan niet naar behoren worden afgeschermd.
c) De beschermkap moet stevig aan het elektrische gereedschap zijn aangebracht en, voor een optimale veiligheid, zo zijn ingesteld dat een zo klein mogelijk deel van het slijplichaam open naar de operator wijst. De beschermkap beschermt de gebruiker tegen
NEDERLANDSnl
brokstukken, toevallig contact met het slijplichaam en vonken, waardoor kleding vlam kan vatten.
d) De slijpmiddelen mogen alleen worden gebruikt voor de aanbevolen gebruiksmogelijkheden.
Bijvoorbeeld: Slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor de materiaalafname met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerking op deze slijpmiddelen kan de schijf breken.
e) Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste grootte en vorm voor de door u gekozen slijpschijf. Geschikte flenzen steunen de slijpschijf en gaan zo het risico tegen dat deze breekt. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen zich onderscheiden van de flenzen voor andere schuurschijven.
f) Gebruik geen versleten slijpschijven van groter elektrisch gereedschap. Schuurschijven voor groter elektrisch gereedschap zijn niet geschikt voor de hogere toerentallen van kleiner elektrisch gereedschap en kunnen breken.
4.4 Meer speciale veiligheidsvoorschriften voor het doorslijpen:
a) Voorkom een te hoge aandrukkeracht of een blokkering van de doorslijpschijf. Voer geen overmatig diepe sneden uit. Bij een overbelasting van de doorslijpschijf worden ook de belasting en de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren verhoogd, en daarmee de kans op een terugslag of breuk van het slijpmiddel.
b) Mijd het gebied voor en achter de roterende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u af beweegt, kan ingeval van een terugslag het elektrisch gereedschap met de draaiende schijf direct naar u toe worden geslingerd.
c) Indien de doorslijpschijf klem komt te zitten of u het werk onderbreekt, schakel het apparaat dan uit en houd het rustig vast totdat de schijf tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de nog draaiende doorslijpschijf uit de snede te trekken, dit kan een terugslag veroorzaken. Stel de oorzaak van het klem raken vast en verhelp deze.
d) Schakel het elektrisch gereedschap zolang het zich niet in het werkstuk bevindt, nooit opnieuw in. Laat de doorslijpschijf eerst het volle toerental bereiken, voordat u voorzichtig verder gaat met de snede. Anders kan de schijf blijven hangen, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken.
e) Zorg voor een ondersteuning van platen of grote werkstukken om het risico van een terugslag als gevolg van een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Het werkstuk dient aan beide kanten van de schijf, en zowel bij de doorslijpsnede als aan de rand, ondersteund te worden.
f) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij "invalsnedes" in bestaande wanden of andere gebieden die niet ingezien kunnen worden. De
invallende doorslijpschijf kan bij het snijden in gas-of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken.
4.5 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het schuren met schuurpapier:
a) Gebruik geen schuurbladen met te grote afmetingen, maar houd u met betrekking tot de grootte van de schuurbladen aan de opgaven van de fabrikant. Schuurbladen die over de steunschijf uitsteken kunnen letsel veroorzaken en leiden tot het blokkeren of scheuren van de schuurbladen of een terugslag.
4.6 Speciale veiligheidsvoorschriften voor het werken met draadborstels:
a) Let erop dat de draadborstels ook tijdens het gewone gebruik stukken draad verliezen. Overbelast de draden niet door een te hoge aandrukkeracht. Wegvliegende stukken draad kunnen heel gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid dringen. b) Wordt het gebruik van een beschermkap aanbevolen, zorg er dan voor dat de beschermkap en de draadborstel niet met elkaar in aanraking kunnen komen. De diameter van schijf- en komborstels kan door aandruk- en centrifugale krachten vergroot worden.
4.7 Overige veiligheidsinstructies:

WAARSCHUWING – Draag altijd een veiligheidsbril.
Maak gebruik van elastische tussenlagen, wanneer deze bij het slijpmiddel ter beschikking gesteld worden en vereist zijn.
Neem de opgaven van de fabrikant van het gereedschap of de accessoires in acht! Zorg ervoor dat de schijven beschermd zijn tegen vet en stoten!
Schuurschijven dienen zorgvuldig, volgens de aanwijzingen van de fabrikant, te worden bewaard en gebruikt.
Doorslijpschijven mogen nooit worden gebruikt voor het grofslijpen! Er mag geen zijwaartse druk op doorslijpschijven worden uitgeoefend.
Het werkstuk dient stevig te liggen en beveiligd te zijn tegen wegglijden, bv. met behulp van spaninrichtingen. Grote werkstukken dienen voldoende te worden ondersteund.
Wordt er inzetgereedschap met schroefdraadinzet gebruikt, dan mag het einde van de spil de gatenbodem van het schuurgereedschap niet raken. Let erop dat de schroefdraad in het inzetgereedschap lang genoeg is om de spillengte op te nemen. De schroefdraad van het inzetgereedschap moet bij de schroefdraad op de spindel passen. Zie voor de lengte en de schroefdraad van de spil pagina 4 en hoofdstuk 14. Technische gegevens.
Het gebruik van een stationaire afzuiginrichting wordt aanbevolen. Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. aanspreekstroom van 30 mA voor de machine.
Indien de haakse slijper door de aardlekschakelaar is uitgeschakeld moet de machine gecontroleerd en gereinigd worden. Zie hoofdstuk 9. Reiniging.
Beschadigde, onronde resp. trillende gereedschappen mogen niet gebruikt worden.
Schade aan gas- of waterleidingen, elektrische leidingen en dragende wanden (statica) voorkomen.
De stekker uit het stopcontact halen voordat er instellings-, ombouw- of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
Een beschadigde of gebarsten extra greep dient te worden vervangen. Indien de extra greep defect is, de machine niet gebruiken.
Een beschadigde of gebarsten beschermkap dient te worden vervangen. Indien de beschermkap defect is de machine niet gebruiken.
Kleine werkstukken bevestigen. Bijv. in een bankschroef spannen.
Dit elektrisch gereedschap is niet bestemd om te polijsten. De garantie vervalt bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaatsvindt! De motor kan oververhit en het elektrisch gereedschap beschadigd raken. Voor polijstwerkzaamheden bevelen wij onze haakse polijstmachine aan.
Het inzetgereedschap mag uit veiligheidstechnisch oogpunt niet met een tweegatsmoer worden bevestigd. Gebruik uitsluitend de klemmoer (zonder gereedschap) (2).
De stofbelasting verminderen:

Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken.
Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: Lood (in loodhoudende verf), mineraal stof (uit bakstenen, beton e.d.), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest.
Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld.
Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen.
Om de belasting met deze stoffen te verminderen: Zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag een geschikte veiligheidsbescherming, zoals bijv. stofmaskers die in staat zijn om de microscopisch kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren.
Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling).
Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat ze neerslaan in de omgeving.
Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikte accessoires (zie hoofdstuk 11.). Daardoor komen minder stofdeeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht.
Gebruik een geschikte stofafzuiging.
Verminder de stofbelasting door:
- de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten,
- een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken,
- de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op.
- Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.
5. Overzicht
Zie pagina 2.
1 Beugel voor het aantrekken/losdraaien van de spanmoer (zonder gereedschap) met de hand *
2 Spanmoer (zonder gereedschap) *
3 Steunflens
4 S p i l
5 Asvergrendelingsknop
6 Beschermkap
7 Extra greep/extra greep met trillingsdemping *
8 Schakelschuif voor het in-/uitschakelen *
9 Handgreep
10 Elektronische signaalindicatie
11 Stelknop voor de toerentalinstelling *
12 Inschakelblokkering *
13 Drukschakelaar *
14 Hendel voor de bevestiging van de beschermkap
* afhankelijk van de uitrusting/niet in de leveringsomvang
6. Ingebruikname

Vergelijk voor de ingebruikname, of de op het typeplaatje aangegeven spanning met de spanning overeenkomt.

Schakel altijd een aardlekschakelaar (RCD) met een max. aanspreekstroom van 30 mA de machine.
6.1 Extra greep aanbrengen

Alleen werken wanneer de extra greep (7) is aangebracht! De extra greep stevig groeven aan de linker- of rechterkant van de hine.
6.2 Beschermkap aanbrengen

Gebruik uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend de beschermkap die bestemd is het betreffende slijpelement! Zie ook dstuk 11. Accessoires!
Beschermkap voor het slijpen
Bestemd voor het werken met afbraamschijven, lamellenslijpschijven, diamant-doorslijpschijven.
Zie pagina 2, afbeelding C.
- De beschermkap (6) aanbrengen in de weergegeven positie.
NEDERLANDSnl
- De hendel (14) indrukken en aan de beschermkap draaien tot het gesloten deel naar de gebruiker wijst.
- Hendel loslaten en beschermkap verdraaien, totdat de hendel vast klikt.
- Controleer of de hendel goed bevestigd is: Deze moet vergrendeld zijn en de beschermkap mag niet kunnen worden gedraaid.

Alleen inzetgereedschap gebruiken waarover de beschermkap tenminste 3,4 mm uitsteekt.
(Verwijderen in omgekeerde volgorde.)
7. Schuurschijf aanbrengen
Voor alle ombouwwerkzaamheden: Stekker uit het stopcontact halen. De machine moet uitgeschakeld zijn en de spil stilstaan.
Voor het werken met doorslijpschijven uit veiligheidsoverwegingen de beschermkap van de doorslijpschijf (zie hoofdstuk 11. Accessoires) gebruiken.
7.1 Spil vastzetten
Spilvastzetknop (5) alleen bij stilstaande spil indrukken.
- Spilvastzetknop (5) indrukken en spil (4) met de hand draaien totdat de spilvastzetknop voelbaar vast klikt.
7.2 De slijpschijf erop plaatsen
Zie pagina 2, afbeelding B.
- De steunflens (3) op de spil plaatsen. Hij is op de juiste wijze aangebracht als hij zich niet op de spil laat draaien.
- De slijpschijf op de steunflens (3) plaatsen. De slijpschijf dient gelijkmatig op de steunflens te liggen.
7.3 Spanmoer (zonder gereedschap) bevestigen/losmaken
Spanmoer (zonder gereedschap) (2) uitsluitend met de hand aantrekken!
Om te werken moet de beugel (1) altijd vlak op de spanmoer (2) geklapt zijn.
Spanmoer (zonder gereedschap) (2) bevestigen:
Gebruik alleen inzetgereedschap gebruiken, dat voldoet aan de aangegeven gegevens. (Zie hoofdstuk 14. Technische gegevens).
- Spil vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- De beugel (1) van despanmoeromh
- Spanmoer (2) op de spil (4) plaatsen. Zie pagina 2, afbeelding A.
- Aan de beugel (1) de spanmoer met de hand met de klok mee vastdraaien.
- De beugel (1) weer naar beneden klappen.
Spanmoer (zonder gereedschap) (2) los draaien:
- Spil vastzetten (zie hoofdstuk 7.1).
- De beugel (1) van dés p anmoer omhoog klappen.
- Spanmoer (2) tegen de klok in met de hand afschroeven.
Aanwijzing: Bij een spanmoer (2) die erg vastzit, kan voor het afschroeven ook een tweegatssleutel worden gebruikt.
8. Gebruik
8.1 Toerental instellen (afhankelijk van de uitvoering)
Met de stelknop (11) het aanbevolen toerental instellen. (laag getal = laag toerental; hoog getal = hoog toerental)
Doorslijpschijf, grofslijpschijf, slijpkom, diamant-doorslijpschijf: hoog toerental Borstel: gemiddeld toerental Slijpschijf: laag tot gemiddeld toerental
Aanwijzing: Voor polijstwerkzaamheden bevelen wij onze haakse polijstmachine aan.
8.2 In-/uitschakelen
De machine altijd met beide handen leiden!
Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap naar het werkstuk bewegen.
Het opzuigen van extra stof en spanen door de machine dient te worden voorkomen. Bij het in- en uitschakelen moet erop worden gelet dat zich geen neergeslagen stof in de buurt van de machine bevindt. De machine na het uitschakelen pas wegleggen wanneer de motor tot stilstand is gekomen.
Voorkom onverhoeds starten: De machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een stroomonderbreking heeft voorgedaan.
Bij continue inschakeling draait de machine verder wanneer hij uit de hand wordt getrokken. Houd de machine daarom altijd met beide handen aan de hiervoor bestemde handgrepen vast, zorg ervoor dat u stevig staat en werk geconcentreerd.
Machines met schakelschuif:

text_image
0 8 1Inschakelen: Schakelschuif (8) naar voren schuiven. Voor een continue inschakeling vervolgens naar beneden klappen tot hij vast klikt.
Umschakelen: Op het achterste uiteinde van de schakelschuif (8) drukken en de schakelschuif loslaten.
WEPF 15-150 Quick:
Inschakelen: Inschakelvergrendeling (12) in de richting van de pijl schuiven en de drukschakelaar (13) indrukken.
Uitschakelen: Laat de drukschakelaar (13) los.
WEPBF 15-150 Quick:
Inschakelen: Drukschakelaar (13) in de richting van de pijl schuiven en de drukschakelaar (13) indrukken.
Uitschakelen: Laat de drukschakelaar (13) los.
8.3 Tips voor het werk
Schuren en schuren met schuurpapier:
De machine matig aandrukken en over het oppervlak heen- en weer bewegen, zodat het werkstukoppervlak niet te heet wordt. Grofslijpen: Voor een goed arbeidsresultaat moet u werken met een invalshoek van 30° - 40°.
Doorslijpen:

Bij het doorslijpen altijd in tegengestelde richting (zie afbeelding) werken. Anders bestaat het gevaar dat de machine ongecontroleerd uit de snede springt. Werk met een matige,
aan het materiaal aangepaste voorwaartse beweging. Niet schuin wegdraaien, niet drukken, niet slingeren.
Werken met draadborstels:
De machine matig aandrukken.
8.4 Motorbehuizing draaien
Zie pagina 3, afbeelding D.
- Netstekker uit de contactdoos trekken.
- Beschermkap (6) verwijderen.
- De 4 schroeven van de motorbehuizing (a) eruit draaien. LET OP! De motorbehuizing niet verwijderen!
- De motorbehuizing in de gewenste stand draaien zonder deze te verwijderen.
- De 4 schroeven van de motorbehuizing (a) in de aanwezige gaten met schroefdraad schroeven! Aanhaalmoment = 3,0 Nm +/- 0,3 Nm.
9. Reiniging
Tijdens de bewerking kunnen stofdeeltjes in het binnenste van het elektrisch gereedschap terecht komen. Dit heeft invloed op de koeling van het elektrisch gereedschap. Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op de veiligheidsisolatie van het elektrisch gereedschap en elektrische gevaren veroorzaken.
Elektrisch gereedschap regelmatig, vaak en grondig door alle voorste en achterste luchtsleuven uitzuigen of met droge lucht uitblazen. Trek eerst de stekker van het elektrisch gereedschap uit het stopcontact en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril en stofmasker.
Stoffilter regelmatig reinigen: Verwijderen en met perslucht schoon blazen.
10. Storingen verhelpen
- Elektrische veiligheidsuitschakeling: De elektronische signaalindicatie (10) knippert en de machine werd zelfstandig UITGESCHAKELD. Bij een te hoge stroom-toenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de machine uitgeschakeld. Machine met de schakelaar uitschakelen. Vervolgens weer inschakelen en normaal verder werken. Zorg ervoor dat zich verder geen blokkeringen voordoen. Zie hoofdstuk 4.2.
Machines met VTC- en TC-elektronica:

De elektronische signaalindicatie (10) licht op en het belastingstoerental neemt af. De machine wordt te zwaar belast! De
machine met het nullasttoerental laten lopen tot de elektronische signaalindicatie uitgaat.
Machines met VTC-, TC-, VC-elektronica:

De elektronische signaalindicatie (10) knippert en de machine loopt niet. De
.... herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is, of is de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan loopt de machine niet aan. De machine uit- en weer inschakelen.
11. Accessoires
Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor. Zie pagina 5.
Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruikershandleiding genoemde eisen en kenmerken.
A Beschermkap voor het doorslijpen
Bestemd voor het werken met doorslijpschijven, diamant-doorslijpschijven.
Aanbrengen zoals beschreven bij "Beschermkap voor het schuren" (hoofdstuk 6.2).
B Handbescherming voor het schuren met schuurpapier en het werken met draadborstels
Bestemd voor het werken met steunschijven, slijpschijven, draadborstels.
Handbescherming aanbrengen onder de extra greep opzij.
NEDERLANDSnl
C Stofbeschermingsfilter
De fijnmazige filter voorkomt het binnendringen van grove stofdeeltjes in de motorbehuizing. Regelmatig afnemen en reinigen.
D Beugel met meerdere standen voor extra handgreep
Maakt vele handgreepposities mogelijk.
Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus.
12. Reparatie

Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkende ricien worden uitgevoerd!
Wanneer de aansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door een speciale aansluitkabel worden vervangen.
Neem voor elektrische gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com.
Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden.
Het ontstane slijpstof kan schadelijke stoffen bevatten: Niet via het huisvuil, maar op een vakkundige manier via het KCA verwijderen.
Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren.

Uitsluitend voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Conform
de Europese richtlijn 2002/96/EG over oude elektrische en elektronische apparaten en de omzetting in de nationale wetgeving dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden ingezameld en voor hergebruik op milieuvriendelijke wijze aangeboden te worden.
Toelichting op de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden.
| = | m | a | x | . | d | i | a | m | e | ||
| inzetgereedschap | |||||||||||
| t_max,2 | = | max. toelaatbare dikte van het | |||||||||
| inzetgereedschap bij gevruin van de | |||||||||||
| spanmoer (zonder gereedschap) (2) | |||||||||||
| t_max,3 | = | grofslijpschijf/doorslijpschijf: | |||||||||
| max. toelaatbare dikte van het | |||||||||||
| inzetgereedschap | |||||||||||
| M | = | s | c | h | r | o | e | f | d | r | a |
I = lengte van de schuurspil
n^ = onbelast toerental (hoogste toerental)
n_V^=onbelast toerental (instelbaar)
P_1 = nominaal vermogen
P_2 = afgegeven vermogen
m = gewicht zonder netsnoer
Meetgegevens volgens de norm EN 60745.

Machine van beveiligingsklasse II
\~ wisselstroom
* Machines met de aanduiding WE... : Energierijke hoogfrequente storingen kunnen schommelingen in het toerental veroorzaken. Deze verdwijnen weer zodra de storingen afgenomen zijn.
De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm).

Emissiewaarden
Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen.
Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 60745:
$$ \begin{array}{r l} {a _ {h, \mathrm{SG}}} & {= \text { trillingsemissiewaarde }} \ & {\quad (\text { Oppervlakken schuren })} \end{array} $$
$$ \begin{array}{r l} {a _ {h, \mathrm{DS}}} & {= \text { trillingsemissiewaarde }} \ & {\text {(schuren met slijpschijf)}} \end{array} $$
$$ K _ {h. S G / D S} = \text { onzekerheid (trilling) } $$
Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau:
$$ L _ {p A} = \text { geluidsdrukniveau } $$
$$ L _ {W A} = \text { geluidsvermogensniveau } $$
$$ K _ {p A}, K _ {W A} = \text { onzekerheid } $$
Tijdens het werken kan het geluidsniveau de 80 dB(A) overschrijden.
