Verso - Rolstoel Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Verso Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Verso Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rolstoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Verso - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Verso van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Verso Vermeiren
2.1. Beoogd gebruik 88
2.2. Algemene veiligheidsmaatregelen 89
2.3. Symbolen op de rolstoel 90
2.4. Transport 91
2.5. Montage/Demontage 96
2.6. Eerste gebruik en opslag 98
3. Uw rolstoel gebruiken 98
3.1. De eerste rit 99
3.2. Buiten rijden 100
3.3. Besturing 102
3.4. De verlichting bedienen (optioneel) 105
3.5. Rem en vrijloophendel 105
3.6. Verplaats u van of naar de rolstoel. 107
3.7. Comfortaanpassingen 108
3.8. Batterijstatus en opladen 112
4. Onderhoud 116
4.1. Tijdstippen voor onderhoud 116
4.2. Onderhoudsinstructies 118
4.3. Verwachte levensduur 119
4.4. Hergebruik 119
4.5. Beëindiging van gebruik 119
4.6. Garantie 119
5. Probleemoplossing 120
6. Technische specificaties 122
Voorwoord
NL
Proficiat! U bent eigenaar van een Vermeiren-rolstoel!
Deze rolstoel werd vervaardigd door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij werd ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, bewaakt door Vermeiren.
Bedankt voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren.
Om u te ondersteunen bij het gebruik van deze rolstoel en zijn
bedieningsmogelijkheden, bieden we u deze handleiding aan. Lees deze informatie zorgvuldig door: het zal u helpen om vertrouwd te raken met de besturing, mogelijkheden en beperkingen van uw rolstoel.
Indien u na het lezen van deze handleiding nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/Zij zal u met plezier verder helpen.
Belangrijke opmerking
Om uw veiligheid te garanderen, en om de levensduur van uw product te verlengen, raden we u aan om er goed zorg voor te dragen en om regelmatig nazicht en onderhoud te laten uitvoeren.
Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan dit type product door te voeren zonder verplicht te zijn om voordien geleverde producten aan te passen of te vervangen.
De productafbeeldingen in deze handleiding dienen om de instructies te verduidelijken. De productdetails in de afbeeldingen kunnen afwijken ten opzichte van uw product.
Beschikbare informatie
Op onze website http://www.vermeiren.com/ kunt u altijd terecht voor de meest recente versie van onderstaande informatie. Raadpleeg deze website a.u.b. regelmatig voor eventuele bijgewerkte versies.
Mensen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van deze handleiding downloaden en laten voorlezen door een tekst-naarspraak programma.
![]() | GebruiksaanwijzingVoor gebruiker en vakhandelaar |
![]() | InstallatiehandleidingVoor de vakhandelaar |
![]() | Servicehandleiding voor rolstoelenVoor de vakhandelaar |
![]() | EC-conformiteitsverklaring |
1. Uw product
NL

- Handgrepen
- Rug
- Armsteunen
- Armleggers
- Besturing
- Zit
- Veiligheidsgordel
- Beensteunen of voetsteunen
- Voetplaten
- Stuurwielen (voorwielen)
- Aandrijfwielen met motoren / Achterwielen
- Koplamp (optioneel)
- Achterlicht (optioneel)
- Batterij
- Kruis
- Anti-tipping / Tiphulp
- Identificatieplaat
1.1. Opties
Neem contact op met uw vakhandelaar voor opties. Hij adviseert u graag.
2. Voor gebruik
2.1. Beoogd gebruik
In dit hoofdstuk wordt kort beschreven wat het beoogde gebruik van uw product inhoudt. Bijkomende relevante waarschuwingen worden gegeven bij de instructies in andere hoofdstukken. Op deze manier proberen we u te waarschuwen voor mogelijk verkeerd gebruik.
- Dit product is een medisch hulpmiddel.
- Indicaties en contra-indicaties: Deze rolstoel kan worden bediend door de gebruiker in de rolstoel, of kan worden geduwd door een begeleider. De rolstoel is ontworpen en geproduceerd als transporthulp voor gebruikers die lijden aan verlamming, verlies van ledematen of ledematenvervorming/-defecten, hartinsufficiëntie,... Gebruik deze rolstoel NIET indien u lijdt aan psychische of mentale beperkingen waardoor u uzelf of andere mensen in gevaar kan brengen bij het rijden. Consulteer daarom eerst uw dokter, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- Deze rolstoel is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
- Deze rolstoel is uitsluitend ontworpen voor het vervoer/transfer van één (1) persoon met een maximumgewicht van 130 kg. Het is niet bedoeld om goederen of objecten te vervoeren, noch voor enig ander gebruik dan hiervoor beschreven.
- Gebruik enkel accessoires en reserveonderdelen die werden goedgekeurd door Vermeiren.
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw rolstoel in hoofdstuk 6..
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en/of beschadiging
- Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw rolstoel.
Houd rekening met de volgende algemene waarschuwingen tijdens het gebruik:
- Gebruik de rolstoel niet indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere substanties die uw rijvermogen verminderen.
- Houd er rekening mee dat sommige onderdelen van uw rolstoel zeer warm of koud kunnen worden door omgevingstemperatuur, de zon, verwarmingstoestellen of de motor tijdens gebruik. Wees daarom voorzichtig bij het aanraken. Draag beschermende kleding bij koud weer. Na gebruik, wacht tot de rolstoel/motor is afgekoeld.
- Wees u bewust van uw omgeving/situatie vooraleer de rolstoel in te schakelen. Pas uw snelheid hieraan aan bij vertrek. We adviseren om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u binnenshuis rijdt. Bij buitengebruik kan u de snelheid aanpassen tot een snelheid waarbij u zich veilig en comfortabel voelt.
- Houd er ALTIJD rekening mee dat uw rolstoel plots kan stoppen door een ontladen batterij, of een beveiliging die voorkomt dat uw rolstoel schade oploopt. Lees ook de mogelijke oorzaken zoals vermeld in § 5.. Gebruik uw veiligheidsgordel om letsel te voorkomen.
-
Uw rolstoel werd getest op elektromagnetische compatibiliteit en voldoet aan de standaard, zie hoofdstuk 6.. Toch kunnen elektromagnetische velden de rijprestatie van uw rolstoel beïnvloeden, bijvoorbeeld bij gsm's, stroomgeneratoren of energiebronnen met hoog vermogen. De elektronica van uw rolstoel kan echter ook andere elektrische apparaten beïnvloeden, zoals alarmsystemen in winkels en automatische deuren. We raden daarom aan om uw rolstoel regelmatig te checken op schade of slijtage aangezien dit de storing kan vergroten (zie ook hoofdstuk 4.).
-
Rijd enkel op vlakke oppervlakken waarbij beide aandrijfwielen de grond raken, en waarbij voldoende contact met de grond mogelijk is voor veilig gebruik van de rolstoel.
- Er mogen geen aanpassingen of veranderingen gemaakt worden aan de beveiligingspunten of structurele onderdelen van de rolstoel zonder de producent van de rolstoel te contacteren.
- Houd tijdens gebruik uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van de wielen of bewegende onderdelen.
Houd er rekening mee dat uw rolstoel, afhankelijk van de gebruikte instelling, bij sommige diefstalsystemen interferentie kan geven. Hierdoor kan het winkelalarm in werking gesteld worden.
Ieder ernstig incident [MDR (EU) 2017/745 §2 (65)] dat zich heeft voorgedaan met betrekking tot het product dient gerapporteerd te worden aan de producent en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de gebruiker en/of patiënt gevestigd is.
2.3. Symbolen op de rolstoel
![]() | Maximum gewicht van de gebruiker in kg |
![]() | Maximale veilige helling in ° (graden) |
![]() | Enkel binnengebruik (batterijlader) |
![]() | Maximale snelheid |
![]() | Type aanduiding |
![]() | Catalogusnummer |
![]() | Serienummer |
![]() | Medisch hulpmiddel | |
![]() | Producent | |
![]() | Fabricagedatum | |
![]() | EC-conformiteitsverklaring | |
![]() | Let op: belangrijke informatie | |
![]() | Het is aangeraden om de handleiding te lezen | |
![]() | Risico voor knellen | |
![]() | Enkel voor elektrische apparaten: Beschermklasse II | |
![]() | Enkel voor elektrische apparaten: Deponeer onderdelen niet in het huishoudelijk afval! Lever in voor recyclage. |
2.4. Transport
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Neem maatregelen om te voorkomen dat de rolstoel beschadigd raakt tijdens transport.
2.4.1. Uit de weg zetten
Gebruik het bedieningspaneel om de rolstoel naar zijn bestemming te bewegen.
Zet anders de rolstoel in vrijloopmodus (zie §3.5.) en gebruik de duwstang om de rolstoel te bewegen.
2.4.2. Transport in een vliegtuig
Bij transport per vliegtuig vergrendelt en ontkoppelt u eerst de batterij voordat u de rolstoel overdraagt aan het luchthavenpersoneel (zie §3.8.2. en §3.8.3.). De batterij kan in de rolstoel blijven zitten. Raadpleeg de vliegmaatschappij omtrent de correcte procedure.

2.4.3. Transport per voertuig, als bagage
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Zorg ervoor dat de vrijloophendel in rempositie staat tijdens het transport, zie § 3.5..
U kan de elektrische rolstoel in de auto rijden met behulp van oprijplaten, of u kunt de rolstoel in de neutrale modus zetten en in de auto duwen met behulp van oprijplaten. Het is ook mogelijk om de rolstoel te demonteren voor transport (zie §2.5.).
- Stap als rolstoelgebruiker over naar een autostoel, zie §3.6..
- Verwijder alle losse onderdelen alvorens te transporteren (voetsteunen, armsteunen, enz.).
- Berg de verwijderbare onderdelen veilig op achter de passagiersstoel of in het bagagecompartiment.
- Rijd of duw de elektrische rolstoel in de auto met behulp van oprijplaten, of til de onderdelen van de gedemonteerde rolstoel in de auto.
-
Maak de vaste onderdelen van het frame goed vast aan het voertuig.
-
Plaats de rolstoel in de rijmodus (parkeerremmen ingeschakeld) en controleer of de bedieningsconsole is uitgeschakeld.
2.4.4. Transport per voertuig, als zit voor de gebruiker
AWAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- De rolstoel heeft de crashtest van ISO 7176-19: 2022 doorstaan en is zo ontworpen en getest om enkel gebruikt te worden als voorwaartse zit in een voertuig.
- Gebruik de bekkengordel van de rolstoel niet als riem voor inzittenden, deze is hiervoor niet geschikt.
- Gebruik de bekkengordel van de rolstoel en de beschikbare driepuntsgordel in het voertuig om borst- en hoofdimpact met het voertuig te vermijden.
- Gebruik geen lichaamsondersteuningen om de gebruiker vast te maken in het voertuig, tenzij deze werden gelabeld als overeenkomstig met de vereisten in ISO 7176-19:2022.
- Na betrokkenheid in enige vorm van botsing, laat dan vóór verder gebruik uw rolstoel inspecteren door uw vakhandelaar of de vertegenwoordiger van de fabrikant.
De rolstoel is getest met een vierpunts rolstoelvastzetsysteem en een driepunts veiligheidssysteem voor inzittenden.
Probeer zoveel mogelijk gebruik te maken van de zetel van het voertuig en de rolstoel te bewaren in de laadruimte.
2.4.4.1. Procedure om de rolstoel vast te maken aan het voertuig:
- Controleer of het voertuig is uitgerust met een geschikt rolstoel vastzetsysteem en een veiligheidssysteem voor inzittenden volgens ISO 10542.
-
Controleer dat de onderdelen van het rolstoel vastzetsysteem en het veiligheidssysteem voor inzittenden niet versleten, vervuild, beschadigd of gebroken zijn.
-
Indien uitgerust met een verstelbare zit en/of een kantelbare rug, controleer of de rolstoelgebruiker zo recht mogelijk zit. Als de toestand van de gebruiker dit niet toe laat, moet een risicoanalyse worden uitgevoerd om de veiligheid van de gebruiker tijdens transport te evalueren.
- Verwijder alle gemonteerde accessoires zoals dienbladen en beademingsapparatuur en zet ze op een veilige plaats.
- Positioneer de rolstoel naar voren in de rijrichting, centraal tussen de vastzet rails die zijn vastgemaakt in de vloer van het voertuig.
- Maak de voorste veiligheidsgordels vast volgens de instructies van het op de aangegeven plaats riem-systeem van de fabrikant (Figuur 1). Deze plaats is gemarkeerd op de rolstoel door een symbool (Figuur 2).
- Rol de rolstoel naar achteren tot de voorste gordels strak zijn.
- Activeer de remmen van de rolstoel.
- Maak de achterste veiligheidsgordels vast volgens de instructies van het op de aangegeven plaats riem-systeem van de fabrikant (Figuur 1). Deze plaats is gemarkeerd op de rolstoel door een symbool (Figuur 2).

2.4.4.2. Procedure om de rolstoelgebruiker vast te maken:
- Verwijder beide armsteunen.
- Indien aanwezig, bevestig de rolstoel bekkengordel.
- Bevestig het veiligheidssysteem voor inzittenden volgens de instructies van het riem-systeem van de fabrikant.
Draag de bekkengordel laag over de voorkant van de bekken, zodat de hoek van de bekkengordel binnen de gewenste zone van 30° tot 75° met de horizontale is, zoals aangegeven op de figuur. Een steilere (grotere) hoek binnen de gewenste zone is wenselijk.

text_image
30° 75°- Trek de riem strak aan volgens de instructies van het riem-systeem van de fabrikant en in overeenstemming met het comfort van de gebruiker.
- Zorg ervoor dat de veiligheidsriem verbonden wordt in een rechte lijn aan het ankerpunt van het voertuig en dat er geen bochten in de riem zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op de as van het achterwiel.
- Installeer de armsteunen indien gewenst. Zorg ervoor dat de gordels niet gedraaid zijn of weggehouden worden van het lichaam door rolstoel onderdelen zoals armsteunen of wielen.
- Plaats de gordelgesp zo dat de ontgrendelingsknop niet geraakt kan worden door onderdelen van de rolstoel bij een botsing.
- Zorgt ervoor dat de schoudergordel goed over de schouder passen, zie figuur 4.
Gordels mogen niet weggehouden worden van het lichaam door rolstoel onderdelen zoals armsteunen of wielen.

De gordels zijn volledig in contact met schouder, borst en bekken. Bekkengordel laag op het bekken, vlakbij de kruising van dij en bekken

- Zorg ervoor dat uw vingers, kledij, gespen niet gekneld raken bij de (de)montage.
Om de elektrische rolstoel te monteren:
- Vouw het zitframe (A) open.
- Plaats het zitframe op de voorwielen en de steunwieltjes achteraan.
- Plaats de aandrijfeenheid (B) achter het zitframe.
- Draai sterknop (1) los en verwijder de besturing (2) van de aandrijfeenheid. Plaats de bediening tijdelijk op een veilige plek, bv. over de rugleuning.
- Plaats de haken van het zitframe (3) op de stangen (4) van de aandrijfeenheid.
- Duw het zitframe omlaag tot u een duidelijke klik hoort en het frame stevig bevestigd is aan de aandrijfeenheid, zowel rechts als links. Controleer of de hendels (8) naar beneden zijn vergrendeld. Als het zitframe niet automatisch klikt, plaats dan het frame op de aandrijfeenheid en duw de hendels (8) handmatig omlaag.
- Plaats de armsteunen (§3.7.2.).
- Plaats de voetsteunen (§3.7.3.).
- Indien van toepassing, sluit de kabels van het verlichtingssysteem aan (wordt verbonden boven de batterij).
- Schuif de bediening in de bevestiging op de armsteun (5). Draai de sterknop (6) stevig aan en beveilig de kabel in de klemmen (7).
Om de elektrische rolstoel te demonteren:
- Haal de kabel uit de klemmen op de armsteun. Draai de sterknop (6) van de bedienings-bevestiging los en schuif de bediening eruit. Plaats de bediening tijdelijk op een veilige plek.
-
Indien van toepassing, ontkoppel de kabels van het verlichtingssysteem (wordt losgekoppeld boven de batterij).
-
Trek de hendels (8) aan beide kanten van het frame gelijktijdig omhoog. De aandrijfeenheid is nu losgekoppeld van het frame en zal achterover kantelen op de steunwieltjes.
- Til het zitframe omhoog en weg van de aandrijfeenheid.
- Verwijder de armsteunen.
- Verwijder de voetsteunen.
- Vouw het zitframe.
- Plaats de besturing (2) in de daarvoor voorziene bevestiging op de aandrijfeenheid, en draai de sterknop (1) stevig aan.

2.6. Eerste gebruik en opslag
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging aan de batterij
- Laat de batterij nooit volledig ontladen.
- Onderbreek de oplaadcyclus niet: koppel de batterijlader enkel los wanneer de batterij volledig opgeladen is.
- Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie hoofdstuk 6..
- Indien het product niet dagelijks gebruikt wordt, zorg er dan voor dat zowel de batterij als de aandrijfelektronica uitgeschakeld worden, zie §3.3. en §3.8.2..
Zorg ervoor dat de batterij volledig werd opgeladen voor het eerste gebruik. Vraag aan uw vakhandelaar of dit reeds gebeurde. Om de batterij te laden, volgt u de instructies in §3.8..
Indien de verpakking van uw product bij levering beschadigd, (onbedoeld) geopend, of aangetast is door omgevingsfactoren (vocht, hitte, ...), controleer dan de productintegriteit. Contracteer bij twijfel uw vakhandelaar.
3. Uw rolstoel gebruiken
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw rolstoel NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Lees ook de instructies in de handleiding van de batterijlader!
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetsteun en besturing om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Koppel steeds de batterijlader los van de rolstoel vooraleer te rijden.
Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de werking van uw rolstoel vooraleer deze te gebruiken op drukke en mogelijk gevaarlijke plaatsen. Oefen eerst in een grote open ruimte met weinig omstaanders.
Onderzoek het effect van een veranderd zwaartepunt op het gedrag van de rolstoel, bijvoorbeeld op hellingen, op zijdelingse hellingen of bij het overwinnen van hindernissen. Vraag hulp aan een begeleider.
Het oppervlak van de besturing wordt een beetje warm tijdens gebruik.
Bij het achteruit rijden wordt de snelheid verminderd.
-
Zorg ervoor dat
-
de rolstoel op een vlakke ondergrond staat;
– de batterij volledig is opgeladen, zie §3.8.;
– de motor gekoppeld is, zie § 3.5.;
– de banden de juiste bandenspanning hebben (indien van toepassing), zie § 4.2.1.;
– de rolstoel aangepast is aan uw behoeften en comfort, zie §3.7.; -
u de juiste zithouding heeft, zie § 3.6.2..
-
Zet uw rolstoel aan.
-
Draai de snelheidsregelaar naar de laagste stand.
-
Oefen op het rijden met en verstellen van de rolstoel.
-
Als u zich zeker genoeg voelt, kan u aan een hogere snelheid proberen te rijden.
-
Probeer nu te draaien, zowel voorwaarts als achterwaarts. Herhaal dit enkele keren.
-
Zorg ervoor dat uw rolstoel stabiel staat wanneer u de rit beëindigt.
- Schakel uw rolstoel uit.
3.2. Buiten rijden
WAARSCHUWING
Gevaar voor ongeval - Pas uw rijstijl en snelheid aan.
- Houd rekening met de lokale verkeerswetgeving; deze kan verschillen van land tot land. Dit geldt voor het rijden op de stoep, onverharde en verharde wegen.
- Rijd niet op wegen met druk verkeer.
- Houd rekening met de weersomstandigheden. Vermijd het rijden bij vochtig weer, extreme hitte, sneeuw, ijzel en vriestemperaturen; zie de technische specificaties in hoofdstuk 6..
- Zelfs met uw lichten aan is het niet gepast om op openbare wegen te rijden met slechte zichtbaarheid (duisternis, mist, schemer). Zorg ervoor dat u goed zichtbaar bent, ook tijdens de dag, door het dragen van fluorescerende kledij en/of door extra verlichting te gebruiken aan de voor- en achterzijde van de rolstoel.
- Wees u bewust van andere weggebruikers voor wie uw rolstoel een hindernis kan vormen. Let extra op bij het draaien en achteruit rijden. Als u niet vertrouwd bent met achteruit rijden, oefen dan eerst in een open ruimte. Geef de richting aan waarin u gaat vooraleer af te slaan.
- Probeer recht in smalle doorgangen te rijden om te voorkomen dat u geklemd raakt.
- Houd de remafstand in gedachten. Houd er rekening mee dat de remafstand beïnvloed wordt door snelheid, rijoppervlak, weersomstandigheden, helling en gewicht van de gebruiker.
3.2.1. Omgaan met hellingen, stoepranden, hindernissen en rampen
NL
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Gebruik een veiligheidsgordel om uzelf te beveiligen in de rolstoel.
- Pas op als de weg zanderig is of zachte grond, gaten of spleten heeft waardoor de wielen kunnen vastlopen en/of de tractie van de aandrijfwielen vermindert.
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in hoofdstuk 6..
- Benader een stoeprand altijd van de voorkant.
- Zet uw rolstoel nooit in vrijloopmodus op een helling. De rolstoel kan beginnen te bewegen, wat verwondingen bij uzelf of omstaanders kan veroorzaken.
- Gebruik uw rolstoel niet op roltrappen of trappen.
- Gebruik enkel rampen die goedgekeurd werden door Vermeiren en overschrijd hun maximaal toegestane belasting niet.
- Om veilig obstakels of hellingen te nemen, zet u de rolstoel in de meest rechtop zittende positie.
Wanneer u stopt op een helling, zal de rem automatisch in werking treden om te voorkomen dat de rolstoel vooruit of achteruit rolt.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Parkeer uw elektrische rolstoel steeds op een horizontaal vlak oppervlak, en op plaatsen die makkelijk bereikbaar zijn.
- Indien nodig, maak snelheid met een korte aanloop om hellingen, hindernissen, stoepranden of rampen op te rijden. Vermijd dat u of uw rolstoel te maken krijgt met een grote terugslag.
- Zorg ervoor dat de rolstoel de grond of ramp niet raakt door de kanteling.
-
Denk eraan dat de remafstand bergafwaarts aanzienlijk groter kan zijn dan op vlakke grond.
-
Start met rijden volgens de instructies in §3.1., stap 1.
-
Gebruik hefmateriaal of een ramp om de rolstoel op/af treden of trappen te bewegen. Indien deze niet voorhanden zijn, kan de rolstoel worden opgetild door ten minste twee personen, waarbij het onderframe stevig met beide handen moeten worden vastgehouden. Houd de rolstoel hierbij niet vast aan de rugsteun, voetplaat/voetplaten, armsteunen of wielen.
-
Omgaan met hindernissen of hellingen
- Verstel de rolstoel naar de meest stabiele positie, zie §3.6.3..
– Rijd zo langzaam mogelijk om de hindernis of helling te nemen.
De aandrijfeenheid is uitgerust met anti-tippingwielen die ook dienst doen als tiphulp. Ze voorkomen dat de rolstoel naar achteren kantelt en kunnen door een begeleider worden gebruikt om de rolstoel te kantelen in geval van kleine obstakels.

Zet de joystick in neutrale (centrale) positie vooraleer de aan/uit-knop in te drukken, anders zal de elektronica blokkeren. Om deze blokkering op te heffen, schakelt u de besturing uit en weer aan.

- AAN/UIT-knop
- Batterij-indicator
- Snelheidsindicator
- Claxon
- Knop voor vermindering snelheid
- Knop voor verhoging snelheid
- Joystick
Om uw eigen veiligheid te garanderen, en om te voorkomen dat de rolstoel beschadigd raakt, worden alle bewegingen bewaakt door de elektronica. Dit kan leiden tot afname in snelheid of volledige stilstand.
Om onopzettelijke batterij-ontlading te voorkomen, is uw rolstoel voorzien van een automatisch uitschakelingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de besturing uit zodra deze even niet gebruikt wordt. Als dit gebeurt, schakel dan gewoon de besturing weer aan.
3.3.2. Rijden
- Druk op de aan/UIT-KNOP (1) om de rolstoel aan te zetten.
- Als de lampjes van de batterijstatusindicator (2) en de snelheidsindicator (3) aan gaan, staat uw rolstoel aan en is hij klaar voor gebruik.
- Controleer de batterij-indicator. Laad de batterij indien nodig (zie §3.8.).
- Pas de rijsnelheid aan: verlaag de snelheid met de knop voor vermindering snelheid (5), of verhoog de snelheid met de knop voor verhoging snelheid (6).
- Beweeg de rolstoel door de joystick (7) zachtjes naar voor/achter te duwen.
- De snelheid zal toenemen als u de joystick verder uit het midden wegduwt.
- Om naar links of rechts te draaien, duwt u de joystick naar links of rechts.
-
Om te remmen, beweegt u de joystick naar neutrale positie.
-
Druk indien nodig de claxonknop (4) om andere weggebruikers te waarschuwen.
- Controleer bij aankomst de batterijstatus en duw op de AAN/UIT-knop om de rolstoel uit te schakelen.
- Laad de batterij op, indien nodig.
3.3.3. Besturingsblokkering
De besturingsblokkering wordt vooral gebruikt om te beperken wie de besturing kan gebruiken, maar het kan ook helpen voorkomen dat de besturing onbedoeld gebruikt wordt wanneer het systeem gedurende langere tijd niet in gebruik is. Wanneer het systeem vergrendeld is, wordt het uitgeschakeld, en de bedieningen voor de gebruiker zijn niet responsief.
3.3.3.1. Om het systeem te vergrendelen
- Terwijl het systeem is ingeschakeld, houdt u de AAN/UIT-knop ingedrukt.
- Na 1 seconde piept het systeem. Laat nu de AAN/UIT-knop los.
- Duw de joystick naar voren totdat het systeem piept.
- Duw de joystick naar achteren totdat het systeem piept.
- Laat de joystick los. Er zal een lange pieptoon te horen zijn.
- Het systeem is nu vergrendeld.
3.3.3.2. Om het systeem te ontgrendelen
- Gebruik de AAN/UIT-knop om het systeem aan te zetten. De lampjes van de snelheidsindicator knipperen op en neer.
- Duw de joystick naar voren totdat het systeem piept.
- Duw de joystick naar achteren totdat het systeem piept.
- Laat de joystick los. Er zal een lange pieptoon te horen zijn.
- Het systeem is nu ontgrendeld.
3.4. De verlichting bedienen (optioneel)
Wanneer uw rolstoel is uitgerust met het optionele verlichtingssysteem, wordt een extra console gemonteerd op de armlegger tegenover de bediening. Zorg ervoor dat de kabels van het verlichtingssysteem zijn aangesloten voordat u begint te rijden.

text_image
1 4 3 2- Linker richtingaanwijzer
- Rechter richtingaanwijzer
- Waarschuwingslichten
- Rijlichten
Om een van de lichten te activeren, drukt u eenmaal op de overeenkomstige knop. Om de lichten uit te schakelen, drukt u opnieuw op de knop.
3.5. Rem en vrijloophendel
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Bedien de vrijloophendel enkel wanneer de rolstoel UIT staat! Een begeleider moet de vrijloophendel bedienen indien u een mobiliteitsbeperking heeft. Bedien de hendel NOOIT vanuit zittende positie.
- Gebruik de vrijloopmodus nooit op hellingen, zie symbool op motor:

Zorg ervoor dat de vrijloophendel in rempositie staat VOORDAT u de rolstoel AAN zet. Elektromagnetische remmen werken NIET als de rolstoel in vrijloopmodus staat. Dit wordt aangegeven op de besturing. Rijden is niet mogelijk.
Uw rolstoel is uitgerust met elektromagnetische remmen. De werking van deze remmen hangt af van de positie van de vrijloophendel (1).
De EM-remmen werken automatisch, enkel wanneer de vrijloophendel (1) in rempositie staat. In dit geval zullen de remmen beginnen werken als:
- De rolstoel UIT staat
- De rolstoel AAN staat en de joystick wordt losgelaten
Wanneer u de joystick loslaat, stop de rolstoel stilaan en activeren de remmen.
3.5.1. De vrijloophendel bedienen:
![]() | Draai de hendels naar het symbool voor vrijloop om de rolstoel in vrijloopmodus te zetten. De motor is nu losgekoppeld. De rolstoel kan manueel verplaatst worden. |
![]() | Draai de hendels naar het symbool voor rijden om de motor te koppelen aan de aandrijving. Dit moet gebeuren vooraleer u de rolstoel aanzet. |
![]() | |
3.6. Verplaats u van of naar de rolstoel.
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Indien u de transfer niet veilig op eigen kracht kan uitvoeren, vraag dan hulp.
- Niet op de voetplaten gaan staan.
3.6.1. Transfer
- Plaats de rolstoel zo dicht mogelijk bij de stoel, zetel of bed van/naar waar u zich wilt verplaatsen.
- Schakel de remmen in door de vrijloophendel in rempositie te draaien, zie § 3.5..
- Vouw de voetplaten naar boven zodat u er niet op gaat staan.
- Indien nodig, verwijder een van de armsteunen, zie §3.7.2..
- Beweeg naar/uit uw rolstoel door kracht te zetten op uw armen, of met behulp van een begeleider of liftmaterieel.
3.6.2. Zitten in de rolstoel
- Ga zitten op de zit met uw onderrug tegen de rugsteun.
- Draai de voetplaat/voetplaten naar beneden en plaats uw voeten erop.
- Indien nodig, plaats de armsteunen terug.
- Zorg ervoor dat uw bovenbenen horizontaal zijn, met uw voeten in een comfortabele positie. Maak aanpassingen indien nodig.
- Zorg ervoor dat uw armen gebogen zijn en dat ze comfortabel rusten op de armsteunen. Maak aanpassingen indien nodig.
3.6.3. Verstellen naar stabiele positie
Voor transport, en wanneer u hindernissen moet nemen, is het nodig dat de rolstoel afgesteld wordt voor maximale stabiliteit:
- Rugsteun rechtop
- Voetplaat omhoog gevouwen of versteld naar hogere positie om te voorkomen dat de hindernis geraakt wordt.
- Besturing naar binnen gedraaid
3.7. Comfortaanpassingen
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- De volgende aanpassingen voor comfort kunnen gedaan worden door de begeleider. Alle andere instellingen worden gedaan door de vakhandelaar volgens de installatiehandleiding, zie voorwoord.
- Zorg ervoor dat uw vingers, kledij, gespen niet geklemd raken bij het verstellen.
3.7.1. Veiligheidsgordel
Sluit de veiligheidsgordel door de gesp in the houder te klikken. Pas indien nodig de lengte van de riemen aan.
Druk op de rode knop om de veiligheidsgordel te openen.
3.7.2. De armsteunen plaatsen of verwijderen
De armsteunen van de rolstoel kunnen worden gemonteerd met volgende instructies.
- Monteer de armsteun in de armsteunhouder totdat de schroef in de sleuf past.
- Controleer dat de armsteun goed is vastgemaakt.
Om de armsteun te verwijderen:
- Neem de armlegger vast en trek de armsteun voorzichtig uit de armsteunhouder.

3.7.3. Voetsteunen plaatsen of verwijderen
Het plaatsen van de voetsteunen gaat als volgt:
- Houd de voetsteun zijdelings aan de buitenkant van het frame van de rolstoel en monteer de voetsteun met de dop (1) in het frame.
- Zwenk de voetsteun naar binnen tot deze vastklikt.
- Vouw de voetplaat naar beneden.
Om de voetsteunen te verwijderen gaat u als volgt te werk:
- Trek aan de hendel.
- Draai de voetsteun naar buiten tot deze uit de geleiding komt.
- Trek de voetsteun omhoog uit dop (1).

De hoogte van de rug kan worden ingesteld in 5 standen.

- Verwijder de stervormige knop (1).
- Schuif de bekleding van de rugleuning omhoog/omlaag tot de gewenste hoogte. Zorg ervoor dat het gat voor de stervormige knop in de framebuis uitgelijnd is met een van de gaten in de bekleding.
- Plaats de stervormige knop terug en draai deze vast.
3.7.5. Ondersteuning rugsteun
De rug van de rolstoel heeft een ophangsysteem met verstelbare klittenbanden om de flexibiliteit van de rug aan te passen.
- Haal het kussen van de rugsteun door het los te trekken van de klittenbanden.
- Maak de klittenbanden van het suspensiesysteem los.
- Trek de banden aan tot de gewenste positie. De spanning van de individuele banden kan aangepast worden om de gewenste ondersteuning van de rug te verkrijgen.
- Plaats het rugkussen terug over de rugsteun, beginnend aan de voorkant.
- Beveilig de klittenbandsluitingen door het kussen met uw hand tegen de rugsteun te duwen.
- Zorg ervoor dat klittenbanden stevig bevestigd zijn.

De handvatten kunnen traploos versteld worden over een afstand van 60 mm:

- Zet de sterknop (1) los.
- Beweeg het handvat omhoog/omlaag tot de gewenste hoogte.
- Draai de sterknop (1) terug goed vast.
- Herhaal voor het andere handvat. Zorg ervoor dat beide handvatten stevig zijn vastgezet.
3.7.7. Inclinatie van de rug (optioneel)
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Denk eraan dat de stabiliteit afneemt als de rug naar achteren wordt gekanteld.
- Zorg ervoor dat de remmen van de rolstoel geactiveerd zijn voordat u de ruginclinatie versteld.
- Ruginclinatie is niet compatibel met de optionele 24" achterwielset.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Plaats uw vingers, kledij niet tussen het verstelmechanisme.
Het is mogelijk om de rug met een maximale inclinatie van 30° naar achteren te kantelen. Zorg ervoor dat de patiënt in de rolstoel zit wanneer de begeleider de ruginclinatie verstelt, en dat de rolstoel niet achterover kantelt.

- Trek de hendel (1) aan beide kanten naar de handgreep (2) om de rughoek te verstellen.
- De gasveer wordt ontgrendeld.
- Trek beide rugbuizen geleidelijk aan naar achteren tot de gewenste positie.
- Laat de hendels los.
3.8. Batterijstatus en opladen
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging door brand
- Gebruik enkel de batterijlader die geleverd werd bij uw rolstoel. Het gebruiken van een andere lader kan gevaarlijk zijn (brandgevaar).
-
De lader is enkel bedoeld om de batterijen op te laden die geleverd werden bij uw rolstoel, geen andere batterijen.
-
Maak geen aanpassingen aan de geleverde onderdelen, bijv. kabels, stekkers of de batterijlader. Open of vervang nooit de batterij of de aansluitpunten.
- Bescherm de batterij en batterijlader tegen vlammen, hoge en lage temperaturen (zie hoofdstuk 6.), vochtigheid, zon, hevige schokken (bijvoorbeeld vallen). Gebruik de batterij NIET als ze is blootgesteld aan een van de voornoemde omstandigheden.
- Laad geen beschadigde batterij op en gebruik deze niet, contacteer uw vakhandelaar.
- Laad de batterij op met de geleverde lader, binnenshuis, in een goed geventileerde ruimte, buiten het bereik van kinderen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Automatische ontlading van de batterij en de ruststroom van de verbonden gebruikers zullen de batterij langzaam ontladen. De batterij kan onherstelbaar beschadigd raken indien ze volledig ontladen wordt. Zorg er daarom steeds voor dat de batterij tijdig wordt opgeladen.
- Indien het product niet dagelijks gebruikt wordt, zorg er dan voor dat zowel de batterij als de aandrijfelektronica uitgeschakeld worden, zie §3.3. en §3.8.2..
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in §4.2., en de technische details in §6..
- Laad batterijen niet op onder 0°. Verplaats de batterij naar een warmere plaats en begin het opladen.
- Houd het aansluitpunt voor de batterijlader vrij van stof of vuil.
- In geval van problemen waardoor de batterij niet opgeladen kan worden volgens de gebruiksaanwijzing van de lader, neem dan contact op met uw vakhandelaar.
Voor alle informatie over weergave van de batterijstatus, raadpleeg §3.8.1..
We raden aan om de batterijlader los te koppelen van het stopcontact wanneer deze een tijdje niet gebruikt wordt. Zo voorkomt u onnodige energieconsumptie.
Controleer de batterij altijd op beschadigingen voordat u deze oplaadt. Druk gedurende 2 seconden op de batterij-indicatorknop om de batterij aan te zetten. Wanneer er geen enkele LED van de laadindicator oplicht, kan de batterij beschadigd zijn. Wanneer ten minste één, maar niet alle LED's van de laadindicator branden, laad dan de batterij volledig op alvorens deze voor de eerste keer te gebruiken.
Om de batterij op te laden:
- Schakel de batterij uit.
- Verwijder indien gewenst de batterij uit de batterijbehuizing en voorkom dat vuil of vloeistoffen in de laadbus kunnen dringen.
- Sluit de stekker van de lader aan op de batterij (1) of op de aansluiting op de besturing.
- Steek de stekker van de lader in het stopcontact.
-
De LED-indicator op de batterijlader geeft de status van het laadproces aan:
-
Rood - Opladen
– Groen - Stand-by / Volledig opgeladen -
Zodra de batterij volledig is opgeladen, verwijder de batterijlader uit het stopcontact en de batterij.

text_image
Mino 13.8.1. Batterij-indicator
Er zijn twee indicatoren voor batterijlading:
![]() | 3.8.1.1. Op de batterij:1. Druk op de knop (2) op de batterij.2. De LED's van de batterij-indicator (1) geven het laadniveau van de batterij aan. |
![]() | 3.8.1.2. Op de besturing:Wanneer het elektrische systeem is ingeschakeld, zal de batterij-indicator (2, §3.3.) het laadniveau van de batterij aangeven.Alle LED's aan: de batterij is volledig opgeladen.Enkel rode LED aan of knipperend: laad meteen de batterij op. |
Door de bedrading kunnen beide indicaties iets afwijken van elkaar. Volg in dat geval de slechtste indicatie van het laadniveau.
3.8.2. Het elektrische apparaat in-/uitschakelen
Druk op de aan-/uitschakelaar aan de zijkant van de batterij.

3.8.3. De batterij plaatsen/ verwijderen
![]() | ![]() | Ontgrendelen |
![]() | Vergrendelen |
De batterij is verwijderbaar om op te laden uit de rolstoel.
Om de batterij te monteren:
- Plaats de sleutel (1) en draai de sleutel naar het ontgrendelingssymbool.
- Plaats de batterij zo ver mogelijk in de batterijbehuizing. Er is slechts 1 manier om de batterij te plaatsen.
- Draai de sleutel (1) naar het vergrendelsymbool.
- Zorg ervoor dat de batterij goed vaststaat.
- Verwijder de sleutel (1). (Verwijder de sleutel nooit tijdens het rijden).
Om de batterij te verwijderen:
- Plaats de sleutel (1).
- Draai de sleutel (1) naar het ontgrendelsymbool.
- Trek de batterij voorzichtig uit de batterijbehuizing.
4. Onderhoud
Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw rolstoel in een perfect werkende staat blijft. Voor de onderhoudshandleiding kan u de website van Vermeiren raadplegen: www.vermeiren.com.
4.1. Tijdstippen voor onderhoud
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden.
De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier voor de vakhandelaar om elke service te registreren.
De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/onderhoud/reparatie.
Lees de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor specifieke onderhoudsinstructies.
4.1.1. Voor ieder gebruik
NL
Kijk de volgende punten na:
- Alle onderdelen: aanwezig en niet beschadigd of versleten.
• Alle onderdelen: schoon, zie § 4.2.2.. - Wielen, zit, armsteunen, voetsteunen en hoofdsteun (indien van toepassing): stevig bevestigd.
- Batterijstatus: laad de batterij op indien nodig, zie §3.8..
- Besturing, batterij, vermogensmodule, motors, batterijlader, lichten en relevante kabels: geen schade zoals gerafelde, gebroken of blootgestelde draden.
• Staat van de wielen, zie § 4.2.1.. - Staat van de frameonderdelen: geen vervorming, instabiliteit, zwakte of losse verbindingen.
- Zit, rugsteun, armleggers, kuitsteunen en hoofdsteun (indien van toepassing): geen overmatige slijtage (bijv. gedeukte plekken, schade of scheuren).
Contacteer uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen.
4.1.2. Jaarlijks of vaker
Laat uw rolstoel nakijken en onderhouden door uw vakhandelaar, ten minste één keer per jaar of vaker. De minimale onderhoudsfrequentie is afhankelijk van het gebruik en moet daarom besproken worden met uw vakhandelaar.
4.1.3. Bij opslag
Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie hoofdstuk 6..
Als uw rolstoel voor een periode wordt opgeslagen, raden we aan om de batterijen nog steeds iedere maand op te laden.
Indien het product niet dagelijks gebruikt wordt, zorg er dan voor dat zowel de batterij als de aandrijfelektronica uitgeschakeld worden, zie §3.3. en §3.8.2..
4.2. Onderhoudsinstructies
4.2.1. Wielen en banden
De goede werking van de remmen hangt af van de staat van de banden, die onderhevig zijn aan slijtage en verontreiniging (water, olie, modder,...).
Houd de wielen vrij van draden, haar, zand en vezels.
Kijk het profiel van de banden na. Als de profieldiepte minder dan 1 mm bedraagt, moeten de banden vervangen worden. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar.
Pomp de banden op volgens de correcte spanning (zie drukindicatie op de banden).
4.2.2. Schoonmaak
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door vocht
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de rolstoel schoon te maken.
- Houd de besturing schoon en bescherm ze tegen water en regen.
Veeg alle harde onderdelen schoon met een vochtig doek (niet doorweekt). Indien nodig, gebruik een milde zeep die geschikt is voor vernis en synthetische materialen.
De bekleding kan schoon worden gemaakt met lauw water en een milde zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
Houd de ventilatieopeningen op de batterijlader schoon en vrij van stof. Blaas het stof weg en maak de batterijlader schoon met een vochtig doek indien nodig.
4.2.3. Ontsmetting
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Ontsmetting mag enkel worden uitgevoerd door getraind personeel. Neem contact op met uw vakhandelaar.
4.3. Verwachte levensduur
De rolstoel is ontworpen voor een gemiddelde levensduur van 5 jaar. De levensduur zal toenemen of afnemen afhankelijk van de gebruiksfrequentie, rijomstandigheden en onderhoud.
4.4. Hergebruik
Voor ieder hergebruik moet de rolstoel ontsmet, geïnspecteerd en onderhouden worden volgens de instructies in § 4.1. en § 4.2..
4.5. Beëindiging van gebruik
Op het einde van de levensduur moet u de rolstoel vernietigen volgens de lokale milieuwetgeving. De beste manier om dit te doen, is de rolstoel te demonteren om het vervoer van de recycleerbare onderdelen te vergemakkelijken.
4.6. Garantie
De garantie op dit product is onderhevig aan de algemene voorwaarden van ieder land.
5. Probleemoplossing
Ook wanneer u de rolstoel correct gebruikt, is het toch mogelijk dat er een technisch probleem optreedt. Neem in dat geval contact op met uw vakhandelaar.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Probeer NOOIT zelf uw rolstoel te repareren.
- Bij storingen in de besturing dient u contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/zij zal beslissen of de besturing geherprogrammeerd moet worden.
De volgende tekenen kunnen wijzen op een ernstig probleem. Neem daarom steeds contact op met uw vakhandelaar als u een van de volgende afwijkingen opmerkt:
• Vreemde geluiden;
• Gerafelde/beschadigde kabelboom;
- Gebarsten of gebroken aansluitingen;
- Oneven bandenslijtage op een van de banden;
• Schokkerige bewegingen;
- De rolstoel buigt af naar één kant;
- Beschadigde of kapotte wielmontages.
- De rolstoel start niet op (defecte zekering);
- De rolstoel staat aan maar beweegt niet, zie § 3.5..
Bij mogelijke problemen wordt een systeemcode weergegeven door de knipperende LEDs op de batterijstatusindicator, zie §3.3. (2). De volgende tabel somt de mogelijke systeemcodes op (aantal knipperingen). Sommige problemen kan u zelf oplossen. Voor alle storingen met een sterretje (*) dient u echter uw vakhandelaar te contacteren.
| Code Probleem Betekenis | ||
| 1 Lege batterij / slechte connectie batterij | Controleer de aansluiting naar de batterijen. Als de aansluiting in orde is, probeer dan de batterijen op te laden. | |
| 2 * Slechte | connectie linkermotor of encoder | Controleer de verbindingen naar de linkermotor en encoder. |
| 3 * Slechte | bedrading aan linkermotor / blokkeertoestand | |
| 4 * Slechte | connectie rechtermotor of encoder | Controleer de verbindingen naar de rechtermotor en encoder. |
| 5 * Slechte | bedrading aan rechtermotor / blokkeertoestand | |
| 7 Storing joystick Controleer of de joystick in de neutrale positie staat als u de rolstoel inschakelt. | ||
| 7 + S1 | * Communicatiestoring Zorg ervoor dat de kabel van de joystickmodule goed bevestigd en onbeschadigd is. | |
| 8 * Mogelijke storing besturing Controleer of alle verbindingen in orde zijn. | ||
| 9 Slechte verbinding parkeerrem | Controleer de parkeerrem- en motorverbindingen. Zorg ervoor dat de controllerverbindingen in orde zijn. | |
| 10 * Te hoge spanning Te hoge spanning wordt vaak veroorzaakt door slechte batterijverbinding. Controleer alle batterijverbindingen. | ||
| 1S = Knipperende LED's snelheidsindicator | ||
NL
6. Technische specificaties
Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze rolstoel, bij standaardinstellingen en optimale omgevingsfactoren. Houd bij gebruik rekening met deze details. Deze waarden zijn niet meer van toepassing als uw rolstoel werd gewijzigd, of wanneer hij beschadigd of ernstig versleten is. Houd er rekening mee dat de rijprestatie beïnvloed wordt door omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen (op/neer), soort oppervlak en batterijstatus.
| Merk Vermeiren | |
| Productgroep Elektrische rolstoel, klasse A | |
| Type Verso | |
| Beschrijving Afmetingen | |
| Max. gebruikersgewicht 130 kg | |
| Totale lengte inclusief voetsteun 1078 mm (in kortste zitdiepte)Rug 30° : 1137 mm (in kortste zitdiepte) | |
| Totale breedte (afhankelijk van de zitbreedte) 560 mm590 mm610 mm630 mm650 mm670 mm | |
| Totale hoogte 937 mm - 1002 mm | |
| Totaal gewicht 31,3 kg | Rug 30° : 35 kg |
| Gewicht zwaarste onderdeel Achterframe: 16,2 kg | |
| Energieconsumptie * 12,8 Ah: 15 km | 17,5 Ah: 21 km |
| Nominale helling | 10° |
| Maximum hoogte hindernis | 15 mm |
| Max. snelheid | 6 km/h |
| Maximale remafstand bij hoogste snelheid | 1 m |
| Zithoek | 5° |
| Effectieve zitdiepte | 420 - 480 mm |
| Effectieve zitbreedte 390 mm | 420 mm440 mm460 mm480 mm500 mm |
| Zithoogte aan voorzijde 521 mm | |
| Rughoek 5° | Rug 30°: 5° - 35° |
| Rughoogte 400 - 420 - 440 - 460 - 480 mm | |
| Afstand tussen voetplaat en zit 370 - 500 mm | |
| Hoek been tot zit 105° | |
| Afstand armsteun tot zit 150 – 210 mm | |
| Afstand voorzijde armlegger 322,5 mm – 370 mm | |
| Minimale draaicirkel 1145 mm | |
| Grondspeling | 61 mm |
| Diameter achterwielen | 12" |
| Diameter voorwielen | 200 x 50 mm |
| Bandendruk (alleen luchtbanden) | Max. 2,5 bar |
| Batterij | 12,8 Ah17,5 Ah |
| Aandrijfmotoren | 250W |
| Zekering (enkel met verlichting) | 20 A |
| Geluidsdruk | < 65 dB(A) |
| Beschermingsklasse | IPX4 |
| Sterktetesten volgens | ISO 7176-8 |
| Testen voor vermogen en besturing volgens | ISO 7176-14 |
| Brandweerstand van de bekleding volgens | EN 1021-2:2006 |
| EMC-compatibiliteit volgens | ISO 7176-21 |
| Opslag en gebruikstemperatuur | +5°C - +41°C |
| Werkingstemperatuur van de elektronica | -10°C - +40°C |
| Opslag en gebruiksluchtvochtigheid | 30% - 70% |
NL
| Merk Vermeiren | |
| Productgroep Elektrische rolstoel, klasse A | |
| Type Verso | |
| Beschrijving Afmetingen | |
| We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren.Meettolerantie +- 15 mm / 1,5 kg / 1,5°* De theoretische actieradius zal worden verlaagd als de rolstoel vaak wordt gebruikt op hellingen, ruw terrein of stoepranden. | |
Inhalt
DE
Vorwort
126
1. Ihr Produkt 128
1.1. Optionen 129



























