RXF60D5V1B - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RXF60D5V1B DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RXF60D5V1B DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RXF60D5V1B - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RXF60D5V1B van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING RXF60D5V1B DAIKIN
1 Over de documentatie 44
2 Specifieke veiligheidsinstructies voor de installateur 44
3 Over de doos 46
3.1 Buitenunit 48
3.1.1 Om de toebehoren van de buitenunit uit te nemen..... 46
4 Installatie van de unit 46
4.1 Installatieplaats voorbereiden.... 46
4.1.1 Vereisten inzake de plaats waar de buitenunit
geinstalleerd wordt....47
4.1.2 Bijkomende vereisten inzake de installatieplaats van
de buitenunit in koude klimaten 47
4.2 De buitenunit monteren 47
4.2.1 De installatiestructuur voorzien 47
4.2.2 De buitenunit installeren 47
4.2.3 Afvoer voorzien 48
5 Installatie van de leidingen 48
5.1 De koelmiddelleidingen voorbereiden 48
5.1.1 Vereisten voor de koelmiddelleidingen 48
5.1.2 De koelleidingen isoleren....48
Lengte koelmiddelleiding en hoogteverschil 48
5.2 De koelmiddelleiding aansluiten.... 49
5.2.1 Koelmiddelleiding op buitenunit aansluiten.... 49
5.3 De koelmiddelleiding controleren 49
5.3.1 Op lekkages controleren....49
5.3.2 Vacuümdrogen 49
6 Koelmiddel bijvullen 49
6.1 Over het koelmiddel 49
Bepalen hoeveel koelmiddel toegevoegd moet worden.... 50
6.3 De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen.... 50
Extra koelmiddel bijvullen....50
6.5 De label voor fluorhoudende broeikasgassen bevestigen..... 50
7 Elektrische installatie 51
7.1 Specificaties van de standaardcomponenten van de
bedrading 51
7.2 De elektrische bedrading op de buitenunit aansluiten.... 52
8 De installatie van de buitenunit voltooien 52
8.1 De installatie van de buitenunit voltooien 52
9 Inbedrijfstelling 52
9.1 Checklist voor de inbedrijfstelling 52
9.2 Checklist tijdens inbedrijfstelling....53
9.3 Proefdraaien....53
10 Opsporen en verhelpen van storingen 53
10.1 Storingsdiagnose met behulp van de led op de printplaat van
de buitenunit....53
11 Als afval verwijderen 53
12.1.1 Legende eengemaakt bedradingsschema.... 53
12.2 Schema van de leidingen 55
12.2.1 Schema van de leidingen: Buitenunit.... 55
1 Over de documentatie
De installatie, service, onderhoud, reparaties en gebruikte materialen moeten overeenstemmen met de instructies van Daikin en daarnaast ook met de geldende welgeving en mogen alleen door bevoegde personen worden uitgevoerd. In Europa en gebieden waar de IEC-normen gelden, is EN/IEC 60335-2-40 de toepasselijke norm.

INFORMATIE
In dit document worden alleen de instructies voor installatie specifiek voor de buitenunit beschreven. Voor de installatie van de binnenunit (binnenunit monteren, koelmiddelleiding aansluiten op de binnenunit, elektrische bedrading aansluiten op de binnenunit ...), zle de montagehandleiding van de binnenunit.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheid:
- Veiligheidsinstructies te lezen vóór de installatie
- Formaat: Papier (in de doos van de buitenunit)
- Montagehandleiding buitenunit:
• Installatie-instructies
- Formaat: Papier (in de doos van de buitenunit)
- Uitgebreide handleiding voor de installateur:
- De installatie voorbereiden, referentiegegevens,.
- Formaat: Digitale bestanden op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/
Laatsle herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op de regionale Daikin-website of via uw dealer beschikbaar zijn.
De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
Technische gegevens
- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikbaar op het Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
2 Specifieke veiligheidsinstructies voor de installateur
Leef altijd de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften na.
Installatie van de unit (zie "4 Installatie van de unit" [▶ 46])
WAARSCHUWING
De installatie moet worden uitgevoerd door een installateur, en de keuze van de materialen en de installatie moet voldoen aan de geldende wetgeving. In Europa is de norm EN378 van toepassing.
2 Specifieke veiligheidsinstructies voor de installateur
Installatieplaats (zie "4.1 Installatieplaats voorbereiden" [▶ 46])

VOORZICHTIG
- Controleer of de installatieplaats het gewicht van de unit kan dragen. Een slechte installatie kan gevaarlijk zijn. Het kan ook trillingen of ongewone werkingsgeluiden veroorzaken.
- Voorzie voldoende ruimte voor service.
- Installeer de unit zo dat ze NIET in contact komt met een plafond of een muur; anders kan dit trillingen veroorzaken.

WAARSCHUWING
Het toestel wordt opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastoestel of een draaiende elektrische verwarming).
De koelmiddelleiding aansluiten (zie "5.2 De koelmiddelleiding aansluiten" [▶ 49])

VOORZICHTIG
- Niet ter plaatse braseren of lassen voor units die bij de verzending met R32-koelmiddel zijn gevuld.
- Tijdens de installatie van het koelsysteem moet bij het verbinden van delen waarvan minstens een deel met koelmiddel gevuld is met de volgende vereisten rekening worden gehouden: in ruimten waar zich mensen bevinden zijn permanente verbindingen niet toegelaten voor R32-koelmiddel, behalve voor ter plaatse gemaakte verbindingen waarbij de binnenunit rechtstreeks op de leiding wordt aangesloten. Ter plaatse gemaakte verbindingen waarbij leidingen rechtstreeks op binnenunits worden aangesloten moeten van het niet-permanente type zijn.

OPMERKING
- Gebruik de flaremoer die op de unit is bevestigd.
- Om gaslekken te voorkomen, brengt u koelmachineolie aan op ALLEEN de binnenkant van de verbreding. Gebruik koelmachineolie voor R32.
- Hergebruik GEEN verbindingen.

OPMERKING
- Gebruik GEEN minerale olie op het verbrede deel.
- Gebruik leidingen van vorige installaties NIET opnieuw.
- Installeer NOOIT een droger op deze R32-unit om zijn levensduur te kunnen garanderen. Het droogmateriaal kan oplossen en het systeem beschadigen.

WAARSCHUWING
Sluit de koelmiddelleidingen goed aan voordat u de compressor Inschakelt. Als de koelmiddelleidingen NIET zijn aangesloten en de afsluiter tijdens het afpompen openstaat, wordt lucht in het circuit gezogen wanneer de compressor wordt ingeschakeld. Dit veroorzaakt dan een abnormale druk in de koelcyclus, wat kan leiden tot schade aan de apparatuur en zelfs letsels.

OPMERKING
- Een onvolledige verbreding kan lekken van koelgas veroorzaken.
- Gebruik getrompte buizen NIET opnieuw. Gebruik nieuwe getrompte buizen om ervoor te zorgen dat er geen koelgas kan lekken.
- Gebruik de getrompte moeren die bij de unit werden meegeleverd. Andere getrompte moeren kunnen koelgaslekken veroorzaken.

VOORZICHTIG
Draai de kleppen NIET open voordat de verbreding voltooid is. Anders zou er koelgas gaan lekken.

GEVAAR: RISICO OP ONTPLOFFING
Start de unit niet als ze gevacumeerd is.
Koelmiddel vullen (zie "6 Koelmiddel bijvullen" [▶ 49])

WAARSCHUWING
Het koelmiddel in de unit is weinig ontvlambaar, maar lekt nomaal NIET. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een verwarming of een formuis, dan kan er brand ontstaan of kan een schadelijk gas worden gevormd.
Schakel alle verwarmingstoestellen met verbranding uit, verlucht de kamer en neem contact op met de dealer waar u de unit hebt gekocht.
Gebruik de unit NIET toldat iemand van de servicadienst heeft bevestigd dat het deel met het koelmiddellek gerepareerd is.

WAARSCHUWING
- Gebruik uitsluitend R32 als koelmiddel. Andere stoffen kunnen ontploffingen en ongelukken veroorzaken.
- R32 bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het heeft een aardopwarmingsvermogen (GWP) van 675. Laat deze gassen NIET vrij in de almosfeer.
- Gebruik bij het vullen van koelmiddel ALTIJD beschermende handschoenen en een veiligheidsbril.

OPMERKING
Vul NIET meer koelmiddel bij dan voorgeschreven om le voorkomen dat de compressor defect geraakt.

WAARSCHUWING
Raak ongewenste vloeistoflekken NOOIT rechtstreeks aan. U zou ernstige wonden kunnen oplopen door bevriezing.
Elektrische installatie (zie "7 Elektrische installatie" [▶ 51])

WAARSCHUWING
Toestel MOET worden geïnstalleerd conform de nationale bedradingsvoorschriften.

WAARSCHUWING
- Al de bedrading MOET door een erkende elektricien uitgevoerd worden en MOET voldoen aan de geldende wetgeving.
- Maak elektrische verbindingen op de bevestigde bedrading.
- Alle op de site geleverde componenten en alle elektrische constructies MOETEN voldoen aan de geldende wetgeving.
3 Over de doos

WAARSCHUWING
- Als de voeding een ontbrekende of een verkeerde nulfase heeft, Kan de apparatuur defect raken.
- Sluit correct op de aarde aan. Aard de unit NIET via een nutsleiding, een piekspanningsbeveiliging of de aarding van de telefoon. Een onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.
- Plaats de vereiste zekeringen of stroomonderbrekers.
- Bevestig de elektrische bedrading met kabelbinders, zodat deze NIET in contact kan komen met scherpe randen of buizen, vooral langs de hogedrukzijde.
- Gebruik GEEN draden met tape, geen gevlochten geleiders, geen verlengkabels en geen aansluitingen van een sterinstallatie. Deze kunnen zorgen voor oververhitting of elektrische schokken of brand veroorzaken.
- Installeer GEEN fasecompensatiecondensator, omdat deze unit een inverter bevat. Een fasecompensatiecondensator vermindert de prestaties en kan ongevallen veroorzaken.

WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD een meeraderige kabel als stroomtoevoerkabel.

WAARSCHUWING
Gebruik een alpolige schakelaar met een contactscheiding van minstens 3 mm om het contact volledig te verbreken onder overspanningscategorie III.

WAARSCHUWING
Als het netsnoer beschadigd is, MOET de fabrikant, zijn vertegenwoordiger, zijn servicevertegenwoordiger of gelijkaardige bevoegde personen het snoer vervangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.

WAARSCHUWING
Sluit de elektrische voeding NIET aan op de binnenunit. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
- Gebruik GEEN lokaal aangekochte elektrische onderdelen binnenin het product.
- Tak de elektrische voeding niet af voor de afvoerpomp, etc. van het klemmenblok. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Houd de bedrading tussen de units uit de buurt van koperen leidingen die niet thermisch geïsoleerd zijn aangezien dergelijke leidingen heel warm worden.

Alle elektrische onderdelen (thermistors inbegrepen) krijgen stroom van de elektrische voeding. Raak ze NIET aan met blole handen.

Schakel de elektrische voeding langer dan 10 minuten uit en meet de spanning aan de aansluitklemmen van de condensatoren van de hoofdkring of elektrische onderdelen vooraleer u een onderhoud uitvoert. De spanning MOET minder dan 50 V DC zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken. Raadpleeg het bedradingsschema voor de plaats van de aansluitklemmen.
Installatie binnenunit voltooien (zie "8 De installatie van de buitenunit voltooien" [▶ 52])

- Zorg ervoor dat het systeem correct is geaard.
- Schakel de voeding UIT alvorens aan servicewerkzaamheden te beginnen.
- Installeer het deksel van de schakelkast alvorens de voeding IN te schakelen.
In bedrijf stellen (Zie "9 Inbedrijfstelling" [▶ 52])

Laat het systeem NIET proefdraaien terwijl aan de binnenunits wordt gewerkt.
Bij het proefdraaien zullen NIET ALLEEN de buitenunit, maar ook de aangesloten binnenunit werken. Tijdens het proefdraaien aan een binnenunit werken is gevaarlijk.

VOORZICHTIG
Steek GEEN vingers, slokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Verwijder de ventilatorafscherming NIET. Wanneer de ventilator met hoge snelheid draait, zou dit letsels veroorzaken.
3 Over de doos
3.1 Buitenunit
3.1.1 Om de toebehoren van de buitenunit uit te nemen
1 Hef de buitenunit op.
2 Verwijder de accessoires op de bodem van de verpakking.

a Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de
veiligheid
b Montagehandleiding buitenunit
c Label gefluoreerde broeikasgassen
d Meertalig label gefluoreerde broeikasgassen
e Afvoerplug (op de bodem van de doos)
f Afvoerdeksel (1)
a. Afvoerdeksel (2)
h Energielabel
4 Installatie van de unit

WAARSCHUWING
De installatie moet worden uitgevoerd door een installateur, en de keuze van de materialen en de installatie moet voldoen aan de geldende wetgeving. In Europa is de norm EN378 van toepassing.
4.1 Installatieplaats voorbereiden

WAARSCHUWING
Het toestel wordt opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastoestel of een draaiende elektrische verwarming).
4 Installatie van de unit
4.1.1 Vereisten inzake de plaats waar de buitenunit geïnstalleerd wordt
Let op de volgende richtlijnen voor de benodigde ruimte:
| b >100 | >350 | ||
| >50 | b | >50 | |
| b >100 | b >100 | ||
| >50 | >350 | ||
| >350 | |||
| (mm) | b |
a Luchtuitlaat b Luchtinlaat
OPMERKING
De muur aan de uitlaatzijde van de buitenunit MOET ≤1200 mm hoog zijn.
Installeer de unit NIET op plaatsen waar lawaai kritiek is (bijv. in de buurt van slaapkamers), zodat het lawaai dat hij maakt wanneer hij werkt geen overlast veroorzaakt.
Opmerking: Als het geproduceerde geluid in reële omstandigheden wordt gemeten, kan de gemeten waarde omwille van het geluid van de omgeving en de geluidsreflecties groter zijn dan het in de specificaties onder "Geluidspectrum" vermeld geluidsdrukniveau.
INFORMATIE
Het geluidsdrukniveau is lager dan 70 dBA.
4.1.2 Bijkomende vereisten inzake de installatieplaats van de buitenunit in koude klimaten
Bescherm de buitenunit tegen directe sneeuwval en zorg ervoor dat de buitenunit NOOIT ingesneeuwd raakt.
Voorzie best minstens 150 mm vrije ruimte onder de unit (300 mm in streken waar veel sneeuw valt). De unit moet bovendien ook minstens 100 mm boven de maximaal verwachte sneeuwhoogte geplaatst zijn. Voorzie indien nodig een verhoging. Zie "4.2 De buitenunit monteren" [▶ 47] voor meer informatie.
In streken met heftige sneeuwval is het belangrijk om een installatieplaats te selecteren waar de sneeuw GEEN invloed heeft op de unit. Wanneer de sneeuw zijwaarts kan vallen, zorg ervoor dat de spoel van de warmtewisselaar NIET door de sneeuw gehinderd kan worden. Indien nodig, monteer een afdakje tegen de sneeuw en een voetstukje.
4.2 De buitenunit monteren
4.2.1 De installatiestructuur voorzien
Gebruik een trilbestendig rubber (lokaal te voorzien) in gevallen waar trillingen op het gebouw kunnen worden overgedragen.
Leg 4 sets met M8- of M10-funderingsbouten, moeren en vulringen klaar (lokaal te voorzien).
20 mm

scatter
| (mm) | Value | |---|---| | 123 | 600 | | 240 | 240 | | 240 | 240 |a 100 mm boven verwachte niveau van sneeuw
4.2.2 De buitenunit installeren
a
b
a Afdakje tegen de sneeuw
b Voetstuk
c Belangrijkste windrichting
d Luchtuitlaat
RXF50\~71D5V1B
R32 Split-reeks
5 Installatie van de leidingen
4.2.3 Afvoer voorzien
OPMERKING
Neem de gepaste maatregelen om te voorkomen dat het afgevoerde condensaat NIET kan bevriezen als de unit in een koud klimaat is geïnstalleerd.
OPMERKING
Als de afvoeropeningen van de buitenunit afgedekt zijn door een installatiebasis of de vloer, plaatst u extra voeten van ≤30 mm hoog onder de voeten van de buitenunit.
INFORMATIE
Voor meer informatie over de beschikbare opties, neem contact op met uw verdeler.
1 Gebruik een afvoerplug voor de afvoer.
2 Gebruik een slang van ∅16 mm (lokaal te voorzien).
a b
c
d
a Afvoeroport
b Onderste frame
c Afvoerplug
d Slang (lokaal te voorzien)
Afvoeropeningen afsluiten en de afvoeraansluiting installeren
OPMERKING
Gebruik in koude streken GEEN afvoeraansluiting, afvoerslang en afvoerdeksels (1, 2) met de buitenunit. Neem de gepaste maatregelen zodat het afgevoerde condensaat NIET kan bevriezen.
1 Installeer de afvoerdeksels 1 en 2 (accessoire). Controleer of de randen van de afvoerdeksels de openingen volledig afsluiten.
a b
a Onderste frame
b Afvoerdeksel
2 Installeer de afvoeraansluiting.
acbbb
a
a
a Afvoeropening. Installeer een afvoerdeksel (2).
b Arvoeropening, installeer een afvoerdekel (1).
c Arvoeropening voor afvoeraansluiting
5 Installatie van de leidingen
5.1 De koelmiddelleidingen voorbereiden
5.1.1 Vereisten voor de koelmiddelleidingen
OPMERKING
De leidingen en andere drukvoerende delen moeten geschikt zijn voor koelmiddel. Gebruik met fosforzuur gedeoxideerde, naadloze koperen leidingen voor koelmiddel.
- Materiaal leidingen: Met fosforzuur gedeoxideerd naadloos koper.
- Flareverbindingen: Gebruik alleen gegloeide leidingen.
- Diameter leidingen:
Vloeistofleiding ∅6,4 mm (1/4") Gasleiding ∅12,7 mm (1/2")
- Hardingsgraad en dikte leidingen:
| Buitendiameter (∅) | Hardingsgraad | Dikte (t)(2) | |
| 6,4 mm (1/4") | Gegloeid (O) | ≥ 0,8 mm | ∅ |
| 9,5 mm (3/8") | |||
| 12,7 mm (1/2") | |||
| 15,9 mm (5/8") | ≥ 1 mm |
^60 Afhankelijk van de toepasselijke wetgeving en de maximale bedrijfsdruk van de unit (zie "PS High" op het naamplaatje van de unit), zijn mogelijk dikkere leidingen vereist.
5.1.2 De koelleidingen isoleren
- Neem polyethyleenschuim als isolatiemateriaal:
- met een warmteoverdrachtsfactor begrepen tussen 0,041 en 0,052 W/mK (0,035 en 0,045 kcal/mh°C)
- bestand tegen minstens 120°C
- Isolatiedikte
| Buitendiameter leiding ( _p ) | Binnendiameter Isolatie ( ) | Isolatiedikte (t) |
| 6,4 mm (1/4") | 8~10 mm | ≥ 10 mm |
| 9,5 mm (3/8") | 10~14 mm | ≥ 13 mm |
| 12,7 mm (1/2") | 14~16 mm | ≥ 10 mm |
| 15,9 mm (5/8") | 16~20 mm | ≥ 13 mm |
_p _i t
Als de temperatuur hoger is dan 30°C en de vochtigheid meer dan 80% bedraagt, moet het isolatiemateriaal minstens 20 mm dik zijn om condensatie aan de oppervlakte van de isolatie te voorkomen.
5.1.3 Lengte koelmiddelleiding en hoogteverschil
| Wat? | Afstand |
| Maximum toegestane leidinglengte | 30 m |
| Minimum toegestane leidinglengte | 3 m |
| Maximum toegestaan hoogteverschil | 20 m |
5.2 De koelmiddelleiding aansluiten

GEVAAR: RISICO OP BRANDWONDEN

VOORZICHTIG
- Niet ter plaatse braseren of lassen voor units die bij de verzending met R32-koelmiddel zijn gevuld.
- Tijdens de installatie van het koelsysteem moet bij het verbinden van delen waarvan minstens één deel met koelmiddel gevuld is met de volgende vereisten rekening worden gehouden: in ruimten waar zich mensen bevinden zijn permanente verbindingen niet toegelaten voor R32-koelmiddel, behalve voor ter plaatse gemaakte verbindingen waarbij de binnenunit rechtstreeks op de leiding wordt aangesloten. Ter plaatse gemaakte verbindingen waarbij leidingen rechtstreeks op binnenunits worden aangesloten moeten van het niet-permanente type zijn.
5.2.1 Koelmiddelleiding op buitenunit aansluiten
- Leidinglengte. Houd de lokale leidingen zo kort mogelijk.
- Bescherming leidingen. Beschem de lokale leidingen tegen fysieke schade.

WAARSCHUWING
Sluit de koelmiddelleidingen goed aan voordat u de compressor inschakelt. Als de koelmiddelleidingen NIET zijn aangesloten en de afsluiter tijdens het afpompen openstaat, wordt lucht in het circuit gezogen wanneer de compressor wordt ingeschakeld. Dit veroorzaakt dan een abnormale druk in de koelcyclus, wat kan leiden tot schade aan de apparatuur en zelfs letsels.

OPMERKING
- Gebruik de flaremoer die op de unit is bevestigd.
- Om gaslekken te voorkomen, brengt u koelmachineolie aan op ALLEEN de binnenkant van de verbreding. Gebruik koelmachineolie voor R32.
- Hergebruik GEEN verbindingen.
1 Sluit de koelvloeistofaansluiting van de binnenunit aan op de vloeistofafsluiter van de buitenunit.

a Vloeistofafsluiter
b Gasafsluiter
c Serviceport
2 Sluit de gasaansluiting van de binnenunit aan op de gasafsluiter van de buitenunit.

OPMERKING
Er wordt geadviseerd de koelmiddelleidingen tussen de binnen- en de buitenunit in een buis te leggen of afwerkingstape rond deze leidingen te wikkelen.
5.3 De koelmiddelleiding controleren
5.3.1 Op lekkages controleren

OPMERKING
Overtreft de maximale werkdruk van de unit NIET (zie "PS High" op het naamplaatje van de unit).

OPMERKING
Gebruik ALTIJD een aanbevolen bubbeltestoplossing, die u bij uw verdeler kunt kopen.
Gebruik NOOIT zeepwater:
- Zeepwater kan namelijk barsten in componenten veroorzaken, zoals in de doppen van flaremoeren of afsluiters.
- Zeepwater kan zout bevatten en zout absorbeert vocht dat zal bevriezen als de leidingen koud worden.
- Zeepwater bevat ammoniak dat de getrompte verbindingen aantast (tussen de flaremoer uit messing en het getrompte koperen gedeelle).
1 Vul het systeem met stikstofgas tot op een manometerdruk van minstens 200 kPa (2 bar). Het is aanbevolen de druk tot 3000 kPa (30 bar) te verhogen om kleine lekken te vinden.
2 Test op lekkages door de bubbeltestoplossing op alle verbindingen aan te brengen.
3 Verwijder alle stikstofgas.
5.3.2 Vacuümdrogen

GEVAAR: RISICO OP ONTPLOFFING
Start de unit niet als ze gevacumeerd is.
1 Vacumeer het systeem tot de druk op het verdeelstuk -0,1 MPa (-1 bar) aangeeft.
2 Wacht 4-5 minuten en controleer de druk:
| Indien de druk... | Dan... |
| Niet verandert | Er zit geen vocht in het systeem. Deze procedure is voltooid. |
| Stijgt | Er zit vocht in het systeem. Ga verder met de volgende stap. |
3 Vacumeer het systeem minstens 2 uur lol een meterdruk van -0,1 kPa (-1 bar).
4 Controleer na het uitschakelen van de pomp de druk gedurende minstens 1 uur.
5 Indien u het beoogd vacuum NIET kunt bereiken of het vacuum NIET gedurende 1 uur kunt bewaren, doe dan het volgende:
- Controleer opnieuw op lekken.
• Vacuümdroog opnieuw.

OPMERKING
Vergeet niet om na de installatie van de koelmiddelleiding en het vacuumdrogen de afsluiters te openen. Wanneer u het systeem probeert te gebruiken met gesloten afsluiters kan de compressor schade oplopen.
6 Koelmiddel bijvullen
6.1 Over het koelmiddel
Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Laat de gassen NIET vrij in de atmosfeer.
Waarde van het aardopwarmingsvermogen (GWP): 675
6 Koelmiddel bijvullen

Het koelmiddel in deze unit is weinig ontvlambaar.

WAARSCHUWING
Het toestel wordt opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastoeestel of een draaiende elektrische verwarming).

WAARSCHUWING
- Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
- Gebruik GEEN andere schoonmaakmiddelen of manieren om het ontdooien le versnellen dan die aanbevolen door de fabrikant.
- Denk eraan dat het koelmiddel in het systeem geurloos is.

WAARSCHUWING
Het koelmiddel in de unit is weinig ontviambaar, maar lekt normaal NIET. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een verwarming of een formuis, dan kan er brand ontslaan of kan een schadelijk gas worden gevormd.
Schakel alle verwamingstoestellen met verbranding uit, verlucht de kamer en neem contact op met de dealer waar u de unit hebt gekocht.
Gebruik de unit NIET totdat iemand van de servicedienst heeft bevestigd dat het deel met het koelmiddellek gerepareerd is.

WAARSCHUWING
Raak ongewenste vloeistoflekken NOOIT rechtstreeks aan. U zou emstige wonden kunnen oplopen door bevriezing.
6.2 Bepalen hoeveel koelmiddel toegevoegd moet worden
| Voor ARXM71R | |
| Bij een totale leidinglengte van... | Dan... |
| ≤10 m | Vul GEEN extra koelmiddel bij. |
| >10 m | R=(totale lengte (m) van vloeistofleiding-10 m)×0,035R=Hoeveelheid extra bijgevuld koelmiddel (kg) (afgerond in eenheden van 0,01 kg) |
| Voor andere buitenunits | |
| Bij een totale leidinglengte van... | Dan... |
| ≤10 m | Vul GEEN extra koelmiddel bij. |
| >10 m | R=(totale lengte (m) van vloeistofleiding-10 m)×0,020R=Hoeveelheid extra bijgevuld koelmiddel (kg) (algerond in eenheden van 0,01 kg) |

INFORMATIE
De leidinglengte is de lengte van de leidingen gerekend volgens een richting.
6.3 De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen

INFORMATIE
Indien het systeem opnieuw volledig gevuld moet worden, bedraagt de totale hoeveelheid koelmiddel hiervoor: de in de fabriek gevulde hoeveelheid koelmiddel (zie naamplaatje unit) + de aldus vastgestelde bijkomende hoeveelheid.
6.4 Extra koelmiddel bijvullen

WAARSCHUWING
- Gebruik uitsluitend R32 als koelmiddel. Andere stoffen kunnen ontploffingen en ongelukken veroorzaken.
- R32 bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het heeft een aardopwarmingsvermogen (GWP) van 675. Laat deze gassen NIET vrij in de atmosfeer.
- Gebruik bij het vullen van koelmiddel ALTIJD beschermende handschoenen en een veiligheidsbril.
Vereiste: Controleer of de koelmiddelleiding is aangesloten en gecontroleerd (lektest en vacuümdrogen) alvorens koelmiddel bij te vullen.
1 Sluit de koelmiddelfles aan op de servicepoort.
2 Vul de nodige hoeveelheid koelmiddel bij.
3 Open de gasafsluiter.
6.5 De label voor fluorhoudende broeikasgassen bevestigen
1 Vul het label als volgt in:

text_image
Correlation-fluorinated griseose genes RXXX CWP_XXX ① = kg ② = kg ① + ② = kg CWP + ③ = CO₂ sq ② = ③ ③ + ④ = ④ ④ = ⑤ ⑤ + ⑥ = ⑥ ⑥ = ⑦ ⑦ + ⑧ = ⑧ ⑧ = ⑨ ⑨ + ⑩ = ⑩ ⑩ = ⑪ ⑪ = ⑫ ⑫ + ⑬ = ⑬ ⑬ = ⑭ ⑭ + ⑮ = ⑮ ⑮ = ⑯ ⑯ + ⑰ = ⑰ ⑰ = ⑱ ⑱ + ⑲ = ⑲ ⑲ = ⑳ ⑳ + ㉑ = ㉑ ㉑ = ㉒ ㉒ = ㉓ ㉓ + ㉔ = ㉔ ㉔ = ㉕ ㉕ + ㉖ = ㉖ ㉖ = ㉗ ㉗ + ㉘ = ㉘ ㉘ = ㉙ ㉙ + ㉚ = ㉚ ㉚ = ㉛ ㉛ + ㉜ = ㉜ ㉜ = ㉝ ㉝ + ㉞ = ㉞ ㉞ = ㉟ ㉟ + ㉟ = ㉟ ㉟ = ㉟a ㉟b + ㉟c = ㉟c ㉟c + ㉟d = ㉟d ㉟d + ㉟e = ㉟e ㉟e + ㉟f = ㉟f ㉟f + ㉟g = ㉟g ㉟g + ㉟h = ㉟h ㉟h + ㉟i = ㉟i ㉟i + ㉟j = ㉟j ㉟j + ㉟k = ㉟k ㉟k + ㉟l = ㉟l ㉟l + ㉟m = ㉟m ㉟m + ㉟n = ㉟n ㉟n + ㉟o = ㉟o ㉟o + ㉟p = ㉟p ㉟p + ㉟q = ㉟q ㉟q + ㉟r = ㉟r ㉟r + ㉟s = ㉟s ㉟s + ㉟t = ㉟t ㉟t + ㉟u = ㉟u ㉟u + ㉟v = ㉟v ㉟v + ㉟w = ㉟w ㉟w + ㉟x = ㉟x ㉟x + ㉟y = ㉟y ㉟y + ㉟z = ㉟z ㉟z + ㊱ = ㊱a Als bij de unit een meertalig label voor fluorhoudende broeikasgassen is geleverd (zie accessoires), neemt u de gewenste taal en kleeft u ze op a.
b Koelmiddelvulling af fabriek: zie naamplaatje van de unit
c Bijgevulde hoeveelheid koelmiddel
d Totale hoeveelheid koelmiddel
e Hoeveelheid getluoreerde broeikasgassen van de
totale koelmiddelvulling uitgedrukt in ton CO₂-equivalent.
F GWP = Global opwarmingspotentieel

OPMERKING
De geldende wetgeving met betrekking tot gefluoreerde broeikasgassen vereist dat de koelmiddelvulling van de unit wordt aangegeven zowel in gewicht als in CO equivalent.
Formula om de hoeveelheid in CO _2 -equivalent te berekenen: GWP-waarde koelmiddel × totale koelmiddelvulling [in kg] / 1000
Neem de GWP-waarde van het label voor bijvullen van koelmiddel.
2 Bevestig het label op de binnenkant van de bultenunit naast de gas- en vloeistofafsluiters.
7 Elektrische installatie

- Al de bedrading MOET door een erkende elektricien uitgevoerd worden en MOET voldoen aan de geldende welgeving.
- Maak elektrische verbindingen op de bevestigde bedrading.
- Alle op de site geleverde componenten en alle elektrische constructies MOETEN voldoen aan de geldende wetgeving.

WAARSCHUWING
Toestel MOET worden geïnstalleerd conform de nationale bedradingsvoorschriften.

WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD een meeraderige kabel als stroomtoevoerkabel.

WAARSCHUWING
Gebruik een alpolige schakelaar met een contactscheiding van minstens 3 mm om het contact volledig le verbreken onder overspanningscategorie III.

WAARSCHUWING
Als het netsnoer beschadigd is, MOET de fabrikant, zijn vertegenwoordiger, zijn servicevertegenwoordiger of gelijkaardige bevoegde personen het snoer vervangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.

WAARSCHUWING
Sluit de elektrische voeding NIET aan op de binnenunit. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
- Gebruik GEEN lokaal aangekochle elektrische onderdelen binnenin het product.
- Tak de elektrische voeding niet af voor de afvoerpomp, etc. van het klemmenblok. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Houd de bedrading tussen de units uit de buurt van koperen leidingen die niet thermisch geïsoleerd zijn aangezien dergelijke leidingen heel warm worden.

Alle elektrische onderdelen (thermistors inbegrepen) krijgen stroom van de elektrische voeding. Raak ze NIET aan met biote handen.

Schakel de elektrische voeding langer dan 10 minuten uit en meet de spanning aan de aansluitklemmen van de condensatoren van de hoofdkring of elektrische onderdelen vooraleer u een onderhoud uitvoert. De spanning MOET minder dan 50 V DC zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken. Raadpleeg het bedradingsschema voor de plaats van de aansluitklemmen.

7.1 Specificaties van de standaardcomponenten van de bedrading
| Onderdeel | ||
| Voedingskabel | Spanning | 220~240 V |
| Fase | 1~ | |
| Frequentie | 50 Hz | |
| Draaddikten | 3-aderige kabel2,5 mm2~4,0 mm2H05RN-F (60245 IEC 57) | |
| Kabel tussen de units(binnen••buiten) | 4-aderige kabel1,5 mm2~2,5 mm2 en geschikt voor220~240 VH05RN-F (60245 IEC 57) | |
| Aanbevolen onderbreker | 20 A ^[n] | |
| Aardlekschakelaar | MOETEN voldoen aan de toepasselijke welgeving | |
* De elektrische apparatuur voldoet een de norm EN/ IEC 61000-3-12 (Europese/internationale technische norm die de grenzen vastlegt inzake harmonische stromen geproduceerd door apparatuur aangesloten op openbare laagspanningssystemen met een ingangsstroom >16 A en ≤75 A per fase).
8 De installatie van de buitenunit voltooien
7.2 De elektrische bedrading op de buitenunit aansluiten
1 Verwijder het servicedeksel.
2 Verwijder het deksel van de schakelkast.
3 Open de kabelklem.
4 Sluit de kabel tussen de units en de elektrische voeding als volgt aan:

5 Draai de klemschroeven goed vast. Gebruik bij voorkeur een kruiskopschroevendraaier.
6 Installeer het servicadeksel.
7 Installeer het deksel van de schakelkast.
8 De installatie van de buitenunit voltooien
8.1 De installatie van de buitenunit voltooien

- Zorg ervoor dat het systeem correct is geaard.
- Schakel de voeding UIT alvorens aan
servicewerkzaamheden te beginnen - Installeer het deksel van de schakelkast alvorens de voeding IN te schakelen.
1 Isoleer en bevestig de koelmiddelleidingen en kabels als volgt:

a Gasteiding
b Isolatie gasleiding
c Doorverbindingskabel
d Ter plaatse le voorziene bedrading (indien van
toepassing)
e Vloeistofleiding
f Isolatie vloeistofleiding
g Afwerkingstape
2 Plaats het servicedeksel terug.
9 Inbedrijfstelling

OPMERKING
Laat de unit ALTIJD draaien met thermistoren en/of druksensoren/-schakelaars. Anders kan er brand in de compressor ontstaan.
9.1 Checklist voor de inbedrijfstelling
Controleer eerst de volgende punten na de installatie van de unit. Zodra alle controles zijn uitgevoerd, MOET de unit worden gesloten. Zet de unit weer aan nadat het gesloten is.
| De binnenunit moet juist gemonteerd zijn. | |
| De buitenunit moet juist gemonteerd zijn. | |
| Het systeem is goed en op de juiste manier geaard en de aardingsklemmen zijn goed aangehaald. | |
| De voedingsspanning komt overeen met de spanning op het identificatieplaatje van de unit. | |
| Er zijn GEEN losse aansluitingen of verbindingen of beschadigde elektrische onderdelen in de schakelkast. | |
| Er zijn GEEN beschadigde onderdelen of buizen die tegen de binnenkant van de binnen- of buitenunit gedrukt worden. | |
| Er zijn GEEN koelmiddellekkages. | |
| De koelmiddelleldingen (gas en vloeistof) zijn thermisch geïsoleerd. | |
| De juiste buismaten werden geplaatst en de leidingen zijn goed en op de juiste manier geïsoleerd. | |
| De afsluiters (gas en vloeistof) op de buitenunit staan volledig open. | |
| De volgende ter plaatse te voorziene bedradingen werden gelagd conform dit document en de geldende wetgeving tussen de binnenunit en de buitenunit. | |
| AfvoerDe afvoer moet vlot stromen.Mogelijk gevolg: Er kan condenswater naar beneden druppelen. | |
| De binnenunit ontvangl de signalen van de gebruikersinterface. | |
| De vermelde kabels worden gebruikt voor de doorverbindingskabel. | |
| De zekeringen, onderbrekers of lokaal geïnstalleerde beveiligingen zijn overeenkomstig dit document geïnstalleerd en zijn NIET overbrugd. |
10 Opsporen en verhelpen van storingen
9.2 Checklist tijdens inbedrijfstelling
| Ontluchten. | |
| Proefdraaien. |
9.3 Proefdraaien
Vereiste: De gegevens van de voeding MOETEN binnen het opgegeven bereik vallen.
Vereiste: Proefdraaien is mogelijk in de stand koelen of verwarmen.
Vereiste: Proefdraalen moet worden uitgevoerd volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing van de binnenunit om zeker te zijn dat alle functies en onderdelen goed werken.
1 In de koelstand, selecteer de laagst programmeerbare temperatuur. In de verwamingsstand, selecteer de hoogst programmeerbare temperatuur. Indien nodig kan proefdraaien worden gedeactiveerd.
2 Stel de temperatuur op normaal niveau in wanneer het proefdraaien beëindigd is. In de koelsland: 26-28°C, in de verwarmingsstand: 20-24°C.
3 Het systeem stopt 3 minuten na het uitschakelen van de unit.

INFORMATIE
- De unit verbruikt ook nog stroom wanneer ze uitgeschakeld is.
- Wanneer de stroom wordt hersteld na een stroompanne, werkt de unit verder in de eerder geselecteerde stand.
10 Opsporen en verhelpen van storingen
10.1 Storingsdiagnose met behulp van de led op de printplaat van de buitenunit
| Led... Diagnose | ||
| knippert | Normaal. • Controleer de binnenunit. | |
| ON • Schakel | de voeding uit en weer aan, en controleer de led binnen een 3-tal minuten. Als de led weer brandt, dan is de printplaat van de buitenunit defect. | |
| ● | OFF | 1 Voedingsspanning (voor energiebesparing).2 Storing elektrische voeding.3 Schakel de voeding uit en weer aan, en controleer de led binnen een 3-tal minuten.Als de led weer gedoofd is, dan is de printplaat van de buitenunit defect. |

- Wanneer de unit niet werkt, worden de leds op de printplaat uitgeschakeld om energie te besparen.
- Zelfs wanneer de leds niet branden, kunnen de klemmenstrook en de printplaat nog stroom krijgen.
11 Als afval verwijderen

OPMERKING
Probeer het systeem NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden. De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld.
- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikbaar op het Dalkin Business Portal (authenticatie vereist).
12.1 Bedradingsschema
Het bedradingsschema is bij de unit geleverd en bevindt zich op de binnenkant van de buitenunit (onderkant van de bovenste plaat).
12.1.1 Legende eengemaakt bedradingsschema
Voor gebruikte onderdelen en nummering, zie het bedradingsschema op de unit. De onderdelen zijn genummerd met Arabische cijfers in oplopende volgorde en wordt in het overzicht hieronder aangegeven door "" in de onderdeelcode.
| Symbool | Betekenis | Symbool | Betekenis |
| Onderbreker | Veiligheidsaarding | ||
| Aansluiting | Beschermende aarding(schroef) | ||
| Connector | Gelijkrichter | ||
| Aarding | Relaisconnector | ||
| Lokale bedrading | Kortsluitconnector | ||
| Zekering | Aansluitklem | ||
| Binnenunit | Klemmenstrook | ||
| Buitenunit | Kabelklem | ||
| Reststroomapparaat |
| Symbool | Kleur | Symbool | Kleur |
| BLK | Zwart | ORG | Oranje |
| BLU | Blauw | PNK | Roze |
| BRN | Bruin | PRP, PPL | Paars |
| GRN | Groen | RED | Rood |
| GRY | Grijs | WHT | Wit |
| YLW | Geel |
| Symbol | Betekenis |
| A*P | Printplaat |
| BS* | Drukknop aan/uit, bedrijfsschakelaar |
| BZ, H*O | Zoemer |
| C* | Condensator |
| AC*, CN*, E*, HA*, HE*, HL*, HN*, HR*, MR*_A, MR*_B, S*, U, V, W, X*A, K*R_^, NE | Aansluiting, connector |
| D*, V*D | Diode |
| DB* | Diodebrug |
| DS* | DIP-schakelaar |
| E*H | Verwarming |
| FU*, F*U, (voor kenmerken, zie printplaat in uw unit) | Zekering |
| FG* | Connector (randaarding) |
| H* | Kabelboom |
| H*P, LED*, V*L | Controlelamp, led |
| HAP | Led (servicemonitor groen) |
| HIGH VOLTAGE | Hoogspanning |
| IES | Intelligent eye sensor |
| IPM* | Intelligente voedingsmodule |
| K*R, KCR, KFR, KHuR, K*M | Magneetrelais |
| L | Stroomvoerend |
| L^ | Spoel |
| L*R | Reactieval |
| M^ | Slappenmotor |
| M*C | Compressormotor |
| M*F | Ventilatormotor |
| M*P | Afvoerpompmotor |
| M*S | Draaimotor |
| MR*, MRCW*, MRM*, MRN* | Magneetrelais |
| N | Neutraal |
| n=7, N=7 | Aantal doorgangen door ferrietkern |
| PAM | Pulsamplitudemodulatie |
| PCB* | Printplaat |
| PM* | Voedingsmodule |
| PS | Schakelvoeding |
| PTC^ | PTC-thermistor |
| Q* | Bipolaire transistor met geisoleerde poort (IGBT) |
| Q*C | Onderbreker |
| Q*DI, KLM | Aardlekschakelaar |
| Q*L | Overbelastingsbeveiliging |
| Q*M | Thermische schakelaar |
| Q*R | Reststroomapparaat |
| R* | Weerstand |
| R*T | Thermistor |
| RC | Ontvanger |
| S*C | Limietschakelaar |
| S*L | Vlotterschakelaar |
| S*NG | Koelmiddellekdetector |
| S*NPH | Druksensor (hoog) |
| S*NPL | Druksensor (laag) |
| S*PH, HPS* | Drukschakelaar (hoog) |
| S*PL | Drukschakelaar (laag) |
| Symbol Betakenis | |
| S*T | Thermostaat |
| S*RH | Vochtigheidssensor |
| S*W, SW* | Bedrijfsschakelaar |
| SA*, F1S | Spanningsbeveiliging |
| SR*, WLU | Signaalontvanger |
| SS* | Keuzeschakelaar |
| SHEET METAL | Klemmenstrook vaste plaat |
| T*R | Transformer |
| TC, TRC | Zender |
| V*, R*V | Varistor |
| V*R | Diodebrug. bipolaire transistor met geisoleerde poort (IGBT) voedingsmodule |
| WRC | Draadloze afstandsbediening |
| X* | Aansluitklem |
| X*M | Klemmenstrook (blok) |
| Y*E | Spoel elektronische expansiekdep |
| Y*R, Y*S | Spoel elektromagnetische omkeerklep |
| Z*C | Ferrielkem |
| ZF, Z*F | Ruisfilter |
Montagehandleiding
DAIKIN
RXF50\~71D5V1B
R32 Split-reeks
3P645642-2E-2021.10
12.2 Schema van de leidingen
12.2.1 Schema van de leidingen: Buitenunit
PED-categorieën van apparatuur:
• Hogedrukschakelaar: categorie IV,
• Compressor: categorie II;
- Overige apparatuur: art. 4§3.

flowchart
graph TD
A["7.0 CuT"] --> B["12.7 CuT"]
C["7.0 CuT"] --> B
D["7.0 CuT"] --> B
E["7.0 CuT"] --> B
F["12.7 CuT"] --> G["M"]
H["12.7 CuT"] --> I["I"]
J["9.5 CuT"] --> K["m"]
L["9.5 CuT"] --> M["m"]
N["HPS"] --> O["n"]
P["j3"] --> Q["m"]
R["j2"] --> S["i"]
T["j1"] --> U["i"]
V["j4"] --> W["6.4 CuT"]
X["g"] --> Y["f"]
Z["e"] --> AA["e"]
AB["c"] --> AC["6.4 CuT"]
AD["a"] --> AE["8.4 CuT"]
AF["b"] --> AG["12.7 CuT"]
a Lokale vloeistofleiding J3 Thermistor persleiding
b Lokale gasleiding k Warrtewisselaar
c Vloeistofafsluiter I 4-wegsklep (AAN: verwarmen)
d Gasafsluiter m Demper
e Vloeistofreservoir n Compressor
f Filter o Accumulator
g Elektronische expansieklep HPS Hogedrukschakelaar (automatische reset)
h Demper met filter M Propellerventilator
1 Capillaire buis Koelmiddelstroom: koelen
j1 Builentemperatuurthermistor
j2 Thermistor warmtewisselaar
Koelmiddelstroom: verwarmen
a Lokale vloeistofleiding j3 Thermistor persleiding
b Lokale gasleiding k Warmtewisselaar
c Vloeistofafsluiter I 4-wegsklep (AAN: verwarmen)
d. Gasafsluiter m Demper
e. Vloeistofreservoir n Compressor
Filter o Accumulator
- Fillet O Accumulator - Elektronische expansiekten HPS Hogedrukschakelaar (automatische reset)
g Elektronische expansieklep HPS Hoger b. Demper met filter M. Pronellerventilator
II. Demper met inter M Propellerventilator I. Capilleiro buie
i1 Buitentemperatuurthermistor Koelmiddelstroom: verwarmen
- Durentemperaturbthermistor
- Thermistor warmtewisselaar
Tabla de contenidos
Zandvoordestraat 300, B-8400 Oostende, Belgium
3P645642-2E 2021.10