EINHELL GC-PC 1535 I TC - Zaag

GC-PC 1535 I TC - Zaag EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GC-PC 1535 I TC EINHELL in PDF-formaat.

📄 212 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice EINHELL GC-PC 1535 I TC - page 141
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over GC-PC 1535 I TC EINHELL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GC-PC 1535 I TC - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GC-PC 1535 I TC van het merk EINHELL.

GEBRUIKSAANWIJZING GC-PC 1535 I TC EINHELL

  1. Veiligheidsaanwijzingen
  2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
  3. Reglementair gebruik
  4. Technische gegevens
  5. Vóór inbedrijfstelling
  6. Bediening
  7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken
  8. Verwijdering en recyclage
  9. Foutopsporing

NL

Gevaar!

Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsin-structies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

1. Veiligheidsaanwijzingen

De overeenkomstige veiligheidsinstructies vindt u in de bijgaande brochure.

Gevaar!

Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst.

2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang

2.1 Beschrijving van het gereedschap (fi g. 1)

  1. Geleiderail
  2. Zaagketting
  3. Kettingwiel
  4. Aanslagklauw
  5. Kettingremhendel / voorste handbeschermer
  6. Voorste greep
  7. Starterhandgreep
  8. Bougie (onder de luchtfi Iterafdekking)
  9. Luchtfi Iterafdekking
  10. Stopschakelaar
  11. Grendelknop
  12. Olietankkap
  13. Ventilatorhuis
  14. Brandstoftankkap
  15. Achterste greep / laarzenlus
  16. Kettingbeschermer
  17. Smoorhendel / (afstelling van de carburator)
  18. Railbevestigingswiel
  19. Gashendel
  20. Kettingvangelement

Veiligheidsfuncties (fi g. 1)

2 ZAAGKETTING MET GERINGE
TERUGSTOOT helpt u terugstoten of hun kracht met speciaal ontwikkelde veiligheidsinrichtingen op te vangen.
5 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHER-MER beschermt de linkerhand van de bedieningspersoon mocht die bij draaiende zaag wegglijden van de voorste greep.
5 KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem wordt de roterende zaagketting binnen milliseconden stilgezet. Ze wordt gactiveerd door de KETTINGREMHENDEL.
10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor on-middellijk als hij uitgeschakeld wordt. De stopschakelar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te starten.
11 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toeval- lige verhoging van de motortoeren. De ga- shendel (19) kan alleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser ingedrukt is.
20 KETTINGVANGELEMENT reduceert het letselgevaar mocht de zaagketting bij draaiende motor scheuren of ontglijden. Het kettingvangelement dient om een om zich heen slagende ketting op te vangen.

Aanwijzing! Maakt u zich vertrouwd met de zaag en haar onderdelen.

2.2 Leveringsomvang

Gelieve de volledigheid van het artikel te controleren aan de hand van de beschreven omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waar u het apparaat heeft gekocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve daarvoor de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen.

  • Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
  • Controleer of de leveringsomvang compleet is.
  • Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode.

NL

Gevaar!

Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!

• Originelehandleiding
• Veiligheidsinstructies

De ketting is conform het reglementaire gebruik uitsluitend bedoeld om er hout mee te zagen. Het vellen van bomen mag enkel gebeuren mits overeenkomstige opleiding. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door niet reglementair gebruik of foutieve bediening.

De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.

Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het gereedschap in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.

Cilinderinhoud van de motor 41 cm ^3
Maximaal motorvermogen 1,5 kW
Snijlengte 33,5 cm
Lengte van het zwaard 14" (35 cm)
Steek van de ketting .....(3/8"), 9,525 mm
Dikte van de ketting ..... (0,05"), 1,27 mm
Stationair toerental ....3300±300 t/min.
Maximumtoerental met
snijgereedschap 11000 t/min.
Tankinhoud 260 cm³
Olietankinhoud 210 cm ^3
Antitrilfunctie ......ja
Vertanding kettingwiel ..... 6 tanden x 9,525 mm
Kettingrem ......ja
Koppeling ....ja
Automatisch oliën van de ketting ......ja
Ketting met geringe terugstoot ....ja
Nettogewicht zonder ketting en geleiderail .4,5 kg
Nettogewicht (droog) 5,4 kg
Benzineverbruik (specifi ek) 702 g/kWh
Geluidsdrukniveau L PA (ISO 22868) ..... 99 dB(A)
Onzekerheid K
PA 3 dB(A)
Geluidsdrukniveau L WA gemeten ...... 114 dB(A)
Onzekerheid K
WA 1,5 dB(A)
Vibratie a_tw (voorste handgreep) .....max. 6,5 m/s²
Onzekerheid K_hv 1,5 m/s²
Vibratie ahv (achterste handgreep) . max. 6,0 m/§
Onzekerheid K_hv 1,5 m/s²
Type ketting ......OREGON 91P053X
Type zwaard ...... OREGON 140SDEA041
Type ketting (optioneel) ......KANGXIN 3/8LP-53
Type zwaard (optioneel) ....
KANGXIN AP14-53-507P
Bougie ....L8RTF

NL

5. Vóór inbedrijfstelling

Gevaar! Start de motor pas als de zaag helemaal geassembleerd en gebruiksklaar is.

Voorzichtig! Draag bij het hanteren van de ketting altijd veiligheidshandschoenen.

5.1 Aanbrengen van de geleiderail

GEBRUIK ALLEEN DE ORIGINELE RAIL om te verzekeren dat aan de rail en aan de ketting olie wordt toegevoerd. De olieuitlaatopening (fi g. 2, pos. A) dient vrij te zijn van verontreinigingen en aankoekingen.

  1. Vergewis u er zich van dat de kettingremhendel naar de stand ONTKOPPELD is teruggetrokken (fi g.3A).
  2. Verwijder het railbevestigingswiel (B). Neem de afdekking eraf (fi g. 3B).
  3. Draai het kettingspanwiel (D) TEGEN DE KLOK IN tot de AREND (E) (uitstekend punt) zich aan het einde van zijn schuifafstand in de richting van koppelingscilinder en tandwiel bevindt (fi g. 3B/3C).
  4. Plaats het gekeepte uiteinde van de geleiderail over de railbouten (F). Richt de rail zo uit, dat de AREND in het gat (G) in de geleiderail past (fi g. 3C/3D).

5.2 Aanbrengen van de zaagketting

  1. Spreidt de ketting in een lus uit zodat de snijkanten (A) MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE rond de lus zijn uitgericht (fi g. 4A).
  2. Schuif de ketting rondom het tandwiel (B) achter de koppeling (C). De kettingschakels moeten tussen de tanden in worden gevoegd (fi g. 4B).
  3. Voer de aandrijfschakels de gleuf (D) in en leid ze rond het uiteinde van de rail (fi g. 4B).

Aanwijzing: Het zou kunnen dat de zaagketting aan de onderkant van de rail lichtjes doorhangt. Dit is normaal.

  1. Trek de geleiderail naar voren tot de ketting nauw aansluit. Vergewis u er zich van dat alle aandrijfschakels zich in de groef van de rail bevinden.
  2. Breng de afdekking van de koppeling aan (fi g. 5) en draai het railbevestigingswiel (B) met de klok mee om dit te bevestigen. Daarbij mag de ketting niet van de geleiderail afglijden. Draai het railbevestigingswiel handvast aan en volg de aanwijzingen voor het instellen van de kettingspanning zoals beschreven in het

hoofdstuk INSTELLEN VAN DE KETTING-SPANNING.

5.3 Instellen van de kettingspanning

De juiste spanning van de zaagketting is uiterst belangrijk en moet vóór het starten en tijdens alle zaagwerkzaamheden gecontroleerd worden. Als u even de tijd neemt om de zaagketting zoals voorgeschreven in te stellen, dan kunt betere sneden uitvoeren en wordt de levensduur van de ketting verlengd. Voorzichtig: Draag bij de omgang met de zaagketting of bij het afstellen van de ketting altijd hoogvaste handschoenen.

  1. Houd de punt van de geleiderail naar boven en draai het kettingspanwiel (D) MET DE KLOK MEE om de spanning van de ketting te verhogen (fi g. 5). Indien u de schroef TEGEN DE DE KLOK IN draait, dan wordt de spanning van de ketting verlaagd. Controleer of de ketting helemaal rond de geleiderail is aangelegd (fi g. 6).
  2. Na het afstellen, de punt van de rail wijst nog steeds naar boven, draait u het railbevestigingswiel (B) stevig aan. De ketting is correct gespannen, als hij nauw aansluit en met de hand helemaal erom heen kan worden getrokken.

Aanwijzing: Als de ketting maar moeilijk rond de geleiderail kan worden gedraaid of als hij blokkeert, dan is hij te strak gespannen. Voer dan de volgende, kleine instellingen uit:

A. Maak het railbevestigingswiel (B) een 1/2 omdraaiing los. Verlaag de kettingspanning door het kettingspanwiel (D) langzaam TEGEN DE KLOK IN te draaien. Trek de ketting op de rail naar voor en terug. Doe dit tot de ketting zonder wrijving kan worden bewogen, maar toch nauw aansluit. Verhoog de spanning door het kettingspanwiel MET DE KLOK MEE te draaien.
B. Als de zaagketting juist is gespannen, dan houdt u de punt van de geleiderail naar boven en draait u het railbevestigingswiel (B) stevig aan.

Aanwijzing! Een nieuwe zaagketting wordt langer en moet bijgevolg na ca. 5 sneden worden bijgeregeld. Dit is bij nieuwe kettingen normaal en toekomstige afstellingen zullen minder vaak moeten worden uitgevoerd.

Aanwijzing! Als de zaagketting TE LOS of TE HARD GESPANNEN is, gaan het aandrijfwiel, de

NL

geleiderail, de ketting en het lager van de krukas sneller afslijten. Fig. 6 informeert over de correcte spanning A (koude toestand) en spanning B (warme toestand). Fig. C toont een te slappe ketting.

5.4 Mechanische test van de kettingrem

De kettingzaag is voorzien van een kettingrem die letsels op grond van het gevaar voor terugstoten vermindert. De rem wordt geactiveerd door druk uit te oefenen op de remhendel als bij een terugstoot b.v. de hand van de bedieningspersoon tegen de hendel slaat. Bij activering van de rem stopt de ketting abrupt.

Gevaar! De kettingrem is wel bedoeld om het letselrisico als gevolg van terugstoot te verminderen, maar ze kan geen behoorlijke bescherming bieden als met de zaag zorgeloos wordt gewerkt. Controleer de kettingrem altijd voor elk gebruik van de zaag en ook regelmatig terwijl u er mee werkt.

oplopen en u zou het recht op garantie voor dit product verliezen. Gebruik geen brandstofmenge- ling die langer dan 90 dagen is opgeslagen.

Aanwijzing! Als u een 2-takt-olie in afwijking van de speciale olie gebruikt, dient u superolie voor luchtgekoelde 2-takt-motoren met een mengverhouding van 40 tot 1 te gebruiken. Neem geen 2-takt-olieproduct met een mengverhouding van 100 tot 1. Door onvoldoend oliën wordt de motor beschadigd en u verliest in dit geval het recht op garantie voor de motor.

EINHELL GC-PC 1535 I TC - Mechanische test van de kettingrem - 1

Benzine- en oliemengeling 40 tot 1 Alleen olie

Controleren van de kettingrem

  1. De kettingrem is ONTKOPPELD (ketting kan bewegen) als de REMHENDEL NAAR ACHTEREN IS GETROKKEN EN GEARRE-TEERD IS (fi g. 7A).
  2. De kettingrem is INGEKOPPELD (ketting is vastgezet) als de remhendel naar voren is getrokken en het mechanisme (fi g. 7B, pos. A) zichtbaar is. De ketting mag dan niet meer kunnen bewegen (fi g. 7 B).

Gevaar! De remhendel moet in de beide standen vastklikken. Gebruik de zaag niet als u een harde weerstand voelt of als de hendel niet kan worden verschoven. Breng de zaag dan onmiddellijk naar de professionele dienst na verkoop om ze te laten herstellen.

5.5 Motorbrandstof en olie Motorbrandstof

Gebruik voor optimale resultaten normale loodyvrije brandstof gemengd met speciale 2-takt-motorolie in een mengverhouding van 40 tot 1.

Brandstofmengeling

Meng de brandstof met 2-takt-olie in een goedgekeurd reservoir. De correcte mengverhouding van brandstof tot olie vindt u terug in de mengtabel. Schud het reservoir goed om alles zorgvuldig te vermengen.

Aanwijzing! Gebruik voor deze zaag nooit onverdunde brandstof. De motor zou daardoor schade

Aanbevolen brandstoff en

Sommige gebruikelijke soorten benzine zijn vermengd met additieven zoals alcohol- of etherverbindingen om aan normen voor zuivere uitlaatgassen te beantwoorden. De motor draait tevredenstellend op alle soorten benzine die als aandrijfmiddel bedoeld zijn, ook op met zuurstof verrijkte soorten benzine. Gebruik liefst loodvrije normale benzine.

Oliën van ketting en geleiderail

Telkens als u de brandstoftank met benzine vult dient ook de kettingolietank te worden bijgevuld. Het is aan te bevelen daarvoor in de handel verkrijgbare kettingolie te gebruiken.

Controles voor het starten van de motor Let op! Start of bedien de zaag nooit als de geleiderail en de ketting niet naar behoren erop geplaatst zijn.

  1. Vul de brandstoftank met de correcte brandstofmengeling (A) (fi g. 8).
  2. Vul de olietank (B) met kettingolie (fi g. 8).
  3. Vergewis u er zich van dat de kettingrem (C) ontkoppeld is voordat u de motor start (fi g. 8).

Na het vullen van de ketting- en olietank de tank-dop met de hand aanhalen. Gebruik daarvoor geen gereedschap.

NL

6. Bediening

6.1 Starten van de motor

  1. Breng de AAN/UIT-schakelaar (A) naar de stand "Ein (I)" om te starten (fi g. 9A).
  2. Trek de smoorhendel (B) uit (fi g. 9B) tot hij vastklikt.
  3. Druk tien keer op de knop (C) van de benzi-nepomp (fi g. 9C).
  4. Leg de zaag op een vaste eff en onderlaag. Pak de zaag vast zoals in de illustratie getoond. Trek snel de starter vier keer. Let op de roterende ketting! (Fig. 9D)
  5. Schuif de smoorhendel (B) erin tot tegen de aanslag (fi g. 9B).
  6. Hou de zaag vast en trek de starter snel vier keer. De motor zou nu moeten starten (fi g. 9D).
  7. Laat de motor 10 seconden warmdraaien. Druk kort op de gashendel (D), de motor gaat over tot "stationair toerental" (fi g. 9E).

Indien de motor niet start, herhaalt u de boven beschreven stappen.

Aanwijzing! De starttrekkabel altijd langzaam uittrekken tot de eerste weerstand voordat u hem fl ink doorhaalt om te starten. Laat de starttrekkabel na het starten niet terugschieten.

6.2 Herstarten van de warme motor

  1. Vergewis u er zich van dat de schakelaar naar de stand EIN (AAN) is gebracht.
  2. Trek tien keer de starterkoord. De motor moet aanslaan.

6.3 Stoppen van de motor

  1. Laat de gashendel los en wacht tot de motor stopt.
  2. Schuif de STOP-schakelaar omlaag om de motor te stoppen.

Aanwijzing: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en brengt u de AAN/UIT-schakelaar naar de stand "Stop (0)".

6.4 Algemene instructies voor het snijden

Gevaar! Het vellen van een boom zonder opleiding is niet toegestaan!

Vellen

  • Vellen betekent het afzagen van een boom. Kleine bomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt men normaal met één snede af. Bij grotere bomen moeten kerfsneden worden aangezet. Kerfsneden bepalen de richting waarin de boom gaat vallen.
  • Voordat u begint te snijden dient u een pad (A) te plannen en vrij te legen om zich terug te kunnen trekken. De terugtrekpad moet naar achteren en diagonaal t.o.v. de achterzijde van de te verwachten valrichting verlopen, zoals voorgesteld in fig. 11.
  • Bij het vellen van een boom op een helling moet de bedieningspersoon van de kettingzaag op de opstijgende kant van de helling gaan staan omdat de boom na het vellen hoogstwaarschijnlijk de helling eraf gaat rollen of glijden.
  • De valrichting (B) wordt door de kerfsnede bepaald. Voordat u begint te snijden dient u rekening te houden met de plaats van grotere takken en met de natuurlijke schuinte van de boom om het neerkomen van de boom te schatten (fig. 11).
  • Vel geen boom als er een harde wind of wind uit wisselende richtingen waait of als het gevaar voor schade aan eigendom bestaat. Raadpleeg een specialist voor het vellen van bomen. Vel geen boom als die op leidingen terecht zou kunnen komen en verwittig de overheid die voor deze leiding bevoegd is voordat u de boom velt.

Algemene richtlijnen voor het vellen van bo- men (fi g. 12)

Normaal worden bij het vellen 2 hoofdsneden toegepast: inkepen (C) en velsnede (D).

  • Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkant van de valzijde van de boom (E). Let er op bij de onderste snede niet de diep de boomstam in te snijden. De inkeping (C) mag niet te diep zijn zodat een verankeringspunt (F) van voldoende breedte en dikte gewaarborgd is. De inkeping moet breed genoeg zijn om het neerkomen van de boom zo lang mogelijk te controleren.
  • Ga nooit voor een boom gaan staan die ingekept is. Breng de velsnede (D) aan de andere kant van de boom aan, ca. 3-5 cm boven de onderkant van de inkeping (C). Zaag de

NL

boomstam nooit helemaal door. Er moet altijd een verankeringspunt blijven staan. Het verankeringspunt houdt de boom op zijn plaats. Als de boom helemaal wordt doorgezaagd kunt u de valrichting niet meer controleren. Steek een wig of een velhefboom de snede in nog voordat de boom onstabiel wordt en begint te bewegen. Op die manier kan de geleiderail niet in de velsnede worden vastgeklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbiedt toeschouwers de toegang tot het gebied waar de boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt.

- Voordat u de definitieve snede uitvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, dieren of hindernissen op de plaats aanwezig zijn waar de boom neerkomt.

Velsnede

  • Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede d.m.v. houten of plastiek wiggen (A). Wiggen controleren eveneens het vellen (fig. 13).
  • Is de diameter van het te snijden hout groter dan de lengte van de geleiderail, maakt u twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 14).
  • Als de velsnede het verankeringspunt nadert, begint de boom te vallen. Zodra de boom begint neer te komen trekt u de zaag de snede uit, stopt u de motor, legt u de kettingzaag neer en verlaat u de plaats via het terugtrekpad (fig. 11).

Verwijderen van takken

  • Takken worden van de gevelde boom verwijderd. Verwijder de steuntakken (A) pas als de stam op lengte is gesneden (fig. 15). Takken waarop spanning staat dienen van beneden naar boven te worden gesneden zodat de kettingzaag niet kan worden vastgeklemd.
  • Snij nooit takken van de boom terwijl u op de boomstam staat.

Op lengte snijden

- Snij een gevelde boomstam op de juiste lengte. Let erop dat u veilig staat en ga aan de bovenkant van de stam gaan staan als u op een helling zaagt. De stam moet indien mogelijk ondersteund zijn zodat het af te snijden einde niet op de grond ligt. Als de beide einden van de stam ondersteund zijn en u in het midden moet snijden, maak dan een halve snede van boven door de stam en vervolgens de snede van beneden naar boven. Daardoor voorkomt

u het vastklemmen van de geleiderail en de ketting in de stam. Let er goed op dat de ketting bij het op maat snijden niet de grond in snijdt want daardoor wordt de ketting snel bot. Ga bij het op maat snijden altijd aan de bovenkant van de helling gaan staan.

  1. Stam over de totale lengte ondersteund: snij van boven en let er goed op niet de grond in te snijden (fig. 16A).

  2. Stam aan slechts één uiteinde ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van beneden naar boven om het afbreken te voorkomen. Snij dan van boven naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 16B).

  3. Stam aan de beide uiteinden ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden om het afbreken te voorkomen. Snij dan van beneden naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 16C).

- Om een boomstam op lengte te snijden gebruikt u best een zaagbok. Is dit niet mogelijk is het aan te raden de stam op te tillen of te ondersteunen m.b.v. stronken van takken of via steunblokken. Zorg ervoor dat de te snijden stam veilig is ondersteund.

Op lengte snijden op een zaagbok (fi g. 17)

Voor uw veiligheid en om het zaagwerk te verge- makkelijken is de juiste positie vereist om de stam recht naar beneden op lengte te snijden.

A. Hou de zaag met de beide handen vast en leidt ze tijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij.

B. Hou de linkerarm zo recht mogelijk.

C. Verdeel uw gewicht op beide voeten.

Voorzichtig: Tijdens het zagen dient u er steeds op te letten dat de zaagketting en de geleiderail voldoende geolied zijn.

NL

7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken

Trek vóór alle schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheid de bougiestekker uit het stopcontact.

7.1 Reiniging

  • Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
  • Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen.
  • Reinig het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofcomponenten van het toestel kunnen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt.

7.2 Onderhoud

Waarschuwing! Alle onderhoudswerkzaamhe- den op de kettingzaag buiten de punten vermeld in deze handleiding mogen slechts door de geau- toriseerde klantenservice worden uitgevoerd.

7.2.1 Bedrijfstest van de kettingrem

Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren werkt. Test de kettingrem voor elke snede, na herhaaldelijk snijden en in elk geval aan het einde van onderhoudswerkzaamheden die aan de kettingrem worden verricht.

Test de kettingrem als volgt (Fig. 10):

  1. Leg de zaag op een schone, vaste en eff en onderlaag.
  2. Start de motor.
  3. Grijp de achterste greep (A) met de rechterhand vast.
  4. Met de linkerhand pakt u de voorste greep (B) [niet de kettingremhendel (C)] vast.
  5. Breng de gashendel naar de stand 1/3 toerental en activeer dan meteen de kettingremhendel (C).

Waarschuwing! Activeer de kettingrem langzaam en met overleg. De zaag mag niets aanraken en mag evenmin vooraan omlaag hangen.

  1. De ketting moet abrupt stoppen. Laat vervolgens de veiligheidslosser meteen los.

Waarschuwing! Als de ketting niet stopt, zet u de motor af en brengt u de zaag naar de geautoriseerde plaatselijke dienst na verkoop van iSC om ze te laten herstellen.

  1. Als de kettingrem naar behoren werkt, stopt u de motor en brengt u de kettingrem opnieuw naar de stand "ONTKOPPELD".

7.2.2 Luchtfi Iter

Aanwijzing! Gebruik de zaag nooit zonder luchtfi Iter. Anders worden stof en vuil de motor in gezogen die daardoor schade oploopt. Hou de luchtfilter schoon! De luchtfilter moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen.

Schoonmaken van de luchtfilter (fig. 18A/18B)

  1. Verwijder de bovenste afdekking (A) door de bevestigingsschroef (B) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 18A).
  2. Til er de luchtfilter (C) uit (fig. 18B).
  3. Maak de luchtfilter schoon. Was de filter in schoon warm zeepsop. Laat hem dan aan de lucht helemaal drogen.

Aanwijzing: Het is aan te raden een filter altijd in reserve te houden.

  1. Zet de luchtfi Iter terug in. Breng de afdekking van de motor/luchtfi Iter weer aan. Let erop dat de afdekking exact terug op zijn plaats komt. Haal de bevestigingsschroef van de afdekking aan.

7.2.3 Brandstoffi Iter

Aanwijzing! Gebruik de zaag nooit zonder de brandstoffi Iter. Telkens na 100 bedrijfsuren moet de brandstoffi Iter worden schoongemaakt of bij beschadiging vervangen. Maak de brandstoftank helemaal leeg voordat u de fi Iter verwisselt.

  1. Neem de dop van de brandstoftank af.
  2. Buig een zachte metalen draad passend.
  3. Steek de draad de opening van de brandstoftank in en haak de brandstofslang eraan vast. Trek de brandstofslang behoedzaam de opening uit tot u hem met de vingers kan vastgrijpen.

Aanwijzing: Trek de slang niet helemaal de tank uit.

  1. Til de filter (A) de tank uit (fig. 19).

NL

  1. Trek de fi liter met een draaibeweging af en maak hem schoon; indien hij beschadigt is, verwijdert u de fi liter naar behoren.
  2. Zet er een nieuwe fi liter in. Steek een einde van de fi liter de tankopening in. Vergewis u er zich van dat de fi liter in de onderste hoek van de tank zit. Zet de fi liter, indien nodig mits gebruikmaking van een lange schroevendraaier, op zijn juiste plaats zonder hem echter te beschadigen.
  3. Vul de tank met verse brandstof/olie. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. Breng de dop op de tank terug aan.

7.2.4 Bougie (fi g. 18B)

Aanwijzing! Om het volle vermogen van de zaagmotor te verzekeren, dient de bougie schoon te zijn en de correcte elektrodenafstand (0,6 mm) te hebben. De bougie moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen.

  1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand "stop (0)".
  2. Verwijder de bovenste afdekking (A) door de bevestigingsschroef (B) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 18A).
  3. Trek de ontstekingskabel (D) al draaiend af van de bougie (fi g. 18B).
  4. Verwijder de bougie met behulp van een bougiesleutel. GEBRUIK GEEN ANDER GE-REEDSCHAP.
  5. Maak de bougie schoon m.b.v. een koperdraadborstel of draai er een nieuwe in.

7.2.5 Carburatorafstelling

De carburator is reeds in de fabriek afgesteld op een optimaal vermogen. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klantenservice.

7.2.6 Onderhoud van de geleiderail

Regelmatig oliën van de geleiderail van de ketting en van de tandketting is noodzakelijk. Het is belangrijk de geleiderail voldoende te onderhouden, zoals uitgelegd in het volgende hoofdstuk zodat uw zaag met optimaal vermogen kan werken.

Aanwijzing! De vertanding van de nieuwe ketting is in de fabriek reeds vooraf met olie gesmeerd. Als u de vertanding niet als volgt met olie smeert, zal de scherpte van de tanden en bijgevolg het zaagvermogen achteruitgaan waardoor u het recht op garantie verliest.

Gereedschap voor het oliën

De oliespuit (optie) is aan te bevelen om olie op de vertanding van de geleiderail aan te brengen. De oliespuit heeft een naaldpunt dat noodzakelijk is om olie op de getande punten aan te brengen.

Ga als volgt te werk om de vertanding te oliën

De vertanding dient na 10 bedrijfsuren of eenmaal per week, naarmate welk geval er zich eerst voordoet, met olie te worden gesmeerd. Vóór het oliën dient u de vertanding van de geleiderail grondig schoon te maken.

Aanwijzing: Om de vertanding van de geleiderail te oliën hoeft de zaagketting niet te worden verwijderd. Het oliën kan tijdens het werk bij afgezette motor gebeuren.

Voorzichtig! Draag hoogvaste werkhandschoenen als u de geleiderail en de ketting hanteert.

  1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand "stop (0)".
  2. Maak de vertanding van de geleiderail schoon.
  3. Steek het naaldpunt van de oliespuit (optie) het olie vulgat in en spuit er olie in tot die aan de buitenkant van de vertanding te voorschijn komt (fi g. 20).
  4. Draai de zaagketting met de hand. Herhaal het oliën tot de gehele vertanding met olie is gesmeerd.

De meeste problemen met de geleiderail kunt u voorkomen door de kettingzaag goed te onderhouden.

Een onvoldoend geoliede geleiderail en het gebruik van de zaag met een te HARD GESPANNEN ketting dragen aan een snelle slijtage van de geleiderail bij.

Om de slijtage van de rail te verminderen bevelen wij de volgende stappen voor het onderhoud van de geleiderail aan.

Voorzichtig! Draag bij onderhoudswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen. Onderhoud de zaag niet als de motor nog warm is.

NL

Omdraaien van de geleiderail

De geleiderail dient om de 8 werkuren te worden omgedraaid om een gelijkmatige slijtage te verzekeren.

Maak de gleuf van de geleiderail en het olievulgat altijd schoon m.b.v. het optioneel bijgeleverde reinigingsgereedschap voor railgleuven (fi g. 21A). Controleer de randen van de railgleuf regelmatig op slijtage, verwijder baarden en, indien nodig, vijl de randen van de railgleuf recht m.b.v. een vlakvijl (fi g. 21B).

Voorzichtig! Maak een nieuwe ketting nooit op een afgesleten geleiderail vast.

Oleidoorlaatopeningen

Oliedoorlaatopeningen op de geleiderail moeten worden schoongemaakt teneinde het behoorlijk oliën van de rail en de ketting tijdens het bedrijf te verzekeren.

Aanwijzing: De toestand van de oliedoorlaatopeningen kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de doorlaatopeningen schoon zijn, gaat er enkele seconden naar het starten van de zaag automatisch olie wegspatten van de ketting. De zaag heeft een automatische smeerinrichting.

De kettingzaag is uitgerust met een automatische smeerinrichting met tandwielaandrijving. Deze inrichting voorziet de geleiderail en de ketting automatisch van de juiste hoeveelheid olie. Naarmate het motortoerental wordt verhoogd, gaat ook de olie sneller naar de plaat van de geleiderail stromen.

De kettingsmering is in de fabriek optimaal afgesteld. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klantenservice.

Aan de onderkant van de kettingzaag bevindt zich de afstelschroef voor de kettingsmering (fi g. 26, pos. A). Door de schroef naar links te draaien verhoogt u de kettingsmering, door ze naar rechts te draaien vermindert u de kettingsmering.

Om de kettingsmering te controleren houdt u de kettingzaag met de ketting over een blad papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het papier kan dan telkens de afgestelde hoeveelheid olie worden gecontroleerd.

7.2.7 Onderhoud van de ketting

Scherpen van de ketting

Voor het scherpen van de ketting is speciaal gereedschap vereist waarmee gewaarborgd is dat de messen met de juiste hoek en de juiste diepte worden gescherpt. Aan de onervaren gebruiken van kettingzagen is aan te bevelen de zaagketting door een deskundige van de lokale dienst na verkoop te laten scherpen. Als u het scherpen van uw eigen zaagketting aandurft, koop dan het speciale gereedschap aan bij de professionele dienst na verkoop.

Ketting scherpen (fi g. 22)

Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vijl, ø4,8 mm.

Scherp de punten alleen met naar buiten gerichte bewegingen (fi g. 23) en neem de waarden volgens fi g. 22 in acht.

Na het scherpen moeten alle snijschakels even breed en lang zijn.

Aanwijzing! Een scherpe ketting produceert welgevormde spanen. Als de ketting zaagmeel produceert, is ze aan een scherpbeurt toe.

Nadat de snijvlakken 3 tot 4 keer zijn gescherpt dient u telkens de hoogte van de dieptebegrenzers te controleren en die, indien nodig, met een vlakvijl dieper te leggen en dan de voorste hoek af te ronden (fi g. 24).

Kettingspanning

Controleer dikwijls de spanning van de ketting en regel die zo vaak mogelijk bij zodat de ketting nauw bij de geleiderail aansluit, maar nog los genoeg is om met de hand te kunnen worden getrokken. (zie hieromtrent ook punt 5.3)

Inlopen van een nieuwe zaagketting

Een nieuwe ketting en geleiderail dienen na minder dan 5 sneden te worden bijgeregeld. Dit is normaal tijdens de inlopperiode en de afstanden tussen verdere bijregelingen zullen alsmaar groter worden.

Aanwijzing! Verwijder nooit meer dan 3 schakels uit een kettinglus. Anders zou de vertanding schade kunnen oplopen.

NL

Oliën van de ketting

Vergewis u er zich van dat de automatische smeerinrichting naar behoren werkt. Zorg voor een steeds gevulde olietank met olie voor ketting, geleiderail en vertanding. Terwijl u met de zaag werkt, dienen de geleiderail en de ketting altijd voldoende te worden geolied om wrijving met de geleiderail te verminderen.

De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie gebruikt, gaat het snijvermogen achteruit, wordt de levensduur van de zaagketting korter, wordt de ketting snel bot en slijt de geleiderail fl ink af als gevolg van oververhitting. Te weinig olie ziet u aan de ontwikkeling van rook of aan het verkleuren van de geleiderail.

7.3 Opbergen

Aanwijzing! Berg de kettingzaag nooit langer dan 30 dagen weg zonder de volgende stappen te doorlopen.

Opbergen van de kettingzaag

Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen op- bergt, dient de zaag hiervoor klaargemaakt te worden. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburator bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure herstelwerk- zaamheden tot gevolg hebben.

  1. Neem de dop van de brandstoftank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg.
  2. Start de motor en laat hem draaien tot de zaag stopt teneinde de brandstof uit de carburator te verwijderen.
  3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
  4. Verwijder de bougie (zie 7.2.4).
  5. Giet een koffi elepel schone tweetaktolie de verbrandingskamer in. Trek meermaals langzaam aan de starterkoord om de binnenste componenten van een laag te voorzien. Zet de bougie er weer in (fi g. 25).

Aanwijzing: Berg de zaag op een droge plaats en zo ver mogelijk van eventuele ontstekingsbronnen, b.v. kachel, warmwaterboiler die op gas draait, gasdroger etc. op.

Opnieuw in gebruik nemen van de zaag

  1. Verwijder de bougie (zie 7.2.4).

  2. Haal de starterkoord snel door om overtollige olie uit de verbrandingskamer te verwijderen.

  3. Maak de bougie schoon en let op de juiste elektrodeafstand op de bougie of monteer een nieuwe bougie met de juiste elektrodeafstand.
  4. Maak de zaag klaar om ermee te werken.
  5. Vul de tank met de juiste brandstofoliemengeling. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE.

7.4 Bestellen van wisselstukken:

Gelieve bij het bestellen van wisselstukken volgende gegevens te vermelden:

• Type van het toestel
• Artikelnummer van het toestel
• Ident-nummer van het toestel
- Wisselstuknummer van het benodigd stuk Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info

8. Verwijdering en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan naar de grondstofkringloop worden teruggevoerd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel naar behoren te ontdoen dient het naar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren.

NL

9. Foutopsporing

Probleem Mogelijke oorzaak Verhelpen
De motor start niet of hij start maar blijft niet draaien.- Foutief verloop van de start.- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Bougie vol roet.- Brandstoffi Iter verstopt geraakt.- Volg de instructies in deze handlei-ding op.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.- Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen.- Vervang de brandstoffi Iter.
De motor start maar draait niet met vol vermogen.- Verkeerde stand van de hendel aan de choke.-Vervuildeluchtfi Iter-Foutingesteldecarburatormenge-ling.- Breng de hendel naar de stand (BETRIEB (bedrijf)).- Filter verwijderen, schoonmaken en terug op zijn plaats zetten.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.
Motor draait onregelmatig- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.
Geen vermogen bij belasting- Fout ingestelde bougie. - Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen.
Motor draait onrus-tiger.- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.
Bovenmatigveel rook.-Verkeerdebrandstofmengeling.-Gebruikdejuistebrandstofmenge-ling (verhouding 40 tot 1)
Geen vermogen bij belasting-Kettingbot- Ketting zit los- Ketting scherpen of nieuwe ketting monteren- Ketting spannen
Motor slaat af- Benzine tank leeg.- Brandstoffi Iter in de tank fout gepo-sitioneerd-Benzinetankvullen.- Benzinetank helemaal vullen of brandstoffi Iter in de benzinetank anders positioneren
Onvoldoendeket-tingsmering (zwaard en ketting worden warm)-Kettingolietankleeg.- Oliedoorlaatopeningen verstopt geraakt-Kettingolietankvullen.- Olieuitlaatopening in het zwaard schoonmaken (fi g. 2, pos. A).Gleuf van het zwaard schoonma-ken.

Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH.

Technische wijzigingen voorbehouden

NL

Service-informatie

Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialen te uwer beschikking.

U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.

Categorie Voorbeeld
Slijstukken*Zwaard, bougie, luchtfilter, benzinefilter
Verbruiksmateriaal/verbruiksstukken* Zaagketting
Ontbrekende onderdelen

* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!

Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.isc-gmbh.info. Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de fout en daarbij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:

  • Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
  • Is u iets opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptoom vóór het defect)?
  • Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)?
    Beschrijf deze foutieve werkwijze.

NL

Garantiebewijs

Geachte klant,

onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt dit ons ten zeerste en vragen u zich te wenden tot onze service-dienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met het recht garantie geldt het volgende:

  1. Deze garantievoorwaarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zijn nieuwe apparaten toezegt in aanvulling tot de wettelijke garantie. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.

  2. De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht nieuw apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een materiaal- of productiefout, en is naar onze keuze beperkt tot het verhelpen van zulke gebreken aan het apparaat of de vervanging ervan.

Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen sprake, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciële, ambachtelijke of industriële bedrijven werd ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werd blootgesteld.

  1. Van onze garantie zijn uitgesloten:

- Schade aan het apparaat als gevolg van niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installatie, als gevolg van niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.

- Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).

- Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natuurlijke slijtage.

  1. De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het indienen van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt niet tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

  2. Gelieve om een garantieclaim geldend te maken het defecte apparaat aan te melden onder: www.isc-gmbh.info. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u dienst om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te ver- helpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.

Voor slijtstukken, verbruiksmateriaal en ontbrekende onderdelen wordt verwezen naar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding.

E

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EINHELL

Model : GC-PC 1535 I TC

Categorie : Zaag