GFEM 1700 - Grasmaaier Garden Feelings - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GFEM 1700 Garden Feelings in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GFEM 1700 Garden Feelings
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GFEM 1700 - Garden Feelings en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GFEM 1700 van het merk Garden Feelings.
GEBRUIKSAANWIJZING GFEM 1700 Garden Feelings
94405 Landau/Isar, Duitsland
Tel. Nederlandstalig: +32 (0)78 151 085
Tel. Francophone: +32 (0)78 151 084
MAIL: service@einhell.be
FR
Sommaire
94405 Landau/Isar, Duitsland
Tel. Nederlandstalig: +32 (0)78 151 085
Tel. Francophone: +32 (0)78 151 084
MAIL: service@einhell.be
NL
Inhoudsopgave
- Veiligheidsaanwijzingen 42
- Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang ...46
- Reglementair gebruik 46
- Technische gegevens 47
- Vóór inbedrijfstelling 48
- Bediening 49
- Vervanging van de netaansluitleiding ....51
- Reiniging, onderhoud en bestellen van wisselstukken.....51
- Verwijdering en recyclage ....53
- Opbergen 53
- Foutopsporing ....54
- Garantie 56
40
NL

Gevaar! - Handleiding lezen om het letselrisico te verminderen
Dit apparaat mag niet door kinderen worden gebruikt. Op kinderen moet toezicht worden gehouden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd. Het apparaat mag niet door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of door personen met onvoldoende kennis of ervaring worden gebruikt, tenzij een voor hen verantwoordelijke persoon op hen toeziet of hen instrueert.
Als de netaansluitleiding van dit apparaat beschadigd wordt, dan moet hij door de fabrikant of diens klantendienst of door een gelijkwaardig gekwalifi ceerde persoon vervangen worden, om gevaren te vermijden.
41
Gevaar!
Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsinstructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
1. Veiligheidsaanwijzingen
Gevaar!
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst.
Veiligheidsinstructies voor handgeleide maaiers
- Controleer vóór elk gebruik de net- en verlengkabel op tekens van beschadiging of veroudering.
- Wordt de kabel tijdens het gebruik beschadigd, scheidt hem dan onmiddellijk van het net.
- Controleer de machine vóór elk gebruik op beschadigingen. Herstellingen mogen enkel door onze servicewerkplaats worden
uitgevoerd. Zet de machine onmiddellijk uit en verwijder de netstekker uit het stopcontact mochten zich tijdens het gebruik ongewone trillingen voordoen. Controleer de snijmessen en maak deze, indien nodig, schoon. Mocht het gereedschap verder trillen, uitschakelen, van het net scheiden en naar onze servicewerkplaats versturen.
- De machine mag bij het starten niet worden gekanteld. Beide handen moeten zich bij het starten op de greepbeugel bevin-den.
- Versleten slijtstukken mogen alleen door onze servicewerkplaats worden vervangen. Gelieve zich, indien nodig, tot het opgegeven serviceadres te wenden.
- Gazonmaaier niet gebruiken als de aansluitkabel beschadigd of versleten is;
- Geen beschadigde kabel met het net verbinden of een beschadigde kabel aanraken zolang die nog met het net is verbonden. Een beschadigde kabel kan tot contact met spanningvoerende delen leiden;
- Raak de snijmessen niet aan voordat de machine van het net is gescheiden en de messen helemaal tot stilstand zijn gekomen;
NL
- Verlengkabels verwijderd houden van de snijmessen. De snijmessen kunnen de kabels beschadigen en tot contact met spanningvoerende delen leiden;
- De verbinding met het net onderbreken (d.w.z. stekker uit het stopcontact verwijderen):
- telkens wanneer u zich van de machine verwijdert;
- voor het vrijmaken van een geblokkeerd mes;
- vóór controles, schoonmaakbeurten of werkzaamheden aan de machine;
- nadat een vreemd lichaam is geraakt;
- altijd als de machine ongewoon begint te trillen;
• Lees de instructies voor het veilig werken met de machine zorgvuldig door; - Het is aan te bevelen het gereedschap enkel op een stroomtoevoer aan te sluiten die beveiligd is door een verliesstroom-veiligheidsinrichting (aardlekschakelaar RCD) met een afschakelstroom van maximaal 30 mA;
Informatie over het veilige gebruik van elektrische grasmaaiers
Training
a) Lees de handleiding zorgvuldig. Maakt u zich vertrouwd met alle afstelonderdelen en met het juiste gebruik van het gereedschap.
b) Laat nooit toe dat kinderen of andere personen die de handleiding niet kennen de maaier gebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
c) Rijdt nooit het gras af terwijl personen, vooral kinderen of dieren in de buurt zijn.
d) Denk eraan dat de bestuurder van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken met andere personen of hun eigendom.
Voorbereidende maatregelen
a) Draag bij het werken met de machine altijd vast schoeisel en een lange broek. Werk met de machine niet op blote voeten of in lichte sandalen. Vermijd het dragen van los zittende kleding of kleding met hangende touwtjes of ceinturen.
b) Controleer het terrein waar u de machine wilt gebruiken en verwijder alle voor-werpen die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.
c) Voor gebruik dient u zich steeds door een visuele controle ervan te vergewissen dat de maagereedschappen, bevestigingsbouten en de gehele maai-eenheid niet afgesleten of beschadigd zijn. Ter voorkoming van onbalans mogen afgesleten of beschadigde maagereedschappen en bevestigingsbouten enkel per set worden vervangen. Versleten of beschadigde snij-
43
NL
gereedschappen moet worden vervangen.
d) Vóór gebruik de aansluitkabel en verleng-kabel steeds op tekenen van beschadiging of slijtage controleren. Indien de kabel tijdens het gebruik wordt beschadigd moet die onmiddellijk van het elektriciteitsnet worden gescheiden. RAAK DE KABEL NIET AAN VOORDAT HIJ GESCHEIDEN IS. Gebruik de machine niet als de kabel versleten of beschadigd is.
e) Hou er rekening mee dat bij machines met meerdere snijgereedschappen de beweging van een snijgereedschap het roteren van de andere snijgereedschappen tot gevolg kan hebben.
Handhaving
a) Maai enkel bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.
b) Bij nat gras mag het gereedschap niet worden gebruikt.
c) Let steeds op een veilige stand/steun op hellingen.
d) Leidt de machine enkel stapvoets.
e) Maai dwars over de helling, nooit op- of neerwaarts.
f) Wees bijzonder voorzichtig bij het veranderen van rijrichting op een helling.
g) Maai niet op bovenmatig steile hellingen.
h) Wees bijzonder voorzichtig als u de maaier omdraait of hem naar u toe trekt.
i) Schakel de gazonmaaier uit, verwijder de netstekker uit het stopcontact en wacht tot de snijgereedschappen tot stilstand zijn gekomen als de gazonmaaier moet worden gekanteld, over andere vlakken dan gras moet worden getransporteerd en als de gazonmaaier van het te maaien vlak weg en er naartoe wordt bewogen.
j) Gebruik de gazonmaaier nooit met beschadigde veiligheidsinrichtingen of zonder aangebouwde veiligheidsinrichtingen, b.v. stootplaten of grasopvanginrichtingen.
k) Gebruik de AAN/UIT-schakelaar voorzichtig conform de instructies van de fabrikant. Blijf met uw voeten steeds op voldoende afstand van het maagereedschap.
I) Tijdens het inschakelen mag de gazonmaaier niet worden gekanteld tenzij de maaier hierbij moet worden opgetild. Kantel hem in dit geval enkel zo ver als absoluut nodig en til enkel de van de gebruiker weg wijzende kant op.
m) Zet de gazonmaaier niet aan als u voor de uitwerpopening staat.
n) Kom nooit met handen of voeten tegen of onder draaiende onderdelen. Blijf steeds op afstand van de uitwerpopening.
o) Hef de gazonmaaier nooit op of draag hem nooit terwijl de motor draait.
44
p) Zet de motor af en verwijder de stekker uit het stopcontact. Vergewis u er zich van dat alle bewegende onderdelen helemaal tot stilstand zijn gekomen:
- voordat u een geblokkeerd onderdeel loszet of verstoppingen in de uitwerpopening verwijdert.
- voordat u de gazonmaaier controleert, schoonmaakt of werkzaamheden erop uitvoert.
- als een vreemd lichaam werd geraakt. Controleer de maaier op beschadigingen en voer de nodige herstellingen uit voor-dat u hem opnieuw start en er mee werkt.
- indien de maaiier ongewoon sterk begint te vibreren, is een onmiddellijke controle vereist.
- Ga naar of er zich beschadigingen heb- ben voorgedaan.
- Laat de vereiste herstellingen van be- schadigde onderdelen uitvoeren.
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven goed vast zijn aangehaald.
q) Schakel de gazonmaaier uit en verwijder de netstekker uit het stopcontact als u weggaat van de maaier.
Onderhoud en berging
a) Zorg er voor dat alle moeren, bouten en schroeven goed aangehaald zijn en dat het gereedschap zich in een veilige toestand bevindt.
b) Laat de gazonmaaier afkoelen voordat u hem opbergt in een gesloten ruimte.
c) Om brandgevaar te voorkomen dient u het motorhuis en de ventilatiespleten vrij te houden van gras, bladeren en olie of vet.
d) Controleer regelmatig of de grasopvan-ginrichting slijtageverschijnsels vertoont resp. of hij naar behoren werkt.
e) Laat versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen vervangen. Let er bij het afstellen van de machine op dat geen vingers bekneld raken tussen bewegende snijgereedschappen en vaststaande onderdelen van de machine.
f) Let er bij het onderhouden van de snijgereedschappen op dat de snijgereedschappen kunnen worden bewogen zelfs als de spanningsbron is uitgeschakeld.
g) Om veiligheidsredenen dienen versleten of beschadigde onderdelen te worden vervangen.
h) Gebruik uitsluitend originele accessoires en wisselstukken.
Verklaring van het aanwijzingsbord op het gereedschap (zie fi g. 12)
1 = Vóór inbedrijfstelling handleiding lezen.
2 = Derden weghouden uit de gevarenzone!
3 = Voorzichtig! - Scherpe snijmessen - Voor onderhoudswerkzaamheden en bij beschadiging van de kabel de stekker uit het stopcontact verwijderen.
4 = Let op, aansluitkabel weghouden van de snijgereedschappen!
2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
2.1 Beschrijving van het gereedschap (fi g. 1/2)
- Bovenste schuifbeugel
- Onderste schuifbeugel
- Uitwerpklep
- Draaggreep
- Hendel voor maaihoogteverstelling
- Opvangkorf
- Vulniveau-indicator
- Netstekker
- Aan/Uit-schakelaar
- Snoerontlastingsklem
- Wielen, achter
- Wieldoppen
- Vleugelmoeren voor onderste schuifbeugel
- Splitpennen
- Onderlegplaatjes voor wielen
- Kabelbevestigingsklemmen
- Moeren voor bovenste schuifbeugel met snelspanfunctie
- Bevestigingsschroeven voor bovenste schuifbeugel
- Onderlegplaatjes voor bovenste schuifbeugel
- Onderlegplaatjes voor onderste schuifbeugel
- Greep voor opvangkorf
2.2 Leveringsomvang
- Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
• Controleer of de leveringsomvang compleet is. - Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode.
Gevaar!
Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!
• Elektrische grasmaaier
• Grasopvangkorf
• Originele handleiding
De grasmaaier is geschikt voor particulier gebruik in de huis- en hobbytuin.
Als grasmaaier voor de particuliere huis- en hobbytuin worden diegene beschouwd die doorgaans niet langer dan 50 uur jaarlijks overwegend worden gebruikt voor het verzorgen van gras- en gazonvlakten, maar niet in openbare plantsoenen, sportpleinen en ook niet in de land- en bosbouw.
Let op! Wegens gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker mag de maaier niet worden gebruikt voor het trimmen van heesters, heggen en struikgewassen, om rankgewassen of gazon te maaien en klein te maken op dakbeplantingen of in balkonbakken en ook niet om voetpaden te reinigen (af te zuigen) of als hakselaar voor het kleinmaken van snoeisels van bomen en heggen. De maaier mag evenmin worden gebruikt als motorhakfrees en ook niet voor het gelijkmaken van bodemverheffi ngen, zoals b.v. molshopen.
Om veiligheidsredenen mag de maaier niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor andere werkgereedschappen en gereedschapsets van welke soort dan ook, tenzij die door de fabrikant uitdrukkelijk toegestaan zijn.
De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.
Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het gereedschap in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
Inhoud grasopvangkorf: 50 liter
Geluidsdrukniveau L_pA : 85,4 dB(A)
Onzekerheid K_pA : 3 dB(A)
Geluidsvermogen gemeten L_WA : 93,74 dB(A)
Onzekerheid K_ww : 0,99 dB(A)
Geluidsvermogen gegarandeerd L_WA : ..... 96 dB(A)
Trilling aan de steel a: 1,663 m/s²
Onzekerheid K 1,5 m/s ^4
Beschermklasse: Ⅱ /
Gewicht: 11,75 kg
Gevaar!
Geluid en vibratie
De geluids- en vibratiewaarden werden bepaald volgens de normen EN ISO 3744:1995, EN ISO 11201:1995 en EN ISO 20643:2005.
Beperk de geluidsontwikkeling en vibratie tot een minimum!
- Gebruik enkel intacte toestellen.
• Onderhoud en reinig het toestel regelmatig.
• Pas uw manier van werken aan het toestel aan.
• Overbelast het toestel niet.
• Laat het toestel indien nodig nazien.
• Schakel het toestel uit als het niet wordt gebruikt.
• Draaghandschoenen.
• Beperk de inzettijd.
Voorzichtig!
Restrisico's
Er blijven altijd restrisico's over ook al wordt dit elektrisch gereedschap naar behoren bediend.
Volgende gevaren kunnen zich voordoen in verband met de bouwwijze en uitvoering van dit elektrisch gereedschap:
- Longletsels indien geen gepaste stofmasker wordt gedragen.
- Gehoorschade indien geen gepaste gehoorbeschermer wordt gedragen.
- Schade aan de gezondheid die voortvloeit uit hand-arm-trillingen indien het toestel lang zonder onderbreking wordt gebruikt of niet naar behoren wordt gehanteerd en onderhouden.
5. Vóór inbedrijfstelling
Controleer of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet alvorens het gereedschap aan te sluiten.
Waarschuwing!
Verwijder altijd de netstekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap anders afstelt.
De gazonmaaier wordt gedemonteerd geleverd. De complete schuifbeugel en de opvangkorf moeten worden gemonteerd voordat u de gazonmaaier gebruikt. Volg de handleiding stap voor stap en raadpleeg de illustraties voor een gemakkelijke assemblage.
Montage van de wielen (fi g. 3a en b)
Neem een achterste wiel (fi g. 2, pos. 11) en schuif dit op de as zoals getoond in fi g. 3a. Vervolgens schuift u nog een onderlegplaatje (fi g. 2, pos. 15) op de as en bevestigt u alles met de meegeleverde splitpen (fi g. 2, pos. 14) zoals getoond in fi g. 3a. Ten slotte drukt u de
wieldop (fi g. 2, pos. 12) op het wiel zoals getoond in fi g. 3b. Ga aan de andere kant net zo te werk.
Montage van de schuifbeugel (fi g. 4 tot 7)
Steek een onderste schuifbeugel (fi g. 2, pos. 2) op de daartoe voorziene schroef en bevestig alles met een vleugelmoer (fi g. 2, pos. 13) zoals getoond in fi g. 4. Ga aan de andere kant analoog te werk. Bij de montage van de bovenste schuifbeugel kunt u de hoogte van de schuifbeugel bepalen door het bevestigingsgat (fi g. 5) te kiezen. Vervolgens bevestigt u de bovenste schuifbeugel met de onderste schuifbeugel zoals getoond in fi g. 6. Nu kunt u met de kabelhouders (fi g. 2, pos. 16) de motorkabel bevestigen aan de schuifbeugel (fi g. 7, pos. A).
Montage van de opvangkorf (zie fi g. 8a en b)
Steek de greep van de opvangkorf (fi g. 8a, pos. 21) in de opvangkorf zoals getoond in fi g. 8a. Om de opvangkorf in te hangen moet de motor worden uitgeschakeld en mag het snijmes niet draaien. Uitwerpklep (fi g. 8b, pos. 3) met één hand optillen. Met de andere hand de opvangkorf aan het handvat vasthouden en van boven inhangen (fi g. 8b).
Vulniveau-indicator opvanginrichting
De opvanginrichting beschikt over een vulniveau-indicator (fi g. 1, pos. 7). Die wordt geopend door de luchtstroom die de maaier tijdens de werking verwekt. Valt de klep tijdens het gras afrijden dicht, is de opvanginrichting vol en moet worden geleegd. Voor een perfecte werking van de vulniveau-indicator moeten de gaten onder de klep steeds schoon en doorlatend zijn.
Verstellen van de maaihoogte
Let op!
Van maaihoogte mag enkel worden veranderd als de motor afgezet en de netstekker uit het stopcontact getrokken is.
Voordat u begint te maaien controleert u of het maai- gereedschap niet bot is en of de bevestigingsmiddelen niet beschadigd zijn. Vervang botte en / of beschadigde maagereedschappen om onbalans te voorkomen. Bij deze controle de motor afzetten en de netstekker uit het stopcontact trekken.
Bij het veranderen van maaihoogte dient u als volgt te werk te gaan (zie fi g. 9):
- De hendel naar binnen drukken.
- De hefboom naar de gewenste maaihoogte brengen.
- De hefboom loslaten en controleren of hij in het arrêt goed vastzit.
Afl ezen van de maaihoogte
De maaihoogte kan in 6 trappen van 20 tot 65 mm worden afgesteld en kan op de schaal worden afgelezen.
Stroomaansluiting
De gazonmaaier kan worden aangesloten op elk stopcontact van het lichtnet (230-240 V wisselstroom). Er is echter slechts één veiligheidsstopcontact toegestaan die door een leidingveiligheidsschakelaar voor 16 A moet worden beveiligd. Bovendien dient een aardlekschakelaar (RCD) met max. 30 mA opwaarts te zijn geinstalleerd!
Aansluitkabel van het gereedschap
Gebruik voor het toestel enkel intacte aansluitkabels. De aansluitkabel van het gereedschap mag niet willekeurig lang zijn (max. 50m) omdat anders het vermogen van de elektrische motor vermindert. De aansluitkabel van het gereedschap moet een dwarsdoorsnede van 3 x 1,5mm hebben. Op aansluitkabels van gazonmaaiers doen zich bijzonder vaak beschadigingen van de isolatie voor.
Oorzaken daarvoor zijn o.a.:
• snijplaatsen door overrijden van de kabel,
- platdrukken van de kabel wanneer de aansluitkabel van het toestel onder deuren en ramen wordt geleid,
• scheuren door veroudering van de isolatie,
- knikplaatsen door onoordeelkundig vastmaken of leiden van de aansluitkabel.
De aansluitkabels moeten minstens van het type H05RN-F en drieaderig zijn. De benaming van het type moet op de aansluitkabel van het gereedschap gedrukt staan. Koop enkel gekenmerkte aansluitkabels! Stekkers en stopcontacten van aansluitkabels moeten van rubber zijn en spatwaterdicht zijn. De aansluitkabels mogen niet willekeurig lang zijn. Voor langere aansluitkabels zijn geleiders met een grotere doorsnede vereist. Aansluit- en verbindingskabels moeten regelmatig op schade worden gecontroleerd. Let er op dat de kabels tijdens de controle stroomloos zijn. Wind de aansluitkabel van het gereedschap helemaal af. Controleer ook de invoeringen van de aansluitkabel, op stekkers en stopcontacten, op knikplaatsen.
6. Bediening
Verbind de netstekker (fi g. 1, pos. 8) met een verlengkabel. De verlengkabel dient te worden beveiligd d.m.v. de kabeltrekontlastingsklem zoals getoond in fi g. 10.
Voorzichtig!
Om een ongewild inschakelen te verhinderen is de grasmaaier uitgerust met een inschakelblokkering (fi g. 10, pos. A), die moet worden ingedrukt, voordat de schakelbeugel (fi g. 10, pos. B) kan worden ingedrukt. Zodra u de schakelbeugel loslaat, wordt de grasmaaier uitgeschakeld. Voer deze procedure meermaals uit om
NL
er zeker van te zijn dat uw toestel correct werkt. Voor- dat u een herstelling of onderhoudswerkzaamheid aan het toestel verricht dient u er zich van te vergewissen dat het mes niet draait en het toestel geïsoleerd is van het net.
Waarschuwing! Open de uitwerpklep nooit als de opvanginrichting leeg wordt gemaakt en de motor nog draait. Het roterende mes kan verwondingen veroorzaken.
Maak de uitwerpklep of de grasopvangzak steeds zorgvuldig vast. Als u die wilt verwijderen, moet u voordien de motor stopzetten.
De door de geleidestangen gegeven veiligheidsafstand tussen meskooi en gebruiker dient steeds in acht te worden genomen. Tijdens het maaien en veranderen van rijrichting op bermen en hellingen dient u bijzonder voorzichtig te werk te gaan. Let op een veilige stand, draag schoenen met slipvaste zolen met stroef profi el en een lange broek.
Maai steeds dwars over de helling. Op hellingen van meer dan 15° mag om veiligheidsredenen het gras niet met de maaier worden afgereden.
Wees bijzonder voorzichtig bij het achteruit bewegen en trekken van de maaiier. Struikelgevaar!
Instructies voor het correct maaien
Voor het gras afrijden is een overlappende werkwijze aan te bevelen.
Maai enkel met een scherp en intact mes zodat de gras-halmen niet uitrafelen en het gazon niet geel wordt. Om een keurig maapatroon te bereiken leidt u de maaier in zo recht mogelijke banen. De banen moeten elkaar steeds overlappen met enkele centimeters, zodat er geen stroken blijven staan.
Hoe vaak moet worden afgereden hangt in principe ervan af hoe snel het gras groeit. In de hoofdgroeperiode (mei – juni) twee keer per week, anders eenmaal per week. De maaihoogte moet tussen 4 en 6 cm liggen en het gras moet 4 tot 5 cm groeien voordat u het opnieuw afrijdt. Mocht het gras ooit wat langer worden, maak dan achteraf niet de fout het gras direct in één keer op de normale hoogte terug te snijden. Dit schaadt het gazon. Snij dan nooit meer dan de helft van de grashoogte terug.
De onderkant van het koetswerk van de maaier schoon houden en afgezet gras zeker verwijderen. Afgezet materiaal bemoeilijkt het starten, doet afbreuk aan de maaikwaliteit en belemmert het uitwerpen van het gras.
Op hellingen moet de maiaibaan steeds dwars over de helling verlopen. Het wegglijden van de maaier kan door schuin omhoog verplaatsen worden voorkomen.
Kies de maaihoogte al naargelang de werkelijke lengte van het gras. Rijd het gras in meerdere beurten af, zodat het gazon per beurt maximaal 4 cm korter wordt gereden.
Voordat u eender welke controles aan het mes uitvoert zeker de motor afzetten. Denk eraan dat het mes na het afzetten van de motor nog enkele seconden blijft draai- en. Probeer nooit om het mes te stoppen. Controleer regelmatig of het mes correct bevestigd, in perfecte staat en goed geslepen is. Zo niet, het mes slijpen of vervangen. Indien het roterende mes een voorwerp raakt, de maaiier uitschakelen en wachten tot het mes helemaal stilstaat. Controleer vervolgens de toestand van het mes en de meshouder. Indien die beschadigd zijn moeten ze worden vervangen.
50
Leg de gebruikte aansluitkabel van het toestel in bochten voor het gebruikte stopcontact op de grond klaar. Rijd het gras al weggaand van het stopcontact of de kabel af en let erop dat de aansluitkabel van het toestel steeds binnen het afgereden gazongedeelte ligt om te voorkomen dat u met de grasmaaier over de kabel rijdt.
Zodra tijdens het gras afrijden grasresten blijven liggen, moet de opvangkorf leeg worden gemaakt. Let op! Al-vorens de opvangkorf eraf te nemen de motor afzetten en wachten tot het maagereedschap tot stilstand is gekomen.
Om de opvangkorf eraf te nemen tilt u met één hand de uitwerpklep op en met de andere hand neemt u de opvangkorf aan het handvat eruit. Overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften valt de uitlaatklep bij het eraf nemen van de opvangkorf dicht en sluit de achterste uitwerpopening. Als daarbij grasresten in de opening blijven hangen, trekt u de maaier best ongeveer 1 m terug om het starten van de motor te vergemakkelijken.
Grasresten in het koetswerk van de maaier en op het werkgereedschap niet met de hand of de voet verwijderen, maar met de gepaste hulpmiddelen, bijv. borstel of handveger.
Om een goed opraapresultaat te bereiken dienen de opvangkorf en vooral het net na gebruik van binnen te worden schoongemaakt.
Opvangzak enkel vasthaken bij afgezette motor en stilstaand maagereedschap.
Uitwerpklep met één hand optillen en met de andere hand de opvangkorf aan het handvat vasthouden en van boven vasthaken.
7. Vervanging van de netaansluitleiding
Gevaar!
Als de netaansluitleiding van dit apparaat beschadigd wordt, dan moet hij door de fabrikant of diens klantendienst of door een gelijkwaardig gekwalifi ceerde persoon vervangen worden, om gevaren te vermijden.
8. Reiniging, onderhoud en bestellen van wisselstukken
Gevaar!
Trek vóór alle schoonmaakwerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact.
8.1 Reiniging
- Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen.
- Reinig het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofcomponenten van het toestel kunnen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt. Door binnendringen van water in een elektrische apparatuur verhoogt het risico van een elektrische schok.
8.2 Koolborstels
Bij bovenmatige vonkvorming laat u de koolborstels door een bekwame elektricien nazien.
Gevaar! De koolborstels mogen enkel door een bekwa- me elektricien worden vervangen.
8.3 Onderhoud
- Afgesleten of beschadigde messen, meshouder en bouten moeten per set door een geautoriseerde vakman worden vervangen teneinde de uitgebalanceerde toestand te behouden.
- De maaier mag niet met stromend water, vooral niet onder hoge druk, schoon worden gemaakt. Zorg ervoor dat alle bevestigingselementen (schroeven, moeren enz.) steeds goed vast aangehaald zijn zodat u veilig met de maaier kunt werken.
- Controleer de grasopvanginrichting vaker op slijtageverschijnsels.
• Vervang afgesleten of beschadigde onderdelen.
• Berg uw gazonmaaier in een droge ruimte op. - Voor een lange levensduur is het aan te bevelen alle te schroeven onderdelen alsook de wielen en assen schoon te maken en vervolgens te oliën.
- Door de gazonmaaier regelmatig te onderhouden zal hij niet alleen lang meegaan en goed werken, maar zal hij u ook in staat stellen uw gazon zorgvuldig en gemakkelijk af te rijden. Maak de maaier, indien mogelijk, schoon d.m.v. een borstel of vod. Gebruik geen oplosmiddelen of water om de maaier van vuil te ontdoen.
- Het meest aan slijtage blootgestelde onderdeel is het mes. Controleer regelmatig de toestand van het mes alsook de bevestiging ervan. Als het mes afgesleten is moet het onmiddellijk worden vervangen of bijgeslepen. Mochten er zich aan de maaiier bovenmatige trillingen voordoen betekent dit dat het mes niet correct is uitgebalanceerd of door stoten is vervormd. In dit geval moet het worden hersteld of vervangen.
- Binnen in het toestel zijn er geen andere te onderhouden onderdelen.
8.4 Vervangen van het mes
Om veiligheidsredenen is het aan te bevelen het mes enkel door een geautoriseerde vakman te laten vervangen. Let op! Werkhandschoenen dragen! Gebruik enkel een origineel mes omdat anders de werking en de veiligheid mogelijk niet gewaarborgd zijn.
Om van mes te verwisselen gaat u als volgt te werk:
- Draai de bevestigingsschroef los (zie fig. 11a).
- Neem het mes af en vervang het door een nieuw mes.
- Bij de montage van het nieuwe mes dient u op de montagerichting van het mes te letten. De windvleugels van het mes moeten naar de motorruimte wijzen (zie fi g. 11b). De bevestigingsdoorns dienen overeen te stemmen met de stansgaten in het mes.
- Vervolgens haalt u de bevestigingsschroef m.b.v. de universele sleutel terug aan. Het aanspankoppel moet ca. 25 Nm bedragen.
Aan het einde van het seizoen voert u een algemene controle van de maaier uit en verwijdert u al het achtergebleven gras en ander materiaal. Telkens vóór begin van het seizoen zeker de toestand van het mes controleren. Voor herstellingen verzoeken wij u zich tot onze serviceplaats te wenden. Gebruik enkel originele wisselstukken.
NL
8.5 Bestellen van wisselstukken:
Gelieve bij het bestellen van wisselstukken volgende gegevens te vermelden:
• Type van het toestel
• Artikelnummer van het toestel
• Ident-nummer van het toestel
Wisselstuknummer van het benodigd stuk
Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info
Reservemes artikelnr.: 34.054.40
9. Verwijdering en recyclage
Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan naar de grondstofkringloop worden teruggevoerd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel naar behoren te ontdoen dient het naar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren.
10. Opbergen
Bewaar het toestel en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats die voor kinderen ontoegan- kelijk is. De optimale opbergtemperatuur ligt tussen 5°C en 30°C. Bewaar het elektrische gereedschap in de originele verpakking.
53
- Foutopsporing
| FoutMogelijkoorzakenVerhelpen | ||
| Motor start niet a) Condensator defectb) Geen stroom op de stekkerc) Kabel defectd) Schakelaar-stekker-combinatie defecte) Aansluitingen op de motor of condensator losgekomenf) Maaier staat in hoog grasg) Maaierhuis verstopt geraakt | a) Door de klantenservicewerkplaatsb) Leiding en zekering controlerenc) Controlerend) Door de klantenservicewerkplaatse) Door de klantenservicewerkplaatsf) Op laag gras of reeds afgereden vlakte starten; Eventueel van maaihoogte verandereng) Huis schoonmaken zodat het mes weer ongehinderd draait | |
| Motorvermogenvermindert | a) Te lang of te vochtig grasb) Maaierhuis verstopt geraaktc) Mes ver versleten | a) Maaihoogte corrigerenb) Huis reinigenc) Mes vervangen |
| Geen schone snede a) Mes versletenb) Verkeerde maaihoogte | a) Mes vervangen of bijslijpenb) Maaihoogte corrigeren | |

Enkel voor EU-landen
Elektrisch gereedschap hoort niet bij het huisvuil thuis!
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EG op afgedankte elektrische en elektronische toestellen en omzetting in nationaal recht dienen afgedankte elektrische gereedschappen afzonderlijk te worden verzameld en milieuvriendelijk te worden gerecycleerd.
Recyclagealternatief i.p.v. het toestel terug te sturen:
De eigenaar van het elektrische toestel is alternatief verplicht, i.p.v. het toestel terug te sturen, mede te werken bij de behoorlijke recyclage in geval hij zich van het eigendom ontdoet. Het afgedankte toestel kan hiervoor ook bij een verzamelplaats worden afgegeven die voor een verwijdering als bedoeld in de wetgeving in zake recyclage en afvalverwerking zorgt. Hieronder vallen niet bij de afgedankte toestellen gevoegde accessoires en hulpmiddelen zonder elektrische componenten.
Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH.
Technische wijzigingen voorbehouden
- Het product beantwoordt aan de eisen van EN 61000-3-11 en is onderworpen aan speciale aansluitvoorwaarden. Dat wil zeggen dat het gebruik op willekeurige vrij te kiezen aansluitpunten niet toegestaan is.
- Het toestel kan bij ongunstige netomstandigheden leiden tot tijdelijke spanningsschommelingen.
- Het product is uitsluitend voorzien om op aansluitpunten te werken die
a) een maximaal toegestane netimpedantie Z max = 0,396 Ω niet overschrijden of
b) die een permanente stroombelastbaarheid van het net van minstens 100 A per fase hebben.
U dient er zich als gebruiker van te vergewissen, indien nodig in overleg met uw energievoorzieningmaatschappij, dat uw aansluitpunt waarop u uw product wilt gebruiken, één van de beide genoemde eisen a) of b) vervult.
12. Garantie
Op het in de handleiding genoemde toestel geven wij 3 jaar garantie voor het geval dat ons product gebreken mocht vertonen. De periode van 3 jaar gaat in met de gevaarovergang of de overname van het toestel door de klant. De garantie kan enkel worden geclaimd op voorwaarde dat het toestel naar behoren is onderhouden en gebruikt conform de handleiding.
Vanzelfsprekend blijven u de wettelijke garantierechten binnen deze 3 jaar behouden.
De garantie geldt voor het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland of van de respectievelijke landen van de regionale hoofdverdeler als aanvulling van de ter plaatse geldende wettelijke voorschriften. Gelieve zich tot uw contactpersoon van de regionaal bevoegde klantendienst of tot het hieronder vermelde serviceadres te wenden.
94405 Landau/Isar, Duitsland
Tel. Nederlandstalig: +32 (0)78 151 085
Tel. Francophone: +32 (0)78 151 084
MAIL: service@einhell.be