VLP-2403 USB - Meetinstrumenten VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VLP-2403 USB VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VLP-2403 USB VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VLP-2403 USB - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VLP-2403 USB van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VLP-2403 USB VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing
Laboratoriumnetvoedingen serie VLP-USB
Bestelnr. 1629369 VLP 1303 USB
Bestelnr. 1629370 VLP 1405 USB
Bestelnr. 1629371 VLP 1602 USB
Bestelnr. 1629372 VLP 2403 USB Pagina 83 - 109
Seite
- Einführung ....3
- Lieferumfang....3
- Symbol-Erklärung 4
- Sicherheitshinweise 5
- VLP 1303 USB // VLP 1405 USB // VLP 1602 USB ....6
- Inleiding 84
- Omvang van de levering....84
- Verklaring van de symbolen....85
- Veiligheidsinstructies 85
- VLP 1303 USB // VLP 1405 USB // VLP 1602 USB 87
5.1. Doelmatig gebruik 87
5.2. Bedieningselementen 88
5.2.1. Uitleg van de symbolen....89
5.3. Functiebeschrijving 90
5.4. Ingebruikname 90
5.4.1. Het apparaat opstellen....90
5.4.2. De stroomkabel aansluiten....90
5.4.3. Uitgangsspanning van uitgang A instellen....91
5.4.4. Stroombegrenzing van uitgang A instellen....91
5.4.5. Overspanningsbeveiliging (OVP)....91
5.4.6. Uitgangsspanning en stroom van uitgang B USB-B1 instellen 92
5.4.7. Uitgang B USB-B 92
5.5. Een verbruiker aansluiten 93
5.6. Technische gegevens 94
- VLP 2403 USB 95
6.1. Doelmatig gebruik 95
6.2. Functiebeschrijving 96
6.3. Bedieningselementen 97
6.3.1. Uitleg van de symbolen....98
6.4. Ingebruikname 99
6.4.1. Het apparaat opstellen....99
6.4.2. De stroomkabel aansluiten....99
6.4.3. Inschakelen en bedrijfsmodus instellen 100
6.4.4. Individueel bedrijf (IND)....100
6.4.5. Parallel bedrijf (PAR)....102
6.4.6. Seriebedrijf (SER) 103
6.4.7. Tracking bedrijf (TRCK)....104
6.4.8. USB-uitgang....105
- Afvoer 107
- Onderhoud en reiniging....107
8.1. Netzekering vervangen....107
- Verhelpen van storingen....108
1. Inleiding
Geachte klant,
Wij danken u hartelijk voor uw uitstekende keuze voor dit Voltcraft® -product.
Dit apparaat is een hoogwaardig kwaliteitsproduct van een merk dat bekend staat om zijn deskundigheid en permanente innovatie op het gebied van meet-, laad- en netwerktechnologie.
Met Voltcraft® kan zowel de kieskeurige hobbyist als de professionele gebruiker zelfs de moeilijkste taken probleem-loos uitvoeren. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie tegen een buitengewoon gunstige prijs-kwaliteitverhouding.
We zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft® is tegelijkertijd het begin van een langdurige en prettige samenwerking.
Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik!
2. Omvang van de levering
• Laboratoriumnetvoeding
- Stroomkabel
- Gebruiksaanwijzing
Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.

3. Verklaring van de symbolen
| Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken. | |
| Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. | |
| → | Het pijl-symbool ziet u waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. |
| Alleen voor gebruik in droge ruimtes binnenshuis | |
| CE | Dit apparaat is CE-conform en voldoet aan de noodzakelijke nationale en Europese richtlijnen. |
| ± | Aardpotentiaal |
| Aardklem; deze schroef mag niet worden losgedraaid | |
| De ingebouwde scheidingstransformator is niet bestendig tegen kortsluiting. De beveiligingsinstallatie is achter de trafo geschakeld (elektronische overbelastings- en kortsluitbeveiliging). | |
| Let op, hete oppervlak! Raak het oppervlak niet aan. | |
| Lees de gebruiksaanwijzing! |
4. Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing voor gebruik zorgvuldig door. Deze bevat belangrijke informatie voor een juist gebruik van het product.
In geval van schade, die ontstaat door het niet naleven van de gebruiksaanwijzing, komt de garantie te vervallen! Wij zijn niet aansprakelijk voor gevolgschade!
Wij zijn niet aansprakelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door verkeerd gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies! In dergelijke gevallen komt de garantie te vervallen.
- Het apparaat heeft de fabriek in een technisch veilige en perfect werkende toestand verlaten.
- Volg de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsinstructies en waarschuwingen op om deze toestand van het apparaat te behouden en te zorgen voor een veilig gebruik ervan!
- Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
-
In commerciële instellingen dient men de ongevallenpreventievoorschriften van het Verbond van Commerciële Beroepsverenigingen voor Elektrische Installaties en Apparatuur in acht te nemen.
-
In scholen, opleidingscentra, hobbyruimtes en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op het werken met apparaten op netvoeding.
- Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de grond en de netvoeding absoluut droog zijn.
- Onderhoud, afstellingen en/of reparaties mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een deskundige/dealer die vertrouwd is met de daaraan verbonden gevaren en/of de relevante regelgeving.
- Vanwege de veiligheid en de normering is het niet toegestaan dit product zelf te modificeren en/of aan te passen. Niet openen of uit elkaar halen! Er bevinden zich in het apparaat geen onderdelen die door u afgesteld of onderhouden moeten worden.
- Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd.
- Voordat het apparaat wordt geopend, moet deze van alle spanningsbronnen zijn losgekoppeld. Condensatoren in het apparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs als het apparaat van alle spanningsbronnen zijn gescheiden.
- Schakel de laboratoriumnetvoeding nooit meteen in nadat deze van een koude in een warme ruimte is gebracht. De daarbij ontstane condens kan onder ongunstige condities uw toestel onherstelbaar beschadigen. Laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen voordat u het inschakelt.
- De netvoeding wordt warm tijdens gebruik; zorg voor voldoende ventilatie. Ventilatiesleuven mogen niet worden afgedekt! Raak het koelelement aan de achterkant tijdens het gebruik niet aan. Gevaar voor brandwonden!
- Vanwege de vele meubelbeschermingsmiddelen kunnen de pootjes van de apparatuur chemisch reage-ren op het oppervlak. Plaats het apparaat op een resistent, vlak en egaal oppervlak.
- Netvoedingen en aangesloten verbruikers mogen niet zonder toezicht worden gebruikt.
- Er mogen alleen zekeringen van het vermelde type en de vermelde nominale stroomsterkte worden gebruikt. Het gebruik van gerepareerde zekeringen is verboden.
- Het gebruik van metaalblanke draden moet vermeden worden.
- Tijdens het werken met voedingsadapters is het dragen van metalen of geleidende sieraden zoals kettingen, armbanden, ringen o.i.d. verboden.
- De netvoeding is niet voor toepassing op mensen en dieren toegestaan.
- Stel het apparaat niet bloot aan mechanische belastingen. Een val van op geringe hoogte kan het apparaat reeds beschadigen. Trillingen en direct zonlicht moeten worden vermeden.
- Plaats geen met vloeistof gevulde voorwerpen op het apparaat.
- Giet nooit vloeistoffen over het product of in de directe nabijheid van het product. Er bestaat een groot risico op brand of een levensgevaarlijke elektrische schok. Als er vloeistof in het apparaat is binnenge-drongen, schakel dan het stopcontact waarmee het product is verbonden op alle polen onmiddellijk uit (zekering/stroomonderbreker/Fl-veiligheidsschakelaar). Trek daarna pas het product uit het stopcontact en neem contact op met een vakman. Gebruik het product niet meer.
- Gebruik het product nooit in een voertuig.
- Als aangenomen kan worden dat veilig gebruik niet meer mogelijk is, moet het apparaat worden uitgeschakeld en tegen onbedoeld gebruik worden beveiligd. Men dient ervan uit te gaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is als:
- het apparaat zichtbaar beschadigd is,
- het apparaat niet langer werkt en
- gedurende een lange periode onder ongunstige omstandigheden opgeborgen is geweest of
- tijdens het vervoer aan een aanzienlijke belasting onderhevig is geweest.
- Neem ook de veiligheidsaanwijzingen in acht, zoals die beschreven zijn in de afzonderlijke hoofdstukken resp. in de gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparaten.
5. VLP 1303 USB // VLP 1405 USB // VLP 1602 USB
- De laboratoriumnetvoeding wordt gebruikt als potentiaalvrije DC-spanningsbron voor het gebruik van laagspanningsapparaten. Er zijn drie van elkaar onafhankelijke uitgangen beschikbaar. Een regelbare laboratoriumuitgang, een regelbare USB-uitgang en een processorgestuurde USB-uitgang.
- Bij serieschakeling van de uitgangen van meerdere voedingsadapters kunnen contactgevaarlijke spanningen >70 V/DC gegenereerd worden. Vanaf deze spanning moeten, uit veiligheidsoverwegingen, volledig geïsoleerde kabels/meetkabels gebruikt worden. De aansluiting komt tot stand via 4 mm beveiligde stekkerbussen.
- De uitgangsgegevens van de laboratorium-voedingsadapter zijn als volgt:
| Artikelomschrijving Uitgang A Uitgang B1-USB | Uitgang B2-USB | ||
| VLP 1303 USB 0 - 30 V/DC0,01 - 3 A | 4,0 - 6,2 V/DC0 - 2,5 A | 5 V/DC, max. 2,5 A9 V/DC, max. 2,0 A12 V/DC, max. 1,5 A | |
| VLP 1405 USB 0 - 40 V/DC0,01 - 5 A | 4,0 - 6,2 V/DC0 - 2,5 A | 5 V/DC, max. 2,5 A9 V/DC, max. 2,0 A12 V/DC, max. 1,5 A | |
| VLP 1602 USB 0 - 60 V/DC0,01 - 1,5 A | 4,0 - 6,2 V/DC0 - 2,5 A | 5 V/DC, max. 2,5 A9 V/DC, max. 2,0 A12 V/DC, max. 1,5 A | |
- De spanning en stroomsterkte is bij uitgang A en B1-USB traploos regelbaar. De spannings- en stroomwaarden van uitgang B1-USB worden na een druk op de knop via het display van uitgang A weergegeven.
- De uitgang B2-USB is processorgestuurd en stelt altijd automatisch de beste uitgangsparameters voor het aangesloten eindapparaat ter beschikking.
- De instelling voor spanning en stroom vindt plaats via fijnregelaars. De spanningsregelaar voor uitgang A is ontworpen als een 10-traps potentiometer om nauwkeurige aanpassingen uit te voeren. De waarden worden overzichtelijk in het display weergegeven.
- De stroombegrenzing voor gebruik met constante stroomsterkte kan door een druk op de knop worden ingesteld. Een jumper op de uitgang is tijdens de instelling niet nodig.
- Voor uitgang A kan voor de veiligheid een spanningsbegrenzing (OVP) worden ingesteld. Wanneer dit instelniveau is bereikt, wordt de uitgang automatisch uitgeschakeld. Dit voorkomt onbedoelde vernietiging van aangesloten verbruikers als gevolg van een te hoge uitgangsspanning.
-
Het apparaat is beveiligd tegen overbelasting en kortsluiting en voorzien van een temperatuuruitschakeling voor de veiligheid.
-
De laboratoriumnetvoeding behoort tot veiligheidsklasse I. Dit product is alleen goedgekeurd voor aansluiting op een geaarde contactdoos met een gebruikelijke wisselspanning van 230 V/AC. De aardpotentiaalbus is direct verbonden met de randaarde van de stekker.
- Het stopcontact waarop het product wordt aangesloten moet gemakkelijk toegankelijk zijn.
- Gebruik onder ongunstige omgevingsomstandigheden is niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zijn: Vocht of te hoge luchtvochtigheid, evenals onweer of onweerachtige omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden, enz.
- Het is niet toegestaan om dit apparaat in ruimten met een grote hoeveelheden stof, brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen te gebruiken. Er bestaat gevaar op brand en explosie!
- Elk ander gebruik dan hierboven beschreven zal het product beschadigen en kan andere gevaren met zich meebrengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schok enz. Het gehele product mag niet worden veranderd of worden omgebouwd!
- Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht!
5.2. Bedieningselementen

text_image
VOLTCRAFT. VLP-xxxx USB 8.8.8 v 8.8.8 A OUTPUT A VOLT AMPERE C-LIMIT SHOW VALUE OUTR VOLTAGE DWP ADJ. OUTPUT B - USB MODE SHOW VALUE IN6 ADJ 4.2 ADJ 4.19 NORMAL V ADJ 4.2 IA ADJ 4.19 SEM USB -B1 USB -32 000A/PWM, 101.6A/100A 13 14 15 1 25 POWER 24 22 21 20 19 18 17 16 25
text_image
VOLTCAFT. Sicherung 26 27 28 230VAC,50Hz.1 Netschakelaar voor inbedrijfname (I = aan / 0 = uit)
2 Weergave stroom (A)
3 Weergave spanning (V)
4 Spanningsinstelregelaar voor uitgang A (Volt)
5 Statusweergave uitgang A (CV = constante spanning)
6 Statusweergave uitgang A (OT = overtemperatuur)
7 Statusweergave uitgang A (CC = constante stroom)
8 Stroominstelregelaar voor uitgang A (Ampère)
9 Statusindicatie bij geactiveerde overspanningsuitschakeling (over voltage)
10 Omschakelaar voor spanningsbereikkeuze van uitgang B USB-B1
11 Knipperende statusindicatie bij gedrukte shift-knop (10)
12 Knop voor het weergeven van de spannings- en stroominstelling van uitgang USB-B1
13 Spanningsinstelregelaar voor uitgang B USB-B1 (V ADJ.)
14 Stroominstelregelaar voor uitgang B USB-B1 (A ADJ.)
15 Processorgestuurde USB-uitgang B USB-B2
16 Regelbare USB-uitgang B USB-B1
17 Instelregelaar voor het niveau voor uitschakeling bij een te hoge spanning (OVP ADJ.)
18 Knop voor de weergave van het ingestelde niveau voor de overspanningsuitschakeling
19 Aansluitbus "aardpotentiaal"
20 Aansluitbus minpool van uitgang A
21 Aansluitbus pluspool van uitgang A
22 Knop "C-LIMIT" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang A
23 USB-symbol geeft de weergave van uitgang B USB-B1 aan
24 Statusindicator als het apparaat is ingeschakeld
25 Apparaatvoetjes aan de voorkant zijn opklapbaar
26 Koelelement aan de achterzijde
27 Zekeringhouder voor de netzekering
28 Beschermcontact-koude apparaataansluiting voor stroomkabel
5.2.1. Uitleg van de symbolen
De volgende symbolen zijn op enkele bedieningselementen aangebracht.
| Symbool-knop ingedrukt | Symbool voor regelgebied. Pijl geeft rich-ting van verhoging aan. | ||
| Symbol-knop niet ingedrukt |
5.3. Functiebeschrijving
De laboratoriumnetvoeding werkt met een betrouwbare en robuuste lineaire technologie. Dit maakt een stabiele uitgangsspanning en de laagste stoorspanningen mogelijk. De gelijkspanningsuitgangen zijn potentiaalvrij en voorzien van een veiligheidsontkoppeling ten opzichte van de netspanning. Aan de secundaire zijde wordt de DC-aansluiting tot stand gebracht via twee gekleurde veiligheidsbussen of twee USB-bussen type A.
Op het overzichtelijke display worden spanning en stroom weergegeven voor uitgang A (V = Volt = eenheid van elektrische spanning, A = Ampère = eenheid van elektrische stroomsterkte).
Uitgang B1 wordt door het drukken op een knop (12) op het display van uitgang A weergegeven.
De actuele toestand van de netvoeding wordt aangegeven via verlichte displays. Diverse beveiligingen, zoals bijvoorbeeld overspanningsbeveiliging, bescherming tegen overbelasting, stroombegrenzing, oververhitting enz. werden voorzien voor een veilig en betrouwbaar gebruik.
De koeling van de netvoeding vindt plaats via een koelelement aan de achterkant. Dit maakt een geluidloze werking mogelijk. Het is daarom belangrijk om voor voldoende luchtcirculatie te zorgen.
De netvoeding kan de uitgangsspanning en de uitgangsstroom van uitgang A en USB-B1 traploos instellen.
5.4. Ingebruikname

De laboratoriumnetvoeding is geen lader. Laad uw batterijen altijd met geschikte laders met een passende laaduitschakeling op.
Bij langdurig gebruik met nominale belasting wordt het oppervlak van de behuizing warm. Opgelet! Mogelijk gevaar op verbranden! Zorg dus voor voldoende ventilatie van de netvoeding en gebruik het nooit geheel of gedeeltelijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een te gebruiken apparaat op dat het niet ingeschakeld is op het moment van aansluiting. Een ingeschakeld te gebruiken apparaat kan tijdens het aansluiten op de stekkerbus van de netvoeding vonken veroorzaken, die op hun beurt de bussen en/of de aangesloten bekabeling en/of hun aansluitingen kunnen beschadigen.
Koppel de netvoeding los van het stroomnet als hij niet wordt gebruikt.
5.4.1. Het apparaat opstellen
- Plaats de laboratoriumnetvoeding op een stabiel, vlak en slijtvast oppervlak. Zorg ervoor dat de ventilatie-openingen in de behuizing onbedekt zijn.

De voorste apparaatvoeten kunnen omhoog worden geklapt, zodat de displays eenvoudiger afgelezen kunnen worden. Hierdoor kan de laboratoriumnetvoeding schuin worden neergezet.
5.4.2. De stroomkabel aansluiten
- Verbind de meegeleverde geaarde stroomkabel met de koudapparaat-inbouwstekker (28) van de netvoeding. Zorg dat het stevig vast zit.
- Sluit de stroomkabel aan op een geaard stopcontact met randaarde.
- Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn of er moet een meerpolige stroomonderbreker aanwezig zijn.
5.4.3. Uitgangsspanning van uitgang A instellen
- Verwijder aangesloten verbruikers van de uitgang A (20 en 21).
- Schakel de netvoeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (24) gaat branden en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
- Zet de stroominstelregelaar "AMPERE" (8) op de middelste stand.
- Met behulp van de draairegelaar "VOLT" (4) kan de uitgangsspanning voor uitgang A worden ingesteld.
In normaal bedrijf werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. D.w.z. dat de netvoeding continu een voorgeprogrammeerde uitgangsspanning levert. Dit bedrijf wordt aangegeven met de groene statusindicatie "CV" (5).
5.4.4. Stroombegrenzing van uitgang A instellen
Begrenzing van de uitgangsstroom is een beschermingsmechanisme om de aangesloten verbruiker of de aansluitbekabeling te beschermen. De stroombegrenzing kan vooraf worden ingesteld bij de uitgang zonder kortsluiting. De netvoeding levert dan maximaal de vooraf ingestelde stroom.
- Verwijder aangesloten verbruikers van de uitgang A (20 en 21).
- Schakel de netvoeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (24) gaat branden en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
- Draai de stroomregelaar "AMPERE" (8) helemaal naar links.
- Druk op de knop "C-LIMIT" (22) en houd deze knop ingedrukt tijdens het instelproces. De uitgang wordt automatisch uitgeschakeld zolang de knop "C-LIMIT" wordt gedrukt. De spanningsindicatie gaat daarom terug naar 0.
- Via de draaiknop "AMPERE" (8) kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. Laat de knop "C-LIMIT" los na het instellen. Het display toont opnieuw de daadwerkelijke stroom (met onbelaste uitgang 0,00 A). De statusindicator "CV" (5) brandt.
- Sluit de verbruiker aan uitgang A (20 en 21) aan en schakel hem in. Let op de polariteit:
De LED-indicator "CC" (7) brandt, zodra het ingestelde stroomniveau wordt overschreden en de stroombegrenzing actief is. De constante stroommodus is actief.
Als de vooraf ingestelde stroomsterkte wordt bereikt tijdens normaal bedrijf, schakelt de netvoeding over naar de stroombegrenzingsmodus, waardoor de spanningswaarde wordt verlaagd. Deze modus wordt weergegeven met de rode statusindicator "CC" (7).
5.4.5. Overspanningsbeveiliging (OVP)
De uitgang A beschikt over een instelbare overspanningsbeveiliging. Dit beschermingsmechanisme voorkomt onbedoelde vernietiging van aangesloten verbruikers als gevolg van een te hoge uitgangsspanning. Bij het bereiken van het vooraf ingestelde beschermingsniveau wordt de uitgang A direct uitgeschakeld. De uitgangen B1 en B2 worden niet beïnvloed door de uitschakeling.
Voor het instellen van het beschermingsniveau gaat u als volgt te werk
- Druk bij ingeschakelde laboratoriumnetvoeding de knop "SHOW VALUE" (18) en houd deze tijdens de instelprocedure ingedrukt.
- Op het display (3) wordt het actuele spanningsniveau weergegeven.
- Stel met een bijpassende sleufkop schroevendraaier het gewenste max. spanningsniveau op de regelaar "OVP ADJ." (17) in. Wilt u geen veiligheidsuitschakeling, draait u de instelknop tot aan de rechter aanslag.
- Laat de knop "SHOW VALUE" (18) los. De overspanningsbeveiliging is geactiveerd.
Uitgang OUTPUT A resetten
Zodra via de instelregelaar "VOLT" (4) het ingestelde beschermingsniveau wordt overschreden, schakelt de uitgang "OUTPUT A" onmiddellijk uit. De spanningsindicatie (3) gaat terug naar ca. 0 V terug en de statusindicatie "OVER VOLTAGE" (9) brandt rood.
- Verwijder de verbruiker van de laboratoriumnetvoeding.
- Draai de instelknop "VOLT" enkele slagen tegen de klok in.
- Schakel de laboratoriumnetvoeding via de aan/uit-schakelaar (1) uit en weer aan. Hierdoor wordt de veiligheidsuitschakeling gereset.
- Controleer opnieuw de juiste uitgangsspanning en wijzig zonodig de overspanningsbeveiliging.
5.4.6. Uitgangsspanning en stroom van uitgang B USB-B1 instellen
De uitgang B USB-B1 is onafhankelijk van uitgang A te gebruiken. Voor ontwikkelingsdoeleinden kan de USB-typische spanning van 5 V/DC variabel worden aangepast vanaf optioneel 4,0 - 5,1 V/DC of 4,0 - 6,2 V/DC. De stroombegrenzing kan eveneens vooraf worden ingesteld.
Om het instelbereik in te stellen, kan het instelbereik worden ingesteld met behulp van de "MODE"-drukknop (10).
| Schakelaar symbool Spanningsbereik | ||
| Niet ingedrukte schakeltoestand | ![]() | 4,0 - 5,1 V/DC |
| Ingedrukte schakeltoestand. “ENG.” indicator (11) knippert. | ![]() | 4,0 - 6,2 V/DC |
- Verwijder aangesloten verbruikers van uitgang USB-B1 (16).
- Schakel de netvoeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (24) gaat branden en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
- Druk op de knop "SHOW VALUE" (12) en houd deze knop ingedrukt tijdens de instelling van de spanning. Op het display van uitgang A wordt de spanning en stroom van uitgang B USB-B1 weergegeven.
→ Het USB-symbol (23) gaat branden en geeft de indicatie van de USB-uitgang aan.
- Met behulp van de draairegelaar "V ADJ." (13) kan de uitgangsspanning voor uitgang B USB-B1 worden ingesteld.
- Met behulp van de draairegelaar "A ADJ." (14) kan de stroombegrenzing voor uitgang B USB-B1 worden ingesteld.
- Na succesvolle instelling kaat u de knop "SHOW VALUE" (12) weer los.
- Sluit de verbruiker aan uitgang B USB-B1 (16) aan en schakeldeze in. Let op de polariteit. De USB-bus is standaard bedraad. De tekening toont het contact.

De betreffende spannings- en stroomwaarden kunnen altijd door het drukken van de knop "SHOW VALUE" (12) worden gecontroleerd.
De uitgang B USB-B2 is processorgestuurd en niet regelbaar. Deze uitgang herkent de parameters van het aangesloten eindapparaat en stelt automatisch de optimale instelling voor spanning en stroom in.
Een weergave van de bestaande parameters is niet mogelijk.
5.5. Een verbruiker aansluiten

Let bij het aansluiten van een verbruiker op de netvoeding erop dat deze uitgeschakeld is. Het maximale stroomverbruik van het aan te sluiten apparaat mag niet méér zijn dan wat er in de specificaties van de technische gegevens vermeld staat.
Bij de serieschakeling van de uitgangen van meerdere netvoedingen kunnen contactgevaarlijke spanningen (> 70 V/DC) worden gegenereerd, die levensgevaarlijk kunnen zijn bij aanraking. Vanaf deze spanning mogen uitsluitend geïsoleerde accessoires (aansluitbekabeling, meetkabels, etc.) gebruikt worden.
Gebruik van ongeïsoleerde bekabeling en contacten moet vermeden worden. Alle ongeïsoleerde plekken moeten afgedekt worden met geschikte, vlambestendige isolatiematerialen of andere beschermende maatregelen tegen direct contact en kortsluiting.
Zorg voor voldoende kabeldoorsnede voor de beoogde stroomsterkte.
- Verwijder aangesloten verbruikers van de uitgangen A, B1 en B2.
- Schakel de netvoeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (24) gaat branden en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
- Stel voor de uitgangen A en USB-B1 de parameters in volgens uw specificaties, zoals beschreven in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling".
- Controleer nogmaals of de uitgangsspanning correct ingesteld is.
- Verbind bij uitgang A de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus “+” en de minpool (-) met de zwarte bus “-”.
- Verbind bij uitgang B de USB-stekker van de verbruiker met de USB-bus.
OUTPUT A OUTPUT B USB

Het aangesloten apparaat kan nu aangezet worden.
| VLP 1303 USB VLP 1405 USB VLP | 1602 USB | ||
| Uitgangsvermogen 123 W 233 W 123 W | |||
| Uitgangsspanning uitgang A 0 - 30 V/DC 0 - 40 V/DC 0 - 60 V/DC | |||
| Uitgangsstroom uitgang A 0,01 - 3 A 0,01 - 5 A 0,01 - 1,5 A | |||
| Nauwkeurigheid V-indicatie ≤ ±(1% + 0,2 V) | |||
| Nauwkeurigheid A-weergave ≤ ±(2% + 0,02 A) | |||
| Uitgangsspanning | 4,0 - 5,1 V/DC | ||
| Uitgang B USB-B1 | 4,0 - 6,2 V/DC | ||
| Uitgangsstroom | |||
| Uitgang B USB-B1 | 0,01 - 2,5 A | ||
| Uitgang B USB-B2 | 5 V/DC, max. 2,5 A | ||
| Processorgestuurd afhankelijk van de aangesloten verbruiker | 9 V/DC, max. 2,0 A | ||
| 12 V/DC, max. 1,5 A | |||
| Rimpel bij nominale belasting | |||
| Uitgang A, USB-B1 | ≤2 mV | ||
| Uitgang USB-B2 | ≤20 mV | ||
| Spannungs-regelgedrag bij 100% verandering van de belasting | OUTPUT A ≤25 mV | ||
| OUTPUT USB-B1 ≤20 mV | |||
| Spannungs-regelgedrag bij 10% schommeling van de netspanning | OUTPUT A ≤20 mV | ||
| OUTPUT USB-B1 ≤15 mV | |||
| Stroom-regelgedrag bij 100% verandering van de belasting | OUTPUT A ≤20 mA | ||
| OUTPUT USB-B1 ≤15 mA | |||
| Stroom-regelgedrag bij 10% schommeling van de netspanning | OUTPUT A ≤15 mA | ||
| OUTPUT USB-B1 ≤10 mA | |||
| Regelstabiliteit | 15 mV/h | 25 mV/h | 25 mV/h |
| Display | Twee regels, 12 mm zevensegmentweergave groen, 3-cijferig | ||
| Bedrijfsspanning | 230 V/AC (±10%) 50 Hz | ||
| Opgenomen vermogen (max.) | 290 VA | 490 VA | 270 VA |
| Netzekering traag (5 x 20 mm) | T1,6 A/250 V | T3,15 A/250 V | T1,6 A/250 V |
| Bedrijfstemperatuur | +5 tot +40 °C | ||
| Rel. luchtvochtigheid | max. 85%, niet condenserend | ||
| Beschermingsniveau | 1 | ||
| Stroomaansluiting | Koudapparaat-inbouwstekker, IEC 320 C14 | ||
| Gewicht | 6,6 kg | 9,0 kg | 6,6 kg |
| Afmetingen (b x h x d) mm | 260 x 115 x 270 | 350 x 125 x 260 | 260 x 115 x 270 |
De laboratoriumnetvoeding wordt gebruikt als potentiaalvrije DC-spanningsbron voor het gebruik van laagspanningsapparaten. Er zijn vier van elkaar onafhankelijke uitgangen beschikbaar. Twee regelbare laboratoriumuitgangen, een regelbare USB-uitgang en een processorgestuurde USB-uitgang.
De twee regelbare laboratoriumuitgangen kunnen worden bediend via een modus-keuzeschakelaar in vier verschillende bedrijfsmodi.
Individuel (IND)
Elk laboratoriumuitgang (OUTPUT A en OUTPUT C) is afzonderlijk en onafhankelijk instelbaar en te gebruiken. Het apparaat werkt als twee afzonderlijke laboratoriumvoedingen.
Parallel (PAR)
De beide laboratoriumuitgangen (OUTPUT A en C) worden intern parallel met elkaar verbonden. De parallelle verbinding wordt de uitgangsstroom van de twee uitgangen bij elkaar opgeteld. De max. uitgangsstroom bedraagt in deze modus max. 6 A. De uitgangsspanning bedraagt max. 40 V/DC.
Serieel (SER)
De beide laboratoriumuitgangen (OUTPUT A en C) worden intern in serie met elkaar verbonden. Door de serieschakeling wordt de uitgangsspanning van beide uitgangen bij elkaar opgeteld. De max. uitgangsspanning bedraagt in deze modus max. 80 V/DC. De uitgangstroom bedraagt max. 3 A.
Tracking (TRCK)
In de tracking-modus wordt de uitgangsspanning van de beide laboratoriumuitgangen (OUTPUT A en C) geregeld via de VOLT-masterbesturing van uitgang OUTPUT A. De uitgangsspanning van beide uitgangen is in deze modus steeds hetzelfde. De stroomlimiet wordt ingesteld op de respectieve uitgang.

Bij de serieschakeling van de uitgangen evenals meerdere netvoedingsadapters kunnen contactgevaarlijke spanningen >70 V/DC gegenereerd worden. Vanaf deze spanning moeten, uit veiligheidsoverwegingen, volledig geïsoleerde kabels/meetkabels gebruikt worden. De aansluiting komt tot stand via 4 mm beveiligde stekkerbussen.
De uitgangsgegevens van de laboratoriumnetvoeding zijn als volgt:
| Uitgang A Uitgang C Uitgang B1 | -USB Uitgang B2-USB | |
| 0 - 40 V/DC 0 | - 40 V/DC 4,0 - 5, | 1 V/DC 5 V/DC, max. 2,5 A |
| 0,01 - 3 A 0,0 | 1 - 3 A 4,0 - 6,2 V/ | DC 9 V/DC, max. 2,0 A |
| 0 - 2,5 A 12 V/DC, max. 1,5 A |
- De spanning en stroomsterkte is bij uitgang A, C en B1-USB traploos regelbaar. De spannings- en stroomwaarden van uitgang B1-USB worden na een druk op de knop via het display van uitgang C weergegeven.
- De uitgang B2-USB is processorgestuurd en stelt altijd automatisch de beste uitgangsparameters voor het aangesloten eindapparaat ter beschikking.
-
De instelling voor spanning en stroom vindt plaats via fijnregelaars. De spanningsregelaar voor uitgang A en C is ontworpen als een multi-traps potentiometer om nauwkeurige aanpassingen uit te voeren. De waarden worden weergegeven in twee overzichtelijke displays.
-
De stroombegrenzing voor gebruik met constante stroomsterkte bij uitgang A en C kan door een druk op de knop worden ingesteld. Een jumper op de uitgang is tijdens de instelling niet nodig.
- Voor uitgangen A en C kan voor de veiligheid een spanningsbegrenzing (OVP) worden ingesteld. Dit kan onafhankelijk worden gedaan voor de twee uitgangen. Wanneer dit instelniveau is bereikt, wordt de betreffende uitgang automatisch uitgeschakeld. Dit voorkomt onbedoelde vernietiging van aangesloten verbruikers als gevolg van een te hoge uitgangsspanning.
- Het apparaat is beveiligd tegen overbelasting en kortsluiting en voorzien van een temperatuuruitschakeling voor de veiligheid.
- De laboratoriumnetvoeding behoort tot veiligheidsklasse I. Dit product is alleen goedgekeurd voor aansluiting op een geaarde contactdoos met een gebruikelijke wisselspanning van 230 V/AC. De aardpotentiaalbus is direct verbonden met de randaarde van de stekker.
- Het stopcontact waarop het product wordt aangesloten moet gemakkelijk toegankelijk zijn.
- Gebruik onder ongunstige omgevingsomstandigheden is niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zijn: Vocht of te hoge luchtvochtigheid, evenals onweer of onweerachtige omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden, enz.
- Het is niet toegestaan om dit apparaat in ruimten met een grote hoeveelheden stof, brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen te gebruiken. Er bestaat gevaar op brand en explosie!
- Elk ander gebruik dan hierboven beschreven zal het product beschadigen en kan andere gevaren met zich meebrengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schok enz. Het gehele product mag niet worden veranderd of worden omgebouwd!
- De veiligheidsrichtlijnen dienen altijd in acht te worden genomen!
6.2. Functiebeschrijving
De laboratoriumnetvoeding werkt met een betrouwbare en robuuste lineaire technologie. Dit maakt een stabiele uitgangsspanning en de laagste stoorspanningen mogelijk. De gelijkspanningsuitgangen zijn potentiaalvrij en voorzien van een veiligheidsontkoppeling ten opzichte van de netspanning. Aan de secundaire zijde wordt de DC-aansluiting tot stand gebracht via twee gekleurde veiligheidsbussen of twee USB-bussen type A.
De netvoeding kan de uitgangsspanning en de uitgangsstroom van uitgang A, uitgang C en USB-B1 traploos instellen.
In 2 overzichtelijke displays worden de spanningen en stromen voor de uitgangen A en C gescheiden weergegeven (V = Volt = eenheid van de elektrische spanning, A = Ampère = eenheid van de elektrische stroom).
Uitgang USB B1 wordt door het drukken op een knop op het display van uitgang C weergegeven.
De actuele toestand van de netvoeding wordt aangegeven via verlichte displays. Diverse beveiligingen, zoals bijvoorbeeld overspanningsbeveiliging, bescherming tegen overbelasting, stroombegrenzing, oververhitting enz. werden voorzien voor een veilig en betrouwbaar gebruik.
De koeling van de netvoeding vindt plaats via de koelelementen aan de achterkant. Dit maakt een geluidloze werking mogelijk. Het is daarom belangrijk om voor voldoende luchtcirculatie te zorgen.
6.3. Bedieningselementen

1 Netschakelaar voor inbedrijfname (I = aan / 0 = uit)
2 Weergave stroom (A) voor uitgang OUTPUT A
3 Weergave spanning (V) voor uitgang OUTPUT A
4 Spanningsinstelregelaar (Volt) voor uitgang A
5 Statusweergave uitgang A (CV = constante spanning)
6 Statusweergave uitgang A (OT = overtemperatuur)
7 Statusweergave uitgang A (CC = constante stroom)
8 Stroominstelregelaar (ampère) voor uitgang A
9 Statusindicatie bij geactiveerde overspanningsuitschakeling (OVER VOLTAGE) voor uitgang A
10 Spanningsinstelregelaar (V ADJ.) voor uitgang B USB-B1
11 Omschakelaar voor spanningsbereikkeuze van uitgang B USB-B1
12 Knipperende statusindicatie bij gedrukte shift-knop (11)
13 Stroominstelregelaar (A ADJ.) voor uitgang B USB-B1
14 Knop voor het weergeven van de spannings- en stroominstelling van uitgang USB-B1
15 Spanningsinstelregelaar (Volt) voor uitgang C
16 Statusweergave uitgang C (CV = constante spanning)
17 Statusweergave uitgang C (OT = overtemperatuur)
18 Statusweergave uitgang C (CC = constante stroom)
19 Stroominstelregelaar (ampère) voor uitgang C
20 Statusindicatie bij geactiveerde overspanningsuitschakeling (OVER VOLTAGE) voor uitgang C
21 Weergave spanning (V) voor uitgang C
22 Weergave stroom (A) voor uitgang C
23 USB-symbol geeft de weergave van uitgang B USB-B1 aan
24 Apparaatvoetjes aan de voorkant zijn opklapbaar
25 Aansluitbus "aardpotentiaal"
26 Instelregelaar voor het niveau voor uitschakeling bij een te hoge spanning (OVP ADJ.) voor uitgang C
27 Knop voor de weergave van het ingestelde niveau voor de overspanningsuitschakeling voor uitgang C
28 Aansluitbus minpool van uitgang C
29 Aansluitbus pluspool van uitgang C
30 Knop "C-LIMIT" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang C
31 Processorgestuurde USB-uitgang B USB-B2
32 Omschakelaar "MODE" voor het kiezen van de bedrijfsmodus
33 Regelbare USB-uitgang B USB-B1
34 Knop voor de weergave van het ingestelde niveau voor de overspanningsuitschakeling voor uitgang A
35 Instelregelaar voor het niveau voor uitschakeling bij een te hoge spanning (OVP ADJ.) voor uitgang A
36 Aansluitbus minpool van uitgang A
37 Aansluitbus pluspool van uitgang A
38 Knop "C-LIMIT" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang A
39 Statusindicator als het apparaat is ingeschakeld
40 Koelelementen aan de achterzijde
41 Zekeringhouder voor de netzekering
42 Beschermcontact-koude apparaataansluiting voor stroomkabel
6.3.1. Uitleg van de symbolen
De volgende symbolen zijn op enkele bedieningselementen aangebracht.
| Symbool-knop ingedrukt | Symbool voor regelgebied. Pijl geeft rich-ting van verhoging aan | ||
| Symbool-knop niet ingedrukt |
6.4. Ingebruikname

De laboratoriumnetvoeding is geen lader. Laad uw batterijen altijd met geschikte laders met een passende laaduitschakeling op.
Bij langdurig gebruik met nominale belasting wordt het oppervlak van de behuizing warm. Opgelet! Mogelijk gevaar op brandwonden! Zorg dus voor voldoende ventilatie van de netvoeding en gebruik het nooit geheel of gedeeltelijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een te gebruiken apparaat op dat het niet ingeschakeld is op het moment van aansluiting. Een ingeschakeld te gebruiken apparaat kan tijdens het aansluiten op de stekkerbus van de netvoeding vonken veroorzaken, die op hun beurt de bussen en/of de aangesloten bekabeling en/of hun aansluitingen kunnen beschadigen.
Koppel de netvoeding los van het stroomnet als hij niet wordt gebruikt.
Het maximale stroomverbruik van het aan te sluiten apparaat mag niet méér zijn dan wat er in de specificaties van de technische gegevens vermeld staat.
Bij de serieschakeling van de uitgangen resp. van meerdere netvoedingen kunnen contactgevaarlijke spanningen (> 70 V/DC) worden gegenereerd, die levensgevaarlijk kunnen zijn bij aanraking. Vanaf deze spanning mogen uitsluitend geïsoleerde accessoires (aansluitbekabeling, meetkabels, etc.) gebruikt worden.
Gebruik van ongeïsoleerde bekabeling en contacten moet vermeden worden. Alle ongeïsoleerde plekken moeten afgedekt worden met geschikte, vlambestendige isolatiematerialen of andere beschermende maatregelen tegen direct contact en kortsluiting.
Zorg voor voldoende kabeldoorsnede voor de beogde stroomsterkte.
6.4.1. Het apparaat opstellen
- Plaats de laboratoriumnetvoeding op een stabiel, vlak en slijtvast oppervlak. Zorg ervoor dat de ventilatie-openingen in de behuizing onbedekt zijn.

De voorste apparaatvoeten kunnen omhoog worden geklapt, zodat de displays eenvoudiger afgelezen kunnen worden. Hierdoor kan de laboratoriumnetvoeding schuin worden neergezet.
6.4.2. De stroomkabel aansluiten
- Verbind de meegeleverde geaarde stroomkabel met de koudapparaat-inbouwstekker (42) van de netvoeding. Zorg dat het stevig vast zit.
- Sluit de stroomkabel aan op een geaard stopcontact met randaarde.
- Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn of er moet een meerpolige stroomonderbreker (bijv. nooduit-schakelaar) aanwezig zijn.
6.4.3. Inschakelen en bedrijfsmodus instellen
Er kunnen vier verschillende bedrijfsmodi worden ingesteld op de laboratoriumnetvoeding voor de twee primaire laboratoriumuitgangen OUTPUT A en OUTPUT C.
Schakel de netvoeding in via de aan-/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (39) gaat branden en op beide displays worden spanning en stroom weergegeven.
Om de bedrijfsmodus te kiezen, draai de draaischakelaar "MODE" (32) in de overeenkomstige stand.

text_image
PAR SER IND TRCK MODE
Controleer voordat u de functie wijzigt of er geen verbruikers op de twee uitgangen A en C zijn aangesloten. Deze kunnen in het ergste geval worden beschadigd door overspanning.
6.4.4. Individueel bedrijf (IND)
Elk laboratoriumuitgang (OUTPUT A en OUTPUT C) is afzonderlijk en onafhankelijk instelbaar en te gebruiken. Het apparaat werkt als twee afzonderlijke laboratoriumvoedingen. Dit is de standaard bedrijfsmodus.

text_image
VOLTCRAFT. VLP-2403 USB 12.0 V 0.80 A OUTPUT A MOTER OUTR VOLTAGE AMPD C-LIMIT GROW VALUE OUTPUT B-USB MODE SLOW VALUE VOLT AMPD OUTR VOLTAGE C-LIMIT GROW VALUE OUTPUT C 32.9 V 2.75 A POWER + 0-AV 0-AV 3A MODE + 0-AV 0-AV 3A 12.0 V 0.80 A V OUTPUT A // V OUTPUT C A OUTPUT A // A OUTPUT C 32.9 V 2.75 AUitgangsspanning van uitgang A resp. C instellen
- Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29).
- Zet de stroominstelregelaar voor de betreffende uitgang "AMPERE" (8 resp. 19) in de middelste stand.
- Via de draaiknop "VOLT" (4 resp. 15) kan de uitgangsspanning worden ingesteld.
- De spanningswaarde "V" wordt op het display (3 resp. 21) weergegeven

In de normale modus werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. D.w.z. dat de netvoeding continu een voorgeprogrammeerde uitgangsspanning levert. Deze modus wordt aangegeven met de groene statusindicatie "CV" (5 resp. 16).
Stroombegrenzing van uitgang A resp. C instellen
Begrenzing van de uitgangsstroom is een beschermingsmechanisme om de aangesloten verbruiker of de aansluitbekabeling te beschermen. De stroombegrenzing kan vooraf worden ingesteld bij de uitgang zonder kortsluiting. De netvoeding levert dan maximaal de vooraf ingestelde stroom.
- Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29). Stel altijd de juiste uitgangsspanning in voordat u de stroomlimiet instelt.
- Draai de stroomregelaar "AMPERE" (8 resp. 19) helemaal naar links (nulpositie).
- Druk op de knop "C-LIMIT" (30 resp. 38) en houd deze knop ingedrukt tijdens het instelproces. De overeenkomstige uitgang wordt automatisch uitgeschakeld zolang de knop "C-LIMIT" wordt gedrukt. De spanningsindicatie gaat daarom terug naar ca. 0.
- Via de draaiknop "AMPERE" (8 resp. 19) kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. Laat de knop "C-LIMIT" los na het instellen. Het display toont opnieuw de daadwerkelijke stroom (met onbelaste uitgang 0,00 A). De statusindicator "CV" (5 resp. 16) brandt.
- Sluit de verbruiker aan uitgang A (36 en 37) of uitgang C (28 en 29) aan en schakel hem in. Let op de polariteit:
De LED-indicator "CC" (7 resp. 18) brandt, zodra het ingestelde stroomniveau wordt overschreden en de stroombegrenzing actief is. De constante stroommodus is actief.

Als de vooraf ingestelde stroomsterkte wordt bereikt tijdens normaal bedrijf, schakelt de netvoeding over naar de stroombegrenzingsmodus, waardoor de spanningswaarde wordt verlaagd. Deze modus wordt weergegeven met de rode statusindicator "CC" (7 resp. 18).
Overspanningsbeveiliging (OVP) instellen en apparaat resetten
De uitgangen A en C beschikken over een instelbare overspanningsbeveiliging. Dit beschermingsmechanisme voorkomt onbedoelde vernietiging van aangesloten verbruikers als gevolg van een te hoge uitgangsspanning. Bij het bereiken van het vooraf ingestelde beschermingsniveau wordt de overeenkomstige uitgang (A of C) direct uitgeschakeld. De USB-uitgangen worden niet beïnvloed door de uitschakeling.
Voor het instellen van het beschermingsniveau gaat u als volgt te werk:
- Druk bij ingeschakelde laboratoriumnetvoeding de knop "SHOW VALUE" (34 resp. 27) en houd deze tijdens de instelprocedure ingedrukt.
- Op het display (3 resp. 21) wordt het actuele spanningsniveau weergegeven.
- Stel met een bijpassende sleufkop schroevendraaier het gewenste max. spanningsniveau op de regelaar "OVP ADJ." (35 resp. 26) in. Wilt u geen veiligheidsuitschakeling, draait u de instelknop tot aan de rechter aanslag.
- Laat de knop "SHOW VALUE" (34 resp. 27) los. De overspanningsbeveiliging is geactiveerd.
Uitgang A resp. C resetten:
- Zodra via de instelregelaar "VOLT" (4 resp. 15) het ingestelde beschermingsniveau wordt overschreden, schakelt de overeenkomstige uitgang A of C onmiddellijk uit. De spanningsindicatie (3 resp. 21) gaat terug naar ca. 0 V terug en de statusindicatie "OVER VOLTAGE" (9 resp. 20) brandt rood.
- Verwijder de verbruiker van de laboratoriumnetvoeding.
- Draai de instelknop "VOLT" enkele slagen tegen de klok in.
- Schakel de laboratoriumnetvoeding uit via de aan-/uit-schakelaar (1). Wacht ongeveer ca. 3 seconden en schakel het apparaat vervolgens weer aan. Hierdoor wordt de veiligheidsuitschakeling gereset.

Controleer opnieuw de juiste uitgangsspanning en wijzig zonodig de overspanningsbeveiliging.
6.4.5. Parallel bedrijf (PAR)
De beide laboratoriumuitgangen (OUTPUT A en C) worden intern parallel met elkaar verbonden. De parallelle verbinding wordt de uitgangsstroom van de twee uitgangen bij elkaar opgeteld. De max. uitgangsstroom bedraagt in deze modus max. 6 A. De uitgangsspanning bedraagt max. 40 V/DC.
Door de interne schakeling is het mogelijk de max. uitgangsstroom van 6 A direct op uitgang A af te takken. Externe kabelbruggen zijn niet vereist.

Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29) voordat u de bedrijfsmodus wijzigt.

text_image
VOLTCKRAFT. VLP-2403 USB 24.0 V 3.00 A OUTPUT A METER OUTR VOLTAGE OFF ADL1 C-UNIT SHOW VALUE OUTPUT B-USB MODE VOLT SHORT VALUE V-ADL1 A-ADL1 USB-B1 SHORT VALUE OUTPUT C SHORT VALUE 24.0 V 2.00 A POWER 0 1 + - 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-48V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0-46V 0- Σ A OUTPUT A OUTPUT C 24.0 V 5.00 ADe uitgangsspanning instellen
- Kies met de draaischakelaar "MODE" (32) de gebruiksmodus "PAR".
- Zet beide stroominstelregelaars "AMPERE" (8 resp. 19) op de middelste stand.
- Via de draaiknop "VOLT" (4 resp. 15) kan de uitgangsspanning worden ingesteld. Draai in het onderste spanningsbereik tot ca. 12 V afwisselend de beide draairegelaars "VOLT" (4 resp. 15). Vanaf 12 V is het voldoende de spanning via de draairegelaar van uitgang A in te stellen.
- De spanningswaarde "V" wordt op het display (3 resp. 21) weergegeven. De beide spanningsweergaven (3 en 21) geven dezelfde spanning aan de uitgang en mogen niet bij elkaar opgeteld worden.

In de normale modus werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. D.w.z. dat de netvoeding continu een voorgeprogrammeerde uitgangsspanning levert. Deze modus wordt aangegeven met de groene statusindicatie "CV" (5 resp. 16).
Stroombegrenzing van uitgang A resp. C instellen
- Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29). Stel altijd de juiste uitgangs-spanning in voordat u de stroomlimiet instelt.
- Draai de stroomregelaar "AMPERE" (8 resp. 19) helemaal naar links (nulpositie).
- Druk op de knop "C-LIMIT" (30 resp. 38) en houd deze knop ingedrukt tijdens het instelproces. De overeenkomstige uitgang wordt automatisch uitgeschakeld zolang de knop "C-LIMIT" wordt gedrukt. De spanningsindicatie gaat daarom terug naar ca. 0.
- Via de draaiknop "AMPERE" (8 resp. 19) kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. Laat de knop "C-LIMIT" los na het instellen. Het display toont opnieuw de daadwerkelijke stroom (met onbelaste uitgang 0,00 A). De statusindicator "CV" (5 resp. 16) brandt.
- Sluit de verbruiker aan uitgang A (36 en 37) aan en schakel hem in. Let op de polariteit: De uitgangsstromen van de twee uitgangen worden opgeteld en worden gebundeld bij uitgang A.

De led-indicator "CC" (7 resp. 18) brand bij de betreffende uitgang, zodra het ingestelde stroomniveau wordt overschreden en de stroombegrenzing actief is. De constante stroommodus is actief.
6.4.6. Seriebedrijf (SER)
De beide laboratoriumuitgangen (OUTPUT A en C) worden intern in serie met elkaar verbonden. Door de serieschakeling wordt de uitgangsspanning van beide uitgangen bij elkaar opgeteld. De max. uitgangsspanning bedraagt in deze modus max. 80 V/DC. De uitgangstroom bedraagt max. 3 A.
Door de interne schakeling is het mogelijk de max. uitgangsspanning van 80 V direct op de twee bussen van uitgang A en C af te takken. Externe kabelbruggen zijn niet vereist.

Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29) voordat u de bedrijfsmodus wijzigt.

text_image
VOLTCRAFT. VLP-2403 USB 24.0 v 2.00 A OUTPUT A WATERI VOLT AMPERC DUP ADJ. C-LIMIT SHOW VALUE OUTPUT B-USB MODE DUP ADJ VOLT AMPERC DUP ADJ. C-LIMIT SHOW VALUE OUTPUT C 24.0 v 2.00 A POWER + - + - MOS MODE DUP ADJ. C-LIMIT SHOW VALUE Σ V OUTPUT A + OUTPUT C 48.0 v 2.00 ADe uitgangsspanning instellen
- Kies met de draaischakelaar "MODE" (32) de gebruiksmodus "SER".
- Zet beide stroominstelregelaars "AMPERE" (8 resp. 19) op de middelste stand.
- Via de draaiknop "VOLT" (4 resp. 15) kan de uitgangsspanning worden ingesteld. Houd er rekening mee dat de beide ingestelde spanningen op de uitgang bij elkaar opgeteld worden.
- De spanningswaarden "V" worden op het display (3 en 21) weergegeven en moeten bij elkaar opgeteld worden. Op de beide uitgangsbussen (37 en 28) wordt de som van de spanningsinstelling uitgegeven.

In de normale modus werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. D.w.z. dat de netvoeding continu een voorgeprogrammeerde uitgangsspanning levert. Deze modus wordt aangegeven met de groene statusindicatie "CV" (5 resp. 16).
De stroombegrenzing instellen
- Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29). Stel altijd de juiste uitgangs-spanning in voordat u de stroomlimiet instelt.
- Draai de stroomregelaar "AMPERE" (8 resp. 19) helemaal naar links (nulpositie).
- Druk op de knop "C-LIMIT" (30 resp. 38) en houd deze knop ingedrukt tijdens het instelproces. De overeenkomstige
uitgang wordt automatisch uitgeschakeld zolang de knop "C-LIMIT" wordt gedrukt. De spanningsindicatie gaat daarom terug naar ca. 0.
- Via de draaiknop "AMPERE" (8 resp. 19) kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. Laat de knop "C-LIMIT" los na het instellen. Het display toont opnieuw de daadwerkelijke stroom (met onbelaste uitgang 0,00 A). De statusindicator "CV" (5 resp. 16) brandt.
- Sluit de verbruiker aan de uitgangsbussen “+” van uitgang A (37) en “-” van uitgang C (28) aan en schakel hem in. Let op de polariteit: De uitgangsspanningen van de twee uitgangen worden opgeteld en worden gebundeld bij de uitgang.
De led-indicator "CC" (7 resp. 18) brand bij de betreffende uitgang, zodra het ingestelde stroomniveau wordt overschreden en de stroombegrenzing actief is. De constante stroommodus is actief.
6.4.7. Tracking bedrijf (TRCK)
In de tracking-modus wordt de uitgangsspanning van de beide laboratoriumuitgangen (output A en C) geregeld via de VOLT-masterbesturing (4) van uitgang OUTPUT A. De uitgangsspanning van beide uitgangen is in deze modus steeds hetzelfde. De stroomlimiet wordt ingesteld op de respectieve uitgang.

text_image
VOLTCAFT. VLP-2403 USB 12.0 V 0.50 A OUTPUT A POWER + - OUTRUT B-USB MODE SHOW VALUE VOLT AMPORE SHOW VALUE VOUT AMPORE SHOW VALUE C-LIMIT USB-B1 USB-B2 C-LIMIT C-LIMIT DUT/RUT C DUT/RUT C 12.0 V 2.00 A 12.0 V 0.50 A V OUTPUT A = V OUTPUT C A OUTPUT A ≠ A OUTPUT C 12.0 V 2.00 ADe uitgangsspanning instellen
- Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29).
- Zet de stroominstelregelaar voor de betreffende uitgang "AMPERE" (8 resp. 19) in de middelste stand.
- De spanningsregelaar van uitgang C (15) moet in deze bedrijfsmodus op maximaal worden gezet (rechter eindaanslag). Dit maakt de uitsluitende bediening door uitgang A mogelijk.
- Via de spanningsregelaar "VOLT" (4) van uitgang A kan de uitgangsspanning voor beide uitgangen worden ingesteld.
- De spanningswaarde "V" wordt op het display (3 resp. 21) weergegeven.
In de normale modus werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. D.w.z. dat de netvoeding continu een voorgeprogrammeerde uitgangsspanning levert. Deze modus wordt aangegeven met de groene statusindicatie "CV" (5 resp. 16).
Stroombegrenzing van uitgang A resp. C instellen
- Begrenzing van de uitgangsstroom is een beschermingsmechanisme om de aangesloten verbruiker of de aansluitbekabeling te beschermen. De stroombegrenzing kan vooraf worden ingesteld bij de uitgang zonder kortsluiting. De netvoeding levert dan maximaal de vooraf ingestelde stroom.
- Verwijder de aangesloten verbruikers van uitgang A (36 en 37) en uitgang C (28 en 29). Stel altijd de juiste uitgangs-spanning in voordat u de stroomlimiet instelt.
- Draai de stroomregelaar "AMPERE" (8 resp. 19) helemaal naar links (nulpositie).
- Druk op de knop "C-LIMIT" (30 resp. 38) en houd deze knop ingedrukt tijdens het instelproces. De overeenkomstige uitgang wordt automatisch uitgeschakeld zolang de knop "C-LIMIT" wordt gedrukt. De spanningsindicatie gaat daarom terug naar ca. 0.
- Via de draaiknop "AMPERE" (8 resp. 19) kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. Laat de knop "C-LIMIT" los na het instellen. Het display toont opnieuw de daadwerkelijke stroom (met onbelaste uitgang 0,00 A). De statusindicator "CV" (5 resp. 16) brandt.
- Sluit de verbruiker aan uitgang A (36 en 37) of uitgang C (28 en 29) aan en schakel hem in. Let op de polariteit:
- De LED-indicator "CC" (7 resp. 18) brandt, zodra het ingestelde stroomniveau wordt overschreden en de stroombegrenzing actief is. De constante stroommodus is actief.
Als de vooraf ingestelde stroomsterkte wordt bereikt tijdens normaal bedrijf, schakelt de netvoeding over naar de stroombegrenzingsmodus, waardoor de spanningswaarde wordt verlaagd. Deze modus wordt weergegeven met de rode statusindicator "CC" (7 resp. 18).
6.4.8. USB-uitgang
Er staan twee onafhankelijke USB-uitgangen ter beschikking. De instellingen en veiligheidsuitschakelingen van uitgang A en C hebben geen invloed op de twee USB-poorten.
Bij uitgang USB-B1 (33) kan de uitgangsspanning en de stroombegrenzing traploos worden ingesteld.
Bij uitgang USB-B2 (31) worden de uitvoerparameters automatisch en optimaal ingesteld door de processor, afhankelijk van het aangesloten eindapparaat.
Uitgangsspanning en stroom van uitgang B USB-B1 instellen
De uitgang B USB-B1 maakt voor ontwikkelingsdoeleinden de USB-typische spanning van 5 V/DC variabel mogelijk en kan van optioneel 4,0 - 5,1 V/DC of 4,0 - 6,2 V/DC worden ingesteld. De stroombegrenzing kan eveneens vooraf worden ingesteld.
Om het instelbereik in te stellen, kan het instelbereik worden ingesteld met behulp van de "MODE"-drukknop (11).
| Schakelaar symbool Spanningsbereik | ||
| Niet ingedrukte schakeltoestand | ![]() | 4,0 - 5,1 V/DC |
| Ingedrukte schakeltoestand. “ENG.” indicator (12) knippert. | ![]() | 4,0 - 6,2 V/DC |
- Verwijder aangesloten verbruikers van uitgang USB-B1 (33).
- Druk op de knop "SHOW VALUE" (14) en houd deze knop ingedrukt tijdens de instelling van de spanning. Op het display van uitgang C wordt de spanning van uitgang B USB-B1 weergegeven.
-
Met behulp van de draairegelaar "V ADJ." (10) kan de uitgangsspanning voor uitgang B USB-B1 worden ingesteld.
-
U kunt de stroombegrenzing voor uitgang B USB-B1 met de draaiknop "AADJ." (13) zo instellen dat de stroomwaarde hoog genoeg is om de spanning niet af te sluiten.
- Na succesvolle instelling laat u de knop "SHOW VALUE" (14) weer los.
Sluit de verbruiker aan op uitgang B USB-B1 (33) en schakel hem in. Let op de polariteit. De maximale stroomwaarde is 2,5 A, bij overschrijding wordt voor deze uitgangen automatisch een stroombegrenzer geactiveerd. De USB-bus is standaard bedraad. De tekening toont het contact.

De betreffende spannings- en stroomwaarden kunnen altijd door het drukken van de knop "SHOW VALUE" (14) worden gecontroleerd.

text_image
OUTPUT B USBUitgang B USB-B2
De uitgang B USB-B2 is processorgestuurd en niet regelbaar. Deze uitgang herkent de parameters van het aangesloten eindapparaat en stelt automatisch de optimale instelling voor spanning en stroom in.
Een weergave van de bestaande parameters is niet mogelijk. De aansluiting geschiedt via uitgang B USB-B2 (31).
| Uitgang OUTPUT A OUTPUT C USB-B1 USB-B2 | ||||
| Uitgangsvermogen 273 W | ||||
| Uitgangsspanning V/DC 0 - 40 V | (-200 mV ~ 41,5 V) | 0 - 40 V(-200 mV ~ 41,5 V) | 4,0 - 5,1 V4,0 - 6,2 V(-0,2 V/+ 0,1 V) | 5 V9 V12 V |
| Uitgangsstroom 0,01 - 3 A 0,01 - 3 A | 0,01 - 2,5 A max. | 2,5 A | max. 2,0 Amax. 1,5 A | |
| Rimpel bij nominale belasting | ≤2 mV | ≤2 mV | ≤2 mV | ≤20 mV |
| Spannings-regelgedrag bij 100% verandering van de belasting | ≤25 mV | ≤25 mV | ≤20 mV | Niet gespecificeerd |
| Spannings-regelgedrag bij 10% schommeling van de netspanning | ≤20 mV | ≤20 mV | ≤15 mV | Niet gespecificeerd |
| Stroom-regelgedrag bij 100% verandering van de belasting | ≤20 mA | ≤20 mA | ≤15 mA Niet | gespecificeerd |
| Stroom-regelgedrag bij 10% schommeling van de netspanning | ≤15 mA | ≤15 mA | ≤10 mA Niet | gespecificeerd |
| Regelstabiliteit | 25 mV/h | |||
| Display | Twee regels, 12 mm zevensegmentweergave groen, 3-cijferig | |||
| Nauwkeurigheid V-indicatie | ≤ ±(1% + 0,2 V) | |||
| Nauwkeurigheid A-weergave | ≤ ±(2 % + 0,02 A) | |||
| Bedrijfsspanning | 230 V/AC (±10%) 50 Hz | |||
| Opgenomen vermogen (max.) 590 VA | |
| Netzekering traag (5 x 20 mm) T3,15 | A/250 V |
| Bedrijfstemperatuur +5 tot +40 °C | |
| Rel. luchtvochtigheid max. 85 %, niet condenserend | |
| Beschermingsniveau 1 | |
| Stroomaansluiting Koudapparaat-inbouwstekker, IEC 320 C14 | |
| Gewicht 11,0 kg | |
| Afmetingen (b x h x d) 440 x 125 x 270 mm | |
7. Afvoer

Afgedankte elektronische apparaten bevatten waardevolle stoffen en behoren niet bij het huishoudelijk afval. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af.
8. Onderhoud en reiniging
Afgezien van een incidentele reiniging of het vervangen van een zekering is de laboratoriumnetvoeding onderhoudsvrij. Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat een schone, droge, antistatische en pluisvrije reinigingsdoek zonder schurende, chemische en oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
8.1. Netzekering vervangen
Als de laboratoriumnetvoeding niet meer kan worden ingeschakeld, is de netzekering aan de achterkant van het apparaat waarschijnlijk defect.
Voor het vervangen van de netzekering gaat u als volgt te werk:
- Schakel de netvoeding uit, verwijder alle aansluitkabels van het apparaat en haal de stekker uit het stopcontact.
- Druk met een geschikte sleufkop schroevendraaier de zekeringhouder aan de achterzijde een beetje naar binnen en draai deze met een kwartslag tegen de klok in eruit (bajonetsluiting).
- Vervang de defecte zekering door een nieuwe fijnzekering (5x 20 mm) van hetzelfde type en dezelfde nominale stroomsterkte: De zekeringwaarde vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens".
- Draai de zekering met de klok mee erin en oefen lichte druk uit op de zekeringshouder, totdat deze weer vast klikt.
9. Verhelpen van storingen
U heeft met deze laboratoriumnetvoeding een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik.
Er kunnen zich echter problemen of storingen voordoen.
Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen:

Neem absoluut de veiligheidsinstructies in acht!
Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat, bij voorbeeld op beschadiging van de behuizing enz.

Een andere reparatie mag alleen door een vakkundige persoon geschieden, die op de hoogte is van de hiermee verbonden gevaren resp. eenduidige voorschriften. Bij eigenmachtige wijzigingen of reparaties aan of in het apparaat vervalt het recht op waarborg/garantie. Zekeringen zijn aan slijtage onderhevige delen en worden niet door de garantie gedekt.
| Storing / Toestandsweergave Mogelijke oorzaak | |
| De netvoeding kan niet worden aangezet. | Brandt de bedrijfsindicator op de netvoeding?Controleer de netspanning (evt. netzekering in het apparaat resp. de stroomonderbreker in de kabel controleren). |
| De aangesloten apparaten werken niet. | Is de juiste spanning ingesteld?Is de polariteit juist?Controleer de technische gegevens van de verbruiker.Is de overspanningsbeveiligingsuitschakeling (OVP) actief? |
| De “OT”-indicator brandt. De netvoeding is overbelast en oververhit.Laat het apparaat uitgeschakeld voldoende afkoelen. | |
| De “CC”-indicator brandt. Werking op constante stroomDe vooraf ingestelde stroomsterkte is overschreden. Controleer de stroom-opname van uw verbruiker en vergroot ev. de stroombegrenzing van de netvoeding. | |
| De “CV”-indicator brandt. Geen schuld: Constante spanningsmodusDe netvoeding werkt normaal. Op de uitgang wordt de ingestelde, constante spanning afgegeven. | |
| De indicatie “ENG.” knippert. Geen schuld: toestandsweergaveHet grote aanpassingsbereik van de uitgangsspanning werd geselecteerd voor de USB-uitgang USB-B1. Schakelaar “MODE” is ingedrukt. | |
| VLP 1303 USB // VLP 1405 USB // VLP1602 USB | |
| The “OVER VOLTAGE” display lights up. | Het vooraf ingestelde niveau voor overspanningsbeveiliging is overschre-den. De uitgang OUTPUT A werd uitgeschakeld.Reset het apparaat zoals beschreven in het hoofdstuk “Uitgang OUTPUT A resetten” op pagina 92. |
| VLP 2403 USB | |
| De indicator “OVER VOLTAGE” brandt. | Het vooraf ingestelde niveau voor overspanningsbeveiliging is overschreden. De uitgang OUTPUT A resp. OUTPUT C werd uitgeschakeld. Reset het apparaat zoals beschreven in het hoofdstuk “Overspanningsbeveiliging (OVP) instellen en apparaat resetten” op pagina 101. |
| De weergave “OVER VOLTAGE” gaat niet uit na het resetten (uitschakelen). | De uitschakelduur was te kort. Laat de laboratoriumnetvoeding ten minste 3 - 5 seconden uitgeschakeld. Indien de OVP-weergave na een voldoende uitschakeltijd niet uitgaat, neem dan contact op met ons servicecenter. |
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.
Copyright 2018 by Conrad Electronic SE.
This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing.
Copyright 2018 by Conrad Electronic SE.
Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu'elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l'éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse.
Copyright 2018 by Conrad Electronic SE.
NL Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
Copyright 2018 by Conrad Electronic SE.



