Easy Pro Prestige 1866 - Afzuigkap NOVY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Easy Pro Prestige 1866 NOVY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Easy Pro Prestige 1866 NOVY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Easy Pro Prestige 1866 - NOVY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Easy Pro Prestige 1866 van het merk NOVY.
GEBRUIKSAANWIJZING Easy Pro Prestige 1866 NOVY
NL Gebruiksaanwijzing p. 2
2.1 Verpakkingsmaterial 5
2.2 Afvoeren van het oude apparaat 5
2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere efficiente 5
3 GEBRUK VAN HET APPARAAT 7
3.1 Eerste gebruik van het apparaat 7
3.2 Voorzorgsmaatregelen gegen beschadiging 7
4.1 Principe van inductie 8
4.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 9
4.3 Geluiden bij inductie 9
4.4 Global overzicht 10
5INDUCTIEKOOKPLAAT 11
5.1 Bediening 11
5.2 Bediening met draaiknop 11
5.3 Bediening van de kookplaat 12
5.3.1 In- en uitschakelen 12
5.3.2 Pandetectie 13
5.3.3 Aanduiding restwarmte 13
5.3.4 Power functie 14
5.3.5Programmeren van de aankookautomaat 16
5.3.6 Warmhoudfunctie 17
5.3.7 Flexzone 18
5.3.8 Kinderbeveiliging 19
6 AFZUIGING 20
6.1 Bedieningspaneel 20
6.2 Bediening met draaiknop 21
6.3 Gebruiksmodus 22
6.3.1 Recirculatie modus (standaardinstelling) 22
6.3.2 Afvoer modus 22
6.4 Bediening van de afzuiiging 23
6.4.1 In- en uitschakelen 23
6.4.2 Automatische aufzuging 24
6.4.3 Automatische naloopfunctie 24
7 REINIGINGSINDICATIES 26
7.1 Reinigingsindicatie vetfilter 26
7.2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter (recirculatie modus) 26
8 KOOKADVIES 27
9 REINIGING EN ONDERHOUD 29
9.1 Onderhoud van de kookplaat 29
9.2 Onderhoud van de afzuiing 31
9.2.1 Inlatarooster uitenemen 31
9.2.2 Inlaatrooster terugplaatsen 32
9.2.3 Reiniging van de vetfilter 32
9.2.4 Vervangen van de monoblock filter (recirculatie modus) 34
10 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 35
10.1 Meldingen op de kookplaat 35
10.2 Meldingen bij de afzuiing 36
10.3 Storingen 36
OVERZICHTFUNCTIES NOVY EASY PRESTIGE 37
1ALGEMENEINFORMATIE
Lees aandachtig de veiligheidsvoorschriften, de montage handleiding en de gebruiks aanwijzing voord de installmente en ingebruikname.
De veiligheidsvoorschriften staan vermeld in een apart boekje dat met het toestel is meegeleverd en op unsere website www.novy.com.
Leef de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de gebruiks aanwijzing na om letsel en materiele schade te voorkomen.
In deze gebruiksaanwijzing worden gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen.
| SymboolBetekenis | ||
| ® | Indicatie Toelight | ting van een indicatie op het toestel. |
| ! | Info/Waarschuwing | Dit symbool duidt op een belangrijkte tip of een gevaarlijke situatie. |
2 MILIEU EN BESPARING
2.1 Verpakkingsmaterialial
Dit toestel is beschermd door verpakking gegen transportschade.
De gezebruekte materialen zijn nicht schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijk afvoer van de verpakking.
2.2 Afvoeren van het oude apparaat
Uw apparaat bevat tevens vele recyclerbare materialen.

Daarom dienen gebruekte toestellen van ander afval te worden geschieren. De recyclage van de apparaten die door uw fabrikant worden georganiseerd worden op deze manier onder de Beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper maar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude toestel. Houd oude toestellen buiten het bereik van kinderen.
2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere efficientre
Het neue toestel is bijzonder efficien t en energiezuinig.
Hieronder volgen een aantal tips om uw toestel nog energiezuiniger en efficienter te make.
Kies een kookzone die bij de grootte van de pan past.
De bodem van de pan moet de kookzone zoveel möglich bedekken.
Zorg ervoor dat de pan steeds in het midden van de kookzone staat.
Gebruik kookgerei met een bodem diameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Plaats deksels op de pannen. Dat voorkomt dat onnodig warmte ontsnapt en vermindert kookdampen en condens.
Gebruik pannen met vlakke bodem. Een pan met een Niet vlakke bodem verbruikt更是nergie.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel. Voor eenkleine pan is minder energie nodig dan voor een grote, Niet geheel gemulde pan.
-
Gebruik zo min möglichk water. Hoe meer water er in de pan zit, des te meer energia is er nodig om op te warmen.
-
Schakel na het aankoken of aanbradenijdig terug waar een lagere vermogensstand voor een lager energieverbruik en om overproductie van dampen te beperken.
Plaats uw kookgerei zodanig dat opwellende dampen in het aanzuigoppervlak van de ventilator terecht-komen.
Schakel de ventilator van het toestel op de laagste slelheid in wanner u met koken begint om de vochtigheidsgraad te regelen en kookluchtjes te verwijderen.
Verhoog de ventilatorsnelheid van het toestel alleen wanner de hoeveelheid kookdamp dit vereist.
Gebruik de hoogste ventilatorsnelheid alleen wanner dit beslistoodzakelijk is.
- Schakel als er veel kookdamp vrijkomt opijd maar een hogere ventilatorsnelheid. Dat is efficienter dan te proberen door het toestel lang te gebruiken, damp op te vangen die zich al in de keuken verspreid heeft. Maak gebruik van de naloopstand indien het toestel hierover beschikt. Laat het toestel na het koken Niet onnodig (na)ventileren.
Houd het filter/ de filters van het toestel schoon om de vetfilterings- en geurfilteringsefficiente te optimaliseren.
Zorg voor voldoende luchttoevoer in de ruimte, zodat het toestel efficien't en energiezuinig kan werken.
Vermijd elke vorm van,tocht boven het kookvlak voor een efficiente werking.
3GEBRUIKVAN HET APPARAAT
3.1 Eerste gebruik van het apparatus
Scan uw QR-code op de garantiesticker en registreer uw toestel.
Verwijder alle zichtbare stickers voor ingebruikname. Poets algijd eerst de glasplaat met een vochtige doeken droog het af voor het eerste gebruik. Gebruik geen schoonmaakmiddel; hierdoor kan een blauwachtige waas ontstaan.
3.2 Voorzorgsmaatregelen gegen beschadiging
Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) können het glas beschadigen.
De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen können het glas beschadigen.
Laat geen voorwerpen (zelfskleine) op het glas vallen. Vermijd het stoten van kookpotten gegen de rand van het glas.
Plaats ofThat geen lege kookpotten op de kookplaat.
Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.
Het apparaat is een inductiekookplaat met geintegreerde werkblad afzuiiging. De inductiekookplaat beschikt over 4 kookzones met centraal in de kookplaat een geinteggreerde afzuiiging die voor het verwijderen van de kookdampen zorgt.
De kookplaat en afzuiiging konnen afzonderlijk bediend worden. Verderop in deze gebruiksaanwijzing vindt u de uitleg van de bediening van het apparaat.
4.1 Principe van inductie
Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werkung is, producerert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op+zijn beurt inductiestroom produeert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.
Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist:
Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controeren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, ...
Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem...
De inductie kookzone houdt onmiddelijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te Klein dan werkt de kookpot Niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone. Wanner de kookpot Niet aan de kookplaat aangepast is, blijft het symbol knipperen.
4.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat
| Type 1866 | ||
| Totaal vermogen 7400 W | ||
| Energieverbruik van de kookplaat EChob** | 180.5 Wh/ kg | |
| Kookzones 240 x 210 mm | ||
| Minimum detectie Ø 110 mm | ||
| Nominaal vermogen* 2100 W | ||
| Power vermogen* | 3000 W | |
| Super power vermogen* | - | W |
| Gestandardiseerde categorie kookgerei** | A | |
| Energie verbruik ECcw** | 186.4 Wh/ kg | |
- het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten
** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen(EN 60350-2)
4.3 Geluiden bij inductie
Bij gebruik van een inductiekookplaat hunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zich afhankelijk van constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei.
Brommen
Dit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energia die van de kookplaat waar het kookgerei worden gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Knetteren
Dit geluid ont staat als het kookgereiuit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordenveroorzaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende materiaallagen.
Fluiten
Dergelijkge geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei dat is samengesteld uit verschillende materiaaallagen, en als twee aangrenzende kookzonesgelijktijdig op de maximale instelling worden gebruikt. Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.
Klikken
Bij lage vermogensstanden können bij elektronische schakelingen klikgeluiden optreden.
Zoemen
Er kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is.
4.4 Global overzicht

| 1 Inlaitrooster |
| 2 Vetfilter |
| 3 Monoblock filter (bij recirculatie modus) |
| 4 Inductiekookplaat |
| 5 Indicatie |
| 6 Bediening |
5INDUCTIEKOOKPLAAT
5.1 Bediening

| Bediening kookplaat | |
| 1a Kookzone linksvoor | |
| 2a Kookzone linksachter | |
| 3a Kookzone rechtsachter | |
| 4a Kookzone rechtsvoor | |
| 1b Indicatie kookzone linksvoor | |
| 2b Indicatie kookzone linksachter | |
| 3b Indicatie kookzone rechtsachter | |
| 4b Indicatie kookzone rechtsvoor | |
| 1c Draaiknop kookzone linksvoor | |
| 2c Draaiknop kookzone linksachter | |
| 3c Draaiknop kookzone rechtsachter | |
| 4c Draaiknop kookzone rechtsvoor | |
| 5 Indicatie afzuiging | |
| 6 Draaiknop afzuiging |
5.2 Bediening met draaiknop
Het apparaat worden bediend met draaiknuppen op het frontpaneel van de keuken.
De draaikNOPpen zijn traploos en{kunnen naar rechts en links gedraaid worden.
Verschillende functies worden geactiveerd door aan de knappen te draaien. Deze activering worden weergegeven door een Lichtje, een individatie en/of een geluidssignaal.
Als er aan een of meer knoppen langer of tegelijk gedraaid worden (bijv. door doordraaien van de knoppen voor de powerfunctie), zal de functie Niet geactiveerd worden. Dan knippert het symbol en worden het apparaat na enkele seconden uitgeschakeld.
Om het symbool te wissen, aandezelfde knop draaien of de kookplaat uit- en inschakelen.
5.3 Bediening van de kookplaat
5.3.1 In- en uitschakelen
| In- en uitschakelen van een kookzone: | |
| Inschakelen | Display |
| Selecteer de zone door de betreffende draaiknop maar rechts te draaien. Bedieningsindicatie van deze kookzonelicht op. | U-9 |
| Uitschakelen | Display |
| De draaiknopণ links draaien tot bedieningsindicatie een of H1 aangeeft. | O H |
| O O O O | O H |
Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzoneplaatsen. De panherkenning schakelt de inductie in. De pan worden verwarmd.
Zolang geen pan op de kookzone worden geplaatst, wisselt deindicatie tussen de ingestelde kookstand en het symbol Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk '5.3.2 Pandetectie'.
5.3.2 Pandetectie
Deze kookplaat is uitgerust met een interactief controsysystem dat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt.
Wanner u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordenthese automatisch gedetecteerd.
De inductiekookplaat werkt nicht:
Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschickt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool Verschijnt op het display.
De werkung worden onderbroken wonneer tijdens het koken de pan van de kookzone worden genomen. Het symbool Uverschijnt op het display. De Yerdwijnt wonneer de kookpot terug op het kookvlak worden geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen.
Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie blijdt dan nicht actief.
5.3.3 Aanduiding restwarmte
Als na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, worden dit aangegeven door Het symbol H verdwijnt wanner het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden.
WArschuwing: Zolang de individatie van de restwarmte actief blijft, de kookzone(s) Niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden!
5.3.4 Power functie
De Powerfunctie P verleent aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minutes met een aanmerkelijk hoger vermogen.
Power is onworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.
| In- en uitschakelen van Power |
| Power inschakelen Display |
| De betreffende draaiknop rechtsom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden. |
| Power uitschakelen Display |
| De draaiknop linksom draaien. |
| Power uitschakelen Linksom draaien. |
Beheer van het maximaal vermogen:
De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmingsgroepen.

Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie worden overschreten, redueert het power management de kookstand van de desbetreffende kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd waar de maximaal möglichke kookstand
Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3000W.
Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 of B1 en B2 worden een vermogen van 3700W verdoeffd over deze 2 zones A1 en A2 of B1 en B2.
| Kookzone in | cm Vermogen | (W) |
| A1 | 24 x 21 | |
| A2 | 24 x 21 | Normaal: 2100 |
| B1 | 24 x 21 | Power: 3000 |
| B2 | 24 x 21 |
| Vermogensgrens Display | |
| Gekozen kookzone met Powerfunctie. | P |
| Vermogensgrens geactiveerd | B |
| [9] worden tot [8] gereduceerd en knippert. | |
Om 2 zones tegelijkkertijd op een maximaal vermogen te+knen gebruiken, maak gebruik van een combinatie tussen zone A1 of A2 en B1 of B2.
5.3.5 Programmeren van de aankookautomaat
Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekereijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen.
Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand Niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).
| Programmeren van de aankookautomaat |
| Activeren van de aankookautomaat Display |
| De betreffende draaiknop linksom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden R tot een signaal te horen is. |
| 2 sec |
| Direct daarna de draaiknop terugdraaien op de gewenste doorkookstand. |
| →A→6→R |
| Stopzetten van de aankookautomaat Display |
| De betreffende draaiknop—helemaal linksom draaien of links draaien tot de gewenste 9-0 kookstand. |
| →9-0 |
Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een bepaaldeijd (zie tabel) worden het kookproces op de doorkookstand voortgezet. Het symbolism R dooft UIT.
| Tabel aankookautomaat | |
| Ingestelde doorkookstand | Aankookautomaat Tijd (min:sec) |
| 1 0:40 | |
| 2 1:12 | |
| 3 2:00 | |
| 4 2:56 | |
| 5 4:16 | |
| 6 7:12 | |
| 7 2:00 | |
| 8 3:12 | |
| 9 ------ | |
5.3.6 Warmhoudfunctie
Deze functie maakt het möglichk een temperatuur van 42^ te bereiken en automatisch te behouden.
Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.
| Aan- en uitzetten van de warmhoudfunctie |
| Aanzetten van de warmhoudfunctie Display |
| De betreffende draaiknop rechtsom tot de eerste aanslag. |
| Uitzetten van de warmhoudfunctie Display |
| De betreffende draaiknop linksom draaien tot bedieningsindicatie een of H1 aangeeft of rechtsom draaien om gewenste kookstand te selecteren. |
| of |
De maximale duur van het warmhonden is 2aar.
5.3.7 Flexzone
Deze functie LAST toe om de 2 linker en 2 rechter flexzones te koppelen tot 2 grote zones. Deze functie kan manueel geactiveerd worden wanner een grote pot/pan op het kookoppervlak worden gezet.
| Flexzone | |
| Manueel activeren | Display |
| De draaiknuppen van de voorste enchterste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2)tegelijkertijd tot de aanslag maar rechtsdraaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signaal te horen is..De Flexzone is ingeschakeld, het symbolverschijnt. | 9 n |
| Vermogen verlagen | Display |
| De bediening gebeurt met de knappen vande voorste kookzone. Draai们都 Draaiknopaar links tot het gewenste vermogen. | 9-0 |
| Vermogen verhogen | Display |
| De bediening gebeurt met de knappenvan de voorste kookzone. Draai们都 Draaiknopaar links tot het gewenste vermogen. | 1-9 |
| Flexzone stopzetten | Display |
| De draaiknuppen van de voorste enchterste kookzone (A1 + A2 of B1 +B2) tegelijkertijd linksom draaien totbedieningsindicatie een H1 aangeeft. | H |
5.3.8 Kinderbeveiling
De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor worden de bediening geblokkeerd.
De!nderbeveiling is alleen in te schakelen als alle kookzones en de afzuiinguitgeschakeld zich.
| Kinderbeveiliging | |
| Inschakelen kinderbeveiliging | Display |
| Allereerst alle kookzones en afzuiguing uitschakelen.Vervolgens de twee linkse knoppen van de voorste en achterste linker kookzone tegelijkkertijd tot de aanslag maar links draaien en ca. 3 sec. vasthouden.In de kookstandweergaven verschijnt een [L] voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd. | L |
| 3 sec | →L |
| Uitschakelen kinderbeveiliging | Display |
| De twee linkse knoppen van de voorste en achterste linker kookzone opnieuw tegelijkertijd tot de aanslag�akken opnieuw draaien en ca. 3 sec. vasthouden om de kinderbeveiligingাuit te schakelen.De [L] verdwijnt. | Led dooft |
| 3 sec | →L |
Bijnen stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beeindigd, d.w.z. gedexeerd.
6AFZUIGING
6.1 Bedieningspaneel

Bediening kookplaat
1a Kbokzone linksvoor
2a Kbokzone linksachter
3a Kbokzone rechtsachter
4a Kbokzone rechtsvoor
1b Indicatie kookzone linksvoor
2b Indicatie kookzone linksachter
3b Indicatie kookzone rechtsachter
4b Indicatie kookzone rechtsvoor
1c Draaiknop kookzone linksvoor
2c Draaiknop kookzone linksachter
3c Draaiknop kookzone rechtsachter
4c Draaiknop kookzone rechtsvooor
5 Indicatie afzuiging
6 Draaiknop afzuiig
6.2 Bediening met draiknop
Het apparaat worden bediend met draaiknuppen op het frontpaneel van de keuken.
De draaiknuppen zijn traploos en{kunnen naar rechts en links gedraaid worden.
Verschillende functies worden geactiveerd door aan de knappen te draaien kan instellen. Deze activering wordt weergegeven door een Lichtje, een indicatie en/ of een geluidssignaal.
Als er aan een of meer knappen langer of tegelijk gedraaid worden (bijv. door doordraaien van de knappen voor de powerfunctie), zal de functie Niet geactiveerd worden.
Dan knippert het symbol en wordt het apparaat na enkele seconden uitgeschakeld.
Om het symbol r^ te wissen,dezelfde knop draaien of de kookplaat UIT- en inschakelen.
6.3 Gebruiksmodus
Dit apparaat kan gebruikt worden in afvoer- of in recirculatie modus (standaardinstelling bij levering).
6.3.1 Recirculatie modus (standaardinstelling)
De aangezogen lucht worden door de vetfilters erst gereinigd.
Daarna ontdaan van geuren door de recirculatiefilter alvorens de lucht terug in de keuken worden ingeblazen.

ZoTs voor voldoende ventilatie in de keuken voor een optimale efficientie van het recirculatie system.
6.3.2 Afvoer modus
LefoVoor het wijzigen van de recirculatie modus in de afvoer modus de uitleg in de installmentiehandleiding.
De aangezogen lucht worden door de vetfilters eerst gereinigd alvorens afgevoerd te worden maar buiten. Dit kan gedaan worden door gebruik te makeen van kanaalwerk aangesloten zusammen het apparaat en een wanduitblaasrooster.

ZoTs voor voldoende luchttoevoer in de keuken voor een optimale efficientie van het system.
6.4 Bediening van de afzuiging
6.4.1 In- en uitschakelen
| Afzuiging | |
| Afzuigvermögen inschakelen/ verhogen | Display |
| Draai de knop van de afzuiging maar rechts voor de gewenste vermogensstand. | 1-9 |
| →1-9 | |
| Afzuigvermögen verlagen Display | |
| Draai de knop van de afzuiging maar links voor de gewenste vermogens- stand. | 9-1 |
| →9-1 | |
| Afzuiging uitschakelen Display | |
| Draai de knop van de afzuiging geheel haar links. | 0 |
| →0 | |
Deze functie past automatisch het afzuigvermögen aan afhankelijk van het gebruike vermogen van de kookzone(s).
| Automatische afzuiging inschakelen Display |
| Draai de knop van de afzuiging maar rechts tot de [R] in het display verschijnt. |
| ○○→R |
| Automatische afzuiging uitschakelen Display |
| Draai de knop van de afzuiging maar links om de afzuiging UIT te zetten of draai�uchten voor de gewenste vermogenstand. |
| ○○→0 of ○○→1-9 |
6.4.3 Automatische naloopfunctie
Het apparatus is uitgevoerd met een automatischenaloopfunctie.
Vermogenstand 1 of, in de automatische modus, A worden weergegeven met een knipperend puntje.
| Naloopfunctie inschakelen Display |
| Schakel alle kookzones UIT door alle knappen maar links te draaien. R. of 1. |
| ○ ○ ○ → R. / 1. |
| Naloopfunctie uitschakelen Display |
| Draai de knop van de afzuiging�n links. |
| ○ ○ ○ → O |
Naloopfunctie recirculatie modus (standaardinstelling)
Deze functie worden gestart na het beeindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vasteijd alle LASTKookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigkap op een laag afzuigvermogen. Bij recirculatie worden de recirculatiefilters gedroogd, de nalooptijd is standard ingesteld op 30 minutes. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beeindigen van de nalooptijd schakelt de afzuiging zich automatisch uit.
De naloopfunctie kan nicht manueel uitgeschakeld worden.
Naloopfunctie afvoer modus
Deze functie worden gestart na het beeindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vasteijd alle LASTe kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigkap op een laag afzuigvermogen. Bij afvoer is de nalooptijd standard ingesteld op 10 minutes. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beeindigen van de nalooptijd schakelt de afzuiging zich automatisch uit.
De naloopfunctie kan nicht manueel uitgeschakeld worden.
7REINIGINGSINDICATIES
7.1 Reinigingsindicatie vetfilter
Na 20 kookuren is het aangeraden om de vetfilter te reiningen. Dezeindicatie wordt aangegeven door het toestel zichl.
Na 20 kookuren verschijnt op het display van de afzuiging een knipperende [F].
Vetfilter
Reset van de vetfilter individatie Display
Draai de draaiknop voor de bediening van de afzuiging ongeveer 3 seconden maar links.
Vog de reinigingsinstrumentes op die beschreiben staan in het hoofdstuk 9. Reiniging en onderhoud.
7.2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter (recirculatie modus)
Na 450 kookuren is het aangeraden om de monoblock filter te wisselen. Dezeindicatie wordt aangegeven door het toestel zichl.
Na 450 kookuren verschijnt op het display van de afzuiging een knipperende [ ]
Recirculatiefilter
Reset van de recirculatiefilter individatie Display
Draai de draaiknop voor de bediening van de afzuiging ongeveer 3 seconden maar links.
E
Ook als het apparaat in afvoer modus worden gebruikt,要去 ook na 450 kookuren de knipperende [ ] worden geseset.
V de verwangingsinstrumentes op die beschreiben staan in het hoofdstuk 9. Reiniging en onderhoud.
8KOOKADVIES
Kwaliteit van de kookpannen/potten
Aangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem (±100mm min). Niet aangepaste kook potten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zich voor inductie.
Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschickt zijn:
Giet een beetje water in een kookpot enplaats deze op een inductie kookzone ingesteld op 9. Het water要去 binnen enkele seconden opwarmen.
Houd een magneet gegen de bodem van de kookpot.
De magneet要去 blijven plakken.
Sommige kookpotten zoemen wanner ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil nicht zeggendat het apparaat defect is en het beinvloedt geenszins het functioneren. Dit geluid neemt af wanner u een andere vermogensstand instelt.

de paffen op als u ze wilt verplaatsen, zo voorkomt u vlekken en krassen door wrijving.
- Bereid gerechten zo vaak möglichk met een deksel op de pot.
Afmetingen van de kookpotten
De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter (± 9cm) te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen. De bodem van de kookpot要去 de kookzone zoveel möglichk bedekken. Indien de diameter de diameter van de kookpot veel groter is dan de zone, za dit geen optimaal kookresutaat opleveren.
Het oppervlak van de kookpot die dan net boven de inductiespoel staat genereert dan de warmte. De rest van het oppervlak die nicht boven de inductiespoel staat krijgt dan de warmte door via de opbouwlagen van de kookpot.
Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot viel groter is dan de kookzone deze op een iota's lager vermogenniveau op te warmen zodate de warmte moote verdelijk kan worden.
Voorbeelden van vermogensregeling
(de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgivend).
| Toepassing Display | |
| Smelten Opwarmen | - Sauzen, boter, chocolade, gelatine 1-2 - Kant- en klaargerechten |
| Opzwellen Ontdooien | - Rijst, pudding en bereidde gerechten - Groenten, vis, diepgevroren producten |
| Stoom | - Groenten, vis, vlees 3-4 |
| Water | - Gekooke aardappelen, soep, pasta 4-5 - Verse groenten |
| Zachtjes koken | - Vlees, lever, eieren, braadworsten 6-7 - Goulash, rollade, pens |
| Koken Braden | - Aardappelen, beignets, platte koeken 7-8 |
| Braden Op kooktemperatuur brengen | - Steaks, omeletten - water 9 |
| Koken | - Aan de kook brengen van grote hoeveelheden P water |
9 REINIGING EN ONDERHOUD
Vog alle instructies zoals beschreiben in het hoofdstuk "Gebruik van het apparaat" en zoals vermeld staan in het aparte boekje "Veiligheidsvoorschriften" dat met het toestel is meegeleverd of op once website www.novy.com vermeld worden.
Controleer voorafgaand de reiniging of de kooplaat volledig uitgeschakeld is en het glas boven de kookzones voldoende is afgekoeld.
Volkunderstaande reinigingsinstrumenties voor een langere levensduur en optimale werkung van het apparaat.
9.1 Onderhoud van de kookplaat
Laf het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden.
Gebruik in geen geval toestellen die met "stoom" of met "druk" werken.
Gebir vorwerpen gebruiken die het vitrokeramische glas können beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Gelakte delen draaiknuppen
De draaiknoppen können worden gereinigd met een vochtig schoonmaakdoekje en een mild reinigingsmiddel.
De knappen nicht demonteren voor reining.
De draaikNOPpen zich nicht geschikt voor reiniging in de vaatwasser.
Reinigen glas kookplaat
Veeg het oppervlak schoon met een vochtige doeck of spons met eventueel wat afwasmiddel (het beste telkens na gebruik).Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doeck of met keukenpapier droog. Let er altijd op dat alle doeken die u gebruikt proper+zijn, zodat krassen op het oppervlak vermeden worden.
Voor hardnekkige vlekken
Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer richtig glanzende vlekken)kest u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigingsmethode. Indien ditECHTER Niet zou volstaankest u gebruik maken van een specifiek reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas (bv.vitroclen)
Overgekooke spijzen eerst met een natte doek inweken en cervolgens de vuilresten met een speciale glasschaper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder "Reinigen glas kookplaat" beschreiben.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hare toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreiben. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen,+kennen bij het verschuiven van pannen krassen verroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.
Kleurveränderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij nicht om een beschadiging van de kookplaat, maar om nicht verwijdderde enaarom ingebrande resten.
Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze konnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings middelen worden verwijderd. Eventueel de reinigingeermaals herhalen.
Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems worden het glasoppervlak in de loop van dearend afgeschuurd en er ontstaandonkere vlekken.
Gebruik de kookplaat Niet als een werkblad of om materialen op te leggen.
9.2 Onderhoud van de afzuing
9.2.1 Inlaatrooster uittnemen
Gebirn vorwerpen gebruiken die het inlaatrooster kannen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
Ziel de kookplaat en naaloopstand eerst vollediguitvooraleerdonderdelen van de afzuiging te verwijderen.
Druk rechts op het inlaatrooster zoday deze kan kantelen.

Neem het inlaatrooster vast en leg het veilig weg op het keukenwerkblad.
Plats het inlaatrooster Niet op het glas van de kookplaat om krassen te vermiijden. Plaats het inlaatrooster Niet op een inschakelde kookplaat om opwarming te vermijden.
9.2.2 Inlatarooster terugplaatsen
Zorg vooor dat het monoblockfilter en vetfilter eerst geplaats+zijn in het toestel vooralleer het inlaatrooster terug teplaaten.
Neem het inlaatrooster vast enplaats deze centraal in de aanzuigopening via de positioneerpuntern.

9.2.3 Reiniging van de vetfilter
Wanner de vetfilter gereinigd dient te worden, worden dit aangegeven door de vetfilter reinigingsindicatie (zie 7.1).
Toegang tot filter
- Verwijder het inlautrooster (zie 9.2.1).
Neem het vetfilter vast via de handgrepen en heb deze uit de aanzuigopening.

Reinigen vetfilter
Het metalen vetfilter kan met de hand of in de vaatwasser gereinigd worden. We raden aan om het vetfilter met de hand te reinigen.
Het filter handmatig reinigen:
Dompel het filter in een oplossing van kokend water waaraan een ontvettend afwasmiddel is toegevoegd.
- Gebruik geen agressieve, zuur- of alkalische reinigingsmiddelen.
- Gebruik voor het reinigen een borstel.
Spoel verwolgens het filter uit onder de kraan met warm water en LAST deze daarna uitlekken.
Het filter in de vaatwasser reinigen:
- Gebruik een gangbaar vaatwasmiddel.
Plaats de verzadigde vetfilters Niet samen met servicegoed in de vaatwasser.
Kies een programa met een lage temperatuur (max. 65^ ).
- Laat het vetfilter uitlekken na het reinigen.
WArschUwING: In de vaatwasser kan het filter wat verkleuren. Dit heeft geen invloed op de werking van het filter.
WARSCHUWING: Indien de bovenvermelde instructies nicht worden uitgevoerd, ontstaat er door een te sterke verruiling, kans op brandgevaar.
Na het reinigen:
Plaats het vetfilter via de handgrepentering in de aanzuigopening in de juiste richting.
Plaats het inlaatrooster'erug in de aanzuigopening.
- Reset de vetfilterindicatie (zie 7.1).
9.2.4 Vervangen van de monoblock filter (recirculatie modus)
- Verwijder het inlaatrooster (zie 9.2.1).
- Verwijder het vetfilter (zie 9.2.3).
- Neem de monoblock filter vast en kantel deze waar voor.
Plooi bye hoeken om en neem het monoblock filteruit de aanzuigopening.

Na het verwangen
Plooi de hoeken van het neue monoblock filter terug om enplaats deze in het frame via de aan-zuigopening.
Druh het filter goed aan tegen het frame.
Plaats het vetvilter via de handgrepentering in de aanzuiqopening in de juiste richting.
Plaats het inlaatrooster谈起 in de aanzuiqopening.
- Reset de verwangingsindicatie van de recirculatiefilter (zie 7.2).
10KLEINESTORINGEN VERHELPEN
10.1 Meldingen op de kookplaat
| Code | |
| U | - er staat geen kookpot op de kookzone - de kookpot is nicht geschikt voor inductie de diameter van de bodem van de kookpot is teklein in vergelijkking met de kookzone |
| U | Zie hoofdstuk 5.3.9 Warmhoudfunctie |
| E | - Het elektronisch systeme is ontregeld. - Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan. - Doe beroep op de Dienst na verkoop |
| (Er03) | Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuistঃ. |
| E2 | De kooktafel is oververhit, maar afkoelen, daarna=kunt u ze terug inschakelen. |
| E8 | De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten. Maak deze vrij. |
| U400 | De kooktafel werden Niet goed aan het network aangesloten. Kijk de aansluiting na. |
| (Er47) | Probleem in het intern BUS-systeel van het apparaat. |
Indien eén van deze fouitmeldingen blijft verschijnen, kurz u de dienst na verkoop contacteren.
De kookplaat of de kookzone werkt nicht:
de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten.
- de veiligheidszekering is gesprongen.
- kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld.
- de tiptoetsen zijn met water of vet bespat.
- er staat een voorwerp op de tiptoetsen.
Een enkele zone of alle zones vallenuit:
- de veiligkeit is in werkung getreden.
- deze treedt in werkung wanner u vergeten bent een kookzone uit te schakelen.
deveiligheid treedt eveneens in werking wanneer een of meerdere tiptoetsen bedekt+zijn. - een kookpan is leeg en de bodem is oververhit.
- de kookplatz beschicht eveneens over een automatische verminderung van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting.
De ventilator blijdt doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:
elit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur.
- de ventilator stopt vanzelf.
- de kookzone is nog warm [ ]
- het maximum kookniveau staat aang].
- het kookniveau werden aangezet met de toets-[]
10.2 Meldingen bij de afzuiiging
De afzuigkap zuigt nicht goed af. Wat kan dit probleem veroorzaken?
Controleer of het monoblock filter en vetfilter samen met het inlaatrooster correct zijn geplaatst.
Controleer de vetfilter. Respecteer de reinigingsindicatie. De filter dient gemiddeld een maal in de twee weken gereinigdt te worden om een goede werkinq van de afzuiging te garanderen.
- Controller de luchttoevoer in de woning. Zodra de afzuigkap aangezet worden, dient er luchttoevoer aanwezig te zichd.m.v. roosters in de ramen of door een raam open te zetten.
10.3 Storingen
Storing: In geval van storing, aarzel nicht om unsere hersteldienst te contacteren: www.novy.com/contact.
Kies erst uw land.
Voor een goede en vlotte afhandeling is hetoodzakelijk dat de hersteldienst weet welk type apparaat u heeft. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje aan de onderkant van het toestel.
OVERZICHTFUNCTIES NOVY EASY PRESTIGE
Indicatie
Aanduiding en zone selectie toets
Warmhoud functie toets
Bediening kookplaat
Kookplaat inschakelen / uitschakelen
IN - Selecteer de zone door de betreffende draaiknop waar rechts te draaien.
Bedieningsindicatie van deze kookzonelicht op [^-9]
UIT - De draaiknop waar links draaien tot bedieningsindicatie een of H aangeeft [ /H] .
Vermogensregeling instellen
MEER - Draai de draaiknop van de kookplaat maar rechts tot het gewenste vermogen [1-9].
MINDER - Draai de draaiknop van de kookplaat maar links tot het gewenste vermogen [9- 1].
In- en uitschakelen van Power
IN - De betreffende draaiknop rechtsom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signal te horen is [P] .
UIT - De draaiknop linksom draaien [9-0].
Vermogensgrens geactiveerd
[9] wordt tot [8] gereduceerd en knippert [8].
Programmeren van de aankookautomaat
AAN -De betreffende draaiknop linksom tot de aanslag draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signal te horen is [R] en direct daarna de draaiknop terugdraaien op de gewenste doorkookstand [5 - R].
UIT - draaiknop—helemaal linksom draaien of links draaien tot de gewenste kookstand [9-0].
Warmhoudfunctie
IN - De betreffende draaiknop rechtsom tot de eerste aanslag [] .
UIT - De betreffende draaiknop linksom draaien tot bedieningsindicatie een [of H] aangeeft of rechtsom draaien om gewenste kookstand te selecteren [1-9].
Flexzone manueel
AAN - De draaiknuppen van de voorste en中断terste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2) tegelijkkertijd tot de aanslag maar rechts draaien en ca. 2 sec. vasthouden tot een signal te horen is [7].
UIT - De draaiknuppen van de voorste en achechterste kookzone (A1 + A2 of B1 + B2) tegelijkertijd linksom draaien tot bedieningsindicatie een [H] aangeeft.
Bediening afzuiging
Vermogensregeling afzüging instellen
MEER - Draai de knop van de afzuiging maar rechts voor de gewenste vermogensstand [1-9].
MINDER - Draai de knop van de afzuiging maar links voor de gewenste vermogensstand [3- i].
Automatische vermogensrefeling afzuiging
AAN - Draai de knop van de afzuiging maar rechts tot de [R] in het display verschijnt.
UIT - Draai de knop van de afzuiging maar links om de afzuiginguit te zetten [0] of draaiaar rechts voor de gewenste vermogenstand [1-9].
CONTENU
1 INFORMATIONS GENÉRALES 41
2 ENVIRONNEMENT ET ÉCONOMIES 42
NOVY nv behoudt zich hetrecht voor te allenijdene en zonder voorbehoud de constructie en de prijzen vanhaar producten te wijzigen.