CD686866 - Afzuigkap CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CD686866 CONSTRUCTA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CD686866 CONSTRUCTA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CD686866 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CD686866 van het merk CONSTRUCTA.
GEBRUIKSAANWIJZING CD686866 CONSTRUCTA
nl Gebruikershandleiding en installatie-instructies 45
Inhaltsverzeichnis
GEBRAUCHSANLEITUNG
1 Veiligheid.... 45
2 Materiële schade voorkomen 47
3 Milieubescherming en besparing.... 48
4 Functies.... 48
5 Uw apparaat leren kennen.... 49
6 Voor het eerste gebruik 49
7 De Bediening in essentie.... 49
8 Reiniging en onderhoud.... 50
9 Storingen verhelpen 52
10 Afvoeren 52
11 Servicedienst.... 53
12 Accessoires.... 53
13 MONTAGEHANDLEIDING.... 53
13.4 Veilige montage 54

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om kookdamp af te zuigen.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Gebruik het apparaat niet:
■ met een externe kookwekker.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe- len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die op gas, olie, hout of kolen worden gestookt, geisers, warmwatertoestellen) betrekken de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte en voeren de gassen via een afvoer (bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combinatie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte.

- Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen, wanneer het apparaat in luchtafvoermodus werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die gebruik maakt van de aanwezige lucht.
U kunt het apparaat alleen dan zonder risico gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de verbranding benodigde lucht door niet afsluitbare openingen, bijv. in deuren, ramen, in combinatie met een ventilatiekast in de muur of door andere technische voorzieningen, kan worden toegevoerd. Een luchtaanvoer/afvoereenheid in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen. - Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesysteem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatregelen op het gebied van de luchttoevoer.
- Indien het apparaat alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk.
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
- Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen. - Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen).
- Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen) installeren wanneer de vuurbron een afgesloten, niet verwijderbare afscherming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen.
Hete olie en vet ontvlammen erg snel.
▶ Hete olie en vet permanent in het oog houden.
- Nooit brandende olie of vet met water blussen. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken.
Gaskookplaten waar geen pan op staat, ont-wikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een ventilatieapparaat dat daarop is aangebracht kan beschadigd of in brand raken.
- Gaskookplaten alleen met erop geplaatste pan gebruiken.
Bij gelijktijdig gebruik van meerdere gaskookzones ontwikkelt zich grote hitte. Een ventilatieapparaat dat daarop is aangebracht kan beschadigd of in brand raken.
- Gaskookplaten alleen met erop geplaatste pan gebruiken.
▶ De hoogste ventilatorstand instellen. - Twee gaskookplaten nooit langer dan 15 minuten gelijktijdig op de hoogste vlam gebruiken. Twee gaskookzones komen overeen met één grote brander.
- Nooit grote branders met meer dan 5 kW met grootste vlam langer dan 15 minuten gebruiken, bijv. wok.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scherpe randen hebben.
- Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
Voorwerpen die op het apparaat geplaatst zijn kunnen vallen.
- Plaats geen voorwerpen op het apparaat. Wijzigingen aan de elektrische of mechanische opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden tot functiestoringen.
- Geen wijzigingen aan de elektrische of mechanische opbouw aanbrengen.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de scharnieren.
- Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren grijpen.
Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan de ogen beschadigen (risicogroep 1).
- Niet langer dan 100 seconden direct in de ingeschakelde LED-lampen kijken.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden- de reinigingsmiddelen in combinatie met alu- miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas- machine kunnen tot explosies leiden.
- Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen professionele of industriële reinigingsmiddelen gebruiken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters van afzuigkappen.
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→ "Servicedienst", Pagina 53
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
2 Materiële schade voorkomen
LET OP!
Condenswater kan leiden tot corrosie.
- Om de condensvorming te vermijden, het apparaat bij het koken inschakelen.
Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan er schade ontstaan. - Nooit bedieningselementen met een natte doek reinigen.
Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken.
▶ Reinigingsinstructies in acht nemen. - Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in de slijprichting.
- Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelen voor roestvrij staal reinigen.
Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadigen.
Monteer om het teruglopen van condens te vermijden, de afvoerbuis vanuit het apparaat met 1° verval.
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze afbreken.
- Niet aan designelementen trekken.
- Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of eraan ophangen.
Beschadiging van het oppervlak doordat de beschermfolie niet verwijderd is.
- De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijderen van alle apparaatonderdelen.
Wanneer een lamp defect is, kunnen de overige lampen overbelast raken.
▶ Defecte lampen vervangen.
Gelakte oppervlakken zijn gevoelig.
▶ Reinigingsinstructies in acht nemen.
→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 50
▶ Gelakte oppervlakken tegen krassen beschermen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan.
■ Een lagere ventilatiestand betekent minder energieverbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ventilatiestand.
■ De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer nodig is.
- Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt deze geen energie.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of vervangen.
■ De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
■ De kookdampen en de condens verminderen.
Gebruik de extra functies alleen indien nodig.
■ Het uitschakelen van de extra functies reduceert het stroomverbruik.
4 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus of in de luchtcirculatiemodus.
De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen gebruiksmodus en de gebruikte filters worden ingesteld.
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd.

De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten bestemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur).
- Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.
■ Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.

Monteer een geurfilter om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van de circulatiefunctie. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.
→ "Accessoires", Pagina 53
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.






Apparaat in- of uitschakelen
1 Ventilatorstand 1 inschakelen.
2 Ventilatorstand 2 inschakelen.
3 Ventilatorstand 3 inschakelen.
4 Intensiefstand
Verlichting inschakelen of uitschakelen.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Functie instellen
Uw apparaat is standaard op circulatiefunctie ingesteld.
Opmerking: Voor het gebruik in de circulatiefunctie hebt u bijkomend toebehoren nodig.
Verzadigingsindicatie instellen
De verzadigingsindicatie moet afhankelijk van de gebruikte filter worden ingesteld.
Opmerking: De verzadigingsindicatie voor het vetfilter is standaard ingesteld. Voor het gebruik in de circulatiefunctie moet u tevens de verzadigingsindicatie voor het geurfilter activeren.
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1en 2tegelijkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt houden.
√ Eerst gaat1 kort branden, dan branden1 en2 tegelijkertijd kort. - De verzadigingsindicatie voor het geurfilter is geactiveerd.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
▶ Druk op ⏻
√ Het apparaat is gedurende één minuut geactiveerd.
7.2 Apparaat uitschakelen
▶ ⏻ twee keer indrukken.
7.3 Intensiefstand inschakelen
Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt, kunt u de intensiefstand gebruiken.
▶ Druk op .
√ Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatisch terug naar de vorige toestand.
7.4 Verlichting inschakelen
De verlichting kunt u onafhankelijk van de ventilatie in- schakelen en uitschakelen.
indrukken.
7.5 Verlichting uitschakelen
indrukken.
7.6 Verzadigingsindicatie
De verzadigingsindicatie informeert u wanneer u het vetfilter moet reinigen en wanneer u het geurfilter moet vervangen.
■ Wanneer het vetfilter gereinigd moet worden, dan knippert 1.
■ Wanneer het geurfilter vervangen moet worden, dan knippert 2
Na het reinigen van het vetfilter en/of het vervangen van het geurfilter, moet u de verzadigingsindicatie resetten.
Verzadigingsindicatie terugzetten
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
▶ gedurende ca. 3 seconden ingedrukt houden.
√ De verzadigingsindicatie wordt teruggezet.
√ Het knipperen van1 of2 dooft.
8 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
8.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
▶ Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
8.2 Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo- dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings- middelen beschadigd raken.
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini- gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in de spoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosies leiden.
- Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen professionele of industriële reinigingsmiddelen gebruiken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters van afzuigkappen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scherpe randen hebben.
- Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
-
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
-
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonma- ken:
-
Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekje en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
- Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en warm zeepsop reinigen.
- Aluminium met een zachte doek en glasreiniger reinigen.
- Kunststof met een zachte doek en glasreiniger reinigen.
- Glas met een zachte doek en glasreiniger reinigen.
-
Met een zachte doek nadrogen.
-
Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaak-middel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de onlineshop.
8.3 Bedieningselementen reinigen
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
- De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne- men.
- Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reinigen.
- Met een zachte doek nadrogen.
8.4 Glazen klep openen
- De glazen kap aan de onderrand beetpakken en naar boven trekken.
- De geopende glazen kap iets naar achteren schuiven.

√ De scharnieren klikken in en de glazen kap blijft geopend.
8.5 Glazen kap sluiten
-
De glazen kap iets optillen en naar voren trekken, om de gefixeerde positie van de scharnieren op te heffen.
-
De glazen kap voorzichtig naar beneden geleiden, totdat deze vastklikt.

8.6 Vetfilter verwijderen
1. LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
Open de vergrendelingen op de vetfilters.

- De vetfilters uit de houders nemen.
Om naar beneden druppelend vet te vermijden, de vetfilters horizontaal houden.
8.7 Vetfilter met de hand reinigen
De vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regelmatig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge veta-fscheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2 maanden te reinigen.
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
Vereiste: De vetfilters zijn gedemonteerd.
→ "Vetfilter verwijderen", Pagina 51
- De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- De vetfilters in een warm zeepsop weken. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet- oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de webshop.
- De vetfilters met een borstel reinigen.
- De vetfilters grondig uitspoelen.
- De vetfilters laten afdruppelen.
8.8 Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen
De vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regelmatig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge veta-fscheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2 maanden te reinigen.
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
LET OP!
De vetfilters kunnen door inklemmen in de vaatwasser worden beschadigd.
▶ De vetfilters niet inklemmen.
Opmerking: Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat-wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. De verkleuringen hebben geen invloed op de werking van de vetfilters.
Vereiste: De vetfilters zijn gedemonteerd.
→ "Vetfilter verwijderen", Pagina 51
- De informatie over de reinigingsmiddelen in acht nemen.
- De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen. Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed reinigen.
Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de webshop.
- De vaatwasmachine starten.
Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen.
- De vetfilters laten afdruppelen.
8.9 Vetfilters inbouwen
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
- De vetfilters inbrengen.
- De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelingen vastklikken.
- Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken.
8.10 Geurfilter voor circulatiefunctie
Geurfilters binden de geurstoffen in de circulatiefunctie. Regelmatig gewisselde geurfilters zorgen voor een hoge geurafscheidingsgraad.
De geurfilter moet bij normaal gebruik, ca. een uur dagelijks, om de 3 maanden worden vervangen. De geurfilter kan niet worden gereinigd of geregenereerd.
Geurfilters zijn verkrijgbaar bij de klanteservice of in de online-shop. Gebruik alleen originele geurfilters.
→ "Accessoires", Pagina 53
Geurfilters inbouwen
- Verwijderen van het vetfilter.
nl Storingen verhelpen
- Plaats het geurfilter op de achterzijde van het vetfilter.

- Het geurfilter met het rooster op de buitenste gaten vastklemmen.
Geurfilters demonteren
- Verwijderen van het vetfilter.
- Het rooster en het geurfilter verwijderen.

9 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
9.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. | |
| ► Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. | |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.► Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen.► Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| LED-verlichting functi-oneert niet. | LED-lampje is defect.► → "Defecte LED-lampen vervangen", Pagina 52 |
9.2 Defecte LED-lampen vervangen
- Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn klantenservice of een erkend vakman (elektromonteur).
10 Afvoeren
10.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
11 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
11.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
■ aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor de vetfilter demonteren).
■ op de bovenkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
12 Accessoires
Accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in de vakhandel of op internet. Gebruik alleen originele accessoires, omdat deze precies op uw apparaat zijn af-gestemd.
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
→ Pagina 53
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in onze catalogus, in de online-shop of kunt u navragen bij de klantenservice.
www.junker-home.info
Accessoires Bestelnummer
Koolfilter JZ51GIA1X3
Recirculatieset JZ51GIU1X3
13 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.

13.1 Inbegrepen in de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

text_image
6x ø8 x 40 6x ø5 x 45 2x ø16 2x 3,5 x 5 1x 2x13.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

text_image
200 200 305 349 359 325 590/79013.3 Veiligheidsafstanden
Neem de veiligheidsafstanden van het apparaat in acht.

text_image
≥ 450 ≥ 550
13.4 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.

Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die op gas, olie, hout of kolen worden gestookt, geisers, warmwatertoestellen) betrekken de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte en voeren de gassen via een afvoer (bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combinatie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrokken. Zonder voldoende lucht-toevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte.

- Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen, wanneer het apparaat in luchtafvoermodus werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die gebruik maakt van de aanwezige lucht.
▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risico gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de verbranding benodigde lucht door niet afsluitbare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de muur of door andere technische voorzieningen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan- voer/afvoereenheid in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen.
- Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesysteem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatregelen op het gebied van de luchttoevoer.
- Indien het apparaat alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk.
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging.
- Wanneer een afzuigkap wordt geïnstalleerd met een haard die afhankelijk is van de ruimtelucht, dan moet de stroomtoevoer van de afzuigkap zijn voorzien van een geschikte veiligheidsschakeling.
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging.
- De luchtafvoer niet in een rookkanaal of rookgasafvoer leiden dat in bedrijf is.
- Voer de luchtafvoer niet in een schacht die dient voor het ontluchten van opstelruimtes voor haarden.
▶ Moet de luchtafvoer in een rook- of afvoergasschoorsteen worden geleid die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen.

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.

De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont- branden.
▶ Werk in de buurt van het apparaat nooit met open vuur (bijv. flamberen).
- Installeer het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen), wanneer een gesloten,
niet afneembare afdekking aanwezig is. Er mogen geen vonken wegspringen.
- Om warmteophoping te voorkomen dienen de voorgeschreven veiligheidsafstanden te worden aangehouden.
Houd de informatie van uw kookapparaten aan. Wanneer er in de installatie-instructies van de kookapparaten een afwijkende afstand staat, altijd de grootste afstand in acht nemen. Wanneer gaskooktoestellen en elektrische kooktoestellen samen worden gebruikt, dan geldt de grootste aangegeven afstand. - Het apparaat slechts aan één zijde direct naast een hoge kast, tegen een bovenkast of tegen een wand installeren. De afstand tot de hoge kast, een bovenkast of de wand moet minstens 50 mm bedragen.
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Is het toestel niet naar behoren bevestigd, dan kan het naar beneden vallen.
▶ Alle bevestigingsschroeven moeten vast worden gemonteerd.
Gevaar voor letsel door glassplinters.
- De filterafdekking tegen stoten beschermen.
▶ De filterbescherming niet laten vallen.
- Bij de montage een veiligheidsbril dragen. Het toestel is zwaar.
- Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen vereist.
▶ Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken. Het toestel is zwaar.
- Het apparaat mag niet direct in gipskartonplaten of gelijksoortig licht bouwmateriaal worden gemonteerd.
- Voor een juiste montage dient u materiaal te gebruiken dat voldoende stabiel en aangepast is aan de bouwkundige situatie en het gewicht van het materiaal.
Wijzigingen aan de elektrische of mechanische opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden tot functiestoringen.
- Geen wijzigingen aan de elektrische of mechanische opbouw aanbrengen.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de scharnieren.
- Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren grijpen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de aansluitkabel beschadigen.
- De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijd-schakelaar of besturing op afstand.
- Als het apparaat is ingebouwd, moet de stekker van het netsnoer vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de voorwaarden van de overspanningscategorie III en volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
13.5 Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Het apparaat moet op elk gewenst moment van de stroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- De netstekker van de netaansluitkabel moet na de inbouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de voorwaarden van de overspanningscategorie III en volgens de opbouwvoorschriften worden ingebouwd. - De vaste aansluiting mag alleen door een elektricien worden aangelegd. Wij adviseren een aardlekschakelaar (Fl-schakelaar) in de stroomkring naar het apparaat te installeren.
Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de aansluitkabel beschadigen.
▶ De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
■ De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaatje. → Pagina 53
■ De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang.
■ Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriften van de EG.
- Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1. Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaansluiting gebruiken.
■ Het apparaat tijdens de montage niet op de voedingsspanning aansluiten.
- Ervoor zorgen dat de bescherming tegen aanraking door de inbouw is gegarandeerd.
13.6 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie
■ Dit apparaat aan de keukenwand monteren.
■ Voor de montage van extra speciale accessoires de daarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhouden.
- Het apparaat slechts aan één zijde direct naast een hoge kast, tegen een bovenkast of tegen een wand installeren. De afstand tot de hoge kast, tot een bovenkast of de wand moet minstens 50 mm bedragen.
■ De breedte van de afzuigkap moet minstens overeenkomen met de breedte van het kooktoestel.
■ Om de kookdamp optimaal op te vangen, het apparaat in het midden boven de kookplaat monteren.
13.7 Aanwijzingen m.b.t. de luchtafvoerleiding
De fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bij klachten die te wijten zijn aan het buizentraject.
■ Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot mogelijke buisdiameter gebruiken.
■ Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of kleine buisdiameters verminderen het afzuigvermogen en verhogen het ventilatorgeluid.
■ Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebruiken.
- Om het teruglopen van condens te vermijden, de afvoerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monteren.
Vierkante buizen
Platte buizen waarvan de binnendoorsnede met de diameter van de ronde buizen overeenkomt:
■ diameter 150 mm kommt overeen met ca. 177 cm².
■ diameter 120 mm kommt overeen met ca. 113 cm².
■ Gebruik bij een afwijkende buisdiameter een afdichtstrip.
■ Geen platte buizen met scherpe bochten gebruiken.
Ronde buizen
Ronde buizen met een binnendiameter van 150 mm (aanbevolen) of minstens 120 mm gebruiken.
13.8 Aanwijzing voor de luchtafvoerfunctie
Voor de luchtafvoerfunctie moet een terugslagklep worden ingebouwd.
Opmerkingen
■ Wanneer bij het apparaat geen terugslagklep is meegeleverd, dan kan men een terugslagklep in de vakhandel verkrijgen.
■ Wanneer de afvoerlucht door de buitenwand wordt geleid, dan moet een telescopische muurcassette worden gebruikt.
13.9 Aanwijzingen bij de circulatiefunctie
Het apparaat mag alleen worden gebruikt wanneer het goed is geïnstalleerd en de leidingen zijn aangesloten.
13.10 Algemene aanwijzingen
Neem deze algemene aanwijzingen bij de installatie in acht.
- Bij de installatie moeten de actuele geldige bouwvoorschriften en de voorschriften van de plaatselijke stroom- en gasleverancier in acht worden genomen.
- Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiële en wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijke bouwverordeningen, in acht worden genomen.
- Om het apparaat in het geval van service ongehinderd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke montageplaats kiezen.
■ De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig. Bij de montage beschadigingen vermijden.
13.11 Installatie
Wand controleren
- Controleren of de muur verticaal is en voldoende draagvermogen heeft.
Het maximale gewicht van het apparaat bedraagt 12 kg. - De boorgatdiepte overeenkomstig de schroeflengte boren.
De pluggen dienen goed vast te zitten.
De meegeleverde schroeven en pluggen zijn geschikt voor het bevestigen van het apparaat aan de volgende soorten muren: massief metselwerk, gasbeton, Poroton bakstenen.
Wand voorbereiden
- Ervoor zorgen dat zich in het bereik van de boringen geen stroomleidingen, gasleidingen of waterleidingen bevinden.
- Om schade te vermijden, de kookplaat afdekken.
- Vanaf de boven- tot de onderkant van het apparaat een loodrechte middellijn op de muur tekenen.
- Haal het boorsjabloon uit de verpakking met accessoires.
- Met behulp van de boorsjabloon de posities voor de bevestigingsschroeven opmeten en aftekenen.

text_image
XX XX XX XXDe onderkant van het apparaat is identiek met de onderkant van de boorsjabloon.
- De gaten boren.
- De pluggen vlak met de wand inzetten.
- De schroeven voor het ophangen van het apparaat aan-, maar niet volledig vastdraaien.

- De beugel voor de schoorsteenafscherming gelijk met het plafond op de hartlijn leggen.

De boorgaten voor de bevestigingsschroeven uitme- ten en aftekenen.
- De gaten boren.
- De pluggen vlak met de wand inzetten.
- De bevestigingshoek voor de schoorsteenafscherming vastschroeven.

Apparaat voorbereiden
- Bij inbedrijfstelling in luchtafvoermodus indien nodig de stuwklep monteren.

Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
LET OP!
Wanneer de gasklep te ver wordt geopend en de scharneren te ver uitrekken, dan kan er schade aan het apparaat optreden.
- De glazen kap niet door de aanslag naar boven drukken.
-
De scharnieren niet te ver uitrekken.
-
Het apparaat ophangen.

-
De glazen klep openen.
-
De glazen kap aan de onderrand beetpakken en naar boven trekken.
- De geopende glazen kap iets naar achteren schuiven.

- De scharnieren klikken in en de glazen kap blijft geopend.
nl Montagehandleiding
-
Het apparaat met schroeven horizontaal stellen en vastschroeven.
-
De 2 extra veiligheidsschroeven aanbrengen en vastschroeven.

- Plaats het vetfilter.
De vetfilter niet buigen om beschadigingen te voorkomen.
-
Sluit de glazen klep.
-
De glazen kap iets optillen en naar voren trekken, om de gefixeerde positie van de scharniere en op te heffen.
- De glazen kap voorzichtig naar beneden geleiden, totdat deze vastklikt.

Luchtcirculatiemodus
■ Wanneer u het apparaat in de luchtcirculatiemodus gebruikt, houd dan de aanwijzingen van het speciale toebehoren van de circulatielucht aan.
■ Wij adviseren het gebruik van buizen met een afvoerbuis van ∅ 150 mm.
■ Wanneer de diameter van de buizen onder de 150 mm ligt, dan heeft u een separaat verkrijgbare reductiemof nodig.
Opmerking: Wanneer u een aluminiumbuis gebruikt, maak dan het aansluitgedeelte eerst glad.
Luchtafvoerverbinding maken (afvoerbuis ∅ 150 mm)
- De luchtafvoerbuis op het afvoeraansluitstuk bevestigen.
- De verbinding met de afvoerluchtopening maken.
- De verbindingspunten afdichten.
Stroom aansluiten
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Als een vaste aansluiting noodzakelijk is, de aanwijzingen in het hoofdstuk
→ "Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting", Pagina 55 opvolgen.
Schoorsteenafscherming monteren
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking: Bij de circulatiefunctie moet vóór de montage van de schoorsteenafscherming eerst het scheidingsfilter gemonteerd worden. Informatie over de montage van het scheidingsfilter vindt u in de montage-handleiding van de accessoires.
- De schoorsteenafscherming aan de zijkant op de bevestigingshoek vastschroeven.

text_image
2x 7 Ø 3,5mmApparaat demonteren
- De schoorsteenafscherming verwijderen.
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
- Maak de afvoerbuis los.
- Het vetfilter verwijderen. De vetfilter niet buigen om beschadigingen te voorkomen.
- De schroeven voor de ophanging van het apparaat een beetje, maar niet volledig losdraaien.
- Het apparaat verwijderen.
- De beugel voor de schoorsteenafscherming los- schroeven.