FWE06DAFN5V3-S - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FWE06DAFN5V3-S DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FWE06DAFN5V3-S DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FWE06DAFN5V3-S - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FWE06DAFN5V3-S van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FWE06DAFN5V3-S DAIKIN
1 Over de documentatie 56
1.1 Over dit document 56
1.2 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen.... 56
1.3 Algemeenheden 56
2 Over de doos 57
2.1 Overzicht: Over de doos.... 57
2.2 Uitpakken en omgaan met de ventilo-convector 57
2.3 Accessoires van de ventilo-convector verwijderen.... 57
3 Over de unit 57
3.1 Overzicht: Over de units en opties 57
3.2 Identificatie 58
3.2.1 Identificatielabel: Ventilo-convector 58
4 Voorbereiding 58
4.1 Overzicht: Voorbereiding....58
4.2 Installatieplaats voorbereiden.... 58
4.3 De waterleidingen voorbereiden 59
4.4 De elektrische bedrading voorbereiden.... 59
4.4.1 Over elektrische bedrading voorbereiden.... 59
5 Installatie 60
5.1 Ventilo-convector monteren 60
5.1.1 Horizontale installatie....60
5.1.2 Verticale installatie....61
5.2 Van horizontale naar verticale installatie veranderen.... 62
5.3 De waterleidingen aansluiten 62
5.3.1 De waterleidingen aansluiten.... 63
5.3.2 Het watercircuit vullen....63
5.4 De elektrische bedrading aansluiten 63
5.4.1 Over het aansluiten van de elektrische bedrading..... 63
5.4.2 Richtlijnen voor het aansluiten van de elektrische
bedrading....
5.4.3 Elektrische bedrading aansluiten op de ventilo-
convector 64
5.4.4 Elektrische bedrading van kant veranderen.... 64
5.5 Afvoerleiding aansluiten 66
5.5.1 Afvoerleiding installeren op de unit.... 66
5.5.2 Afvoerleiding controleren 67
6 Inbedrijfstelling 67
6.1 Proefdraaien.... 67
6.2 Checklist voor de inbedrijfstelling 68
7 Onderhoud en service 68
7.1 Luchtfilter reinigen 68
8.1 Afmetingen 70
8.2 Bedradingsschema....72
8.3 Informatievereisten voor ecologisch ontwerp 73
1 Over de documentatie
Dit apparaat is bedoeld om in werkplaatsen, in de lichte industrie en in boerderijen door deskundige of geschoolde gebruikers gebruikt te worden of, in de handel en in huishoudens, door niet gespecialiseerde personen.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op de regionale Daikin-website of via uw dealer beschikbaar zijn.
De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
• Montagehandleiding ventilo-convector:
- Installatie-instructies
- Formaat: Papier (in de doos van de ventilo-convector)
1.2 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen

GEVAAR
Duidt op een situatie die de dood of emstige verwondingen als gevolg heeft.

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Duidt op een situatie die elektrocutie kan veroorzaken.

GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
Duidt op een situatie die brandwonden kan veroorzaken als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen.

GEVAAR: ONTPLOFFINGSGEVAAR
Duidt op een situatie die een ontploffing kan veroorzaken.

WAARSCHUWING
Duidt op een situatie die de dood of emstige verwondingen als gevolg zou kunnen hebben.

Duidt op een situatie die kleine of malige verwondingen als gevolg zou kunnen hebben.

OPMERKING
Duidt op een situatie die schade aan apparatuur of eigendom zou kunnen berokkenen.

INFORMATIE
Duidt op nuttige tips of bijkomende informatie.
| Symbol | Verklaring |
| Lees de montagehandleiding, de gebruiksaanwijzing en het instructievel voor de bedrading alvorens te beginnen met de installatie. | |
| Lees de servicehandleiding alvorens onderhoudsen servicewerkzaamheden uit te voeren. | |
| Voor meer informatie, zie de uitgebreide handleiding voor de installateur en de gebruiker. |
1.3 Algemeenheden
Indien u twijfels heeft over de installatie of de bediening van de unit, neem contact op met uw dealer.
OPMERKING
Een foute installatie of bevestiging van apparatuur, uitrustingen of accessoires kan elektrische schokken, een kortsluiting, lekken, brand of schade aan de apparatuur of uitrustingen als gevolg hebben. Gebruik enkel accessoires, optionele apparatuur en uitrustingen en reserveonderdelen die door Daikin gemaakt of goedgekeurd werden.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de materialen die voor de installatie en de testen gebruikt worden, voldoen aan de geldende wetgeving (bovenop de instructies beschreven in de Daikin-documentatie).
VOORZICHTIG
Draag gepaste persoonlijke beschermingsuitrustingen (beschermende handschoenen, veiligheidsbril, enz.) wanneer u het systeem installeert of onderhoudt.
WAARSCHUWING
Scheur plastiekverpakkingen aan stukken en gooi deze weg zodat niemand, kinderen in het bijzonder, ermee kan spelen. Mogelijk risico: verstikking.
WAARSCHUWING
Neem gepaste maatregelen om te beletten dat de unit door kleine dieren als schullplaats gebruikt kan worden. Kleine dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen storingen, rook of brand veroorzaken.
VOORZICHTIG
Raak de luchtinlaat of de aluminiumlamellen van de unit NIET aan.
OPMERKING
- Plaats GEEN voorwerpen, apparatuur of uitrustingen bovenop de unit.
• Zit, klim of sta NIET op de unit.
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
• Zorg ervoor dat het systeem correct is geaard.
- Schakel de voeding uit alvorens aan servicewerkzaamheden te beginnen.
- Installeer het deksel van de schakelkast alvorens de voeding in le schakelen.
VOORZICHTIG
- Controleer of de installatieplaats het gewicht van de unit kan dragen. Een slechte installatie kan gevaarlijk zijn. Het kan ook trillingen of ongewone werkingsgeluiden veroorzaken.
- Voorzie voldoende ruimte voor service.
- Installeer de unit zo dat ze NIET in contact komt met een plafond of een muur; anders kan dit trillingen veroorzaken.
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Gebruik de ventilo-convectoren niet met natte handen. Anders kunt u een elektrische schok oplopen.
2 Over de doos
2.1 Overzicht: Over de doos
Denk aan de volgende punten:
- De unit MOET bij de levering gecontroleerd worden op beschadigingen. Elke vorm van beschadiging MOET onmiddellijk aan de schadeverantwoordelijke van de transporteur gemeld worden.
- Breng de verpakte unit zo dicht mogelijk bij de ulteindelijke installatieplaats om beschadiging tijdens het transport te voorkomen.
- Maak de weg waarlangs u de unit naar binnen zult brengen op voorhand klaar.
2.2 Uitpakken en omgaan met de ventilo-convector
Gebruik een draagband van zacht materiaal of beschemende platen met een touw om de unit op te heffen. Zo voorkomt u dat de unit beschadigd of gekrast wordt.
1 Hef de unit op aan de ophangbeugels zonder druk uit te oefenen op andere delen, met name de afvoerleiding en thermische isolatie.

2.3 Accessoires van de ventilo- convector verwijderen

3 Over de unit
3.1 Overzicht: Over de units en opties
Dit hoofdstuk bevat informatie over:
- Ventilo-convector identificeren.
4 Voorbereiding
3.2 Identificatie
3.2.1 Identificatielabel: Ventilo-convector
Plaats

Voorbeeld: FW E 03 D A F N 5 V3 — L
| Code Beschrijving | |
| FW Ventlio-convector met wateraansluiting | |
| E Flex lage statische druk (LSP) zonder behuizing | |
| 03 Capaciteitsklasse: 03=1,5 kW | |
| D Belangrijke modelwijziging (A tot Z) | |
| A Kleine wijziging | |
| F 4 leidingen | |
| N Zonder klep | |
| 5 Hendek fabriek | |
| V3 Ventilatormotor / enkelfasig / 50 Hz / 220~240 V | |
| — Geen optie | |
| Code Beschrijving | |
| L S: Water links | Elektrische aansluiting linksL: Water links – Elektrische aansluiting rechtsT: Water rechts – Elektrische aansluiting rechtsR: Water rechts – Elektrische aansluiting links |
4 Voorbereiding
4.1 Overzicht: Voorbereiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moel doen en wat u moet weten alvorens u ter plaatse gaat.
Het bevat informatie over;
• Installatieplaats voorbereiden
• Waterleiding voorbereiden
• Elektrische bedrading voorbereiden
4.2 Installatieplaats voorbereiden

WAARSCHUWING
Plaats GEEN voorwerpen die nat kunnen worden onder de ventilatorunit. Anders kan condenswater op de hoofdunit of de waterleidingen, vuil op het luchfilter of een verstopte afvoer gaan druppelen, waardoor het voorwerp in kwestie vuil of defect kan geraken.

OPMERKING
Raadpleeg uw dealer om te controleren of de externe statische druk van de unit niet wordt overschreden.
Installeer of gebruik de unit niet op onderstaande plaatsen.
- Plaatsen verzadigd met minerale olie, of vol oliedampen of ollenevel zoals in een keuken (schade aan plastic onderdelen).
- Plaatsen met bijlende gassen zoals zwavelgas. Koperen leidingen en lasnaden kunnen corroderen.
- Waar de lucht een hoog zoutgehalte heeft, bijvoorbeeld aan zee, en wanneer er grote spanningsschommelingen zijn (bijv. in een fabriek). Dit geldt tevens voor voertuigen of schepen.
- In plaatsen met toestellen of machines die elektromagnetische golven uitzenden. Elektromagnetische golven kunnen het besturingssysteem storen, waardoor de apparatuur slecht kan werken.
- In plaatsen met brandgevaar omwille van lekkende ontvlambare gassen (zoals verdunners of benzine), koolstofvezels, ontvlambaar stof.
Kies een installatieplaats waar aan de volgende voorwaarden wordt voldaan en waar de klant het mee eens is.
Voldoende vrije ruimte rond de unit voor onderhoud en service. De ruimte rond de unit moet voldoende luchtcirculatie en luchtverspreiding toelaten. Zie de ruimte vereist voor de installatie.
4 Voorbereiding
Horizontale installatie
Wanneer de unit in het plafond hangt, moet zij op ≥2,5 m van de vloer worden geïnstalleerd.

Voorzie de aangegeven verticale ruimte voor onderhoud van het filter.

text_image
≥10 ≥150
VOORZICHTIG
Gebruik bij een verticale installatie geen ophangbouten. Gebruik voor een verticale installatie de verticale installatiekit (ESFH01DS).
4.3 De waterleidingen voorbereiden
De unit is voorzien van een waterinlaat en -uitlaat voor aansluiting op het watercircuit. Het watercircuit moet worden uitgevoerd door een installateur en moet voldoen aan de geldende wetgeving.

OPMERKING
De unit mag alleen in een gesloten-watersysteem worden gebruikt. Gebruik in een open-watercircuit kan leiden tot overmatige corrosie van de waterleiding.
Controleer de volgende punten vooraleer aan de waterleiding te werken:
- De maximum waterdruk is 1 MPa.
- De minimum watertemperatuur is 5°C.
- De maximum watertemperatuur is 90°C.
- De componenten in de lokale leidingen moeten bestand zijn tegen de waterdruk en -temperatuur.
- Voorzie voldoende beveiligingen in het watercircuit om te voorkomen dat de waterdruk de maximaal toegestane werkdruk overschrijdt.
- Voorzie een goede afvoer voor de drukveiligheidsklep (indien voorzien) om te voorkomen dat er water op elektrische onderdelen terechtkomt.
- Voorzie afsluitkranen aan de unit zodat normaal onderhoud kan worden uitgevoerd zonder het systeem te laten leeglopen.
- Voorzie aftapkranen op alle lage punten van het systeem om het circuit bij onderhoud of service aan de unit volledig te laten leeglopen.
- Voorzie ontluchtingsventielen op alle hoge punten in het systeem. De ventielen moeten zich op gemakkelijk toegankelijke punten bevinden.
4.4 De elektrische bedrading voorbereiden
4.4.1 Over elektrische bedrading voorbereiden

WAARSCHUWING
- Gebruik ALLEEN koperdraden.
- Alle lokale bedrading moet voldoen aan de geldende welgeving.
- Alle lokale bedradingen MOETEN conform met het product meegeleverd bedradingsschema worden uitgevoerd.
- Knijp NOOIT gebundelde kabels samen en controleer of ze NIET met leidingen of scherpe randen in contact (kunnen) komen. Zorg dat er geen externe druk wordt uitgeoefend op de klemaansluitingen.
- Vergeet niet aarddraden te leggen. Aard de unit NIET via een nutsleiding, een plekspanningsbeveiliging of de aarding van de telefoon. Een onvolledige aarding kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik hiervoor een aparte voedingskring. Gebruik NOOIT een elektrische voeding die met een ander toestel gedeeld wordt.
- Installeer zeker de vereiste zekeringen of stroomonderbrekers.
- Plaats zeker een aardlekschakelaar. Anders bestaat het gevaar dat iemand een elektrische schok krijgt of dat er brand ontstaat.
- Wanneer u de aardlekbeveiliging plaatst, controleer of deze met de inverter compatibel is (bestand tegen hoogfrequente elektrische ruis), zodat de aardlekbeveiliging zich niet onnodig opent.

OPMERKING
De in deze handleiding beschreven apparatuur kan elektronische ruis veroorzaken afkomstig van radiofrequentie-energie. De apparatuur voldoet aan specificaties die een redelijke bescherming moeten bieden tegen dergelijke interferentie. De garantie dat in een specifieke installatie geen interferentie zal optreden, kan echter niet worden gegeven.
Het is dan ook aan te raden de apparatuur en elektrische draden op een gepaste afstand van stereotoestellen, pc's, enz. te installeren.
5 Installatie

WAARSCHUWING
Alle lokale bedrading en componenten MOETEN worden geinstalleerd door een erkend elektricien en MOETEN voldoen aan de geldende wetgeving.

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE

WAARSCHUWING
Een hoofdschakelaar of een andere manier om te onderbreken, met een contactschelding in alle polen, MOET voorzien zijn in de vaste bedrading in overeenstemming met de geldende wetgeving.
Elektrische specificaties
| FWE-D | |
| Fase 1N~ | |
| Frequentie 50 Hz | |
| Spanningsbereik 220~240 V | |
| Spanningstolerantie ±10% | |
| Maximaal opgenomen stroom 0,46 A | |
| Overstroomzekering 16 A | |
Specificaties voor lokale bedrading
| Kabel Dikte (mm2) Lengte | |||
| Voedingsbedra ding | H05VV-U3G[a,h] | In overeenstemmi ng met geldende wetgeving ≤4,0 | — |
| Bedrading van afstandsbedieni ng en transmissie unit | Mantelkabel 2 geleiders[2] | 0,75~1,25 ≤500 m | (d) |
14 Alleen in het geval van beschermde leidingen. Gebruik H07RN-F indien geen bescherming aanwezig is.
1: Installeer de elektrische bedrading in een buis lopen om ze te beschermen tegen externe invloeden.
30 Gebruik kabels met dubbele isolatie voor de afstandsbediening (manteldikte ≥1 mm) of laat de kabels door een muur of buis lopen zodat de gebruiker ze niet kan aanraken.
De lengte is de totale uitgebreide lengte in een systaem met groepsbesturing.
5 Installatie
5.1 Ventilo-convector monteren

INFORMATIE
De unit moet op ≥10 mm van het plafond worden gemontleerd met een luchlaanvoerruimte van ≥150 mm.

INFORMATIE
Alle bovenvermelde onderdelen zijn lokaal aan te kopen. Vraag raad aan uw plaatselijke dealer voor andere installaties dan de standaardinstallatie.
5.1.1 Horizontale installatie

text_image
10≤ 10≤1 Maak de benodigde plafondopening voor installatie op een geschikte plaats.
Het kan nodig zijn om het frame van het vals plafond te versterken om het plafond waterpas te houden en trillingen te voorkomen. Raadpleeg voor details de aannemer.
2 Installeer de ophangbouten. Gebruik W3/8- of M10-bouten. Gebruik voor bestaande plafonds een anker en voor nieuwe plafonds een verzonken inzetstuk, verzonken anker of andere lokaal aan te kopen onderdelen. Op die manier kunt u het plafond versterken zodat het het gewicht van de unit kan dragen. Controleer het verzonken inzetstuk om na te gaan welke punten moeten worden versterkt. Regel de afstand tot het plafond vooraleer verder te gaan.

text_image
a b c d ea Plafondtegel
b Anker
c Lange moer of spanschroef
d Ophangbout
e Vals plafond
3 Installeer de unit tijdelijk.
Bevestig de ophangbeugel aan de ophangbout. Maak de unit goed vast.

a Moer (lokaal te voorzien)
b Vulring (lokaal te voorzien)
c Ophangbeugel
d Dubbele mcer (niet meageleverd)
4 Breng de unit in de juiste positie voor installatie.

text_image
1/1005 Controleer of de unit horizontaal waterpas hangt.
Installeer de unit niet schuin. Als de unit tegen de richting van de condenswaterstroom in scheef hangt (de kant van de afvoerleidingen hangt hoger), zal er water gaan lekken.
Controleer of de unit waterpas hangt aan elk van de 4 hoeken. Gebruik daartoe een waterpas of een met water gevulde plastic buis.

text_image
a Plastic buis b Waterpas5.1.2 Verticale installatie
OPMERKING
Forceer NIET bij het aansluiten van de leidingen. Een vervormde leiding kan ertoe leiden dat de unit slecht werkt. Controleer of alle schroeven met 3 N·m zijn vastgezet.
OPMERKING
De optiekit (ESFH01DS) moet worden voorzien door een plaatselijke dealer om de unit verticaal te installeren.
1 Installeer de unit tijdelijk.
Installeer de unit op de vloer met montagevoeten. Zet de unit stevig op de vloer. Als het risico bestaat dat ze omvervalt, bevestig ze dan op de vloer met schroeven in de openingen in de montagevoeten.

text_image
a Montagevoat b Bevestigungschroef2 Breng de unit in de juiste positie voor installatie.

text_image
a Waterpas b Plastic buis 1/1003 Controleer of de unit horizontaal waterpas hangt.
Installeer de unit niet schuin. Als de unit tegen de richting van de condenswaterstroom in scheef hangt (de kant van de afvoerleidingen hangt hoger), zal er water gaan lekken.
Controleer met een waterpas of een met water gevulde plastic buis of de unit waterpas hangt aan elk van de vier hoeken.
5 Installatie

text_image
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z5.2 Van horizontale naar verticale installatie veranderen

VOORZICHTIG
Zorg dat de unit in alle richtingen waterpas hangt.
Volg de instructies hiema om een horizontale installatie in een verticale te veranderen.
1 Verwijder het luchtfilter.
2 Verwijder de schroeven in het servicedeksel en verwijder het deksel van de unit.

3 Steek het rubberen stuk (onderdeel van de optiekit) in de ruimte tussen de zijplaat en de onderste flenzen.
4 Maak het uitgebouwde servicedeksel weer vast op de onderkant.
5 Maak 2 montagevoelen van de optiekit voor verticale installatie met de 4 schroeven van de optiekit vast aan het servicedeksel.
6 Maak het luchtfilter weer vast op de filtergeleider van het servicedeksel.
7 De unit is klaar voor verticale installatie.
Montagehandleiding
62
DAIKIN

a Luchtfilter
b Servicedeksel
c Montagevoeten
d Schroever
e Luchtfilter
5.3 De waterleidingen aansluiten

OPMERKING
Forceer niet bij het aansluiten van de leidingen. Anders kunnen de leidingen van de unit vervormd worden. De unit kan slecht werken als de leidingen vervormd zijn.

VOORZICHTIG
De watercirculatie in de unit moet altijd worden geregeld met kleppen. De kleppen moeten van het type NC (normaal gesloten) zijn zodat zij gesloten zijn wanneer de unit niet draait. Dit voorkomt de vorming van condenswater.
FWE03-11D
Ventilo-convectoren
3P443944-5E-2019.09
5.3.1 De waterleidingen aansluiten
1 Sluit de waterin- en uitlaataansluitingen van de ventilo- convector aan op de waterleiding.

a Aansluiting afvoerleiding (3/4" buitendraad)
b Inlaat gekoeld water (3/4" binnendraad BSP)
c Uitlaat gekoeld water (3/4" binnendraad BSP)
d Inlaat verwamingswater (3/4" binnendraad BSP)
e Uitlaat verwarmingswater (3/4" binnendraad BSP)
g Ontluchtingsventiel
Opmerking: Gebruik een leiding met een 3/4" BSP buitendraad voor rechtstreekse aansluiting op de unit.
2 Het volledige watercircuit, inclusief alle leidingen, moet worden geïsoleerd om condensvorming en vermogensverlies te voorkamen.

5.3.2 Het watercircuit vullen

OPMERKING
Controleer of de kwaliteit van het water voldoet aan de EU- richtlijn 98/83 EC.

OPMERKING
- Lucht in het watercircuit kan storingen veroorzaken. Tijdens het vullen kan wellicht niet alle lucht uit het circuit worden verwijderd. De resterende lucht zal tijdens de eerste uren in bedrijf van het systeem via de automatische ontluchtingsventielen worden verwijderd. Achteraf kan het nodig zijn extra water te bij te vullen.
- Gebruik de speciale functie zoals beschreven in "6 Inbedrijfstelling" op pagina 67 om het systeem te ontluchten.
1 Open de dop.
2 Duw op de drukveiligheidsklep om de waterkring(en) van de unit te ontluchten.
3 Sluit de dop.
4 Achteraf kan extra water moeten worden bijgevuld (maar nooit via het ontluchtingsventiel).

text_image
a b ca Ontluchtingsventiel
b Drukveiligheidsklep
c Deksel
5.4 De elektrische bedrading aansluiten
5.4.1 Over het aansluiten van de elektrische bedrading
Typische werkstroom
De elektrische bedrading aansluiten bestaat doorgaans uit de volgende stappen:
1 Controleren of het voedingssysteem voldoet aan de elektrische specificaties van de units.
2 Elektrische bedrading aansluiten op de ventilo-convector.
3 Elektrische bedrading van kant veranderen (indien van loepassing).
5.4.2 Richtlijnen voor het aansluiten van de elektrische bedrading
Sluit draden met dezelfde dikte aan zoals hierna afgebeeld.



5 Installatie
Let op de punten hieronder voor het aansluiten van de elektrische bedrading.
- Sluit geen draden met een verschillende diameter aan op dezelfde voedingsklem. Losse draden kunnen oververhitting veroorzaken.
- Sluit geen kabels met een verschillende dikte aan op dezelfde aardklem. Losse aansluitingen kunnen de bescherming aantasten.
- Gebruik de voorgeschreven elektrische draad (zie "Specificaties voor lokale bedrading" op pagina 60). Maak de draad goed vast op de klem. Draal hem vast met het juiste aanhaalmoment (N·m).
- Aanhaalmoment klemmenstrook voeding: 1,44\~1,88 N·m.
- Houd de bedrading netjes zodat ze geen andere onderdelen belemmeren of het deksel van de klemmenstrook openduwen. Zorg ervoor dat het deksel goed sluit. Slecht uitgevoerde aansluitingen kunnen oververhitting veroorzaken of, in het slechtste geval, kortsluiting of brand.
5.4.3 Elektrische bedrading aansluiten op de ventilo-convector
Zie de sticker met het bedradingsschema op het deksel van de klammenslook.

OPMERKING
- Volg het bedradingsschema (bij de unit geleverd, op het deksel van de schakelkast).
- Zorg ervoor dat de elektrische bedrading goed zit zodat het servicedeksel nadien weer goed kan worden aangebracht.

1 Verwijder het deksel van de klemmenstrook en de kabelklem van de unit.
2 Sluit de voedingskabel aan op de klemmenstrook.
3 Maak de voedingskabel vast met de kabelklem.
4 Maak het deksel van de klemmenstrook weer vast op de unit.
5.4.4 Elektrische bedrading van kant veranderen

OPMERKING
De elektrische bedrading kan lokaal naar de andere kant worden veranderd.

OPMERKING
Let er bij het vastmaken van het deksel van de klemmenstrook op dat er geen draden worden gekneld.
1 Verwijder het deksel van de klemmenstrook, de klemmenstrook, de kabelklem, de aardingsdraad en de kabels van de ventilatormotor.

3 Verander de richting van de kabels van de ventilatormotor.

4 Maak de kabels vast op de tussenplaat. Maak ongebruikte kabels goed vast met een kabelklem op de nieuwe positie.

5 Maak de verwijderde onderdelen vast op de unit.

6 Installeer de verwijderde kabelklem om de kabel vast te leggen.

5.5 Afvoerleiding aansluiten
5.5.1 Afvoerleiding installeren op de unit
Horizontale installatie

a Ophangstaaf
b ≥1/100 hellend
Houd de leiding zo kort mogelijk is en laat ze met minstens 1/100
naar beneden aflopen om te voorkomen dat er lucht in de leiding blijft.
5.5.2 Afvoerleiding controleren
Controleer na de installatie van de afvoerleiding of de afvoer vlot stroomt.
1 Giet ongeveer 1 liter water geleidelijk door de luchtuitlaat.

a Luchtuitlaat
b Draagbare pomp
c Emmer
d Afvoeraansluiting

2 Controleer de afvoer door te kijken naar de afvoeraansluiting.
6 Inbedrijfstelling
Gelieve de gegevens voor ecologisch ontwerp volgens (EU)2016/2281 le bezorgen aan de klant. U vindt deze gegevens in de uitgebreide handleiding voor de installateur of via de website Daikin.
OPMERKING
Laat de unit ALTIJD draalen met themistoren en/of druksensoren/-schakelaars. Anders kan er brand in de compressor ontstaan.
6.1 Proefdraaien
De installateur is verplicht om de goede werking na de installatie te controleren. Neem contact op met uw plaatselijke dealer als er een probleem is met de unit.
OPMERKING
Onderbreek het proefdraaien niet.
OPMERKING
Probeer het systeem NIET zelf te onmtantelen: het onmtantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden. De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld.
WAARSCHUWING
Neem gepaste maatregelen om te beletten dat de unit door kleine dieren als schulplaats gebruikt kan worden. Kleine dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen storingen, rook of brand veroorzaken.
Verwijder de schroeven met het gepaste gereedschap. Het product kan worden gedemonteerd zoals hiema afgebeeld.

FWE-D Instructielijst recycling
| Materialen Item | |
| Elektrisch onderdeel (ventilatormotor + condensator) | 1 |
| Aluminium (lamel) + koper (buis) + verzinkt staal (plaat) + messing | 10 |
| Plastic | 2, 18, 8, 22, 27 |
| Plastic + metaal | 3, 17, 24 |
| Plastic (frame) + plastic (net) | 4 |
| Verzinkt staal | 5, 9, 13, 14, 16, 20, 23, 25, 26 |
| Verzinkt staal + plastic schuim | 6, 7, 11, 12, 15, 19 |
| Plastic schuim | 21 |
7 Onderhoud en service
6.2 Checklist voor de inbedrijfstelling
Controleer na de installatie van de unit eerst de hiema vermelde punten. Sluit de unit nadat alle controles zijn uitgevoerd. Start de unit nadat u ze gesloten hebt.
| InstallatieControler of de unit correct is geinstalleerd om abnormale geluiden en trillingen te voorkomen bij het opstarten van de unit. | |
| AfvoerDe afvoer moet vlot stromen.Mogelijk gevolg: Er kan condenswater naar beneden druppelen. | |
| VoedingsspanningControleer de voedingsspanning op het lokale voedingspaneel. De spanning MOET overeenstemmen met de spanning op het identificatieplaatje van de unit. | |
| AardingsbedradingControleer of de aardingskabels goed zijn aangesloten en de aardingsklemmen stevig zijn vastgemaakt. | |
| Zekeringen, stroomonderbrekers of beveiligingenControleer of de zekeringen, de stroomonderbrekers of de lokaal geinstalleerde beveiligingen van het in "4.4 Elektrische bedrading voorbereiden" op pagina 59 vermelde type en grootte zijn. Controleer of er geen zekering of beveiliging is overbrugd. | |
| Interne bedradingControleer of er geen losse aansluitingen of beschadigde elektrische componenten in de elektrische componentenkast en binnenin de unit zichtbaar zijn. | |
| Beschadigde onderdelenControleer de binnenkant van de unit op beschadigde onderdelen of platgedrukte leidingen. | |
| Luchtinlaat/-uitlaatControleer of de luchtinlaat en -uitlaat van de unit NIET belemmerd is door papier, karton of iets anders. |
7 Onderhoud en service

OPMERKING
Dit onderhoud MOET worden uitgevoerd door een erkend installateur of een servicetechnicus.
Laat het onderhoud minstens een keer per jaar uitvoeren. De geldende wetgeving kan evenwel kortere onderhoudsintervallen vereisen.
7.1 Luchtfilter reinigen
Wanneer
- Eens om de 6 maand reinigen. Reinig vaker als de lucht in de kamer heel sterk vervuild is.
- Als het vuil niet meer verwijderd kan worden, moet u het luchtfilter vervangen met een origineel onderdeel.
Hoe
1 Schakel de voeding uit.
2 Het luchtfilter kan op 1 van 2 plaatsen op dit product worden geïnstalleerd (zijkant en onderkant). Schuif het filter zoals hiema afgebeeld om het te verwijderen.
7 Onderhoud en service
Verticale installatie
Druk op de lippen aan het filter en trek het dan terug.

3 Gebruik een stofzuiger of was het luchtfilter uit met water. Gebruik een zachte borstel en een neutraal schoonmaakmiddel als het luchtfilter heel vuil is.

4 Plaats het luchtfilter terug op de oorspronkelijke plaats.

- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikbaar op het Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
8.1 Afmetingen
Horizontaal overzicht

Breng het rubber van de afvoeraansluiting aan na de installatie van de extra lekbak. Anders kan condenswater op de hoofdunit of de waterleidingen, vuil op het luchtfilter of een verstopte afvoer gaan druppelen, waardoor het voorwerp in kwestie vuil of defect kan geraken.

a Rubber afvoeraansluiting
b Extra afvoeraansluiting

a Rubber afvoeraansluiting
b Extra afvoeraansluiting

| Engels Vertaling | |
| + | Verbinding |
| X1M Hoofdaansluitklem | |
| ---- | Lokaal te voorzien |
| Printplaat | |
| ⊕ | Veiligheidsaarding |
| ÷ | Aarding |
| =:■■■= | Lokale draad |
Kabel ventilatormotor
WHT Wit
GRN Groen
RED Rood
ORG Oranje
BRN Bruin
YLW Geel
BLU Blauw
GRN/YLW Groen/geel
C1 Condensator
F1U Zekering
X1M Klemmenstrook
M Ventilatormotor
8.3 Informatievereisten voor ecologisch ontwerp
Volg de onderstaande stappen om de gegevens van het Energy Label – Lot 21 van de unit en combinaties van buitenunit/binnenunit te raadplegen.
1 Ga naar de volgende webpagina: https://energylabel.daikin.eu/
2 Om verder te gaan, kies:
- "Continue to Europe" voor de internationale website.
- "Other country" voor een site voor een specifiek land.
Gevolg: U gaat naar de webpagina "Seasonal efficiency".
3 Klik bij "Eco Design – Ener LOT 21" op "Generate your data".
Gevolg: U gaat naar de webpagina "Seasonal efficiency (LOT 21)".
4 Volg de instructies op de webpagina om de juisle unit te selecteren.
Gevolg: Na de selectie kunt u de LOT 21 datasheet weergeven als PDF of als HTML-webpagina.

INFORMATIE
Andere documenten (bijv. handleidingen, ...) kunnen ook op deze webpagina worden geraadpleegd.
Tabla de contenidos
Tabla de contenidos
Zandvoordestraat 300, B-8400 Oostende, Belgium
3P443944-5E 2019.09