FWF02DATN5V3 - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FWF02DATN5V3 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FWF02DATN5V3 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FWF02DATN5V3 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FWF02DATN5V3 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FWF02DATN5V3 DAIKIN
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing Ventilatorconvectoren
1 Over de documentatie 78
1.1 Over dit document 78
1.2 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen.... 78
1.3 Algemeenheden 79
2 Specifieke veiligheidsinstructies voor de installateur 79
3.1 Uitpakken en omgaan met de ventilo-convector 80
3.2 Accessoires van de ventilo-convector verwijderen.... 80
4 Over de units en opties 81
4.1 Identificatie 81
4.1.1 Identificatielabel: Ventilo-convector 81
5 Installatie van de unit 81
5.1 Installatieplaats voorbereiden.... 81
5.2 Montage van de unit.... 82
5.2.1 Ophangbouten installeren.... 82
5.2.2 Opening in plafond maken.... 82
5.3 Installatie waterleiding 83
5.3.1 De waterleidingen voorbereiden 83
5.3.2 De waterleidingen aansluiten.... 84
5.4 Installatie afvoerleiding.... 85
5.4.1 Richtlijnen bij de installatie van de afvoerleiding...... 85
5.4.2 Afvoerleiding aansluiten.... 85
5.5 Installatie optionele apparatuur 86
5.5.1 Optionele apparatuur voorbereiden 86
5.5.2 Optionele apparatuur aansluiten.... 86
6 Elektrische installatie 89
6.1 De elektrische bedrading voorbereiden.... 89
6.2 De elektrische bedrading aansluiten 90
7 Configuratie 92
7.1 Instelling sierpaneel....92
8 Inbedrijfstelling
8.1 Controlelijst voor de inbedrijfstelling.... 92
Voor de gebruiker
93
9 Veiligheidsinstructies voor de gebruiker 93
9.1 Instructies voor veilig gebruik 93
10 Over het systeem
94
11 Voor het gebruik
94
12 Werking
94
12.1 Werkingsbereik....
13 Energie besparen en optimale werking
94
14 Onderhoud en service
94
14.1 Voorzorgsmaatregelen inzake onderhoud 94
14.2 Voorzorgsmaatregelen voor onderhoud en service 95
14.3 Luchtfilter, aanzuigrooster, luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen....95
14.3.1 Luchtfilter reinigen....95
14.3.2 Aanzuigrooster reinigen.... 96
14.4 Na een lange periode van stilstand 96
14.5 Voor een lange periode van stilstand 96
14.6 Dienst-na-verkoop en garantie 96
14.6.1 Aanbevelingen voor onderhoud en inspectie.... 96
14.6.2 Verkorte onderhouds- en vervangingscycli.... 97
15 Opsporen en verhelpen van storingen 97
15.1 Verplaatsen 97
16 Als afval verwijderen 97
18 Informatievereisten voor ecologisch ontwerp102
1 Over de documentatie
Dit toestel is ontworpen voor gebruik in een commerciële, industriële of zakelijke omgeving.
Documentatieset
Dit document maakt deel uit van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheid:
- Veiligheidsinstructies te lezen vóór de installatie
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing binnenunit:
- Instructies voor installatie en gebruik
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Formaat: Digitale bestanden op https://www.daikin.eu. Gebruik de zoekfunctie om uw model te vinden.
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op de regionale Daikin-website of via uw dealer beschikbaar zijn.
De originele instructies zijn opgesteld in het Engels. Alle andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.
Technische gegevens
- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikbaar op het Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
1.2 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen

GEVAAR
Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen als gevolg heeft.

Duidt op een situatie die elektrocutie kan veroorzaken.

GEVAAR: RISICO OP BRANDWONDEN
Duidt op een situatie die brandwonden kan veroorzaken als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen.

WAARSCHUWING
Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen als gevolg zou kunnen hebben.

VOORZICHTIG
Duidt op een situatie die kleine of matige verwondingen als gevolg zou kunnen hebben.

OPMERKING
Duidt op een situatie die schade aan apparatuur of eigendom zou kunnen berokkenen.

INFORMATIE
Duidt op nuttige tips of bijkomende informatie.
Symbolen gebruikt op de unit:
Symbool Verklaring

Lees de montagehandleiding, de gebruiksaanwijzing en het instructievel voor de bedrading alvorens te beginnen met de installatie.
1.3 Algemeenheden
Indien u TWIJFELS heeft over de installatie of de bediening van de unit, neem contact op met uw verdeler.

WAARSCHUWING
Een verkeerde installatie of bevestiging van apparatuur of accessoires kan een elektrische schok, kortsluiting, lekken, brand of andere schade aan de apparatuur veroorzaken. Gebruik ALLEEN accessoires, optionele apparatuur en reserveonderdelen die door Daikin gemaakt of goedgekeurd werden, tenzij anders aangegeven.

WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de materialen die voor de installatie en de testen gebruikt worden, voldoen aan de geldende wetgeving (bovenop de instructies beschreven in de Daikin-documentatie).

WAARSCHUWING
Deze unit bevat elektrische en hete onderdelen.

Gebruik de ventilatorconvectoren NIET met natte handen. Anders kunt u een elektrische schok oplopen.

WAARSCHUWING
Als het netsnoer beschadigd is, MOET de fabrikant, zijn vertegenwoordiger, zijn servicevertegenwoordiger of gelijkaardige bevoegde personen het snoer vervangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.

WAARSCHUWING
Scheur plastiekverpakkingen aan stukken en gooi deze weg zodat niemand, GEEN kinderen in het bijzonder, ermee kan spelen. Mogelijk gevolg: verstikking.

Schakel de elektrische voeding langer dan 10 minuten uit en meet de spanning aan de aansluitklemmen van de condensatoren van de hoofdkring of elektrische onderdelen vooraleer u een onderhoud uitvoert. De spanning
MOET minder dan 50 V DC zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken. Voor de locatie van de klemmen, zie het waarschuwingslabel voor service en onderhoud.

VOORZICHTIG
- Plaats GEEN voorwerpen, apparatuur of uitrustingen bovenop de unit.
- Klim, zit of sta NIET op de unit.

WAARSCHUWING
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf een leeftijd van 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale mogelijkheden of een gebrek aan ervaring en kennis als het gebruik van het apparaat op een veilige manier werd uitgelegd en als zij de gevaren hiervan begrijpen.
Kinderen mogen NIET met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud door de gebruiker mag NIET worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.

VOORZICHTIG
Raak de luchtinlaat of de aluminium ribben van de unit NIET aan.

VOORZICHTIG
Draag gepaste persoonlijke beschermende uitrusting (beschermende handschoenen, veiligheidsbril, enz.) wanneer u het systeem installeert of onderhoudt.

WAARSCHUWING
Neem de gepaste maatregelen om te voorkomen dat kleine dieren kunnen gaan nestelen in de unit. Kleine dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen storingen, rook of brand veroorzaken.

- Zorg ervoor dat het systeem correct is geaard.
- Schakel de voeding UIT alvorens aan servicewerkzaamheden te beginnen.
- Installeer het deksel van de schakelkast alvorens de voeding IN te schakelen.

VOORZICHTIG
- Controleer of de installatieplaats het gewicht van de unit kan dragen. Een slechte installatie kan gevaarlijk zijn. Het kan ook trillingen of ongewone werkingsgeluiden veroorzaken.
- Voorzie voldoende ruimte voor service.
- Installeer de unit zo dat ze NIET in contact komt met een plafond of een muur; anders kan dit trillingen veroorzaken.
2 Specifieke veiligheidsinstructies voor de installateur
Leef altijd de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften na.
3 Over de doos

WAARSCHUWING
De installatie, service, onderhoud en reparaties moeten voldoen aan de instructies van Daikin en de geldende wetgeving en mogen alleen door bevoegde personen worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING
De installatie moet worden uitgevoerd door een installateur, en de keuze van de materialen en de installatie moet voldoen aan de geldende wetgeving. In Europa is de norm EN378 van toepassing.

WAARSCHUWING
- Gebruik GEEN lokaal aangekochte elektrische onderdelen binnenin het product.
- Tak de elektrische voeding niet af voor de afvoerpomp, etc. van het klemmenblok. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Houd de bedrading tussen de units uit de buurt van koperen leidingen die niet thermisch geïsoleerd zijn aangezien dergelijke leidingen heel warm worden.

VOORZICHTIG
Gebruik bij muren met een metalen frame of een metalen plaat een in de muur ingebedde leiding en een muurafdekplaat in de doorvoeropening om schade door hitte, elektrische schokken of brand te voorkomen.

OPMERKING
- Bescherm het leidingwerk tegen fysieke schade.
- Beperk de installatie van het leidingwerk tot een minimum.
Houd rekening met de volgende zaken:
- De unit MOET bij de levering gecontroleerd worden op beschadiging en volledigheid. Elke vorm van beschadiging of ontbrekende onderdelen MOET onmiddellijk aan de schadeverantwoordelijke van de transporteur worden gemeld.
- Breng de verpakte unit zo dicht mogelijk bij de uiteindelijke installatieplaats om beschadiging tijdens het transport te voorkomen.
- Maak de weg waarlangs u de unit naar binnen zult brengen tot aan de uiteindelijke installatieplaats op voorhand klaar.
3.1 Uitpakken en omgaan met de ventilo-convector
Gebruik een draagband van zacht materiaal of beschermende platen met een touw om de unit op te heffen. Zo voorkomt u dat de unit beschadigd of gekrast wordt.
1 Hef de unit op aan de ophangbeugels zonder druk uit te oefenen op andere delen, met name de afvoerleiding en thermische isolatie.

Til de unit niet op aan de klepmotoren (a).

3.2 Accessoires van de ventilo- convector verwijderen

a Metalen klem
b Afvoerslang
c Pakking voor ophangbeugel
d Schroef
e Pakking
f Groot afdichtingskussen voor afvoerslang
g Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
h Thermische isolatie voor ontluchting
i Thermische isolatie voor kleppen (2 leidingen: 1x en 4 leidingen: 2x) (*)
J Kabelbinder voor thermische isolatie klep (2 leidingen: 1x en 4 leidingen: 2x) (*)
* Alleen modellen met in de fabriek gemonteerde klep
4 Over de units en opties
4.1 Identificatie
4.1.1 Identificatielabel: Ventilo-convector
Locatie

Voorbeeld: FW F 02 D A T N 5 V3 --
| Code Beschrijving | |
| FW Ventilatorconvector met wateraansluiting | |
| F Cassette | |
| D Belangrijke modelwijziging (A tot Z) | |
| A Kleine wijziging | |
| D | 2 leidingen |
| F | 4 leidingen |
| N | Zonder klep |
| V | 3-wegsklep |
| D | 2-wegsklep |
| 5 Hendek fabriek | |
| V3 1 F / 50 Hz / | 230 V |
| - Geen optie | |
| - Richting aansluiting (geen specifieke richting) | |
5 Installatie van de unit
5.1 Installatieplaats voorbereiden

OPMERKING
De unit moet op ≥2,5 meter van de grond worden geïnstalleerd.

INFORMATIE
Het geluidsdrukniveau is lager dan 70 dBA.

VOORZICHTIG
Toestel NIET voor iedereen toegankelijk. Installeer het op een beveiligde plaats die niet voor iedereen toegankelijk is. Deze unit is geschikt voor installatie in een commerciële en in licht industriële omgevingen.

OPMERKING
Wanneer een installatie van onderaf NIET mogelijk is, zoals bij zeer hoge plafonds, moet de toegang tot de unit voor installatie en onderhoud via de bovenkant van het plafond mogelijk zijn.
Kies een installatieplaats waar aan de volgende voorwaarden wordt voldaan en waar de klant het mee eens is.
- Voldoende vrije ruimte rond de unit voor onderhoud en service. De ruimte rond de unit moet voldoende luchtcirculatie en luchtverspreiding toelaten. Zie de ruimte vereist voor de installatie.

OPMERKING
Als de schakelkast (c) naar de muur gericht is, laat dan een serviceafstand van ten minste 600 mm en van ten minste 1500 mm voor de luchtinlaat (b) en luchtuillaat (a) voor luchtcirculatie.

text_image
≥10mm * ≥600 c ≥2500 a ≥1500 b a- Zorg ervoor dat de zone goed geventileerd wordt. Blokkeer GEEN enkele ventilatieopening.
- Controleer of de plaats waarop de installatie moet komen bestand is tegen het gewicht en de trillingen van de unit.
- Zorg ervoor dat ingeval van een waterlek, het water geen schade kan veroorzaken aan de installatieruimte en de omgeving.
- Kies een plaats waar het werkingsgeluid of de warme/koude lucht van de unit geen overlast veroorzaakt en die voldoet aan de geldende wetgeving.
- Afvoer. Zorg ervoor dat het condenswater goed kan worden afgevoerd.
- In plaatsen met een slechte ontvangst, moet de afstand 3 m of meer bedragen om elektromagnetische storingen van andere apparatuur te voorkomen en moeten de voedings- en transmissieleidingen in kabelbuizen liggen.
- Fluorescentielampen. Let op de volgende punten voor de installatie van een draadloze afstandsbediening (gebruikersinterface) in een kamer met fluorescentielampen:
- Installeer de draadloze afstandsbediening (gebruikersinterface) zo dicht mogelijk bij de binnenunit.
- Installeer de binnenunit zo ver mogelijk van de fluorescentielampen.
Installeer de unit NIET op een plaats die vaak als werkplaats wordt gebruikt. In het geval van bouwwerken (bijv. slijpwerk) waar veel stof wordt geproduceerd, MOET de unit worden afgedekt.
Installeer of gebruik de unit niet op onderstaande plaatsen. - Plaatsen verzadigd met minerale olie, of vol oliedampen of olienevel zoals in een keuken (schade aan plastic onderdelen).
- Plaatsen met bijtende gassen zoals zwavelgas. Koperen leidingen en lasnaden kunnen corroderen.
- Waar de lucht een hoog zoutgehalte heeft, bijvoorbeeld aan de kust, en wanneer er grote spanningsschommelingen zijn (bijv. in een fabriek). Dit geldt tevens voor voertuigen of schepen.
- In plaatsen met toestellen of machines die elektromagnetische golven uitzenden. Elektromagnetische golven kunnen het besturingssysteem ontregelen en zo storingen aan de uitrusting veroorzaken.
- In plaatsen met brandgevaar omwille van lekkende ontvlambare gassen (zoals verdunners of benzine), koolstofvezels, ontvlambaar stof.
- De unit mag NIET in een badkamer worden geïnstalleerd.
5.2 Montage van de unit
5.2.1 Ophangbouten installeren
Gebruik het schemablad om de plaatsen van de ophangbouten te bepalen (bovenste deel van verpakking). De plaatsen van de ophangbouten staan aangegeven op het schemablad. Bevestig het schemablad aan het plafond om de gaten te boren.

a Schemablad voor montage. (bovenste deel van verpakking)
- Sterkte van het plafond. Controleer of het plafond sterk genoeg is om het gewicht van de unit te dragen. Als er enig risico bestaat, verstevig dan eerst het plafond en installeer dan pas de unit.
- Gebruik bij een bestaand plafond ankers.
- Gebruik bij een nieuw plafond verzonken inzetstukken, verzonken ankers of andere lokaal voorziene onderdelen.

text_image
- a b c d e AA 50\~100 mm
a Plafondtegel
b Anker
c Lange moer of spanschroef
d Ophangbout
e Vals plafond
- Ophangbouten. Gebruik M8\~M10 ophangbouten voor de montage. Bevestig de ophangbeugel aan de ophangbout. Bevestig de bout goed met een moer en vulring aan de boven- en onderzijde van de ophangbeugel.

text_image
4× a1 b c b a2a1 Moer (lokaal te voorzien)
a2 Dubbele moer (niet meegeleverd)
b Vulring (accessoires)
c Ophangbeugel (bevestigd aan de unit)
5.2.2 Opening in plafond maken
Gebruik het schemablad (bovenste deel van verpakking) (a) om de opening in het plafond te maken volgens de aanduidingen op het schemablad. Bevestig het schemablad aan de unit met de vier schroeven (d) in de accessoireset en maak de opening volgens de lijn voor de plafondopening (c).
Controleer of de unit en de ophangbeugels in het midden (b) van de plafondopening hangen.

a Schemablad voor montage (bovenste deel van verpakking)
b Midden van de plafondopening
c Lijn plafondopening
d Schroeven (accessoires)
OPMERKING
Maak een vierkante opening van maximaal 660 mm voor een installatie van BYFQ60B en 595 mm voor een installatie van BYFQ60C. Anders kunnen het sierpaneel en de plafondplaat NIET overlappen. Als u een grotere opening maakt, moeten de zijkanten worden afgedekt met extra plafondmateriaal.
| Als A (mm)^(a) | Dan | ||
| B (mm)^(a) | C (mm)^(a) | ||
![]() | BYFQ60B (Standaard paneel) | ||
| 585 (min) 5 57,5 | |||
| 660 (max) | 42,5 | 20 | |
| BYFQ60C (Design paneel) | |||
| 585 (min) 5 17,5 | |||
| 595 (max) 10 | 1 | 2,5 | |
(a) A: Plafondopening
B: Afstand tussen de unit en de plafondopening
C: Overlapping tussen het sierpaneel en het verlaagd plafond
- Waterpas. Controleer met behulp van een waterpas of een plastic buis met water of de unit op alle 4 hoeken waterpas staat.

text_image
a b b ca Niveau
b Plastic buis
c Waterpas

OPMERKING
Installeer de unit NIET scheef. Mogelijk gevolg: Als de unit tegen de richting van de condenswaterstroom in scheef hangt (de kant van de afvoerleidingen hangt hoger), kan de werking van de vlotterschakelaar verstoord raken en kan er water gaan lekken.
Voorzie de volgende verticale afstand tussen de panelen:

text_image
b aa Verticale afstand voor plafondmateriaal b Plafondplaat
| Type paneel a | |
| BYFQ60B (Standaard paneel) 25 mm | |
| BYFQ60C (Design paneel) 34 mm | |
Opening maken in een bestaande plafondplaat uit één stuk

OPMERKING
Er moet een serviceruimte worden voorzien in het plafond voor toegang tot de schakelkast en de waterleidingen.
De onderstaande afmetingen kunnen worden gebruikt als referentie voor de serviceruimte of u kunt werken aan de hand van de plaats van de schakelkast (b) en de aansluitingen van de waterleidingen (a) op de installatieplaats.

text_image
(600 mm) (600 mm) a bVoor een installatie in een bestaande plafondplaat uit één stuk zijn dit de afmetingen:
Volgens de combinatie van model en paneel:
| Type a (mm) | ||
| Standaard model BYFQ60B | Design paneel BYFQ60C | |
| Geen klep 600~660 595~600 | ||
| In de fabriek geïnstalleerde klep | 652~660 ≥652 A | (a) |
(a) A: Hang de unit op aan de ophangbouten en pas dan de afmetingen van de opening aan tot 585-595 mm door extra plafondmateriaal (b) toe te voegen zodat het paneel en de plafondplaat kunnen overlappen.

text_image
a a b b5.3 Installatie waterleiding
5.3.1 De waterleidingen voorbereiden
Controleer de volgende punten vooraleer aan de waterleiding te werken:
- De maximum waterdruk is 1,6 MPa.
- De minimum watertemperatuur is 5°C.
- De maximum watertemperatuur is 80°C.
- De componenten in de lokale leidingen moeten bestand zijn tegen de waterdruk en -temperatuur.
- Voorzie voldoende beveiligingen in het watercircuit om te voorkomen dat de waterdruk de maximaal toegestane werkdruk overschrijdt.
- Voorzie een goede afvoer voor de drukveiligheidsklep (indien voorzien) om te voorkomen dat er water op elektrische onderdelen terechtkomt.
5 Installatie van de unit
- Voorzie afsluitkranen aan de unit zodat normaal onderhoud kan worden uitgevoerd zonder het systeem te laten leeglopen.
- Voorzie aftapkranen op alle lage punten van het systeem om het circuit bij onderhoud of service aan de unit volledig te laten leeglopen.
- Voorzie ontluchtingsventielen op alle hoge punten in het systeem. De ventielen moeten zich op gemakkelijk toegankelijke punten bevinden.
De unit is voorzien van een waterinlaat en -uitlaat voor aansluiting op het watercircuit. Het watercircuit moet worden uitgevoerd door een installateur en moet voldoen aan de geldende wetgeving.
- Bescherm leidingen tegen fysieke schade.

OPMERKING
De unit mag ALLEEN in een gesloten-watersysteem worden gebruikt. Gebruik in een open-watercircuit kan leiden tot overmatige corrosie van de waterleiding.

OPMERKING
Zorg ervoor dat de kwaliteit van het water voldoet aan EU- richtlijn 2020/2184.

OPMERKING
Glycol mag worden gebruikt, maar NOOIT meer dan 40% van het volume. Een groter aandeel glycol zou de hydraulische delen kunnen beschadigen.
5.3.2 De waterleidingen aansluiten

VOORZICHTIG
De watercirculatie in de unit moet altijd worden geregeld met kleppen. Als de ventilatorconvector uitgeschakeld is, maar water in de unit blijft rondstromen, wordt condensatie gevormd op de unit en kan er water van de unit druppelen.

OPMERKING
Isoleer alle leidingen. Blote leidingen kunnen condensatie veroorzaken.

GEVAAR: RISICO OP BRANDWONDEN

text_image
a b c d e fa Ontluchting koelen
b Ontluchting verwarmen
c Warmwaterinlaat (3/4" binnendraad BSP)
d Warmwateruitlaat (3/4" binnendraad BSP)
e Koudwaterinlaat (3/4" binnendraad BSP)
f Koudwateruitlaat (3/4" binnendraad BSP)

text_image
a b c d e fa Ontluchting koelen
b Ontluchting verwarmen
c Warmwaterinlaat (DN3/4")
d Warmwateruitlaat (3/4" binnendraad BSP)
e Koudwaterinlaat (DN3/4")
f Koudwateruitlaat (3/4" binnendraad BSP)

text_image
a b c d e fa Ontluchting koelen
b Ontluchting verwarmen
c Warmwaterinlaat (DN3/4")
d Warmwateruitlaat (DN3/4")
e Koudwaterinlaat (DN3/4")
f Koudwateruitlaat (DN3/4")
Het watercircuit vullen

text_image
c b aa Ontluchtingsventiel
b Moer
c Verende kern
Tijdens het vullen van het systeem kan wellicht niet alle lucht eruit worden verwijderd. De resterende lucht wordt verwijderd tijdens de eerste bedrijfsuren van het systeem. De lucht kan uit de unit worden verwijderd via het handmatige ontluchtingsventiel.
1 Open het ontluchtingsventiel (zie afbeelding
"Ontluchtingsventiel") door de moer 2 keer te draaien.
2 Duw op de verende kern (zie afbeelding "Ontluchtingsventiel")
om lucht uit het/de watercircuit(s) van de unit te verwijderen.
3 Draai de moer vast.
4 Achteraf kan extra water moeten worden bijgevuld (maar nooit via het ontluchtingsventiel).

OPMERKING
Lucht in het watercircuit kan storingen veroorzaken. Tijdens het vullen kan wellicht niet alle lucht uit het circuit worden verwijderd. De resterende lucht zal tijdens de eerste uren in bedrijf van het systeem via de automatische ontluchtingsventielen worden verwijderd. Achteraf kan het nodig zijn extra water te bij te vullen.

OPMERKING
Zorg ervoor dat de kwaliteit van het water voldoet aan EU- richtlijn 2020/2184.

OPMERKING
Het ontluchtingsventiel moet thermisch geïsoleerd zijn. Anders kan er condenswater naar beneden druppelen. Nadat het systeem is ontlucht, moet het oppervlak van het ontluchtingsventiel volledig worden geïsoleerd met de thermische isolatie (a) (accessoireset) zoals hieronder afgebeeld.

5.4 Installatie afvoerleiding
5.4.1 Richtlijnen bij de installatie van de afvoerleiding
Algemene richtlijnen
- Leidinglengte. Houd de afvoerleiding zo kort mogelijk.
- Leidingmaat. De leidingmaat moet gelijk aan of groter dan de verbindingsleiding zijn (plastic buis met een nominale diameter van 25 mm en buitendiameter van 32 mm).
- Helling. De afvoerleiding moet afhellen (minstens 1/100) om te voorkomen dat er lucht in de leiding blijft zitten. Gebruik hangstaven zoals afgebeeld.

a Ophangbeugel Toegestaan Niet toegestaan

- Condensatie. Neem maatregelen tegen condensatie. Isoleer de volledige afvoerleiding in het gebouw.
- Afvoerleidingen combineren. Afvoerleidingen kunnen worden gecombineerd. Gebruik afvoerleidingen en T-stukken met de juiste diameter voor de werkingscapaciteit van de units.

text_image
≥100 a A a T-stuk (mm)- Stijgleiding. Indien nodig kunt u een stijgleiding installeren om in een helling te voorzien.
- Helling afvoerslang: 0\~75 mm om belasting op de leiding en luchtbellen te voorkomen. - Stijgleiding: ≤300 mm van de unit, ≤630\~645 mm (afhankelijk van het gebruikte sierpaneel) loodrecht op de unit.

text_image
a b 0-75 ≤300 1000~1500 A B a b c d d (mm)A ≤645 mm: In het geval van installatie met BYFQ60B
≤630 mm: In het geval van installatie met BYFQ60C
B 205 mm: In het geval van installatie met BYFQ60B
220 mm: In het geval van installatie met BYFQ60C
a Metalen klem (accessoire)
b Afvoerslang (accessoire)
c Stijgende afvoerleiding (plastic buis met een nominale diameter van 25 mm en een buitendiameter van 32 mm) (lokaal te voorzien)
d Ophangstaven (lokaal te voorzien)
Positie afvoeraansluiting

5.4.2 Afvoerleiding aansluiten
Afvoerleiding aansluiten

OPMERKING
Een slechte aansluiting van de afvoerslang kan lekken veroorzaken en schade berokkenen aan de installatieruimte en de omgeving.
1 Duw de afvoerslang zo ver mogelijk over de afvoeraansluiting.
2 Draai de metalen klem vast tot er minder dan 4 mm tussen de schroefkop en het metalen klemdeel zit.
3 Controleer op waterlekken.
5 Installatie van de unit
4 Draai het grote afdichtingskussen (= isolatie) rond de metalen klem en de afvoerslang.
5 Sluit de afvoerleiding aan op de afvoerslang.

text_image
a c d A A' s 4 mm c d a b B B' e 26,5 32 mm ba Afvoeraansluiting (aan de unit bevestigd)
b Afvoerslang (accessoire)
c Metalen klem (accessoire)
d Groot afdichtingskussen (accessoire)
e Afvoerleiding (lokaal te voorzien)
Als de elektrische bedrading al is voltooid
1 Begin met koelen.
2 Giet ongeveer 1 l water langzaam in de uitlaat van de luchtuitblaas en controleer op lekken.

text_image
e d c b ≥100 mm aa Plastic gieter
b Serviceafvoeruitlaat (met rubberen blindprop). Gebruik deze uitlaat voor de afvoer van water uit de lekbak
c Locatie condenswaterpomp
d Afvoeraansluiting
e Afvoerslang
5.5 Installatie optionele apparatuur
5.5.1 Optionele apparatuur voorbereiden
- In het geval van installatie met kit voor invoer van verse lucht. Installeer de kit voor aanvoer van verse lucht altijd vóór u de unit installeert.
- Sierpaneel. Installeer het sierpaneel altijd nadat u de unit hebt geïnstalleerd.

INFORMATIE
Optionele apparatuur. Lees ook de installatiehandleiding van de optionele apparatuur bij de installatie hiervan. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse, kan het gemakkelijker zijn om eerst de optionele apparatuur te installeren.

OPMERKING
Na de installatie van het sierpaneel:
- Controleer dat de unit en het sierpaneel goed aansluiten. Mogelijk gevolg: Anders kan er lucht lekken en dauwvorming veroorzaken.
- Zorg ervoor dat er geen olie achterblijft op de plastic onderdelen van het sierpaneel. Mogelijk gevolg: Aantasten en beschadigen van plastic onderdelen.

OPMERKING
Als u een andere afstandsbediening dan die van Daikin gebruikt, dan moet deze over de volgende functies beschikken:
- Elektrische voeding 1 F, 230 V, 50 Hz. Als u een afstandsbediening met een andere voedingswaarde gebruikt, kan de voeding NIET die van de unit zijn. De afstandsbediening moet dan afzonderlijk stroom krijgen.
- Klepregeling: 230 V, 50 Hz ON/OFF
- Ventilatorregeling: 0-10 V DC-output voor ventilator.
- Ventilatorsnelheden moeten kunnen worden geregeld in stappen van ≤0,5 V DC.
| Verplichte apparatuur | Identificatiecode |
| Standaard paneel | BYFQ60B3W1 |
| Design paneel (wit) | BYFQ60C2W1W |
| Design paneel (zilver) | BYFQ60C2W1S |
| Adapter | EKRP1CAS5A |
| Optionele apparatuur | Identificatiecode |
| Vervangingsfilter met lange levensduur | KAF441C60 |
| Afdichting luchtuitblaas | KDBHQ44C60 |
| Aanzuigkit verse lucht | KDDQ44XA60 |
| Kleppen | Identificatiecode |
| ON/OFF-klep (2-wegs)(a) | EKWV2V3W5A |
| ON/OFF-klep (3-wegs)(a) | EKWV3V3W5A |
^(a) In het geval van modellen met 4 leidingen moet u 2 sets bestellen.
5.5.2 Optionele apparatuur aansluiten
Kabel sierpaneel aansluiten
Bij een standaard sierpaneel (BYFQ60B) zit de kabel van het paneel bevestigd op de inlaat op de unit zoals te zien op de afbeelding. Vergeet bij het aansluiten van het paneel niet om de beschermende siliconenslang (b) (accessoireset sierpaneel) aan te brengen op de aansluiting zoals te zien op de afbeelding.

De printplaataansluiting van de kleppen is alleen vereist bij gebruik van de Daikin ON/OFF-kleppenkit (EKWV2V3W5A/EKWV3V3W5A).
Technische specificaties van de kleppen
| Kvs-waarde Max. bedrijfsdrukPN (bar) | Voeding klepmotor |
| 2,8 16 1 F, 230 V, 50-60 Hz, | NC (normaal gesloten) |
1 Pakking (a) en klephuis (b)
2-wegs aan-uit-kleppenkit
2-wegs klephuis blokkeren met een sleutel (c).

3-wegs aan-uit-kleppenkit

2-wegs aan-uit-kleppenkit

text_image
d5 Installatie van de unit
3-wegs aan-uit-kleppenkit

2-wegs aan-uit-kleppenkit

3-wegs aan-uit-kleppenkit

4 Het oppervlak van de motor (f) en het uiteinde van de kabel (g) zijn gemarkeerd met een kleur om te voorkomen dat de kabels van de verwarmings- en koelkleppen worden omgewisseld.

text_image
g f5 Kabelbinders (h). De kabelbinders (i) zijn vastgemaakt.

6 Kabelklemmen (k). Sluit de kabel van de koelklep (blauw label) aan op de X32A-aansluiting en de kabel van de verwarmingsklep op de X37A-aansluiting (!).

text_image
k X37A X32A I6 Elektrische installatie

Gebruik voor de stroomkabels ALTIJD meeraderige kabel.

WAARSCHUWING
Gebruik een alpolige schakelaar met een contactscheiding van minstens 3 mm om het contact volledig te verbreken onder overspanningscategorie III.
6.1 De elektrische bedrading voorbereiden

WAARSCHUWING
Alle ter plaatse te voorziene bedrading en componenten MOETEN worden geïnstalleerd door een erkende elektricien en MOETEN voldoen aan de geldende wetgeving.

Een hoofdschakelaar of een andere manier om te onderbreken, met een contactscheiding in alle polen, MOET voorzien zijn in de vaste bedrading in overeenstemming met de geldende wetgeving.

VOORZICHTIG
- Bij het aansluiten van de voeding: sluit eerst de aardingskabel aan vóór de stroomvoerende draden worden aangesloten.
- Bij het losmaken van de voeding: maak eerst de stroomvoerende draden los vóór de aarding wordt losgemaakt.
- De lengte van de geleiders tussen de trekontlasting van de voedingskabel en de klemmenstrook MOET zodanig zijn dat de stroomvoerende geleiders strak zitten vóór de aardingsgeleider voor het geval dat de voedingskabel wordt losgetrokken van de trekontlasting.

WAARSCHUWING
- Controleer na het beëindigen van de elektriciteit of alle elektrische onderdelen en aansluitklemmen in de elektriciteitskast veilig zijn aangesloten.
- Controleer of alle deksels dicht zijn vooraleer de unit aan te zetten.

WAARSCHUWING
Pas GEEN permanente inductieve of capaciteitslading toe op het circuit zonder te garanderen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de apparatuur in gebruik NIET zal overschrijden.

OPMERKING
De in deze handleiding beschreven apparatuur kan elektronische ruis veroorzaken afkomstig van radiofrequentie-energie. De apparatuur voldoet aan specificaties die een redelijke bescherming moeten bieden tegen dergelijke interferentie. De garantie dat in een specifieke installatie geen interferentie zal optreden, kan echter niet worden gegeven.
Het is dan ook aan te raden de apparatuur en elektrische draden op een gepaste afstand van stereotoestellen, pc's, enz. te installeren.

- Schakel de elektrische voeding volledig UIT vooraleer u het klemmendeksel van de ventilatorconvector verwijdert wanneer u elektrische bedrading aansluit of elektrische onderdelen aanraakt.
- Schakel de elektrische voeding langer dan 10 minuten uit en meet de spanning aan de aansluitklemmen van de condensatoren van de hoofdkring of elektrische onderdelen vooraleer u een onderhoud uitvoert. De spanning MOET minder dan 50 V DC zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken. Raadpleeg het bedradingsschema voor de plaats van de aansluitklemmen.
- Raak elektrische onderdelen NIET aan met natte handen.
- Laat de unit NIET onbewaakt achter wanneer het klemmendeksel verwijderd is.

WAARSCHUWING
- Gebruik ALLEEN koperdraden.
- Alle lokale bedrading moet voldoen aan de geldende wetgeving.
- Alle lokale bedradingen MOETEN conform met het product meegeleverd bedradingsschema worden uitgevoerd.
- Knijp NOOIT gebundelde kabels samen en controleer of ze NIET in contact (kunnen) komen met leidingen of scherpe randen. Zorg dat er geen externe druk wordt uitgeoefend op de klemaansluitingen.
- Vergeet niet aarddraden te leggen. Aard de unit NIET via een nutsleiding, een piekspanningsbeveiliging of de aarding van de telefoon. Een onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.
- Installeer zeker de vereiste zekeringen of stroomonderbrekers.
- Plaats zeker een aardlekschakelaar. Anders bestaat het gevaar dat iemand een elektrische schok krijgt of dat er brand ontstaat.
6–1 Specificaties lokale bedrading
| 2 leidingen 4 leidingen | ||||||||
| Vermogen | 02 | 03 | 04 | 05 | 02 | 03 | 04 | 05 |
| Maximale bedrijfsstroom (A) | 0,75 | 0,77 | 099 | 1,88 | 0,67 | 0,73 | 0,94 | 1,85 |
| Maximale bedrijfsstroom (A) met kleppen(a) | 0,82 | 0,84 | 106 | 1,95 | 0,74 | 0,81 | 1,02 | 1,92 |
| Aanbevolen overstroomz ekering (A) | 5 | |||||||
| Fase | 1 | |||||||
| Frequentie (Hz) | 50 | |||||||
| Spanning (V) | 230 | |||||||
| Spanningsaf wijking (%) | ±10 | |||||||
| Draaddikte (doorsnede mm2) | ≥1,5 | |||||||
| Aardlekscha kelaar | Moeten voldoen aan de toepasselijke wetgeving | |||||||
(e) De vermelde stroom geldt alleen voor kleppen van Daikin.
6.2 De elektrische bedrading aansluiten

Gebruik voor de stroomkabels ALTIJD meeraderige kabel.

WAARSCHUWING
Gebruik een alpolige schakelaar met een contactscheiding van minstens 3 mm om het contact volledig te verbreken onder overspanningscategorie III.

OPMERKING
Voorzorgsmaatregelen bij het leggen van voedingsbedrading:

√

×

×
- Sluit GEEN bedrading van verschillende diktes aan op de klemmenstrook voor de voeding (speling in de voedingsbedrading kan abnormale hitte veroorzaken).
- Bij het aansluiten van bedrading met dezelfde dikte, volgt u de aanwijzingen in de bovenstaande afbeelding.
- Gebruik de aangewezen voedingsdraad en sluit deze stevig aan, borg ze vervolgens zodat er van buiten geen druk op het klemmenbord kan worden uitgeoefend.
- Gebruik een passende schroevendraaien voor het vastdraaien van de schroeven van de klemmen. Met een schroevendraaier met kleine kop beschadigt u de schroefkop waardoor u de schroef niet goed meer vast kunt draaien.
- Als u de schroeven van de klemmen te vast draait kunt u ze breken.

OPMERKING
- Volg het bedradingsschema (bij de unit geleverd, op de binnenkant van het servicedeksel).
- Voor instructies over de aansluiting van de optionele apparatuur, zie de bij optionele apparatuur geleverde montagehandleiding.
- Zorg ervoor dat de elektrische bedrading goed zit zodat het servicedeksel nadien weer goed kan worden aangebracht.
De bedrading van de voeding en van de transmissie moeten afzonderlijk worden gehouden. Beide bedradingen moeten ALTIJD op minstens 50 mm van elkaar worden gehouden om eventuele elektrische storingen te voorkomen.

OPMERKING
Zorg ervoor dat de voedingskabel en de transmissiekabel van elkaar gescheiden blijven. De transmissiebedrading en de voedingsbedrading mogen kruisen, maar ze mogen NIET parallel lopen.
1

2 Kabelklemmen (a) en beschermend rubber (b). Sluit eerste de 0-10 V DC ventilatormodulatiekabel aan op klem X3M.

3 Sluit de AC-verwarmings- en signaalkabels van de afstandsbediening aan op klem X2M.

4 Sluit de voedingskabels (L, N, Earth) aan op het onderste deel van de klem X1M zoals afgebeeld.

5 Sluit de L, N en Earth van de voeding van de afstandsbediening aan op het bovenste deel van de klem X1M.

Voer de volgende lokale instellingen uit in overeenstemming met de echte installatie en met de behoeften van de gebruiker:
- Design sierpaneel (indien van toepassing)
- Luchtuitblaasrichting

INFORMATIE
Als de kleppen automatisch werken:
Wanneer de ventilator begint te draaien, gaan de kleppen volledig open en blijven dan staan in de ingestelde stand. In de onderstaande tabel vindt u de overeenkomstige hoeken.
Wanneer de ventilator stopt met werken, met inbegrip van uitschakeling door de thermostaat, worden de kleppen volledig geopend en vervolgens volledig gesloten.

OPMERKING
De instelling van de DIP-schakelaar moet juist zijn voor het type paneel; anders zal het paneel niet juist werken.
Instelling: Luchtstroomrichting en design paneel

OPMERKING
Als de kleppen automatisch moeten openen en sluiten, moet de kabel van het sierpaneel op de printplaat worden aangesloten. Anders moeten de kleppen handmatig worden ingesteld. (Zie "5.5.2 Optionele apparatuur aansluiten" [▶ 86])

OPMERKING
De "Adapter (EKRP1CAS5A)" is een verplichte optie voor aansluiting op de printplaat van het "Design paneel (BYFQ60C)"

OPMERKING
De hoek van de klep kan alleen worden veranderd met de DIP-schakelaar op de printplaat.
De klepstand van de sierpanelen kan worden veranderd met de DIP-schakelaar op de printplaat. Zie de 4 verschillende klepstanden in de tabel.
| Type paneel | Optie | |||
| a b c d | ||||
| Standaard (BYFQ60B) | Volledig open 35" | --- | ||
| Design (BYFQ60C) | - 36° 45° Volledig | open 53" | ||

Onderbreek het proefdraaien NIET.
8.1 Controlelijst voor de inbedrijfstelling
1 Controleer na de installatie van de unit de hierna vermelde punten.
2 Sluit de unit.
3 Schakel de unit in.
| U leest de volledige installatie-instructies, zoals beschreven in de uitgebreide handleiding voor de installateur. | |
| De binnenunits zijn goed geïnstalleerd. | |
| Er zijn GEEN ontbrekende fasen of omgekeerde fasen. | |
| Het systeem is correct geaard en de aardingsklemmen zijn vastgedraaid.De zekeringen of lokaal geïnstalleerde beveiligingen zijn overeenkomstig dit document geïnstalleerd en zijn NIET overbrugd. | |
| De voedingsspanning stemt overeen met de spanning op het identificatieplaatje van de unit. | |
| Er zijn GEEN losse aansluitingen of verbindingen of beschadigde elektrische onderdelen in de schakelkast. |
| Er zijn GEEN beschadigde onderdelen of buizen die tegen de binnenkant van de binnen- of buitenunit gedrukt worden. | |
| De juiste buismaten werden geplaatst en de leidingen zijn goed en op de juiste manier geïsoleerd. |
Voor de gebruiker
9 Veiligheidsinstructies voor de gebruiker
Leef altijd de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften na.
9.1 Instructies voor veilig gebruik

VOORZICHTIG
Steek GEEN vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Wanneer de ventilator met hoge snelheid draait, zou dit letsels veroorzaken.

VOORZICHTIG: Kijk uit voor de ventilator!
De unit inspecteren met een draaiende ventilator is gevaarlijk.
Schakel de hoofdschakelaar altijd UIT alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.

VOORZICHTIG
Controleer na langdurig gebruik of de staander en bevestiging niet beschadigd zijn. Bij beschadiging dreigt de unit te vallen en letsel te veroorzaken.

VOORZICHTIG
Langdurige blootstelling van uw lichaam aan de luchtstroom is ongezond.

VOORZICHTIG
Raak de interne delen van de controller NOOIT aan.

Wanneer u de airconditioner of het luchtfilter wilt schoonmaken, moet u de unit eerst stilleggen en alle voedingen UITSCHAKELEN. Anders dreigt u elektrische schokken en letsel op te lopen.

WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat alle vereiste ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.

WAARSCHUWING
Stop de werking en schakel de voeding UIT als er zich iets abnormaals voordoet (brandgeur, enz.).
Als u de unit onder dergelijke omstandigheden laat werken, kan dit leiden tot een defect, elektrische schok of brand. Neem contact op met uw dealer.

WAARSCHUWING
Raak NOOIT de luchtuitlaat of horizontale kleppen aan terwijl de draaiklep in werking is. Uw vingers kunnen geklemd geraken of de unit kan onklaar geraken.

WAARSCHUWING
Zet GEEN brandbare sprays bij de airconditioner en gebruik GEEN sprays in de buurt van de unit. Anders kan er brand ontstaan.

WAARSCHUWING
Controleer vóór het gebruik van de unit of zij correct werd geïnstalleerd door een installateur.

WAARSCHUWING
Het toestel moet worden opgeslagen waar het geen mechanische schade kan oplopen in een voldoende geventileerde ruimte zonder ontstekingsbronnen die continu branden (bijvoorbeeld: open vuur, een brandend gastroestel of een werkende elektrische verwarming). De afmetingen van de ruimte moeten zijn zoals beschreven in de Algemene voorzorgsmaatregel.
10 Over het systeem

WAARSCHUWING
Wijzig, demonteer, verwijder, herinstalleer of repareer de unit NIET zelf aangezien een verkeerde demontage of installatie een elektrische schok of brand kan veroorzaken. Neem contact op met uw dealer.

OPMERKING
Gebruik het systeem NIET voor andere doeleinden. Gebruik de unit NIET voor het koelen van precisie-instrumenten, voedsel, planten, dieren of kunstwerken, om te voorkomen dat de kwaliteit ervan wordt aangetast.

OPMERKING
Voor latere wijzigingen of uitbreidingen van uw systeem:
Een volledig overzicht van toegelaten combinaties (voor latere systeemuitbreiding) vindt u in de technische data en moet worden geraadpleegd. Neem contact op met uw installateur voor meer informatie en professioneel advies.
11 Voor het gebruik

WAARSCHUWING
Deze unit bevat elektrische en hete onderdelen.

WAARSCHUWING
Controleer vóór het gebruik van de unit of zij correct werd geïnstalleerd door een installateur.

VOORZICHTIG
Stel kleine kinderen, planten of dieren NOOIT rechtstreeks bloot aan de luchtstroom.
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende systemen met standaardbesturing. Neem vóór de ingebruikneming contact op met uw dealer voor informatie over de bediening die overeenstemt met uw systeem en versie. Dit is ook het geval als uw installatie is uitgerust met een op maat ontworpen besturingssysteem.
Bedrijfsstanden:
- Verwarmen en koelen (lucht/lucht).
- Alleen ventileren (lucht/lucht).
Deze gebruiksaanwijzing geeft een niet-beperkend overzicht van de belangrijkste functies van het systeem.
Voor meer informatie over de gebruikersinterface, zie de gebruiksaanwijzing van de geïnstalleerde gebruikersinterface.
12 Werking
12.1 Werkingsbereik

OPMERKING
Wanneer de unit begint te werken, draait ze een tijdje met een laag toerental tot het ingestelde punt is bereikt. Dit is echter geen storing.
De volgende omstandigheden zijn de standaard bedrijfslimieten. Voor andere omstandigheden, gelieve de dealer te raadplegen.
| Stand Voor | waarde | Limiet luchttemperatu ur, (droge bol/ natte bol) | Limiet watertemperat uur, (in/uit) | Water tempera tuurvers chil, ΔT |
| Koelen (°C) | Min. 15/12, | 5 5/8 | 3 tot 10 | |
| Max. | 33/26 | 18/28 | ||
| Verwarmen (°C) | Min. 18/15 | 45/40 | 5 tot 20 | |
| Max. | 25/15 | 80/75 |
13 Energie besparen en optimale werking
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om voor een optimale werking van het systeem te zorgen.
- Stel de luchtuitlaat zo in dat de lucht niet rechtstreeks op de aanwezige personen wordt geblazen.
- Pas de kamertemperatuur aan voor een aangename omgeving. Voorkom te sterk verwarmen of koelen.
- Houd bij het koelen rechtstreeks zonlicht uit de kamer met behulp van gordijnen of jaloezieën.
- Verlucht dikwijls. Zorg bij langdurig gebruik vooral voor verluchting.
- Houd deuren en ramen dicht. Als de deuren of ramen open blijven, zal er lucht uit de kamer stromen, met een kleiner koel- of verwarmeffect tot gevolg.
- Koel of verwarm NIET te sterk. Om zuinig om te gaan met energie houdt u de temperatuurinstelling op een gematigd niveau.
- Plaats NOOIT voorwerpen in de buurt van de luchtinlaat of -uitlaat van de unit. Anders kan het verwarmings-/koeleffect afnemen of het systeem uitgeschakeld worden.
- Bij een vochtigheid van meer dan 80% of wanneer de afvoeruitlaat verstopt is, kan condensvorming optreden.

OPMERKING
Gebruik het systeem NIET voor andere doeleinden. Gebruik de unit NIET voor het koelen van precisie-instrumenten, voedsel, planten, dieren of kunstwerken, om te voorkomen dat de kwaliteit ervan wordt aangetast.

VOORZICHTIG
Gebruik het systeem NIET wanneer een rookvormig insecticide in de ruimte wordt verspreid. Anders zouden de chemische stoffen zich in de unit kunnen ophopen, met gevaar voor de gezondheid van mensen die overgevoelig zijn voor chemische stoffen.
14 Onderhoud en service
14.1 Voorzorgsmaatregelen inzake onderhoud

GEVAAR: RISICO OP BRANDWONDEN

Houd het luchtfilter schoon en controleer regelmatig het luchtdebiet.

WAARSCHUWING
- Schakel ALTIJD de hoofdschakelaar op het voedingspaneel uit of verwijder de zekeringen alvorens u onderhoud of reparatie uitvoert.
- Zorg dat u GEEN geleidend deel aanraakt.
- Spoel de buitenkant van de unit NIET af. Dit kan elektrische schokken of brand veroorzaken.
Om de buitenkant van uw ventilatorconvector te reinigen:
1 Schakel de ventilatorconvector uit.
2 Maak de buitenkant van de ventilatorconvector schoon met een zachte doek.

VOORZICHTIG
- Blokkeer de luchtuitlaat of -inlaat van de unit NIET.
- Leg GEEN vochtige of natte kleren op het luchtuitlaatrooster van de unit.
• Giet GEEN vloeistoffen in de unit.
Reinig uw ventilatorconvector nooit met:
- een agressief chemisch oplosmiddel,
- water heter dan 50°C.
Neem voor onderhoud van uw ventilatorconvector contact op met uw installateur of reparatiebedrijf.
14.2 Voorzorgsmaatregelen voor onderhoud en service

OPMERKING
Voer NOOIT zelf een inspectie van of servicewerkzaamheden aan de unit uit. Vraag hier een erkend servicetechnicus voor. Als eindgebruiker mag u wel het luchtfilter, het aanzuigrooster, de luchtuitblaas en de buitenpanelen reinigen.

WAARSCHUWING
Vervang NOOIT een zekering door een zekering met een andere waarde of andere draden als een zekering is doorgebrand. Het gebruik van een draad of koperdraad kan een uitval van de unit of brand veroorzaken.

VOORZICHTIG
Controleer na langdurig gebruik of de staander en bevestiging niet beschadigd zijn. Bij beschadiging dreigt de unit te vallen en letsel te veroorzaken.

OPMERKING
Veeg het bedieningspaneel van de controller NIET af met benzine, thinner, reinigingsdoeken met chemische producten, enz. Het paneel kan verkleuren of de coating kan afschilferen. Dompel bij een sterk vervuild bedieningspaneel een doek in met water verdund neutraal detergent, wring de doek goed uit en veeg er dan het paneel mee schoon. Veeg het daarna af met een andere droge doek.

VOORZICHTIG
Schakel de voeding volledig uit voordat u de klemmen aanraakt.

OPMERKING
Vergeet voor het schoonmaken van de warmtewisselaar niet de schakelkast, ventilatormotor, afvoerpomp en vlotterschakelaar te verwijderen. De isolatie van de elektronische componenten kan door water of schoonmaakmiddel worden aangetast, waardoor deze componenten kunnen doorbranden.

WAARSCHUWING
Ga voorzichtig te werk met ladders wanneer u op een hoogte werkt.
14.3 Luchtfilter, aanzuigrooster, luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen

VOORZICHTIG
Schakel de unit uit alvorens het luchtfilter, het aanzuigrooster, de luchtuitblaas en de buitenpanelen te reinigen.

OPMERKING
- Schrob NIET te hard wanneer u de lamel wast met water. Mogelijk gevolg: Anders kan de coating er afkomen.
Maak schoon met een zachte doek. Gebruik water of een neutraal schoonmaakmiddel voor moeilijk te verwijderen vlekken.
14.3.1 Luchtfilter reinigen
Wanneer het luchtfilter reinigen:
- Vuistregel: Eens om de 6 maand reinigen. Reinig vaker als de lucht in de kamer heel sterk vervuild is.
- Als het vuil niet meer verwijderd kan worden, moet u het luchtfilter vervangen (= optionele uitrusting).
Luchtfilter reinigen:

OPMERKING
Gebruik GEEN water van 50°C of warmer. Mogelijk gevolg: Verkleuring en vervorming.
1 Open het aanzuigrooster.
Standaard paneel:

2 Verwijder het luchtfilter.
Standaard paneel:

3 Reinig het luchtfilter. Gebruik een stofzuiger of was het luchtfilter met water. Als het filter heel vuil is, gebruik dan een zachte borstel en een mild schoonmaakmiddel.

4 Laat het luchtfilter drogen in de schaduw.
5 Plaats het luchtfilter terug en sluit het aanzuigrooster.
14.3.2 Aanzuigrooster reinigen

OPMERKING
Gebruik GEEN water van 50°C of warmer. Mogelijk gevolg: Verkleuring en vervorming.
1 Open het aanzuigrooster.
2 Verwijder het aanzuigrooster.
Standaard paneel:

text_image
45°Design paneel:

text_image
90°3 Verwijder het luchtfilter.
4 Reinig het aanzuigrooster. Was het met een zachte borstel en water of een neutraal reinigingsmiddel. Als het aanzuigrooster erg vuil is, laat dan gedurende 10 minuten een gewone keukenreiniger inwerken op het rooster, en was het dan met water.
5 Breng het luchtfilter weer aan (stap 3 in omgekeerde volgorde).
6 Breng het aanzuigrooster weer aan en sluit het (stap 2 en 1 in omgekeerde volgorde).
14.4 Na een lange periode van stilstand
Bijvoorbeeld aan het begin van het seizoen.
- Controleer en verwijder alles dat de inlaat- en uitlaatopeningen van de binnen- en buitenunits zou kunnen blokkeren.
- Reinig de luchtfilters en behuizingen van de binnenunits (zie "14.3.1 Luchtfilter reinigen" [▶ 95] en Luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen).
14.5 Voor een lange periode van stilstand
Bijvoorbeeld aan het eind van het seizoen.
- Laat de binnenunits ongeveer een halve dag draaien in de stand alleen ventileren om de binnenkant van de units te drogen. Zie Over koelen, verwarmen, alleen ventileren en automatische werking voor meer informatie over de stand alleen ventileren.
- Schakel de voeding uit. Het display van de gebruikersinterface gaat uit.
- Reinig de luchtfilters en behuizingen van de binnenunits (zie "14.3.1 Luchtfilter reinigen" [▶ 95] en Luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen).
14.6 Dienst-na-verkoop en garantie
14.6.1 Aanbevelingen voor onderhoud en inspectie
Aangezien zich na verschillende jaren van gebruik stof kan ophopen in de unit, zullen de prestaties van de unit enigszins afnemen. Het demonteren en schoonmaken van de binnenkant van units vereist een zekere technische kennis. Om voor een optimaal onderhoud van uw units te zorgen, raden wij aan de normale onderhoudswerkzaamheden aan te vullen met een onderhouds- en inspectiecontract. Ons dealernetwerk heeft toegang tot een permanente voorraad essentiële onderdelen om uw unit zo lang mogelijk te laten meegaan. Neem contact op met uw dealer voor meer informatie.
Vermeld altijd de volgende informatie wanneer u uw dealer om een interventie vraagt:
- De volledige modelnaam van de unit.
-
Het fabricagenummer (vermeld op het naamplaatje van de unit).
-
De installatiedatum.
- De symptomen of de storing, en details van het defect.

WAARSCHUWING
Wijzig, demonteer, verwijder, herinstalleer of repareer de unit NIET zelf aangezien een verkeerde demontage of installatie een elektrische schok of brand kan veroorzaken. Neem contact op met uw dealer.
14.6.2 Verkorte onderhouds- en vervangingscycli
De volgende omstandigheden kunnen aanleiding geven tot een kortere "onderhoudscyclus" of "vervangingscyclus":
De unit wordt gebruikt op een plaats waar:
- Hitte en vochtigheid buiten de normale waarden schommelen.
- Grote stroomschommelingen (spanning, frequentie, golfvervorming, enz.) (de unit kan niet worden gebruikt als de stroomschommelingen buiten het toelaatbare bereik vallen).
- Er vaak schokken en trillingen zijn.
- De lucht stof, zout, schadelijke gassen of olienevel zoals zwavelzuur en waterstofsulfide bevat.
- Het toestel frequent wordt gestart en gestopt of lange tijd blijft draaien (sites met airconditioning rond de klok).
Aanbevolen vervangingscyclus voor slijtageonderdelen
| Onderdeel Inspectecyclus | Onderhoudscyclus (vervangingen en/of reparaties) | |
| Luchtfilter 1 jaar 5 jaar | jaar | |
| Filter met hoog rendement 1 | ||
| Zekering 10 jaar | ||
| Onderdelen onder druk Neem ingeval van | corrosie contact op met uw plaatselijke verdeler. | |

INFORMATIE
Het is mogelijk dat schade veroorzaakt door het demonteren of schoonmaken van de binnenkant van units door iemand anders dan onze erkende dealers niet onder de garantie valt.
15 Opsporen en verhelpen van storingen
Als zich één van de volgende problemen voordoet, neem dan onderstaande maatregelen en neem contact op met uw dealer.
ALLEEN een erkend servicetechnicus mag het systeem repareren.
| Storing | Maatregel |
| Als een beveiliging zoals een zekering, onderbreker of aardlekschakelaar vaak in werking treedt, of als de AAN/UIT-schakelaar niet goed werkt. | Schakel de hoofdvoeding uit. |
| Als water uit de unit lekt. | Stop de werking. |
| De bedrijfsschakelaar werkt niet goed. | Schakel de voeding uit. |
Als het systeem NIET goed werkt, behalve voor de hiervoor vermelde gevallen, en geen van de vermelde storingen van toepassing is, volg dan de volgende procedures om na te gaan wat er misloopt.
| Storing | Maatregel |
| Indien het systeem helemaal niet werkt. | Controleer of er geen stroomonderbreking is. Wacht tot de stroom is hersteld.Controleer of er geen zekering is doorgebrand of een onderbreker in werking is gesteld. Vervang indien nodig de zekering of reset de onderbreker. |
| Het systeem werkt, maar koelt of verwarmt onvoldoende. | Controleer of de luchtinlaat of -uitlaat van de buitenunit of de binnenunit niet geblokkeerd is. Verwijder eventuele obstakels en zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren.Controleer of het luchtfilter niet verstopt is (zie "14.3.1 Luchtfilter reinigen" [▶ 95]).Controleer de temperatuurinstelling.Controleer de instelling van de ventilatorsnelheid op uw gebruikersinterface.Controleer of er geen deuren of ramen openstaan. Sluit alle deuren en ramen om te voorkomen dat er wind binnenkomt.Controleer of er niet te veel mensen aanwezig zijn in de kamer tijdens het koelen. Controleer of de warmtebron in de kamer niet te groot is.Controleer of er geen rechtstreeks zonlicht in de kamer schijnt. Gebruik gordijnen of jaloezieën.Controleer of de luchtstroomhoek goed is. |
Neem contact op met uw installateur als u na controle van alle bovenstaande punten het probleem niet zelf kunt oplossen. Geef hem de symptomen door, de volledige modelnaam van de unit (met indien mogelijk ook het fabricagenummer) en de installatiedatum.
15.1 Verplaatsen
Neem contact op met uw dealer om de volledige unit te verwijderen en opnieuw te installeren. Het verplaatsen van units vereist een zekere technische kennis.
16 Als afval verwijderen
- Units dragen het volgende symbool:

Dit betekent dat u GEEN elektrische en elektronische producten mag mengen met ongesorteerd huishoudelijk afval. Probeer het systeem NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOET door een erkende installateur conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden.
De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld. Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier wordt weggeworpen, draagt u bij tot het voorkomen van mogelijke negatieve gevolgen voor milieu en menselijke gezondheid. Voor meer informatie, contacteer uw installateur of de plaatselijke overheid.
Probeer het systeem NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden. De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld.
De installateur is verplicht om de goede werking na de installatie te controleren. Neem contact op met uw plaatselijke dealer als er een probleem is met de unit.
Verwijder de schroeven met het gepaste gereedschap. Het product kan worden gedemonteerd zoals hierna afgebeeld.

text_image
8 33 29 30
| Materialen Item | |
| Elektrisch onderdeel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 | |
| Aluminium (lamel) + koper (buis) + verzinkt staal (plaat) + messing + kunststof schuim | 9 |
| Plastic 10, 11, 12, 13, 14, 32 | |
| Plastic + metaal 15, 16, 17, 18 | |
| Gegalvaniseerd staal 19 ~ 27 | |
| Gegalvaniseerd staal + kunststof 28 | |
| Messing 31 | |
| EPS (geëxpandeerd polystyreenschuim) + metaal + kunststof schuim | 29, 30 |
Een subset van de meest recente technische gegevens is beschikbaar op de regionale website van Daikin (publiek toegankelijk). De volledige set meest recente technische gegevens is beschikbaar op de Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
17.1 Bedradingsschema

flowchart
graph TD
subgraph Indoor
L --> Q1R
N --> Q2U
Q1R --> F2U
F2U --> X1M
X1M --> BRN
BRN --> BLU
BLU --> BLK
BLK --> GRN-YLW
GRN-YLW --> X35A
X35A --> X32A
X32A --> M2B
M2B --> BLU
BLU --> BRN
BRN --> M1B
M1B --> BLU
BLU --> M37A
M37A --> X33A
X33A --> BLU RED
BLU RED --> X20A
X20A --> PS
PS --> A1P
A1P --> C305
C305 --> V1R
V1R --> A1P
A1P --> X15A
X15A --> BLK
BLK --> MIP
MIP --> S1L
S1L --> X25A3
X25A3 --> X36A
X36A --> DS1
DS1 --> ON_OFF
ON_OFF --> X50
X50 --> X24A
X24A --> PPL
PPL --> BLK
BLK --> COM
end
subgraph Electronic Control
ELECTRONIC_CONTROL-FWECSAC(OPTION)
ELECTRONIC_CONTROL-FWECSAC(OPTION)
ELECTRONIC_CONTROL-FWECSAC(OPTION)
end
subgraph Electronics Board - FWECSAP
ELECTRONIC BOARD - FWECSAP(OPTION) (NOTE 3)
ELECTRONIC BOARD - FWECSAP(OPTION) (NOTE 3)
end
subgraph Decoration Panel - BYF0600
A3P --> H3P
H3P --> X4A
X4A --> C1
C1 --> N
N --> L
L --> X3A
X3A --> H1P H2P
subgraph Advanced Plus Remote Controller - FWE03A
A4P --> X7A
A4P --> X8A
A4P --> X9A
A4P --> MSW
A4P --> MSN
A4P --> MSW
A4P --> MSN
end
style Outdoor fill:#f9f,stroke:#333,stroke-width:2px
style Electronic Control fill:#ccf,stroke:#333,stroke-width:2px
Opmerkingen:
1 : Klemmenstrook : Connector : Lokale bedrading.
2 X36A is aangesloten wanneer de sierpaneelkit wordt gebruikt.
3 Raadpleeg de handleiding van de externe afstandsbediening voor de bedrading.
4 X32A en X37A kunnen alleen worden aangesloten op de opgegeven optionele kleppen van Daikin.
Kleuren:
| BLK | Zwart |
| BLU | Blauw |
| BRN | Bruin |
| GRN | Groen |
| PPL | Paars |
| ORG | Oranje |
| RED | Rood |
| WHT | Wit |
| YLW | Geel |
Legende bedradingsschema's:
Binnenunit:
| A1P | Hoofdprintplaat |
| A2P | Elektronische plaat (FWECSAP) |
| A3P | Elektronische regeling (FWECSAC) |
| A4P | Advanced plus afstandsbediening (FWEC3A) |
| A5P | Adapter PCB |
| C305 | Condensator |
| F1U | Zekering (6,3 A, 250 V) |
| F2U | Lokale zekering |
| DS1 | DIP-schakelaar op printplaat |
| H1P | Knipperlicht |
| M1P | Motor (afvoerpomp) |
| M1S | Draaimotor |
| M2S | |
| M3S | |
| M4S | |
| M5S | |
| M1F | Motor (DC-ventilator) |
| S1L | Vlotterschakelaar |
| V1R | Diodebrug |
| Q1R | Aardlekschakelaar |
| X1M | Klemmenstrook (voeding) |
| X2M | Klemmenstrook (afstandsbedieningssignaal en klepklem) |
| X3M | Klemmenstrook (ventilatormodulatie) |
| Z1F | Ruisfilter |
| Z1C | Ferrietkern |
| Z2C | Ferrietkern |
| PS | Schakelvoeding |
| M1B | Motor verwarming |
| M2B | Motor koelen |
| X15A Vlotterschakelaar | |
| X20A BLDC-motor | |
| X24A Ventilatormodulatie | |
| X25A Afvoerpomp | |
| X27A Elektrische voeding | |
| X32A Klep koelen | |
| X33A R/C-signaal en klep | |
| X35A Elektrische verwarming | |
| X36A Stappenmotor (sierpaneel) | |
| X37A Klep verwarmen | |
| X50A Seriële communicatie | |
Klemaansluitingen:
| 0-10 V 0-10 V DC ventilatormodulatie |
| COM Gemeenschappelijk |
| HEAT Signaal verwarmen |
| COOL Signaal koelen |
Externe afstandsbediening:
| H1P Statuslicht | |
| H2P Netwerklicht | |
| A1/102 0-10 V DC ventilatormodulatie | |
| CA/COM Gemeenschappelijk | |
| O6/VH Signaal verwarmen | |
| 05/VC Signaal koelen | |
| L Fase | |
| N Neutraal | |
| PE [IMAGE] | Veiligheidsaarding |
| R1T Thermistor (lucht) | |
Connector voor optionele onderdelen:
| X1A Connector (draden ventilatormodulatie) |
| X2A Connector (klepdraden) |
| X3A Connector (voeding voor modbus) |
| X4A Connector (voeding voor display) |
| X5A Connector (draden ventilatormodulatie) |
| X6A Connector (voeding voor display) |
| X7A Connector (klepdraden) |
| X8A Connector (naakte PCB X36A) |
| X9A Connector (BYCQ140E paneeldraad) |
| X10A Connector(BYFQ60C paneeldraad) |
17.2 Afmetingen
Overzicht

Zij-aanzicht met standaard paneel (mm)

text_image
58519 23 285 30 53 62.5 700
text_image
641.5 92 82 R13 5077 25 138 62.5 29 65.5 700
text_image
22 25 45 68 5077Zij-aanzicht met design paneel (mm)

text_image
308.5 49 620
text_image
22 620 22 43 8 5518 Informatievereisten voor ecologisch ontwerp
| Prated,c | Prated,c | Prated,h | Pelec | LWA |
| GB Cooling capacity (sensible)D Kühlleistung (sensibel)F Puissance de rafraîchissement (sensible)NL Koelcapaciteit (voelbaar)E Capacidade de refrigeración (sensiblidad)I Capacità di raffreddamento (sensible)GR Atóðosn ψύξης (αισθητή)P Capacidade de arrefecimento (sensível)TR Soğutma kapasitesi (duyarli)RUS Хладопроизводительность (явная)S Kylningskapacitet (känslig)N Avkjølingskapasitet (følbar)CZ Chladici výkon (citelný)HR Kapacitet hlađenja (osjetljivo)H Hütési teljesítmény (érzékeny)RO Capacitate de răcire (fără dezumidificare)SLO Moč hlajenja (zaznavna)SK Kapacita chladenia (üčelná)BG Kapaçитет на охлаждане (практически)PL Wydajność chlodnicza (jawna)DK Kolekapacitet (mærkbart)FIN Jäähdytyskapasiteetti (järkevä)EST Jahutusvõimsus (möõdukas)LV Dzesëšanas kapacitäte (jūtamā)LT Vésinimo galia (tikroji)AL Kapaciteti i ftohjes (sensibël)SRB Kapacitet hlađenja (opipljiv) | GB Cooling capacity (latent)D Kühlleistung (latent)F Puissance de rafraîchissement (latente)NL Koelcapaciteit (latent)E Capacidade de refrigeración (latente)I Capacità di raffreddamento (latente)GR Atóðosn ψύξης (λανθάνουσα)P Capacidade de arrefecimento (latente)TR Soğutma kapasitesi (glzlí)RUS Хладопроизводительность (скрытая)S Kylningskapacitet (latent)N Avkjølingskapasitet (latent)CZ Chladici výkon (latentní)HR Kapacitet hlađenja (latentno)H Hütési teljesítmény (látens)RO Capacitate de răcire (cu dezumidificare)SLO Moč hlajenja (latentna)SK Kapacita chladenia (latentná)BG Kapaçитет на охлаждане (потенциален)PL Wydajność chlodnicza (utajona)DK Kelekapacitet (skjult)FIN Jäähdytyskapasiteetti (latentti)EST Jahutusvõimsus (latentne)LV Dzesëšanas kapacitäte (latentä)LT Vésinimo galia (latentiné)AL Kapaciteti i ftohjes (ně gjendje gjumi)SRB Kapacitet hlađenja (latentan) | GB Heating capacityD HeizleistungF Puissance de chauffageNL VerwarmingscapaciteitE Capacidade de calefacciónI Capacità di riscaldamentoGR Atóðosn őépmpavnηςP Capacidade de aquecimentoTR Isitma kapasitesiRUS ТеплопроизводительностьS VärmekapacitetN OppvarmlingskapasitetCZ Topný výkonHR Kapacitet grijanjaH Fütési teljesítményRO Capacitate de încálzireSLO Moč ogrevanjaSK Výkon ohrevuBG Οтоплителна мощностPL Wydajność grzewczaDK VarmekapacitetFIN LämmitystehoEST KüttevõimsusLV Apsildes kapacitäteLT Šildymo galiaAL Kapaciteti i ngrohjesSRB Kapacitet grejanja | GB Total electric power inputD Elektrische GesamtleistungsaufnahmeF Entrée électrique totaleNL Totaal opgenomen vermogenE Potencia eléctrica de entrada totalI Potenza eletrlica totale assorbitaGR Συνολική ηλεκτρική ισχύς εισόδουP Entrada de potência elétrica totalTR Çekilen toplam elektrik gűcűRUS Общаяпотребляемая электрическая мощностьS Total effektlingångN Total elektrisk strømeffektCZ Celkový elektrický príkonHR Ukupna primljena snaga električne energijeH Teljes áramforrás-bemenetRO Consum total de putereSLO Skupna vhodna električna močSK Celkový elektrický príkonBG Обща входяща електрическа мощностPL Całkowita pobierana energia elektrycznaDK Total elektrisk strømforsyningFIN Sähkötehon kokonaistuloEST Kogu elektriline sisendvõimsusLV Kopėjä elektriskä eiejas jaudaLT Bendroji elektros vartojamoji galiaAL Konsumi total i energjisė elektrikeSRB Ukupna ulazna električna snaga | GB Sound power level (per speed setting, if applicable)D Schallleistungspegel (je Geschwindlgkeitsinstellung, falls zutreffend)F Niveau de puissance sonore (par réglage de vitesse, le cas échéant)NL Geluidsvermogenniveau (per snelheidsinstelling, indien van toepassing)E Nivel de potencia acústica (según ajuste de velocidad, si corresponde)I Livello di potenza sonora (per velocità impostata, se applicabile)GR Στάθμη ηχητικής ισχύος (ανάρύθμιση τοχύτητας, εφόσον διατίδεται)P Nivel de potência acústica (por regulação de velocidade, se aplicável)TR Ses gűcű seviyesi (műmkünse hiz ayari başina)RUS Уровень звукового давления (согласно настройке скорости, если применимо)S Ljudeffektsnivá (per hastighetsinställning, om tillämpligt)N Nivå på lydeffekt (per hastighetsinnstilling, hvis tilgjengellg)CZ Hladina akustického výkonu (dle nastavení otáček pokud je to použitelné)HR Razina jačine zvuka (postavka prema brzini, ako je primjenjivo)H Hangeröszint (sebességszintenként, ha alkalmazható)RO Nivel presiune sonoră (in functie de turație, dacă este cazul)SLO Raven zvočne moči (glede na nastavitev hitrosti, će se uporablja)SK Úroveň akustického tlaku (na prislušné nastavenle rýchlosti, ak sa použiva)BG Nívo ha звуковата мощност (за различните настройки на оборотите, ако е приложимо)PL Poziom mocy dźwięku (dla ustawienia prędkości, jeśli dotyczy)DK Stojniveau (efter hastighedsinstilling hvis relevant)FIN Äänen tehotaso (nopeusasetuksen mukaan, jos sovellettavissa)EST Helivöimsuse tase (võimalusel olenevalt määratud kiirusest)LV Skaņas intensitätes limenis (attiecigā gadījumā – katram átruma lestatijumam)LT Garso galios lygis (vienai greičio nuostatai, jei taikytina)AL Niveli i fuqisė sė tingullit (për cilësim shpejtësie, nëse aplikohet)SRB Nivo zvučne snage (po podešenoj brzini, ako je primenljivo) |
| Prated,c (sensible) | Prated,c (latent) | Prated,h Pelec | Lwa | ||
| kW kW kW kW | dB | ||||
| FWF02DAF 1,8 | 0,2 3,3 0,016 41 | ||||
| FWF03DAF 2,2 | 0,8 4,2 0,019 44 | ||||
| FWF04DAF 2,9 | 1,1 4,6 0,024 48 | ||||
| FWF05DAF 3,7 | 1,4 5,6 0,047 56 | ||||
| FWF02DAT 1,8 | 0,2 2,5 0,018 41 | ||||
| FWF03DAT 2,3 | 0,7 3,3 0,019 42 | ||||
| FWF04DAT 3,0 | 1,1 4,3 0,024 47 | ||||
| FWF05DAT 3,9 | 1,2 5,7 0,045 54 |
