ATXP25M5V1B - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ATXP25M5V1B DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ATXP25M5V1B DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ATXP25M5V1B - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ATXP25M5V1B van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING ATXP25M5V1B DAIKIN
Gebruiksaanwijzing R32 Split-reeks
1 Over de documentatie 36
2 Over het systeem 36
2.1 Binnenunit 36
2.1.1 Display binnenunit.... 37
2.2 Over de gebruikersinterface 37
2.2.1 Onderdelen: Gebruikersinterface.... 37
2.2.2 Status: Lcd gebruikersinterface 37
2.2.3 Gebruik van de gebruikersinterface.... 38
3 Voor het gebruik 38
3.1 De gebruikersinterface op de muur bevestigen.... 38
3.2 Batterijen plaatsen.... 38
3.3 Omschakelen tussen Fahrenheit en Celsius.... 38
3.4 Voeding inschakelen 38
4 Functie 39
4.1 Werkingsgebied.... 39
4.2 Wanneer welke functie gebruiken 39
4.3 Bedrijfsstand en temperatuurinstelpunt.... 39
4.3.1 Het systeem starten/stoppen en de temperatuur instellen.... 39
4.3.2 Luchtstroomsnelheid.... 40
4.3.3 Uitblaasrichting 40
4.3.4 Comfort-functie 40
4.3.5 Powerful-functie 40
4.3.6 Econo-functie.... 41
4.3.7 In-/uitschakeltimer.... 41
5 Energie besparen en optimale werking 42
6 Onderhoud en service 43
6.1 Overzicht: onderhoud en service.... 43
6.2 Binnenunit en gebruikersinterface schoonmaken 43
6.3 Voorpaneel schoonmaken.... 43
6.4 Luchtfilters reinigen 44
6.5 Titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en zilverdeeltjesfilter (Agion-filter) reinigen.... 44
6.6 Titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en zilverdeeltjesfilter (Agion-filter) vervangen.... 44
6.7 Voorpaneel sluiten.... 45
6.8 Aandachtspunten voor een lange periode van stilstand.... 45
7 Opsporen en verhelpen van storingen 45
7.1 Symptomen die geen storingen van het systeem zijn 46
7.1.1 Symptoom: U hoort een geluid zoals stromend water 46
7.1.2 Symptoom: U hoort een blaasgeluid.... 46
7.1.3 Symptoom: U hoort een tikgeluid.... 46
7.1.4 Symptoom: U hoort een fluitgeluid.... 46
7.1.5 Symptoom: U hoort een klikgeluid terwijl de unit werkt of stilstaat 46
7.1.6 Symptoom: U hoort een klapgeluid.... 46
7.1.7 Symptoom: Uit het toestel komt witte rook (binnenunit) 46
7.1.8 Symptoom: De units geven een geur af...... 46
7.1.9 Symptoom: De ventilator van de buitenunit draait terwijl de airconditioner niet wordt gebruikt.... 46
7.2 Problemen op basis van storingscodes oplossen .... 46
8 Als afval verwijderen
46
1 Over de documentatie
Onze welgemeende dank voor de aankoop van dit product. Verzoek:
- Bewaar de documentatie voor latere raadpleging.
Bedoeld publiek
Eindgebruikers

INFORMATIE
Dit apparaat is bedoeld om in werkplaatsen, in de lichte industrie en in boerderijen door deskundige of geschoolde gebruikers gebruikt te worden of, in de handel en in huishoudens, door niet gespecialiseerde personen.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene veiligheidsmaatregelen:
- Veiligheidsinstructies die u moet lezen vooraleer uw systeem te bedienen
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Gebruiksaanwijzing:
- Snelle gids voor basisgebruik
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Uitgebreide handleiding voor de gebruiker:
- Gedetailleerde stap per stap instructies en achtergrondinformatie voor basis- en gevorderd gebruik
- Formaat: Digitale bestanden op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op de regionale Daikin-website of via uw installateur beschikbaar zijn.
De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
2 Over het systeem

Het koelmiddel in deze unit is weinig ontvlambaar.
2.1 Binnenunit

VOORZICHTIG
Steek GEEN vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Wanneer de ventilator met hoge snelheid draait, zou dit letsels veroorzaken.

INFORMATIE
Het geluidsdrukniveau is lager dan 70 dBA.

WAARSCHUWING
- Wijzig, demonteer, verwijder, herinstalleer of repareer de unit niet zelf aangezien een verkeerde demontage of installatie een elektrische schok of brand kan veroorzaken. Neem contact op met uw dealer.
- Zorg dat er geen open vlammen zijn in het geval van een koelmiddellek. Het koelmiddel zelf is helemaal veilig, niet-giftig en matig ontvlambaar, maar er zal wel een giftig gas vrijkomen wanneer het koelmiddel per ongeluk lekt in een kamer met lucht van een ventilatorkachel, gasformuis, enz. Laat de reparatie van een lek altijd controleren door erkend servicepersoneel voordat u de unit weer in gebruik neemt.
2.1.1 Display binnenunit

text_image
a b c ON/OFF da Signaalontvanger
b Bedrijfslampje
c Timerlampje
d ON/OFF-toets
AAN/UIT-knop
Als er geen gebruikersinterface is, kunt u de unit starten/stoppen met de AAN/UIT-knop op de binnenunit. Wanneer de unit met deze knop wordt gestart, worden de volgende instellingen gebruikt:
- Bedrijfsstand = Automatisch
- Temperatuurinstelling = 25°C
- Luchtstroomsnelheid = Automatisch
2.2 Over de gebruikersinterface
- Rechtstreeks zonlicht. Stel de gebruikersinterface niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
- Stof. Stof op de signaalzender of -ontvanger vermindert de gevoeligheid. Veeg stof weg met een zachte doek.
- Fluorescentielampen. Het signaal kan mogelijk niet worden doorgegeven als er fluorescentielampen in de kamer zijn. Neem in dat geval contact op met uw installateur.
- Andere apparaten. Als de gebruikersinterface andere apparaten doet werken, verplaats die apparaten of neem contact op met uw installateur.
- Gordijnen. Zorg ervoor dat het signaal tussen de unit en de gebruikersinterface NIET geblokkeerd wordt door gordijnen of andere voorwerpen.

OPMERKING
- Laat de gebruikersinterface NIET vallen.
- Laat de gebruikersinterface NIET nat worden.
2.2.1 Onderdelen: Gebruikersinterface

text_image
DAIKIN a l k j i h g a AUTO OFF COOL DRY HEAT FAN ONLY TEMP FAN ECONO COMORT POMEFUL SWING ON OFF CANCEL TIMER ARC480A53 b c d e fa Signaalontvanger
b UIT-knop
c Ventilatorinstelknop
d Knop Econo-stand
e Draaiknoppen
f Timerinstelknoppen (AAN, UIT, annuleren)
g Knop Powerful-stand
h Knop Comfort-stand
i Temperatuurregelknop
J Knoppen bedrijfsstand
2.2.2 Status: Lcd gebruikersinterface

| Symbool | Beschrijving |
| Bedrijfsstand = Automatisch | |
| Bedrijfsstand = Drogen | |
| Bedrijfsstand = Verwarmen | |
| Bedrijfsstand = Koelen | |
| Bedrijfsstand = Alleen ventilator | |
| Powerful-functie is actief | |
| Econo-functie is actief | |
| ▲ | De binnenunit ontvangt een signaal van de gebruikersinterface |
| 88.8c | Instelling actuele temperatuur |
| Luchtstroomsnelheid = Automatisch | |
3 Voor het gebruik
| Symbol Beschrijving | |
| Luchtstroomsnelheid = Binnenunit stil | |
| Luchtstroomsnelheid = Hoog | |
| Luchtstroomsnelheid = Medium-hoog | |
| Luchtstroomsnelheid = Medium | |
| Luchtstroomsnelheid = Medium-laag | |
| Luchtstroomsnelheid = Laag | |
| Comfort-functie is actief | |
| Automatisch verticaal draaien is actief | |
| Automatisch horizontaal draaien is actief | |
| ON | Inschakeltimer is actief |
| OFF | Uitschakeltimer is actief |
2.2.3 Gebruik van de gebruikersinterface

1 Richt de signaalzender op de ontvanger op de binnenunit (maximale afstand: 7 m).
Gevolg: Wanneer de binnenunit een signaal van de gebruikersinterface ontvangt, hoort u een geluid:
| Geluid Beschrijving | |
| Biep-biep De werking begint. | |
| Biep De instelling verandert. | |
| Lange biep De werking stopt. |
3 Voor het gebruik
3.1 De gebruikersinterface op de muur bevestigen

text_image
a b c 2×a Gebruikersinterface
b Schroeven (lokaal te voorzien)
c Houder gebruikersinterface
1 Kies een plaats binnen het bereik van de unit.
2 Bevestig de houder met schroeven op de muur of een gelijkaardige plaats.
3 Hang de gebruikersinterface op de houder.
3.2 Batterijen plaatsen
De batterijen hebben een levensduur van ongeveer 1 jaar.
1 Verwijder het achterdeksel.
2 Installeer beide batterijen.
3 Breng het deksel weer aan.

text_image
1 2 3 AAA.LR033.3 Omschakelen tussen Fahrenheit en Celsius
Voorwaarde: Verander deze instelling alleen wanneer op het scherm de temperatuur wordt aangegeven.
1 Druk een 5-tal seconden tegelijk op


Gevolg: De instelling verandert.
3.4 Voeding inschakelen
1 Zet de stroomschakelaar aan.
Gevolg: De klep van de binnenunit gaat open en dicht om de referentiepositie in te stellen.
4 Functie
4.1 Werkingsgebied
| Werkingsstand Werkingsgebied | |
| Koelen^(a)(b) | Buitentemperatuur: -10 46^ Binnentemperatuur: 18 32^ Binnenvochtigheid: ≤ 80% |
| Verwarmen^(a) | Buitentemperatuur: -15 24^ Binnentemperatuur: 10 30^ |
| Drogen^(a) | Buitentemperatuur: -10 46^ Binnentemperatuur: 18 32^ Binnenvochtigheid: ≤ 80% |
Indien gebruikt buiten het werkingsbereik:
(a) Een beveiliging kan het systeem stilleggen.
(b) Er kan condensatie op de binnenunit ontstaan en er af druppelen.
4.2 Wanneer welke functie gebruiken
In de volgende tabel vindt u een overzicht van welke functie te gebruiken:
| Functie Taken | ||
| Basisfuncties | ||
| (YZ76) Bedrijfsstanden en temperatuur | Het systeem starten/stoppen en de temperatuur instellen: · Een kamer verwarmen of koelen. · Lucht in een kamer blazen zonder te verwarmen of te koelen. · De vochtigheidsgraad in een kamer verlagen. · In de Automatische stand, automatisch een gepaste temperatuur en bedrijfsstand selecteren. | |
| (BKT2) + [S]itblaasrichting | De uitblaasrichting regelen (draaien of vaste stand). | |
| (D72K) Luchtstroomsnelheid | De hoeveelheid in de kamer geblazen lucht regelen. Stiller werken. | |
| Geavanceerde functies | ||
| (WZTT) Econo | Het systeem gebruiken wanneer u ook andere grote stroomverbruikers gebruikt. Energie besparen. | |
| (D65H) Comfort | Een comfortabele luchtstroom voorzien die NIET in rechtstreeks contact met mensen komt. | |
Powerful | De kamer snel koelen of verwarmen. | |
| (Y6YC) Inschakeltimer + [O]Uitschakeltimer | Het systeem automatisch in- en uitschakelen. | |
4.3 Bedrijfsstand en temperatuurinstelpunt
Wanneer. Stel de bedrijfsstand van het systeem in en stel de temperatuur in wanneer u wil:
- Een kamer verwarmen of koelen
- Lucht in een kamer blazen zonder te verwarmen of te koelen
- De vochtigheidsgraad in een kamer verlagen
Wat. De werking van het systeem verschilt naar gelang van de selectie van de gebruiker.
| Instelling Beschrijving | |
| Automatisch | Het systeem koelt of verwarmt een kamer tot op het temperatuurinstelpunt. Het schakelt indien nodig automatisch om tussen koelen en verwarmen. |
| Drogen | Het systeem verlaagt de vochtigheid in een kamer zonder de temperatuur te veranderen. |
| Verwarmen | Het systeem verwarmt een kamer tot op het temperatuurinstelpunt. |
| Koelen | Het systeem koelt een kamer tot op het temperatuurinstelpunt. |
| Ventilator | Het systeem regelt alleen de luchtstroom (luchtstroomsnelheid en uitblaasrichting). Het systeem regelt de temperatuur NIET. |
Bijkomende informatie:
- Buitentemperatuur. Het koel- of verwarmingsvermogen van het systeem neemt af bij een te hoge, respectievelijk te lage buitentemperatuur.
- Ontdooien. Bij het verwarmen kan er ijs worden gevormd op de buitenunit, waardoor het verwarmingsvermogen afneemt. In dat geval schakelt het systeem automatisch over naar ontdooien om het ijs te verwijderen. Bij het ontdooien blaast de binnenunit GEEN warme lucht uit.
4.3.1 Het systeem starten/stoppen en de temperatuur instellen

Bedrijfsstand = Automatisch

Bedrijfsstand = Drogen

Bedrijfsstand = Verwarmen

Bedrijfsstand = Koelen

Bedrijfsstand = Alleen ventilator

38.8°C
weer.
1 Start de werking met een van de volgende knoppen.
| Stand | Druk | Resultaat |
| Automatisch | AUTO | |
| Koelen | COOL | |
| Drogen | DRY | |
| Verwarmen | HEAT | Het bedrijfslampje gaat branden. |
| Alleen ventileren | FAN ONLY |
2 Druk één of meerdere keren op √ of ∧ op de -knop om de temperatuur in te stellen. In de ontvochtigingsstand of de de stand alleen ventilator kan de temperatuur NIET worden ingesteld.
4 Functie
| Koelen Verwarmen Automatisch | Drogen of | alleenventileren |
| 18~32°C 10~30°C 18~30°C — |
3 Druk op om de werking te stoppen.
Gevolg: Het bedrijfslampje wordt gedoofd.
4.3.2 Luchtstroomsnelheid
1 Druk op om te selecteren:
| 5 luchtstroomsnelheden, van "tot" | |
| Automatisch | |
| Geluidsarme werking binnenunit. Wanneer de luchtstroomsnelheid op "ins ingesteld, werkt de unit stiller. |

INFORMATIE
- Als de unit het temperatuurinstelpunt bereikt in de stand koelen, verwarmen of in de automatische stand. De ventilator stopt.
- In de droogstand kan de luchtstroomsnelheid NIET worden ingesteld.
Luchtstroomsnelheid regelen
1 Druk op om de uitblaasinstelling als volgt te veranderen:

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B["A"]
B --> C["Step 1"]
C --> D["Step 2"]
D --> E["Step 3"]
E --> F["Step 4"]
F --> G["Step 5"]
4.3.3 Uitblaasrichting
Wanneer. Stel de uitblaasrichting in naar wens.
Wat. Het systeem blaast de lucht uit in de door de gebruiker ingestelde richting (variabele of vaste stand). De horizontale of verticale kleppen worden hiervoor bewogen.
| Instelling Uitblaasrichting | |
| Verticaal automatisch draaien | Beweegt omhoog en omlaag. |
| Horizontaal automatisch draaien | Beweegt van links naar rechts. |
| 3-Duitblaasrichting | Beweegt tegelijk omhoog en omlaag en van links naar rechts |
| [—] | Blijft in een vaste stand. |

VOORZICHTIG
- Verander de stand van de horizontale en verticale kleppen ALLEEN met een gebruikersinterface. Wanneer u de horizontale en verticale kleppen met de hand verplaatst terwijl ze draaien, geraakt het mechanisme defect.
Het draaibereik van de horizontale klep hangt af van de bedrijfsstand. De horizontale klep stopt in de bovenste stand wanneer de luchtstroomsnelheid bij het omhoog en omlaag draaien op laag wordt ingesteld.
Uitblaasrichting regelen
1 Druk op om automatisch draaien in te stellen.
Gevolg: verschijnt op het scherm.
Gevolg: De horizontale klep begint te draaien.
2 Om de klep niet meer te laten bewegen, druk op wanneer de klep de gewenste stand heeft bereikt.
Gevolg: verdwijnt van het scherm.
Verticale kleppen regelen
4.3.4 Comfort-functie
Deze functie kan worden gebruikt bij verwarmen of koelen. Het resultaat is een comfortabele luchtstroom die NIET in rechtstreeks contact met mensen komt. Het systeem stelt de positie van de vaste luchtstroomrichting naar omhoog in bij koelen en naar omlaag bij verwarmen.

text_image
Koelstand Verwarmstand
INFORMATIE
De Powerful- en Comfort-functie kunnen niet tegelijk worden gebruikt. De laatst geselecteerde functie heeft voorrang. Als automatisch verticaal draaien is geselecteerd, wordt de Comfort-functie geannuleerd.
Comfort-functie starten/stoppen
1 Druk op om te starten.
Gevolg: De stand van de horizontale klep verandert, verschijnt op het scherm en de luchtstroomsnelheid wordt op automatisch ingesteld.
| Stand | Stand van de horizontale klep... |
| Koelen/Drogen | Omhoog |
| Verwarmen | Omlaag |
2 Druk op om te stoppen.
Gevolg: De horizontale klep keert terug naar de stand van vóór de Comfort-functie; 📷 verdwijnt van het scherm.
4.3.5 Powerful-functie
Deze functie maximaliseert snel het koel-/verwarmingseffect in een willekeurige stand. U krijgt het maximale vermogen.

INFORMATIE
De Powerful-functie kan NIET met de Econo- en Comfort- functie worden gecombineerd. De laatst geselecteerde functie heeft voorrang.
De Powerful-functie vergroot het vermogen van de unit NIET als de unit al op maximaal vermogen draait.
Powerful-functie starten/stoppen
1 Druk op om te starten.
Gevolg: wordt weergegeven op het scherm. De Powerful-functie werkt 20 minuten; hierna gaat het systeem verder in de eerder ingestelde stand.
2 Druk op om te stoppen.
Gevolg: verdwijnt van het scherm.
Opmerking: Powerful kan alleen worden ingesteld wanneer de unit draait. Druk op om deze stand te annuleren; verdwijnt van het scherm.
4.3.6 Econo-functie
Dit is een functie die een efficiënte werking mogelijk maakt door het maximale stroomverbruik te beperken. Deze functie is nuttig voor gevallen waarbij een stroomonderbreker zou worden geactiveerd wanneer het product samen met andere toestellen wordt gebruikt.

INFORMATIE
- De Powerful- en Econo-functie kunnen NIET tegelijk worden gebruikt. De laatst geselecteerde functie heeft voorrang.
- De Econo-functie beperkt de draaisnelheid van de compressor om het stroomverbruik van de buitenunit te verlagen. Als het stroomverbruik al laag is, verlaagt de Econo-functie dit niet verder.
Econo-functie starten/stoppen
1 Druk op om te starten.
Gevolg: wordt weergegeven op het scherm.
2 Druk op om te stoppen.
Gevolg: verdwijnt van het scherm.
A

text_image
a c b d BA Bedrijfsstroom en stroomverbruik
B Tijd
a Maximum bij normale werking
b Maximum bij Econo-functie
c Normale werking
d Econo-functie
- Dit diagram mag alleen worden gebruikt voor illustratieve doeleinden.
- De maximale bedrijfsstroom en het stroomverbruik van de airconditioner in de Econo-stand verschilt naar gelang van de aangesloten buitenunit.
4.3.7 In-/uitschakeltimer
Timerfuncties zijn nuttig om de airconditioner 's nachts of 's ochtends automatisch in of uit te schakelen. De in- en uitschakeltimer kunnen ook worden gecombineerd.

INFORMATIE
Programmeer de timer opnieuw in de volgende gevallen:
- De unit werd uitgeschakeld door een stroomonderbreker.
- Een stroompanne.
- Na het vervangen de batterijen in de gebruikersinterface.
Inschakeltimer starten/stoppen
Gebruik deze functie als de unit NIET draait en u ze na een bepaalde tijd wilt starten.
1 Druk op


Gevolg: ON ⚠HR. verschijnt op het scherm en het timerlampje gaat branden.
2 Druk opnieuw op



INFORMATIE
Bij elke druk op ON gaat de tijdinstelling met 1 uur vooruit. De timer kan op 1 tot 12 uur worden ingesteld.


Voorbeeld: Als ON C HR, wordt ingesteld wanneer de unit NIET draait, start de unit na 2 uur.
3 Druk op om de instelling te annuleren.

Gevolg: ON en de tijdinstelling verdwijnen van het scherm en het timerlampje gaat uit.
Uitschakeltimer starten/stoppen
Gebruik deze functie als de unit draait en u ze na een bepaalde tijd wilt stilleggen.
1 Druk op


Gevolg: OFFHR. verschijnt op het scherm en het timerlampje gaat branden.
2 Druk opnieuw op

m de tijdinstelling te veranderen.

INFORMATIE
Bij elke druk op OFF gaat de tijdinstelling met 1 uur vooruit. De timer kan op 1 tot 12 uur worden ingesteld.


Voorbeeld: Als OFF 2 HR. wordt ingesteld wanneer de unit draait, wordt de unit na 5 uur stilgelegd.
3 Druk op om de instelling te annuleren.

Gevolg: OFF en de tijdinstelling verdwijnen van het scherm en het timerlampje gaat uit.

INFORMATIE
Nachtstand
Wanneer de uitschakeltimer is ingesteld, past de airconditioner de temperatuur automatisch aan (0,5°C hoger voor koelen, 2,0°C lager voor verwarmen) om overmatig koelen/verwarmen te voorkomen en voor een comfortabele slaaptemperatuur te zorgen.
In- en uitschakeltimer combineren
1 Voor informatie over het instellen van de timers, zie "Uitschakeltimer starten/stoppen" op pagina 41 en "Inschakeltimer starten/stoppen" op pagina 41.
Gevolg: OFF verschijnen op het scherm.
Voorbeeld:
2 Als wordt ingesteld wanneer de unit draait.
Gevolg: De unit stopt 1 uur later en start weer 7 uur later.
3 Als wordt ingesteld wanneer de unit NIET draait.
Gevolg: De unit start 2 uur later en stopt weer 3 uur later.
5 Energie besparen en optimale werking

INFORMATIE
- De unit verbruikt ook nog stroom wanneer ze uitgeschakeld is.
- Wanneer de stroom wordt hersteld na een stroompanne, werkt de unit verder in de eerder geselecteerde stand.

VOORZICHTIG
Stel kleine kinderen, planten of dieren NOOIT rechtstreeks bloot aan de luchtstroom.

WAARSCHUWING
Plaats GEEN voorwerpen die nat kunnen worden onder de binnenunit en/of buitenunit. Anders kunnen condensatie op de unit of de koelmiddelleidingen, vuil op het luchtfilter of een verstopte afvoer druppelend water veroorzaken, waardoor voorwerpen onder de unit kunnen vuil worden of schade oplopen.

OPMERKING
Gebruik het systeem NIET voor andere doeleinden. Gebruik de unit NIET voor het koelen van precisie-instrumenten, voedsel, planten, dieren of kunstwerken, om te voorkomen dat de kwaliteit ervan wordt aangetast.

VOORZICHTIG
Gebruik het systeem NIET wanneer een rookvormig insecticide in de ruimte wordt verspreid. Anders zouden de chemische stoffen zich in de unit kunnen ophopen, met gevaar voor de gezondheid van mensen die overgevoelig zijn voor chemische stoffen.

WAARSCHUWING
Zet GEEN brandbare sprays bij de airconditioner en gebruik GEEN sprays. Anders kan er brand ontstaan.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om voor een optimale werking van het systeem te zorgen.
- Houd bij het koelen rechtstreeks zonlicht uit de kamer met behulp van gordijnen of jaloezieën.
-
Verlucht dikwijls. Zorg bij langdurig gebruik vooral voor verluchting.
-
Houd deuren en ramen dicht. Als de deuren of ramen open blijven, zal er lucht uit de kamer stromen, met een kleiner koel- of verwarmeffect tot gevolg.
- Koel of verwarm NIET te sterk. Om zuinig om te gaan met energie houdt u de temperatuurinstelling op een gematigd niveau.
- Plaats NOOIT voorwerpen in de buurt van de luchtinlaat of -uitlaat van de unit. Anders kan het verwarmings-/koeleffect afnemen of het systeem uitgeschakeld worden.
- Schakel de hoofdschakelaar uit wanneer de unit lange tijd niet zal worden gebruikt. Er wordt immers stroom verbruikt zolang de hoofdschakelaar niet uitgeschakeld is. Zet de hoofdschakelaar 6 uur voor gebruik aan alvorens de unit opnieuw op te starten, dit om een vlotte werking te garanderen.
- Bij een vochtigheid van meer dan 80% of wanneer de afvoeruitlaat verstopt is, kan condensvorming optreden.
- Pas de kamertemperatuur aan voor een aangename omgeving. Voorkom te sterk verwarmen of koelen. Het kan even duren alvorens de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt. U kunt hiervoor de timermogelijkheden gebruiken.
- Stel de luchtstroomrichting in om te voorkomen dat er bij de vloer koude lucht blijft hangen of warme lucht tegen het plafond. (Omhoog bij koelen of drogen naar het plafond en omlaag bij verwarmen.)
- Voorkom dat de lucht rechtstreeks op de personen in de kamer wordt geblazen.
- Gebruik het systeem binnen het aanbevolen temperatuurbereik (26\~28°C voor koelen en 20\~24°C voor verwarmen) om energie te besparen.
6 Onderhoud en service
6.1 Overzicht: onderhoud en service
De installateur moet een jaarlijks onderhoud uitvoeren.
Over het koelmiddel
Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Laat de gassen NIET vrij in de atmosfeer.
Koelmiddeltype: R32
Waarde globaal opwarmingspotentieel (GWP): 675

OPMERKING
In Europa worden de broeikasgasemissies van de totale koelmiddelvulling in het systeem (uitgedrukt in tonnen CO _2 -equivalent) gebruikt om de onderhoudsintervallen te bepalen. Houd u aan de geldende wetgeving.
Formule om broeikasgasemissies te berekenen: GWP-waarde koelmiddel × totale koelmiddelvulling [in kg] / 1000
Neem contact op met uw installateur voor meer informatie.

WAARSCHUWING
Het koelmiddel in de unit is weinig ontvlambaar, maar lekt normaal NIET. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een verwarming of een fornuis, dan kan er brand ontstaan of kan een schadelijk gas worden gevormd.
Schakel alle verwarmingstoestellen met verbranding uit, verlucht de kamer en neem contact op met de dealer waar u de unit hebt gekocht.
Gebruik de unit NIET totdat iemand van de servicedienst heeft bevestigd dat het deel met het koelmiddellek gerepareerd is.

WAARSCHUWING
- Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
- Gebruik GEEN andere schoonmaakmiddelen of manieren om het ontdooien te versnellen dan die aanbevolen door de fabrikant.
- Denk eraan dat het koelmiddel in het systeem geurloos is.

WAARSCHUWING
Het toestel wordt opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastoestel of een draaiende elektrische verwarming).

OPMERKING
Dit onderhoud MOET worden uitgevoerd door een erkend installateur of een servicetechnicus.
Laat het onderhoud minstens één keer per jaar uitvoeren. De geldende wetgeving kan evenwel kortere onderhoudsintervallen vereisen.

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Wanneer u de airconditioner of het luchtfilter wilt schoonmaken, moet u de unit eerst stilleggen en alle voedingen uitschakelen. Anders dreigt u elektrische schokken en letsel op te lopen.

WAARSCHUWING
Om elektrische schokken of brand te vermijden:
- Spoel de unit NIET af.
- Bedien de unit NIET met natte handen.
- Plaats GEEN voorwerpen die water bevatten op de unit.

VOORZICHTIG
Controleer na langdurig gebruik of de staander en bevestiging niet beschadigd zijn. Bij beschadiging dreigt de unit te vallen en letsel te veroorzaken.

VOORZICHTIG
Raak de lamellen van de warmtewisselaar NIET aan. Deze lamellen zijn scherp en kunnen snijwonden veroorzaken.

WAARSCHUWING
Ga voorzichtig te werk met ladders wanneer u op een hoogte werkt.
6.2 Binnenunit en gebruikersinterface schoonmaken

OPMERKING
- Gebruik GEEN benzine, benzeen, verdunner, schuurpoeder of vloeibaar insecticide. Mogelijk gevolg: Verkleuring en vervorming.
- Gebruik GEEN water of lucht van 40°C of warmer. Mogelijk gevolg: Verkleuring en vervorming.
- Gebruik GEEN schuurproducten.
- Gebruik GEEN schuurborstel. Mogelijk gevolg: Anders kan de coating er afkomen.

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Leg de unit stil, schakel de stroomonderbreker uit of trek het netsnoer uit alvorens de unit schoon te maken. Anders kunt u een elektrische schok of een letsel oplopen.
1 Maak schoon met een zachte doek. Gebruik water of een neutraal schoonmaakmiddel voor moeilijk te verwijderen vlekken.
6.3 Voorpaneel schoonmaken

1 Maak het voorpaneel schoon met een zachte doek. Gebruik water of een neutraal schoonmaakmiddel voor moeilijk te verwijderen vlekken.
6.4 Luchtfilters reinigen
1 Druk op de lip in het midden van elk luchtfilter en trek het dan omlaag.
2 Trek de luchtfilters uit de unit.

3 Verwijder het titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en het zilverdeeltjesfilter van de tabs.

4 Was de luchtfilters met water of maak ze schoon met een stofzuiger.

5 Laat ze 10-15 minuten weken in lauw water.

- Als het stof NIET gemakkelijk kan worden verwijderd, was de luchtfilters met lauw water met een verdund neutraal schoonmaakmiddel. Laat de luchtfilters drogen in de schaduw.
- Verwijder zeker het titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en het zilverdeeltjesfilter.
- Er wordt geadviseerd de luchtfilters om de 2 weken te reinigen.
6.5 Titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en zilverdeeltjesfilter (Ag-ion-filter) reinigen

INFORMATIE
Maak het filter om de 6 maanden schoon met water.
1 Verwijder het titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en het zilverdeeltjesfilter van de tabs.

2 Verwijder het stof van het filter met een stofzuiger.

3 Laat het filter 10-15 minuten weken in warm water. Verwijder het filter NIET uit het frame.

4 Schud na het wassen het water van het filter en laat het drogen in de schaduw. Wring het filter NIET uit wanneer u het water verwijdert.
6.6 Titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en zilverdeeltjesfilter (Ag-ion-filter) vervangen

INFORMATIE
Vervang het filter om de 3 jaar.
1 Verwijder de tabs op het filterframe en vervang het filter door een nieuw.


INFORMATIE
- Gooi het filterframe NIET weg; hergebruik het.
- Gooi het oude filter weg bij het niet-brandbaar afval.
2 Verwijder het filter van de tabs en maak een nieuw filter klaar.

INFORMATIE
Gooi het oude filter weg bij het niet-brandbaar afval.
6.7 Voorpaneel sluiten
1 Duw het voorpaneel aan weerszijden en in het midden zacht omlaag tot het klikt.

6.8 Aandachtspunten voor een lange periode van stilstand
1 Zet de unit met de -knop in de stand alleen ventilator om de binnenkant van de unit te drogen.
2 Zet de stroomonderbreker uit wanneer de unit stopt.
3 Maak de luchtfilters schoon en plaats ze terug op hun oorspronkelijke plaats.
4 Verwijder de batterijen uit de gebruikersinterface.

INFORMATIE
Er wordt geadviseerd periodiek onderhoud door een specialist te laten uitvoeren. Neem contact op met uw dealer voor gespecialiseerd onderhoud. De klant staat in voor de onderhoudskosten.
In sommige bedrijfsomstandigheden kan de binnenkant van de unit na enkele seizoenen vuil worden. Dit leidt tot slechte prestaties.
7 Opsporen en verhelpen van storingen
Als zich één van de volgende problemen voordoet, neem dan onderstaande maatregelen en neem contact op met uw dealer.

WAARSCHUWING
Stop de werking en schakel de voeding uit als er zich iets abnormaals voordoet (brandgeur, enz.).
Als u de unit onder dergelijke omstandigheden laat werken, kan dit leiden tot een defect, elektrische schok of brand. Neem contact op met uw dealer.
ALLEEN een erkend servicetechnicus mag het systeem repareren.
| Storing Maatregel | |
| Als een beveiliging zoals een zekering, onderbreker of aardlekschakelaar vaak in werking treedt, of als de AAN/UIT-schakelaar NIET goed werkt. | Schakel de hoofdvoeding UIT. |
| Als water uit de unit lekt. Stop de werking. | |
| De bedrijfsschakelaar werkt NIET goed. | Schakel de voeding UIT. |
| Als het unitnummer op het display van de gebruikersinterface staat, het bedrijfslampje knippert en de storingscode wordt aangegeven. | Verwittig uw installateur en geef hem de storingscode door. |
Als het systeem NIET goed werkt en geen van de bovenstaande storingen in aanmerking komt, volg dan de onderstaande procedures.

INFORMATIE
Zie de uitgebreide handleiding voor de gebruiker op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/ voor meer tips voor het oplossen van problemen.
Neem contact op met uw installateur als u na controle van alle bovenstaande punten het probleem niet zelf kunt oplossen. Geef hem de symptomen door, de volledige modelnaam van de unit (met indien mogelijk ook het fabricagenummer) en de installatiedatum (mogelijk vermeld op de garantiekaart).
7.1 Symptomen die geen storingen van het systeem zijn
De volgende symptomen zijn GEEN storingen van het systeem:
7.1.1 Symptoom: U hoort een geluid zoals stromend water
- Dit geluid wordt veroorzaakt door het stromend koelmiddel in de unit.
- Dit geluid kan worden geproduceerd wanneer bij het koelen of drogen water wegstroomt van de unit.
7.1.2 Symptoom: U hoort een blaasgeluid
Dit geluid wordt geproduceerd wanneer de koelmiddelstroom van richting verandert (bijv. bij het omschakelen van koelen naar verwarmen).
7.1.3 Symptoom: U hoort een tikgeluid
Dit geluid wordt geproduceerd wanneer de unit een beetje uitzet of samentrekt door temperatuurveranderingen.
7.1.4 Symptoom: U hoort een fluitgeluid
Dit geluid wordt veroorzaakt door het stromend koelmiddel tijdens het ontdooien.
7.1.5 Symptoom: U hoort een klikgeluid terwijl de unit werkt of stilstaat
Dit geluid wordt veroorzaakt door de werking van de regelkleppen van het koelmiddel of de elektrische onderdelen.
7.1.6 Symptoom: U hoort een klapgeluid
Dit geluid wordt geproduceerd wanneer een extern toestel lucht uit de kamer haalt (bijv. een afzuigventilator, een dampkap) en de deuren en ramen van de kamer gesloten zijn. Open de deuren of ramen, of schakel het toestel uit.
7.1.7 Symptoom: Uit het toestel komt witte rook (binnenunit)
7.1.8 Symptoom: De units geven een geur af
De unit kan geuren opnemen van kamers, meubilair, sigaretten, enz., en die dan weer afgeven.
7.1.9 Symptoom: De ventilator van de buitenunit draait terwijl de airconditioner niet wordt gebruikt
- Nadat de unit is gestopt. De ventilator van de buitenunit blijft nog 30 seconden draaien om het systeem te beveiligen.
- Terwijl de airconditioner niet wordt gebruikt. Bij een heel hoge buitentemperatuur begint de ventilator van de buitenunit te draaien om het systeem te beveiligen.
7.2 Problemen op basis van storingscodes oplossen
Wanneer er zich een probleem voordoet, verschijnt een foutcode op de gebruikersinterface. Het is belangrijk dat u het probleem begrijpt en maatregelen neemt alvorens een foutcode te resetten. Dit moet worden gedaan door een erkend installateur of door uw plaatselijke dealer.
Dit hoofdstuk biedt een overzicht van alle foutcodes en de inhoud van de foutcode zoals die wordt weergegeven op de gebruikersinterface.
Zie de servicehandleiding voor meer gedetailleerde richtlijnen voor het oplossen van problemen.
8 Als afval verwijderen

OPMERKING
Probeer het systeem NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden. De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld.
Powerful