KG39E4LBA - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KG39E4LBA SIEMENS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KG39E4LBA SIEMENS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG39E4LBA - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG39E4LBA van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KG39E4LBA SIEMENS
NL Gebruikershandleiding 86

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voormeer informatie.

Inhoudsopgave
1 Veiligheid 88
1.1 Algemene aanwijzingen 88
1.2 Bestemming van het apparaat 88
1.3 Inperking van de gebruikers ... 88
1.4 Veiliger transport 88
1.5 Veilige installment 89
1.6 Veilig gebruik 90
1.7 Beschadigd apparatus 92
2 Het voorkomen van materiele schade 94
3 Milieubescherming en besparing. 94
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 94
3.2 Energie bespare 94
4 Opstellen en aansluiten 95
4.1 Leveringsomvang 95
4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 95
4.3 Apparaat monteren 95
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 95
4.5 Apparaat elektrisch aanslui- ten 96
5Uw apparatusleren kennen. 96
5.1 Apparaat 96
5.2 Bedieningspaneel 96
6 Utrusting. 97
6.1 Legplateau 97
6.2 Flessenrek 97
6.3 Bewaarlade 97
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar 97
6.5 Boter-en kaasvak 98
6.6 Deurrekken 98
6.7 Accessoires 98
7 De Bediening in essentie 98
7.1 Apparaat inschakelen 98
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 98
7.3 Machine uitschakelen 98
7.4 Temperatur instellen 98
8Extra functions 99
8.1 Superkoelen 99
8.2 Automatisch Supervriezen.... 99
8.3 Handmatig Supervriezen 99
8.4Vakantiemodus. 100
9 Alarm. 100
9.1 Deuralarm 100
9.2 Temperatuuralarm 100
10 Koelvak. 101
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak. 101
10.2 Koudezones in het koelvak. 101
10.3 Sticker "OK" 101
11 Vriesvak. 102
11.1 Invriescapaciteit 102
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 102
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 102
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen..... 102
11.5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij -18 °C 103
11.6 Ontdooimethods voor diepvrieswaren 103
12 Ontdooien 103
12.1 Ontdooien in het koelvak. .... 103
12.2 Ontdooien in het vriesvak .... 104
13 Reiniging en onderhoud..... 104
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 104
13.2 Apparaat schoonmaken..... 105
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 105
13.4 Onderdelen eruit halen..... 105
14 Storingen verhelpen 107
14.1 Stroomuitval. 109
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren.... 109
15 Opslaan en afvoeren. 109
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 109
15.2 Afvoeren van uw oude ap-. paraat 110
16 Servicedienst 110
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 111
17 Technische gegevens 111

1 Veiligkeit
Neem de volgende verilgheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
Sluit het apparaat in geval van transportschade nicht aan.
1.2 Bestemming van het apparatus
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeiniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8aar endoor personen met fysieke, sensorische of geestelijkke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zich geinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de waaruit resulterende bevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersondoudogeniet wordenuitgevoerd door kinderen indien deze nicht ondertoezicht staan.
Kinderen vanaf 3aar enjonger dan 8aar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat nicht alleen optillen.
1.5 Veilige installment
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installations zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluten.
Het randaardesystem van de elektrische huisinstallatie要去 conform de elektrotechnische voorschriften zich geinstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij voorbeeld een tijschakelaar of besturing op afstand.
Wanner het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanner vrij teogang Niet möglich is, moet in de vast geplaatste elektrische installmentie een scheidingsinrichting volgens de installmentevoorschriften zich ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparatus erop letten dat het netsnoer Niet worden afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat+zijn gesloten, dan kan bij eenlek van het koude circuit een brandhaar gas-luchtmengsel ontstaan.
Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing nicht af.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Het gebruik van een verlangd netsnoer en Niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
n1 Veiligheid
- Wanner het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen können oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen nicht aan de achterkant van de apparatenplaatsen.
1.6 Veilig gezruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend�回t kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan große但它 en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hopedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen können verpakkingsmaterialial over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmaterialui de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen nicht met verpakkingsmaterialial spelen.
Kinderen könnenkleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen nicht met keine onderdelen latenten spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddellekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant� aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen kūnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kuren tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank können barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandaar koudemiddel enschadelijke gassen. - De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
Het apparaat kan kantelen.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat wordenijdens het gebruik heet.
Raak de hete onderdelen nooit aan.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langerearend wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het Niet in contact kommt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
Wanneer het koel-/vriesapparaat langereijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open lately, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kuren aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kuren aluminiumionen overdragen maar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen nicht consumeren.
1.7 Beschadigd apparatus
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-lijk.
Nooit een beschadigd apparatusat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst. Pagina 110
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Bij beschadiging van de leidingen kuren brandhaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
Het apparatusuitschakelen. Pagina 98
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. Pagina 110
2 Het voorkomen van materièle schade
LET OP!
Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.
- Het apparaat met een steekwagen transporteren.
Bij het verschuiven van het apparaat een vloerbescherming gebruiken en Niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op het apparaat, de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigungen met olie of vet kuren kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kutnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
Wanner u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen denen verrormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en können worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soit geschienen afvoeren.
3.2 Energie bespare
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat nicht bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30~mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
-
Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
-
De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: Deplaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopengingen of de externe ventilatieopengingen nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten,dezeter ontdooing in het koelvak.
Laat.altijdwatruimte tussendelelevensmiddelenen dechterwand.
Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of once servicedienst Pagina 110 contact op.
De levering bestaatuit:
Vrijstaand apparatus
Uitrusting en accessoires
Montagematerialiaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebjlagé
Energielabel
- Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-catie
Wonneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmensels ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m^3 per 8 g
koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. Fig. 1/4
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 90 bedra-gen.
De ondergrond moet stabel genoeg zich om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimteteperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/4
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gezebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan+kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5^ wordenuitgesloten.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gezbruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
nI Uw apparatusleren kennen
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plankstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. Pagina 105
4.5 Apparaat elektrisch aansluten
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
Fig. 1/4
- De netstekker op vastheid contro-leren.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparatusl leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Fig. 1
A Koelvak Pagina 101
B Vriesvak Pagina 102
1 Bedieningspaneel Pagina 96
2 Verlichting
3 Flessenrek Pagina 97
4 Typeplaatje Pagina 111
5 Bewaarlade Pagina 97
6 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Pagina 97
7 Diepvrieslade Pagina 106
8 Stelvoet
9 Boter- en kaasvak Pagina 98
10 Deurrek voor groe flessen Pagina 98
11 Dooiwaterafvoergoot
Opmerking: Verschillen:tussen uw apparaat en de afbeeldingen zich mo-gelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld(Int)kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
1 Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in ^ C
2 Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in ^ C
3 ① schakelt het apparaat in ofuit.
4 super (koelvak) schakelt Superkoelen in ofuit.
5 -/(koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in.
vacation schakelt devakantiemodus in ofuit.
7 alarm schakelt het waarschuwingssignaaluit.
8 -/(vriesvak) stelt de temperatuur van het vriesvak in.
9 super (vriesvak) schakelt Supervriezen in ofuit.
6 Ultrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te{kunnen uitenemen,trekt u het legplateau eruit. Om de schappen naar wens te varieren, kunt u het schap uitenemen en op een andere positie weeerplaatsen. "Plateau verwijderen",Pagina 105
6.2 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
Om het flessenrek maar wens te variëren,kest u het flessenrek verwijdederen en op een andereplaats wee terugzetten.
"Plateau verwijderen", Pagina 105
6.3 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0^ können tijdelijk optreden.
Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar kutunde luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor
kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionellebewaarmethode.
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {3} $$
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwegenbewaren van fruit, gemengde-of hoge belading.
Hoge luchtvochtigheid bij overwegen bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8^ tot 12^ , bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
nI Bediening
Bewaar boter en harde kaas in het boter-en kaasvak.
6.6 Deurrekken
Om het deurrek maar behoefte te variërenkest u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weeerplaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 106
6.7 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zich op het apparaat afgestemd.
De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Vershoudbakjes
Bewaar worst of kaas in vershoudbakjes.
Om levensmiddelen geventileerd te bewaren,plaatst u het deksel van de bewaardoes met de welvingaar buiten op de doos.
Om levensmiddelen lucktdicht te bewaren,plaatst u het deksel van debewaardoos met de welvingaar binnen op de doos.
Fig. 4
7 De Bediening in essen-tie
7.1 Apparaat inschakelen
- Drukken.
Het apparatus begint te koelen.
Er werkklassen waarschuwingsignaal, de temperatuurindicatie (vriesvak) knippert en alomandt omdat het vriesvak nog te warm is.
2. Het waarschuwingssignaal met alarm uitschakelen.
alargaat uit zodra de ingesteldetemperatuur is bereikt.
3. De gewenste temperatuur instellen.
Pagina 98
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatur wird bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Wanner u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblick tot de onderdruk worden gecompenseerd.
- De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
- Indrukken.
7.4 Temperatur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op- / (koelvak) drukken tot de temperatuurindicatie (koelvak) de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4^
"Sticker "OK""',agina 101
Vriesvaktemperatuur instellen
- Zo vaak op-7 (+vriesvak) drukken tot de temperatuurindicatie (vriesvak) de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18^
8 Extra functions
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud möglichk.
Schakel Superkoelen voor het inladen van groe hoeveelheden levensmiddelen in.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ont-staan.
Superkoelen inschakelen
Druk op suproelvak).
superkoelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Superkoelen uitschakelen
Druk op suproelvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt opindicatie aangegeven.
Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werkking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de Kern. De automatische Supervriezen schakelt in als u verse levensmiddelen van rechts beginnend in de bovenste diepvrieslade lept.
Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt superiesvak) en er kurenmeer geluiden ontstaan.
Het apparatus schakelt na het verstijken van het automatisch Supervriezen op normale werkig.
Automatisch Supervziezen annuleren
Druk op supereysvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud möglichk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 eer voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 102
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
Druk op superiesvak).
supvriesvak) brandt.
nI Alarm
Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Handmatig Supervziezen uitschakelen
Druk op supereysvak).
Devoordien ingestelde tempera-tuur wordt opindicatie aangege-ven.
8.4 Vakantiemodus
Als u langereijd afwezig bent,kest u het apparaat in de energiebesparendevakantiemodus schakelen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Terwijl devakantiemodus is ingeschakeld,warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.
Bij een ingeschakeldevakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparatus stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 14 °C
Vriesvak Temperatuur ongewijzigd
Vakantiemodus inschakelen
Druk op vacation
vacataorit.
Vakantiemodus uitschakelen
vaticatioken.
Devoordien ingestelde temperatuur wordt opindicatie aangegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere..., tijd open staat worden het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
De apparatusatdeur sluiten of opalarm drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kuren bacteriën zich vermeerdenen en kuren de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
- De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende geallen inschakelen:
-
Het apparaat worden in gebruik genomen.
Levensmiddlesen pas in het apparaat inruimen wonneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden große hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grotes hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen. -
De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controller of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
alindrukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
De temperatuurindicatie geeft kort de warmste temperatuur wee der in het vriesvak heeft geheerst.
Daarna toont de temperatuurindicatie opniew de ingestelde temperatuur.
- Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opniew bepaalden in het geheugen opgeslagen.
alandt als de ingestelde temperatuur opniew is bereikt.
10 Koelvak
In het koelvak(Int)kunt u vlees, worst vis,melkproducten,eieren,bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2^ tot 8^ instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ooklicht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, deste longer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculationie nicht te hinderen en het bevriezen van levens-middelen te vermijden, de levens-middelen nicht direct gegen de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas betert tot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK=kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4^ of kouder bereikt+zijn.
De sticker OK worden nicht bij alle modellen meegeleverd.
nVriesvak
Wanner de sticker OK nicht weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur instellen",
Pagina 98
Na ingebruikneming van het appar- raat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak(Int u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes make.
De temperatuur is van -16^ tot -24^ instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidden要去en temperatuur van - 18^ oflager gebeuren.
Door het invriezen(Int) u bederfelijke levensmiddelen gedurende langeijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel eer tot in de Kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/
4
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 our vóor het inladen van verse levensmiddelen, Supervrie-zen inschakelen.
"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 99
- De levensmiddelen eerst in de middelste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeweelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doein.
-
Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 105
-
De levensmiddelenrechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
- Breng in te vriezen levensmiddelen Niet in aanraking met ingevroen levensmiddelen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidden
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invri- zen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente voor het invriezen wassen, kleiner make en blancheren.
Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascombinezuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, poter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kripsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmaterial en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18^
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den | |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den | |
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18^
11.6 Ontdooimethododes voor diepvrieswaren
VOORZICTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien konnen bacteriën zich vermeerdenen en konnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op dechterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. Dechterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat maar de verdampingsschaal en hoeft nicht worden afgeveegd.
Neem de volgende informatatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 105.
n1 Reiniging en onderhoud
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit nicht automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 eer voor het ontdooien Supervriezen inschakelen. "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 99 De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koeleplaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
- Het apparatusuitschakelen. Pagina 98
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoeruit hetstopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- De dooiwaterafvoer openen. Fig. 5
- Om het dooiwater op te vangen, de houder voor große flessen uit de koelvakdeur nemen en onder de dooiwaterafvoerplaatsen. "Deurrek verwijderen", Pagina 106
- WAARSCHUWING - Kans op brandwonden! Heet water, spat-water en stoom kuren tot verbranding leiden.
Doe uitsluitend heet en geen kokend water in de pan voor het ontdoopiproces.
Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, Niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.
- Na het ontdooien het opgevangen dooiwater afvoeren.
- Het resterende dooijwater met een zachte doek of een spon opvegen.
10.Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
11.De dooiwaterafvoer sluiten.
12.Houder voor groe flessen weer in de koelvakdeurplaatsen.
13.Het apparatus Elektrisch aansluiten. Pagina 96
14.Het apparatus inschakelen. Pagina 98
15.De diepvrieslade met de diepvrieswaren opniewuplaatsen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontogankelijkeplaatsen要去 door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst konnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparatusuitschakelen. Pagina 98
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoeruit hetstopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddlesen eruit halen en op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koeelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als een rijplaag voorhanden is, deze lately ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoiresuit het apparaat. Pagina 105
13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hagedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk sein. - Het afwaswater mag nicht in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkommen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reingingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reingingsmiddelen gebruiken.
- Gebruik geen RVS-reiniger op de buitenkant van het apparaat.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag nicht in het afvoergat komen.
Wanner u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze verrormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reining. Pagina 104
-
Reinigen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel:
-
de buitenkant van het apparaat
- de binnenkant van het apparatus
- de uitrustingsdelen
- de toebehoren
-
de deurafdichtingen
-
Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelenplaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 96
- Het apparaat inschakelen.
Pagina 98
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- Dooiwaterafvoerklep optillen en verwijderen.
Fig. 6
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanner u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen unde het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau er uit trekken, optillen en verwijderen.
Fig. 7
n1 Reiniging en onderhoud
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 8
Bewaarlade verwijderen
- De lade tot de aanslag eruit trekken.
- Til de bewaarlade aan de voorkant op ①en verwijder deze .②
Fig. 9
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aan-slag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op 1en verwijder.Deze ②
Fig. 10
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen
① en eruit halen ②
Fig. 11
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat(Int)kunt u zelf verhelpen.Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatatie over het verhelpen van storingen.Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uityoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoor van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in- dicates en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Houd ala rot 11 seconden ingedrukt tot een ge- luidssignaal te horen is. 2. Controleer na korteijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functi- oneert nicht. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| E of dverschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fouit geconstasteerd. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 98 2. Koppel het apparaat los van de voedingsspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuteen waar aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan con- tact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Alarmsignaal wee- klinkt en alaandt. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. • Druk op alarm • Schakel het alarm uit. Deur van het apparaat is open. • Sluit de deur van het apparaat. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn möglich.1. Schakel het apparaat uit. → Page 982. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Page 98- Als de temperatuur te hoog is, controlleren dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controlleren de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. |
| Het apparaat borrett, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit.Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. |
| Apparaat producerert geluiden. | Het apparaat staat Niet waterpas.Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is Niet vrijstaand.Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen Controller de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of containers raken elkaar.Haal flessen of containers van elkaar.Supervriezen is ingeschakeld.Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. | |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindt.
Op unsere website van uw apparaat vindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig möglich openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddelijk na de stroomuitval controlleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5^ zich, weggoieten.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opniew invriezen.
14.2 Apparaatzeltestuitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzeltest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 98 - Het apparaat na 5 minuten op-nieuw inschakelen. Pagina 98
- Binnen 10 seconden na het in-schakelen supriesvak) geduren de 3 tot 5 seconden ingedrukt honden tot er een akoestisch signaal werkblinkt.
De apparatusatzelftest start.
Tijdens de apparaatzeltest werkklinkt tussendoor een lang akoes-tisch signaal.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen werkklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen klinken en superiesvak) geduren de 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gezruik stellen
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 98 - Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoeruit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
Pagina 103
- Het apparatus reinigen.
Pagina 105 - Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend lately.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijk afvoer kuren waardevolle grondstoffen opniewuwen worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen können zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gereken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades Niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat honden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kuren brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
- De stekker van het netsnoeruit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kurz u informatatie verkrijgen over de actuèle afvoermethoden.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europeserechtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele verrangende onderdelen die relevantlijk voor de werkinq in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kut u voor de duur van ten minste 10aar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij荃 serviceedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicededienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden Gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2aar in overeenstemming met de geldendeplaatselijk garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doeen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijkrecht heeft.
Gedetailleerde informatatie over de garantiepiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij once servicedienst, uw dealer of op once website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparatusaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op unsere website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparatus.
Fig. 1/4
Om uw apparaatgeevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kurz u de geevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Fig. 1/4
Dit product bevat eenlichtbron van energieklasse G. Delichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden verrangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst maar de officiele EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij hetzoekekenaar het model op. De modelidentificatie bestaatuit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
NL Geproducedoor bsh Hausgerate GmbH onder de handelsmerklicentie van Siemens AG
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-StraBe 34
81739 Munchen, GERMANY