KI96NSFD0 - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI96NSFD0 SIEMENS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KI96NSFD0 SIEMENS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI96NSFD0 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI96NSFD0 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KI96NSFD0 SIEMENS
nl Gebruikershandleiding

1.1 Algemene aanwijzingen ..... 85
1.2 Bestemming van het apparaat 85
1.3 Inperking van de gebruikers ... 85
1.4 Veiliger transport 85
1.5 Veilige installatie.... 86
1.6 Veilig gebruik.... 87
1.7 Beschadigd apparaat...... 89
2 Het voorkomen van materiële schade 91
3 Milieubescherming en besparing.... 91
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 91
3.2 Energie besparen.... 91
4 Opstellen en aansluiten...... 92
4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 92
4.3 Apparaat monteren 93
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ...... 93
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten.... 93
5 Uw apparaat leren kennen...... 93
5.1 Apparaat.... 93
5.2 Bedieningspaneel.... 93
6 Uitrusting.... 94
6.1 Legplateau.... 94
6.2 Flessenrek 94
6.3 Bewaarlade.... 94
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar.... 94
6.5 Deurrekken.... 95
6.6 Accessoires.... 95
7 De Bediening in essentie...... 95
7.1 Apparaat inschakelen.... 95
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 95
7.3 Machine uitschakelen...... 96
7.4 Temperatuur instellen.... 96
8 Extra functies 96
8.1 Superkoelen 96
8.2 Supervriezen.... 96
8.3 Sabbat-modus 96
9 Alarm.... 97
9.1 Deuralarm.... 97
9.2 Temperatuuralarm 97
10 Koelvak.... 97
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koel-vak.... 98
10.2 Koudezones in het koelvak... 98
10.3 Sticker "OK"...... 98
11 Vriesvak.... 98
11.1 Invriescapaciteit.... 98
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 99
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vries-vak.... 99
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen...... 99
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C ..... 99
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren .... 100
12 Ontdooien.... 100
12.1 Ontdooien in het koelvak. ... 100
12.2 Ontdooien in het vriesvak ... 100
13 Reiniging en onderhoud..... 100
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging...... 100
13.2 Apparaat schoonmaken..... 101
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.... 101
nl
13.4 Onderdelen eruit halen..... 101
13.5 Apparaatonderdelen de-
monteren .... 102
14 Storingen verhelpen 103
14.1 Stroomuitval.... 105
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren.... 105
15 Opslaan en afvoeren.... 105
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen .... 105
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 106
16 Servicedienst.... 106
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)...... 107
17 Technische gegevens...... 107

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tiidschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap- ters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
nl Veiligheid
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminium- nen overdragen naar de levensmiddelen.
▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 106 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
nl Veiligheid
▶ Ventileer de ruimte.
▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 96
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 106
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak- king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
■ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
■ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
■ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
■ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
■ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
■ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
■ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
■ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
■ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 106 contact op.
De levering bestaat uit:
Inbouw
■ Uitrusting en accessoires ^1
■ Montagemateriaal
■ Montagehandleiding
■ Gebruiksaanwijzing
■ Klantenservice overzicht
■ Garantiebijlagé
■ Energielabel
■ Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstello- catie
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m ^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 6
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 55 bedragen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 6
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Over-and-Under- en Side-by-Side-opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal er uit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 101
4.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten
- De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten.
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
→ Fig. 1/6
- De netstekker op vastheid controleren.
√ Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
| A | Koelvak → Pagina 97 |
| B | Vriesvak → Pagina 98 |
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 93 |
| 2 | Flessenrek → Pagina 94 |
| 3 | Verlichting |
| 4 | Bewaarlade → Pagina 94 |
| 5 | Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 94 |
| 6 | Typeplaatje → Pagina 107 |
| 7 | Diepvrieslade → Pagina 102 |
| 8 | Deurrek voor grote flessen → Pagina 95 |
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
nl Uitrusting
| 1 | alarm off schakelt het waar-schuwingssignaal uit. |
| 2 | super freeze schakelt Super-vriezen in of uit. |
| 3 | super cool schakelt Superkoelen in of uit. |
| 4 | Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C. |
| 5 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 6 | 1 3 sec. schakelt het apparaat in of uit. |
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 101
6.2 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 101
6.3 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden. Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. → Pagina 96
Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onver- pakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente af- gedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente lan- ger bewaren als bij een conventione- le bewaarmethode.
→ Fig. 3
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen:
■ Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit, gemengde- of hoge belading.
■ Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage lucht-vochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 101
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 34 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken. - Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets toderen of kort onder stromend water houden.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 93
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, ① 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.
√ Het apparaat begint te koelen.
- Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) en alampferen omdat het vriesvak nog te warm is.
- Het waarschuwingssignaal met alarm off uitschakelen.
√ alagaaffuit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 96
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
■ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
■ De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
■ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
■ De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opge-
slagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
nl Extra functies
7.3 Machine uitschakelen
▶ ⑬ Seseaden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
→ "Sticker "OK""", Pagina 98
Vriesvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18 °C.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen vóór het inla- den van grote hoeveelheden levens- middelen in.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ont-staan.
Superkoelen inschakelen
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
▶ Druk op super cool
8.2 Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
→ "Voorwaarden voor invriesvermo-gen", Pagina 98
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ont-staan.
Supervriezen inschakelen
▶ Druk op super freeze
√ superfreeze
Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Supervriezen uitschakelen
▶ Druk op super freeze
8.3 Sabbat-modus
Opdat u het apparaat ook op sabbat kunt gebruiken, schakelt de Sabbatmodus alle niet absoluut benodigde functies uit.
Tijdens de Sabbat-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:
■ Superkoelen
■ Supervriezen
- Alarm
■ Binnenverlichting
■ Akoestische signalen
■ Meldingen op het bedieningspaneel
Opmerking: Tijdens de Sabbat-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. super freeze brandt met gereduceerde helderheid.
Sabbat-modus inschakelen
- superFreeze houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
√ superafnetze
Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Sabbat-modus uitschakelen
- super Freezden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, alarm off knippert en de ingestelde temperatuur van het betroffen vak knippert.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op alarm off drukken.
√ Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en alampoferen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
■ Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
- Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
■ De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
▶ alandrrokken.
√ Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe
lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
■ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
■ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
■ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koel- vak
Het circulatiekoelsysteem circuleert de lucht gelijkmatig in het koelvak en zorgt voor een constante temperatuur op alle plateaus.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 96
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van -16 °C tot -24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van - 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
6
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
→ "Supervriezen inschakelen", Pagina 96
- De levensmiddelen eerst in de bovenste diepvrieslade leggen.
- Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- Tot op de onderste diepvrieslade alle uitrustingsdelen uit het vriesvak verwijderen. → Pagina 101
- Begin met het stapelen van de levensmiddelen in de onderste diepvrieslade.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
■ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
■ De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
■ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len
■ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
■ Levensmiddelen per portie invriezen.
■ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
■ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
■ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
■ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
■ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayo-naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maanden | |
| Groente, fruit Tot 12 maanden | |
nl Ontdooien
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18^ .
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
⚠️ VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
■ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
■ Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
■ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koel- vak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
→ Fig. 4
Het dooiwater loopt via de dooiwater-goot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 101.
12.2 Ontdooien in het vries-vak
Door het volledig automatische "NoFrost"-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onder- houd
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 96 - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
→ Pagina 101
13.2 Apparaat schoonmaken
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn. - Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwas-sponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reini- ging. → Pagina 100
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
-
De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
-
Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 93
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- De bewaarlade verwijderen.
→ Pagina 101
- Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
→ Pagina 102
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
→ Fig. 5
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde opti-
len ①er uit trekken en verwijde-
ren ②
→ Fig. 6
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→ Fig. 7
Bewaarlade verwijderen
- De lade tot de aanslag eruit trekken.
- Til de bewaarlade aan de voorkant op ①en verwijder deze .②
→ Fig. 8
nl Reiniging en onderhoud
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aan- slag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ①en verwijder deze ②.
→ Fig. 9
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen
① en eruit halen ②
→ Fig. 10
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
- Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in ①en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade ②
→ Fig. 11
13.5 Apparaatonderdelen de- monteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade
Om de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- De bewaarlade verwijderen. → Pagina 101
- De fruit- en groentelade verwijderen. → Pagina 102
- Het plateau boven de groentelade verwijderen. → Pagina 101
Legplateau boven de fruit- en groentelade inbouwen
- Let erop dat de spoiler op het leg-plateau boven de groente- en fruit-lade juist is gepositioneerd.
→ Fig. 12
- Het legplateau boven de groente-en fruitlade plaatsen.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-ratie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld.1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 962. Wacht 2 minuten.3. Schakel het apparaat weer in. → Pagina 954. Wacht 1 minuut en houd aansluitend nige drukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.► Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, de ingestelde tempera-tuur (koelvak) enalarm off knipperen. | Deur van het koelvak is open.► Sluit de deur van het koelvak. |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, de ingestelde tempera-tuur (vriesvak) enalarm off knipperen. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.► Druk opalarm off√ Schakel het alarm uit. |
| Vriesvakdeur is open.► Sluit de vriesvakdeur. | |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.► Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-openingen. | |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, de ingestelde tempera-tuur (vriesvak) en alarm off knipperen. | Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-geruimd.► Overschrijd het vriesvermogen niet.→ "Invriescapaciteit", Pagina 98 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 962. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.→ Pagina 95- Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controleer de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.► De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→ Pagina 101 |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakge-luiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in wer-king.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar.► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
■ Het apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui-men.
■ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weg-gooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een appa- raatzelftest, welke storingen weer- geeft, die uw service kan verhelpen.
-
Het apparaat uitschakelen. → Pagina 96
-
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
-
Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten. → Pagina 93
-
Houd één minuut na de elektrische aansluiting gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt, totdat het tweede akoestische signaal klinkt.
√ De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds geven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 96
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat reinigen. → Pagina 101
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
⚠️ WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garanti- tevoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1 / 6
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 6
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
Geproduceerd door BSH Hausgeräte GmbH onder de handelsmerklicentie van Siemens AG