VC171 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC171 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC171 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC171 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC171 VOLTCRAFT
Beste klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product is voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Om deze status te handhaven en een veilige werking te garanderen, dient u als eindgebruiker deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen! Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiks- aanwijzing voor toekomstige raadpleging! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Meest recente gebruiksaanwijzing
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op.
983. Verklaring van de tekens
Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wijst op een risico voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok. Dit symbool met het uitroepteken in een driehoek wordt gebruikt om belangrijke informatie in deze gebruiksaanwijzing te onderstrepen. Lees deze informatie altijd aandachtig door. Het pijl-symbool duidt op speciale informatie en advies voor het gebruik. Dit apparaat is conform CE en voldoet aan de toepasbare Europese richtlijnen. Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie). Aarde Dit apparaat is geëvalueerd op conformiteit in het Verenigd Koninkrijk en voldoet aan de toepasselijke richtlijnen van Groot- Brittannië. CAT II Het apparaat wordt gebruikt op test- en meetcircuits die rechtstreeks zijn aangesloten op elektrische verbruikspunten (stopcontacten en soortgelijke punten) van de laagspanning-netinstallatie. CAT III Het is van toepassing op test- en meetcircuits die zijn aangesloten op het distributiegedeelte van de laagspanning-netinstallatie van het gebouw. Gelijkstroom Wisselstroom
Dit product is bestemd voor gebruik als een digitale multimeter (DMM), gemeten waarden worden weergegeven op een digitale display. De DMM kan worden gebruikt voor professionele, industriële en doe-het-zelf toepassingen tot CAT III. Dit product is alleen bedoeld voor gebruik binnenshuis. Contact met vocht moet absoluut worden vermeden. Om veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niets aan dit product veranderen. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan hierboven beschreven, kan het worden beschadigd. Bovendien kan onjuist gebruik resulteren in kortsluiting, brand, elektrische schokken of andere gevaren. Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze op een veilige plek. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden worden doorgegeven. Alle bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
- Gebruiksaanwijzingen
6. Eigenschappen en functies
- Akoestische continuïteitstester
- Automatische uitschakeling.
- 600 V hoogwaardige zekeringen
7. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemene informatie
- Dit apparaat is geen speelgoed. Houd het buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, brandbare gassen, stoom en oplosmiddelen.
- Stel het product niet aan mechanische spanning bloot. 100• Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende een langere periode onder slechte omstandigheden is opgeslagen
- onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs een val van geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
- Raadpleeg een expert als u vragen hebt over gebruik, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
- Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een technicus of een daartoe bevoegd servicecentrum.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing worden beantwoord, kunt u contact opnemen met onze technische dienst of ander technisch personeel.
- In commerciële omgevingen dienen de Arbo-voorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht genomen te worden.
- Het gebruik van meters in scholen, trainingcentra, computer- en zelf- hulpwerkplaatsen moet op een verantwoordelijke wijze onder toezicht worden gehouden door getraind personeel.
- Controleer vóór elk gebruik of de tester goed werkt door een bekende spanning te meten. b) Aangesloten apparaten
- Neem de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aangesloten in acht. 101c) Zekering
- Een defecte zekering moet worden vervangen door een nieuwe zekering met dezelfdespecicaties.Repareerofoverbruggeendefectezekering,omdatdeze brand of een dodelijke elektrische schok kan veroorzaken. d) Batterij/accu’s
- Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen/accu’s.
- De batterijen/accu’s dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/accu’s kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen/accu’s aan te pakken.
- Batterijen/accu’s moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat batterijen/accu’s niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/ of huisdieren ze inslikken.
- Alle batterijen/accu’s dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen/accu’s in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
- Batterijen/accu’s mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar! e) Multimeter
- Schakel de meter niet in nadat deze van een koude naar een warme omgeving is gebracht. De condensatie die zich dan vormt, kan het apparaat permanent beschadigen. Laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen voordat u deze inschakelt.
- Controleer of de multimeter ingesteld is op de juiste functie vóór elke meting.
- Om elektrische schokken te voorkomen, dient u de aansluit-/meetpunten tijdens de meting nooit direct of indirect aan te raken. Controleer de meter vóór elke meting op beschadiging. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.).
- Gebruik het apparaat niet tijdens onweer.
- Gebruik het product nooit in de directe nabijheid van krachtige magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. De meting kan hierdoor worden aangetast. 102• Om uw metingen nauwkeurig te houden, dient u de batterij te vervangen wanneer het “lage battery”-symbooltje verschijnt op de display.
- Let goed op de informatie naast de waarschuwingsmarkeringen bij de aansluitingen voor de testkabels. De gemeten spanning of stroom mag de weergegeven waarden niet overschrijden!
- Gebruik de meter nooit wanneer de behuizing is geopend. !LEVENSGEVAARLIJK! f) Sondes
- De sondekabels zijn voorzien van een slijtage-indicator. In het geval van beschadiging, is er een tweede isolatielaag in een verschillende kleur zichtbaar. De meetaccessoires mogen niet langer worden gebruikt en moeten worden vervangen.
- Pak het tijdens de meting niet vast buiten de gripbereikmarkeringen die op de meetsondes staan aangegeven.
- Wanneer u de meetsondes gebruikt zonder afdekdoppen, dan mogen metingen tussen de meter en aardingspotentiaal niet worden uitgevoerd boven meetcategorie CAT II.
- Wanneer u metingen uitvoert in meetcategorie CAT III. Meetsondes met afdekdoppen (max. 4 mm vrije contactlengte) moeten worden gebruikt om onbedoelde kortsluitingen tijdens de meting te voorkomen. Deze zijn ingesloten.
- De meetsondes moeten van het gemeten voorwerp worden verwijderd telkens wanneer de meetfunctie wordt veranderd.
- Risico op een fatale elektrische schok! Wees voorzichtig wanneer u werkt met spanningen hoger dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 Vpiek of DC 60 V.
- Sondes te gebruiken voor netvoedingsmetingen moeten voldoen aan de EN 61010-031 standaard, met nominale specicatie CAT III 600V, 10A of beter. 1038. Bedieningselementen a) Overzicht
1 HOLD/ -toets 2 Contactloos spanningsmeetpunt 3 Zaklantaarn 4 Driekleurige indicatie-led 5 Display 6 SEL-toets 7 RANGE-toets 8 Functiedraaiknop 9 10 A max aansluitklem 10 COM-aansluitklem 11 aansluitklem 12 REL-toets 13 Deksel batterijvak 14 Uitklapbare steun 104b) Draaiknop
- Pas de draaiknop aan om een functie te kiezen.
- Automatische bereikkeuze (“Auto”) is in de meeste meetmodi ingeschakeld.
- Sommige functies hebben subfuncties, deze staan in het rood gemarkeerd en kunnen worden geopend door op de toets SEL te drukken.
- Stel de draaiknop altijd in op “OFF” wanneer niet in gebruik. Functie Beschrijving V , V , mV AC/DC-spanningsmeting
Weerstandsmeting Diodetest Continuïteitstest Capaciteitsmeting Hz Frequentiemeting % Bedrijfscyclusmeting µA , mA , A AC/DC-stroom- OFF Uitschakelen NCV Contactloze wisselspanningsmeting 1059. Display en symbolen Pictogram Beschrijving Batterij bijna leeg Automatische uitschakeling Auto Automatisch bereik Gegevens behouden Hoogspanning AC AC-signaal DC DC-signaal mV, V Spanningseenheden: millivolt, volt µA, mA, A Stroomeenheden: microampère, milliampère, ampère Ω, kΩ, MΩ Weerstandseenheden: ohm, kilo ohm, megaohm nF, µF, mF Capaciteitseenheden: nanofarad, microfarad, millifarad Hz, kHz, Mhz Frequentie-eenheden: hertz, kilohertz, megahertz % Bedrijfscyclusmeting OL Over limiet (max. bereik overschreden) Meting van relatieve waarde NCV Contactloze wisselspanningsmeting 10610. Batterijen plaatsen/vervangen Voordat u de achterbehuizing opent, dient u de voeding uit te schakelen en de testkabels los te koppelen van de ingangsklemmen en het circuit.
1. Wanneerdebatterijspanning≤6V±0,2Vis,
dan zal het “lage batterij”-symbooltje worden weergegeven.
2. Draai de functiedraaiknop naar de stand
“OFF” en verwijder de testkabels van de ingangsklemmen.
3. Schroef de batterijklep los, verwijder deze
en vervang de batterij.
Vervang de batterij wanneer de “lage batterij”-waarschuwing verschijnt. Let goed op de informatie naast de waarschuwingsmarkeringen gemarkeerd op de DMM naast de aansluitingen voor de testkabels. De gemeten spanning of stroom mag de weergegeven waarden niet overschrijden! Voer een test uit op een bekende spanning om te controleren of de DMM correct werkt. Voor nauwkeurige testresultaten, dient u ervoor te zorgen dat de toppen van de sondes en alle contactoppervlakken vrij zijn van vuil of restjes. a) Voeding AAN
- AAN schakelen: Draai de functiedraaiknop naar de corresponderende meetfunctie.
- UIT schakelen: Draai de functiedraaiknop naar “OFF”. Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt. 107b) DC/AC-spanningsmeting Deingangsimpedantieisongeveer10MΩanzalhetcircuitnietergbelasten.
1. Draai de functiedraaiknop naar de vereiste instelling:
- DC-spanningsmeting (V ), “DC” zal op de display worden weergegeven. - Druk kort op RANGE om de bereiken te doorlopen (aangegeven door de decimaalpositie).
- AC-spanningsmeting (V ), “AC” zal op de display worden weergegeven. - Druk kort op RANGE om de bereiken te doorlopen (aangegeven door de decimaalpositie).
2. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem . - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
3. Sluit de sondes van de testkabels aan op de juiste
testpunten in het circuit: - Rood: Positieve polarieity “+”. - Zwart: Negatieve polariteit “-”.
4. Lees de spanningswaarden af op de display.
- DC-spanningsmetingen (V ): Als er een minusteken “-” vóór de waarde verschijnt, dan is de gemeten spanning negatief (of de meetkabels zijn omgewisseld). - AC-spanningsmetingen worden uitgedrukt in echte RMS. Er zal een waarschuwing klinken wanneer de gemeten waarden buiten het bereik van >600 V vallen.
5. Koppel de testkabels na de meting los en schakel het apparaat UIT.
108c) Weerstandsmeting (Ω) Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, circuits, componenten en andere meetobjecten losgekoppeld zijn van de voedingsspanning en volledig ontladen zijn.
1. Draai de functiedraaiknop naar Ω.
2. “Ω” zal worden weergegeven op de display.
3. Druk kort op RANGE om de bereiken te doorlopen (aangegeven door de decimaalpositie).
4. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem . - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
5. Sluit de sondes van de testkabels aan op de juiste
testpunten in het circuit: - Rood: Positieve polarieity “+”. - Zwart: Negatieve polariteit “-”. Controleer de kabels op continuïteit door de twee testkabels aan te sluiten. De impedantiewaarde dient ≤ 0,5 Ω te zijn (inherente impedantie van de meetkabels). Alsdewaarde≥0,5Ωis,controleerdande aansluitklemmen en zoek naar tekenen van beschadiging.
6. Lees de waarden af op de display.
- “OL” zal op de display verschijnen als het maximale bereik is overschreden of als het circuit open is. - Wanneer u een hoge weerstand meet, dan is het normaal dat de lezingen pas na enkele seconden stabiliseren.
7. Koppel de testkabels na de meting los en schakel het apparaat UIT.
109d) Continuïteitstest ( ) Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, circuits, componenten en andere meetobjecten losgekoppeld zijn van de voedingsspanning en volledig ontladen zijn.
1. Draai de functiedraaiknop naar .
2. “ ” zal worden weergegeven op de display.
3. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem . - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
4. Sluit de sondes van de testkabels aan op de juiste
testpunten in het circuit.
5. Eenweerstandvan≤ 10Ω wordtals continuïteit
beschouwd, en er zal een pieptoon klinken. - Hetmeetbereikis≤600Ω. - “OL” zal op de display verschijnen als het maximale bereik is overschreden of als het circuit open is.
6. Koppel de testkabels na de meting los en schakel
het apparaat UIT. 110e) Diodetest ( ) Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, circuits, componenten en andere meetobjecten losgekoppeld zijn van de voedingsspanning en volledig ontladen zijn. De testspanning is ongeveer 3V.
1. Draai de functiedraaiknop naar .
2. Druk 2x kort op de toets SEL om de diodetest te
selecteren, “ ” zal worden weergegeven op de display.
3. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem . - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
4. Controleer de kabels op continuïteit door de
twee testkabels aan te sluiten. De waarde dient ongeveer 0,000 V te zijn.
5. Sluit de sondes van de testkabels aan op de juiste
testpunten op de diode. - “OL” zal op de display verschijnen als de polariteit is omgekeerd of als het circuit open is. - De normale doorlaatspanning van het PN-knooppunt is ongeveer 500 tot 800 mV.
6. Koppel de testkabels na de meting los en schakel het apparaat UIT.
111f) Capaciteitsmeting Zorg ervoor dat alle circuitonderdelen, circuits, componenten en andere meetobjecten losgekoppeld zijn van de voedingsspanning en volledig ontladen zijn. Let altijd op de polariteit met elektrolytcondensatoren.
1. Draai de functiedraaiknop naar .
2. Druk 1x kort op de toet SEL om de
capaciteitsmeting te selecteren, de capaciteit of eenheid “nF” zal op de display worden weergegeven.
3. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem . - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
4. Sluit de sondes van de testkabels aan op de juiste
testpunten op de condensator. - Let altijd op de polariteit met elektrolytcondensatoren. - “OL” zal op de display verschijnen als de polariteit is omgekeerd of als het circuit is kortgesloten. - Wacht totdat de weergegeven waarde is gestabiliseerd. Dit kan enkele seconden duren voor capaciteitswaarden >40 µF.
5. Koppel de testkabels na de meting los en schakel het apparaat UIT.
112g) Frequentie (>10 Hz) / bedrijfscyclusmeting (%) Deze meetfunctie is niet geschikt voor het meten van netstroom! De DMM kan worden gebruikt om signaalspanningsfrequenties tot 10 MHz te meten en weer te geven. De maximale ingangsamplitude is 30 Vrms. Let a.u.b. op de ingangswaarden in de technische gegevens.
1. Draai de functiedraaiknop naar Hz%, Hz zal op de
display verschijnen.
2. Druk kort op de toets SEL om te wisselen tussen
de frequentiemeting “Hz” en bedrijfscyclusmeting
3. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem . - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
4. Sluit de sondes van de testkabels aan op de juiste
testpunten in het circuit. Bedrijfscyclus: De pulsduur van de positieve halve golf wordt weergegeven als een percentage. 50% wordt weergegeven voor een symmetrisch signaal.
5. Koppel de testkabels na de meting los en schakel het apparaat UIT.
113h) Stroommeting Deze meetfunctie is geschikt voor het meten van netstroom. Om mogelijke elektrische schokken, brand of persoonlijk letsel te voorkomen, dient u de stroomtoevoer van het circuit uit te schakelen en de DMM vervolgens in serie op het circuit aan te sluiten voordat u de stroom meet. Als het bereik van de gemeten stroom onbekend is, dient u altijd met het hoogste meetbereik te starten en indien nodig op een lager bereik te schakelen. Er zitten zekeringen binnenin aansluitklemmen “10 A” en “mA μA”. Sluit de testkabels niet in parallel aan op circuits. Er zal een waarschuwing klinken wanneer gemeten waarden buiten het bereik >10 A vallen. Metingen >5 A mogen alleen max. 30 seconden lang en op intervallen van 15 minuten worden uitgevoerd.
1. Draai de functiedraaiknop naar µA , mA of A ,
de corresponderende meeteenheid zal op de display verschijnen.
2. Druk kort op de toets SEL om te kiezen uit “DC”,
3. Sluit de testkabels aan op de aansluitklemmen:
- Rode testkabel op aansluitklem of 10A max. - Zwarte testkabel op aansluitklem COM.
4. Sluit de testkabels in serie aan op het circuit.
5. Lees de waarde af op de display.
- Gelijkstroom DC: De polariteit wordt samen met de gemeten waarde weergegeven. - Wisselstroom AC: Waarden worden uitgedrukt in echte RMS.
6. Koppel de testkabels na de meting los, schakel het circuit uit en schakel de DMM UIT.
114i) Contactloze wisselspanningstest “NCV” Zorg ervoor dat alle meetpoorten vrij zijn. Verwijder alle meetkabels en adapters van de meter. Deze functie dient slechts als een hulpmiddel. Voordat u aan deze kabels begint te werken, moet u contactmetingen uitvoeren om te controleren of er geen spanning aanwezig is. Test deze functie vooraf op een bekende wisselspanningsbron.
1. Stel de functieknop in op NCV en de display zal “EF” en “NCV” weergeven.
2. Richt het contactloze spanningssensorpunt op de
testplek (max. 5 mm). Voor getwiste kabels wordt het aanbevolen om de kabel aan te raken met het uiteinde van de contactloze spanningssensor. - Als er wisselstroom wordt waargenomen, be- gint de driekleurige indicator-led te branden en klinkt de zoemer. - Hoe hoger de spanning, hoe hoger de frequen- tie waarop de zoemer zal piepen. - De driekleurige LED-display verandert naarma- te de spanning toeneemt, en licht eerst groen, dan geel en dan rood op.
3. Schakel het apparaat UIT nadat u alle metingen
hebt uitgevoerd. 11512. Aanvullende functies Toets indrukken:
- Kort indrukken = <2 sec.
- Lang indrukken = >2 sec. a) Subfuncties openen Er zijn verschillende meetfuncties toegewezen aan subfuncties, gemarkeerd in het rood rondom de functiedraaiknop. Druk kort op de toets SEL om alle subfuncties te doorlopen. b) Bereik Druk op de toets RANGE om de DMM te wisselen tussen automatisch “Auto” bereik en handmatig bereik. Deze modus geldt alleen voor de volgende functies: V , V , Ω, µA , mA en A .
- Handmatige bereikmodus openen: Druk kort op de toets RANGE. - “Auto” zal uit de display verdwijnen. - Druk kort op RANGE om de bereiken te doorlopen (aangegeven door de decimaalpositie).
- Handmatige bereikmodus verlaten: Druk lang op de toets RANGE of draai de functiedraaiknop, “Auto” zal op de display verschijnen. c) Houd / (zaklantaarn) 1Houd De houdfunctie behoudt de aangegeven waarde op de display, zodat u meer tijd hebt om de waarde af te lezen en te noteren. Als u stroomgeleidende draden test, zorg er dan voor dat deze functie is gedeactiveerd voordat u begint met de meting. De meting zal anders incorrect zijn.
- Druk kort op de toets HOLD om de houdfunctie te activeren/deactiveren.
- Het symbooltje zal verschijnen om aan te geven dat de houdfunctie actief is. 2Zaklantaarnfunctie Druk op de knop om de zaklantaarn AAN/UIT te schakelen. 116d) Automatische uitschakeling De automatische uitschakeling is een energiebesparende functie. Wanneer geactiveerd, dan zal het apparaat uitschakelen nadat er ongeveer 15 minuten lang geen activiteit wordt waargenomen. Druk op een willekeurige toets of draai de functiedraaiknop om het apparaat te wekken. 1Automatische uitschakelfunctie deactiveren
1. Draai de functiedraaiknop naar de stand OFF.
2. Houd de toets SELingedrukt en draai de functiedraaiknop tegelijkertijd naar een willekeurige
3. Het symbooltje zal verdwijnen.
2Automatische uitschakelfunctie activeren
- Herstart het apparaat door de functiedraaiknop naar OFF en weer naar ON te draaien.
- Het symbooltje zal worden weergegeven. e) Relatieve waarde Dit slaat een bestaande meting op (een delta) en zal de display resetten naar nul. Het is een relatief referentiepunt om te vergelijken met de volgende meting.
- Deze modus geldt alleen voor de volgende functies: V , V , µA , mA , A , ACmV
- Druk kort op de toets REL om de REL-meetfunctie te openen of af te sluiten.
- Het symbooltje zal worden weergegeven. 11713. De zekering vervangen Gebruik de meter nooit wanneer de behuizing is geopend. !LEVENSGEVAARLIJK!
1. Draai de functiedraaiknop naar de stand
2. Verwijder de testkabels van de
3. Schroef de batterijklep los en verwijder.
4. Draai de schroeven van de achterbehuizing
5. Vervang de zekering door een zekering van
hetzelfdetypeendezelfdespecicatie.Lees paragraaf “Technische gegevens” voor meer informatie.
6. Plaats de covers voorzichtig terug.
14. Problemen oplossen
Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen oplossing De DMM schakelt niet in. Uitgeputte batterij Vervang door een nieuwe batterij. Veranderingen in waarde kunnen niet worden gemeten. Is de verkeerde meetfunctie geactiveerd (AC/DC)? Controleer de display (AC/DC) en verander indien nodig van functie. Worden incorrecte kabels gebruikt? Controleer de toegewezen aansluitklemmen of verbinding met de sondekabels. Is de HOUD-functie geactiveerd? Deactiveer de HOUD-functie. 118Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen oplossing Er is geen meting mogelijk in meetbereik A Is de zekering van meetbereik A defect? Controleer de 10 A F1-zekering Er is geen meting mogelijk in meetbereik mA/µA Is de zekering van meetbereik mA/µA defect? Controleer de 0,4 A F2-zekering.
15. Reiniging en onderhoud
a) Reiniging Gebruik in geen enkel geval agressieve schoonmaakmiddelen, schoonmaakalcohol of andere chemische oplossingen omdat deze schade toe kunnen brengen aan de behuizing en zelfs afbreuk kan doen aan de werking van het product.
- Koppel het product vóór iedere reiniging los van de stroomvoorziening.
- Reinig het product met een droog, pluisvrij doekje.
- In het geval van een storing, dient u de meter niet langer te gebruiken en naar een onderhoudscentrum te sturen. Onderhoud en reparatie mogen alleen door bevoegd, professioneel personeel worden uitgevoerd. b) Onderhoud
- De DMM dient eens per jaar te worden geijkt voor maximale nauwkeurigheid.
- De DMM vereist geen onderhoud naast vervanging van batterijen en zekeringen.
- Controleer het apparaat en de meetkabels op tekenen van slijtage en schade. 11916. Verwijdering a) Product Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt wordt ge- bracht, moet met dit symbool zijn gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid. Iedere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten gescheiden van het onge- sorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu‘s die niet bij het oude apparaat zijn ingesloten, evenals lampen die op een niet-destructieve mani- er uit het oude toestel kunnen worden verwijderd, van het oude toestel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt. Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude ap- paratuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlevermogelijkheden (meer informatie op onze website):
- in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
- in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesyste- men die zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG Voor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindge- bruiker verantwoordelijk. Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kunnen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten. b) Batterijen/accu’s Verwijder eventueel geplaatste batterijen/accu‘s en gooi ze apart van het product weg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle gebruikte batterijen/accu‘s in televeren;hetweggooienbijhethuisvuilisverboden. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aan- duiding staat op de batterijen/accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksym- bool). Ukuntverbruiktebatterijen/accu’sgratisbijdeverzamelpuntenvanuwgemeente,onzelialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu. Dek blootliggende contacten van batterijen/accu‘s volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/accu‘s leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie). 12017. Technische gegevens a) Algemeen Beoogd gebruik ..............................Gebruik binnenshuis Voedingsspanning ..........................9 V blokbatterij (6F22, NEDA 1604 of gelijksoortig) Gebruiksduur/batterij ...................... ong. 35 u (achtergrondverlichting altijd aan, zaklamp uit, zoemer uit) Meetimpedantie .............................. ong.10MΩ(600mV:≥100MΩ) Weergavebereik .............................4000 tellingen (karakters) Ververssnelheid .............................. 2-3x per sec Meetmethode AC ............................Echte RMS Lengte van meetkabel ....................elk ong. 90 cm “Lage batterij”-indicator ...................≤6V±0,2V Afstand meetaansluitingen .............19 mm (COM-V) Automatische uitschakeling ............ ong. 15 minuten Gegevens behouden ......................ong. 15 minuten Meetcategorie .................................≤CATIII600V Verontreinigingsgraad .....................2 Gelijkspanning ................................ max. 600,0 V / DC Wisselspanning ..............................max. 600,0 V / AC Gelijkstroom ....................................max. 10,00 A / DC Wisselstroom .................................. max. 10,00 A / AC Weerstand ......................................max.40,00MΩ Capaciteit ........................................max. 100,0 uF Bedrijfstemperatuur ........................0 tot 40 °C Opslagtemperatuur .........................-10 tot 50 °C Vochtigheid voor gebruik/opslag .....0°Ctot30°C:≤75%RV(nietcondenserend) 30°Ctot40°C:≤50%RV(nietcondenserend) Bedrijfshoogte .................................max. 2000 m (boven zeeniveau) Afmetingen (B x H x D): ..................76,5 x 157,5 x 40 mm Gewicht ...........................................ong. 262 g (zonder batterij) 121b) Zekeringen F1-zekering ..................................... ø6 x 32 mm, FF 10 A, H 600 V, breekcapaciteit: 10 KA Beveiliging ingangsklem (A) F2-zekering ..................................... ø5 x 20 mm, FF 400 mA, H 600 V, breekcapaciteit: 500 A min. Beveiligingingangsklem(μA,mA) c) Meettoleranties Nauwkeurigheid:±(%vanlezing+telling) De nauwkeurigheid is geldig voor één jaar bij:
- Omgevingstemperatuur:+3°C(±5°C),≤75%,RHnietcondenserend
- Bedrijfstemperatuur*:18tot28°C(±1°C) *Eentemperatuurcoëfciëntisvantoepassingbuitendittemperatuurbereik:+0,1x(gespeciceerde nauwkeurigheid) / °C. De meting kan worden aangetast wanneer het apparaat wordt gebruikt binnen een elektromagnetische veld met hoge frequentie. d) Capaciteitsmeting Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 40,00 nF 0,01 nF ±(4%+10) 400,0 nF 0,1 nF ±(4%+3) 4,000 - 100,0 uF 0,001 - 0,1 uF Overbelastingsbescherming: 600 V 122e) Continuïteitstest ( ) en diodetest ( ) Bereik Resolutie Opmerking 0,1Ω
- Opencircuit:Weerstand>100Ω,geenpieptoon.
- Circuit met een goede verbinding: Weerstand ≤10 Ω, opeenvolgende pieptonen. 1 mV
- Ingangsimpedantie:Ongeveer10MΩ
- Gegarandeerde nauwkeurigheid bereik: 5~100% van bereik, kortsluiting laat het minst sig- nicantecijfer<5toe.
- Niet-sinusvormige golfvormen: - Wanneer de piekfactor 1,0 tot 2,0 is, dan moet de nauwkeurigheid met 4,0 % worden verhoogd. - Wanneer de piekfactor 2,0 tot 2,5 is, dan moet de nauwkeurigheid met 5.0 % worden verhoogd. - Wanneer de piekfactor 2,5 tot 3,0 is, dan moet de nauwkeurigheid met 7.0 % worden verhoogd.
- De bedrijfscyclusmeting is van toepassing op nuldoorgang blokgolven met frequentie ≤10kHz. 1Vpp≤Ingangsamplitude≤30Vpp. Frequentie≤1kHz,bedrijfscyclus:10,0%tot90,0% Frequentie > 1 kHz, bedrijfscyclus: 30,0 % tot 70,0 % j) DC-stroommeting Bereik Resolutie Nauwkeurigheid
- Wanneerdegemetenstroom>5A is, dan dient elke meettijd ≤30 s te zijn met een rustintervalvan≥15minuten.
- Wanneerde gemeten stroom>5A is, dandient elke meettijd≤30 s tezijn met een rustintervalvan≥15minuten.
- Gegarandeerde nauwkeurigheid bereik: 5 - 100 % van bereik, open-circuit laat het minst sig- nicantecijfer<5toe.
- Niet-sinusvormige golfvormen: - Wanneer de piekfactor 1,0 - 2,0 is, dan moet de nauwkeurigheid met 4,0 % worden verhoogd. - Wanneer de piekfactor 2,0 - 2,5 is, dan moet de nauwkeurigheid met 5,0% worden verhoogd. - Wanneer de piekfactor 2,5 - 3,0 is, dan moet de nauwkeurigheid met 7,0% worden verhoogd.
Notice-Facile