AMICA KMI 751 100 C - Fornuis

KMI 751 100 C - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI 751 100 C AMICA in PDF-formaat.

📄 208 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice AMICA KMI 751 100 C - page 80

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI 751 100 C - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI 751 100 C van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING KMI 751 100 C AMICA

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK 75

HANDELWIJZE BIJ STORINGEN 95

- verify if the induction hob is bu- ilt in according to instructions.79 Rated voltage 220-240V~50/60 Hz Rated power: 3,7kW - induction cooking zone: - Booster induction cooking zone: Ø 160 mm 1200/1400 W - Booster induction cooking zone: Ø 210 mm 2000/3000 W Dimensions: 300 x 522 x 60;; Weight: ca.5,5 kg; Meets the requirements of European standards EN 60335-1; EN 60335-2-6. SPECIFICATION80 Attentie! Het apparaat alleen gebruiken nadat u deze gebruiksaanwijzing hebt doorgelezen. Het apparaat is uitsluitend bestemd om te koken. Iedere andere toepassing van het apparaat (bijv. om ruimtes te verwarmen) is oneigenlijk en kan gevaarlijk zijn. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die het gebruik van het apparaat niet beïnvloeden. Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, Richtlijn voor ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt. Een kookplaat combineert uitzonderlijk gebruiksgemak met uitstekende prestaties. Na het lezen van de handleiding kent de bediening van de kookplaat voor u geen geheimen meer. Iedere kookplaat die de fabriek verlaat is vóór het inpakken op controleplekken grondig ge- controleerd op veiligheid en functionaliteit. Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen voordat u het apparaat inscha- kelt. Naleving van de aanwijzingen die erin zijn opgenomen beschermt u tegen onjuist gebruik. Bewaar de gebruiksaanwijzing en zorg dat u hem altijd binnen handbereik heeft. Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig op om ongevallen te voorkomen. BASISINFORMATIE NL81 Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het ap- paraat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken. Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookop- pervlakte. Attentie. Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden. Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebarsten, om elektrische schokken te voorkomen. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaat- svindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spe- len. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden verrichten. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis. Attentie. Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK82

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK

● Lees de gebruiksaanwijzing door voordat u de inductiekookplaat voor de eerste maal gebruikt. Alleen dan kunt u zeker zijn dat de kookplaat veilig functioneert en kunnen beschadigingen voorkomen worden. ● Als de inductiekookplaat in de buurt van een radio- of televisieontvanger of andere zendap- paratuur is geplaatst, moet het juist functioneren van de sensorbediening getest worden. ● De kookplaat moet door een gekwaliceerde elektricien geïnstalleerd worden. ● De kookplaat mag niet in de buurt van koelapparatuur geïnstalleerd worden. ● Het meubel waarin het apparaat geplaatst wordt, moet bestand zijn tegen temperaturen tot 100°C. Dit geldt ook voor het neer, de randlijsten, kunststofoppervlaktes, lijm en laklagen. ● Het apparaat mag pas gebruikt worden nadat het is ingebouwd. Alleen op deze manier bent u beschermd tegen het onbedoeld in aanraking komen met onder spanning staande onderdelen. ● Elektrische apparaten mogen alleen gerepareerd worden door gekwaliceerde specialisten. Onvakkundige reparaties leveren ernstig gevaar op voor de gebruiker. ● Het apparaat is pas afgesloten van het lichtnet, als de zekering in de meterkast is uitgescha- keld of wanneer de stekker uit het stopcontact is getrokken. ● De stekker van de aansluitkabel moet na de installatie van de plaat bereikbaar zijn. ● Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. ● Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met lichame- lijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, tenzij dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. ● Personen met implantaten die helpen bij de lichaamsfuncties (bv. pacemaker, insuli- nepompje of gehoorapparaten), moeten controleren of de werking van die apparaten niet wordt gestoord door de inductiekookplaat (de werkingsfrequentie van de induc- tiekookplaat bedraagt 20-50 kHz). ● Bij stroomuitval verdwijnen alle instellingen. Bij terugkeer van de spanning moet u bijzonder voorzichtig zijn. Zolang de kookzones heet zijn brandt de restwarmteindicator „H” en, net zoals bij het eerste gebruik, de sleutel van het kinderslot. ● De in het elektronische systeem ingebouwde restwarmteindicator laat zien of de kookzone is ingeschakeld of nog heet is. ● Als de wandcontactdoos zich in de buurt van een kookzone bevindt, let er dan op dat de kabel niet in aanraking komt met de hete plekken. ● Bij gebruik van vetten en oliën, mag u het apparaat niet zonder toezicht laten vanwege brandgevaar. ● Gebruik geen kookgerei van plastic of aluminiumfolie. Dit materiaal smelt bij hoge tempera- turen en kan de keramische glasplaat beschadigen. ● Suiker, citroenzuur, zout enz. mogen zowel in vloeibare als in vaste vorm net als plastic niet in aanraking komen met een hete kookzone. ● Mocht er per ongeluk toch suiker of kunststof op een hete kookzone terechtkomen, schakel deze dan niet uit voordat u de suiker of de kunststof met behulp van een scherpe schraper verwijderd heeft. Bescherm uw handen tegen verbranding en verwondingen.83 ● Bij het gebruik van de inductiekookplaat mogen slechts pannen en braadpannen met een vlakke bodem gebruikt worden, zonder scherpe randen of bramen, omdat anders permanente krassen ontstaan op de plaat. ● De verwarmingsoppervlakte van de inductiekookplaat is bestand tegen temperatuurschok- ken. Hij is zowel hitte- als koudebestendig. ● Voorkom het vallen van voorwerpen op de kookplaat. De inslag van harde en puntige vo- orwerpen, zoals een kruidenpotje, kunnen het barsten of versplinteren van de keramische glasplaat veroorzaken. ● Overkokende gerechten kunnen via beschadigde plekken in aanraking komen met onder spanning staande delen van de inductiekookplaat. ● Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebarsten, om elektrische schokken te voor- komen. ● Gebruik de oppervlakte van de kookplaat niet als snijplank of werkvlak. ● Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksel en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden. ● Bouw de kookplaat niet in boven een oven zonder ventilator of boven een afwasmachine, koelvrieskast of wasmachine. ● Bij inbouw van de kookplaat in het werkblad kunnen metalen voorwerpen die zich in de kastjes bevinden verhit raken door de lucht die uit het ventilatiesysteem van de kookplaat komt. Het gebruik van een direct scherm wordt daarom aanbevolen (zie afb. 2). ● Houdt u aan de aanwijzingen voor reiniging en onderhoud van de keramische glasplaat. Indien u het apparaat onjuist behandelt, vervalt uw recht op garantie.

AANWIJZINGEN VOOR VEILIG GEBRUIK84

Het apparaat is beveiligd te- gen transportschade. Na het uitpakken moet het verpak- kingsmateriaal zo verwerkt worden dat er geen risico voor het milieu ontstaat. Al het materiaal dat voor de verpakking is ge- bruikt is milieuvriendelijk, het kan voor 100% hergebruikt worden en het is gelabeld met het bijbehorende symbool. Attentie! Het verpakkingsmateriaal (poly- ethyleenzakjes, stukken polystyreen etc.) bij het uitpakken buiten het bereik van kinderen houden. UITPAKKEN

VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE

APPARATUUR Dit merkteken informeert dat dit apparaat na aoop van zijn levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval ver- wijderd mag worden. De ge- bruiker is verplicht om het aan te bieden bij een inzamelpunt voor gebruikte elektrische en elektronische apparatuur. De inzamelende instanties, waaronder lokale inzamelpunten, winkels en gemeentelijke instanties vormen een geschikt systeem voor de inzameling van deze apparatuur. De juiste behandeling van gebruikte elektrische en elektronische apparatuur leidt tot het vermijden van con- sequenties die schadelijk zijn voor de men- selijke gezondheid en de natuurlijke omge- ving en die voortkomen uit de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen en verkeerde opslag en verwerking van dergelijke appa- ratuur. Dit product is in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG en de Poolse wet op gebruikte elektrische en elektroni- sche apparatuur, gemerkt met het symbool van een doorgekruiste verrijdbare afvalbak. ENERGIE BESPAREN Wie verantwoordelijk omga- at met energie, beschermt niet alleen zijn portemon- nee, maar handelt ook mi- lieuvriendelijk. Help da- arom mee om zuinig te om te gaan met elektriciteit! Dit kan op de volgende manier: ●Gebruik geschikt kookgerei. Door pannen te gebruiken met een vlakke en dikke bodem bespaart u tot 1/3 elektriciteit. Vergeet niet het deksel op de pan te leggen, anders is uw energieverbruik tot viermaal hoger! ●Kookzones en kookgerei schoon ho- uden. Vuil verstoort de warmteoverdracht - sterk ingebrand vuil kan vaak alleen verwijderd worden met middelen die het milieu zwaar belasten. ●Vermijd onnodig optillen van het deksel tijdens het koken. ●Bouw de kookplaat niet in de buurt van koel-/vriesapparatuur in. Hun energieverbruik zal daardoor onnodig toenemen.85

BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

Beschrijving van kookplaat Bedieningspaneel

1. Tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat

3. Kookzone-indicatie

5. Keuzetoetsen voor de kookzones

Inductiekookzone booster (terug) Ø 210 mm Inductiekookzone booster (front) Ø 160 mm

INSTALLATIE Voorbereiding van het werkblad voor inbouw van de kookplaat De dikte van het werkblad van het meubel dient 28 tot 40 mm te bedragen, de diepte van het werkblad minimaal 600 mm. Het werkblad moet vlak en waterpas zijn. Aan de kant van de muur moet het werkblad worden afgedicht en beveiligd tegen vocht en overlopen. Aan de voorkant moet de afstand tussen de rand van de opening en de rand van het werkblad minimaal 60 mm bedragen, aan de achterkant minimaal 50 mm. De afstand tussen de rand van de opening en de zijkant van het keukenkastje moet mi- nimaal 55 mm bedragen. De bekleding van de inbouwmeubelen en de lijm waarmee deze is vastgelijmd moeten bestand zijn tegen temperaturen van 100°C. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan kan het oppervlak vervormen of de bekleding loslaten. Bescherm de randen van de opening met materiaal dat bestand is tegen vocht. Maak de opening in het werkblad volgens de afmetingen uit afb. 1.

min 4 max 58 Płyta grzejna 2-polowa, szerokość 300 mm87 Het is verboden de kookplaat boven een oven zonder ventilatie te installeren. Bij installatie van de kookplaat in het werkblad moet een tussenschot worden geïnstalleerd. Als de kookplaat boven een inbouwoven wordt geïnstalleerd, hoeft de rekverdeler niet te worden geïnstalleerd. INSTALLATIE Installatie van kookplaat ● Sluit de kookplaat aan met een elektrische kabel volgens het meegeleverde aansluitsche- ma. ● maak het werkblad stofvrij, leg de kookplaat in de opening en druk hem stevig tegen het werkblad.

2- dichting van de kookplaat

3 - keramische plaat

min 650mm5-10 mm ≥25mm≥30mm≥30mmmin 650mm5-10 mm50285490600 min 38 min 4 max 58 Płyta grzejna 2-polowa, szerokość 300 mm88 INSTALLATIE Installatie van het apparaat zonder pak- king is niet toegestaan. Plaats de kookplaat symmetrisch in de meubelopening, zodanig dat de spleten tussen de kookplaat en de rand van het werkblad aan alle kanten gelijk zijn (g. 5). Aanbrengen van de pakking Afhankelijk van het model is de pakking door de fabrikant aangebracht (g. 1) Als de pakking niet door de fabrikant is aangebracht, ga dan als volgt te werk: Voordat u het apparaat in de aanrechtopening installeert, dient u de meegeleverde pakking op de onderzijde van de plaat aan te brengen (g. 2). Verwijder daartoe eerst de beschermfolie van de pakking en plak deze vervolgens zo dicht mogelijk tegen de rand van de plaat (g. 3, 4).

● De kookplaat heeft een vaste kabel met een aardingscontact en kan alleen aangesloten worden in een stopcontact 220-240 V ~ 50/60 Hz met een aardingspin. De stroomkring voor het stopcontact dient beveiligd te zijn met een zekering van 16 A.89 Installatie van de kookplaat gelijk aan het werkblad Maak een montagegat volgens de volgende afmetingen (mm): INSTALLATIE

Opgelet: De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan door het onjuist mon- teren van de kookplaat in het werkblad, met name door het vastlijmen aan het werkblad vanaf de onderkant. Aanwijzingen voor de installateur van het apparaat

  • Bij een werkblad van steen of keramische tegels kunt u de kookplaat het beste gelijk aan het werkblad installeren.
  • De dichting die op de onderkant van de kookplaat is aangebracht, mag er niet toe leiden dat de afwerkingssilicone onder de kookplaat terechtkomt. Als het nodig is om het apparaat te demonteren, snijd dan de siliconen rond de plaat met een scherp mes los. Als de silicone onder de plaat is terechtgekomen, is het lossnijden van de silicone niet mogelijk en kan het demonteren van de plaat ertoe leiden dat het keramische glas breekt.
  • De silicone die u gebruikt om de randen af te dichten, moet bestand zijn tegen een temper- atuur van min. 160OC.
  • Het verdient aanbeveling om het oppervlak van het werkblad af te werken met een geschikte lak (bijvoorbeeld met silicone) die het werkblad beschermt tegen het binnendringen van vocht.
  • Ongeschikte silicone kan verkleuring van natuursteen veroorzaken.
  • Houd u strikt aan de afmetingen op de montagetekening, met name de breedte van de frees waarop de kookplaat zal rusten.
  • Bij een defecte kookplaat bevelen we aan om contact op te nemen met de persoon die verant- woordelijk was voor de installatie van de kookplaat, zodat de plaat kan worden verwijderd vóór het bezoek van de servicetechnicus die de gemelde reparatie gaat uitvoeren. SILICONE DICHTING WERKBLAD KOOKPLAAT SILICONE DICHTINGALUMINIUMLIJST KOOKPLAAT WERKBLAD ALUMINIUMLIJST91 BEDIENING Voor het eerste gebruik van de kookplaat ● de inductiekookplaat eerst grondig reinigen. Behandel inductiekookplaten als glasoppe- rvlakken. ● bij het eerste gebruik kan het apparaat kortstondig gaan walmen, schakel daarom de luchtventilatie in of zet een raam open. ● neem bij het bedienen van het apparaat de veiligheidsvoorschriften in acht. Principes van de werking van een inductieveld De elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt door- gegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag- netisch veld. De inductietechnologie heeft twee grote voordelen: ● de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden; ● het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat. ● Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. ● Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. ● Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. ● Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten. De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de wer- king van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen. Deze geluiden zijn een normaal verschijnsel en betekenen niet dat de kookplaat defect is.92 BEDIENING De display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de ko- okzone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 10 minuten geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd. U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen. Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing.
  • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan.
  • Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel). De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat. De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. Veiligheidsinrichting: Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin- richting noodzakelijk. Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- aan aandrijvingsonderdelen. Hij werkt automatisch met twee verschillende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld. Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op gevaarlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel auto- matisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden. Detectie: pandetectie maakt de werking van de kookplaat en daarmee de verwarming mo- gelijk. Kleine voorwerpen die op de kookzone worden gelegd (bv. een lepeltje, mes, ring ...) worden niet herkend als pan en de kookplaat schakelt niet in.93 BEDIENING Basisvoorwaarde voor de goede werking en e󰀩ciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen. Kenmerken van het kookgerei. ● Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven.Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. ● Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat. ● Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt. ● Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt. ● Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn. ● Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een negatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhitting van het kookgerei veroorzaken. ● Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge temperaturen is gedeformeerd. ● Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig door het kookgerei verspreidt. Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kook- gerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn. Er kunnen ook problemen optreden met het detecteren van het kookgerei, of het gerei wordt helemaal niet gedetecteerd. De diameter van het ferromagnetische deel van het kookgerei moet passen bij de doorsnede van de kookzone om de beste kookresultaten te bereiken. Wan- neer het kookgerei niet wordt ontdekt op de door u gekozen kookzone, probeer dan een kookzone met een kleinere diameter. Keuze van het kookgerei voor het koken op een inductiekookzone94 BEDIENING Keuze van de pan voor de inductiekookzone Markering van keuken- gerei Controleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplaten Gebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven). RVS Aanwezigheid pan niet ontdekt Uitgezonderd pannen van ferromagnetisch staal Aluminium Aanwezigheid pan niet ontdekt Gietijzer Bijzonder geschikt Opgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken Geëmailleerd staal Bijzonder geschikt Aanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodem Glas Aanwezigheid pan niet ontdekt Porselein Aanwezigheid pan niet ontdekt Pannen met een kope- ren bodem Aanwezigheid pan niet ontdekt95 BEDIENING Bedieningspaneel ● Na het aansluiten van de kookplaat gaan alle indicatoren kort branden. De kookplaat is klaar voor gebruik. ● De kookplaat is uitgerust met elektronische tiptoetsen die worden ingeschakeld door ze met de vinger minimaal 1 seconde aan te raken. ● Bij iedere aanraking van een tiptoets hoort u een geluid. Plaats geen voorwerpen op de oppervlakten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd de toetsen goed schoon. Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzone Zolang de „0” helder oplicht op de kookzoneindicator (3) kunt u het gewenste vermogensniveau voor verwarming instellen met behulp van de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4). Inschakelen van de kookzone Schakel de gewenste kookzone (5) in, binnen 20 seconden na het aanzetten van de kookplaat met de tiptoets (1).

1. Na aanraking van de tiptoets van de gewenste kookzone (5) verschijnt op de bijbehorende

indicator voor het vermogensniveau het duidelijk verlichte cijfer „0”.

2. U kunt nu het gewenste verwarmingsniveau instellen met de tiptoetsen „+” (2) of „-” (4).

Inschakelen van de kookplaat Raak de tiptoets in-/uitschakelen (1) gedurende minimaal 1 seconde met de vinger aan. De kookplaat is actief als op alle indicatoren (3) het cijfer „0” oplicht. Als u binnen 20 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kook- plaat weer uit. Als u binnen 20 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de ko- okzone weer uit. De kookzone is actief als op alle displays een cijfer of letter oplicht. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het verwarmingsniveau in te stellen.96 BEDIENING Uitschakelen van de hele kookplaat ● De kookplaat is in werking zolang minimaal één kookzone is ingeschakeld. ● U schakelt de hele kookplaat uit door de tiptoets in-/uitschakelen (1) aan te raken. Als de kookzone heet is verschijnt op de kookzoneindicator (3) de letter „H” - het symbool voor restwarmte. Uitschakelen van de kookzones ● De kookzones moeten actief zijn. De indicator voor het vermogensniveau brandt helder. ● U schakelt de kookzone uit door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat aan te raken of door het vermogensniveau met behulp van de tiptoets „-” (4) terug te brengen naar „0”. Boosterfunctie „P” De boosterfunctie is gebaseerd op het verhogen van het vermogen van de zone ø 210 - van De boosterfunctie is gebaseerd op het verhogen van het vermogen van de zone ø 210 - van 2000W tot 3000W, ø 160 - van 1200W tot 1400W.2000W tot 3000W, ø 160 - van 1200W tot 1400W. Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en stelt u het vermogen in op Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en stelt u het vermogen in op „9”, vervolgens raakt u de tiptoets „+” (2) aan, waardoor de letter „P” op de display verschijnt.„9”, vervolgens raakt u de tiptoets „+” (2) aan, waardoor de letter „P” op de display verschijnt. U schakelt de boosterfunctie uit door de tiptoets „-” (4) aan te raken bij een actieve inductie-U schakelt de boosterfunctie uit door de tiptoets „-” (4) aan te raken bij een actieve inductie- kookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald.kookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzone Ø 160, 210 is de werkingstijd van de boosterfunctie beperkt tot 5 minuten. Na de automatische uitschakeling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen. De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet. Indien tijdens de werking van de boosterfunctie de temperatuur (van het elektro- nische systeem of de spoel) wordt overschreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen.97 BEDIENING Bij ingeschakelde boosterfunctie is het totale vermogen te groot. Het vermogen van de tweede zone uit het paar wordt automatisch gereduceerd. Regeling van de boosterfunctie Twee verticaal geplaatste kookzones vormen een paar. Restwarmteindicator Op het moment dat een hete kookzone wordt uitgeschakeld, verschijnt de letter „H” als signaal dat de kookzone nog heet is. Raak de kookzone niet aan in verband met het risico voor verbrandingen en zet er geen voorwerpen op die gevoelig zijn voor warmte! Als deze indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Wees u ervan bewust dat hij nog niet is afgekoeld tot de omgevingstemperatuur. Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet. Het kinderslot is bedoeld om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde inschakeling door kinderen. Inschakelen is alleen mogelijk als het kinderslot is uitgeschakeld. Kinderbeveiliging De kinderslotfunctie is mogelijk bij zowel een ingeschakelde als een uitgeschakelde kookplaat. De kookplaat blijft geblokkeerd totdat het kinderslot wordt opgeheven, zelfs wan- neer het bedieningspaneel wordt in- en uitgeschakeld. Het loskoppelen van de stroomvoorziening schakelt het kinderslot van de kookplaat uit. In- en uitschakelen van de kinderslotfunctie U schakelt de kinderslotfunctie in en uit met behulp van de tiptoets (7) door hem 5 secon- den ingedrukt te houden. Het inschakelen van de kinderslotfunctie wordt gesignaleerd doordat de diode gaat branden.98 BEDIENING Beperking van de werkingsduur Om de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook- zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen, volgens de gebruiksaanwijzing. Alle kookzones kunnen tegelijkertijd werken met ingeprogrammeerde tijd met behulp van de timer. Timer De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker. Aanzetten van de timer De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker.

  • Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer „0” gaat helderder branden.
  • Stel met de hulp van de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) het gewenste vermogensniveau in binnen het bereik van 1-9.
  • Activeer vervolgens binnen 10 seconden de timer door tegelijkertijd de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) aan te raken.
  • Stel met de hulp van tiptoetsen „+” (2) of „-” (4) de gewenste kooktijd in (01 tot 90 minu- ten). Op de display van de kookzone die wordt aangestuurd door de timer verschijnt een decimale punt. Om energie te besparen een wordt het vermogensniveau „9” na 30 mi- nuten automatisch verlaagd naar vermogensniveau „8”. De kooktijd verandert niet. Vermogensnive- au verwarming Maximale we- rkingsduur in uren

1 8,62 6,73 5,34 4,35 3,56 2,87 2,3 9 1,5P - Ø 220Ø 220 0,0899 BEDIENING Wijziging van de ingestelde kooktijd Op ieder moment van het kookproces kunt u de ingevoerde kooktijd wijzigen.

  • Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden.
  • Op de bovenste display verschijnen de cijfers van de reeds ingestelde timer.
  • Met hulp van de tiptoetsen „+” (2) of „-” (4) stelt u een nieuwe tijd in. Controle van de verstreken kooktijd U kunt de overgebleven kooktijd op ieder moment controleren door de keuzetoets voor de kookzone (5) aan te raken en vervolgens tegelijkertijd de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4). Uitzetten van de timer Na afloop van de ingeprogrammeerde kooktijd klinkt een geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de timer eerder uit te schakelen
  • dan activeert u met tiptoets (5) de kookzone Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden.
  • Activeer vervolgens met de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) de timer.
  • Zet met tiptoets „-” (4) de kooktijd op positie „00”. De timer schakelt uit en de kookzone blijft werken totdat u hem handmatig uitschakelt. Timer als kookwekker De timer kan ook worden gebruikt als extra alarm, wanneer de kookzones niet door de timer worden aangestuurd. Aanzetten kookwekker Wanneer de kookplaat is uitgeschakeld:
  • Schakel de kookplaat in door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat (1) aan te raken.
  • Activeer vervolgens de kookwekker door de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) tegelijkertijd aan te raken.
  • Stel met behulp van de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) de tijd van de kookwekker in.100 De warmhoudfunctie bevindt zich als extra vermogensniveau tussen de posities „0 1” en verschijnt op de display als het symbool

U schakelt de warmhoudfunctie in op de- zelfde wijze als beschreven in het punt „In- schakelen van de kookzone” U schakelt de warmhoudfunctie uit op de- zelfde wijze als beschreven in het punt „Uit- schakelen van de kookzone” BEDIENING Uitschakelen kookwekker Na afloop van de ingeprogrammeerde tijd klinkt een doorlopend geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de kookwekker eerder uit te schakelen

  • Activeer de kookwekker door de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) tegelijkertijd aan te raken.
  • Verminder vervolgens de tijd met de hulp van de tiptoets „-” (4) tot de positie „00”.
  • De kookwekker gaat uit.
  • Als de timer is ingesteld als kookwekker, dan werkt hij niet als timer voor de kooktijd. Warmhoudfunctie De warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Het vermogen van de kookzone wordt zo gestuurd door de warmhoudfunctie, dat de temperatuur van het gerecht bij benadering 65 °C bedraagt Hierdoor verandert een warm gerecht, dat klaar is om gegeten te worden, niet van smaak en blijft niet plakken aan de bodem van de pan. U kunt deze functie ook gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc. Voorwaarde voor juist gebruik van deze functie is het gebruik van een geschikte pan met een vlakke bodem, zodat de temperatuur van de pan exact gemeten kan worden door de voeler die zich in de kookzone bevindt. U kunt de warmhoudfunctie op iedere kookzone gebruiken. Uit microbiologische overwegingen bevelen wij aan om de geruchten niet te lang warm te ho- uden. Het bedieningspaneel schakelt deze functie dan ook na 2 uur uit.101 Het regelmatig reinigen en onderhouden van de kookplaat heeft grote invloed op de levensduur en storingsvrije werking van het apparaat. Schoonmaken na ieder gebruik ● Lichte, niet ingebrande verontreini- gingen met een vochtig doekje zonder reinigingsmiddel verwijderen. Het gebruik van een afwasmiddel kan een blauwe ver- kleuring veroorzaken. Deze hardnekkige vlekken kunnen vaak niet bij de eerste reiniging verwijderd worden, zelfs niet als u speciale reinigingsmiddelen gebruikt. ● Verwijder vastgebrande kookresten met een scherpe schraper en wis de oppervlakte met een vochtig doekje af.

REINIGING EN ONDERHOUD

Schraper voor het schoonmaken van de kookplaat Neem bij het reinigen van de kera- mische glasplaat dezelfde regels in acht als bij het reinigen van glasop- pervlakten. Gebruik nooit schurende of agressieve schoonmaakmiddelen, schuurpoeders of schuursponsjes met een ruw oppervlak. Gebruik ook geen stoomcleaners. Vlekken verwijderen ● Lichte, parelmoerkleurige vlekken ( aluminiumresten) kunt u verwijderen van de afgekoelde kookplaat met behulp van een speciaal reinigingsmiddel. Kalkresten (van overgekookt water) verwijdert u met azijn of speciale reinigingsmiddelen. ● Schakel de kookzone niet uit als u suiker, suikerhoudende gerechten, plastic of aluminiumfolie wilt verwijderen! Verwij- der kookresten (als ze nog heet zijn) meteen van de hete kookzone met een scherpe schraper. U kunt de kookzone uitschakelen zodra u de verontreiniging heeft verwijderd. Na afkoeling kunt u met behulp van speciale reinigingsmiddelen de kookplaat verder schoonmaken. De speciale reinigingsmiddelen zijn ver- krijgbaar in supermarkten, speciale winkels met elektronische apparatuur, drogisterijen, levensmiddelenzaken en keukenspeciaalza- ken. Scherpe schrapers zijn verkrijgbaar in winkels met bouwmaterialen, bouwgereed- schappen en schildersbenodigdheden.102

REINIGING EN ONDERHOUD

Reinigingsmiddelen nooit toepassen op een hete kookplaat. U kunt het beste het aangebrachte reinigingsmiddel laten drogen en vervolgens met een natte doek afwissen. Voordat u de glaskeramische kookplaat opnieuw verhit, moet u de resten van het reinigingsmiddel met een vochtige doek afvegen, omdat deze anders een bijtende werking kunnen hebben. Wij zijn niet aansprakelijk in het kader van de garantie, manier u de keramische glasplaat niet op de goede manier hebt behandeld. Attentie! Als om de een of andere reden de besturing niet werkt, terwijl het ap- paraat is ingeschakeld, schakel dan de hoofdschakelaar uit of schroef de zekering los en neem vervolgens contact op met de klantenservice. Attentie! Mochten er barsten of breuken in uw keramische glasplaat verschijnen, schakel dan onmiddellijk de kook- plaat uit en verbreek de aansluiting met het lichtnet. Draai hiertoe de zekering los of haal de stekker uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met de klantenservice. Periodieke onderhoudsbeurten Naast de normale schoonmaakwerkza- amheden moet u:

  • regelmatig de besturings- en werkonder- delen van de kookplaat controleren. na aoop van de garantieperiode minimaal één keer per twee jaar het apparaat na laten kijken door een servicedienst,
  • de geconstateerde storingen verhelpen,
  • periodiek de onderdelen van de kookplaat een onderhoudsbeurt geven. Attentie! Reparaties en afstelhandelingen moeten worden uitgevoerd door een bevoegde servicedienst of in- stallateur.103

HANDELWIJZE BIJ STORINGEN

Bij het optreden van storingen handelt u als volgt:

  • schakel alle functies van het apparaat uit
  • onderbreek de stroomtoevoer
  • bied het apparaat aan voor reparatie
  • omdat u zelf kleine storingen kunt verhelpen volgens de onderstaande aanwijzingen, dient u het apparaat eerst te controleren aan de hand van de punten in de volgende tabel, voordat u contact opneemt met de klantenservice.

PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING

1.Het apparaat werkt niet - stroomuitval -controleer de zekering en vervang deze als hij is door- gebrand 2.Het apparaat reageert niet op de ingevoerde waarden - het bedieningspaneel is niet ingeschakeld - inschakelen - de tiptoets is te kort aan- geraakt (minder dan een seconde) - raak de tiptoets langer aan - tegelijkertijd meerdere tiptoetsen aangeraakt - raak altijd maar één tipto- ets tegelijk gaan (uitgezon- derd het inschakelen van de kookzone) 3.Het apparaat reageert niet en laat een kort geluidssigna- al horen - het kinderslot is ingescha- keld (blokkade) - schakel het kinderslot (blokkade) uit 4.Het apparaat reageert niet en laat een kort geluidssi- gnaal horen - onjuiste bediening (de ver- keerde tiptoetsen aangera- akt of te snel aangeraakt) - schakel de kookplaat opnieuw in - de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd - de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken 5.Het hele apparaat schakelt uit - na inschakeling is er binnen 10 seconden geen enkele waarde ingevoerd -schakel het bedieningspa- neel opnieuw in en voer de gegevens onmiddellijk in - de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd - de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken 6.Een kookzone schakelt uit en op de display verschijnt de letter „H” -beperking van de werkings- duur - schakel de kookzone opnieuw

- de tiptoets(en) is(zijn) bedekt of verontreinigd - de tiptoetsen vrijmaken of schoonmaken - oververhitting van de elek- tronische onderdelen104

HANDELWIJZE BIJ STORINGEN

licht niet op, terwijl de kook- zones nog heet zijn. - onderbreking van de stroomtoevoer, verbinding van het apparaat met het lichtnet onderbroken - restwarmteindicator gaat pas weer werken nadat het bedieningspaneel opnieuw is in- en uitgeschakeld.

8. Keramische plaat is

gebarsten. Gevaar! Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk onderbreken (zekering). Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. 9.Als het gebrek of de sto- ring niet nog steeds niet is opgeheven. Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk onderbreken (zekering!). Neem contact op met de dichtstbijzijnde klanten- service. Belangrijk! U bent verantwoordelijk voor de goede staat van het apparaat en het juiste gebruik ervan in de huishouding. Als u op basis van onjuist gebruik van het apparaat contact opneemt met de klantenservice, dan zijn ook binnen de garantieperiode de kosten van zo´n bezoek voor u. Voor schade die is ontstaan door het niet in acht nemen van deze gebruiksaanwijzing, kunnen wij helaas niet aansprakelijk gesteld worden.

10. De inductiekookplaat

maakt een schurend geluid. Dat is een normaal verschijnsel. De koelventilator van de elek- tronische onderdelen werkt.

11. De inductiekookplaat ma-

akt een uitend geluid. Dat is een normaal verschijnsel. Conform de werkfrequentie van de spoelen tijdens het gebruiken van een aantal kookzo- nes, maakt de kookplaat bij maximaal vermogen en een licht uitend geluid.

2- dichting van de kookplaat

3 - keramische plaat

Het is verboden de kookplaat boven een oven zonder ventilatie te installeren. Bij installatie van de kookplaat in het werkblad moet een tussenschot worden geïnstalleerd. Als de kookplaat boven een inbouwoven wordt geïnstalleerd, hoeft de rekverdeler niet te worden geïnstalleerd. min 650mm5-10 mm ≥25mm≥30mm≥30mmmin 650mm5-10 mm50285490600 min 38 min 4 max 58 Płyta grzejna 2-polowa, szerokość 300 mm139

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : KMI 751 100 C

Categorie : Fornuis