VSP 2405 - Voeding VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VSP 2405 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VSP 2405 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Voeding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VSP 2405 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VSP 2405 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VSP 2405 VOLTCRAFT
NL GEBRUIKSAANWIJZING
Pagina 58 - 75
NL Colofon in onze gebruiksaanwijzingen
Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van de firma Voltcraft®, Lindenweg 15, D-92242 Hirschau/Duitsland, Tel. +49 180/586 582 7 (www.voltcraft.de).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden.
Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruikname en gebruik, ook als u dit product doorgeeft aan derden.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u deze later nog eens kunt nalezen!
U vindt een opsomming van de inhoud in de inhoudsopgave met aanduiding van de pagina-nummers op pagina 58.

text_image
POWER VOLTCRAFT. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 A-OUTPUT (Master) 0.0.0 V 0.0.0 A A-B MODE C-limit series tracking series parallel individual B C-limit CV OT CC coarse coarse coarse coarse + - 22 21 20 19 18 + - 17 16 15 14 B-OUTPUT 0.0.0 V 0.0.0 A C-OUTPUT ⑪ overload ⑫ V-adjust ⑬ show value ⑭
text_image
B OUTPUT V ref OUT V ref IN COMMON (+) SENSE OUT (+) SENSE IN (-) SENSE OUT (-) SENSE IN A OUTPUT V ref OUT V ref IN COMMON (+) SENSE OUT (+) SENSE IN (-) SENSE OUT (-) SENSE IN 29 28 26 27
Einführung
Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uitstekend product in huis gehaald.
U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek met name onderscheidt door specifieke vakkundigheid en permanente innovatie.
Met Voltcraft® worden gecompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionele gebruiker al gauw kinderspel. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie tegen een buitengewoon voordelige prijs-kwaliteitverhouding.
Wij zijn ervan overtuigd: uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een lange en prettige samenwerking.
Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Inhoudsopgave
Inleiding ....58
Voorgeschreven gebruik....59
Bedieningselementen 60
Veiligheidsvoorschriften en risico's 61
Functiebeschrijving....63
Ingebruikname 63
Aansluiting van het netsnoer 63
Opstellen van de verwarming....63
Uitgangsspanning van de uitgangen A en B instellen 64
Uitgangsstroom van de uitgangen A en B instellen 64
Uitgangsspanning van uitgang C instellen....65
Aansluiten van een verbruiker 65
Individueel bedrijf 66
Parallelbedrijf 66
Seriebedrijf 68
Seriebedrijf met master-regeling 69
Afstandsbedieningsbedrijf „Remote“ 70
Sensorbedrijf "Sense" 70
Verwijdering 72
Onderhoud en reiniging 72
Netzekering vervangen 72
Verhelpen van storingen....73
Voorgeschreven gebruik
De programeerbare labovoeding dient als potentiaalvrije DC-spanningsbron voor het gebruik van laagspanningsapparaten. Er zijn drie instelbare en van elkaar onafhankelijke uitgangen beschikbaar. De uitgangen A en B kunnen met behulp van toetsen met elkaar geschakeld en geregeld worden. Zo kan eenvoudig een spannings- en stroomverdubbeling gerealiseerd worden. Bij een serieschakeling van de uitgangen kunnen aanraakgevaarlijke spanningen >75 V/DC opgewekt worden. Vanaf deze spanning moeten omwille van veiligheidsredenen geïsoleerde leidingen/meetsnoren worden gebruikt. De aansluiting wordt uitgevoerd met behulp van 4 mm veiligheidsbussen.
De uitgangsgegevens van de laboratoriumvoedingen zijn als volgt:
| Bestelnr. Artikel | lomschrijving Uitgang A | Uitgang B | Uitgang C | ||
| 51 27 73 VSP | 2206 0.1 - 20 V/DC | 0.1 - 20 V/DC | 0 - 6 A | 0.1 - 6 A max. | 1.5A |
| 51 27 74 VSP | 2403 0.1 - 40 V/DC | 0.1 - 40 V/DC | 0 - 3 A | 0 - 3 A max. | 1.5A |
| 51 27 75 VSP | 2405 0.1 - 40 V/DC | 0.1 - 40 V/DC | 0 - 5 A | 0 - 5 A max. | 1.5A |
| 51 19 19 VSP | 2410 0.1 - 40 V/DC | 0.1 - 40 V/DC | 0 - 10 A | 0 - 10 A max. | 1.5A |
| 51 27 76 VSP | 2653 0.1 - 65 V/DC | 0.1 - 65 V/DC | 0 - 3 A | 0 - 3 A max. | 1.5A |
De spanning en stroomsterkte bij uitgang A en B en de spanning bij uitgang C zijn traploos regelbaar. De spannings- en stroomwaarden van uitgang C worden na een toetsdruk via het display van uitgang B weergegeven.
De instelling van spanning en stroom wordt met behulp van grof- en fijnregelaars uitgevoerd, zodat een snelle en nauwkeurige instelling van de waarde mogelijk is. De waarden worden in twee gescheiden, overzichtelijke LC-displays weergegeven.
De uitgangsspanning van uitgang A en B kan via een externe spanning ingesteld en onafhankelijk van de belasting door de sense-functie absoluut stabiel worden gehouden.
De stroombegrenzing voor constante stroomvoorziening kan via een druk op de toets vooraf worden ingesteld. Een kortsluitingsbrug op de uitgang is tijdens het instellen niet nodig.
Het apparaat is bestand tegen overbelasting en kortsluitingen en beschikt over een veiligheidstemperatuuruitschakeling.
De labovoeding voldoet aan veiligheidsklasse 1. Dit product is alleen goedgekeurd voor aansluiting op een randgeaarde contactdoos met een gebruikelijke wisselspanning van 230 V/AC. De aardpotentiaalbus is direct verbonden met de randaarde van de netstekker.
Het gebruik onder inwerking van ongunstige omgevingsomstandigheden is niet toegestaan. Ongunstige omstandigheden zijn:
- vocht of een te hoge luchtvochtigheid
- Stof en brandbare gassen, dampen of oplossingsmiddelen.
- onweer resp. weersomstandigheden zoals sterk elektrostatische velden enz.
Een andere toepassing dan hierboven beschreven kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het complete product mag niet worden veranderd of omgebouwd!
De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!
Bedieningselementen
zie uitklappagina
(1) Netschakelaar voor inbedrijfname (I = IN / O = UIT)
(2) Bedrijfsindicatie
(3) LC-display (kort „display“) voor uitgang A
(4) Statusweergave uitgang A (CV = constante spanning, OT = overtemperatuur, CC = stroombegrenzing)
(5) Keuzeschakelaar "series tracking" voor de serieschakeling van de uitgangen A & B. De regeling van beide uitgangen wordt via de "master"-regelaar van uitgang A uitgevoerd.
(6) Keuzeschakelaar "series" voor de serieschakeling van de uitgangen A & B (spanningsverdubbeling). De regeling wordt gescheiden uitgevoerd.
(7) Keuzeschakelaar "parallel" voor de parallelschakeling van de uitgangen A & B (stroomverdubbeling). De spanningsregeling van beide uitgangen gebeurt via de "master"-regelaar van uitgang A.
(8) Keuzeschakelaar „individual“. Elke uitgang isonafhankelijk van elkaar instelbaar.
(9) Statusweergave uitgang B (CV = constante spanning, OT = overtemperatuur, CC = stroombegrenzing)
(10) LC-display (kort „display“) voor uitgang B
(11) Overbelastingsindicator voor uitgang C (stroombegrenzing actief)
(12) Instelregelaar voor de spanning van uitgang C
(13) Druktoets voor spannings- en stroomweergave van uitgang C in het display van uitgang B (10)
(14) Aansluitbus minpool van uitgang C
(15) Aansluitbus pluspool van uitgang C
(16) Aansluitbus minpool van uitgang B
(17) Aansluitbus pluspool van uitgang B
(18) Stroominstelregelaar voor uitgang B (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(19) Spanningsinstelregelaar voor uitgang B (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(20) Aansluitbus „aardpotentiaal“
(21) Stroominstelregelaar voor uitgang A (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(22) Spanningsinstelregelaar voor uitgang A (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(23) Aansluitbus minpool van uitgang A
(24) Aansluitbus pluspool van uitgang A
(25) Apparaatvoeten aan de voorkant opklapbaar
(26) Zekeringhouder voor de netzekering
(27) Beschermcontact-koude apparaataansluiting voor netsnoer
(28) Aansluitklemmen voor afstandsbesturing- en sense-aansluiting uitgang B
(29) Aansluitklemmen voor afstandsbesturing- en sense-aansluiting uitgang A
(30) Toets "C-limit" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang A
(31) Toets "C-limit" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang B
Veiligheidsvoorschriften en risico's

Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat en voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet verantwoordelijk!
Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten.
Volg de instructies en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een veilige werking te garanderen! Let op de volgende symbolen:

Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut opgevolgd dienen te worden.

Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.

Het "hand"-symbool vindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening.

Alleen voor toepassing in droge binnenruimtes

Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen.

Aardpotentiaal

Aardklem; deze schroef mag niet worden losgedraaid

De ingebouwde scheidingstransformator is niet bestendig tegen kortsluiting. De beveiligingsinstallatie is achter de trafo geschakeld (elektronische overbelastings- en kortsluitbeveiliging).
Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen.
In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op het werken met apparaten op netvoeding.
Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de grond en de netvoeding absoluut droog zijn.
Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd.
Voordat het apparaat wordt geopend, moet deze van alle spanningsbronnen zijn losgekoppeld.
Condensators in het toestel kunnen nog geladen zijn, ook als het toestel van alle spanningsbronnen losgemaakt werd.
Schakel de labovoeding apparaat nooit meteen in nadat ze van een koude in een warme ruimte is gebracht. Het condenswater dat wordt gevormd, kan onder bepaalde omstandigheden het apparaat beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen.
De netvoeding wordt warm tijdens gebruik; zorg voor voldoende ventilatie. Ventilatiesleuven mogen niet worden afgedekt!
De netvoeding en aangesloten verbruikers mogen niet zonder toezicht in werking zijn.
Tijdens het werken met voedingsapparaten is het dragen van metalen of geleidende sieraden, zoals kettingen, armbanden, ringen o.i.d. verboden.
De netvoeding is niet voor toepassing op mensen en dieren toegestaan.
Stal het apparaat niet bloot aan mechanische belastingen. Een val van op geringe hoogte kan het apparaat reeds beschadigen. Trillingen en direct zonlicht moeten worden vermeden.
Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:
- het apparaat zichtbaar is beschadigd,
- het apparaat niet meer functioneert en
- het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of
- het apparaat tijdens transport zwaar is belast.
Neem ook de veiligheidsvoorschriften in acht, zoals die beschreven zijn in de afzonderlijke hoofdstukken resp. in de gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparaten.
Functiebeschrijving
De labo-voeding werkt met geavanceerde schakel-technologie en actieve PFC (vermogenfactor-correctie). Dit maakt een stabiele uitgangsspanning en een hoog rendement mogelijk. De gelijkspanningsuitgangen zijn galvanisch gescheiden en voorzien van een veiligheidsontkoppeling ten opzichte van de netspanning. De secundaire DC-aansluiting wordt telkens via twee gekleurde veiligheidsbussen uitgevoerd.
In overzichtelijke dual-displays worden de spanningen en stromen voor de uitgangen A en B gescheiden weergegeven (V = Volt = eenheid van de elektrische spanning, A = Ampère = eenheid van de elektrische stroom). Uitgang C wordt door het drukken op een toets in het display van uitgang B weergegeven. De actuele toestand van de voeding wordt aangegeven via LED's. Diverse beveiligingen, zoals bijvoorbeeld tegen overbelasting, stroombegrenzing, oververhitting enz. werden voorzien voor een veilig en betrouwbaar bedrijf.
De voeding wordt gekoeld met behulp van geïntegreerde ventilatoren. Er moet bijgevolg worden gelet op een voldoende luchtcirculatie.
De voeding kan de uitgangsspanning en de uitgangsstroom traploos instellen (bij uitgang C alleen de spanning).
Ingebruikname

De voeding is geen lader. Gebruik voor het laden van accu's geschikte laders met een geschikte laaduitschakeling.
Bij langdurig gebruik met nominale last wordt het oppervlak van de behuizing warm. Let op! Mogelijk gevaar op verbranden! Zorg daarom altijd voor voldoende ventilatie rondom de netvoeding en gebruik deze nooit geheel of gedeeltelijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een verbruiker op de voeding op dat deze uitgeschakeld is. Een ingeschakelde verbruiker kan bij aansluiting op de uitgangsklemen van de voeding leiden tot vonkvorming, wat op haar beurt kan leiden tot beschadiging van de aansluitbussen resp. tot schade aan de aangesloten leidingen en/of hun klemmen.
Koppel de voeding los van het net als ze niet wordt gebruikt.
Aansluiting van het netsnoer
Verbind de meegeleverde netkabel met randaarde met de netaansluiting (27) van de netvoeding. Controleer de aansluiting.
Verbind het netsnoer met een goedgekeurd stopcontact met randaarde.
Opstellen van de verwarming
Plaats de labo-voeding op een stabiele, vlakke en degelijke ondergrond. Let er op, dat de verluchtingsgleuven van het apparaat niet worden afgedekt.
De voorste apparaatvoeten kunnen omhoog worden geklapt, zodat de displays eenvoudiger afgelezen kunnen worden. Hierdoor kan de netvoeding schuin worden neergezet.
Uitgangsspanning van de uitgangen A en B instellen
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „individual“ (8). De uitgangen A en B kunnen afzonderlijk geregeld worden.
Zet de stroominstelregelaars „A“ (21 en 18) in de middenpositie.
Met behulp van de beide draairegelaars „V coarse“ en „V fine“ kan de uitgangsspanning voor de uitgangen A en B worden ingesteld.
„coarse“ Grofregelaar voor het snel veranderen van de spanning „fine“ Fijnregelaar voor het nauwkeurig instellen van de spanning

In normaal bedrijf werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. Dit betekent dat de voeding een vooraf ingestelde, constante spanning afgeeft. Deze modus wordt met de groene statusindicator "CV" (4 of 9) weergegeven.
Stroombegrenzing van de uitgangen A en B instellen
De instelling van de uitgangsstroom is een beschermingsmechanisme, om de verbruiker of de aansluitdraden te beschermen. De stroombegrenzing kan zonder kortsluiting aan de uitgang vooraf worden ingesteld. Het netapparaat levert maximaal de vooraf ingestelde stroom.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Draai de stroomregelaars „A coarse“ en „A fine“ (21 of 19) geheel naar links.
Druk voor uitgang A of B de overeenkomstige toets "C-limit" (30 of 31) in en houd deze toets gedurende de afstelprocedure ingedrukt. De indicator "CC" licht op tijdens het instellen. In de modus "parallel" moeten beide toetsen gelijktijdig worden ingedrukt. De overeenkomstige uitgang wordt automatisch uitgeschakeld, zolang de toets "C-limit" wordt ingedrukt.
Via de beide draairegelaars „A coarse“ en „A fine“ kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. De LED-indicator „CC“ brandt zolang de stroombegrenzing actief is.
„coarse“ Grofregelaar voor het snel veranderen van de stroom „fine“ Fijnregelaar voor het nauwkeurig instellen van de stroom
Laat na het succesvol afstellen de toets "C-limit" los. Het display geeft weer de werkelijke stroomsterkte weer (bij open uitgang 0,00 A). De statusindicator „CV“ brandt.

Wordt de vooraf ingestelde stroomsterkte tijdens het normale gebruik bereikt, dan schakelt de voeding over op stroombegrenzing en vermindert daarbij de spanningswaarde. Dit bedrijf wordt aangegeven met de rode statusindicatie "CC" (11).
Uitgangsspanning van uitgang C instellen
De uitgang C is onafhankelijk van de ingestelde bedrijfsmodus (series/ parallel/individual) te gebruiken.
Verwijder aangesloten verbruikers van uitgang C.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Druk de toets „show value“ (13) en houdt deze tijdens het instellen van de spanning ingedrukt. In het display van uitgang B worden de spanning en de stroom van uitgang C weergegeven.
Met behulp van de draairegelaar „V-adjust“ (12) kan de uitgangsspanning voor uitgang C in worden gesteld.
Laat de toets (13) na het instellen van de spanning weer los.

Bij uitgang C is een vaste stroombegrenzing van ca. 1,5 A ingesteld, deze kan niet worden veranderd. Bij het bereiken van deze stroomgrens brandt de rode indicator „overload“ (11).
De betreffende spannings- en stroomwaarden kunnen te allen tijde door het drukken op de toets „show value“ (13) gecontroleerd worden.
Aansluiting van een verbruiker

Let bij het aansluiten van een verbruiker op dat deze uitgeschakeld met de voeding wordt verbonden. De max. stroomopnale van de aan te sluiten verbruiker mag de aanduidingen uit de technische gegevens niet overschrijden.
Bij het in serie schakelen van de uitgangen A en B of meerdere voedingen ontstaan aanraakgevaarlijke spanningen (> 75 VDC), deze kunnen bij aanraking levensgevaarlijk zijn. Vanaf deze spanning mogen alleen geïsoleerde accessoires (aansluitleidingen, meetleidingen, enz.) worden gebruikt.
Voorkom het gebruik van niet-geïsoleerde leidingen en contacten. Deze plaatsen dienen door geschikt, moeilijk ontvlambaar isolatiemateriaal of andere maatregelen te worden afgedekt om rechtsreeks contact te voorkomen.
Let op een voldoende sectie van de geleiders voor de verwachte stroomsterkte.
Individueel bedrijf
Bij het individuele bedrijf kunnen de beide uitgangen onafhankelijk van elkaar aangesloten en ingesteld worden. Deze functie maakt het gebruik van 2 verschillende uitgangsspanningen mogelijk.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „individual“ (8). De rode indicator boven de schakelaar brandt. De uitgangen A en B kunnen afzonderlijk geregeld worden.
Stel de parameters in naar wens zoals beschreven in het hoofdstuk "In gebruik nemen".
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-” van de betreffende uitgang (A/B).

text_image
A-OUTPUT + - B-OUTPUTDe aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker wordt in het display in ampère (A) weergegeven.
Parallelbedrijf
Bij het parallelbedrijf kunnen de uitgangen A en B gebruikt worden voor het verdubbelen van de stroom. In deze modus zijn de uitgangen A en B intern parallel geschakeld. Tot max. 10 A is geen externe bijkomende kanaalindeling nodig.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „parallel“ (7). De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters in naar wens zoals beschreven in het hoofdstuk "In gebruik nemen". De spannings-instelling gebeurt uitsluitend via uitgang A (master). De spanningsregelaar van uitgang B is gedactiveerd
De stroominstelling gebeurt in combinatie met uitgang A en B. De som van de beide stroomaanduidingen komt overeen met de uitgangsstroom.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Aansluiting bij een totale uitgangsstroom <10 A:
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-, van uitgang A.

text_image
A-OUTPUT + △ - <10A B-OUTPUT + △ -Aansluiting bij een totale uitgangsstroom >10 A:
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-, van uitgang A en B.

text_image
A-OUTPUT >10A B-OUTPUT
De dubbele aansluiting verhoogt de geleiderdoorsnede en vermindert de spanningsverlies op de leidingen. Gebruik de aansluitkabel met dezelfde lengte en dezelfde geleiderdoorsnede.
De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker wordt in het display in ampère (A) weergegeven. De som van de beide stroomaanduidingen komt overeen met de uitgangsstroom.
Seriebedrijf
Bij het seriebedrijf kunnen de uitgangen A en B gebruikt worden voor het verdubbelen van de spanning. In deze modus zijn de uitgangen A en B intern in serie geschakeld. Een externe aanvullende schakeling is niet nodig.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „series“ (6). De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters in naar wens zoals beschreven in het hoofdstuk "In gebruik nemen". De spanningsinstelling gebeurt in combinatie met uitgang A en B. De beide spanningsweergaven (A en B) moeten worden samengeteld; de som komt overeen met de uitgangsspanning.
De stroominstelling gebeurt naar keuze via uitgang A of B.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ (24) van uitgang A en de minpool (-) met de blauwe bus „-” (16) van uitgang B.

text_image
A-OUTPUT + - B-OUTPUT + -De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker wordt gelijktijdig in beide displays weergegeven. De stroom van één display komt overeen met de uitgangsstroom.

De stroominstelregelaars van beide uitgangen mogen zich niet in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, omdat anders niet het complete instelbereik van de spanning gebruikt kan worden.
Seriebedrijf met master-regeling
Deze modus wordt, net als bij het normale seriebedrijf, gebruikt voor het verdubbelen van de spanning van de uitgangen A en B. Het verschil is de regeling. Spanning en stroom worden hier uitsluitend via de instelregelaars van uitgang A geregeld. De uitgangen A en B zijn intern in serie geschakeld. Een externe aanvullende schakeling is niet nodig.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „series tracking“ (5). De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters in naar wens zoals beschreven in het hoofdstuk "In gebruik nemen". De spannings- en stroominstelling gebeurt enkel via de instelregelaar van uitgang A. De beide spanningsweergaven (A en B) moeten worden samengeteld; de som komt overeen met de uitgangsspanning.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ (24) van uitgang A en de minpool (-) met de blauwe bus „-” (16) van uitgang B.

text_image
A-OUTPUT + - B-OUTPUT + -De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker wordt gelijktijdig in beide displays weergegeven. De stroom van één display komt overeen met de uitgangsstroom.

De stroominstelregelaars van beide uitgangen mogen zich niet in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, omdat anders niet het complete instelbereik van de spanning gebruikt kan worden.
Afstandsbedieningsbedrijf „Remote“
De laboratoriumvoeding kan via een externe gelijkspanning op afstand worden bestuurd. De stuurspanning bedraagt 0 - 2,3 V/DC en regelt proportioneel het complete instelbereik van de betreffende uitgang. Het afstandsbedieningsbedrijf is alleen bij individueel en seriebedrijf mogelijk.

De stroominstelregelaars van beide uitgangen mogen zich niet in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, omdat anders niet het complete instelbereik van de spanning gebruikt kan worden. De spanningsregelaars moeten bij afstandsbedieningsbedrijf in de positie maximum staan zodat het volle instelbereik gebruikt kan worden.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B en schakel de netvoeding uit.
Verwijder aan de achterzijde van het apparaat de kunststofafdekking van de betreffende aansluitklemmen. Aansluitklemmen (28) voor uitgang A, aansluitklemmen (29) voor uitgang B.
Verwijder de kortsluitbrug tussen de aansluitklemmen „V ref OUT“ en „V ref IN“.
Sluit de pluspool van de externe stuurspanning aan de klem „V ref IN“ en de minpool aan de klem „COMMON“ aan.
Bevestig de kunststofafdekking weer op de aansluitklem.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar voor individueel of seriebedrijf. De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de stroombegrenzing volgens uw waarden in, zoals beschreven in het hoofdstuk „Inbedrijfname“. De spanning wordt nu via de externe stuurspanning ingesteld.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-”, van de betreffende uitgang.
De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.

Voor normaal regelbedrijf via die instelregelaar op het apparaat moet de kortsluitingsbrug op de achterkant tussen de klemmen "V ref OUT" en "V ref IN" opnieuw worden ingezet.

text_image
OUTPUT V ref OUT V ref IN COMMON 0 - 2,3 V/DC (+) SENSE OUT (+) SENSE IN (-) SENSE OUT (-) SENSE INHet sensor-bedrijf "Sense" maakt een nauwkeurige spanningsinstelling mogelijk, direct op de verbruiker. Een mogelijke spanningsval over de aansluitleidingen wordt op deze manier betrouwbaar gecompenseerd. Het sensorbedrijf is alleen bij individueel bedrijf mogelijk.

De stroominstelregelaars van beide uitgangen mogen zich niet in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, omdat anders niet het complete instelbereik van de spanning gebruikt kan worden.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B en schakel de netvoeding uit.
Verwijder aan de achterzijde van het apparaat de kunststofafdekking van de betreffende aansluitklemmen. Aansluitklemmen (28) voor uitgang A, aansluitklemmen (29) voor uitgang B.
Verwijder de beide kortsluitbruggen tussen de klemmen „(+) SENSE OUT“ en „(+) SENSE IN“ evenals „(-) SENSE OUT“ en „(-) SENSE IN“.
Verbind de verbruiker met de juiste polariteit aan de betreffende uitgangsbussen van de voeding.
Verbind de sensorleiding met de juiste polariteit tussen de aansluitklemmen van de verbruiker en de sensingang van de voeding. De plusleiding moet aan de klem „(+) SENSE IN“ en de minleiding aan de klem „(-) SENSE IN“ worden aangesloten.
Bevestig de kunststofafdekking weer op de aansluitklem.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar voor het individuele bedrijf. De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters in naar wens zoals beschreven in het hoofdstuk "In gebruik nemen".
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
Voor het normale bedrijf zonder sensor moeten de kortsluitbruggen weer geplaatst worden.

Verwijder bij het loskoppelen van de verbruiker steds eerst de voedingsleidingen, of schakel de lavo-voeding uit, voor u de sensor-leidingen losneemt. Als dit nietgebeurt lan de uitgangsspanning stijgen tot het maximum, en kan de verbruiker ev. beschadigd raken.

text_image
VSP OUTPUT V ref OUT V ref IN COMMON 0 - 2.3VDC (+) SENSE OUT (+) SENSE IN (-) SENSE OUT (-) SENSE INAfvalverwijdering

Oude elektronische apparaten kunnen gerecycled worden en horen niet thuis in het huisvuil. Indien het apparaat onbruikbaar is geworden, dient het in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften te worden afgevoerd naar de gemeentelijke verzamelplaatsen. Afvoer via het huisvuil is niet toegestaan.
Onderhoud en reiniging
Afgezien van een incidentele reiniging of het vervangen van een zekering is de laboratoriumvoeding onderhoudsvrij. Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat een schone, droge, antistatische en pluisvrije reinigingsdoek zonder toevoeging van schurende, chemische en oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Netzekering vervangen
Kan de laboratoriumvoeding niet meer ingeschakeld worden, dan werd waarschijnlijk de netbeveiliging aan de achterzijde (26) geactiveerd.
Voor het vervangen van de netzekering gaat u als volgt te werk:
Schakel de voeding uit, verwijder alle aansluitkabels van het apparaat en haal de netstekker uit het stopcontact.
Druk met een geschikte schroevendraaier de zekeringhouder aan de achterzijde (9) een beetje naar binnen en draai deze met een kwartslag tegen de wijzers van de klok eruit (bajonetsluiting).
Vervang de defecte zekering door een nieuwe zwakstroomzekering (5x20 mm) van hetzelfde type en met dezelfde nominale stroomsterkte. De zekeringwaarde vindt u in het hoofdstuk „Technische gegevens“.
Draai de zekering in wijzerzin en onder het uitoefenen van enige druk in de zekeringhouder.
Verhelpen van storingen
U heeft met deze labovoeding een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik.
Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen.
Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen:

Neem beslist de veiligheidsvoorschriften in acht!
| Storing Mogelijke oorzaak | |
| De voeding kan Brandt de bedrijfs zich niet inschakelen. Controleer de netspanning (evt. netzekering in het apparaat resp. de beveiligingsschakelaar in de kabel controleren). | indicator op de voeding (2)? |
| Aangesloten verbruikers Is de juiste spanning ingesteld? functioneren niet. Is de polariteit juist?Controleer de technische gegevens van de verbruiker. | spanning ingesteld? |
| De „OT“-indicator brandt. Het toestel is overbelast en oververhit.Laat het apparaat ingeschakeld maar zonder belasting afkoelen. | is overbelast en oververhit. |
| De „CC“-indicator brandt. Constante stroomvoedingDe vooringestelde stroomsterkte werd overschreden. Controleer de stroomopname van uw verbruiker en vergroot ev. de stroombegrenzing van de voeding. | Laat het apparaat ingeschakeld maar zonder belasting afkoelen. |
| De indicatie “CV” licht op. Constante spanningsvoorzieningDe netadapter werkt normaal. Aan de uitgang wordt de ingestelde, constante spanning uitgegeven. | stroomvoedingDe vooringestelde stroomsterkte werd overschreden. Controleer de stroomopname van uw verbruiker en vergroot ev. de stroombegrenzing van de voeding. |
Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat, bijv. op beschadiging van de behuizing.

Een reparatie mag uitsluitend plaatsvinden door een vakman die vertrouwd is met de risico's resp. toepasselijke voorschriften. Bij het eigenmachtig uitvoeren van wijzigingen of reparaties aan of in het apparaat, vervalt elke aanspraak op garantie. Zekeringen en reserveonderdelen vallen niet onder de garantie.
Technische gegevens
| VSP 2206 | VSP 2403 | VSP 2405 | VSP 2410 | VSP 2653 | |
| Uitgangsvermogen 249 VA | 249 VA 409 VA | 809 VA 399 VA | |||
| Uitgangsspanning 0.1 - 20 DC-uitgang A | V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V | ||||
| Uitgangsstroom Uitgang A | 0 - 6 A | 0 - 3 A | 0 - 5 A | 0 - 10 A | 0 - 3 A |
| Uitgangsspanning 0.1 - 20 DC-uitgang B | V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V 0.1 - 40 V | ||||
| Uitgangsstroom Uitgang B | 0 - 6 A | 0 - 3 A | 0 - 5 A | 0 - 10 A | 0 - 3 A |
| Uitgangsspanning DC-uitgang C | 0.1 - 6 V | ||||
| Uitgangsstroom Uitgang C | max. 1.5 A | ||||
| Rimpel bij nominale belasting | |||||
| Uitgang A van Vmax | < 0,025% | < 0,025% | < 0,0125% | < 0,025% | < 0,0125% |
| Uitgang B van Vmax | < 0,025% | < 0,025% | < 0,0125% | < 0,025% | < 0,0125% |
| Uitgang C van Vmax | < 0,005% | < 0,005% | < 0,005% | < 0,006% | < 0,005% |
| Spannings-Regeling bij 100% lastwijziging | < 0,04% (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax), (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax, (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax; (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax); (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax): (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax) (Vmax). | ||||
| Spannings-Regeling bij 20% netschommeling | < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,005% < 0,5 mA < 6 mA < 6 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 230 V/AC ( ± 20% ) 47 - 53 Hz | ||||
| stroomregeling bij 100% lastwijziging | < 5 mA < 6 mA < 6 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA <5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA <5 mA < 5 mA < 5mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA <5 mA < 5 mA < 5 mA< 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA< 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA <5 mA < 5 mA < 5 mA <5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 10 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 2 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 10 mA < 10 mA < 1OVA < 10 mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A> 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A > 1A | ||||
| Stroomregeling bij 20% netschommeling | < 5 mA < 6 mA < 6 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 10 mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 10 mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 1mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 5 mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2 mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 2mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1 mA < 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA< 1mA | ||||
| Netzekering Traag (5 x 20 mm) | T2,5A/250V | T2,5A/250V | T3,15A/250V | T6,3A/250V | T3,15A/250V |
| Bedrijfstemperatuur | 0 tot +40°C | ||||
| Relatieve luchtvochtigheid | max. 80%, niet condenserend | ||||
| Veiligheidsklasse 1 | |||||
| Netaansluiting Inbouwstekker, IEC 320 C14 | |||||
| Gewicht 7.3 kg 7.5 kg 7.3 kg | |||||
| Afmetingen 437 x 88 x 340(B x H x D) mm | |||||