S6053 - Airconditioning QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S6053 QLIMA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S6053 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S6053 van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING S6053 QLIMA
1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
2. RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.
Geachte mevrouw, meneer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Qlima airconditioner. U hebt een kwaliteitsproduct gekocht waar u, indien het verantwoord gebruikt wordt, jaren van zult genieten. Lees eerst deze gebruiksaanwijzingen om ervoor te zorgen dat u van de maximale levensduur van uw apparaat kunt genieten. Wij bieden, namens de fabrikant, een garantie van 24 maanden op alle materiaaldefecten en productiefouten en een garantie van 48 maanden op de compressor van het apparaat. Geniet van uw airconditioner. Met vriendelijke groet, PVG Holding b.v. Afdeling Klantenservice1
J. AANSLUITING VAN DE LEIDINGEN MET KOELMIDDEL K. ELEKTRISCHE CONTROLES EN CONTROLES OP GASLEKKEN L. TESTRUN M GARANTIEVOORWAARDEN BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze handleiding aandachtig vóór het installeren of bedienen van uw nieuwe airconditioning. Bewaar deze handleiding voor raadpleging in de toekomst.1
VEILIGHEIDSMAATREGELEN Lees de veiligheidsmaatregelen voor het gebruiken en installeren Een onjuist installatie omwille van het nege- ren van instructies, kan leiden tot ernstige schade of let- sel. De ernst van mogelijke schade of letsel, wordt aan- gegeven via de woorden WAARSCHUWING of OPGELET. WAARSCHUWING Dit symbool wijst op de mogelijkheid op persoonlijk letsel of een fataal ongeluk. OPGELET Dit symbool wijst op de kans op schade aan eigendom of ernstige gevolgen. WAARSCHUWING Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen ouder dan 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of verstan- delijke beperkingen of gebrek aan ervaring of kennis, als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren begrijpen die met het gebruik ervan samenhangen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het schoonmaken en uitvoeren van ander onderhoud mag niet worden gedaan door kinderen zonder toezicht(Landen van de Europese unie). Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysische, motorische of mentale mogelijkheden, of met een gebrek aan ervaring en kennis, behalve onder toezicht of wanneer ze uitleg betref- fende het gebruik van het apparaat hebben gekregen van een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan, om te verzekeren dat ze niet met het apparaat spelen.1
- Als er zich een abnormale toestand voordoet (zoals een brandgeur), zet het apparaat dan onmiddellijk uit en koppel de voeding los. Bel uw dealer voor aanwijzingen om een elektrische schok, brand of letsel te vermijden.
- Steek geen vingers, stangen of andere voorwerpen in de luchtinlaat en luchtuitlaat. Dit kan letsel veroorzaken, omdat de ventilator tegen hoge snelheid kan draaien.
- Gebruik geen brandbare spray's, zoals haarlak, lak of verf in de buurt van de unit. Dit kan brand of ontsteking ver- oorzaken.
- Gebruik het apparaat niet op plaatsen in de buurt van brandbare gassen. Uitgestoten gas kan zich rond de unit verzamelen en een ontploffing veroorzaken.
- Installeer uw apparaat niet in een vochtige ruimte, zoals een badkamer of wasplaats. Te veel blootstelling aan water kan leiden tot een kortsluiting van de elektrische onderdelen.
- Stel uw lichaam niet gedurende lange tijd rechtstreeks bloot aan gekoelde lucht.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen. Kinderen in de buurt van de unit moeten te allen tijde onder toezicht staan.
- Als het apparaat samen met kachels of andere verwarmin- gen gebruikt wordt, zorg dan voor een goede verluchting van de ruimte om een zuurstoftekort te vermijden.
- In bepaalde werkomgevingen, zoals keukens, serverruimtes, enz., wordt het gebruik van speciaal ontworpen appara- ten ten zeerste aanbevolen.
WAARSCHUWINGEN VOOR REINIGING EN ONDERHOUD
- Schakel het apparaat uit en koppel de voeding los vóór het reinigen. Dit nalaten kan een elektrische schok ver- oorzaken.
- Reinig het apparaat niet met overmatige hoeveelheden water.
- Reinig het apparaat niet met brandbare reinigingsmid-1
delen. Brandbare reinigingsmiddelen kunnen brand of vervorming veroorzaken. OPGELET
- Schakel het apparaat uit en koppel de voeding los wan- neer u deze gedurende lange tijd niet zult gebruiken.
- Schakel de unit uit en koppel de voeding los tijdens storm- weer.
- Zorg ervoor dat het gecondenseerde water ongehinderd uit de unit kan lopen.
- Bedien het apparaat niet met natte handen. Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat niet voor een ander doeleinde dan het bedoelde gebruik.
- Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de buitenunit.
- Laat het apparaat niet gedurende langere periodes wer- ken met geopende ramen of deuren of wanneer de voch- tigheid zeer hoog is. ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN
- Gebruik alleen de bijgeleverde stroomkabel. Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, diens monteur of een vergelijkbaar gekwalificeerde per- soon worden vervangen, om gevaren te vermijden.
- Houd de voedingsstekker schoon. Vermijd dat er zich stof or vuil op of rond de stekker verzamelt. Vuile stekkers kunnen brand of een elektrische schok veroorzaken.
- Trek niet aan de stroomkabel om de stekker uit het stop- contact te trekken. Houd de stekker stevig vast en trek deze uit het stopcontact. Aan de kabel trekken kan deze bescha- digen, met brand of een elektrische schok als gevolg.
- Pas de lengte van de stroomkabel niet aan of gebruik geen verlengkabel om de unit te voeden.
- Deel geen stopcontact met andere apparaten. Een onjuiste of onvoldoende voeding kan brand of een elektrische schok veroorzaken.1
- Het product moet tijdens de installatie gepast geaard worden of een elektrische schok kan het gevolg zijn.
- Volg voor alle elektrische werkzaamheden de plaatselijke en nationale standaarden en regelgeving inzake bedrading en de installatiehandleiding. Sluit kabels stevig aan en maak ze goed vast om te voorkomen dat de externe oppervlakken de klemmenstrook beschadigen. Slechte elektrische aanslui- tingen kunnen oververhitten en brand veroorzaken, naast een elektrische schok. Alle elektrische aansluitingen moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het elektrisch aansluit- schema op de panelen van de binnen- en buitenunits.
- Alle bedrading moet gepast geïnstalleerd worden, om ervoor te zorgen dat het deksel goed gesloten kan worden. Wanneer het deksel van het regelbord niet goed gesloten is, kan dit leiden tot corrosie en ervoor zorgen dat de aansluitpunten op de klemmenstrook opwarmen, vuur vatten of een elektrische schok veroorzaken.
- Wanneer de voeding op bestaande bedrading aangesloten wordt, moet een meerpolige onderbrekingsuitrusting met een minimale speling van 3 mm op alle polen en een maximale lekstroom van 10 mA en een verliesstroom- schakelaar (RCD) van 30 mA voorzien worden en moet de onderbreking opgenomen worden in de aangesloten bedrading, overeenkomstig de betreffende regels. LET OP DE SPECIFICATIES VAN DE ZEKERINGEN De printplaat (PCB) van het apparaat is uitgerust met een zekering om te beschermen tegen overstroom. De specifi- caties van de zekering zijn op de printplaat gedrukt, zoals T3.15Al/250VAC, T5Al/250VAC, T3.15A/250VAC, T5A/250VAC, T20A/250VAC, T30A/250VAC, enz. OPMERKING: Voor de units met R32- of R290-koelmiddel, mag alleen de explosievrije, keramische zekering worden gebruikt. UV-C-lamp (alleen van toepassing op de units met een UV-C-lamp)1
Dit apparaat is voorzien van een UV-C-lamp. Lees de volgende aanwijzingen vóór het openen van het apparaat.
1. Gebruik de UV-C-lampen niet buiten het apparaat.
2. Apparaten met zichtbare schade mogen niet gebruikt
3. Het op een niet zoals bedoelde manier gebruiken van
het apparaat of beschadiging van de behuizing, kan leiden tot het ontsnappen van gevaarlijke UV-C-straling. UV-C- straling kan, zelfs in kleine dosissen, schadelijk zijn voor de ogen en de huid.
4. Houd vóór het openen van deuren en toegangspanelen
met het gevarensymbool ULTRAVILOLET STRALING reke- ning tijdens het uitvoeren van ONDERHOUD, het wordt aanbevolen om de voeding los te koppelen.
5. De UV-C-lamp kan niet gereinigd, gerepareerd en ver-
6. UV-C-AFSCHERMINGEN met het gevarensymbool
ULTRAVIOLET STRALING mogen niet verwijderd worden. WAARSCHUWING Dit apparaat bevat een UV-zender. Niet in de lichtbron kijken.
1. Installatie moet door een erkend verdeler of specialist uit-
gevoerd worden. Een slechte installatie kan een waterlek, elektrische schok of brand veroorzaken.
2. De installatie moet worden uitgevoerd volgens de
installatie -instructies. Een slechte installatie kan leiden tot een waterlek, elektrische schok of brand. (In Noord- Amerika moet de installatie uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de vereisten van NEC en CEC.)1
3. Neem contact op met een erkend monteur voor reparatie
of onderhoud van deze unit. Dit apparaat moet geïnstal- leerd worden overeenkomstig de nationale regelgeving voor elektrische bedrading.
4. Gebruik alleen de inbegrepen accessoires, onderdelen en
de opgegeven onderdelen voor installatie. Het gebrui- ken van niet standaard onderdelen kan een waterlek, elektrische schok, brand veroorzaken of de unit doen vallen.
5. Installeer de unit op een stevige plaats die het gewicht
van de unit kan dragen. Als de gekozen plaats het gewicht van de unit niet kan dragen of wanneer de installatie niet goed uitgevoerd wordt, kan de unit vallen en ernstig letsel en ernstige schade veroorzaken.
6. Installeer de afvoerleidingen overeenkomstig de aanwij-
zingen in deze handleiding. Slechte afvoer kan water- schade aan uw huis en eigendom veroorzaken.
7. Units die uitgerust zijn met een elektrische hulpverwarming
mogen niet op een afstand van minder dan 1 meter (3 feet) van brandbare materialen geplaatst worden.
8. Als er zich brandbaar gas rond de unit verzamelt, kan dit
9. Sluit de voeding niet opnieuw aan voordat alle werken
10. Vraag bij het verplaatsen of op een nieuwe plaats instal-
leren van het apparaat raad aan ervaren onderhouds- monteurs voor het loskoppelen en opnieuw installeren van de unit.
11. Lees, voor het installeren van het apparaat op zijn steun,
de informatie in de delen "installatie binnenunit" en "installatie buitenunit" voor details. Opmerking over gefluoreerde gassen (Niet van toepassing op de unit met R290-koelmiddel)
1. De airconditioning bevat gefluoreerde broeikasgassen.
Voor specifieke informatie over het type van gas en de hoeveelheid, raadpleeg naar het betreffende label op1
de unit of de "Gebruikshandleiding - Productfiche" in de verpakking van de buitenunit. (Alleen producten in de Europese Unie).
2. Installatie, onderhoud en reparaties van deze unit moe-
ten uitgevoerd worden door een gecertificeerd technicus.
3. Ontmanteling en recyclage moeten uitgevoerd worden
door een gecertificeerd technicus.
4. Voor apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat
in hoeveelheden van 5 ton CO
-equivalent, Indien het systeem is uitgerust met een lekdetectiesysteem, moet er minstens elke 24 maanden op lekken gecontroleerd worden.
5. Wanneer de unit is gecontroleerd op lekken, wordt een
gepaste archivering van alle controles sterk aanbevolen. WAARSCHUWING bij het gebruik van R32/R290-koelmiddel
- Wanneer brandbaar koelmiddel gebruikt wordt, moet het apparaat opgeslagen worden in een goed geventi- leerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor bedrijf. Voor modellen met R32-koelmiddel: Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m². Voor modellen met R290-koelmiddel, moet het apparaat geïnstalleerd, gebruikt en bewaard worden in een kamer met een oppervlakte van meer dan: <=9000 Btu/h units: 13 m
- Herbruikbare mechanische aansluitingen en koppelingen met ontluchtingen zijn binnenshuis niet toegelaten. (EN standaard vereisten).
- Mechanische aansluitingen die binnenshuis gebruikt wor- den, mogen niet meer dan 3g/jaar verliezen bij 25% van de maximaal toegestane druk. Wanneer mechanische aansluitingen binnenshuis opnieuw gebruikt worden,1
moeten de dichtingen vernieuwd worden. Wanneer kop- pelingen met ontluchting binnenshuis opnieuw gebruikt worden, moet de ontluchting opnieuw gefabriceerd worden. (UL standaard vereisten)
- Wanneer mechanische aansluitingen binnenshuis opnieuw gebruikt worden, moeten de dichtingen vernieuwd worden. Wanneer koppelingen met ontluchting binnens- huis opnieuw gebruikt worden, moet de ontluchting opnieuw gefabriceerd worden. (IEC standaard vereisten)
- Mechanische aansluitingen die binnenshuis gebruikt worden, moeten conform ISO 14903 zijn. Verklaring van de symbolen op het apparaat (alleen voor het apparaat met R32/ R290-koelmiddel): WAARSCHUWING: Dit symbool geeft aan dat dit apparaat een brandbaar koelmiddel gebruikt. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat er brandgevaar. LET OP: Dit symbool geeft aan dat de gebruikershandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. LET OP: Dit symbool geeft aan dat de installatiehandleiding zorgvuldig moet worden gelezen. LET OP: Dit symbool geeft aan dat de technische handleiding zorgvuldig moet worden gelezen.1
Europese richtlijnen voor verwijdering De markering op het product of in de documentatie, geeft aan dat elektrisch afval en elektrische appara- tuur niet samen met algemeen/huishoudelijk afval verwijderd mag worden. Juiste verwijdering van dit product (Elektrisch afval & elektrische apparatuur) Dit apparaat bevat koelmiddel en andere mogelijk gevaarlijke stoffen. Bij het verwijderen van dit apparaat, vereist de wet een speciale inzameling en behandeling.Verwijder dit product niet als niet huishoudelijk afval of niet gesorteerd gemeentelijk afval.Voor het verwijderen van dit apparaat, hebt u de volgende opties:• Breng het apparaat naar het aangewezen gemeentelijk inzamelpunt voor elektronisch afval.• Bij het kopen van een nieuw apparaat, zal de handelaar het oude apparaat gratis terugnemen.• De fabrikant zal het oude product gratis terugnemen.• Verkoop het apparaat naar erkende handelaars in oud ijzer.
OPMERKING Dit apparaat in het bos of andere plaatsen in de natuur achterlaten, brengt uw gezondheid in gevaar en is slecht voor het milieu. Gevaarlijke stoffen kunnen in het grondwater lekken en in de voedselketen terechtkomen. B SPECIFICATIES EN KENMERKEN VAN DE UNIT Scherm binnenunit OPMERKING: Verschillende modellen hebben verschillende voorpanelen en schermen. Niet alle hier onder beschreven schermcodes zijn beschikbaar voor het apparaat dat u gekocht hebt. Controleer het scherm van de binnenunit die u gekocht hebt. Afbeeldingen in deze handleiding zijn ter verduidelijking. De werkelijke vorm van uw binnenunit kan lichtjes afwijken. De werkelijke vorm zal voorrang hebben.VoorpaneelNetsnoer (Sommige units)AfstandsbedieningLuchtuitlaat- klep Functioneel filter(Op de achterkant van het hoofdfilter - Sommige units)DisplayHouder afstandsbediening(Sommige units)1
wanneer de functie Vers en UV-C-lamp (indien uitgerust) geactiveerd is (sommige units) wanneer de ontdooifunctie geactiveerd is. wanneer de unit ingeschakeld is. wanneer TIMER ingesteld is. wanneer de functie Draadloze bediening geactiveerd is (sommige units) Geeft de temperatuur, bedrijfsfunctie en foutcodes weer: gedurende 3 seconden wanneer:
- TIMER AAN ingesteld is (als de unit UIT staat, blijft aan wanneer TIMER AAN ingesteld is)
- De functie VERS, UV-C-lamp, SWING, TURBO, ECO of STIL is uitgeschakeld tijdens ontdooien wanneer de functie 8°C verwarmen ingeschakeld is (sommige units) wanneer de functie Actief reinigen ingeschakeld is (Voor het lnverter split-type) wanneer de unit zichzelf reinigt (Voor het type met vast toerental) Bedrijfstemperatuur Wanneer uw apparaat buiten de volgende temperatuurbereiken gebruikt wordt, kunnen bepaalden veiligheidsfuncties geactiveerd worden en ervoor zorgen dat de unit uitgeschakeld wordt. Inverter split-type KOEL-modus HEAT-modus DROOG-modus Kamertemperatuur 16°C - 32°C 0°C - 30°C 10°C - 32°C Buitentemperatuur 0°C - 50°C -15°C - 30°C 0°C - 50°C -15°C - 50°C (Voor modellen met koel- systemen voor lage tempe- ratuur.) 0°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) 0°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen)
VOOR BUITENUNITS MT EEN ELEKTRISCHE HULPVERWARMING
Wanneer de buitentemperatuur lager is dan 0°C, raden we sterk aan om de voeding van de unit te allen tijde ingeschakeld te houden, om een probleemloze ononderbroken werking te verzekeren.1
Type met vast toerental KOEL-modus HEAT-modus DROOG-modus Kamertemperatuur 16°C - 32°C 0°C - 30°C 10°C - 32°C Buitentemperatuur 18°C - 43°C -7°C - 24°C 11°C - 43°C -7°C - 43°C (Voor modellen met koel- systemen voor lage tempe- ratuur.) 18°C - 43°C 18°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) 18°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) OPMERKING: Relatieve vochtigheidsgraad in de kamer lager dan 80%. Als het apparaat blijft werken wanneer dit getal hoger is, kan er zich condensatie op het oppervlak van het apparaat vormen. Stel de verticale luchtuitlaatkleppen op de maximale hoek (verticaal naar de grond gericht) en stel de ventilatormodus op HOOG in. Doe de volgende zaken om de prestaties van uw unit verder te optimaliseren:
- Houd deuren en vensters dicht.
- Beperk het energieverbruik door de functies TIMER AAN en TIMER UIT te gebruiken.
- Blokkeer geen luchtinlaten of luchtuitlaten.
- Inspecteer en reinig luchtfilters regelmatig. Een handleiding voor het gebruik van de infrarood afstandsbediening is niet inbegrepen bij de documentatie. Niet alle functies zijn beschikbaar voor het apparaat, controleer het scherm op de binnenunit en de afstandsbediening van de unit die u gekocht hebt. Andere functies
- Automatisch opnieuw starten (sommige units) Als de voeding van de unit wegvalt, zal deze automatisch opnieuw starten met de vorige instellingen zodra er terug voeding is.
- Antischimmel (sommige units) Bij het uitschakelen van de unit van de modi KOELEN, AUTO (KOELEN) of DROGEN, zal het apparaat blijven werken met zeer laag vermogen om gecondenseerd water te drogen en de groei van schimmel te voorkomen.
- Draadloze bediening (sommige units) Met draadloze bediening kunt u uw apparaat regelen met uw mobiele telefoon en een draadloze verbinding. Toegang tot het USB-apparaat, vervanging, onderhoudsactiviteiten mogen alleen uitgevoerd worden door professionele monteurs.
- Geheugen hoek luchtuitlaatkleppen (sommige units) Wanneer u de unit inschakelt, zullen de luchtuitlaatkleppen automatisch naar de vorige hoek gaan.1
- Functie Actief reinigen (sommige units) -- De Actief reinigen-technologie wast stof weg wanneer dit zich op de warmtewisselaar hecht, door automatisch te bevriezen en daarna snel te ontdooien. Een “pi-pi”-geluid zal hoorbaar zijn. De handeling Actief reinigen, wordt gebruikt om meer condensatie te produceren om het reinigingseffect te verbeteren en de koude lucht zal afgeblazen worden. Na het reinigen zal het interne luchtwiel in werking blijven met warme lucht om de verdamper droog te blazen en de binnenkant schoon te houden. -- Wanneer deze functie ingeschakeld is, zal het scherm van de binnenunit “CL” weergeven, na 20 tot 130 minuten zal de unit automatisch uitschakelen en de functie Actief reinigen annuleren. -- Bij sommige units, zal het systeem het proces voor reiniging met hoge temperatuur starten, de temperatuur van de luchtuitlaat wordt zeer hoog. Blijf uit de buurt van de luchtuitlaat. Dit zal ook zorgen voor een toename van de kamertemperatuur.
- Luchtstroming weg van het lichaam (sommige units) Deze functie voorkomt dat lucht naar het lichaam geblazen wordt en biedt u een aangename, zachte koeling.
- Detectie lek koelmiddel (sommige units) Het scherm van de binnenunit zal automatisch "ELOC" weergeven of er zullen LEDS knipperen (afhankelijk van het model) wanneer er een lek van koelmiddel gedetecteerd wordt.
- Slaapmodus De functie SLAAP wordt gebruik om het energieverbruik te verminderen wanneer u slaapt (en u niet dezelfde temperatuurinstelling nodig hebt om comfortabel te blijven). Deze functie kan alleen via de afstandsbediening geactiveerd worden. En de functie Slaap is niet beschikbaar in de modi VENTILATOR of DROGEN. Druk op de knop SLAAP wanneer u klaar bent om te gaan slapen. In de modus KOELEN, zal de unit de temperatuur verhogen met 1°C na 1 uur en nog eens met 1°C na het volgende uur. In de modus VERWARMEN, zal de unit de temperatuur verlagen met 1°C na 1 uur en nog eens met 1°C na het volgende uur. De slaapfunctie zal na 8 uur stoppen en het systeem zal in werking blijven met deze instellingen. OPMERKING: De volgende functies zijn niet beschikbaar voor multi-split airconditioners: De functie Actief reinigen, de functie Stil, de functie windrichting weg van het lichaam, de functie detectie lek van het koelmiddel en de Eco-functie. SLAAP-modus Instel- temperatuur In bedrijf houden Koelmodus (+1°C) per uur gedurende de eerste twee uur Verwarmingsmodus (-1°C) per uur gedurende de eerste twee uur Energie besparen tijdens het slapen 1hr 1hr1
De hoek van de luchtstroming instellen De verticale hoek van de luchtstroming instellen Gebruik, met de unit ingeschakeld, de knop SWING/RICHTEN op de afstandsbediening om de richting (verticale hoek) van de luchtstroming in te stellen. Raadpleeg de handleiding van de afstandsbediening voor meer informatie. OPMERKING OVER DE HOEK VAN DE LUCHTUITLAATKLEPPEN Stel, in de modus KOELEN of DROGEN, de luchtuitlaatklep niet in op een te verticale hoek gedurende een langere periode. Dit kan ervoor zorgen dat het water op de uitlaatklep condenseert, wat op uw vloer of meubels zal druppelen. De luchtuitlaatklep, in de modus KOELEN of VERWARMEN, op een te verticale hoek instellen, kan de prestaties van de unit verminderen omwille van de beperkte luchtstroming. OPMERKING: Stel, overeenkomstig de vereisten van de relatieve standaarden, de verticale luchtuitlaatklep in op de maximale hoek tijdens het testen van het verwarmingsvermogen. De horizontale hoek van de luchtstroming instellen De horizontale hoek van de luchtstroming moet handmatig ingesteld worden. Neem de richtstang (zie Afb.B) vast en pas deze handmatig aan volgens uw gewenste richting. Bij sommige units kan de horizontale hoek van de luchtstroming ingesteld worden met de afstandsbediening. Raadpleeg de handleiding van de afstandsbediening. Handmatige bediening (zonder afstandsbediening) OPGELET De knop voor handmatige bediening is alleen bedoeld voor testdoeleinden en noodgevallen. Gebruik deze functie niet, tenzij de afstandsbediening verloren is en het absoluut noodzakelijk is. Gebruik de afstandsbediening om de unit opnieuw in te schakelen en de normale werking te hervatten. De unit moet uitgeschakeld worden voor handmatige bediening. Om uw unit handmatig te bedienen:
1. Open het voorpaneel van de binnenunit.
2. Zoek de knop HANDMATIGE BEDIENING aan de rechterkant van de unit.
3. Druk een keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING om de modus GEFORCEERD AUTOMATISCH te
5. Druk een derde keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING om de unit uit te schakelen.
6. Sluit het voorpaneel.
OPMERKING: Beweeg de luchtuitlaatklep niet met de hand. Dit zal ervoor zorgen dat de uitlaatklep niet meer gesynchroniseerd is. Wanneer dit voorvalt, schakelt u de unit uit en trekt u de stekker enkele minuten uit het stopcontact. Start de unit daarna opnieuw. Dit zal de luchtuitlaatklep resetten. OPGELET Plaats geen vingers in of in de buurt van de blazer en de aanzuigkant van de unit. De hogesnelheidsventilator in de unit kan letsel veroorzaken.
OPGELET Gebruik alleen een zachte, droge doek om de unit schoon te vegen. Als de unit zeer vuil is, kunt u een doek geweekt in warm water gebruiken om de unit schoon te vegen. • Gebruik geen chemicaliën of chemisch behandelde doeken om de unit schoon te maken• Gebruik geen benzeen, verfthinner, schuurpoeder of andere oplosmiddelen om de unit schoon te maken. Ze kunnen veroorzaken dat het plastic oppervlak scheurt of vervormt.• Gebruik geen water warmer dan 40°C om het voorpaneel schoon te maken. Dit kan ervoor zorgen dat het paneel vervormt of verkleurt.DeflectorstangAfb. BKnop voor handmatige bediening1
Uw luchtfilter reinigen Een verstopt apparaat kan het koelrendement van uw unit verminderen en kan ook slecht voor uw gezondheid zijn. Zorg ervoor dat het filter iedere twee weken gereinigd wordt.
1. Til het voorpaneel van de binnenunit op.
2. Druk op het lipje op het einde van de filter om de gesp
los te maken, til het op en trek het naar u toe.
3. Trek nu het filter uit het apparaat.
4. Wanneer uw filter een klein filter voor luchtverversing heeft,
klik dit dan los van het grote filter. Reinig dit filter voor luchtverversing met een draagbare stofzuiger.
5. Reinig het grote luchtfilter met warm zeepsop. Zorg ervoor
dat u een zacht reinigingsmiddel gebruikt.
6. Spoel het filter met schoon water en schud daarna het overschot
aan water van het filter.
7. Laat het drogen op een koele, droge plaats en stel het niet
bloot aan direct zonlicht.
8. Klik het filter voor luchtverversing na het drogen opnieuw op het
grote filter en schuif het opnieuw in de binnenunit.
9. Sluit het voorpaneel van de binnenunit.
OPGELET Raak het filter voor luchtverversing (Plasma) niet aan binnen de 10 minuten na het uitschakelen van de unit.
- Schakel de unit uit en koppel de voeding los voor het vervangen of reinigen van het filter.
- Raak tijdens het vervangen van het filter de metalen onderdelen in de unit niet aan. U kunt zich snijden aan de scherpe randen.
- Gebruik geen water om de binnenkant van de binnenunit te reinigen. Dit kan de isolatie vernietigen en een elektrische schok veroorzaken.
- Stel het filter niet bloot aan direct zonlicht tijdens het drogen. Dit kan ervoor zorgen dat het filterpaneelkrimpt en vervormt of verkleurt. Herinneringen voor luchtfilters (Optioneel) Herinnering voor het reinigen van het luchtfilter Na 240 bedrijfsuren, zal "CL" knipperen op het scherm van de binnenunit. Dit is een herinnering om uw filter te reinigen. Na 15 seconden zal het scherm opnieuw de vorige informatie weergeven. Druk om de herinnering te resetten 4 keer op de LED-knop op uw afstandsbediening of druk 3 keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING. Als u de herinnering niet reset, zal de indicatie "CL" opnieuw knipperen wanneer u de unit opnieuw start. Filterlipje Haal het filter voor luchtverversing uit de achterkant van het grotere filter (sommige units)1
Herinnering voor het vervangen van het luchtfilter Na 2880 bedrijfsuren, zal "nF" knipperen op het scherm van de binnenunit. Dit is een herinnering om uw filter te vervangen. Na 15 seconden zal het scherm opnieuw de vorige informatie weergeven. Druk om de herinnering te resetten 4 keer op de LED-knop op uw afstandsbediening of druk 3 keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING. Als u de herinnering niet reset, zal de indicatie "nF" opnieuw knipperen wanneer u de unit opnieuw start.
- Alle onderhoudswerken en het reinigen van de buitenunit moeten uitgevoerd worden door een erkende verdeler of een bevoegde serviceprovider.
- Alle reparaties van de unit moeten uitgevoerd worden door een erkende verdeler of een bevoegde serviceprovider. Onderhoud - Lange periodes van niet gebruik Doe de volgende zaken wanneer u van plan bent om uw apparaat lange tijd niet te gebruiken: Onderhoud - Inspectie voor het seizoen Doe de volgende zaken na lange periodes van niet gebruik of voor periodes van regelmatig gebruik: Controleer op beschadigde bedradingReinig alle filters Controleer op lekken Vervang de batterijenVerzeker dat er niets de luchtinlaten en luchtuitlaten blokkeertReinig alle filters Schakel de functie VENTILATOR in tot de unit volledig droog isSchakel de unit uit en koppel de voeding losHaal de batterijen uit de afstandsbediening1
VEILIGHEIDSMAATREGELEN Als er zich EEN van de volgende situaties voordoet, schakel uw unit dan onmiddellijk uit!
- Het netsnoer is beschadigd of abnormaal warm
- U merkt een brandgeur
- De unit maak veel of abnormaal geluid
- Een zekering of de stroomonderbreker schakelt regelmatig uit
- Water of voorwerpen vallen in of uit de unit PROBEER DEZE ZAKEN NIET ZELF OP TE LOSSEN! NEEM ONMIDDELLIJK CONTACT OP MET EEN BEVOEGDE SERVICEPROVIDER! Vaak voorkomende problemen De volgende problemen zijn geen storing en zullen in de meeste gevallen geen reparaties vereisen. Probleem Mogelijke oorzakenDe unit schakelt niet aan na het drukken op de AAN/UIT-knop De unit kan pas na 3 minuten wachten aangezet worden om overbelasting te voorkomen. De unit kan na uitzetten pas drie minuten later opnieuw aangezet worden.De unit schakelt over van de modus KOELEN/VERWARMEN naar de modus VENTILATOR De unit kan de instelling wijzigen om te voorkomen dat er vorst op de unit gevormd wordt. Zodra de temperatuur stijgt, zal de unit opnieuw werken in de voordien geselecteerde modus.De insteltemperatuur werd bereikt. Op dit punt zal de unit de compressor uitschakelen. De unit zal verder werken als de temperatuur opnieuw schommelt. De binnenunit verspreidt een witte mist In vochtige regio’s zal een groot temperatuurverschil tussen de lucht in de kamer en de behandelde lucht een witte mist veroorzaken.Zowel de binnen- als buitenunit verspreiden een witte mist Als de unit na ontdooien opnieuw opstart in de modus VERWARMEN kan er een witte mist verspreid worden door het vocht dat gevormd werd tijdens het ontdooien. De binnenunit maakt lawaai Er is mogelijk een geluid van stromende lucht hoorbaar wanneer de luchtklep naar een andere plaats beweegt. Er kan een krakend geluid hoorbaar zijn na het werken in de modus VERWARMEN vanwege het uitzetten en krimpen van de plastic onderdelen van de unit.Zowel de binnen- als buitenunits maken geluiden Een laag sissend geluid tijdens werking: Dit is normaal en wordt veroorzaakt door het koelmiddel dat door zowel de binnen- als de buitenunits stroomt. Laag sissend geluid wanneer het systeem opstart, net stopte met draaien of aan het ontdooien is: Dit geluid is normaal en wordt veroor-zaakt door het koelmiddel dat stopt of van richting verandert. Krakend geluid: Het normaal uitzetten en krimpen van plastic en metalen onderdelen veroorzaakt door temperatuurwijzigingen tijdens werking kan krakende geluiden veroorzaken.1
De buitenunit maakt geluiden De unit zal verschillende geluiden maken, gebaseerd op de huidige bedrijfsmodus. Er wordt stof verspreid door de bin- nen- of buitenunit Er kan zich tijdens langere periodes van inactiviteit stof ophopen op de unit. Dit stof zal verspreid worden als de unit aangezet wordt. Dit kan voorkomen worden door de unit tijdens langere periodes van inactiviteit te bedekken. De unit verspreidt een vieze geur De unit kan geuren absorberen vanuit de omgeving (zoals van meubilair, koken, sigaretten, enz.) Deze geuren zullen tijdens de werking verspreid worden. De filters van de unit zijn beschimmeld en moeten gereinigd worden. De ventilator van de buitenunit werkt niet Tijdens werking wordt de snelheid van de ventilator geregeld voor een optimale werking. De werking is onregelmatig, onvoor- spelbaar of de unit reageert niet Storingen van masten voor mobiele telefonie en versterkers kunnen ervoor zorgen dat de unit niet naar behoren werkt. Probeer in dit geval het volgende:
- Schakel de voeding uit en daarna weer in.
- Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat opnieuw in werking te zetten. OPMERKING: Neem als het probleem aanhoudt contact op met een plaatselijke verdeler of uw dichtstbijzijnde servicecentrum. Geef ze een gedetailleerde beschrijving van de fout en het modelnummer. Problemen oplossen Controleer bij problemen de volgende zaken voordat u contact opneemt voor reparatie. Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing Slechte koeling De temperatuur is mogelijk hoger ingesteld dan de kamertemperatuur Stel de temperatuur lager in De warmtewisselaar op de binnen- of buitenunit is vuil Reinig de vuile warmtewisselaar Het luchtfilter is vuil Verwijder het filter en reinig het volgens de instructies De luchtinlaat, -uitlaat of beide zijn geblokkeerd Zet de unit uit, verwijder de obstructie en zet de unit terug aan Deuren en ramen staan open Zorg ervoor dat alle deuren en ramen tijdens gebruik gesloten zijn Er wordt overmatige warmte opge- wekt door zonlicht Sluit vensters en gordijnen bij periodes van grote warmte of heldere zonneschijn Er bevinden zich te veel warm- tebronnen in de kamer (mensen, computers, elektronische appara- tuur, enz.) Verminder het aantal warmte- bronnen Laag peil van het koelmiddel van- wege een lek of langdurig gebruik Controleer op lekken, dicht het koelcircuit opnieuw af en vul koel- middel bij De functie STIL is geactiveerd (opti- onele functie) De functie STIL kan de prestaties verminderen door de werkings- frequentie te verlagen. Schakel de functie STIL uit.1
De unit werkt niet Stroomonderbreking Wacht tot de stroomtoevoer hersteld is De unit is uitgeschakeld Zet de unit aan De zekering is doorgebrand Vervang de zekering De batterijen van de afstands- bediening zijn leeg Vervang de batterijen De 3-minuten veiligheidsfunctie van de unit is geactiveerd Wacht drie minuten na het opnieuw aanzetten van de unit Timer is geactiveerd Zet de timer uit De unit start en stopt regelmatig Er bevindt zich te veel of te weinig koelmiddel in het systeem Controleer op lekken en vul koel- middel bij. Er is niet samendrukbaar gas of vloeistof in het systeem terecht- gekomen. Verwijder het gas of de vloeistof en vul het systeem opnieuw met koelmiddel De compressor is defect Vervang de compressor De spanning is te hoog of te laag Installeer een manostaat om de spanning te regelen Slechte verwarming Het is buiten extreem koud Gebruik een bijkomend verwarmingsapparaat De koude lucht komt binnen door deuren en vensters Zorg ervoor dat alle deuren en ramen tijdens gebruik gesloten zijn Laag peil van het koelmiddel van- wege een lek of langdurig gebruik Controleer op lekken, dicht het koelcircuit opnieuw af en vul koelmiddel bij Indicatielampje knippert voortdurend De unit kan stoppen of veilig verder werken. Wacht ongeveer 10 minuten als het indicatielampje blijft knipperen of als er een foutcode verschijnt. Het probleem lost zichzelf mogelijk op. Schakel, als dit niet het geval is, de voeding uit en daarna opnieuw in. Zet de unit aan. Schakel als het probleem aanhoudt de voeding uit en neem contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum. De foutcode wordt weergegeven en begint met de volgende letters op het scherm van de binnenunit: E(x), P(x), F(x) EH(xx), EL(xx), EC(xx) PH(xx), PL(xx), PC(xx) OPMERKING: Als uw probleem aanhoudt na het uitvoeren van bovenstaande controles en diagnostiek, schakel uw unit dan onmiddellijk uit en neem contact op met een erkend servicecentrum.1
E ACCESSOIRES De airconditioning wordt geleverd met de volgende accessoires. Gebruik alle installatieonderdelen en accessoi- res om het apparaat te installeren. Een onjuiste installatie kan leiden tot een waterlek, elektrische schok en brand of kan leiden tot een slechte werking van de apparatuur. De items die niet bij het apparaat inbegrepen zijn, moeten afzonderlijk gekocht worden. Naam van de acces- soires Aantal (stuks) Vorm Naam van de acces- soires Aantal (stuks) Vorm Handleiding 2~3 Afstandsbediening 1 Afvoeraansluiting (voor modellen met koeling en verwar- ming) 1 Batterij (niet meegeleverd)
Dichting (voor model- len met koeling en verwarming) 1 Houder afstandsbedie- ning (optioneel)
Bevestigingsplaat 1 Bevestigingsschroef voor de houder van de afstandsbediening (optioneel)
Anker 5~8 (afhanke- lijk van het model) Klein filter (Moet tijdens de instal- latie van het apparaat op de achterkant van het hoofdluchtfilter geïnstalleerd worden door een erkend tech- nicus) 1~2 (afhanke- lijk van het model) Bevestigingsschroef montageplaat 5~8 (afhanke- lijk van het model) Naam Vorm Aantal (Stuks) Leidingen aansluiten Vloeistofzijde Φ6,35 (1/4”) Onderdelen moeten afzonderlijk gekocht worden. Raadpleeg de verdeler inzake de gepaste afmetingen van de leiding van de unit die u gekocht hebt. Φ9,52 (3/8”) Gaszijde Φ9,52 (3/8”) Φ12,7 (1/2”) Φ16 (5/8”) Φ19 (3/4”) Magnetische ring en riem (Indien geleverd, raadpleeg het be- dradingsschema om het op de ver- bindingskabel te installeren.) Varieert per model Voer de riem door het gat van de magnetische ring om deze aan de kabel te bevestigen1
1. De plaats van installatie
2. De positie van het gat in de
3. De bevestigingsplaat monteren
4. Het gat in de muur boren 5. Leidingen aansluiten 6. Bedrading aansluiten
(niet van toepassing voor sommige plaatsen in Noord- Amerika)
7. De afvoerslang voorbereiden
8. Leidingen en kabels isoleren
(niet van toepassing voor sommige plaatsen in Noord-Amerika)
G ONDERDELEN VAN DE UNIT
OPMERKING: De installatie moet uitgevoerd worden overeenkomstig met de vereisten van lokale en nati- onale standaarden. De installatie kan licht afwijken op verschillende plaatsen.
1. Plaat voor bevestiging tegen de
muur 5. Functioneel lter (Op de achter-kant van het hoofdlter - sommige units) 9. Afstandsbediening2. Voorpaneel 6. Afvoerleiding 10. Houder afstandsbediening (Sommige units)3. Netsnoer (Sommige units) 7. Signaalkabel 11. Voedingskabel buitenunit (Sommige units)4. Luchtuitlaatklep 8. Leidingen voor koelmiddel
Afbeeldingen in deze handleiding zijn ter verduidelijking. De werkelijke vorm van uw binnenunit kan lichtjes afwijken. De werkelijke vorm zal voorrang hebben.1
Installatie-instructies - Binnenunit Voor installatie Raadpleeg vóór het installeren van de binnenunit het etiket op de doos van het product, om ervoor te zorgen dat het modelnummer van de binnenunit overeenstemt met het modelnummer op de buitenunit. Stap 1: Kies de plaats van installatie vóór het installeren van de binnenunit, u moet een geschikte plaats kiezen. De volgende zijn standaarden die u zullen helpen om een geschikte plaats voor de unit te kiezen. Goede plaatsen voor installatie voldoen aan de volgende standaarden:
- Goede luchtcirculatie
- Lawaai van de unit zal andere mensen niet storen
- Stevig en sterk-de locatie zal niet trillen
- Sterk genoeg om het gewicht van de unit te dragen
- Een locatie op een afstand van minimaal een meter van alle andere elektrische apparaten (zoals een TV, radio, computer) Installeer de unit NIET op de volgende locaties:
- In de buurt van een bron van warmte, stoom of brandbaar gas
- In de buurt van brandbare zaken zoals gordijnen of kledij
- In de buurt van een voorwerp dat de luchtcirculatie kan hinderen
- In de buurt van een deur
- Op een locatie met direct zonlicht
OPMERKING OVER HET GAT IN DE MUUR Wanneer er geen vaste leidingen voor koelmiddel zijn: Let er tijdens het kiezen van een locatie op dat u voldoende ruimte laat voor een gat in de muur (zie de stap Een gat in de muur boren voor de leidingen) voor de signaalkabel en de leidingen voor koelmiddel die op de binnen- en buitenunits aangesloten moeten worden. De standaardpositie voor alle leidingen is aan de rechterkant van de binnenunit (kijkend naar de unit). De unit kan echter geïnstalleerd worden met leidingen aan de linker- en de rechterkant. Raadpleeg het volgende schema om te zorgen voor een voldoende afstand van muren en het plafond: Stap 2: De bevestigingsplaat tegen de muur monteren De bevestigingsplaat is het onderdeel waar u de binnenunit op monteert.
- Verwijder de schroef die de bevestigingsplaat aan de achterkant van de binnenunit bevestigt. 15cm of meer12cm of meer12cm of meer2,3m of meer1
- Zet de bevestigingsplaat plaat vast tegen de muur met de bijgeleverde schroeven. Zorg ervoor dat de bevestigingsplaat vlak tegen de muur wordt geplaatst.
Wanneer de muur gemaakt is van steen, beton of een gelijkaardig materiaal, boor dan gaten met een diameter van 5 mm (0,2 inch diameter) in de muur en plaats de bijgeleverde doorvoerankers. Zet daarna de bevestigingsplaat vast tegen de muur door de schroeven direct in de klemankers vast te draaien. Stap 3: Een gat in de muur boren voor de leidingen
1. Bepaal de locatie van het gat in de muur, op basis van de positie van de bevestigingsplaat. Raadpleeg
de Afmetingen van de bevestigingsplaat.
2. Boor een gat in de muur met een 65mm of 90mm (afhankelijk van het model) boor. Zorg ervoor
dat het gat in een licht neerwaartse hoek geboord wordt, zodat het buitenste einde van het gat zich ongeveer 5mm tot 7mm lager bevindt dan het binnenste einde. Dit zal zorgen voor een gepaste afvoer van water.
3. Plaats de beschermende muurplug in het gat. Dit beschermt de randen van het gat en zal helpen bij
het afdichten wanneer u het installatieproces voltooid.
OPGELET Zorg er tijdens het boren van het gat in de muur voor dat u geen draden, leidingen of andere gevoelige onderdelen raakt.
AFMETINGEN VAN DE BEVESTIGINGSPLAAT
Verschillende modellen hebben verschillende bevestigingsplaten. Voor de verschillende aanpassingsver- eisten, kan de vorm van de bevestigingsplaat licht afwijken. Zie type A en type B als voorbeeld: Muur Binnen BuitenJuiste richting van de bevestigingsplaat1
OPMERKING: Wanneer de verbindingsleiding aan de gaszijde Φ 16mm of groter is, moet het gat in de muur 90mm zijn. Stap 4: De leidingen voor koelmiddel voorbereiden De leidingen voor koelmiddel bevindt zich binnen een isolerend omhulsel dat tegen de achterkant van de unit bevestigd is. U moet de leiding voorbereiden voordat u deze door het gat in de muur voert.
1. Kies, op basis van de plaats van het gat in de muur tegenover de bevestigingsplaat, de kant waar de
leiding uit de unit zal komen.
2. Als het gat in de muur zich achter de unit bevindt, laat het uitdrukpaneel dan ter plaatse. Als het gat
in de muur zich naast de binnenunit bevindt, verwijder het plastic uitdrukpaneel dan van die kant van de unit. Dit zal een sleuf creëren waar uw leiding uit de unit kan komen. Gebruik een kabeltang wanneer het te moeilijk is om het plastic paneel met de hand te verwijderen. Buitenste rand binnenunitGat in de muur links achteraan 65mm Gat in de muur rechts achteraan65mm MODEL A Gat in de muurlinks achteraan65mm Gat in de muur rechts achteraan 65mm MODEL B Gat in de muur links achteraan 65mm Gat in de muurrechts achteraan65mm MODEL C Gat in de muur links achteraan 65mm Gat in de muur rechts achteraan 65mm MODEL D Gat in de muur links achteraan 90mmGat in de muur rechts achteraan 90mm MODEL E Buitenste rand binnenunitGat in de muur links achteraan 90mmGat in de muur rechts achteraan 90mm MODEL F Uitdrukpaneel1
3. Als er al bestaande leidingen in de muur zitten, ga dan rechtstreeks naar de stap Afvoerslang aansluiten.
Als er nog geen leidingen in de muur zitten, sluit de leidingen voor koelmiddel van de binnenunit dan aan op de verbindingsleiding die de binnen- en buitenunits zal verbinden. Raadpleeg het deel Aansluiting van de leidingen met koelmiddel van deze handleiding voor gedetailleerde instructies.
Leidingen voor koelmiddel kunnen links achteraan uit de unit komen (wanneer u naar de achterkant van de unit kijkt)
OPGELET Ga zeer voorzichtig te werk om het leidingwerk niet te beschadigen tijdens het wegbuigen van de unit. Deuken in het leidingwerk zullen de prestaties van het apparaat beïnvloeden. Stap 5: De afvoerslang aansluiten Standaard is de aflaatslang aangesloten aan de linkerzijde van de unit (wanneer u naar de achterkant van de unit kijkt). Het kan echter ook aan de rechterzijde aangesloten zijn. Bevestig, voor een goede afvoer, de afvoerslang aan dezelfde kant waar uw leidingen voor koelmiddel uit de unit komen. Bevestig de verlenging van de afvoerslang (afzonderlijk gekocht) aan het einde van de afvoerslang.
- Wikkel het aansluitpunt stevig in met Teflon om te zorgen voor een goede afdichting en om lekken te voorkomen.
- Wikkel het deel van de afvoerslang dat binnenshuis zal blijven in piepschuimisolatie om condensatie te voorkomen.
- Verwijder het luchtfilter en giet een beetje water in de afvoerbak om te verzekeren dat het water makkelijk uit de unit stroomt.
OPMERKING OVER DE PLAATSING VAN DE AFVOERSLANG Zorg ervoor dat de afvoerslang geplaatst wordt overeenkomstig met de volgende afbeeldingen. OPMERKING: Wanneer de verbindingsleiding aan de gaszijde Φ 16mm of groter is, moet het gat in de muur 90mm zijn. Stap 4: De leidingen voor koelmiddel voorbereiden De leidingen voor koelmiddel bevindt zich binnen een isolerend omhulsel dat tegen de achterkant van de unit bevestigd is. U moet de leiding voorbereiden voordat u deze door het gat in de muur voert.
1. Kies, op basis van de plaats van het gat in de muur tegenover de bevestigingsplaat, de kant waar de
leiding uit de unit zal komen.
2. Als het gat in de muur zich achter de unit bevindt, laat het uitdrukpaneel dan ter plaatse. Als het gat
in de muur zich naast de binnenunit bevindt, verwijder het plastic uitdrukpaneel dan van die kant van de unit. Dit zal een sleuf creëren waar uw leiding uit de unit kan komen. Gebruik een kabeltang wanneer het te moeilijk is om het plastic paneel met de hand te verwijderen.1
Plaats een stop in het niet gebruikte afvoergat Om ongewenste lekken te voorkomen, moet u het niet gebruikte afvoergat dicht maken met de bijgeleverde rubberen plug. LEES DEZE REGELGEVING VOOR HET UITVOEREN VAN ELEKTRISCHE WERKZAAMHEDEN
1. Alle bedrading moet conform lokale en nationale elektrische codes, regelgeving zijn en moet door
een erkend elektricien geïnstalleerd worden.
2. Alle elektrische aansluitingen moeten uitgevoerd worden overeenkomstig met het elektrisch aan-
sluitschema op de panelen van de binnen- en buitenunits.
3. Stop onmiddellijk met werken als er een ernstig probleem is met de veiligheid van de elektrische
voeding. Leg uw redenering uit aan de klant en weiger om de unit te installeren tot het probleem met de veiligheid opgelost is.
4. De voedingsspanning moet binnen 90-100% van de nominale spanning zijn. Een te lage voedings-
spanning kan storingen, een elektrische schok of brand veroorzaken.
5. Bij het aansluiten van de voeding op bestaande bedrading, moet een overspanningsbeveiliging en
een onderbrekingsschakelaar geïnstalleerd worden.
6. Bij het aansluiten van de voeding op bestaande bedrading, moet een schakelaar of stroomonder-
breker die alle polen loskoppelt en een contactscheiding heeft van minimaal 3mm opgenomen worden in de bestaande bedrading. De gekwalificeerde elektricien moet een goedgekeurde stroomonderbreker of schakelaar gebruiken.
7. Sluit de unit alleen aan op de uitgang van een afzonderlijke kring. Sluit geen andere apparaten
8. Zorg ervoor dat het apparaat gepast geaard is.
9. Elke draad moet stevig aangesloten zijn. Losse bedrading kan de klemmenstrook oververhitten
met een slechte werking van het product en mogelijk brand als gevolg. JUIST Zorg ervoor dat er geen knikken in de afvoerslang zijn om een goede afvoer te verzekeren. NIET JUIST Knikken in de afvoerslang zullen watersloten creëren. NIET JUIST Knikken in de afvoerslang zullen watersloten creëren. NIET JUIST Plaats het einde van de afvoerslang niet in water of in containers die water opvangen. Dit is geen goede afvoer1
10. Laat de draden niet in contact komen of rusten tegen leidingen met koelmiddel of bewegen-
de delen binnen de unit.
11. Als de unit uitgerust is met een elektrische hulpverwarming, moet deze op een afstand van
minimum 1 meter van brandbare materialen geïnstalleerd worden.
12. Raak de elektrische onderdelen nooit aan kort na het uitschakelen van de voeding, om een
elektrische schok te vermijden. Wacht na het uitschakelen van de voeding altijd 10 minuten of langer voordat u elektrische onderdelen aanraakt.
WAARSCHUWING Schakel de hoofdvoeding naar het systeem uit voor het uitvoeren van elektrisch of bedradingswerk. Stap 6: De signaalkabel en de voedingskabels aansluiten De signaalkabel zorgt voor de communicatie tussen de binnen- en buitenunits. U moet eerst de juiste diameter van de kabel kiezen voordat u de aansluiting voorbereidt. OPMERKING: Het aansluiten van de kabel van de binnenunit werd in de fabriek uitgevoerd. Types van kabels
- Signaalkabel: H07RN-F Minimale diameter van voedings- en signaalkabels (ter referentie) Nominale stroom van het apparaat (A) Nominale diameter (mm
De diameter van de voedingskabel, signaalkabel, zekering en schakelaar wordt bepaald door de maximumstroom van de unit. De maximumstroom wordt aangegeven op het typeplaatje op het zijpaneel van de unit. Bekijk dit typeplaatje om de juiste kabel, zekering of schakelaar te kiezen.
WAARSCHUWING Alle bekabeling moet strikt overeenkomstig het bedradingsschema, dat op de achterkant van het voorpaneel van de binnenunit weergegeven wordt, uitgevoerd worden.
1. Open het voorpaneel van de binnenunit.
2. Open het deksel van de bedradingskast op de rechterzijde van de unit met een schroevendraaier.
Dit zal de klemmenstrook zichtbaar maken.1
- Voor de units met een kabeldoorvoer voor het aansluiten van de kabel, verwijdert u het grote plastic uitdrukpaneel om een sleuf te maken waar de kabeldoorvoer geïnstalleerd kan worden.
- Voor de units met een kabel met vijf kernen, verwijdert u het middelste kleine plastic uitdrukpaneel om een sleuf te maken waar de kabel uit het apparaat kan komen.
- Gebruik een kabeltang wanneer het te moeilijk is om het plastic paneel met de hand te verwijderen.
3. Schroef de kabelklem onder de klemmenstrook los en leg het aan de kant.
4. Verwijder het plastic paneel links onderaan, kijkend naar de achterkant van de unit.
5. Steek de signaalkabel door deze sleuf, van de achterkant van de unit naar de voorkant.
6. Sluit de kabel aan overeenkomstig aan op de u-schoen overeenkomstig het aansluitschema van de
binnenunit, kijkend naar de voorkant van de unit, en schroef elke draad stevig vast op de betreffende klem.
OPGELET MENG GEEN DRADEN ONDER SPANNING EN NULGELEIDERS. Dit is gevaarlijk en kan ervoor zorgen dat de airconditioning niet werkt.
7. Na het controleren dat elke aansluiting stevig is, gebruikt u de kabelklem om de signaalkabel aan de
unit te bevestigen. Schroef de kabelklem stevig vast.
8. Vervang de kabelafdekking aan de voorkant van de unit en het plastic paneel op de achterkant.
Het proces van het aansluiten van de bedrading kan licht afwijken tussen units en regio's. Stap 7: Leidingen en kabels inpakken Voordat u de leidingen, aflaatslang en de signaalkabel door het gat in de muur voert, moet u ze samen- bundelen om plaats te besparen, ze beschermen en ze isoleren (niet van toepassing in Noord-Amerika).
1. Bundel de aflaatslang, leidingen voor koelmiddel en de signaalkabel samen zoals hieronder weerge-
geven wordt: KlemmenstrookVOORAANZICHTKabeldekselSchroefKabelklemACHTERAANZICHT (Alleen voor sommige units)Uitdrukpaneel Binnenunit Ruimte achter de unit Leidingen voor koelmiddel Isolatietape Signaalkabel Afvoerslang1
Zorg ervoor dat de afvoerslang zich onderaan deze bundel bevindt. De afvoerslang bovenaan de bundel plaatsen, kan ertoe leiden dat de afvoerbak overloopt, wat brand of waterschade kan veroorzaken. WIKKEL DE SIGNAALKABEL NIET ROND ANDERE KABELS Wanneer deze items samengebundeld worden, wikkel of kruis de signaalkabel dan niet met andere kabels.
2. Gebruik vinyl tap om de aflaatslang aan de onderkant van de leidingen voor koelmiddel te bevestigen.
3. Kleef de signaalkabel, leidingen voor koelmiddel en de afvoerslang stevig aan elkaar met isolatietape.
Controleer opnieuw of alle items samengebundeld zijn.
DE EINDES VAN LEIDINGEN NIET INWIKKELEN
Laat bij het inwikkelen van de bundel de eindes van de leidingen vrij. Ze moeten toegankelijk zijn voor het testen op lekken op het einde van het installatieproces (raadpleeg de delen Elektrische controles en Controle op lekken in deze handleiding). Stap 8: De binnenunit monteren Doe het volgende wanneer u nieuwe verbindingsleidingen op de buitenunit geïnstalleerd hebt:
1. Ga naar stap 4 wanneer u de leidingen voor koelmiddel door het gat in de muur gevoerd hebt.
2. Controleer anders opnieuw dat de einden van de leidingen voor koelmiddel dicht zijn, om te voor-
komen dat er vuil of vreemde voorwerpen in de leidingen komen.
3. Voer de samengebundelde leidingen voor koelmiddel, afvoerslang en signaalkabel traag door het
4. Haak de bovenkant van de binnenunit op de bovenste haak van de bevestigingsplaat.
5. Controleer dat de unit stevig op de bevestiging gehaakt is door licht te drukken op de linker- en
rechterzijde van de unit. De unit mag niet schudden of kantelen.
6. Druk, met ongelijke kracht, de onderste helft van de unit omlaag. Blijf omlaag drukken tot de unit
op de haken op de onderkant van de bevestigingsplaat klikt.
7. Controleer opnieuw dat de unit stevig gemonteerd is door licht te drukken op de linker- en rechter-
zijde van de unit. Als er zich leidingen voor koelmiddel in de muur bevinden, doe dan het volgende:
1. Haak de bovenkant van de binnenunit op de bovenste haak van de bevestigingsplaat.
2. Gebruik een beugel of spie om de unit op te krikken, tot u voldoende plaats hebt om de leiding voor
koelmiddel, de signaalkabel en de afvoerslang aan te sluiten.
3. Sluit de afvoerslang en de leidingen met koelmiddel aan (raadpleeg het deel Leidingen aansluiten
van deze handleiding voor instructies).
4. Houd het aansluitpunt van de leiding vrij om de lektest uit te voeren (raadpleeg de delen Elektrische
controles en Controles op lekken van deze handleiding). Spie1
5. Wikkel het aansluitpunt in met isolatietape na de lektest.
6. Verwijder de beugel of spie die de unit opkrikt.
7. Druk, met ongelijke kracht, de onderste helft van de unit omlaag. Blijf omlaag drukken tot de unit
op de haken op de onderkant van de bevestigingsplaat klikt.
Denk eraan dat de haken op de bevestigingsplaat kleiner zijn dan de gaten op de achterkant van de unit. Als u vaststelt dat er onvoldoende ruimte is om leidingen in de muur op de binnenunit aan te sluiten, kan de unit ongeveer 30-50mm naar links of rechts verplaatst worden, afhankelijk van het model.
I INSTALLATIE BUITENUNIT
Installeer de unit overeenkomstig met de lokale codes en regelgeving, er kunnen kleine verschillen zijn tussen regio's.
Installatie-instructies - Buitenunit Stap 1: De plaats van installatie kiezen U moet een gepaste plaats kiezen voor de installatie van de binnenunit. De volgende zijn standaarden die u zullen helpen om een geschikte plaats voor de unit te kiezen. Goede plaatsen voor installatie voldoen aan de volgende standaarden:
- Voldoet aan alle vereisten inzake ruimte die hierboven weergegeven worden in Vereisten inzake installatieruimte.
- Goede luchtcirculatie en ventilatie
- Sterk en stevig - de locatie kan het gewicht van de unit dragen en zal niet trillen
- Lawaai van de unit zal anderen niet storen
- Beschermd tegen langdurige blootstelling aan direct zonlicht of regen 30-50mm 30-50mm Naar links of rechts verplaatsen 60cm naar boven 30cm naar links 30cm van de achterkant tot de muur 60cm naar rechts 200cm vooraan1
- Til de unit boven de basis wanneer er sneeuw verwacht wordt, om het opbouwen van ijs en beschadiging van de spoel te voorkomen. Plaats de unit hoog genoeg, hoger dan de gemiddelde verwachte sneeuwval. De minimumhoogte moet 18 inch zijn Installeer de unit NIET op de volgende locaties:
- In de buurt van een obstakel dat de luchtinlaten en uitlaten zal blokkeren
- In de buurt van een openbare weg, drukke plaatsen of waar het geluid van de unit anderen zal storen
- In de buurt van dieren of planten die hinder zullen ondervinden van de uitlaat van warme lucht
- In de buurt van een bron van brandbaar gas
- Op een locatie waar de unit wordt blootgesteld aan grote hoeveelheden stof
- Op een locatie waar de unit blootgesteld wordt aan overmatige hoeveelheden zout
SPECIALE OVERWEGINGEN VOOR EXTREME WEERSOMSTANDIGHEDEN
Wanneer de unit blootgesteld wordt aan hevige wind: Installeer de unit op een manier waarop de uitlaatventilator onder een hoek van 90° tegenover de wind- richting staat. Bouw indien nodig een afscherming voor de unit om deze te beschermen tegen extreme windstoten. Zie onderstaande afbeeldingen. Wanneer de unit regelmatig blootgesteld wordt aan hevige regen of sneeuw: Bouw een afscherming boven de unit om deze tegen de regen of sneeuw te beschermen. Let op dat u de luchtstroming rond de unit niet hindert. Wanneer de unit regelmatig blootgesteld wordt aan zoute lucht (zeelucht): Gebruik een buitenunit die speciaal ontwikkeld werd om bestand te zijn tegen corrosie. Stap 2: De afvoeraansluiting installeren (alleen units met een warmtepomp) Voordat u de buitenunit op zijn plaats vast boort, moet u de afvoeraansluiting op de onderkant van de unit installeren. Let op dat er twee types van afvoeraansluitingen bestaan, afhankelijk van het type van de buitenunit. Wanneer de afvoeraansluiting geleverd wordt met een rubberen afdichting (zie Afb. A), doet u het volgende:
1. Plaats de rubberen afdichting op het einde van de afvoeraansluiting, die op de buitenunit aangesloten
2. Plaats de afvoeraansluiting in het gat in de basis van de unit.
3. Draai de afvoeraansluiting 90° tot deze op zijn plaats klikt, naar de voorkant van de unit gericht.
4. Sluit een verlenging van de afvoerslang (niet inbegrepen) aan op de afvoeraansluiting om het water
van de unit af te leiden tijdens de verwarmingsmodus. Sterke wind Sterke wind Sterke wind Windstoot1
Wanneer de afvoeraansluiting niet geleverd wordt met een rubberen afdichting (zie Afb. B), doet u het volgende:
1. Plaats de afvoeraansluiting in het gat in de basis van de unit. De afvoeraansluiting zal op zijn plaats
2. Sluit een verlenging van de afvoerslang (niet inbegrepen) aan op de afvoeraansluiting om het water
van de unit af te leiden tijdens de verwarmingsmodus.
Zorg er in koude klimaten voor dat de afvoerslang zo verticaal mogelijk geplaatst wordt, om een vlotte afvoer van water te verzekeren. Als het water te traag afgevoerd wordt, kan het bevriezen in de slang en de unit onder water zetten. Stap 3: De buitenunit verankeren De buitenunit kan aan de grond of aan een tegen de muur gemonteerde beugel verankerd worden met een bout (M10). Bereid de installatiebasis van de unit voor overeenkomstig onderstaande afmetingen.
AFMETINGEN VOOR MONTAGE VAN DE UNIT
Het volgende is een lijst met buitenunits met verschillende afmetingen en de afstand tussen hun montagepoten. Bereid de installatiebasis van de unit voor overeenkomstig onderstaande afmetingen. Gat in de basis van de buitenunit Dichting Dichting Afvoerkpakking Luchtuitlaat Luchtinlaat Luchtinlaat1
Afmetingen buitenunit (mm) BxHxD Montageafmetingen afstand A (mm) Montageafmetingen afstand B (mm)681x434x285 (26,8”x17,1”x11,2”) 460 (18,1”) 292 (11,5") 700x550x270 (27,5”x21,6”x10,6”) 450 (17,7”) 260 (10,2") 700x550x275 (27,5”x21,6”x10,8”) 450 (17,7”) 260 (10,2") 720x495x270 (28,3”x19,5”x10,6”) 452 (17,8”) 255 (10,0") 728x555x300 (28,7”x21,8”x11,8”) 452 (17,8”) 302 (11,9") 765x555x303 (30,1“x21,8”x11,9”) 452 (17,8”) 286 (11,3") 770x555x300 (30,3”x21,8”x11,8”) 487 (19,2“) 298 (11,7") 805x554x330 (31,7”x21,8”x12,9”) 511 (20,1“) 317 (12,5") 800x554x333 (31,5”x21,8”x13,1“) 514 (20,2”) 340 (13,4") 845x702x363 (33,3”x27,6”x14,3”) 540 (21,3”) 350 (13,8") 890x673x342 (35,0”x26,5”x13,5”) 663 (26,1“) 354 (13,9") 946x810x420 (37,2”x31,9”x16,5”) 673 (26,5”) 403 (15,9") 946x810x410 (37,2“x31,9”x16,1“) 673 (26,5”) 403 (15,9") Doe het volgende wanneer u de unit op de grond of een betonnen installatieplatform installeert:
1. Markeer de posities voor de vier expansiebouten, op basis van de tabel met afmetingen.
2. Boor de gaten voor de expansiebouten voor.
3. Plaats een moer op het einde van elke expansiebout.
4. Klop de expansiebouten met een hamer in de voorgeboorde gaten.
5. Verwijder de moeren van de expansiebouten en plaats de buitenunit op de bouten.
6. Plaats een borgring op elke expansiebout en vervang daarna de moeren.
7. Zet elke muur vast met een moersleutel.
WAARSCHUWING Tijdens het boren in beton wordt het te allen tijde dragen van oogbescherming aanbevolen. Doe het volgende wanneer u de unit op een tegen de muur gemonteerde beugel installeert:
OPGELET Zorg ervoor dat de muur gemaakt is met volle steen, beton of een gelijkaardig sterk materiaal. De muur moet minstens vier keer het gewicht van de unit kunnen dragen.
1. Markeer de posities van de gaten van de beugel, op basis van de tabel met afmetingen.
2. Boor de gaten voor de expansiebouten voor.
3. Plaats een borgring en een moer op het einde van elke expansiebout.
4. Draai de expansiebouten door de gaten in de bevestigingsbeugels, zet de bevestigingsbeugels op
het plaats en klop de expansiebouten in de muur met een hamer.
5. Controleer dat de bevestigingsbeugels waterpas staan.
6. Til de unit voorzichtig op en plaats de montagepoten op de beugels.
7. Draai de bouten stevig vast op de beugels.
8. Installeer, wanneer dit is toegestaan, de unit met rubberen pakkingen om trillingen en geluid te
verminderen. Stap 4: De signaal- en voedingskabels aansluiten De achterkant van klemmenstrook van de buitenunit wordt beschermd door een deksel voor de elektrische bedrading op de zijkant van de unit. Een gedetailleerd bedradingsschema is op de binnenkant van het deksel gedrukt.1
WAARSCHUWING Schakel de hoofdvoeding naar het systeem uit voor het uitvoeren van elektrisch of bedradingswerk.
1. Bereid de kabel voor om aan te sluiten:
GEBRUIK DE JUISTE KABEL
Kies de juiste kabel, raadpleeg "Types van kabels".
KIES DE JUISTE KABELDIAMETER
De diameter van de voedingskabel, signaalkabel, zekering en schakelaar wordt bepaald door de maxi- mumstroom van de unit. De maximumstroom wordt aangegeven op het typeplaatje op het zijpaneel van de unit. a. Strip de rubberen mantel van beide kant van de kabel met een kabelstripper, om ongeveer 40mm van de draden vrij te maken. b. Strip de isolatie van beiden eindes van de draden. c. Krimp u-schoenen op de eindes van de draden met een krimptang.
LET OP KABELS ONDER SPANNING
Zorg er tijdens het krimpen van draden voor dat u de draad onder spanning ("L") duidelijk kunt onder- scheiden van ander draden.
WAARSCHUWING Alle bekabelingswerk moet strikt overeenkomstig het bedradingsschema, dat binnenin het kabeldeksel van de buitenunit weergegeven wordt, uitgevoerd worden.
2. Schroef de deksel van de elektrische bedrading los en verwijder het.
3. Schroef de kabelklem onder de klemmenstrook los en leg deze aan de kant.
4. Sluit de draad aan volgens het aansluitschema en schroef de u-schoen van elke draad stevig vast op
de betreffende klem.
5. Na het controleren of elke aansluiting stevig is, draait u de draden in een lus om te voorkomen dat er
water in de klemmenstrook loopt.
6. Zet de kabel vast op de unit met de kabelklem. Schroef de kabelklem stevig vast.
7. Isoleer niet gebruikte kabels met PVC elektrische tape. Plaats ze zodanig dat ze geen elektrische of
metalen onderdelen raken.
8. Plaats de kabelafdekking aan de zijkant van de unit terug en schroef deze vast.
OPMERKING: Als de kabelklem er als volgt uitziet, kies dan de gepaste doorvoeropening, overeenkomstig de diameter van de draad. Afdekking Schroef1
J AANSLUITING VAN DE LEIDINGEN MET KOELMIDDEL Laat bij het aansluiten van de leidingen voor koelmiddel geen andere stoffen of gassen dan het opge- geven koelmiddel in de unit komen. De aanwezigheid van andere gassen of stoffen zullen de capaciteit van de unit verminderen en kunnen een abnormaal hoge druk in het koelcircuit veroorzaken. Dit kan een ontploffing en letsel veroorzaken. Opmerking over de lengte van leidingen De lengte van de leidingen voor koelmiddel zal de prestaties en het rendement van de unit beïnvloeden. Het normale rendement wordt op getest op units met een leidinglengte van 5 meter (16,5 ft) (In Noord- Amerika is de standaard leidinglengte 7,5 m (25')). Een minimale leidinglengte van 3 meter is vereist om trillingen en overmatig lawaai te minimaliseren. In bepaalde tropische regio's, kan er, voor het R290-koelmiddel, geen koelmiddel toegevoegd worden en mag de maximale lengte van leidingen voor koelmiddel niet langer zijn dan 10 meter (32,8 ft). Raadpleeg onderstaande tabel voor specificaties van de maximale lengte en hoogteverschil van de leidingen. Maximale lengte en hoogteverschil van leidingen voor koelmiddel per model van unit Model Capaciteit (BTU/h) Max. lengte (m) Max. hoogteverschil (m) R410A, R32 Inverter Split airconditioner <15.000 25 (82ft) 10 (33ft) ≥ 15.000 en < 24.000 30 (98,5ft) 20 (66ft) ≥ 24.000 en < 36.000 50 (164ft) 25 (82ft) R22 Split-airconditioner met vast toerental < 18.000 10 (33ft) 5 (16ft) ≥ 18.000 en < 21.000 15 (49ft) 8 (26ft) ≥ 21.000 en < 35.000 20 (66ft) 10 (33ft) R410A, R32 Split-aircondi- tioner met vast toerental < 18.000 20 (66ft) 8 (26ft) ≥ 18.000 en < 36.000 25 (82ft) 10 (33ft) Aansluitinstructies - Leidingen voor koelmiddel Stap 1: Leidingen snijden Zorg er tijdens het voorbereiden van leidingen voor koelmiddel voor dat ze goed gesneden en geflenst worden. Dit zal zorgen voor een efficiënte werking en de noodzaak voor toekomstig onderhoud minima- liseren.
1. Meet de afstand tussen de binnen- en buitenunits.
2. Snij de leiding met een leidingsnijder, iets langer dan de
gemeten afstand. Openingen in drie maten: Klein, groot, gemiddeld Gebruik de gesp om de kabel samen te drukken wanneer deze niet vast genoeg zit, zodat de kabel stevig vastge- maakt kan worden. Gesp Schuin Grof Krom1
3. Zorg ervoor dat de leiding onder een perfecte hoek van 90° gesneden wordt.
Wees extra voorzichtig om geen leidingen te beschadigen, in te deuken of te vervormen tijdens het snijden. Dit zal het verwarmingsrendement van de unit drastisch verminderen. Stap 2: Verwijder bramen Bramen kunnen de luchtdichte afdichting van de aansluiting van de leiding voor koelmiddel aantasten. Ze moeten volledig verwijderd worden.
1. Houd de leiding in een neerwaartse hoek om te voorkomen dat bramen in de leiding vallen.
2. Gebruik een ruimer of gereedschap voor het verwijderen van bramen om alle bramen van het gesneden
deel van de leiding te verwijderen. Stap 3: Flenzen leidingeindes Goede flenzen zijn essentieel voor het bekomen van een luchtdichte afdichting.
1. Dicht de eindes, na het verwijderen van de bramen van de gesneden leiding, af met PVC tape om te
voorkomen dat er vreemde materialen in de leiding komen.
2. Isoleer de leiding met isolatiemateriaal.
3. Plaats flensmoeren op beide eindes van de leiding. Zorg ervoor dat ze in de juiste richting gericht
zijn, omdat u ze niet kunt verplaatsen of hun richting niet kunt veranderen na het plaatsen.
4. Verwijder de PVC tape van de eindes van de leiding wanneer u klaar bent voor het flenswerk.
5. Klem de flensvorm op het einde van de leiding. Het einde van de leiding moet voorbij de rand van de
6. Plaats het gereedschap voor het vormen van de flens op de vorm.
7. Draai de handgreep van het gereedschap in wijzerzin tot de leiding volledig geflensd is.
8. Verwijder het gereedschap en de flensvorm, inspecteer het einde van de leiding op scheuren en een
gelijkmatige flens. Stap 4: Leidingen aansluiten Wees tijdens het aansluiten van leidingen voor koelmiddel voorzichtig en gebruik niet te veel kracht om de leiding op om het even welke manier te vervormen. U moet eerst de lagedrukleiding aansluiten, daar- na de hogedrukleiding. MINIMUM BUIGSTRAAL Bij het buigen van aangesloten leidingen voor koelmiddel, is de minimum buigstraal 10 cm. Instructies voor het aansluiten van leidingen op de binnenunit
1. Lijn het midden van de leidingen die u wilt aansluiten uit.
2. Zet de flensmoer zo vast mogelijk met de hand.
3. Klem de moer op de leiding van de unit met een leidingklem.
4. Klem de moer stevig op de leiding van de unit en zet de
flensmoer vast met een momentsleutel, overeenkomstig de waarden voor aanhaalmomenten in onderstaande tabel met Vereisten voor aanhaalmomenten. Zet de flensmoer een weinig los en zet ze daarna opnieuw vast.
Overmatige kracht kan de moer breken of de leidingen voor koelmiddel beschadigen. U mag de vereisten voor aanhaalmomenten, die in bovenstaande tabel weergegeven worden, niet overschrijden. Instructies voor het aansluiten van leidingen op de buitenunit
1. Schroef het deksel van de ingepakte klep aan de zijkant van de buitenunit los.
2. Verwijder de beschermingskappen van beide eindes van de kleppen.
3. Lijn de geflensde leiding uit met elke klep en zet de flensmoer zo vast mogelijk met de hand.
4. Klem het klephuis vast met een leidingklem. Klem de moer die de onderhoudsklep afdicht niet.
5. Klem het klephuis stevig vast, gebruik een momentsleutel om de flensmoer vast te zetten, overeen-
komstig de waarden voor aanhaalmomenten.
6. Zet de flensmoer een weinig los en zet ze daarna opnieuw vast.
7. Herhaal stappen 3 tot 6 voor de resterende leidingen.
KLEM HET HOOFDKLEPHUIS VAST MET EEN LEIDINGKLEM Door de flens vast te zetten met het opgegeven aanhaalmoment kunnen andere delen van de klep loskomen. LUCHT AFLATEN Voorbereidingen en voorzorgsmaatregelen Lucht en vreemde materialen in het koelmiddelcircuit kunnen voor abnormale drukstijgingen zorgen, wat het apparaat kan beschadigen, het rendement kan verminderen en letsel kan veroorzaken. Gebruik een vacuümpomp en een meter op het verdeelstuk op lucht, niet condenseerbare gassen en vocht uit het koelcircuit te verdrijven. Het aflaten moet uitgevoerd worden bij de initiële installatie en wanneer de unit verplaatst wordt.
- Controleer om te verzekeren dat de verbindingsleidingen tussen de binnen- en buitenunits goed aangesloten zijn.
- Controleer om te verzekeren dat alle bedrading goed aangesloten is. Instructies voor aflaten
1. Sluit de laadslang van de meter van het verdeelstuk aan op de onderhoudspoort van de lagedruk-
klep van de buitenunit.
2. Sluit een andere slang van de meter van het verdeelstuk aan op de vacuümpomp.
3. Open de lagedrukkant van de meter van het verdeelstuk. Houd de hogedrukkant gesloten.
4. Schakel de vacuümpomp in om het systeem af te laten.
5. Laat de vacuümpomp minstens 15 minuten draaien, of tot de meter -76cmHG (-10 Pa) aangeeft.
6. Sluit de lagedrukkant van de meter van het verdeelstuk en schakel de vacuümpomp uit.
7. Wacht 5 minuten en controleer of de systeemdruk niet verandert is.
8. Als de systeemdruk verandert is, raadpleeg dan het deel Controleren op gaslekken voor informatie
over hoe u moet controleren op gaslekken. Als de systeemdruk niet verandert, schroef dan de dop van de verpakte klep los (hogedrukklep).
9. Steek een zeskantsleutel in de verpakte klep (hogedrukklep) en open de klep door de sleutel een 1/4
in tegenwijzerzin te draaien. Luister of er gas uit het systeem komt en sluit de klep na 5 seconden.
10. Bekijk de drukmeter gedurende een minuut om te verzekeren dat de druk niet verandert. De druk-
meter moet iets meer dan de atmosferische druk aangeven.
11. Verwijder de laadslang van de onderhoudspoort.
12. Zet beide hogedruk- en lagedrukkleppen open met een zeskantsleutel.
13. Zet de klepdoppen op de drie kleppen (onderhoudspoort, hoge druk, lage druk) met de hand vast.
U kunt ze verder vastzetten met een momentsleutel indien nodig.
Draai bij het openen van de klepstelen de zeskantsleutel langzaam tot deze de aanslag raakt. Probeer niet om de klep verder open te forceren.
OPMERKING OVER HET TOEVOEGEN VAN KOELMIDDEL
Sommige systemen vereisten aanvullende laden, afhankelijk van de lengte van de leidingen. De standaard leidinglengte verschilt, overeenkomstig lokale regelgeving. In Noord-Amerika bijvoorbeeld, is de stan- daard leidinglengte 7,5 m (25'). In andere plaatsen is de standaard leidinglengte 5 m (16‘). Het koelmiddel moet geladen worden via de onderhoudspoort op de lagedrukklep van de unit. Het extra te laden koel- middel kan worden berekend met de volgende formule:
EXTRA KOELMIDDEL VOLGENS LEIDINGLENGTE
Lengte verbindingsleiding (m) Methode voor lucht aflatenExtra koelmiddel< Standaard leidinglengte Vacuümpomp NVT> Standaard leidinglengteVacuümpompVloeistofzijde: Ø 6,35 (Ø 0,25”) Vloeistofzijde: Ø 9,52 (Ø 0,375”) R32: (Leidinglengte – standaard lengte) x 12g/m R32: (Leidinglengte – standaard lengte) x 24g/m R290: (Leidinglengte – standaard lengte) x 10g/m R290:(Leidinglengte – standaard lengte) x 18g/m R410A:(Leidinglengte – standaard lengte) x 15g/m R410A:(Leidinglengte – standaard lengte) x 30g/m R22: (Leidinglengte – standaard lengte) x 20g/m R22: (Leidinglengte – standaard lengte) x 40g/m Flensmoer Dop klephuis klepsteel1
Voor een unit met R290-koelmiddel, is de maximale totale hoeveelheid koelmiddel die geladen mag worden niet meer dan: 387g (<=9000-tu/h), 447g(>9000Btu/h en <=12000Btu/h), 547g(>12000Btu/h en <=18000Btu/h), 632g(>18000Btu/h en <=24000Btu/h). OPGELET Meng GEEN types van koelmiddel. K ELEKTRISCHE CONTROLES EN CONTROLES OP GASLEKKEN Voor de testrun Voer alleen een testrun uit wanneer u de volgende stappen voltooid hebt:
- Elektrische veiligheidscontroles - Bevestig dat het elektrisch systeem van de unit veilig is en goed werkt
- Controles op gaslekken - Controleer alle flensverbindingen en bevestig dat er geen lekken in het systeem zijn
- Bevestig dat de gas- en vloeistofkleppen (hoge en lage druk) volledig open staan Elektrische veiligheidscontroles Bevestig na installatie dat alle elektrische bedrading geïnstalleerd is overeenkomstig lokale en nationale regelgeving en overeenkomstig de installatiehandleiding.
Controleer de aarding Meet de aarding door visuele detectie en een tester voor de aardingsweerstand. De aardingsweerstand moet minimaal 0,10 zijn. OPMERKING: Dit is mogelijk niet vereist op sommige plaatsen in de VS.
Controleer op elektrische lekstromen Gebruik tijdens de testrun een elektrosonde en multimeter om een uitgebreide test voor elektrische lekstromen uit te voeren. Als er een elektrische lekstroom gedetecteerd wordt, schakel de unit dan onmiddellijk uit en bel een erkend elektricien om de oorzaak van de lekstroom op te sporen en op te lossen. OPMERKING: Dit is mogelijk niet vereist op sommige plaatsen in de VS.
WAARSCHUWING - RISICO OP EEN ELEKTRISCHE SCHOK Alle bedrading moet conform lokale en nationale elektrische codes zijn en moet door een erkend elektricien geïnstalleerd worden. Controles op gaslekken Er zijn twee verschillende methoden om te controleren op gaslekken. De methode met water en zeep Breng met een zachte borstel wat zeepsop op vloeibaar reinigingsmiddel aan op alle aansluitpunten van leidingen van de binnen- en de buitenunit. De aanwezigheid van luchtbellen wijst op een lek.1
Methode met lekdetector Wanneer u een lekdetector gebruikt, raadpleeg dan de gebruikshandleiding van het apparaat voor de juiste gebruiksaanwijzingen. NA HET UITVOEREN VAN DE CONTROLES OP GASLEKKEN Na het bevestigen dat er GEEN verbindingen van leidingen lekken, vervangt u de klepdeksel op de buitenunit.
L TESTRUN Instructies voor de testrun U moet de testrun minimaal 30 minuten uitvoeren.
1. Sluit de voeding aan op de unit.
2. Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om de unit in te schakelen.
3. Druk op de knop MODUS om de volgende functies te doorlopen, een voor een:
- KOELEN - Selecteer de laagst mogelijke temperatuur
- VERWARMEN - Selecteer de hoogst mogelijke temperatuur
4. Laat elke functie 5 minuten in werking en voer de volgende controles uit
Lijst met uit te voeren controles GESLAAGD / GEZAKT Geen elektrische lekstroom Unit is goed geaard Alle elektrische klemmenstroken zijn goed afgedekt Binnen- en buitenunits zijn stevig geïnstalleerd Er lekken geen verbindingspunten van leidingen Buiten (2): Binnen (2): Het water stroomt vrij uit de afvoerslang Alle leidingen zijn goed geïsoleerd De unit KOELT goed De unit VERWARMT goed De luchtuitlaatkleppen van de binnenunit draaien goed De binnenunit reageert op de afstandsbediening
CONTROLEER DE LEIDINGVERBINDINGEN OPNIEUW
Tijdens bedrijf zal de druk van het koelmiddelcircuit toenemen. Dit kan er op wijzen dat er lekken zijn die niet opgevallen waren tijdens uw initiële controle op lekken. Neem tijdens de testrun de tijd om opnieuw te controleren dat er geen verbindingspunten van de leidingen voor koelmiddel lekken. Raadpleeg het deel Controles op gaslekken voor instructies. Controlepunt van binnenunit Controlepunt van buitenunit A: Lagedrukafsluitklep B: Hogedrukafsluitklep C & D: Flensmoeren binnenunit1
5. Doe het volgende na het succesvol voltooien van de testrun en na het bevestigen dat alle punten in de
lijst met controles GESLAAGD zijn: a. Zet de unit opnieuw op de normale bedrijfstemperatuur met de afstandsbediening. b. Wikkel de verbindingen van de leidingen met koelmiddel binnen die u vrij hebt gelaten tijdens de installatie van de binnenunit, in met isolatietape. WANNEER DE OMGEVINGSTEMPERATUUR LAGER IS DAN 16°C U kunt de afstandsbediening niet gebruiken om de modus KOELEN in te schakelen wanneer de omgevings- temperatuur lager is dan 16° C. In dit geval kunt u de knop voor HANDMATIGE BEDIENING gebruiken om de functie KOELEN te testen.
1. Til het voorpaneel van de binnenunit op tot het op zijn plaats klikt.
2. De knop HANDMATIGE BEDIENING bevindt zich aan de rechterkant van de unit. Druk er 2 keer op om de
functie KOELEN te selecteren.
3. Voer de testrun uit zoals normaal.
Knop voor handmatige bediening1
M GARANTIEVOORWAARDEN Dit apparaat wordt geleverd met een garantie van 48 maanden op de compressor en 24 maanden op de andere onderdelen, te beginnen op de datum van aankoop. De volgende regels zijn van toepassing:
1. We weigeren expliciet alle andere schuldvorderingen, inclusief schuldvorderingen voor nevenschade.
2. Herstellingen aan of vervanging van onderdelen tijdens de garantieperiode zullen niet leiden tot ver-
lengen van de garantieperiode.
3. De garantie is niet meer geldig wanneer er veranderingen aangebracht zijn, er niet-originele onderdelen
gebruikt zijn of wanneer er herstellingen door derde partijen uitgevoerd zijn.
4. Onderdelen onderhevig aan normale slijtage, zoals het filter, vallen niet onder de garantie.
5. De garantie is enkel geldig wanneer u de originele, gedateerde aankoopfactuur kan voorleggen en als
er geen aanpassingen zijn aangebracht.
6. De garantie dekt geen schade die veroorzaakt werd door nalatigheid of door acties die afwijken van
deze in dit instructieboekje.
7. Transportkosten en de risico’s verbonden aan het transport van dit apparaat of onderdelen van het
apparaat zijn steeds voor rekening van de koper.
8. Schade die veroorzaakt werd door gebruik van niet geschikte filters, wordt niet gedekt door de garantie.
9. Verlies van koelmiddel en/of een lek omwille van slecht aansluiten/loskoppelen van de units en/of het
aansluiten/loskoppelen van de units door niet gekwalificeerd personeel, wordt niet gedekt door de garantie, overeenkomstig de voorwaarden die gelden voor dit product. Schade aan units niet gemonteerd, aangesloten en/of losgekoppeld werden overeenkomstig de lokale wet en/of regelgeving en/of waarbij de richtlijnen in deze handleiding niet gevolgd werden, worden niet gedekt door de garantie, overeen- komstig de voorwaarden die gelden voor dit product. Wanneer deze aanwijzingen geen oplossing bieden, raadpleeg dan uw verdeler voor reparaties. Zorg ervoor dat u in het onwaarschijnlijke geval dat loskoppelen nodig is, dat dit altijd uitgevoerd wordt door gekwali- ficeerd, bevoegd personeel en overeenkomstig uw lokale wetten en regelgeving. Verwijder geen elektrische apparaten als ongesorteerd huishoudelijk afval. Gebruik aparte inzamelvoorzieningen. Contacteer uw lokale overheid voor informatie over de beschikbare inzamelvoorzieningen. Wanneer elektrische apparaten achtergelaten worden op stortplaatsen of vuilnisbelten kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en in de voedingsketen terecht komen, en zo uw welzijn en gezondheid schaden. Bij het vervangen van oude appara- ten is de kleinhandelaar wettelijk verplicht uw oude apparaat gratis over te nemen en het te verwijderen. Werp geen batterijen in vuur, waar ze kunnen ontploffen of gevaarlijke vloeistof- fen kunnen vrijgeven. Wanneer u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, verwijder de batterijen dan en gooi ze weg overeenkomstig de geldende regelgeving, omdat ze gevaarlijk voor het milieu kunnen zijn. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen, die onder het Kyotoprotocol vallen. Ze mag allen onderhouden of gedemonteerd worden door professioneel, opgeleid personeel. Deze apparatuur bevat R32-koelmiddel, in de mate die in bovenstaande tabel weergegeven wordt. Ontlucht R32 niet naar de atmosfeer: R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een globaal opwarmingspotentieel (GWP) = 675 Internet: Voor uw gemak kunt de laatste versie van de gebruiks-, installatie- en/of onderhoudshandleiding downloaden op www.Qlima.com280
Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.nl / www.qlima.be) of neem contact op met de afdeling sales support (T: +31 412 694 694 / +32 (0)3 326 39 39).
Notice-Facile