GYS Auto E2 - Lasapparaat

Auto E2 - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Auto E2 GYS in PDF-formaat.

📄 142 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice GYS Auto E2 - page 48

Gebruikersvragen over Auto E2 GYS

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Auto E2 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Auto E2 van het merk GYS.

GEBRUIKSAANWIJZING Auto E2 GYS

ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen moeten deze instructies zorgvuldig gelezen en goed begrepen worden. Voer geen onderhoud of wijzigingen uit die niet in de handleiding vermeld staan. Ieder lichamelijk letsel en iedere vorm van materiële schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan niet verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een gekwaliceerd en bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het uitvoeren van laswerkzaamheden, en alleen volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten altijd gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik van dit materiaal kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie moet worden gebruikt in een stof- en zuur- vrije ruimte, in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Voor de opslag van deze apparatuur gelden dezelfde voorwaarden. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik van dit apparaat. Temperatuurbereik: Gebruikstemperatuur tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid: Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).

PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN

Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie-gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die een elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Het dragen van contactlenzen is uitdrukkelijk verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende schermen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die hen voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als de laswerkzaamheden een hoger geluidsniveau bereiken dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van de koelgroep wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. Wanneer dit toch gebeurt, kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van letsels of ongelukken. De elementen die net gelast zijn zijn heet, en kunnen brandwonden veroorzaken wanneer ze aangeraakt worden. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. Om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt moet de koelgroep in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts. Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen niet in gevaar te brengen.

Dampen, gassen en stof die worden uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de afzuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet.NL

Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd en gemonitord worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde sto󰀨en zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Lassen in de buurt van vet of verf is verboden.

BRAND EN EXPLOSIE-RISICO

Scherm het lasgebied volledig af, brandbare sto󰀨en moeten op minimaal 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Deze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen of houders is verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas-residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de stroombron van het lasapparaat of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasessen komt kan, in geval van hoge concentraties in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren is absoluut noodzakelijk). Het transport moet absoluut veilig gebeuren : de essen moeten gesloten zijn en de lasstroombron moet uitgeschakeld zijn. De essen moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de essen na ieder gebruik. Wees alert op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De es mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een massa-klem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Houd de es uit de buurt van elektrische circuits en lascircuits, en las nooit een es onder druk. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de es, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer voor gebruik of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat wordt gebruikt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voordat u het lasapparaat opent, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massa-klem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.

EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL

Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt aangeleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radio-frequente straling. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-11 norm. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-12 norm. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door geleidend materiaal of kabels gaat veroorzaakt plaatselijk elektrische en magnetische velden (EMF). De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden (EMF) kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Voor mensen met medische implantaten moeten speciale veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers, of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende adviezen op moeten volgen om de blootstelling aan elektro-magnetische straling van het lascircuit tot een minimum te beperken:

  • plaats de laskabels samen - bind ze zo mogelijk onderling aan elkaar vast;50 Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding
  • houd uw romp en uw hoofd zo ver mogelijk verwijderd van het lascircuit;
  • wikkel de laskabels nooit rond uw lichaam;
  • ga niet tussen de laskabels in staan. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
  • sluit de massaklem aan op het werkstuk, zo dicht mogelijk bij de te lassen zone;
  • werk niet vlakbij de lasstroombron, ga er niet op zitten en leun er niet tegenaan;
  • niet lassen tijdens het verplaatsen van de lasstroombron of het draadaanvoersysteem. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. Blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker van dit apparaat is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om dit probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het gehele werkvertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen, veroorzaakt door elektromagnetische stralingen, beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de lasruimte Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de eventuele elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. De volgende gegevens moeten in aanmerking worden genomen : a) de aanwezigheid boven, onder en naast het lasmateriaal van andere voedingskabels, besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) de aanwezigheid van radio- en televisiezenders en ontvangers; c) de aanwezigheid van computers en overig besturingsmateriaal; d) de aanwezigheid van belangrijk beveiligingsmateriaal, voor bijvoorbeeld de beveiliging van industrieel materiaal; e) de gezondheid van personen in de directe omgeving van het apparaat, en het eventueel dragen van een pacemaker of een gehoorapparaat. f) materiaal dat wordt gebruikt voor het kalibreren of het uitvoeren van metingen; g) de immuniteit van overig materiaal aanwezig in de omgeving. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Het is mogelijk dat er extra beschermende maatregelen nodig zijn; h) het moment dat het lassen of andere activiteiten plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht moet worden genomen en/of moet worden beveiligd hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Dit omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van het gebouw. Een evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke meetresultaten worden bekeken, zoals deze zijn gemeten in de reële situatie, zoals vermeld in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de doeltre󰀨endheid van de maatregelen te testen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbaar stroomnet: U kunt de booglasinstallatie aansluiten op een openbaar stroomnet, met inachtneming van de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen leiding of een gelijkwaardig materiaal. Het is wenselijk om de elektrische continuïteit van deze afscherming over de gehele lengte te verzekeren. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasmateriaal : De booglasapparatuur moet regelmatig worden onderhouden, volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele manier gewijzigd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden. d. Equipotentiaal verbinding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : metalen objecten die verbonden zijn aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de lasser, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de lasser van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen onderdeel : Wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen wanneer daarmee het risico op verwondingen van de lassers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de richtlijnen in het betre󰀨ende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en beveiliging van andere kabels en materiaal in de omgeving kan eventuele problemen verminderen. Voor speciale toepassingen kan de beveiliging van de gehele laszone worden overwogen.

TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMBRON

Gebruik niet de kabels of de toorts om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.NL

Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding Til nooit een gases en het apparaat tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend. Het is beter om eerst de spoel te verwijderen voordat u de lasstroomvoeding op wilt tillen of wilt verplaatsen.

INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL

  • Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.
  • Zorg dat er voldoende ruimte is om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel.
  • Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar geleidend metaalstof aanwezig is.
  • Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
  • IP21 beschermingsklasse : - het apparaat is beveiligd tegen toegang in gevaarlijke delen van solide elementen met een diameter van >12,5mm en - beschermd tegen verticaal vallende regendruppels. Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand. - Alle lasverbindingen moeten goed en stevig op elkaar aangesloten zijn. Controleer dit regelmatig ! - Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen heeft ! - Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat ze geïsoleerd zijn ! - Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geïsoleerd zijn ! - Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd oppervlak wanneer ze niet gebruikt worden ! Om oververhitting te voorkomen moeten de voedingskabels, verlengsnoeren en laskabels helemaal afgerold worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD / ADVIES
  • Het onderhoud mag alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. We raden u aan een jaarlijkse onderhoudsbeurt uit te laten voeren.
  • Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht twee minuten voordat u werkzaamheden op het apparaat gaat verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
  • Neem regelmatig de behuizing af en maak het apparaat met een blazer stofvrij. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
  • Controleer regelmatig de voedingskabel. Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn reparatie-dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om zo gevaarlijke situaties te voorkomen.
  • Laat de ventilatieopening van de lasstroombron vrij zodat de lucht goed kan circuleren.
  • Deze lasstroombron is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen / accu’s of het opstarten van motoren.

INSTALLATIE - GEBRUIK VAN HET APPARAAT

Alleen ervaren en door de fabrikant gekwaliceerd personeel mag de installatie uitvoeren. Verzekert u zich ervan dat de generator tijdens het installeren niet op het stroomnetwerk aangesloten is. Seriële en parallelle generator-verbindingen zijn verboden. Om optimale las-omstandigheden te creëren, wordt aanbevolen om de laskabels te gebruiken die met het apparaat geleverd zijn. OMSCHRIJVING Dit is een geventileerd «synergetisch» semi-automatisch lasapparaat (MIG of MAG). Het apparaat is geschikt voor het lassen van staal, rvs, aluminium en voor hardsolderen. De instelling is snel en eenvoudig te realiseren dankzij de integrale « synergetische » module. BESCHRIJVING VAN HET MATERIAAL (II)

1- Spoelhouder Ø 200/300 mm. 8- Euro-aansluiting (toorts)

2- Klepje accessoire-doos 9- Opbergruimte

3- Kabelhouder 10- Aansluiting gas

7- Kabel massaklem (3,5m) 14- Draadaanvoersysteem52

Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding

2- Aansluiting gas (toorts 2) 11- Euro-aansluiting (toorts 2)

6- Toortshouder 15- USB-klepje

2- Aansluiting gas (toorts 2) 12- Euro-aansluiting (toorts 1)

3- Aansluiting gas (toorts 3) 13- Euro-aansluiting (toorts 2)

4- Spoelhouder Ø 200 mm.(toorts 1) 14- Euro-aansluiting (toorts 3)

8- Toortshouder 18- USB-klepje

9- HMI 19- Draadaanvoer (toorts 1)

10- START/STOP schakelaar 20- Draadaanvoer (toorts 2)

21. Draadaanvoer (toorts 3)

INTERFACE HUMAN - MACHINE (HMI) HMI Lees de handleiding voor het gebruik van de bediening (HMI), die deel uitmaakt van de complete handleiding van het materiaal.

ELEKTRISCHE VOEDING - OPSTARTEN

  • Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE 7/7, en mag alleen gebruikt worden in combinatie met een 230V enkelfase elektrische installatie (50 - 60 Hz) met drie kabels waarvan één geaard. De e󰀨ectieve stroomafname (l1e󰀨) bij optimaal gebruik staat aangegeven op het apparaat. Controleer of de stroomvoorziening en de bijbehorende beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) geschikt zijn voor de stroom die nodig is voor het gebruik van dit apparaat. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen, om het toestel optimaal te kunnen gebruiken.
  • De vermogensbron is geschikt om te functioneren met een elektrische spanning van 230V -20% +15%. De stroombron schakelt over op beveiliging wanneer de voedingsspanning lager is dan 185 Ve󰀨 of hoger dan 265 Ve󰀨. (een storingscode verschijnt dan op het scherm).
  • U start het apparaat op door een druk op de START/STOP schakelaar (ON/AAN), en u schakelt het weer uit met en druk op dezelfde schakelaar (OFF/UIT). Waarschuwing ! Nooit de stroomvoorziening afsluiten wanneer het apparaat oplaadt.

AANSLUITEN OP EEN STROOMGENERATOR

Deze apparatuur kan worden gebruikt met een stroomgenerator, op voorwaarde dat deze hulpspanning aan de volgende eisen voldoet : - De spanning moet een wisselspanning zijn, de e󰀨ectieve waarde moet 230 V -20% +15% zijn en de piekspanning mag niet hoger zijn dan 400V. - De frequentie moet tussen de 50 en 60 Hz liggen. Het is absoluut noodzakelijk om deze voorwaarden te controleren, omdat veel generatoren hoge spanningspieken produceren die het materiaal kunnen beschadigen.

GEBRUIK VAN VERLENGSNOEREN

Alle gebruikte verlengsnoeren moeten de voor het apparaat geschikte lengte en kabelsectie hebben. Gebruik een verlengsnoer dat voldoet aan de nationale regelgeving. Ingangsspanning Doorsnede van het verlengsnoer (<45m) 230 V 2.5 mm²NL

Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleidingINSTALLEREN VAN DE SPOEL a b - Verwijder de nozzle (a) en de contact-buis van uw MIG/MAG toorts.

- Open het klepje van de generator.- Plaats de spoel op de houder.- Houd rekening met de aandrijf-pen (c) van de spoelhouder. Om een spoel van 200 mm te monteren, moet u de plastiek spoelhouder (a) maximaal aandraaien.- Stel de rem van de spoel (b) correct af, om te voorkomen dat tijdens de lasstop de draad in de war raakt. Draai over het algemeen niet te strak aan. Dit kan de motor oververhitten.INBRENGEN VAN DE LASDRAAD

De rollers verwisselt u als volgt :- Draai de draaiknop (a) maximaal los en laat deze neerkomen. - Ontgrendel de rollers door de bevestigingsschroeven (b) los te draaien.- Plaats de aanvoerrollen die geschikt zijn voor de door u uit te voeren werkzaamheden en schroef de schroeven weer vast. De bijgeleverde aanvoerrollen hebben een dubbele groef :- staal Ø 0,6/0.8 mm (E1 + E2 + E3)- staal Ø 0,8/1.0 (E3)- aluminium Ø 0,8/1.0 (E2 + E3)- Controleer het opschrift op de rol, om er zeker van te zijn dat deze geschikt is voor de diameter en het materiaal van het door u gebruikte draad (voor een draad van Ø 1.0 gebruikt u de groef Ø 1.0).- Gebruik rollen met een V-groef voor staaldraad en andere hardere draadsoorten.- Gebruik rollen met een U-groef voor aluminiumdraad en andere soepele draadsoorten. : de aanduiding is af te lezen op de rol (bijvoorbeeld : 1.0) : de te gebruiken groef

Ga, om het lasdraad te installeren, als volgt te werk :- Draai het wieltje zo ver mogelijk los en laat het zakken. - Breng de draad in, sluit vervolgens het draadaanvoersysteem en draai de draaiknop weer aan. - Start de motor op de trekker van de toorts.Opmerkingen :Opmerkingen :•Een te krappe mantel kan problemen bij de draadaanvoer geven en de motor oververhitten.• De aansluiting van de toorts moet eveneens goed aangedraaid worden, dit om oververhitting te voorkomen.

  • Controleer of het draad en de spoel niet in contact zijn met de mechaniek van het apparaat, dit kan kortsluiting veroorzaken. RISICO OP BLESSURES ALS GEVOLG VAN BEWEGENDE ONDERDELEN De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken !• Raak met uw hand(en) geen bewegende, draaiende of aandrijvende onderdelen aan.
  • Let goed op dat de afdekkingen van de behuizing van het apparaat correct gesloten blijven wanneer het apparaat in werking is !
  • Draag geen handschoenen tijdens het afwikkelen van de lasdraad en het verwisselen van de spoelen.54 Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding SEMI-AUTOMATISCH LASSEN IN STAAL/INOX (MAG MODULE) Met dit apparaat kunt u lassen met staaldraad en roestvrijstaaldraad met een Ø 0.6 tot 1,0 mm (I-A). E1 / E2 : Het apparaat wordt standaard geleverd met rollers voor een Ø 0.6/0.8 voor staal en roestvrijstaal. E3 : Het apparaat wordt standaard geleverd met rollers voor een Ø 0.6/0.8 en Ø 0.8/1.0 voor staal en roestvrijstaal.. De contactbuis, de groef van de aandrijfrol en de mantel van de toorts zijn voor deze afmetingen bestemd. Voor het lassen van staal dient u een speciaal lasgas (Ar+CO2) te gebruiken. De CO2 verhouding kan variëren, afhankelijk van het gebruikte type gas. Voor het lassen van inox moet een mengsel met 2% CO2 gebruikt worden. Wanneer gelast wordt met puur CO2 is het noodzakelijk om een gasvoorverwarmer aan te sluiten op de gases. Voor specieke eisen wat betreft gas kunt u contact opnemen met uw gasleverancier. De gastoe- voer voor staal ligt tussen de 8 en 15 liter per minuut, afhankelijk van de omgeving. Om de gastoevoer aan de uitgang van de toorts te kunnen meten, raden we u aan om gebruik te maken van de owmeter (optioneel, art. code 053939). SEMI-AUTOMATISCH LASSEN VAN ALUMINIUM (MIG MODULE) Met dit apparaat kunt u lassen met aluminiumdraad met een Ø van 0.8 tot 1.2 mm (I-B) (Ø 1,2 mm, niet-intensief lassen). E2 / E3 : Het apparaat wordt standaard geleverd met rollers voor een Ø 0.8/1.0 (aluminium). Voor aluminium dient u een speciek zuiver Argon (Ar) gas te gebruiken. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gastoevoer voor aluminium ligt tussen 15 en 20 L/m afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser. Hier volgen de verschillen tussen het gebruik voor staal en aluminium: - Gebruik de specieke rollen voor het lassen van aluminium. - Zet minimale druk op de rollen van de draadaanvoer zodat de draad niet geplet wordt. - Gebruik de capillaire buis (bestemd om het draad van de rollen van het draadaanvoersysteem naar de EURO-aansluiting te geleiden) uitsluitend voor het lassen van staal/inox (I-B). - Gebruik een speciale aluminium-toorts. Deze toorts voor aluminium heeft een teon mantel, om de wrijving te verminderen. NIET de mantel bij de aansluiting afknippen! Deze mantel wordt gebruikt om de draad vanaf de rollen te geleiden. - Contact buis : gebruik een SPECIALE aluminium contactbuis die geschikt is voor de diameter van het draad. Tijdens het gebruik van de rode of blauwe mantel (lassen van aluminium) wordt aanbevolen om het accessoire 90950 (I-C) te gebruiken. Deze inox geleidingshuls zorgt voor een betere centrering van de mantel en verbetert de aanvoer van de draad. Video SEMI-AUTOMATISCH LASSEN CUSI EN CUAL (HARDSOLDEREN) Dit materiaal is geschikt voor het lassen van CuSi en CuAl draad met een Ø van 0,8 tot 1,0 mm. Net zoals bij staaldraad moet er een capillaire buis geplaatst worden, en moet men een toorts met een staal-mantel gebruiken. Bij hardsolderen moet een puur Argon (Ar) gas gebruikt worden. AANSLUITING GAS Kabeldoorgang : E2 / E3 - Installeer een geschikte drukregelaar op de gases. Koppel deze aan het lasapparaat met behulp van de meegeleverde toorts(en), zie hiervoor het schema op pagina 6. Bevestig de 2 klemmen om eventuele lekkages te voorkomen. - Verzekert u zich ervan dat de gases goed is bevestigd, en volg nauwkeurig de aanwijzingen op voor het vastmaken van de ketting op de generator. - Regel de gastoevoer door aan het wieltje op de drukregelaar te draaien. NB : om de gastoevoer eenvoudiger te kunnen regelen, kunt u op de trekker van de toorts drukken om de rollen aan te drijven (wieltje van de draadaanvoer iets losser draaien om zo te voorkomen dat het draad wordt meegetrokken). Maximale gasdruk 0.5 Mpa (5 bars). Deze procedure is niet van toepassing op het lassen in de « No Gaz » module. AANBEVOLEN COMBINATIES (mm) Stroom (A) Ø l (mm) Ø Nozzle (mm) Min. toevoer (in L) MIG 0.8-2 20-100 0.8 12 10-12 2-4 100-200 1.0 12-15 12-15 MAG 0.6-1.5 15-80 0.6 12 8-10 1.5-3 80-150 0.8 12-15 10-12 3-8 150-300 1.0/1.2 15-16 12-15NL

Keuze van het te lassen materiaal. Synergetische lasinstellingen Draad diameter Ø 0.6 > Ø 1.2 mm - Keuze draaddiameter Gebruik van de trekker 2T, 4T Keuze besturing van de trekker. Punt module Spot, Spot Delay Keuze module punten 1ste Instelling Dikte Stroom Snelheid

Keuze van de weer te geven hoofdinstelling (Dikte van het te lassen plaatwerk, gemiddelde lasstroom of draadsnelheid). De toegang tot sommige las-instellingen hangt af van de gekozen schermweergave : Instellingen/Weergave : Easy of Expert. Raadpleeg de HMI-handleiding LASPROCEDURES Voor meer informatie betre󰀨ende de GYS synergieën en de lasprocedures kunt u de QR-code scannen : 2 LASMODULES (EASY)

  • Rups Lassen Met deze lasmodule kunt u zeer jn plaatwerk lassen, en het risico van doorboren of vervormen van het plaatwerk beperken. Het Rups Lassen ge- beurt handmatig, met behulp van de trkker. PUNTLASSEN (EXPERT)
  • Spot Met deze lasmodule kunnen de te lassen onderdelen voor het lassen geassembleerd worden. Het punten kan handmatig, per trekker, of getem- poriseerd gebeuren, in een van te voren gedenieerd ritme. Deze «punt-duur» zorgt voor een betere reproduceerbaarheid, en het realiseren van niet-geoxideerde punten.
  • Spot Delay Deze punt-module lijkt op de SPOT, maar wisselt punten af met vooraf gedenieerde pauzes zolang de trekker ingedrukt wordt gehouden. Dankzij deze functie kunnen zeer dunne staal- of aluminiumplaten gelast worden. Het risico van het doorboren en vervormen van de platen (vooral van de aluminium platen) wordt zo sterk beperkt. DEFINITIE INSTELLINGEN Een- heid Burnback - Functie die het risico op het plakken van de draad aan het eind van de lasnaad voorkomt. De duur komt ove- reen met het terugtrekken van de draad uit het smeltbad. Crater Filler - Dit stroomniveau bij het uitdoven is de fase die volgt op het verlagen van de stroom. Reactietijd s De duur tussen het einde van een punt (buiten Post gas) en het hervatten van een nieuw punt (inclusief Pre- Gas). Dikte mm Dankzij de synergie is een volledig automatische instelling mogelijk. De ingegeven dikte bepaalt automatisch de spanning en de aangepaste draadsnelheid. Hot Start - De Hot Start geeft een zeer hoge stroom-intensiteit tijdens de ontsteking, die voorkomt dat de draad aan het werkstuk blijft plakken. Stroomsterkte A De lasstroom wordt geregeld op basis van het type draad dat wordt gebruikt en het te lassen materiaal. I Start - Regelen van de stroom tijdens de ontsteking. Booglengte - Voor het aanpassen van de afstand tussen het uiteinde van de draad en het smeltbad (afstellen van de span- ning). Pre-gas s Duur van het zuiveren van de toorts en het creëren van een beschermgas voorafgaand aan de ontsteking. Punt s Bepaalde duur.56 Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding Post gas s Tijdsduur van het in stand houden van de gasbescherming, na het uitschakelen van de lasboog. Beschermt het werkstuk en de elektrode tegen oxidatie. Smoorklep - Vlakt min of meer de lasstroom af. Instelling afhankelijk van de laspositie. Spanning V Invloed op de breedte van de lasnaad. Creep speed - Progressieve draadsnelheid. Voor de ontsteking komt de draad langzaam uit de toorts om zo zonder schokken het eerste contact te creëren. Draadsnelheid m/min Hoeveelheid toegevoegd metaal en indirect de lasintensiteit en de inbranding. De toegang tot sommige instellingen hangt af van de lasprocedure (Handmatig, Synergetisch) en van de gekozen schermweergave (Easy of Ex- pert). Raadpleeg de HMI-handleiding CONTROLE GASTOEVOER Op het hoofdscherm kunt u, met een langere druk op de drukknop n°1, de gastoevoer op de nanometer regelen zonder dat het draad aangevoerd wordt. Wanneer de procedure gelanceerd wordt, wordt deze uitgelegd aan de hand van een animatielmpje op het scherm. De toevoer van het gas moet regelmatig worden gecontroleerd om een optimale laskwaliteit te garanderen.

De draadaanvoer is niet constant. Spatten verstoppen de opening Maak de contact-tip schoon of vervang deze, breng anti-hechtmiddel aan. De draad wordt niet goed door de rollen mee- genomen. Breng een anti-hechtmiddel aan. Eén van de rollen draait niet goed. Controleer de instelling van de schroef van de roller. De kabel van de toorts zit gedraaid. De kabel van de toorts moet zo recht mogelijk lopen. De motor van het draadaanvoersysteem werkt niet. De rem van de spoel of van de rollen zit te strak. Stel de rem en de rollen losser af. Slechte draadaanvoer. De mantel die de draad leidt is vuil of bescha- digd. Reinigen of vervangen. De pin van de as van de rollen mist Breng de pin weer in de houder De rem van de draadspoel is te strak afges- teld. Stel de rem losser af. Slechte of geen lasstroom. Stopcontact en/of stekker zijn niet correct aangesloten. Controleer de aansluiting en kijk of deze cor- rect op het stroomnet is aangesloten. Slechte aarding. Controleer de massa kabel (de aansluiting en de staat van de klem). Geen vermogen. Controleer de trekker van de toorts. De draad loopt vast na de rollers. De mantel die de draad leidt is geplet. Controleer de mantel en de toorts. De draad blokkeert in de toorts. Vervangen of schoonmaken. Geen capillaire buis. Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis. De snelheid van de draadaanvoer is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad. De lasrups is poreus. De gastoevoer is te laag. Regelbereik tussen 15 en 20 L/min. Reinigen van het basismetaal. De gases is leeg. Vervang de gases. De kwaliteit van het gas is onvoldoende. Vervang het gas door een ander gas. Tochtstroom of invloed van de wind. Voorkom tocht, scherm het lasgebied goed af. Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of vervang deze. Slechte draadkwaliteit. Gebruik een lasdraad dat geschikt is voor MIG-MAG lassen. Het las-oppervlak is van slechte kwaliteit (roest enz.) Maak voor het lassen het werkstuk schoon. Het gas is niet aangesloten. Controleer of het gas aangesloten is aan de ingang van de generator. Zeer grote vonkdelen. Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstellingen controleren. Slechte aarding. Controleer en plaats de massaklem zo dicht mogelijk bij de laszone. Beschermgas is onvoldoende. Gastoevoer aanpassen.NL

Gebruikershandleiding E1 - E2 - E3 GYS AUTO Vertaling van de originele handleiding Geen gas aan de uitgang van de toorts. Slechte gasaansluiting. Controleer de aansluiting van het gas Controleer of de elektro-klep correct werkt Fout tijdens het downloaden De data op de USB-stick is onleesbaar of beschadigd. Controleer uw gegevens. Probleem met de back-up U heeft het maximum aantal back-ups over- schreden. U moet opgeslagen programma’s verwijderen. Het aantal back-ups is gelimiteerd tot 200. Automatisch verwijderen van JOBS. Enkele jobs zijn verwijderd, daar deze niet compatibel waren met de nieuwe synergieën.

Probleem met de USB-stick Geen enkele JOB gedetecteerd op de USB- stick

Geen geheugenplaats meer beschikbaar Maak ruimte vrij op de USB-stick Probleem bestand Het File «...» komt niet overeen met de ge- downloade synergieën Het bestand is gecreëerd met synergieën die niet aanwezig zijn op het apparaat. Probleem update De USB-stick wordt niet herkend. Stap n° 5 van de update-procedure wordt niet weerge- geven op het scherm.

1- Breng de USB-stick in.

2 - Zet de generator aan.

3- Druk langer op het wieltje van de HMI, om

Diameter Art. code (x2) Staal Aluminium ø 0.6/0.8 042087 - ø 0.8/1.0 042360 042377 ø 1.0/1.2 - 040915 GARANTIEVOORWAARDEN De garantie dekt alle gebreken of fabricage-fouten gedurende 2 jaar, vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet :

  • Alle andere schade als gevolg van vervoer.
  • De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
  • Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
  • Gebreken ten gevolge van invloeden van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van defecten kunt u het apparaat terugsturen naar de distributeur, vergezeld van : - een gedateerd aankoopbewijs (factuur, kassabon....) - een beschrijving van de storing.58 Manuale di utilizzo E1 - E2 - E3 GYS AUTO Traduzione delle istruzioni originali

Let op! Lees aandachtig de handleiding.

Stroombron met UPS technologie, levert gelijkstroom.

Geschikt voor het lassen in een ruimte met verhoogd risico op elektrische schokken. De voedingsbron zelf moet echter niet in dergelijke ruimte worden geplaatst.

Inschakelduur volgens de norm EN60974-1 (10 minuten – 40°C).

Nominale voedingsspanning

Maximale nominale voedingsstroom (effectieve waarde)

Maximale effectieve voedingsstroom

Apparaat in ove- reenstemming met de Europese richtlijnen. De verklaring van overeenstemming is te downloaden op onze website (adres vermeld op de omslag).

Materiaal conform aan de Britse eisen. De Britse verklaring van overeenkomt is beschikbaar op onze website (zie omslagpagina).

Dit materiaal voldoet aan de Marokkaanse normen. De verklaring Cم (CMIM) van overeenstemming is beschikbaar op onze internet site (vermeld op de omslag).

Dit klasse A apparaat voldoet aan de EN60974-1 en EN60971-10 normen.

Het apparaat voldoet aan de norm EN 60974-5.

Afzonderlijke inzameling vereist volgens de Europese richtlijn 2012/19/UE. Gooi het apparaat niet bij het huishoudelijk afval

Product recyclebaar, niet bij het huishoudelijk afval gooien

EAC (Euraziatische Economische Gemeenschap) merkteken van overeenstemming

Informatie over de temperatuur (thermische beveiliging)

Beschermd tegen de toegang tot gevaarlijke delen van vaste lichamen met een diameter >12,5 mm (gelijk aan de vinger van de hand) en tegen verticale waterdruppels.

Geventileerd materiaal.

De veiligheidsontkoppeling van het apparaat bestaat uit de stekker samen met de elektrische installatie. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat de elektrische aansluitingen goed toegankelijk zijn.

Deze handleiding voor het gebruik van de Human Machine Interface (HMI) bediening maakt deel uit van een volledige documentatie. Een algemene en volledige handleiding wordt meegeleverd met het apparaat. Lees de instructies zoals beschreven in deze algemene handleiding en respecteer ze te allen tijde, in het bijzonder de veiligheidsmaatregelen ! Gebruik uitsluitend met de volgende producten

Software versie Deze handleiding beschrijft de volgende software versies :

De software versie van de interface wordt getoond in het algemene menu : Systeem / Informatie26 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Bediening van de generator Het hoofdscherm bevat alle informatie die u nodig heeft voor, tijdens en na het lassen. De bediening kan worden ingesteld met 2 weergave-modules : Easy of Expert. Easy Expert DikteLassen

Gebruikte toorts (E2 / E3) Uur 2 In gang zijnde instellingen

Navigatie-wieltje Korte druk om te bevestigen Lange druk = Algemeen menu 7 Drukknop n°2 (BP2)

Instellingen van de in gang zijnde procedure

Gebruikte toorts (E2 / E3) Uur 2 In gang zijnde instellingen

Instellingen van de in gang zijnde procedure 5 Drukknop n°1 (BP1)

Navigatie-wieltje Korte druk om te bevestigen Lange druk = Algemeen menu 7 Drukknop n°2 (BP2) 8 Geavanceerde instellingen

Langere druk BP2 Toegang tot JOB Module Easy (eenvoudig) : Deze eenvoudige weergave-module is voor iedere lasser toegankelijk. - 2 lasmodules : Lassen en Rups Lassen - 4 Instellingen : Keuze van het te lassen materiaal (synergieën), diameter van het draad, dikte en lengte van de boog. Expert module : Deze iets complexere weergave-module is bij uitstek geschikt voor de meer ervaren lassers. - Lasmodules : Synergetisch of Handmatig - Gebruik van de trekker : 2T en 4T - Punt-modules : Spot en Spot Delay - Keuze van de hoofd-instelling op het scherm - Complete instelling van de lascyclus : Lengte van de boog, Self, Pre-gas, Hot Start, Burn Back, Post gas etc.NL

Algemene menu U kunt met het draaiwieltje door de verschillende blokken navigeren.Als u in het hoofdmenu bent, kunt u met een langere druk op het wieltje toegang krijgen tot het algemene menu.Met een korte druk op de drukknop n°1 ( ) kunt terugkeren naar het vorige menu, of naar het hoofdscherm gaan.Instellingen SysteemPortability Instellingen Weergave modules - Easy : eenvoudige weergave, geschikt voor de meeste lassers.- Expert : complete weergave, speciaal voor de meer ervaren lassers. Hierin kunt u de duur van de verschillende fases van de lascycli bijstellen. Taal Keuze van de taal van de interface (Frans, Engels, Duits enz.) Meet-eenheden Keuze weergave eenheden : Internationaal (SI) of Imperiaal (USA). Naamgeving materialen Europese norm (EN) of Amerikaanse norm (AWS). Helderheid Past de helderheid van het scherm van de interface aan (in te stellen van 1 (donker) tot 10 (zeer helder)).28 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Systeem Naam van het apparaat Informatie betre󰀨ende de naam van het apparaat en de mogelijkheid tot personaliseren. Klok Instellen tijd, datum en formaat (AM / PM). Informatie Gegevens conguratie van de componenten van het apparaat : - Model - Serienummer - Naam van het apparaat - Software versie Druk op de drukknop n°2 : Het exporteren van de instelling van het apparaat op een USB-stick (niet meegeleverd) Reset Reset van de instellingen van het apparaat : - Gedeeltelijk : standaardwaarde van de actief zijnde lasprocedure. - Totaal : alle gegevens betre󰀨ende de instellingen van het apparaat zullen worden gereset en teruggebracht naar de fabriekswaarden. Portability Import Cong. Overzetten van de instelling naar een apparaat vanaf een USB-stick (repertoire : USB stick\Portability\Cong) naar het apparaat. Met een langere druk op de drukknop n°1 ( ) kunt u instellingen op de USB-stick wissen. Export Cong. Exporteren van de instelling van het apparaat naar de USB-stick (repertoire : USB stick\Portability\Cong). Import Job Importeren van Jobs volgens de procedures aanwezig onder het repertoire USB-stick\Portability van de USB stick naar het apparaat. Export Job Exporteren van Jobs van het apparaat naar de USB stick volgens de procedures (repertoire : USB stick\Portability\Job) Waarschuwing : de vorige jobs van de USB stick kunnen gewist worden. Om verlies van gegevens tijdens het importeren of exporteren ervan te voorkomen, moet u de USB stick niet verwijderen en het apparaat niet uitschakelen tijdens de procedure. De naam van het le is gelinkt aan de naam en het serie n° van het apparaat. De USB stick wordt niet meegeleverd.NL

Controle gastoevoer Op het hoofdscherm kunt u, met een langere druk op de drukknop n°1, de gastoevoer op de nanometer regelen zonder dat het draad aangevoerd wordt. Wanneer de procedure gelanceerd wordt, wordt deze uitgelegd aan de hand van een animatielmpje op het scherm. De toevoer van het gas moet regelmatig worden gecontroleerd om een optimale laskwaliteit te garanderen. Inbrengen van de draad Om het draad in een MIG/MAG toorts aan te voeren zonder gas te verbruiken kunt u de volgende proce- dure volgen :

1 - Druk de trekker langer in, zonder los te laten, buiten het lassen om.

2 - Er zal automatisch een procedure op het scherm worden getoond :

3 - Het draad zal aangevoerd worden. Standaard zal er 3 m aangevoerd worden met een snelheid van

5m/min. U kunt deze waarden wijzigen met behulp van het wieltje. Opslaan en oproepen van jobs Toegankelijk via het icoon «JOB» op het hoofdscherm. De in gebruik zijnde instellingen worden automatisch opgeslagen, en weer opgeroepen wanneer het lasapparaat opnieuw opgestart wordt. Naast de in gebruik zijnde instellingen is het mogelijk om instellingen genaamd « JOBS » op te slaan en weer op te roepen. Er zijn 200 JOBS. Het memoriseren is gebaseerd op de instellingen van de in gang zijnde procedure. Job Met deze module JOB kunnen JOBS gecreëerd, opgeslagen, weer opgeroepen en verwijderd worden.

1 - Opslaan onder - Creëren van een Job

Personaliseren van de naam van de Job met een druk op het wieltje. Bevestigen met een druk op de drukknop n°2. Weergave van de Job die wordt uitgevoerd Rechtsonder in het scherm wordt het nummer van de Job getoond. De in uitvoering zijnde Job wordt gestopt Om de in uitvoering zijnde Job af te sluiten moet u terugkeren naar het menu Job en «Afsluiten» kiezen.

2- Openen - Organiseren van Jobs

Het scherm toont Jobs die recent zijn gecreëerd. Met een langere druk op de drukknop n°1 kunt u de actieve Job of alle Jobs wissen. Met een korte druk op de drukknop n°1 kunt u terugkeren naar het vorige menu Met een korte druk op de drukknop n°2 kunt u in detail iedere eerder gecreëerde Job inzien.30 Gebruik van het bedieningspaneel van het apparaat Error codes De volgende tabel toont een (niet complete) lijst met meldingen en error codes die op uw apparaat kunnen verschijnen. Voer eerst de beschreven controles uit, voordat u een beroep doet op een door GYS erkende technicus. Wanneer de lasser het apparaat moet openen, moet eerst de stroom worden afgesloten en de stekker uit het stopcontact worden gehaald. Daarna nog minstens 2 minuten wachten alvorens het apparaat te openen. Codes error Meldingen Oplossingen

STORING OVERSPANNINGControleer de elektrische installatieLaat uw elektrische installatie nakijken door een gekwaliceerde persoon. STORING ONDERSPANNINGControleer de elektrische installatie005 Fout in de aardingAanwezigheid van stray voltage. Controleer de bekabeling van het accessoires van het lasapparaat (toorts, massaklem, enz). GENERATORThermische beveiligingWacht enkele minuten totdat de generator is afgekoeld.Waarschuwing : let er op dat de aanbevolen inschakelduur voor de gebruikte lasstroom niet wordt overschreden.Verzekert u zich ervan dat de ingangen en de uitgangen niet zijn geblokkeerd. VentilatorStoring ventilatorHaal de stekker uit het stopcontact en controleer of de ventilator niet geblokkeerd is. TREKKEREen trekker is ingedruktControleer of de trekker van de MIG/MAG toorts niet geblokkeerd is. MOTOROnmogelijk om de gevraagde snelheid te be-reikenControleer de druk op de aandrijfrollen van het draadaanvoer-systeem.Controleer of het draad niet geblokkeerd is in de mantel van de toorts. Overladen, Controleer uw instellingenDruk op de trekker en laat weer los om te wissenControleer de instellingen van de generator en de installatie (draad, rollers, gas, toorts enz)Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS) Probleem met het opstarten van het lassenControleer uw lasinstellingenDruk op de trekker en laat weer los om te wissenControleer de instellingen van de generator en de installatie (draad, rollers, gas, toorts enz)Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS) Overladen USBKoppel uw USB afVervang de USB stick. Intern system error.Start uw apparaat opnieuw opSchakel het apparaat uit en daarna weer aan.Indien het probleem voortduurt moet u een update uitvoeren (Via Planet GYS)- Geen geheugenplaats meer vrij in het apparaat Verwijder Jobs, om zo ruimte vrij te maken in uw interne geheugen. File %s niet geaccepteerdErr %dToch doorgaan ?De data op de USB-stick is onleesbaar of beschadigd. Controleer uw gegevens. Onmogelijk om gegevens op de USB stick op te slaanMaak ruimte vrij op de USB-stickIndien het probleem aanhoudt moet u de USB stick vervangen. Als er een niet vermelde error code verschijnt, of als uw problemen voortduren, neem dan contact op met uw dealer.IT

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GYS

Model : Auto E2

Categorie : Lasapparaat