HIXI84700UP - Fornuis BEKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HIXI84700UP BEKO in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BEKO HIXI84700UP - page 40
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BEKO

Model : HIXI84700UP

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HIXI84700UP - BEKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HIXI84700UP van het merk BEKO.

GEBRUIKSAANWIJZING HIXI84700UP BEKO

NLNL / 40 Inhoudsopgave 1 Veiligheidsinstructies ................... 42

1.1 Beoogd gebruik............................. 42

1.2 Veiligheid van kinderen, kwets-

bare personen en huisdieren........

1.4 Veiligheid tijdens het transport.... 45

1.5 Veiligheid tijdens de installatie .... 45

1.6 Veiligheid tijdens gebruik............. 46

1.7 Ventilatie veiligheid ...................... 47

1.8 Temperatuur waarschuwingen.... 48

1.9 Het gebruik van de accessoires... 48

1.10 Veiligheid tijdens de bereiding..... 49

1.11 Inductie.......................................... 49

1.12 Veiligheid tijdens het onderhoud

2.1.1 Conformiteit met de AEEA

2.3 Aanbevelingen voor energiebe-

3.1 Inleiding van het product.............. 51

3.2 Algemene informatie bij de kook-

5 De kookplaat gebruiken............... 54

5.1 Algemene informatie over het

gebruik van de kookplaat .............

6 Het gebruik van de ventilatie ....... 66 7 Algemene informatie bij het bak- ken..................................................

7.1 Algemene waarschuwingen over

bereidingen met de kookplaat......

8 Onderhoud en reiniging ............... 68

8.1 Algemene reinigingsinformatie.... 68

8.2 De kookplaat reinigen................... 69

8.3 Het bedieningspaneel reinigen .... 69

8.4 De ventilatie schoonmaken ......... 69

9 Probleemoplossing ....................... 72NL / 41 Welkom! Beste klant, Hartelijk dan voor uw keuze van het Beko product. Wij willen dat uw product, vervaardigd met hoogwaardige technologie, u een optimale efficiëntie biedt. Lees hiervoor deze hand- leiding en alle andere documentatie zorgvuldig voor u het product in gebruik neemt. Houd de informatie en waarschuwingen vermeld in de handleiding in gedachten. Zo be- schermt u zichzelf en uw product tegen eventuele gevaren. Bewaar de handleiding. Als u het product doorgeeft aan iemand anders mag u niet verge- ten ook de handleiding mee te geven. De garantievoorwaarden, het gebruik en de pro- bleemoplossingsmethoden voor uw product worden vermeld in deze handleiding. De symbolen en hun beschrijvingen in de handleiding: Gevaar dat fataal kan aflopen of resulteren in letsels. Belangrijke informatie of handige tips. Lees de handleiding. Waarschuwing voor heet oppervlak. OPMER- KING Gevaar dat kan resulteren in materiële schade aan het product of de omgeving.

NLNL / 42 1 Veiligheidsinstructies

  • Dit hoofdstuk omvat de nodige veiligheidsinstructies om het risico van persoonlijke letsels of materiële schade te voorko- men.
  • Als het product wordt over- handigd aan iemand anders voor persoonlijk gebruik of tweedehands doeleinden moeten de handleiding, de productlabels en andere rele- vante documenten ook wor- den overhandigd.
  • Ons bedrijf kan niet aanspra- kelijk worden geteld voor schade die kan optreden als deze instructies niet worden nageleefd.
  • Het niet naleven van deze in- structies resulteert in de nie- tigverklaring van de garantie.
  • De installatie en alle reparaties moeten worden uitgevoerd door de fabrikant, de geautori- seerde dienst of een persoon die wordt aangeduid door de importeur.
  • Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen en acces- soires.
  • U mag geen enkel onderdeel van het product repareren of vervangen tenzij dit duidelijk wordt aangegeven in de hand- leiding.
  • Voer geen technische wijzigin- gen uit aan het product.
  • Dit product is uitsluitend ont- worpen voor gebruik bij u thuis. Het is niet geschikt voor commercieel gebruik.
  • Gebruik het product niet in de tuin, op een balkon of andere buitenomgevingen. Dit pro- duct is bedoeld voor huishou- delijk gebruik of in personeels- keukens of winkels, op kantoor en andere werkomgevingen.
  • WAARSCHUWING! Dit pro- duct mag enkel worden ge- bruikt om etenswaren te berei- den. Het mag niet worden ge- bruikt voor andere doeleinden zoals het opwarmen van een ruimte.

1.2 Veiligheid van kin-

deren, kwetsbare per- sonen en huisdieren

  • Dit product mag worden ge- bruikt door kinderen van 8 jaar en ouder, net als personen met een onderontwikkelde fysieke, gevoelsmatige of mentale vaardigheden, of personen met een gebruik aan ervaring en kennis, op voorwaarde dat zij onder toezicht staan van of

NLNL / 43 zijn opgeleid over het veilige gebruik en de gevaren van het product.

  • Kinderen mogen niet spelen met het product. De reiniging en het onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinde- ren tenzij ze onder toezicht staan.
  • Dit product mag niet worden gebruikt door personen met een beperkte fysiek, gevoels- matig of mentaal vermogen (inclusief kinderen), tenzij zijn onder toezicht staan of de no- dige instructies hebben ont- vangen.
  • Kinderen moeten onder toe- zicht staan om zeker te zijn dat ze niet spelen met dit pro- duct.
  • Elektrische producten zijn ge- vaarlijk voor kinderen en huis- dieren. Kinderen en huisdieren mogen niet spelen met, klim- men op of binnendringen in het product.
  • Plaats geen voorwerpen op het product binnen het bereik van kinderen.
  • Draai de handvatten van pot- ten en pannen naar de binnen- zijde van het werkblad zodat kinderen ze niet kunnen grij- pen en zich verbranden.
  • WAARSCHUWING! De toe- gankelijke oppervlakken van het product worden heet tij- dens het gebruik. Houd kinde- ren uit de buurt van het pro- duct.
  • Houd het verpakkingsmateri- aal buiten het bereik van kin- deren. Er bestaat een risico van letsels en verstikking.
  • Voordat versleten en nutteloze producten worden wegge- gooid:

1. Verwijder de stekker uit het

en koppel deze los met de stekker van het product.

3. Neem de nodige voorzorgs-

maatregelen om te voorko- men dat kinderen kunnen binnendringen in het pro- duct.

4. Sta kinderen niet toe om met

het product te spelen wan- neer het in inactieve modus is.

  • Sluit het product aan op een geaard stopcontact beveiligd met een zekering die overeen- stemt met de nominale stroom vermeld op het typeplaatje. De aarding moet worden uitge- voerd door een gekwalificeer-

NLNL / 44 de elektricien. Gebruik het pro- duct niet zonder aarding in overeenstemming met de lo- kale / nationale regelgeving.

  • De stekker of de elektrische aansluiting van het apparaat moet zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats bevinden. Als dit niet mogelijk is, moet er een mechanisme zijn (zeke- ring, schakelaar, sleutelscha- kelaar, etc.) op de elektrische installatie waar het product op is aangesloten, conform de elektrische regelgeving en met afscheiding van alle polen van het netwerk.
  • Koppel het product los of schakel de zekering uit voor reparatie, onderhoud en reini- ging.
  • Voer de stekker van het pro- duct in een stopcontact dat voldoet aan de spanning en frequentiewaarden vermeld op het typeplaatje.
  • (Als uw product geen netsnoer heeft, mag u enkel de verbin- dingskabel gebruiken die wordt beschreven in het hoofdstuk “Technische speci- ficaties”.
  • Het netsnoer mag niet worden geklemd onder of achter het product. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Het netsnoer mag niet worden gebogen, geklemd of in con- tact komen met een warmte- bron.
  • Zorg ervoor dat het netsnoer niet geklemd raakt bij de plaatsing van het product of na de montage or reiniging.
  • Gebruik uitsluitend de origine- le kabels. Gebruik geen be- schadigde kabels.
  • Gebruik geen verlengsnoer of multi-stekker om uw product te bedienen.
  • Neem contact op met het ge- autoriseerde servicecentrum of de importeur om de goed- gekeurde adapter te gebruiken in gevallen waarin het gebruik van een converteradapter (voor stekkertype) nodig is.
  • Neem contact op met de im- porteur of het geautoriseerde servicecentrum als de lengte van het netsnoer onvoldoende is.
  • Draagbare stroombronnen of multi-stekkers kunnen over- verhit raken en vlam vatten. Gebruik geen multi-stekkers en draagbare stroombronnen met het product.
  • Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door een fabrikant, een geau- toriseerde dienst of een per-

NLNL / 45 soon aangewezen door de im- porteur om eventuele schade te voorkomen. Als uw product is voorzien van een netsnoer en stekker:

  • Plaats de productstekker nooit in een kapotte, losse of niet verbonden plug Zorg ervoor dat de stekker volledig in het stopcontact is gestoken. An- ders kunnen de verbindingen oververhit raken en brand ver- oorzaken.
  • Sluit het apparaat niet op stopcontacten die vettig, vies of mogelijk blootgesteld zijn aan water (zoals die in de buurt van een werkblad waar water kan ontsnappen). Zo niet, bestaat het risico van kortsluiting en elektrocutie.
  • Raak de stekker nooit aan met natte handen!
  • Trek de stekker uit het stop- contact aam de stekker zelf in plaats van aan het snoer.

1.4 Veiligheid tijdens

  • Ontkoppel het product van het elektrisch net voor u het pro- duct verplaatst.
  • Als u het product moet ver- plaatsen, moet u het wikkelen in bubbelplastic verpakkings- materiaal of dik karton en ta- pe. De bewegende delen van het product stevig bevestigen om schade te voorkomen.
  • Voor het product wordt geïn- stalleerd, moet u het product na transport inspecteren op schade. Neem bij beschadi- ging contact op met de impor- teur of het erkende service- centrum.

1.5 Veiligheid tijdens de

  • Zorg dat het netsnoer waarop het product wordt aangesloten geen stroom heeft voordat u met de installatie begint door de zekering uit te schakelen.
  • Draag altijd beschermende handschoenen tijdens het transport en de installatie. Zo niet, bestaat het risico op let- sel door scherpe randen!
  • Voor het product wordt geïn- stalleerd, moet u het product inspecteren op schade. U mag het product niet laten installe- ren als het beschadigd is..
  • Gebruik geen warmte-isole- rende materialen om het inte- rieur van de meubels die wor- den geïnstalleerd te bedekken.
  • Direct zonlicht en warmte- bronnen, zoals elektrische of gaskachels, mogen niet aan- wezig zijn in het gebied waar het product is geïnstalleerd.
  • Houd de omgeving van alle ventilatieopeningen van het product open.
  • Installeer het product niet in de buurt van een venster. Er bestaat een risico dat de vlammen van de kookplaat gordijnen en brandbaar mate- riaal rond de kookplaat in brand zullen steken. Wanneer u het venster opent kan heet keukengerei omkantelen.
  • Installeer het product niet in de buurt van een venster. Wanneer u het venster opent kan heet keukengerei omkan- telen.
  • Als er een stopcontact achter de plaats is waar het product zal worden geïnstalleerd, moet ervoor worden gezorgd dat het product niet in contact komt met de aansluiting en ook niet met de stekker in het stopcon- tact.
  • Er mag geen gasaansluiting, plastic waterleiding en aan- sluiting aanwezig zijn op de achterzijde of de zijmuur op de locatie waar het product wordt geïnstalleerd. Zo niet kunnen deze vervormen door de hitte wanneer de kookplaat wordt bediend en dit kan een veilig- heidsrisico veroorzaken.
  • Bevestig het product nooit aan rookkanalen die worden ge- bruikt als vlamverwarmer of vlamverwarmingstoestellen. U moet de lokale regelgeving na- leven met betrekking tot de zuivering van de uitlaat.

1.6 Veiligheid tijdens

  • Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld na elk ge- bruik.
  • Als u het product niet gebruikt gedurende een langere periode moet u de stekker uit het stop- contact verwijderen of het ap- paraat uitschakelen met de zekering in de zekeringkast.
  • Gebruik het product niet als het kapot gaat of beschadigd raakt tijdens het gebruik. Ont- koppel het product van het elektrisch net. Neem contact op met de importeur of het er- kende servicecentrum.
  • WAARSCHUWING! Als het kookoppervlak gebarsten is, moet u het product loskoppe- len van het elektrisch net om het risico op elektrische schokken te voorkomen.
  • WAARSCHUWING! Als het glas van de kookplaat is ge- barsten:

NLNL / 47 sluit de gastoevoer uit en (in- dien van toepassing) schakel de elektrische kookplaten uit. Ont- koppel het product van het elek- trisch net. - Raak het oppervlak van het apparaat niet aan. - U mag het apparaat niet ge- bruiken.

  • U mag nooit op het apparaat stappen.
  • Gebruik het product nooit als uw beoordelingsvermogen of coördinatie is verminderd of als u alcohol en/of drugs hebt gebruikt.
  • U mag geen brandbare voor- werpen in of rond de kookzone bewaren. Zo niet kan dit brand veroorzaken.
  • Dit product is niet geschikt voor gebruik met een af- standsbediening of een exter- ne klok.
  • Gietijzer, aluminium of keu- kengerei met een beschadig- de/ruwe bodem kan resulteren in krassen op het glazen op- pervlak. Wanneer u keukenge- rei verplaatst, moet u de con- tainers altijd optillen. U mag ze niet verschuiven over het oppervlak.
  • Dampdruk van het ovenopper- vlak en vocht kunnen de pot doen glijden of verspringen. Om die reden moet u er altijd voor zorgen dat de onderzijde van de pan en de kookplaat droog zijn.
  • U mag het apparaat niet ge- bruiken zonder een olie op- vangfilter. Verwijder de filters niet wanneer het apparaat is ingeschakeld.
  • Uit veiligheidsoverwegingen wordt een magnetische scha- kelaar gebruikt in het oliefilter en vloeibare beschermende plastic onderdelen. Het pro- duct werkt niet onder de mon- tage van deze onderdelen.

1.7 Ventilatie veiligheid

  • Vergiftigingsgevaar! Wanneer het apparaat is ingeschakeld, wordt lucht afgevoerd uit de volledige woning. Als er geen correcte ventilatie is voorzien, kan een luchtstroom ontstaan en worden het afval en de gif- tige gassen die worden vrijge- geven als resultaat van de ver- branding in de woning op- nieuw geabsorbeerd. U mag het product niet bedienen in combinatie met andere pro- ducten die lucht doen circule- ren en giftige gassen kunnen vrijgeven (hout, gas, olie en koolverwarming, ketels, water- ketels, etc.).
  • U moet het ventilatie- en af- voersysteem van uw gebouw laten inspecteren door geau- toriseerde personen.
  • (Behalve voor apparaten die uitlaatlucht terug de kamer in blazen) De kamer moet goed worden geventileerd als PRO- DUCTEN wordt gebruikt in de- zelfde ruimte met een gasfor- nuis of fornuis met vloeibare brandstof.
  • De schoorsteen van kachels die op gas of vloeibare brand- stof werken, moet volledig geï- soleerd zijn in de omgeving waar de PRODUCTEN wordt gebruikt, of het apparaat moet hermetisch afgesloten zijn.
  • Als er een ander apparaat aanwezig is dat werkt met een andere energie dan elektriciteit in dezelfde omgeving met de afzuigkap moet de negatieve druk in de ruimte maximaal 0,04 mbar bedragen zodat de uitlaat van het andere appa- raat niet terug wordt gezogen in de kamer door de ventilatie.

1.8 Temperatuur waar-

  • WAARSCHUWING! Wanneer het product in gebruik is, zijn het product en de toegankelij- ke onderdelen warm. Men dient er zorg voor te dragen het product en de verwar- mingselementen niet aan te raken. Houd het product uit de buurt van kinderen jonger dan 8 jaar oud tenzij ze onder con- stant toezicht staan.
  • Plaats geen brandbaar / ex- plosief materiaal in de buurt van het product want de op- pervlakken worden heet tij- dens de werking.
  • WAARSCHUWING! Brandge- vaar: bewaar geen voorwerpen op de kookplaat.
  • De temperatuur van het pro- duct kan hoog zijn. Bewaar geen brandbare voorwerpen of spuitbussen in laden recht- streeks onder de kookplaat.

1.9 Het gebruik van de

  • WAARSCHUWING! Gebruik enkel kookplaatbeschermin- gen die zijn ontworpen door de fabrikant van het apparaat of volgens de gebruiksinstructies van de fabrikant van het appa- raat of de kookplaatbescher- mingen van het apparaat zelf. Het gebruik van incorrecte be- schermingen kan ongevallen veroorzaken.

1.10 Veiligheid tijdens de

  • WAARSCHUWING! Het kook- proces moet onder toezicht worden uitgevoerd. Korte kookprocessen moeten altijd onder toezicht worden uitge- voerd.
  • WAARSCHUWING! Bij berei- dingen met vaste of vloeibare olie is het gevaarlijk de oven te verlaten. Dit kan brand veroor- zaken. Probeer NOOIT een dergelijke brand te blussen met water maar ontkoppel het product van het elektrisch net en dek de vlam af met een Kle- ding of een branddeken (etc.).
  • Wees voorzichtig met het ge- bruik van alcoholische dran- ken in uw vaat. Alcohol ver- dampt aan hoge temperaturen en kan brand veroorzaken aangezien het kan ontvlam- men wanneer het in contact komt met hete oppervlakken.
  • De elektrisch bestuurde kook- zones zijn uitgerust met gea- vanceerde “inductie” techno- logie. Kookgerei dat geschikt is voor het koken op kookpla- ten moet worden gebruikt op de inductiekookplaten die tijd en energie besparen; zo niet zullen de kookplaten niet wer- ken. Raadpleeg het hoofdstuk “Selectie van de potten en pannen.
  • Aangezien de inductiekook- plaat een magnetisch veld ge- nereert, kan het schadelijke ef- fecten veroorzaken voor men- sen met apparaten zoals pa- cemakers of insulinepompjes.
  • Vanwege de potentiële impact van het elektromagnetisch veld op pacemaker-instellin- gen is het raadzaam een mini- mumafstand van 60 cm te be- waren van de inductiekook- plaat indien deze is ingescha- keld.
  • Sluit de zone na gebruik via het bedieningspaneel. Ver- trouw niet op de sensor van de kookplaat.
  • Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en dek- sels mogen niet op de kookzo- ne worden geplaatst want ze kunnen opwarmen.
  • Sla geen metalen voorwerpen op in de laden onder de kook- plaat. Het materiaal kan over- verhitten na een langdurig en intensief gebruik.
  • Plaats geen elektronische pro- ducten zoals een mobiele tele- foon, tablet, computer op de inductiekookplaat. Het appa- raat kan worden beschadigd.

1.12 Veiligheid tijdens

het onderhoud en de reiniging

  • Wacht tot het product is afge- koeld voor u het product rei- nigt. Hete oppervlakken kun- nen brandwonden veroorza- ken!
  • Was het product nooit door er water op te spuiten of te gie- ten! Er bestaat een risico van elektrische schokken!
  • Gebruik geen stoomreinigers om het product te reinigen want dit kan elektrische schokken veroorzaken.
  • Zout, suikerresten op de bo- dem van keukengerei of der- gelijke deeltjes op de glasplaat kunnen krassen of barsten veroorzaken in het glas. Zorg ervoor dat de bodem schoon is voor u er keukengerei op plaatst. Houd het glazen kera- misch oppervlak schoon.
  • Er bestaat risico van brand- wonden als de ventilatiemo- dule niet regelmatig wordt ge- reinigd.
  • Het is raadzaam het filter bij normaal gebruik één maal per maand te reinigen.
  • Wanneer het oliefilter wordt verwijderd van het product kan er condensatievloeistof verza- melen onderaan. Wanneer het filter wordt verwijderd voor de reiniging na een bereiding is het belangrijk dat deze vloei- stof wordt verwijderd zonder morsen om de reiniging te ver- eenvoudigen. 2 Milieurichtlijnen

2.1.1 Conformiteit met de AEEA richt-

lijn betreffende afgedankte elek- trische en elektronische appara- tuur: Dit product is conform met de EU WEEE- richtlijn (2012/19/EU). Dit product draagt een classificatiesymbool voor afval elektri- sche en elektronische apparatuur (AEEA). Dit product werd vervaardigd met kwalitatief hoogstaande onderdelen en materialen die opnieuw kunnen worden ge- bruikt en die geschikt zijn voor recycling. Om die reden mag u het afvalproduct niet weggooien met nor- maal huishoudelijk of ander afval aan het einde van de levensduur. Neem het naar een inzamelcentrum voor de recyclage van elektrische en elektronische apparatuur. U kunt ook uw lokale administratie informa- tie vragen over deze inzamelpunten. De correcte verwijdering van de apparatuur helpt negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid te voorkomen. Naleving van de RoHS-richtlijn: Het product dat u hebt gekocht is conform met de Europese RoHS-richtlijn (2011/65/ EU). Het bevat geen schadelijk en verboden materiaal zoals gespecificeerd in de richt- lijn.

2.2 Informatie over de verpakking

Het verpakkingsmateriaal van het product is gefabriceerd van recyclebaar materiaal in overeenstemming met onze Nationale Milieuwetgeving. Gooi het verpakkingsma- teriaal niet weg bij het normale huisvuil of ander afval. Lever het in bij een door de overheid aangewezen inzamelpunt voor verpakkingsmateriaal.

2.3 Aanbevelingen voor energiebe-

sparing In overeenstemming met EU 66/2014 is het product voorzien van informatie over energie-efficiëntie op het ontvangstbewijs dat wordt meegeleverd met het product. De volgende suggesties helpen u het pro- duct te gebruiken op een ecologische en energie-efficiënte wijze.

  • Ontdooi ingevroren etenswaren voor de bereiding.
  • Gebruik potten/pannen met een afme- ting en deksel die geschikt zijn voor de kookplaat. Selecteer als een pot met de correcte afmetingen voor uw maaltijden. Containers met een incorrecte afmeting verbruik meer energie dan noodzakelijk.
  • Houd de kookplaten en bodems van de potten/pannen schoon. Vuil vermindert de warmteoverdracht tussen de kook- plaat en de bodem van de pot. 3 Uw product

3.1 Inleiding van het product

1 Glas kookoppervlak 2 Inductie kookzone 3 Onderste behuizing 4 Ventilatie montage 5 Bodem onderaan 6 Overloop vloeistofopvangcontainer 7 Inductie kookzone 8 Koolstoffilter 9 Oliefilter

3.2 Algemene informatie bij de kook-

plaat 1 Links achteraan - Inductie kookzone 2 Rechts achteraan - Inductie kookzone 3 Rechts vooraan - Inductie kookzone 4 Midden - Ventilatie 5 Links vooraan - Inductie kookzone Uw kookplaat is uitgerust met kookopper- vlakken met een breed oppervlak (Flexi op- pervlakken). U kunt dit kookoppervlak be- dienen als individuele kookzone, onafhan- kelijk van elkaar. U kunt de combinatie- functie voor deze kookzones inschakelen en ze omvormen in één enkel kookopper- vlak voor bereidingen met uw brede potten of pannen. Het gebruik van correcte potten en pannen voor deze kookzones en de combinatiefunctie worden beschreven in het hoofdstuk “Het gebruik van de kook- plaat”.

Algemene specificaties Externe afmetingen van het product (hoogte/breedte/ diepte)(mm) 223,5 */820 /520 Installatie-afmetingen van de kookplaat (breedte/diepte) (mm) 740 (+2) /490 (+2) Spanning/Frequentie 2N~380-415V; 50/60 Hz Type kabel en sectie die wordt gebruikt / geschikt is voor het gebruik in het product min. H05V2V2-F 4 x 2,5 mm2 Totaal stroomverbruik (kW) max. 7,4 Kookzones Links achteraan Inductie kookzone Afmeting 180 x 210 mm Stroom 2200 W /Booster 3100 W Links vooraan Inductie kookzone Afmeting 180 x 210 mm Stroom 2200 W /Booster 3100 W Rechts vooraan Inductie kookzone Afmeting 180 x 210 mm Stroom 2200 W /Booster 3100 W Rechts achteraan Inductie kookzone Afmeting 180 x 210 mm Stroom 2200 W /Booster 3100 W Ventilatiefuncties Controle 3 niveaus + 1 Booster Zuigvermogen 630 m3/u

  • De in de technische tabel aangegeven kookplaathoogte is de hoogte van de onderkast van het product. De technische specificaties kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande ken- nisgeving om de kwaliteit van het product te verbeteren. De afbeeldingen in deze gebruikshandleiding zijn schematisch en stemmen mo- gelijk niet exact overeen met uw product. De waarden vermeld op de productlabels of in begeleidende de documentatie zijn verkregen in laboratoriumomstandigheden conform de relevante normen. Afhan- kelijk van de operationele en omgevingsomstandigheden van het product kunnen deze waarden variëren.

NLNL / 54 4 Eerste gebruik Voor u uw product in gebruik neemt, is het aanbevolen de volgende stappen uit te voeren in de onderstaande secties respec- tievelijk.

4.1 Eerste reiniging

1. Verwijder alle verpakkingsmateriaal.

2. Neem de oppervlakken van het product

af met een natte doek of spons en droog ze met een doek. OPMERKING: Bepaalde wasmiddelen of reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak beschadigen. Gebruik geen schurende wasmiddelen, waspoeders, reinigende crè- mes of scherpe voorwerpen tijdens de rei- niging. OPMERKING: Tijdens het eerste gebruik kunt u rook en geurtjes vaststellen gedu- rende meerdere uren. Dit is normaal en u heeft enkel een goede ventilatie nodig om deze te verwijderen. Vermijd een directe in- halering van de rook en geurtjes. 5 De kookplaat gebruiken

5.1 Algemene informatie over het ge-

bruik van de kookplaat Algemene waarschuwingen

  • Laat geen voorwerpen op de kookplaat vallen. Zelfs kleine voorwerpen zoals zoutvaatjes kunnen de kookplaat be- schadigen. Gebruik geen gebarsten kookplaten. Water kan door deze scheu- ren sijpelen en kortsluiting veroorzaken. Als het oppervlak op enigerlei wijze is beschadigd (bijv. zichtbare scheuren), schakel dan eerst de zekering uit en bel vervolgens de geautoriseerde service om het product los te koppelen om het risico op elektrische schokken te verminderen.
  • Gebruik geen potten/pannen op de kook- plaat die geen goed evenwicht hebben of gemakkelijk kantelen.
  • U mag de potten/pannen niet opwarmen als ze leeg zijn. De potten en het appa- raat kunnen beschadigd zijn.
  • U moet de branders van de kookplaat uitschakelen na elk gebruik.
  • Als u de kookzones gebruikt zonder een pot/pan zal dit het apparaat beschadi- gen. U moet de kookzones uitschakelen na elk gebruik.
  • Na elk gebruik is het kookoppervlak heet, dus zet de plastic potten / pannen niet op het kookoppervlak. Reinig dergelijk materiaal onmiddellijk van het oppervlak.
  • Plotselinge temperatuurveranderingen op het glazen kookoppervlak kunnen schade veroorzaken, pas op dat u geen koude vloeistoffen morst tijdens het ko- ken.
  • Plaats een toereikende hoeveelheid voedsel in de potten en pannen. Zo kunt u voorkomen dat voedsel uit de potten en pannen stroomt en hoeft u achteraf niet te reinigen.
  • Plaats de deksels van de potten/pannen niet op de branders/kookzones.
  • Plaats de potten centraal op de bran- ders/zones. Als u een pot op een andere brander/zone wilt plaatsen, mag u hem niet verschuiven naar de gewenste kook- zone; u moet de pot optillen en hem daarna op de andere kookzone plaatsen. Het bedieningsprincipe van de inductie- kookplaat De inductiekookplaat is als een open cir- cuit. Het circuit is voltooid wanneer er kookpotten / pannen op worden geplaatst die geschikt zijn voor inductiekoken en een elektronisch systeem onder het glasopper- vlak een magnetisch veld opwekt. De me- talen bodem van de potten / pannen wordt verwarmd door energie uit dit magnetische veld te halen. De warmte kan dus niet wor- den gegenereerd op het oppervlak van de kookplaat maar rechtstreeks op de potten/

NLNL / 55 pannen boven het oppervlak. Het glazen oppervlak wordt opgewarmd met de warm- te van de kookpotten/pannen. Voordelen van het koken via inductie Inductiekookplaten bieden bepaalde voor- delen omdat de warmte rechtstreeks wordt overgedragen op de kookpotten/pannen.

  • Voedsel dat overstroomt tijdens de be- reiding brand niet snel weg want het gla- zen kookoppervlak wordt niet recht- streeks opgewarmd. Het kan gemakkelij- ker worden gereinigd.
  • De bereidingen zullen sneller klaar zijn als de warmte gelijkmatig wordt gegene- reerd op de kookpotten/pannen. Het be- spaart dus tijd en energie in vergelijking met de andere soorten kookplaten.
  • Aangezien de warmte rechtstreeks wordt overgedragen op de kookpotten/pannen is er geen warmteverlies en dit resulteert in efficiënter koken.
  • Het feit dat de warmteoverdracht stopt en het kookoppervlak niet rechtstreeks wordt opgewarmd wanneer de kookpot- ten/pannen worden verwijderd van het kookoppervlak maakt het gebruik veiliger tegen mogelijke ongevallen tijdens uw bereidingen. Voor een veilige werking:
  • Selecteer geen hoge verwarmingsni- veaus als u antikleef kookpotten/pannen gebruikt met een kleine hoeveelheid olie of als u geen olie gebruikt (teflon type).
  • Gebruik het glazen kookoppervlak niet als een oppervlak waar u iets op te kunt plaatsen of als snij-oppervlak.
  • Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels op uw kookplaat want deze kunnen heel warm worden.
  • Gebruik geen aluminiumfolie voor uw be- reidingen. Plaats nooit etenswaren ge- wikkeld in aluminiumfolie op de inductie- zone.
  • Houd magnetische voorwerpen zoals creditkaarten of cassettes uit de buurt van de kookplaat als deze is ingescha- keld.
  • Als er een oven is onder uw kookplaat en deze is ingeschakeld, kunnen de senso- ren op de kookplaat het kookniveau ver- lagen of de kookzones uitschakelen.
  • Uw kookplaat heeft een automatisch uit- schakelsysteem. De volgende hoofd- stukken bieden u gedetailleerde informa- tie over dit systeem. Hoewel, als u deze potten met een dunne bodem gebruikt voor uw bereiding zullen deze potten heel snel opwarmen en de bodem van de pot kan smelten en het kookoppervlak en het apparaat beschadigen voor het auto- matische uitschakelsysteem wordt ge- activeerd. Kookpotten/pannen U moet ferromagnetische, hoogwaardige kookpotten/pannen gebruiken die voorzien zijn van een etiket of een waarschuwing dat compatibel is met inductiekoken met uw inductiekookplaat. Een algemene regel is dat hoe hoger het ijzergehalte, hoe beter de kookpotten/pannen zullen presteren. De bodemdiameter van de kookpotten / pan- nen moet overeenkomen met de inductie- zone. De aanbevolen afmetingen worden hieronder weergegeven. Geschikte kookpotten/pannen:
  • Gietijzeren potten/pannen
  • Stalen en roestvrij stalen potten/pannen (met etiket of waarschuwing dat inductie mogelijk is) Niet geschikte kookpotten/pannen:
  • Keramiek en porselein Aanbevelingen:
  • Gebruik enkel kookpotten/pannen met een vlakke bodem. Gebruik geen potten/ pannen met een concave of convexe bo- dem.
  • Gebruik enkel kookpotten/pannen met dikke, verwerkte bodems. Als u dunne potten gebruikt zullen deze heel snel op- warmen en de bodem van de pot kan smelten en het kookoppervlak en het ap- paraat beschadigen voor het automati- sche uitschakelsysteem wordt geacti- veerd. Scherpe randen kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak.
  • De bodems van bepaalde kookpotten/ pannen hebben een kleiner ferromagne- tisch veld dan de reële diameter. Enkel deze zone wordt opgewarmd door de kookplaat. Om die reden wordt de warm- te niet gelijkmatig verspreid en is het kookoppervlak kleiner. Bovendien wor- den dergelijke kookpotten/pannen niet gedetecteerd door grote inductiekook- platen. De kookzone wordt dus geselec- teerd op basis van de afmeting van het ferromagnetisch veld.
  • Sommige kookpotten/pannen hebben een bodem die niet-ferromagnetisch materiaal bevat zoals aluminium. Deze types kookpotten/pannen warmen mo- gelijk onvoldoende op of worden moge- lijk helemaal niet gedetecteerd door de inductiekookplaat. In sommige gevallen kan een waarschuwing voor slechte kookpotten/pannen verschijnen. Een gelijke distributie van het keu- kengerei op de linkse en rechtse en centrale branders voor de selectie van de branders heeft een positie- ve invloed tijdens de bereiding van meerdere gerechten op de inductie kookplaten. Kookpotten/pannen test Test of uw pot compatibel is met een in- ductiekookplaat via de onderstaande me- thoden.

1. Hij is compatibel als de bodem van uw

pot een magneet aantrekt.

2. Hij is compatibel als niet

knippert wanneer u uw pot op de induc- tiekookplaat plaatst en de knop draait. Aanbevolen afmetingen van kookpotten/pannen Kookzone diameter - mm Pot diameter - mm 190 x 210 min. 100 - max. 210 Kookzone met brede (flexi) oppervlak breedte 210 - lengte 390 De detectie van kookpotten/pannen door de inductiekookplaat hangt af van de dia- meter en het ferromagnetisch materiaal in de bodem van de potten/pannen. Om zeker te zijn dat de kookpotten/pannen worden gedetecteerd en dat u efficiënt kunt koken, moeten de kookpotten/pannen worden ge- selecteerd op basis van de afmeting van uw kookplaat. De aanbevolen afmetingen van de kookpotten/pannen voor de kook- zones worden hierboven vermeld. Het kookgedrag kan variëren afhankelijk van de pottypes, de grootte van de pan en de grootte van de kookzone. Voor een ho- mogener kookgedrag kan een een stap grotere kookzone worden gebruikt. Het ge-

NLNL / 57 bruik van een grotere kookzone leidt niet tot energieverspilling bij inductiekookpla- ten, omdat de warmte alleen in de betref- fende panruimte ontstaat. Kookzone met breed oppervlak (flexi) Uw kookplaat is uitgerust met kookopper- vlakken met een breed oppervlak (Flexi op- pervlakken). U kunt dit kookoppervlak be- dienen als individuele kookplaat, onafhan- kelijk van elkaar voor uw kleinere kookpot- ten/pannen. U kunt de combinatiefunctie voor deze kookzones inschakelen en ze omvormen in één enkel kookoppervlak voor bereidingen met uw brede potten of pannen. Als twee onafhankelijke kookzones Als een enkele kookzone Kookzones met een breed oppervlak hebben twee kookzones, vooraan en achteraan. U kunt deze zones gebrui- ken als twee onafhankelijke kookzo- nes voor verschillende temperatuurni- veaus met twee verschillende kook- potten/pannen. Plaats de kookpotten/ pannen in het middel van de afzonder- lijke kookzones. Voor bereidingen in grote kookpot- ten/pannen moet u de potten/pan- nen zodanig plaatsen dat ze het midden van beide kookzones afdek- ken en dat ze centraal op de kook- zone staan. Voor bereidingen met een enkele kookpot/pan moet u deze in het mid- del van de kookzone vooraan of ach- teraan plaatsen. Plaats de kookpot- ten/pannen niet in het midden van de kookzone. Als u wilt koken met twee verschil- lende kookpotten/pannen aan het- zelfde temperatuurniveau kunt u de kookzone met een breed oppervlak (flexibel) combineren en met twee verschillende kookpotten/pannen koken aan dezelfde temperatuur. Plaats de kookpotten/pannen zodat het midden van de zones opnieuw wordt gecentreerd.

5.2 Kookplaat bedieningseenheid

Het licht dat aangeeft dat de relevante toets is ingeschakeld Aan/Uit-toets Toetsvergrendeling toets Brede kookzone combinatietoets Snel opwarmen/Hoog vermogen instelling (Booster) toets Stop-toets Timer-toets Timer verhogen toets Timer verlagen toets

  • Het varieert naargelang het model van het pro- duct. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model.

NLNL / 58 Het scherm van de kookzone 1 Temperatuur - debiet niveau-indicator van de re- levante kookplaat 2 Temperatuur - debiet niveau-instellingszone 3 Snel opwarmen/Hoog vermogen instelling (BOOSTER) knop Timerscherm 1 Timerindicator 2 Timer verlagen toets 3 Timer-toets 4 Timer verhogen toets 5 Timer symbool 6 Timer activiteit LED van de relevante kookzone Ventilatiescherm 1 Ventilatieniveau-indicator 2 Ventilatieniveau-instellingsveld 3 Booster-toets 4 Ventilatie automatische modus toets Koolstoffilter vol waarschuwingssymbool Ventilatie LED* Oliefilter vol waarschuwingssymbool*

  • Het varieert naargelang het model van het pro- duct. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model. Algemene waarschuwingen voor het bedie- ningspaneel Dit apparaat wordt bediend met een aanraak bedieningspaneel. El- ke bediening die wordt uitgevoerd op het bedieningspaneel wordt be- vestigd met een geluidssignaal. Houd het bedieningspaneel altijd schoon en droog. Een vochtig en vuil oppervlak kan problemen ver- oorzaken in de bediening van de functies. De kookplaat keert automatisch te- rug naar de stand-bymodus als er geen bediening wordt uitgevoerd binnen 20 seconden. Het apparaat geeft een “FF” alarm weer uit veiligheidsoverwegingen als een toets ( -toets) wordt aan- geraakt. Het lampje van de ingeschakel- de of geselecteerde toetsen licht op. De kookplaat inschakelen

1. Raak de toets aan op het bedie-

ningspaneel. ð De kookplaat is nu klaar voor ge- bruik. De kookplaat uitschakelen

1. Raak de toets aan op het bedie-

ningspaneel. ð De kookplaat schakelt uit en keert terug naar de stand-bymodus. Resterende warmte-indicator Er is een warmte-indicator voor elke kook- zone op het bedieningspaneel. Deze indi- cator wijst erop dat de kookplaat nog steeds heet is nadat ze is uitgeschakeld. Raak de relevante kookzone(s) niet aan tot de resterende warmte-indicator verdwijnt. H: Hoge temperatuur

NLNL / 59 h: Lage temperatuur In het geval van een stroomuitval licht de resterende warmte-indica- tor niet op en wordt de gebruiker dus niet gewaarschuwd dat de kookzone nog warm is. De kookzone inschakelen en het tempera- tuurniveau instellen

1. Schakel de kookplaat in door de

toets aan te raken. ð Het “0” symbool verschijnt op het scherm van de kookzones.

2. Afhankelijk van de kookzone die u wilt

inschakelen, als u de instelzone aan- raakt of uw vinger over de zone be- weegt, kunt u het temperatuurniveau in- stellen tussen “0” en “9”. ð Terwijl het temperatuurniveau kan worden verhoogd als 1,2,3...9 op som- mige modellen kan het worden ver- hoogd als 1,1.,2,2. ... 9. op sommige andere modellen. Dit varieert naarge- lang het productmodel. De kookzones uitschakelen: Een geselecteerde kookzone kan op 2 wij- zen worden uitgeschakeld:

1. Door de temperatuur in te stellen op

“0”: U kunt de kookzone uitschakelen door de temperatuurinstelling te verla- gen tot “0”.

2. De timer uitschakelfunctie gebruiken

voor de gewenste kookzone: Wanneer de tijd is uitgeschakeld, schakelt de ti- mer de verbonden kookzone uit. Alle schermen geven “0” of “00” weer. Het symbool verdwijnt van het scherm van de kookplaat. De instelling van de timer voor de kookzone wordt be- schreven in de volgende hoofdstukken. Combinatie van de kookzones met een breed oppervlak (flexi) (als de kookzones met brede oppervlakken beschikbaar zijn op uw kookplaat)

1. Schakel de kookplaat in door de

2. Raak de toets aan.

ð Het 0 symbool verschijnt op het scherm van de linkse kookzone en de knop licht op .

3. Wanneer u tikt op de instelzone of uw

vinger over de zone beweegt, kunt u het temperatuurniveau instellen tussen 0 9. ð Terwijl het temperatuurniveau kan worden verhoogd als 1,2,3...9 op som- mige modellen kan het worden ver- hoogd als 1,1.,2,2. ... 9. op sommige andere modellen. Dit varieert naarge- lang het productmodel. De kookplaat begint te werken. Als een andere kook- zone wordt geselecteerd of als u 10 seconden wacht zonder een bediening uit te voeren, begint het licht van de toets te vervagen. De brede kookzones aan linkerzijde worden hier beschreven als voor- beeld. Als de kookzones aan rech- terzijde een breed oppervlak heb- ben op uw apparaat geldt hetzelfde voor de kookzones aan rechterzij- de. De combinatie van de kookzones met een breed oppervlak (flexi) terwijl een of beide van de kookzones aan linkerzijde werken (als de kookzones met een breed opper- vlak beschikbaar zijn op uw kookplaat). ü Terwijl een of beide kookzones aan lin- kerzijde afzonderlijk werken, kunt u beide kookzones combineren door het brede oppervlak van de kookplaat in te

NLNL / 60 schakelen. Zo kunt u een brede kookoppervlak gebruiken met dezelfde waarden.

1. Terwijl een of beide kookzones aan lin-

kerzijde worden gebruikt, raakt u de toets aan. ð De kookzone met de lagere tem- peratuur wordt weergegeven op de schermen van beide kookzones en het licht van de toets licht op. ð De gecombineerde kookplaten be- ginnen opnieuw te werken aan de temperatuur van de kookzone met de laagste instelling en, indien van toepassing, met de ingestelde waarde van de timer. De tempera- tuur- en timerwaarden van de kookzone met een hogere tempe- ratuurwaarde voorafgaand aan de combinatie wordt geannuleerd.

2. Als u de temperatuurwaarde achteraf

wilt wijzigen, stelt u de gewenste tem- peratuurwaarde in via de instelzone. Schakel de kookzones met de meervou- dige een breed oppervlak uit (als de kookzones met breed oppervlak be- schikbaar zijn op uw kookplaat) Druk op de knop om zones te isoleren en ze terug te schakelen naar nul. Hoog vermogen instelling (BOOSTER) U kunt de booster gebruiken om op te war- men met maximum vermogen. Hoewel, wij raden niet aan langdurig te koken in deze positie. De hoog vermogen instelling is mogelijk niet beschikbaar voor alle kook- zones. Wanneer de periode van de Hoog vermogen instelling (zie Automatisch uit- schakeling tijdsduur tabel) is verstreken, wordt de kookzone uitgeschakeld. Hoog vermogen instelling (BOOSTER) toets rechtstreeks kiezen:

1. Schakel de kookplaat in door de

2. Raak de toets aan van de gewenste

kookzone. ð De geselecteerde kookzone werkt met maximaal vermogen en 3 lampjes be- ginnen respectievelijk te knipperen op het scherm van de de kookzone. ð Wanneer de tijdsduur van de Hoog ver- mogen instelling (zie Automatische af- sluittijden tabel) is verstreken, gaat de kookzone door aan het hoogste tem- peratuurniveau. De hoog vermogen instelling (BOOSTER) selecteren terwijl de kookzone is inge- schakeld:

1. Raak de toets aan wanneer de kook-

plaat is ingeschakeld en de relevante kookzone werkt aan een specifiek ni- veau.

2. De geselecteerde kookzone werkt met

maximaal vermogen en 3 lampjes be- ginnen respectievelijk te knipperen op het scherm van de de kookzone. Wan- neer de tijdsduur van de Hoog vermo- gen instelling is verstreken, gaat de kookzone door aan het hoogste tempe- ratuurniveau. De hoog vermogen instelling (BOOSTER) uitschakelen voor het verstrijken van de tijdsduur: U kunt de hoog vermogen instelling uit- schakelen wanneer u dat wenst door de toets aan te raken. De kookzone blijft wer- ken aan de hoogste temperatuurwaarde. Schakel deze waarde op 0 door de actieve kookzone instelzone aan te raken of uw vinger over de zone te glijden om ze uit te schakelen.

NLNL / 61 Toetsenvergrendeling Wanneer de kookplaat is in- of uitge- schakeld, kunt u de toetsvergrendeling in- schakelen om ongewenste wijzigingen van de functies te voorkomen. De toetsenvergrendeling inschakelen

1. Raak de toets aan tot één enkel sig-

naal weerklinkt om de toetsenvergren- deling in te schakelen. ð Het lampje van de toets begint te knipperen en alle kookzones worden vergrendeld. Enkel de toets werkt wanneer de toetsenvergrendeling is ingescha- keld. Als u een andere toets aan- raakt, knippert het lampje van de toets om aan te geven dat de toetsenvergrendeling is ingescha- keld. Als u de kookplaat uitschakelt wanneer de toetsen zijn vergren- deld, wordt de toetsenvergrende- ling uitgeschakeld om de kookplaat opnieuw in te schakelen. De toetsenvergrendeling uitschakelen

1. Houd de ingedrukt tot u een signaal

hoort. De bediening wordt bevestigd met een geluidssignaal. ð Het licht van de toets vervaagt en de toetsenvergrendeling wordt uit- geschakeld. Timer-functie Deze functie maakt het koken gemakkelij- ker voor u. U hoeft niet voortdurend bij de kookplaat te blijven tijdens de volledige bereiding. De kookzone schakelt automa- tisch uit na de periode die u hebt geselec- teerd. De timer inschakelen

1. Schakel de kookplaat in door de

2. Afhankelijk van de kookzone die u wilt

inschakelen, als u de instelzone aan- raakt of uw vinger over de zone be- weegt, kunt u het gewenste tempera- tuurniveau instellen.

3. Schakel de timer in door de toets

aan te raken. ð “00” licht op op het scherm van de timer en het symbool begint te knipperen.

4. 4 activiteit LED lampen rond "00" ver-

schijnen op het scherm. Als u een timer wilt instellen voor de kookzone raakt u de toets aan om de relevante kook- zone zijde te selecteren.

5. Stel de gewenste tijdsduur in met de /

toetsen. U kunt de timer ook sneller doen lopen door de toets of voor een langere tijdsduur aan te raken. ð Het symbool brandt ononderbroken nadat hij knippert op het scherm van de kookzone gedurende een specifieke tijdsduur. Wanneer het symbool on- onderbroken brandt, geeft dit aan dat de functie is ingeschakeld. De timer kan worden gebruikt voor kookzones die worden bediend. Herhaal de bovenstaande procedu- re voor andere kookzones waar- voor u een timer wilt instellen. De timer kan niet worden ingesteld zonder de kookzone en het tempe- ratuurniveau van de kookzone te selecteren. Wanneer de timer is ingeschakeld, wordt de ingestelde tijdsduur van de geselecteerde kookzone weer- gegeven op het timer-scherm.

NLNL / 62 De timers uitschakelen De kookplaat schakelt automatisch uit en een geluidssignaal weerklinkt wanneer de ingestelde tijdsduur is verstreken. Raak een van de toetsen aan om het hoor- bare alarm uit te schakelen. De timers voortijdig uitschakelen Als de timer voortijdig wordt uitgeschakeld, blijft de kookplaat werken aan de ingestel- de temperatuur tot hij wordt uitgeschakeld. Uitschakelen door de timer-instelling te verlagen tot "00":

1. Selecteer de timer van de relevante

kookzone door de toets aan te raken.

2. Verminder de waarde door de toets aan

te raken tot "00” verschijnt op het ti- mer-scherm. U kunt de timer ook snel- ler doen lopen door de toets voor een langere tijdsduur in te drukken. ð Nadat het symbool knippert op het scherm van de kookzone gedurende een bepaalde periode schakelt het vol- ledig uit en wordt de timer geannu- leerd. Stopfunctie ü Met deze functie kunt u de tempera- tuurniveaus van alle functies (behalve de timer) verlagen op de kookzone tot het 1e niveau gedurende een bepaalde periode. Als de timer is ingesteld voor een kookzone begint de timer opnieuw te werken tijdens de stopfunctie.

1. Raak de toets aan terwijl uw kook-

plaat is ingeschakeld. ð Alle kookplaten die zijn ingescha- keld blijven werken aan het 1ste niveau.

2. Raak de toets opnieuw aan om alle

stopgezette kookzones te bedienen met hun vorige instellingen. Instellingen Met deze functie kunt u het stroombeheer, einde van de bereiding hoorbaar signaald- uur en de kookplaat-afzuigkap verbin- dingsinstellingen wijzigen, : Energiebeheer instelling : Einde van de bereiding hoorbaar sig- naalduur : Ventilatie modusselectie : Live weergave van het actieve kool- stoffilter : Actief koolstoffilter reset

1- Energiebeheer instelling ( )

ü U kunt het totale vermogen van de kookplaat naar wens instellen met de- ze functie.

1. Schakel de kookplaat in door de

toets aan te raken en schakel ze uit door de toets opnieuw aan te raken.

2. Raak de / / / toetsen respec-

tievelijk aan binnen de 10 seconden na het uitschakelen van het product. ð op het timer-scherm en “9” verschijn op het scherm van de kookzone links achteraan.

3. Als u tikt op de instelzone van de kook-

plaat links achteraan instelzone of door uw vinger over de zone te schuiven, stelt u het vermogensniveau in tussen (zie Tabel - Energiebeheer niveau) inge- steld tussen “1” en “9”.

4. Bevestig het geselecteerde niveau door

de toets aan te raken. ð Uw kookplaat schakelt uit en be- gint te werken aan de totaal ver- mogen instelling op het geselec- teerde niveau. “Energiebeheer” omvat 9 verschillende vermogensniveaus (zie Tabel - Energiebe- heer niveau) Tabel - Energiebeheer niveau Energiebeheer niveau Totaal vermogen (kW) 1 1,2 2 2,4

4 3,6 5 4,4 6 5,4 7 5,7 8 6,7 9 7,4 Voor producten waarvan het totale elektriciteitsverbruik maximaal 3,6 kW bedraagt (raadpleeg de techni- sche specificaties in de handlei- ding), blijft de totale vermogens- waarde 3,6 kW voor vermogen be- heerniveaus 5, 6, 7, 8 en 9.

2- Einde van de bereiding hoorbaar sig-

naalduur instelling ( ) ü Met deze functie kunt u de einde van de bereiding signaalduur van de kook- plaat naar wens instellen.

1. Schakel de kookplaat in door de

toets aan te raken en schakel ze uit door de toets opnieuw aan te raken.

2. Raak de / / / toetsen respec-

tievelijk aan binnen de 10 seconden na het uitschakelen van het product. ð De standaardinstelling wordt weergegeven op het timerscherm.

3. Voor de einde van de bereiding hoor-

baar signaal instelling raakt u de toets één maal aan. ð verschijnt op het timer- scherm en “2” verschijnt op het scherm van de kookzone links achteraan.

4. Als u tikt op de instelzone van de kook-

plaat links achteraan instelzone of door uw vinger over de zone te schuiven, stelt u de signaalduur instelling (zie Ta- bel - Energiebeheer niveau) in tussen “0en “3”.

5. Door de toets aan te raken, bevestig

de einde van de bereiding hoorbaar sig- naalduur instelling. ð Uw kookplaat schakelt uit en be- gint te werken aan de signaalduur instelling op het geselecteerde ni- veau. De fabrieksinstelling waarde voor de einde van de bereiding hoorbaar signaalduur instelling is standaard het 2de niveau. Tabel - Einde van de bereiding hoorbaar signaalduur instelling Einde van de berei- ding hoorbaar signaal- niveau Einde van de bereiding hoorbaar signaalduur 0 15 seconden 1 30 seconden 2 1 minuut 3 2 minuut 3-Ventilatiemodus instellingen ( ) ü Dit apparaat wordt gebruikt in 2 modi: Interne circulatie en externe circulatie- modus. (Ventilatiemodus) Het appa- raat wordt vooringesteld in overeen- stemming met de interne circulatie- modus. Om dit te wijzigen;

1. Schakel de kookplaat in door de

toets aan te raken en schakel ze uit door de toets opnieuw aan te raken.

2. Raak de / / / toetsen respec-

tievelijk aan binnen de 10 seconden na het uitschakelen van het product. ð De standaardinstelling wordt weergegeven op het timerscherm.

3. Raak de toets vier maal aan voor de

ventilatiemodus instelling. ð Op het timer-scherm verschijnt en “1” verschijnt op het scherm van de koken kookzone links achteraan.

4. De ventilatiemodus kan worden inge-

steld als externe circulatie door de in- stelzone aan te raken van de kookzone links achteraan door uw vinger te bewe- gen over de zone wordt het scherm van de kookplaat op “2” geschakeld.

5. Bevestig het ventilatiemodus instelling

door de toets aan te raken. ð » Het apparaat schakelt uit en uw apparaat begint te werken met het geselecteerde niveau van de venti- latorinstelling.

4- Live weergave van het actieve koolstof-

filter ( ) ü De actieve koolstoffilters in het pro- duct, indien gebruikt voor de interne circulatie, moeten na een specifieke gebruiksperiode worden vervangen. U kunt de resterende werkuren voor de filters controleren op het instel- lingscherm. De resterende tijd wordt weergegeven op het scherm als een aftelling van 150 uur. Zorg ervoor het actieve koolstoffil- ter in uw product na iedere 150 be- drijfsuren te vervangen, op voor- waarde dat het werkt in de interne circulatiemodus. Na 150 uur ver- schijnt het symbool op het ven- tilatiescherm. Dit waarschuwings- symbool verschijnt niet als uw pro- duct is ingesteld op de externe cir- culatiemodus.

1. Schakel de kookplaat in door de

toets aan te raken en schakel ze uit door de toets opnieuw aan te raken.

2. Raak de / / / toetsen respec-

tievelijk aan binnen de 10 seconden na het uitschakelen van het product. ð De standaardinstelling wordt weergegeven op het timerscherm.

3. Raak de toets vijf maal aan voor het

actieve koolstoffilter scherm. ð "Op het timer-scherm , in het bijzonder op het scherm van de kookplaat links achteraan, worden de resterende bedrijfsuren van de actieve koolstoffilters als volgt aangegeven: '3' voor meer dan 100 uur, '2' voor 50-100 uur, '1' voor 5-50 uur en '0' voor 0-5 uur."

4. Door de toets aan te raken, kan het

instellingscherm worden gesloten.

5 - Scherm van het actieve koolstoffilter

resetten ( ) Na 150 uur verschijnt het symbool op het ventilatiescherm. Als resultaat van het verwijderen en vervangen van de actieve koolstoffilters zoals beschreven in het on- derhoud-reiniging hoofdstuk moeten de volgende stappen worden gevolgd om het scherm te resetten:

1. Raak de / / / toetsen respec-

tievelijk aan binnen de 10 seconden na het uitschakelen van het product. ð De standaardinstelling wordt weergegeven op het timerscherm.

2. Raak de toets vijf maal aan voor het

actieve koolstoffilter live scherm. ð Verschijnt op het timerscherm , de resterende werkuren van het actieve koolstoffilter op het scherm van de kookzone links achteraan worden gelijktijdig weergegeven met het cF7-scherm.

3. Raak de knop op het ventilatie-

scherm aan gedurende 3 seconden. ð Een aftelling van 1- 2- 3 verschijnt op het scherm. De reset is vol- tooid.

4. In dit scherm kunt u het menu verlaten

door de toets aan te raken. Het veilig en doeltreffend gebruik van de inductiekookplaat Bedieningsprincipe: De inductiekookplaat verwarmt de pot/pan direct vanwege het bedieningsprincipe:. Ze biedt dus tal van

NLNL / 65 voordelen boven andere soorten kookpla- ten. Ze werkt efficiënter en het oppervlak van de kookplaat is koeler. Uw inductiekookplaat is uitgerust met een hoogwaardig veiligheidssysteem dat een optimale veiligheid garandeert tijdens de werking. Uw kookplaat kan zijn uitgerust met kookzones met een diameter van 145, 180, 210 en 280 mm met de inductiefunctie, afhankelijk van het model. Dankzij de inductie- functie detecteert elke zone auto- matisch wanneer er een pan wordt op geplaatst. De energie wordt en- kel toegepast op de contactzone van de pan en dus wordt slechts een minimale hoeveelheid energie verbruikt. Automatisch uitschakelsysteem De bediening van de kookplaat heeft een automatisch uitschakelsysteem. Als één of meer kookzone(s) ingeschakeld blijven, schakelt de kookzone automatisch uit na een bepaalde tijd (zie Tabel-1). Als er een timer is toegewezen aan de kookzone, schakelt het timer- Beeldscherm ook uit. De tijdslimiet voor de automatische uit- schakeling hangt af van het geselecteerde temperatuurniveau. De maximale bedie- ningsduur wordt toegepast voor dit tempe- ratuurniveau. De kookzone kan opnieuw worden bediend door de gebruiker nadat ze automatisch is uitgeschakeld zoals hierboven beschreven. Tabel -1: Automatisch uitschakeling tijds- duur Temperatuurniveau Automatisch uitschake- ling tijdsduur - uur

Snel verwarmen (booster) 10 minuut Tabel -2: Ventilatie automatische uitscha- kelingsperioden Snelheidsniveau Automatisch uitschake- ling tijdsduur - uur

Intensieve werking (booster) 8 minuut Terwijl het temperatuurniveau kan worden verhoogd als 1,2,3...19 op sommige model- len kan het worden verhoogd als 1,1.,2,2. ...

9. op sommige andere modellen. Dit vari-

eert naargelang het productmodel. Oververhitting bescherming Uw kookplaat is voorzien van een aantal sensoren die de plaat beschermen tegen oververhitting. U kunt het volgende waar- nemen in het geval van oververhitting:

  • De gebruikte kookzone wordt uitgescha- keld.
  • Het geselecteerde niveau kan zijn ver- laagd. Dit wordt echter niet weergegeven op het scherm. Beschermingssysteem tegen overstromen Uw kookplaat is uitgerust met een be- schermingssysteem tegen overstromen. In het geval van een overstroming op het be- dieningspaneel, om welke reden dan ook, onderbreekt het systeem de voeding auto- matisch om uw kookplaat uit te schakelen. Intussen verschijnt de “F” waarschuwing op het scherm. Nauwkeurige vermogensinstelling De inductiekookplaat reageert onmiddellijk op de gegeven opdrachten op basis van het bedieningsprincipe. De vermogensin- stellingen worden snel gewijzigd. U kunt dus voorkomen dat een pot/pan (met wa- ter, melk, etc.) overstroomt door het appa- raat onmiddellijk uit te schakelen.

NLNL / 66 6 Het gebruik van de ventilatie Algemene waarschuwingen

  • Er is een motor met verschillende snel- heden voor de ventilatie. Voor de goede werking van het product te garanderen, raden wij aan een lage snelheid te ge- bruiken in normale omstandigheden en hoge snelheden in het geval van sterke geurtjes en condensatie. Ventilatiemodi Dit apparaat wordt gebruikt in 2 modi: In- terne circulatie en externe circulatiemodus. Interne circulatie De lucht die van het midden van de kook- plaat worden gezogen, wordt eerste gezui- verd uit de olie door deze door het oliefilter te leiden. Daarna wordt ze door een actieve koolstoffilter geleid en dan terug in de keu- ken. WAARSCHUWING! In de interne cirucla- tiemodus moeten de actieve koolstoffilters worden gemonteerd in de zone gedefini- eerde in het product om de geurtjes van de geïnhaleerde lucht op te vangen. Voor ver- schillende installatietypes die zijn gedefini- eerd voor de interne circulatie van het ap- paraat verwijzen wij naar de installatie- handleiding of naar uw geautoriseerde ver- deler. Externe circulatie De lucht die van het midden van de kook- plaat wordt aangezogen loopt door de olie- filters en wordt afgevoerd naar buiten door het afvoerkanaal via een buizensysteem. Ventilatiemodus instelling Het product is vooringesteld op de interne circulatiemodus. Om de externe ciruclatiemodus in te stellen op het product moet de instelling wor- den uitgevoerd in de instellingen. Handmatige ventilatie instelling ü De ventilatie kan handmatig worden ingesteld.

1. Schakel de kookplaat in door de

toets aan te raken. ð >> Het “0” symbool verschijnt op de schermen van de ventilatie.

2. Wanneer u tikt op de ventilatie instelzo-

ne of uw vinger over de zone beweegt, kunt u het snelheidniveau instellen tus- sen“1 3. De handmatige ventilatie uitschakelen

1. Wanneer u tikt op de ventilatie instelzo-

ne of uw vinger over de zone beweegt, kunt u het snelheidniveau instellen als “0”. De intensieve ventilatiemodus inschakelen

1. De intensieve ventilatiemodus kan wor-

den ingeschakeld door de toets aan te raken. ð De intensieve ventilatiemodus werkt gedurende maximaal 8 mi- nuten. Tijdens deze periode knip- pert het P-symbool op het scherm. Na 8 minuten zakt de ventilatie- snelheid tot 3 en blijft aan dit ni- veau werken. De intensieve ventilatiemodus uitschake- len

1. Wanneer u tikt op de ventilatie instelzo-

ne of uw vinger over de zone beweegt, kunt u het snelheidniveau instellen als “0”.

NLNL / 67 In de intensieve ventilatiemodus, wanneer een snelheidstoets wordt aangeraakt, keert deze terug naar dat snelheidsniveau en blijft wer- ken. Automatische start ü Uw product meet het temperatuurni- veau en de werkduur van de kookzone. Het bepaalt de meest geschikte venti- latiesnelheid op basis van deze waar- den en werkt aan de niveaus die het automatisch vastlegt.

1. Raak de toets aan om de automa-

tisch modus in te schakelen. ð De automatische modus wordt in- geschakeld en schakelt automa- tisch ui wanneer de parameters onder de gespecificeerde kritieke waarde dalen. Deze moet opnieuw worden ingeschakeld om te reacti- veren.. Wanneer de automatisch modus actief is, wordt de automatische modus geannuleerd wanneer u het product in- en uitschakelt aan ie- dere snelheid.

2. Om te automatische modus uit te scha-

kelen, moet u de toets nog een keer aanraken. Werking van de ventilatorfunctie De secundaire ventilatorfunctie zorgt er- voor dat de geurtjes en rook die kunnen ontstaan aan het einde van een bereiding worden verwijderd door de tijdsduur en het snelheidsniveau automatisch te bepalen op basis van de temperatuur op het kookoppervlak, het snelheidsniveau en de werkduur, wanneer het product is uitge- schakeld als resultaat van het koken op de kookzones terwijl de ventilatie werkt in de automatische modus. Als u de opeenvolgende werking wilt uit- schakelen, kan deze worden uitgeschakeld door de toets in te drukken. Als het ventilatiesysteem in de au- tomatische modus werkt, zal het blijven werken gedurende 2 tot 20 minuten na het einde van de berei- ding en nadat de potten van de kookplaten zijn verwijderd. 7 Algemene informatie bij het bakken Dit hoofdstuk bevat tips voor de bereiding en het koken van etenswaren.

7.1 Algemene waarschuwingen over

bereidingen met de kookplaat Algemene waarschuwingen over bereidin- gen met de kookplaat

  • Vul de de pan nooit voor meer dan een- derde met olie. Laat de kookplaat niet onbewaakt achter als u olie verhit. Over- verhitte olie geeft brandgevaar. Probeer een mogelijk vuur nooit te doven met water! Bedek olie als het in brand vliegt met een branddeken of een vochtige doek. Zet de kookplaat, als dit veilig kan, uit en bel de brandweer.
  • Voor u etenswaren begint te frituren, moet u altijd het overtollige water verwij- deren en ze langzaam in de hete olie la- ten zakken. Zorg ervoor dat ingevroren etenswaren worden ontdooid voor u ze frituurt.
  • Zorg er bij het verhitten van olie voor dat de pan die je gebruikt droog is en houd het deksel open.
  • Voor aanbevelingen over bereidingen met de energiebesparende functie ver- wijzen wij u naar het hoofdstuk “Milieu- richtlijnen”.
  • De bereidingstemperatuur en tijdwaar- den die worden opgegeven voor de etenswaren kunnen variëren naargelang

NLNL / 68 het recept en de hoeveelheid. Om die re- den worden deze waarden vermeld als een bereik. 8 Onderhoud en reiniging

8.1 Algemene reinigingsinformatie

Algemene waarschuwingen

  • Wacht tot het product is afgekoeld voor u het product reinigt. Hete oppervlakken kunnen brandwonden veroorzaken!
  • U mag de reinigingsmiddelen niet recht- streeks aanbrengen op de warme opper- vlakken. Dit kan permanente vlekken veroorzaken.
  • Het product moet grondig worden gerei- nigd en gedroogd na elk gebruik. Voed- selresten kunnen dus gemakkelijk wor- den gereinigd en zodat deze resten niet in brand kunnen schieten wanneer het product de volgende keer wordt gebruikt. Dit resulteert in een langere levensduur van het apparaat en een vermindering van vaak voorkomende problemen.
  • Gebruik geen stoomreinigers voor de rei- niging.
  • Bepaalde wasmiddelen of reinigingsmid- delen kunnen het oppervlak beschadi- gen. Niet-geschikte reinigingsmiddelen zijn: bleekmiddel, reinigingsmiddelen met ammoniak, zuur of chloor, stoomrei- nigende producten, ontkalkingsmiddelen, vlekken- en roestverwijderaar, schuren- de reinigingsmiddelen (crème reinigings- middelen, schurend poeder of crème, schurende en krassende schrobber, draad, sponzen, reinigingsdoeken met vuil en oplosmiddel resten).
  • Er is geen speciaal reinigingsmateriaal nodig voor de reiniging na elk gebruik. Reinig het apparaat met een vaatwas- middel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.
  • U moet alle resterende vloeistof afdro- gen na de reiniging en alle eventuele voedselresten onmiddellijk reinigen tij- dens de bereiding.
  • Was geen enkel onderdeel van uw appa- raat in de vaatwasser, tenzij anders ver- meld in de gebruikershandleiding. Scharnieren voor de kookplaten:
  • Zuurhoudend vuil zoals melk, tomaten- puree en olie kunnen permanente vlek- ken veroorzaken op de kookplaten en onderdelen van de kookplaat de meer- voudige. U moet alle eventuele vloeistof- spatten onmiddellijk reinigen nadat u de kookplaat hebt afgekoeld door ze uit te schakelen. Roestvrij stalen oppervlakken
  • Gebruik geen reinigingsmiddelen met zuur of chloor om roestvrij stalen opper- vlakken en handvaten te reinigen.
  • De kleur van het roestvrij stalen opper- vlak kan veranderen na verloop van tijd. Dit is normaal. U moet na elk gebruik rei- nigen met een wasmiddel dat geschikt is voor roestvrij stalen oppervlakken.
  • Reinig met een doek in een zeepsopje en vloeibaar (niet-krassend) wasmiddel ge- schikt voor roestvrij stalen oppervlakken en zorg ervoor dat u in een richting blijft wrijven.
  • Verwijder kalk, olie, zetmeel, melk en ei- witvlekken onmiddellijk van de glazen en roestvrij stalen oppervlakken zonder te wachten. Vlekken kunnen na een lange tijd beginnen roesten.
  • Reinigingsmiddelen die op het oppervlak worden verstoven/aangebracht moeten onmiddellijk worden gereinigd. Als men schurende reinigingsmiddelen achterlaat op het oppervlak, kan dit wit worden. Glazen oppervlakken
  • Tijdens de reiniging van glazen opper- vlakken mag u geen harde metalen krab- bers en schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Deze kunnen de glazen op- pervlakken beschadigen.
  • Reinig het apparaat met een vaatwas- middel, warm water en een microvezel doek specifiek voor glazen oppervlakken en droog het met een droge doek.
  • Als er wasmiddel achterblijft na de reini- ging moet u dit afnemen met koud water en het drogen met een schone microve- zel doek. Resterende wasmiddel resten kunnen het glazen oppervlak de volgen- de keer beschadigen.
  • Opgedroogde resten op het glas mogen in geen geval worden verwijderd met een zaagmes, draadwol of gelijkaardig kras- send gereedschap.
  • U kunt de kalkvlekken (gele vlekken) op het glazen oppervlak verwijderen met een commercieel beschikbaar ontkal- kingsmiddel met azijn of citroensap.
  • Als het oppervlak zeer vuil is, kunt u het reinigingsmiddel aanbrengen op de vlek met een spons en moet u het product la- ten inwerken om het correct te reinigen. Reinig het glazen oppervlak met een nat- te doek.
  • Verkleuringen en vlekken op het glazen oppervlak zijn normaal en geen defecten. Plastic onderdelen en geverfde oppervlak- ken
  • Reinig de plastic onderdelen en geverfde oppervlakken met vaatwasmiddel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.
  • Gebruik geen harde metalen krabbers en schurende reinigingsmiddelen. Dit kan de oppervlakken beschadigen.
  • Zorg ervoor dat de verbindingsstukken van de onderdelen van het product niet vochtig en met wasmiddel worden ach- tergelaten. Zo niet kan corrosie optreden op deze verbindingen.

8.2 De kookplaat reinigen

Glazen kookoppervlak Volg de beschreven reinigingsinformatie voor de glazen oppervlakken in het hoofd- stuk “Algemene reinigingsinformatie” voor de reiniging van het glazen kookoppervlak. U kunt uw reiniging voltooien op basis van de onderstaande informatie in speciale ge- vallen.

  • Suikergebaseerde etenswaren zoals donkere crème, zetmeel en siroop moe- ten onmiddellijk worden gereinigd zon- der te wachten tot het oppervlak afkoelt. Zo niet kan het glazen kookoppervlak permanent worden beschadigd.
  • Gebruik geen reinigingsmiddelen voor reinigingen die u uitvoert wanneer de kookplaat heet is want dit kan perma- nente vlekken veroorzaken.

8.3 Het bedieningspaneel reinigen

  • Als u de panelen met knoppen reinigt, moet u het paneel en de knoppen afne- men met een vochtige, zachte doek en afdrogen met een droge doek. Verwijder de knoppen en pakkingen onderaan niet om het paneel te reinigen. Het bedie- ningspaneel en de knoppen kunnen wor- den beschadigd.
  • Tijdens het reinigen van de roestvrij sta- len panelen met knoppen mag u geen reinigingsmiddel voor roestvrij staal ge- bruiken. De indicatoren rond de knop kunnen worden gewist.
  • Reinig het touch bedieningspaneel met een vochtige, zachte doek en droog het met een droge doek. Als uw product voorzien is van een toetsvergrendeling moet u deze vergrendeling instellingen voor u het bedieningspaneel begint te reinigen. Zo niet kan een incorrecte de- tectie optreden in de toetsen.

8.4 De ventilatie schoonmaken

Om een goede geur- en olieretentie te ga- randeren, moeten de actieve koolstoffilters regelmatig worden vervangen en moet het oliefilter regelmatig worden gereinigd. Metalen oliefilterreiniging ü Het oliefilter filtert de olie in de aange- zogen rook. Het metalen vetfilter moet regelmatig worden gereinigd om een goede werking te garanderen.

1. Verwijder het oliefilter door het omhoog

te trekken. Het oliefilter kan olie of overstro- mende vloeistoffen aan de onder- kant verzamelen. Terwijl het filter wordt gedemonteerd, moet het recht worden verwijderd om drup- pelen en morsen te voorkomen. Pas op dat u de verwijderde oliefil- tergroep niet beschadigt door op het glas van de kookplaat te vallen.

2. Was het verwijderde vetfilter in de vaat-

wasser of met de hand. Was de filters in water met vloei- baar wasmiddel en plaats ze na het drogen terug. Aluminiumfilters kunnen van kleur veranderen als ze worden gewassen; dit is normaal en u hoeft uw filters niet te vervan- gen.

3. Vervang het oliefilter na het reinigen.

Verwijderen van het actieve koolfilter Actieve koolstoffilters zorgen ervoor dat geurtjes in het product worden vastgehou- den en moeten voor optimale prestaties re- gelmatig worden vervangen. Let op de vul- waarschuwingsindicator voor vervanging. Wanneer het product 150 be- drijfsuren heeft voltooid, verschijnt er een F-vormige waarschuwing op de kookplaten. Het filter moet ui- terlijk bij deze waarschuwing wor- den vervangen. Volg de uitgebreide uitleg in Instellingen om deze waarschuwing te resetten. Volg de gedetailleerde uitleg in In- stellingen om het resterende werk- tijdbereik van geactiveerde kool- stoffilters te zien. Verwijderen;

1. Verwijder het oliefilter door het omhoog

te trekken. Het oliefilter kan olie of overstro- mende vloeistoffen aan de onder- kant verzamelen. Terwijl het filter wordt gedemonteerd, moet het recht worden verwijderd om drup- pelen en morsen te voorkomen. In het oliefiltergedeelte zit een magneetschakelaar. Ventilatie is niet mogelijk zonder het onderdeel voor vloeistofbescherming.

2. Verwijder de vloeistofopvangkamer zo-

als weergegeven in de onderstaande af- beelding.

NLNL / 71 Er is een magnetische schakelaar in het vloeistofver-zamelkamerge- deelte. Ventilatie is niet mogelijk zonder het onderdeel voor vloei- stofbescherming. De vloeistofopvangkamer moet pe- riodiek worden schoongemaakt. Het onderdeel kan worden gerei- nigd door het in water met vloei- baar wasmiddel te wassen en af te spoelen, of het moet in de vaat- wasser op maximaal 70 °C worden gewassen. Bij het weer in elkaar zetten van het vloeistofopvangkameronderdeel, moet het zo worden geplaatst dat de richting van de pijl op het on- derdeel eerst komt.

3. Na het verwijderen van de vloeistofop-

vangkamer bevinden zich rechts en links twee koolstoffilters in de onder- ste kamer.

4. Om te beginnen, om een van de kool-

stoffilters uit de magnetische gleuf uit de ventilatiespleet te verwijderen, trekt u het naar u toe door het te kantelen en haalt u het eruit zoals aangegeven in de afbeelding.

5. Verwijder op dezelfde manier het ande-

re koolstoffilter uit zijn behuizing.

6. Plaats de 2 nieuwe actieve koolfilters in

hun magnetische sleuven door ze beur- telings door de ventilatiespleet te kan- telen. Zorg ervoor dat het volledig in de magnetische sleuven zit.

7. Plaats het vloeistofbeschermingsplas-

tic terug op dezelfde manier als toen het werd verwijderd.

8. Plaats het oliefilter.

Afvalwater tank In het geval dat er veel vloeistof naar het ventilatiecompartiment van het product gaat, worden deze vloeistoffen opgevan- gen in het afvalwaterreservoir onder de

NLNL / 72 kookplaat. In dit geval moet de afvalwater- tank worden verwijderd, de vloeistof moet worden uitgegoten en de tank moet wor- den gereinigd en opnieuw worden geïnstal- leerd. Het wordt aanbevolen om de afval- watertank eens per maand te reini- gen. Om de afvalwatertank te verwijderen:

1. Verwijder de bovenste lade onder de

kookplaat. Je moet onder de kookplaat kunnen reiken.

2. Bereik de afvalwatertank onder de

3. Ontgrendel en verwijder de afvalwater-

tank door aan de vergrendelknop te draaien.

4. Giet de vloeistof uit de kamer en reinig

5. Draai aan de vergrendelknop en ver-

grendel deze door de kamer terug in de gleuf te steken. Het reinigen van de bodemplaat Als de onderklep aan de onderkant van het product vuil wordt, kunt u deze mogelijk verwijderen en reinigen. Om de bodemplaat te verwijderen:

1. Verwijder de bovenste lade onder de

kookplaat. Je moet onder de kookplaat kunnen reiken.

2. Bereik de bodemplaat van onder de

3. Er zijn 5 sloten in de richtingen die wor-

den aangegeven door de pijlsymbolen op de onderklep. Door deze vergrende- lingen los te maken, verwijdert u de bo- demklep door deze naar beneden te houden.

4. Na het schoonmaken van de onderklep,

duwt u deze hard omhoog in dezelfde richting zodat de sloten in hun sleuven passen. 9 Probleemoplossing Als het probleem aanhoudt nadat de in- structies in dit hoofdstuk werden nage- leefd, kunt u contact opnemen met uw ver- koper of een geautoriseerde dienst. Pro- beer nooit een defect product zelf te repa- reren. Het product werkt niet.

  • De zekering kan defect of gesprongen zijn. >>> Controleer de zekeringen in de zekeringenkast. Vervang ze indien nodig, of schakel ze opnieuw in.
  • Het apparaat is mogelijk niet aangeslo- ten op een geaard stopcontact. >>> Con- troleer of de stekker van het apparaat correct is ingevoerd.
  • (Als uw apparaat voorzien is van een ti- mer) De toetsen op het bedieningspaneel werken niet. >>> Als uw product voorzien is van een toetsenvergrendeling is deze mogelijk ingeschakeld. Schakel de toet- senvergrendeling uit.
  • Als de kookplaat niet aangaat wanneer de aan/uit-toets wordt ingedrukt >>> Haal de stekker uit het stopcontact en wacht minstens 20 seconden voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
  • Het heeft een oververhittingsbeveiliging. >>> Wacht tot je kookplaat is afgekoeld.
  • Er mogen geen geschikte pannen wor- den gebruikt. >>> Controleer je potten. pictogram brandt altijd op het kookzonedisplay.
  • Pannen mogen niet op de werkende kookplaat worden geplaatst. >>> Contro- leer of er een pan op de kookplaat staat.
  • Uw pan is mogelijk niet geschikt voor in- ductie. >>> Controleer of uw fornuis ge- schikt is voor de inductiekookplaat.
  • Het kan zijn dat de pan niet goed gecen- treerd staat op de kookplaat of dat de bodem van de pan niet breed genoeg is voor de geselecteerde kookzone. >>> Centreer de kookplaat door een pan te kiezen die breed genoeg is voor de kook- plaat.
  • De pan of kookplaat kan te heet zijn. >>> Wacht tot ze zijn afgekoeld. De geselecteerde kookplaat wordt tijdens het gebruik plotseling uitgeschakeld.
  • De kooktijd van het geselecteerde com- partiment is mogelijk verstreken. >>> U kunt een nieuwe kooktijd instellen of het koken beëindigen.
  • Het heeft een oververhittingsbeveiliging. >>> Wacht tot je kookplaat is afgekoeld.
  • Het is mogelijk dat een voorwerp het aanraakbedieningspaneel heeft bedekt. >>> Verwijder het object op het paneel. Hoewel de kookplaat is ingeschakeld, warmt de pan niet op.
  • De pan is mogelijk niet geschikt voor de inductiekookplaat. >>> Controleer of uw fornuis geschikt is voor de inductiekook- plaat.
  • Het kan zijn dat de pan niet goed gecen- treerd staat op de kookplaat of dat de bodem van de pan niet breed genoeg is voor de geselecteerde kookzone. >>> Centreer de kookplaat door een pan te kiezen die breed genoeg is voor de kook- plaat. De koelventilator blijft draaien, ook al is de kookplaat uitgeschakeld.
  • Dit is geen fout. De koelventilator blijft draaien totdat de elektronische appara- tuur in de kookplaat de juiste tempera- tuur heeft bereikt. Geluid van de kookplaat tijdens de berei- ding
  • Het is mogelijk dat u geluiden hoort van de kookplaat tijdens de bereiding. Deze geluiden kunnen worden veroorzaakt door de samenstelling van de kookpan of -pot. Deze geluiden zijn normaal en vor- men geen defect. Zij maken deel uit van de inductietechnologie. Mogelijke geluiden en hun oorzaken
  • Geluid van de ventilator: De kookplaat is uitgerust met een ventilator die auto- matisch inschakelt naargelang de tem- peratuur van het apparaat. De ventilator heeft verschillende bedieningsniveaus en werkt op verschillende niveaus naar- gelang de temperatuur.
  • Laag zoemend geluid zoals het geluid van een werkende transformator: Dit is te wijten aan de aard van de inductie- technologie. Naarmate de warmte wordt overgedragen naar de basis van de kookpan of -pot kunt u een dergelijk zoemend geluid horen afhankelijk van het materiaal van de kookpan. U kunt dus verschillende geluiden horen van verschillend kookgerei.
  • Kraken geluid: De reden hiervoor is de structuur en het materiaal van de basis van de kookpan of -pot. Een krakend ge- luid kan hoorbaar zijn als de kookpan of -pot is gemaakt van lagen van uiteenlo- pend materiaal.
  • Klaaglijk geluid: U kunt een klagend ge- luid horen wanneer twee kookzones aan dezelfde zijkant van de kookplaat wor- den gebruikt met twee verschillende kookniveaus. Foutcodes/redenen en mogelijke oplossingen Foutcodes Fouten oorzaken Mogelijke oplossingen E 22 E 26 De inductiekookplaat is oververhit. Schakel de inductiekookplaat uit en wacht tot ze is afgekoeld. De fout wordt opgelost wanneer de tempera- tuur van de kookplaat zakt tot onder de grenswaarden. E 46 Een of meer toetsen worden gedu- rende meer dan 10 seconden inge- drukt gehouden. Er is een voorwerp op het bedie- ningspaneel blijven staan of het is blootgesteld aan waterdamp. Het probleem wordt opgelost wan- neer u uw hand verwijderd van de kookplaat. Het probleem wordt opgelost wan- neer het bedieningspaneel is gerei- nigd. E 47 Er is een pot of pan gebruikt die niet geschikt is voor een inductiekook- plaat. De fout wordt opgelost wanneer een pot of pan wordt gebruikt die ge- schikt is voor een inductiekookplaat. E 1 - E 15 Communicatiefout op de inductie- kookplaat. Schakel de inductiekookplaat uit en opnieuw in na 30 seconden. Neem contact op met een geautoriseerde verdeler als het probleem niet is op- gelost. E 16 - E 21 Temperatuursensor storing op de in- ductiekookplaat. Schakel de inductiekookplaat uit en opnieuw in na 30 seconden. Neem contact op met een geautoriseerde verdeler als het probleem niet is op- gelost. E 23 E 24 Softwarefout op de inductiekook- plaat. Schakel de inductiekookplaat uit en opnieuw in na 30 seconden. Neem contact op met een geautoriseerde verdeler als het probleem niet is op- gelost. E 25 Storing in de werking van de ventila- tor de inductiekookplaat. Schakel de inductiekookplaat uit en opnieuw in na 30 seconden. Neem contact op met een geautoriseerde verdeler als het probleem niet is op- gelost. E 31 - E 45 Storing in de hardware van het elek- tronische bord op de inductiekook- plaat. Schakel de inductiekookplaat uit en opnieuw in na 30 seconden. Neem contact op met een geautoriseerde verdeler als het probleem niet is op- gelost. E 48 E 49 E 51 Sensor storing op de inductiekook- plaat. De sensorapparatuur moet compati- bel zijn met de omstandigheden waarin ze wordt gebruikt. Neem con- tact op met een geautoriseerde ver- deler als het probleem niet is opge- lost.

NLNL / 75 Foutcodes Fouten oorzaken Mogelijke oplossingen E 52 - E 57 Hoge temperatuurfout op de induc- tiekookplaat. Schakel de inductiekookplaat uit en wacht tot ze is afgekoeld. De fout wordt opgelost wanneer de tempera- tuur van de sensor zakt tot onder de grenswaarden. Neem contact op met een geautoriseerde verdeler als het probleem niet is opgelost. E 58 - E 59 Er is een sensorfout / hoge tempera- tuurfout opgetreden in de automati- sche kookmodus. Schakel de inductiekookplaat uit en wacht tot deze is afgekoeld Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met de bevoegde ser- vice.

Elk van de toetsen is mogelijk lang- durig ingedrukt. Als het langdurig indrukken van één van de toetsen is gestopt, Een kookpot is mogelijk over het be- dieningspaneel geschoven. Als de kookpot over het bedienings- paneel is getild, Het is mogelijk dat etenswaren/een vloeistof op het bedieningspaneel zijn gemorst. De fout verdwijnt wanneer de etens- waren/vloeistofresten worden gerei- nigd.