VC232 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC232 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC232 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC232 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC232 VOLTCRAFT
12.8 Een continuïteitstest uitvoeren ..........................................................155132
16 Probleemoplossing ....................................................................................166 17 Technische gegevens ................................................................................167133 2 Inleiding Beste klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaan- wijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadple- ging! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be 3 Leveringsomvang
2x veiligheidstestkabels met CAT III beschermdoppen
Gebruiksaanwijzing 4 Meest recente gebruiksaanwijzing Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.134 5 Beschrijving van de symbolen Dit symbool waarschuwt voor gevaren die tot persoonlijk letsel kunnen leiden. Dit symbool waarschuwt voor gevaarlijke spanning die kan leiden tot per- soonlijk letsel door elektrische schokken. Dit symbool geeft speciale informatie en advies over het gebruik van het product aan. Dit product is getest volgens de CE-standaarden en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen. Dit apparaat is geëvalueerd op conformiteit in het Verenigd Koninkrijk en voldoet aan de toepasselijke richtlijnen van Groot-Brittannië. Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie) CAT II Het apparaat wordt gebruikt op test- en meetcircuits die rechtstreeks zijn aangesloten op elektrische verbruikspunten (stopcontacten en soortgelij- ke punten) van de laagspanning-netinstallatie. CAT III Het is van toepassing op test- en meetcircuits die zijn aangesloten op het distributiegedeelte van de laagspanning-netinstallatie van het gebouw. CAT IV Meetcategorie IV: Voor het meten aan de basis van een laagspannings- installatie (bijv. tafelcontactdoos, ingangspunten van de stroom in het huis door het energiebedrijf) en buitenshuis (bijv. als u werkzaamheden uitvoert aan kabels onder de grond of boven het hoofd). Deze categorie bevat eveneens alle lagere categorieën. Meetactiviteiten in CAT III zijn alleen toegestaan met testsondes met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekdoppen boven de testsondes. Aardpotentiaal Gelijkstroom Wisselstroom135 6 Beoogd gebruik
Meet gelijk- en wisselspanningen tot 600 V
Meet gelijk- en wisselstromen tot 10 A
Meet weerstanden tot 20 MΩ
Batterijtests voor 1,5 V en 9 V batterijen
Contactloze V/AC-spanningsdetectie (NCV) De meetmodi kunnen worden geselecteerd met de draaiknop. Het meetbereik wordt in de meeste modi automatisch geselecteerd (met uitzonde- ring van de continuïteitstest, diodetest en stroommeetmodus). Effectieve (true RMS) metingen worden weergegeven als AC spanningen/stroom- sterkte met een frequentie van tot wel 400 Hz worden gemeten. Dit zorgt ervoor dat sinusvormige en niet-sinusvormige spanning/stromen nauwkeurig worden gemeten. Negatieve polariteitsmetingen worden aangegeven met het teken (-). De multimeter is voorzien van een lage-impedantiefunctie (LoZ) waarmee u de spanning kunt meten met verlaagde interne weerstand. Op deze manier worden fantoomspanningen onderdrukt die kunnen optreden bij metingen met hoge impe- dantie. De lage-impedantiefunctie mag alleen worden gebruikt voor het meten van circuits tot 250 V en gedurende maximaal 3 seconden. De twee stroommeetingangen zijn beschermd tegen overbelasting. De spanning in het te meten circuit mag niet hoger zijn dan 600 V. De 10 A stroommeetingang is voorzien van een keramische hoogvermogenzeke- ring. De mAµA meetingang is voorzien van 2x onderhoudsvrije zelfherstellende PTC-ze- kering en één keramische buiszekering, die kunnen worden gebruikt bij conventio- nele overbelastingsfouten van minder dan ongeveer 5A, de stroom wordt beperkt en136 de meter wordt goed beschermd. Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/uA-me- tingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe. Het apparaat schakelt na 15 minuten automatisch uit als er geen toetsen worden ingedrukt om te voorkomen dat de batterij uitgeput raakt. Deze automatische uit- schakelingsfunctie kan worden gedeactiveerd. Er zit een uitklapbare steun aan de achterzijde van de multimeter. U kunt deze ge- bruiken om de multimeter op een vlak oppervlak te plaatsen en beter uit te kunnen lezen. Gebruik de multimeter niet wanneer het batterijvak open is of wanneer de klep van het batterijvak ontbreekt. Meet niet in mogelijk explosieve omgevingen, vochtige ruimtes of nadelige omge- vingsfactoren. Nadelige factoren zijn onder andere: Vocht of een hoge vochtigheid, stof en ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen, onweer en sterke magne- tische velden. Gebruik om veiligheidsredenen alleen testkabels of accessoires die overeenkomen met de specicaties van de multimeter en voldoen aan de IEC/EN 61010-031-nor- men. De multimeter mag alleen worden gebruikt door personen die bekend zijn met de relevante voorschriften en alle mogelijke gevaren begrijpen. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting wordt aanbevolen. Ieder ander dan het hierboven beschreven gebruik kan het product beschadigen en bovendien gevaren zoals kortsluiting, brand of een elektrische schok veroorzaken. Het product mag niet worden aangepast of opnieuw worden gemonteerd! Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik. Neem altijd de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing in acht.137 7 Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie. Dit apparaat werd op een veilige manier verstuurd. Neem altijd alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen in deze handleiding in acht om een veilige werking te garanderen en schade aan het apparaat te voor- komen.
De onbevoegde verandering en/of aanpassing van het apparaat is vanuit veilig- heidstechnisch oogpunt en vanwege goedkeuring niet toegestaan.
Controleer of het meetinstrument correct functioneert met een bekende bron voorafgaand aan gebruik.
Raadpleeg een technicus als u niet zeker weet hoe u het apparaat moet gebrui- ken of aansluiten.
Meetinstrumenten en hun accessoires zijn geen speelgoed en moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
Houd u altijd aan de ongevallenpreventievoorschriften voor elektrische appara- tuur wanneer u het product in commerciële faciliteiten gebruikt.
Op scholen, onderwijsinstellingen en hobby- en doe-het-zelf-workshops moet de multimeter worden gebruikt onder toezicht van gekwaliceerd personeel. Hetzelfde geldt wanneer de multimeter wordt gebruikt door personen met ver- minderde fysieke en mentale capaciteiten.
Voor elke meting dient u ervoor te zorgen dat de meter is ingesteld op de juiste meetmodus.
Als u meetsondes zonder beschermende doppen gebruikt, mogen de metingen tussen de multimeter en het aardingspotentieel niet groter zijn dan de CAT II meetcategorie.138
Bij het uitvoeren van CAT III-metingen moeten de beschermdoppen op de son- depunten worden geplaatst (max. leng- te van de blootgestelde contacten = 4 mm) om onbedoelde kortsluiting te voorkomen. Deze zijn meegeleverd met het product.
Verwijder altijd de testsondes van het gemeten object voordat u het meetbereik verandert.
De spanning tussen het aansluitpunt van de multimeter en aarding mag in CAT III nooit 600 V DC/AC overschrijden.
Wees met name voorzichtig bij het hanteren van spanningen hoger dan AC 30Vr.m.s, 42,4Vpiek of DC 60V. Het aanraken van elektrische geleiders met deze spanningswaarden kan een dodelijke elektrische schok veroorzaken.
Om een elektrische schok te voorkomen, mag u de meetpunten niet aanraken als u metingen uitvoert, niet direct noch indirect. Raak bij het uitvoeren van metingen geen enkel deel aan buiten de greepmarkeringen op de testsondes/ testkabels.
Controleer het meetapparaat en de testkabels op beschadigingen vóór elke meting. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.). De meetkabels worden geleverd met een slijta- ge-indicator. Als een kabel beschadigd is, wordt een tweede isolatielaag zicht- baar (de tweede isolatielaag heeft een andere kleur). Als dit gebeurt, mag u het meetaccessoire niet meer gebruiken en dient u het te vervangen.
Gebruik de multimeter niet direct voor, tijdens of net na een storm (gevaar op een elektrische schok/stroomstoot). Zorg ervoor dat uw handen, schoenen, kle- ding, de vloer, het circuit en de circuitcomponenten droog zijn.
Vermijd het gebruik van het apparaat in de directe omgeving van: – Sterke magnetische of elektromagnetische velden – Uitzendende antennes of HF-generatoren.
Deze kunnen de metingen vertekenen.
Als u vermoedt dat veilig gebruik niet langer mogelijk is, stop dan onmiddellijk met het gebruik en zorg ervoor om onbevoegd gebruik te voorkomen. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als:139 – Er tekenen van schade zijn – Het apparaat niet naar behoren werkt – Het apparaat langdurig onder nadelige omstandigheden werd opgeborgen – Het apparaat onderhevig is geweest aan ruwe hantering tijdens het trans- port
Schakel het apparaat nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condensatie die ontstaat kan het product permanent beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld en laat het zich aanpassen aan de kamertemperatuur.
Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren, aangezien dit voor kin- deren gevaarlijk speelgoed kan worden.
Neem de veiligheidsinformatie in elke sectie in acht.
Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen/accu’s.
De batterijen/accu’s dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/accu’s kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen/accu’s aan te pakken.
Batterijen/accu’s moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat bat- terijen/accu’s niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/of huisdieren ze inslikken.
Alle batterijen/accu’s dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen/accu’s in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
Batterijen/accu’s mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Laad nooit niet-oplaadbare batterijen op. Er bestaat explosiegevaar!
7.2 Aangesloten apparatuur
Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aangesloten in acht.
Niet rechtstreeks in het led-licht kijken!
Niet direct of met optische instrumenten in de lichtstraal kijken!140 8 Productbeschrijving De digitale multimeter (DMM) toont metingen op een digitale display met 2000 tel- lingen (telling = kleinste displaywaarde). De display toont de juiste klemtoewijzing voor elke meetmodus. De multimeter piept en toont een waarschuwingen wanneer de klemmen incorrect zijn toegewezen. Dit is een ingebouwde veiligheidsfunctie om de gebruiker te beschermen. De display toont ook de juiste meetklemmen die voor elk meetbereik moeten wor- den gebruikt. De DMM kan worden gebruikt voor het uitvoeren van metingen tot CAT III 600 V. Het is geschikt voor gebruik in zowel hobby- als professionele toepassingen. Het is niet nodig om een geactiveerde zekering te vervangen voor mA/µA stroom- metingen. De ingebouwde PTC-zekering beperkt de stroom in het geval van overbe- lasting om de multimeter en het circuit te beschermen. De PTC-zekering reset zich- zelf automatisch na een korte afkoelfase, waardoor het stroommeetcircuit slechts kort wordt onderbroken. Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/µA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe. Het batterij- en zekeringvak kan alleen worden geopend wanneer alle testkabels zijn losgekoppeld van de multimeter. Het is niet mogelijk om de testkabels in de klemmen te steken wanneer het batterij-en zekeringvak is geopend. Dit is een inge- bouwde veiligheidsfunctie, ontworpen om de gebruiker te beschermen.141 9 Productoverzicht
A. Contactloze spanningssensor B. Driekleurige indicatie-led C. Display D. HOLD/REL-toets E. Draaiknop voor het selecteren van de gewenste meetmodus F. BATT/mAµA-meetklem G. 10 A meetklem H. LoZ Lage impedantie 400 kΩ-toets om de impedantie te veranderen
J. COM-meetklem (referentiepotentiaal, “negatief”) K. -meetklem (“positieve potentiaal” voor gelijkspanningen) L. Led-licht M. Schroefdraad voor aansluiting van de steun N. Schroef van batterijvak O. Batterijvak P. F2-zekering Q. F1-zekering142 10 Draaiknop
Gebruik de draaiknop voor het selecte- ren van de gewenste meetmodus.
De meetbereiken moeten handmatig worden geselecteerd.
Begin altijd met het grootste meetbe- reik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik.
De draaiknop is voorzien van een func- tietoets. Æ Gebruik de SEL/ -toets om van submodus te wisselen wanneer de meetmodus meerdere functies heeft
Schakel de multimeter uit door de draaiknop naar de stand OFF te draaien. Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt.143 11 Display-elementen en symbolen De volgende symbolen en letters verschijnen op het apparaat/display. Er kunnen andere symbolen op de display verschijnen (schermtest), maar deze hebben geen functie.
11.1 Display-elementen
Element Beschrijving TRMS Echte RMS-meting Delta-symbool voor relatieve meting (= referentiemeting)
Kilo-symbool (exp. 3) Ω Ohm (eenheid voor elektrische weerstand) m Milli-symbool (exp. -3) V Volt (eenheid van elektrische spanning) µ Micro-symbool (exp. -6) A Ampère (eenheid voor de elektrische stroom) Automatische uitschakelfunctie is geactiveerd Diodetest-symbool Symbool voor de akoestische continuïteitstester LoZ Lage impedantie-symbool Indicator klemtoewijzing Indicator batterijstatus Houd-functie is ingeschakeld DC Gelijkstroom-symbool ( ) Polariteitsindicator voor de stroomrichting van de stroom (ne- gatieve pool)144 Element Beschrijving
Wisselstroom-symbool ( ) Waarschuwingssymbool voor gevaarlijke spanning AUTO Automatisch bereik NCV Contactloze AC-spanningsmeting BATT Batterijtest
Symbool Beschrijving REL Relatieve meettoets (= referentiemeting) HOLD Bevriest de huidige meting OL Overbelasting = Het meetbereik was overschreden LEAd waarschuwing “Incorrecte klem” OFF Beweeg naar deze stand om de multimeter uit te schakelen Diodetest-symbool Akoestische continuïteitstester Batterijtest Wisselstroom Gelijkstroom COM Aansluiting voor referentiepotentiaal mV Millivolt-modus (exp. -3) V Spanningsmodus (Volt = eenheid van elektrische spanning) A Stroommodus (Ampère = eenheid van elektrische stroom) mA Milliamp-modus (exp. -3) µA Microamp-modus (exp. -6) Hz Frequentiemodus (Hertz = eenheid van frequentie) Ω Weerstandsmodus (Ohm = eenheid van elektrische weerstand) True RMS Meting echt kwadratisch gemiddelde145 12 Metingen uitvoeren Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden groter dan AC 30Vr.m.s, 42,4Vpeak of DC 60V! Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben! Metingen kunnen alleen worden uitgevoerd wanneer het batterij- en zekeringvak gesloten is. Kabels kunnen niet worden aangesloten wanneer het vak is geopend. Controleer de testkabels vóór de meting op schade, zoals sneden, slijtage en knikken. Gebruik nooit beschadigde meetkabels aangezien deze een fatale elektrische schok tot gevolg kunnen hebben! Raak bij het uitvoeren van metingen geen enkel deel aan buiten de greepmarkeringen op de testsondes/testkabels. Sluit alleen de twee testkabels aan die u nodig hebt om metingen uit te voeren. Vanwege de veiligheid dient u alle onnodige testkabels te verwijderen voordat u een meting uitvoert. Metingen in circuits met een nominale waarde van AC 30Vr.m.s, 42,4Vpeak of DC 60V mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd en opgeleid personeel dat bekend is met de relevante voorschriften en de bijbehorende gevaren. “OL” (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden. De display toont de juiste volgorde voor de aansluiting van de meetklem- men voor elke meetmodus. Volg de volgorde aangegeven op de display bij het aansluiten van de testkabels.146
12.1 De multimeter in- en uitschakelen
1. Gebruik de draaiknop voor het selec-
teren van de gewenste meetmodus. Æ Het optische meetbereik wordt automatisch geselecteerd (be- halve in de stroommodus). Æ Begin bij het meten van een stroom altijd met het grootste meetbereik en schakel indien no- dig over naar een kleiner bereik. Æ Koppel de testkabels altijd los van de multimeter voordat u over- schakelt op een andere modus.
2. Schakel de multimeter uit door de
draaiknop naar de stand OFF te draaien. Æ Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt.
3. Voordat u de multimeter opbergt, dient u de testkabels in de klemmen met hoge
impedantie te steken (COM en ). Dit helpt fouten bij het uitvoeren van vol- gende metingen te voorkomen. De batterij moet worden geïnstalleerd voordat u de multimeter kunt ge- bruiken. Zie "Reiniging en onderhoud” voor instructies voor het verande- ren/vervangen van de batterij.147
12.2 Alarm voor incorrecte bedrading
De DMM constateert automatisch op welke klemmen de testkabels zijn aan- gesloten. Als de testkabels op de verkeerde klemmen zijn aangesloten (wat gevaarlijk kan zijn voor de gebruiker en de DMM kan beschadigen), activeert de DMM een akoestisch en optisch alarm.
Als u overschakelt naar een andere meetmodus (behalve de stroommodus) wanneer de testkabels zijn aangesloten op de klemmen, activeert de DMM een alarm. Het alarm wordt ook geactiveerd wanneer de meetingang van de 10A-klem naar de mAµA-klem wordt geschakeld.
Als het alarm wordt geactiveerd en “LEAd” op de display verschijnt, controleer dan of de kabels zijn aangesloten op de juiste klemmen en of u de juiste meet- modus hebt geselecteerd. De multimeter activeert het alarm wanneer de kemmen als volgt worden aange- sloten: Meetmodus V, Ω, , , NCV mA, µA, 1.5V
10 A Aangesloten klemmen mA, µA, 10 A 10 A mA, µA Als het alarm wordt geactiveerd, controleer dan of u de juiste meetmodus hebt geselecteerd en of de kabels op de juiste klemmen zijn aangesloten. De juiste klemmen worden aangegeven op de display voor elk meetbe- reik.148
12.3 DC/AC-spanningsmeting
1. Draai de functiedraaiknop naar de vereiste instelling:
2. “DC” zal op de display worden
weergegeven. Æ Druk kort op de toets SEL/ om op AC te schake- len en “AC” zal op de dis- play worden weergegeven.
3. Sluit de testkabels aan op de
aansluitklemmen: Æ Rode testkabel op aansluit- klem . Æ Zwarte testkabel op aansl- uitklem COM.
4. Houd de twee meetsondes in
parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit). Æ De gemeten waarde wordt weergegeven op de display
5. Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object
te verwijderen en de DMM uit te schakelen. Het “V/AC”-bereik heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ. Dit betekent dat er vrijwel geen belasting aanwezig is op het circuit. DC-spanningsmetingen (V ): Als er een minusteken “-” vóór de waarde verschijnt, dan is de gemeten spanning negatief (of de meetkabels zijn omgewisseld). Het “V DC/AC”-spanningsbereik heeft een ingangsweerstand van >10 MOhm; het “mV DC”-bereik heeft een ingangsweerstand van >100 MOhm.149
12.4 LoZ-spanningsmodus
U kunt de LoZ-modus gebruiken om DC- en AC-spanningen te meten met een lage impedantie (ong. 400 kΩ). In deze modus verlaagt de multimeter de interne weer- stand om “spook” spanningsmetingen te voorkomen. Als resultaat wordt het circuit zwaarder belast dan bij de standaard meetmodus.
1. Druk tijdens een spanningsmeting op de toets LoZ om de LoZ-modus in te scha-
kelen. De impedantie zal worden verlaagd totdat u de toets loslaat.
2. “LoZ” zal op de display worden weergegeven.
De LoZ-modus kan alleen worden gebruikt voor circuits met een span- ning van tot 250 V gedurende maximaal 3 seconden. Deze functie is niet beschikbaar in de in mV-modus. Na het gebruik van de LoZ-modus, dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt.150
12.5 Stroommetingen uitvoeren
Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden groter dan AC 30Vr.m.s, 42,4Vpeak of DC 60V! Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben! De spanning in het gemeten circuit mag niet hoger zijn dan 600 V. Metingen groter dan 6 A mogen slechts gedurende maximaal 30 seconden met intervallen van 15 minuten worden uitgevoerd. Begin elke meting altijd met het grootste meetbereik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik. Koppel het circuit altijd los voordat u de multimeter aansluit en van meetmodus wisselt. Alle meetbereiken worden beschermd tegen overbelasting. Meet geen stroomwaarden hoger dan 10 A in het A bereik of stroomwaarden hoger dan 200 mA in het mA/µA bereik, omdat hierdoor de zekeringen worden geactiveerd. De µA/mA-ingang heeft een resetbare PTC-zekering, wat betekent dat u bij overbelasting de zekering niet hoeft te vervangen. Stroommetingen in het mAµA-bereik moeten zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Vermijd langdurige metingen. Wegens de PTC-technologie zorgen toenemende stromen/langdurige metingen ervoor dat de be- schermende componenten in het circuit in temperatuur stijgen. Dit ver- hoogt de interne weerstand en beperkt de stroomdoorvoer. Houd hier rekening mee wanneer u een serie metingen uitvoert. Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/µA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspan- ningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervan- gen door een nieuwe.
Wanneer het meetbereik wordt overschreden, wordt er een optisch en akoes- tisch alarm geactiveerd.
Als de PTC-zekering wordt geactiveerd (de meting neemt gestaag af, “OL” ver- schijnt op de display of het alarm wordt geactiveerd), stop dan met meten en schakel de DMM uit. Wacht ongeveer 5 minuten zodat de resetbare zekering kan afkoelen en zichzelf kan resetten.151
12.5.1 Ga als volgt te werk om AC -stroomwaarden te meten (A)
1. Draai de functiedraaiknop naar µA , mA of A.
Æ De corresponderende meeteenheid zal op de display verschijnen.
2. Druk kort op de toets SEL/ om “AC” te selecteren.
3. Selecteer het gewenste meetbereik en sluit de corresponderende klemmen aan.
6. Houd de twee meetsondes in serie tegen het object dat u wilt meten (bijv. een
accu of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voordat u de meetsonden aansluit.
7. Sluit het circuit weer aan. De meting zal op de display worden weergegeven.
8. Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van
het gemeten voorwerp. Schakel de DMM uit.152
12.5.2 Ga als volgt te werk om DC (A )-stroomwaarden te meten
1. Draai de functiedraaiknop naar µA , mA of A.
Æ De corresponderende meeteenheid zal op de display verschijnen. Æ “DC” zal op de display worden weergegeven.
2. Selecteer het gewenste meetbereik en sluit de corresponderende klemmen aan.
Æ Houd de twee meetsondes in serie tegen het object dat u wilt meten (bijv. een accu of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voor- dat u de meetsonden aansluit.
5. Sluit het circuit weer aan. De meting zal op de display worden weergegeven.
6. Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van
het gemeten voorwerp. Schakel de DMM uit.153
12.6 Weerstand meten
Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponen- ten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn. Ga als volgt te werk om de weerstand te meten
1. Draai de functiedraaiknop naar Ω.
Æ “Ω” zal op de display worden weerge- geven.
3. Controleer de meetkabels op continuïteit
door de twee meetsondes tegen elkaar te houden. De multimeter dient ongeveer 0–0,5 Ω weer te geven (inherente weer- stand van de testkabels). Æ Voor lage-impedantiemetingen van <600 Ω houdt u de toets REL ongeveer één seconde ingedrukt wanneer de meetsondes zijn kortgesloten. Dit zorgt ervoor dat de inherente weerstand van de testkabels de weerstandsmeting niet aantast. De display dient 0 Ω weer te geven.
4. Houd de twee testsondes tegen het te meten object. De meting wordt aange-
geven op het display (voorwaarde hiervoor is dat het voorwerp dat u meet geen te hoge weerstand heeft of niet is aangesloten). Wacht totdat de display stabili- seert. Dit kan enkele seconden duren bij weerstanden die groter zijn dan 1 MΩ. Æ “OL” (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
5. Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object
te verwijderen en de DMM uit te schakelen. Als u een weerstandsmeting doet, dient u ervoor te zorgen dat de meet- punten die u met de uiteinden van de meetstiften aanraakt geen vuil, olie, soldeer of dergelijke stoffen bevatten. Deze substanties kunnen de meting vertekenen. De REL-toets werkt alleen wanneer er een gemeten waarde wordt weer- gegeven. Deze kan niet worden gebruikt als er “OL” op de display ver- schijnt. R154
12.7 Een diodetest uitvoeren
Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponen- ten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
1. Draai de functiedraaiknop naar .
2. Druk 2x op de toets SEL om de diodetest
te selecteren. Æ “ ” zal op de display worden weer- gegeven.
4. Controleer de meetkabels op continuïteit
door de twee meetsondes tegen elkaar te houden. Een waarde van ongeveer 0,000 V zou moeten verschijnen.
5. Houd de twee testsondes tegen het te meten object (diode). Sluit de rode testka-
bel aan op de anode (+) en de zwarte testkabel op de kathode (-).
6. De normale voorwaartse spanning van de PN-junctie wordt weergegeven in Volt
(“V”). “OL” geeft aan dat de diode in sperrichting zit of defect is. Probeer de meting opnieuw uit te voeren in de tegenovergestelde polariteit.
7. Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object
te verwijderen en de DMM uit te schakelen.155
12.8 Een continuïteitstest uitvoeren
Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponen- ten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
1. Draai de functiedraaiknop naar .
2. Druk 1x op de toets SEL om de continuïteitstest te selecteren.
Æ Het “ ”-symbool zal op de display wor- den weergegeven.
4. Houd de twee testsondes tegen het te meten
object. Æ Als de gemeten weerstand gelijk aan of lager is dan 10 Ω, laat de multimeter een piepgeluid horen om de continuïteit aan te geven. De pieptonen stoppen wan- neer de weerstand 100 Ω overschrijdt. De continuïteitstest meet weerstanden tot 200 Ohm. Æ “OL” (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
5. Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object
te verwijderen en de DMM uit te schakelen.156
12.9 Een batterijtest uitvoeren
De batterijtest is ontworpen voor het testen van standaard 1,5 V en 9 V blokbatterij- en. De batterijen worden bij een lage belasting gemeten om een objectieve meting te garanderen. De display toont de feitelijke klemspanning onder belasting. Als u een oplaadbare batterij wilt testen, selecteer dan het bereik dat het dichtst bij de batterijspanning ligt (bijv. 1,5 V als de oplaadbare batterij een spanning heeft van 1,2 V).
1. Draai de functiedraaiknop naar 1.5V
zwarte kabel in de COM-klem. Æ “BATT” zal op de display worden weergegeven.
3. Sluit de rode meetsonde aan op de posi-
tieve batterijklem en de zwarte sonde op de negatieve klem.
4. De klemspanning van de batterij zal op de
display worden weergegeven. Æ ”OL” geeft aan dat het meetbereik was overschreden.
5. Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object
te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
Zorg ervoor alle meetpoorten onbezet zijn. Verwijder alle meetkabels en adapters van het meetinstrument. Deze functie dient slechts als een hulpmiddel. Voordat u aan deze ka- bels begint te werken, moet u contactmetingen uitvoeren om te controleren of er geen spanning aanwezig is. Test deze functie vooraf op een bekende wissel- spanningsbron.
1. Draai de functiedraaiknop naar NCV.
Æ “EF” en “NCV” zullen op de display worden weer- gegeven.
2. Richt het contactloze spanningssensorpunt op de test-
plek (max. 5 mm). Voor getwiste kabels wordt het aan- bevolen om de kabel aan te raken met het uiteinde van de contactloze spanningssensor. Æ Als er wisselstroom wordt waargenomen, begint de driekleurige indicator-led te branden en klinkt de zoemer. Æ Hoe hoger de spanning, hoe hoger de frequentie waarop de zoemer zal piepen. Æ De driekleurige indicator-led verandert van groen in geel in rood naargelang de spanning verhoogt.
3. Schakel het apparaat UIT nadat u alle metingen hebt uitgevoerd.158
13 Aanvullende functies U kunt de functieknop gebruiken om een serie verschillende functies in te schake- len. De multimeter laat een pieptoon horen telkens wanneer u op de knop drukt.
Enkele meetmodi hebben extra submodi. De submodi staan in het grijs gemarkeerd rondom de draaiknop.
1. Druk kort (<2 s) op de toets SEL/ om een submodus te selecteren.
2. Druk nogmaals op de toets SEL/ ” om over te schakelen naar de volgende
U kunt de REL-functie gebruiken om een referentiemeting uit te voeren en mogelijke lijnverliezen te voorkomen (bijv. tijdens weerstandsmetingen). Deze functie reset de stroommeting naar nul.
1. Houd de toets REL ongeveer 2 seconden ingedrukt om deze functie in te scha-
kelen. “Δ” zal op de display worden weergegeven en de meting wordt gereset naar nul.
2. Schakel deze functie uit door van meetmodus te wisselen of door de toets REL
ongeveer twee seconden ingedrukt te houden. De REL-functie is niet beschikbaar voor de volgende modi: Batterijtest, diodetest en continuïteitstest. De REL-toets werkt alleen wanneer er een gemeten waarde wordt weer- gegeven. Deze kan niet worden gebruikt als er “OL” op de display ver- schijnt.
Deze functie bevriest de huidige meting op de display, zodat u deze kunt noteren voor toekomstig gebruik. Als u stroomdraden test, dient u ervoor te zorgen dat deze eigenschap is uitgeschakeld voordat u metingen uitvoert. Anders kan de waarde onjuist zijn.159
1. Druk op de toets HOLD om deze functie in te schakelen en “H” zal worden
2. Schakel de houdfunctie uit door op de toets HOLD te drukken of door van meet-
13.4 Automatische uitschakelfunctie
De multimeter schakelt na 15 minuten automatisch uit als er geen toetsen wor- den ingedrukt. Deze functie bespaart batterijvermogen en verlengt de levens- duur van de batterij. Het -symbool wordt weergegeven wanneer de automa- tische uitschakelfunctie is geactiveerd.
De multimeter zal gedurende ongeveer 1 minuut verschillende pieptonen laten horen alvorens uit te schakelen. Als u de toets SEL/ indrukt voordat de multimeter uitschakelt, zal de multimeter na 15 minuten weer beginnen te pie- pen. Een lange pieptoon geeft aan de de multimeter bezig is met uitschakelen.
Schakel de DMM weer in door de draaiknop naar de stand “OFF” te draaien of door op de toets SEL/ te drukken.
De automatische uitschakelfunctie kan worden gedeactiveerd. Ga als volgt te werk om de automatische uitschakelfunctie te deactiveren:
1. Schakel de multimeter uit (draai de draaiknop naar de stand “OFF”).
2. Houd de toets SEL/ ingedrukt en gebruik de draaiknop om de DMM in te
schakelen. Æ De multimeter schakelt in en het -symbool is niet langer zichtbaar op het display. Æ De automatische uitschakelfunctie blijft gedeactiveerd totdat de multimeter wordt uitgeschakeld met de draaiknop.
Druk lang op de toets SEL/ om de zaklantaarn AAN/UIT te schakelen.160 14 Reiniging en onderhoud
14.1 Algemene informatie
De multimeter dient eens per jaar te worden gekalibreerd om ervoor te zorgen dat de metingen nauwkeurig blijven.
De multimeter vereist geen onderhoud (behalve af en toe schoonmaken en ver- vangen van batterijen/zekeringen).
Raadpleeg de volgende paragrafen voor instructies over het vervangen van de zekering en batterij. Controleer het apparaat en de testkabels regelmatig op tekenen van be- schadiging.
Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht voordat u het apparaat reinigt: Het openen van afdekkingen van het product of het verwijderen van on- derdelen, tenzij dit handmatig mogelijk is, kan stroomgeleidende onder- delen blootleggen. Voor het reinigen of repareren van het apparaat dient u alle kabels van de multimeter en het gemeten voorwerp te verwijderen en de multimeter uit te schakelen.
Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke chemische middelen om het apparaat te reinigen. Deze kunnen het oppervlak van de multimeter corroderen. Bovendien zijn de dampen van deze stoffen ex- plosief en schadelijk voor uw gezondheid. Gebruik geen scherpe gereedschap- pen, schroevendraaiers of metalen borstels om het apparaat te reinigen.
Gebruik een schone, vochtige, pluisvrije en antistatische doek om de multime- ter, de display en de meetkabels te reinigen. Laat de multimeter voordat u het opnieuw gaat gebruiken, voldoende opdrogen.161
14.3 Het batterij-/zekeringvak openen
Het batterij-/zekeringvak kan niet worden geopend wan- neer de kabels zijn aangesloten op de klemmen.
Alle klemmen worden automatisch vergrendeld wanneer het batterij-/zekeringvak wordt geopend om te voorko- men dat er kabels in worden gestoken. Ga als volgt te werk om het batterij-/zekeringvak te openen:
2. Draai de schroef van het batterijvak aan de achterzijde
van de multimeter los.
3. Klap de uitklapbare steun uit en schuif het deksel van
het batterij-/zekeringvak van de onderkant van de mul- timeter af. Æ U dient nu toegang te hebben tot de zekeringen en batterij.
4. Herhaal de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde om het deksel van
het batterij-/zekeringvak terug te plaatsen en schroef deze vervolgens op zijn plek vast. Æ De multimeter is nu gereed voor gebruik.162
14.4 De 10 A ingangszekering vervangen
De 10 A stroommeetingang is voorzien van een keramische hoogvermogenzeke- ring. Als u geen metingen kunt uitvoeren binnen dit bereik, zult u de zekering moeten vervangen. Ga als volgt te werk om de zekering te vervangen:
1. Koppel de meetkabels los zowel het circuit als de multimeter en schakel de
multimeter vervolgens uit.
2. Verwijder het deksel van het batterij-/zekeringvak (zie “Het batterij-/zekeringvak
3. Vervang de defecte zekering door een nieuwe van hetzelfde type en dezelfde
nominale spanning. Æ F1-zekering: Φ6,35×32 mm, FF 10 A, H 600 V, breekcapaciteit: 10 kA
4. Plaats het deksel voorzichtig terug op het batterijvak.
Het gebruik van gerepareerde zekeringen of het overbruggen van de ze- keringhouder is om veiligheidsredenen niet toegestaan. Dit kan leiden tot brand of ontplofng. Gebruik de multimeter nooit wanneer het batterij-/ zekeringvak is geopend. De mA/µA-ingang is voorzien van een onderhoudsvrije, resetbare PTC-zekering. U hoeft de zekering in deze ingang niet te vervangen. Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/µA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspan- ningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervan- gen door een nieuwe.163
14.5 Batterij plaatsen/vervangen
2. Schakel de multimeter uit.
3. Verwijder het deksel van het batterij-/zekeringvak (zie “Het batterij-/zekeringvak
4. Installeer nieuwe batterijen met dezelfde specicaties.
Æ Let op de polariteitsmarkeringen in het batterijvak.
5. Plaats het deksel voorzichtig terug op het batterijvak.
Gebruik de multimeter nooit wanneer het batterij-/zekeringvak is geopend. !RISICO OP FATAAL LETSEL! Laat lege batterijen niet in het apparaat zitten. Zelfs lekvaste batterijen kunnen het apparaat aantasten en vernietigen of chemicaliën vrijgeven die schadelijk zijn voor uw gezondheid. Laat batterijen niet onbeheerd achter, aangezien deze kunnen worden ingeslikt door kinderen of huisdieren. Roep onmiddellijk medische hulp in als een batterij is ingeslikt. Als u van plan bent de multimeter langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de batterij om te voorkomen dat deze begint te lekken. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwonden veroorzaken als deze met uw huid in contact komen. Draag altijd beschermende handschoenen als u omgaat met lekkende of beschadigde batterijen. Batterijen mogen niet worden kortgesloten of in vuur worden gegooid! Probeer niet-oplaadbare batterijen nooit op te laden of te demonteren, omdat dit een ontplofng kan veroorzaken.164 15 Verwijdering
Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt wordt gebracht, moet met dit symbool zijn gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid. Iedere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten ge- scheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eind- gebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu’s die niet bij het oude apparaat zijn ingesloten, evenals lampen die op een niet-destructieve manier uit het oude toestel kunnen worden verwijderd, van het oude toe- stel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt. Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlever- mogelijkheden (meer informatie op onze website):
in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de te- rugnamesystemen die zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG Voor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk. Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kunnen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.165
15.2 Batterijen/accu’s
Verwijder eventueel geplaatste batterijen/accu’s en gooi ze apart van het product weg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle ge- bruikte batterijen/accu’s in te leveren; het weggooien bij het huisvuil is verboden. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afge- voerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu. Dek blootliggende contacten van batterijen/accu’s volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/ accu’s leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).166 16 Probleemoplossing De multimeter is ontworpen met behulp van de nieuwste technologie en is veilig in gebruik. Problemen en storingen kunnen echter nog altijd optreden. Deze paragraaf beschrijft hoe u mogelijke problemen kunt oplossen: Neem altijd de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing in acht. Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen oplossing De multimeter werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer het batterijver- mogen en vervang indien nodig. De gemeten waarde ver- andert niet. Hebt u de verkeerde meetmodus (AC/DC) geselecteerd? Controleer de display (AC/DC) en selecteer indien nodig een andere modus. Hebt u de verkeerde klemmen gebruikt? Controleer of de testka- bels zijn aangesloten op de juiste klemmen. Is de houd-functie inge- schakeld? Schakel de houd-functie uit. De multimeter kan geen metingen uitvoeren in het 10 A-bereik. Is de zekering in de 10 A-ingang defect? Controleer de 10A F1-ze- kering. De multimeter kan geen metingen uitvoeren in het mA/µA-bereik. De F2-zekering is door- gebrand. Verwijder de doorgebran- de F2-zekering Alle reparaties anders dan die hierboven beschreven, moeten worden uitgevoerd door een bevoegde technicus. Mocht u vragen hebben over de multimeter, kunt u contact opnemen met onze technische helpdesk.167 17 Technische gegevens Display ...........................................................2000 tellingen Meetinterval ................................................... ong. 2-3 metingen/seconde AC-meetmethode ..........................................Echte RMS, AC-gekoppeld Testkabellengte ..............................................ong. 90 cm Meetimpedantie ............................................. 10 MΩ (200 mV: ≥100 MΩ) Afstand meetklemmen ...................................19 mm (COM-V) Indicator lage batterij Batterijspanning ..........<3,6 ±0,2 V “Gevaarlijke spanning”-indicator ....................≥30 V/AC-DC Alarm “bereik overschreden” ......................... ≥600 V/AC-DC, ≥10 A/AC-DC, ≥200 mA/AC-DC “OL”-alarm (overbelasting) ............................ ≥610 V/AC-DC, ≥10,10 A/AC-DC of meting >2000 tellingen Automatische uitschakeling .......................... na ongeveer 15 minuten (kan hand- matig worden gedeactiveerd) Stroomverbruik (automatisch uit) ...................<50 µA Bedrijfsspanning ............................................ 3x AAA 1,5 V batterijen Bedrijfsomstandigheden ................................ 0 tot +40 °C (<75% RV) Bedrijfshoogte ................................................max. 2000 m boven zeeniveau Opslagtemperatuur ........................................-10 tot 50 ˚C Gewicht ..........................................................ong. 375 g Afmetingen (L x B x H)...................................190 x 90 x 43 mm Meetcategorie ................................................CAT III 600 V Verontreinigingsgraad ....................................2 Bedrijfsomgeving ........................................... gebruik binnenshuis Voldoet aan.................................................... Veiligheidsvoorschriften EN 61010-1 en EN61010-2-033 F1-ZEKERING ............................................... Φ6,35×32 mm, FF 10 A, H 600 V, breekcapaciteit: 10 kA F2-ZEKERING ............................................... Φ5×20 mm, FF 2,5 A, H 700V, breek- capaciteit: min. 300 A168 Meettoleranties Nauwkeurigheid in ± (% van lezing + weergavefout in tellingen (= aantal kleinste punten)). Deze nauwkeurige metingen zijn gedurende een jaar geldig bij een tempe- ratuur van +23 °C (± 5 °C) en een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 75 % (niet condenserend). Als de multimeter wordt gebruikt buiten dit temperatuurbereik, is used outside of this temperature range, gebruik dan de volgende coëfciënt om de nauwkeurigheid +0,1 x (gespeciceerde nauwkeurigheid)/1 °C te berekenen. De nauwkeurigheid van metingen kan worden aangetast wanneer de multimeter wordt gebruikt in een elektromagnetisch veld met hoge frequentie.
Gelijkspanning (V/DC) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 200,0 mV 0,1 mV ±(0,9% + 8) 2,000 V 0,001 V ±(0,9% + 4)20,00 V 0,01 V 200,0 V 0,1 V 600 V 1 V ±(1,3%+7) Gespeciceerde meetbereik: 5-100% van het meetbereik 600 V overbelastingsbescherming; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≤100 MΩ) De multimeter kan ≤5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten.
Gelijkspanning (V/DC) LoZ Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 2,000 V 0,001 V ±(1,7% + 7) 20,00 V 0,01 V 200,0 V 0,1 V 600 V 1 V169 Gespeciceerde meetbereik: 5-100% van het meetbereik 600 V overbelastingsbescherming; Impedantie: 400 kΩ (max. 250 V, 3 sec.) De multimeter kan ≤5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten. Na het gebruik van de LoZ-functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt.
Wisselspanning (V/AC) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 2,000 V 0,001 V ±(0,9% + 9) 20,00 V 0,01 V ±(1,3% + 7)200,0 V 0,1 V 600 V 1 V Gespeciceerde meetbereik: 5-100% van het meetbereik Frequentiebereik: 45–400 Hz; 600 V overbelastingsbeveiliging; Impedantie: 10 MΩ De multimeter kan 5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten. TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 V TrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantie CF >1,0 - 2,0 + 3% CF >2,0 - 2,5 + 5% CF >2,5 - 3,0 + 7%170
Wisselspanning (V/AC) LoZ Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 2,000 V 0,001 V ±(1,9% + 5) 20,00 V 0,01 V 200,0 V 0,1 V 600 V 1 V Gespeciceerde meetbereik: 5-100% van het meetbereik Frequentiebereik: 45–400 Hz; 600 V overbelastingsbeveiliging; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≤100 MΩ) De multimeter kan 5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten. Na het gebruik van de LoZ-functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt. TrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantie TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 V CF >1,0 - 2,0 + 3% CF >2,0 - 2,5 + 5% CF >2,5 - 3,0 + 7%
Gelijkstroom (A/DC) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 200,0 µA 0,1 µA ±(0,9% + 5) 2000 µA 1 µA 20,00 mA 0,01 mA 200,0 mA 0,1 mA 2,000 A 0,001 A ±(1,5% + 7) 10,00 A 0,01 A171 600 V overbelastingsbescherming Zekeringen: µA/mA = 2x 0,5 5 A/240 V resetbaar, 1x F2 2,5 A/700 V keramisch 10 A = Hoogwaardige FF10A/600V keramische zekering ≤ 6 A = continue meting, >6A = max. 30 sec. op intervallen van 15 minuten De multimeter kan 3 tellingen weergeven als een meetingang open is.
Weerstand Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 200,0 Ω* 0,1 Ω ±(1,3% + 4) 2,000 kΩ* 0,001 kΩ ±(1,2% + 7)20,00 kΩ 0,01 kΩ 200,0 kΩ 0,1 kΩ 2,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,5% + 4) 20,00 MΩ 0,01 MΩ ±(2,7% + 7) 600 V overbelastingsbescherming Spanning meten: Ong. 1,0 V, stroom meten ong. 0,7 mA *Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤ 200 Ω was berekend na aftrek van de kabelweerstand van de REL-functie
SimpelGids