VC252 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC252 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC252 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC252 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC252 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC252 VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing VC252 Digitale Multimeter
Bestelnr. 2576861 Pagina 143 - 189
2 Inleiding 145
3 Leveringsomvang 145
4 Meest recente gebruiksaanwijzing....145
5 Beschrijving van de symbolen 146
6 Beoogd gebruik....147
7 Veiligheidsinstructies ....149
7.1 Batterij/accu's 151
7.2 Aangesloten apparatuur....151
7.3 Led-licht 151
8 Productoverzicht....152
9 Productbeschrijving 153
10 Draaiknop ....154
11 Display-elementen en symbolen....155
11.1 Display-elementen .... 155
11.2 Symbolen....156
12 Metingen uitvoeren....157
12.1 De multimeter in- en uitschakelen 158
12.2 Alarm voor incorrecte bedrading....159
12.3 Spanningsmeting AC ("V")/DC ("V")....160
12.4 Spanningsmodus AC ("mV")/("mV") 161
12.5 LoZ-spanningsmodus ....161
12.6 Stroommetingen uitvoeren....162
12.7 Frequentie meten....165
12.8 Weerstand meten 166
12.9 Diodetest....167
12.10 Continuiteitstest 168
12.11 Capaciteit meten....169
12.12 Een batterijtest uitvoeren....170
12.13 Contactloze AC-spanningstest "NCV"....171
13 Aanvullende functies....172
13.1 SEL-functie ....172
13.2 REL-functie....172
13.3 HOLD-functie....172
13.4 Automatische uitschakelfunctie....173
13.5 Zaklantaarn....173
14 Reiniging en onderhoud....174
14.1 Algemene informatie....174
14.2 Reiniging....174
14.3 Het batterij-/zekeringvak openen....175
14.4 De 10 A ingangszekering vervangen ....176
14.5 Batterij plaatsen/vervangen 177
15 Verwijdering....178
15.1 Product ...... 178
15.2 Batterijen/accu's 178
16 Probleemoplossing ....180
Hartelijk dank voor de aankoop van dit product.

Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
3 Leveringsomvang
Digitale multimeter
2x veiligheidstestkabels met CAT III beschermdoppen
3x AAA 1,5 V batterijen
Gebruiksaanwijzing
4 Meest recente gebruiksaanwijzing
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code.
Volg de aanwijzingen op de website.

5 Beschrijving van de symbolen

Dit symbool waarschuwt voor gevaren die tot persoonlijk letsel kunnen leiden.

Dit symbool waarschuwt voor gevaarlijke spanning die kan leiden tot persoonlijk letsel door elektrische schokken.

Dit symbool geeft speciale informatie en advies over het gebruik van het product aan.

Dit product is getest volgens de CE-standaarden en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen.

Dit apparaat is geëvalueerd op conformiteit in het Verenigd Koninkrijk en voldoet aan de toepasselijke richtlijnen van Groot-Brittannië.

Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschermende isolatie)
CAT II
Het apparaat wordt gebruikt op test- en meetcircuits die rechtstreeks zijn aangesloten op elektrische verbruikspunten (stopcontacten en soortgelijke punten) van de laagspanning-netinstallatie.
CAT III
Het is van toepassing op test- en meetcircuits die zijn aangesloten op het distributiegedeelte van de laagspanning-netinstallatie van het gebouw.
CAT IV
Meetcategorie IV: Voor het meten aan de basis van een laagspannings-installatie (bijv. tafelcontactdoos, ingangspunten van de stroom in het huis door het energiebedrijf) en buitenshuis (bijv. als u werkzaamheden uitvoert aan kabels onder de grond of boven het hoofd). Deze categorie bevat eveneens alle lagere categorieën. Meetactiviteiten in CAT III zijn alleen toegestaan met testsondes met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekdoppen boven de testsondes.

Aardpotentiaal
Gelijkstroom
Wisselstroom
6 Beoogd gebruik
Meten en weergeven van elektrische parameters in meetcategorie CAT III (tot 600 V).
In overeenstemming met de normen EN 61010-1 en EN 61010-2-033 en alle lagere categorieën.
Meet gelijk- en wisselspanningen tot 600 V
Meet gelijk- en wisselstromen tot 10 A
Meet frequentie van 10 Hz tot 10 MHz (max. 20 Vrms)
Meet capaciteiten tot 40 mF
Meet weerstanden tot 40 MΩ
Continuïteitstests (<10 Ω akoestisch)
Diodetests
De meetmodus kan worden geselecteerd met de draaiknop. Het meetbereik wordt in de meeste modi automatisch geselecteerd (met uitzondering van de continuiteitstest, diodetest en stroommeetmodus).
Effectieve (true RMS) metingen worden weergegeven als AC spanningen/stroomsterkte met een frequentie van tot wel 400 Hz worden gemeten. Dit zorgt ervoor dat sinusvormige en niet-sinusvormige spanning/stromen nauwkeurig worden gemeten.
Negatieve polariteitsmetingen worden aangegeven met het teken (-).
De multimeter is voorzien van een lage-impedantiefunctie (LoZ) waarmee u de spanning kunt meten met verlaagde interne weerstand. Op deze manier worden fantoomspanningen onderdrukt die kunnen optreden bij metingen met hoge impedantie. De lage-impedantiefunctie mag alleen worden gebruikt voor het meten van circuits tot 250 V en gedurende maximaal 3 seconden.
De twee stroommeetingangen zijn beschermd tegen overbelasting. De spanning in het te meten circuit mag niet hoger zijn dan 600 V.
De 10 A stroommeetingang is voorzien van een keramische hoogvermogenzekering.
De mA/μA meetingang is voorzien van 2x onderhoudsvrije zelfherstellende PTC-zekering en één keramische buiszekering, die kunnen worden gebruikt bij conventionele overbelastingsfouten van minder dan ongeveer 5A, de stroom wordt beperkt
en de meter wordt goed beschermd. Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
Het apparaat gaat automatisch na 15 minuten uit als er geen knop wordt gedrukt. Dit voorkomt dat de batterij leeg raakt. Deze automatische uitschakelingsfunctie kan worden gedeactiveerd.
Er zit een uitklapbare steun aan de achterzijde van de multimeter. U kunt deze gebruiken om de multimeter op een vlak oppervlak te plaatsen en beter uit te kunnen lezen.
Gebruik de multimeter niet wanneer het batterijvak open is of wanneer de klep van het batterijvak ontbreekt.
Meet niet in mogelijk explosieve omgevingen, vochtige ruimtes of nadelige omgevingsfactoren. Nadelige factoren zijn onder andere: Vocht of een hoge vochtigheid, stof en ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen, onweer en sterke magnetische velden.
Gebruik om veiligheidsredenen alleen testkabels of accessoires die overeenkomen met de specificaties van de multimeter en voldoen aan de IEC/EN 61010-031-normen.
De multimeter mag alleen worden gebruikt door personen die bekend zijn met de relevante voorschriften en alle mogelijke gevaren begrijpen. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting wordt aanbevolen.
Ieder ander dan het hierboven beschreven gebruik kan het product beschadigen en bovendien gevaren zoals kortsluiting, brand of een elektrische schok veroorzaken. Het product mag niet worden aangepast of opnieuw worden gemonteerd!
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.
Neem altijd de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing in acht.
7 Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie.
Dit apparaat werd op een veilige manier verstuurd.
Neem altijd alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen in deze handleiding in acht om een veilige werking te garanderen en schade aan het apparaat te voorkomen.
Controleer of het meetinstrument correct functioneert met een bekende bron voorafgaand aan gebruik.
Raadpleeg een technicus als u niet zeker weet hoe u het apparaat moet gebruiken of aansluiten.
Meetinstrumenten en hun accessoires zijn geen speelgoed en moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
Houd u altijd aan de ongevallenpreventievoorschriften voor elektrische appara- tuur wanneer u het product in commerciële faciliteiten gebruikt.
In scholen, opleidingsinstituten en hobby- en DIY-workshops moeten digitale multimeters worden gebruikt onder verantwoordelijk toezicht van gekwalificeerd personeel. Hetzelfde geldt wanneer de multimeter wordt gebruikt door personen met verminderde fysieke en mentale capaciteiten.
Voor elke meting dient u ervoor te zorgen dat de meter is ingesteld op de juiste meetmodus.
Als u meetsonden zonder beschermende doppen gebruikt, mogen de metingen tussen de multimeter en het aardingspotentieel niet groter zijn dan de CAT II meetcategorie.
Bij het uitvoeren van CAT III-metingen moeten de beschermdoppen op de sondepunten worden geplaatst (max.

text_image
CAT II CAT III CAT IVlengte van de blootgestelde contacten = 4 mm) om onbedoelde kortsluiting te voorkomen. Deze zijn meegeleverd met het product.
Verwijder altijd de testsondes van het gemeten object voordat u het meetbereik verandert.
De spanning tussen het aansluitpunt van de multimeter en aarding mag in CAT III nooit 600 V DC/AC overschrijden.
Wees met name voorzichtig bij het werken met spanningen hoger dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V. Het aanraken van elektrische geleiders met deze spanningswaarden kan een dodelijke elektrische schok veroorzaken.
Om een elektrische schok te voorkomen, mag u de meetpunten niet aanraken als u metingen uitvoert, niet direct noch indirect. Raak bij het uitvoeren van metingen geen enkel deel aan buiten de greepmarkeringen op de testsondes/testkabels.
Controleer het meetapparaat en de testkabels op beschadigingen vóór elke meting. Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, ontbrekend, etc.). De meetkabels worden geleverd met een slijtage-indicator. Als een kabel beschadigd is, wordt een tweede isolatielaag zichtbaar (de tweede isolatielaag heeft een andere kleur). Als dit gebeurt, mag u het meetaccessoire niet meer gebruiken en dient u het te vervangen.
Gebruik de multimeter niet direct voor, tijdens of net na een storm (gevaar op een elektrische schok/stroomstoot). Zorg ervoor dat uw handen, schoenen, kle- ding, de vloer, het circuit en de circuitcomponenten droog zijn.
Vermijd het gebruik van het apparaat in de directe omgeving van:
Deze kunnen de metingen vertekenen.
Als u vermoedt dat veilig gebruik niet langer mogelijk is, stop dan onmiddellijk met het gebruik en zorg ervoor om onbevoegd gebruik te voorkomen. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als:
– Er tekenen van schade zijn
- Het apparaat niet naar behoren werkt
- Het apparaat langdurig onder nadelige omstandigheden werd opgeborgen
- Het apparaat onderhevig is geweest aan ruwe hantering tijdens het transport
Schakel het apparaat nooit direct aan nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condensatie die ontstaat kan het product permanent beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld en laat het zich aanpassen aan de kamertemperatuur.
Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren, aangezien dit voor kinderen gevaarlijk speelgoed kan worden.
Neem de veiligheidsinformatie in elke sectie in acht.
7.1 Batterij/accu's
Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterijen/accu's.
De batterijen/accu's dienen uit het apparaat te worden verwijderd wanneer het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt om beschadiging door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen/accu's kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen/accu's aan te pakken.
Batterijen/accu's moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. Laat batterijen/accu's niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen en/of huisdieren ze inslikken.
Alle batterijen/accu's dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Het door elkaar gebruiken van oude en nieuwe batterijen/accu's in het apparaat kan leiden tot batterijlekkage en beschadiging van het apparaat.
Batterijen/accu's mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Laad nooit niet-oplaadbare batterijen op. Er bestaat explosiegevaar!
7.2 Aangesloten apparatuur
Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die op het product zijn aangesloten in acht.
7.3 Led-licht
Let op, led-licht:
Niet rechtstreeks in het led-licht kijken!
Niet direct of met optische instrumenten in de lichtstraal kijken!
8 Productoverzicht

text_image
A B VOLTCAFT VC 252 Thase MioVoltage/VOF °C F % AC DC Auto Lx C# MCV IMT Connected Current Co 4000 Counts True RMS Digital Multimeter I H D LoZ E OFF I F G 10A max BATT mAµA COM + + + -0 J K 10A max PUBO 600 mm MAX Hens DCX 10AA. Contactloze spanningssensor
B. Driekleurige indicatie-led
C. Display
D. HOLD/REL-toets
E. Draaiknop voor het selecteren van de gewenste meetmodus
F. BATT/mAμA-meetklem
G. 10 A meetklem
H. LoZ Lage impedantie 400 kΩ-toets om de impedantie te veranderen
I. SEL/

K. -meetklem ("positieve potenti- aal" voor gelijkspanningen)
L. Led-licht
M. Schroefdraad voor aansluiting van de steun
N. Schroef van batterijvak
O. Batterijvak
P. F2-zekering
Q. F1-zekering
9 Productbeschrijving
De digitale multimeter (DMM) toont metingen op een digitale display met 4000 tel- lingen (telling = kleinste displaywaarde). De display toont de juiste klemtoewijzing voor elke meetmodus. De multimeter piept en toont een waarschuwingen wanneer de klemmen incorrect zijn toegewezen. Dit is een ingebouwde veiligheidsfunctie om de gebruiker te beschermen.
De display toont ook de juiste meetklemmen die voor elk meetbereik moeten worden gebruikt.
De DMM kan worden gebruikt voor het uitvoeren van metingen tot CAT III 600 V. Het is geschikt voor gebruik in zowel hobby- als professionele toepassingen.
Het is niet nodig om een geactiveerde zekering te vervangen voor mA/μA stroommetingen. De ingebouwde PTC-zekering beperkt de stroom in het geval van overbelasting om de multimeter en het circuit te beschermen. De PTC-zekering reset zichzelf automatisch na een korte afkoelfase, waardoor het stroommeetcircuit slechts kort wordt onderbroken.
Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
Het batterij- en zekeringvak kan alleen worden geopend wanneer alle testkabels zijn losgekoppeld van de multimeter. Het is niet mogelijk om de testkabels in de klemmen te steken wanneer het batterij-en zekeringvak is geopend. Dit is een ingebouwde veiligheidsfunctie, ontworpen om de gebruiker te beschermen.
10 Draaiknop
Gebruik de draaiknop voor het selecteren van de gewenste meetmodus.
De automatische bereikselectie ("Auto-range") is ingeschakeld en het bereik zal automatisch worden geselecteerd.
→ De meetbereiken moeten handmatig worden geselecteerd.
→ Begin altijd met het grootste meetbereik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik.
De draaiknop is voorzien van een functietoets.
→ Gebruik de SEL/☐-toets om van submodus te wisselen wanneer de meetmodus meerdere functies heeft
Schakel de multimeter uit door de draaiknop naar de stand OFF te draaien. Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt.

text_image
HZ mV= Ω 1.5V BATT 9V BATT μA= mA= ma= OFF SEL NCV11 Display-elementen en symbolen
De volgende symbolen en letters verschijnen op het apparaat/display. Er kunnen andere symbolen op de display verschijnen (schermtest), maar deze hebben geen functie.
11.1 Display-elementen
| Element Beschrijving | |
| TRMS | Echte RMS-meting |
![]() | Delta-symbol voor relatieve meting(= referentiemeting) |
| M Mega-symbol (exp. 6) | |
| k Kilo-symbol (exp. 3) | |
| Ω Ohm (eenheid voor elektrische weerstand) | |
| Hz Hertz (eenheid van de frequentie) | |
| n Nano-symbol (exp. -9) | |
| m Milli-symbol (exp. -3) | |
| V Volt (eenheid van elektrische spanning) | |
| μ Micro-symbol (exp. -6) | |
| A Ampère (eenheid voor de elektrische stroom) | |
| F | Farad (eenheid voor elektrische capaciteit) |
![]() | Automatische uitschakelfunctie is geactiveerd |
![]() | Diodetest-symbol |
![]() | Symbol voor de akoestische continuitteitstester |
| LoZ Lage | Impedantie-symbol |
| Connect terminal | Indicator klemtoewijzing |
| Auto Automatische bereikselectie is ingeschakeld | |
![]() | Accustatus indicator: |
![]() | Houd-functie is ingeschakeld |
![]() | Gelijk-stroom-symbol ( ) |
| AC Wissel | Polariteitsindicator voor de stroomrichting van de stroom (negatieve pool)stroom-symbool ( ) ~ |
| Waarschuwingssymbool voor gevaarlijke spanning | |
| AUTO Automatisch bereik | |
| NCV Contactloze AC-spanningsmeting | |
| BATT Batterijtest | |
11.2 Symbolen
| Symbool Beschrijving | |
| REL Relatieve meettoets (= referentiemeting) | |
| SELECT Schakelen op subfuncties | |
| HOLD Bevriest de huidige meting | |
| OL Overbelasting = Het meetbereik was overschreden | |
| LEAd waarschuwing “Incorrecte klem” | |
| OFF Beweeg naar deze stand om de multimeter uit te schakelen | |
| Diodetest-symbol | |
| Akoestische continuïteitstester | |
| Meetbereik voor capaciteit | |
| Wisselstroom | |
| Gelijkstroom | |
| COM Aansluiting voor referentiepotentiaal | |
| MV Millivolt-modus (exp. -3) | |
| V Spanningsmodus (Volt = eenheid van elektrische spanning) | |
| A | Stroommodus (Ampère = eenheid van elektrische stroom) |
| mA Milliamp-modus (exp. -3) | |
| μA | Microamp-modus (exp. -6) |
| Hz | Frequentiemodus (Hertz = eenheid van frequentie) |
| Ω Weerstandsmodus (Ohm = eenheid van elektrische weerstand) | |
| TRMS Meting echt kwadratisch gemiddelde | |
12 Metingen uitvoeren

Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak de circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden van groter dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V! Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben!
Metingen kunnen alleen worden uitgevoerd wanneer het batterij- en zekeringvak gesloten is. Kabels kunnen niet worden aangesloten wanneer het vak is geopend.
Controleer de testkabels vóór de meting op schade, zoals sneden, slijtage en knikken. Gebruik nooit beschadigde meetkabels aangezien deze een fatale elektrische schok tot gevolg kunnen hebben!
Raak bij het uitvoeren van metingen geen enkel deel aan buiten de greepmarkeringen op de testsondes/testkabels.
Sluit alleen de twee testkabels aan die u nodig hebt om metingen uit te voeren. Vanwege de veiligheid dient u alle onnodige testkabels te verwijderen voordat u een meting uitvoert.
Metingen in circuits met een nominale waarde van AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd en opgeleid personeel dat bekend is met de relevante voorschriften en de bijbehorende gevaren.

“OL” (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden.
De display toont de juiste volgorde voor de aansluiting van de meetklem- men voor elke meetmodus. Volg de volgorde aangegeven op de display bij het aansluiten van de testkabels.
12.1 De multimeter in- en uitschakelen
- Gebruik de draaiknop voor het selecteren van de gewenste meetmodus.
→ Het optische meetbereik wordt automatisch geselecteerd (behalve in de stroommodus).
→ Begin bij het meten van een stroom altijd met het grootste meetbereik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik.
→ Koppel de testkabels altijd los van de multi-meter voordat u overschakelt op een andere modus.
- Schakel de multimeter uit door de draaiknop naar de stand OFF te draaien.
→ Zet de multimeter altijd uit als u deze niet gebruikt.
- Voordat u de multimeter opbergt, dient u de testkabels in de klemmen met hoge impedantie te steken (COM en 1200) helpt fouten bij het uitvoeren van volgende metingen te voorkomen.

text_image
VOLTCAFT VC 252 True AC 80Ω Range/Max °C P % AC DC Auto LCK -10 <0 MCV RATT A 60000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000 4000 Records True RMS Digital Multimeter 16A max LoZ 1.5V BATT BATT mA mV mA mV AV OFF MIL I NCV 16A max BATT mAµA COM HeVD +→←→- Power Power max Power max MCC (Max) DAC Time
De batterij moet worden geïnstalleerd voordat u de multimeter kunt gebruiken. Zie "Reiniging en onderhoud" voor instructies voor het veranderen/vervangen van de batterij.
12.2 Alarm voor incorrecte bedrading
De DMM constateert automatisch op welke klemmen de testkabels zijn aangesloten. Als de testkabels op de verkeerde klemmen zijn aangesloten (wat gevaarlijk kan zijn voor de gebruiker en de DMM kan beschadigen), activeert de DMM een akoestisch en optisch alarm.
Als u overschakelt naar een andere meetmodus (behalve de stroommodus) wanneer de testkabels zijn aangesloten op de klemmen, activeert de DMM een alarm. Het alarm wordt ook geactiveerd wanneer de meetingang van de 10A-klem naar de BATT/mAμA-klem wordt geschakeld.
Als het alarm wordt geactiveerd en "LEAd" op de display verschijnt, controleer dan of de kabels zijn aangesloten op de juiste klemmen en of u de juiste meetmodus hebt geselecteerd.
De multimeter activeert het alarm wanneer de kemmen als volgt worden aangesloten:
De multimeter activeert het alarm wanneer de kemmen als volgt worden aangesloten:
| Meetmodus V / Ω / Hz / NCV mA / μA / 1,5V BATT / 9V BATT 10 A | |||
| Aangesloten klemmen | mA / μA / 10 A 10 | A mA / μA |

Als het alarm wordt geactiveerd, controleer dan of u de juiste meetmodus hebt geselecteerd en of de kabels op de juiste klemmen zijn aangesloten. De juiste klemmen worden aangegeven op de display voor elk meetbereik.
12.3 Spanningsmeting AC ("V")↓DC ("V") ===
- Schakel de DMM in en selecteer de modus "V".
→ "DC" zal op de display worden weergegeven.
→ Selecteer het meetbereik "mV" voor lagere spanningen tot max. 400 mV.
- Druk op SEL/ om op de ACV-modus te schakelen.
→ "AC" zal op de display worden weergegeven.
-
Steek de rode kabel in de V-klem en de zwarte kabel in de COM-klem.
-
Houd de twee meetsondes in parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).
→ De meting zal op de display worden weergegeven.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
Het "V/AC"-bereik heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ. Dit betekent dat er vrijwel geen belasting aanwezig is op het circuit.
Als “-” voor een gelijkspanningsmeting verschijnt, betekent dit dat de gemeten spanning negatief is (of dat de meetsondes omgekeerd zijn aangesloten).
Het "V DC/AC"-spanningsbereik heeft een ingangsweerstand van >10 MOhm; het "mV DC"-bereik heeft een ingangsweerstand van >100 MOhm.
12.4 Spanningsmodus AC ("mV") / ("mV") ===
-
Schakel de DMM in en selecteer de meetmodus "mV" of "mV". ---
→ “DC” en “mV” zullen op de display worden weergegeven. -
Druk op de toets SEL op de draaiknop om op de "AC"-modus te schakelen.
→ “AC”, “TRMS” en “mV” zullen op de display worden weergegeven.
-
Steek de rode kabel in de V-klem en de zwarte kabel in de COM-klem.
-
Houd de twee meetsondes in parallel tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).
→ De meting zal op de display worden weergegeven.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
Het "V/AC"-bereik heeft een ingangsweerstand van ≥10 MΩ. Dit betekent dat er vrijwel geen belasting aanwezig is op het circuit.
12.5 LoZ-spanningsmodus
U kunt de LoZ-modus gebruiken om DC- en AC-spanningen te meten met een lage impedantie (ong. 400 kΩ). In deze modus verlaagt de multimeter de interne weerstand om "spook" spanningsmetingen te voorkomen. Als resultaat wordt het circuit zwaarder belast dan bij de standaard meetmodus.
-
Druk tijdens een spanningsmeting op de toets LoZ om de LoZ-modus in te schakelen. De impedantie zal worden verlaagd totdat u de toets loslaat.
-
"LoZ" zal op de display worden weergegeven.

De LoZ-modus kan alleen worden gebruikt voor circuits met een spanning van tot 250 V gedurende maximaal 3 seconden. Deze functie is niet beschikbaar in de in mV-modus.
Na het gebruik van de LoZ-modus, dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt.
12.6 Stroommetingen uitvoeren

Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak de circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden van groter dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V. Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben!
De spanning in het gemeten circuit mag niet hoger zijn dan 600 V.
Metingen groter dan 6 A mogen slechts gedurende maximaal 30 seconden met intervallen van 15 minuten worden uitgevoerd.
Begin elke meting altijd met het grootste meetbereik en schakel indien nodig over naar een kleiner bereik. Koppel het circuit altijd los voordat u de multimeter aansluit en van meetmodus wisselt. Alle meetbereiken worden beschermd tegen overbelasting.
Meet geen stroomwaarden hoger dan 10 A in het A-bereik of stroomwaarden hoger dan 400 mA in het mA/μA-bereik, omdat hierdoor de zekeringen worden geactiveerd.
De μA/mA-ingang heeft een resetbare PTC-zekering, wat betekent dat u bij overbelasting de zekering niet hoeft te vervangen.

Stroommetingen in het mA/μA-bereik moeten zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Vermijd langdurige metingen. Wegens de PTC-technologie zorgen toenemende stromen/langdurige metingen ervoor dat de beschermende componenten in het circuit in temperatuur stijgen. Dit verhoogt de interne weerstand en beperkt de stroomdoorvoer. Houd hier rekening mee wanneer u een serie metingen uitvoert.
Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter
wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
Wanneer het meetbereik wordt overschreden, wordt er een optisch en akoestisch alarm geactiveerd.
Als de PTC-zekering wordt geactiveerd (de meting neemt gestaag af, "OL" verschijnt op de display of het alarm wordt geactiveerd), stop dan met meten en schakel de DMM uit. Wacht ongeveer 5 minuten zodat de resetbare zekering kan afkoelen en zichzelf kan resetten.
12.6.1 Ga als volgt te werk om DC-stroomwaarden te meten (A =
- Schakel de DMM in en selecteer de modus "10A, mA of μA".
- Druk op SEL/☐ om op de DC-modus te schakelen. "DC" zal op de display worden weergegeven.
- Druk nogmaals op de toets SEL/☐ om weer terug te schakelen op AC-modus.
- Selecteer het gewenste meetbereik en sluit de corresponderende klemmen aan.
| Meetmodus Meetbereik Klemmen | |
| A < 4000 A COM + mA A | |
| mA 4000 mA – 400 mA | COM + mA A |
| 10A 400 mA – 10 A COM + 10A |
- Steek de rode kabel in de klem BATT mAμA of 10 A. Steek de zwarte testkabel in de COM-klem.
- Houd de twee meetsondes in serie tegen het object dat u wilt meten (bijv. een accu of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voordat u de meetsonden aansluit.
- Sluit het circuit weer aan. De meting zal op de display worden weergegeven.
- Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van het gemeten voorwerp.
- Schakel de multimeter uit.

12.6.2 Ga als volgt te werk om AC-stroomwaarden te meten (A):
- Schakel de DMM in en selecteer de modus "10A, mA of A".
- Druk op SEL/ om de AC-modus te openen. "AC" zal op de display worden weergegeven.
- Druk nogmaals op de toets SEL/ om weer terug te schakelen op DC-modus.
- Selecteer het gewenste meetbereik en sluit de corresponderende klemmen aan.
| Meetmodus Meetbereik Klemmen | |
| A < 4000 A COM + mA A | |
| mA 4000 mA – 400 mA | COM + mA A |
| 10A 400 mA – 10 A COM + 10A |
- Steek de rode kabel in de klem BATT mAμA of 10 A. Steek de zwarte testkabel in de COM-klem.
- Houd de twee meetsondes in serie tegen het object dat u wilt meten (bijv. een accu of circuit). Het elektrisch circuit moet worden uitgeschakeld voordat u de meetsonden aansluit.
-
Sluit het circuit weer aan. De meting zal op de display worden weergegeven.
-
Na het meten koppelt u weer los van het circuit en verwijdert u de testkabels van het gemeten voorwerp.
- Schakel de multimeter uit.

text_image
AC/DC RL RL AC/DC VL 150 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 150 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 150 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 150 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 150 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 120 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 120 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 120 VCC AC/DC RL RL AC/DC VL 120 VCC AC/DC RL RL AC/DC
text_image
AC/DC RL ~ RL PLC/WAN7 V1.250 Power: 360V, 400V, 500V Current: 10A 2 Instrument Current: 10A AC/DC RL RL PLC/WAN7 V1.250 Power: 360V, 400V, 500V Current: 10A 2 Instrument Current: 10A AC/DC RL RL12.7 Frequentie meten
De multimeter kan worden gebruikt om de frequentie van een signaalspanning te meten (frequenties van 10 Hz tot 10 MHz worden ondersteund). De maximale ingang is 20 Vrms. Deze modus is niet geschikt voor het maken van metingen op de netspanning. Neem de ingangsspecificaties in de technische specificaties in acht.
Ga als volgt te werk om een frequentiemeting uit te voeren:
- Schakel de DMM in en selecteer de modus mV.
- Druk op SEL/om op de "Hz"-modus te schakelen. "Hz" zal op de display verschijnen.
- Steek de rode kabel in de Hz-klem en de zwarte kabel in de COM-klem.
- Houd de twee meetsondes tegen het object dat u wilt meten (bijv. generator of circuit).

text_image
POTCRAFT MC 210 Theroc. M600-avg/avg/TC Auto B C D E F G N I A Dissuance trans USB Source Trans WBS High Multimeter 124 max 847 mA mA A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B A/B→ De frequentie en de corresponderende eenheid zullen worden weergegeven.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.8 Weerstand meten

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
Ga als volgt te werk om de weerstand te meten:
- Schakel de DMM in en selecteer de meetmodus Ω.
- Steek de rode kabel in de Ω-klem en de zwarte kabel in de COM-klem.
- Controleer de meetkabels op continuïteit door de twee meetsondes tegen elkaar
te houden. De multimeter dient ongeveer 0–0,5 Ω weer te geven (inherente weerstand van de testkabels).

text_image
van R→ Voor lage-impedantiemetingen <600 Ω houdt u de toets REL ongeveer één seconde ingedrukt wanneer de meetsondes zijn kortgesloten. Dit zorgt ervoor dat de inherente weerstand van de testkabels de weerstandsmeting niet aantast. De display dient "0 Ω" weer te geven.
- Houd de twee testsondes tegen het te
meten object. De meting wordt aangegeven op het display (voorwaarde hiervoor is dat het voorwerp dat u meet geen te hoge weerstand heeft of niet is aangesloten). Wacht totdat de display stabiliseert. Dit kan enkele seconden duren bij weerstanden die groter zijn dan 1 MΩ.
→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.

Als u een weerstandsmeting uitvoert, dient u ervoor te zorgen dat de meetpunten die u met de uiteinden van de meetstiften aanraakt geen vuil, olie, soldeer of dergelijke stoffen bevatten. Deze substanties kunnen de meting vertekenen.
De toets REL werkt alleen wanneer er een gemeten waarde wordt weergegeven. Deze kan niet worden gebruikt als er "OL" op de display verschijnt.
12.9 Diodetest

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
- Schakel de DMM in en selecteer de gewenste modus .
- Druk 2x op SEL/om op de diodetestmodus te schakelen.
→ Het diodesymbool “▶” en “V” zullen op de display verschijnen.
- Druk nogmaals op de toets om op de volgende meetmodus te schakelen.
- Steek de rode kabel in de -klem en de zwarte kabel in de COM-klem.
- Controleer de meetkabels op continuïteit door de twee meetsondes tegen elkaar te houden. Er dient een waarde van ongeveer "0.000 V" te worden weergegeven.
- Houd de twee testsondes tegen het te meten object (diode). Sluit de rode testkabel aan op de anode (+) en de zwarte testkabel op de kathode (-).
De normale voorwaartse spanning van de PN-junctie wordt weergegeven in Volt ("V"). "OL" geeft aan dat de diode in sperrichting zit of defect is. Probeer de meting opnieuw uit te voeren in de tegenovergestelde polariteit.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.

12.10 Continuiteitstest

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
- Schakel de DMM in en selecteer de gewenste modus :)))
- Druk 1x op de toets SEL/om-op de continuïteitstestmodus te schakelen.
→ Het continuïteitstestsymbool en "Ω"-symbool zullen op de display verschijnen.
-
Druk nogmaals op de toets om op de volgende meetmodus te schakelen.
-
Steek de rode kabel in de Ω-klem en de zwarte kabel in de COM-klem.

text_image
MULTIENET VT 232 400000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000 het- Houd de twee testsondes tegen het te meten object.
→ Als de gemeten weerstand gelijk aan of lager is dan 10 Ω, laat de multimeter een piepgeluid horen om de continuïteit aan te geven. De pieptonen stoppen wanneer de weerstand 100 Ω overschrijdt. De continuïteitstest meet weerstanden tot 400 Ohm.
→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
→ Als de gemeten weerstand gelijk aan of lager is dan 10 Ω, laat de multimeter een piepgeluid horen om de continuïteit aan te geven. De pieptonen stoppen wanneer de weerstand 100 Ω overschrijdt. De continuïteitstest meet weerstanden tot 400 Ohm. → "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden of dat het circuit is gebroken.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.11 Capaciteit meten

Zorg ervoor dat alle objecten die u wilt meten (inclusief circuitcomponenten, circuits en componentonderdelen) losgekoppeld en ontladen zijn.
- Schakel de DMM in en selecteer de gewenste modus .
- Druk 3x op SEL/ op de capaciteitsmodus te schakelen.
→ "nF" zal op de display worden weergegeven.
- Steek de rode kabel in de V-klem en de zwarte kabel in de COM-klem.

Wegens de gevoelige meetingang kan er een waarde op de display verschijnen wanneer de meetkabels "open" zijn. Druk op de toets REL wanneer u kleine capaciteiten meet (<400 nF). De display zal re-setten naar "0" en de automatische bereikfunctie wordt uitgeschakeld.

text_image
BRINCHART VC 212 + - +/-- Houd de twee testsondes (rood = positief, zwart = negatief) tegen het object dat u wilt meten (condensor). De capaciteit wordt na een paar seconden weergegeven op de display. Wacht totdat de display stabiliseert. Dit kan enkele seconden duren bij capaciteiten die groter zijn dan 40 μF.
→ "OL" (overbelasting) geeft aan dat het meetbereik was overschreden.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.12 Een batterijtest uitvoeren
De batterijtest is ontworpen voor het testen van standaard 1,5 V en 9 V blokbatterij- en. De batterijen worden bij een lage belasting gemeten om een objectieve meting te garanderen. De display toont de feitelijke klemspanning onder belasting. Als u een oplaadbare batterij wilt testen, selecteer dan het bereik dat het dichtst bij de batterijspanning ligt (bijv. 1,5 V als de oplaadbare batterij een spanning heeft van 1,2 V).
- Schakel de DMM in en selecteer het meetbereik 1.5V BATT of 9V BATT.
- Steek de rode kabel BATT-klem en de zwarte kabel in de COM-klem. "BATT" zal op de display worden weergegeven.
- Sluit de rode meetsonde aan op de positieve batterijklem en de zwarte sonde op de negatieve klem.
- De klemspanning van de batterij zal op de display worden weergegeven.

text_image
NEUTRAIT VL 252 Power Supply 1000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000 AS→ "OL" geeft aan dat het meetbereik was overschreden.
- Nadat u een meting hebt uitgevoerd, dient u de kabels van het gemeten object te verwijderen en de DMM uit te schakelen.
12.13 Contactloze AC-spanningstest "NCV"

Zorg ervoor alle meetpoorten onbezet zijn. Verwijder alle meetkabels en adapters van het meetinstrument.
Deze functie dient slechts als een hulpmiddel. Voordat u aan deze kabels begint te werken, moet u contactmetingen uitvoeren om te controleren of er geen spanning aanwezig is.
Test deze functie vooraf op een bekende wisselspanningsbron.
- Stel de functieknop in op NCV, "EF" en "NCV" zullen op de display worden weergegeven.
- Richt het contactloze spanningssensorpunt op de testplek (max. 5 mm). Voor getwiste kabels wordt het aanbevolen om de kabel aan te raken met het uiteinde van de contactloze spanningssensor.
→ Als er wisselstroom wordt waargenomen, begint de driekleurige indicator-led te branden en klinkt de zoemer.
→ Hoe hoger de spanning, hoe hoger de frequentie waarop de zoemer zal piepen.
→ De driekleurige indicator-led verandert van groen in geel in rood naargelang de spanning verhoogt.
- Schakel het apparaat UIT nadat u alle metingen hebt uitgevoerd.

text_image
POLYCRAFT VC 252 Power △ WuRtangMILV TC P % AC DC Auto L1 <0 KCM M Gonowatt Ia#ntm 400k Cnude Trac F083 Digital Multimeter L167 OFF ON ON OFF ON ON OFF ON OFF ON OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF OFF Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off Off OnA max BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAum BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAum BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAum BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAum BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAum BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAum BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAμA CDM HVD On- BATT mAm BATT mAM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM AUM Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aum Aun13 Aanvullende functies
U kunt de functieknop gebruiken om een serie verschillende functies in te schakelen. De multimeter laat een pieptoon horen telkens wanneer u op de knop drukt.
13.1 SEL-functie
Enkele meetmodi hebben extra submodi. De submodi staan in het grijs gemarkeerd rondom de draaiknop.
- Druk kort (<2 s) op de toets SEL/ om een submodus te selecteren.
- Druk nogmaals op de toets SEL/☐ om over te schakelen naar de volgende submodus.
13.2 REL-functie
U kunt de REL-functie gebruiken om een referentiemeting uit te voeren en mogelijke lijnverliezen te voorkomen (bijv. tijdens weerstandsmetingen). Deze functie reset de stroommeting naar nul.
- Houd de toets REL ongeveer 2 seconden ingedrukt om deze functie in te schakelen.
→ “Δ” zal op de display worden weergegeven en de meting wordt gereset naar nul.
→ De automatische bereikselectiefunctie zal worden uitgeschakeld.
- Schakel deze functie uit door van meetmodus te wisselen of door de toets REL ongeveer 2 seconden ingedrukt te houden.

De REL-functie is niet beschikbaar voor de volgende modi: Batterijtest, diodetest en continuïteitstest. De REL-toets werkt alleen wanneer er een gemeten waarde wordt weergegeven. Deze kan niet worden gebruikt als er "OL" op de display verschijnt.
13.3 HOLD-functie
Deze functie bevriest de huidige meting op de display, zodat u deze kunt noteren voor toekomstig gebruik.

Als u stroomdraden test, dient u ervoor te zorgen dat deze eigenschap is uitgeschakeld voordat u metingen uitvoert. Anders kan de waarde onjuist zijn.
- Druk op de toets HOLD om deze functie in te schakelen en "H" zal worden weergegeven.
- Schakel de houdfunctie uit door op de toets HOLD te drukken of door van meetmodus te wisselen.
13.4 Automatische uitschakelfunctie
De multimeter schakelt na 15 minuten automatisch uit als er geen toetsen worden ingedrukt. Deze functie bespaart batterijvermogen en verlengt de levensduur van de batterij. Het symbol wordt weergegeven wanneer de automatische uitschakelfunctie is geactiveerd.
De multimeter zal gedurende ongeveer 1 minuut verschillende pieptonen laten horen alvorens uit te schakelen. Als u de toets REL/HOLD of SEL/indrukt voordat de multimeter uitschakelt, zal de multimeter na 15 minuten weer beginnen te piepen. Een lange pieptoon geeft aan de de multimeter bezig is met uitschakelen.
Schakel de DMM weer in door de draaiknop naar de stand "OFF" te draaien of door op de toets REL/HOLD of SEL/te drukken.
De automatische uitschakelfunctie kan worden gedeactiveerd.
Ga als volgt te werk om de automatische uitschakelfunctie te deactiveren:
- Schakel de multimeter uit (draai de draaiknop naar de stand "OFF").
- Houd de toets SEL/☐- ingedrukt en gebruik de draaiknop om de DMM in te schakelen.
→ De multimeter zal inschakelen en het “√”-symbool is niet langer zichtbaar op de display.
→ De automatische uitschakelfunctie blijft gedeactiveerd totdat de multimeter wordt uitgeschakeld met de draaiknop.
13.5 Zaklantaarn
Druk lang op de toets SEL/om-de zaklantaarn AAN/UIT te schakelen.
14 Reiniging en onderhoud
14.1 Algemene informatie
De multimeter dient eens per jaar te worden gekalibreerd om ervoor te zorgen dat de metingen nauwkeurig blijven.
De multimeter vereist geen onderhoud (behalve af en toe schoonmaken en vervangen van batterijen/zekeringen).
Raadpleeg de volgende paragrafen voor instructies over het vervangen van de zekering en batterij.

Controleer het apparaat en de testkabels regelmatig op tekenen van beschadiging.
14.2 Reiniging
Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht voordat u het apparaat reinigt:

Het openen van afdekkingen van het product of het verwijderen van onderdelen, tenzij dit handmatig mogelijk is, kan stroomgeleidende onderdelen blootleggen.
Voor het reinigen of repareren van het apparaat dient u alle kabels van de multimeter en het gemeten voorwerp te verwijderen en de multimeter uit te schakelen.
Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke chemische middelen om het apparaat te reinigen. Deze kunnen het oppervlak van de multimeter corroderen. Bovendien zijn de dampen van deze stoffen explosief en schadelijk voor uw gezondheid. Gebruik geen scherpe gereedschappen, schroevendraaiers of metalen borstels om het apparaat te reinigen.
Gebruik een schone, vochtige, pluisvrije en antistatische doek om de multimeter, de display en de meetkabels te reinigen. Laat de multimeter voordat u het opnieuw gaat gebruiken, voldoende opdrogen.
14.3 Het batterij-/zekeringvak openen
Het batterij-/zekeringvak kan niet worden geopend wanneer de kabels zijn aangesloten op de klemmen.
Alle klemmen worden automatisch vergrendeld wanneer het batterij-/zekeringvak wordt geopend om te voorkomen dat er kabels in worden gestoken.
Ga als volgt te werk om het batterij-/zekeringvak te openen:
- Koppel alle testkabels los van de multimeter en schakel de multimeter uit.
- Draai de schroef van het batterijvak aan de achterzijde van de multimeter los.
- Klap de uitklapbare steun uit en schuif het deksel van het batterij-/zekeringvak van de onderkant van de multimeter af.

→ U dient nu toegang te hebben tot de zekeringen en batterij.

- Herhaal de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde om het deksel van het batterij-/zekeringvak terug te plaatsen en schroef deze vervolgens op zijn plek vast.
→ De multimeter is nu gereed voor gebruik.
14.4 De 10 A ingangszekering vervangen
De 10 A stroommeetingang is voorzien van een keramische hoogvermogenzekering. Als u geen metingen kunt uitvoeren binnen dit bereik, zult u de zekering moeten vervangen.
Ga als volgt te werk om de zekering te vervangen:
- Koppel de meetkabels los zowel het circuit als de multimeter en schakel de multimeter vervolgens uit.
- Verwijder het deksel van het batterij-/zekeringvak (zie "Het batterij-/zekeringvak openen").
- Vervang de defecte zekering door een nieuwe van hetzelfde type en dezelfde nominale spanning.
→ F1-zekering: Φ6,35×32 mm, FF 10 A, H 600 V, breekcapaciteit: 10 kA
- Plaats het deksel voorzichtig terug op het batterijvak.

Het gebruik van gerepareerde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is om veiligheidsredenen niet toegestaan. Dit kan leiden tot brand of ontploffing. Gebruik de multimeter nooit wanneer het batterij-/zekeringvak is geopend.
De mA/μA-ingang is voorzien van een onderhoudsvrije, resetbare PTC-zekering. U hoeft de zekering in deze ingang niet te vervangen.
Wanneer de meter wordt gebruikt voor mA/μA-metingen, maar de meter wordt per ongeluk aangesloten op een hoog-energetische hoogspanningsvoeding, dan zal de keramische buiszekering in werking treden en waarschijnlijk doorbranden om de meter te beschermen. In een dergelijk geval moet de doorgebrande keramische buiszekering worden vervangen door een nieuwe.
14.5 Batterij plaatsen/vervangen
- Koppel de multimeter en testkabels los van alle circuits en koppel vervolgens alle testkabels los van de multimeter.
- Schakel de multimeter uit.
- Verwijder het deksel van het batterij-/zekeringvak (zie "Het batterij-/zekeringvak openen").
- Installeer nieuwe batterijen met dezelfde specificaties.
→ Let op de polariteitsmarkeringen in het batterijvak.
- Plaats het deksel voorzichtig terug op het batterijvak.

Gebruik de multimeter nooit wanneer het batterij-/zekeringvak is geopend. !RISICO OP FATAAL LETSEL!
Laat lege batterijen niet in het apparaat zitten. Zelfs lekvaste batterijen kunnen het apparaat aantasten en vernietigen of chemicaliën vrijgeven die schadelijk zijn voor uw gezondheid.
Laat batterijen niet onbeheerd achter, aangezien deze kunnen worden ingeslikt door kinderen of huisdieren. Roep onmiddellijk medische hulp in als een batterij is ingeslikt.
Als u van plan bent de multimeter langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de batterij om te voorkomen dat deze begint te lekken.
Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwonden veroorzaken als deze met uw huid in contact komen. Draag altijd beschermende handschoenen als u omgaat met lekkende of beschadigde batterijen.
Batterijen mogen niet worden kortgesloten of in vuur worden gegooid!
Probeer niet-oplaadbare batterijen nooit op te laden of te demonteren, omdat dit een ontploffing kan veroorzaken.
15 Verwijdering
15.1 Product

Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt wordt gebracht, moet met dit symbool zijn gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid.
ledere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu's die niet bij het oude apparaat zijn ingesloten, evenals lampen die op een niet-destructieve manier uit het oude toestel kunnen worden verwijderd, van het oude toestel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlevermogelijkheden (meer informatie op onze website):
in onze Conrad-filialen
in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesystemen die zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG
Voor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk.
Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kunnen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.
15.2 Batterijen/accu's
Verwijder eventueel geplaatste batterijen/accu's en gooi ze apart van het product weg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle gebruikte batterijen/accu's in te leveren; het weggooien bij het huisvuil is verboden.

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu's, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool).
U kunt verbruikte batterijen/accu's gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze filialen of overal waar batterijen/accu's worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Dek blootliggende contacten van batterijen/accu's volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/accu's leeg zijn, kan de rest-energie die zij bevatten gevaarlijk zijn in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
16 Probleemoplossing
De multimeter is ontworpen met behulp van de nieuwste technologie en is veilig in gebruik. Problemen en storingen kunnen echter nog altijd optreden.
Deze paragraaf beschrijft hoe u mogelijke problemen kunt oplossen:

Neem altijd de veiligheidsinformatie in deze gebruiksaanwijzing in acht.
| Probleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen oplossing | ||
| De multimeter werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer het batterijvermogen en vervang indien nodig. | ||
| De gemeten waarde verandert niet. | Hebt u de verkeerde meetmodus (AC/DC) geselecteerd? | Controleer de display (AC/DC) en selecteer indien nodig een andere modus. |
| Hebt u de verkeerde klemmen gebruikt? | Controleer of de testkabels zijn aangesloten op de juiste klemmen. | |
| Is de houd-functie ingeschakeld? | Schakel de houd-functie uit. | |
| De multimeter kan geen metingen uitvoeren in het 10 A-bereik. | Is de zekering in de 10 A-ingang defect? | Controleer de 10A F1-zekering. |
| De multimeter kan geen metingen uitvoeren in het mA/μA-bereik. | De F2-zekering is door-gebrand. | Verwijder de doorgebran-de F2-zekering |

Alle reparaties anders dan die hierboven beschreven, moeten worden uitgevoerd door een bevoegde technicus. Mocht u vragen hebben over de multimeter, kunt u contact opnemen met onze technische helpdesk.
"Gevaarlijke spanning"-indicator.....≥30 V/AC-DC
Alarm "bereik overschreden" ≥600 V/AC-DC, ≥10 A/AC-DC
Automatische uitschakeling ...... na ongeveer 15 minuten (kan handmatig worden gedeactiveerd)
Stroomverbruik (automatisch uit)....<50 μA
Bedrijfsspanning....3 x AAA 1,5 V batterijen
Bedrijfsomstandigheden....0 tot +40 °C (<75 % RH)
Bedrijfshoogte....max. 2000 m boven zeeniveau
Opslagtemperatuur....-10 tot 50 °C
Bedrijfsomgeving......gebruik binnenshuis
Veiligheidsvoorschriften....EN 61010-1 en EN61010-2-033
F1-ZEKERING....Φ6,35×32 mm, FF 10 A, H 600 V, breekcapaciteit: 10 kA
F2-ZEKERING....Φ5×20 mm, FF 2,5 A, H 700V, breek-capaciteit: min. 300 A
Meettoleranties
Nauwkeurigheid in ± (% van lezing + weergavefout in tellingen (= aantal kleinste punten)). Deze nauwkeurige metingen zijn gedurende een jaar geldig bij een temperatuur van +23 °C (± 5 °C) en een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 75 % (niet condenserend). Als de multimeter buitenshuis wordt gebruikt of buiten het temperatuurbereik, dient u de volgende coëfficiënt te gebruiken om de nauwkeurigheid te berekenen. +0,1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/1 °C
De nauwkeurigheid van metingen kan worden aangetast wanneer de multimeter wordt gebruikt in een elektromagnetisch veld met hoge frequentie.
Gelijkspanning (V/DC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 40,0 mV 0,01 mV ±(1,2% + 8) | ||
| 400,0 mV 0,1 mV ±(0,9% + 8) | ||
| 4,000 V 0,001 V | ±(0,9% + 4)40,00 V 0,01 V | |
| 400,0 V 0,1 V | ||
| 600 V 1 V ±(1,3% + 7) | ||
| Alleen beschikbaar in modus "mV"Gespecificeerde meetbereik: 5–100 % van het meetbereik600 V overbelastingsbescherming; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≤100 MΩ)De multimeter kan ≤5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten. | ||
Gelijkspanning (V/DC) LoZ
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 4,000 V 0,001 V | ± (1,7% + 7) | |
| 40,00 V 0,01 V | ||
| 400,0 V 0,1 V | ||
| 600 V 1 V | ||
| Gespecificeerde meetbereik: 5–100 % van het meetbereik600 V overbelastingsbescherming; Impedantie: 400 kΩ (max. 250 V, 3 sec.)De multimeter kan ≤ 5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten.Na het gebruik van de LoZ-functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rustenvoordat u deze weer gebruikt. | ||
Wisselspanning (V/AC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 40,00 mV 0,01 mV | |
| 400,0 mV 0,1 mV | |
| 4,000 V 0,001 V | |
| 400,0 V 0,1 V | |
| 600 V 1 V ±(1,9% + 7) | |
| Alleen beschikbaar in modus "mV"Gespecificeerde meetbereik: 5–100 % van het meetbereikFrequentiebereik: 45–400 Hz; 600 V overbelastingsbeveiliging; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≤100 MΩ)De multimeter kan 5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten.TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 V | |
| TrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantie | |
| CF >1,0 - 2,0 | + 3% |
| CF >2,0 - 2,5 | + 5% |
| CF >2,5 - 3,0 | + 7% |
Wisselspanning (V/AC) LoZ
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 4,000 V 0,001 V | |
| 40,00 V 0,01 V | |
| 400,0 V 0,1 V | |
| 600 V 1 V | |
| Gespecificeerde meetbereik: 5–100 % van het meetbereikFrequentiebereik: 45–400 Hz; 600 V overbelastingsbeveiliging; Impedantie: 10 MΩ (mV: ≤100 MΩ)De multimeter kan 5 tellingen weergeven als de meetingang is kortgesloten.Na het gebruik van de LoZ-functie dient u de multimeter 1 minuut te laten rusten voordat u deze weer gebruikt. | |
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF tot 600 VTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% | |
Gelijkstroom (A/DC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 400,0 μA 0,1 μA | ±(0,9% + 7) | |
| 4000 μA 1 μA | ||
| 40,00 mA 0,01 mA | ||
| 400,0 mA 0,1 mA | ||
| 4,000 A 0,001 A ±(1,3% + 7) | ||
| 10,00 A 0,01 A ±(1,5% + 7) | ||
| 600 V overbelastingsbeschermingZekeringen: μA/mA = 2x 0,55 A/240 V resetbaar, 1x F2 2,5 A/700 V keramisch 10 A = Hoogwaardige FF 10 A/600 V keramische zekering≤ 6 A = continue meting, >6 A = max. 30 sec. op intervallen van 15 minuten De multimeter kan 3 tellingen weergeven als een meetingang open is. | ||
Wisselstroom (A/AC)
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 400,0 μA 0,1 μA | ±(1,3% + 4) | |
| 4000 μA 1 μA | ||
| 40,00 mA 0,01 mA | ||
| 400,0 mA 0,1 mA | ||
| 4,000 A 0,001 A ±(1,5% + 4) | ||
| 10,00 A 0,01 A | ±(1,8% + 7) |
| 600 V overbelastingsbeschermingZekeringen: μA/mA = 2x 0,55 A/240 V resetbaar, 1x F2 2,5 A/700 V keramisch10 A = Hoogwaardige FF 10 A/600 V keramische zekering≤ 6 A = continue meting, >6A = max. 30 sec. op intervallen van 15 minutenDe multimeter kan 3 tellingen weergeven als een meetingang open is. |
| TrueRMS piek (crestfactor (CF)) ≤3 CF over het gehele bereikTrueRMS piek voor non-sinusvormige signalen plus tolerantieCF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% |
Weerstand
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 400,0 Ω* 0,1 Ω ±(1,3% +4) | |
| 4,000 kΩ* 0,001 kΩ | |
| 400,0 kΩ 0,1 kΩ | |
| 4,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,5% + 4) | |
| 40,00 MΩ 0,01 MΩ ±(2,7% + 7) | |
| 600 V overbelastingsbeschermingSpanning meten: Ong. 1,0 V, stroom meten ong. 0,7 mA*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤ 400 Ω was berekend na aftrek van de kabel-weerstand van de REL-functie | |
Capaciteit
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 4,000 nF 0,001 nF | |
| 40,0 nF 0,01 nF | |
| 400 nF* 0,1 nF ±(4,4% + 5) | |
| 4,000 μF* 0,001 μF | |
| 40,00 μF 0,01 μF | |
| 400,0 μF 0,1 μF | |
| 4,000 mF 0,001 mF | |
| 40,00 mF 0,01 mF ±(7,9% + 5) | |
| 600 V overbelastingsbescherming*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤ 400 nF geldt alleen bij gebruik van de REL-functie | |
Akoestische continuiïteitstester
| Meetbereik Resolutie | |
| 400 Ω 0,1 Ω |
≤10 Ω continue toon; ≥100 Ω geen toon
Overbelastingsbescherming: 600 V
Testspanning ong. 1 V
Teststroom <1,5 mA

Overschrijd nooit de maximum toegestane ingangswaarden. Raak de circuits of circuitcomponenten nooit aan als deze spanningen geleiden van groter dan AC 30 Vr.m.s, 42,4 V piek of DC 60 V. Dit kan een fatale elektrische schok tot gevolg hebben!
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.
This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.
Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu'elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l'éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.
NL Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
Copyright 2022 by Conrad Electronic SE.






