GEBRUIKSAANWIJZING RDJ100 SIEMENS
NL Ruimtethermostaten Bediening- en installatie handleiding
Gebruiksaanwijzing RDJ100
De RDJ100 is een temperatuurregelaar met een 24-uur programma waarmee u op eenvoudige wijze op het juiste tijdstip de ideale temperatuur kunt geven (instelpunt). Door de ergonomische instelknop is de bediening uiterst eenvoudig.

 | Bediening• Verwijder de zwarte isolatiestrook van de twee meegeleverde batterijen. Controleer of de batterijenhouder correct is geplaatst. |
 | Instelling van de tijd1. Plaats de programma selectieschuif in positie.2. Draal de draaiknop naar links om de tijd terug te zetten, naar rechts om de tijd vooruit te zetten.3. Verplaats de programma selectieschuif naar de volgende positie als de tijd correct wordt weergegeven. |
 | Stel het tijdstip om het comfort modus de 1e keer te activeren1. Verplaatst de programma selectieschuif naar positie A1.2. Draai de draaiknop om de tijd aan te passen.3. Verplaatst de programma selectieschuif naar een volgende positie als de starttijd correct wordt weergegeven. |
            | Stel het tijdstip om de energiebesparende modus de 1e keer te activeren1. Verplaatst de programma selectieschuif naar positie A2.2. Draai de draaiknop om de tijd aan te passen.3. Verplaatst de programma selectieschuif naar een volgende positie als de stoptijd correct wordt weergegeven. |
| Stel het tijdstip om het comfort modus de 2e keer te activeren1. Verplaatst de programma selectieschuif naar positie A3.2. Draai de draaiknop om de tijd aan te passen.3. Verplaatst de programma selectieschuif naar een volgende positie als de starttijd correct wordt weergegeven. |
| Stel het tijdstip om de energiebesparende modus de 2e keer te activeren1. Verplaatst de programma selectieschuif naar positie A4.2. Draai de draaiknop om de tijd aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de stoptijd correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ultrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur |
| 1. Plaats de programma selectieschuif in positie TC2. Draal de draaknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weerigegeven,weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur. |
| 1. Plaats de programma selectieschuif in positie TC2. Draal de draaknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordtweergegeven. |
| Wijziggen van het huldige temperatuurniveau |
| 1. Het huldige temperatuurniveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijswjize-kuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaknop lichlies om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai vorder om de temperatuur aan te passen.Deze wijziging is lot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur |
| 1. Draal de draaknop om de temperatuur aan te passen als de Bedrijswjezkeuzeschakelaar op Comfort staat tijdelijke Comfort temperature).2. De tijdelijke Comfort temperature wordt verlaten als de bedrijswjizze verandert. |
| Vervangen van de batterijen |
| 1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Uittrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijnouder terug.3. Doponeer de lege batterijen in een daarvoor bestandte container.Controler de instellingi. |
| Energie besparende tips |
| • Regel de temperatuur in de nuimten niet boven de 21 °C.• Verlucht de lokalen voor een korte periode maar mel volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T2. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO.2. Verdraai de draaiknop lichtjes om de gevraagde temperatuur in het display weer te geven, draai verder om de temperatuur aan te passen.3. Deze wijziging is tot aan het volgende schakelpunt geldig. Een hand wordt in het display weergegeven. |
| Instelling van de tijdelijke comforttemperatuur1. Draai de draaiknop om de temperatuuer aan te passen als de Bedrijfswijzekeuzeschakelaar op Comfort staat (tijdelijke Comfort temperatuur).2. De tijdelijke Comfort temperatuur wordt verlaten als de bedrijfswijze verandert. |
| Vervangen van de batterijen1. Haal 2 nieuwe alkaline batterijen type AA, 1.5 V.2. Ulttrekken binnen één minuut de batterijhouder, daarna de batterijen, vervang de batterijen en plaats de batterijhouder terug.3. Deponeer de lege batterijen in een daarvoor besternde container. Controleer de instellingen! |
| Energie besparende tipsRegel de temperatuur in de ruimten niet boven de 21 °C.Verlucht de lokalen voor een korte periode maar met volledig open venster. |
| Instelling van de comforttemperatuur1. Plaats de programma selectieschuif in positie T22. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde comforttemperatuur correct wordt weergegeven. |
| Instelling van de verlaagde temperatuur.1. Plaats de programma selectieschuif in positie T22. Draai de draaiknop om de temperatuur aan te passen.3. Verplaats de programma selectieschuif naar een volgende positie als de gevraagde verlaagde temperatuur correct wordt weergegeven. |
| Wijzigen van het huidige temperatuurniveau1. Het huidige temperatuumiveau kan worden gewijzigd indien de programma selectieschuif in stand RUN staat en de bedrijfswijze-keuzeschakelaar in stand AUTO. |






Service interval herinnering
De Service interval herinnering functie is een hulpmiddel voor de onderhoudsbeurt van uw ketel. Deze functie kan worden ingesteld en gereset door uw service verlenende installateur.
 | Wanneer "SEr" en het aantal dagen tot servicebeurt in het display verschijnt dient de onderhoudsbeurt oversenkormslig te worden uitgevoerd.Bij omschakelen van en naar Vorstbewaking, wordt het aantal dagen tot de volgende onderhoudsbeurt geloond. |
 | Display toont afwisselend "SEr...duE" betekent dat de servicedag voorbij is.De thermostat kan nog steeds volledig worden bediend, maar de waarschuwing blijft totdat de servicebeurt is uitgevoerd. |
 | Display toont afwisselend "SEr...duE" en "OFF" betekent dat de servicedag voorbij is en dat de thermostaat is uitgeschakeld.De thermostaat kan alleen werken in Comfort bedrijf gedurende 60 minuten na verdraaien van de draalknop of indrukken van de derogatiedrukknop. |
Parameters instellen



Parameters instellen
- Druk 5 seconden op de RESET toets aan de achterzijde toldal "P01" verschijnt.
Opmerking: Na langer dan 10 seconden indrukken wordt de thermostaat gereset.
- Druk op de advance toets, de waarde op de tweede regel knippert en kan worden aangepasl.
- Pas de instelling van de parameter aan met de draaiknop.
- Druk eenmaal op de advance toets om de instelling te bevestigen.
- Draai de draaiknop rechtsom naar de volgende parameter en herhaal stap 2 tot en met 4.
- Verlaat het instelniveau door de instelknop rechtsom naar "End" te draaien en de advance toets in te drukken.
Parameters:
• P01 Regelgedrag: 2-punts 1K / 2-punts 0.5 K / PID snel / PID langzaam (fabrieksinstelling)
• P02 Maximum temperatuurrange
• P03 Minimum temperatuurrange
SIEMENS