Energion Nuos Plus 200 - Ketel Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Energion Nuos Plus 200 Atag in PDF-formaat.
| Producttype | Thermodynamische boiler |
| Merk | Atag |
| Model | Energion Nuos Plus 200 |
| Inhoud reservoir | 200 L |
| Leeg gewicht | 90 kg |
| Elektrische voeding | 220–240 V / 50 Hz |
| Gemiddeld elektrisch vermogen (warmtepomp) | 700 W |
| Maximaal elektrisch vermogen | 900 W |
| Koelmiddel | R134a, 1,3 kg |
| Maximale werkdruk | 0,6 MPa (6 bar) |
| Maximale watertemperatuur (warmtepomp) | 62 °C |
| Maximale watertemperatuur (elektrisch element) | 75 °C |
| Bescherming van het vat | Geëmailleerd |
| Corrosiebescherming | Titanium anode met opgelegde stroom + magnesium anode |
| Beschermingsgraad IP | IPX4 |
| Geluidsdruk binnen | 55 dB(A) |
| Hydraulische aansluitingen | G 3/4" M |
| Bedrijfsmodi | GREEN, COMFORT, FAST, I-MEMORY, HC-HP, BOOST, HOLIDAY |
| Speciale functies | Antibacterieel, antivries, stil, tijdsprogrammering |
| Aanbevolen onderhoud | Jaarlijkse reiniging van het verdamperfilter, aftappen bij vorstgevaar |
| Veiligheid | Veiligheidsgroep, veiligheidsklep, antivriesbeveiliging, automatische uitschakeling |
| Repareerbaarheid | Originele reserveonderdelen, onderhoud door gekwalificeerde professional |
| Aanvullende informatie | Handleiding van 72 pagina's beschikbaar in meerdere talen |
Veelgestelde vragen - Energion Nuos Plus 200 Atag
Gebruikersvragen over Energion Nuos Plus 200 Atag
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Energion Nuos Plus 200 - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Energion Nuos Plus 200 van het merk Atag.
GEBRUIKSAANWIJZING Energion Nuos Plus 200 Atag
NL - Instructies voor installmentie, gebruik en onderhoud

200 - 250
250 SYS - 250 TWIN SYS
CONSIGNES GENÉRALES DE SECURITÉ
- Lees de instructies en waarschuwingen in\ deze handleiding aandachtig: zich geben u belangrijke aanwijzingen voor een veilige installatie en een veilig gebruik en onderhoud.
Deze handledeiging maakt integraal en wezen - lijk deel uit van het product. De handeling moet alkijd bij het toestel blijven, ook wanner het toestel aan een andere eigenaar of gebruiker wordt doorgegeven en/of maar een andere installmentie worden overgebracht
- De Fabrikant worden nicht verantwoordelijk geacht voor eventuele schade aan Personen, dieren en voorwerpen voortvloeijend uit oneigenlijk, verkeerd en onredelijk gebruik of ten gevolge van het Niet naleven van de instructies in deze handleiding.
- Het installeren en het onderhoud van het toestel要去en door professioneel gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in de betreffende paragrafen. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Wanner bovenstaande voorschriften Niet worden nageleefd, kan dit de verilgheid in gevaar brengen en vervalt alle verantwoordelijkheid van de Fabrikant.
- Verpakkingsmaterial (nietjes, plastic zakjes, piepschuim, enz.) mag Niet binnen bereik van kinderen worden gelaten onder dit een bron van gevaar kan zich.
- Het toestel mag door kinderen vanaf 8年龄段 en door mensen met beperkte lichamelijk en zintuiglijke of geestelijkke capaciteiten, of zonder ervaring of de nodige kennis, worden gebruikt, mits zich onder toezicht staan, of nadat zich instructies hebben gekreten betreffende een veilig gebruik van het toestel en de gevaaren inherent aan dit gebruik ten volle hebben begrepen. Kinderenogens Niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud, bedoeld om door de gebruiker te worden uitgevoerd, mag Niet door kinderen worden uitgevoerd als zich Niet onder toezicht staan
- Het is verboden om het toestel op blote voeten of met natte lichaamsdelen aan te raken.
- Vooraleer het toestel te gebruiken en na een interventie voor gewoon of buitengewoon onderhoud, is het aanbevolen om de tank van het toestel met water te vullen en daarna volledig leeg wegspoelen.
- Als het toestel met een elektrische voedingskabel is uitgerust, dient u zich tot een erkend assistentiecentrum of tot professioneel gekwalificeerd personeel te wenden indien deze ka
bel moet worden verrangen.
- Het is verplicht om een inlaatcombinatie op de waterinlaatleiding aan te schroeven, die conform is met de nationale normen. In landen waar de norm EN 1487 van kracht is, moet de maximale druk van de veiligheidsgroep 7 barbedragen. Bovendien moet de groep minstens een afluitkraan, een terugslagklep, een overdrukbeveiliging en een voorziening voor onderbreking van de hydraulische belasting bevatten.
- Er mag nicht met de beveiliging gegen overdruk (klep of inlaatcombinatie) worden geknoeid en u要去各项 beveiliging regelmatig latent werken om te controleren of die nicht geblokkeerd is en om eventuale kalkaanslag te verwijderen.
- Druppelverliesuit de beveiliging gegen overdrukis normaltijdens de fase waarin het water wordt opgewarmd.Om deze reden is het moodzakelijk om de afvoer aan te sluiten, die evenwel open moet worden gelaten, met een drainagebuis die continu schuin maar beneden要去 aflopen en ijsvrij is.
- Het is absolutnoodzakelijk om het toestel leeg te makeen en van het elektriciteitsnet los te koppelen indien het gedurende lange tijd ongebruikt in een ruimte blijft waar vorst opttreedt.
- Warm water dat met een temperatuur van meer dan 50^ Cuit de kraten stroomt, kan onmiddelijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zicheer aan dit risico bloatgesteld. Het is waarom aanbevolen om een thermostatische mengkraan te gebruiken, die u要去 aanschroeven op de leiding waar het water uith het toestel komt. Deze leding is met een rode kraag gemarkeerd.
- Erogen geen ontvlambare elementen in contact met het toestel en/of in de buurt ervan aanwezig়n.
- Vermijd om onder het toestel te gaan staan en om er voorwerpen teplaatsen die schade kunnen oplopen in geval er bijvoorbeeld water uit het toestel lekt.
- De boiler worden geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a of R513a die voldoende is voor de werkung ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmoseer Niet, hij is Niet ontvlambaar en kan geen explosiesveroorzaken. De installmentie, het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit要去enECHTER uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerdevaklui die beschikken over de juiste uitrusting.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Legenda van de symbolen:
Niet-naleving van deze waarschuwing leidt tot risico op lichamelijk letsel, dat in bepaalde omstandigden zichs dodelijk kan+zijn.
Niet-naleving van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige schade aan eigendommen, planten of dieren. De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade die voortvloeituit verkeerd gebruik van het product of Niet-naleving van de vermelde installmentie-instructies.
Installer het apparaat op een stevige ondergrond
Geluidshinder tijdens de werking.
Wanneru gaten in de muur boort voor de instal latie, moet u ervoor zorgen dat u geen elektrische bedrading of bestaande buizen beschadigt.
Elektrische schokken door het aanraken van stroomvoerende kabels.
Beschadiging aan bestaande installations.
Overstroming door water dat uit beschadigde bui zen lekt.
Realiser alle elektrische aanslui- tingen met be - hulp van draden met een aangepaste diameter. De elektrische aansluiting van het product moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de instructies in de desbe- treffende paragraaf.
Brand als gevolg van oververhitting door elektrische stroom die door tekleine kabels stroomt.
Beschem alle verbindingsbuizen en draden om schade te vermijden.
che schokken door het aanraken van stroomvoerende kabels.
Overstroming door water dat uit beschadigde buizen lekt.
Controleer of het vertrek waar men de installmentieuitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen.
Elektrische schokken door aanraken van Niet goed geinstalleerde geleiders, die onder spanning staan.
Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden.
Zorg ervoor dat deplaats van installmenten en even - tuele systemen waarmee het toestel moet worden verbonden, conform zich met de geldende normen.
Elektrische schokken door het aanraken van stroomvoerende kabels die nicht correct gelegd zijn.
Schade aan het toestel door onaangepaste gebruiksomstandigheden.
Gebruik de juiste handwerktuigen en uitrusting (zorg er vooral voor dat het gereedschap Niet versleten is en dat de handgreep goed bevestigd is); gebruik ze correct en LAST ze Niet maar beneden vallen. Vervang ze na gebruik.
Lichamelijk letsel door vallende splinters of brokstukken, inademing van stof, schokken, snij-, steeken schaafwonden.
Schade aan het apparaat of de omliggende voorwerpen door vallende splinters, stoten en insnijdingen.
Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijkke kwaliteit zijn, dat de treden heel zichen en nicht glad, dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren.
Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap).
Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid.
Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz.
Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek.
Beschadiging van het apparatusaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden.
Behandel het apparaat met de juiste beschcher - mingsmaatregelen en voorzichtigheid.
Beschadiging van het apparatusat zich of nabij voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.
Organiseer de verplaatsingen van materiaal en ge reedschappen zodanig dat dit op een veilige manier kan geleuren. Voorkom dat materiaal worden opgestapeld en kan vallen of schuiven.
Beschadiging van het apparatusaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.
Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft要去en uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weein schakelt, dat deze voorzieningen weer werken.
Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking.
Leeg de onderdelen die warm tapwater{kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te activeren voordat u ze aanraakt.
tiverer voordat 2e aanrakt. Persoonlijk letsel door brandwonden.
Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventileerd zich, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten(AP) mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen.
Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen.
Beschadiging van het apparaat zich of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen.
Let op dat de dielektrische koppeling juist toege past wordt.
Hierbij is met name van belang dat het minimale (15 Nm) en maximale 25 Nm) aanhaalmoment aangehouden worden voor de optimale werkig van de koppeling.
De installmentie is voor rekening van de koper en要去 worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installationenormen en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van instellenen voor de volksbezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aan-gaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste koer op de markt worden gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installations, deplaatsing, de werkung en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken.
De verwijzingen waar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werkig treden van neue bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit Niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controller of de installmente conform is aan de norm NFC 15-100. Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen verralt de garantie.
Toepassing
Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat要去 een hydraulische aan-suiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uit-gang van de gebruekte lust.
Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen worden beschreiben in deze handleiding.
Elk ander oneigenlijk gebruik is Niet toegestaan. Het is in het bij-zonder verboden het apparaat te gebruiken in industrielle installaties en/of het apparaat te installereren in een corrosieve of explosieve omgeving. De fabrikant kan Niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute instal-. latie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een Niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding.
Werkingsprincipe
De efficiente van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coefficient COP, die het verband uitdruktussen de energia die door het apparaat worden geleverd (in dit geval de warmte die worden afgeveen aan het water dat要去 worden verwarmd) en de verbruike elektrische energia (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieertaar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werkung betrekking op heeft.
Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruike elektrische energia de warmtepomp 3 kWh warmte af za发展格局 aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de Gratis bron.
Verpakking en bijgeleverde accessoires
Het apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door elementen van piepschuim, hoekstukken van hout en karton aan de buitenkant. Alle materialen können worden gerecycled en zichen milieuvriendelijk. De inbegren accessoires zich:
-
Verbindingsbuis condenswater;
-
2 Dielektrische verbindingsstuk van 347 met 1 pakkingen.
- Handleiding en garanties;
Energie-etiket en productinformatieblad. - 2 aanpasstukken voor kanalen 150 en 160
Productcertificeringen
De CE marketing op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele vereisten het voldoet:
2014/35/EU inzake de elektrische verilgheit LVD (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40);
2014/30/EU inzake de elektromagnetische compatibiliteit EMC (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3);
- RoHS3 (2015/863) betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581).
- Verordening (UE) n. 814/2013 inzake het ecologisch ontwerp (n. 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation))
De contrôle van de prestaties worden uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen;
- REACH verordering 1907/2006/EC;
- Verordering (UE) n. 812/2013 (labelling)
- (Italiaans) Ministerieel Besluit 174 van 06/04/2004 voor de tenuitvoerlegging van de Europese richtlijn 98/83 inzake de kwaliteit van drinkwater.
- Richtlijn betreffende radio-apparatuur (RED): ETSI 301489-1, ETSI 301489-17.
Identificatie van het apparaat
De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd.

De vloerstaande boiler bestaat uit een bovendeel met de warmtepompgroep en een onderste deel met het opslagreservoir. In het voorste gedeelte bevindt zich het bedieningspaneel, voorzien van een display.

Afmetingen
| A | Ingangsleiding 34" koud tapwater |
| B | Uitgangsleiding 34" warm tapwater |
| C | Aansluiting condensafvoer |
| D | Ingangsleiding 34" hulpcircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie) |
| E | Uitgangsleiding 34" hulpcircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie) |
| F | Schacht voor bovenste sensor (S3) (alleen SYS- en TWIN SYS-versie) |
| G | Ingangsleiding 34" hulpcircuit (alleen TWIN SYS-versie) |
| H | Uitgangsleiding 34" hulpcircuit (alleen TWIN SYS-versie) |
| I | Schacht voor bovenste sensor (S4) (alleen TWIN SYS-versie) |
| L | Leiding 34" voor recirculatiecircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie) |
| M | Schacht voor onderste sensor (S2) (alleen SYS- en TWIN SYS-versie) |
| N | Display |
| O | Tiptoelsen |

Bouwkundige eigenschappen
| 1 Ventilator |
| 2 Heetgasklep |
| 3 Vegtigheidspressostaat |
| 4 Elektronische smoorklep |
| 5 NTC-sonde ingangstemperatuur verdamper |
| 6 Elektronikakast |
| 7 Lage NTC-sensor (zone verwarmingselement) |
| 8 Elektrisch element |
| 9 Aktieve anode |
| 10 Hoge NTC-sensor (warm water) |
| 11 Compressor |
| 12 Afvoerbuis condenswater |
| 13 Zij-aansluitingen |
| 14 Lagedrukaansluiting |
| 15 NTC-sensor luchttemperatuur |
| 16 NTC-sensor aanzuigtemperatuur compressor |
| 17 Verdamperfilter |
| 18 Verdamper |
| BESCHRIJVING | Eenheid 200 250 | 250 SYS | 250 TWINSYS | ||
| Nominate capaciteit reservoir | 200 250 245 | 240 | |||
| Dikte isolering | mm | 50 | |||
| Type interne bescherming | Titanium anode met stroomoproduksystem +magnesiumanode | ||||
| Type corrosiebescherming | Titanium anode met stroomoproduksystem +magnesiumanode | ||||
| Maximale bedrijfsdruk | MPa | 0,6 | |||
| Diameter wateraansluitingen | II | S 3/4 M | |||
| Diameter koppeling condensafvoer | mm | 14 | |||
| Diameter buizen afvoer/toevoer lucht | mm | 150-160-200 | |||
| Minimum waterhardheid | °F | 12 | |||
| Minimale geleidbaarheid van het water | μS/cm | 150 | |||
| Ledig gewicht | kg | 80 95 115 | 130 | ||
| Uitwisselingsoppervlak van de onderste spiraal | \( m^2 \) | - | - | 0,65 | 0,65 |
| Uitwisselingsoppervlak van de bovenste spiraal | \( m^2 \) | - | - | - | 0,65 |
| Max. watertemperatuur van externe bron | °C | - | - 75 | 75 | |
| WARMTEPOMP | |||||
| Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen | W | 700 | |||
| Maximum opgenomen elektrisch vermogen | W | 900 | |||
| Hoeveelheid koelvloeistof (R134a) | kg | 1,3 | |||
| Gefluoreerde broeilkasgassen (R134a) | Tonn. \( CO_2 \) eq. | 1,859 | |||
| Het aardopwarmingsvermögen (R134a) | GWP | 430 | |||
| Max. druk koelcircuit (agedrukzijde) | MPa | 1 | |||
| Max. druk koelcircuit (hovedrukzijde) | MPa | 2,7 | |||
| Max. watertemperatuur met warmtepomp | °C | 62 | |||
| EN 16147 (a) | |||||
| COP (b) | 3,10 3,35 | 3,14 | 3,21 | ||
| Verwarmingsstijd (b) | h:min | 03:59 | 05:23 | 05:24 | 05:15 |
| Opgenomen verwarmingsenergie (b) | kWh | 2,478 | 3,346 | 3,264 | 3,224 |
| Max hoeveelheid warm water in een enkele afname (A) Afgelevered op 55°C | I | 256 | 336 | 333 | 325 |
| Pes (b) | W | 21 | 22 | 23 25 | |
| Tapping (b) | L | XL | XL | XL | |
| 812/2013 - 814/2013 (b) | |||||
| Qelec (b) | kWh | 3,72 | 5,66 | 6,04 | 5,86 |
| ηwh (b) | % | 130,0 | 138,0 | 129,0 | 133,0 |
| Gemengd water op 40°C V40 (b) | I | 256 | 336 | 333 | 325 |
| Temperatuurinstillingen (b) | °C | 55 55 | 55 55 | ||
| Jaarljiks energieverbruik (gemiddelde klimaatomstandigeden) (b) | kWh/anno | 790 | 1215 | 1299 | 1256 |
| Laadprofiel (b) | L | XL | XL | XL | |
| Interne geluidsdruk (b) | dB(A) | 55 55 | 55 55 | ||
| VERWARMINGSELEMENT | |||||
| Vermogen elektrisch element | W | Raadpleeg het typeplaatje van het product | |||
| Max. watertemperatuur met elektrisch element | °C | 75 | |||
| Maximum opgenomen stroom | A | 1,48 | |||
| ELEKTRISCHE VOEDING | |||||
| Spanning / Maximum opgenomen vermogen | V / W | Raadpleeg het typeplaatje van het product | |||
| Frequentie | Hz | 50 | |||
| Beschemingsgraad | IPX4 | ||||
| LUCHTZIJDE | |||||
| Standaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling) | \( m^3/h \) | 650 | |||
| Beschikbare staatische druk | Pa | 230 | |||
| Minimum inhoud van het vertrek waar de installmentie worden uitgevoerd (c) | \( m^3 \) | 30 | |||
| Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installmentie worden uitgevoerd (c) | m | 1,940 | 2,200 | 2,200 | 2,200 |
| Min. temperatuur vertrek waar installmentie worden uitgevoerd | °C | 1 | |||
| Max. temperatuur vertrek waar installmentie worden uitgevoerd | °C | 42 | |||
| Minimum temperatuur luucht (NB bij 90% RV) (f) | °C | 10 | |||
| Maximum temperatuur luucht (NB bij 90% RV) (f) | °C | 42 | |||
Verder e n h t i a h t h t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t 013, niet bestemd Voor de uitvoer ng van dergelijke installaties.
(A) Waarden verkrogen bij een exte luchtemperatuur van 7^ en con relative vochtrigholdsgraa van 87% Tempcratur van water bij ingang 10°C on ingestello temperatuur van 55°C (volgens de voorschrift van de normen EN 16147 en CDC 103-15/C-2018).Gekanaliseerd product 200mm
B) Wearden verwkogen bij een extenl luchtemperatuur van 7^ en een relative luchtohigtegrad van 87%. Temperatuur van water bi ingarng 10^ en ingestede temperatuur van 55^ (volger de voorschiften van de nomn 2014 C/2073- transitional methods of measurement and calculation). Gekanaliseerd product 200mm
(C) Waarden verkregen uit het gemiddelde van de resultaten van drie tests, litgevoerd volgens de voor schriften van de norm EN 12102-2. Gekanaliseerd product 200mm
(D) Deze waarde garandeert de juste werkng en gemakkeijk onderhoud, in het geval het product niet gekaraliseerd is. De juste workng van het product wortd hoek gecarandeerd tot een hooile van minimaal 2090 m (E) Buiten het temperatuurbereik van die warmepomp worst de verwaming van het water verzekerid door integrale (volgens die bapalingen van EN16147)
ELEKTRISCH SCHEMA

| 1 | Netvoeding (220-230V 50Hz) |
| 2 | Printplaat (moederbord) |
| 3 | Interfacekaart (display) |
| 4 | Aansluitingenkaart |
| 5 | Compressor |
| 6 | Bedrijfscondensator (15μF 450V) |
| 7 | Heetgasklep |
| 8 | Condensor ventilator |
| 9 | Ventilator |
| 10 | Pool van aarden |
| 11 | Veiligheidspressostaat |
| 12 | NTC-sensor Lucht/Verdamper/Aanzuiging |
| 13 | Elektrisch verwarmingselement (*) |
| 14 | Zwerfstroomanode |
| 15 | Lage NTC-sensor (zone verwarmingselement) |
| 16 | Hoge NTC-sensor (warm water) |
| 17 | Elektronisch smoorventiel |
| 18 | Ontstoringsfilter |

De installmente en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in over-eenkomst met de geldige nationale normen voor installmente en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van overheidsinstellungen voor de volksbezondheid.
De installmenteur要去 instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen. De installmenteur要去 aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen.
Transport en behandeling
Controleer bij het afleveren van het apparatusat of hetijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zich. In het geval u schade waarneemdtien u direct een klacht in te dieren bij het transportbedrijf.

OPGELET!
Het is van fondamenteel belang dat u het apparaat in verticale positie verplaatst en opbergt.
Een horizontally transport is alleen toegestaan voor zeer korte trajecten en alleen als het apparaat op dechterzijde ligt, zoals aangegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geinstalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed worden verdeld en om te vermijden dat de compressor schade lijdt.

Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zich originele verpakking te latent totdat het op de gewenste plek worden geinstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft.
«Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installmentatie, dient u bezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant nicht verantwoordelijk»
Plaatsing apparatus
a) het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken要去en volume van Niet minder dan 30m^3 hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kanplaatsvinden.Installerer het appa
raat Niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht verbruiktijdens de werking (bv. gasketel met open systemem, gasboiler met open systemem, enz...) behoudens afwijkende lokale normen. De fabrikant garandeert de prestaties en de veilighheid van het product Niet wanner het buitenshuis worden geinstalleerd.
b) Het is nooodzakelijk vanaf het punt vanplaatsing de buitenkant van het gebouw te konnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerkanaal, mits het gebruik hiervan is voorzien. Deplaatsing van de koppelingen voor de toe- en afvoerkanalen zich aan de boenzijde van het apparaat geplaatst.
c) Controller of het vertrek waar men de installmentie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen.
d) Er要去 op de gekozen installmentieplek een elektrische voedingsbron aanwezig়, eenfase 220-240 Volt 50 Hz. Als die bron Niet aanwezig is要去 hij hunnen worden aangemaaakt.
e) Het moet möglichk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan derijkant van het apparatusat met een geschikte sifon een condensafvoer te creeren;
f) Op de gekozen installmentiek moet het möglichk zijn om de voorgeschreven minimale afstanden aan te honden;
g) De installment van de kanalen dient onderhoud op de verdamperfilter möglich te make;
h) De ondergrond moet zodenig vlak zich dat de het apparaat volledig verticala staat;
i) de gekozen installmentiek要去 conform zich aan de IP graad (bescherming gegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparatus, volgens de geldende normen.
j) het apparaat mag Niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook Niet bij aanwezigheid van ramen.
k) het apparaat mag Niet blotgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas.
I) het apparaat mag Niet direct op elektrische leidingen worden geinstalleerd die Niet zich beschermd gegen spanningsschommelingen.
m) het apparaat moet zo zich mogelijk bij de gebruikspunten worden geinstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen gegen te gaan.
n) de lucht die door het apparaat worden aangezogen要去 vrij zich van stof, zuurdampen en oplosmiddelen.
Zorg voor voldoende ruimte rond het apparaat om een goede toegankelijkheid te garanderen en onderhoudswerkzaamheden te vergemakkelijken. Zorg voor een minimale afstand van 50~cm aan beiden kanten van het apparaat en voor een minimale hoogte van het plafond van ca. 20~cm voor werkung zonder luchtkanalen en 23 bij werkung met luchtkanalen.

Plaatsing op de grond
1) Zodra u de geschikte plek voor de installmentie hebft gezonden verwijdert u de verpakkingsmaterialien en draait u de zichtbare bevestigingen op de pallet van de twee latten los waarop het apparaat rust.
2) Haal het product van de pallet met behulp van de waarvoort bestemde handgrepen.
3) Bevestig de voetjes (d.m.v. de speciale gaten) aan de grond m.b.v. de geschikte schroeven en pluggen.
AANSLUITING LUCHT
OPGELET!
Een Niet passend type van luchtkanalising heeft invloed op de prestatie van het product en verlangt de opwarmtijd significan!
Houd er rekening mee dat het gebruik van luchtuit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zonden kunnen benadelen. Het apparaat hebt aan de bovenzijde een luchttoevoeropening en twee openings voor de afvoer van de lucht.
Het is belangrijk dat de luchtinlaat- en uitaatroosters Niet worden verwijderd, stuk gaan of op welke manier dan ook worden gemani-puleerd (Fig. A).
De temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan temperaturen bereiken van 5 - 10^ minder dan de binnenkomende lucht. Als deze Niet gekanaliseerd worden kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen.
Als de lucht die door de warmtepomp worden bewerkt maar buiten toe worden afgevoerd of vanuit buiten maar binnen worden aangezogen (of vanuit een ander vertrek),要去en er geschikte kanalen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer.
BELANGRIJK: om condensvorming te voorkomen worden geadviseerd om geisoleerde ledingen te gebrulken.
Controleer of de kanalen goed+zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat, om te voorkomen dat ze per ongeluk plotseling losschieten of lawaai maken. Installer de kanaliseringen in overeenstemming met alle hoogtes, zoals weergegeven in (Fig.B). Zorg voor een minimale afstand+tussen het product en de kanaliseringen om het verdamperfilter te kunnen verwijderen.
LET OP: gebruik geen externe roovers die hoge belastingsverliezen met zich meebrngen, zoals bijvoorbeeld insectenroosters.
De gebruekte roovers要去en een goede luchtdoorgang toestaan; de afstandussen de luchtingang en -uitgang mag Niet kleiner zichn dan 37~cm Beschem de externe kanaliseringen gegen wind. Het uiststoten van lucht op een schoorsteen is alleen toegestaan als er voldoende trek is, bovendien is periodiek onderhoud van de schoorsteen en bijbehorende accessoires verplicht.
Raadpleeg voor de maximale lenghte van de leidingen, inclusief de terminal, de tabel "Gebruikelijke configuraties".
De totale drukverliezen is de som van alle drukverliezen van alle componenten van aan en afvoer van de lucht, en moet kleiner zich dan de maximale staatische druk van de ventilator (Appendix).
GEBRUIKELIJKE CONFIGURATIES
Wanneru een bocht toevoegt:
- 90^ (PEHD) haal 4 m van de toegestane lengte af
- 45^ ( PEH) haal 2 m van de toegestane lengte of
90^ (PVC) haal 3 m van de toegestane lenghte af - 45^ (PVC) haal 1,5 m van de toegestane lengte af





Tabel minimale hoogte plafond bij gekanaliseerde installmentie
| Model 200 I 250 I | ||
| ø 150 mm | ≥2050 mm | ≥2310 mm |
| ø 160 mm (PEHD) | ≥2140 mm | ≥2400 mm |
| ø 200 mm | ≥2060 mm | ≥2320 mm |
HYDRAULISCHE AANSLUITING
Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventuele achtergebleven onzuiverhedenwegspoelen. Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventuele achtergebleven onzuiverhedenwegspoelen. Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand+zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warmer water dat de 75^ /7 bar kan bereiken. We raden u waarom aan materialien te gebruiken die tegen die temperaturen bestand,zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het dielektrische verbindsingselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Het Is verplicht om de dielektrische verbindingsstukken met pakkingen te gebruiken (die bij het product geleverd,zijn) op de uitgangsleiding van het warmer water, alvorens de verbinding tot stand te brengen.
Het toestel mag Niet werknen met water waarvan de hardheid lager is dan 12^ , of met water met zeer grote waterhardheid (meer dan 25^ ), in dit geval is het aanbevolen om een waterverzachter te gebruiken die correct gekalibreerd en gecontroleerd is, zDat de resterende waterhardheid onder 15^ daalt. Op de waterinlaatleiding van het toestel, gemarkeerd met een blauwe kraag, sluit u een T-koppeling aan. Op deze koppeling schroeft u aan de ene Kant een kraan om de waterverwarmer leeg te lately lopen, die enkel kan worden bediend met behulp van een gereedschap, en aan de andere kant een beveiliging gegen overdruk.
Sommige landen vereisen het gebruik van specifieke hydraulische beveiligingen (zie afbeelding hierna voor de landen van de Europese Gemeenschap), in overeenstemming met de vereisten vanplaatselijk wetten. Het is de taak van de gekwalificeerde installmenter, belast met het installereren van het product, om te beoordelen of de te gebruiken beveiliging geschikt is volgens de geldende voorschriften. De codes voor deze accessiores zijn:

Hydraulische veiligheidsgroep 1/2" Cod.877084 (voor producten met toevoerleidingen met een diameter 1/2") Hydraulische veiligheidsgroep 3/4" Cod.877085 (voor producten met toevoerleidingen met een diameter3/4") Sifon 1 Cod.877086
Het is verboden om aflsuiters (kleppen, kranen, enz.) tussen de beveiliging en de waterverwarmer te plaatsen. De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een
afvoerbuis met een diameter die Niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3 / 4^ ) , door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20~mm möglichk maakt en die een visuèle controle toestaat. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m.b.v. een flexibeule buis aan op de koudwaterkraan. Indien moodzakelijk kunt u een afsluitkaan gebruiken. Indien de leegloopkraan worden opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang worden verbonden.
Als u het mechanismisme gegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde Niet forceren en er Niet aan sleuteelen. Eenlicht druppelen van het mechanismisme gegen de overdruk is normal in de verwarmingsfase, waar raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze要去 altijd in verbinding staan met de atmsofeer) op een draineeruis die in een doorlopende helling near beneden is geinstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op bezelfde buis is het bovendien wenselijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de onderzijde van de boiler. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan要去 een drukverlager worden aan gebracht, zo ver möglichk van het apparatusaat.
Bij de modellen SYS en TWIN SYS is het mengventiel verplicht.
In de versies SYS en TWIN SYS is een 34 "G-aansluiting aanwezig voor re-circulatie van de hydraulische installmentie (indien aanwezig). In de SYS-versie zich twee 34 "G-aansluitingen aanwezig, boven (ingang) en onder (uitgang) de spiraal, waarop een hulpbron kan worden aangesloten. In de TWIN SYS-verse zich twee spiralen aanwezig waarop twee verschillende hulpgeneratoren konnen worden aangesloten.
Bij de TWIN SYS-versie worden aanbevolen een eventuel zone-energiesystem te verbinden met de onderste spiraal, en de andere warmtegenerator met de bovenste.
OPGELET! Spoel de leidingen van de installmentie grondig door, zodat eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat konnen verhinderen, verwijderd worden.
ANTILEGIONELLAFUNCTIE
Legionella is een soort bacterie in de vorm van een staaf e, die on alle bronwater op natuurlijke wijze aanwezig is. De "legionairsziekte" bestaatuit een bepaalde vorm van longontsteking, veroorzaakt door het inademen van waterdamp die deze bacterie bevat. In deze optiek is hetoodzakelijk om te vermijden dat het water lange tijd in de waterverwarmer stagneert; dit betekent dat de waterverwarmer minstens elke week moel worden gebruikt ofleeggemaakt. De Europese norm CEN/TR 16355 levert aanwijzingen wa de goede practijknen betreft die men要去openen om de proliferatie van legionella in drinkbaar water te voorkomen. Wanner er lokale normen bestaan die andere beperkingen opleggen wat het thema legionella betreft, dan要去en die eveneens worden loegtepast.
Deze opsgalboiler worden verkocht met een thermische desinfectiecyclus die standardui uitgeschakeld is. Telkens wonneer het product wordt ingeschakeld en om de 30\dagen worden de thermische desinfectiecyclus uitgevoerd om de boiler te verwarmen tot 60^
Aandacht: de temperatuur van het water in de tank kan onmiddelijkk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zijn het meest aan dit risico voor brandwonden blootgesteld. Controller de temperatuur van het water Vooraleer een bad of een douche te nemen.

LET OP! (alleen voor de versie SYS en TWIN SYS)
Verzeker u ervan dat de temperatuur die gedetecteerd worden door de sensoren S2, S3 en S4 van de besturingseenheid van de hulpbron, in de boiler, Niet hoger worden dan 75^
Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld.
Het apparaat worden geleverd met een voedingskabel (wanner deze verwangen要去 worden, dient men een originele verwangingskabel te gebruiken die door de fabrikant worden geleverd).
Het is noodleszakelijk een contrôle ult te voeren van de elektrische Installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controller of de installmentie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen.
Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zich verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeme, het verwarmingssystem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparatus.
Vór de inbedrijstelling moet u controleren de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is Niet aansprakelijk voor eventuale schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektricitesttoevoer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebrukt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunter 3mm ,beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar. Op de hoofdprint PLAAT van het apparaat zit een aardingscontact, dat uitsluitend functionele doelen heeft en nicht bedoeld is voor beveiliging. Om toegang te krijgen tot de aansluitkaart op de achterkant rechts van het product, maakt u het betreffende deksel open en voert u de aansluitingen uit volgens de gekozen configuratie:
PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING (24h/24h)
Als u nicht beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren gebruikt u deze configuratie. De boiler zar altijd op het elektrische net zich aangesloten, waardoor het 24 eer per dag zar werken.

ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL (24h/24h)
Dit heeft bezelfde economische Voordelen als de configuratie met dal-en piekuren. Het is bovendien möglichk een directe verwarming te hebben m.b.v. de BOOST-modus die de verwarming ook activeertijdens het HPtarief.
1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signalcontacten op de meter.
2) Sluit de tweepolige signaalkabel (B) aan op de EDF-connector "SIGI"
die zich in de schakeldoos rechts van het product bevindt (doorboor de rubbertjes om een doorsnede te krijgen die geschikt is voor doorvoer van de kabel).
LET OP: het EDF-siŋaal heeft een spanning van 230V.
3) Activeer de HC-HP-functie door middel van parameter P1 van het installatiemenu.

HULPVERBINDINGEN
Als er een FV-system moet worden verbonden of een SG-signaal beschikbaar is, is het möglichelijk een tweepolige kabel vanaf de inverter of de kabel van het SG-signaal (de eene of de andere) te verbinden met de schakelkast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang).
Verbind de genoemde kabel (C) met de connector met het opschrift "SIG2" en activeer de functie PV (P11) of SG (P13) via het installment菜单. Let op: signaal 230 V.
Alleen voor de modellen SYS of TWIN SYS, in het geval er een hulpwarmtegenerator is (bv. ketel) en de aanvulling die worden verrangen, is het möglichk een tweepolige kabel (D) te verbindenussen de warmtegenerator (indien hiervoorn geschikt) en de elektronicakest op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoord bestemde kabeldoorgang). Verbind de kabel met de connector met het opschrift "AUX" en stel de parameter P14 in op 1 via het installationenu

In het geval van aansluiting van de SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de bovenste sondeholder S3 te gebruiken.
In het geval van aansluiting van de TWIN SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de sondeholders te gebruiken voor de onderste warm-tewisselaar S4 en voor de bovenste S3.
In het geval van aansluiting van de SYS- of TWIN SYS-versie op de zonnecentrale (onderste warmtewisselaar), kunt u ofwel alleen de onderste sondeholder gebruiken (S2) ofwel beiden (S2) en (S3/S4).
| KABEL Zekering | |||
| Permanente voeding (kabel worden bij het apparaat geleverd) 3G ø min. 1.5 mm² H05VV-F B 16A | |||
| Signaal HC-HP (kabel worden nicht bij het apparaat geleverd) 2G ø min. 1 mm² H05VV-F | |||
| Signaal AUX/PV/SG (kabel worden nicht bij het apparaat geleverd) 2G ø min. 1 mm² H05VV-F | |||
| Signaal BUS* (kabel worden nicht bij het apparaat geleverd) | max. 50 m - 2G ø min. 1 mm² | ||
* BELANGRIJK: om interferentieproblemen bij de BUS-aansluiting te voorkomen, dient u een afgeschermde kabel of een getwist paar te gebruiken.
Bus BridgeNet
STARTWIZARD
Dit product is compatibel met Bus BridgeNet. Voor een correcte installment op de BUS dient uijdens de startfase de parameters SYSTEM en CASCADE als volgt in te stellen:
SYSTEM = NO
Het product is nicht aangesloten op de BUS of isuitsluitend aange - sloten op een bedieningspaneel.
- SYSTEM = YES Cascade = NO
Het product is geinstalleerd in een bus-systeem met andere compatieteel warmtegeneratoren (zonnepANELen, cv-ketel, hybride systeem ofwarmtepomp), waarvan tenminste eén de BUS voedt. Als er een wifi-ga-teway op de BUS aanwezig is (geinstalleerd op de bedieningspaneel ofop een verwarmingsgenerator), kunnen de verwarming en levering vanwarm sanitair water worden beheerd vanaf eén app op de smartphone
SYSTEM = YES Cascade = YES
Het product is geinstalleerd in een cascadesystem (max. 8) voor commercieel of collectief gebruik. Nadat u de optie CASCADE heeft ingesteld, dient u te bevestigen of het product de MASTER of een van de SLAVES van de cascade is. Met de BUS kannen alle werkingsparameters voor de gebruiker van het MASTER-product worden uitgelijnd met de SLAVE-producten.
De parameters SYSTEM en CASCADE waar van invloed op de par
meters P33 en P34 van het installation菜单.
Bij inschakeling van het product om te werken op de BUS voorziet het product de BUS Niet van stroom, om het risico op overbelasting van het vermogen te voorkomen (parameter P33 van het installment菜单 ingesteld op OFF), behalte als het product een MASTER van een cascadesystem is. Daarom要去en minste een andere generator zich die de BUS van stroom voorziet om de startfase te voltooien.
Wonneer het product geinstalleerd is op de BUS, worden alle parameters voor het beheer van warm sanitair water gedeel met de andere producten, zowel de speciale parameters als de systeempa-rameters, en kan er een enkele bedieningspaneel worden gebruikt.
INSTALLATIETYPEN MET ANDERE WARMTEGENERATOREN
- Boller met warmtepomp en除去 verwarmingsgenerator (cv-ketel, warmtepomp of hybride system).
De producten zich nicht geintegreerd, maar+kunnen bediend wor den met een bedieningspaneel.
- Boiler met warmtepomp met ondersteunende hulpgenerator (cv-ketel en/of zonnepanelen) op de spiraal.
In geval van installmentie met cv-ketel als ondersteunende generator: om de boiler met warmtepomp de cv-ketel te lately gebruiken inplaats van het verwarmingselement, via de BUS, dient u parameter P14 op waarde 3 in te stellen (raadpleeg de paragraaf INSTALLATIEMENU).
Indien nicht anderszins gespecifieerd in de handleiding van de hulpgenerator, leest de hulpgenerator de sensoren van de boiler Niet uit; er zich daarom aanvullende sensoren nodig, afhankelijk van het hydraulische schema.
- Boiler met warmtepomp in voorverwarming van de combi-verwarmingsgenerator (cv-ketel of hydride combi-ketel).
Om het beheer van voorverwarming in te schakelen bij de levering van warm sanitair water, stelt u parameter P14 in op 2. De boiler en de combi-generator delen in deze installmente bezelfde instelling voor sanitaire temperatuur. De temperatuur van de boiler kan worden verlaagd in Vooraf ingestelde tijdperiodes met parameter T MIN of worden verhoogd met parameter PV SET in geval van fotovoltaische aansluiting.
De combi-ketel leest de sensoren van de boiler Niet. Er zich aanvullende sensoren nodig, afhankelijk van het hydraulische schemaa.
AANSLUITING BUS
Sluit een kabel op de "BUS"-aansluiting aan zodat de boiler met warmtepomp bediend kan worden met een bedieningspaneel op de BUS, samen met andere warmtegeneratoren.





EERSTE INBEDRIJFSTELLING

OPGELET!
Het apparatus moet geinstalleerd worden door een gekwalificeerd technicus die over de wettelijk verelste vaardligheden beschikt.
BEDIENINGSPANEEL
De gebruikersinterface omvat eenLCD-display en 7 aanraakknoppen. Er zijn 2 blauwe leds: ON (wonneer het apparaat ingeschakeld is) en BOOST (wonneer BOOST geactiveerd is).

| Instelbare parameter. | |
| Wi-Fi actief (alleen indien aanwezig) | |
| Tijdsprogrammering actief | |
| 1...7 | Dag van de week (1 = Zondag) |
| HP | Warmtepomp actief |
| Integratie elektrisch verwarmingselement actief | |
| geeft aan dat de ontsmettingsfunctie geactiveerd is. | |
| geeft aan dat de PV- of SG-modus is geactiveerd (indien aanwezig)Als de overeenkomstige modus actief is, worden dit aangege-ven door de secundaire reeks. | |
| geeft aan dat de SILENT modus geactiveerd is. | |
| geeft aan dat de vorstbeveiligingsfungtie geactiveerd is. | |
| geeft aan dat de watertemperatuur hoger is dan de weerge-geven gewenste temperatuur > T SETPOINT + 5°C | |
| geeft aan dat er minstens eén douche beschikbaar is. | |
| geeft de geschatte energia-inhoud aan op basis van de ingestelde temperatuur. |
Voor u de boiler in werkung stelt moet u controlleren of de installmentar alle handelingen heegt uitgevoerd die tot+zijn bevoedgheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installmentar te hebben begrepene betreffende de werkung van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat. De wachtijd bij de eerste inschakeling van de warmtepomp is 5 minuten.
OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50^ uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden ukaarom aan een thermostatische mengkraant te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit.
LET OP!
Als de watertemperatuur meer dan 6^ hoger is dan de ingestelde temperatuur, dan verschijnt op het display het pictogram

INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
Druk op de " Cnop om de boiler in te schakelen.
Op de display verzchijnen de "ingestelde" temperatuur en de bedrijfsmodus, verwij het HP symbol en/of het symbool van het verwarmingselement aangeven of respectievelijk de warmtepomp en/ of het verwarmingselement in bedrijf is.
Druk gewoon gedurende 1 seconde op de " ^ ,knop om de boileruit te schakelen. De corrosiebescheming is gegardeerd. Het product verzekert dat de watertemperatuur in de tank nicht lager zakt dan 5^
DE TEMPERATUUR INSTELLLEN
De gewenste temperatuur voor het warm water kan worden ingesteld m.b.v. de "+" of " - " knop, (T SET POINT, de weergave op het display knippertijdelijk).
Druk op de " SET " knop om de temperatuur van het water in de tank waar te geven; de waarde worden gedurende 3 seconden weergegeven. In warmtepompmodus zijn 40^ en 55^ de min. en max. temperaturen die standard bereikbaar�. Dit bereik kan worden uitgebrend (min./ max. 40^ / 62^) in het installment菜单. De maximaal bereikbare temperatuur met het verwarmingselement is 75^ .
Door de instelleningen in het installment菜单 te wijzigen, kan deze waarde veranderen.
DOUCHEN MOGELIJK"

Wonneer het display het pictogram weergeeft, betekent dit dat er minimaal een douche beschikbaar is.
De möglichke douches zijn op basis van de beschikbaarheid van warm water. Een douche is bedoeld als: 40 I bij 40^
WERKING
" MODE 一 ^ de gebruiker kan de bedrijfsmodus van de boiler instellen. De geselecteerde modus wordt op de regel onder de temperatur vermeld.
Wanneer de warmtepomp in bedrijf is, worden het volgende
symbolweergeveen:"HP
Wanner het verwarmingselement in bedrijf is, wordt het volgende symbol weergegeven:
GREEN
alleen de warmtepomp is in bedrijf, er worden priorititeit gegeven aan energiebesparing. De max. bereikbare temperatuur is afhankelijk van de waarde van parameter (51 - 62^) . Het verwarmingselement mag alleen worden ingeschakeld en in bedrijf gesteld voor back-up- of veriligeidsmodus (fouten, temperatuur van de lucht buiten werkingsbereik, ontdooiprocesse bezig, antilegionellafunctie).
COMFORT
de boiler bereikt de ingestelde temperatuur door rationeel gebruik te makesen van de warmtepomp en, alleen indien nodig, van het verwarmingselement. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan comfort. Wanner het apparaat in comportmodus werkt, kan de geluidsemissie toenemen.
- FAST
permanente Boost-modus, de boiler maakt gebruik van zowel de warmtepomp als het verwarmingselement om de ingestelde temperatuur te bereiken. Hierbij worden priorititeit gegeven aan verwarmingstijd.
- I-MEMORY
deze modus is bedoeld om het energieverbruik te optimaliseren en het comfort te maximaliseren door de warmwaterbehoeften van de gebruiker en het geoptimaliseerd gebruik van de warmtepomp/het verwarmingselement te monitoren. Het algoitme garandeert de dagelijkkse behoefte door het gemiddelde voor te stellen van de profielen die gedurende de 4 voorgaande weken werden vastgesteld. De eerste week blijft de door de gebruiker ingevoerde setpoint-temperatuur constant; vanaf de tweede week za het algoitme de setpoint-temperatuur automatisch aanpassen om de dagelijkkse behoefte te verzekeren. Om het I-Memory-profiel te resetten, gebruikt u U9 (I-Memory-modus is zichtbaar wonneer U1: PROGRAM op "OFF")
HC-HP
modus verwarming wordenuitgevoerd binnen HC-HP-signaaldetectie om te verwarmen wonneer energia aan verminderd tarief beschik-. baar is. De gewenste temperatuur is afhankelijk van de geselecteerde specifieke HC-HP-modus:
- HC-HP: wonneer signaal EDF gedetecteerd worden, denen HP en HE werken (prioriteit aan HP). Vorstbescherming worden de hele dag door gegarandeerd.
- HC-HP_40: wanneer signal EDF gedetecteerd worden, werkig als HC-HP; in het andere geval worden de temperatuur op 40^ gezouden (alleen HP).
HC-HP24h: wonneer signaal EDF gedetecteerd wordt, werkig als HC-HP; in het andere geval wordt ingestelde temperatuur met alleen de HP bereikt (min./max. 40 / 62^
Lte activeren in installment菜单P1.
- BOOST( >nop)
Zowel de warmtepomp als het verwarmingselement worden gebruikt om de ingestelde temperatuur binnen de kortst möglichkeijd te bereiken. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, worden de voorgaande modus opnieuw geactiveerd.
HOLIDAY
te gebruiken tijdens eenperiode van afwezigheid. Zodra de gesele- teerde periode verstrikt, worden de Vakantie-modus gedexeveerd en start het apparaat automatisch op om opnieuw te werken volgens de eerdere instelling. De Vakantie-modus worden ingesteld via het gebruikersmenu. In deze modus is er geen verwarming, de vorstbeveilig ing en de ontsetmingscyclus zichn wel gegarandeerd.
GEBRUIKERSMENU
Het menu worden geopend met behulp van de knop " MENU".
Druk op de knop "+" op "-" om de parameters U1, U2, U3 ... U10, te selecteren. De beschrijving van iedere parameter verschijnt op de regel eronder. Druk op "SET" om te bevestigen en op "MODE" om terug te keren.
| PARAMETER NAAM BESCHRIJVING PARAMETER | |
| U1 PROGRAM | Hiermee kan de gebruiker verschillende bedrijfs-modi selecteren:PROGRAM ON - TIME BASED:GREEN, COMFORT, FASTPROGRAM OFF - ALWAYS ACTIVE:GREEN, COMFORT, FAST, AUTO, HC-HP |
| U2 PRGTIME Gebruiker kan de gewenste timeslots selecteren | |
| U3 PRG SET Personaliseren van deijdprogrammering | |
| U4 HOLIDAY | Om de VAKANTIE-modus te activeren/deactive-ren. Na bevestiging van AAN moet de gebruiker het,aantal afwezigheidsdagen als "Vakantieda-gen" invoeren |
| U5 ANTBACT Geeft werk of de functie gegen legionella actief is | |
| U6 DATE | Instellen van de datum (jaar, maand, dag), de tijd(uren,这段时间) en in-/uitschakelen van de automatische omschakeling maar zomer-/wintertijd. |
| U7 REPORTS | Geeft het energieverbruik waar (totaal) |
| U8 SILENT | Om de SILENT-modus te activeren/deactiveren(Aan/Uit). Aanbevolen voor Niet-afgetrokkenconfigurations. |
| U9 I-MRESET | Om de toevoerprofielen te herstellen selecteert uOn en drukt u op de toets SET.Door te bevestigen worden de opgeslagengegevens gewist vanaf de herstart van het leer-proces vanaf de huidige week. |
| U10 WIFI RS | INDIEN BESCHIKBAAROm de Wi-Fi-gegevens te resetten selecteert uOn en drukt u op de toets SET |
- TIMER INSTELLLEN
Parameter U2 PRGTIME.
gebruiker kan voor iedere dag van de week 4 verschillende timeslots instellen. [START] en [STOP] definiieren het begin en het einde van een timeslot. Na het vierde timeslot worden aan de gebruiker bevraagd om de instelling te bevestigen. Om het geselecteerde timeslot en de timeslots erna te resetten, drukt u op « - « totdat op de display “SET” verschijt; druk daarna op [SET]. Als een timeslot Niet ingesteld is, blijft
het als nicht-gedefinieerd aangegeven :
Voorbeeld: het water moet opgewarmd worden van 8 tot 12uur en van 16 tot 20uur.
Bij selectie van ALL_DAYS worden van maandag tot zondagdezelfd timeslots toegewezen. Daarna kan iedere dag van de week individuel worden aangepast door de overeenstemmende parameter te selectoren.
Merk op: als het geseleeteerde timeslot te kort is, za de gewenste temperatuur Niet bereikt können worden.
PROGRAMMA-INSTELLINGEN
Parameter U3 PRG SET. Het is möglichk om de verschillende werkmodi aan te passen wanner U1 actief is.
| PARAMETER | NAAM BESCHRIJVING PARAMETER | |
| U3.1 | T MIN | Buiten het timeslot worden een minimale watertemperaatuur gegarandeerd. |
| Warmtepomp water voorverwarmen: ingestelde temperaatuur is al bereikt bij het begin van de geselecteerde timeslots | ||
| U3.2 | PREHEAT | Warmtepomp water voorverwarmen: ingestelde temperaatuur is al bereikt bij het begin van de geselecteerde timeslots |
INSTALLATIEMENU
LET OP:
DE VOLGENDE PARAMETERS MOETEN DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL WORDEN INGESTELD.
De belangrijkste instellenungenuron in het Installatiemenu worden gewijzigd. De instelbare parameters worden weergegeven op het display, samen met het sleutelsymbol " Druk gedurende 3 seconden op "MENU" om het Installatiemenu te openen,selecteerervolgenswachtwoord 234.
| PARAMETER | NAAM | BESCHRIJVING PARAMETER |
| P0 | CODE | Intoetsen van de code om toegang te krijgen tot het installatiemenu. Op het display verschijnt het getal 222, druk op de toetsen "+" en "-" en toets code 234 in. Druk op de toets "SET" om te bevestigden. Nu heeft u toegang tot het installmentenu. |
| P1 | HC-HP | Werking met gedifferentieerde voeding: 0. HC-HP_OFF (standaard UIT) 1. HC-HP 2. HC-HP_40 3. HC-HP24h |
| P2 | ANTIBACT | De functie ANTIBACT kan worden ingesteld: ON (functie ingeschakeld) OFF (functie uitgeschakeld / standaard UIT) |
| P3 | T ANTB | T ANTB geeft de temperatuur aan die bereikt要去 worden [60/75 °C] voor de antibacterièle cyclus en ge-durende minstens 1aar aangehouden要去 worden. |
| P4 | T MAX | Aanpassing van de MAX bereikbare temperatuur [65/75 °C]. Een hogere temperatuurwaarde zorgt er-voor dat een grolette hoeveelheid warm water kan worden gezruikt.. |
| P5 | T MIN | Regeling van de MIN. bereikbare temperatuur. Een lagere temperatuurinstelling LAST eenmeer energie-efficiente werkung toe in geval van beperkt warm-waterverbruik |
| P6 | I-M TMIN | Te garanderen minimumtemperatuur in I-Memory-modus wonneer het algoirime geen waterafnames hebts vastgesteld. |
| P7 | TMAX HP | Maximale watertemperaatuur die kan worden bereikt met alleen de warmtepomp. Dit kan door de installmentbinnen het bereik [40/62 °C] worden ingesteld. |
| P8 | TMINAIR | Minimale luchttemperaatuur die werking van de warmtepomp verzekert; indien de luchttemperaatuur onder deze waarde zakt, worden de compressor afge-remd. Dit kan door de installmentbinnen het bereik [-10, 10 °C] worden ingesteld. |
| P9 | HYST HP | Hysteresewaarde die ervoor zorgt dat de warmtepomp opnieuw start nadat de gewenste temperaatuur is bereikt. Dit kan door de installmentbinnen het bereik [3/12 °C] worden ingesteld. |
| P10 | TANKVOL | Deze parameter geegt de capaciteit van de tank aan en is nuttg in geval van individuèle aanpassing van een reserveonderdeel. |
| P11 | PV MODE | Werking met PV:0. OFF (PV standarduihuit)1. PV_HP (PV modus met alleen HP)2. PV_HE (PV modus met HP en HE1)3. PV_HEHP (PV modus met HP en HE1+ HE2) |
| P12 | PV TSET | Deze parameter geegt de te bereiken temperaatuur in PV-modus aan. Dit kan door de installmentbinnen het bereik [55/75 °C] worden ingesteld. |
| P13 | SG MODE | Werking met SG:0. OFF (SG standarduihuit)1. HP_ON (SG modus met alleen HP) |
| P14 | SYSMODE | Werking van het systeme:0. STD (standaard installatione)1. OUT (het product is geconfigureerd om te werken met een hulpbelasting op de spiraal, bestuurd vanaf het direte contact AUX)2. PRHE (het product is geconfigureerd als generator in voorwarming om te werken met een hulpbelasting en de parameteters voor sanitair water te delen)3. SYS (het product is geconfigureerd om te werken met een hulpbelasting op de spiraal, bestuurd via Bus) |
| P15 | BUZZER Akfestschrift signaal bij het indrukken van de knappen | |
| P16 | SILENT | De functie SILENT kan worden ingesteld:ON (functie ingeschakeld)OFF (functie uitgeschakeld - standardinstelling) |
| P18 | FACT RS | Dit commando要去 worden ingesteld als de instal-lateur de fabrieksinstallingen wil herstellen; alle inst-slingtonen van de gebruiker worden terug op hun standardwaarde ingesteld, met uitzondering van energiestatlieken, tankinhoud en wifi (indien aanwe-zig). |
| P19 | MB SW HP-TOP-MB-softwareversie in als MM.mm.bb. | |
| P20 | HMI S HP-MED-HMI-softwareversie in als MM.mm.bb | |
| P21 | T LOW | Deze parameter geegt de watertemperaatuur in °C aan die werk afgelezen door de op het laagste punct in de water-tank geinstalleerde NTC.Als de NTC een foult aangeeft, wordt "-" weergegeven. |
| P22 | T HIGH | Deze parameter geegt de watertemperaatuur in °C aan die werk afgelezen door de op het hoogste punct in de watertank geinstalleerde NTC.Als de NTC een foult aangeeft, wordt "-" weergegeven. |
| P23 | T DOME | Deze parameter geegt de watertemperaatuur in °C aan die werk afgelezen door de in de koepel van de water-tank geinstalleerde NTC.Als de NTC een foult aangeeft, wordt "-" weergegeven. |
| P24 | T AIR | Deze parameter geegt de luchttemperaatuur in °C aan die werk afgelezen door de op de externe unit gein-stalleerde NTC.Als de NTC een foult aangeeft, wordt "-" weergegeven. |
| P25 | T EVAP | Deze parameter geegt de gastemperaatuur in °C aan die werk afgelezen door de voör de verdamper op de ex-terne unit geinstalleerde NTC.Als de NTC een foult aangeeft, wordt "-" weergegeven. |
| P26 | T SUCT | Deze parameter geegt de gastemperaatuur in °C aan die werk afgelezen door de voör de compressor op de externe unit geinstalleerde NTC.Als de NTC een foult aangeeft, wordt "-" weergegeven. |
| P27 | T COND | Deze parameter geegt de gastemperatuar in °C aan die werk afgelezen door de na de condensor op de exter- ne unit geinstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, worden "--" weergegeven. |
| P28 | T DISC | Deze parameter geegt de gastemperatuar in °C aan die werk afgelezen door de na de compressor op de ex- terne unit geinstalleerde N Als de NTC een fout aangeeft, worden "--" weergegeven. |
| P29 | T SH | Deze parameter geegt de temperatuur voor overver- hitting in °C aan. Als de NTC verdamping of aanzuiging een fout aangeeft, worden "-" weergegeven. |
| P30 | ERRORS | Deze parameter maar toe om de laaatste 10 fouten die zich hebben voorgedaan te doorlopen. |
| P31 | WI-FISET | De functie Wi-Fi (indien beschikbaar) kan worden ingesteld: ON (functie ingeschakeld) OFF (functie uitgeschakeld) |
| P32 | F ANTB | Herhaling op dag [1-30] van de antibacterièle cyclus, in- dien actief |
| P33 | EBUS POWER | ON (functie ingeschakeld) - OFF (functie uitgeschakeld) |
| P34 | HP-TYPE Instelling cascadesystem [Master-Slave1,...,Slave7] | |
Beschikt u over een fotovoltaisch system, dan kurz u het product instellen voor optimaal gebruik van de geproducede stroom. Na uitvoering van de elektrische aansluitingen, stelt u parameter P1 in op een andere waarde dan «0» Moet het signalaig gedurende minstens 5 minuten ontvangen worden (zodra het apparaat een cyclus start, za deze gedurende minstens 30 minutes werken).
Na detectie van het signaal werkde bedrijfsmodus als volgt:
- OFF (waarde 0 - default)
PV-modus gedeactiveerd.
- PV_HP (waarde 1)
bij aanwezig signal van de omvormer. Het apparaat bereikt de ingestelde temperatuur (maximaalussen T SET POINT en PV TSET) met alleen dewarmtepomp (max 62^
- PV HE (waarde 2)
Het apparaat bereikt de ingestelde temperatuur (maximaalussen T SET POINT en PV TSET) door alleen de warmtepomp te lately draaien tot 62^ en indien nodig het verwarmingselement (1500 W).
- PV_HEHP (waarde 3)
de ingestelde temperatuur (maximaal tussen T SET POINT en T W PV) Iword bereikt met de warmtepomp en het verwarmingselement (1000 W) tot 62^ Voor hogere temperaturen dan 62^ worden het tweede verwarmingselement (1500 W) geactiveerd.
- PARAMETER P13 - SMART GRID-MODUS
Als u een SG-siŋnaal heeft, kunt u de signaalkabel aansluiten zoals beschreven in het hoofdstk «Elektrische aansluitingen», als functie P13 is geactiveerd, verschijnt het SG-symbool. Zodra het apparaat het signal gestourende minimaal 5 minuten ontvangt (zodra het apparaat een cyclus start, werk te minimaal 30 minutes), worden de naam van de geselecteerde modus en het bericht SG ON afwisselend weergegeven; de huidige bedrijfsmodus worden automatisch gewijzigd door het apparaat in te stellen op de temperatuur ingesteld door dethermostatat (maximum tussen T SET POINT en PV TSET), verwij alleen de warmtepomp in bedrijf is (max. 62^ C).
PARAMETER P16 - SILENT-MODUS
Deze functie verminder het geluidsniveaua (prestaties kuren verschillen van de opgegeven waarden). Ze kan worden geactiveerd met de parameter P6 in het installment菜单.
VORSTBEVEILIGING
Als de temperatuur van het water in de tank onder 5^ zakt verwijl het apparaat ingeschakeld is, zal het verwarmingselement (1000 W) automatisch worden geactiveerd om het water op te warmen tot 16^ .

De Defrost-functie wordt geactiveerd wanneer de warmtepomp al minstens 20\ minuten functioneert, de waargenomen luchttemperatuur onder 15^ ligt en de\ verdampertemperatuur snel afneem. Wanneer de defrost-cyclus in werkig is,\ wordt op het display het hiernaast algebeelde pictogram weergegeven.
Het apparaat wordt geleverd met een reeks standaard ingestelde modi, functies of waarden (zie onderstaande tabel):
STANDAARDINSTELLINGEN
| PARAMETER | FACTORY DEFAULT SETTING |
| BEDRIJFSMODUS | GREEN |
| STANDAARD INGESTELDE TEMPERATUUR | 55 °C |
| MAX. INSTELBARE TEMPERATURE MET VERWARMINGSELEMENT | 75 °C |
| MIN. INSTELBARE TEMPERATURE | 40 °C |
| MAX. INSTELBARE TEMPERATURE MET WARMTEPOMP | 62 °C |
| ANTILEGIONELLAFUNCTIE | OFF |
| VAKANTIE-MODUS | OFF |
| ONTDOOION (actieve ontdooiactivering) | ON |
| HC-HP (tweeledige debiet bedrijfsmodus) | OFF |
| HYSTERESE | 12°C |
STORINGEN
Op het moment dat zich een defect voordoel schakelt het apparaat over maar een storingsstatus. Het display begint te knipperen en toont een storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts eén van de twee verwarmingsgroepen betreft, en zal de warmtepomp of het elektrisch element latent werken. Als de storing de warmtepomp betreft verschijnt op het scherm het knipperende symbol "HP". Als de storing het elektrisch element bettreft zal het symbool van het elektrisch element gaan knipperen. Als de storing beiden bettreft zullen ze beiden gaan knipperen.

OPGELET!
controller de elektrische verbinding van de componenten met het moederbord en ga na of de NTC-sensoren goed in hun behuizingen zitten, alvorens ingrepen te plegen op het product volgens de onderstaande aanwijzingen.
| Storingscode | Oorzaak | Werking element | Werking warmtspomp | Wat te doein |
| 007 | NTC condensor: onderbreking of kortsluiting | ON | OFF | Correcte werking NTC condensor controleren |
| 008 | NTC afvoer (compressor uitaat): onderbreking of kortsluiting | ON | Off Correcte werking NTC afvoer controleren | |
| 009 | NTC lucht: onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte Werking NTC lucht controleren | |||
| 010 | NTC verdamp: onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte Werking NTC Verdamp controleren | |||
| 012 | NTC aanzuiging (compressor inlaat): onderbreking of kortsluiting | ON | Off Correcte werking NTC aanzuiging controleren | |
| 021 | Gaslek ON OFF | Controleren of de ingangssensor van de compressor correct werkt. Als de foult blij bestaan, het restgas terugwinnen; het lek in het koelcircuit opzoeken; dit repareren; het circuit vacuum zuigen en opnieuw vullen met de juiste hoeveelheid koelgas. | ||
| 032 | Fout compressor ON OFF Spanning stroomvoorziening op compteresorcontact controleren. | |||
| 042 | Verdamper verstopt | ON | OFF | Schakel het apparaat uit. Controleer of de verdamper nicht verstopt is. |
| 044 | Fout ventilator OFF OFF | Spanning stroomvoorziening op ventilatorcontact controleren. De correcte werking van de sensor in de compressorinlaat controleren. | ||
| 051 | Hogedrukbeveiliging | ON | OFF | Bedrading van drukschakelaar controleren. Hoeveelheid gas controleren. |
| 053 | Compressor thermische beveiliging: KO | ON | OFF | Contact thermische beveiliging compressor controleren. |
| 081 | Fout elektronische expansieklep | ON OFF | Kabels van expansieklep controleren. Correcte werking NTC aanzuiging en NTC verdamp controleren. | |
| 218 | Koepel NTC-sensor (warm water): onderbreking of kortsluiting | ON | Off Correcte werking van NTC-sensor (warm water) controleren | |
| 230 | Watertemperatuursensor (zone verwarmingselement): onderbreking of kortsluiting | OFF | OFF | Correcte assemblage van sensorbedrading op respectief moederbordcontact controleren. Correcte werking sensor controleren. |
| 231 | Watertemperatuursensor (zone verwarmingselement): veilgheidsinterventie (niveau 1). | OFF | Off Correcte werking sensor controleren. | |
| 232 | Watertemperatuursensor (zone verwarmingselement): veilgheidsinterventie (niveau 2). | OFF | Off Correcte werking sensor controleren.. | |
| 233 | Relais geblokkeerd | OFF | OFF | Reset het product door tweemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de foult blij bestaan, het moederbord verwangen. |
| 241 | Opgedrukte stroomanode: onderbreking | OFF | OFF | Aanwezigheid van water in het product controleren. Als de foult blij bestaan, de correcte werking van de anode controleren. Correcte assemblage van anodebedrading op respectief moederbordcontact controleren. Als de foult blij bestaan, moederbord verwangen. |
| 314 | AAN/UIT herhaald | OFF | OFF | 15 minuten wachten alvorens het product te deblokkeren met AAN/UIT-knop |
| 321 Corrupte gegevens OFF OFF | Reset het product door tweeemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, het moederbord verrangen. | ||
| 331 Geen communicatie tussen moederbord en HMI OFF OFF | Het product resetten door tweeemaal op de AAN/UIT-knop te drukken. Als de fout blijft bestaan, de bedrading voor communicatie tussen moederbord en display verrangen. | ||
| 332 | |||
| 333 | Geen communicatie tussen moederbord en WiFi-kaart (indien aanwezig) | ON ON | Als er geen WiFi aanwezig is: - Bedrading tussen moederbord en HMI controlleden. Als de fout blijft bestaan, de HMI-module verrangen. Da WiFi NICT verfügbar ist: - Gaaar het installaursmenu en stel P31 in op UIT Als de boutmelding werk optreedt, verrang dan de printplaat. |
| 334 | Geen communicatie tussen moederbord en TDC ON OFF | De communicaikabel en de kabels van het moederbord en TDC controleren. Als de fout blijft bestaan, de TDC verrangen. | |
| 335 | Geen communicaie met verligheidskaart OFF OFF | Reset het product door tweeemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, het moederbord verrangen. | |
| 336 | Anraakschemwerk Niet ON ON | Reset het product door tweeemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, de HMI verrangen. | |
| 337 | Geen master in cascade OFF OFF | Controller in de cascade of minimaaleén product is ingesteld als Master; zo Niet, een product instellen als master. |
ONDERHOUD (voor geauthoriseerd personeel)
WAARSCHUWING!
Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwizingen daarin.
Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten要去en door erkende installateurs worden uitgevoerd (installateurs die in het bezit zich van de rekwisieten die door de geldende normen worden vastgesteld).
Na gewoon of buitengewoon onderhoud is het raadzaam om het reservoir van het apparaat te vullen met water en het verrolgens helemaal leeg te make, om eventuele resterende verontreinigingen te verwijderen.
LEGEN VAN HET APPARAAT
U dient het apparaat te legen indien het lange tijd ongebruikt en/of in een vertrek worden geplaatst waar het möglichk kan vriezen.
U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het möglichk kan vriezen.
Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen:
- schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet
- sluit de stopkraan af indien deutsche is gemonteerd. Als dit nicht het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af.
open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip)
open de kraan op de inlaatcombinatie (voor landen die EN 1487 hebben overgenomen) of de kraan op de "T"-verbinding, zoals beschreiben in par."Hydraulische aansluiting".
NORMAAL ONDERHOUD
De gedeelijke verstopping van het verdamperfilter is de oorzaak van lagere prestaties van het product, waarom worden geadviseerd om het filter zich minstens eenmaal peraar schoon te makeen om stof of eventuele verstappingen te verwijden. Het filter kan maar buiten worden getrokken dankzij een clip boven de=kappen


Maak het filter schoon met water en neutrale zeep.
Controleer of het externe eindstuk van de luchtafvoerbuis en de buis zichniet verstoet of versleten zichn.
Controleer of de buis voor de condensafvoer Niet verstopt is.
Controleer of de roosters en de kanalisering perfect schoon+zijn.
NORMAAL ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUiker
We raden u aan het apparaat om te spoelen na elk normalaal of bij-zonder onderhoud.
Het overdrukmechanisme moet geregeld ingeschakeld worden om te controleren of het Niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijden.
Controleer of de buis voor de condensafvoer Niet verstopt is. Verifieer de roosters en de luchtkanalen en reinig indien nodig.
VERWIJDERING VAN DE BOILER
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a/R513, wat Niet in de atmosefer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler要去aarom door een bevoegde installer worden uitgevoerd.

Dit product is conform aan de Richtlij WEEE 2012/19/EU.
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak op het apparaat of de verpakking ervan geegt aan dat het product aan het einde van de levensduur gescheiden van ander afval moet worden verzameld. De gebruiker要去 de afgedankte apparatuur dus afgeven bij een geschikt gemeentelijk inzamelcentrum van elektrotechnisch en elektronische apparatuur.
Inplaats van het zichsstandige beheer is het ook möglichk de af te danken apparatuur bij de dealer te brengen op het moment van aanschaf van een ander, equivalent apparaat. Bij dealers van elektronische producten met een verkooppopervlak van minstens 400m^2 is het verder möglichk om kosteloos, zonder enige verplichting tot aanschaf, afgedankte elektronische producten in te leveren met afmetingen van minder dan 25~cm .Een goede geschieren afvalverwerking en waaropvolgend doorsturen van de afgedankte apparatuur voor milieuvriendelijkke recycling, behandeling en verwerking dragen ertoe bij om möglichke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen en bevorderen het hergebruik en/of de recycling van de materialen waaruit de apparatuur bestaat.Voor meer informatie over de beschikbare inzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijkke afvaldienst of tot de verkoper van het product.
Het apparatus is Niet voorzien van oplaadbare batterijen, maar als deze worden gezruikt要去en ze voordat het apparaat worden afgedankt worden verwijderd en worden weggegooid in special verzamelbakken. De behuizing van de batterijen zit darüber de frontale lijst.
| PROBLEM MOGELIJKE OOR ZAAK WAT TE DOEN | ||
| Het uitgaande water is koud of Niet warm genoeg | Lage temperatuur ingesteld De temperatuur voor het uitgaande water verhogen | |
| Storing van de machine | Controleren of er foumteldingen op het display+zijn en handelen op de aangegeven wijze in de tebel "Fouten" | |
| Geen elektrische aansluiting, afgekoppelde of be-schadigde kabels | De spanning op de voedingsklemmen controlleren, controlleren of de kabels in orde en aangesloten+zijn | |
| Geen HC/HP-signaal (als het product geinstalleerd is me de EDF-signaalkabel) | Om de werkung van het product te controlleren, de "Boost" modus in-schakenen: als de uitslag positief is controlleren of het HC/HP-signaal van de gasmeter aanwezig is, controlleren of de EDF-kabels intact+zijn | |
| Storing van de timer voor het dubbele tarief (als het product met dieze configuratie geinstalleerd is) | De werkung van de gasmeter overdag's nachts controlleren en controle- ren of de ingesteldeijd voldoende is voor de verwarming van het water | |
| Onvoldoende luchtstroom waar de verdamper Reinig | de roosters en de leidingen regelmatig | |
| Product uit De elektricitetstoevoer controlleden, het | product inschakenen | |
| Gebruik van een groe Hoeveelheid warm water waanneer het product zich in de verwarmingsfase bevindt | ||
| Fout sensor | Controleren of er fouten met betrekking tot NTC aanwezig zijn, ook on- regelmatig | |
| Het water is kokend heet (met eventuele damp op de kranen) | Hoog niveau van kalkanslag van de ketel en+zijn onderdelen | De elektrische voeding uitschakenen, het apparaat legen, de kous van het verwamingselement demonteren en de kalkanslag aan de binnen- kant van de ketel verwijdenen: let erop dat de emallinger van de ketel en het verwamingselement net worden beschadigd. Het product weer volgens de oorspronkelijke configuratie in elkaar zieten: het worden aan- geraden om de pakking van de fiens te verrangen. |
| Fout sensor | Controleren of er fouten met betrekking tot NTC aanwezig zijn, ook on- regelmatig | |
| Verminderde werkung van de warmtepomp, bijna permanente werkung van het elektrische verwarmingselement | Waarde "Time W" te laag | Een lagere temperatuurparameter of een hogere parameter dan "Time W" instellen |
| Installatie uitgevoerd met Niet-conforme elektrische spanning (te laag) | Het product voeden met een correcte elektrische spanning | |
| Verdamper verstopt of bevroen De staat van reiniging | van de verdamper controlleden | |
| Problemen met het circuit van de warmtepomp | Controleren of er geen foulmelingen op de display weergegeven wor- den | |
| Het is minder dan 8 dagen geleden sinds de: - Eerste inschakeling - Wijziging van de parameter Time W. - Er is geen netspanning. | wacht 8ragen | |
| Onvoldoende warmwaterstroom | Lekken of verstopping van het watercircuit | Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de toevoerlei- ding van warm water intact+zijn |
| Waterlekkage uit het overdrukmechanisme | Het druppelen van water uit het systeme moet als normal worden beschouwd gedurende dever-warmingsfase | Als u druppelen wilt voorkomen, moet u een expansievat installeren op de afvoerinstallatie. Als druppelen tijdens de nicht-verwarmendeperiode door blijft gaan, de kalibratie van het instrument en de druk van de wa- terleidling controlen. Let op: Blokeker nooit de afvoeropening van het systeme! |
| Toename van het lawaai | Aanweizigeid van verstoppende elementen aan de binnenkant | De bewegende onderdelen van de eenheid controlleren, de ventilator en de andere ondercelen reinigen die lawaai zouden kunnen makeen |
| Trillen van enkele onderdelen | De middels mobiele vergrendelingen aangesloten onderdelen contro- leren en kijken of de schroeven stevig,zijn aangedaad | |
| Problemen met de weergave of uitgaan van de display | Storing of problemen met de elektrische aansui- tingussen het moederbord en de interface-kaart | De aansluiting controleren en de correcte werking van de elektronische kaarten controleren. |
| Er is geen netspanning Controleren of er netspanning is | ||
| Vieze geur akomstig van het product | Afweizigeid van een sifon of lege sifon | Zorg voor een sifon. Controleer of deze het benodigde water bevat |
| Abnormaal of buitersporig consumptie dan verwacht | Lekken of gedeelijekte verstopping van het koelgascircuit | Het product opstarten in de warmtepomp-modus, een leukzoeker voor het specifieke gas gebruiken om te controleren of er geen lekken+zijn |
| Ongunstige omgevings- of installationomstandig- heden | ||
| Verdamper gedeelijiek verstopt Controleren of de | verdamper, de roosters en de kanalen vuil+zijn | |
| Niet-conforme installmentie | ||
| Overig Contact opnemen met | de technische dienst | |
APPENDIX
| Ø 150 Ø 200 | Pa MAX 230 | |||||
| Pa | m_equivalent | Pa | m_equivalent | |||
| 1m PVC | 9131 | |||||
| 1m AI | 17 1,9 5 1,7 | |||||
| Gride | 18 2 10 3,3 | |||||
| 90° PVC | 27 3 9 3 | |||||
| 90° AI | 19 2,110 3,3 | |||||