Energion Nuos Plus 200 - Ketel Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Energion Nuos Plus 200 Atag in PDF-formaat.

📄 72 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Atag Energion Nuos Plus 200 - page 53
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over Energion Nuos Plus 200 Atag

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Energion Nuos Plus 200 - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Energion Nuos Plus 200 van het merk Atag.

GEBRUIKSAANWIJZING Energion Nuos Plus 200 Atag

1. Lees de instructies en waarschuwingen in

deze handleiding aandachtig: zij geven u be

langrijke aanwijzingen voor een veilige instal- latie en een veilig gebruik en onderhoud. Deze handleiding maakt integraal en wezen

lijk deel uit van het product. De handeling moet altijd bij het toestel blijven, ook wan

neer het toestel aan een andere eigenaar of gebruiker wordt doorgegeven en/of naar een andere installatie wordt overgebracht

2. De Fabrikant wordt niet verantwoordelijk ge

acht voor eventuele schade aan personen, dieren en voorwerpen voortvloeiend uit onei

genlijk, verkeerd en onredelijk gebruik of ten gevolge van het niet naleven van de instructies in deze handleiding.

3. Het installeren en het onderhoud van het toe

stel moeten door professioneel gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd volgens de aan

wijzingen in de betreende paragrafen. Ge- bruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Wanneer bovenstaande voorschriften niet wor

den nageleefd, kan dit de veiligheid in gevaar brengen en vervalt alle verantwoordelijkheid van de Fabrikant.

4. Verpakkingsmateriaal (nietjes, plastic zakjes,

piepschuim, enz.) mag niet binnen bereik van kinderen worden gelaten omdat dit een bron van gevaar kan zijn.

5. Het toestel mag door kinderen vanaf 8 jaar

en door mensen met beperkte lichamelijk en zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, of zon

der ervaring of de nodige kennis, worden ge- bruikt, mits zij onder toezicht staan, of nadat zij instructies hebben gekregen betreende een veilig gebruik van het toestel en de geva

ren inherent aan dit gebruik ten volle hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toe

stel spelen. De reiniging en het onderhoud, bedoeld om door de gebruiker te worden uit

gevoerd, mag niet door kinderen worden uit- gevoerd als zij niet onder toezicht staan

6. Het is verboden om het toestel op blote voe

ten of met natte lichaamsdelen aan te raken.

7. Vooraleer het toestel te gebruiken en na een

interventie voor gewoon of buitengewoon on

derhoud, is het aanbevolen om de tank van het toestel met water te vullen en daarna volledig leeg wegspoelen.

8. Als het toestel met een elektrische voedings

kabel is uitgerust, dient u zich tot een erkend assistentiecentrum of tot professioneel gekwa

lificeerd personeel te wenden indien deze ka- bel moet worden vervangen.

9. Het is verplicht om een inlaatcombinatie op de

waterinlaatleiding aan te schroeven, die con

form is met de nationale normen. In landen waar de norm EN 1487 van kracht is, moet de maximale druk van de veiligheidsgroep 7 bar

bedragen. Bovendien moet de groep minstens een afsluitkraan, een terugslagklep, een over

drukbeveiliging en een voorziening voor on- derbreking van de hydraulische belasting be- vatten.

10. Er mag niet met de beveiliging tegen overdruk

(klep of inlaatcombinatie) worden geknoeid en u moet deze beveiliging regelmatig laten wer

ken om te controleren of die niet geblokkeerd is en om eventuele kalkaanslag te verwijderen.

11. Druppelverlies uit de beveiliging tegen over

druk is normaal tijdens de fase waarin het wa- ter wordt opgewarmd. Om deze reden is het noodzakelijk om de afvoer aan te sluiten, die evenwel open moet worden gelaten, met een drainagebuis die continu schuin naar beneden moet aflopen en ijsvrij is.

12. Het is absoluut noodzakelijk om het toestel

leeg te maken en van het elektriciteitsnet los te koppelen indien het gedurende lange tijd on

gebruikt in een ruimte blijft waar vorst optreedt.

13. Warm water dat met een temperatuur van meer

dan 50° C uit de kranen stroomt, kan onmid

dellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en be

jaarden zijn meer aan dit risico blootgesteld. Het is daarom aanbevolen om een thermo

statische mengkraan te gebruiken, die u moet aanschroeven op de leiding waar het water uit het toestel komt. Deze leiding is met een rode kraag gemarkeerd.

14. Er mogen geen ontvlambare elementen in con

tact met het toestel en/of in de buurt ervan aan- wezig zijn.

15. Vermijd om onder het toestel te gaan staan en

om er voorwerpen te plaatsen die schade kun

nen oplopen in geval er bijvoorbeeld water uit het toestel lekt.

16. De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid

koelvloeistof R134a of R513a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. De installatie, het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecia

liseerde vaklui die beschikken over de juiste uitrusting.54 / NL VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Legenda van de symbolen: Niet-naleving van deze waarschuwing leidt tot risico op lichamelijk letsel, dat in bepaalde omstandighe

den zelfs dodelijk kan zijn. Niet-naleving van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige schade aan eigendommen, planten of dieren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit verkeerd gebruik van het product of niet-naleving van de vermelde installatie-instructies. Installeer het apparaat op een stevige ondergrond die niet aan trillingen onderhevig is. Geluidshinder tijdens de werking. Wanneer u gaten in de muur boort voor de instal

latie, moet u ervoor zorgen dat u geen elektrische bedrading of bestaande buizen beschadigt. Elektrische schokken door het aanraken van stroom- voerende kabels. Beschadiging aan bestaande installaties. Overstroming door water dat uit beschadigde bui

zen lekt. Realiseer alle elektrische aanslui- tingen met be

hulp van draden met een aangepaste diameter. De elektrische aansluiting van het product moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de instructies in de desbe- treende paragraaf. Brand als gevolg van oververhitting door elektrische stroom die door te kleine kabels stroomt. Bescherm alle verbindingsbuizen en draden om schade te vermijden. che schokken door het aanraken van stroomvoe- rende kabels. Overstroming door water dat uit beschadigde bui- zen lekt. Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aan

sluit aan alle voorschriften voldoen. Elektrische schokken door aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders, die onder spanning staan. Beschadiging van het apparaat door verkeerde be- drijfsomstandigheden. Zorg ervoor dat de plaats van installatie en even

tuele systemen waarmee het toestel moet worden verbonden, conform zijn met de geldende normen. Elektrische schokken door het aanraken van stroom- voerende kabels die niet correct gelegd zijn. Schade aan het toestel door onaangepaste ge- bruiksomstandigheden. Gebruik de juiste handwerktuigen en uitrusting (zorg er vooral voor dat het gereedschap niet ver

sleten is en dat de handgreep goed bevestigd is); gebruik ze correct en laat ze niet naar beneden vallen. Vervang ze na gebruik. Lichamelijk letsel door vallende splinters of brok- stukken, inademing van stof, schokken, snij-, steek- en schaafwonden. Schade aan het apparaat of de omliggende voorwer- pen door vallende splinters, stoten en insnijdingen. Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden ter- wijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren. Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid. Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz. Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werk- plek. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. Behandel het apparaat met de juiste bescher

mingsmaatregelen en voorzichtigheid. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voor- werpen door stoten, klemmen en snijden. Organiseer de verplaatsingen van materiaal en ge

reedschappen zodanig dat dit op een veilige ma- nier kan gebeuren. Voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven. Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voor- werpen door stoten, klemmen en snijden. Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en con

troles die u gedurende een ingreep op het ap- paraat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken. Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking. Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te ac

tiveren voordat u ze aanraakt. Persoonlijk letsel door brandwonden. Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet vol

gens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventi- leerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten mengen en het ap- paraat en omliggende voorwerpen beschermen. Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoen. Let op dat de dielektrische koppeling juist toege

past wordt. Hierbij is met name van belang dat het minimale (15 Nm) en maximale 25 Nm) aanhaalmoment aan- gehouden wordt voor de optimale werking van de koppeling.55 / NL Voorschriften en technische normen De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeen- komstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is ver- antwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aan-gaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wets- bepalingen en de technische normen betreende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de install ateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels wor- den in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de gel- dende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC

15- 100. Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan

de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie. Toepassing Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aan- sluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uit- gang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding . Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bij- zonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële instal- laties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of ex- plosieve omgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute instal- latie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet com- plete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding. Werkingsprincipe De eciëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëciënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het ap- paraat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgege- ven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warm- tepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh ver- bruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron. Verpakking en bijgeleverde accessoires Het apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door elementen van piepschuim, hoekstukken van hout en karton aan de buitenkant. Alle materialen kunnen worden gerecycled en zijn milieuvriendelijk. De inbegrepen accessoires zijn: - Verbindingsbuis condenswater; - 2 Diëlektrische verbindingsstuk van ¾” met 1 pakkingen. - Handleiding en garanties; - Energie-etiket en productinformatieblad. - 2 aanpasstukken voor kanalen Ø150 en Ø160. Productcertificeringen De CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele vereisten het voldoet: - 2014/35/EU inzake de elektrische veiligheid LVD (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40); - 2014/30/EU inzake de elektromagnetische compatibiliteit EMC (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3); - RoHS3 (2015/863) betreende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581). - Verordening (UE) n. 814/2013 inzake het ecologisch ontwerp (n. 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation)) De controle van de prestaties wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: - EN 16147; - CAHIER DE CHARGE_103-15/C_2018 Chaue-eau Thermody- namiques pour la marque NF électricité performance; Dit product is conform: - REACH verordening 1907/2006/EC; - Verordening (UE) n. 812/2013 (labelling) - (Italiaans) Ministerieel Besluit 174 van 06/04/2004 voor de ten- uitvoerlegging van de Europese richtlijn 98/83 inzake de kwa- liteit van drinkwater. - Richtlijn betreende radio-apparatuur (RED): ETSI 301489-1, ETSI 301489-17. Identificatie van het apparaat De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is beves- tigd. A Model B inhoud in liters van het reservoir C registratienummer D voedingsspanning , frequentie, maximum opgenomen vermogen E maximale/minimale druk van het koelcircuit F bescherming reservoir G opgenomen vermogen in elektrisch element modus H merken en symbolen I gemiddeld/maximaal vermogen in warmtepompmodus L type koudemiddel en vulling M maximum druk reservoir N Het aardopwarmingsvermogen / Gefluoreerde broeikasgassen N56 / NL

BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

De vloerstaande boiler bestaat uit een bovendeel met de warmtepompgroep en een onderste deel met het opslagreservoir. In het voorste gedeelte bevindt zich het bedieningspaneel, voorzien van een display. Afmetingen

Uitgangsleiding ¾” warm tapwater

Aansluiting condensafvoer

Uitgangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)

Schacht voor bovenste sensor (S3) (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)

Uitgangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen TWIN SYS-versie)

Schacht voor bovenste sensor (S4) (alleen TWIN SYS-versie)

Leiding ¾” voor recirculatiecircuit (alleen SYS- en TWIN SYS-versie)

Schacht voor onderste sensor (S2) (alleen SYS- en TWIN SYS- versie)

1 Ventilator 2 Heetgasklep 3 Veiligheidspressostaat 4 Elektronische smoorklep 5 NTC-sonde ingangstemperatuur verdamper 6 Elektronicakast 7 Lage NTC-sensor (zone verwarmingselement) 8 Elektrisch element 9 Actieve anode 10 Hoge NTC-sensor (warm water) 11 Compressor 12 Afvoerbuis condenswater 13 Zij-aansluitingen 14 Lagedrukaansluiting 15 NTC-sensor luchttemperatuur 16 NTC-sensor aanzuigtemperatuur compressor 17 Verdamperfilter 18 Verdamper Bouwkundige eigenschappen57 / NL

TABEL TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN

BESCHRIJVING Eenheid 200 250 250 SYS 250 TWIN SYS Nominale capaciteit reservoir l 200 250 245 240 Dikte isolering mm ≈ 50 Type interne bescherming Titanium emaille Type corrosiebescherming Titanium anode met stroomopdruksysteem + magnesiumanode Maximale bedrijfsdruk MPa 0,6 Diameter wateraansluitingen II G 3/4 M Diameter koppeling condensafvoer mm 14 Diameter buizen afvoer/toevoer lucht mm 150-160-200 Minimum waterhardheid °F 12 Minimale geleidbaarheid van het water μS/cm 150 Ledig gewicht kg 90 95 115 130 Uitwisselingsoppervlak van de onderste spiraal m² - - 0,65 0,65 Uitwisselingsoppervlak van de bovenste spiraal m² - - - 0,65 Max. watertemperatuur van externe bron °C - - 75 75 WARMTEPOMP Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen W 700 Maximum opgenomen elektrisch vermogen W 900 Hoeveelheid koelvloeistof (R134a) kg 1,3 Gefluoreerde broeikasgassen (R134a) Tonn. CO

eq. 1,859 Het aardopwarmingsvermogen (R134a) GWP 1430 Max. druk koelcircuit (lagedrukzijde) MPa 1 Max. druk koelcircuit (hogedrukzijde) MPa 2,7 Max. watertemperatuur met warmtepomp °C 62 EN 16147 (

kWh 2,478 3,346 3,264 3,224 Max hoeveelheid warm water in een enkele afname (A) Afgeleverd op 55°C l 256 336 333 325 Pes (

°C 55 55 55 55 Jaarlijks energieverbruik (gemiddelde klimaatomstandigheden) (

dB(A) 55 55 55 55 VERWARMINGSELEMENT Vermogen elektrisch element W Raadpleeg het typeplaatje van het product Max. watertemperatuur met elektrisch element °C 75 Maximum opgenomen stroom A 11,48 ELEKTRISCHE VOEDING Spanning / Maximum opgenomen vermogen V / W Raadpleeg het typeplaatje van het product Frequentie Hz 50 Beschermingsgraad IPX4 LUCHTZIJDE Standaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling) m³/h 650 Beschikbare statische druk Pa 230 Minimum inhoud van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (

m³ 30 Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (

m 1,940 2,200 2,200 2,200 Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd °C 1 Max. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd °C 42 Minimum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (

°C -10 Maximum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (

°C 42 Verdere energiegegevens staan vermeld in het productinformatieblad (Bijlage A) dat onlosmakelijk bij dit boekje hoort. Producten zonder etiket en bijhorende fiche voor waterverwarmergroepen en systemen met zonnepanelen, voorzien door de verordening 812/2013, zijn niet bestemd voor de uitvoering van dergelijke installaties.

A) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve luchtvochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 55°C (volgens de voorschriften van de normen EN 16147 en CDC 103-15/C-2018). Gekanaliseerd product Ø200 mm. (B) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve luchtvochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 55°C (volgens de voorschriften van de normen 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation). Gekanaliseerd product Ø200 mm. (C) Waarden verkregen uit het gemiddelde van de resultaten van drie tests, uitgevoerd volgens de voorschriften van de norm EN 12102-2. Gekanaliseerd product Ø200 mm. (D) Deze waarde garandeert de juiste werking en gemakkelijk onderhoud, in het geval het product niet gekanaliseerd is. De juiste werking van het product wordt hoe dan ook gegarandeerd tot een hoogte van minimaal 2,090 m. (E) Buiten het temperatuurbereik van de warmtepomp wordt de verwarming van het water verzekerd door integratie (volgens de bepalingen van EN16147)58 / NL ELEKTRISCH SCHEMA

Printplaat (moederbord)

Bedrijfscondensator (15μF 450V)

Veiligheidspressostaat

  • Mogelijke configuraties van het verwarmingselement59 / NL

OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moe- ten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in over-eenkomst met de geldige nationale normen voor instal- latie en eventuele voorschriften van de lokale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauw- keurig in acht nemen. De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies ge- ven betreende het gebruik van de boiler en betreende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen. Transport en behandeling Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waar-neemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf.

OPGELET! Het is van fundamenteel belang dat u het apparaat in verticale posi-tie verplaatst en opbergt.Een horizontaal transport is alleen toegestaan voor zeer korte tra jecten en alleen als het apparaat op de achterzijde ligt, zoals aan-gegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geïn-stalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed wordt verdeeld en om te vermijden dat de com-pressor schade lijdt. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft.«Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eer-ste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk» Plaatsing apparaat a) het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken moet een volume van niet minder dan 30 m³ hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Installeer het appa-raat niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht ver-bruikt tijdens de werking (bv. gasketel met open systeem, gasboiler met open systeem, enz...) behoudens afwijkende lokale normen. De fabrikant garandeert de prestaties en de veiligheid van het product niet wanneer het buitenshuis wordt geïnstalleerd.b) Het is noodzakelijk vanaf het punt van plaatsing de buitenkant van het gebouw te kunnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerka-naal, mits het gebruik hiervan is voorzien. De plaatsing van de koppe-lingen voor de toe- en afvoerkanalen zijn aan de bovenzijde van het apparaat geplaatst.c) Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elek-trische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen.d) Er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-240 Volt ~ 50 Hz. Als die bron niet aan-wezig is moet hij kunnen worden aangemaakt.e) Het moet mogelijk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan de zijkant van het apparaat met een geschikte sifon een condensafvoer te creëren;f) Op de gekozen installatieplek moet het mogelijk zijn om de voorge-schreven minimale afstanden aan te houden;g) De installatie van de kanalen dient onderhoud op de verdamperfilter mogelijk te maken; h) De ondergrond moet zodanig vlak zijn dat de het apparaat volledig verticaal staat;i) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoen) van het apparaat, volgens de geldende normen.j) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonne-stralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen.k) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoen zoals zure damp, stoen of verzadigd gas. het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïn-stalleerd die niet zijn beschermd tegen spanningsschommelingen.m) het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan.n) de lucht die door het apparaat wordt aangezogen moet vrij zijn van stof, zuurdampen en oplosmiddelen.Zorg voor voldoende ruimte rond het apparaat om een goede toegan-kelijkheid te garanderen en onderhoudswerkzaamheden te vergemak-kelijken. Zorg voor een minimale afstand van 50 cm aan beide kanten van het apparaat en voor een minimale hoogte van het plafond van ca. 20 cm voor werking zonder luchtkanalen en 23 bij werking met luchtkanalen. V > 30m

min. 200 Plaatsing op de grond 1) Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwij-dert u de verpakkingsmaterialen en draait u de zichtbare bevestigin-gen op de pallet van de twee latten los waarop het apparaat rust.2) Haal het product van de pallet met behulp van de daarvoor be-stemde handgrepen.3) Bevestig de voetjes (d.m.v. de speciale gaten) aan de grond m.b.v. de geschikte schroeven en pluggen.

AANSLUITING LUCHT OPGELET! Een niet passend type van luchtkanalisering heeft invloed op de prestatie van het product en verlengt de opwarmtijd significant! Houd er rekening mee dat het gebruik van lucht uit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zouden kun- nen benadelen. Het apparaat heeft aan de bovenzijde een luchttoe- voeropening en twee openingen voor de afvoer van de lucht. Het is belangrijk dat de luchtinlaat- en uitlaatroosters niet worden verwijderd, stuk gaan of op welke manier dan ook worden gemani- puleerd (Fig. A). De temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan tempera- turen bereiken van 5-10°C minder dan de binnenkomende lucht. Als deze niet gekanaliseerd wordt kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen. Als de lucht die door de warmtepomp wordt bewerkt naar buiten toe wordt afgevoerd of vanuit buiten naar binnen wordt aangezogen (of vanuit een ander vertrek), moeten er geschikte kanalen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer. BELANGRIJK: om condensvorming te voorkomen wordt geadvi- seerd om geïsoleerde leidingen te gebruiken. Controleer of de kanalen goed zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat, om te voorkomen dat ze per ongeluk plotseling losschie- ten of lawaai maken. Installeer de kanaliseringen in overeenstem- ming met alle hoogtes, zoals weergegeven in (Fig. B). Zorg voor een minimale afstand tussen het product en de kanaliseringen om het verdamperfilter te kunnen verwijderen. LET OP: gebruik geen externe roosters die hoge belastingsverlie- zen met zich meebrengen, zoals bijvoorbeeld insectenroosters. De gebruikte roosters moeten een goede luchtdoorgang toestaan; de af- stand tussen de luchtingang en -uitgang mag niet kleiner zijn dan 37 cm. Be- scherm de externe kanaliseringen tegen wind. Het uitstoten van lucht op een schoorsteen is alleen toegestaan als er voldoende trek is, bovendien is peri- odiek onderhoud van de schoorsteen en bijbehorende accessoires verplicht. Raadpleeg voor de maximale lengte van de leidingen, inclusief de terminal, de tabel “Gebruikelijke configuraties”. De totale drukverliezen is de som van alle drukverliezen van alle componenten van aan en afvoer van de lucht, en moet kleiner zijn dan de maximale statische druk van de ventilator (Appendix). ≥ 500≥ 500≥ 200≥ 200ø 150 ø 150ø 200 ø 200ø 200ø 200≥ 200ø 200ø 200≥ 200≥ 200ø 150ø 150≥ 200ø 150ø 150 199,3 158,3 147,3 155,3 FIG. A FIG. B GEBRUIKELIJKE CONFIGURATIES Typen Maximale lengte leidingen L1 afvoer + L2 aanzuiging ø150 (PVC) 22 [m] 19 [m] 16 [m] 19 [m] ø160 (PEHD) 28 [m] 24 [m] 20 [m] 24 [m] Wanneer u een bocht toevoegt:

  • 90° (PEHD) haal 4 m van de toegestane lengte af
  • 45° (PEHD) haal 2 m van de toegestane lengte af
  • 90° (PVC) haal 3 m van de toegestane lengte af
  • 45° (PVC) haal 1,5 m van de toegestane lengte af L1 L1L2 L2 L1 L1 L2 L2 Tabel minimale hoogte plafond bij gekanaliseerde installatie Model 200 l 250 l ø 150 mm ≥2050 mm ≥2310 mm ø 160 mm (PEHD) ≥2140 mm ≥2400 mm ø 200 mm ≥2060 mm ≥2320 mm61 / NL HYDRAULISCHE AANSLUITING Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen. Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen. Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het pro-duct geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Het is verplicht om de diëlektrische verbindingsstukken met pakkingen te gebruiken (die bij het product geleverd zijn) op de uitgangsleiding van het warme water, alvorens de verbinding tot stand te brengen.Het toestel mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F, of met water met zeer grote waterhardheid (meer dan 25°F), in dit geval is het aanbevolen om een waterverzachter te gebruiken die correct gekali-breerd en gecontroleerd is, zodat de resterende waterhardheid onder 15°F daalt. Op de waterinlaatleiding van het toestel, gemarkeerd met een blauwe kraag, sluit u een T-koppeling aan. Op deze koppeling schroeft u aan de ene kant een kraan om de waterverwarmer leeg te laten lopen, die enkel kan worden bediend met behulp van een gereedschap, en aan de andere kant een beveiliging tegen overdruk.INLAATCOMBINATIE CONFORM MET DE EUROPESE NORM EN 1487Sommige landen vereisen het gebruik van specifieke hydraulische bevei-ligingen (zie aeelding hierna voor de landen van de Europese Gemeen-schap), in overeenstemming met de vereisten van plaatselijke wetten. Het is de taak van de gekwalificeerde installateur, belast met het installeren van het product, om te beoordelen of de te gebruiken beveiliging geschikt is volgens de geldende voorschriften. De codes voor deze accessoires zijn:Hydraulische veiligheidsgroep 1/2” Cod. 877084(voor producten met toevoerleidingen met een diameter 1/2”)Hydraulische veiligheidsgroep 3/4” Cod. 877085(voor producten met toevoerleidingen met een diameter3/4”)Sifon 1 Cod. 877086Het is verboden om afsluiters (kleppen, kranen, enz.) tus sen de beveiliging en de waterverwarmer te plaatsen. De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m.b.v. een flexi-bele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden.Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen. Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien wenselijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de onderzijde van de boiler. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aan-gebracht, zo ver mogelijk van het apparaat.Bij de modellen SYS en TWIN SYS is het mengventiel verplicht.In de versies SYS en TWIN SYS is een ¾”G-aansluiting aanwezig voor re-circulatie van de hydraulische installatie (indien aanwezig). In de SYS-versie zijn twee ¾”G-aansluitingen aanwezig, boven (ingang) en onder (uitgang) de spiraal, waarop een hulpbron kan worden aangesloten. In de TWIN SYS-ver-sie zijn twee spiralen aanwezig waarop twee verschillende hulpgeneratoren kunnen worden aangesloten.Bij de TWIN SYS-versie wordt aanbevolen een eventueel zonne-energiesys-teem te verbinden met de onderste spiraal, en de andere warmtegenerator met de bovenste.OPGELET! Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat even-tuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden. ANTILEGIONELLAFUNCTIE Legionella is een soort bacterie in de vorm van een staa e, die on alle bronwater op natuurlijke wijze aanwezig is. De “legionairsziekte” bestaat uit een bepaalde vorm van longontsteking, veroorzaakt door het inademen van waterdamp die deze bacterie bevat. In deze optiek is het noodzakelijk om te vermijden dat het water lange tijd in de waterverwarmer stagneert; dit betekent dat de waterverwarmer minstens elke week moet worden gebruikt of leeggemaakt. De Europese norm CEN/TR 16355 levert aanwijzingen watde goede praktijken betreft die men moet toepassen om de proliferatie van legionella in drinkbaar water te voorkomen. Wanneer er lokale normen bes-taan die andere beperkingen opleggen wat het thema legionella betreft, dan moeten die eveneens worden toegepast. Deze opslagboiler wordt verkocht met een thermische desinfectiecyclus die standaard uitgeschakeld is. Telkens wanneer het product wordt ingescha-keld en om de 30 `dagen wordt de thermische desinfectiecyclus uitgevoerd om de boiler te verwarmen tot 60°C.Aandacht: de temperatuur van het water in de tank kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een han-dicap en bejaarden zijn het meest aan dit risico voor brandwonden blootgesteld. Controleer de temperatuur van het water vooraleer een bad of een douche te nemen. MAX 75°C MAX 75°C MAX 75°C

LET OP! (alleen voor de versie SYS en TWIN SYS)Verzeker u ervan dat de temperatuur die gedetecteerd wordt door de sensoren S2, S3 en S4 van de besturingseenheid van de hulp-bron, in de boiler, niet hoger wordt dan 75°C.62 / NL ELEKTRISCHE AANSLUITING WAARSCHUWING: Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd). Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische in- stallatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Con- troleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen ver- mogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwar- mingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeen- komt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoe- voer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschake- laar. Op de hoofdprintplaat van het apparaat zit een aardingscontact, dat uitsluitend functionele doelen heeft en niet bedoeld is voor beveiliging. Om toegang te krijgen tot de aansluitkaart op de achterkant rechts van het product, maakt u het betreende deksel open en voert u de aanslui- tingen uit volgens de gekozen configuratie: PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING (24h/24h) Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren ge- bruikt u deze configuratie. De boiler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 uur per dag zal werken.

ELEKTRISCHE AANSLUITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL (24h/24h) Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met dal- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te heb- ben m.b.v. de BOOST-modus die de verwarming ook activeert tijdens het HPtarief.

1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op

2) Sluit de tweepolige signaalkabel (B) aan op de EDF-connector “SIG1”

die zich in de schakeldoos rechts van het product bevindt (doorboor de rubbertjes om een doorsnede te krijgen die geschikt is voor door- voer van de kabel). LET OP: het EDF-signaal heeft een spanning van 230V.

3) Activeer de HC-HP-functie door middel van parameter P1 van het in-

HULPVERBINDINGEN Als er een FV-systeem moet worden verbonden of een SG-signaal be- schikbaar is, is het mogelijk een tweepolige kabel vanaf de inverter of de kabel van het SG-signaal (de ene of de andere) te verbinden met de schakelkast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang). Verbind de genoemde kabel (C) met de connector met het opschrift “SIG2” en activeer de functie PV (P11) of SG (P13) via het installatiemenu. Let op: signaal 230 V. Alleen voor de modellen SYS of TWIN SYS, in het geval er een hulp

warmtegenerator is (bv. ketel) en de aanvulling die wordt geleverd door het verwarmingselement ervan moet worden vervangen, is het mogelijk een tweepolige kabel (D) te verbinden tussen de warmtegenerator (in- dien hiervoor geschikt) en de elektronicakast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang). Verbind de kabel met de connector met het opschrift “AUX” en stel de parameter P14 in op 1 via het installatiemenu SG1 SG2 AUX

In het geval van aansluiting van de SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de bovenste sondehouder S3 te gebruiken. In het geval van aansluiting van de TWIN SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de sondehouders te gebruiken voor de onderste warm- tewisselaar S4 en voor de bovenste S3. In het geval van aansluiting van de SYS- of TWIN SYS-versie op de zon- necentrale (onderste warmtewisselaar), kunt u ofwel alleen de onderste sondehouder gebruiken (S2) ofwel beide (S2) en (S3/S4). KABEL Zekering Permanente voeding (kabel wordt bij het apparaat geleverd) 3G ø min. 1.5 mm² H05VV-F B 16A Signaal HC-HP (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) 2G ø min. 1 mm² H05VV-F Signaal AUX/PV/SG (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) 2G ø min. 1 mm² H05VV-F Signaal BUS* (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) max. 50 m - 2G ø min. 1 mm²

  • BELANGRIJK: om interferentieproblemen bij de BUS-aansluiting te voorkomen, dient u een afgeschermde kabel of een getwist paar te gebruiken. 16 A 16 A 2 A 16 A63 / NL Bij inschakeling van het product om te werken op de BUS voorziet het product de BUS niet van stroom, om het risico op overbelasting van het vermogen te voorkomen (parameter P33 van het installatiemenu ingesteld op OFF), behalve als het product een MASTER van een cascadesysteem is. Daarom moet er ten minste één andere generator zijn die de BUS van stroom voorziet om de startfa- se te voltooien. Wanneer het product geïnstalleerd is op de BUS, worden alle parameters voor het beheer van warm sanitair water gedeeld met de andere producten, zowel de speciale parameters als de systeempa- rameters, en kan er één enkele bedieningspaneel worden gebruikt.

INSTALLATIETYPEN MET ANDERE WARMTEGENERATOREN

1. Boiler met warmtepomp en aparte verwarmingsgenerator

(cv-ketel, warmtepomp of hybride systeem). De producten zijn niet geïntegreerd, maar kunnen bediend wor

den met één bedieningspaneel.

2. Boiler met warmtepomp met ondersteunende hulpgenerator

(cv-ketel en/of zonnepanelen) op de spiraal. In geval van installatie met cv-ketel als ondersteunende genera- tor: om de boiler met warmtepomp de cv-ketel te laten gebrui- ken in plaats van het verwarmingselement, via de BUS, dient u parameter P14 op waarde 3 in te stellen (raadpleeg de paragraaf INSTALLATIEMENU). Indien niet anderszins gespecificeerd in de handleiding van de hulpgenerator, leest de hulpgenerator de sensoren van de boiler niet uit; er zijn daarom aanvullende sensoren nodig, aankelijk van het hydraulische schema.

3. Boiler met warmtepomp in voorverwarming van de combi-ver-

warmingsgenerator (cv-ketel of hydride combi-ketel). Om het beheer van voorverwarming in te schakelen bij de leve- ring van warm sanitair water, stelt u parameter P14 in op 2. De boiler en de combi-generator delen in deze installatie dezelfde instelling voor sanitaire temperatuur. De temperatuur van de boiler kan worden verlaagd in vooraf ingestelde tijdperiodes met para- meter T MIN of worden verhoogd met parameter PV SET in geval van fotovoltaïsche aansluiting. De combi-ketel leest de sensoren van de boiler niet. Er zijn aan- vullende sensoren nodig, aankelijk van het hydraulische sche- ma. SET SET SET SET INITIALIZATIONINITIALIZATIONINITIALIZATIONSETSET SET INITIALIZATION MENU

Bus BridgeNet® STARTWIZARD Dit product is compatibel met Bus BridgeNet®. Voor een correcte installatie op de BUS dient u tijdens de startfase de parameters SYSTEM en CASCADE als volgt in te stellen:

  • SYSTEM = NO Het product is niet aangesloten op de BUS of is uitsluitend aange

sloten op een bedieningspaneel.

  • SYSTEM = YES Cascade = NO Het product is geïnstalleerd in een bus-systeem met andere compati- bele warmtegeneratoren (zonnepanelen, cv-ketel, hybride systeem of warmtepomp), waarvan tenminste één de BUS voedt. Als er een wifi-ga- teway op de BUS aanwezig is (geïnstalleerd op de bedieningspaneel of op een verwarmingsgenerator), kunnen de verwarming en levering van warm sanitair water worden beheerd vanaf één app op de smartphone
  • SYSTEM = YES Cascade = YES Het product is geïnstalleerd in een cascadesysteem (max. 8) voor commer- cieel of collectief gebruik. Nadat u de optie CASCADE heeft ingesteld, dient u te bevestigen of het product de MASTER of een van de SLAVES van de cascade is. Met de BUS kunnen alle werkingsparameters voor de gebruiker van het MASTER-product worden uitgelijnd met de SLAVE-producten. De parameters SYSTEM en CASCADE zijn van invloed op de para- meters P33 en P34 van het installatiemenu. AANSLUITING BUS Sluit een kabel op de “BUS”-aansluiting aan zodat de boiler met warmtepomp bediend kan worden met één bedieningspaneel op de BUS, samen met andere warmtegeneratoren

OPGELET! Het apparaat moet geïnstalleerd worden door een gekwalificeerd technicus die over de wettelijk vereiste vaardigheden beschikt. BEDIENINGSPANEEL De gebruikersinterface omvat een lcd-display en 7 aanraakknoppen. Er zijn 2 blauwe leds: ON (wanneer het apparaat ingeschakeld is) en BOOST (wanneer BOOST geactiveerd is). MODE MENU SET Elenco icone visulaizzate sul display: Instelbare parameter. Wi-Fi actief (alleen indien aanwezig) Tijdsprogrammering actief Dag van de week (1 = Zondag) Warmtepomp actief Integratie elektrisch verwarmingselement actief geeft aan dat de ontsmettingsfunctie geactiveerd is. geeft aan dat de PV- of SG-modus is geactiveerd (indien aanwezig) Als de overeenkomstige modus actief is, wordt dit aangege- ven door de secundaire reeks. geeft aan dat de SILENT modus geactiveerd is. geeft aan dat de vorstbeveiligingsfunctie geactiveerd is. geeft aan dat de watertemperatuur hoger is dan de weerge- geven gewenste temperatuur > T SETPOINT + 5°C geeft aan dat er minstens één douche beschikbaar is. geeft de geschatte energie-inhoud aan op basis van de ingestelde temperatuur. Voor u de boiler in werking stelt moet u controleren of de installateur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot zijn bevoegdheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installateur te hebben begrepen betreende de werking van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat. De wachttijd bij de eerste inschakeling van de warmtepomp is 5 mi- nuten. OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroor

zaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste ri- sico’s. We raden u daarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit. LET OP! Als de watertemperatuur meer dan 6°C hoger is dan de ingestelde temperatuur, dan verschijnt op het display het pictogram

INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK

Druk op de " " knop om de boiler in te schakelen. Op de display verschijnen de “ingestelde” temperatuur en de bedrijfs- modus, terwijl het " " symbool en/of het symbool van het verwar- mingselement " " aangeven of respectievelijk de warmtepomp en/ of het verwarmingselement in bedrijf is. Druk gewoon gedurende 1 seconde op de " " ,knop om de boiler uit te schakelen. De corrosiebescherming is gegarandeerd. Het product verzekert dat de watertemperatuur in de tank niet lager zakt dan 5 °C.

DE TEMPERATUUR INSTELLEN

De gewenste temperatuur voor het warm water kan worden ingesteld m.b.v. de " + " of " - " knop, (T SET POINT, de weergave op het display knippert tijdelijk). Druk op de " SET " knop om de temperatuur van het water in de tank weer te geven; de waarde wordt gedurende 3 seconden weergegeven. In warmtepompmodus zijn 40°C en 55°C de min. en max. temperaturen die standaard bereikbaar zijn. Dit bereik kan worden uitgebreid (min./ max. 40°C /62°C) in het installatiemenu. De maximaal bereikbare tempe- ratuur met het verwarmingselement is 75°C. Door de instellingen in het installatiemenu te wijzigen, kan deze waarde veranderen. DOUCHEN MOGELIJK”

Wanneer het display het pictogram weergeeft, betekent dit dat er mini- maal één douche beschikbaar is. De mogelijke douches zijn op basis van de beschikbaarheid van warm water. Een douche is bedoeld als: 40 l bij 40°C. WERKING

MODE " de gebruiker kan de bedrijfsmodus van de boiler instel- len. De geselecteerde modus wordt op de regel onder de temperatuur vermeld. Wanneer de warmtepomp in bedrijf is, wordt het volgende symbool weergegeven: "

Wanneer het verwarmingselement in bedrijf is, wordt het volgende symbool weergegeven: "

  • GREEN alleen de warmtepomp is in bedrijf, er wordt prioriteit gegeven aan energiebesparing. De max. bereikbare temperatuur is aankelijk van de waarde van parameter (51-62°C). Het verwarmingselement mag alleen worden ingeschakeld en in bedrijf gesteld voor back-up- of veiligheidsmodus (fouten, temperatuur van de lucht buiten werkings

bereik, ontdooiproces bezig, antilegionellafunctie).

  • COMFORT de boiler bereikt de ingestelde temperatuur door rationeel gebruik te maken van de warmtepomp en, alleen indien nodig, van het verwar- mingselement. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan comfort. Wanneer het apparaat in comfortmodus werkt, kan de geluidsemissie toene
  • FAST permanente Boost-modus, de boiler maakt gebruik van zowel de warmtepomp als het verwarmingselement om de ingestelde tempera- tuur te bereiken. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan verwarmingstijd.
  • I-MEMORY deze modus is bedoeld om het energieverbruik te optimaliseren en het comfort te maximaliseren door de warmwaterbehoeften van de gebruiker en het geoptimaliseerd gebruik van de warmtepomp/het verwarmingselement te monitoren. Het algoritme garandeert de da- gelijkse behoefte door het gemiddelde voor te stellen van de pro- fielen die gedurende de 4 voorgaande weken werden vastgesteld. De eerste week blijft de door de gebruiker ingevoerde setpoint-tem- peratuur constant; vanaf de tweede week zal het algoritme de set- point-temperatuur automatisch aanpassen om de dagelijkse behoef- te te verzekeren. Om het I-Memory-profiel te resetten, gebruikt u U9 (I-Memory-modus is zichtbaar wanneer U1: PROGRAM op "OFF")
  • HC-HP modus verwarming wordt uitgevoerd binnen HC-HP-signaaldetectie om te verwarmen wanneer energie aan verminderd tarief beschik- baar is. De gewenste temperatuur is aankelijk van de geselecteer- de specifieke HC-HP-modus:65 / NL - HC-HP: wanneer signaal EDF gedetecteerd wordt, kunnen HP en HE werken (prioriteit aan HP). Vorstbescherming wordt de hele dag door gegarandeerd. - HC-HP_40: wanneer signaal EDF gedetecteerd wordt, werking als HC-HP; in het andere geval wordt de temperatuur op 40 °C gehou- den (alleen HP). - HC-HP24h: wanneer signaal EDF gedetecteerd wordt, werking als HC-HP; in het andere geval wordt ingestelde temperatuur met al- leen de HP bereikt (min./max. 40/62 °C). Lte activeren in installatiemenu P1.
  • BOOST (" " knop) Zowel de warmtepomp als het verwarmingselement worden gebruikt om de ingestelde temperatuur binnen de kortst mogelijke tijd te be- reiken. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, wordt de voor- gaande modus opnieuw geactiveerd.
  • HOLIDAY te gebruiken tijdens een periode van afwezigheid. Zodra de geselec- teerde periode verstrijkt, wordt de Vakantie-modus gedeactiveerd en start het apparaat automatisch op om opnieuw te werken volgens de eerdere instelling. De Vakantie-modus wordt ingesteld via het gebrui- kersmenu. In deze modus is er geen verwarming, de vorstbeveiliging en de ontsmettingscyclus zijn wel gegarandeerd. GEBRUIKERSMENU Het menu wordt geopend met behulp van de knop " MENU ". Druk op de knop " + " op " - " om de parameters U1, U2, U3 ... U10, te selecteren. De beschrijving van iedere parameter verschijnt op de regel eronder. Druk op " SET " om te bevestigen en op " MODE " om terug te keren. PARAMETER

NAAM BESCHRIJVING PARAMETER

U1 PROGRAM Hiermee kan de gebruiker verschillende bedrijfs- modi selecteren: PROGRAM ON - TIME BASED:

U2 PRGTIME Gebruiker kan de gewenste timeslots selecteren U3 PRG SET Personaliseren van de tijdsprogrammering U4 HOLIDAY Om de VAKANTIE-modus te activeren/deactive

ren. Na bevestiging van AAN moet de gebruiker het aantal afwezigheidsdagen als “Vakantieda- gen” invoeren U5 ANTBACT Geeft weer of de functie tegen legionella actief is U6 DATE Instellen van de datum (jaar, maand, dag), de tijd (uren, minuten) en in-/uitschakelen van de auto

matische omschakeling naar zomer-/wintertijd. U7 REPORTS Geeft het energieverbruik weer (totaal) U8 SILENT Om de SILENT-modus te activeren/deactiveren (Aan/Uit). Aanbevolen voor niet-afgetrokken configuraties. U9 I-MRESET Om de toevoerprofielen te herstellen selecteert u On en drukt u op de toets SET. Door te bevestigen worden de opgeslagen gegevens gewist vanaf de herstart van het leer

proces vanaf de huidige week.

INDIEN BESCHIKBAAR Om de Wi-Fi-gegevens te resetten selecteert u On en drukt u op de toets SET

  • TIMER INSTELLEN Parameter U2 PRGTIME. gebruiker kan voor iedere dag van de week 4 verschillende timeslots instellen. [START] en [STOP] definiëren het begin en het einde van een timeslot. Na het vierde timeslot wordt aan de gebruiker gevraagd om de instelling te bevestigen. Om het geselecteerde timeslot en de timeslots erna te resetten, drukt u op « - « totdat op de display “SET” verschijnt; druk daarna op [SET]. Als een timeslot niet ingesteld is, blijft het als niet-gedefinieerd aangegeven : Voorbeeld: het water moet opgewarmd worden van 8 tot 12 uur en van 16 tot 20 uur. [START1] = 8:00; [STOP1] = 12:00; [START2] = 16:00; [STOP2] = 20:00; [START3] = 00:00; [STOP3] = 00:00; [START4] = 00:00; [STOP4] = 00:00; Bij selectie van ALL_DAYS worden van maandag tot zondag dezelfde timeslots toegewezen. Daarna kan iedere dag van de week indivi

dueel worden aangepast door de overeenstemmende parameter te selecteren. Merk op: als het geselecteerde timeslot te kort is, zal de gewenste temperatuur niet bereikt kunnen worden.

  • PROGRAMMA-INSTELLINGEN Parameter U3 PRG SET. Het is mogelijk om de verschillende werkmo

di aan te passen wanneer U1 actief is. PARAMETER

Buiten het timeslot wordt een minimale watertem- peratuur gegarandeerd. Warmtepomp water voorverwarmen: ingestelde temperatuur is al bereikt bij het begin van de geselecteerde timeslots U3.2 PREHEAT Warmtepomp water voorverwarmen: ingestelde temperatuur is al bereikt bij het begin van de geselecteerde timeslots INSTALLATIEMENU

PERSONEEL WORDEN INGESTELD. De belangrijkste instellingen kunnen in het Installatiemenu worden gewijzigd. De instelbare parameters worden weergegeven op het display, samen met het sleutelsymbool “

Druk gedurende 3 seconden op "MENU" om het Installatiemenu te openen, selecteer vervolgens wachtwoord 234. PARAMETER

CODE Intoetsen van de code om toegang te krijgen tot het in

stallatiemenu. Op het display verschijnt het getal 222, druk op de toetsen " + " en " - " en toets code 234 in. Druk op de toets "SET" om te bevestigen. Nu heeft u toegang tot het installatiemenu.

HC-HP Werking met gedierentieerde voeding:

0. HC-HP_OFF (standaard UIT)

ANTIBACT De functie ANTIBACT kan worden ingesteld: ON (functie ingeschakeld) OFF (functie uitgeschakeld / standaard UIT)

T ANTB T ANTB geeft de temperatuur aan die bereikt moet worden [60/75 °C] voor de antibacteriële cyclus en ge- durende minstens 1 uur aangehouden moet worden.

T MAX Aanpassing van de MAX bereikbare temperatuur [65/75 °C]. Een hogere temperatuurwaarde zorgt er

voor dat een grotere hoeveelheid warm water kan worden gebruikt..

T MIN Regeling van de MIN. bereikbare temperatuur. Een lagere temperatuurinstelling laat een meer ener

gie-eciënte werking toe in geval van beperkt warm- waterverbruik

I-M TMIN Te garanderen minimumtemperatuur in I-Memory-mo

dus wanneer het algoritme geen waterafnames heeft vastgesteld.66 / NL

TMAX HP Maximale watertemperatuur die kan worden bereikt met alleen de warmtepomp. Dit kan door de installa- teur binnen het bereik [40/62 °C] worden ingesteld.

TMINAIR Minimale luchttemperatuur die de werking van de warmtepomp verzekert; indien de luchttemperatuur onder deze waarde zakt, wordt de compressor afge

remd. Dit kan door de installateur binnen het bereik [-10, 10 °C] worden ingesteld.

pomp opnieuw start nadat de gewenste temperatuur is bereikt. Dit kan door de installateur binnen het bereik [3/12 °C] worden ingesteld. P10 TANKVOL Deze parameter geeft de capaciteit van de tank aan en is nuttig in geval van individuele aanpassing van een reserveonderdeel. P11 PV MODE Werking met PV:

0. OFF (PV standaard UIT)

1. PV_HP (PV modus met alleen HP)

2. PV_HE (PV modus met HP en HE1)

3. PV_HEHP (PV modus met HP en HE1 + HE2)

P12 PV TSET Deze parameter geeft de te bereiken temperatuur in PV-modus aan. Dit kan door de installateur binnen het bereik [55/75 °C] worden ingesteld. P13 SG MODE Werking met SG:

0. OFF (SG standaard UIT)

1. HP_ON (SG modus met alleen HP)

P14 SYSMODE Werking van het systeem:

0. STD (standaard installatie)

1. OUT (het product is geconfigureerd om te werken

met een hulpbelasting op de spiraal, bestuurd vanaf het directe contact AUX)

2. PRHE (het product is geconfigureerd als generator in

voorverwarming om te werken met een hulpbelasting en de parameters voor sanitair water te delen)

3. SYS (het product is geconfigureerd om te werken

met een hulpbelasting op de spiraal, bestuurd via Bus) P15 BUZZER Akoestisch signaal bij het indrukken van de knoppen P16 SILENT De functie SILENT kan worden ingesteld: ON (functie ingeschakeld) OFF (functie uitgeschakeld - standaardinstelling) P18 FACT RS Dit commando moet worden ingesteld als de instal

lateur de fabrieksinstellingen wil herstellen; alle in- stellingen van de gebruiker worden terug op hun standaardwaarde ingesteld, met uitzondering van energiestatistieken, tankinhoud en wifi (indien aanwe

zig). P19 MB SW HP-TOP-MB-softwareversie in als MM.mm.bb. P20 HMI S HP-MED-HMI-softwareversie in als MM.mm.bb P21 T LOW Deze parameter geeft de watertemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de op het laagste punt in de water

tank geïnstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P22 T HIGH Deze parameter geeft de watertemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de op het hoogste punt in de watertank geïnstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P23 T DOME Deze parameter geeft de watertemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de in de koepel van de water

tank geïnstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P24 T AIR Deze parameter geeft de luchttemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de op de externe unit geïn

stalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P25 T EVAP Deze parameter geeft de gastemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de vóór de verdamper op de ex

terne unit geïnstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P26 T SUCT Deze parameter geeft de gastemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de vóór de compressor op de externe unit geïnstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P27 T COND Deze parameter geeft de gastemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de na de condensor op de exter

ne unit geïnstalleerde NTC. Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P28 T DISC Deze parameter geeft de gastemperatuur in °C aan die werd afgelezen door de na de compressor op de ex

terne unit geïnstalleerde N Als de NTC een fout aangeeft, wordt “--” weergegeven. P29 T SH Deze parameter geeft de temperatuur voor overver- hitting in °C aan. Als de NTC verdamping of aanzuiging een fout aangeeft, wordt “-” weergegeven. P30 ERRORS Deze parameter laat toe om de laatste 10 fouten die zich hebben voorgedaan te doorlopen. P31 WI-FISET De functie Wi-Fi (indien beschikbaar) kan worden ingesteld: ON (functie ingeschakeld) OFF (functie uitgeschakeld) P32 F ANTB Herhaling op dag [1-30] van de antibacteriële cyclus, in- dien actief P33 EBUS POWER ON (functie ingeschakeld) - OFF (functie uitgeschakeld) P34 HP-TYPE Instelling cascadesysteem [Master-Slave1,……Slave7]

  • PARAMETER P11 - FOTOVOLTAÏSCHE MODUS " " Beschikt u over een fotovoltaïsch systeem, dan kunt u het product instellen voor optimaal gebruik van de geproduceerde stroom. Na uitvoering van de elektrische aansluitingen, stelt u parameter P11 in op een andere waarde dan «0». Moet het signaal gedurende minstens 5 minuten ontvangen worden (zo- dra het apparaat een cyclus start, zal deze gedurende minstens 30 minuten werken). Na detectie van het signaal werkt de bedrijfsmodus als volgt: - OFF (waarde 0 – default) PV-modus gedeactiveerd. - PV_HP (waarde 1) bij aanwezig signaal van de omvormer. Het apparaat bereikt de ingestel- de temperatuur (maximaal tussen T SET POINT en PV TSET) met alleen de warmtepomp (max 62°C). - PV HE (waarde 2) Het apparaat bereikt de ingestelde temperatuur (maximaal tussen T SET POINT en PV TSET) door alleen de warmtepomp te laten draaien tot 62 °C en indien nodig het verwarmingselement (1500 W) . - PV_HEHP (waarde 3) de ingestelde temperatuur (maximaal tussen T SET POINT en T W PV) lwordt bereikt met de warmtepomp en het verwarmingselement (1000 W) tot 62 °C. Voor hogere temperaturen dan 62 °C wordt het tweede verwarmingsele- ment (1500 W) geactiveerd.
  • PARAMETER P13 - SMART GRID-MODUS Als u een SG-signaal heeft, kunt u de signaalkabel aansluiten zoals beschreven in het hoofdstuk «Elektrische aansluitingen»; als functie P13 is geactiveerd, ver

schijnt het SG-symbool. Zodra het apparaat het signaal gedurende minimaal 5 minuten ontvangt (zodra het apparaat een cyclus start, werkt het minimaal 30 minuten), worden de naam van de geselecteerde modus en het bericht SG ON afwisselend weergegeven; de huidige bedrijfsmodus wordt automatisch gewijzigd door het apparaat in te stellen op de temperatuur ingesteld door de thermostaat (maximum tussen T SET POINT en PV TSET), terwijl alleen de warmtepomp in bedrijf is (max. 62 ° C).

  • PARAMETER P16 - SILENT-MODUS Deze functie vermindert het geluidsniveau (prestaties kunnen verschillen van de opgegeven waarden). Ze kan worden geactiveerd met de parameter P6 in het installatiemenu. "

VORSTBEVEILIGING Als de temperatuur van het water in de tank onder 5°C zakt terwijl het apparaat ingeschakeld is, zal het verwarmingselement (1000 W) automatisch worden geac

tiveerd om het water op te warmen tot 16 °C. DEFROST "

De Defrost-functie wordt geactiveerd wanneer de warmtepomp al minstens 20 minuten functioneert, de waargenomen luchttemperatuur onder 15°C ligt en de verdampertemperatuur snel afneemt. Wanneer de defrost-cyclus in werking is, wordt op het display het hiernaast afgebeelde pictogram weergegeven.67 / NL

OPGELET! controleer de elektrische verbinding van de componenten met het moederbord en ga na of de NTC-sensoren goed in hun behuizingen zitten, alvorens ingrepen te plegen op het product volgens de onderstaande aanwijzingen. Storingscode Oorzaak Werking element Werking warmtepomp Wat te doen 007 NTC condensor: onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte werking NTC condensor controleren

NTC afvoer (compressor uitlaat): onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte werking NTC afvoer controleren 009 NTC lucht: onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte werking NTC lucht controleren 010 NTC verdamp: onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte werking NTC verdamp controleren

NTC aanzuiging (compressor inlaat): onderbreking of kortsluiting ON OFF Correcte werking NTC aanzuiging controleren 021 Gaslek ON OFF Controleren of de ingangssensor van de compressor correct werkt. Als de fout blijft bestaan, het restgas terugwinnen; het lek in het koelcircuit opzoeken; dit repareren; het circuit vacuüm zuigen en opnieuw vullen met de juiste hoeveelheid koelgas. 032 Fout compressor ON OFF Spanning stroomvoorziening op compressorcontact controleren. 042 Verdamper verstopt ON OFF Schakel het apparaat uit. Controleer of de verdamper niet verstopt is. 044 Fout ventilator OFF OFF Spanning stroomvoorziening op ventilatorcontact controleren. De correcte werking van de sensor in de compressorinlaat controleren. 051 Hogedrukbeveiliging ON OFF Bedrading van drukschakelaar controleren. Hoeveelheid gas controleren. 053 Compressor thermische beveiliging: KO ON OFF Contact thermische beveiliging compressor controleren. 081 Fout elektronische expansieklep ON OFF Kabels van expansieklep controleren. Correcte werking NTC aanzuiging en NTC verdamp controleren.

Watertemperatuursensor (zone verwarmingselement): onderbreking of kortsluiting OFF OFF Correcte assemblage van sensorbedrading op respectief moederbordcontact controleren. Correcte werking sensor controleren.

Watertemperatuursensor (zone verwarmingselement): veiligheidsinterventie (niveau 1). OFF OFF Correcte werking sensor controleren.

Watertemperatuursensor (zone verwarmingselement): veiligheidsinterventie (niveau 2). OFF OFF Correcte werking sensor controleren.. 233 Relais geblokkeerd OFF OFF Reset het product door tweemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, het moederbord vervangen. 241 Opgedrukte stroomanode: onderbreking OFF OFF Aanwezigheid van water in het product controleren. Als de fout blijft bestaan, de correcte werking van de anode controleren. Correcte assemblage van anodebedrading op respectief moederbordcon

tact controleren. Als de fout blijft bestaan, moederbord vervangen. 314 AAN/UIT herhaald OFF OFF 15 minuten wachten alvorens het product te deblokkeren met AAN/UIT-knop STANDAARDINSTELLINGEN Het apparaat wordt geleverd met een reeks standaard ingestelde modi, functies of waarden (zie onderstaande tabel):

HC-HP (tweeledige debiet bedrijfsmodus) OFF HYSTERESE 12°C STORINGEN Op het moment dat zich een defect voordoet schakelt het apparaat over naar een storingsstatus. Het display begint te knipperen en toont een storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts één van de twee verwarmingsgroepen betreft, en zal de warmtepomp of het elektrisch element laten werken. Als de storing de warmtepomp betreft verschijnt op het scherm het knipperende symbool “HP”. Als de storing het elektrisch element betreft zal het symbool van het elektrisch element gaan knipperen. Als de storing beide betreft zullen ze beide gaan knipperen.68 / NL 321 Corrupte gegevens OFF OFF Reset het product door tweemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, het moederbord vervangen.

Geen communicatie tussen moederbord en HMI OFF OFF Het product resetten door tweemaal op de AAN/UIT-knop te drukken. Als de fout blijft bestaan, de bedrading voor communicatie tussen moederbord en display vervangen.

Geen communicatie tussen moederbord en WiFi-kaart (indien aanwezig) ON ON Als er geen WiFi aanwezig is: - Bedrading tussen moederbord en HMI controleren. Als de fout blijft bestaan, de HMI-module vervangen. Da WiFi NICHT verfügbar ist: - Ga naar het installateursmenu en stel P31 in op UIT Als de foutmelding weer optreedt, vervang dan de printplaat. 334 Geen communicatie tussen moederbord en TDC ON OFF De communicatiekabel en de kabels van het moederbord en TDC controleren. Als de fout blijft bestaan, de TDC vervangen. 335 Geen communicatie met veiligheidskaart OFF OFF Reset het product door tweemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, het moederbord vervangen. 336 Aanraakscherm werkt niet ON ON Reset het product door tweemaal op de ON / OFF-toets te drukken. Als de fout blijft bestaan, de HMI vervangen. 337 Geen master in cascade OFF OFF Controleer in de cascade of minimaal één product is ingesteld als Master; zo niet, één product instellen als master. WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin. Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten moeten door erkende in- stallateurs worden uitgevoerd (installateurs die in het bezit zijn van de rekwisieten die door de geldende normen worden vastgesteld). Na gewoon of buitengewoon onderhoud is het raadzaam om het reservoir van het apparaat te vullen met water en het vervolgens helemaal leeg te maken, om eventuele resterende verontreinigingen te verwijderen.

LEGEN VAN HET APPARAAT

U dient het apparaat te legen indien het lange tijd ongebruikt en/of in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen: - schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet - sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit niet het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af. - open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip) - open de kraan op de inlaatcombinatie (voor landen die EN 1487 hebben overgenomen) of de kraan op de “T”- verbinding, zoals beschreven in par. "Hydraulische aansluiting". NORMAAL ONDERHOUD De gedeeltelijke verstopping van het verdamperfilter is de oorzaak van lagere prestaties van het product, daarom wordt geadviseerd om het filter zelf minstens eenmaal per jaar schoon te maken om stof of eventuele verstoppingen te verwijderen. Het filter kan naar buiten worden getrokken dankzij een clip boven de kappen Maak het filter schoon met water en neutrale zeep. Controleer of het externe eindstuk van de luchtafvoerbuis en de buis zelf niet verstopt of versleten zijn. Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is. Controleer of de roosters en de kanalisering perfect schoon zijn. NORMAAL ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER We raden u aan het apparaat om te spoelen na elk normaal of bij

zonder onderhoud. Het overdrukmechanisme moet geregeld ingeschakeld worden om te controleren of het niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzet- tingen te verwijderen. Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is. Verifier de roosters en de luchtkanalen en reinig indien nodig.

VERWIJDERING VAN DE BOILER

Het apparaat bevat koelgas van het type R134a/R513, wat niet in de atmosfeer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler moet daarom door een bevoegde installateur worden uitgevoerd. ONDERHOUD (voor geautoriseerd personeel) Dit product is conform aan de Richtlijn WEEE 2012/19/EU. Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak op het apparaat of de verpakking ervan geeft aan dat het product aan het einde van de levensduur gescheiden van ander afval moet worden verzameld. De gebruiker moet de afgedankte apparatuur dus afgeven bij een geschikt gemeentelijk inzamel- centrum van elektrotechnisch en elektronische apparatuur. In plaats van het zelfstandige beheer is het ook mogelijk de af te danken apparatuur bij de dealer te brengen op het moment van aanschaf van een ander, equivalent apparaat. Bij dealers van elektronische producten met een verkoopoppervlak van min- stens 400 m² is het verder mogelijk om kosteloos, zonder enige verplichting tot aanschaf, afgedankte elektronische producten in te leveren met afmetingen van minder dan 25 cm. Een goede ge- scheiden afvalverwerking en daaropvolgend doorsturen van de afgedankte apparatuur voor milieuvriendelijke recycling, behan- deling en verwerking dragen ertoe bij om mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen en bevorderen het hergebruik en/of de recycling van de materialen waaruit de apparatuur bestaat. Voor meer informatie over de be- schikbare inzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke afvaldienst of tot de verkoper van het product. Het apparaat is niet voorzien van oplaadbare batterijen, maar als deze worden gebruikt moeten ze voordat het apparaat wordt af- gedankt worden verwijderd en worden weggegooid in special verzamelbakken. De behuizing van de batterijen zit achter de frontale lijst.69 / NL

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK WAT TE DOEN

Het uitgaande water is koud of niet warm genoeg Lage temperatuur ingesteld De temperatuur voor het uitgaande water verhogen Storing van de machine Controleren of er foutmeldingen op het display zijn en handelen op de aangegeven wijze in de tabel "Fouten" Geen elektrische aansluiting, afgekoppelde of be

schadigde kabels De spanning op de voedingsklemmen controleren, controleren of de kabels in orde en aangesloten zijn Geen HC/HP-signaal (als het product geïnstalleerd is me de EDF-signaalkabel) Om de werking van het product te controleren, de "Boost” modus in

schakelen: als de uitslag positief is controleren of het HC/HP-signaal van de gasmeter aanwezig is, controleren of de EDF-kabels intact zijn Storing van de timer voor het dubbele tarief (als het product met deze configuratie geïnstalleerd is) De werking van de gasmeter overdag/’s nachts controleren en controle

ren of de ingestelde tijd voldoende is voor de verwarming van het water Onvoldoende luchtstroom naar de verdamper Reinig de roosters en de leidingen regelmatig Product uit De elektriciteitstoevoer controleren, het product inschakelen Gebruik van een grote hoeveelheid warm water wanneer het product zich in de verwarmingsfase bevindt Fout sensor Controleren of er fouten met betrekking tot NTC aanwezig zijn, ook on

regelmatig Het water is kokend heet (met eventuele damp op de kranen) Hoog niveau van kalkaanslag van de ketel en zijn onderdelen De elektrische voeding uitschakelen, het apparaat legen, de kous van het verwamingselement demonteren en de kalkaanslag aan de binnen- kant van de ketel verwijderen: let erop dat de emaillering van de ketel en het verwamingselement niet worden beschadigd. Het product weer volgens de oorspronkelijke configuratie in elkaar zetten: het wordt aan

geraden om de pakking van de flens te vervangen. Fout sensor Controleren of er fouten met betrekking tot NTC aanwezig zijn, ook on

regelmatig Verminderde werking van de warmtepomp, bijna permanente werking van het elektrische verwarmingselement Waarde "Time W" te laag Een lagere temperatuurparameter of een hogere parameter dan "Time W" instellen Installatie uitgevoerd met niet-conforme elektri- sche spanning (te laag) Het product voeden met een correcte elektrische spanning Verdamper verstopt of bevroren De staat van reiniging van de verdamper controleren Problemen met het circuit van de warmtepomp Controleren of er geen foutmeldingen op de display weergegeven wor

den Het is minder dan 8 dagen geleden sinds de: - Eerste inschakeling - Wijziging van de parameter Time W. - Er is geen netspanning. wacht 8 dagen Onvoldoende warmwaterstroom Lekken of verstopping van het watercircuit Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de toevoerlei

ding van warm water intact zijn Waterlekkage uit het overdrukmechanisme Het druppelen van water uit het systeem moet als normaal worden beschouwd gedurende de ver

warmingsfase Als u druppelen wilt voorkomen, moet u een expansievat installeren op de afvoerinstallatie. Als druppelen tijdens de niet-verwarmende periode door blijft gaan, de kalibratie van het instrument en de druk van de wa- terleiding controleren. Let op: Blokkeer nooit de afvoeropening van het systeem! Toename van het lawaai Aanwezigheid van verstoppende elementen aan de binnenkant De bewegende onderdelen van de eenheid controleren, de ventilator en de andere onderdelen reinigen die lawaai zouden kunnen maken Trillen van enkele onderdelen De middels mobiele vergrendelingen aangesloten onderdelen contro

leren en kijken of de schroeven stevig zijn aangedraaid Problemen met de weergave of uitgaan van de display Storing of problemen met de elektrische aanslui

ting tussen het moederbord en de interface-kaart De aansluiting controleren en de correcte werking van de elektronische kaarten controleren. Er is geen netspanning Controleren of er netspanning is Vieze geur aomstig van het product Afwezigheid van een sifon of lege sifon Zorg voor een sifon. Controleer of deze het benodigde water bevat Abnormaal of buitensporig consumptie dan verwacht Lekken of gedeeltelijke verstopping van het koelgascircuit Het product opstarten in de warmtepomp-modus, een lekzoeker voor het specifieke gas gebruiken om te controleren of er geen lekken zijn Ongunstige omgevings- of installatieomstandig

heden Verdamper gedeeltelijk verstopt Controleren of de verdamper, de roosters en de kanalen vuil zijn Niet-conforme installatie Overig Contact opnemen met de technische dienst PROBLEMEN OPLOSSEN70 / APPENDIX Ø 150 Ø 200 Pa MAX 230 Pa m equivalent Pa m equivalent 1m PVC

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Atag

Model : Energion Nuos Plus 200

Categorie : Ketel