Legend 6 WK150LDSL - Koekenpan HARVIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Legend 6 WK150LDSL HARVIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Legend 6 WK150LDSL HARVIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Legend 6 WK150LDSL - HARVIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Legend 6 WK150LDSL van het merk HARVIA.
GEBRUIKSAANWIJZING Legend 6 WK150LDSL HARVIA
3.5. Accessori .......................................................... 82Proficiat met uw keuze! De saunakachel van Harvia presteert het best en gaat het langst mee als de onderhouds- en gebruiksinstructies worden gevolgd. Neem de instructies aandachtig door voordat u de kachel installeert of in gebruik neemt. Bewaar de instructies voor toekomstig gebruik. INHOUD
3.1. Voorafgaand aan de installatie ............................. 91
3.2.2. De kachel aansluiten op een gemetseld
rookkanaal .......................................................... 93
3.2.3. De kachel aansluiten op een stalen schoorsteen
Emissie van brandbare producten p p p p Temperatuur van het oppervlak p p p p Vrijkomen van gevaarlijke stoffen NPD NPD NPD NPD Reinigbaarheid p p p p Temperatuur afvoergassen* 420 °C 448 °C 458 °C 463 °C Mechanische weerstand p p p p Stookvermogen saunaruimte 16 kW 21 kW 23 kW 23,5 kW - emissie van koolmonoxide bij 13 % O
- Kacheldeur gesloten, p Voldoende, NPD Geen vermogen bepaald Tabel 2. Prestatieverklaring Beoogd gebruik Meerstralige saunakachels op brandhout Harvia PL 12 40951 Muurame Finland
EN 15821:2010 Het product voldoet aan de volgende normen De producten zijn getest overeenkomstig de in de norm beschreven methodes EN 15821:2010 Aangemelde instantie (identificatienummer) VTT, PL 1000, 02044 VTT, Finland (0809) Muurame, Finland, 8.4.2015 Teemu Harvia Technical Director teemu.harvia@harvia.fi +358 207 464 038NL
Figuur 1. Onderdelen van de kachel. Opmerking! Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen reserveonderdelen. Modificaties aan de kachel door onbevoegden zijn verboden. Kies het juiste kachelmodel. Een kachel met een te laag vermogen moet langer en intensiever worden gestookt, wat de levensduur van de kachel aanzienlijk verkort. Houd er rekening mee dat niet-geïsoleerde wand- en plafondoppervlakken (zoals baksteen, glas, tegels en betonnen oppervlakken) de benodigde warmteprestaties van de kachel verhogen. Voor elke vierkante meter van een dergelijk wand- en plafondoppervlak moet een extra 1,2 m3 aan het volume worden toegevoegd. Als de wanden van de saunaruimte uit massief hout bestaan, moet het volume met 1,5 worden vermenigvuldigd. Voorbeelden:
- Een saunaruimte van 10 m3 met een bakstenen muur van 2 m hoog en 2 m breed komt overeen met een volume van ongeveer 15 m3.
- Een saunaruimte van 10 m3 met een glazen deur komt overeen met een volume van ongeveer 12 m3.
- Een saunaruimte van 10 m3 met massieve houten wanden komt overeen met een volume van ongeveer 15 m3. De dealer of onze vertegenwoordiger kan u indien gewenst met het uitkiezen van een kachel helpen. Voor meer informatie kunt u terecht op onze website www.harviasauna.com. 1.1. Onderdelen van de kachel A. Stalen frame B. Kachelbehuizing C. Aansluitopening achter D. Aansluitopening boven E. Roetopening F. Kacheldeur G. Aslade H. Flens (alleen Legend 240 Duo/300 Duo)
1.2. Verbranding De kachel heeft een speciaal rooster om het verbrandingsproces te verbeteren: de luchtkanalen van de verbrandingskamer leiden een deel van de lucht boven het vuur naar het bovenste deel van de verbrandingskamer (figuur 2). Zo worden de rookgassen ook verbrand en genereren ze meer warmte. Ook het stookmateriaal (
2.3.) en de aanmaakmethode ( 2.5.) hebben een significante invloed op het
2. GEBRUIKSAANWIJZING
Neem de instructies aandachtig door voordat u de kachel in gebruik neemt. 2.1. Waarschuwingen
- Door zeelucht en een vochtig klimaat kunnen de metalen oppervlakken van de saunaoven gaan corroderen.
- Hang in verband met brandgevaar geen kleren in de sauna om te drogen. Een te hoge vochtig- heidsgraad kan ook de elektrische apparatuur beschadigen.
- Giet nooit water op de stenen als mensen zich in de buurt van de kachel bevinden, aangezien de hete stoom hun huid kan verbranden.
- Blijf uit de buurt van de saunaoven als deze heet is. De stenen en buitenste oppervlakken van de saunaoven kunnen brandwonden ver-oorzaken.
- Gooi niet teveel water op de stenen. Het ver-dampende water is kokend heet.
- Zorg dat kinderen, gehandicapten of zieken de sauna niet zonder toezicht gebruiken.
- Raadpleeg uw huisarts met betrekking tot eventuele gezondheidsbeperkingen bij saunage-bruik.
- Ouders moeten hun kinderen bij de hete sau-naoven vandaan houden.
- Win advies in van het consultatiebureau als u kleine baby’s mee in de sauna wilt nemen (leeftijd, temperatuur van de sauna, tijd die in de warme sauna wordt doorgebracht).
- Ga nooit slapen in een warme sauna.
- Beweeg voorzichtig in de sauna, aangezien het platform en de vloeren glad kunnen zijn.
- Ga nooit in een hete sauna zitten als u alcohol, sterke medicijnen of een een verdovend middel heeft gebruikt. 2.2. De kachel voorbereiden voor gebruik Voer de eerste stookprocedure uit voordat u de kachel in gebruik neemt. Het doel van deze procedure is om de beschermende verf van de behuizing van de kachel af te branden. De behuizing van de kachel zal tijdens dit proces rook afgeven.
1. Verhit de behuizing van de kachel indien mogelijk in de buitenlucht totdat er geen sprake van
rookontwikkeling meer is. Installeer de rookkanalen (indien aanwezig) voor de afzuiging. Laat de behuizing van de kachel afkoelen Verwijder verfresten op mechanische wijze, met bijvoorbeeld een staalborstel en een stofzuiger.
2. Installeer de kachel volgens de installatie-instructies. Leg de stenen in de kachel (
3. Verwarm de sauna tot normale gebruikstemperatuur. Zorg voor goede ventilatie in de saunaruimte,
aangezien de kachel nog steeds rook en geur kan afgeven. De kachel is klaar voor normaal gebruik als het roken ophoudt. 2.3. Verbrandingsmateriaal Droog hout is het beste materiaal voor het stoken van de kachel. Droog, gekapt brandhout knettert als het contact maakt met andere stukken hout. De vochtigheid van het hout heeft een aanzienlijke invloed op de zuiverheid van de verbranding en het rendement van de kachel. Het vuur kan worden aangelegd met berkenschors of krantenpapier. De thermische waarde verschilt per houtsoort. Om dezelfde hoeveelheid warmte te produceren, is 15% minder beuken- dan berkenhout nodig, bijvoorbeeld. Grote hoeveelheden hout met een hoge thermische waarde verbranden, verkort de levensduur van de kachel! De volgende materialen mogen niet in de kachel worden verbrand:
- Materialen met een hoge thermische waarde (zoals spaanplaat, plastic, kolen, briketten of pellets).
- Geverfd of geïmpregneerd hout
- Afval (zoals PVC-kunststoffen, textiel, leer, rubber of wegwerpluiers)
- Tuinafval (zoals gras en bladeren)
- Vloeibare brandstoffen 2.4. Saunastenen Het gebruik van geschikte saunastenen is belangrijk voor de veiligheid van het toestel. Met het oog op de garantie is de gebruiker verantwoordelijk voor het correcte onderhoud van de steenkorf, overeenkomstig de specificaties en de gebruiksaanwijzing. Belangrijke informatie over geschikte saunastenen:
- De geschikte materialen voor saunastenen zijn peridotiet, olivijn-diabaas, olivijn en vulcaniet.
- Gebruik alleen gekloven en/of afgeronde stenen voor uw saunakachel.
- Keramische en decoratieve stenen mogen alleen gebruikt worden, mits goedgekeurd en gebruikt volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
- Let op: decoratieve stenen zijn alleen geschikt voor de bovenste laag van de steenkorf. Decoratieve stenen moeten voldoende ruim geplaatst worden om een toereikende luchtcirculatie te verkrijgen. Plaats decoratieve stenen zo dat ze niet in aanraking komen met de verwarmingselementen van eenNL
elektrische saunakachel Bij het gebruik van een houtstookoven moet u ervoor zorgen dat de stenen niet in aanraking komen met het gloeiende binnenframe van de stookoven.
- De garantie omvat geen defecten die veroorzaakt zijn door het gebruik van decoratieve stenen of saunastenen die niet door de fabrikant worden aanbevolen.
- De stenen moeten een doorsnee hebben van 5 tot 10 cm.• Was het stof van de stenen af voordat u deze in de oven stapelt. Het stapelen van de saunastenen:
1. Lijn het stalen frame en de verbrandingskamer uit. Plaats een paar stenen tussen de
verbrandingskamer en het stalen frame zodat het stalen frame tijdens het plaatsen van de stenen niet verschuift.
2. Bedek de verbrandingskamer met stenen. Plaats de stenen in een compacte laag tussen de
verbrandingskamer en het stalen frame. Directe warmtestraling van de onbedekte kachel kan de omringende structuren tot gevaarlijke temperaturen verhitten, zelfs buiten de veiligheidsafstanden. Gebruik stenen die makkelijk tussen het stalen frame en de verbrandingskamer passen.
3. Vul het bovenste deel van het stalen frame met stenen. Plaats de stenen spaarzaam. Vorm geen
hoge stapel stenen boven op het frame.
4. Zorg ervoor dat de verbrandingskamer van de kachel niet zichtbaar is nadat de stenen zijn
geplaatst. Stapel de stenen eventueel dichter op elkaar en/of voeg stenen toe. Figuur 3. Het stapelen van de saunastenen
Figuur 4. 2.5. De kachel stoken Controleer voordat u de kachel aanmaakt of er zich geen overbodige voorwerpen in de sauna of binnen de veiligheidsafstand van de kachel bevinden. Een afzuiging in dezelfde ruimte als de kachel kan problemen veroorzaken.
2. Plaats het brandhout in de verbrandingskamer, met voldoende ruimte voor de luchtcirculatie tussen
het brandhout. Leg het grootste brandhout onderaan en de kleinere stukken bovenaan. Gebruik brandhout met een diameter van 8-12 cm (zie de waarde van de ontstekingsbelasting, zie tabel 2). SL-/Duo-kachels: Leg het brandhout op het rooster aan de achterkant van de verbrandingskamer. Vermijd het verbranden van brandhout in het verlengstuk van de verbrandingskamer. Gebruik geen te lang brandhout, ook al past het in de vuurkamer.NL
3. Leg het aanmaakhout boven op het brandhout. Door het vuur aan de bovenkant van het brandhout aan
te maken, komen er minder emissies vrij.
4. Steek het aanmaakhout aan en sluit de deur. De luchttoevoer kan worden gereguleerd door het openen
van de aslade. De kachel is niet bedoeld voor gebruik met een geopende kacheldeur. Opmerking! De handgrepen worden tijdens het gebruik erg heet. Gebruik het meegeleverde gereedschap voor het openen en sluiten van de kacheldeur en uitnemen van de aslade (figuur 5). - Bij het stoken van de kachel wordt aanbevolen om de aslade in eerste instantie enigszins open te houden. Hierdoor zal het vuur snel beginnen branden. - Overmatige luchttoevoer maakt de kachel roodgloeiend, wat de levensduur aanzienlijk verkort. - Tijdens het baden en als de saunaruimte al is opgewarmd, kan de aslade worden gesloten om het vuur te temperen en het houtverbruik te reduceren. Zie tabel 2 voor de optimale opening voor de aslade. Meet de opening aan de hand van de gaten in de zijkanten van de aslade. De gaten zijn 5 mm en de afstand tussen de randen van de gaten is eveneens 5 mm.
5. Plaats indien nodig meer brandhout in de verbrandingskamer als de sintels uitdoven. Gebruik brandhout
met een diameter van 12-15 cm. Met slechts enkele stukken hout kan de gebruikstemperatuur op peil worden gehouden (Zie de waarde van de bijvulbelasting, tabel 2). Langdurig en intensief stoken kan leiden tot brandgevaar!
- Overmatig stoken (bijvoorbeeld meerdere volle ladingen na elkaar) leidt tot oververhitting van de saunaruimte, de kachel en de schoorsteen. Overver- hitting verkort de levensduur van de kachel en kan brand veroorzaken.
- Als vuistregel geldt dat temperaturen van meer dan 100 ºC te hoog zijn voor een sauna.
- Neem de juiste hoeveelheden hout zoals aangegeven in de stookinstructies in acht. Laat de kachel, de schoorsteen en de saunaruimte indien nodig afkoelen. 2.6. Saunawater Het water dat op de stenen wordt gegoten moet schoon water voor huishoudelijk gebruik zijn. Voor water voor huishoudelijk gebruik gelden de volgende kwaliteitseisen: Figuur 5. Watereigenschap Invloed Aanbeveling Concentratie teelaarde Kleur, smaak, neerslag < 12 mg/l Concentratie ijzer Kleur, reuk, smaak, neerslag < 0,2 mg/l Mangaan (Mn) Kleur, smaak, neerslag <0,10 mg/l Hardheid: belangrijkste stoffen zijn magnesium (Mg) en kalk, d.w.z. calcium (Ca). Neerslag Mg: < 100 mg/l Ca: < 100 mg/l Chloridehoudend water Snelle corrosievorming Cl: <100 mg/l Chloorhoudend water Gezondheidsrisico Gebruik verboden Zeewater Snelle corrosievorming Gebruik verboden Arsen- und Radonkonzentration Gezondheidsrisico Gebruik verboden Giet saunawater uitsluitend op de stenen. Als u water op het hete stalen oppervlak giet, kan het grote temperatuurverschil blaren laten ontstaan. 2.7. Onderhoud Kachel
- De aslade moet altijd worden geleegd voordat de kachel wordt aangemaakt, zodat de door de aslade geleidde verbrandingslucht het vuurrooster afkoelt, wat de levensduur verlengt. Gebruik een metalen, bij voorkeur staande, afvalcontainer om de as in te deponeren. Aangezien de as hete sintels kan bevatten, mag de ascontainer niet in de buurt van brandbaar materiaal worden geplaatst.
- De in de rookkanalen van de kachel opgehoopte roet en as moet regelmatig via de roetopeningen worden verwijderd (zie 1.1).
- Door grote temperatuurschommelingen kunnen de saunastenen beschadigd raken. Daarom moeten ze minstens één keer per jaar opnieuw worden gerangschikt, of vaker bij intensief gebruik. Ook moeten eventuele stukken steen uit de steenkorf worden verwijderd en moeten beschadigde stenen worden vervangen door nieuwe.
- Verwijder stof en vuil met een vochtige doek van de kachel. De schoorsteen
- De schoorsteen en de verbindingspijpen moeten regelmatig worden geveegd, vooral als de kachel lange tijd niet is gebruikt.
- Door een onvolledige verbranding van brandstof en het niet vegen van de schoorsteen kan roet zich in het rookkanaal ophopen wat brand kan veroorzaken. Te nemen maatregelen bij schoorsteenbrand:
1. Sluit de aslade, de deur van de kachel en de regelklep (indien aanwezig).
2. Waarschuw de plaatselijke brandweer.
3. Probeer het vuur niet met water te blussen.
4. Na een roetbrand moet een schoorsteenveger de kachel en het rookkanaal vóór gebruik controleren.NL
2.8. Probleemoplossing Er is geen afzuiging in het rookkanaal. Er komt rook in de sauna vrij.
- Er zijn lekken bij de aansluiting van het rookkanaal. Dicht de aansluiting af ( 3.2.2.).
- Het bakstenen rookkanaal blijft koud.
- Er is lage luchtdoorstroming door een afzuigkap of een ander apparaat in de ruimte. Zorg voor voldoende lucht ter compensatie.
- Er worden gelijktijdig meerdere kachels gebruikt. Zorg voor voldoende lucht ter compensatie.
- De rookkanalen van de kachel zijn verstopt ( 2.7.).
- De aansluitpijp van het rookkanaal is te diep in de schoorsteen aangebracht ( 3.2.2.). De sauna warmt niet op.
- De saunaruimte is te groot voor de verwarmingscapaciteit van de kachel (zie tabel 1).
- Een groot deel van het wandoppervlak van de sauna is niet geïsoleerd (zie tabel 1.).
- Het stookmateriaal is vochtig of van slechte kwaliteit ( 2.3.).
- Het rookkanaal trekt niet voldoende aan.
- De rookkanalen van de kachel zijn verstopt ( 2.7.). De kachelstenen worden niet warm.
- De saunaruimte is te klein voor de verwarmingscapaciteit van de kachel (zie tabel 1.).
- Het rookkanaal trekt niet voldoende aan.
- Het stookmateriaal is vochtig of van slechte kwaliteit ( 2.3.).
- De rookkanalen van de kachel zijn verstopt ( 2.7.).
- Controleer de positie van de stenen ( 2.4.). Verwijder kleine stenen en stenen met een diameter van minder dan 10 cm uit de steenkorf. Vervang beschadigde stenen door grote, onbeschadigde stenen. De oven geeft een geur af.
- De warme oven kan geuren duidelijker waar-neembaar maken die in de lucht aanwezig zijn maar niet aan de sauna of de oven te wijten zijn. Voorbeelden: verf, lijm, olie, geurstoffen. De houten oppervlakken van de sauna worden zwart Het is normaal dat houten oppervlakken van de sau-naruimte na verloop van tijd geblakerd raken. Dit kan sneller plaatsvinden door zonlicht, hitte van de oven, beveiligingsmiddelen op de wanden (beveili- gingsmiddelen zijn weinig hittebestendig), fijne stofdeeltjes die loskomen van de saunas-tenen en die opstijgen met de warme lucht-stroom en de rook dringt in de sauna binnen, bijvoorbeeld bij het bijvullen van brandhout.NL
3.1. Voorafgaand aan de installatie Controleer vóór het installeren van de kachel of alle eisen voor de veiligheidsafstand worden nageleefd. Er mogen geen elektrische apparaten, bedrading of brandbare materialen binnen de voorgeschreven veiligheidsafstanden rond de kachel aanwezig zijn.
- Alle lokale voorschriften, inclusief nationale en Europese normen, moeten bij het installeren van het apparaat worden nageleefd.
- De kachel is niet geschikt voor aansluiting op een gedeeld rookkanaal.
- De plaatselijke brandweer die belast is met de goedkeuring van de installaties kan meer gedetailleerde informatie over de brandveiligheidsvoorschriften geven.
3.1.1. Ventilatie van de saunaruimte
De ventilatie van de saunaruimte moet als volgt worden geregeld: Afzuiging door zwaartekracht (figuur 6) A. De toevoer van verse lucht moet dicht bij de vloer in de buurt van de kachel zijn geplaatst en B. de afvoer moet zo ver mogelijk van de kachel en dicht bij het plafond zijn geplaatst. De kachel circuleert de lucht op effectieve wijze; de afvoer is vooral bedoeld om vocht na gebruik uit de sauna te verwijderen. Mechanische afzuiging (figuur 7) A. De toevoer van verse lucht moet zich op ongeveer 500 mm boven de kachel bevinden en B. de afvoer moet dicht bij de vloer zijn geplaatst, bijvoorbeeld onder de zitbank. Figuur 6. Afzuiging door zwaartekracht Figuur 7. Mechanische afzuiging
Zie figuur 8. A. Betonnen vloer zonder tegels. De kachel kan zonder specifieke veiligheidsmaatregelen op een betonnen vloer van minstens 60 mm dik worden geïnstalleerd. Zorg ervoor dat er geen bedrading of waterleidingen in het beton onder de kachel zijn gegoten. B. Tegelvloeren. De verlijmingen, voegen en waterdichte materialen die onder de tegels worden gebruikt, zijn niet bestand tegen de uitgestraalde hitte van de kachel. Bescherm de vloer met de beschermplaat van Harvia (
3.5.) of een soortgelijke warmtebescherming.
C. Vloeren in brandbaar materiaal. Bescherm de vloer met de beschermplaat van Harvia (
vloer voor de kacheldeur uit brandbaar materiaal bestaat, installeer dan vuurvaste vloerbescherming. De kachel moet op een vloer met toereikend draagvermogen worden geïnstalleerd. Als de bestaande vloer niet aan deze voorwaarde voldoet, moeten passende maatregelen (zoals bijvoorbeeld een lastverdelende plaat) worden aangebracht. Lichtgekleurde vloeren zullen door de as, steendeeltjes en metaaldeeltjes van de kachel vuil worden. Gebruik donkere vloerbedekking en donkere voegmiddelen.NL
Figuur 8. De vloer beschermen (alle afmetingen in millimeters) A B min. 60 Figuur 9. Veiligheidsafstanden (alle afmetingen in millimeters) min.
3.1.3. Veiligheidsafstanden
Door een verkeerde plaatsing van de stenen kunnen de omringende structuren tot gevaarlijke tem- peraturen worden verhit, zelf buiten de veiligheidsafstanden. De vastgestelde veiligheidsafstanden gelden alleen als de stenen zijn geplaatst zoals beschreven in paragraaf 2.4. Zie figuur 9.
- Plafond. De minimale veiligheidsafstand tussen de kachel en het plafond (A).
- Muren en zitbanken in brandbare materialen. De minimale veiligheidsafstanden tot brandbare materialen: aan beide kanten (B), achter de kachel (C), aan de voorkant (D).
- Gemetselde muren (E). Laat 50 mm ruimte tussen de kachel en de wanden, zodat lucht voor en naast de kachel kan circuleren. Wanneer de kachel in een nis in de muur wordt geïnstalleerd, moet 100 mm tussen de kachel en de wanden voor de luchtcirculatie worden vrijgelaten.NL
3.1.4. Legend Beschermingsmiddelen
- Legend beschermplaat WL100.
- Legend beschermmantel WL200. Een aan de kachel te bevestigen beschermmantel. Gelijkwaardig aan een enkele beschermmantel. Figuur 10.
- Legend afdekking rookpijp WL300. Wordt rond het rookkanaal geïnstalleerd en gevuld met stenen. Geschikt voor zowel rechte als schuine rookkanalen. Figuur 10. 3.2. De kachel installeren
3.2.1. Verstelbare stelpoten
Met de verstelbare stelpoten kan de kachel stevig op een hellende vloer worden geïnstalleerd. Het verstelbereik is 0-30 mm. Schroef de stelpoten los totdat ze met een sleutel (17 mm) kunnen worden versteld wanneer de kachel op zijn plaats staat.
Figuur 10. Legend Beschermingsmiddelen (alle afmetingen in millimeters) De stelpoten kunnen krassen op het vloeroppervlak veroorzaken als de kachel over de vloer wordt verschoven.
3.2.2. De kachel aansluiten op een gemetseld rookkanaal
Maak een opening in de vuurvaste muur voor de aansluiting van het rookkanaal. De opening moet op de juiste hoogte worden aangebracht als er bijvoorbeeld een beschermplaat wordt gebruikt. Het gat moet iets groter zijn dan de aansluitpijp van het rookkanaal. Een geschikte opening rond de aansluitpijp is ongeveer 10 mm. Het is raadzaam om de inwendige hoeken van de afvoeropening af te ronden zodat de verbrandingsgassen ongehinderd naar het rookkanaal kunnen stromen. Er zijn extra accessoires leverbaar om de installatie te vereenvoudigen (
De kachel aansluiten op een gemetseld rookkanaal via de aansluitopening achter (figuur 11)
1. Verwijder de verwijderbare stangen (Legend 150 3 stuks, Legend 240/300 2 stuks).
2. Bevestig de aansluiting van de afvoerpijp aan de opening achter. Zorg dat de pijp goed is aangesloten.
3. Schuif de kachel op zijn plaats. Blokkeer het rookkanaal niet door de aansluiting er te ver in te
schuiven. Kort de pijp indien nodig in.
4. Dicht de aansluiting van het rookkanaal bij de opening in de vuurvaste muur af, met bijvoorbeeld
vuurvaste isolatiewol. Zorg ervoor dat de aansluiting van het rookkanaal goed afgedicht is. Voeg indien nodig meer vuurvaste isolatiewol toe. Figuur 11. De kachel aansluiten op een gemetseld rookkanaal via de aansluitopening achter (alle afmetingen in millimeters)
De kachel aansluiten op een gemetseld rookkanaal via de aansluitopening boven (figuur 12) De aansluiting boven vereist een schuin rookkanaal (45° of 90°)
1. Verplaats de afsluitplug van de verbindingsopening boven naar de verbindingsopening achter.
2. Buig de bevestigingsveren van de plug naar de zijkanten door de aansluitopening boven, zodat de plug
goed op zijn plaats blijft zitten.
3. Bevestig de aansluiting van de afvoerpijp aan de aansluitopening boven. Zorg dat de pijp goed is
4. Schuif de kachel op zijn plaats. Blokkeer het rookkanaal niet door de aansluiting er te ver in te
schuiven. Kort de pijp indien nodig in.
5. Dicht de aansluiting van het rookkanaal bij de opening in de vuurvaste muur af, met bijvoorbeeld
vuurvaste isolatiewol. Zorg ervoor dat de aansluiting van het rookkanaal goed afgedicht is. Voeg indien nodig meer vuurvaste isolatiewol toe. Figuur 12. De kachel aansluiten op een gemetseld rookkanaal via de aansluitopening boven (alle afmetingen in millimeters)
3.2.3. De kachel aansluiten op een stalen schoorsteen van Harvia
Een stalen schoorsteen van Harvia met CE-markering kan worden gebruikt om rookgassen af te voeren. De rookpijpen bestaan uit roestvrij staal en de schoorsteen is geïsoleerd voor de brandveiligheid. De schoorsteen heeft een ronde doorsnede. De diameter van het rookkanaal is 115 mm en de buitenmantel meet 220 mm.
1. Verplaats de afsluitplug van de verbindingsopening boven naar de verbindingsopening achter.
2. Buig de bevestigingsveren van de plug naar de zijkanten door de aansluitopening boven, zodat de plug
goed op zijn plaats blijft zitten.
3. Sluit het rookkanaal van de stalen schoorsteen aan op de aansluitopening boven van de kachel.
Zorg ervoor dat het rookkanaal goed aansluit. Raadpleeg de gedetailleerde instructies in de installatiehandleiding van de stalen schoorsteen! Als er een beschermkap rond de kachel wordt aangebracht, moet de isolatie van de schoorsteen op hetzelfde niveau of lager beginnen als de bovenkant van de beschermkap. SL/Duo: De brandvaste wand waarin de kachel wordt geïnstalleerd, moet doorlopen tot aan het dak. OPMERKING! Niet van toepassing voor dunne, brandvaste wandconstructies waarbij de stalen schoor- steen ver genoeg van de wand kan worden geïnstalleerd (bijvoorbeeld de Harvia Duo-glaswand). De veilig- heidsafstand tussen de brandbare structuren en de buitenmantel van de schoorsteen moet minimaal 100 mm bedragen.
3.2.4. Legend 150 SL, 240 SL
De kachel installeren in een nis in een betonnen of stenen muur De kachel wordt geïnstalleerd in een nis in een betonnen of stenen muur. De minimale breedte van de uitsparing is 220 mm en de minimale hoogte vanaf de vloer is 390 mm. De maximale wanddikte is 150 mm. Figuur 13.
- Maak de scharnierpen en de deur los van de kachel.
- Duw de verlenging van de verbrandingskamer ver genoeg door de opening om de deur te kunnen bevestigen.
- Als de vloer voor de kacheldeur uit brandbaar materiaal bestaat, installeer dan een vuurvaste vloerbescherming. Figuur 13.
3.2.5. Legend 240 Duo, 300 Duo
De kachel installeren in een nis in een betonnen of stenen muur De kachel wordt geïnstalleerd in een nis in een betonnen of stenen muur. De minimale breedte van de uitsparing is 405 mm en de minimale hoogte vanaf de vloer is 485 mm. De maximale wanddikte is 120 mm. -.
- Trek de voorste flens naar buiten.
- Duw het verlengstuk van de verbrandingskamer ver genoeg door de opening om de flens en de deur te kunnen bevestigen.
- Trek de kachel naar achteren om de flens tegen de muur en de deur te drukken.
- Als de vloer voor de kacheldeur uit brandbaar materiaal bestaat, installeer dan een vuurvaste vloerbescherming. OPMERKING! Bij het gebruik van de beschermplaat zijn de afmetingen van de opening anders. De kachel installeren met de Harvia Duo-glaswand De kachel wordt geïnstalleerd volgens de bij de Harvia Duo-glaswand geleverde installatie-instructies.NL
3.3. De openingsrichting van de deur van de kachel aanpassen De deur van de verbrandingskamer kan worden geïnstalleerd om naar rechts of naar links te openen. Zie figuur 15. Figuur 15. De openingsrichting van de deur van de kachel aanpassen 3.4. De handgrepen installeren Installeer de handgrepen van de deur van de verbrandingskamer en de aslade. Zie figuur 16. Figuur 16. De handgrepen installerenNL
Figuur 17. Accessoires (alle afmetingen in millimeters) 3.5. Accessoires A. Stalen Harvia-schoorsteen WHP1500 3.2.2. B. Waterverwarmer VL22I. Geïnstalleerd op de bovenkant van de aansluitopening boven. Wanneer een beschermmantel of andere bescherming wordt gebruikt die niet groot genoeg is om de brandbare materialen rond de kachel tegen de uitgestraalde warmte van de pijp tussen de warmwaterboiler en het rookkanaal te beschermen, moet een stralingskap rond de pijp worden geïnstalleerd. C. Stralingskap WZ020130. Wordt rond het rookkanaal geïnstalleerd. De veiligheidsafstand tot brandbare mate- rialen van een onbeschermd rookkanaal bedraagt 500 mm. Bij gebruik van de stralingskap is de veiligheidsaf- stand 250 mm. D. Aansluitpijp WZ020ST. Positioneert de waterverwarmer op het juiste niveau (Legend 240 and 300 modellen). E. Schuin rookkanaal. Verschillende modellen. F. Aansluitstuk voor metselwerk WZ011115. Wordt zonder verdere afdichting aangesloten op de opening van het rookkanaal. De binnenkant is voorzien van een afdichting. G. Doorvoerflens voor rookkanaal WZ020115. Bedekt de randen van de opening van het rookkanaal en de afdichting in de muur. Bestaat uit roestvrij staal. Bestaat uit twee delen voor gebruik met verschillend gebogen rookkanalen. H. Legend beschermmantel WL100.
SimpelGids