MSAC5001 - Airconditioning QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MSAC5001 QLIMA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MSAC5001 QLIMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MSAC5001 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MSAC5001 van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING MSAC5001 QLIMA
① Slang
② Handgreep
3 Bedieningspaneel
④ Luchtuitlaat buitenunit
⑤ Luchtuitlaat binnenunit
6 Luchtinlaat binnenunit
⑦ Luchtinlaat buitenunit

- LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
- RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.
NL
64

Diagrammen zijn alleen voor illustratieve doeleinden
ACCESSOIRES
① Beugel voor buiten
② M6-schroef
③ Pakking van M6-schroef
4 Beschermingshuls
⑤ Afvoerslang
⑥ Schokbestendige rubberen dempers
⑦ Beugel voor binnen
8 Handschroef
NL
Geachte mevrouw, meneer,
Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw airconditioner. U heeft een kwaliteitspro- duct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u de airconditioner verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw airconditioner. Wij wensen u veel comfort met uw airconditioner.
Met vriendelijke groeten,
PVG Holding B.V.
Afdeling klantenservice
A VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Lees deze gebruikershandleiding aandachtig alvorens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. Dit product is bestemd om te worden gebruikt als airconditioner in woonhuizen en is alleen geschikt voor gebruik in droge ruimten, in een caravan, onder normale huishoudelijke omstandigheden, binnenshuis in woonkamer, keuken en garage.

BELANGRIJK
- Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.
- De installatie moet volledig in overeenstemming zijn met de ter plaatse geldende voorschriften, bepalingen en normen.
- Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik op droge plaatsen, binnenshuis.
- Controleer de netspanning.
- Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 Volt/ 50 Hz.
- Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten.

BELANGRIJK
- De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten.
- Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen.
Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of:
- de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;
- stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
- de stekker van het snoer in het stopcontact past;
- het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat.
Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
- De airconditioner is een veilig apparaat. Het is volgens de CE veiligheids-normen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn bij het gebruik ervan.
- De luchtinlaten en luchtuitlaten nooit afdekken.
- Leeg het waterreservoir via het wateraf-tappunt voordat u het apparaat verplaatst.
- Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Breng het apparaat nooit in contact met water. Het apparaat niet met water
besproeien of onderdompelen in verband met kortsluitingsgevaar.
- Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
- Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien.
- Wees uit veiligheidsoverwegingen altijd voorzichtig met kinderen in de buurt van dit apparaat, zoals met ieder elektrisch apparaat.
- Laat eventuele reparaties –buiten het regelmatig onderhoud om- altijd uitvoeren door een erkend servicemonteur of uw leverancier, anders kan dit leiden tot het vervallen van de garantie.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet wordt gebruikt.
- Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten vervangen door de leverancier of een bevoegd persoon/servicepunt.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
-
Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen.
-
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en door mensen die geen ervaring met of kennis over het apparaat hebben als er toezicht op hen wordt gehouden of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico's.
- Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en onderhoud dient niet te worden uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.

LET OP!
- De ruimte waarin dit apparaat wordt gebruikt nooit volledig luchtdicht afsluiten. Dit voorkomt onderdruk in deze ruimte. Negatieve druk (=onderdruk) de veilige werking van geisers, afzuigkappen, ovens e.d. ontregelen.
- Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat.
- Til het toestel altijd met twee personen.
Specifieke informatie met betrekking tot toestellen met R290 koelgas.
- Lees alle waarschuwingen aandachtig.
- Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmiddelen dan deze die aanbevolen worden door de fabrikant.
- Het toestel moet geplaatst worden in een ruimte zonder continue ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elektriciteit in werking).
- Niet doorboren en niet verbranden.
- Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de achterkant van het toestel) R290 koelgas.
- R290 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
- Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruimte, moet deze ruimte geschikt zijn om de ophoping van koelmiddel te voorkomen. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontstekingsbronnen.
- Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorkomen worden.
- Personen die aan het koelmiddelcircuit werken of het bedienen moeten over de juiste certificatie beschikken die werd uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koelmiddelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organisaties.
- Reparaties moeten uitgevoerd worden gebaseerd op de aanbevelingen van de fabrikant.
Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die
NL
gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m ^2 . Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking.
INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN
1 ALGEMENE INSTRUCTIES
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica.
1.1 Controle van de omgeving
Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.
1.2 Werkprocedure
Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.
1.3 Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.
1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.
1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO₂ naast het laadgebied.
1.6 Geen ontstekingsbronnen
Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met "Verboden te roken" geplaatst worden.
1.7 Geventileerde omgeving
Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel
mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.
1.8 Controles van de koeluitrusting
Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:
- De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
- De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
- Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
- De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
- Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.
1. 9 Controle van elektrische apparatuur
Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:
- dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden;
- dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
- dat het systeem voortdurend geaard is.
2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten.
Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.
3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN
Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden.
Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn.
Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek.
NL
73
4 BEKABELING
Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.
5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN
Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.
6 METHODES VAN LEKDETECTIE
De volgende methods van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.)
Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is.
Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen.
Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden.
Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.
7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN
Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen.
De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal "gespoeld" worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuum met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuum getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt.
Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuumpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.
8 LAADPROCEDURES
Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site.
9 ONTMANTELING
Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent.
Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt.
a) Leer de uitrusting en de werking kennen.
b) Isoleer het systeem elektrisch.
c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel.
d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; en wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon.
e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen.
f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk.
g) Maak, als er geen vacuum getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden.
h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.
i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant.
j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.)
k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk.
I) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan.
m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd.
10 ETIKETTERING
Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat.
11 RECUPERATIE
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat.
De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel.
Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders.
Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren.
B INSTALLATIE VAN DE AIRCONDITIONER
- Pak de machine en de accessoires uit en controleer dat de slang tussen de binnenen buitenunit goed aangesloten is. Controleer ook dat de condensaatafvoer een rubberen afdekking heeft. Controleer tot slot dat alle accessoires volledig zijn.
2.1 Installeer de accessoires zoals op de afbeelding weergegeven wordt. Bevestig de beugel buiten op het steunblok en de beugel binnen door de M6-schroeven vast te draaien. Op deze manier vormt u de handgreep.

2.2 Plaats de schokbestendige rubberen dempers op de achterkant van de buitenunit.

flowchart
graph TD
A["Schokbestendig rubber dempers"] --> B["Final structure with labeled parts"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
2.3 Installeer de beugel zoals op onderstaande afbeelding wordt weergegeven. Installeer de binnen- en buitenunits op de beugel om de twee onderdelen te bevestigen. Zet de M6-schroeven vast in de gepaste gaten om de units op de beugel te bevestigen.

2.4 Installeer de binnenunit op de beugel en zet de beugel gepast vast. Wikkel vervolgens de beschermingshuls op de slang tussen de buiten- en binnenunit. (Zie onderstaande illustratie)

2.5 Installeer de volledige unit in het venster van de caravan en zet de beugel gepast vast.

C WERKING VAN HET BEDIENINGSPANEEEL

text_image
5 7 4 3S-Wifi Swing 2 3S-Timer 1 6 -8.8+ ③1. Aan/uit
Druk op deze toets om het apparaat in en uit te schakelen.
Wanneer de airconditioner ingeschakeld wordt, is de temperatuur standaard ingesteld op 22°C. De temperatuursensor meet de omgevingstemperatuur en als deze hoger wordt dan 22°C, treedt de buitenunit in werking om de temperatuur te verlagen. Als de omgevingstemperatuur al lager is dan 22°C, dan zal de buitenunit niet starten.
2. Modus
Druk op deze toets om de modi koelen, ventilator of ontvochtiging te selecteren. In de modus stand-by/aan zal gedurende 3 seconden op deze toets drukken, de timer in-/uitschakelen.
3. Aanpassing temperatuur/tijd
Druk in de koelmodus op de toets om de temperatuur te verhogen of verlagen, de temperatuur kan ingesteld worden van 16\~30°C.
Druk in de timermodus op de toets om de tijd waarop het apparaat wordt in-/uitgeschakeld in te stellen.
Druk tegelijkertijd op de toets omhoog/omlaag om te wisselen tussen °C en °F.
4. Ventilatorsnelheid
Druk op de toets om te kiezen tussen de trage/hoge ventilatorsnelheid.
5. Slaapmodus
Druk op de toets om de slaapmodus te activeren of deactiveren. Na 20 seconden gaan alle lampjes en het digitale scherm van de airconditioner uit. De ventilator van de binnenunit blijft werken tegen lage ventilatorsnelheid.
6. Schermvenster
Controleer de temperatuur en tijd op dit venster.
7. Swing
Druk tegelijkertijd om de toets voor ventilatorsnelheid en slaapmodus om de swing-functie in of uit te schakelen.
D ONDERHOUD
VERKLARING:
1) Verzeker dat de stekker van het apparaat uit het stopcontact getrokken is vóór het uitvoeren van onderhoud.
2) Gebruik geen benzine of andere chemicaliën om de unit te reinigen.
3) De unit niet rechtstreeks wassen.
4) Neem contact op met de dealer of een onderhoudswerkplaats als de airconditioner beschadigd is.
REINIGING
OPGELET: Trek de stekker uit het stopcontact vóór het reinigen en uitvoeren van onderhoud.
1. LUCHTFILTER
- Het is belangrijk om regelmatig het stof van het filter te verwijderen.
- Verwijder het filter zoals op onderstaande afbeelding wordt weergegeven.
- Reinig het filter met leidingwater en/of een stofzuiger om vuil van het filter te verwijderen.
- Gebruik geen water warmer dan 40°C voor het reinigen en stel het filter niet bloot aan de zon.
- Verzeker dat het filter droog is voordat u het opnieuw in de airconditioner plaatst.

- Reinig het oppervlak eerst met een neutraal schoonmaakmiddel en een natte doek.
- Droog het apparaat vervolgens met een droge doek.
- Laat geen water of schoonmaakmiddel in de machine komen.
- Reinig de airconditioner niet met een agressief reinigingsmiddel en/of petrol.
OPSLAG
Als u van plan bent om het apparaat op te slaan en het lange tijd niet te gebruiken, haal dan het stop uit het afvoergat op de onderkant van de binnen- en buitenunit en voer al het condensaat naar een gepaste, beschikbare plaats.

text_image
Alveer stop Alveer- stop Alveer- pip-
Haal de unit uit het venster.
-
Verwijder de rubberen dichting van de binnen- en buitenunit en voer het condensaat af.
-
Laat het apparaat werken in de ventilatormodus om het intern te drogen.
-
Schakel de airconditioner uit en trek de stekker uit het stopcontact.
-
Maak het filter schoon en installeer het opnieuw.
-
Verwijder alle beugels op de airconditioner, installeer de beugels van de binnen- en buitenunit, monteer ze zoals op onderstaande afbeelding wordt weergegeven en bewaar de unit tegen de muur.
-
Bewaar de airconditioner op een koele en droge plaats.
-
We raden aan dat u de airconditioner opnieuw in de verpakking steekt wanneer u deze opbergt. Dit voorkomt de opbouw van vuil en stof op de airconditioner.

- Zorg ervoor dat uw router een standaard 2,4 GHz verbinding levert.
- Als u een dualband-router gebruikt, zorg er dan voor dat beide netwerken verschillende netwerknamen hebben (SSID). De provider van uw router/internetserviceprovider kan u specifiek advies geven met betrekking tot uw router.
- Plaats de airconditioner zo dicht mogelijk bij de router tijdens het instellen.
- Schakel na het installeren van de app op uw telefoon de gegevensverbinding uit en zorg ervoor dat uw telefoon via Wi-Fi met uw router is verbonden.
Download de 'SMART LIFE'-app van uw gewenste app store, via onderstaande QR-codes of door naar de app te zoeken in de app store van uw keuze.

- De airconditioner heeft twee verschillende modi voor instellen, Snelle verbinding en AP (Access Point). De snelle verbinding is een snelle en eenvoudige manier om de unit in te stellen. De AP-verbinding gebruikt een directe lokale Wi-Fi-verbinding tussen uw telefoon en de airconditioner om de netwerkgegevens te uploaden.
- In Stand-by modus houdt u de ventilatorknop 3 seconden ingedrukt (tot u een pieptoon hoort) om de wifi-verbindingsmodus te activeren.
- Zorg ervoor dat uw apparaat in de juiste Wi-Fi-verbindingsmodus staat voor het type van verbinding dat u wil gebruiken, het knipperen van het Wi-Fi-lampje op uw airconditioner zal dit aangeven.
Type van verbinding Frequentie van het knipperen
Snelle verbinding Knippert twee keer per seconde
AP (Access Point) Flikkert om de drie seconden
WISSELEN TUSSEN TYPES VAN VERBINDING
Houd de ventilatorknop 3 seconden ingedrukt om te schakelen tussen de twee modi voor Wi-Fi-verbinding van de unit.

text_image
DOWNLOAD WIFI HANDLEIDINGNL
80
De airconditioning niet repareren of ontmantelen. Onbevoegde reparaties zullen de garantie doen vervallen en kunnen leiden tot slechte werking, letsels veroorzaken en eigendom beschadigen. Alleen gebruiken zoals wordt beschreven in deze gebruikshandleiding en alleen de acties uitvoeren die hier worden aanbevolen.
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Het apparaat schakelt niet in | Geen voeding Schakel de voeding in | |
| Beschadigd elektrisch stopcontact | Schakel de voeding uit en controleer/repairer het stopcontact | |
| Onbekende reden Neem contact op met de dealer | ||
| Weinig luchtverplaatsing of beperkt koeleffect | De laagste ventilatie-instelling is geselecteerd | Selecteer de modus hoge ventilatiesnelheid |
| Het luchtfilter is vuil Controleer en reinig het filter | ||
| De luchtinlaat of -uitlaat van de binnenunit is geblokkeerd | Controleer dat de unit niet geblokkeerd wordt en verwijder de obstructie | |
| De luchtinlaat of -uitlaat van de buitenunit is geblokkeerd | Controleer dat de unit niet geblokkeerd wordt en verwijder de obstructie | |
| De omgevingstemperatuur is te laag of te hoog | De omgevingstemperatuur moet tussen 18 en 40°C zijn | |
| Onvoldoende spanning van de voeding | Raadpleeg een installateur of gebruik een andere voedingsaansluiting | |
| Alleen luchtverplaatsing, maar geen koeleffect | Het apparaat werkt in de ventilatiemodus | Selecteer de koelmodus (A/C) |
| De koelmodus is zojuist automatisch uitgeschakeld | Wacht ongeveer 3-5 minuten tot de thermostaat opnieuw inschakelt | |
| Abnormale geluiden of trillingen | De montagebeugels zijn niet gepast op het voertuig geïnstalleerd of de schroeven voor het bevestigen van het apparaat staan niet voldoende vast | Controleer dat de bevestigingsbeugel vast staat en draai de schroeven voor het bevestigen van het apparaat aan |
| Er lekt water uit de binnenunit | De rubberen stop op de onderkant van de binnenunit ontbreekt of is niet genoeg ingedrukt | Controleer of vervang de rubberen stop |
| Het apparaat staat in een hoek | Het apparaat moet horizontaal gemonteerd worden (maximale hoek <3°C) | |
| Het apparaat verspreidt een geur | Er is een ernstig probleem | Schakel het apparaat onmiddellijk uit en neem contact op met de dealer |
Als er problemen optreden die niet in de tabel staan of de aanbevolen oplossingen niet werken, neem dan contact op met het servicecentrum.
Als het bedrijf niet of onvoldoende werkt:
Controleer of er een foutcode wordt weergegeven op het scherm, raadpleeg de tabel met codes voor een oplossing. Als er geen foutcode op het scherm wordt weergegeven, overloop dan de tabel met fouten voor een mogelijke oplossing.
| Foutcode Oorzaak Oplossing | ||
| FL Alarm waterbak vol | Neem contact op met de dealer | |
| E1 | Fout sensor systeemtemperatuur | |
| E2 | Fout sensor kamertemperatuur | |
| EF Fout binnenmotor | ||
| Eb Te weinig fluor | ||
| E4 | Beveiliging tegen bevriezen | |
H GARANTIEBEPALINGEN
U krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verholpen. Hierbij gelden de volgende regels:
- Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af.
- Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie.
- De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.
- Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen buiten de garantie.
- De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als op geen van beiden veranderingen zijn aangebracht.
- De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing of door verwaarlozing.
- De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of onder delen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper.
- Schade, veroorzaakt door het niet gebruiken van de geschikte filters, valt buiten de garantie.
Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de airconditoner ter reparatie aanbieden bij uw dealer.

Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen explode-ren of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving-weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu.
Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepareerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel.
Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 is een gefluoreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3.