QLIMA D 720 WiFi - Ontvochtiger

D 720 WiFi - Ontvochtiger QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis D 720 WiFi QLIMA in PDF-formaat.

📄 120 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice QLIMA D 720 WiFi - page 92
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Questions des utilisateurs sur D 720 WiFi QLIMA

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D 720 WiFi - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D 720 WiFi van het merk QLIMA.

GEBRUIKSAANWIJZING D 720 WiFi QLIMA

OPERATING MANUAL GEBRUIKSAANWIJZING

- AANWIJZINGEN VOOR BEWARING

  • TIPS VOOR PROBLEEMOPLOSSING BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze handleiding aandachtig vóór het installeren of bedienen van uw nieuwe apparaat. Bewaar deze handleiding voor raadpleging in de toekomst.92 VEILIGHEIDSMAATREGELEN Lees de veiligheidsmaatregelen voor het gebruiken en installeren. Om fatale ongelukken of verwondingen van de gebruiker of andere personen en schade aan eigendom te voorkomen, moeten de volgende instructies gevolgd worden. Een onjuist gebruik als gevolg van het negeren van de instructies kan leiden tot een fataal ongeval, verwondingen of schade. WAARSCHUWING
  • Dit symbool wijst op de mogelijkheid op persoonlijk letsel of een fataal ongeluk. WAARSCHUWING
  • Dit symbool wijst op de kans op schade aan eigendom of ernstige gevolgen. WAARSCHUWING
  • De stroomklasse van het stopcontact of het aangesloten apparaat niet overschrijden.
  • Bedien of stop de eenheid niet door de voeding in of uit te schakelen.
  • Gebruik geen beschadigd of niet opgegeven netsnoer.
  • Pas de lengte van het netsnoer niet aan of deel het stopcontact niet met andere apparaten.
  • Steek de stekker niet in het stopcontact of trek deze niet uit het stopcontact met natte handen.
  • Installeer het apparaat niet op een plaats waar deze kan blootgesteld worden aan brandbare gaslekken.
  • Niet in de buurt van een verwarmingsbron plaatsen.
  • Koppel de voeding los bij een vreemd geluid, geur of rookvorming.
  • U mag nooit proberen om het apparaat zelf te demonteren of repareren.
  • Schakel de eenheid uit vóór het reinigen en trek de stekker uit het stopcontact.
  • Gebruik het apparaat niet in de buurt van brandbare gassen of stoffen, zoals benzine, benzeen, thinner, enz.
  • Drink het water niet dat uit de eenheid afgelaten wordt.
  • Verwijder de wateropvangbak niet tijdens gebruik.
  • Gebruik de eenheid niet in kleine ruimtes.
  • Niet op plaatsen zetten waar er water op de eenheid kan spatten.
  • Plaats de eenheid op een vlak, stevig deel van de vloer.
  • Bedek de in- of uitlaatopeningen niet met vodden of handdoeken.
  • Er moet worden opgelet wanneer de eenheid gebruikt wordt in een kamer met de volgende personen: baby's, kinderen, ouderen en mensen die niet gevoelig zijn aan vochtigheid.
  • Niet gebruiken op plaatsen waar chemicaliën verwerkt worden.
  • Plaats nooit vingers of andere vreemde voorwerpen in roosters of openingen. Schenk speciale aandacht aan het waarschuwen van kinderen voor deze gevaren.
  • Plaats geen zwaar voorwerp op het netsnoer en let er op dat het snoer niet ingedrukt wordt.
  • Klim of zit niet op de eenheid.
  • Zet de filters altijd goed vast. Reinig het filter elke twee weken.
  • Als er water in de eenheid komt, schakel deze dan uit en koppel de voeding los, neem contact op met een gekwalificeerd onderhoudsmonteur.
  • Plaats geen vazen of andere watercontainers op de eenheid.
  • Gebruik geen verlengsnoeren.
  • Alle bekabeling moet strikt overeenkomstig het bedradingsschema, dat binnenin de eenheid wordt weergegeven, uitgevoerd worden. OPGELET
  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en door mensen die geen ervaring met of kennis over het apparaat hebben als er toezicht op hen wordt gehouden of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico’s.
  • Als het netsnoer beschadigd is, moet deze door de fabrikant, diens onderhoudsmonteur of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen om gevaren te vermijden.
  • De voeding van het apparaat moet vóór het reinigen of uitvoeren van onderhoud, losgekoppeld worden.
  • Installeer het apparaat niet op een plaats waar deze kan blootgesteld worden aan brandbare gaslekken. Als er zich brandbaar gas rond de unit verzamelt, kan dit brand veroorzaken.
  • Als het apparaat tijdens gebruik omver wordt gestoten, zet de eenheid dan uit en trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Controleer de eenheid visueel op schade. Als u vermoedt dat de eenheid beschadigd is, neem dan contact op met een monteur of de klantendienst voor hulp.
  • Tijdens een storm moet de voeding worden losgekoppeld om schade aan het apparaat als gevolg van bliksem te voorkomen.
  • Leg het netsnoer niet onder een tapijt. Leg geen

vloerkleden, rails of gelijkaardige afdekkingen op het netsnoer. Leid het netsnoer niet onder meubels of apparaten. Leg het netsnoer op een plaats met weinig passage en waar er niemand over kan vallen.

  • Gebruik de eenheid niet met een beschadigd netsnoer of een beschadigde stekker. Gooi de eenheid weg om breng deze terug naar een erkende onderhoudsvoorziening voor nazicht en/of reparatie.
  • Gebruik deze ventilator niet met een statische snelheidsregeling, om het risico op brand of een elektrische schok te verminderen.
  • Dit apparaat moet geïnstalleerd worden overeenkomstig de nationale regelgeving voor elektrische bedrading.
  • Neem contact op met een erkend monteur voor reparatie of onderhoud van deze eenheid.
  • Schakel het product uit als het niet wordt gebruikt.
  • Het typeplaatje van de fabrikant bevindt zich op het achterpaneel van de eenheid en bevat elektrische en andere technische gegevens van deze eenheid.
  • Verzeker dat de eenheid goed geaard is. Een goede aarding is belangrijk, om het risico op elektrische schokken en brand te minimaliseren. Het netsnoer heeft een aardingsstekker met drie pennen, om te beschermen tegen een elektrische schok.
  • Uw eenheid moet worden gebruikt met een goed geaard stopcontact. Als het stopcontact dat u wilt gebruiken niet goed geaard is of niet wordt beveiligd door een zekering of stroomonderbreker (raadpleeg het typeplaatje voor de elektrische gegevens), laat dan een gepast stopcontact installeren door een

gekwalificeerd elektricien.

  • Installeer uw apparaat niet in een vochtige ruimte, zoals een badkamer of wasplaats.
  • De printplaat (PCB) van de eenheid is uitgerust met een zekering om te beschermen tegen overstroom.
  • De specificaties van de zekering zijn op het bedradingspaneel gedrukt, zoals: T 3.15A/250V (op 350V), enz. Opmerking over gefluoreerde gassen (Niet van toepassing op de unit met R290-koelmiddel)

1. Gefluoreerde broeikasgassen worden bewaard

in hermetisch afgesloten apparatuur. Voor specifieke informatie over het type, de hoeveelheid en het Co2-equivalent in ton van de gefluoreerde broeikasgassen (bij sommige modellen), raadpleeg de betreffende tabel op de eenheid zelf.

2. Installatie, onderhoud en herstellingen van

deze eenheid moeten uitgevoerd worden door een gecertificeerd technicus.

3. Ontmanteling en recyclage moeten uitgevoerd

worden door een gecertificeerd technicus. UV-C-lamp (alleen van toepassing op de units met een UV-C-lamp) Dit apparaat is voorzien van een UV-C-lamp. Lees de onderhoudsinstructies voor installatie en gebruik van dit toestel.

1. Gebruik de UV-C-lampen niet buiten het

2. Apparaten met zichtbare schade mogen niet

3. Het op een niet zoals bedoelde manier

gebruiken van het apparaat of beschadiging van de behuizing, kan leiden tot het ontsnappen

van gevaarlijke UV-C-straling. UV-C-straling kan, zelfs in kleine dosissen, schadelijk zijn voor de ogen en de huid.

4. Houd vóór het openen van deuren en

toegangspanelen met het gevarensymbool ULTRAVILOLET STRALING rekening tijdens het uitvoeren van ONDERHOUD, het wordt aanbevolen om de voeding los te koppelen.

5. De UV-C-lamp kan niet gereinigd, gerepareerd

en vervangen worden.

6. UV-C-AFSCHERMINGEN met het

gevarensymbool ULTRAVIOLET STRALING mogen niet verwijderd worden. WAARSCHUWING

  • Dit apparaat bevat een UV-zender. Niet in de lichtbron kijken.
  • Niet gebruiken betekent het versnellen van het ontdooiproces of reiniging op een andere manier dan aanbevolen door de fabrikant.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder toestellen met continu ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld open vlammen, een werkende gaskachel of een werkende elektrische kachel).
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
  • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een oppervlakte die overeenstemt met de hoeveelheid koelmiddel die wordt geladen. Raadpleeg naar het betreffende label op de eenheid voor specifieke informatie over het

type van gas en de hoeveelheid.

  • De nationale regelgeving voor gas moet worden nageleefd.
  • Houd ventilatieopeningen vrij.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen op een manier waarop het niet mechanisch beschadigd kan worden.
  • Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking.
  • Een persoon die is betrokken bij het werken aan of openen van een koelcircuit moet over een geldig certificaat beschikken van een door de sector goedgekeurde beoordelingsbevoegdheid dat hun geschiktheid bevestigt om op een veilige en door de sector erkende beoordelingsspecificatie met koelmiddelen te werken.
  • Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals wordt aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die ervaring heeft met het gebruik van brandbare koelmiddelen.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder toestellen met continu open vlammen (bijvoorbeeld een werkende gaskachel) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkende elektrische kachel). WAARSCHUWING Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m

VEREISTE AFSTAND Neem de vereiste afstand tussen het toestel en muren of andere voorwerpen in acht. Zie figuur 2. WAARSCHUWING Het toestel moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale voorschriften voor elektrische installatie. Opgelet: Risico op brand/ brandbare stoffen De uitleg van de symbolen wordt weergegeven op de unit (alleen voor de units die R32/R290-koelmiddel gebruiken): WAARSCHUWING Dit symbool geeft weer dat dit apparaat een brandbaar koelmiddel bevat. Als het koelmiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron is er een risico op brand. OPGELET Dit symbool geeft weer dat de handleiding aandachtig gelezen moet worden. OPGELET Dit symbool geeft aan dat de apparatuur behandeld moet worden door een onderhoudstechnicus overeenkomstig de installatiehandleiding. OPGELET Dit symbool geeft aan de er informatie beschikbaar is in de vorm van een gebruikshandleiding of installatiehandleiding.

1. TRANSPORT VAN APPARATUUR MET BRANDBARE

KOELMIDDELEN Bekijk de regelgeving voor transport

2. MARKEREN VAN APPARATUUR MET BORDEN

Bekijk de plaatselijke regelgeving

Apparatuur moet worden opgeslagen overeenkomstig de instructies van de fabrikant.

5. OPSLAG VAN VERPAKTE (NIET VERKOCHTE) APPARATUUR

De beschermende verpakking voor opslag moet van die aard zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lek van het koelmiddel kan veroorzaken. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, zal worden bepaald door de plaatselijke regelgeving.

6. INFORMATIE OVER ONDERHOUD

1) Controle van de omgeving

Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op 20 cm20 cm Afbeelding 2

ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.

Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.

3) Algemene werkomgeving

Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.

4) Controle op de aanwezigheid van koelmiddel

De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.

5) Aanwezigheid van een brandblusapparaat

Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO2 naast het laadgebied.

6) Geen ontstekingsbronnen

Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met “Verboden te roken” geplaatst worden.

7) Geventileerde omgeving

Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.

8) Controles van de koeluitrusting

Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken: De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is. De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden. Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel; De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden. Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.

9) Controle van elektrische apparatuur

Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet

moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten: dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden; Dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem; Dat het systeem voortdurend geaard is.

7. HERSTELLINGEN AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN

1) Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische

voeding afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.

2) Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te

verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten. Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.

8. HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN

Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek.

Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.

10. DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN

Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.

11. METHODES VAN LEKDETECTIE

De volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25% maximum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het

koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.

12. VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN

Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: Verwijder het koelmiddel; Spoel het circuit met een inert gas; Verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; Open het circuit door snijden of solderen. De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal gespoeld worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de bedrijfsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuüm getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt. Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.

Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site.

Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt. a) Leer de uitrusting en de werking kennen. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel.Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; Er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon; Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen. d) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. e) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden. f) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie. g) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. h) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.)103

i) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk.

j) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. k) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd.

Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat.

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitkleppen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat. De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel. Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders. Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren. VOORBEREIDING

OPMERKING Alle afbeeldingen in deze handleiding zijn enkel ter verduidelijking. Uw toestel ziet er mogelijk lichtjes anders uit. De werkelijke vorm zal voorrang hebben. De eenheid kan bediend worden door het bedieningspaneel.104

1. Luchtuitlaatrooster

4. snelle overzichtsverlichting (sommige eenheden)

7. zwenkwiel (sommige eenheden)

8. Gril van de luchtinlaat

1. Neem de ontvochtiger uit de verpakking.

2. Neem de handgreep vast en til de ontvochtiger op, trek het netsnoer uit en draai

3. Plaats de ontvochtiger voorzichtig in de wateropvangbak, overeenkomstig het label

UITLIJNEN tot deze op zijn plaats klikt. Nooit ruw plaatsen.

OPMERKING Het is normaal dat de ontvochtiger lichtjes trilt wanneer u tijdens gebruik op het bovenste deksel drukt.

AANWIJZINGEN VOOR BEWARING

1. Duw het bolle stuk in de wateropvangbak.

2. Til de handgreep van de behuizing van de ontvochtiger op, draai het 90° in

3. plaats het netsnoer in de sleuf, plaats de ontvochtiger in de verpakking voor opslag.

1. Bevestig het zwenkwiel aan de onderkant van de eenheid.

2. Gebruik een blok om het te bevestigen zoals afgebeeld.

1. onderkant van de eenheid

ONTWERPKENNISGEVING IOm optimale prestaties van onze producten te verzekeren, zijn de ontwerpspecificaties van de eenheid onderhevig aan wijzigingen, zonder voorafgaande kennisgeving. de eenheid plaatsen EENHEID POSITIONERING ≥ 40cm ≥ 40cm ≥ 20cm ≥ 20cm ≥ 20cm Zwenkwielen (Op vier punten op de onderkant van de eenheid)

  • Zwenkwielen kunnen vrij bewegen.
  • Forceer de zwenkwielen niet om over een tapijt te rijden en verplaats de eenheid niet met water in de opvangbak. (De unit kan omvallen en water morsen.)
  • Een ontvochtiger in een kelder gebruiken, zal weinig of geen effect hebben op het vlak van het drogen van een aangrenzende ingesloten opslagruimte, zoals een kast, tenzij er voldoende circulatie van lucht in en uit het gebied is.
  • Niet buitenshuis gebruiken.
  • Deze ontvochtiger is alleen bedoeld voor gebruik binnenshuis. De ontvochtiger mag niet gebruikt worden voor commerciële of industriële toepassingen.
  • Plaats de ontvochtiger op een effen, vlakke vloer die sterk genoeg is om het gewicht van de eenheid met een volle wateropvangbak te dragen.
  • Laat een vrije ruimte van minimaal 20 cm aan alle kanten van de eenheid, voor een goede luchtcirculatie (minimaal 40 cm vrije ruimte bij een luchtuitlaat).
  • Zet de eenheid op een plaats waar de temperatuur niet lager wordt dan 5 C(41 F). De spoelen kunnen bedekt worden met ijs bij temperaturen onder 5 C(41 F), wat de prestaties kan verminderen.
  • Zet de eenheid uit de buurt van een droogkast, kachel of radiator.
  • Gebruik de unit om vochtschade te voorkomen op plaatsen waar boeken of waardevolle zaken bewaard worden.
  • Gebruik de ontvochtiger in een kelder om vochtschade te voorkomen.
  • De ontvochtiger moet in een besloten ruimte gebruikt worden, voor maximale effectiviteit.
  • Sluit alle deuren, vensters en openingen naar buiten.

TIJDENS GEBRUIK VAN DE EENHEID

  • Laat de ontvochtiger 24 uur ononderbroken werken wanneer u deze voor de eerste keer gebruikt. Zorg ervoor dat de plastic bedekking van de afvoerslang goed geïnstalleerd is, zodat er geen lekken zijn.
  • Deze eenheid is ontworpen om te werken in een omgeving met een temperatuur tussen 5 C/41 F en 32 C/90 F en een vochtigheidsgraad tussen 30% (RH) en 80% (RH).
  • Als de eenheid uitgeschakeld werd en snel opnieuw ingeschakeld moet worden, wacht dan drie minuten tot het apparaat opnieuw normaal werkt.
  • Sluit de ontvochtiger niet aan op een stopcontact waarop andere elektrische apparaten aangesloten zijn.
  • Kies een geschikte locatie en zorg ervoor dat u het elektrisch stopcontact gemakkelijk kunt bereiken.
  • Steek de stekker in een elektrisch stopcontact met aarding.
  • Verzeker dat de wateropvangbak juist geplaatst is, anders zal de eenheid niet goed werken.

OPMERKING Wanneer het water in de opvangbak een bepaald niveau bereikt, wees dan voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat om te voorkomen dat het omvalt. BEDIENINGSHANDLEIDING FUNCTIES BEDIENINGSPANEEL

OPMERKING De volgende bedieningspanelen zijn alleen ter verduidelijking. Het bedieningspaneel van de eenheid die u hebt gekocht, kan licht afwijken overeenkomstig de modellen. Uw apparaat heeft sommige indicatielampjes of knoppen mogelijk niet. De werkelijke vorm zal voorrang hebben.

Indicator Functie Indicator Functie Indicator Functie Lampje draadloze verbinding Lampje voor reini- gen van het filter UV-lampje Lampje voor auto- matisch ontdooien Lampje voor de pomp Modus zonder wateropvangbak Lampje voor zuive- ring Wanneer u op de knop drukt om de bedrijfsmodus te veranderen, zal de eenheid een pieptoon produceren om aan te geven dat de modus veranderd wordt. Aan-/uitknop

  • Druk om de ontvochtiger Aan of Uit te schakelen.

OPMERKING Wanneer de compressor start of stopt, kan de eenheid veel lawaai maken, dit is normaal. Toets modus

  • Druk op de gewenste bedrijfsmodus te kiezen uit Continu ontvochtiging, Droger/ Max (afhankelijk van het model), Slimme ontvochtiging (op sommige modellen) en Ontvochtiging instellen.
  • Bij het instellen van de ontvochtigingsmodus, kan op sommige modellen een indicatielampje gaan branden. Op sommige modellen wordt ontvochting ingesteld zonder indicatielampje. Wanneer het indicatielampje voor Continu, DROOG, Smart uit gaat, staat de eenheid in de ontvochtigingsmodus.

OPMERKING In de modi Continu ontvochtigen, Droger en Smart ontvochtigen, kan de vochtigheidsinstelling aangepast worden. Modus zonder wateropvangbak (op sommige modellen)

  • De ontvochtiger zonder wateropvangbak gebruikt worden. Wanneer de eenheid ingeschakeld is, geeft het LEDSCHERM "Eb" weer. Houd de knoppen VULNIVEAU en OMHOOG (▲) 3 seconden ingedruk binnen de 3 minuten om de storing “Eb” te vermijden en het indicatielampje voor modus zonder wateropvangbak gaat

branden. Houd de knoppen VULNIVEAU en OMHOOG (▼) ingedrukt om de modus zonder wateropvangbak te verlaten, het indicatielampje voor de modus zonder wateropvangbak gaat uit.

OPMERKING In de modus Zonder wateropvangbak, moet de eenheid gebruikt worden met een slang om het water af te voeren.In de modus Zonder wateropvangbak, kan de inhoud van de opvangbak niet geselecteerd worden en kan de eenheid de POMP-functie niet inschakelen. OMHOOG(▲)/OMLAAG(▼) knoppen Instelknoppen voor de vochtigheidsgraad

  • Bij het instellen van de ontvochtigingsmodus, kan de vochtigheidsgraad ingesteld worden binnen een bereik van 35%RH (Relatieve vochtigheid) tot 85%RH (Relatieve vochtigheid) in stappen van 5%. Houd de knop ▼ ingedrukt en de vochtigheid zakt continu. Houd de knop ▲ ingedrukt en de vochtigheid stijgt continu. Ventilatorknop
  • Regel de snelheid van de ventilator. Druk om de snelheid van de ventilator te selecteren uit drie stappen-laag, gemiddeld en hoog.(Op sommige modellen zijn alleen de standen laag en hoog beschikbaar voor de snelheid van de ventilator.)Het indicatielampje voor de snelheid van de ventilator gaat branden bij verschillende instellingen. Houd de knop Ventilator 3 seconden ingedrukt om de herinnering voor het filter uit te schakelen wanneer het filterlampje knippert (Op sommige modellen).

OPMERKING Na 250 bedrijfsuren, geeft de eenheid een herinnering voor het reinigen van het filter. Knop VULNIVEAU

  • Controleer het volume van de wateropvangbak. Druk om het volume van de wateropvangbak te selecteren in vier stappen-1, 2, 3 en 4. Wanneer de pomp ingeschakeld wordt, gaat het indicatielampje voor de pomp branden en zal het volume van de wateropvangbak in stap 4 staan. Toets timer
  • Druk om de functie Automatisch starten of Automatisch stoppen te starten, samen met de ▲ en ▼ knoppen. Druk, wanneer de eenheid ingeschakeld is, op de knop Timer om de functie Automatisch stoppen te activeren. Druk, wanneer de eenheid uitgeschakeld is, op deze knop om de functie Automatisch starten te activeren.
  • Druk op of houd de knoppen ▲ en ▼ ingedrukt om de Auto-tijd te wijzigen in stappen van 0,5 uur, tot 10 uur, daarna in stappen van 1 uur tot 24 uur.
  • De regeling zal de tijd voordat de eenheid start beginnen aftellen.
  • De geselecteerde tijd zal binnen 5 seconden geregistreerd worden en het systeem zal automatisch de vorige vochtigheidsinstelling opnieuw weergeven.
  • De eenheid IN of UIT zetten na het aanpassen van de timerinstelling naar 0,0 zal de functie Automatisch starten of Automatisch stoppen annuleren.
  • Wanner de code P2 wordt weergegeven op het LED-scherm, wordt de functie Automatisch starten of Automatisch stoppen ook geannuleerd.

POMP-functie (Op sommige modellen)

  • Houd de knoppen Omhoog/Omlaag 2 seconden ingedrukt om de POMP-functie te starten.Druk opnieuw 2 seconden op de knoppen Omhoog/Omlaag om de POMP- functie te stoppen. Schakel de POMP-functie in, het volume van de wateropvangbak kan niet geselecteerd worden en het volume van de wateropvangbak staat in stap 4.

OPMERKING Wanneer de POMP-functie geactiveerd is, werkt deze wanneer de opvangbak vol is in stap 4. ZUIVER-functie (Op sommige modellen)

  • Houd de knoppen Omhoog/Omlaag 2 seconden ingedruk om de ZUIVER-functie te starten en het indicatielampje voor de functie gaat branden (Het indicatielampje voor de functie en het Uv-indicatielampje gaan bij sommige modellen tegelijkertijd branden; Alleen het Uv-indicatielampje gaat branden bij sommige modellen).De ionengenerator is geactiveerd en zal helpen om de binnenlucht te zuiveren.Houd de knoppen Omhoog/Omlaag opnieuw 2 seconden ingedrukt om de ZUIVER-functie te stoppen en het indicatielampje voor de functie gaat uit. Knop voor draadloze verbinding (Op sommige modellen)
  • Houd de AAN/UIT-knop 3 seconden ingedrukt om de draadloze verbindingsmodus te starten. Het LED SCHERM geeft ’AP’ weer om aan te geven dat u de draadloze verbinding kunt instellen. Als er verbinding (router) wordt gemaakt binnen 8 minuten, zal de eenheid de modus draadloze verbinding automatisch sluiten en gaat het indicatielampje voor draadloze verbinding branden en schakelt de eenheid over naar de vorige functie. Als er binnen de 8 minuten geen verbinding gemaakt wordt, sluit de eenheid de modus draadloze verbinding automatisch. Display
  • Geeft het ingestelde % weer voor het vochtigheidsniveau van 35% tot 85% of de automatische start-/stoptijd (0~24) tijdens het instellen, daarna wordt de huidige (±5% nauwkeurigheid) van het % vochtigheidsniveau in de kamer weergegeven in een bereik van 30% RH( Relatieve vochtigheid) tot 90% RH (Relatieve vochtigheid).
  • Foutcodes: EH60 - Fout sensor kamertemperatuur - Trek de stekker van de eenheid uit het stopcontact en steek deze daarna terug in het stopcontact. Bel de onderhoudsdienst als de fout zich opnieuw voordoet; EH61 - Fout temperatuursensor leiding van de verdamper - Trek de stekker van de eenheid uit het stopcontact en steek deze daarna terug in het stopcontact. Bel de onderhoudsdienst als de fout zich opnieuw voordoet; EH0b - Communicatiefout schermbord en master regelbord.- Trek de stekker van de eenheid uit het stopcontact en steek deze daarna terug in het stopcontact. Bel de onderhoudsdienst als de fout zich opnieuw voordoet;
  • Beveiligingscode: P2 - Wateropvangbak is vol - Maak de wateropvangbak leeg en plaats deze terug op de juiste plaats. Eb - Storing wateropvangbak--Plaats de wateropvangbak op de juiste plaats, de storing is verholpen.

OPMERKING Wanneer een van bovenstaande storingen zich voordoet, schakel de eenheid dan uit en controleer op verstoppingen. Start de eenheid opnieuw en schakel de eenheid uit en trek de stekker uit het stopcontact wanneer de storing niet opgelost is. Neem contact op met de fabrikant of zijn onderhoudsvertegenwoordigers of een gelijkaardig gekwalificeerd persoon voor onderhoud. BEHUIZING BEDIENINGSPANEEL Automatisch ontdooien Wanneer er zich ijs opbouwt op de spoelen van de verdamper, zal de compressor uitschakelen en de ventilator blijven draaien tot het ijs verdwijnt. Opmerking: Tijdens Automatisch ontdooien, kan het geluid van het stromen van het koelmiddel door de eenheid hoorbaar zijn, dit is normaal. Automatisch uitschakelen De ontvochtiger schakelt uit wanneer de wateropvangbak vol is. Bij sommige modellen, zal de ventilatormotor 30 seconden blijven draaien. Wacht 3 minuten voor het opnieuw in bedrijf nemen Na het stoppen van de eenheid, kan deze gedurende de eerste 3 minuten niet opnieuw gestart worden.Dit is om de eenheid te beschermen. De werking zal na 3 minuten automatisch hernemen. Automatisch opnieuw starten Als de eenheid onverwacht uitschakelt, als gevolg van een stroomonderbreking, zal deze automatisch opnieuw starten met de eerder ingestelde functie wanneer de stroom terug is. Modus continu ontvochtigen In de modus continu ontvochtigen, ontvochtigt de eenheid ononderbroken en kan de vochtigheidsgraad niet geselecteerd worden. Druk op de modusknop om de modus continu ontvochtigen te sluiten. Modus smart ontvochtiging (Op sommige modellen) In de modus smart ontvochtiging, zal de eenheid de vochtigheidsgraad in de kamer automatisch regelen in een comfortabel bereik tussen 45%~55%, overeenkomstig de kamertemperatuur. De functie vochtigheidsinstelling zal niet gebruikt kunnen worden. De modus ontvochting instellen Bij het instellen van de modus ontvochtigen, kan de eenheid worden ingesteld in een bereik tussen 35%~85% en kan de instelling van het vochtigheidsniveau aangepast worden (verhogen/verlagen) in stappen van 5%. Druk op de knop MODUS om te stoppen met het instellen van de modus ontvochtigen. Snelle overzichtsverlichting (Op sommige modellen) Wanneer de vochtigheidsgraad hoger dan 70% is, zal de snelle overzichtsverlichting rood branden. Wanneer het bereik van de vochtigheidsgraad tussen 45% en 70% is, zal de snelle overzichtsverlichting geel branden. Wanneer de vochtigheidsgraad lager dan 45% is, zal de snelle overzichtsverlichting groen branden.

De verlichting kan geactiveerd of gedeactiveerd worden door de knoppen Ventilator en Omhoog tegelijkertijd gedurende 2 seconden ingedrukt te houden. MAX-modus (Op sommige modellen) De eenheid kan in de stand MAX ontvochtiging werken in de MAX-modus. De ventilatorsnelheid staat vast op hoge snelheid. Drogermodus (Op sommige modellen) De eenheid kan in de stand MAX ontvochting werken in de Drogermodus. De ventilatorsnelheid kan niet aangepast worden. OPMERKING:

1. De modus Droger/Max (afhankelijk van het model) moet gebruikt worden in een

gesloten kamer, open geen deuren en vensters.

2. Droog de natte kleren eerst, voor de meeste effectieve ontvochtiging.

3. Zorg ervoor dat de luchtstoom rechtstreeks op de natte kleding gericht is.

4. Bij dikke en zware natte kleding kan de meest effectieve ontvochting mogelijk niet

bereikt worden. Modus zonder wateropvangbak (op sommige modellen) De ontvochtiger kan zonder wateropvangbak gebruikt worden in de modus Zonder wateropvangbak. De eenheid zal geen herinnering geven voor een volle wateropvangbak in de modus zonder wateropvangbak, daarom wordt aanbevolen om:

1. Te controleren of de slang goed aangesloten is;

2. Het andere einde van de slang te leiden naar een plaats met onbeperkte

afvoermogelijkheden, zoals een spoelbak of een bad;

3. Plaats het andere einde van de slang niet in een container met beperkt volume,

anders kan het water overstromen naar de vloer. Sluit de modus zonder wateropvangbak:

1. Druk op VULNIVEAU en omhoog om te sluiten

OPMERKING: Dit kan het onverwacht sluiten van de modus zonder wateropvangbak veroorzaken, wanneer de vlotter van de tank de microschakelaar raakt (onderaan de eenheid). Controleer in de modus zonder wateropvangbak dus dat de onderkant van de eenheid vrij is. Opmerking:

1. Zorg ervoor dat de eenheid op een vlakke, horizontale tafel geplaatst is, om vallen en

schuiven te voorkomen. De hellingshoek moet kleiner dan 1 graad zijn. A. Hellingshoek B. Tafel

30~50 cm Luchtstro- ming Natte kleding 30~50cm Laat een ruimte van 30~50 cm bovenaan en aan de rech- terkant van de eenheid met de natte kleding.112

2. Zorg ervoor dat de slang goed met de afvoer verbonden is, voor het starten van de

modus zonder wateropvangbak.

3. De totale hoogte van de slang moet lager zijn dan de afvoer, om de terugstroom van

water te voorkomen en een vlotte afvoer te verzekeren.

OPMERKING In de modus Zonder wateropvangbak, is de hoogte van de tafel meer dan 10 cm. Plaats het einde van de slang in het afvoergebied of de opvangbak om het water op te vangen.

4. Raak, in de modus zonder opvangbak, de schakelaar niet aan, anders zal de modus

zonder wateropvangbak beëindigd worden. A. Schakelaar

5. Verplaats de eenheid niet wanneer deze in werking is. Schakel de voeding uit en

verwijder de stop voor het verplaatsen van de eenheid.

HET VERZAMELDE WATER VERWIJDEREN

Er zijn twee manieren om het verzamelde water te verwijderen.

1. De wateropvangbak gebruiken

  • Wanneer de eenheid uitgeschakeld is of de wateropvangbak vol is, zal de eenheid 8 pieptonen produceren (op sommige
  • Voor sommige modellen) Wanneer de eenheid uitgeschakeld is of de wateropvangbak vol is, schakelt de compressor uit en schakelt de ventilator uit na 30 seconden voor het drogen van het water van de CONDENSER, DAARNA ZAL DE EENHEID 8 KEER EEN PIEPTOON PRODUCEREN EN HET LED SCHERM “P2” WEERGEVEN.
  • Til de handgreep van de behuizing van de ontvochtiger op, haal de behuizing van de ontvochtiger van DE TANK. Leg de behuizing van de ontvochtiger opzij.
  • Voer het water af via de waterafvoer en vervang de wateropvangbak.
  • Til de wateropvangbak op en verwijder het water.
  • Verwijder de rubberen stop onderaan de opvangbak, voer het water af.
  • Het apparaat zal opnieuw starten zodra de wateropvangbak opnieuw op de juiste plaats zit.

1. Til de ontvochtiger op via de handgreep, haal deze van de wateropvangbak en

2. Til de wateropvangbak op en verwijder het water.

  • Raak geen delen binnenin de eenheid aan wanneer u de opvangbak verwijdert. Dit kan het product beschadigen.
  • Zorg ervoor dat u de behuizing van de ontvochtiger voorzichtig en volledig in de opvangbak plaatst.
  • Wanneer er water in de eenheid zit bij het verwijderen van de opvangbak, moet u de eenheid laten drogen.
  • Water kan automatisch afgevoerd worden naar een afvoer in de vloer, door een waterslang aan de eenheid te bevestigen.
  • Verwijder het deksel op de achterkant van de wateropvangbak, verwijder daarna de rubberen stop. Bevestig een afvoerslang en leid deze naar de afver in de vloer of een geschikt afvoervoorziening. A. Verwijder het deksel. B. Verwijder de rubberen stop. C. Bevestig de slang aan de uitgang van de afvoerslang.
  • Zorg ervoor dat de slang goed bevestigd is, zodat er geen lekken zijn.
  • Leid de slang naar het afvoergebied, zorg ervoor dat er geen knikken in de slang zijn die de afvoer van water stoppen.
  • Plaats het einde van de slang in het afvoergebied en zorg ervoor dat het einde van de slang zich op gelijke hoogte of lager bevindt, om het water goed af te voeren. De afvoer nooit hoger plaatsen.
  • Zorg ervoor dat de slang zich onder de uitgang van de afvoerslang bevindt.
  • Selecteer de gewenste vochtigheidsinstelling en ventilatorsnelheid van de eenheid om continu afvoeren te starten.

OPMERKING Wanneer de continu afvoerfunctie niet gebruikt wordt, verwijder de afvoerslang dan van de uitlaat en plaats de rubberen stop en het deksel opnieuw.

3. Pomp drainen (op sommige modellen)

  • Water kan automatisch afgevoerd worden naar een afvoer in de vloer of een geschikte afvoervoorziening via de uitgang van de afvoer van de pomp en een pompafvoerslang (Φod=1/4", bijgeleverd).
  • Installeer de pompslang in de ingang van de pomp van de eenheid en draai deze.
  • I nstalleer de pompafvoerslang ten minste 15 mm in de afvoeruitlaat van de pomp, leid de waterslang daarna naar een afvoer in de vloer of een geschikte afvoervoorziening.
  • Zet de ontvochtiger opnieuw op de wateropvangbak.
  • Houd de knoppen Omhoog/Omlaag 2 seconden ingedrukt om de POMP-functie te starten. Wanneer de POMP-functie geactiveerd is, staat het volume van de wateropvangbak op het 4e vulniveau en kan dit niet geselecteerd worden. De POMP werkt alleen als het water in de wateropvangbak op het 4e vulniveau staat.

OPMERKING De pomp kan 3~5 minuten na het inschakelen veel lawaai maken. Dit is een normaal verschijnsel.

  • Zorg ervoor dat de slang goed bevestigd is, zodat er geen lekken zijn.
  • Leid de slang naar de afvoer en zorg ervoor dat er geen kinken in de slang zijn die het afvoeren stoppen.
  • Plaats het einde van de slang in de drain en zorg ervoor dat het einde van de slang zich op gelijke hoogte of lager bevindt, om het water goed af te voeren. De afvoer nooit hoger plaatsen.
  • Selecteer de gewenste vochtigheidsinstelling en ventilatorsnelheid van de eenheid om het drainen van de pomp te starten. Opmerking: Het lampje voor pomp in werking knippert bij 1 Hz bij een storing van de pomp. Schakel de eenheid uit en trek de stekker uit het stopcontact. Controleer volgende zaken:
  • Reiniging van het filter van de pompslang.
  • Controleer dat er geen kinken in de afvoerslang zijn.
  • Giet het water uit de wateropvangbak.
  • Installeer de pompslang opnieuw als het zakt en plaats de wateropvangbak op de juiste manier. Schakel de eenheid in. Bel de onderhoudsdienst als het probleem zich opnieuw voordoet.

OPMERKING Gebruik dit niet wanneer de buitentemperatuur gelijk of lager is dan 0° C (32° F), anders zal het water ijs worden en de afvoerslang verstoppen, met een storing van de eenheid als gevolg. Zorg ervoor dat u de opvangbak een keer per week leeg maakt wanneer de pompafvoerfunctie gebruikt wordt. Haal de pompafvoerslang van de uitlaat wanneer de pompafvoerfunctie niet gebruikt wordt.

  • Druk de pompafvoerslang in en verwijder de slang. Haal de pompafvoerslang van de eenheid. Zorg ervoor dat het water in de slang niet op de vloer druppelt.

Zorg en reiniging van de ontvochtiger Schakel de ontvochtiger uit en trek de stekker uit het stopcontact voor het reinigen. De gril en behuizing reinigen

  • Gebruik water en een zacht schoonmaakmiddel. Gebruik geen bleek- of schuurmiddelen.
  • Spat geen water rechtstreeks op de hoofdeenheid. Dit kan een elektrische schok veroorzaken, de isolatie aantasten of ervoor zorgen dat de eenheid gaat roesten.
  • De luchtinlaat- en uitlaatrooster worden gemakkelijk vuil, gebruik dus een stofzuiger of borstel om deze schoon te maken. De wateropvangbak reinigen Reinig de wateropvangbak elke twee weken, om de groei van schimmel en bacteriën te voorkomen. Vul de opvangbak gedeeltelijk met schoon water en voeg wat zacht schoonmaakmiddel toe. Schud het rond in de opvangbak en maak deze leeg en spoel.

OPMERKING Gebruik geen vaatwasmachine om de opvangbak te reinigen. Na reiniging moet de opvangbak geplaatst en goed bevestigd worden om de ontvochtiger te gebruiken. Het luchtfilter schoonmaken Het luchtfilter achter de twee zijroosters moet minstens elke twee weken, of vaker indien nodig, gecontroleerd en gereinigd worden. OPMERKING: HET FILTER NIET SPOELEN OF IN EEN VAATWASMACHINE PLAATSEN. Om te verwijderen:

  • Neem de handgreep op het filter vast en trek het naar buiten.
  • Reinig het filter met warm zeepsop. Spoel en laat het filter plaatsen voordat u het opnieuw plaatst. Reinig het filter niet in een vaatwasmachine. Om te bevestigen:
  • Plaats het luchtfilter opnieuw in de eenheid.

OPGELET Gebruik geen vaatwasmachine om de opvangbak te reinigen. Na reiniging moet de opvangbak geplaatst en goed bevestigd worden om de ontvochtiger te gebruiken.

OPMERKING Het kabinet en de voorkant kan afgestoft worden met een olievrij doek of schoongemaakt worden met een doek gedept in een oplossing van warm water een een zacht, vloeibaar afwasmiddel. Spoel grondig en veeg droog. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen, was of polijstmiddel op de voorkant van het kabinet. Wring overmatig water uit het doek voordat u rond de bedienin- gen veegt. Overmatig water in of rond de bedieningen kan de eenheid bescha- digen. Wanneer de eenheid gedurende lange periodes niet gebruikt wordt

  • Wacht na het uitschakelen van de eenheid een dag om het water te verzamelen en maak de opvangbak leeg.
  • Reinig de hoofdeenheid, wateropvangbak en het luchtfilter.
  • Dek de eenheid af met een plastic zak.
  • Bewaar de eenheid rechtop, op een droge, goed geventileerde plaats.
  • Controleer het volgende alvorens technische ondersteuning te contacteren: Probleem Wat te controleren Eenheid wil niet starten Zorg ervoor dat de stekker van de ontvochtiger volledig in het stopcontact steekt. Controleer de zekering/zekeringkast. De ontvochtiger heeft het vooraf ingestelde niveau bereikt of de opvangbak is vol. De wateropvangbak bevindt zich niet op de juiste plaats. De ontvochtiger droogt de lucht niet zoals bedoeld Er werd onvoldoende tijd gegeven om het vocht te verwijderen. Zorg ervoor dat er geen gordijnen, zonnewering of meubels de voor- of achterkant van de ontvochtiger blokkeren. De vochtigheidsregeling is mogelijk niet laag genoeg ingesteld. Controleer dat alle deuren, vensters en andere openingen goed dicht staan. De kamertemperatuur is te laag, onder 5°C (41°F). Er bevindt zich een kerosinekachel of een apparaat dat waterdamp vormt in de kamer. De eenheid maakt veel lawaai tijdens bedrijf Het luchtfilter is geblokkeerd. De eenheid staat gekanteld in plaats van rechtop, zoals bedoeld. Het vloeroppervlak is niet waterpas. Er verschijnt ijs op de spoelen Dit is normaal. De ontvochtiger heeft een automatische ontdooifunctie. Water op de vloer De slang naar de koppeling of de slangkoppeling is mogelijk los. Het is de bedoeling om de opvangbak te gebruiken om water op te vangen, maar de drainstop is verwijderd. EH60, EH61,EH0b ,Eb of P2 wordt weergegeven op het scherm Dit zijn fout- en beveiligingscodes. Bekijk het deel REGELPADS OP DE ONTVOCHTIGER.

GARANTIEVOORWAARDEN Uw ontvochtiger heeft een garantieperiode van twee jaar, geldend vanaf de datum van aankoop. Alle defecten aan materialen en fabricagefouten zullen gedurende deze periode gratis hersteld worden. Het volgende is van toepassing:

  • Alle claims voor vergoedingen, inclusief gevolgschade, zullen niet ontvankelijk verklaard worden.
  • Herstellingen aan of vervanging van onderdelen tijdens de garantieperiode zullen niet leiden tot een verlenging van de garantieperiode.
  • De garantie zal vervallen wanneer er aanpassingen gemaakt zijn, er geen originele onderdelen aangesloten zijn of wanneer de ontvochtiger vervangen werd door een derde partij.
  • Onderdelen die onderhevig zijn aan normale slijtage zoals het luchtfilter niet onder de garantie.
  • De garantie is enkel geldig bij het voorleggen van het origineel, onaangepast en van een datum voorziene aankoopbewijs.
  • De garantie dekt geen schade die veroorzaakt werd door acties die afwijken van deze die hierboven beschreven zijn in de gebruikershandleiding of door nalatigheid.
  • Transportkosten en de risico’s verbonden aan het transport van de ontvochtiger of onderdelen van het toestel zijn steeds voor rekening van de koper. Om onnodige kosten te voorkomen, raden we aan dat u altijd eerst de gebruiksaanwijzing grondig leest. Als dit geen oplossing biedt, breng uw ontvochtiger dan naar uw verdeler voor reparatie. Verwijder geen elektrische apparaten als ongesorteerd huishoudelijk afval. Gebruik aparte inzamelvoorzieningen. Contacteer uw lokale overheid voor informatie over de beschikbare inzamelvoorzieningen. Wanneer elektrische toestellen achtergelaten worden op stortplaatsen of vuilnisbelten kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en in de voedingsketen terecht komen, en zo uw welzijn en gezondheid schaden. Bij het vervangen van oude apparaten is de kleinhandelaar wettelijk verplicht uw oude apparaat gratis over te nemen en het te verwijderen. Werp geen batterijen in vuur, waar ze kunnen ontploffen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen vrijgeven. Wanneer u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, verwijder de batterijen dan en gooi ze weg overeenkomstig de geldende regelgeving, omdat ze gevaarlijk voor het milieu kunnen zijn. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen, die onder het Kyotoprotocol vallen. Ze mag allen onderhouden of gedemonteerd worden door professioneel, opgeleid personeel. Deze apparatuur bevat R290-koelmiddel, in de mate die in bovenstaande tabel weergegeven wordt. Ontlucht R290 niet naar de atmosfeer: R290 is een gefluoreerd broeikasgas met een globaal opwarmingspotentieel (GWP) = 3.

Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.nl / www.qlima.be) of neem contact op met de afdeling sales support (T: +31 412 694 694 / +32 (0)3 326 39 39).

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : QLIMA

Model : D 720 WiFi

Categorie : Ontvochtiger