TXA663A - Lichtdimmer HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TXA663A HAGER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lichtdimmer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TXA663A - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TXA663A van het merk HAGER.
GEBRUIKSAANWIJZING TXA663A HAGER
`6LE000394C4 6 Hager 12.16 - 6LE000394CHager Controls S.A.S., 33 rue Saint-Nicolas, B.P. 10140, 67703 SAVERNE CEDEX, France - www.hager.com 6LE000394C5 Temperatuurbereik aanhouden. Zorg voor voldoende koeling. z Monteer het apparaat op een DIN-rail conform DN EN 60715. Apparaat aansluiten Afb. 2: installatie/deinstallatie met steekklemmen (11) (11) (11) Afb. 3: apparaat aansluiten (11) belasting z Buskabel via aansluitklem (3) aansluiten. z Belasting (11) op de onderste klemstrook (4) van het apparaat aansluiten. Inbedrijfstelling Systemlink: fysieke adres en applicatiesoftware laden De schakelaar voor handmatige modus (1) staat in de positie auto. z Busspanning inschakelen. z Programmeertoets (5) indrukken. De toets licht op. Wanneer de toets niet brand, is geen busspan- ning aanwezig. z Fysieke adres in het apparaat laden. Status-LED van de toets gaat uit. z Applicatiesoftware laden. z Fysieke adres op het apparaat noteren.
Functie Systeeminformatie Dit apparaat is een product van het KNX-systeem en voldoet aan de KNX-richtlijnen. Gedegen vak- kennis door KNX-opleidingen wordt als voorwaar- de gesteld. Planning, installatie en inbedrijfstelling van het apparaat worden uitgevoerd met behulp van KNX-gecerticeerde software. Systemlink inbedrijfstelling: De werking van het apparaat is afhankelijk van de software. De software is te vinden in de product- database. Productdatabase, technische beschrij- vingen en conversie- en andere hulpprogramma’s vindt u altijd actueel op onze internetpagina. Easylink inbedrijfstelling: De functie van het apparaat is afhankelijk van de conguratie. De conguratie kan ook met behulp van speciaal voor de eenvoudige instelling en inbedrijfstelling ontwikkelde apparaten worden uitgevoerd. Dit type conguratie is alleen met apparaten uit het easylink-systeem mogelijk. Easylink staat voor een eenvoudige, visueel ondersteunde inbedrijfstelling. Hierbij worden voorgecongureerde standaard- functies met behulp van een servicemodule aan de in-/uitgangen toegekend. Functiebeschrijving Het apparaat heeft drie belastingsuitgangen, die voor lastenverhoging via een schuifschakelaar variabel kunnen worden gecombineerd. Deze werkt met automatische belastingsherkenning per aangesloten belasting in faseaan- of -afsnijding en maakt het schakelen en dimmen via de KNX-bus mogelijk van: - Gloei- en halogeenlampen - Laagspanningshalogeenlampen met conventio- nele of elektronische transformator - Dimbare LED- en energiespaarlampen Bovendien beschikt het apparaat over een leer- functie voor efciënte besturing van energiespaar- en 230 V LED-lampen. Juiste toepassing - Dimmen van elektrische verbruikers AC 230 V - Montage op proelrail conform DIN EN 60715 in onderverdeling Producteigenschappen - Statusindicatie van de uitgangen op het appa- raat - Handmatige aansturing van de uitgangen op het apparaat mogelijk, bouwplaatsmodus - Automatische belastingsherkenning - Instelling van de minimale en maximale dim- waarde - Tijdschakelaarfuncties - Scènefunctie - Geforceerde stand via besturing van hoger ni- veau Kortsluitings- en overbelastingsbeveiliging Kortsluiting of overbelasting wordt via de con- trole-LED (8) gesignaleerd. De belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen). Oververhittingsbeveiliging Een oververhitting van het instrument wordt door permanent branden van de controle-LED (9) gesig- naleerd. De aangesloten belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen). Bediening Handmatige modus Bus- of netspanningsvoeding is actief. z Schakelaar (1) in stand plaatsen. De handmatige modus is ingeschakeld, de uitgangen kunnen via de bedieningstoetsen (7) worden aangestuurd. In de handmatige modus is de besturing via de KNX-bus uitgeschakeld. Systemlink inbedrijfstelling: afhankelijk van de programmering wordt de handmatige modus permanent geactiveerd of gedurende een via de applicatiesoftware geparametreerde tijd. Wanneer de handmatige modus via de applicatie-software is geblok- keerd, wordt de activering niet uitgevoerd. Of: z Schakelaar (1) in stand auto plaatsen. De handmatige modus is uitgeschakeld. De besturing volgt uitsluitend via de KNX-bus. De uitgang neemt de door de busbesturing gege- ven helderheid aan. Uitgangen in handmatige modus bedienen Bediening vindt plaats via kort of lang indrukken (tabel 1) van de bedieningstoets (7). Wanneer de geïntegreerde LED bij de bedie- ning van de bedieningstoets brandt, dan is er geen belasting aangesloten. Toestand Gedrag bij toetsbediening De belasting is uitgeschakeld. Status-LED van de toets (7) is uit. Korte toetsbediening: INschakelen van de aangeslo- ten belasting. LED brandt. Lange toetsbediening: dimmen tot de maximale hel- derheid. Status-LED van de toets (7) brandt. Belasting is ingeschakeld. Status-LED van de toets (7) brandt. Korte toetsbediening: UITschakelen van de aangeslo- ten belasting. Status-LED van de toets (7) gaat uit. Lange toetsbediening: veranderen van de actuele hel- derheid. Het dimmen geschiedt in tegenovergestelde richting van het laatste dimproces tot de maximale of minmale hel- derheid. Tabel 1: handmatige modus Informatie voor de elektrotechnisch installateur Montage en elektrische aansluiting GEVAAR! Gevaar voor elektrische schokken bij aanraking van onderdelen die onder spanning staan! Elektrische schokken kunnen de dood tot gevolg hebben! Voorafgaand aan werkzaamheden aan het apparaat de aansluitleidingen loskoppelen en spanningvoerende delen in de omgeving afdekken!
VOORZICHTIG! Ontoelaatbare opwarming bij te hoge belasting van het apparaat! Het apparaat en de aangesloten kabels kunnen in het aansluitgebied beschadigd raken! Overschrijd de maximale stroombe- lastbaarheid niet!
Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparatuur mogen alleen door een installateur worden uit- gevoerd conform de geldende installatienor- men, richtlijnen, bepalingen, veiligheids- en on- gevallenpreventievoorschriften van het betref- fende land. Wanneer deze handleiding niet in acht wordt genomen, kunnen schade aan het apparaat, brand of andere gevaren optreden. Gevaar voor elektrische schok. Loskoppelen voordat werkzaamheden aan het apparaat wor- den uitgevoerd of lampen worden vervangen. Houdt daarbij rekening met alle installatie-auto- maten, die gevaarlijke spanningen aan het ap- paraat leveren. Gevaar voor elektrische schok. Het apparaat is niet geschikt voor loskoppelen van belastingen van de netspanning. Ook bij een uitgeschakeld apparaat is de belasting niet galvanisch van het net gescheiden. Gevaar voor elektrische schokken aan de SELV- of PELV-installatie. Sluit geen verbrui- kers voor laagspanning SELV, PELV of FELV gemeenschappelijk aan. Sluit geen LED- of compacte TL-lampen aan, die niet uitdrukkelijk voor dimmen geschikt zijn. Het apparaat kan beschadigd raken. Sluit geen armaturen met geïntegreerde dim- mer aan. Capacitieve lasten en inductieve lasten niet ge- meenschappelijk op de uitgang aansluiten. De toegestane maximale belasting per apparaat mag niet worden overschreden. Deze handleiding maakt deel uit van het pro- duct en dient in het bezit van de eindgebruiker te blijven. Opbouw van het apparaat (1) (2) (3) (4) (10) (6) (5) (7) (8) (9) Afb. 1: overzicht apparaten (1) Schuifschakelaar auto/min/max/manu (2) Verlichte toets dimmodus (3) KNX busaansluitklem (4) Aansluiting belastingen (5) Schuifschakelaar kanaalkeuze (6) Verlichte programmeertoets (7) Bedieningstoets voor handmatige modus per uitgang met status-LED (8) Controle-LED kortsluiting en overbelastings- beveiliging per uitgang (9) Controle-LED oververhittingsbeveiliging (10) Netspanningsaansluiting Easylink Informatie over de installatieconguratie is te vin- den in de uitvoerige beschrijving van de service- module easylink. Apparaat in bedrijf stellen z Netvoeding inschakelen. Werkingscontrole Via de status-LED van de bedieningstoetsen (7) wordt de functionaliteit van de uitgangen getoond. LED-toestand Betekenis van het signaal LED brandt permanent Belasting wordt aangestuurd Led knippert Geen belasting aangesloten Aantal uitgangen via schuifschakelaar kiezen De uitgangen kunnen via de instelling van de schuifschakelaar (5) variabel worden gecombi- neerd, om hogere belastingen aan te sturen. z Aantal uitgangen via de schuifschakelaar kiezen (tabel 2). Minimale en maximale dimwaarde op het apparaat instellen Het apparaat is klaar voor gebruik. z Helderheidswaarde instellen De instelling kan via de handbediening op het apparaat of via de geprogrammeerde dimtoets van een bedieningsapparaat worden uitge- voerd. z Schakelaar (1) op max. instellen, om de inge- stelde helderheid als maximale dimwaarde over te nemen. Of: z Schakelaar (1) op min. instellen, om de inge- stelde helderheid als minimale dimwaarde over te nemen. z Bedieningstoets (7) langer dan 3 s ingedrukt houden. De status-LED knippert tweemaal. De ingestel- de helderheidswaarde wordt opgeslagen. Wanneer de minimale resp. maximale dim- waarde buiten het instelbereik ligt, dan knippert de status-LED (7) na het opslaan permanent.
Dimmodus op het apparaat instellen In de fabrieksinstelling voert het apparaat voor ohmse, inductieve en capacitieve lasten een automatische belastingsherkenning uit en kiest het passende dimgedrag. Wanneer het soort belas- ting bekend is, kan deze op het apparaat vooraf worden ingesteld, zonder dat een automatische belastingsherkenning hoeft te worden uitgevoerd. Het apparaat is klaar voor gebruik. z Toets dimmodus (2) ingedrukt houden, tot zijn eigen verlichting knippert. z Selecteer het kanaal waarvan de dimmodus gewijzigd moet worden door op knop (7) te drukken. z Toets dimmodus (2) herhaaldelijk kort bedienen, tot de gekleurde verlichting van de toets (2) de gewenste modus aangeeft (tabel 3). z Toets (2) dimmodus ingedrukt houden, tot de verlichting van de toets (2) snel knippert. Zolang de toets snel knippert wordt de gekozen modus ingesteld. Aansluitend wordt de modus ca. 3 s lang weergegeven, voordat de toets stopt met branden. Wanneer niet wordt bevestigd door de toets ingedrukt te houden, neemt het apparaat na 2 minuten weer de voorgaande dimmodus in. Wanneer de gekozen modus niet bij de aange- sloten belasting past, dan gaat het dimkanaal automatisch terug naar de „fabrieksinstelling“. Verlichting toets (2) Dimmodus geel Energiespaarlampen (CFL) violet Capacitieve last blauw Inductieve last rood LED-last groen Geprogrammeerde belasting (CFL + LED) wit Automatische lastinstelling (fa- brieksinstelling)
1) Bij de gekozen dimmodus vindt gedurende ca. 30 s
programmeren van de belasting plaats. Dit kan kort-stondig de verlichting beïnvloeden. Tabel 3
Dimmodus weergeven z Door kort op knop (2) te drukken en vervolgens op de knop (7) van het betreffende kanaal, kan de huidige dimmodus geraadpleegd worden. De gekleurde verlichting van de toets geeft de actuele modus gedurende ca. 3 s aan (tabel 3). Belasting via toets van een bedieningsapparaat programmeren Bij het programmeren van de aangesloten belas- ting wordt het dimgedrag voor compacte TL- en LED-lampen geoptimaliseerd. Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd. z Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets inge- drukt houden tot de belasting uitschakelt. De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat ( 5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/ uit). z Toets 1 x kort bedienen. De programmeerprocedure start. Het program- meren duurt ca. 30 s. Voor het optimaliseren van het dimgedrag wordt een dimprocedure uitgevoerd. Na het programmeren brandt de aangesloten belasting met maximale helderheid en knippert 1x. De programmeerprocedure is afgerond. Afhankelijk van de aangesloten belasting kan door de programmeerprocedure de minimale helderheid veranderen. Geprogrammeerde belastingen in het apparaat resetten Het apparaat kan naar automatische belastings- herkenning worden teruggezet, bijv. na het vervan- gen van het verlichtingsmiddel. De automatische belastingsherkenning is bijzonder goed geschikt voor belastingen die eenduidig in faseaan- of -afsnijding kunnen worden gedimd („conventionele lasten“). Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd. z Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets inge- drukt houden tot de belasting uitschakelt. De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat ( 5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/ uit). Wanneer binnen 10 s geen verdere bediening van de dimtoets plaatsvindt, blijft het geleerde dimprincipe behouden. z Toets 2 x kort bedienen. De belasting knippert 2 x. De automatische belastingsherkenning is weer geactiveerd.
Bijlage Technische gegevens Voedingsspanning 230V~ +10/-15% via net 240V~ +6/-6% Netfrequentie 50/60 Hz Verliesvermogen 8,9 W Voedingsspanning KNX/EIB 21-32V s SELV Stroomverbruik KNX/EIB 2,3 mA Verbruik zonder belasting 600 mW Beveiligin : Installatieautomaat van maximaal 10 A Gebruikshoogte max. 2000 m Vervuilingsgraad 2 Piekspanning 4 kV Beschermingsklasse behuizing IP 20 Beschermingsklasse behuizing onder frontplaat IP30 IK (stootbescherming) 04 Overspanningsklasse III Afmeting 6 TE, 6 x 17,5 mm Aansluitcapaciteit 0,75 mm²…2,5 mm² Bedrijfstemperatuur -5 …+ 45°C Opslagtemperatuur - 20 …+ 70°C Communicatiemedia KNX TP 1 Conguratiemodus S-Mode, easy link controller (TXA663A) Conventionele of elektronische transformatoren mogen niet met minder dan 75% van de nomi- nale last worden gebruikt. Hulp bij problemen Handbediening niet mogelijk Oorzaak 1: schakelaar (1) niet op ingesteld. Schakelaar op instellen. Oorzaak 2: handbediening is niet vrijgegeven (Systemlink) Handbediening via applicatiesoftware vrijgeven. Aangesloten belastingen branden niet Oorzaak 1: kortsluiting- en overbelastingsbeveili- ging geactiveerd, controle-LED (8) brandt/knippert. Aangesloten belasting verminderen, bedrading controleren en eventueel repareren. Oorzaak 2: oververhittingsbeveiliging is geacti- veerd, controle-LED (9) brandt. Aangesloten last verminderen, voor voldoende koeling zorgen, afstand tot naastgelegen ap- paraten vergroten. Busmodus niet mogelijk Oorzaak 1: busspanning is niet aanwezig. Busaanluitklemmen controleren op goed poling. Busspanning controleren door kort de program- meertoets (6) in te drukken, rode LED brandt bij aanwezige busspanning. Bij aanwezig netspan- ning zonder busspanning brandt de rode led continu. Oorzaak 2: handmatige modus is actief. De scha- kelaar (1) staat in stand
Schakelaar (1) in stand auto plaatsen.
Te gebruiken in geheel Europa
en in Zwitzerland Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur). Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product moet niet worden gemengd met ander bedrijfsaval voor verwijdering.
Aantal uitgangen 1 2 3 Positie van de schuifschakelaar (5) Belastingstype Maximale belasting op de uitgang Gloeilampen, halogeenlampen 230 V C1 900 W 600 W 300 W C2 300 W 300 W C3 300 W Conventionele transformator. C1 900 VA 600 VA 300 VA C2 300 VA 300 VA C3 300 VA Elektronische transformator. C1 900 W 600 W 300 W C2 300 W 300 W C3 300 W Dimbare energiespaarlampen (CFL) C1 210 W 120 W 60 W C2 60 W 60 W C3 60 W Dimbare LED-lampen C1 210 W 15 lampen 120 W 15 lampen 60 W 8 lampen C2 60 W 8 lampen 60 W 8 lampen C3 60 W 8 lampen Tabel 2: aantal uitgangen een aansluitvermogen6LE000394C4 6 Hager 12.16 - 6LE000394CHager Controls S.A.S., 33 rue Saint-Nicolas, B.P. 10140, 67703 SAVERNE CEDEX, France - www.hager.com 6LE000394C5 Temperatuurbereik aanhouden. Zorg voor voldoende koeling. z Monteer het apparaat op een DIN-rail conform DN EN 60715. Apparaat aansluiten Afb. 2: installatie/deinstallatie met steekklemmen (11) (11) (11) Afb. 3: apparaat aansluiten (11) belasting z Buskabel via aansluitklem (3) aansluiten. z Belasting (11) op de onderste klemstrook (4) van het apparaat aansluiten. Inbedrijfstelling Systemlink: fysieke adres en applicatiesoftware laden De schakelaar voor handmatige modus (1) staat in de positie auto. z Busspanning inschakelen. z Programmeertoets (5) indrukken. De toets licht op. Wanneer de toets niet brand, is geen busspan- ning aanwezig. z Fysieke adres in het apparaat laden. Status-LED van de toets gaat uit. z Applicatiesoftware laden. z Fysieke adres op het apparaat noteren.
Functie Systeeminformatie Dit apparaat is een product van het KNX-systeem en voldoet aan de KNX-richtlijnen. Gedegen vak- kennis door KNX-opleidingen wordt als voorwaar- de gesteld. Planning, installatie en inbedrijfstelling van het apparaat worden uitgevoerd met behulp van KNX-gecerticeerde software. Systemlink inbedrijfstelling: De werking van het apparaat is afhankelijk van de software. De software is te vinden in de product- database. Productdatabase, technische beschrij- vingen en conversie- en andere hulpprogramma’s vindt u altijd actueel op onze internetpagina. Easylink inbedrijfstelling: De functie van het apparaat is afhankelijk van de conguratie. De conguratie kan ook met behulp van speciaal voor de eenvoudige instelling en inbedrijfstelling ontwikkelde apparaten worden uitgevoerd. Dit type conguratie is alleen met apparaten uit het easylink-systeem mogelijk. Easylink staat voor een eenvoudige, visueel ondersteunde inbedrijfstelling. Hierbij worden voorgecongureerde standaard- functies met behulp van een servicemodule aan de in-/uitgangen toegekend. Functiebeschrijving Het apparaat heeft drie belastingsuitgangen, die voor lastenverhoging via een schuifschakelaar variabel kunnen worden gecombineerd. Deze werkt met automatische belastingsherkenning per aangesloten belasting in faseaan- of -afsnijding en maakt het schakelen en dimmen via de KNX-bus mogelijk van: - Gloei- en halogeenlampen - Laagspanningshalogeenlampen met conventio- nele of elektronische transformator - Dimbare LED- en energiespaarlampen Bovendien beschikt het apparaat over een leer- functie voor efciënte besturing van energiespaar- en 230 V LED-lampen. Juiste toepassing - Dimmen van elektrische verbruikers AC 230 V - Montage op proelrail conform DIN EN 60715 in onderverdeling Producteigenschappen - Statusindicatie van de uitgangen op het appa- raat - Handmatige aansturing van de uitgangen op het apparaat mogelijk, bouwplaatsmodus - Automatische belastingsherkenning - Instelling van de minimale en maximale dim- waarde - Tijdschakelaarfuncties - Scènefunctie - Geforceerde stand via besturing van hoger ni- veau Kortsluitings- en overbelastingsbeveiliging Kortsluiting of overbelasting wordt via de con- trole-LED (8) gesignaleerd. De belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen). Oververhittingsbeveiliging Een oververhitting van het instrument wordt door permanent branden van de controle-LED (9) gesig- naleerd. De aangesloten belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen). Bediening Handmatige modus Bus- of netspanningsvoeding is actief. z Schakelaar (1) in stand plaatsen. De handmatige modus is ingeschakeld, de uitgangen kunnen via de bedieningstoetsen (7) worden aangestuurd. In de handmatige modus is de besturing via de KNX-bus uitgeschakeld. Systemlink inbedrijfstelling: afhankelijk van de programmering wordt de handmatige modus permanent geactiveerd of gedurende een via de applicatiesoftware geparametreerde tijd. Wanneer de handmatige modus via de applicatie-software is geblok- keerd, wordt de activering niet uitgevoerd. Of: z Schakelaar (1) in stand auto plaatsen. De handmatige modus is uitgeschakeld. De besturing volgt uitsluitend via de KNX-bus. De uitgang neemt de door de busbesturing gege- ven helderheid aan. Uitgangen in handmatige modus bedienen Bediening vindt plaats via kort of lang indrukken (tabel 1) van de bedieningstoets (7). Wanneer de geïntegreerde LED bij de bedie- ning van de bedieningstoets brandt, dan is er geen belasting aangesloten. Toestand Gedrag bij toetsbediening De belasting is uitgeschakeld. Status-LED van de toets (7) is uit. Korte toetsbediening: INschakelen van de aangeslo- ten belasting. LED brandt. Lange toetsbediening: dimmen tot de maximale hel- derheid. Status-LED van de toets (7) brandt. Belasting is ingeschakeld. Status-LED van de toets (7) brandt. Korte toetsbediening: UITschakelen van de aangeslo- ten belasting. Status-LED van de toets (7) gaat uit. Lange toetsbediening: veranderen van de actuele hel- derheid. Het dimmen geschiedt in tegenovergestelde richting van het laatste dimproces tot de maximale of minmale hel- derheid. Tabel 1: handmatige modus Informatie voor de elektrotechnisch installateur Montage en elektrische aansluiting GEVAAR! Gevaar voor elektrische schokken bij aanraking van onderdelen die onder spanning staan! Elektrische schokken kunnen de dood tot gevolg hebben! Voorafgaand aan werkzaamheden aan het apparaat de aansluitleidingen loskoppelen en spanningvoerende delen in de omgeving afdekken!
VOORZICHTIG! Ontoelaatbare opwarming bij te hoge belasting van het apparaat! Het apparaat en de aangesloten kabels kunnen in het aansluitgebied beschadigd raken! Overschrijd de maximale stroombe- lastbaarheid niet!
Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparatuur mogen alleen door een installateur worden uit- gevoerd conform de geldende installatienor- men, richtlijnen, bepalingen, veiligheids- en on- gevallenpreventievoorschriften van het betref- fende land. Wanneer deze handleiding niet in acht wordt genomen, kunnen schade aan het apparaat, brand of andere gevaren optreden. Gevaar voor elektrische schok. Loskoppelen voordat werkzaamheden aan het apparaat wor- den uitgevoerd of lampen worden vervangen. Houdt daarbij rekening met alle installatie-auto- maten, die gevaarlijke spanningen aan het ap- paraat leveren. Gevaar voor elektrische schok. Het apparaat is niet geschikt voor loskoppelen van belastingen van de netspanning. Ook bij een uitgeschakeld apparaat is de belasting niet galvanisch van het net gescheiden. Gevaar voor elektrische schokken aan de SELV- of PELV-installatie. Sluit geen verbrui- kers voor laagspanning SELV, PELV of FELV gemeenschappelijk aan. Sluit geen LED- of compacte TL-lampen aan, die niet uitdrukkelijk voor dimmen geschikt zijn. Het apparaat kan beschadigd raken. Sluit geen armaturen met geïntegreerde dim- mer aan. Capacitieve lasten en inductieve lasten niet ge- meenschappelijk op de uitgang aansluiten. De toegestane maximale belasting per apparaat mag niet worden overschreden. Deze handleiding maakt deel uit van het pro- duct en dient in het bezit van de eindgebruiker te blijven. Opbouw van het apparaat (1) (2) (3) (4) (10) (6) (5) (7) (8) (9) Afb. 1: overzicht apparaten (1) Schuifschakelaar auto/min/max/manu (2) Verlichte toets dimmodus (3) KNX busaansluitklem (4) Aansluiting belastingen (5) Schuifschakelaar kanaalkeuze (6) Verlichte programmeertoets (7) Bedieningstoets voor handmatige modus per uitgang met status-LED (8) Controle-LED kortsluiting en overbelastings- beveiliging per uitgang (9) Controle-LED oververhittingsbeveiliging (10) Netspanningsaansluiting Easylink Informatie over de installatieconguratie is te vin- den in de uitvoerige beschrijving van de service- module easylink. Apparaat in bedrijf stellen z Netvoeding inschakelen. Werkingscontrole Via de status-LED van de bedieningstoetsen (7) wordt de functionaliteit van de uitgangen getoond. LED-toestand Betekenis van het signaal LED brandt permanent Belasting wordt aangestuurd Led knippert Geen belasting aangesloten Aantal uitgangen via schuifschakelaar kiezen De uitgangen kunnen via de instelling van de schuifschakelaar (5) variabel worden gecombi- neerd, om hogere belastingen aan te sturen. z Aantal uitgangen via de schuifschakelaar kiezen (tabel 2). Minimale en maximale dimwaarde op het apparaat instellen Het apparaat is klaar voor gebruik. z Helderheidswaarde instellen De instelling kan via de handbediening op het apparaat of via de geprogrammeerde dimtoets van een bedieningsapparaat worden uitge- voerd. z Schakelaar (1) op max. instellen, om de inge- stelde helderheid als maximale dimwaarde over te nemen. Of: z Schakelaar (1) op min. instellen, om de inge- stelde helderheid als minimale dimwaarde over te nemen. z Bedieningstoets (7) langer dan 3 s ingedrukt houden. De status-LED knippert tweemaal. De ingestel- de helderheidswaarde wordt opgeslagen. Wanneer de minimale resp. maximale dim- waarde buiten het instelbereik ligt, dan knippert de status-LED (7) na het opslaan permanent.
Dimmodus op het apparaat instellen In de fabrieksinstelling voert het apparaat voor ohmse, inductieve en capacitieve lasten een automatische belastingsherkenning uit en kiest het passende dimgedrag. Wanneer het soort belas- ting bekend is, kan deze op het apparaat vooraf worden ingesteld, zonder dat een automatische belastingsherkenning hoeft te worden uitgevoerd. Het apparaat is klaar voor gebruik. z Toets dimmodus (2) ingedrukt houden, tot zijn eigen verlichting knippert. z Selecteer het kanaal waarvan de dimmodus gewijzigd moet worden door op knop (7) te drukken. z Toets dimmodus (2) herhaaldelijk kort bedienen, tot de gekleurde verlichting van de toets (2) de gewenste modus aangeeft (tabel 3). z Toets (2) dimmodus ingedrukt houden, tot de verlichting van de toets (2) snel knippert. Zolang de toets snel knippert wordt de gekozen modus ingesteld. Aansluitend wordt de modus ca. 3 s lang weergegeven, voordat de toets stopt met branden. Wanneer niet wordt bevestigd door de toets ingedrukt te houden, neemt het apparaat na 2 minuten weer de voorgaande dimmodus in. Wanneer de gekozen modus niet bij de aange- sloten belasting past, dan gaat het dimkanaal automatisch terug naar de „fabrieksinstelling“. Verlichting toets (2) Dimmodus geel Energiespaarlampen (CFL)
violet Capacitieve last blauw Inductieve last rood LED-last groen Geprogrammeerde belasting (CFL + LED)
wit Automatische lastinstelling (fa- brieksinstelling) 1) Bij de gekozen dimmodus vindt gedurende ca. 30 s programmeren van de belasting plaats. Dit kan kort-stondig de verlichting beïnvloeden. Tabel 3
Dimmodus weergeven z Door kort op knop (2) te drukken en vervolgens op de knop (7) van het betreffende kanaal, kan de huidige dimmodus geraadpleegd worden. De gekleurde verlichting van de toets geeft de actuele modus gedurende ca. 3 s aan (tabel 3). Belasting via toets van een bedieningsapparaat programmeren Bij het programmeren van de aangesloten belas- ting wordt het dimgedrag voor compacte TL- en LED-lampen geoptimaliseerd. Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd. z Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets inge- drukt houden tot de belasting uitschakelt. De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat ( 5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/ uit). z Toets 1 x kort bedienen. De programmeerprocedure start. Het program- meren duurt ca. 30 s. Voor het optimaliseren van het dimgedrag wordt een dimprocedure uitgevoerd. Na het programmeren brandt de aangesloten belasting met maximale helderheid en knippert 1x. De programmeerprocedure is afgerond. Afhankelijk van de aangesloten belasting kan door de programmeerprocedure de minimale helderheid veranderen. Geprogrammeerde belastingen in het apparaat resetten Het apparaat kan naar automatische belastings- herkenning worden teruggezet, bijv. na het vervan- gen van het verlichtingsmiddel. De automatische belastingsherkenning is bijzonder goed geschikt voor belastingen die eenduidig in faseaan- of -afsnijding kunnen worden gedimd („conventionele lasten“). Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd. z Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets inge- drukt houden tot de belasting uitschakelt. De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat ( 5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/ uit). Wanneer binnen 10 s geen verdere bediening van de dimtoets plaatsvindt, blijft het geleerde dimprincipe behouden. z Toets 2 x kort bedienen. De belasting knippert 2 x. De automatische belastingsherkenning is weer geactiveerd.
Bijlage Technische gegevens Voedingsspanning 230V~ +10/-15% via net 240V~ +6/-6% Netfrequentie 50/60 Hz Verliesvermogen 8,9 W Voedingsspanning KNX/EIB 21-32V s SELV Stroomverbruik KNX/EIB 2,3 mA Verbruik zonder belasting 600 mW Beveiligin : Installatieautomaat van maximaal 10 A Gebruikshoogte max. 2000 m Vervuilingsgraad 2 Piekspanning 4 kV Beschermingsklasse behuizing IP 20 Beschermingsklasse behuizing onder frontplaat IP30 IK (stootbescherming) 04 Overspanningsklasse III Afmeting 6 TE, 6 x 17,5 mm Aansluitcapaciteit 0,75 mm²…2,5 mm² Bedrijfstemperatuur -5 …+ 45°C Opslagtemperatuur - 20 …+ 70°C Communicatiemedia KNX TP 1 Conguratiemodus S-Mode, easy link controller (TXA663A) Conventionele of elektronische transformatoren mogen niet met minder dan 75% van de nomi- nale last worden gebruikt. Hulp bij problemen Handbediening niet mogelijk Oorzaak 1: schakelaar (1) niet op ingesteld. Schakelaar op instellen. Oorzaak 2: handbediening is niet vrijgegeven (Systemlink) Handbediening via applicatiesoftware vrijgeven. Aangesloten belastingen branden niet Oorzaak 1: kortsluiting- en overbelastingsbeveili- ging geactiveerd, controle-LED (8) brandt/knippert. Aangesloten belasting verminderen, bedrading controleren en eventueel repareren. Oorzaak 2: oververhittingsbeveiliging is geacti- veerd, controle-LED (9) brandt. Aangesloten last verminderen, voor voldoende koeling zorgen, afstand tot naastgelegen ap- paraten vergroten. Busmodus niet mogelijk Oorzaak 1: busspanning is niet aanwezig. Busaanluitklemmen controleren op goed poling. Busspanning controleren door kort de program- meertoets (6) in te drukken, rode LED brandt bij aanwezige busspanning. Bij aanwezig netspan- ning zonder busspanning brandt de rode led continu. Oorzaak 2: handmatige modus is actief. De scha- kelaar (1) staat in stand
Schakelaar (1) in stand auto plaatsen.
Te gebruiken in geheel Europa
en in Zwitzerland Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur). Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product moet niet worden gemengd met ander bedrijfsaval voor verwijdering.
Aantal uitgangen 1 2 3 Positie van de schuifschakelaar (5) Belastingstype Maximale belasting op de uitgang Gloeilampen, halogeenlampen 230 V C1 900 W 600 W 300 W C2 300 W 300 W C3 300 W Conventionele transformator. C1 900 VA 600 VA 300 VA C2 300 VA 300 VA C3 300 VA Elektronische transformator. C1 900 W 600 W 300 W C2 300 W 300 W C3 300 W Dimbare energiespaarlampen (CFL) C1 210 W 120 W 60 W C2 60 W 60 W C3 60 W Dimbare LED-lampen C1 210 W 15 lampen 120 W 15 lampen 60 W 8 lampen C2 60 W 8 lampen 60 W 8 lampen C3 60 W 8 lampen Tabel 2: aantal uitgangen een aansluitvermogen6LE000394C4 6 Hager 12.16 - 6LE000394CHager Controls S.A.S., 33 rue Saint-Nicolas, B.P. 10140, 67703 SAVERNE CEDEX, France - www.hager.com 6LE000394C5 Temperatuurbereik aanhouden. Zorg voor voldoende koeling. z Monteer het apparaat op een DIN-rail conform DN EN 60715. Apparaat aansluiten Afb. 2: installatie/deinstallatie met steekklemmen (11) (11) (11) Afb. 3: apparaat aansluiten (11) belasting z Buskabel via aansluitklem (3) aansluiten. z Belasting (11) op de onderste klemstrook (4) van het apparaat aansluiten. Inbedrijfstelling Systemlink: fysieke adres en applicatiesoftware laden De schakelaar voor handmatige modus (1) staat in de positie auto. z Busspanning inschakelen. z Programmeertoets (5) indrukken. De toets licht op. Wanneer de toets niet brand, is geen busspan- ning aanwezig. z Fysieke adres in het apparaat laden. Status-LED van de toets gaat uit. z Applicatiesoftware laden. z Fysieke adres op het apparaat noteren.
Functie Systeeminformatie Dit apparaat is een product van het KNX-systeem en voldoet aan de KNX-richtlijnen. Gedegen vak- kennis door KNX-opleidingen wordt als voorwaar- de gesteld. Planning, installatie en inbedrijfstelling van het apparaat worden uitgevoerd met behulp van KNX-gecerticeerde software. Systemlink inbedrijfstelling: De werking van het apparaat is afhankelijk van de software. De software is te vinden in de product- database. Productdatabase, technische beschrij- vingen en conversie- en andere hulpprogramma’s vindt u altijd actueel op onze internetpagina. Easylink inbedrijfstelling: De functie van het apparaat is afhankelijk van de conguratie. De conguratie kan ook met behulp van speciaal voor de eenvoudige instelling en inbedrijfstelling ontwikkelde apparaten worden uitgevoerd. Dit type conguratie is alleen met apparaten uit het easylink-systeem mogelijk. Easylink staat voor een eenvoudige, visueel ondersteunde inbedrijfstelling. Hierbij worden voorgecongureerde standaard- functies met behulp van een servicemodule aan de in-/uitgangen toegekend. Functiebeschrijving Het apparaat heeft drie belastingsuitgangen, die voor lastenverhoging via een schuifschakelaar variabel kunnen worden gecombineerd. Deze werkt met automatische belastingsherkenning per aangesloten belasting in faseaan- of -afsnijding en maakt het schakelen en dimmen via de KNX-bus mogelijk van: - Gloei- en halogeenlampen - Laagspanningshalogeenlampen met conventio- nele of elektronische transformator - Dimbare LED- en energiespaarlampen Bovendien beschikt het apparaat over een leer- functie voor efciënte besturing van energiespaar- en 230 V LED-lampen. Juiste toepassing - Dimmen van elektrische verbruikers AC 230 V - Montage op proelrail conform DIN EN 60715 in onderverdeling Producteigenschappen - Statusindicatie van de uitgangen op het appa- raat - Handmatige aansturing van de uitgangen op het apparaat mogelijk, bouwplaatsmodus - Automatische belastingsherkenning - Instelling van de minimale en maximale dim- waarde - Tijdschakelaarfuncties - Scènefunctie - Geforceerde stand via besturing van hoger ni- veau Kortsluitings- en overbelastingsbeveiliging Kortsluiting of overbelasting wordt via de con- trole-LED (8) gesignaleerd. De belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen). Oververhittingsbeveiliging Een oververhitting van het instrument wordt door permanent branden van de controle-LED (9) gesig- naleerd. De aangesloten belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen). Bediening Handmatige modus Bus- of netspanningsvoeding is actief. z Schakelaar (1) in stand plaatsen. De handmatige modus is ingeschakeld, de uitgangen kunnen via de bedieningstoetsen (7) worden aangestuurd. In de handmatige modus is de besturing via de KNX-bus uitgeschakeld. Systemlink inbedrijfstelling: afhankelijk van de programmering wordt de handmatige modus permanent geactiveerd of gedurende een via de applicatiesoftware geparametreerde tijd. Wanneer de handmatige modus via de applicatie-software is geblok- keerd, wordt de activering niet uitgevoerd. Of: z Schakelaar (1) in stand auto plaatsen. De handmatige modus is uitgeschakeld. De besturing volgt uitsluitend via de KNX-bus. De uitgang neemt de door de busbesturing gege- ven helderheid aan. Uitgangen in handmatige modus bedienen Bediening vindt plaats via kort of lang indrukken (tabel 1) van de bedieningstoets (7). Wanneer de geïntegreerde LED bij de bedie- ning van de bedieningstoets brandt, dan is er geen belasting aangesloten. Toestand Gedrag bij toetsbediening De belasting is uitgeschakeld. Status-LED van de toets (7) is uit. Korte toetsbediening: INschakelen van de aangeslo- ten belasting. LED brandt. Lange toetsbediening: dimmen tot de maximale hel- derheid. Status-LED van de toets (7) brandt. Belasting is ingeschakeld. Status-LED van de toets (7) brandt. Korte toetsbediening: UITschakelen van de aangeslo- ten belasting. Status-LED van de toets (7) gaat uit. Lange toetsbediening: veranderen van de actuele hel- derheid. Het dimmen geschiedt in tegenovergestelde richting van het laatste dimproces tot de maximale of minmale hel- derheid. Tabel 1: handmatige modus Informatie voor de elektrotechnisch installateur Montage en elektrische aansluiting GEVAAR! Gevaar voor elektrische schokken bij aanraking van onderdelen die onder spanning staan! Elektrische schokken kunnen de dood tot gevolg hebben! Voorafgaand aan werkzaamheden aan het apparaat de aansluitleidingen loskoppelen en spanningvoerende delen in de omgeving afdekken!
VOORZICHTIG! Ontoelaatbare opwarming bij te hoge belasting van het apparaat! Het apparaat en de aangesloten kabels kunnen in het aansluitgebied beschadigd raken! Overschrijd de maximale stroombe- lastbaarheid niet!
Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparatuur mogen alleen door een installateur worden uit- gevoerd conform de geldende installatienor- men, richtlijnen, bepalingen, veiligheids- en on- gevallenpreventievoorschriften van het betref- fende land. Wanneer deze handleiding niet in acht wordt genomen, kunnen schade aan het apparaat, brand of andere gevaren optreden. Gevaar voor elektrische schok. Loskoppelen voordat werkzaamheden aan het apparaat wor- den uitgevoerd of lampen worden vervangen. Houdt daarbij rekening met alle installatie-auto- maten, die gevaarlijke spanningen aan het ap- paraat leveren. Gevaar voor elektrische schok. Het apparaat is niet geschikt voor loskoppelen van belastingen van de netspanning. Ook bij een uitgeschakeld apparaat is de belasting niet galvanisch van het net gescheiden. Gevaar voor elektrische schokken aan de SELV- of PELV-installatie. Sluit geen verbrui- kers voor laagspanning SELV, PELV of FELV gemeenschappelijk aan. Sluit geen LED- of compacte TL-lampen aan, die niet uitdrukkelijk voor dimmen geschikt zijn. Het apparaat kan beschadigd raken. Sluit geen armaturen met geïntegreerde dim- mer aan. Capacitieve lasten en inductieve lasten niet ge- meenschappelijk op de uitgang aansluiten. De toegestane maximale belasting per apparaat mag niet worden overschreden. Deze handleiding maakt deel uit van het pro- duct en dient in het bezit van de eindgebruiker te blijven. Opbouw van het apparaat (1) (2) (3) (4) (10) (6) (5) (7) (8) (9) Afb. 1: overzicht apparaten (1) Schuifschakelaar auto/min/max/manu (2) Verlichte toets dimmodus (3) KNX busaansluitklem (4) Aansluiting belastingen (5) Schuifschakelaar kanaalkeuze (6) Verlichte programmeertoets (7) Bedieningstoets voor handmatige modus per uitgang met status-LED (8) Controle-LED kortsluiting en overbelastings- beveiliging per uitgang (9) Controle-LED oververhittingsbeveiliging (10) Netspanningsaansluiting Easylink Informatie over de installatieconguratie is te vin- den in de uitvoerige beschrijving van de service- module easylink. Apparaat in bedrijf stellen z Netvoeding inschakelen. Werkingscontrole Via de status-LED van de bedieningstoetsen (7) wordt de functionaliteit van de uitgangen getoond. LED-toestand Betekenis van het signaal LED brandt permanent Belasting wordt aangestuurd Led knippert Geen belasting aangesloten Aantal uitgangen via schuifschakelaar kiezen De uitgangen kunnen via de instelling van de schuifschakelaar (5) variabel worden gecombi- neerd, om hogere belastingen aan te sturen. z Aantal uitgangen via de schuifschakelaar kiezen (tabel 2). Minimale en maximale dimwaarde op het apparaat instellen Het apparaat is klaar voor gebruik. z Helderheidswaarde instellen De instelling kan via de handbediening op het apparaat of via de geprogrammeerde dimtoets van een bedieningsapparaat worden uitge- voerd. z Schakelaar (1) op max. instellen, om de inge- stelde helderheid als maximale dimwaarde over te nemen. Of: z Schakelaar (1) op min. instellen, om de inge- stelde helderheid als minimale dimwaarde over te nemen. z Bedieningstoets (7) langer dan 3 s ingedrukt houden. De status-LED knippert tweemaal. De ingestel- de helderheidswaarde wordt opgeslagen. Wanneer de minimale resp. maximale dim- waarde buiten het instelbereik ligt, dan knippert de status-LED (7) na het opslaan permanent.
Dimmodus op het apparaat instellen In de fabrieksinstelling voert het apparaat voor ohmse, inductieve en capacitieve lasten een automatische belastingsherkenning uit en kiest het passende dimgedrag. Wanneer het soort belas- ting bekend is, kan deze op het apparaat vooraf worden ingesteld, zonder dat een automatische belastingsherkenning hoeft te worden uitgevoerd. Het apparaat is klaar voor gebruik. z Toets dimmodus (2) ingedrukt houden, tot zijn eigen verlichting knippert. z Selecteer het kanaal waarvan de dimmodus gewijzigd moet worden door op knop (7) te drukken. z Toets dimmodus (2) herhaaldelijk kort bedienen, tot de gekleurde verlichting van de toets (2) de gewenste modus aangeeft (tabel 3). z Toets (2) dimmodus ingedrukt houden, tot de verlichting van de toets (2) snel knippert. Zolang de toets snel knippert wordt de gekozen modus ingesteld. Aansluitend wordt de modus ca. 3 s lang weergegeven, voordat de toets stopt met branden. Wanneer niet wordt bevestigd door de toets ingedrukt te houden, neemt het apparaat na 2 minuten weer de voorgaande dimmodus in. Wanneer de gekozen modus niet bij de aange- sloten belasting past, dan gaat het dimkanaal automatisch terug naar de „fabrieksinstelling“. Verlichting toets (2) Dimmodus geel Energiespaarlampen (CFL)
violet Capacitieve last blauw Inductieve last rood LED-last groen Geprogrammeerde belasting (CFL + LED)
wit Automatische lastinstelling (fa- brieksinstelling) 1) Bij de gekozen dimmodus vindt gedurende ca. 30 s programmeren van de belasting plaats. Dit kan kort-stondig de verlichting beïnvloeden. Tabel 3
Dimmodus weergeven z Door kort op knop (2) te drukken en vervolgens op de knop (7) van het betreffende kanaal, kan de huidige dimmodus geraadpleegd worden. De gekleurde verlichting van de toets geeft de actuele modus gedurende ca. 3 s aan (tabel 3). Belasting via toets van een bedieningsapparaat programmeren Bij het programmeren van de aangesloten belas- ting wordt het dimgedrag voor compacte TL- en LED-lampen geoptimaliseerd. Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd. z Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets inge- drukt houden tot de belasting uitschakelt. De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat ( 5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/ uit). z Toets 1 x kort bedienen. De programmeerprocedure start. Het program- meren duurt ca. 30 s. Voor het optimaliseren van het dimgedrag wordt een dimprocedure uitgevoerd. Na het programmeren brandt de aangesloten belasting met maximale helderheid en knippert 1x. De programmeerprocedure is afgerond. Afhankelijk van de aangesloten belasting kan door de programmeerprocedure de minimale helderheid veranderen. Geprogrammeerde belastingen in het apparaat resetten Het apparaat kan naar automatische belastings- herkenning worden teruggezet, bijv. na het vervan- gen van het verlichtingsmiddel. De automatische belastingsherkenning is bijzonder goed geschikt voor belastingen die eenduidig in faseaan- of -afsnijding kunnen worden gedimd („conventionele lasten“). Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd. z Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets inge- drukt houden tot de belasting uitschakelt. De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat ( 5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/ uit). Wanneer binnen 10 s geen verdere bediening van de dimtoets plaatsvindt, blijft het geleerde dimprincipe behouden. z Toets 2 x kort bedienen. De belasting knippert 2 x. De automatische belastingsherkenning is weer geactiveerd.
Bijlage Technische gegevens Voedingsspanning 230V~ +10/-15% via net 240V~ +6/-6% Netfrequentie 50/60 Hz Verliesvermogen 8,9 W Voedingsspanning KNX/EIB 21-32V s SELV Stroomverbruik KNX/EIB 2,3 mA Verbruik zonder belasting 600 mW Beveiligin : Installatieautomaat van maximaal 10 A Gebruikshoogte max. 2000 m Vervuilingsgraad 2 Piekspanning 4 kV Beschermingsklasse behuizing IP 20 Beschermingsklasse behuizing onder frontplaat IP30 IK (stootbescherming) 04 Overspanningsklasse III Afmeting 6 TE, 6 x 17,5 mm Aansluitcapaciteit 0,75 mm²…2,5 mm² Bedrijfstemperatuur -5 …+ 45°C Opslagtemperatuur - 20 …+ 70°C Communicatiemedia KNX TP 1 Conguratiemodus S-Mode, easy link controller (TXA663A) Conventionele of elektronische transformatoren mogen niet met minder dan 75% van de nomi- nale last worden gebruikt. Hulp bij problemen Handbediening niet mogelijk Oorzaak 1: schakelaar (1) niet op ingesteld. Schakelaar op instellen. Oorzaak 2: handbediening is niet vrijgegeven (Systemlink) Handbediening via applicatiesoftware vrijgeven. Aangesloten belastingen branden niet Oorzaak 1: kortsluiting- en overbelastingsbeveili- ging geactiveerd, controle-LED (8) brandt/knippert. Aangesloten belasting verminderen, bedrading controleren en eventueel repareren. Oorzaak 2: oververhittingsbeveiliging is geacti- veerd, controle-LED (9) brandt. Aangesloten last verminderen, voor voldoende koeling zorgen, afstand tot naastgelegen ap- paraten vergroten. Busmodus niet mogelijk Oorzaak 1: busspanning is niet aanwezig. Busaanluitklemmen controleren op goed poling. Busspanning controleren door kort de program- meertoets (6) in te drukken, rode LED brandt bij aanwezige busspanning. Bij aanwezig netspan- ning zonder busspanning brandt de rode led continu. Oorzaak 2: handmatige modus is actief. De scha- kelaar (1) staat in stand
Schakelaar (1) in stand auto plaatsen.
Te gebruiken in geheel Europa
en in Zwitzerland Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur). Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product moet niet worden gemengd met ander bedrijfsaval voor verwijdering.
SimpelGids