TXA661A - Lichtdimmer HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TXA661A HAGER in PDF-formaat.
| Producttype | KNX-lichtdimmer |
| Merk | Hager |
| Model | TXA661A |
| Netvoedingsspanning | 230 V~ +10/-15% / 240 V~ +6/-6%, 50/60 Hz |
| KNX-busvoedingsspanning | 21-32 V DC SELV |
| KNX-stroomverbruik | 2,3 mA |
| Nullastverbruik | 350 mW |
| Stroomopwaartse beveiliging | Installatieautomaat 10 A |
| Beschermingsgraad behuizing / onder plaat | IP20 / IP30 |
| Overspanningscategorie | III |
| Afmetingen (breedte) | 4 modules (70 mm) op DIN-rail |
| Aansluitcapaciteit | 0,75 tot 2,5 mm² |
| Bedrijfstemperatuur | -5 tot +45 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 tot +70 °C |
| Communicatiemedium | KNX TP1 |
| Configuratiemodus | S-Mode of EasyLink |
| Vermogensvariant | 300 W of 600 W |
| Dimbare LED/CFL-vermogen | Tot 60 W (8 lampen) voor 300 W, tot 120 W (10 lampen) voor 600 W |
| Belangrijkste functies | Automatische lastdetectie, min/max-instelling, handbediening, timerfuncties, scènes, prioriteitsdwang, kortsluit-/overbelastings-/oververhittingsbeveiliging |
| Veiligheid | Installatie door gekwalificeerde elektricien, voedingsspanning uitschakelen voor ingreep |
| Reiniging en onderhoud | Reinigen met een droge doek, zonder oplosmiddelen of schurende middelen |
Veelgestelde vragen - TXA661A HAGER
Gebruikersvragen over TXA661A HAGER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lichtdimmer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TXA661A - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TXA661A van het merk HAGER.
GEBRUIKSAANWIJZING TXA661A HAGER
Veiligheidsinstructies

Inbouw en montage van elektrische apparatuur mogen alleen door een installateur worden uitgevoerd conform de geldende installatienormen, richtlijnen, bepalingen, veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften van het betreffende land.
Wanneer deze handleiding niet in acht wordt genomen, kunnen schade aan het apparaat, brand of andere gevaren optreden.
Gevaar voor elektrische schok. Loskoppelen voordat werkzaamheden aan het apparaat worden uitgevoerd of lampen worden vervangen. Houdt daarbij rekening met alle installatie-automaten, die gevaarlijke spanningen aan het apparaat leveren.
Gevaar voor elektrische schok. Het apparaat is niet geschikt voor loskoppelen van belastingen van de netspanning. Ook bij een uitgeschakeld apparaat is de belasting niet galvanisch van het net gescheiden.
Gevaar voor elektrische schokken aan de SELV- of PELV-installatie. Sluit geen verbruikers voor laagspanning SELV, PELV of FELV gemeenschappelijk aan.
Sluit geen LED- of compacte TL-lampen aan, die niet uitdrukkelijk voor dimmen geschikt zijn. Het apparaat kan beschadigd raken.
Sluit geen armaturen met geïntegreerde dimmer aan.
Capacitieve lasten en inductieve lasten niet gemeenschappelijk op de uitgang aansluiten.
De toegestane maximale belasting per apparaat mag niet worden overschreden.
Deze handleiding maakt deel uit van het product en dient in het bezit van de eindgebruiker te blijven.
Opbouw van het apparaat

text_image
(10) 1 3 N L 230 V~50/60 Hz (9) (8) (7) (1) auto min max (2) learn KNX (6) (5) 30V DC + 2 45°C (3) (4)Afb. 1: overzicht apparaten
(1) Schuifschakelaar auto/min/max/manu
(2) Verlichte toets dimmodus
(3) KNX busaansluitklem
(4) Aansluiting belasting
(5) Tekstveld met afdekking
(6) Verlichte programmeertoets
(7) Bedieningstoets voor handmatige modus per uitgang met status-LED
(8) Controle-LED kortsluiting en overbelastingsbeveiliging
(9) Controle-LED oververhittingsbeveiliging
(10) Netspanningsaansluiting
Functie
Systeeminformatie
Dit apparaat is een product van het KNX-systeem en voldoet aan de KNX-richtlijnen. Gedegen vak-kennis door KNX-opleidingen wordt als voorwaarde gesteld. Planning, installatie en inbedrijfstelling van het apparaat worden uitgevoerd met behulp van KNX-gecertificeerde software.
Systemlink Inbedrijfstelling:
De werking van het apparaat is afhankelijk van de software. De software is te vinden in de product-database. Productdatabase, technische beschrijvingen en conversie- en andere hulpprogramma's vindt u altijd actueel op onze internetpagina.
Easylink Inbedrijfstelling:
De functie van het apparaat is afhankelijk van de configuratie. De configuratie kan ook met behulp van speciaal voor de eenvoudige instelling en inbedrijfstelling ontwikkelde apparaten worden uitgevoerd.
Dit type configuratie is alleen met apparaten uit het easylink-systeem mogelijk. Easylink staat voor een eenvoudige, visueel ondersteunde inbedrijfstelling. Hierbij worden voorgeconfigureerde standaard-functies met behulp van een servicemodule aan de in-/uitgangen toegekend.
Functiebeschrijving
Het apparaat heeft een lastuitgang. Deze werkt met automatische belastingsherkenning per aangesloten belasting in faseaan- of -afsnijding en maakt het schakelen en dimmen via de KNX-bus mogelijk van:
- Gloei- en halogeenlampen
- Laagspanningshalogeenlampen met conventionele of elektronische transformator
- Dimbare LED- en energiespaarlampen
Bovendien beschikt het apparaat over een leerfunctie voor efficiënte besturing van energiespaaren 230 V LED-lampen.
Juiste toepassing
- Dimmen van elektrische verbruikers AC 230 V.
- Montage op profielrail conform DIN EN 60715 in onderverdeling.
Producteigenschappen
- Toestandsindicatie van de uitgang op het apparaat
- Handmatige aansturing van de uitgang op het apparaat mogelijk, bouwplaatsmodus
- Automatische belastingsherkenning
- Instelling van de minimale en maximale dim- waarde
- Tijdschakelaarfuncties
- Scènefunctie
- Geforceerde stand via besturing van hoger niveau
Kortsluitings- en overbelastingsbeveiliging
Kortsluiting of overbelasting wordt via de controle-LED (8) gesignaleerd. De belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen).
Oververhittingsbeveiliging
Een oververhitting van het instrument wordt door permanent branden van de controle-LED (9) gesignaleerd. De aangesloten belasting wordt gesmoord (zie hulp in geval van problemen).
Bediening
Handmatige modus
Bus- of netspanningsvoeding is actief.
● Schakelaar (1) in stand plaatsen.
De handmatige modus is ingeschakeld, de uitgang kan via de bedieningstoets (7) worden aangestuurd.
Bijdens de handmatige modus is de besturing via de KNX-bus gedeactiveerd.
Systemlink inbedrijfstelling:
D afhankelijk van de programmering wordt de handmatige modus permanent geactiveerd of gedurende een via de applicatiesoftware geparametreerde tijd. Wanneer de handmatige modus via de applicatie-software is geblokkeerd, wordt de activering niet uitgevoerd.
Of:
- Schakelaar (1) in stand auto plaatsen. De handmatige modus is uitgeschakeld. De besturing volgt uitsluitend via de KNX-bus. De uitgang neemt de door de busbesturing gegeven helderheid aan.
Uitgang in handmatige modus bedienen
Bediening vindt plaats via kort of lang indrukken (tabel 1) van de bedieningstoets (7).
Dvanneer de geïntegreerde LED bij de bedie- ning van de bedieningstoets brandt, dan is er geen belasting aangesloten.
| Toestand Gedrag bij toetsbediening | |
| De belasting is uitgeschakeld. Status-LED van de toets (7) is uit. | Korte toetsbediening: INschakelen van de aangesloten belasting. LED brandt. Lange toetsbediening: dimmen tot de maximale helderheid. Status-LED van de toets (7) brandt. |
| Belasting is ingeschakeld. Status-LED van de toets (7) brandt. | Korte toetsbediening: UITschakelen van de aangesloten belasting. Status-LED van de toets (7) gaat uit. Lange toetsbediening: veranderen van de actuele helderheid. Het dimmen geschiedt in tegenovergestelde richting van het laatste dimproces tot de maximale of minmale helderheid. |
Tabel 1: handmatige modus
Informatie voor de elektrotechnisch installateur
Montage en elektrische aansluiting

GEVAAR!
Gevaar voor elektrische schokken bij aanraking van onderdelen die onder spanning staan!
Elektrische schokken kunnen de dood tot gevolg hebben!
Voorafgaand aan werkzaamheden aan het apparaat de aansluitleidingen loskoppelen en spanningvoerende delen in de omgeving afdekken!

VOORZICHTIG!
Ontoelaatbare opwarming bij te hoge belasting van het apparaat!
Het apparaat en de aangesloten kabels kunnen in het aansluitgebied beschadigd raken!
Overschrijd de maximale stroombelastbaarheid niet!
Bemperatuurbereik aanhouden. Zorg voor voldoende koeling.
- Monteer het apparaat op een DIN-rail conform DN EN 60715.
Apparaat aansluiten

Afb. 2: installatie/deinstallatie met steekklemmen

Afb. 3: apparaat aansluiten
(11) belasting
- Buskabel via aansluitklem (3) aansluiten.
- Belasting (11) op de onderste klemstrook (4) van het apparaat aansluiten.
Inbedrijfstelling
Systemlink: Fysieke adres en applicatiesoftware laden
De schakelaar voor handmatige modus (1) staat in de positie auto.
● Busspanning inschakelen.
- Programmeertoets (5) indrukken.
De toets licht op.
Bvanneer de toets niet brand, is geen busspanning aanwezig.
- Fysieke adres in het apparaat laden.
Status-LED van de toets gaat uit. - Applicatiesoftware laden.
● Fysieke adres op tekstveld (5) noteren.
Easylink:
Informatie over de installatieconfiguratie is te vinden in de uitvoerige beschrijving van de servicemodule easylink.
Apparaat in bedrijf stellen.
- Netvoeding inschakelen.
Werkingscontrole
Via de status-LED van de bedieningstoets (7) wordt de functionaliteit van de uitgangen getoond.
| LED-toestand Betekenis van het signaal | |
| LED brandt permanent | Belasting wordt aangestuurd |
| Led knippert Geen | belasting aangesloten |
Minimale en maximale dimwaarde op het apparaat instellen
Het apparaat is klaar voor gebruik.
● Helderheidswaarde instellen
De instelling kan via de handbediening op het apparaat of via de geprogrammeerde dimtoets van een bedieningsapparaat worden uitgevoerd.
- Schakelaar (1) op max. instellen, om de ingestelde helderheid als maximale dimwaarde over te nemen.
Of:
- Schakelaar (1) op min. instellen, om de ingestelde helderheid als minimale dimwaarde over te nemen.
- Bedieningstoets (7) langer dan 3 s ingedrukt houden.
De status-LED knippert tweemaal. De ingestelde helderheidswaarde wordt opgeslagen.
D'anneer de minimale resp. maximale dimwaarde buiten het instelbereik ligt, dan knippert de status-LED (7) na het opslaan permanent.
Dimmodus op het apparaat instellen
In de fabrieksinstelling voert het apparaat voor ohmse, inductieve en capacitieve lasten een automatische belastingsherkenning uit en kiest het passende dimgedrag. Wanneer het soort belasting bekend is, kan deze op het apparaat vooraf worden ingesteld, zonder dat een automatische belastingsherkenning hoeft te worden uitgevoerd.
Het apparaat is klaar voor gebruik.
- Toets dimmodus (2) ingedrukt houden, tot de status-LED van de bedieningstoets (7) knippert.
- Toets dimmodus (2) herhaaldelijk kort bedienen tot de gekleurde verlichting van de toets (2) de gewenste modus aangeeft (tabel 2).
- Toets (2) dimmodus ingedrukt houden, tot de verlichting van de toets (2) snel knippert. Zolang de toets snel knippert wordt de gekozen modus ingesteld. Aansluitend wordt de modus ca. 3 s lang weergegeven, voordat de toets stopt met branden.
Dvanneer niet wordt bevestigd door de toets ingedrukt te houden, neemt het apparaat na 2 minuten weer de voorgaande dimmodus in.
D'anneer de gekozen modus niet bij de aangesloten belasting past, dan gaat het dimkanaal automatisch terug naar de „fabrieksinstelling“.
| Verlichting toets (2) | Dimmodus |
| geel | Energiespaarlampen1) |
| violet | Capacitieve last (CFL) |
| blauw | Inductieve last |
| rood | LED-last |
| groen | Geprogrammeerde belasting (CFL + LED)1) |
| wit | Automatische lastinstelling (fabrieksinstelling) |
1) Bij de gekozen dimmodus vindt gedurende ca. 30 s programmeren van de belasting plaats. Dit kan kortstondig de verlichting beïnvloeden.
Tabel 2
Dimmodus weergeven
● Toets dimmodus (2) kort indrukken.
De gekleurde verlichting van de toets geeft de actuele modus gedurende ca. 3 s aan (tabel 2).
Belasting via toets van een bedieningsapparaat programmeren
Bij het programmeren van de aangesloten belasting wordt het dimgedrag voor compacte TL- en LED-lampen geoptimaliseerd.
Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd.
- Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets ingedrukt houden tot de belasting uitschakelt.
De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat (5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/uit).
- Toets 1 x kort bedienen.
De programmeerprocedure duurt ca. 30 s. Voor het optimaliseren van het dimgedrag wordt een dimprocedure uitgevoerd. Na het programmeren brandt de aangesloten belasting met maximale helderheid en knippert 1x. De programmeerprocedure is afgerond.
Dfhankelijk van de aangesloten belasting kan door de programmeerprocedure de minimale helderheid veranderen.
Geprogrammeerde belastingen in het apparaat resetten
Het apparaat kan naar automatische belastings- herkenning worden teruggezet, bijv. na het vervangen van het verlichtingsmiddel.
De automatische belastingsherkenning is bijzonder goed geschikt voor belastingen die eenduidig in faseaan- of -afsnijding kunnen worden gedimd („conventionele lasten“).
Het apparaat is klaar voor gebruik. De dimtoets van een bedieningsapparaat werd met de uitgang geprogrammeerd.
- Dimtoets 5x kort bedienen, daarna toets ingedrukt houden tot de belasting uitschakelt.
De korte bediening is onafhankelijk van het geparametreerde bedieningsgedrag op het bedieningsapparaat (5 x aan, 5 x uit of 5 x aan/uit).
B/anneer binnen 10 s geen verdere bediening van de dimtoets plaatsvindt, blijft het geleerde dimprincipe behouden.
- Toets 2 x kort bedienen.
De belasting knippert tweemaal. De automatische belastingsherkenning is weer geactiveerd.
Bijlage
Technische gegevens
| Voedingsspanning | 230V~ +10/-15% |
| via het net | 240V~ +6/-6% |
| Netfrequentie | 50/60 Hz |
| Voedingsspanning KNX/EIB | 21-32V ≡ SELV |
| Stroomverbruik KNX/EIB | 2,3 mA |
| Verbruik zonder belasting | 350 mW |
| Piekspanning | 4 kV |
| Beveiligin : Installatieautomaat van maximaal | 10 A |
| Beschermingsklasse behuizing | IP 20 |
| Beschermingsklasse behuizing onder frontplaat | IP30 |
| IK (stootbescherming) | 04 |
| Overspanningsklasse | III |
| Afmeting | 4 TE, 4 x 17,5 mm |
| Aansluitcapaciteit | 0,75 mm^2 ...2,5 mm^2 |
| Bedrijfstemperatuur | -5 ...+ 45°C |
| Opslagtemperatuur | - 20 ...+ 70°C |
| Communicatiemedia KNX | TP 1 |
| Configuratiemodus | S-Mode, easy link controller (TXA661...) |
Variant 300 W
| Verliesvermogen | 4 W |
| 230 V gloei- en halogeenlampen | 300 W |
| 12 V / 24 V-halogeenlampenmet conventionele transformator | 300 VA |
| 12 V / 24 V-halogeenlampenmet elektronische transformator | 300 W |
| Dimbare energiespaarlampen (CFL)/LED-lampen | 60 W (max. 8 lampen) |
Variant 600 W
| Verliesvermogen | 7,5 W |
| 230 V gloei- en halogeenlampen | 600 W |
| 12 V / 24 V-halogeenlampen met conventionele transformator | 600 VA |
| 12 V / 24 V-halogeenlampen met elektronische transformator | 600 W |
| Dimbare energiespaarlampen (CFL)/LED-lampen 120 W (max. 10 lampen) | |
Donventionele of elektronische transformatoren mogen niet met minder dan 75% van de nominale last worden gebruikt.
Hulp bij problemen
Handbediening niet mogelijk
Oorzaak 1: schakelaar (1) niet op ≈ ingesteld.
Schakelaar op 📊 instellen.
Oorzaak 2: handbediening is niet vrijgegeven (Systemlink)
Handbediening via applicatiesoftware vrijgeven.
Aangesloten belastingen branden niet
Oorzaak 1: kortsluiting- en overbelastingsbeveili- ging geactiveerd, controle-LED (8) brandt/knippert.
Aangesloten belasting verminderen, bedrading controleren en eventueel repareren.
Oorzaak 2: oververhittingsbeveiliging is geactiveerd, controle-LED (9) brandt.
Aangesloten last verminderen, voor voldoende koeling zorgen, afstand tot naastgelegen apparaten vergroten.
Busmodus niet mogelijk
Oorzaak 1: busspanning is niet aanwezig.
Busaanluitklemmen controleren op goed poling. Busspanning controleren door kort de programmeertoets (6) in te drukken, rode LED brandt bij aanwezige busspanning. Bij aanwezig netspanning zonder busspanning brandt de rode led continu.
Oorzaak 2: handmatige modus is actief. De schakelaar (1) staat in stand 📋.
Schakelaar (1) in stand auto plaatsen.

Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur).
Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product moet niet worden gemengd met ander bedrijfsaval voor verwijdering.
Te gebruiken in geheel Europa C€ en in Zwitzerland