Lindara 100Sline - Koekenpan QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Lindara 100Sline QLIMA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Lindara 100Sline - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Lindara 100Sline van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING Lindara 100Sline QLIMA
1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
KERNCOMPONENTEN Regelpaneel Rookgasafzuiger Rookgas afvoer buis Recirculatie ventilator Drukschakelaar Vensterpaneel Warme lucht uitblaas Schraper Deksel brandstoftrechter Kachelpot Aslade Kacheldeur Elektronicakaart Aan/Uit schakelaar Aanzuigbuis verbrandingslucht Pellettrechter Beveiligingsschake- laar Deksel.
Q39 Geachte mevrouw/mijnheer, Gefeliciteerd met de door u aangeschafte Qlima-kachel. Dit is een hoogwaardig product waarvan u bij juist, verantwoordelijk gebruik vele jaren comfort en plezier zult beleven. Om een maximale levensduur en veilig gebruik van dit Qlima verwarmingsproduct zeker te stellen, dient u eerst deze handleiding zorgvuldig te lezen. Berg hem daarna op, zodat u hem later nog eens kunt raadplegen. Namens de fabrikant bieden wij u 24 maanden garantie op materiaal- en produc- tiefouten. Geniet van uw Qlima! Met vriendelijke groet, PVG Holding b.v. Afdeling klantenservice.
1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.40
3.1 Werkzaamheden voor en tijdens de eerste opstart
4. NORMAAL GEBRUIK VAN DE KACHEL
4.1 Display informatie
4.4 De temperatuur instellen
4.5 De warmteafgifte van de kachel wijzigen
4.6 Normale uitschakeling
4.7 De afstandsbediening
4.8 De batterijen van de afstandsbediening vervangen
5.2 Vullen van de pellettrechter
6.1 Door de (eind-)gebruiker uit te voeren onderhoud
6.2 De buitenkant van de kachel schoonmaken
6.3 De ruit schoonmaken
6.4 De branderpot met aslade reinigen
6.5 Reinigen van de warmtewisselaar
6.6 De vuurhaard reinigen
6.7 De dichting van de vuurdeur controleren
6.8 De pellettrechter en worm reinigen
6.9 Reinigen van de pellet toevoerbuis.
6.10 Door een geautoriseerd technicus uit te voeren onderhoud
8.1 Resetten van een storing
Alle afbeeldingen waarnaar in deze handleiding verwezen wordt, bevinden zich achterin de handleiding
1. VEILIGHEIDSAANWIJZIGINGEN:
LET OP! Alle afbeeldingen in deze handleiding en op de verpakking zijn alleen bedoeld als toelichting en indicatie en kunnen enigszins afwijken van het apparaat dat u heeft gekocht. Alleen de werkelijke vorm is belangrijk. Het niet opvolgen van de in deze handleiding gegeven eisen zou kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en leidt ertoe dat de garantie vervalt. Installeer dit apparaat alleen als het voldoet aan de plaatselijke/landelijke wetgeving, ver- ordeningen en normen. Deze kachel is bedoeld voor het verwarmen van ruimten in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen in normale huishoudelijke situaties. Installeer de kachel niet in slaap- of badkamers. De correcte installatie van deze kachel is uiterst belangrijk voor het juist functioneren van het product en voor uw persoonlijke veiligheid. Daarom gelden de volgende aanwijzingen:
- Deze kachel moet worden geïnstalleerd door een door Qlima geautoriseerde ver- warmings- of installatiemonteur, anders is de garantie niet van kracht. Als de in deze handleiding verstrekte gebruiksaanwij- zingen afwijken van de plaatselijke en/of regionale wetgeving, moet de strengste voorwaarde worden toegepast. De fabri- kant en distributeur wijzen uitdrukkelijk
alle verantwoordelijkheid van de hand in geval de installatie niet voldoet aan de lokale wet- en regelgeving en/of in geval van onjuiste beluchting en ventilatie en/of een foutief gebruik.
- De kachel mag alleen worden geïnstal- leerd in een vertrek waarvan de locatie, de bouwconstructie en het gebruik het veilige gebruik van de kachel niet belemmeren. Neem bij problemen met uw kachel of als u deze handleiding moeilijk kunt lezen of niet (helemaal) begrijpt altijd direct contact op met uw dealer of installateur.
- Voor het verbranden van pellets is zuur- stof, en dus lucht, vereist. Zorg ervoor dat de leiding voor de verbrandingslucht te allen tijde verse lucht van buiten aan kan zuigen.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af en controleer regelmatig of de luchtinlaat vrij is van vervuiling.
- Vervoer de kachel met de juiste appara- tuur. Als niet de juiste apparatuur wordt gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk let- sel en/of schade aan de kachel.
- Plaats geen brandbare voorwerpen en/of materialen binnen 200 mm van de zijkan- ten en 200 mm van de achterzijde van de kachel of binnen 800 mm van de voorkant van de kachel. Zie afbeelding 1.
- De kachel is ontworpen voor vrijstaande installatie en is niet geschikt voor inbouw. Houd een vrije afstand van 200 mm tussen
de muren en de zij-/achterkanten van de kachel aan. Zie afbeelding 1.
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de bui- tenkant erg heet worden. Laat NOOIT kin- deren zonder toezicht bij de kachel achter. Houd toezicht op kinderen om te voorko- men dat ze met de kachel spelen.
- Deze kachel is niet bestemd voor gebruik door personen (waaronder begrepen kin- deren) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of met onvol- doende ervaring en kennis, tenzij zij on- der toezicht staan van of aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van het apparaat hebben gekregen van een per- soon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Laat de hierboven genoemde personen ook nooit zonder toezicht bij de verpakking. Er bestaat verstikkingsgevaar door het verpakkingsmateriaal.
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de buiten- kant erg heet worden. Gebruik geschikte, hittebestendige persoonlijke beschermin- gen zoals hittebestendige handschoenen bij het bedienen van de kachel.
- Gebruik tijdens het installeren en bij het onderhoud van de kachel altijd de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals veiligheidsbril, handschoenen enz.
- Wees voorzichtig wanneer u de ka- cheltrechter (bij)vult met pellets wanneer de kachel (nog) heet is. Zorg ervoor dat de zak met pellets geen vuur kan vatten.
- Pas op met brandbare kleding; deze kan in brand vliegen als u te dicht bij het vuur in de kachel komt.
- Werk niet met brandbare oplosmiddelen
in dezelfde ruimte waar de kachel brandt. Voorkom risico’s; verwijder brandbare op- losmiddelen en andere brandbare materi- alen uit het vertrek.
- De kachel is zwaar; laat de sterkte van de vloer door een geautoriseerd expert con- troleren.
- Gebruik enkel droge houten pellets van een goede kwaliteit zonder resten van lijm, hars of additieven. Diameter 6 mm. maximum lengte 30 mm.
- Gebruik geen andere brandstof dan de ver- melde houten pellets. Andere brandstof- fen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solventen, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, -petroleum, - benzine, -afvalma- teriaal of vuilnis, enz. zijn verboden.
- Slecht, nat, geïmpregneerd of geverfde brandstof leidt tot de vorming van con- dens en/of roet in de schoorsteen of in de kachel. Dit leidt tot verminderde prestaties en mogelijk gevaarlijke situaties.
- Laat de schoorsteen regelmatig schoon- maken en vegen volgens de lokale wet- en regelgeving en/of zoals voorgeschreven door uw verzekering. Bij ontbreken van lokale wet- en regelgeving en/of een voor- schrift van de verzekering: laat tenminste tweemaal per jaar (de eerste keer aan het begin van het stookseizoen) uw totale ka- chelsysteem -inclusief schoorsteen- door een geautoriseerd specialist nakijken en onderhouden. Bij intensief gebruik van de kachel moet het hele systeem, inclu- sief schoorsteen, vaker worden schoonge- maakt.
- Gebruik de kachel niet als barbecue. Sluit slechts één kachel aan per rookkanaal. Het aansluiten van meerdere kachels op hetzelfde rookkanaal kan leiden tot gevaarlijke situaties. Voor deze kachel is ook een elektrische voe- ding nodig. Lees de onderstaande waarschu- wingen en opmerkingen goed door:
- Gebruik geen beschadigde voedingskabel.
- Een beschadigde stroomkabel mag alleen worden vervangen door de leverancier of door een bevoegde persoon of een be- voegd servicepunt.
- Klem de kabel niet vast en buig hem niet.
- Zorg ervoor dat de voedingskabel geen hete delen van de kachel raakt.
- Sluit het apparaat NOOIT met behulp van een verlengkabel aan. Als er geen geschikt, geaard stopcontact beschikbaar is, dient u er een te laten installeren door een erken- de elektricien.
- Controleer de netspanning. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor geaarde stopcon- tacten - Aansluitspanning 230 Volt/ ~50 Hz. Het apparaat MOET altijd een geaarde aansluiting hebben. Als de voeding niet geaard is, mag u het apparaat absoluut NIET aansluiten.
- De stekker moet altijd gemakkelijk bereik- baar zijn als het apparaat is aangesloten.
- Plaats het apparaat niet direct onder een wandcontactdoos.
Controleer alvorens het apparaat aan te slui- ten of:
- De aansluitspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje.
- Het stopcontact en de voeding geschikt zijn voor het apparaat.
- De stekker aan de kabel in het stopcontact past.
Laat de elektrische installatie door een erkende expert controleren als u niet zeker weet of alles in orde is.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Laat het apparaat nooit in contact komen met water. Sproei nooit water over het ap- paraat en dompel het niet in water onder, anders kan er kortsluiting ontstaan.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat schoonma- ken of voordat u het apparaat of een on- derdeel van het apparaat gaat vervangen.
- Trek altijd de stekker uit het stopcontact alvorens onderhoud te plegen aan de ka- chel.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact als het apparaat niet in gebruik is.
- Wijzigingen aanbrengen aan het apparaat is niet toegestaan. Hierdoor kunnen le- vensgevaarlijke situaties ontstaan. Tevens vervalt hierdoor de garantie.
- Berg de installatie- en de gebruikshandlei- ding goed op.
- Handel in noodgevallen altijd volgens de aanwijzingen van de brandweer.
1. Schakel de kachel direct uit door de stekker uit het stopcontact te nemen.
2. Doof het vuur in de kachel met een CO
blusser, zand, soda of zout om rook- vorming in de ruimte te minimaliseren. Gebruik nooit water om de brand te blussen.
3. In geval van een schoorsteenbrand: Sluit de smoorklep (raadpleeg de plaat-
selijke / nationale regels, voorschriften, verordeningen en normen of een smoorklep is toegestaan) of dicht de schoorsteen met een natte doek. LET OP: de schoorsteen kan zeer heet zijn. Draag bij het afdichten altijd hittebestendige handschoenen.
4. Waarschuw direct de brandweer.
5. Ventileer de ruimte door het openen van alle ramen en deuren in verband
met mogelijke vorming van koolmonoxide.
3. EERSTE INGEBRUIKNAME
De eerste ingebruikname moet worden uitgevoerd door een erkend Qlima ser- vice technicus. De kachel moet bij de eerste ingebruikname worden ingeregeld zo- dat een juiste lucht/brandstof-verhouding op elk van de vijf verbrandingsniveaus wordt verkregen. De juiste verhouding is sterk afhankelijk van het gemonteerde rookkanaal en kan enkel ingeregeld worden na het installeren van de kachel. Een verkeerde lucht/brandstof-verhouding kan ernstige schade aan de kachel veroor- zaken. Tevens zal het brandstofverbruik toenemen.
Wijzig nooit zelf de service-parameters in het servicemenu. Dit kan ernstige schade aan de kachel veroorzaken, waardoor de garantie komt te vervallen. Het inregelen van de kachel mag uitsluitend door een Qlima erkend service technicus uitgevoerd worden.
Na nieuwbouw of een verbouwing: laat het gebouw goed drogen alvorens de kachel de eerste keer te gebruiken. Het is bekend dat muren, plafonds en/of vloeren veel tijd nodig hebben om helemaal te drogen. Roet, asdeeltjes etc. kunnen zich gemakkelijk aan niet helemaal gedroogde muren hechten.
1. Controleer of de kachel is geïnstalleerd conform de installatiehandleiding.
2. Verwijder alle elementen, zoals handleiding, kachelgereedschap etc. van en
uit de kachel voordat deze in gebruik genomen wordt.
3. Vul de pellettrechter met pellets. Zie hoofdstuk 5 “De pellettrechter vullen
met pellets” van deze gebruikshandleiding voor uitleg met betrekking tot de te gebruiken pellets en hoe de pellettrechter gevuld moet worden.
4. Steek de stekker in een geaard stopcontact en schakel de stroomschakelaar
in. Deze bevindt zich aan de achterzijde van de kachel. Controleer hoofdstuk 9 “Elektrische aansluiting” van de installatie- handleiding voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt.
5. Lees hoofdstuk 4 “Normaal gebruik van de kachel” door voor meer infor-
matie over de bediening van de afstandsbediening (indien meegeleverd) en het verloop van de opstartprocedure.
6. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte. De kachel is gemaakt van hoog-
waardig staal met een beschermende coating. Tijdens de eerste stookbeur- ten hardt de coating verder en zet het staal zich. Dit proces kost de nodige tijd. Tijdens de eerste werking is het normaal dat er zich een onaangename geur en rook vormt afkomstig van de verflaag van de kachel.
7. Laat de kachel nooit draaien als de branddeur open is. Houd de deur altijd
gesloten tijdens de werking van de kachel en zorg ervoor dat de deurver- grendeling goed gesloten is.
8. Start de kachel op en selecteer verbrandingsniveau 1.
Om blijvende schade aan de kachel te voorkomen, moet dit instoken geleidelijk en op een laag vuur gebeuren. Houd dit vuur laag gedurende de eerste vier tot vijf uur; daarna kan het stookvermogen geleidelijk verhoogd worden. Laat de kachel tenminste nog drie tot vier uur constant branden.
9. Controleer dat er geen rookgassen afkomstig van het verbrandingsproces in
de ruimte komen. Schakel de kachel onmiddellijk uit indien dit wel het geval is en herstel de lekkage.
10. Controleer of de ruimteventilator in bedrijf komt door te voelen of er lucht
uit het uitblaasrooster komt aan de voorzijde van de kachel. Deze ventilator start pas op als de kachel voldoende warm is (na circa 15-20 minuten nadat de kachel brandt). Indien de ruimteventilator niet gaat draaien, schakel de kachel uit om schade aan de kachel te voorkomen. Herstel het probleem voordat de kachel opnieuw opgestart wordt. Deze kachel is voorzien van een ventilator die de lucht in het vertrek laat circuleren. Wanneer de ventilator ingeschakeld wordt, wordt lucht langs de inwendige hete oppervlakken van de kachel gevoerd, opgewarmd en als warme lucht weer aan het vertrek afgegeven. Laat de kachel nooit branden als de ruimteventilator niet draait.
11. Controleer of de kachel op elk van de vijf verbrandingsstanden de juiste lucht/
brandstof-verhouding heeft door het vlambeeld op elk van de vijf verbran- dingsstanden te controleren. Zie hiervoor afbeelding 2. Regel de lucht/brand- stof-verhouding indien nodig bij. Inregelen van de lucht/brandstof-verhou- ding mag alleen worden uitgevoerd door een Qlima service technicus.
12. Controleer de schoorsteentrek met een verschildrukmeter. Regel - indien
geïnstalleerd - de smoorklep van de schoorsteen in. Na het inregelen van de smoorklep mag de stand van de smoorklep alleen gewijzigd worden bij calamiteiten, zoals bijvoorbeeld een schoorsteenbrand.
13. Controleer of op elk van de vijf verbrandingsstanden de rookgastempera-
tuur onder de 220ºC blijft. Indien de rookgastemperatuur op één van de vijf verbrandingsstanden hoger wordt dan 220ºC, moet de kachel op de desbe- treffende stand opnieuw worden ingeregeld door het verlagen van de pel- lettoevoer in combinatie met de omtreksnelheid van de rookgasventilator en / of het verhogen van de omtreksnelheid van de ruimteventilator. Het laten uitvoeren van een inbedrijfstelling van de kachel door een door Qlima erkend technicus heeft de volgende voordelen:
- Er zal minder roetvorming optreden, waardoor de schoorsteen en de kachel minder snel vervuilen.
- De kachel zal minder brandstof verbruiken.
- Het rendement van de kachel zal optimaal zijn.
- Onderdelen in de kachel zullen minder zwaar belast worden, waardoor de kachel een langere levensduur zal hebben.
- Het aantal service- en onderhoudsuren aan de kachel zal afnemen.
14. Na het inregelen is de kachel gereed voor gebruik.
4. NORMAAL GEBRUIK VAN DE KACHEL
Voor iedere opstart moet de aslade en de branderpot worden gereinigd. Zie hiervoor hoofdstuk 6.4. Tevens moet de kacheldeur gesloten zijn.
4.1 DISPLAY-INFORMATIE
Afbeelding 3 BEDIENINGSTOETSEN
1. Toets voor: Het verhogen van de ingestelde temperatuur.
Het wijzigen van parameter instellingen in de diverse menu’s.
2. Toets voor: Het verlagen van de ingestelde temperatuur.
Het wijzigen van parameter instellingen in de diverse menu’s.
3. Toets voor: Toegang te krijgen tot de verschillende gebruikersmenu’s zoals
klok instellingen, timerfunctie, save mode, taal instellen en zoe- mer functie. Zie hoofdstuk 4.9.
4. Toets voor: Het in – en uitschakelen van de kachel, resetten van een storing
en om gewijzigde parameter instellingen op te slaan in het ge- heugen van de kachel.
5. Toets voor: Het verhogen van de warmteafgifte van de kachel en om door
de diverse menu’s te scrollen.
6. Toets voor: Het verlagen van de warmteafgifte van de kachel en om door de
diverse menu’s te scrollen. DE ICONEN Afbeelding 4 INFORMATIE OP HET LCD SCHERM TIJDENS NORMAAL GEBRUIK Afbeelding 5 A. Geeft de huidige tijd weer. B. Geeft de werkelijke ruimtetemperatuur weer, gemeten door de sensor van de kachel. C. Geeft de status van de kachel weer
1. UIT = de kachel is uitgeschakeld
2. START= De kachel is ingeschakeld en aan het opstarten.
3. LADEN PELLETS = Er worden tijdens de opstart fase pellets geladen naar
de verbrandingskamer.
4. Verwacht vuur = de kachel is ontstoken en is aan het opwarmen.
5. Werking = de kachel is in bedrijf.
6. Reinigen vermogen = geeft aan dat de branderpot wordt schoongebrand.
De rookgasventilator draait op zijn maximale toerental en de toevoer van pellets is minimaal voor een periode van ongeveer 30 seconden.
Timer functie ingeschakeld Ontsteking in bedrijf Pellets laden Rookgasventilator in bedrijf Ruimteventilator in bedrijf Kachel is uitgeschakeld Storingsmelding51 D. Geeft de ingestelde warmteafgifte stand weer. Tijdens het gebruik is diverse informatie in de ingestelde landstaal beschikbaar. In onderstaand overzicht tref je de beschikbare informatie in de Nederlandse taal aan. set temp kamer Instellen van de gewenste temperatuur set vermogen instellen van de warmteafgifte van de kachel wacht koelen De kachel is aan het afkoelen uit kachel staat buiten bedrijf start kachel is aan het opstarten laden pellets pellets worden geladen naar de verbrandingskamer verwacht vuur kachel is in de onstekingsfase stabiel ontsteek kachel is in de onstekingsfase werking kachel is in bedrijf modulati de kachel heeft zijn laagste warmteafgifte stand bereikt reinigen einde reinigen branderpot is gereed mode Stand by Instellen van de save mode reinigen vermogen de branderpot word schoongebrand cool fire zie storingslijst onderhoud interval zie storingslijst Alar dep fail zie storingslijst geen vuur (AL5) zie storingslijst geen pellets zie storingslijst uitl.fan fout (AL 4) zie storingslijst hot uitlaat zie storingslijst sensor uitlaat (AL 4) zie storingslijst drukfout uilaat (AL 8) zie storingslijst beveilig therm. zie storingslijst hot card zie storingslijst Tabel 1
4.2 GEWONE OPSTARTPROCEDURE
De branderpot moet voor iedere opstart gereinigd worden. Wanneer gebruik gemaakt wordt van de timerfunctie, moet de branderpot voor de automatische opstart gereinigd worden. De normale opstart- en werkprocedure is als volgt:
1. Zorg ervoor dat de verbrandingskamer leeg en proper is.
2. Zorg ervoor dat de kacheldeur gesloten is.
3. Vul de brandstoftrechter met houten pellets van een goede kwaliteit.
4. Druk op toets 4 gedurende 2 seconden. De rookgasventilator zal starten en
de ontstekingsstaaf gaat branden. In het display verschijnt de tekst START en het display geeft aan dat de ontstekingsstaaf is ingeschakeld.
5. Na circa 1 minuut toont het display LADEN PELLETS. Tijdens deze fase zal de
wormaandrijving de pellets van de brandstoftrechter naar de verbrandings- kamer transporteren. Door de warmte van de ontstekingsstaaf zullen de pellets gaan branden.
6. Wanner de gewenste oppervlaktetemperatuur van de kachel is bereikt,
toont het display WERKING.
7. De recirculatieventilator zal gaan draaien en de lucht uit de ruimte aan de
achterzijde aanzuigen. Deze wordt vervolgens door de warmtewisselaar ge- blazen en zo verwarmd. De verwarmde lucht wordt de ruimte ingeblazen aan de voorzijde van de kachel.
8. Wanneer de gewenste kamertemperatuur bereikt is, toont het display
MODULATI en de temperatuur van de ruimte. De kachel zal op het laagst mogelijke verwarmingsniveau blijven branden. Indien de SAVE mode is in- geschakeld, zal de kachel automatisch uitgaan bij het bereiken van de inge- stelde temperatuur. Zie hoofdstuk 4.9 voor meer uitleg over de werking en het instellen van de Save mode.
4.3 ONGEWONE OPSTARTPROCEDURE
Wanneer de kachel opgestart wordt bij een kamertemperatuur die lager is dan ongeveer 0°C of wanneer de verbrandingslucht lager is dan 0°C, kan de opstart- procedure afwijkend zijn. Wanneer de ontbrandingsprocedure bij deze lage temperaturen niet leidt tot een goed brandend vuur, toont de display “GEEN VUUR (AL5)”. Om het vuur te starten, dient u “aanmaakblokjes” te leggen op de bodem van de branderpot. Steek het aanmaakblokje aan met een lucifer en wacht 1 minuut alvorens de kachel te starten met de “normale opstartprocedure” zoals beschreven in hoofdstuk 4.2. Wanneer dit niet leidt tot een goed brandend vuur, dienen de installatieparame- ters van de kachel gewijzigd te worden door een professional. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde installateur.
1. Druk eenmaal op toets 1 of 2. Boven in het display verschijnt de ingestelde
2. Met de toetsen 1 en 2 kan de ingestelde temperatuur gewijzigd worden.
3. Druk op toets 1 voor het verhogen van de ingestelde temperatuur.
4. Druk op toets 2 voor het verlagen van de ingestelde temperatuur.
5. Na 5 seconden keert het display automatisch terug naar de bedrijfsstand.
De ruimtetemperatuur kan ingesteld worden van 7°C t/m 40°C.
1. Druk eenmaal op toets 5 of 6. Boven in het display verschijn de warmteaf-
gifte van de kachel.
2. Met de toetsen 5 en 6 kan de warmte afgifte van de kachel gewijzigd wor-
3. Druk op toets 5 voor het verhogen van de warmteafgifte van de kachel.
4. Druk op toets 6 voor het verlagen van de warmteafgifte van de kachel.
5. Na 5 seconden keert het display automatisch terug naar de bedrijfsstand.
De warmteafgifte is instelbaar van 01, laagste stand, t/m 05, hoogste stand.
4.6 NORMALE UITSCHAKELING
De kachel kan worden uitgeschakeld door toets 4 in te drukken totdat “REINIGEN EINDE” getoond wordt op het display. Tijdens de uitschakelfase wordt de toevoer van houtpellets naar de verbrandingskamer stopgezet en wordt de circulatieventi- lator van de kamerlucht uitgeschakeld. De rookextractieventilator blijft nog enige tijd draaien en wordt na de cooldown fase uitgeschakeld.
4.7 DE AFSTANDSBEDIENING
Hoe de afstandsbediening te gebruiken.
1. Richt de afstandbediening op het bedieningspaneel van de kachel.
2. Controleer of er geen obstakels tussen de afstandsbediening en de signaal-
ontvanger op de kachel zijn. Toets 1 en 2: Voor het instellen van de gewenste ruimtetemperatuur. Toets 3: Voor het in –en uitschakelen van de kachel. Toets 4: Heeft geen functie voor de Lindara modellen. Toets 5 en 6: Voor het instellen van de gewenste warmteafgifte van de kachel. Afbeelding 854
Indien de batterij van de afstandbediening vervangen dient te worden neem dan de batterijhouder uit de afstandsbediening. Druk hiervoor het slot mechanisme in de richting van de pijl 1 en schuif de batterijhouder naar buiten richting pijl 2. Zie afbeelding 9 en 10. Vervang de oude batterij voor een nieuwe. Let daarbij op de + en de – polen. Gebruik enkel een batterij van het type CR2025 3.0 Volt. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernie- tigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving·weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu.
4.9 MENU INSTELLINGEN
De kachel is voorzien van negen menu’s waarvan er twee bestemd zijn voor het inregelen van de kachel. Overzicht van de menu’s. Menu 01 Inregelen van de ruimte ventilatoren, alleen bestemd voor kanaal pellet kachels Menu 02 Instellen datum en tijd. Menu 03 Instellen timer functie. Menu 04 Instellen van de gewenste taal Menu 05 In –en uitschakelen SAVE mode. Menu 06 Instellen zoemer aan of uit Menu 07 Inschakelen pellet transportschroef Menu 08 Uitlezen van de status van de kachel. Voorbehouden voor service technici. Menu 09 Inregelen van de parameters van de kachel. Voorbehouden voor service technici. Overzicht van de tekst welke op het display verschijnt bij de keuze van een bepaald menu in de diverse te selecteren talen. Engels Nederlands Frans Menu 1 Adjust blowers Regelen blowers Regle ventil Menu 2 set clock Set klok set horologe Menu 3 set chrono set chrono set chrono Menu 4 select lanuage Select taal select langue Menu 5 mode stand by Mode stand by mode stand by Menu 6 mode buzzer mode buzzer mode ronfleur Menu 7 load initial eerste belading charge initial Menu 8 state stove status kachel etat poele Menu 9 settings technic settings techniek settings tecnique Tabel 2 Menu 01 Optioneel, alleen bestemd voor kachels met een luchtkanaal aansluiting. Menu 02 In dit menu kan de tijd en de datum worden ingegeven. Afbeelding 9 Afbeelding 1055 INSTELLEN VAN DE TIJD EN DATUM. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig en achter elkaar op om de datum en de tijd in te stellen.
1. Druk op toets 3, Menu 01 verschijnt op het display.
2. Druk op toets 5 of 6 om door de verschillende menu’s te scrollen. Selecteer
3. Druk op toets 3. Onderin het display verschijnt de dag van de week. Met de
toetsen 1 of 2 kan de huidige dag van de week geselecteerd worden.
4. Druk op toets 3. Boven in het display verschijnt de uurinstelling. Met de
toetsen 1 en 2 kan de juiste uurinstelling worden ingesteld.
5. Druk op toets 3. Boven in het display verschijnen de minuten. Met de toet-
sen 1 en 2 kunnen de juiste minuten worden ingesteld.
6. Druk op toets 3. Boven in het display verschijnt de dag van de maand. Met
de toetsen 1 en 2 kan de juiste dag van de maand worden ingesteld.
7. Druk op toets 3. Boven in het display verschijnt de maand van het jaar. Met
de toetsen 1 en 2 kan de juiste maand van het jaar worden ingesteld.
8. Druk op toets 3. Boven in het display verschijnt het jaar. Met de toetsen 1 en
2 kan het jaar worden ingesteld.
9. Druk op toets 4 om de gegevens op te slaan.
10. Druk nogmaals op toets 4 om terug te keren naar het bedrijfsmenu.
Menu 03 In dit menu kan de timer functie worden ingesteld zodat de kachel op de inge- stelde tijden automatisch in –en uitschakelt. PROGRAMMEREN VAN DE TIMER FUNCTIE. Er is een keuze uit drie timer programma’s
1. Een dag timer programma.
Door het instellen van de dagtimer is het mogelijk de kachel iedere dag van de week 2 maal automatisch op te laten starten en 2 maal automatisch te laten stoppen op de gewenste ingestelde tijden.
2. Een week timer programma.
Door het instellen van de weektimer is het mogelijk om 4 afzonderlijke pro- gramma’s in te stellen. Ieder programma heeft 1 start- en stoptijd. Tevens is het mogelijk om aan te geven welke dagen van de week gebruik moeten maken van een ingestelde start -en stop tijd.
3. Een weekend timer programma.
Door het instellen van de weekend timer zal de kachel alleen in het week- end gebruik maken van de ingestelde start- en stoptijd. Het is mogelijk om voor iedere dag van het weekend, 2 start- en stoptijden te programmeren.
Maak, alvorens te beginnen met het programmeren van de timer functies, een duidelijk schema van het te selecteren programma (tabel 1 submenu 1), van de in te stellen parameter tijden (tabel 1 submenu 2) en - indien gebruik wordt gemaakt van de week timer - van de dagen waarop de kachel gebruik moet maken van de ingestelde tijden door het selecteren van ON (tabel 1 submenu 2) zodat wordt voorkomen dat diverse tijden elkaar overlappen. Maak hiervoor gebruik van tabel 1. UITLEG OVER DE INFORMATIE OP HET DISPLAY TIJDENS HET PROGRAMMEREN VAN DE TIMER FUNCTIE EN HET GEBRUIK VAN TABEL 1. Het programmeren van de timer functie vindt plaats in menu 03. Dit menu is weer opgebouwd uit twee submenu’s, submenu 1 en submenu 2 Tijdens het programmeren van de timer functie verschijnt er een getallenreeks op het display (zie afbeelding 11) welke corresponderen met de dikgedrukte getallen uit submenu 1 en submenu 2 van tabel 1. Afbeelding 11 Menu 03 Submenu 1 Submenu 2 Waarde
4 program week-end 01 program week-end on/off 02 start 1 week-end uren 03 stop 1 week-end uren 04 start 2 week-end uren 05 stop 2 week-end uren Tabel 3 INSCHAKELEN VAN DE TIMER FUNCTIE. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig en achter elkaar op om de timer functie in te schakelen.
1. Druk op toets 3 en selecteer vervolgens met de toetsen 5 of 6, MENU 03
2. Druk op toets 3, op het display verschijnt nu de tekst: N-3-1.
3. Druk op toets 3, op het display verschijnt nu de tekst: N-3-1-01.
4. Druk op toets 1 om de timerfunctie in te schakelen, boven in het display
verschijnt de tekst ON / OFF, selecteer ON.
5. Druk op toets 4 om de ingestelde waarde op te slaan en terug te gaan naar
Menu N-3-1. De timer functie is nu ingeschakeld. Vervolgens moet er een keuze gemaakt wor- den van welk programma er gebruik gemaakt gaat worden, Dag timer, Week timer of Weekend timer. Selecteren van het gewenste programma, dag week of weekend.
6. Druk vervolgens op toets 5. De waarde 1 van n-3-1 zal achtereenvolgens
worden gewijzigd naar: N-3-2 keuze dag timer N-3-3 keuze week timer N-3-4 keuze weekend – timer Zie ook tabel 1 , Submenu 1.
7. Selecteer, door indrukken van toets 5 het gewenste programma.
PROGRAMMEREN VAN HET GESELECTEERDE PROGRAMMA.
8. Nadat het gewenste programma geselecteerd is, druk op toets 3 om te star-
ten met het instellen van de parameters van het geselecteerde programma. Op het display verschijnt n-3-P-01 P is het geselecteerde programma welke we geselecteerd hebben bij punt 6 en heeft een waarde van 2, 3 of 4
9. Met de toetsen 5 en 6 kan er gescrolled worden naar de te programmeren
parameters uit Submenu 2. Zie tabel 1, Submenu 2.
10. Begin met het inschakelen van het geselecteerde programma, dag timer,
week timer of weekend timer door parameter 01 uit Submenu 2 van het geselecteerde programma op ON in te stellen door het indrukken van toets 1 of 2.
11. Met de toetsen 5 en 6 kan nu naar de volgende parameter van Submenu 2
worden gescrolled. Selecteer de parameter welke ingesteld moet worden met de toetsen 5 en 6, met de toetsen 1 en 2 kan deze worden gewijzigd.
12. Na instellen van alle te wijzigen parameters, druk op toets 4 om de instel-
lingen op te slaan, druk nogmaals 2 maal op toets 4 om terug te gaan naar de bedrijfsstand. Menu 04 In dit menu kan de gewenste taal ingesteld worden. SELECTEREN VAN DE GEWENSTE TAAL. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig op
1. Druk op toets 3 en selecteer met de toetsen 5 of 6 MENU 04
2. Druk op toets 3, op het display verschijnt de huidig geselecteerde Taal.
3. Met de toetsen 1 en 2 kan de gewenste taal geselecteerd worden.
4. Druk op toets 4 om de ingestelde taal op te slaan.
5. Druk nogmaals op toets 4 om terug te keren naar de bedrijfsstand.
Menu 05 In dit menu kan de SAVE mode worden ingesteld. Wanneer de save mode is geactiveerd, schakelt de kachel zich automatisch uit zo- dra de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur + de differentie temperatuur bereikt heeft. De kachel schakelt zich automatisch in wanneer de kamertempera- tuur de ingestelde temperatuur – de differentie temperatuur bereikt heeft. Differentie tempratuur. De differentietemperatuur is het verschil in graden ten opzichte van de ingestelde temperatuur. Voorbeeld: De ingestelde temperatuur bedraagt 20°C. De differentie temperatuur staat ingesteld op 2°C. De kachel zal nu uitgaan bij een gemeten ruimtetemperatuur van 22°C en weer inschakelen bij een temperatuur van 18°C. INSCHAKELEN VAN DE SAVE MODE. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig op.
1. Druk op toets 3 en selecteer vervolgens met de toetsen 5 of 6 MENU 05
2. Druk op toets 3, op het display verschijnt Standby mode en ON of OFF.
3. Selecteer met de toetsen 1 of 2 ON.
4. Druk op toets 4 om de gegevens op te slaan.
5. Druk nogmaals op toets 4 om terug te keren naar de bedrijfsstand.
6. De kachel staat nu in de SAVE mode en zal automatisch in –en uitschakelen
zoals beschreven bij het hoofdstuk De SAVE mode. UITSCHAKELEN VAN DE SAVE MODE. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig op.
1. Herhaal de handelingen 1 en 2 zoals beschreven bij het inschakelen van de
2. Selecteer met de toetsen 1 en 2 OFF.
3. Druk op toets 4 om de gegevens op te slaan.
4. Druk nogmaals op toets 4 om terug te keren naar de bedrijfsstand.
5. De save mode is nu uitgeschakeld.
Menu 06 In dit menu kan de zoemer functie worden ingeschakeld zodat bij een storing de kachel een geluidsignaal geeft. INSTELLEN ZOEMER AAN OF UIT. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig op.
1. Druk op toets 3 en selecteer met de toetsen 5 of 6 MENU 06
2. Druk op toets 3, op het display verschijnt nu buzzer ON of OFF
3. Met de toetsen 1 en 2 kan de zoemer functie worden aangezet ON of uitge-
4. Druk op toets 4 om de instellingen op te slaan.
5. Druk nogmaals op toets 4 om terug te keren naar de bedrijfsstand.
Menu 07 In dit menu kan de pellet schroef worden ingeschakeld voor een periode van 90 seconden zodat bij opstart van een nieuwe kachel of na reinigen van de pellet hopper de pellet schroef al geladen is met pellets voordat deze wordt opgestart. INSCHAKELEN VAN DE PELLET SCHROEF. Volg onderstaande aanwijzingen nauwkeurig op.
1. Druk op toets 3 en selecteer vervolgens met de toetsen 5 of 6 MENU 07
2. Druk nogmaals op toets 3. Boven in het display verschijnt de tekst OFF.
3. Druk op toets 1. De pellet schroef wordt nu geactiveerd. Boven in het dis-
play verschijnt nu de tijd dat de pellet schroef nog draait.
4. Na het verstrijken van de 90 seconden stopt de pellet schroef automatisch
en keert het display terug naar de bedrijfsstand. Menu 08 Voorbehouden voor service technici. Dit menu wordt gebruikt om de kachel in te regelen. Menu 09 Voorbehouden voor service technici. Dit menu wordt gebruikt om de kachel in te regelen.
Gebruik geen andere brandstof dan de vermelde houten pellets. Andere brandstoffen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solven- ten, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, -petroleum, - benzine, -afvalmateriaal of vuilnis, enz. zijn verboden. Er zijn in de markt pellets verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten en met ver- schillende eigenschappen. Pellets van een slechte kwaliteit hebben een negatieve
invloed op de efficiëntie van de verbranding, vervuilen de kachel en kunnen in het uiterste geval leiden tot gevaarlijke situaties. Het gebruik van verkeerde pellets (slechte kwaliteit of andere diameter dan genoemd) kan schade toebrengen aan uw kachel. Schade veroorzaakt door verkeerde pellets valt niet onder de garantie. Gebruik enkel houten pellets van een goede kwaliteit met een diameter van 6 mm en een maximum lengte van 30 mm. Er zijn verschillende soorten van houten pel- lets met verschillende eigenschappen en kwaliteit verkrijgbaar op de markt. Pellets van een goede kwaliteit kunnen als volgt herkend worden: - diameter 6 mm. - maximum lengte 30 mm. - houten pellets overeenkomstig 6mm DIN+ / Ö-norm+ / EN+ of gelijkwaardig. - goed samengedrukt, geen resten van lijm, hars of additieven. - oppervlak glanst en is glad - uniform in lengte en laag stofgehalte - restwatergehalte: < 10% - asgehalte: < 0,5% - pellets van goede kwaliteit zinken wanneer ze in water gegooid worden In het algemeen kan slechte brandstof voor deze kachel als volgt herkend worden: - andere diameter dan de vereiste 6 mm en/of een verscheidenheid aan diameters - verschillende variabele lengtes, hoger percentage van korte pellets - het oppervlak vertoont verticale en/of horizontale barsten - hoog stofgehalte - oppervlak glanst niet - drijft in water Slechte brandstof gebruiken zal mogelijks leiden tot: - slechte verbranding - frequentie blokkering van de verbrandingskamer - verhoogd pelletverbruik - lage warmteafgifte en lage efficiëntie - vuil op het glas - meer assen en onverbrande korrels. - hogere onderhoudskosten
Zelfs wanneer goede gestandaardiseerde pellets gebruikt worden, is het normaal dat er verschillen optreden in de verbrandingssnelheid, asproductie en de opbouw van gruis. Indien er pellets worden gebruikt, anders dan tijdens de inbedrijfstelling moet de kachel opnieuw worden ingeregeld door een Qlima erkend service technicus.
Bewaar en vervoer de pellets in absoluut droge omstandigheden. Houten pellets kunnen aanzienlijk uitzetten wanneer ze in contact komen met water. Neem contact op met de Qlima-verkoper of de goedgekeurde Qlima-installateur voor meer informatie over pellets.
Open het deksel van de pellettrechter aan de bovenzijde van de kachel en vul de trechter voorzicht voor 3/4 met pellets. Zorg ervoor dat er geen pellets in de kachel vallen. Sluit vervolgens het deksel. Raak nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aan. Om het risico te vermijden dat u roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt, is het best de kachel altijd volledig uit te schakelen door de stekker uit het stopcontact te halen. Als de trechter tijdens de werking toch bijgevuld zou moeten worden, zorg er dan voor dat de pellets en/of de pelletzak niet in contact komt met hete delen van de kachel omdat dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Zorg ervoor dat u nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt.
Door de warmte, de as en het residu die ontstaan door de verbranding van de brand- stof is regelmatig schoonmaken en onderhoud door zowel de eindgebruiker als een geautoriseerd technicus nodig. Periodiek de kachel zorgvuldig schoonmaken is be- langrijk voor de veiligheid en voor een efficiënte werking en verhoogt tegelijkertijd de levensduur van de kachel. Gebruik geen staalwol, waterstofchloride of andere bij- tende, agressieve of krassende producten voor het schoonmaken van de binnen- of buitenkant van de kachel. In het bijzonder na langere periodes van stilstand, moet de kachel en het schoorsteensysteem gecontroleerd worden op blokkeringen.
6.1 DOOR DE (EIND-)GEBRUIKER UIT TE VOEREN ONDERHOUD
11. Buig en knik de kabel niet.
Voer pas onderhoud aan de kachel uit nadat u hebt gecontroleerd of de kachel van binnen en van buiten helemaal is afgekoeld! Trek voorafgaand aan onderhoud altijd de stekker van de kachel uit het stopcontact. Taak Frequentie* De buitenkant van de kachel schoomaken Elke twee weken Het reinigen van de ruit Voor iedere opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie De branderpot reinigen Voor iedere opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie De aslade schoonmaken Wanneer de lade vol is en voor elke opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie Reinigen van de warmtewisselaar Dagelijks De vuurhaard reinigen Elke 2 weken
De afdichting van de vuurdeur controleren Tweemaal per jaar, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn De pellettrechter en wormaandrij- ving reinigen Een keer per maand en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn Het reinigen van de pellettoevoer- buis Een keer per week
6.2 DE BUITENKANT VAN DE KACHEL SCHOONMAKEN
Maak het oppervlak van de kachel met (heet) water en zeep schoon. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde schoonmaakproducten, anders kan de afwerklaag van het oppervlak beschadigd raken.
6.3 DE RUIT SCHOONMAKEN
De ruit van de kacheldeur moet voor iedere opstart gereinigd worden om inbranden van roet en asdeeltjes te voorkomen. Het glas is hittebestendig, maar kan door snelle temperatuurveranderingen bar- sten. Laat daarom de ruit volledig afkoelen voordat deze wordt gereinigd. Gebruik gewone glasreinigingsspray en schoonmaaktissues. Reinig de glazen ruit uitsluitend als de kachel helemaal is afgekoeld!
6.4 DE BRANDERPOT MET ASLADE REINIGEN
De kachelpot met aslade moet voor elke opstart gereinigd worden.
1. Haal de kachelpot en de aslade uit de verbrandingskamer. Zie afbeelding 12
3. Reinig de branderpot en het rooster ervan met een borstel of stofzuiger.
Als de gaten van het rooster verstopt zitten, gebruik dan een puntig instru- ment om de gaten vrij te maken (zie afbeelding 14).
4. Reinig de ruimte onder de branderpot en de ruimte onder de aslade met
Open gaten en een proper rooster van de verbrandingskamer zijn uiterst belangrijk voor een goede verbranding van de pellets.
5. Plaats de branderpot en de aslade terug in de kachel. Zorg ervoor dat de
branderpot op de juiste manier wordt teruggeplaatst. Zorg dat de grote opening bij de ontstekingsstaaf geplaatst wordt. Indien de branderpot ver- keerd wordt teruggeplaatst, zal de kachel niet ontsteken.
De warmtewisselaar moet dagelijks gereinigd worden met behulp van een schra- pers. Zorg ervoor dat de kachel uitgeschakeld is en de kacheldeur gesloten is. Be- weeg de hendels van de schrapers, welke gemonteerd is in het uitblaasrooster (zie afbeelding 15) naar boven en vervolgens weer naar beneden. Herhaal deze hande- ling 5 à 6 keer totdat de schraper zonder weerstand heen en weer te bewegen is.
6.6 DE VUURHAARD REINIGEN.
Reinig eerst de warmtewisselaar (zie hoofdstuk 6.5 reinigen van de warmtewis- selaar).
1. Verwijder het RVS keerschot welke zich boven in de kachel bevind zie af-
beelding 16. Beweeg het RVS keerschot in de richting van de pijl zie afbeel- ding 17 en neem het keerschot uit de kachel.
2. Beweeg de bovenzijde van het achterschot naar de voorzijde van de kachel
en til het achterschot 2 cm omhoog zie afbeelding 18 en 19.
3. Neem het achterschot uit de kachel. Afbeelding 20
4. Reinig de vuurhaard, het gedeelte onder de branderpot en de beplating
met een borstel en een stofzuiger.
5. Plaats na het reinigen alle verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde
terug in de vuurhaard.
6.7 DE DICHTING VAN DE VUURDEUR CONTROLEREN
Controleer ten minste twee keer per jaar, de eerste keer voordat het seizoen be- gint, de afdichting van de deur op lekken en beschadigingen. Laat de deurafdich- ting vervangen door een door Qlima goedgekeurde technicus indien nodig. Ge- bruik enkel de originele reserveonderdelen van Qlima.
6.8 DE PELLETTRECHTER EN WORMAANDRIJVING REINIGEN
Reinig de pellettrechter en wormaandrijving een keer per maand.
1. Verwijder het beschermingsrooster uit de pellettrechter.
2. Maak de pellettrechter leeg.
3. Reinig de pellettrechter en het zichtbare deel van de worm met een stofzui-
ger (afbeelding 21).
4. Plaats het beschermingsrooster terug op zijn plaats.
5. Vul de trechter met pellets.
6.9 REINIGEN VAN DE PELLET TOEVOERBUIS
Reinig de toevoerbuis van de pellets een keer per week met een harde ronde bor- stel (afbeelding 22). De toevoerbuis bevindt zich in de verbrandingskamer van de kachel. In de toevoerbuis kan zich creosoot vormen, waardoor de toevoerbuis sterk vervuild raakt en zelfs verstopt raken met pellets.
Taak Frequentie* Algemene professionele inspectie en onderhoud van de kachel (& het rookkanaal) Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 1200 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft Schoorsteen/rooksysteem reinigen/ vegen Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen Het vervangen van onderdelen die niet in deze handleiding worden genoemd Na het constateren van schade Aansluiting van de kachel op de schoorsteen / het rookkanaal con- troleren Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 1200 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft Alle overige onderhoudsactivitei- ten die niet specifiek worden ge- noemd in deze handleiding. Eenmaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen De ruimteventilator / rookgasven- tilator reinigen Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het stookseizoen en / of na 1200 branduren wanneer de kachel SERV aangeeft De kachel inwendig en uitwendig reinigen Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan De pellet schroef reductor smeren Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen De rookkamer reinigen Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan Controle van het ontstekingsele- ment Eenmaal per seizoen De warmtewisselaar reinigen luchtzijdig Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan De warmtewisselaar reinigen rook- gaszijdig Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan Het elektrische gedeelte contro- leren zoals PCB de bedrading, de sensoren en de beveiligingen. Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan De silicone slangen controleren van de druksensor Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan De deurafdichting controleren en indien nodig vervangen. Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan Kachel testen op alle 5 de verbran- dingsniveaus Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan De beveilligingen testen Eenmaal per seizoen of na 1200 brand uren kachel geeft “SERV”aan (*) De vermelde frequentie is een minimum frequentie. De lokale wetgeving en/of uw verzekeringscontract kunnen voorrang hebben afhankelijk van wat het meest strikt is. Bij intensief gebruik van de kachel moet de schoorsteen vaker worden gereinigd.66
Voordat een kachel de fabriek verlaat, wordt hij eerst zorgvuldig getest en in bedrijf gesteld. Eventuele reparaties of inbedrijfstellingsactiviteiten die noodzakelijk blijken te zijn tijdens of na het installeren moeten worden uitgevoerd door een door Qlima goedgekeurde verwarmingstechnici. Originele reserveonderdelen zijn alleen en exclu- sief te verkrijgen via onze Technische Servicecenters en geautoriseerde verkooppunten. Zorg voordat u contact opneemt met uw dealer, het Technische Servicecenter of de ge- autoriseerde verwarmingstechnicus dat u het model en serienummer bij de hand hebt. Gebruik alleen originele Qlima reserveonderdelen. Door het gebruik van andere dan Qlima reserveonderdelen vervalt de garantie.
Raadpleeg alvorens een storing te resetten de storingslijst (hoofdstuk 8.2) en volg de instructies op. Reset de kachel door toets 4 (zie afbeelding 2) van het display in te drukken en deze 3 seconden vast te houden. Indien na het resetten van de storing de melding terugkomt, raadpleeg dan uw leverancier.67
Regelpaneel start niet Geen stroomtoevoer naar de kachel Controleer of de stekker aangesloten is Zekering van printplaat is doorgebrand Vervang de zekering. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Regelpaneel is defect Vervang het regelpaneel. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Lintkabel is defect Vervang de lintkabel. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Hoofdschakelaar is niet ingeschakeld Schakel de hoofdschakelaar in Kachel gaat uit, alarm getoond “GEEN PELLETS” De pellettrechter is leeg Vul de pellettrechter met pellets De branderpot is vuil Reinig de branderpot. De motor van de pellet- schroef is defect Vervang de motor van de pelletschroef. Enkel door een door Qlima goedgekeurde techni- cus Elektronische printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus De temperatuursensor heeft de minimumtem- peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd Maak de verbrandingskamer leeg en start op- nieuw, indien het probleem zich blijft voor- doen. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Er bereikt onvoldoende verbrandingslucht het vuur Controleer het volgende (door de eindge- bruiker): - Mogelijke obstructies van de inlaatbuis van de verbrandingslucht aan de achterzijde van de kachel. Reinig de inlaatbuis van verse lucht. - Roostergaten van de verbrandingskamer verstopt en/of verbrandingskamer met te veel as en/of verbrandingskamer te vuil en moet gereinigd worden. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus. - Warmtewisselaar binnenin de kachel is ver- vuild. Reinig de warmtewiselaar. Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit Probeer houten pellets van een betere kwa- liteit Wormaandrijving is ge- blokkeerd Haal de stekker van de kachel uit het stop- contact. Verwijder het beschermingsrooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wor- maandrijving. Plaats het beschermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen.68
De kachel geeft 15 minu- ten na opstart de melding "GEEN VUUR (AL5)" Het ontstekingsmecha- nisme is kapot Vervang het ontstekingsmechanisme. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus De temperatuursensor heeft de minimumtem- peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw, indien het probleem zich blijft voordoen. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Buitentemperatuur is te laag. Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Houten pellets zijn nat Gebruik enkel droge houten pellets. Temperatuursensor is defect Vervang de sensor. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Elektronische printplaat is defect Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde tech- nicus Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. Houten pellets geraken niet in verbran- dingskamer Wormaandrijving is ge- blokkeerd Haal de stekker van de kachel uit het stopcontact. Verwijder het beschermings- rooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wormaandrijving. Plaats het be- schermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een door Qlima goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Motor van wormaandrij- ving is beschadigd Vervang de motor. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. Het vuur heeft een zwakke en oranje vlam, pellets bran- den niet cor- rect en/of het glas wordt (te) snel zwart. De uitlaat/rookgas- leiding/schoorsteen is geblokkeerd Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge- keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. De branderpot is vuil Reinig de branderpot. De kachel heeft interne obstructies. De kachel vereist onderhoud. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Rookextractor is bescha- digd Houten pellets kunnen branden dankzij de natuurlijke trek van de schoorsteenrook. Laat de ventilator onmiddellijk vervangen aangezien het slecht kan zijn voor uw gezondheid. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus. Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit. Probeer houten pellets van een betere kwaliteit. De kachel is niet goed ingeregeld Regel de kachel in. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus69
Recirculatie- ventilator van kamerlucht blijft werken wanneer de kachel koud is Elektronische printplaat is kapot Vervang de printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus As op de vloer rond de kachel Rookleidingen zijn niet luchtdicht Enkel door een goedgekeurde schoor- steeninstallateur: Rookleidingen die niet luchtdicht zijn, kunnen gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. Dicht de fitting van de leiding onmiddellijk (met loctite 598 (of een gelijkwaardig product) en/of vervang de leidingen. Gebroken, versleten of beschadigde dichting van de deur Vervang de dichting. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Kachel in constante toestand, de display toont: "MODULATI" De door de gebruiker vereiste kamertempera- tuur is bereikt Dit is geen fout. De kachel werkt in eco mode. Deze functie is te wijzigen met de afstandsbediening Display toont "SERVICE" Geen storing. De kachel heeft 1200 werkuren be- reikt en heeft onderhoud nodig. De kachel zal gewoon blijven werken. De kachel heeft onderhoud nodig. Neem contact op met een Qlima erkend service technicus. Deze zal onderhoud aan de ka- chel uitevoeren en de melding resetten. Display toont "WACHT KOE- LEN" Er wordt geprobeerd de kachel op te starten terwijl deze nog in de cooldown fase staat. Wacht totdat de cooldown fase voorbij is voordat de kachel opnieuw wordt opge- start.70
Kachel gaat uit. Weerge- geven alarm is “DRUKFOUT UILAAT (AL 8) BEVEILIG THERM. Druksensor/schakelaar is defect Vervang de drukschakelaar. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus De uitlaat/rookgas- leiding/schoorsteen is geblokkeerd Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge- keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. Elektronische printplaat is kapot Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde tech- nicus Overmatige schoorsteen- lengte Raadpleeg een schoorsteenexpert om te controleren of de schoorsteen in overeen- stemming is met de wetgeving. Raadpleeg een door Qlima goedgekeurde technicus om te controleren of de schoorsteen ge- schikt is voor de kachel. Ongunstige weersom- standigheden Wanneer er een sterke wind is, kan er een negatieve druk naar de schoorsteen plaatsvinden. Controleer en start de kachel opnieuw. Kachel is overhit Te hoge kamertemperatuur. Open deuren naar andere kamers. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg een door Qlima goedgekeurde technicus. De veiligheidsthermostaat van de kachel is aangesprongen. Laat de kachel afkoelen en reset vervolgens de veiligheidsthermo- staat door het verwijderen van het afdek- kapje (afbeelding 23) en het indrukken van de resetknop (afbeelding 24). De recirculatieventilator van de kamerlucht is defect Vervang de ventilator. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Tijdelijke stroomuitval Een spanningsval tijdens de werking van de kachel kan leiden tot oververhitting van de interne kachel. Laat de kachel af- koelen en start hem opnieuw. Veiligheidsthermostaat is defect Vervang de veiligheidsthermostaat. Enkel door een door Qlima goedgekeurde tech- nicus Kachel gaat uit. Weerge- geven alarm is “SENSOR UIT- LAAT (AL 4)” Temperatuursensor van rookuitlaat is defect. Vervang het sensor. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus De bedrading van de rookgassensor zit los. Herstel de bedrading. Enkel door een door Qlima goedgekeurde technicus Hot fumi Temperatuur van de rookgassen is te hoog Laat de kachel afkoelen en herstart de kachel. Bij aanhoudende problemen neem contact op met uw dealer. Display toont “HOT CARD” Temperatuur van de printplaat is te hoog. Laat de kachel afkoelen en herstart de kachel. Bij aanhoudende problemen neem contact op met uw dealer.71
Display toont "COOL FIRE" De kachel is handmatig, door de ingestelde timer- functie of de save mode uitgeschakeld. De kachel staat in de cooldown fase. Geen storing, de cooldown fase stopt automatisch wanneer de kachel voldoende is afgekoeld. Stroomonderbreking Nadat de stroomtoevoer is hersteld, start de kachel eerst in de cooldown fase. Ver- volgens kan de kachel opnieuw opgestart worden. Display toont "UITL.FAN FOUT (AL 4)" De rookgasventilator is defect of de printplaat kan de omtreksnelheid van de ventilator niet meten De rookgasventilator, de printplaat of de omtreksnelheidssensor is defect of de be- draing is beschadigd of zit los. Herstel het defect. Enkel door een door Qlima goed- gekeurde technicus
Model Lindara 100 S-line Type kachel Houtpellets Capaciteit (*) kW 2,4 - 9,3 Stroomverbruik (ontsteking / normale operatie) W 300 / 100 Aansluitspanning V/Hz 230/~50 Thermisch rendement bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit (*) % 93,6 / 97,9 CO-gehalte bij 13% O
nominale / gereduceerde capaciteit
% 0,01 / 0,04 Gemiddeld stofgehalte bij 13% O
mg/Nm³ 12,9 Voor vertrekken tot** m³ 245 Rookgasuitlaatdiameter mm 80 Rookgastemperatuur bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit °C 130,4 / 47,5 Trek van de schoorsteen nodig Pa 10 Smoorklep voor schoorsteen nodig Mogelijk*** Kan worden toegepast op een schoorsteencombinatie met rookkanaal Nee Type brandstof (****) Ø 6 mm Din+/Önorm+/EN+ Nominale lengte / diameter van de brandstof mm 30 / 6 Inhoud van pellettrechter kg 20 Autonomie (min-max) h 9,6 - 40 Recirculatieventilator Ja Luchtfilter Nee Netto gewicht kg 105 (*) Volgens EN 14785 (**) slechts ter indicatie, varieert per land/regio (***) Te bepalen door een geautoriseerde professionele installateur72
10. GARANTIEBEPALINGEN
Voor uw kachel geldt een garantie van 24 maanden vanaf de datum van aankoop. Binnen deze periode worden alle materiaal- of productiefouten conform de volgende voorwaarden gratis hersteld:
1. Wij wijzen uitdrukkelijk alle overige aanspraken op schadeloosstelling, waaron-
der begrepen gevolgschade, af.
2. Eventuele reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn
leidt niet tot een verlenging van de garantietermijn.
3. De garantie vervalt als er veranderingen aan de kachel worden doorgevoerd,
niet-originele fabrieksonderdelen worden toegepast of de kachel door derden wordt gerepareerd.
4. Onderdelen die onderhevig zijn aan reguliere slijtage of met een kortere le-
vensduur dan de bovenvermelde garantieperiode, zoals pakkingen, afdichtin- gen, brandwerende voeringsmaterialen, glas*/ruit*, geverfde details en kera- miek, etc. worden niet door de garantie gedekt.
5. De garantie is alleen geldig na overlegging van het originele aankoopbewijs,
met datum, waarop geen veranderingen mogen zijn aangebracht.
6. Garantie is niet van kracht voor schade die veroorzaakt is door handelingen die
niet in overeenstemming zijn met gebruiksaanwijzingen uit deze handleiding, nalatigheid en het gebruik van een verkeerd type brandstof. Het gebruik van verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn**.
7. De vervoerskosten en de risico’s die ontstaan tijdens het vervoer van de kachel
of de onderdelen ervan komen altijd voor rekening van de koper.
8. De garantie is enkel geldig wanneer de kachel geïnstalleerd is door een door
Qlima goedgekeurde installateur en wanneer het ondertekende protocol van inbedrijfstelling voorgelegd kan worden. Om onnodige kosten te voorkomen adviseren wij u eerst deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Mocht u hier geen oplossing vinden, raadpleeg dan uw dealer of instal- lateur.
- De kachelruit is hittebestendig en is bestand tegen hogere temperaturen dan de temperaturen die in de kachel kunnen optreden. Dit betekent dat schade aan de kachelruit alleen maar kan ontstaan door oorzaken die niet binnen de verantwoordelijkheid van de fabrikant/distributeur liggen. Schade aan de ka- chelruit wordt daarom niet door de garantie gedekt. ** Zeer brandbare stoffen kunnen tot oncontroleerbare verbranding leiden, waar- door er vlammen buiten de kachel komen. Mocht dit het geval zijn, probeer dan nooit de kachel te verplaatsen, maar schakel hem dan altijd onmiddellijk uit. Gebruik in geval van nood een brandblusser van het type B: een kooldioxide- of poederblusser.
Conformiteitsverklaring Wij, PVG Holding B.V. Euterpehof 20 5342 CW Oss, Nederland verklaren hierbij : Dat de onderstaande producten qua ontwerp en uitvoering voldoen aan de desbe- treffende basisveiligheids- en -gezondheidseisen van de EG-richtlijnen: Productbeschrijving: Verwarmingstoestellen voor woningen verwarmd door houten pellets Merk: Qlima Typeaanduiding product: Lindara 100 S-Line Toegepaste EG-richtlijnen: EC Low Voltage Directive (LVD): 2006/95/EC EC Electromagnetic Compatibility Directive (EMC): 2004/108/EC EC RoHS Directive 2011/ 65/EU Typ Thermisch rendement % Capaciteit kW Gemiddeld stofgehalte bij 13% O2 mg/Nm³ Lindara 100 S-line Nominal 93,6 9,3 12,9 Toegepaste geharmoniseerde normen: EN14785 EN60335-1 EN60335-2-102 EN55014-1 EN55014-2 EN61000-3-2 EN62233 EN61000-3-3 Resultaten goedgekeurd door keuringsinstituut: TüV Rheinland Energie und Umwelt GmbH Datum: 30-04-2015 Handtekening ondertekeningsbevoegde: M. Walhout Technical Product & Sourcing Manager1. LEGGERE DAPPRIMA LE INSTRUZIONI D’USO.
11. Buig en knik de kabel niet.
Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.com) of neem contact op met de afdeling sales support (adres en telefoon op www.qlima.com).
Notice-Facile