5CK24010 - Koelkast BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 5CK24010 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5CK24010 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5CK24010 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING 5CK24010 BLAUPUNKT
- 26g 23gPagina 83 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Levering p. 84
- Verpakkingstips p. 84
- Leveringsomvang p. 84
- Levering controleren p. 84
- Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen p. 85
- Voor uw veiligheid p. 86
- Beoogd gebruik p. 86
- Verklaring van de begrippen p. 86
- Veiligheidsaanwijzingen p. 86
- Bediening p. 91
- Voorwaarden voor een veilig gebruik p. 91
- Apparaat in- en uitschakelen p. 91
- Temperatuur instellen p. 91
- Deuralarm p. 92
- Opbergvakken omzetten p. 92
- Levensmiddelen koelen p. 93
- Tips voor het koelen p. 93
- Kwaliteit behouden p. 93
- Levensmiddelen invriezen / Diepvriesproducten opslaan p. 94
- Invriezen p. 94
- Diepvriesproducten opslaan p. 95
- Levensmiddelen ontdooien p. 96
- IJsblokjes maken p. 96
- Verzorging en onderhoud p. 97
- Deurafdichtingen controleren en reinigen p. 97
- Koelgedeelte ontdooien…………………….97 Koelgedeelte reinigen p. 97
- Vriesvak ontdooien en reinigen p. 98
- Inbedrijfstelling p. 100
- Vervoeren en uitpakken p. 100
- Geschikte opstellingsplaats kiezen p. 100
- Deuraanslag wisselen p. 101
- Installatie p. 103
- Apparaat inbouwen p. 104
- Basisreiniging p. 105
- Apparaat in bedrijf nemen p. 105
- Foutopsporingstabel p. 107
- Onze service p. 245
- Advies, bestelling en klachten p. 245
- Reparaties en reserveonderdelen p. 245
- Milieubescherming p. 108
- Apparaat afvoeren p. 108
- Onze bijdrage ter bescherming van de ozonlaag p. 108
- Gegevensblad Informatie voor het opstellen en de inbedrijfstelling vindt u vanaf pagina 101. Lees voor u het apparaat gebruikt eerst de veiligheidsaanwijzingen en de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Alleen zo kunt u alle functies veilig en betrouwbaar gebruiken. Let absoluut ook op de nationale voorschriften in uw land, die naast de in deze handleiding genoemde voorschriften geldig zijn. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik. Geef alle veiligheidsaanwijzingen en - instructies door aan de volgende gebruiker van het product.Pagina 84 Levering Levering Leveringsomvang 1× inbouwkoelkast koelgedeelte: 3× glasplaten 1× flessenvak 1× glasplaat als afdekking voor de fruit-/groentelade 1× fruit-/groentelade 3× deurvakken Vriesvak: 1× ijsblokjeshouder 1× eierrekje 1× reinigingsstaafjes 1× gebruiksaanwijzing div. delen voor de inbouw (zie „Apparaat inbouwen“ op pagina 105) Verpakkingstips Als uw ruimtelijke omstandigheden het toestaan, adviseren wij u, de verpakking ten minste tijdens de garantieperiode te bewaren. Als het apparaat voor reparatie moet worden ingestuurd, is het alleen in de originele verpakking voldoende beschermd. Als u de verpakking wilt weggooien, dient u deze op een milieuvriendelijke manier af te voeren. Levering controleren p. 109
1. Vervoer het apparaat naar een geschikte
opstellingsplaats en pak het uit (zie „Inbedrijfstelling“ op pagina 101).
2. Controleer, of de levering volledig is.
3. Controleer, of het apparaat
transportschade vertoont.
4. Als de levering onvolledig is of het
apparaat transportschade vertoont, neemt u contact op met onze service (zie „Onze service" op pagina 245). WAARSCHUWING! Neem nooit een beschadigd apparaat in bedrijf.Pagina 85 Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen (6) (7) (6) (8) (1) Adjust: Temperatuur in het koelgedeelte instellen (2) Temperatuurweergave in het koelgedeelte (3) Super: Temperatuur in het vriesvak verder verlagen (4) Smart: Automatisch bedrijf (5) Mode: „Super“ of „Smart“ instellen (6) Deurvakken (7) Bedieningselement
koelgedeelteverlichti
(8) grote deurvak (9) Fruit-/groentelade (10) Glasplaat als afdekking voor de fruit-/groentelade (11) Dooiwaterafvoer (13) Glasplaten (14) Vriesvak
)Pagina 86 Voor uw veiligheid Voor uw veiligheid Beoogd gebruik Het apparaat is geschikt, om verse levensmiddelen te koelen, gangbare diepvriesproducten te bewaren, voor het bevriezen van verse, kamerwarme levensmiddelen en voor de bereiding van ijs. Het mag alleen worden gebruikt, wanneer het correct in een geschikt inbouwmeubel is ingebouwd. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in het particuliere huishouden. Gebruik het apparaat uitsluitend zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven. Elk ander gebruik geldt als niet beoogd en kan tot materiële schade of zelfs persoonlijke letsel leiden. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door niet beoogd gebruik. Verklaring van de begrippen De volgende signaalbegrippen vindt u in deze gebruiksaanwijzing. WAARSCHUWING Dit signaalbegrip betekent een gevaar met een gemiddeld risico dat, wanneer dit niet wordt vermeden, de dood of een zware verwonding tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIG Dit signaalbegrip duidt op een gevaar met een laag risiconiveau, dat, wanneer het niet wordt vermeden, een geringe of matige verwonding tot gevolg kan hebben. AANWIJZING Dit signaalbegrip waarschuwt voor mogelijke materiële schade. Dit symbool verwijst naar nut- tige aanvullende informatie. Veiligheidsaanwijzingen In dit hoofdstuk vindt u algemene veiligheidsaanwijzingen, die u voor uw eigen bescherming en ter bescherming van derden steeds in acht moet nemen. Let ook op de waarschuwingen in de afzonderlijke hoofdstukken over bediening, inbedrijfstelling enz. WAARSCHUWING Risico's in de omgang met elektrische huishoudelijke apparaten gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van spanningvoerende delen kan tot zware verwondingen of tot de dood leiden. Apparaat alleen binnen gebruiken. Niet in vochtige ruimtes of in de regen gebruiken.
Apparaat niet in bedrijf nemen of verder gebruiken, wanneer het
zichtbare schade vertoont, bijv. de aansluitkabel defect is,
rook ontwikkelt of verbrand ruikt,
ongewone geluiden produceert. In een dergelijk geval stekker uit het stopcontact trekken resp. zekering uitschakelenPagina 87 Voor uw veiligheid
en contact opnemen met onze service (zie „Onze service“ op pagina 245). Het apparaat voldoet aan beschermingsklasse 1 en mag alleen worden aangesloten op een stopcontact met correct geïnstalleerde aardleiding. De aansluiting op een verdeeldoos, een meervoudig stopcontact, een tijdschakelaar of een separaat afstandsbedieningssysteem voor bewaking en besturing op afstand is ontoelaatbaar.
Indien de netstekker na de inbouw niet meer toegankelijk is, moet een alpolige Scheidingsinrichting conform overspanningscategorie III in de huisinstallatie met ten minste 3 mm contactafstand voorgeschakeld zijn; hieronder vallen zekeringen, aardlekschakelaar en relais.
Netsnoer niet knikken of klemmen en niet over scherpe randen leggen.
Apparaat, netstekker en netsnoer uit de buurt van open vuur en hete oppervlakken houden.
Altijd aan de netstekker zelf niet aan het netsnoer vastpakken.
Stekker nooit met vochtige handen vastpakken.
Netsnoer en stekker nooit in water of andere vloeistoffen dompelen.
Wanneer het netsnoer van het apparaat beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn klantenservice of een gekwalificeerde vakman worden vervangen. Ingrepen en reparaties aan het apparaat, zoals bijv. het vervangen van de koelgedeelteverlichting, mogen uitsluitend geautoriseerde vakmensen uitvoeren (zie „Onze service“ op pagina 245).
Wanneer eigenhandig reparaties aan het apparaat worden uitgevoerd, kunnen materiële schade en persoonlijk letsel ontstaan en de aansprakelijkheid en garantie- aanspraken vervallen. Nooit proberen, het defecte – of vermoedelijk defecte – apparaat zelf te repareren.
Bij reparaties mogen uitsluitend onderdelen worden gebruikt, die overeenkomen met de originele apparaatgegevens. In dit apparaat bevinden zich elektrische en mechanische onderdelen, die ter bescherming tegen gevarenbronnen noodzakelijk zijn.
Geen voorwerpen in of door de behuizingsopeningen steken en ervoor zorgen, dat ook kinderen geen voorwerpen kunnen insteken.
In het geval van storing net als voor omvangrijke reinigingswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen. Risico's voor kinderen Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen in de verpakkingsfolie verstrikt raken of kleine onderdelen inslikken en stikken.
Kinderen niet met de verpakkingsfolie laten spelen.
Voorkom dat kinderen kleine onderdelen van het apparaat verwijderen of uit de accessoirezak nemen en in de mond steken.Pagina 88 Voor uw veiligheid Risico's in de omgang met chemische stoffen explosiegevaar!
Ondeskundige omgang met chemische stoffen kan tot explosies leiden.
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels kunnen vormen.
Voor het ontdooien in geen geval ontdooisprays gebruiken. Ze kunnen explosieve gassen vormen. VOORZICHTIG Risico's voor bepaalde personengroepen Gevaren voor kinderen en personen met beperkt psychische, sensorische of geestelijke capaciteiten!
Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde psychische, sensorische of mentale vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt, indien ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen voor een veilig gebruik en de daaruit voortvloeiende gevaren hebben begrepen.
Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht zijn.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Risico's in de omgang met koel- en vriesapparaten Brandgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot een brand en materiële schade.
Apparaat alleen op een correct geïnstalleerde geaarde contactdoos aansluiten. De aansluiting op een stekkerblok of een meervoudig stopcontact is ontoelaatbaar.
Om voldoende luchtcirculatie te waarborgen, ventilatieopeningen in de apparaatbehuizing of in de inbouwruimte niet afsluiten.
Minimale maten voor de inbouwkast aanhouden (zie „Apparaat inbouwen“ op pagina 105). Gevaren door koelmiddel! In het koelmiddel-circulatie van uw apparaat bevindt zich het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a (Iso- butaan).
Mechanische ingrepen in het koelsysteem zijn alleen toegestaan door geautoriseerde vakkrachten.
Het koelcircuit niet beschadigen, bijv. door doorboren van de koelmiddelkanalen van de verdamper met scherpe voorwerpen, knikken van buisleidingen enz.
Uitspattend koelmiddel is brandbaar en kan leiden tot oogschade. In dit geval de ogen onder helder water spoelen en onmiddellijk een arts consulteren.
Om te voorkomen dat in het geval van een lekkage van het koelmiddelcircuit een ontbrandbaar gas- lucht- mengsel kan ontstaan, moet de opstellingsruimte conformPagina 89 Voor uw veiligheid norm EN 378 een minimale afmeting hebben van 1 m3 per 8 g koelmiddel. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het gegevensblad (zie „Gegevensblad“ op pagina 109). Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen.
Het apparaat is zwaar en onhandelbaar. Bij transport en inbouw de hulp van een andere persoon vragen.
Sokkel, laden, deuren enz. niet als treeplank of ondersteuning gebruiken. Gevaar voor de gezondheid!! Door verkeerde hantering, ontoereikende koeling of overdekking kunnen de opgeslagen levensmiddelen bederven. Bij consumptie bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging!
Vooral rauw vlees en vis voldoende verpakken, zodat ernaast liggende levensmiddelen niet worden besmet met salmonella e.d.
De door de levensmiddelproducenten aanbevolen bewaartijden aanhouden.
Erop letten, dat de bewaartijd van de diepvriesproducten op grond van een temperatuurstijging in het apparaat kan verkorten (ontdooien, reinigen of stroomuitval).
De bewaarde diepvriesproducten – ook bij een tijdelijke uitschakeling – uit het apparaat nemen en in een voldoende koele ruimte of een ander koelapparaat opslaan.
Ontdooide levensmiddelen niet weer invriezen, maar meteen verbruiken.
Na een eventuele stroomuitval controleren, of de opgeslagen levensmiddelen nog eetbaar zijn. Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan tot een temperatuurstijging in het interieur komen.
Beoogde omgevingstemperatuur aanhouden (zie regel „Klimaatklasse“ op pagina 109). Verwondingsgevaar door diepvriesproducten! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen. Er bestaat verbrandingsgevaar door lage temperaturen.
De levensmiddelen en de binnenwanden van het vriesgedeelte hebben een zeer lage temperatuur. Nooit met natte handen aanraken. Dit kan leiden tot huidverwondingen. Ook bij droge huid zijn huidbeschadigingen mogelijk.
IJsblokjes of ijslolly 's niet direct uit het vriesgedeelte in de mond nemen. AANWIJZING Gevaar van materiële schade! Wanneer de koelkast liggend is vervoerd, kan smeermiddel uit de compressor in het koelcircuit zijn gekomen.
De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.Pagina 90 Voor uw veiligheid
Voor inbedrijfstelling de koelkast 2 uur rechtop laten staan. Ondertussen stroomt het smeermiddel terug in de compressor. Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot materiële schade.
Geen glazen of metalen containers met vloeistof in het vriesvak opslaan. Containers kunnen barsten.
Apparaat niet aan de deuren of deurgrepen trekken of tillen.
Bij het uitpakken geen scherpe of puntige voorwerpen gebruiken.
Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken, die niet overeenkomen met het door de fabrikant aanbevolen type.
Geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen.
Alleen originele toebehoren gebruiken.
Na het uitschakelen 5 minuten wachten. Pas dan het apparaat opnieuw inschakelen.
Om de geur te verwijderen die alle nieuwe apparatuur heeft, veegt u de binnenkant af met lauw azijnwater.
De koelgedeelteverlichting uitsluitend voor verlichting van het interieur van het apparaat gebruiken. Deze is niet geschikt voor verlichting van een ruimte.
Voor het versnellen van de dooiprocedure geen andere middelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen. Bijv. geen elektrische verwarmingstoestellen, mes of apparaten met open vlam zoals bijv. kaarsen gebruiken. De warmte-isolatie en de binnencontainer zijn kras- en hittegevoelig en kunnen smelten.
Bij het reinigen in acht nemen:
In geen geval agressieve, korrelige, soda-, zuur- of oplosmiddelhoudende of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. Aan te raden zijn allesreinigers met een neutralen pH-waarde.
Deurafdichtingen en delen van het apparaat van kunststof zijn gevoelig voor olie en vet. Verontreinigingen zo snel mogelijk verwijderen.
Alleen zachte doeken gebruiken.Pagina 91 Bediening
Bediening Voorwaarden voor een veilig gebruik
U hebt het hoofdstuk „Voor uw veiligheid“ op pagina 5 gelezen en alle veiligheidsinstructies begrepen.
Het apparaat is ingebouwd en aangesloten zoals in het hoofdstuk „Inbedrijfstelling“ op pagina 101 beschreven. Apparaat in bedrijf nemen AANWIJZING Gevaar van materiële schade! Wanneer de koelkast liggend is vervoerd, kan smeermiddel uit de compressor in het koelcircuit zijn gekomen.
De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.
Voor inbedrijfstelling de koelkast 2 uur rechtop laten staan. Daardoor heeft het smeermiddel voldoende tijd, om in de compressor terug te vloeien. Het apparaat is in de fabriek zo ingesteld, dat het zich automatisch inschakelt, zodra u de stekker voor het eerst in het stopcontact steekt.
- Schakel de zekering voor het stopcontact waarop het apparaat is aangesloten in. Er klinkt een signaaltoon, en bij geopende deur brandt de koelgedeelteverlichting (7) Apparaat in- en uitschakelen Inschakelen
- Houd de knop Adjust (1) 5 seconden lang ingedrukt. Er klinkt een signaaltoon, de koelgedeelteverlichting (7) brandt. Het apparaat is ingeschakeld. Maakt het apparaat na het inschakelen storende geluiden, controleert u de stevige stand en de correcte inbouw. Uitschakelen
1. Houd de knop Adjust (1) 5 seconden
lang ingedrukt. Er klinkt een signaaltoon, de koelgedeelteverlichting (7) dooft. Het apparaat is uitgeschakeld.
2. Ruim het apparaat uit en reinig het
zoals in het hoofdstuk „Verzorging en onderhoud “ op pagina 17 beschreven. Mode Adjust
Smart Temperatuur instellen WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan tot een temperatuurstijging in het koelgedeelte en in het vriesvak komen.
Altijd de voorgeschreven omgevingstemperatuur aanhouden (zie „Klimaatklasse“ op pagina 109). Temperatuur in het koelgedeelte instellen Ter controle van het koelvermogen hebt u een koel-/vries-thermometer nodig. Plaats de koel-/vries-thermometer
- in het koelgedeelte op de glasplaat (10) boven de fruit-/groentelade; de juiste temperatuur bedraagt hier +6 °C.
- in het vriesvak; de ideale opslagtemperatuur bedraagt −18 °C. Handmatige temperatuurinstelling
- Druk herhaaldelijk op de knop Adjust (1), om de koeltemperatuur in te stellen. Door de temperatuurweergave (2) wordt de gekozen instelling weergegeven. Alleen indicatie 1 brandt: zwakste koeling. Indicaties1 -5 branden: sterkste koeling.
- Pas de instelling aan de omgevingstemperatuur aan. Kies eerst een gemiddelde instelling (bijv. 3) en regel dan eventueel na. Automatische temperatuurinstelling
- Druk de knop Mode (5) zo vaak, tot de indicatie Smart (4) brandt. De temperatuurinstelling gebeurt nu automatisch. De momenteel ingestelde temperatuur kunt u van het display aflezen.
- Om naar handmatige temperatuurinstelling terug te keren, drukt u eenmaal de knop Mode. De weergave Smart verdwijnt en de temperatuur kan weer handmatig worden ingesteld. Temperatuur in het vriesvak instellen De temperatuur in het vriesvak wordt automatisch op −18 °C gehouden.
- Om de temperatuur verder te verlagen, drukt u de knop Mode (5) zo vaak, tot de indicatie Super (3) brandt. De temperatuur in het vriesgedeelte wordt daardoor verder verlaagd en u creëert een koudereserve, wanneer u grotere hoeveelheden verse producten wilt invriezen. Mode Adjust Smart Super Mod Adjus
- Om de super-instelling weer uit te schakelen, drukt u de knop Mode (5) zo vaak, tot de indicatie Super (3) niet meer brandt. De Super-instelling blijft maximaal 54 uur geactiveerd. Daarna schakelt deze zich automatisch uit. Deuralarm Om overmatig warmteverlies te voorkomen, klinkt een signaaltoon, als de koelkastdeur langer dan 1,5 minuut geopend is.
- Sluit de koelkastdeur. Het deuralarm stopt. Opbergvakken omzetten De glasplaten (10) en (13) en de deurvakken (6) en (8) kunnen worden uitgenomen en indien nodig anders gerangschikt.
- De glasplaten tilt u om uit te nemen achter iets op, trekt ze naar voren uit en plaatst ze op gewenste positie.
- De deurvakken neemt u naar boven uit en plaatst ze op de nieuwe positie weer van bovenaf.Pagina 94 Levensmiddelen koelen Levensmiddelen koelen WAARSCHUWING Explosiegevaar! Het opslaan van ontvlambare gassen en vloeistoffen kan leiden tot de vorming van ontbrandbare gas-lucht-mengsels in het apparaat. Explosies kunnen het gevolg zijn.
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren. Tips voor het koelen
- Vul het koelgedeelte zo, dat u detemperatuursomstandigheden binneninoptimaal benut:– Plaats smeerbare boter en kaas op hetbovenste deurvak (6). Daar is detemperatuur het hoogst.– Bewaar conserven, glazen en eieren ophet deurvak (6). De eieren legt u bijvoorkeur op het meegeleverdeeierrekje. – Plaats drankkartons en flessen in het grote deurvak (8). Plaats volle pakken dichter bij het scharnier, om de belasting van de deur te verminderen.– Plaatsen gekookt en gebakken voedselop de glazen platen (13).– Plaats vers vlees, wild, gevogelte, spek, worst en rauwe vis op de glasplaat (10) boven van de fruit- /groentelade (9). Daar is de temperatuur het laagst. – Plaats vers fruit en groente in de fruit- /groentelade (9).– Plaats flessen in het flessenvak (12).• Bewaar drank met een hoogpercentage alcohol alleen staand engoed afgesloten.• Laat warme levensmiddelen afkoelen,voor u ze in het koelgedeelte zet.• De temperaturen in het apparaat endaarmee het energieverbruik kunnenoplopen, – als de deuren vaak of langer worden geopend. – als de voorgeschreven ruimtemperatuur wordt over- of onderschreden.• Het energieverbruik is ook afhankelijk van de gekozen opstellingsplaats(nadere informatie zie pagina 101). Kwaliteit behouden
- Om te zorgen dat aroma en frisheid vande voedingsmiddelen in het koelgedeeltebehouden blijven, legt of zet u alle tekoelen levensmiddelen alleen verpakt inhet koelgedeelte. Gebruik specialekunststofbakken voor levensmiddelen ofgangbare foliën.• Leg de levensmiddelen– zo in het koelgedeelte, dat de lucht vrijkan circuleren. Dek de vakken niet metpapier o.i.d. af. – niet direct tegen de achterwand. Ze kunnen anders aan de achterwand vastvriezen.
) (9)Pagina 95 Levensmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Levensmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan WAARSCHUWING Explosiegevaar! Het opslaan van ontvlambare gassen en vloeistoffen kan leiden tot de vorming van ontbrandbare gas-lucht-mengsels in het apparaat. Explosies kunnen het gevolg zijn.
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren. WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Door verkeerde hantering, ontoereikende koeling of overdekking kunnen de opgeslagen levensmiddelen bederven. Bij consumptie bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging!
Vooral rauw vlees en vis voldoende verpakken, zodat ernaast liggende levensmiddelen niet worden besmet met salmonella e.d.
De door de levensmiddelproducenten aanbevolen bewaartijden aanhouden. Erop letten, dat de bewaartijd van de diepvriesproducten op grond van een temperatuurstijging in het apparaat kan verkorten (ontdooien, reinigen of stroomuitval).
Bij een langere stroomuitval of een storing aan het apparaat de opgeslagen diepvriesproducten uit het apparaat halen en in een voldoende koele ruimte of een ander koelapparaat opslaan (max. opslagtijd bij storing: 12 uur). Na een storing controleren, of de opgeslagen levensmiddelen nog eetbaar zijn. Ontdooide levensmiddelen niet weer invriezen, maar onmiddellijk gebruiken. VOORZICHTIG Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen. Verbrandingsgevaar door lage temperaturen. De levensmiddelen en de binnenwanden van het vriesgedeelte hebben een zeer lage temperatuur. Nooit met natte handen aanraken. Dit kan leiden tot huidverwondingen. Ook bij een droge huid zijn huidbeschadigingen mogelijk.
IJsblokjes of ijslolly's voor consumptie iets laten ontdooien, niet direct uit het vriesvak in de mond nemen. Invriezen Invriezen betekent, verse, kamerwarme levensmiddelen zo snel mogelijk – bij voorkeur „abrupt“ – tot in de kern te bevriezen. Bij te langzaam koelen „bevriezen“ de levensmiddelen, d.w.z. de structuur wordt vernietigd. Een gelijkmatige opslagtemperatuur van –18 °C bevordert het behoud van consistentie, smaak en voedingswaarde.Pagina 96 Levensmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Levensmiddelen voorbereiden
- Vries alleen kwalitatief in perfecte staat verkerende levensmiddelen in.
- Vries de verse en bereide gerechten ongezouten en ongekruid in. Ongezouten ingevroren levensmiddelen hebben een langere houdbaarheid.
- Laat bereide levensmiddelen afkoelen, voor u ze invriest. Dat bespaart niet alleen energie, maar vermijdt ook overmatige rijpvorming in het vriesvak.
- Koolzuurhoudende dranken zijn niet geschikt om in te vriezen, omdat het koolzuur bij het invriezen ontsnapt. De geschikte verpakking Bij het invriezen is de verpakking belangrijk. Deze moet beschermen tegen oxidatie, tegen het binnendringen van microben, tegen de overdracht van geur- en smaakstoffen en uitdrogen (vriesbrand).
- Gebruik alleen verpakkingsmateriaal, dat resistent, lucht- en vloeistofondoorlatend, niet te stijf en te beschrijven is. Het moet worden aangemerkt als diepvriesverpakking. Het portioneren
- Zo mogelijk vlakke porties vormen, deze vriezen sneller tot in de kern door.
- Lucht uit de diepvrieszak strijken, want bevordert het uitdrogen en neemt plaats weg.
- Voor het afsluiten plastic clips, elastieken of plakband gebruiken.
- Vloeistofcontainer max. tot ¾ vullen, want bij het bevriezen zet vloeistof uit.
- Geen glazen of metalen containers met vloeistof opslaan. Deze containers kunnen barsten.
- Drank met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten invriezen.
- Diepvriesproducten naar soort, hoeveelheid, invries- en vervaldatum markeren. Gebruik indien mogelijk wisvaste viltstift of plaketiketten. Levensmiddelen invriezen
- Houdt u de maximale vriescapaciteit aan. U vindt de informatie „Vriescapaciteit in kg/24h“ in het informatieblad op pagina 109.
- Zodra de temperatuur in de vriesvak op −18 °C ligt, kunt u verse, kamerwarme levensmiddelen invriezen.
- De verse goederen mogen niet in contact komen met de reeds opgeslagen diepvriesproducten, omdat deze anders kunnen ontdooien. Als contact met de opgeslagen diepvriesproducten niet te vermijden is, adviseren wij, voor het invriezen van de verse goederen een koudereserve in het vriesgedeelte te creëren. Na het opslaan van de verse goederen stijgt de temperatuur in het vriesgedeelte kortstondig. Na nog eens 24 uur zijn de goederen tot in de kern bevroren. Diepvriesproducten opslaan Op de weg van fabrikant naar uw vriesvak mag de diepvriesketen niet worden onderbroken. De temperatuur van de diepvriesgoederen moet steeds ten minste - 18°C bedragen. Koop daarom geen goederen, die
in berijpte, sterk bevroren kisten liggen.
boven het voorgeschreven markeringspunt zijn gestapeld.
deels samengeklonterd zijn (vooral bij bessen en groente gemakkelijk vast te stellen).
sneeuw en sapsporen vertonen. Vervoer diepvriesproducten in speciale dozen van polystyreen of in diepvriestassen. Let op de op de verpakking aangegeven opslagvoorwaarden en bewaartijden.Pagina 97 Levensmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Levensmiddelen ontdooien Let op volgende basisregels, wanneer u levensmiddelen ontdooit:
Om levensmiddelen te ontdooien, neemt u ze uit het vriesgedeelte en laat ze bij voorkeur bij kamertemperatuur of in de koelkast ontdooien.
Om levensmiddelen snel te ontdooien, gebruikt u bijv. de ontdooifunctie van uw magnetron. Let daarbij op de gegevens van de producent en let erop, dat op deze manier zich bacteriën en kiemen kunnen vormen.
Bereid ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk.
Gooi de dooivloeistof weg.
Wanneer u slechts een deel van een verpakking wilt ontdooien, verwijdert u dit en sluit u de verpakking meteen weer. Daardoor voorkomt u „vriesbrand“ en vermindert de ijsvorming op de resterende levensmiddelen.
Ontdooi vlees, gevogelte en vis altijd in de koelkast. Let erop, dat het diepvriesgoed niet in de eigen dooivloeistof ligt. IJsblokjes maken
- Vul de meegeleverde ijsblokjeshouder voor ¾ met vers drinkwater en plaats hem horizontaal in het vriesgedeelte. De ijsblokjes komen het best los, wanneer u de ijsblokjeshouder verdraait of even onder stromend water houdt.Pagina 98 Verzorging en onderhoud Verzorging en onderhoud WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van spanningvoerende delen kan tot zware verwondingen of tot de dood leiden.
Voor het reinigen de stekker uittrekken of de zekering uitschakelen.
Bij het uittrekken van de stekker altijd de stekker zelf beetpakken, niet aan de kabel trekken. VOORZICHTIG Gevaren voor kinderen en personen met beperkt psychische, sensorische of geestelijke capaciteiten!
Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht zijn. AANWIJZING De oppervlakken en onderdelen van het apparaat worden door een ongeschikte behandeling beschadigd.
Nooit agressieve, soda-, zuur-, oplosmiddelhoudende- of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Deze tasten de kunststof oppervlakken aan. Aan te raden zijn allesreinigers met een neutralen pH-waarde.
Verzorgingsmiddel alleen voor de buitenoppervlakken gebruiken.
Deurafdichtingen en delen van het apparaat van kunststof zijn gevoelig voor olie en vet. Verontreinigingen zo snel mogelijk verwijderen.
Alleen zachte doeken gebruiken. Deurafdichtingen controleren en reinigen De deurafdichtingen moeten regelmatig worden gecontroleerd, zodat geen warme lucht in het apparaat binnendringt.
1. Klem ter controle op verschillende
plaatsen een dunne strook papier. Het papier moet zich op alle plaatsen even zwaar laten doortrekken.
2. Indien de afdichting niet overal
gelijkmatig aansluit: Verwarm de afdichting op de betreffende plaatsen voorzichtig met een haardroger en trek ze met de vingers iets uit.
3. Reinig vervuilde afdichtingen alleen
met helder water. Koelgedeelte ontdooien Dit is niet noodzakelijk, want het koelgedeelte van uw apparaat heeft een ontdooi-automaat. Rijp en ijs worden automatisch ontdooid en het dooiwater aan de achterzijde van het apparaat in een dooiwaterbak verzameld. Door de warmte van de motor verdampt het dooiwater. Koelgedeelte reinigen
1. Schakel het apparaat uit, door
5 seconden de knop Adjust (1) in te drukken.
2. Trek de stekker uit het stopcontact
resp. schakel de zekering uit.
3. Neem de koelproducten uit en
plaats ze in een koele ruimte.
4. Neem de fruit-/groentelade (9), de
deurvakken (6) en (8) en de glasplaten (13) en (10) uit en reinig alle delen in lauwwarm afwaswater. Droog daarna alles grondig af.Pagina 99 Verzorging en onderhoud
5. Veeg de binnenruimte met een licht
met afwaswater bevochtigde doek uit. Let erop, dat geen vloeistof in het bedieningselement en de koelkastverlichting binnendringt.
6. Voeg bij het navegen een paar
druppels azijn toe aan het water, om schimmelvorming te voorkomen. Veeg de binnenruimte droog en laat de deur nog enige tijd open om te ventileren. Vriesvak ontdooien en reinigen WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verbranding/explosie!
In geen geval ontdooisprays gebruiken. Ze kunnen explosieve gassen vormen.
7. Maak de opening van de
dooiwaterafvoer (11) schoon met behulp van het bijgevoegde reinigingsstaafje.
8. Plaats de vakken en de laden weer
9. Leg de levensmiddelen terug in het
schakel de zekering in.
11. Houd de knop Adjust (1) 5 seconden
lang ingedrukt. Het apparaat wordt ingeschakeld.
12. Stel de gewenste koeltemperatuur in.
Apparaat tijdig ontdooien, voor zich een ijs- en rijplaag van meer dan 5 mm vormt. Bij te sterke ijsvorming stijgt het stroomverbruik en de deur van het vriesvak sluit eventueel niet meer dicht af.
Voor het versnellen van de dooiprocedure geen andere middelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen. Bijv. geen elektrische verwarmingstoestellen, mes of apparaten met open vlam zoals bijv. kaarsen gebruiken. De warmte-isolatie en de binnencontainer zijn kras- en hittegevoelig en kunnen smelten. Bij het reinigen in acht nemen:
In geen geval agressieve, korrelige, soda-, - of op oplosmiddelhoudende of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. Wij adviseren allesreinigers met een neutralen pH-waarde. (11 )Pagina 100 Verzorging en onderhoud
De deurafdichting is gevoelig voor olie en vet – het rubber wordt daardoor poreus en broos.
De oppervlakken worden door ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd. Verzorgingsmiddel alleen voor de buitenoppervlakken gebruiken.
Alleen zachte doeken gebruiken. Ontdooi het apparaat indien mogelijk in de winter, als de buitentemperaturen laag zijn. Dan kunt u de levensmiddelen tijdens het ontdooien op het bal- kon o.i.d. bewaren. Als alternatief kunt u de diepvriesproducten dik in krantenpapier wikkelen en in een koele ruimte of een diepvriestas opslaan.
1. Creëer voor het ontdooien een
koudereserve, door in het vriesgedeelte de knop Mode (5) 3 uur op Super (3) te zetten.
2. Schakel na deze tijd het apparaat uit,
door 5 seconden de knop Adjust (1) in te drukken.
3. Trek de stekker uit het stopcontact
resp. schakel de zekering uit.
4. Neem de levensmiddelen uit de
koelkast en de diepvriesproducten uit het vriesvak.
5. Zorg ervoor, dat uw levensmiddelen
voldoende gekoeld blijven.
6. Plaats een kom met heet, niet kokend
water in het vriesgedeelte. Het ontdooien wordt daardoor versneld.
7. Laat de deur tijdens het ontdooien
geopend en leg een dweil voor het apparaat, om het uitlopende dooiwater op te vangen. De ontdooitijd hangt af van de dikte van de ijslaag. De ervaring leert dat na ca. 1 uur met het reinigen van het apparaat kan worden begonnen.
8. Veeg de binnenruimte uit met warm
water en afwasmiddel. Voeg bij het navegen een paar druppels azijn toe aan het water, om schimmelvorming te voorkomen.
9. Reinig de deurafdichtingen alleen met
schoon water, deze is gevoelig voor olie en vet.
10. Wrijf alles, inclusief de deurafdichting,
grondig droog en ventileer even door.
11. Leg de levensmiddelen terug in het
koelgedeelte resp. in het vriesvak.
lang ingedrukt. Het apparaat wordt ingeschakeld.
14. Stel de gewenste koeltemperatuur in
(zie „Temperatuur instellen“ op pagina 11).
15. Zodra in het vriesvak een temperatuur
van −18 °C is bereikt, draait u de temperatuurregelaar weer in de gewoonlijke positie.
)Pagina 101 Inbedrijfstelling Inbedrijfstelling Vervoeren en uitpakken WAARSCHUWING Verstikkingsgevaar! Kinderen niet met de verpakkingsfolie laten spelen. Ze kunnen zich daarin verstrikt raken of stikken.
Voorkom dat kinderen kleine onderdelen van het apparaat verwijderen of uit de accessoirezak nemen en in de mond steken. VOORZICHTIG Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen.
Het apparaat is zwaar en onhandelbaar. Bij transport en inbouw de hulp van een andere persoon vragen.
Sokkel, laden, deuren enz. niet als treeplank of ondersteuning gebruiken. AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Ondeskundige omgang met het apparaat kan tot beschadigingen leiden.
De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.
Na het transport de koelkast 2 uur rechtop laten staan.
Voor het uitpakken geen scherpe of puntige voorwerpen gebruiken.
- Vervoer het apparaat met behulp van een steekwagen of een tweede persoon.
- Pak het apparaat uit en verwijder voorzichtig alle verpakkingsdelen, kunststofprofielen, plakstrips, beschermingsfolie en schuimpolsters binnen, buiten en op de achterkant van het apparaat. Geschikte opstellingsplaats kiezen VOORZICHTIG Gevaren door koelmiddel!
Het koelcircuit niet beschadigen, bijv. door doorboren van de koelkanalen van de verdamper met scherpe voorwerpen, knikken van buisleidingen enz.
Uitspattend koelmiddel is brandbaar en kan leiden tot oogschade. Spoel in dit geval de ogen onder helder water en consulteer onmiddellijk een arts. AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan komen tot een temperatuurstijging in het interieur.
Zorg ervoor, dat de voorziene omgevingstemperatuur wordt aangehouden (zie „Klimaatklasse“ op pagina 109). Om te voorkomen dat in het geval van een lekkage van het koelmiddelcircuit een ontbrandbaar gas- lucht-mengsel kan ontstaan, moet de opstellingsruimte conform norm EN 378 een minimale afmeting hebben van 1 m³ per 8 g koelmiddel. Voor dit apparaat resulteert daaruit een minimale grootte van de ruimte van 3,5 m³.Pagina 102 Inbedrijfstelling
Goed geschikt zijn locaties, die droog, goed geventileerd en zo mogelijk koel zijn.
Ongunstig zijn locaties met direct zonlicht of direct naast een oven, kookplaat of radiator. Deuraanslag wisselen U kunt indien nodig de deuraanslag van uw koelkast wisselen. Dit werk vereist enige handvaardigheid. Lees de volgende werkstappen volledig door, voor u met de werkzaamheden begint. U hebt de volgende gereedschappen nodig:
Kruiskopschroevendraaier PH2
Moersleutel 8 mm Deuraanslag van de koelkastdeur wisselen
1. Verzeker, dat het apparaat niet op het
stroomnet is aangesloten.
5. Schroef de scharnierpen van het
scharnier. Draai het scharnier 180°. Plaats de scharnierpen weer in het scharnier.
6. Til de deur op, trek hem daarbij uit de
onderste scharnierpen en zet hem opzij.
3. Schroef de metalen strip van de koelkast
af. Gebruik hiervoor een kruiskopschroevendraaier.
7. Steek de onderste scharnierpen op
de tegenoverliggende zijde in en plaats de deur weer.
4. Draai de schroeven van het bovenste
scharnier los met behulp van een 8 mm steeksleutel en verwijder het scharnier.
9. Schroef de schroef (15) met een
kruiskopschroevendraaier uit en op de tegenoverliggende zijde weer in. (15)Pagina 103 Inbedrijfstelling
10. Zet het bovenste scharnier op de zijde
van de deuraanslag in en schroef dit vast.
11. Schroef de metalen strip weer aan de
aansluit (zie „Deurafdichtingen controleren en reinigen“ op pagina 98). Deuraanslag van de deur van het vriesvak wisselen
Verwijder aan de deursluiting de afdekkingen boven de schroeven (17) en schroef beide schroeven uit.
5. Draai de deursluiting 180° en bevestig
hem op de tegenoverliggende zijde. Gebruik hiervoor de schroeven (17).
1. Schroef de scharnierschroef (16) onder
het vriesvak (14) uit. Gebruik hiervoor een kruiskopschroevendraaier.
2. Open de deur van het vriesvak en
neem de deur en het scharnier uit.
3. Trek het scharnier van de deurpen af.
7. Om de deur van het vriesvak op de
nieuwe zijde in te zetten, draait u hem 180°.
8. Steek de deur met de bovenste
deurpen in de opening boven aan het vriesvak.
9. Steek het scharnier op de onderste
deurpen en schroef het met de scharnierschroef (16) aan de koelkast vast. (17)
(16) (14) (16)Pagina 104 Inbedrijfstelling Installatie Delen voor de inbouw (18) 2× glijder voor de bevestiging aan de apparaatdeur (22) 2× schroef lang (23) 13× schroef kort Inbouwkast en ventilatie De inbouwkast moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Inbouwmaten
Afdekking voor glijders (18) (24) 1× afdichtprofiel (20)
Sleeprail voor bevestiging aan de meubeldeur (21)
Afdekking voor sleeprail (20)Pagina 105 Inbedrijfstelling Apparaat inbouwen Controleer voor de inbouw, of de deuraanslag zich aan de correcte kant bevindt. Wissel de deuraanslag indien nodig (zie „Deuraanslag wisselen“ op pagina 102). U hebt voor de inbouw een kruiskopschroevendraaier PH2 nodig.
1. Schakel de zekering voor het voorziene
stopcontact (220-240 V~ / 50 Hz) uit. Steek dan de stekker in het stopcontact.
4. Schuif de sleeprails (20) in de glijders
(18). Sluit en open de meubeldeur, om te controleren, of deze volledig en gemakkelijk kan worden gesloten. Corrigeer indien nodig de positie van de koelkast.
5. Open de apparaat- en de meubeldeur
tegelijkertijd. Markeer daarbij de optimale posities van de sleeprails op de binnenzijden van de meubeldeur.
6. Haal de sleeprails weer uit de glijders.
7. Schroef de sleeprails met behulp van
steeds 2 korte schroeven (23) op de gemarkeerde posities aan de binnenzijden van de meubeldeur vast.
2. Schuif de koelkast langzaam en
voorzichtig in de inbouwkast. Let erop, dat de te openen zijde zich zo dicht mogelijk bij de kastwand bevindt.
3. In de buitenkanten van de
apparaatdeur zijn gaten voor bevestiging van de glijders (18) voorgeboord. Schroef de glijders met behulp van de korte schroeven (23) aan de te openen zijde vast.
9. Schroef de glijders weer los en schuif
ze op de gemonteerde sleeprails.
10. Schroef de glijders weer aan de
(21 )Pagina 106 Inbedrijfstelling
12. Controleer, of de deuren zich
gemakkelijk laten openen en sluiten en of de apparaatdeur dicht afsluit. Stel indien nodig de stand van de koelkast en de positie van de glijders en sleeprails af.
14. Druk bij geopende deur het
afdichtprofiel in de spleet tussen de koelkast en de inbouwkast. De inbouw is daarmee afgesloten. Basisreiniging Om de geur te verwijderen, die alle nieuwe apparaten hebben, reinigt u het apparaat, voor u het gebruikt (zie „Koelgedeelte reinigen“ en zie „Vriesvak ontdooien en reinigen" op pagina 99). Alles wat belangrijk is voor de bediening vindt u vanaf pagina 91.
13. Wanneer de deuren zich probleemloos
laten openen en sluiten, schroeft u de koelkast vast aan het inbouwmeubel. Gebruik daarvoor boven 3 korte schroeven (23) en onder de beide lange schroeven (22). (18
(24 )Pagina 107 Foutopsporingstabel Foutopsporingstabel Bij alle elektrische apparaten kunnen storingen optreden. Daarbij hoeft er geen sprake te zijn van een defect aan het apparaat. Controleer daarom aan de hand van de tabel, of u de storing kunt verhelpen. WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken bij ondeskundige reparaties! Nooit proberen, het defecte – of vermoedelijk defecte – apparaat zelf te repareren. U kunt uzelf en latere gebruikers in gevaar brengen. Alleen geautoriseerde vakkrachten mogen deze reparaties uitvoeren. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossingen, tips, toelichtingen Compressor uit, binnenverlichting uit. Apparaat is uitgeschakeld. Knop Adjust (1) 5 seconden lang indrukken. Stopcontact zonder stroom. Stopcontact met een ander apparaat controleren. Stekker zit los. Goed vastzitten van de stekker controleren. Compressor uit, binnenverlichting aan. Gewenste temperatuur is bereikt. Verder koelen niet noodzakelijk. Als de binnentemperatuur stijgt, schakelt de compressor zich automatisch in. Apparaat koelt te sterk. Temperatuurregelaar te hoog ingesteld. Lagere instelling kiezen (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 92). Apparaat koelt niet voldoende. Temperatuurregelaar te laag ingesteld. Hogere instelling kiezen (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 92). Deur niet goed gesloten of deurafdichting ligt niet helemaal aan. Zie „Deurafdichtingen controleren en reinigen“ op pagina 98. Apparaat staat in de buurt van een warmtebron. Isolatieplaat tussen de apparaten zetten of locatie wisselen. Gerechten warm opgeslagen. Alleen afgekoelde gerechten opslaan. Te veel goederen ingevroren. Maximaal 2 kg tegelijk invriezen. Omgevingstemperatuur te laag of te hoog. Omgevingstemperatuur aan klimaatklasse aanpassen (zie „Gegevensblad“ op pagina 109). Compressor lijkt defect. Apparaat op maximale koeling zetten (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 92). Schakelt de compressor niet binnen één uur in, informeert u onze service (zie pagina 245). Apparaat genereert geluiden. Bedrijfsgeluiden zijn functiegerelateerd en duiden niet op storingen. Ruis: Koelaggregaat loopt. Stromingsgeluiden: Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikken: Compressor schakelt een. Storende geluiden. Inbouw controleren en indien nodig bijstellen. Onder in het koelgedeelte heeft zich water verzameld. Dooiwaterafvoer (11) is verstopt. Verstopping van de dooiwaterafvoer met behulp van het meegeleverde reinigingsstaafje verhelpen.Pagina 108 Milieubescherming Milieubescherming Apparaat afvoeren Oude apparaten mogen niet met huishoudelijk afval worden weggegooid! Als het apparaat niet meer wordt gebruikt, is iedere gebruiker wettelijk verplicht, oude apparaten gescheiden van het huishoudelijk afval af te voeren en bijv. bij een inzamelpunt van zijn gemeente/ zijn staddeel af te geven. Oude elektrische apparaten worden daar kosteloos aangenomen. Daarmee wordt verzekerd, dat oude apparaten op de juiste manier worden gerecycled en dat negatieve effecten op het milieu worden vermeden. Daarom zijn elektrische apparaten gemarkeerd met het hier afgebeelde symbool. Verdere informatie over dit thema vindt u ook op de service-pagina's van onze actuele catalogus en op onze internetsite onder de rubriek „Service“. Onze bijdrage ter bescherming van de ozonlaag In dit apparaat werden 100 % CFK- en HKF-vrije koel- en schuimmiddelen gebruikt. Daardoor wordt de ozonlaag beschermd en het broeikaseffect gereduceerd. Onze verpakkingen worden van milieuvriendelijke, herbruikbare materialen vervaardigd:
Buitenverpakking van karton
Foliën en zakken van polyethyleen (PE)
Ook energie besparen beschermt tegen overmatige opwarming van onze aarde. Uw nieuwe apparaat verbruikt met zijn milieuvriendelijke isolatie en zijn techniek weinig energie. Sticker „OK” (niet bij alle modellen) Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft. Aanwijzing Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt. Correcte instellingGegevensblad Gegevensblad voor elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten evenals combinatieapparaten conform verordening (EU) nr. 1060/2010, 643/2009.
1) Beoordeling van A+++ (= laag verbruik) tot D
1060/2010 en verordening (EU) nr. 643/2009. De toegepaste meet- en berekeningsmethoden voldoen aan de norm EN 62552.
3) Klimaatklasse betekent, dat het apparaat is
bestemd voor gebruik bij de genoemde omgevingstemperatuur. Is bij de specificaties voor de klimaatklasse een combinatie aangegeven, betekent dit bij een apparaat, waarbij bijv. de combinatie SN-ST is aangegeven, dat het geschikt is voor temperaturen van + 10 °C tot + 38 °C. Daalt de temperatuur in de ruimte daar wezenlijk onder, schakelt het apparaat niet zo vaak in. Dit betekent, dat een ongewenste temperatuurstijging kan ontstaan. Wanneer het apparaat in een warme ruimte staat, moet het vaker inschakelen, om de lage temperaturen in het apparaat te kunnen handhaven. Daarom moet u letten op het aanhouden van de omgevingstemperatuur. Omgevingstemperatuur per klimaatklasse SN: +10 °C tot +32 °C N: +16 °C tot +32 °C ST: +16 °C tot +38 °C T: +16 °C tot +43 °C De genoemde gegevens hebben betrekking op in de teststandaard precies vastgelegde omgevingsomstandigheden. Daarom kan het voorkomen, dat de waarden in het eigen huishouden afwijken van de genoemde gegevens. Merk Blaupunkt Apparaataanduiding Inbouwkoelkast met vriesvak/zonder vriesvak Model / artikelnummer 5CG24010 5CK24010 Categorie van de koelkast 2) Koel-vriesapparaat koelkast Energieklasse 1), 2)
Jaarlijks energieverbruik 2) 212 kWh/jaar 128 kWh/jaar Totale nuttige inhoud 2) Sterklasse koelbereik (vorstvrij)2) 15 L / 171 L 201 L Bewaartijd bij storing 2) 12 uur Vriescapaciteit 2) 2 kg / 24 uur Klimaatklassen 3) / grenswaarden van de omgevingstemperaturen, waarvoor de inbouwkoelkast met vriesvak is ontworpen N, ST / +16 °C tot +38 °C N, ST / +16 °C tot +38 °C Luchtgeluidemissie 2) 42 dB(A) re 1pW Inbouwapparaat
Notice-Facile