Amadea 116 - Koekenpan QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Amadea 116 QLIMA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koekenpan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Amadea 116 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Amadea 116 van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING Amadea 116 QLIMA
11. Buig en knik de kabel niet.
1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
KERNCOMPONENTEN Kacheldeur Aanzuigbuis verbrandingslucht Rookafzuiger Regelpaneel Brandstoftrechter / Pellettrechter Aansluiting extra verwarmingskanaal Aan/uitschakelaar Schoorsteen aansluiting
Geachte mevrouw/mijnheer, Gefeliciteerd met de door u aangeschafte kachel. Dit is een hoogwaardig product waarvan u bij juist, verantwoordelijk gebruik vele jaren comfort en plezier zult beleven. Om een maximale levensduur en veilig gebruik van dit verwarmingsproduct zeker te stellen, dient u eerst deze handleiding zorgvuldig te lezen. Berg hem daarna op, zodat u hem later nog eens kunt raadplegen. Namens de fabrikant bieden wij u 24 maanden garantie op materiaal- en produc- tiefouten. Geniet van uw pelletkachel! Met vriendelijke groet, PVG Holding b.v. Afdeling klantenservice.
1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.76
3.1 Werkzaamheden voor en tijdens de eerste opstart
4. NORMAAL GEBRUIK VAN DE KACHEL
4.1 Het inschakelen van de kachel
4.4 Het ingestelde verwarmingsvermogen wijzigen
4.5 Omgevingstemperatuur bereikt ingestelde temperatuur (temperatuurinstelling)
4.6 De ingestelde kamertemperatuur wijzigen
4.7 Uitzetten van de kachel
4.10 WiFi aansluiting
4.11 Verwarmen andere ruimte met extra kanaal
4.12 Hermetisch gesloten kachel
5.2 Vullen van de pellettrechter
6.1 Door de (eind-)gebruiker uit te voeren onderhoud
6.2 De buitenkant van de kachel schoonmaken
6.3 De ruit schoonmaken
6.4 De branderpot met aslade reinigen
6.5 Reinigen van de warmtewisselaar
6.6 De vuurhaard reinigen
6.7 De dichting van de vuurdeur controleren
6.8 De pellettrechter en worm reinigen
6.9 Reinigen van de pellet toevoerbuis.
6.10 Door een geautoriseerd technicus uit te voeren onderhoud
8.1 Resetten van een storing
Alle afbeeldingen waarnaar in deze handleiding verwezen wordt, bevinden zich achterin de handleiding
1. VEILIGHEIDSAANWIJZIGINGEN:
LET OP! Alle afbeeldingen in deze handleiding en op de verpakking zijn alleen bedoeld als toelichting en indicatie en kunnen enigszins afwijken van het apparaat dat u heeft gekocht. Alleen de werkelijke vorm is belangrijk. Het niet opvolgen van de in deze handleiding gegeven eisen zou kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en leidt ertoe dat de garantie vervalt. Installeer dit apparaat alleen als het voldoet aan de plaatselijke/landelijke wetgeving, ver- ordeningen en normen. Deze kachel is bedoeld voor het verwarmen van ruimten in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen in normale huishoudelijke situaties. Installeer de kachel niet in slaap- of badkamers. De correcte installatie van deze kachel is uiterst belangrijk voor het juist functioneren van het product en voor uw persoonlijke veiligheid. Daarom gelden de volgende aanwijzingen:
- Deze kachel moet worden geïnstalleerd door een geautoriseerde verwarmings- of installatiemonteur, anders is de garantie niet van kracht. Als de in deze handlei- ding verstrekte gebruiksaanwijzingen af- wijken van de plaatselijke en/of regionale wetgeving, moet de strengste voorwaarde worden toegepast. De fabrikant en distri- buteur wijzen uitdrukkelijk alle verant-
woordelijkheid van de hand in geval de installatie niet voldoet aan de lokale wet- en regelgeving en/of in geval van onjuiste beluchting en ventilatie en/of een foutief gebruik.
- De kachel mag alleen worden geïnstal- leerd in een vertrek waarvan de locatie, de bouwconstructie en het gebruik het veilige gebruik van de kachel niet belemmeren. Neem bij problemen met uw kachel of als u deze handleiding moeilijk kunt lezen of niet (helemaal) begrijpt altijd direct contact op met uw dealer of installateur.
- Voor het verbranden van pellets is zuur- stof, en dus lucht, vereist. Zorg ervoor dat de leiding voor de verbrandingslucht te allen tijde verse lucht van buiten aan kan zuigen.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af en controleer regelmatig of de luchtinlaat vrij is van vervuiling.
- Vervoer de kachel met de juiste appara- tuur. Als niet de juiste apparatuur wordt gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk let- sel en/of schade aan de kachel.
- Plaats geen brandbare voorwerpen en/of materialen binnen 200 mm van de zijkan- ten en 100 mm van de achterzijde van de kachel of binnen 800 mm van de voorkant van de kachel.
- De kachel is ontworpen voor vrijstaande installatie en is niet geschikt voor inbouw. houd tussen onbrandbare muren en zij-/
achterkanten van de kachel een vrije af- stand van 100 mm.
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de bui- tenkant erg heet worden. Laat NOOIT kin- deren zonder toezicht bij de kachel achter. Houd toezicht op kinderen om te voorko- men dat ze met de kachel spelen.
- Deze kachel is niet bestemd voor gebruik door personen (waaronder begrepen kin- deren) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of met onvol- doende ervaring en kennis, tenzij zij on- der toezicht staan van of aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van het apparaat hebben gekregen van een per- soon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Laat de hierboven genoemde personen ook nooit zonder toezicht bij de verpakking. Er bestaat verstikkingsgevaar door het verpakkingsmateriaal.
- Kinderen jonger dan 3 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehou- den, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Kinderen van 3 jaar en jonger dan 8 jaar zullen het toestel enkel aan/uit schakelen wanneer het geplaatst of geïnstalleerd is in een normale positie, voor normaal ge- bruik, en wanneer ze onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen over het veilig gebruik van het toestel en de mogelijke gevaren begrijpen.
- Kinderen van 3 jaar en jonger dan 8 jaar zullen het toestel niet aansluiten, regelen en reinigen of onderhoud uitvoeren.
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de buiten- kant erg heet worden. Gebruik geschikte,
hittebestendige persoonlijke beschermin- gen zoals hittebestendige handschoenen bij het bedienen van de kachel.
- Gebruik tijdens het installeren en bij het onderhoud van de kachel altijd de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals veiligheidsbril, handschoenen enz.
- Wees voorzichtig wanneer u de ka- cheltrechter (bij)vult met pellets wanneer de kachel (nog) heet is. Zorg ervoor dat de zak met pellets geen vuur kan vatten.
- Pas op met brandbare kleding; deze kan in brand vliegen als u te dicht bij het vuur in de kachel komt.
- Werk niet met brandbare oplosmiddelen in dezelfde ruimte waar de kachel brandt. Voorkom risico’s; verwijder brandbare op- losmiddelen en andere brandbare materi- alen uit het vertrek.
- De kachel is zwaar; laat de sterkte van de vloer door een geautoriseerd expert con- troleren.
- Gebruik enkel droge houten pellets van een goede kwaliteit zonder resten van lijm, hars of additieven. Diameter 6 mm. maximum lengte 30 mm.
- Gebruik geen andere brandstof dan de ver- melde houten pellets. Andere brandstof- fen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solventen, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, -petroleum, - benzine, -afvalma- teriaal of vuilnis, enz. zijn verboden.
- Slecht, nat, geïmpregneerd of geverfde brandstof leidt tot de vorming van con- dens en/of roet in de schoorsteen of in de kachel. Dit leidt tot verminderde prestaties
en mogelijk gevaarlijke situaties.
- Laat de schoorsteen regelmatig schoonma- ken en vegen volgens de lokale wet- en re- gelgeving en/of zoals voorgeschreven door uw verzekering. Bij ontbreken van lokale wet- en regelgeving en/of een voorschrift van de verzekering: laat tenminste twee- maal per jaar (de eerste keer aan het begin van het stookseizoen) uw totale kachelsys- teem -inclusief schoorsteen- door een ge- autoriseerd specialist nakijken en onder- houden. Bij intensief gebruik van de kachel moet het hele systeem, inclusief schoor- steen, vaker worden schoongemaakt.
- Gebruik de kachel niet als barbecue. Sluit slechts één kachel aan per rookkanaal. Het aansluiten van meerdere kachels op hetzelfde rookkanaal kan leiden tot gevaarlijke situaties. Voor deze kachel is ook een elektrische voe- ding nodig. Lees de onderstaande waarschu- wingen en opmerkingen goed door:
- Gebruik geen beschadigde voedingskabel.
- Een beschadigde stroomkabel mag alleen worden vervangen door de leverancier of door een bevoegde persoon of een be- voegd servicepunt.
- Klem de kabel niet vast en buig hem niet.
- Zorg ervoor dat de voedingskabel geen hete delen van de kachel raakt.
- Sluit het apparaat NOOIT met behulp van een verlengkabel aan. Als er geen geschikt, geaard stopcontact beschikbaar is, dient u er een te laten installeren door een erken- de elektricien.
- Controleer de netspanning. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor geaarde stopcon- tacten - Aansluitspanning 230 Volt/ ~50 Hz. Het apparaat MOET altijd een geaarde aansluiting hebben. Als de voeding niet geaard is, mag u het apparaat absoluut NIET aansluiten.
- De stekker moet altijd gemakkelijk bereik- baar zijn als het apparaat is aangesloten.
- Plaats het apparaat niet direct onder een wandcontactdoos. Controleer alvorens het apparaat aan te slui- ten of:
- De aansluitspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje.
- Het stopcontact en de voeding geschikt zijn voor het apparaat.
- De stekker aan de kabel in het stopcontact past. Laat de gehele installatie van de kachel, de lucht aanvoer en de rookgas afvoer, inclusief de schoorsteen en inclusief de elektrische installatie óf uitvoeren door een erkende, geautoriseerde expert óf -alvorens de kachel op te starten- controleren en accorderen door een erkende, geautoriseerde expert. Indien dit niet gebeurd dan bestaat er mogelijk brandgevaar en kan ook de garantie komen te vervallen. Tevens bestaat de kans dat de installatie niet conform vereiste overheids- of verzekeringsvoorwaarden is.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Laat het apparaat nooit in contact komen met water. Sproei nooit water over het ap- paraat en dompel het niet in water onder, anders kan er kortsluiting ontstaan.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat schoonma- ken of voordat u het apparaat of een on- derdeel van het apparaat gaat vervangen.
- Trek altijd de stekker uit het stopcontact al- vorens onderhoud te plegen aan de kachel.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact als het apparaat niet in gebruik is.
- Wijzigingen aanbrengen aan het apparaat is niet toegestaan. Hierdoor kunnen le- vensgevaarlijke situaties ontstaan. Tevens vervalt hierdoor de garantie.
- Berg de installatie- en de gebruikshandlei- ding goed op.
- Handel in noodgevallen altijd volgens de aanwijzingen van de brandweer.
1. Schakel de kachel direct uit door de stekker uit het stopcontact te nemen.
2. Doof het vuur in de kachel met een CO
blusser, zand, soda of zout om rook- vorming in de ruimte te minimaliseren. Gebruik nooit water om de brand te blussen.
3. In geval van een schoorsteenbrand: Sluit de smoorklep (raadpleeg de plaat-
selijke / nationale regels, voorschriften, verordeningen en normen of een smoorklep is toegestaan) of dicht de schoorsteen met een natte doek. LET OP: de schoorsteen kan zeer heet zijn. Draag bij het afdichten altijd hittebestendige handschoenen.
4. Waarschuw direct de brandweer.
5. Ventileer de ruimte door het openen van alle ramen en deuren in verband
met mogelijke vorming van koolmonoxide.
De eerste ingebruikname moet worden uitgevoerd door een erkend service techni- cus. Niet gebruik maken van een Qlima erkende technicus kan betekenen dat niet wordt voldaan aan lokale wetgeving (= illegaal). De kachel moet bij de eerste inge- bruikname worden ingeregeld zodat een juiste lucht/brandstof-verhouding op elk van de vijf verbrandingsniveaus wordt verkregen. De juiste verhouding is sterk af- hankelijk van het gemonteerde rookkanaal en kan enkel ingeregeld worden na het installeren van de kachel. Een verkeerde lucht/brandstof-verhouding kan ernstige schade aan de kachel veroorzaken. Tevens zal het brandstofverbruik toenemen.
Wijzig nooit zelf de service-parameters in het servicemenu. Dit kan ernstige schade aan de kachel veroorzaken, waardoor de garantie komt te vervallen. Het inregelen van de kachel mag uitsluitend door een erkend service technicus uitgevoerd worden.
Na nieuwbouw of een verbouwing: laat het gebouw goed drogen alvorens de kachel de eerste keer te gebruiken. Het is bekend dat muren, plafonds en/of vloeren veel tijd nodig hebben om helemaal te drogen. Roet, asdeeltjes etc. kunnen zich gemakkelijk aan niet helemaal gedroogde muren hechten.
1. Controleer of de kachel is geïnstalleerd conform de installatiehandleiding.
2. Verwijder alle elementen, zoals handleiding, kachelgereedschap etc. van en
uit de kachel voordat deze in gebruik genomen wordt.
3. Vul de pellettrechter met pellets. Zie hoofdstuk 5 “De pellettrechter vullen
met pellets” van deze gebruikshandleiding voor uitleg met betrekking tot de te gebruiken pellets en hoe de pellettrechter gevuld moet worden.
4. Steek de stekker in een geaard stopcontact en schakel de stroomschakelaar
in. Deze bevindt zich aan de achterzijde van de kachel. Controleer hoofdstuk 9 “Elektrische aansluiting” van de installatie- handleiding voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt.
5. Lees hoofdstuk 4 “Normaal gebruik van de kachel” door voor meer infor-
matie over de bediening van de afstandsbediening (indien meegeleverd) en het verloop van de opstartprocedure.
6. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte. De kachel is gemaakt van hoog-
waardig staal met een beschermende coating. Tijdens de eerste stookbeur- ten hardt de coating verder en zet het staal zich. Dit proces kost de nodige tijd. Tijdens de eerste werking is het normaal dat er zich een onaangename geur en rook vormt afkomstig van de verflaag van de kachel.
7. Laat de kachel nooit draaien als de branddeur open is. Houd de deur altijd
gesloten tijdens de werking van de kachel en zorg ervoor dat de deurver- grendeling goed gesloten is.
Om blijvende schade aan de kachel te voorkomen, moet dit instoken geleidelijk en op een laag vuur gebeuren. Houd dit vuur laag gedurende de eerste vier tot vijf uur; daarna kan het stookvermogen geleidelijk verhoogd worden. Laat de kachel tenminste nog drie tot vier uur constant branden.
9. Controleer dat er geen rookgassen afkomstig van het verbrandingsproces in
de ruimte komen. Schakel de kachel onmiddellijk uit indien dit wel het geval is en herstel de lekkage.
10. Controleer of de ruimteventilator in bedrijf komt door te voelen of er lucht
uit het uitblaasrooster komt aan de voorzijde van de kachel. Deze ventilator start pas op als de kachel voldoende warm is (na circa 15-20 minuten nadat de kachel brandt). Indien de ruimteventilator niet gaat draaien, schakel de kachel uit om schade aan de kachel te voorkomen. Herstel het probleem voordat de kachel opnieuw opgestart wordt. Deze kachel is voorzien van een ventilator die de lucht in het vertrek laat circuleren. Wanneer de ventilator ingeschakeld wordt, wordt lucht langs de inwendige hete oppervlakken van de kachel gevoerd, opgewarmd en als warme lucht weer aan het vertrek afgegeven. Laat de kachel nooit branden als de ruimteventilator niet draait.
11. Controleer of de kachel op elk van de vijf verbrandingsstanden de juiste lucht/
brandstof-verhouding heeft door het vlambeeld op elk van de vijf verbran- dingsstanden te controleren. Zie hiervoor afbeelding 1. Regel de lucht/brand- stof-verhouding indien nodig bij. Inregelen van de lucht/brandstof-verhou- ding mag alleen worden uitgevoerd door een service technicus.
12. Controleer de schoorsteentrek met een verschildrukmeter. Regel - indien
geïnstalleerd - de smoorklep van de schoorsteen in. Na het inregelen van de smoorklep mag de stand van de smoorklep alleen gewijzigd worden bij calamiteiten, zoals bijvoorbeeld een schoorsteenbrand.
13. Controleer of op elk van de vijf verbrandingsstanden de rookgastempera-
tuur onder de 220ºC blijft. Indien de rookgastemperatuur op één van de vijf verbrandingsstanden hoger wordt dan 220ºC, moet de kachel op de desbe- treffende stand opnieuw worden ingeregeld door het verlagen van de pel- lettoevoer in combinatie met de omtreksnelheid van de rookgasventilator en / of het verhogen van de omtreksnelheid van de ruimteventilator. Het laten uitvoeren van een inbedrijfstelling van de kachel door een erkend technicus heeft de volgende voordelen:
- Er zal minder roetvorming optreden, waardoor de schoorsteen en de kachel minder snel vervuilen.
- De kachel zal minder brandstof verbruiken.
- Het rendement van de kachel zal optimaal zijn.
- Onderdelen in de kachel zullen minder zwaar belast worden, waardoor de kachel een langere levensduur zal hebben.
- Het aantal service- en onderhoudsuren aan de kachel zal afnemen.
14. Na het inregelen is de kachel gereed voor gebruik.
Voor iedere opstart moet de aslade en de branderpot worden gereinigd. Zie hiervoor hoofdstuk 6.4. Tevens moet de kacheldeur gesloten zijn. De kachel mag niet gebruikt worden indien er gebruik gemaakt wordt van een luchtafzuigsysteem, hete lucht verwarming of andere apparaten welke invloed hebben op de luchtdruk in de ruimte. Deze apparatuur dient te worden uitgeschakeld bij gebruik van de pelletkachel. BEDRIJFSMODUS Hiermee wordt de normale werking beschreven van de regelaar die normaal ge- sproken in een luchtkachel wordt geïnstalleerd wat betreft de gebruikersfuncties. Vóór het inschakelen van de kachel ziet het scherm eruit zoals in afbeelding2a. Led temperatuurregeling Led vermogensregeling Led timer Led ON/OFF Knop P1 verlagen/menu/temperatuurinstelling Knop P2 verhogen/menu/vermogensinstelling Led alarm Knop P3 ON/OFF/set/bevestig
4.1 HET INSCHAKELEN VAN DE KACHEL
Schakel de kachel aan door de ON/OFF-toets circa 3 seconden in te drukken. Deze fase begint met de ontsteking van het verwarmingselement en het continue au- tomatische laden van de pellets. Op het display verschijnen achtereenvolgens de woorden “ACCENDE”, “CARICA PELLET” en “ATTESA FIAMMA”. De rookafzuig- ventilator is geactiveerd. Wanneer de verbranding begint en de temperatuur van de rook de minimumdrempel van 45° bereikt, schakelt het verwarmingselement uit. Indien correct afgesteld en goede pellets gebruikt worden dan ontsteekt de kachel binnen 7-8 minuten. De kachel gaat nu over in de fase “stabilisatie van de vlam”. De ontstekingsfase kan maximaal 15 minuten duren. Als de pellets tijdens deze fase niet ontbranden, geeft het display het alarm “MANCATA ACCENSIONE” weer. Als dit probleem zich vaker voordoet, neem dan contact op met de technicus.
De schroefinvoer laadt de pellets met een vooraf ingestelde snelheid. Wanneer de rookgas temperatuur de door de fabriek vooraf ingestelde temperatuur van van 45°C overschrijdt dan gaat de kachel over naar de volgende fase. Het verbrandings- proces verloopt volgens de door de fabrikant vastgestelde parameters totdat be- paalde voorwaarden zijn bereikt die de kachel in staat stellen over te gaan naar de “WERK”-fase.
4.3 KACHEL IN WERKING
In de “WERK”-fase kan de gebruiker de gewenste kamertemperatuur en het maxi- male werkingsvermogen van de kachel instellen. Het woord “LAVORO” verschijnt
op het display. De kachel is ingesteld om met een externe thermostaat samen te werken. Afhan- kelijk van de instelling de externe thermostaat, kamerthermostaat en gedetecteerde omgevingstempera- tuur, kunnen er verschillende bedrijfsmodi van de kachel zijn:
- T Amb - Kamertemperatuur gedetecteerd door de sensor op de kachel
- T Set Amb - Kamertemperatuur ingesteld in de externe thermostaat
- T Set Temp - Kamertemperatuur ingesteld in SET ROOM TEMP Externe thermostaat gesloten (Tamb < T Set Term): De melding “LAVORO” verschijnt op het display en de kachel werkt op het inge- stelde vermogen tot wanneer de thermostaat opengaat. Externe thermostaat open (TAmb > T Set Term): De kachel werkt op het ingestelde vermogen totdat de temperatuur T Set Temp is bereikt waarna het de fase “MODULATIE” ingaat.
4.4 HET INGESTELDE VERWARMINGSVERMOGEN WIJZIGEN
Tijdens de normale werking van de kachel (Lavoro) is het mogelijk om het verwar- mingsvermogen te wijzigen door op knop P2 te drukken. (Led vermogen instellen aan). Om het verwarmingsvermogen te verhogen drukt u opnieuw op P2, en om het te verlagen drukt u op P1. Het ingestelde vermogen wordt weergegeven op het scherm. Wacht 5 seconden zonder handelingen uit te voeren op het toetsenbord of druk op P3 om de instellingen te verlaten.
4.5 OMGEVINGSTEMPERATUUR BEREIKT INGESTELDE TEMPERATUUR
(TEMPERATUURINSTELLING) Wanneer de kamertemperatuur de ingestelde waarde bereikt heeft, wordt het verwarmingsvermogen van de kachel automatisch tot het minimum gereduceerd. Onder deze omstandigheden verschijnt op het scherm de melding “Modula”. Als de kamertemperatuur onder de ingestelde temperatuur zakt (temperatuurin- stelling), keert de kachel terug naar de modus “Lavoro” en naar het eerder inge- stelde vermogen (vermogensinstelling).
Om de kamertemperatuur te wijzigen, drukt u slechts op de knop P1. Op het scherm verschijnt de ingestelde kamertemperatuur (temperatuurinstelling). Door het indrukken van de knoppen P1 (verlagen) en P2 (verhogen) kan de waarde worden gewijzigd. Na ongeveer 5 seconden wordt de waarde opgeslagen en het scherm keert terug naar de normale weergave, of druk op P3 om te verlaten.
4.7 UITZETTEN VAN DE KACHEL
Terwijl de kachel aan staat, drukt u enkele seconden op knop 3 (AAN / UIT) om de kachel uitschakelen. Op het display verschijnt “PULIZIA FINALE” (= finale schoon- maak cyclus). Het pellettoevoersysteem en de rookafvoerventilator stoppen mid- dels een snelheid die is ingesteld door de fabrikant. De kamerventilator en de ventilator voor de rookafzuiginstallatie zal stapsgewijs worden uitgeschakeld. Aan het einde van deze fase toont het display “SPENTO”
4.8 AFSTANDSBEDIENING
Met de afstandsbediening kunnen het verwarmingsvermogen, de gewenste om- gevingstemperatuur en de automatische in-/uitschakeling van de kachel worden ingesteld. Schakel de kachel in door de knoppen P1 en P6 gelijktijdig gedurende 3 seconden ingedrukt te houden. De kachel gaat automatisch naar de startfase. Na de ont- steking gaat de kachel over op normaalbedrijf en kan het verwarmingsvermogen worden geregeld met de knoppen P6 en P5. Met de knoppen P1 en P2 kan de gewenste omgevingstemperatuur worden ingesteld. Schakel de kachel uit door gelijktijdig de knoppen P1 en P6 gedurende 3 seconden ingedrukt te houden. Op display A wordt “Off” weergegeven. De afstandsbediening werkt op een MN2- batterij van 12 V. Verwijder batterijen alvorens apparaten af te voeren en houd u bij het afvoeren altijd aan de plaatselijke wet- en regelgeving.
Houd knop 1 minimaal 3 seconden ingedrukt om het menu te openen. Het menu bestaat uit verschillende items en niveaus die toegang geven tot de lo- caties en de instellingen van de kaart. Nadat u knop 1 minimaal 3 seconden ingedrukt hebt gehouden, kunt u op knop 1 en knop 2 drukken om door het menuoverzicht te lopen tot u het gewenste item hebt gevonden. Bevestig uw keuze door op knop 3 te drukken.
LET OP: Menu-items die bestemd zijn voor technische instellingen, worden met een PASSWORD beschermd. LISTA DEI MENU’:
Nadat u knop 1 minimaal 3 seconden ingedrukt hebt gehouden om het menu te openen, kan menu M1 worden geopend door op knop 3 te drukken. In dit menu kunnen de tijd en de datum worden ingesteld. Loop met knop 1 en knop 2 naar de gewenste instelling en bevestig deze met knop 3. LET OP: Zorg ervoor dat u de klok correct hebt ingesteld voordat u verder gaat met de instelling van het menu SET CRONO. In de kaart zit een lithiumbatterij voor de interne klok, waardoor de klok tot meer dan 3 à 5 jaar zelfstandig kan functioneren.
NIVEAU MENU SELECTIE OMSCHRIJVING WAARDE
1 01 KLOK INSTELLEN tijd instellen 2 01 - 01 DAG INSTEL. dag van de week instellen van 1 tot 7 3 01 - 02 UUR uur instellen hh:00 4 01 - 03 MINUUT minuten instellen 00: mm 5 01 - 04 DAG MAAND dag van de maand instellen van 1 tot
6 01 - 05 MAAND maand instellen van 1 tot
7 01 - 06 JAAR jaar instellen xxxx
MENU 02 - CHRONO INSTELLEN
Nadat u knop 1 minimaal 3 seconden ingedrukt hebt gehouden om het menu te openen, kunt u met knop 2 naar M2 lopen en met knop 3 bevestigen dat u dit menu wilt openen. In dit menu kunnen de drie functies van de chronothermostaat worden in- of uitgeschakeld: Dagprogramma, Weekprogramma en Weekendpro- gramma.90
LET OP: Kies zorgvuldig het gewenste programma. De andere programma’s zullen dan niet langer actief zijn. Zo voorkomt u dat de programma’s met elkaar in conflict komen en het gekozen programma niet goed wordt uitgevoerd.
In de submenu’s kunt u met de knoppen 1 en 2 de waarde in het submenu wijzi- gen. Met knop 3 bevestigt u deze wijziging en gaat u naar het volgende submenu. In dit submenu kunt u de dagelijkse werking van de chronothermostaat inschake- len, uitschakelen en instellen. Er kunnen twee bedrijfsperiodes worden gekozen aan de hand van de in de volgende tabel aangegeven tijdsinstellingen.
START 1 tijdstip 1e inschakeling hh:mm / OFF 4 02 - 02 -
STOP 1 tijdstip 1e uitschakeling hh:mm / OFF 5 02 - 02 -
START 2 tijdstip 2e inschakeling hh:mm / OFF 6 02 - 02 -
STOP 2 tijdstip 2e uitschakeling hh:mm / OFF LET OP: Wanneer de instelling OFF wordt gekozen (die voor elke subfunctie beschikbaar is), wordt de desbetreffende subfunctie niet uitgevoerd. Bijvoorbeeld: OFF bij de subfunctie STOP 1 betekent dat het tijdstip van de 1e uitschakeling van de kachel wordt genegeerd en de kachel zal aanblijven totdat het tijdstip van subfunctie STOP 2 wordt bereikt of de kachel handmatig wordt uitgezet.
MENU 02 - 03 WEEKPROGRAMMA
In dit submenu kunt u de wekelijkse werking van de chronothermostaat inschake- len, uitschakelen en instellen. Bij de weekprogrammering kunnen twee onafhan- kelijke programma’s worden gebruikt die in het definitieve weekprogramma met elkaar worden gecombineerd.91 Het weekprogramma kan worden ingeschakeld of uitgeschakeld. Bovendien, wan- neer in een tijdsveld OFF als instelling wordt gekozen, zal de klok de bijbehorende tijdsinstelling negeren. LET OP: Voer de tijdsinstellingen zorgvuldig in. Zorg ervoor dat de inschakelings- en/of uitschakelingstijden van de programmeringen op dezelfde dag elkaar niet overlappen.
START 1 tijdstip 1e inschakeling hh:mm / OFF 4 02 - 03 -
STOP 1 tijdstip 1e uitschakeling hh:mm / OFF 5 02 - 03 -
ZONDAG inschakeling weekprog. 1 ON / OFF LET OP: Dit programma biedt de mogelijkheid om twee opeenvolgende programma-instellingen te kiezen. In de bovenstaande tabel wordt slechts één van de twee programmeringen weergegeven.
NIVEAU MENU SELECTIE OMSCHRIJVING WAARDE
1 02 - 03 - 12 START 2 tijdstip 2e inschakeling xx:xx / OFF 2 02 - 03 - 13 STOP 2 tijdstip 2e uitschakeling xx:xx / OFF Samenvattende tabel van de verdere programmering.
MENU 02 - 04 WEEKENDPROGRAMMA
In dit submenu kunt u de werking in het weekend (de dagen 5 en 6, ofwel zater- dag en zondag) van de chronothermostaat inschakelen, uitschakelen en instellen.
START 1 tijdstip 1e inschakeling hh:mm / OFF 4 02 - 04
STOP 1 tijdstip 1e uitschakeling hh:mm / OFF 5 02 - 04
START 2 tijdstip 2e inschakeling hh:mm / OFF 6 02 - 04
STOP 2 tijdstip 2e uitschakeling hh:mm / OFF 7 01 - 06 ANNÉE saisir l’année xxxx
In dit menu kunt u een van de volgende talen als dialoogtaal instellen:
1 03 TAAL SELECTE- REN taal instellen 2 03 - 01 ITALIAANS Italiaanse taal 3 03 - 02 ENGELS Engelse taal 4 03 - 03 FRANS Franse taal 5 03 - 04 DUITS Duitse taal
Als in het menu de stand-by-functie is ingeschakeld, kan de kachel worden uitge- schakeld als het gewenste comfort is bereikt.
NIVEAU MENU SELECTIE OMSCHRIJVING WAARDE
1 04 STAND-BY stand-by selecteren 2 04 - 01 STAND-BY stand-by selecteren ON/OFF LET OP: Als de stand-by-functie is geactiveerd en de omgevingstemperatuur 2 °C of meer boven de ingestelde temperatuur ligt (Set Ambiente), verschijnt op het display gedurende 10 minuten de melding “Go-standby”. Als deze tijdsduur is verstreken, verschijnt op het display de melding “Attesa raffreddamento” (“Wachten, afkoelen bezig”). De kachel voert dan een afkoelcyclus uit totdat de melding “Stand-by” verschijnt. Als de omgevingstemperatuur tenminste 2 °C lager is geworden dan de ingestelde temperatuur (Set Ambiente), zal de kachel vanuit Stand- by automatisch weer worden ingeschakeld.
Wanneer de kachel is uitgeschakeld en koud is, kan hij gedurende 110 seconden worden voorgeladen met houtpellets. Dit is handig als het reservoir of de aanvoer- schroef geen pellets meer bevatten. Deze functie kan gestart worden met knop 1 en worden onderbroken met knop 5.
Via dit menu worden in realtime een aantal parameters (elke 5 sec. afgewisseld) weergegeven, zoals de snelheid van de rookafvoerventilator (tpm), de snelheid van de aanvoerschroef voor pellets en, het belangrijkste, de temperatuur van de rook- gassen.
MENU 07 - VUURKORF REINIGEN
Deze functie dient om een geforceerde reiniging van de vuurkorf uit te voeren. Als zich in de vuurkorf een kleine hoeveelheid pelletmateriaal heeft opgehoopt, kan deze reinigingscyclus worden uitgevoerd zonder dat de kachel hoeft te worden uit- geschakeld. De hoeveelheid pelletmateriaal wordt dan gereduceerd, zodat de ver- branding weer beter verloopt.
LET OP: Het wordt afgeraden deze handeling te vaak achter elkaar uit te voeren. De vlam kan dan namelijk volledig doven.
MENU 08 - TECHNISCHE INSTELLINGEN
Dit menu is uitsluitend voorbehouden aan gekwalificeerd technisch personeel.
MENU 09 - PELLETKENMERKEN
Op basis van de eigenschappen van de gebruikte pellets, is het mogelijk om voor elke bedrijfsfase een correctie van 0% tot -5% toe te passen voor de hoeveelheid pellets die door de wormschroef worden aangevoerd. Bijvoorbeeld, bij gemiddeld genomen korter pelletmateriaal moet een kleinere waarde worden gehanteerd.
De snelheid van de rookafvoerventilator kan tussen 0% en +10% worden gecor- rigeerd. Dit is handig om de verbranding te optimaliseren als de kwaliteit van de gebruikte pellets niet consistent is en verschillend pelletmateriaal wordt gebruikt.
De kachel kan worden aangesloten op een speciale WiFi module. Met deze WiFi module kan de kachel worden opgestart of uitgeschakeld. Tevens kan middels de WiFi module de timer van de kachel zeer gemakkelijk en overzichtelijk worden bediend. Daarnaast kan op afstand de temperatuur worden afgelezen. Voor het aansluiten van de speciale WiFi module voor deze kachel is op de achterzijde een aansluit stekker voorzien (zie fig. 25) Voor meer informatie: zie de bij de wifi mo- dule bijgevoegde handleiding. Of scan deze QR-code. Let op: de verdere bedie- ningsinstructies in deze handleiding gaan uit van bediening zonder gebruikma- king van de wifi module. Maak de branderpot, de kachelruit en de aslade schoon vóór elke opstart. Dit is erg belangrijk voor een goede en veilige werking. Juist als u middels timer programe- ring werkt of met WiFi bediening dan is dit iets wat goed in de gaten moet worden gehouden omdat het gemakkelijk vergeten zou kunnen worden!
Om de warmte van de kachel ook op een andere plaats of in een andere ruimte te kunnen gebruiken kan aan de achterzijde van de kachel een luchtkanaal worden aangesloten (rond 80 mm.). De betreffende aansluiting is gemarkeerd met het woord “CAN”. Dit kanaal mag maximaal 5 meter lang zijn en 2 haakse bochten hebben. Om de verplaatsing van warme lucht door het kanaal in te schakelen dient de schakelaar AA (zie fig 25) op de achterzijde van de kachel in stand 1 te worden gezet.
4.12 HERMETISCH GESLOTEN KACHEL
Deze kachel is een hermetisch gesloten kachel, hetgeen betekend dat hij kan wer- ken zonder de binnen luchthuishouding in de kamer te beïnvloeden. Er dient ervoor gezorgd te worden dat de voor verbanding benodigde lucht van buiten toegevoerd wordt. Om aan alle wet- en regelgeving met betrekking tot de instal- latie van hermetisch gesloten kachels te voldoen (inclusief het lucht toevoer en af- voer systeem) is het noodzakelijk dat een geautoriseerde pellet kachel installateur wordt ingeschakeld voor de installatie van de kachel.
Gebruik geen andere brandstof dan de vermelde houten pellets. Andere brandstoffen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solven- ten, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, -petroleum, - benzine, -afvalmateriaal of vuilnis, enz. zijn verboden. Er zijn in de markt pellets verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten en met ver- schillende eigenschappen. Pellets van een slechte kwaliteit hebben een negatieve invloed op de efficiëntie van de verbranding, vervuilen de kachel en kunnen in het uiterste geval leiden tot gevaarlijke situaties. Het gebruik van verkeerde pellets (slechte kwaliteit of andere diameter dan genoemd) kan schade toebrengen aan uw kachel. Schade veroorzaakt door verkeerde pellets valt niet onder de garantie. Gebruik enkel houten pellets van een goede kwaliteit met een diameter van 6 mm en een maximum lengte van 30 mm. Er zijn verschillende soorten van houten pel- lets met verschillende eigenschappen en kwaliteit verkrijgbaar op de markt. Pellets van een goede kwaliteit kunnen als volgt herkend worden: - diameter 6 mm. - maximum lengte 30 mm. - houten pellets overeenkomstig 6mm DIN+ / Ö-norm+ / EN+ of gelijkwaardig. - goed samengedrukt, geen resten van lijm, hars of additieven. - oppervlak glanst en is glad - uniform in lengte en laag stofgehalte - restwatergehalte: < 10% - asgehalte: < 0,5% - pellets van goede kwaliteit zinken wanneer ze in water gegooid worden
In het algemeen kan slechte brandstof voor deze kachel als volgt herkend worden: - andere diameter dan de vereiste 6 mm en/of een verscheidenheid aan diameters - verschillende variabele lengtes, hoger percentage van korte pellets - het oppervlak vertoont verticale en/of horizontale barsten - hoog stofgehalte - oppervlak glanst niet - drijft in water Slechte brandstof gebruiken zal mogelijks leiden tot: - slechte verbranding - frequentie blokkering van de verbrandingskamer - verhoogd pelletverbruik - lage warmteafgifte en lage efficiëntie - vuil op het glas - meer assen en onverbrande korrels. - hogere onderhoudskosten
Zelfs wanneer goede gestandaardiseerde pellets gebruikt worden, is het normaal dat er verschillen optreden in de verbrandingssnelheid, asproductie en de opbouw van gruis. Indien er pellets worden gebruikt, anders dan tijdens de inbedrijfstelling moet de kachel opnieuw worden ingeregeld door een erkend service technicus.
Bewaar en vervoer de pellets in absoluut droge omstandigheden. Houten pellets kunnen aanzienlijk uitzetten wanneer ze in contact komen met water. Neem contact op met de verkoper of de goedgekeurde installateur voor meer in- formatie over pellets.
5.2 VULLEN VAN DE PELLETTRECHTER
Open het deksel van de pellettrechter aan de bovenzijde van de kachel en vul de trechter voorzicht voor 3/4 met pellets. Zorg ervoor dat er geen pellets in de kachel vallen. Sluit vervolgens het deksel. Raak nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aan. Om het risico te vermijden dat u roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt, is het best de kachel altijd volledig uit te schakelen door de stekker uit het stopcontact te halen. Als de trechter tijdens de werking toch bijgevuld zou moeten worden, zorg er dan voor dat de pellets en/of de pelletzak niet in contact komt met hete delen van de kachel omdat dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Zorg ervoor dat u nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt.
Door de warmte, de as en het residu die ontstaan door de verbranding van de brand- stof is regelmatig schoonmaken en onderhoud door zowel de eindgebruiker als een geautoriseerd technicus nodig. Periodiek de kachel zorgvuldig schoonmaken is be- langrijk voor de veiligheid en voor een efficiënte werking en verhoogt tegelijkertijd de levensduur van de kachel. Gebruik geen staalwol, waterstofchloride of andere bij- tende, agressieve of krassende producten voor het schoonmaken van de binnen- of buitenkant van de kachel. In het bijzonder na langere periodes van stilstand, moet de kachel en het schoorsteensysteem gecontroleerd worden op blokkeringen.
6.1 DOOR DE (EIND-)GEBRUIKER UIT TE VOEREN ONDERHOUD
Voer pas onderhoud aan de kachel uit nadat u hebt gecontroleerd of de kachel van binnen en van buiten helemaal is afgekoeld! Trek voorafgaand aan onderhoud altijd de stekker van de kachel uit het stopcontact. Taak Frequentie* De buitenkant van de kachel schoomaken Elke twee weken Het reinigen van de ruit Voor iedere opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie De branderpot reinigen Voor iedere opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie De aslade schoonmaken Wanneer de lade vol is en voor elke opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie Reinigen van de warmtewisselaar Dagelijks De vuurhaard reinigen Elke 2 weken De afdichting van de vuurdeur controleren Tweemaal per jaar, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn De pellettrechter en wormaandrij- ving reinigen Een keer per maand en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn Het reinigen van de pellettoevoer- buis Een keer per week
6.2 DE BUITENKANT VAN DE KACHEL SCHOONMAKEN
Maak het oppervlak van de kachel met (heet) water en zeep schoon. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde schoonmaakproducten, anders kan de afwerklaag van het oppervlak beschadigd raken.
6.3 DE RUIT SCHOONMAKEN
De ruit van de kacheldeur moet voor iedere opstart gereinigd worden om inbranden van roet en asdeeltjes te voorkomen. Het glas is hittebestendig, maar kan door snelle temperatuurveranderingen bar- sten. Laat daarom de ruit volledig afkoelen voordat deze wordt gereinigd. Gebruik gewone glasreinigingsspray en schoonmaaktissues.
Reinig de glazen ruit uitsluitend als de kachel helemaal is afgekoeld!
6.4 DE BRANDERPOT MET ASLADE REINIGEN
De kachelpot met aslade moet voor elke opstart gereinigd worden.
1. Haal de kachelpot en de aslade uit de verbrandingskamer. Zie afbeelding 16
3. Reinig de branderpot en het rooster ervan met een borstel of stofzuiger.
Als de gaten van het rooster verstopt zitten, gebruik dan een puntig instru- ment om de gaten vrij te maken (zie afbeelding 18).
4. Reinig de ruimte onder de branderpot en de ruimte onder de aslade met
Open gaten en een proper rooster van de verbrandingskamer zijn uiterst belangrijk voor een goede verbranding van de pellets.
5. Plaats de branderpot en de aslade terug in de kachel. Zorg ervoor dat de
branderpot op de juiste manier wordt teruggeplaatst. Zorg dat de grote opening bij de ontstekingsstaaf geplaatst wordt (zoals aangegeven in af- beelding 19 en 20). Indien de branderpot verkeerd wordt teruggeplaatst, zal de kachel niet ontsteken.
6.5 REINIGEN VAN DE WARMTEWISSELAAR
De warmtewisselaar moet dagelijks gereinigd worden.
6.6 DE VUURHAARD REINIGEN
Reinig eerst de warmtewisselaar (zie hoofdstuk 6.5 reinigen van de warmtewis- selaar).
1. Verwijder de branderpot met aslade. Zie hoofdstuk 6.4
2. Verwijder het hitteschild.
3. Reinig de vuurhaard, het gedeelte onder de branderpot en de beplating
met een borstel en een stofzuiger.
4. Plaats na het reinigen alle verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde
terug in de vuurhaard.
6.7 DE DICHTING VAN DE VUURDEUR CONTROLEREN
Controleer ten minste twee keer per jaar, de eerste keer voordat het seizoen be- gint, de afdichting van de deur op lekken en beschadigingen. Laat de deurafdich- ting vervangen door een goedgekeurde technicus indien nodig. Gebruik enkel de originele reserveonderdelen.
6.8 DE PELLETTRECHTER EN WORMAANDRIJVING REINIGEN
Reinig de pellettrechter en wormaandrijving een keer per maand.
1. Verwijder het beschermingsrooster uit de pellettrechter.
2. Maak de pellettrechter leeg.
3. Reinig de pellettrechter en het zichtbare deel van de worm met een stofzui-
ger (afbeelding 22).
4. Plaats het beschermingsrooster terug op zijn plaats.
5. Vul de trechter met pellets.
6.9 REINIGEN VAN DE PELLET TOEVOERBUIS
Reinig de toevoerbuis van de pellets een keer per week met een harde ronde bor- stel (afbeelding 23). De toevoerbuis bevindt zich in de verbrandingskamer van de kachel. In de toevoerbuis kan zich creosoot vormen, waardoor de toevoerbuis sterk vervuild raakt en zelfs verstopt raken met pellets.
6.10 DOOR EEN GEAUTORISEERD TECHNICUS UIT TE VOEREN ONDERHOUD
Taak Frequentie* Algemene professionele inspectie en onderhoud van de kachel (& het rookkanaal) Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft Schoorsteen/rooksysteem reinigen/ vegen Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen Het vervangen van onderdelen die niet in deze handleiding worden genoemd Na het constateren van schade Aansluiting van de kachel op de schoorsteen / het rookkanaal con- troleren Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft Alle overige onderhoudsactivitei- ten die niet specifiek worden ge- noemd in deze handleiding. Eenmaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen De ruimteventilator / rookgasven- tilator reinigen Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het stookseizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aangeeft De kachel inwendig en uitwendig reinigen Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De pellet schroef reductor smeren Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen De rookkamer reinigen Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan Controle van het ontstekingsele- ment Eenmaal per seizoen De warmtewisselaar reinigen luchtzijdig Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De warmtewisselaar reinigen rook- gaszijdig Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan Het elektrische gedeelte contro- leren zoals PCB de bedrading, de sensoren en de beveiligingen. Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De silicone slangen controleren van de druksensor Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan
De deurafdichting controleren en indien nodig vervangen. Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan Kachel testen op alle 5 de verbran- dingsniveaus Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De beveilligingen testen Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan (*) De vermelde frequentie is een minimum frequentie. De lokale wetgeving en/of uw verzekeringscontract kunnen voorrang hebben afhankelijk van wat het meest strikt is. Bij intensief gebruik van de kachel moet de schoorsteen vaker worden ge- reinigd.
7. TECHNISCHE SERVICE, ORIGINELE RESERVEONDERDELEN
Voordat een kachel de fabriek verlaat, wordt hij eerst zorgvuldig getest en in bedrijf gesteld. Eventuele reparaties of inbedrijfstellingsactiviteiten die noodzakelijk blijken te zijn tijdens of na het installeren moeten worden uitgevoerd door goedgekeurde ver- warmingstechnici. Originele reserveonderdelen zijn alleen en exclusief te verkrijgen via onze Technische Servicecenters en geautoriseerde verkooppunten. Zorg voordat u contact opneemt met uw dealer, het Technische Servicecenter of de ge- autoriseerde verwarmingstechnicus dat u het model en serienummer bij de hand hebt. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Door het gebruik van andere dan originele reserveonderdelen vervalt de garantie.
Raadpleeg alvorens een storing te resetten de storingslijst (hoofdstuk 8.2) en volg de instructies op. Reset de kachel door toets 3 (zie afbeelding 2) van het display in te drukken en deze 3 seconden vast te houden. Indien na het resetten van de storing de melding terugkomt, raadpleeg dan uw leverancier.
Regelpaneel start niet Geen stroomtoevoer naar de kachel Controleer of de stekker aangesloten is Zekering van printplaat is doorgebrand Vervang de zekering. Enkel door een goed- gekeurde technicus Regelpaneel is defect Vervang het regelpaneel. Enkel door een goedgekeurde technicus Lintkabel is defect Vervang de lintkabel. Enkel door een goed- gekeurde technicus Printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een goed- gekeurde technicus Hoofdschakelaar is niet ingeschakeld Schakel de hoofdschakelaar in Kachel gaat uit, alarm getoond “AlAr no FirE” De pellettrechter is leeg Vul de pellettrechter met pellets De branderpot is vuil Reinig de branderpot. De motor van de pellet- schroef is defect Vervang de motor van de pelletschroef. Enkel door een goedgekeurde technicus Elektronische printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een goed- gekeurde technicus De temperatuursensor heeft de minimumtem- peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw, indien het probleem zich blijft voordoen. Neem contact op met een goedge- keurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Er bereikt onvoldoende verbrandingslucht het vuur Controleer het volgende (door de eindge- bruiker): - Mogelijke obstructies van de inlaatbuis van de verbrandingslucht aan de achterzijde van de kachel. Reinig de inlaatbuis van verse lucht. - Roostergaten van de verbrandingskamer verstopt en/of verbrandingskamer met te veel as en/of verbrandingskamer te vuil en moet gereinigd worden. Enkel door een goedge- keurde technicus. - Warmtewisselaar binnenin de kachel is ver- vuild. Reinig de warmtewiselaar. Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit Probeer houten pellets van een betere kwa- liteit Wormaandrijving is ge- blokkeerd Haal de stekker van de kachel uit het stop- contact. Verwijder het beschermingsrooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wormaandrijving. Plaats het beschermings- rooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen.102 De kachel geeft 15 minu- ten na opstart de melding "ALARM NO ACC" Het ontstekingsmecha- nisme is kapot Vervang het ontstekingsmechanisme. En- kel door een goedgekeurde technicus De temperatuursensor heeft de minimumtem- peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw, indien het probleem zich blijft voordoen. Neem contact op met een goed- gekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Buitentemperatuur is te laag. Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw. Neem contact op met een goed- gekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Houten pellets zijn nat Gebruik enkel droge houten pellets. Temperatuursensor is defect Vervang de sensor. Enkel door een goed- gekeurde technicus Elektronische printplaat is defect Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een goedgekeurde technicus Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. Houten pellets geraken niet in verbran- dingskamer Wormaandrijving is ge- blokkeerd Haal de stekker van de kachel uit het stopcontact. Verwijder het beschermings- rooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wormaandrijving. Plaats het be- schermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voor- doen. Motor van wormaandrij- ving is beschadigd Vervang de motor. Enkel door een goed- gekeurde technicus Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. Het vuur heeft een zwakke en oranje vlam, pellets bran- den niet cor- rect en/of het glas wordt (te) snel zwart. De uitlaat/rookgas- leiding/schoorsteen is geblokkeerd Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge- keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. De branderpot is vuil Reinig de branderpot. De kachel heeft interne obstructies. De kachel vereist onderhoud. Enkel door een goedgekeurde technicus Rookextractor is bescha- digd Houten pellets kunnen branden dankzij de natuurlijke trek van de schoorsteenrook. Laat de ventilator onmiddellijk vervangen aangezien het slecht kan zijn voor uw ge- zondheid. Enkel door een goedgekeurde technicus. Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit. Probeer houten pellets van een betere kwaliteit. De kachel is niet goed ingeregeld Regel de kachel in. Enkel door een goed- gekeurde technicus
Recirculatie- ventilator van kamerlucht blijft werken wanneer de kachel koud is Elektronische printplaat is kapot Vervang de printplaat. Enkel door een goedgekeurde technicus As op de vloer rond de kachel Rookleidingen zijn niet luchtdicht Enkel door een goedgekeurde schoor- steeninstallateur: Rookleidingen die niet luchtdicht zijn, kunnen gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. Dicht de fitting van de leiding onmiddellijk (met loctite 598 (of een gelijkwaardig product) en/of vervang de leidingen. Gebroken, versleten of beschadigde dichting van de deur Vervang de dichting. Enkel door een goed- gekeurde technicus Kachel in constante toestand, de display toont: "Eco" De door de gebruiker vereiste kamertempera- tuur is bereikt Dit is geen fout. De kachel werkt in eco mode. Deze functie is te wijzigen met de afstandsbediening Display toont "SERV" Geen storing. De kachel heeft 900 werkuren be- reikt en heeft onderhoud nodig. De kachel zal gewoon blijven werken. De kachel heeft onderhoud nodig. Neem contact op met een erkend service tech- nicus. Deze zal onderhoud aan de kachel uitevoeren en de melding resetten. Display toont "Atte" Er wordt geprobeerd de kachel op te starten terwijl deze nog in de cooldown fase staat. Wacht totdat de cooldown fase voorbij is voordat de kachel opnieuw wordt opge- start.104 Kachel gaat uit. Weerge- geven alarm is “AlAr dEp” en de Led's ALF en ALC of een van beiden gaat op het bedieningspa- neel branden. Druksensor/schakelaar is defect Vervang de drukschakelaar. Enkel door een goedgekeurde technicus De uitlaat/rookgas- leiding/schoorsteen is geblokkeerd Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge- keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. Elektronische printplaat is kapot Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een goedgekeurde technicus Overmatige schoorsteen- lengte Raadpleeg een schoorsteenexpert om te controleren of de schoorsteen in overeen- stemming is met de wetgeving. Raadpleeg een goedgekeurde technicus om te contro- leren of de schoorsteen geschikt is voor de kachel. Ongunstige weersom- standigheden Wanneer er een sterke wind is, kan er een negatieve druk naar de schoorsteen plaatsvinden. Controleer en start de kachel opnieuw. Kachel is overhit Te hoge kamertemperatuur. Open deuren naar andere kamers. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg een goedge- keurde technicus. De veiligheidsthermostaat van de kachel is aangesprongen. Laat de kachel afkoelen en reset vervolgens de veiligheidsthermo- staat door het verwijderen van het afdek- kapje (afbeelding 24) en het indrukken van de resetknop (afbeelding 25). De recirculatieventilator van de kamerlucht is defect Vervang de ventilator. Enkel door een goedgekeurde technicus Tijdelijke stroomuitval Een spanningsval tijdens de werking van de kachel kan leiden tot oververhitting van de interne kachel. Laat de kachel af- koelen en start hem opnieuw. Veiligheidsthermostaat is defect Vervang de veiligheidsthermostaat. Enkel door een goedgekeurde technicus Kachel gaat uit. Weerge- geven alarm is “AlAr Sond” Temperatuursensor van rookuitlaat is defect. Vervang het sensor. Enkel door een goed- gekeurde technicus De bedrading van de rookgassensor zit los. Herstel de bedrading. Enkel door een goedgekeurde technicus
Display toont "Cool Fire" De kachel is handmatig, door de ingestelde timer- functie of de save mode uitgeschakeld. De kachel staat in de cooldown fase. Geen storing, de cooldown fase stopt automatisch wanneer de kachel voldoende is afgekoeld. Stroomonderbreking Nadat de stroomtoevoer is hersteld, start de kachel eerst in de cooldown fase. Ver- volgens kan de kachel opnieuw opgestart worden. Display toont "Alar fan fail" De rookgasventilator is defect of de printplaat kan de omtreksnelheid van de ventilator niet meten De rookgasventilator, de printplaat of de omtreksnelheidssensor is defect of de bedraing is beschadigd of zit los. Herstel het defect. Enkel door een goedgekeurde technicus
9. BEHEER VAN ALARMMELDINGEN
LET OP: Elke AVVISO (waarschuwing) zorgt ervoor dat de kachel direct wordt uitgeschakeld. De alarmstatus treedt niet onmiddellijk in, maar na de door de fabrikant ingestelde tijd. Een alarmmelding kan worden gereset door knop 3 ingedrukt te houden. Controleer de reden van de alarmmelding zodra de AVVISO (waarschuwing) verschijnt. Verhelp vervolgens de oorzaak alvorens de kachel opnieuw in te schakelen. Indien de alarmmelding aanhoudt of telkens opnieuw verschijnt, raadpleeg dan de technische dienst voor advies. AL1 - Alarmmelding Black-Out Deze melding wordt gegeven wanneer de 220 V-stroomvoorziening gedurende meer dan 30 seconden ontoereikend is. AL2 - Alarmmelding Rookgassensor Deze melding wordt gegeven wanneer de sensor die de temperatuur van de rook- gassen meet, ontkoppeld of defect is. Bij deze alarmmelding toont het display de melding BLACK OUT en wordt de kachel automatisch uitgeschakeld. AL3 - Alarmmelding Rookgassen Heet Deze melding wordt gegeven wanneer de sensor die de temperatuur van de rook- gassen meet, een temperatuur waarneemt die hoger is dan de maximumtempera- tuur die door de fabrikant is ingesteld. Het display toont dan de melding HOT FUMI. Achterhaal de reden van de temperatuurstijging, bijvoorbeeld een verkeerde wer- king van de ventilator voor de omgevingslucht. Indien de AVVISO (waarschuwing) aanhoudt of telkens opnieuw verschijnt, raadpleeg dan de technische dienst voor advies. AL4 - Alarmmelding Defecte Aanzuiging Deze alarmmelding wordt in twee gevallen gegeven:
1. Indien de encoder (instrument dat het toerental van de rookafvoerventilator106
meet) ontkoppeld of defect is, verschijnt op het display de melding ASPIRAT. GUASTO.
2. Wanneer de rookafvoerventilator defect is of niet draait, verschijnt op het
display de melding ASPIRAT. GUASTO. Controleer of de stilstand van deze ventilator niet veroorzaakt wordt door een vreemd voorwerp, bijvoorbeeld een pellet die per ongeluk op de waaier van de ventilatormotor terecht is gekomen, waardoor die niet goed kan draaien. Indien de alarmmelding aanhoudt of telkens opnieuw verschijnt, raadpleeg dan de technische dienst voor advies. AL5 - Alarmmelding Mislukte Ontsteking Deze melding wordt gegeven wanneer de ontstekingsfase is mislukt. De tempera- tuur van de rookgassen heeft dan niet binnen de ontstekingstijd de minimum- waarde bereikt die door de fabrikant is ingesteld. Op het display verschijnt de mel- ding MANCATA ACCENSIONE. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken bestaan: het routineonderhoud is niet goed uitgevoerd - bijvoorbeeld de vuurkorf is niet gereinigd of is verkeerd geplaatst -, er zijn geen of onvoldoende pellets in het re- servoir aanwezig, de aanvoerschroef voor pellets is geblokkeerd door een vreemd voorwerp, enzovoorts. Onderhoud en reinig de kachel naar behoren alvorens deze in te schakelen. Indien de alarmmelding aanhoudt of telkens opnieuw verschijnt, raadpleeg dan de technische dienst voor advies. AL6 - Alarmmelding Geen Vlam/Geen Pellets Deze melding wordt gegeven als de vlam dooft terwijl de kachel brandt of de temperatuur van de rookgassen onder de minimumwaarde zakt die nodig is om de kachel in bedrijf te houden. Ook kan deze melding optreden na een reinigingscy- clus als er geen gloeiend materiaal meer in de vuurkorf aanwezig is. Op het display verschijnt de melding NO FIAMMA/MANCA PELLET. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken bestaan: er zijn geen of onvoldoende pel- lets in het reservoir aanwezig, de aanvoerschroef voor pellets is geblokkeerd door een vreemd voorwerp, enzovoorts. Controleer of er pellets in het reservoir aanwezig zijn en of de wormschroef voor de pelletaanvoer correct werkt. Indien de alarmmelding aanhoudt, raadpleeg dan de technische dienst voor ad- vies. Mogelijk kan het nodig zijn de bedrijfsinstellingen van de kachel te wijzigen. AL 7 - Alarmmelding Thermische Veiligheid Als de algemene veiligheidsthermostaat een temperatuur waarneemt die hoger is dan de inschakeldrempel, treedt ze in werking en zal de pelletaanvoerschroef niet langer worden gevoed. Bij deze alarmmelding wordt de kachel uitgeschakeld. Op het display verschijnt de melding SICUREZZA TERMICA. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken bestaan: het routineonderhoud is niet goed uitgevoerd - bijvoorbeeld de vuurkorf is niet gereinigd of is verkeerd ge- plaatst -, de rookomleidingsplaat en de pijpenbundel zijn niet goed gereinigd, enzovoorts. Onderhoud en reinig het product naar behoren en raadpleeg de technische dienst voor advies.
AL8 - Alarmmelding Geen Onderdruk Deze alarmmelding wordt gegeven als de drukbeveiligingsschakelaar in werking is getreden, wat alleen gebeurt als er problemen met het rookafvoerkanaal zijn. Neem daarom contact op met de installateur van de kachel. Hiervoor kunnen ook andere oorzaken bestaan. Zo kan het routineonderhoud niet goed zijn uitgevoerd - bijvoorbeeld de vuurkorf is niet gereinigd of is verkeerd geplaatst -, de rookomleidingsplaat en de pijpenbundel kunnen niet goed zijn ge- reinigd, enzovoorts. Onderhoud en reinig de kachel naar behoren en raadpleeg de technische dienst voor advies.
Naam leverancier of merknaam Qlima Model Amadea 116 Energieefficiëntieklasse A+ Type kachel Houtpellets Directe warmteafgifte (*) kW 10,3 Indirecte warmteafgifte kW 0,0 Energie-efficiëntie-index 124 Stroomverbruik (ontsteking / normale operatie) W 300 / 100 Aansluitspanning V/Hz 230/~50 Thermisch rendement bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit (*) % 88,76 / 94,39 Andere voorzorgsmaatregelen met betrekking tot montage, installatie of onderhoud van lokale ruimteverwarming. Raadpleeg handleiding CO-gehalte bij 13% O
nominale / gereduceerde capaciteit (*) % 0,019 / 0,048 Gemiddeld stofgehalte bij 13% O
mg/Nm³ 11,8 Voor vertrekken tot** m³ 285 Rookgasuitlaatdiameter mm 80 Rookgastemperatuur bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit °C 218,6 / 79,2 Trek van de schoorsteen nodig Pa 11,4 Smoorklep voor schoorsteen nodig Mogelijk*** Kan worden toegepast op een schoorsteencombinatie met rook- kanaal Nee Type brandstof (****) Ø 6 mm Din+/Önorm+/ EN+ Nominale lengte / diameter van de brandstof mm 30 / 06 Inhoud van pellettrechter kg 20 Autonomie (min-max) h 8,5 - 26 Hoofdbeluchtingsschuif Ja Recirculatieventilator Ja Luchtfilter Nee Netto gewicht kg 106 (*) Volgens EN 14785 (**) slechts ter indicatie, varieert per land/regio (***) Te bepalen door een geautoriseerde professionele installateur (****) Gebruik enkel aanbevolen brandstof108
11. GARANTIEBEPALINGEN
Voor uw kachel geldt een garantie van 24 maanden vanaf de datum van aankoop. Binnen deze periode worden alle materiaal- of productiefouten conform de volgende voorwaarden gratis hersteld:
1. Wij wijzen uitdrukkelijk alle overige aanspraken op schadeloosstelling, waar-
onder begrepen gevolgschade, af.
2. Eventuele reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn
leidt niet tot een verlenging van de garantietermijn.
3. De garantie vervalt als er veranderingen aan de kachel worden doorgevoerd,
niet-originele fabrieksonderdelen worden toegepast of de kachel door derden wordt gerepareerd.
4. Onderdelen die onderhevig zijn aan reguliere slijtage of met een kortere le-
vensduur dan de bovenvermelde garantieperiode, zoals pakkingen, afdichtin- gen, brandwerende voeringsmaterialen, glas*/ruit*, geverfde details en kera- miek, etc. worden niet door de garantie gedekt.
5. De garantie is alleen geldig na overlegging van het originele aankoopbewijs,
met datum, waarop geen veranderingen mogen zijn aangebracht.
6. Garantie is niet van kracht voor schade die veroorzaakt is door handelingen die
niet in overeenstemming zijn met gebruiksaanwijzingen uit deze handleiding, nalatigheid en het gebruik van een verkeerd type brandstof. Het gebruik van verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn**.
7. De vervoerskosten en de risico’s die ontstaan tijdens het vervoer van de kachel
of de onderdelen ervan komen altijd voor rekening van de koper.
8. De garantie is enkel geldig wanneer de kachel geïnstalleerd is door een goed-
gekeurde installateur en wanneer het ondertekende protocol van inbedrijfstel- ling voorgelegd kan worden. Om onnodige kosten te voorkomen adviseren wij u eerst deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Mocht u hier geen oplossing vinden, raadpleeg dan uw dealer of instal- lateur.
- De kachelruit is hittebestendig en is bestand tegen hogere temperaturen dan de temperaturen die in de kachel kunnen optreden. Dit betekent dat schade aan de kachelruit alleen maar kan ontstaan door oorzaken die niet binnen de verantwoordelijkheid van de fabrikant/distributeur liggen. Schade aan de ka- chelruit wordt daarom niet door de garantie gedekt. ** Zeer brandbare stoffen kunnen tot oncontroleerbare verbranding leiden, waardoor er vlammen buiten de kachel komen. Mocht dit het geval zijn, pro- beer dan nooit de kachel te verplaatsen, maar schakel hem dan altijd onmid- dellijk uit. Gebruik in geval van nood een brandblusser van het type B: een kooldioxide- of poederblusser.
A. Aan/uit schakelaar ventilator extra kanaal - B. Hoofd aan/uit schakelaar kachel - C. Ruimte tem
peratuur sensor - D. Aansluiting Wifi module - E. Aansluiting extra kanaal - F. Aanzuigbuis verbran
dingslucht - G. Schoorsteen kanaal aansluiting
Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.com) of neem contact op met de afdeling sales support (adres en telefoon op www.qlima.com).
Notice-Facile