MAKITA LM001CZ - Grasmaaier

LM001CZ - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LM001CZ MAKITA in PDF-formaat.

📄 140 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA LM001CZ - page 62
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : LM001CZ

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM001CZ - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM001CZ van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING LM001CZ MAKITA

Accugrasmaaier GEBRUIKSAANWIJZING 62

Zachte, onbelaste functie 2.300 - 2.800 min

Geluidsonderdrukkingsfunctie 2.300 min

Onderdeelnummer van vervan- gingssnijbladvangrasmaaier Rechtsnijbladvande grasmaaier 191D52-7 / 191W87-2 Afmetingen (l x b x h) l: 1.630 mm tot 1.715 mm b: 590 mm h: 990 mm tot 1.095 mm Rijsnelheid 2,5 of 5,0 km/h Nominale spanning Max.36V-40Vgelijkspanning Nettogewicht Wanneerhetrechtesnijbladvan de grasmaaier is aangebracht 41,9 - 48,6 kg Beschermingsklasse IPX4

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Geschikte draagbare voedingseenheid PDC1200 en PDC01 WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de draagbare voedingseenheden die hierboven wor- den genoemd. Gebruik van enige andere draagbare voedingseenheid kan leiden tot letsel en/of brand. Symbolen Hieronderstaandesymbolendievoorhetgereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Leesdegebruiksaanwijzing. Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Brengnooituwhandenofvoetendichtbij hetsnijbladonderdegrasmaaier.Het snijbladblijftnadraaiennadatdemotoris uitgeschakeld. Verwijderdecontactsleutelvóórhet inspecteren,bijstellen,reinigen,onder- houden, achterlaten of opbergen van de grasmaaier. Elektrisch gevaar. Contact met water kan een elektrische schok veroorzaken. Giet er geen water op. Bevestig de kabel aan de kabelklemmen. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijen gescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame- lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatde milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven doorhetsymboolvaneendoorgekruiste afvalcontainer. Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië63 NEDERLANDS Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien. Over deze gebruiksaanwijzing Indezegebruiksaanwijzingverwijstdeterm"accu"naar het volgende:
  • Een draagbare voedingseenheid
  • Een draagbare voedingseenheid waarin accu‘s zijnaangebracht
  • Een accu die is aangebracht in een draagbare voedingseenheid Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN60335-2-77: OPMERKING:Dewaardenzijngemetenmetde grasmaaieruitgerustmeteenrechtsnijbladvande grasmaaier. Geluidsdrukniveau (L

): 91,8 dB (A) Onzekerheid(K):3dB(A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60335-2-77: OPMERKING:Dewaardenzijngemetenmetde grasmaaieruitgerustmeteenrechtsnijbladvande grasmaaier. Trillingsemissie (a

OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Instructie

1. Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig

door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedie- ningsorganen en het correcte gebruik van de grasmaaier.

2. Laat nooit kinderen of anderen die niet ver-

trouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebrui- kers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.

3. Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in

het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.64 NEDERLANDS

4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-

kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen.

5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze

niet met de grasmaaier gaan spelen.

6. Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier

niet onder de invloed van alcohol, stimule- rende of verdovende middelen, of na het inne- men van medicijnen. Voorbereidingen

Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waarvan koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden.

2. Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd

visueel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden.

3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt

zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.

4. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier

wanneer die klaar voor gebruik is.

5. Draag tijdens het gebruik van elektrisch

gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.

6. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-

den en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk.

7. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en

voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen.

8. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-

werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor- zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun- nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze.

9. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en

andere verborgen voorwerpen.Ongelijkmatig terreinkanleidentotuitglijdenenvallen.Inlang gras kunnen obstakels verborgen zitten.

10. Terwijl het regent mag u de contactsleutel niet

erin steken of verwijderen.

11. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-

delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming,gebruiktintoepasselijkesituaties, dragenbijtotverminderingvanpersoonlijkletsel. Bediening

1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede

balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellin- gen. Loop gewoon en ren niet.

2. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de

contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het ophe󰀨en van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen en voer reparatiewerkzaamheden uit alvo- rens de grasmaaier opnieuw te starten en te bedienen, - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen.

3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer

de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.

4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder

slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat.

5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier

altijd oogbescherming en stevige schoenen.

6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of

7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens

de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).

8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te

verwonden aan het snijblad.

9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen

10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,

nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor- zichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen.

11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-

maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.65 NEDERLANDS

12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier

moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.

13. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor

inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken.

14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of

vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.

15. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-

maaier is ingeschakeld.

16. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras

17. Houd de handgreep altijd stevig vast.

18. Raak het snijblad of andere scherpe randen

niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.

19. Houd uw handen en voeten uit de buurt van

het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.

20. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u

iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier uit en verwijder de contactsleutel. Inspecteer vervolgens de grasmaaier.

21. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-

hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait.

22. Laat de schakelhendel los en wacht tot het

snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Verwijder de con- tactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.

23. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,

gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil- stand is gekomen. - Verwijder de contactsleutel en de accu. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.

24. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de

schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast.

26. Richt het uitgeworpen materiaal nooit op

iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitge- worpen tegen een muur of obstakel. Het mate- riaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het snijbladstilwanneerueenverhardeondergrond oversteekt.

27. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve

indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe- genvanafeenafrasteringofandere,soortgelijke obstructie,kijktuomlaagennaarachterdegras- maaiervóórentijdenshetachteruitbewegen.

28. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad

volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijbladblijftnalopennadatdegrasmaaieris uitgeschakeld.

29. Als u het gereedschap op een modderige

ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.

30. Vermijd werken in een ongunstige omgeving

waarin een verhoogde vermoeidheid van de gebruiker kan worden verwacht.

31. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer

waarin het zicht beperkt is. Als u dit toch doet, kan dat een val of verkeerde bediening veroorza- ken als gevolg van het slechte zicht.

32. Dompel het gereedschap niet onder in een

33. Wanneer natte bladeren of vuil blijft kleven aan

de aanzuigmond (ventilatieopening) als gevolg van de regen, verwijdert u deze.

34. Gebruik het gereedschap niet in de sneeuw.

35. Als het maaisel nat is, hoopt het zich waar-

schijnlijk op aan de binnenkant van het gereedschap. Controleer regelmatig de staat van het gereedschap en verwijder zo nodig het aanklevende gras.

36. Let bij het gebruik van het gereedschap op

leidingen en kabels. Onderhoud en opslag

1. Vervang alle versleten of beschadigde onder-

delen, voor uw veiligheid. Gebruik uitslui- tend originele vervangingsonderdelen en accessoires.

2. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier

3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier

buiten bereik van kinderen.

4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven

stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken.

5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage

en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.

6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding

door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.

7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen

van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.66 NEDERLANDS

9. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-

10. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-

den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.

11. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit

elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel- matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor- ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert.

12. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in

13. Was het gereedschap niet met water onder

14. Als u het gereedschap wast, verwijdert u de

accu en contactsleutel, en giet u water op de onderkant van het gereedschap waaraan het snijblad is bevestigd.

15. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u

direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt.

16. Voer inspectie en onderhoud uit op een plaats

waar regen kan worden vermeden.

17. Nadat u het gereedschap hebt gebruikt, ver-

wijdert u het aanklevende vuil en laat u het gereedschap volledig drogen voordat u hem opbergt.Afhankelijkvanhetseizoenofgebied, bestaat de kans op een storing als gevolg van bevriezing. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt

1. Laad alleen op met de acculader aanbevolen

door de fabrikant. Een acculader die geschikt isvooreenbepaaldtypeaccu,kanbrandgevaar opleverenindiengebruiktmeteenandertype accu.

2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend

met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.

3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze

uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen.Kortsluitingtussende accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.

4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan

vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.

5. Gebruik geen accu of gereedschap dat

beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigdeaccu’skunnenonvoorspelbaargedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.

6. Stel een accu of gereedschap niet bloot

aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.

7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu

of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerdopladenofbijeentemperatuurbuiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu

1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijkespecialeverwerkingsvereisten.

2. Open of vervorm de accu(’s) niet.Hetelektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen enhuid.Hetkangiftigzijnbijinslikken.

3. Laad de accu niet op in de regen of op een

4. Laad de accu niet buitenshuis op.

5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-

tacten van de lader, niet met natte handen aan.

6. Vervang de accu niet in de regen.

7. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat

worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aan- sluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.

8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de

acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.

9. Vervang de accu niet met natte handen.

10. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit

lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt.

11. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de

machine niet op vochtige of natte plaatsen en stel hem niet bloot aan regen. Als water binnen- dringt in de machine, wordt de kans op een elektri- sche schok groter. Reparatie

1. Laat uw elektrisch gereedschap repareren

door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangings- onderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behou- denblijft.

2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het

repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.67 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehandelingenkunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoorderden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getrans- porteerdishetnoodzakelijkeenexpertophetgebied vangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen.Houdutevens aanmogelijkstrengerenationaleregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkagevanelektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.68 NEDERLANDS MONTAGE WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de contactsleutel en de accu zijn verwijderd, alvorens u enig werk aan de grasmaaier gaat uitvoeren. Als u de contactsleutel en de accu niet verwijdert,kandatleidentoternstigpersoonlijkletsel als de grasmaaier plotseling zou starten. WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier voordat het geheel naar behoren is gemonteerd. Hetapparaatineengedeeltelijkgemonteerdetoe- stand bedienen, kan na per ongeluk inschakelen leidentoternstigpersoonlijkletsel. De handgreep aanbrengen KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de handgrepen leidt u de kabels zodat ze niet bekneld raken door iets tussen de handgrepen. Als de kabel beschadigd is, werkt mogelijk de schakelaar van de grasmaaier niet.

1. Lijndeopeningenindeonderstehandgreepuit

met de openingen in het maaidek en draai daarna de 4 boutentijdelijkvast. ►Fig.1: 1. Onderste handgreep 2. Bout

2. Draaide4boutendieinstap1tijdelijkwaren

vastgedraaidnustevigvastmetbehulpvanpijpsleutel

de opening in de bovenste handgreep en steek ver- volgens de bout vanaf de binnenkant erdoor, en draai daarnademoervanafdebuitenkantvastmetpijpsleutel

13. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant.

LET OP: Houd de bovenste handgreep stevig vast, zodat deze niet uit uw hand valt. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken.

4. Bevestig de kabelklem aan de handgreep.

Lijndeuitstekendenokkenopdehouderuitmetde openingen in de handgreep zodat de uitstekende nok- ken in de openingen passen. Geleid de kabels zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.3: 1.Kabel2.Kabelklem Het mulch-inzetstuk verwijderen

2. Verwijderhetmulch-inzetstukterwijludehendel

omlaag houdt. ►Fig.5: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk De grasmand in elkaar zetten

1. Steekhetframezovermogelijkindegrasmand.

►Fig.6: 1. Frame 2. Grasmand

2. Bevestig de bovenste clip aan het frame, zoals

aangegeven in de afbeelding. ►Fig.7: 1. Clip

3. Bevestig alle clips aan het frame, zoals aange-

geven in de afbeelding. Verzeker u ervan dat alle clips stevigzijnbevestigdaanhetframe. ►Fig.8 De grasmand aanbrengen en verwijderen Om de grasmand aan te brengen, volgt u de onder- staande stappen.

2. Pak het handvat van de grasmand vast en haak

vervolgens de grasmand aan de stang van het maai- dek, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.10: 1. Stang 2. Handvat 3. Grasmand Omdegrasmandteverwijderen,opentudeachterklep enverwijdertuvervolgensdegrasmanddoorhethand- vat vast te pakken. Het mulch-inzetstuk aanbrengen

1. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.

►Fig.11: 1. Achterklep 2. Grasmand

2. Brenghetmulch-inzetstukaanterwijludehendel

omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het mulch-inzetstuk te vergrendelen. ►Fig.12: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk Het uitworp-hulpstuk aanbrengen

1. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.

►Fig.13: 1. Achterklep 2. Grasmand

2. Brenghetmulch-inzetstukaanterwijludehendel

omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het mulch-inzetstuk te vergrendelen. ►Fig.14: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk

3. Openderechterzijklepenbrengdaarnahetuit-

worp-hulpstuk aan. Steek de haken van het uitworp-hulpstuk onder de stangvanderechterzijklep. ►Fig.15: 1.Rechterzijklep2. Uitworp-hulpstuk69 NEDERLANDS

FUNCTIES De draagbare voedingseenheid aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel de machine altijd uit voordat u de draagbare voedingseenheid aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd de machine en de draagbare voedingseenheid stevig vast terwijl u de draag- bare voedingseenheid aanbrengt of verwijdert. Als u ze niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor de machine of de draag- bare voedingseenheid kan worden beschadigd en persoonlijkletselkanwordenveroorzaakt. LET OP: Verzeker u ervan dat de draagbare voedingseenheid stevig in de machine is aange- bracht. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uithetapparaatvallenenletselveroorzakenbijuof anderen in uw omgeving. LET OP: Verzeker u vóór gebruik ervan dat de kabel stevig in de kabelklemmen is bevestigd en dat de stekker helemaal in de aansluiting is gestoken. Voor PDC1200

1. Plaats de kabel van de draagbare voedingseen-

heid zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.16: 1. Draagbare voedingseenheid 2.Kabel

2. Breng de draagbare voedingseenheid aan op de

machine, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.17: 1. Accuaanslag 2. Draagbare voedingseen- heid 3. Vergrendelknop LET OP: Verzeker u ervan dat de draagbare voedingseenheid helemaal tegen de accuaan- slagen zit en de vergrendelknop stevig is vergrendeld.

3. Bevestig de kabel in de kabelklemmen, zoals

aangegeven in de afbeelding. Open de afdekking van deaansluiting,lijnvervolgensdepijlmarkeringopde stekker uit met die op de machine en steek tenslotte de stekker helemaal in de aansluiting. ►Fig.18: 1. Afdekking van de aansluiting 2.Pijlmarkering3. Stekker 4.Kabel KENNISGEVING: Steek de stekker er niet met grote kracht in.Alsdestekkernietgemakkelijkin de aansluiting kan worden gestoken, wordt deze niet correct erin gestoken. KENNISGEVING: Bij het loskoppelen van de stekker uit de aansluiting, pakt u niet de kabel vast maar houdt u de stekker vast. Anders kan de kabel worden beschadigd en een storing in de machine veroorzaken.

4. Open de afdekking van de contactsleutel, steek de

contactsleutelzovermogelijkindeplaatsaangegeven in de afbeelding, en sluit daarna de afdekking van de contactsleutel. ►Fig.19: 1. Contactsleutel 2. Afdekking van de contactsleutel Omdedraagbarevoedingseenheidteverwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in omge- keerde volgorde. Voor PDC01 OPMERKING: Voordat de draagbare voedingseen- heid wordt aangebracht op de machine, brengt u min- stens één accu aan in accupoort 1 of 2 en minstens één accu in accupoort 3 of 4.

1. Plaats de kabel van de draagbare voedingseen-

heid zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.20: 1. Draagbare voedingseenheid 2.Kabel

2. Breng de draagbare voedingseenheid aan op

de machine, zoals aangegeven in de afbeelding. Vergrendeldevergrendelhendelsaanbeidezijkanten van de draagbare voedingseenheid. ►Fig.21: 1. Accuaanslag 2. Vergrendelhendel

3. Draagbare voedingseenheid

LET OP: Verzeker u ervan dat de draagbare voedingseenheid helemaal tegen de accuaan- slagen zit en de vergrendelhendels stevig zijn vergrendeld.

3. Bevestig de kabel in de kabelklemmen, zoals

aangegeven in de afbeelding. Open de afdekking van deaansluiting,lijnvervolgensdepijlmarkeringopde stekker uit met die op de machine en steek tenslotte de stekker helemaal in de aansluiting. ►Fig.22: 1. Afdekking van de aansluiting 2.Pijlmarkering3. Stekker 4.Kabel KENNISGEVING: Steek de stekker er niet met grote kracht in.Alsdestekkernietgemakkelijkin de aansluiting kan worden gestoken, wordt deze niet correct erin gestoken. KENNISGEVING: Bij het loskoppelen van de stekker uit de aansluiting, pakt u niet de kabel vast maar houdt u de stekker vast. Anders kan de kabel worden beschadigd en een storing in de machine veroorzaken.

4. Open de afdekking van de contactsleutel, steek de

contactsleutelzovermogelijkindeplaatsaangegeven in de afbeelding, en sluit daarna de afdekking van de contactsleutel. ►Fig.23: 1. Contactsleutel 2. Afdekking van de contactsleutel Omdedraagbarevoedingseenheidteverwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in omge- keerde volgorde.70 NEDERLANDS Beveiligingssysteem voor apparaat/ accu Hetapparaatisuitgerustmeteenbeveiligingssysteem voorapparaat/accu.Ditsysteemschakeltautomatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het apparaatendeaccuteverlengen.Hetapparaatkantij- dens het gebruik automatisch stoppen als het apparaat of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaatautomatischenknipperthetbedrijfslampje groen. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het apparaat uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het appa- raat overbelast raakte. Schakel vervolgens het apparaat in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het apparaat of de accu oververhit is, stopt het apparaatautomatischengaathetbedrijfslampjerood branden. In dat geval laat u het apparaat en de accu afkoelen, voordat u het apparaat opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het apparaat automatischenknipperthetbedrijfslampjeroodengaat hetindicatorlampjebranden.Verwijderindatgevalde accu vanaf de machine en laad de accu‘s op of vervang de accu‘s door volledig opgeladen accu‘s. Bedieningspaneel Op het bedieningspaneel zitten de hoofdschakelaar en de functieschakelknop. ►Fig.24: 1. Lamp van de zachte, onbelaste functie

2. Lamp van de geluidsonderdrukkingsfunc-

tie 3. Functieschakelknop 4.Bedrijfslampje

Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha- kelaar uit indien niet in gebruik. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar.Hetbedrijfslampjebrandtgroen.Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op de hoofdschakelaar. OPMERKING:Alshetbedrijfslampjeroodbrandt,of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voorhetapparaat-/accubeveiligingssysteem. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de hoofdschakelaar auto- matisch uitgeschakeld wanneer de schakelhendel endeaandrijfhendel(indienaanwezig)nietworden ingeknepenbinneneenbepaaldetijdsduurnadatde hoofdschakelaar is ingeschakeld. Functieschakelknop U kunt de bedieningsfunctie veranderen door op de functieschakelknop te drukken. Wanneer het gereed- schap wordt ingeschakeld, start het gereedschap in de normale functie. Als u op de functieschakelknop drukt, schakelt de machine om naar de zachte, onbelaste functie en gaat de lamp van de zachte, onbelaste functie groen bran- den. In de zachte, onbelaste functie wordt de startschok geminimaliseerd. Als u nogmaals op de functieschakelknop drukt, schakelt het apparaat om naar de geluidsonderdruk- kingsfunctie en gaat de lamp voor de geluidsonder- drukkingsfunctie groen branden. In de geluidsonder- drukkingsfunctiekuntuhetgeluidsniveautijdenshet grasmaaien verlagen. Als u nogmaals op de functieschakelknop drukt, keert het gereedschap terug naar de normale functie. De resterende acculading controleren Wanneer de resterende acculading laag wordt, gaat het indicatorlampjeknipperenofbranden. ►Fig.25: 1.Indicatorlampje Indicatorlampje Resterende acculading Uit Knippert Brandt 20% tot 100% 0% tot 20% Laad de accu op. OPMERKING:Deindicatorlampjesvoordereste- rende acculading dienen slechts ter referentie. De daadwerkelijkeacculadingkanverschillenafhankelijk van de gebruiksomstandigheden. OPMERKING:Destatusvandeindicatorlampjes wordtbijgewerktwanneerdemachinestoptmet werken. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens u de draagbare voedingseenheid aanbrengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten auto- matisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt, kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen,metkansopernstiglichamelijkletsel. OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakel- hendel in. OPMERKING:Degrasmaaierstartmogelijkniet vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de maaihoogte hoger in.71 NEDERLANDS Deze grasmaaier is voorzien van een contactsleutel en een hand- greepschakelaar. Als er iets niet in orde is met de contactsleutel of deschakelaar,stoptuonmiddellijkhetgebruikenlaatuzecontro- lerenbijuwdichtstbijzijndeerkendeMakita-servicecentrum.

1. Breng de draagbare voedingseenheid aan en

plaats daarna de contactsleutel.

2. Druk op de aan-uitknop van de draagbare voe-

dingseenheid. De aan-uitlamp brandt. Voor PDC1200 ►Fig.26: 1. Aan-uitknop 2. Aan-uitlamp Voor PDC01 ►Fig.27: 1. Aan-uitknop 2. Aan-uitlamp

3. Druk op de hoofdschakelaar.

4. Trekdeschakelhendelnaarutoeterwijlude

schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los zodra de motor begint te draaien. ►Fig.28: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst, knippert hetbedrijfslampjegroenwanneerudeschakelhendelinknijpt.

Terwijludeschakelhendelvasthoudt,duwtudeaandrijfhendel naarvorenenhoudtudezevastomdeachterwielenaantedrijven. ►Fig.29: 1.Aandrijfhendel OPMERKING: Ukuntdeachterwielenaandrijvendoor deaandrijfhendelnaarvorenteduwenendezevastte houden zonder de schakelhendel naar u toe te trekken.

6. Laatdeaandrijfhendelendeschakelhendellos

om het apparaat te stoppen. De maaihoogte instellen WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. WAARSCHUWING: Controleer vóór het gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf valt. De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20 mm tot 100 mm. Verwijderdecontactsleutelentrekvervolgensdemaai- hoogte-instelhendel tot buiten het maaidek en verplaats deze naar de gewenste maaihoogte. ►Fig.30: 1. Maaihoogte-instelhendel De onderstaande tabel toont het verband tussen het cijferophetmaaidekendemaaihoogtebijbenadering. Cijfer Maaihoogte 1 20 mm 2 26 mm 3 32 mm 4 39 mm 5 47 mm 6 55 mm 7 63 mm 8 74 mm 9 86 mm 10 100 mm Houd het voorhandvat of de onderste handgreep met één hand vast en verplaats vervolgens de maaihoog- te-instelhendel met de andere hand. ►Fig.31: 1. Maaihoogte-instelhendel 2. Onderste handgreep 3. Voorhandvat OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte mogenslechtsalsrichtlijnwordengebruikt. Afhankelijkvandetoestandvanhetgazonende ondergrond,kandedaadwerkelijkegazonhoogteiets afwijkenvandeingesteldehoogte. OPMERKING: Met een maaiproef in een min- der opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. Grasniveau-indicator De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid gras aan. Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de indicatorblijvenzweventerwijldesnijbladendraaien. ►Fig.32: 1. Grasniveau-indicator Wanneerdegrasmandbijnavolis,zaldeindicatorniet meerzweventerwijldesnijbladendraaien.Indatgeval stoptuonmiddellijkhetgebruikenleegtudegrasmand. ►Fig.33: 1. Grasniveau-indicator OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove richtlijn.Afhankelijkvandetoestandbinnenindegras- mand,werktdezeindicatornietaltijdgoed. De hoogte van de handgreep afstellen LET OP: Voordat u de bouten verwij- dert, houdt u de bovenste handgreep stevig vast. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken. De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op twee hoogten.

1. Verwijderdebovensteboutenuitdeonderste

handgreepmetbehulpvanpijpsleutel13endraai daarna de onderste bouten los. ►Fig.34: 1. Bovenste bout 2. Onderste bout

2. Stel de hoogte van de handgreep af en draai

daarna de bovenste en onderste bouten stevig vast. De rijsnelheid afstellen ►Fig.35: 1. Snelheidshendel Derijsnelheidkanwordeningesteldmetbehulpvande snelheidshendel. Om de snelheid te verlagen, trekt u de hendel naar u toe, en om de snelheid te verhogen kantelt u de hendel naar voren. Het mulch-inzetstuk gebruiken Hetmulch-inzetstukmaakthetmogelijkomhetmaaisel naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstuk gebruikt, moet u de grasmand verwijderen.72 NEDERLANDS KENNISGEVING: Wanneer u de machine met het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich ervan dat de totale lengte van het gras na het maaien 30 mm of meer is, en de maailengte 15 mm of minder is. ►Fig.36: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder Het uitworp-hulpstuk gebruiken Hetuitworp-hulpstukmaakthetmogelijkomhetmaaisel aan de rechterkant van de machine op de grond te wer- pen zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het uitworp-hulpstuk gebruikt, moet u het mulch-inzetstuk aanbrengen en de grasmandverwijderen. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische aanstu- ringvooreengemakkelijkebediening.

  • Constante-toerentalregelingvansnijblad Elektronische toerentalregeling voor het aanhou- den van een constant toerental. Maakt een onbe- rispelijkeafwerkingmogelijkomdathettoerental zelfsonderbelastingconstantblijft.
  • Zachte-startbijaandrijving De functie zachte-start minimaliseert de start- schokenlaathetgereedschapgeleidelijkstarten.
  • Elektrische rem Dit apparaat is voorzien van een elektrische rem. Als het apparaat constant niet in staat is desnijbladenvandegrasmaaiersnelstiltezet- ten nadat de schakelhendel is losgelaten, laat u het apparaat onderhouden door een erkend Makita-servicecentrum. BEDIENING Maaien WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij- dert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming. LET OP: Als het maaisel of een vreemd voor- werp zich ophoopt binnenin het maaidek, moet u eerst de contactsleutel en accu verwijderen, en handschoenen aantrekken voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. ►Fig.37 Houdbijhetmaaiendehandgreepmetbeidehanden stevigvast.Derichtlijnvoordemaaisnelheidisonge- veer 7 tot 14 meter per 10 seconden. ►Fig.38 Demiddellijnenvandevoorwielenkunnenworden gebruiktalsrichtlijnvoordemaaibreedte.Gebruik demiddellijnenalsrichtlijnbijhetmaaieninbanen. Overlap elke baan met de helft of een derde van de breedtevandevorigebaanomhetgazongelijkmatig te maaien. ►Fig.39: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3.Middenlijn Veranderdemaairichtingbijelkebaanomtevoorko- men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ►Fig.40 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras- mand.Leegdegrasmandvoordatdezevolraakt.Vóór elke periodieke inspectie dient u de grasmaaier uit te schakelen en daarna de contactsleutel en de stekker vandedraagbarevoedingseenheidteverwijderen. KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt met een volle grasmand kan het snijblad niet soe- pel draaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. Maaien van erg lang gras Probeer niet om lang gras in één keer te maaien. Maai in plaats daarvan het gazon in meerdere maaibeurten. Laat een dag of twee tussen de maaibeurten, tot het gazongelijkmatigkortis. ►Fig.41 OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele- maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. De grasmand legen WAARSCHUWING: Om ongelukken te voor- komen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand.

1. Laatdeschakelhendelendeaandrijfhendellos.

2. Verwijderdecontactsleutel.

3. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand

door het handvat vast te pakken. ►Fig.42: 1. Achterklep 2. Handvat 3. Grasmand

4. Leeg de grasmand.73 NEDERLANDS

ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg altijd dat de con- tactsleutel en de draagbare voedingseenheid uit de grasmaaier zijn verwijderd voordat u de gras- maaier opbergt of draagt, of voordat u inspectie of onderhoud gaat verrichten. WAARSCHUWING: Verwijder altijd de con- tactsleutel wanneer de grasmaaier niet in gebruik is. Bewaar de contactsleutel op een veilige plaats, buiten bereik van kinderen. WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een bescher- mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Onderhoud

1. Verwijderdecontactsleutelendedraagbare

2. Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatde

maaihoogte-instelhendel bovenop komt. Reinig het maaisel dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van het maaidek.

3. Giet water op de onderkant van het gereedschap

waaraanhetsnijbladisbevestigd. KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met water onder hoge druk.

5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade,

defectenenslijtage.Beschadigdeofontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen.

6. Berg de grasmaaier op een veilige plaats op bui-

ten bereik van kinderen. KENNISGEVING: Giet geen water op het gedeelte aangegeven in de afbeelding. Als u water giet op de motoreenheid kan een storing in het appa- raat worden veroorzaakt. ►Fig.43: 1. Gebied waar geen water op mag worden gegoten De grasmaaier dragen Wanneer u de grasmaaier draagt, houdt u het voor- handvat en achterhandvat met twee personen vast, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.44: 1. Voorhandvat 2. Achterhandvat Opbergen Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de accula- der niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C of hoger kan oplopen. Het snijblad van de grasmaaier aanbrengen of verwijderen WAARSCHUWING: Nadat de schakelhendel is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Verwijder altijd eerst de contactsleutel en de draagbare voedingseenheid voor- dat u het snijblad gaat verwijderen of aanbrengen. Als u de contactsleutel en de draagbare voedingseenheid niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van het snijblad altijd handschoenen. Het snijblad van de grasmaaier verwijderen

1. Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatde

maaihoogte-instelhendel bovenop komt.

2. Omhetsnijbladteblokkeren,steektudepenin

een opening in het maaidek.

4. Verwijderdeboutendaarnahetsnijbladvande

►Fig.46: 1.Snijbladvoet2.Snijbladvandegras- maaier 3. Bout 4. Uitstekende nok KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van het snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat de uitstekende nokken op de snijbladvoet in de openingen van het snijblad van de grasmaaier vallen. Het snijblad van de grasmaaier monteren WAARSCHUWING: Breng het snijblad van de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een boven- en onderkant. WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom stevig aan om het snijblad vast te zetten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snij- blad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. WAARSCHUWING: Als u het snijblad ver- vangt, volgt u altijd de instructies die in deze handleiding worden gegeven. KENNISGEVING: Na het aanbrengen van de snijbladen van de grasmaaier, verwijdert u de pen uit het maaidek. Omdesnijbladenvandegrasmaaieraantebrengen,volgt udeverwijderingsprocedureinomgekeerdevolgorde.74 NEDERLANDS PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindtdatnietindezegebruiksaanwijzingwordtbeschreven,magunietproberenhetapparaatuitelkaar te halen. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De grasmaaier start niet. De accu is niet aangebracht. Breng een opgeladen accu aan. Probleem met de accu (onvoldoende spanning) Laad de accu op. Als het opladen niet helpt, ver- vangt u de accu. De contactsleutel is niet ingestoken. Steek de contactsleutel er in. Na kortstondig gebruik stopt de motor al gauw. Deaccuisbijnaleeg. Laad de accu op. Als het opladen niet helpt, ver- vangt u de accu. De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte. Maaisel heeft zich opgehoopt in de grasmaaier. Verwijderhetopgehooptemaaiselvanafde grasmaaier. Het maximale motortoerental wordt niet bereikt. De accu is niet goed aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. De accuspanning valt weg. Laad de accu op. Als het opladen niet helpt, ver- vangt u de accu. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijkeerkendeservicecentrumom reparatie. Hetsnijbladvandegrasmaaier draait niet rond: stopdegrasmaaieronmiddellijk! Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is vastgeraaktdichtbijhetsnijblad. Verwijderhetvreemdevoorwerp. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijkeerkendeservicecentrumom reparatie. Abnormale trillingen: stopdegrasmaaieronmiddellijk! Hetsnijbladisnietmeergebalanceerd, ofovermatigofongelijkmatiggesleten. Vervanghetsnijblad. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita- apparaat dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukkenkangevaarvoorpersoonlijkeverwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uit- sluitend voor de aangegeven doeleinden. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.