HT 133 - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HT 133 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HT 133 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HT 133 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HT 133 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING HT 133 STIHL
Met betrekking tot deze handleiding 79
Veiligheidsaanwijzingen en
werktechniek 79
Gebruik 86
Zaaggarnituur 87
Zaagblad en zaagketting monteren 88
Zaagketting spannen 89
Zaagkettingspanning controleren 89
Kettingolie bijvullen 92
Kettingsmering controleren 94
Zaagketting onderhouden en
slijpen 95
Telescoopsteel instellen 99
Draagstel omdoen 99
Rug-draagsysteem 100
Motor starten/afzetten 101
Gebruiksvoorschriften 103
Zaagblad in goede staat houden 104
Luchtfilter vervangen 104
reinigingsvoorschriften 108
Slijtage minimaliseren en schade
voorkomen 110
Belangrijke componenten 111
Reparatierichtlijnen 113
Milieuverantwoord afvoeren 114
EU-conformiteitsverklaring 114
Geachte cliënt(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleemloos mee kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijke groet,

Dr. Nikolas Stihl
STIHL
Op deze handleiding rust auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehouden, vooral het recht op verspreiding, vertaling en verwerking met elektronische systemen.
Met betrekking tot deze handleiding
Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Tank voor kettingsmeer- olie; kettingsmeerolie

Kettingdraairichting

Hand-benzinepomp bedienen

Hand-benzinepomp
Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.

LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig tijdens het werken met de hoogsnoeier, omdat met een zeer hoge kettingsnelheid wordt gewerkt, de zaagtanden zeer scherp zijn en omdat het apparaat een grote reikwijdte heeft.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aan-dachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronacht-zamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situ- aties leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het motorapparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar, die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
Nederlands
Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat alleen gebruiken voor het snoeien (snoeien of terugsnoeien van takken). Alleen in hout en houtige voorwerpen zagen.
Voor andere doeleinden mag het motorapparaat niet worden gebruikt – kans op ongelukken!
Alleen die zaagbladen, zaagkettingen, kettingtandwielen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL adviseert originele STIHL gereedschappen, zaagbladen, zaagkettingen, kettingtandwielen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
Voor het reinigen van het apparaat geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal kunnen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen.
Nauwsluitende kleding – combipak, geen stofjas.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen.
Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.

Veiligheidslaarzen met protectie tegen snijwon- den, een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij gevaar voor vallende voorwerpen.

Robuuste werkhand- schoenen van slijtvast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
Motorapparaat vervoeren

Altijd de motor afzetten.
Altijd de kettingbeschermer aanbrengen – ook bij het vervoer over korte afstanden.
Het motorapparaat alleen uitgebalanceerd aan de steel/maaiboom dragen. Hete machineonderdelen, vooral de uitlaatdemper, niet aanraken – kans op brandwonden!
In auto's: het motorapparaat tegen omvallen, beschadiging en tegen het weglekken van benzine beveiligen.
Tanken

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen benzine morsen – niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine werd gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de schroef-tankdop zo vast mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
Op lekkages letten – als er benzine naar buiten stroomt, de motor niet starten – levensgevaar door verbranding!
Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controleren – het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
-
Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren
– Correct gemonteerd zaagblad
– Correct gespannen zaagketting -
De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnen worden ingedrukt
- De chokeknop, de gashendelblokkering en de gashendel moeten goed gangbaar zijn – de gashendel moet automatisch in de stationaire stand terugveren. Vanuit de standen en van de chokeknop moet deze bij het gelijktijdig indrukken van de gashendelblokkering en de gashendel terugveren in de werkstand I
- Bougiesteker op vastzitten controlleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen moeten schoon en droog, vrij van olie en vuil zijn – belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De draagriem al naargelang de lichaamslengte instellen. Zie hoofdstuk "Draagstel omdoen"
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Voor noodsituaties bij gebruik van draagriemen: het snel neerzetten van het apparaat door het afstropen van het draagstel of het loshaken van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
Nederlands
Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werd getankt – niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorapparaat goed vasthouden – de zaagketting mag geen enkel voorwerp en ook de grond niet raken, omdat deze tijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen binnen een straal van 15 m toelaten – ook niet tijdens het starten – kans op letsel!
De motor starten zoals staat beschreven in de handleiding.
De zaagketting blijft nog even draaien nadat de gashendel wordt losgelaten – naloopeffect!
Stationair toerental controleren: de zaagketting moet bij stationair toerental – bij losgelaten gashendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden – brandgevaar!
Apparaat vasthouden en bedienen

Het motorapparaat voor een veilige bediening altijd met beide handen vasthouden – rechterhand op de bedieningshandgreep – linkerhand op de steel/maaiboom, ook voor linkshandigen. De
bedieningshandgreep en de steel/maaiboom stevig met de duimen omvatten.
Bij apparaten met een telescoopsteel de telescoopsteel slechts zo ver uittrekken als nodig is voor de werkhoogte.
Tijdens de werkzaamheden
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood direct de motor afzetten – stopschakelaar indrukken.

Dit motorapparaat is niet geïsoleerd. Minstens 15 m afstand ten opzichte van elektrici- teitskabels aanhouden – levensgevaar door elektrische schok!

Binnen een straal van 15 m mogen zich geen andere personen ophouden – kans op letsel – door vallende takken en weggeslingerde houtspanen!
Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiële schade!
Met de zaagbladneus een minimale afstand van 15 m ten opzichte van elektriciteitskabels aanhouden. Bij hoogspanningskabels kan een vonkoverslag ook over een grotere afstand voorkomen. Bij werkzaamheden in de directe omgeving van elektriciteitskabels moet de stroom worden uitgeschakeld.
Voor het vervangen van de zaagketting de motor uitschakelen – kans op letsel!
Op een correct stationair toerental letten, zodat de zaagketting na het loslaten van de gashendel niet meedraait.
Als de zaagketting toch meedraait, de motorzaag bij een dealer ter reparatie aanbieden. Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren.
Het motorapparaat nooit onbeheerd laten draaien.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. – kans op uitglijden!
Op obstakels letten: boomstronken, wortels – struikelgevaar!
Bij werkzaamheden die niet vanaf de grond kunnen worden uitgevoerd:
- Altijd een hoogwerker gebruiken
- Nooit op een ladder of staande in de boom werken
- Nooit op onstabiele plaatsen werken
- Nooit met één hand werken
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het motorapparaat werken – ook niet met machines voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergiftiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken – deze symptomen kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomende stoffen (bijv. houtstof), dampen en rook kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stofontwikkeling een stofmasker dragen.
Als het motorapparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of dit in goede staat verkeert – zie ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstofsysteem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die niet meer bedrijfszeker zijn, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
Bij het gebruik van een draagstel erop letten dat de uitlaatgassen niet naar het lichaam van degene die hiermee werkt zijn gericht, maar aan de zijkant langs hem heen worden geleid – brandgevaar!
Nederlands
Snoeien

text_image
max 60° 246BA030 KNHet motorapparaat schuin houden, niet direct onder de af te zagen tak staan. Een hoek van 60° ten opzichte van de grond niet overschrijden. Op vallend hout letten.
Het werkterrein vrij houden – gevallen twijgen en takken opruimen.
Voor het doorzagen van takken de vluchtweg bepalen en obstakels opruimen.

Het zaagblad bij de haak tegen de tak plaatsen en de zaagsnede aanbrengen. Dit voorkomt schokachtige bewegingen van het motorapparaat bij het begin van de zaagsnede.
De zaagketting met vol gas in de zaagsnede aanbrengen.
Alleen met een goed geslepen en correct gespannen zaagketting werken – dieptebegrenzerafstand niet te groot.
Niet in de startgasstand werken – het motortoerental is bij deze stand van de gashendel niet regelbaar.
De zaagsnede van boven naar beneden aanbrengen – voorkomt het vastklemmen van de zaag in de zaagsnede.
Bij dikke, zware takken een ontlastingszaagsnede aanbrengen – zie "Gebruik".
Onder spanning staande takken alleen uiterst voorzichtig doorzagen – kans op letsel!Altijd eerst aan de drukzijde een onlastingszaagsnede aanbrengen, vervolgens aan de trekzijde de zaagsnede aanbrengen – voorkomt het vastklemmen van de zaag in de zaagsnede.
Voorzichtig zijn bij het zagen van versplinterd hout – kans op letsel door afgescheurde stukken hout!
Op hellingen altijd boven of aan de zijkant van de door te zagen tak staan. Op naar beneden rollende takken letten.
Aan het einde van de zaagsnede wordt het motorapparaat niet meer via het zaaggarnituur in de zaagsnede ondersteund. De gebruiker moet het gewicht van het apparaat opnemen – kans op verlies van de controle!
Het motorapparaat alleen met een draaiende zaagketting uit de zaagsnede trekken.
Het motorapparaat alleen gebruiken om te snoeien, niet om te vellen – kans op ongelukken!
Geen andere voorwerpen met de zaagketting in aanraking laten komen: stenen, spijkers enz. kunnen worden weggeslingerd en de zaagketting beschadigen.
Als een draaiende zaagketting contact maakt met een steen of een ander hard voorwerp, kan dit leiden tot vonkvorming, waardoor onder bepaalde omstandigheden licht ontvlambare stoffen vlam zouden kunnen vatten. Ook droge planten en struikgewas zijn licht ontvlambaar, met name tijdens hete, droge weersomstandigheden. Als er kans op brand aanwezig is, de hoogsnoeier niet in de buurt van licht ontvlambare stoffen, droge planten of struikgewas gebruiken. Absoluut bij de verantwoordelijke bosbeheerinstantie informeren of er brandgevaar bestaat.
Voor het achterlaten van het apparaat: motor afzetten.
Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme handschoenen)
- Rustpauzes
De gebruiksduur wordt verkort door: - Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
- Lage buitentemperaturen
- De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beïnvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.
Onderhoud en reparaties
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatig deel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken – kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd – brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!
Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan – brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gegevens" – monteren.
Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controleer of de uitlaatdemper in goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden!
Motor afzetten
- Voor het controleren van de kettingspanning
- Voor het spannen van de ketting
- Voor het vervangen van de ketting
- Voor het opheffen van storingen
Slijphandleiding in acht nemen – voor een veilig en correct gebruik de zaagketting en het zaagblad altijd in een goede staat houden, de zaagketting correct geslepen, gespannen en voldoende gesmeerd.
Zaagketting, zaagblad en kettingtandwiel tijdig verwisselen.
De benzine en kettingsmeerolie alleen opslaan in de voorgeschreven jerrycans met duidelijk leesbare opschriften. Direct huidcontact met benzine voorkomen, benzinedampen niet inademen – gevaar voor de gezondheid!
Nederlands
Gebruik
Voorbereiding
- Geschikte veiligheidskleding dragen, op de veiligheidsvoorschriften letten
- Telescoopsteel op de gewenste lengte afstellen (alleen HT 103, HT 133)
- Motor starten
- Draagriem omdoen
Werkvolgorde
Om het vallen van de afgezaagde takken te vergemakkelijken, moeten de onderste takken eerst worden afgezaagd. Zware takken (met een grote diameter) in onder controle te houden stukken afzagen.

WAARSCHUWING
Nooit onder de tak gaan staan waaraan wordt gewerkt – op de ruimte voor de vallende takken letten! – Op de grond vallende takken kunnen opspringen – kans op letsel!
Milieuverantwoord afvoeren
De afgezaagde takken niet bij het huisvuil gooien – de takken kunnen worden gecomposteerd!
Werktechniek
De rechterhand op de bedieningshandgreep, de linkerhand met een bijna gestrekte arm in een gemakkelijke stand op de steel/maaiboom plaatsen.
Bij HT 102, HT 132
De linkerhand altijd op het handvatrubber plaatsen.

text_image
max 60° 246BA030 KNDe aanzethoek moet altijd 60° of kleiner zijn!
De krachtsinspanning is het kleinst bij een aanzethoek van 60°.
Bij verschillende toepassingen kan van deze hoek worden afgeweken.
Zaagsnede

Het zaagblad ter hoogte van de behuizing tegen de tak plaatsen en de zaagsnede van boven naar beneden aanbrengen – voorkomt het inklemmen van de zaagketting in de zaagsnede.
Ontlastingszaagsnede

text_image
2 1 246BA033 KNOm te voorkomen dat de schors bij dikkere takken losscheurt, aan de onderzijde een
- Ontlastingszaagsnede (1) aanbrengen, hiertoe het zaaggarnituur tegen de tak plaatsen
en het zaagblad boogvormig tot aan de zaagbladneus naar beneden geleiden
- Zaagsnede (2) aanbrengen – hierbij het zaagblad bij de behuizing op de tak laten rusten
Juiste zaagtechniek bij dikke takken

text_image
A 4 3 390BA024 KNBij takdiameters van meer dan 10 cm (4 inch) eerst
- Een voorzaagsnede (3), met een onlastingszaagsnede en een zaagsnede op een afstand (A) van ca. 20 cm (8 inch) voor de gewenste zaagsnede aanbrengen, daarna de definitieve zaagsnede (4) met de onlastingszaagsnede en zaagsnede op de gewenste plaats uitvoeren
Zagen boven obstakels

Door de grote reikwijdte kunnen takken ook boven hindernissen, zoals bijv. sloten, worden afgezaagd. De aanzethoek is afhankelijk van de stand van de tak.
Zagen vanuit een hoogwerker

Door de grote reikwijdte kunnen takken direct op de stam worden afgezaagd zonder daarbij andere takken met de hoogwerker te beschadigen. De aanzethoek is afhankelijk van de stand van de tak.
Zaaggarnituur
Zaagketting, zaagblad en kettingtandwiel vormen het zaaggarnituur.
Het meegeleverde zaaggarnituur is optimaal afgestemd op de hoogsoeier.

text_image
1 c a t = a ÷ 2 2 3 001BA248 KN- De steek (t) van de zaagketting (1), van het kettingtandwiel en van het neustandwiel van het Rollomaticzaagblad moeten met elkaar corresponderen
- De dikte van de aandrijfschakels (2) van de zaagketting (1) moet corresponderen met de groefbreedte van het zaagblad (3)
Bij het combineren van componenten die niet bij elkaar passen, kan het zaaggarnituur reeds na een korte gebruiksduur onherstelbaar worden beschadigd.
Nederlands
Kettingbeschermer

text_image
STIHL 001BA244 KNTot de leveringsomvang behoort een bij het zaaggarnituur passende kettingbeschermer.
Bij het gebruik van zaagbladen op een hoogsnoeier moet altijd een passende kettingbeschermer worden gebruikt, die het complete zaagblad afdekt.
Op de kettingbeschermer is aan de zijkant de lengte van het hierbij passende zaagblad ingestempeld.
Zaagblad en zaagketting monteren
Kettingtandwieldeksel uitbouwen

- De moer losdraaien en het kettingtandwieldeksel wegnemen

text_image
1 2 248BA022-A1- Bout (1) rechtsom draaien, tot de spanschuif (2) rechts tegen de uitsparing van het carter ligt.
Zaagketting op het zaagblad plaatsen

Veiligheidshandschoenen aantrekken – kans op letsel door de scherpe zaagtanden.
- Zaagketting aanbrengen – te beginnen bij de zaagbladneus

text_image
1 2 3 4 5 208A023 A1- Het zaagblad over de bout (3) en de fixeerboring (4) over de tap op de spanschuif plaatsen – gelijktijdig de zaagketting over het kettingtandwiel (5) leggen
- Bout (1) linksom draaien, totdat de zaagketting aan de onderzijde nog maar iets doorhangt en de nokken van de aandrijfschakels in de groef van het zaagblad liggen
- Het kettingtandwieldeksel weer aanbrengen en de moer handvast draaien
- Verder met "Zaagketting spannen"
Zaagketting spannen

Voor het naspannen tijdens het werk:
- Motor afzetten
- Moer losdraaien
- Zaagblad bij de neus optillen
- Met behulp van een schroevendraaier de bout (1) linksom draaien, tot de zaagketting tegen de onderzijde van het zaagblad ligt
- Het zaagblad verder oplichten en de moer vastdraaien
- Verder: zie "Zaagkettingspanning controlleren"
Een nieuwe zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait!
- Kettingspanning vaker controleren – zie "Gebruiksvoorschriften"
Zaagkettingspanning
controleren

text_image
246BA025 KN- Motor afzetten
- Veiligheidshandschoenen aantrekken
- De zaagketting moet tegen de onderzijde van de zaagbladgroef aan liggen – en met de hand over het zaagblad kunnen worden getrokken
- Indien nodig, zaagketting naspannen
Een nieuwe zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.
- Kettingspanning vaker controleren – zie "Gebruiksvoorschriften"
Nederlands
Gaskabel afstellen
Na de montage van het apparaat of na een langere gebruiksduur kan het nodig zijn de gaskabelafstelling te corrigeren.
De gaskabel alleen afstellen bij een compleet gemonteerd apparaat.

● Gashendel in de volgasstand plaatsen
- De bout in de gashendel tot aan de eerste weerstand in de richting van de pijl draaien. Daarna nogmaals een halve slag verder indraaien
Klem aanbrengen
Klem (alleen uitvoeringen met telescoopsteel)
Positie van de klem

text_image
A B 0000-GXX-1673-A0Afhankelijk van de steellengte adviseren wij de volgende positie van de klem:
- Telescoopsteel ingeschoven afstand A = 15 cm (5,9 inch)
- Telescoopsteel geheel uitgetrokken afstand B = 50 cm (19,7 inch)
Klem aanbrengen

- Klem samendrukken en op de steel plaatsen
Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.
! WAARSCHUWING
Direct huidcontact met benzine en het inademen van benzinedampen voorkomen.
STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst mogelijke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.
Brandstof mengen

Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kunnen de motor, keerringen, leidingen en benzinetank beschadigen.
Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON tanken – loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 25% (E25) het volle motorvermogen.
Motorolie
Als brandstof zelf wordt gemengd mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te kunnen waarborgen.
Mengverhouding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine
Voorbeelden
Hoeveelheid STIHL tweetaktolie 1:50 benzine
Liter Liter (ml)
1 0 ,
5 0,10 (100)
10 0,20 (200)
Hoeveelheid STIHL tweetaktolie 1:50 benzine
Liter Liter (ml)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
- In een voor benzine vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens benzine en goed mengen
Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor benzine vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken mengen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan echter tot zo'n 2 jaar probleemloos worden bewaard.
- De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden
! WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien.
- De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
Tanken

Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop naar boven is gericht
Tankdop opendraaien

- Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden 2 genomen 0 )
- Tankdop wegnemen
Nederlands
Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor brandstof (speciaal toebehoren).
- Tanken
Tankdop dichtdraaien

- Tankdop aanbrengen
- Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien
Kettingsmeerolie Kettingolie bijvullen
Voor een automatische, duurzame smering van zaagketting en zaagblad – alleen milieuvriendelijke kwaliteits-kettingsmeerolie gebruiken – bij voorkeur het biologisch snel afbreekbare STIHL BioPlus.
LET OP
Biologische kettingsmeerolie moet over goede eigenschappen tegen veroudering beschikken (bijv. STIHL BioPlus). Olie met minder goede eigenschappen tegen veroudering neigt tot snel verharsen. De gevolgen zijn vaste, moeilijk verwijderbare afzettingen, vooral ter hoogte van de kettingaandrijving en op de zaagketting – tot aan het blokkeren van de oliepomp.
De levensduur van zaagkettingen en zaagbladen wordt wezenlijk beïnvloed door de kwaliteit van de smeerolie – daarom alleen speciale kettingsmeerolie gebruiken.
WAARSCHUWING
Geen afgewerkte olie gebruiken! Afgewerkte olie kan bij langdurig en veelvuldig huidcontact huidkanker veroorzaken en is schadelijk voor het milieu!
LET OP
Afgewerkte olie beschikt niet over de noodzakelijke smeereigenschappen en is ongeschikt voor de kettingsmering.

LET OP
Eén olietankvulling is slechts voldoende voor een halve benzinetankvulling – tijdens de werkzaamheden het oliepeil regelmatig controleren, voorkomen dat de olietank leeg raakt!
Apparaat voorbereiden

- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken grondig reinigen, zodat er geen vuil in de olietank valt
- Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop naar boven is gericht
Openen

● Tankdop verdraaien (ca. 1/4 slag)

De markeringen op de tankdop en de olietank moeten met elkaar corresponderen

Kettingolie bijvullen
- Kettingolie bijvullen
Bij het tanken geen kettingolie morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor kettingolie (speciaal toebehoren).
Sluiten

Beugel staat verticaal:
- Tankdop aanbrengen – de markeringen op de tankdop en de olietank moeten met elkaar corresponderen
- De tankdop tot aan de aanslag naar beneden drukken

text_image
0000-GXX-0139-A0 KN- Tankdop ingedrukt houden en rechtsom draaien tot deze vastklikt

In deze stand staan de markeringen op de tankdop en de olietank met elkaar in lijn

text_image
0000-GXX-0141-A0 KN- Beugel inklappen
Nederlands

Als de inhoud van de olietank niet terugloopt, kan er een storing in het smeersysteem zijn: kettingsmering controleren, oliekanalen reinigen, eventueel contact opnemen met een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
Als de tankdop niet in de olietank kan worden vergrendeld
is het onderste deel ten opzichte van het bovenste deel verdraaid.
- De tankdop van de olietank nemen en vanaf de bovenzijde controleren

text_image
1 0028A584 KNLinks: onderste deel van de tankdop verdraaid – de binnenliggende marking (1) ligt in lijn met de buitenste markering
Rechts: onderste deel van de tankdop in de juiste stand – binnenliggende markering ligt onder de beugel. Deze ligt niet in lijn met de buiten- ste marking

- De tankdop aanbrengen en zover linksom draaien tot deze in de zitting van de vulpijp aangrijpt
- De tankdop verder linksom draaien (ca. 1/4 slag) – het onderste deel van de tankdop wordt hierdoor in de juiste stand gedraaid
- De tankdop rechtsom draaien en sluiten – zie hoofdstuk "Sluiten"
Kettingsmering controleren

text_image
246BA027 KN 1De zaagketting moet altijd iets olie wegslingeren.

Nooit zonder kettingsmering werken! Bij een droog lopende ketting zal het zaaggarnituur binnen de kortste tijd onherstelbaar worden beschadigd. Voor het begin van de werkzaamheden altijd de kettingsmering en het oliepeil in de tank controleren.
Elke nieuwe zaagketting heeft een inlooptijd van 2 tot 3 minuten nodig.
Na het inlopen de kettingspanning controleren en indien nodig corrigeren – zie "Zaagkettingspanning controleren".
Zaagketting onderhouden en slijpen
Moeiteloos zagen met een correct geslepen/aangescherpte zaagketting
Een goed geslepen/aangescherpte zaagketting trekt zichzelf al bij een geringe aanlegdruk moeteloos in het hout.
Niet met een botte of beschadigde zaagketting werken – dit leidt tot een zwaardere lichamelijke belasting, een hogere trillingsbelasting, een onbevredigend zaagresultaat en een hoge slijtage.
- Zaagketting reinigen
- Zaagketting op scheurtjes en beschadigde klinknagels controleren
- Beschadigde of versleten kettingdelen vervangen en deze delen qua vorm en slijtagegraad aan de overige kettingdelen aanpassen – overeenkomstig nabewerken
Zaagkettingen met hardmetalen snijplaatjes (Duro) zijn zeer slijtvast. Voor een optimaal slijpresultaat adviseert STIHL de STIHL dealer.

WAARSCHUWING
De hierna genoemde hoeken en maten moeten beslist worden aangehouden. Een verkeerd geslepen zaagketting – vooral een te lage dieptebegrenzer – kan leiden tot een verhoogde neiging tot terugslag van de hoogsnoeier – kans op letsel!
De zaagketting kan op het zaagblad niet worden geblokkeerd. Wij adviseren dan ook, de zaagketting voor het slijpen van het zaagblad te nemen en op een stationair slijpapparaat (FG 2, HOS, USG) te slijpen.
Kettingsteek

text_image
a 689BA027 KNOp elke zaagtand is vlak bij de dieptebegrenzer de codering (a) voor de kettingsteek gestempeld.
Codering (a) Kettingsteek
| inch mm | |
| 7 | 1 |
1 of 1/4 1/4 6,35
De indeling van de vijldiameter vindt plaats aan de hand van de kettingsteek – zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen".
De hoeken op de zaagtand moeten bij het slijpen worden aangehouden.
Aanscherp- en voorsnijvlakhoek

text_image
A B 689BA021 KNA aanscherphoek
STIHL zaagkettingen worden geslepen/aangescherpt met een aanscherphoek van 30°. Uitzondering hierop zijn de langszaagkettingen met een aanscherphoek van 10°.
Langszaagkettingen hebben een X in de benaming.
B voorsnijvlakhoek
Bij gebruik van de voorgeschreven vijlhouder en vijldiameter wordt automatisch de juiste voorsnijvlakhoek verkregen. 4
| Beiteltandvormen | Hoek (°) | |
| A | B | |
| Micro = halve beiteltand bijv. 63 PM3, 26 RM3, 71 PM3 | 30 | 75 |
| Super = volle beiteltand bijv. 63 PS3, 26 RS, 36 RS3 | 30 | 60 |
| Langszaagketting, bijv. 63 PMX, 36 RMX | 10 | 75 |
De hoeken moeten bij alle tanden van de zaagketting gelijk zijn. Bij ongelijke hoeken: ruw, ongelijkmatig draaien van de zaagketting, sterke slijtage – tot aan het breken van de zaagketting.
Nederlands
Vijlhouder

- Vijlhouder gebruiken
De zaagkettingen met de hand uitsluitend met behulp van een vijlhouder (speciaal toebehoren, zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen") aanscherpen. Vijlhouders zijn voorzien van aanscherphoekmerktekens.
Alleen speciale zaagkettingvijlen gebruiken! Andere vijlen zijn door hun vorm en kapping ongeschikt.
Ter controle van de hoeken

text_image
85° 75° 90° 80° 30° 10° 35° 0° 001BA203 KNSTIHL vijlkaliber (speciaal toebehoren, zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen") – een universeel gereedschap voor de controle van de aanscherp- en voorsnijvlakhoek,
dieptebegrenzerafstand, tandlengte, groefdiepte en voor het reinigen van de groef en de olietoevoerboringen.
Correct slijpen/aanscherpen
- Het gereedschap voor het slijpen/aanscherpen aan de hand van de kettingsteek kiezen
- Bij gebruik van de apparaten FG 2, HOS en USG: zaagketting van het zaagblad nemen en volgens de handleiding van het apparaat slijpen/aanscherpen
- Het zaagblad eventueel inspannen
- Regelmatig slijpen/aanscherpen, weinig materiaal wegnemen – voor het gebruikelijke aanscherpen zijn meestal twee tot drie vijlstreken voldoende

text_image
90° 689BA018 KN
- De vijl geleiden: horizontaal (in een rechte hoek ten opzichte van het zijvlak van het zaagblad) overeenkomstig de voorgeschreven hoeken – aan de hand van de markeringen op de vijlhouder – vijlhouder op het tanddak en op de dieptebegrenzer plaatsen
- Alleen van binnen naar buiten vijlen
- De vijl grijpt alleen aan bij de voorwaartse streek – bij het achteruit geleiden de vijl optillen
- Verbindings- en aandrijfschakels niet afvijlen
- De vijl regelmatig iets verdraaien, om eenzijdige slijtage te voorkomen
- De bramen die bij het vijlen ontstaan verwijderen met behulp van een stuk hardhout
- De hoeken met behulp van het vijlkaliber controleren
Alle zaagtanden moeten even lang zijn.
Bij verschillende zaagtandlengtes zijn ook de tandhoogtes verschillend, hetgeen leidt tot een ruw draaiende zaagketting en zelfs tot het breken van de ketting.
- Alle zaagtanden tot op de lengte van de kortste zaagtand terugvijlen – bij voorkeur door een geautoriseerde dealer laten uitvoeren met een elektrisch slijpapparaat
Dieptebegrenzerafstand

text_image
a 689BA023 KNDe dieptebegrenzer bepaalt de diepte van de zaagsnede in het hout en daarmee de spaandikte.
a richtafstand tussen de dieptebegrenzer en snijkant
Bij het zagen in zacht hout buiten de vorstperiode kan de afstand met maximaal 0,2 mm (0,008") worden vergroot.
Kettingsteek Dieptebegrenzer Afstand (a)
inch (mm) mm (inch)
1/4 P (6,35) 0,45 (0.018)
1/4 (6,35) 0,65 (0.026)
3/8 P (9,32) 0,65 (0.026)
0.325 (8,25) 0,65 (0.026)
3/8 (9,32) 0,65 (0.026)
Dieptebegrenzer afvijlen
De dieptebegrenzerafstand wordt kleiner bij het aanscherpen van de zaagtanden.
- De dieptebegrenzerafstand telkens na het aanscherpen controleren

text_image
1 2 689BA061 KN- Het bij de kettingsteek passende vijlkaliber (1) op de zaagketting plaatsen en bij de te controleren zaagtand aandrukken – als de dieptebegrenzer boven het vijlkaliber uitsteekt moet de dieptebegrenzer worden nabewerkt
Zaagkettingen met knobbel-aandrijfschakel (2) – bovenste deel van de knobbel-aandrijfschakel (2) (met servicemarkering) wordt gelijktijdig met de dieptebegrenzer van de zaagtand bewerkt.
! WAARSCHUWING
Het overige deel van de knobbel-aandrijfschakel mag niet worden bewerkt, omdat dan de neiging tot terugslag van het apparaat zou worden verhoogd.

- De dieptebegrenzer nabewerken tot deze gelijkligt met het vijlkaliber

text_image
689BA044 KN- Aansluitend hierop evenwijdig aan de servicemarkering (zie pijl) het dak van de dieptebegrenzer schuin afvijlen – hierbij het hoogste punt van de dieptebegrenzer niet verder terugzetten
! WAARSCHUWING
Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag van het apparaat.
Nederlands

- Na het slijpen/aanscherpen de zaagketting grondig reinigen, aanhechtende vijlspanen of slijpsel verwijderen – de zaagketting intensief smeren
-
Bij langere werkonderbrekingen de zaagketting reinigen en ingeolied bewaren
-
Het vijlkaliber op de zaagketting plaatsen – het hoogste punt van de dieptebegrenzer moet gelijkliggen met het vijlkaliber
| Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen (speciaal toebehoren) | ||||||||
| Kettingsteek | Ronde vijl ∅ | Ronde vijl | Vijlhouder | Vijlkaliber | Platte vijl | Slijp-, aan-scherpset ^1) | ||
| inch (mm) mm (inch) onderdeelnum- | onderdeelnum- | onderdeelnum- | onderdeelnum- | onderdeelnum- | ||||
| mer | mer | mer | mer | mer | ||||
| 1/4 P | (6,35) | 3,2 | (1/8) | 5605 771 3206 | 5605 750 4300 | 0000 893 4005 | 0814 252 3356 | 5605 007 1000 |
| 1/4 | (6,35) | 4,0 | (5/32) | 5605 772 4006 | 5605 750 4327 | 1110 893 4000 | 0814 252 3356 | 5605 007 1027 |
| 3/8 P | (9,32) | 4,0 | (5/32) | 5605 772 4006 | 5605 750 4327 | 1110 893 4000 | 0814 252 3356 | 5605 007 1027 |
| 0.325 | (8,25) | 4,8 | (3/16) | 5605 772 4806 | 5605 750 4328 | 1110 893 4000 | 0814 252 3356 | 5605 007 1028 |
| 3/8 | (9,32) | 5,2 | (13/64) | 5605 772 5206 | 5605 750 4329 | 1110 893 4000 | 0814 252 3356 | 5605 007 1029 |
1) Bestaande uit vijlhouder met ronde vijl, platte vijl en vijlkaliber
Telescoopsteel instellen

WAARSCHUWING
Altijd de motor afzetten en de kettingbeschermer aanbrengen!

- Klemmoer een halve slag linksom losdraaien
- De steel op de gewenste lengte instellen
● Klemmoer rechtsom vastdraaien
Draagstel omdoen
Type en uitvoering van de draagriem zijn afhankelijk van het exportland.
Enkele schouderriem (HT 102, 132)

text_image
1 2 0000-GXX-1663-A0● Enkele schouderriem (1) omdoen
- Riemlengte instellen
- De karabijnhaak (2) moet ter hoogte van de rechterheup liggen als het motorapparaat aan de draagriem is gehangen
Enkele schouderriem (HT 103, 133)

text_image
1 2 0000-GXX-1684-A0● Enkele schouderriem (1) omdoen
- Riemlengte instellen
- De karabijnhaak (2) moet ter hoogte van de rechterheup liggen als het motorapparaat aan de draagriem is gehangen
Nederlands
Rug-draagsysteem
Alleen uitvoeringen met niet- telescopische steel/maaiboom

text_image
1 2 0000-GXX-1571-A0- Ruggedragen systeem (1) instellen en omdoen – zoals beschreven in de meegeleverde bijlage
- Karabijnhaak (2) vasthaken in het draagoog van het apparaat
- De hoogsoeier tijdens de werkzaamheden aan de draagriem bevestigen

● Heupriem (3), de beide schouderriemen (4) en de draagriem (5) instellen
Alleen uitvoeringen met telescoopsteel

text_image
1 2 3 0000-GXX-1573-A1- Ruggedragen systeem (1) instellen en omdoen – zoals beschreven in de meegeleverde bijlage
- Karabijnhaak (3) in de klem (2) op de steel/maaiboom vasthaken
- De hoogsoeier tijdens de werkzaamheden aan de draagriem bevestigen

text_image
4 5 3 0000-GXX-1574-A0● Heupriem (3), de beide schouderriemen (4) en de draagriem (5) instellen

text_image
0000-GXX-1575-A0- De klem samendrukken en de klem op de steel verschuiven
Motor starten/afzetten
Bedieningselementen

text_image
3 1 2 0000-GXX-0477-A01 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar – met de werkstand en stopstand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar (_) worden ingedrukt – zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
Werking van de stopschakelaar en het contact
Zodra de stopschakelaar wordt ingedrukt, wordt het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na het loslaten veert de stopschakelaar automatisch weer in de werk-stand terug: Nadat de motor stilstaat wordt in de werkstand het contact automatisch weer ingeschakeld – de motor is startklaar en kan worden gestart.
Motor starten

text_image
9 8 0000-GXK-0478-A0- Balg (9) van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- Chokeknop (8) indrukken en afhankelijk van de motortemperatuur in de betreffende stand draaien:
bij koude motor
Z bij warme motor – ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is
Nederlands
Starten

- Kettingbeschermer wegnemen – de ketting mag noch de grond noch enig ander voorwerp raken
- Het apparaat stabiel op de grond plaatsen: de steun van de motor en de haak op de grond – indien nodig – de haak op een verhoging (bijv. takvork, verhoging in het terrein of iets dergelijks) plaatsen

WAARSCHUWING
Binnen het zwenkbereik van de hoogsnoeier mogen zich geen andere personen ophouden!
- Een veilige houding aannemen
- Het apparaat met de linkerhand op het ventilatorhuis stevig op de grond drukken – de duim bevindt zich onder het ventilatorhuis

LET OP
De voet of de knie niet op de steel/maaiboom plaatsen!
- Met de rechterhand de starthandgreep vastpakken
- De starchandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en vervolgens snel en krachtig doortrekken

LET OP
Het koord niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken – kans op breuk!
- De starchandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold
- Verder starten tot de motor draait
Zodra de motor draait

- De gashendelblokkering indrukken en gas geven – de chokeknop springt in de werkstand I – na een koude start de motor door enkele keren gas geven warmdraaien

WAARSCHUWING
Kans op letsel door de bij stationair toerental meedraaiende zaagketting. De carburateur zo afstellen dat de zaagketting bij stationair toerental niet meedraait – zie "Carburateur afstellen".
Het apparaat is klaar voor gebruik.
Motor afzetten
- De stopschakelaar indrukken – de motor stopt – de stopschakelaar loslaten – de stopschakelaar veert terug
Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand of bij het accelereren af.
- De chokeknop in stand plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor start niet in de warmestartstand - De chokeknop in stand 1 plaatsen – verder starten tot de motor draait
De motor slaat niet aan
● Controleren of alle bedieningselementen correct zijn afgesteld
● Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken
● Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt - Startprocedure herhalen
- De chokeknop in stand I plaatsen – verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
- Na het tanken de balg van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
- Motor opnieuw starten
Gebruiksvoorschriften
Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het nieuwe apparaat tot aan de derde tankvulling niet onbelast met hoge toerentallen laten draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase moeten de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een hogere wrijvingsweerstand. De motor levert zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
Tijdens de werkzaamheden

De carburateur niet armer afstellen om een vermeend hoger vermogen te bereiken – de motor zou anders defect kunnen raken – zie "Carburateur afstellen".
Kettingspanning regelmatig controleren
Een nieuwe zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.
In koude staat
De zaagketting moet tegen de onderzijde van het zaagblad liggen, maar moet met de hand nog over het zaagblad kunnen worden getrokken. Indien nodig, de zaagketting spannen – zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".
Op bedrijfstemperatuur
De zaagketting rekt en hangt daardoor door. De aandrijfschakels aan de onderzijde van het zaagblad mogen niet uit de groef komen – de zaagketting kan anders van het zaagblad lopen.
Zaagketting spannen – zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".

Bij het afkoelen krimpt de zaagketting. Een niet-ontspannen zaagketting kan de aandrijfas en de lagers beschadigen.
Na langdurig gebruik met vol gas
De motor nog even stationair laten draaien tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd, dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssysteem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
Na de werkzaamheden
- Zaagketting ontspannen als deze tijdens de werkzaamheden bij bedrijfstemperatuur werd gespannen

De zaagketting na beëindiging van de werkzaamheden beslist weer ontspannen! Bij het afkoelen krimpt de zaagketting. Een niet-ontspannen zaagketting kan de aandrijfas en de lagers beschadigen.
Als het werk even wordt onderbroken
Kettingbeschemer aanbrengen en de motor laten afkoelen. Het apparaat met gevulde benzinetank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt.
Bij langdurige buitengebruikstelling
Zie hoofdstuk "Apparaat opslaan"
Nederlands
Zaagblad in goede staat houden

text_image
2 1 3 24GBA028 KN- Zaagblad omkeren – steeds nadat de ketting is geslepen en nadat de ketting is verwisseld – om eenzijdige slijtage te voorkomen, vooral bij de zaagbladneus en aan de onderzijde
- Olietoevoerboring (1), oliekanaal (2) en zaagbladgroef (3) regelmatig reinigen
- Groefdiepte meten – met behulp van het meetkaliber op het vijlkaliber (speciaal toebehoren) – op de plaats waar de slijtage het grootst is
Kettingtype Kettingsteek Minimale
groefdiepte
Picco 1/4" P 4,0 mm
(0,16")
Als de groef niet ten minste zo diep is:
- Zaagblad vervangen
De aandrijfschakels raken anders de bodem van de groef – hierdoor liggen de tandvoet en de verbindingsschakels niet meer op de randen van de zaagbladgroef.
Luchtfilter vervangen
De levensduur van het filter bedraagt gemiddeld meer dan een jaar. Het filterdeksel niet demonteren en het luchtfilter niet vervangen zolang er geen merkbaar vermogensverlies optreedt.
Als het motorvermogen merkbaar afneemt

- Chokeknop in stand 1 draaien
● Bouten (1) losdraaien
● Filterdeksel (2) wegnemen - Het grove vuil rondom het filter verwijderen
- Filter (3) wegnemen
- Een vervuild of beschadigd filter (3) vervangen
- Beschadigde onderdelen vervangen
Filter aanbrengen
- Het nieuwe filter (3) in het filterhuis plaatsen en het filterdeksel aanbrengen
● Bouten (1) aanbrengen en vastdraaien
De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden wordt voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
Stationair toerental instellen

text_image
H L + LA 0000-GXX-0495-A0Motor slaat bij stationair toerental af
● Motor ca. 3 min. warm laten draaien
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien tot de motor gelijkmatig draait – de zaagketting mag niet meedraaien
De zaagketting draait bij stationair toerental mee
- Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam linksom draaien, tot de zaagketting stil blijft staan, vervolgens 1/2 tot 3/4 slag in dezelfde richting verder draaien
! WAARSCHUWING
Als de zaagketting na de uitgevoerde instelling bij stationair toerental niet stil blijft staan, het motorapparaat door een geautoriseerde dealer laten repareren.
Bougie
- Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
- Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gegevens"
Bougie uitbouwen

text_image
1 2 3 0000-GX-0537-A0- Afdekkap (1) losschroeven
● Bougiesteker (2) lostrekken - Bougie (3) losdraaien
Nederlands
Bougie controleren

text_image
000BA039 KN A● Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens"
- Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen
Mogelijke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
- Ongunstige bedrijfsomstandigheden

text_image
1 000BA045 KN! WAARSCHUWING
Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of
explosies ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiële schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
Bougie monteren
- Bougie (3) vastdraaien
- Bougie (3) met behulp van de combisleutel vastdraaien
- Bougiesteker (2) vast op de bougie drukken
- Afdekkap (1) plaatsen en vastschroeven
Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 3 maanden
- De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
- De brandstof volgens de voorschriften en milieuwetgeving opslaan
- De motor laten draaien tot hij uit zichzelf afslaat, als dit wordt nagelaten kunnen de carburateurmembranen vastplakken
- Zaagketting en zaagblad wegnemen, schoonmaken en met conserveringsolie inspuiten
- Het apparaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
- Bij gebruik van biologische kettingsmeerolie (bijv. STIHL BioPlus) de olietank geheel vullen
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)
Kettingtandwiel controleren en vervangen
- Het kettingtandwieldeksel, de zaagketting en het zaagblad wegnemen
Kettingtandwiel vervangen

text_image
a 000BA054 KN- Na het verbruik van twee zaagkettingen of eerder
- Als de inloopsporen (a) dieper zijn dan 0,5 mm (0,02 inch) – anders wordt de levensduur van de zaagketting nadelig beïnvloed – voor controle het kaliber (speciaal toebehoren) gebruiken
Het kettingtandwiel heeft een langere levensduur als er afwisselend met twee zaagkettingen wordt gewerkt.
STIHL adviseert originele STIHL kettingtandwielen te monteren.

Het kettingtandwiel wordt via een slipkoppeling aangedreven. Het vervangen van het kettingtandwiel moet worden uitgevoerd door een STIHL dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.
Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine | visuele controle (staat, lekkage) X | X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Bedieningshandgreep werking controleren | X X | |||||||||
| Luchtfilter | reinigen X X | |||||||||
| vervangen ^2) | X | |||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controleren X | |||||||||
| laten repareren door geautoriseerde dealer ^1) | X | |||||||||
| Aanzuigmond in de benzinetank | laten controleren door geautoriseerde dealer ^1) | X | ||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer ^1) | X | X | X | |||||||
| Benzinetank reinigen X X | ||||||||||
| Carburateur | stationair toerental controleren, de ketting mag niet meedraaien | X | X | |||||||
| Stationair toerental instellen X | ||||||||||
| Bougie | elektrodeafstand afstellen X | |||||||||
| elke 100 bedrijfsuren vervangen | ||||||||||
| Aanzuigopeningen voor koellucht | visuele controle X | |||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Cilinderribben | laten reinigen door geautoriseerde dealer ^1) | X | ||||||||
| Klepspeling | bij vermogensverlies of sterk toegenomen startkracht, de klepspeling controleren en zo nodig laten afstellen door geautoriseerde dealer ^1) | X | X | |||||||
| Verbrandingsruimte elke 150 bedrijfsuren | laten reinigen door geautoriseerde dealer ^1) | X | ||||||||
Nederlands
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werk- zaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarlijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) | natrekken X | |||||||||
| Antivibratie-elementen | controleren X | X | X | |||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Kettingsmering controleren X | ||||||||||
| Zaagketting | controleren, ook op het scherp zijn letten X | X | ||||||||
| kettingspanning controleren X | X | |||||||||
| slijpen/aanscherpen X | ||||||||||
| Zaagblad | controleren (slijtage, beschadiging) X | |||||||||
| reinigen en omkeren X | X | |||||||||
| bramen verwijderen X | ||||||||||
| vervangen X X | ||||||||||
| Kettingtandwiel | controleren X | |||||||||
| laten vervangen door geautoriseerde dealer1) | X | |||||||||
| Veiligheidssticker | vervangen X | |||||||||
1) STIHL adviseert de STIHL dealer
2) Alleen als het motorvermogen merkbaar afneemt
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden
uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
- Schade aan de motor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
- Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Zaagketting, zaagblad
- Aandrijfcomponenten (centrifugaalkoppeling, koppelingstrommel, kettingtandwiel)
- Filter (voor lucht, olie, benzine)
- Startmechanisme
- Bougie
- Dempingselementen van het antivibratiesysteem
Belangrijke componenten

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 STIHL 20 STIHL 18 19 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 #1 Handvatrubber (HT 102, HT 132)
2 Vaste steel/maaiboom (HT 102, HT 132)
3 Draagoog
4 Stopschakelaar
5 Gashendelblokkering
6 Chokeknop
7 Luchtfilterdeksel
8 Benzinetank
9 Gashendel
10 Klem (HT 103, HT 133)
11 Handvatrubber (HT 103, HT 133)
12 Telescoopsteel (HT 103, HT 133)
13 Olietankdop
14 Oilomatic-zaagketting
15 Zaagblad
16 Olietank
17 Klemmoer (HT 103, HT 133)
18 Kettingtandwieldeksel
19 Haak
20 Kettingbeschermer
21 Kettingspanner
22 Kettingtandwiel
23 Apparatensteun
24 Benzinetank
25 Tankdop
STIHL eencilinder-viertaktmotor met mengsmering
HT 102, HT 103
Cilinderinhoud: 31,4 cm ^3
Boring: 40 mm
Slag: 25 mm
Vermogen volgens 1,05 kW (1,4 pk)
ISO 8893: bij 7000 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental
(nominale waarde): 9500 1/min
Klepspeling
Inlaatklep: 0,10 mm
Uitlaatklep: 0,10 mm
HT 132, HT 133
Cilinderinhoud: 36,3 cm ^3
Boring: 43 mm
Slag: 25 mm
Vermogen volgens 1,4 kW (1,9 pk) bij
ISO 8893: 8500 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental
(nominale waarde): 9500 1/min
Klepspeling
Inlaatklep: 0,10 mm
Uitlaatklep: 0,10 mm
Ontstekingssysteem
Elektrodeafstand: 0,5 mm
Brandstofsysteem
Onafhankelijk van de stand werkende membraancarburateur met geïntegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 710 cm ^3 (0,71 l)
Kettingsmering
Toerentalafhankelijke, volautomatische oliepomp met roterende plunjer
Inhoud olietank: 120 cm ^3 (0,12 l)
Gewicht
Zonder benzine/olie, zonder zaaggarnituur
HT 102: 5,5 kg
HT 103: 7,2 kg
HT 132: 5,7 kg
HT 133: 7,2 kg
Zaaggarnituur
De werkelijke zaagbladlengte kan kleiner zijn dan de vermelde zaagbladlengte.
Zaagbladen Rollomatic E Mini
Snoeilengte: 25, 30 cm
Steek: 1/4" P (6,35 mm)
Groefbreedte: 1,1 mm
Zaagketting 1/4" P
Picco Micro 3 (71 PM3) type 3670
Steek: 1/4" P (6,35 mm)
Dikte
aandrijfschakels: 1,1 mm
Kettingtandwiel
8-tands voor 1/4" P
Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden wegen stationair toerental en nominaal maximumtoerental even zwaar.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib
Geluiddrukniveau L _peq volgens ISO 22868
HT 102: 87 dB(A)
HT 103: 89 dB(A)
HT 132: 92 dB(A)
HT 133: 93 dB(A)
Geluidvermogensniveau L _weq volgens ISO 22868
HT 102: 104 dB(A)
HT 103: 106 dB(A)
HT 132: 108 dB(A)
HT 133: 109 dB(A)
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867
HT 102, HT 132
Steel/maaiboom:
HT 102 2,7 m/s ^2
HT 132 4,9 m/s ^2
Steel geheel uitgetrokken:
HT 103 3,9 m/s ^2
HT 133 3,8 m/s ^2
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemicaliën.
HT 102, HT 103, HT 132, HT 133
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-
typegoedkeuringsprocedure gemeten CO₂-waarde staat weergegeven bij de voor het product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2.
De gemeten CO _2 -waarde werd op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring.
Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL ^ en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G_n (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
Nederlands
Milieuverantwoord afvoeren
Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in acht worden genomen.

text_image
000BA073 KNSTIHL producten behoren niet bij het huisvuil. STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieuvriendelijke recycling.
Actuele informatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: Hoogsnoeier
Merk: STIHL
Type: HT 102
HT 103
HT 132
HT 133
Serie-identificatie: 4182
Cilinderinhoud
HT 102: 31.4 cm ^3
HT 103: 31,4 cm ^3
HT 132: 36,3 cm ^3
HT 133: 36,3 cm ^3
voldoen aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU,
2006/42/EG en 2014/30/EU en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen zijn ontwikkeld en geproduceerd:
EN ISO 11680-1, EN 55012,
EN 61000-6-1
De EG-typegoedkeuring is uitgevoerd door
DPLF
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 3-2-2020
Hoofd productgegevens, -voorschriften en goedkeuring
