GEBRUIKSAANWIJZING DRIVE S SONY
Uit veiligheidsoverwegingen moet u dit apparaat in het dashboard van de auto installeren.
Raadpleeg de bijgeleverde handleiding voor installatie/aansluitingen voor meer informatie over de installatie en aansluitingen.
Geproduceerd in Thailand
Eigenschappen laserdiode
• Emissieduur: continu
• Laservermogen: minder dan 53,3 μW
(Deze uitgangswaarde is gemeten op een afstand van 200 mm van het lensoppervlak op het optische opnameblok met 7 mm opening.)
Het naamplaatje met de werkspanning enz. bevindt zich onder aan de behuizing.
CE
Hierbij verklaart Sony Corp. dat deze MEX-N4000BT in overeenstemming is met de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
Nadere informatie kunt u vinden op:
http://www.compliance.sony.de/
Producent: Sony Corporation, 1-7-1 Konan Minatoku Tokyo, 108-0075 Japan
Voor EU-product conformiteit: Sony Deutschland GmbH, Hedelfinger Strasse 61, 70327 Stuttgart, Duitsland
Zorg ervoor dat de AUTO OFF-functie ingesteld is (pagina 17). Hiermee wordt het apparaat na de ingestelde tijdsduur automatisch volledig uitgeschakeld nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld. Zo voorkomt u dat de accu leegraakt. Als u de AUTO OFF-functie niet instelt, houdt u OFF ingedrukt tot het scherm verdwijnt wanneer u het contactslot uitzet.
Opmerkingen over de BLUETOOTH-functie
Let op
ONDER GEEN ENKELE OMSTANDIGHEID ZAL SONY AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR INCIDENTELE, INDIRECTE OF BIJKOMENDE SCHADE OF ANDERE SCHADE WAARONDER, ZONDER BEPERKING, VERLIES VAN WINST, INKOMSTENDERVING, VERLIES VAN GEGEVENS, VERLIES VAN GEBRUIK VAN HET PRODUCT OF EVENTUELE BIJKOMENDE APPARATUUR, UITVALTIJD EN TIJD VAN DE KOPER DIE VERBAND HOUDT MET OF ONTSTAAT UIT HET GEBRUIK VAN DIT PRODUCT, DE BIJBEHORENDE HARDWARE EN/OF SOFTWARE.
BELANGRIJKE KENNISGEVING!
Veilig en efficiënt gebruik
Door veranderingen in of wijzigingen aan dit apparaat die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door Sony kan de toestemming deze apparatuur te gebruiken, komen te vervallen.
Controleer voordat u dit product gebruikt of er uitzonderingen van toepassing zijn wegens nationale vereisten of beperkingen met betrekking tot het gebruik van BLUETOOTH-apparatuur.
Rijden
Controleer altijd wetten en voorschriften voor het gebruik van mobiele telefoons en handsfree-apparatuur in de gebieden waar u rijdt.
Houd altijd uw aandacht volledig bij het rijden en ga van de weg af en parkeer de auto voordat u een gesprek gaat voeren, als de rijomstandigheden dat vereisen.
Aansluiten op andere apparaten
Wanneer u een aansluiting tot stand brengt met een ander apparaat, lees daarvan dan de gebruikershandleiding na op gedetailleerde veiligheidsinstructies.
Blootstelling aan radiofrequenties
RF-signalen kunnen van invloed zijn op niet goed geinstalleerde of onvoldoende afgeschermde elektronische systemen in auto's, zoals elektronische brandstofinjectiesystemen, elektronische antislipremsystemen (ABS), elektronische snelheidscontrolesystemen en airbag-systemen. Vraag voor de installatie van of het onderhoud aan dit apparaat advies aan de fabrikant van uw auto of een vertegenwoordiger. Foutieve installatie of service kan gevaarlijk zijn en kan een eventuele garantie die van toepassing is op dit apparaat, doen vervallen.
Vraag advies aan de fabrikant van uw auto zodat u zeker weet dat het gebruik van uw mobiele telefoon in de auto geen invloed zal hebben op de elektronische systemen.
Controleer regelmatig of alle draadloze apparatuur in uw auto goed is gemonteerd en goed functioneert.
Noodoproepen
Dit elektronische BLUETOOTH-toestel voor handenvrije communicatie in de auto gebruikt radiosignalen, mobiele en vaste netwerken en ook een door de gebruiker geprogrammeerde functie.
Verbinding kan niet onder alle omstandigheden worden gegarandeerd.
Vertrouw daarom niet uitsluitend op uw elektronische apparaat voor het tot stand brengen van essentiële communicatie (zoals bij medische noodgevallen).
Bedenk dat, als u gesprekken wilt voeren, het elektronisch handsfree-apparaat voor handsfree- gebruik moet worden ingeschakeld in een servicegebied met een mobiel signaal dat voldoende krachtig is.
Noodoproepen zullen misschien niet mogelijk zijn op alle netwerken voor mobiele telefonie of wanneer bepaalde netwerkdiensten en/of functies van de telefoon in gebruik zijn.
Doe navraag bij uw lokale service-provider.
Inhoudsopgave
Onderdelen en bedieningselementen ..... 5
Aan de slag
Het voorpaneel verwijderen.... 6
De klok instellen 7
Een BLUETOOTH-toestel voorbereiden....7
Een iPod/USB-apparaat aansluiten....9
Een ander draagbaar audioapparaat
aansluiten 9
Luisteren naar de radio
Luisteren naar de radio.... 10
Radio Data System (RDS) gebruiken 10
Afspelen
Een disc afspelen 11
Een iPod/USB-apparaat afspelen 11
Een BLUETOOTH-toestel afspelen 12
Tracks zoeken en afspelen 12
Handenvrij bellen
Een oproep beantwoorden 13
lemand opbellen.... 13
Beschikbare bedieningen tijdens een gesprek 14
Handige functies
App Remote met iPhone/Android-telefoon.....15
Instellingen
De DEMO-stand annuleren 17
Algemene bediening voor instellingen..... 17
GENERAL-instellingen.... 17
SOUND-instellingen 17
EQ10 PRESET 17
EQ10 SETTING 18
POSITION (luisterpositie) 18
RB ENH (versterking lage tonen achter) ..... 18
SW DIREC (rechtstreekse subwooferverbinding) 18
DISPLAY-instellingen.... 19
BT (BLUETOOTH)-instellingen 19
BT INIT (BLUETOOTH initialiseren) ..... 19
APP REM (App Remote)-instellingen 19
Voorzorgsmaatregelen....20
Onderhoud 22
Onderdelen en bedieningselementen
Hoofdapparaat

text_image
1
2
3
4
5
6
7
8
SEEK+
OFF
SRC
CALL
MODE
SEEK-
PUSH ENTER
VOICE APP
DSPL
1
2
3
4
5
6
MENU
ALBUM
MIC
PAUSE
PTY
AF/TA
AUX
9
10
11
12
13
14
15
16
17
Cijfertoets 3/↔ (herhalen) is voorzien van een voelstip.
① Q (bladeren) (pagina 12)
Hiermee kunt u tijdens het afspelen de bladerstand activeren.
2 Toets om het voorpaneel los te maken
3 SEEK +/-
Hiermee kunt u automatisch afstemmen op radiozenders. Houd de toets ingedrukt om handmatig af te stemmen.
I◄◄/►►I (vorige/volgende)
◀◀/▶▶ (snel achteruit/snel vooruit)
4 Regelknop
Draai aan deze knop om het volume te regelen.
ENTER
Hiermee kunt u het geselecteerde item bevestigen.
Druk op SRC, draai aan de knop om een bron te kiezen en druk erop om de keuze te bevestigen.
VOICE (pagina 14)
Activeer de spraakknop.
Wanneer de functie App Remote ingeschakeld is, is de spraakherkenning geactiveerd (alleen Android™ -telefoon).
-APP
Meer dan 2 seconden ingedrukt houden om de functie App Remote (verbinding) in te stellen.
N-merkteken
Raak de regelknop op de Android-telefoon aan om de BLUETOOTH-verbinding tot stand te brengen.
5 Ontvanger voor de afstandsbediening
6 Discsleuf
7 Display
8 ▲ (disc uitwerpen)
9 SRC (bron)
Hiermee kunt u het apparaat inschakelen.
U kunt deze toets ook gebruiken om de bron te wijzigen.
-OFF
Houd deze toets 1 seconde ingedrukt als u het apparaat wilt uitschakelen.
Houd de toets langer dan 2 seconden ingedrukt als u het apparaat en het scherm wilt uitschakelen.
10 ↩ (terug)
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
MODE (pagina 10, 12, 15)
11 CALL
Hiermee kunt u het oproepmenu openen.
Hiermee kunt u een gesprek aannemen/beëindigen.
Houd deze toets langer dan 2 seconden ingedrukt om het BLUETOOTH-signaal te wijzigen.
12 MENU
Opent het instellingenmenu.
-DSPL (display)
Ingedrukt houden, druk dan om display-items te wijzigen.
13 Cijfertoetsen (1 tot 6)
Hiermee kunt u opgeslagen radiozenders ontvangen. Houd een van deze toetsen ingedrukt om zenders op te slaan.
U kunt deze toetsen ook gebruiken om een opgeslagen telefoonnummer te bellen. Houd een van deze toetsen ingedrukt om een telefoonnummer op te slaan.
ALBUM ▼/▲
Hiermee kunt u een album op een audioapparaat overslaan. Houd de toets ingedrukt om albums te blijven overslaan.
← (herhalen)
(willekeurig)
MIC (pagina 14)
PAUSE
Stel AF en TA in.
Houd deze toets ingedrukt om PTY te selecteren in RDS.
15 AUX-ingang
16 USB-poort
17 Microfoon (op het binnenpaneel)
Om ervoor te zorgen dat de handenvrije functie correct werkt, mag u de microfoon niet met tape enz. bedekken.
Aan de slag
Het voorpaneel verwijderen
U kunt ter voorkoming van diefstal het voorpaneel van het apparaat verwijderen.
1 Houd OFF ① ingedrukt.
Het apparaat wordt uitgeschakeld.
2 Druk op de toets om het voorpaneel los te maken ② en verwijder het voorpaneel door het naar u toe te trekken.

Als u de contactschakelaar in de stand OFF zet zonder dat u het voorpaneel hebt verwijderd, klinkt gedurende enkele seconden de waarschuwingstoon. U hoort de waarschuwingstoon alleen als de ingebouwde versterker wordt gebruikt.
Serienummers
Controleer of de serienummers aan de onderzijde van het toestel en op de achterzijde van het voorpaneel overeenkomen. Anders is geen BLUETOOTH-koppeling, verbinding en ontkoppeling met NFC mogelijk.
Het voorpaneel bevestigen

1 Druk op MENU, selecteer [GENERAL] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
2 Selecteer [CLOCK-ADJ] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op. De aanduiding voor het uur gaat knipperen.
3 Stel de uren en minuten in door de regelknop te verdraaien.
Druk op SEEK +/- om de digitale aanduiding te verplaatsen.
4 Druk op MENU na het instellen van de minuten.
Het instellen is voltooid en de klok begint te lopen.
Druk op DSPL om de klok weer te geven.
Een BLUETOOTH-toestel voorbereiden
U kunt muziek beluisteren of handenvrij bellen door een geschikt BLUETOOTH-toestel aan te sluiten. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het toestel voor meer informatie over het aansluiten.
Vooraleer u het toestel aansluit, verlaagt u het volume van dit apparaat. Doet u dit niet, dan kunnen er luide geluiden geproduceerd worden.
Koppelen en verbinding maken met een BLUETOOTH-toestel
Wanneer u een BLUETOOTH-toestel (mobiele telefoon, audioapparaat enz.) voor het eerst aansluit, moet er een wederzijdse registratie uitgevoerd worden (dit proces wordt "koppelen" genoemd). Door een koppeling door te voeren, kunnen dit apparaat en andere toestellen elkaar herkennen.



1 Plaats het BLUETOOTH-toestel niet meer dan 1 m verwijderd van dit apparaat.
2 Druk op CALL, selecteer [PAIRING] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
knippert.
Het apparaat schakelt over naar de standbystand voor koppeling.
3 Voer de koppeling uit op het BLUETOOTH-toestel zodat het dit apparaat detecteert.
4 Selecteer [Sony Car Audio] op het scherm van het BLUETOOTH-apparaat.
Als [Sony Car Audio] niet weergegeven wordt, herhaalt u dit proces vanaf stap 2.

5 Als u een wachtwoord* moet invoeren op het BLUETOOTH-apparaat, voert u [0000] in.
* Het wachtwoord kan, afhankelijk van het apparaat, "toegangscode", "PIN-code", "PIN-getal", "wachtwoord", enz. worden genoemd.

text_image
Wachtwoord invoeren
[0000]
XXXX
Als de koppeling doorgevoerd is, blijft ⚙ branden.
6 Selecteer dit apparaat op het BLUETOOTH-toestel om de BLUETOOTH-verbinding te activeren.
of licht op wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
Opmerking
Zolang er een BLUETOOTH-verbinding actief is, kan dit apparaat niet worden gedetecteerd vanaf een ander toestel. U kunt detectie mogelijk maken door de koppelingsstand in te schakelen en dit apparaat vanaf een ander apparaat te zoeken.
Het koppelen annuleren
Voer stap 2 uit om de koppelingsmodus te annuleren wanneer dit apparaat en het BLUETOOTH-toestel gekoppeld zijn.
Verbinding maken met een gekoppeld BLUETOOTH-apparaat
Om een gekoppeld toestel te kunnen gebruiken, moet het verbonden zijn met dit apparaat. Sommige gekoppelde toestellen worden automatisch verbonden.

1 Druk op CALL, selecteer [BT SIGNL] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
Controleer of ✉ oplicht.
2 Activeer de BLUETOOTH-functie op het BLUETOOTH-toestel.
3 Bedien het BLUETOOTH-toestel om verbinding te maken met dit apparaat.
of licht op.
Pictogrammen op het display:
| [2016] | Licht op wanneer er een mobiele telefoon verbonden is met het apparaat. |
| [2017] | Licht op wanneer er een audioapparaat verbonden is met het apparaat. |
| [2018] | Geeft de signaalsterkte aan van de aangesloten mobiele telefoon. |
Verbinding maken met het laatste verbonden toestel vanaf dit apparaat
Activeer de BLUETOOTH-functie op het BLUETOOTH-toestel.
Druk op SRC.
Druk op ENTER om verbinding te maken met de mobiele telefoon of op PAUSE om verbinding te maken met het audioapparaat.
Opmerking
Tijdens het streamen van BLUETOOTH-audio kunt u niet vanaf dit apparaat een verbinding tot stand brengen met de mobiele telefoon. Maak in plaats daarvan verbinding met dit apparaat vanaf de mobiele telefoon.
Tip
Met BLUETOOTH-signaal ingeschakeld: wanneer u de contactsleutel omdraait, brengt dit apparaat automatisch opnieuw de verbinding tot stand met de mobiele telefoon waar het het laatst mee verbonden was.
Microfoon installeren
Als u de microfoon (niet bijgeleverd) installeert, verbetert de geluidskwaliteit voor het praten via dit apparaat. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de microfoon voor meer informatie over het aansluiten ervan.
Verbinding maken met een smartphone door middel van One touch (NFC)
Door de regelknop op het toestel met een voor NFC* geschikte smartphone aan te raken, wordt het toestel automatisch gekoppeld aan en verbonden met de smartphone.
* NFC (Near Field Communication) is een technologie voor draadloze communicatie op korte afstand tussen diverse apparaten, zoals mobiele telefoons en IC-tags. Dankzij de NFC-functie is gegevenscommunicatie eenvoudig mogelijk door gewoon het relevante symbool of de gewenste locatie aan te raken op voor NFC geschikte apparaten.
Voor een smartphone waarop Android OS 4.0 of lager geïnstalleerd is, moet de app "NFC Easy Connect" van Google Play™ worden gedownload. De app kan in bepaalde landen/regio's mogelijk niet worden gedownload.
1 Activeer de NFC-functie op de smartphone.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de smartphone voor meer informatie.
2 Raak het gedeelte met het N-merkteken van het toestel aan met het gedeelte met het N-merkteken van de smartphone.

Controleer of ⚙ oplicht op het display van het toestel.
Verbinding verbreken met One touch
Raak het gedeelte met het N-merkteken van het toestel nogmaals aan met het gedeelte met het N-merkteken van de smartphone.
Opmerkingen
- Behandel de smartphone voorzichtig wanneer u de verbinding tot stand brengt, om krassen te vermijden.
- One touch-verbinding is niet mogelijk wanneer het toestel reeds verbonden is met een ander apparaat dat geschikt is voor NFC. In dit geval verbreekt u de verbinding met het andere apparaat en brengt u de verbinding met de smartphone opnieuw tot stand.
Verbinding maken met een iPhone/iPod (BLUETOOTH automatische koppeling)
Wanneer een iPhone/iPod met iOS5 of later wordt aangesloten op de USB-poort, wordt het toestel automatisch gekoppeld aan en verbonden met de iPhone/iPod.
Om automatische BLUETOOTH-koppeling mogelijk te maken, dient [AUTO PAIRING] in BT-setup ingesteld te zijn op [ON] (pagina 19).
1 Activeer de BLUETOOTH-functie op de iPhone/iPod.
2 Sluit een iPhone/iPod aan op de USB-poort.

Controleer of Ⓧ oplicht op het display van de eenheid.
Opmerkingen
- BLUETOOTH automatische koppeling is niet mogelijk als het toestel reeds verbonden is met een ander BLUETOOTH-apparaat. In dit geval koppelt u het andere apparaat los, waarna u de iPhone/iPod opnieuw verbindt.
- Als de BLUETOOTH automatische koppeling niet lukt, raadpleegt u "Een BLUETOOTH-toestel voorbereiden" voor meer informatie (pagina 7).
Een iPod/USB-apparaat aansluiten
1 Verlaag het volume op het apparaat.
2 Sluit de iPod/het USB-apparaat aan op het apparaat.
Gebruik voor het aansluiten van een iPod/iPhone de USB-verbindingskabel voor iPod (niet bijgeleverd).

text_image
iPhone 5 aansluiten
Een ander draagbaar audioapparaat aansluiten
1 Schakel het draagbare audioapparaat uit.
2 Verlaag het volume op het apparaat.
3 Sluit het draagbare audioapparaat met behulp van een verbindingskabel (niet bijgeleverd)* aan op de AUX-ingang (stereominiaansluiting) op het apparaat.
* Gebruik een rechte stekker.

Het volumeniveau van het aangesloten apparaat afstemmen op andere bronnen
Start het afspelen op het draagbare audioapparaat bij een gemiddeld volume en stel uw gebruikelijke luistervolume in op het hoofdapparaat.
Druk op MENU en draai de regelknop.
Selecteer [SOUND] → [AUX VOL] (pagina 19).
Luisteren naar de radio
Om naar de radio te luisteren, drukt u op SRC om [TUNER] te selecteren.
1 Druk op MODE om de band te wijzigen (FM1, FM2, FM3, MW of LW).
2 Druk op MENU, selecteer [GENERAL] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
3 Selecteer [BTM] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op. Het apparaat slaat de zenders in de volgorde van frequentie op onder de cijfertoetsen.
Afstemmen
1 Druk op MODE om de band te wijzigen (FM1, FM2, FM3, MW of LW).
2 Stem af op de gewenste zender.
Handmatig afstemmen
Houd SEEK +/- ingedrukt om ongeveer op de gewenste frequentie af te stemmen en druk vervolgens herhaaldelijk op SEEK +/- om fijn af te stemmen op de gewenste frequentie.
Automatisch afstemmen
Druk op SEEK +/-.
Het zoeken stopt wanneer een zender wordt ontvangen. Herhaal deze procedure tot de zender van uw keuze wordt ontvangen.
Handmatig opslaan
1 Als u de zender ontvangt die u wilt opslaan, houdt u een cijfertoets (1 tot 6) ingedrukt tot [MEM] wordt weergegeven.
De opgeslagen zenders ontvangen
1 Selecteer de band en druk vervolgens op een cijfertoets (1 tot 6).
Radio Data System (RDS) gebruiken
AF stemt continu opnieuw af op de zender met het sterkste signaal in een netwerk, en TA biedt u de huidige verkeersinformatie of verkeersprogramma's (TP) wanneer deze worden ontvangen.
1 Druk op AF/TA om [AF-ON], [TA-ON], [AF/TA-ON] of [AF/TA-OFF] te selecteren.
RDS-zenders met de AF- en TA-instelling opslaan
U kunt RDS-zenders samen met een AF-/TA-instelling voorprogrammeren. Stel AF/TA in en sla de zender vervolgens op met BTM of handmatig. Als u handmatig voorprogrammeert, kunt u ook niet-RDS-zenders voorprogrammeren.
Noodberichten ontvangen
Als AF of TA is ingeschakeld, wordt de geselecteerde bron automatisch onderbroken door de noodberichten.
Het volumeniveau aanpassen tijdens een verkeersbericht
Het niveau wordt los van het normale volumeniveau opgeslagen in het geheugen voor toekomstige verkeersinformatie.
Op een regionaal programma afgestemd blijven (REGIONAL)
Wanneer de functies AF en REGIONAL ingeschakeld zijn, schakelt het apparaat niet over naar een andere regionale zender met een sterkere frequentie. Wanneer u het ontvangstgebied van het regionale programma verlaat, stelt u tijdens FM-ontvangst [REG-OFF] in bij de instelling GENERAL (pagina 17).
Deze functie werkt niet in het Verenigd Koninkrijk en sommige andere gebieden.
Local Link-functie (alleen voor het Verenigd Koninkrijk)
Met deze functie kunt u andere lokale zenders in het gebied selecteren, ook als deze niet zijn opgeslagen onder de cijfertoetsen.
Druk tijdens FM-ontvangst op een cijfertoets (1 tot 6) waaronder een lokale zender is opgeslagen. Druk binnen 5 seconden nogmaals op de cijfertoets van de lokale zender. Herhaal dit tot de lokale zender wordt ontvangen.
Programmatypes (PTY) selecteren
Gebruik PTY om een gewenst programmatype weer te geven of ernaar te zoeken.
1 Houd PTY ingedrukt tijdens FM-ontvangst.
2 Verdraai de regelknop tot het gewenste programmatype wordt weergegeven en druk op de regelknop.
Het apparaat begint te zoeken naar een zender die het geselecteerde programmatype uitzendt.
Programmatypes
NEWS (nieuws), AFFAIRS (actualiteiten), INFO (informatie), SPORT (sport), EDUCATE (educatieve programma's), DRAMA (toneel), CULTURE (cultuur), SCIENCE (wetenschap), VARIED (diversen), POP M (pop-muziek), ROCK M (rock-muziek), EASY M (variété), LIGHT M (licht klassiek), CLASSICS (klassiek), OTHER M (overige muziek), WEATHER (weerberichten), FINANCE (financiën), CHILDREN (kinderprogramma's), SOCIAL A (sociale zaken), RELIGION (religie), PHONE IN (Phone In), TRAVEL (reizen), LEISURE (ontspanning), JAZZ (jazz-muziek), COUNTRY (country-muziek), NATION M (nationale muziek), OLDIES (oldies), FOLK M (folk-muziek), DOCUMENT (documentaires)
De kloktijd instellen (CT)
Met de CT-gegevens van de RDS-uitzending wordt de klok ingesteld.
1 Stel [CT-ON] in bij de instelling GENERAL (pagina 17).
Afspelen
Een disc afspelen
1 Plaats de CD (met het label omhoog).

Het afspelen start automatisch.
Een iPod/USB-apparaat afspelen
In deze gebruiksaanwijzing wordt "iPod" gebruikt als algemene verwijzing naar de iPod-functies van een iPod en iPhone, tenzij anders aangegeven in de tekst of afbeeldingen.
Zie "Informatie over iPod" (pagina 21) voor informatie over de geschiktheid van uw iPod of ga naar de ondersteuningssite op het achterblad.
USB-apparaten van het type MSC (Mass Storage Class) (zoals een USB-flashstation, digitale mediaspeler, Android-telefoon) die de USB-norm ondersteunen, kunnen worden gebruikt. Afhankelijk van de digitale mediaspeler of Android-telefoon moet de USB-verbindingsstand mogelijk ingesteld worden op MSC.
Opmerkingen
- Ga naar de ondersteuningssite op het achterblad voor meer informatie over de compatibiliteit van het USB-apparaat.
- Het afspelen van de volgende MP3-/WMA-/WAV-bestanden wordt niet ondersteund.
- Bestanden die zonder gegevensverlies zijn gecomprimeerd (lossless)
- Auteursrechtelijk beveiligde bestanden
- DRM-bestanden (Digital Rights Management - beheer van digitale rechten)
- Meerkanaalsaudiobestanden
1 Sluit een iPod/USB-apparaat aan op de USB-poort (pagina 9).
Het afspelen wordt gestart.
Als er al een apparaat aangesloten is, drukt u om het afspelen ervan te starten op SRC om [USB] te selecteren ([IPD] wordt weergegeven op het display als de iPod herkend wordt).
2 Pas het volume op dit apparaat aan.
Het afspelen stoppen
Houd OFF gedurende 1 seconde ingedrukt.
Het apparaat verwijderen
Stop het afspelen en verwijder het apparaat.
Waarschuwing voor iPhone
Als u een iPhone aansluit via USB, wordt het gesprekvolume geregeld door de iPhone, niet door het apparaat. Om plotselinge harde geluiden na een oproep te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat u tijdens de oproep het volume van het apparaat niet per ongeluk verhoogt.
Een iPod rechtstreeks bedienen (passagiersbediening)
Houd tijdens het afspelen MODE ingedrukt tot [MODE IPOD] verschijnt om rechtstreeks via de iPod te bedienen.
Het volume kan alleen worden aangepast op het apparaat.
Een BLUETOOTH-toestel afspelen
U kunt inhoud afspelen op een verbonden apparaat dat ondersteuning biedt voor BLUETOOTH A2DP (Advanced Audio Distribution Profile).

1 Stel een BLUETOOTH-verbinding in met het audioapparaat (pagina 7).
2 Druk op SRC om [BT AUDIO] te selecteren.
3 Bedien het audio-apparaat en start het afspelen.
4 Pas het volume op dit apparaat aan.
Opmerkingen
- Afhankelijk van het audioapparaat wordt informatie zoals de titel, het tracknummer, de tracktijd en de afspeelstatus mogelijk niet weergegeven op dit apparaat.
- Zelfs als op dit apparaat een andere bron wordt gekozen, wordt de weergave van het audioapparaat niet stopgezet.
- [BT AUDIO] verschijnt niet op het display wanneer de toepassing "App Remote" via de BLUETOOTH-functie wordt gebruikt.
Het volumeniveau van het BLUETOOTH-apparaat afstemmen op andere bronnen
Start het afspelen op het BLUETOOTH-audioapparaat bij een gemiddeld volume en stel uw gebruikelijke luistervolume in op het hoofdapparaat.
Druk op MENU en draai de regelknop.
Selecteer [SOUND] → [BTA VOL] (pagina 19).
Tracks zoeken en afspelen
Herhaaldelijk en willekeurig afspelen
1 Tijdens het afspelen drukt u op ⇌ (herhalen) om herhaaldelijk af te spelen, of ⇌ (willekeurig) om willekeurig af te spelen.
2 Druk herhaaldelijk op (herhaaldelijk) of (willekeurig) om de gewenste afspeelstand te selecteren.
Het duurt even voor het afspelen start in de geselecteerde weergavestand.
De beschikbare weergavestanden verschillen afhankelijk van de geselecteerde geluidsbron.
Zoeken naar een track op naam (Quick-BrowZer™)
1 Tijdens weergave van CD, USB- of BT*1-audioapparaat drukt u op Q (bladeren)*2 om de lijst met zoekcategorieën weer te geven.
Wanneer de tracklijst wordt weergegeven, drukt u herhaaldelijk op ⬆ (terug) om de gewenste zoekcategorie weer te geven.
*1 Alleen beschikbaar voor audioapparaten die AVRCP (Audio Video Remote Control Profile) 1.4 of hoger ondersteunen.
*2 Druk tijdens het afspelen via USB gedurende meer dan 2 seconden op Q (bladeren) om rechtstreeks terug te keren naar het begin van de categorielijst.
2 Selecteer de zoekcategorie van uw keuze door de regelknop te verdraaien en bevestig deze met een druk op de regelknop.
3 Herhaal stap 2 om de gewenste track te zoeken.
Het afspelen wordt gestart.
De Quick-BrowZer-stand verlaten
Druk op Q (bladeren).
Zoeken door items over te slaan (overspring-stand)
1 Druk op Q (bladeren).
2 Druk op SEEK +.
3 Verdraai de regelknop om het item te selecteren.
De lijst wordt doorbladerd in stappen van 10% van het totale aantal items in de lijst.
4 Druk op ENTER om terug te keren naar de Quick-BrowZer-stand.
Het geselecteerde item wordt weergegeven.
5 Selecteer het item van uw keuze door de regelknop te verdraaien en er vervolgens op te drukken.
Het afspelen wordt gestart.
Handenvrij bellen
Om een mobiele telefoon te kunnen gebruiken, moet u deze verbinden met dit apparaat. Zie "Een BLUETOOTH-toestel voorbereiden" (pagina 7) voor meer informatie.

Een oproep beantwoorden
1 Druk op CALL wanneer u een gesprek met een beltoon ontvangt.
Het telefoongesprek wordt gestart.
Opmerking
De beltoon en het stemgeluid worden alleen uitgevoerd via de voorluidsprekers.
Een oproep weigeren
Houd OFF gedurende 1 seconde ingedrukt.
Een gesprek beëindigen
Druk nogmaals op CALL.
lemand opbellen
U kunt iemand uit het telefoonboek of de gesprekkenhistorie bellen wanneer er een mobiele telefoon die ondersteuning biedt voor PBAP (Phone Book Access Profile) verbonden is.
Bellen vanuit het telefoonboek
1 Druk op CALL, selecteer [PHONEBOOK] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
2 Selecteer een eerste letter uit de lijst van eerste letters door de regelknop te verdraaien en druk vervolgens op de regelknop.
3 Selecteer een naam uit de naamlijst door de regelknop te verdraaien en druk vervolgens op de regelknop.
4 Selecteer een nummer uit de
nummerlijst door de regelknop te
verdraaien en druk vervolgens op de
regelknop.
Het telefoongesprek wordt gestart.
Bellen vanuit de gesprekkenhistorie
1 Druk op CALL, selecteer [RECENT CALL] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
Er wordt een lijst van gesprekken in de gesprekkenhistorie weergegeven.
2 Selecteer een naam of telefoonnummer uit de gesprekkenhistorie door de regelknop te verdraaien en druk vervolgens op de regelknop.
Het telefoongesprek wordt gestart.
Bellen door een nummer in te toetsen
1 Druk op CALL, selecteer [DIAL NUMBER] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
2 Verdraai de regelknop om het telefoonnummer in te voeren en selecteer als laatste [ ] (spatie). Druk vervolgens op ENTER*.
Het telefoongesprek wordt gestart.
* Druk op SEEK +/- om de digitale aanduiding te verplaatsen.
Opmerking
In het display wordt [_] weergegeven in plaats van [#].
Bellen door nummerherhaling
1 Druk op CALL, selecteer [REDIAL] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
Het telefoongesprek wordt gestart.
Telefoonnummers voorprogrammeren
U kunt maximaal 6 contacten opslaan in de voorkeuzetoetsen.
1 Selecteer in het telefoonboek of in de gesprekkenhistorie een telefoonnummer dat u wilt opslaan onder de voorkeuzetoetsen. U kunt ook rechtstreeks een telefoonnummer invoeren.
Het telefoonnummer wordt weergegeven op het display van dit apparaat.
2 Houd een cijfertoets (1 tot 6) ingedrukt tot [MEM] wordt weergegeven.
Het contact is opgeslagen in het geselecteerde voorkeuzenummer.
Een voorkeuzenummer bellen
1 Druk op SRC, selecteer [BT PHONE] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
2 Druk op een cijfertoets (1 tot 6) om de contactpersoon te selecteren die u wilt bellen.
3 Druk op ENTER.
Het telefoongesprek wordt gestart.
U kunt een persoon bellen door de spraak-tag uit te spreken die opgeslagen is in een verbonden mobiele telefoon die uitgerust is met een functie voor spraakgestuurd kiezen.
1 Druk op CALL, selecteer [VOICE DIAL] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
Als alternatief drukt u op ENTER terwijl de functie App Remote uitgeschakeld is.
2 Zeg de spraak-tag die op de mobiele telefoon is opgeslagen.
Uw stem wordt herkend en het nummer wordt gebeld.
Spraakgestuurd kiezen annuleren
Druk op ENTER.
Beschikbare bedieningen tijdens een gesprek
Het volume van de beltoon en de stem van de spreker vooraf instellen
U kunt het volume van de beltoon en de stem van de spreker vooraf instellen.
Het volume van de beltoon regelen:
Verdraai de regelknop terwijl u een gesprek ontvangt.
Het volume van de stem van de spreker regelen: Verdraai de regelknop tijdens een gesprek.
Het volume aanpassen voor de andere persoon (aanpassing van de microfoonversterking)
Druk op MIC.
Regelbaar volumeniveau: [MIC-LOW], [MIC-MID], [MIC-HI].
Echo en ruis verminderen (echo-onderdrukking/ruisonderdrukking)
Houd MIC ingedrukt.
Instelbare standen: [EC/NC-1], [EC/NC-2].
Een gesprek doorsturen
Druk op MODE of gebruik uw mobiele telefoon om het betreffende toestel (dit apparaat/mobiele telefoon) te activeren/deactiveren.
Opmerking
Afhankelijk van de mobiele telefoon zal de handenvrije verbinding mogelijk worden verbroken wanneer u probeert een gesprek door te sturen.
De status van SMS/e-mail controlleren\*
knippert wanneer een nieuwe SMS/e-mail binnenkomt en blijft aan wanneer er ongelezen berichten zijn.
* Alleen beschikbaar voor een mobiele telefoon die MAP (Message Access Profile) ondersteunt.
Handige functies
App Remote met iPhone/Android-telefoon
De toepassing "App Remote" moet worden gedownload van de App Store voor iPhone of van Google Play voor Android-telefoons.
Wanneer de toepassing "App Remote" wordt gebruikt, zijn de volgende functies beschikbaar:

- Het apparaat bedienen om compatibele applicaties te starten en te bedienen op iPhone/Android-telefoon.
- De iPhone/Android-telefoon bedienen met eenvoudige vingerbewegingen om de bron van het toestel te bedienen.
- Een toepassing/audiobron starten of het trefwoord van de toepassing zoeken door een woord of zinsnede in de microfoon te zeggen (alleen Android-telefoon).
- Binnenkomende tekstberichten, SMS, e-mail, Twitter, Facebook, Kalender, enz., automatisch voorlezen en tekstberichten, SMS en e-mail kan worden beantwoord (alleen Android-telefoon).
- Pas de geluidsinstellingen (EQ10, balans/fader, luisterpositie) van het toestel aan via de iPhone/Android-telefoon.
Opmerkingen
- Houd u voor uw eigen veiligheid aan de plaatselijke verkeersregels en bedien de toepassing niet tijdens het rijden.
- De beschikbare functies verschillen afhankelijk van de toepassingen. Ga naar de ondersteuningssite op het achterblad voor meer informatie over beschikbare toepassingen.
- App Remote ver. 2.0 via USB is compatibel met iPhones waarop iOS 5/iOS 6 geinstalleerd is.
- App Remote ver. 2.0 via BLUETOOTH is compatibel met Android-apparaten waarop Android 2.2, 2.3, 3.* , 4.0, 4.1 of 4.2 geïnstalleerd is.
- Afhankelijk van uw smartphone werkt de spraakherkenningsfunctie niet. In dit geval gaat u naar [Instellingen] – selecteer [Spraakherkenning].
- SMS/e-mails/meldingen kunnen worden gelezen met Android-apparaten waarop TTS-engine geïnstalleerd is.
- De toepassing "Smart Connect" van Sony Mobile Communications is vereist om Twitter/Facebook/Kalender, enz., voor te lezen.
De App Remote-verbinding tot stand brengen
1 Sluit de iPhone aan op de USB-poort of de Android-telefoon met de BLUETOOTH-functie.
2 Start de toepassing "App Remote".
3 Houd APP op het toestel langer dan 2 seconden ingedrukt.
De verbinding met de iPhone/Android-telefoon wordt gestart.
Meer informatie over bedieningshandelingen met de iPhone/Android-telefoon vindt u in de helpfunctie van de toepassing.
Als het apparaatnummer verschijnt
Controleer of dezelfde getallen worden weergegeven (bijv. 123456) op dit toestel en op het mobiele toestel, druk daarna op ENTER op dit toestel en selecteer [Ja] op het mobiele toestel.
De verbinding beëindigen
Houd APP ingedrukt.
De bron of toepassing selecteren
U kunt het toestel bedienen om de gewenste bron of applicatie op uw smartphone te selecteren.
1 Verdraai de regelknop om de gewenste bron of applicatie te selecteren en druk er dan op.

text_image
TUNER
CD
USB
AUX
BT Phone
MUSIC
Om een andere bron of applicatie te selecteren, drukt u op SRC, waarna u de regelknop verdraait om de gewenste bron of applicatie te selecteren.
Wanneer er berichten via SMS/e-mail, Twitter/Facebook/kalender enz. binnenkomen, worden ze automatisch aangekondigd via de wagenluidsprekers.

text_image
TUNER
1234567890123
New Message
AUX
BT Phone
MUSIC
Voor meer informatie over instellingen raadpleegt u de help bij de applicatie.
Spraakherkenning activeren (alleen Android-telefoon)
Door applicaties te registreren, kunt u een applicatie met gesproken commando's bedienen. Voor meer informatie raadpleegt u de help bij de applicatie.
Spraakherkenning activeren
1 Druk op ENTER om de spraakherkenning te activeren.
2 Zeg het gewenste spraakcommando in de microfoon wanneer [Say Source or App] verschijnt op de Android-telefoon.

- Spraakherkenning is niet in alle gevallen beschikbaar.
- Spraakherkenning werkt mogelijk niet goed, afhankelijk van de prestaties van de aangesloten Android-telefoon.
- Gebruikt in omstandigheden waar geluiden zoals van een motor tot een minimum worden beperkt tijdens spraakherkenning.
- Met een externe microfoon (niet bijgeleverd) wordt de spraakherkenning verbeterd.
Wanneer een muziek- of videoapplicatie geselecteerd is\*
Druk op 1 of 2 om naar de HID-modus te gaan, druk op SEEK +/- om een weergave-item te selecteren, druk vervolgens op ENTER om de weergave te starten.
* Alleen beschikbaar voor een Android-telefoon die HID (Human Interface Device Profile) ondersteunt.
Geluidsinstellingen uitvoeren
U kunt de instellingen voor EQ, BAL/FAD/SW Level en Position via uw smartphone instellen.

Voor meer informatie over instellingen raadpleegt u de help bij de applicatie.
Instellingen
De DEMO-stand annuleren
U kunt het demonstratiescherm annuleren dat wordt weergegeven wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
1 Druk op MENU, selecteer [DISPLAY] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
2 Selecteer [DEMO] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
3 Selecteer [DEMO-OFF] door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op. Het instellen is voltooid.
4 Druk twee keer op ↩ (terug).
Het display keert terug naar de normale ontvangst-/weergavestand.
Algemene bediening voor instellingen
U kunt items instellen in het menu via de volgende procedure.
De volgende items kunnen ingesteld worden, afhankelijk van de bron en de instelling.
1 Druk op MENU.
2 Selecteer de instellingencategorie door de regelknop te verdraaien en er vervolgens op te drukken.
De volgende instelcategorieën zijn beschikbaar:
- GENERAL-instellingen (pagina 17)
• SOUND-instellingen (pagina 17)
• DISPLAY-instellingen (pagina 19)
• BT (BLUETOOTH)-instellingen (pagina 19)
- APP REM (App Remote)-instellingen (pagina 19)
3 Selecteer de opties door de regelknop te verdraaien en druk er vervolgens op.
Terugkeren naar het vorige display
Druk op ↩ (terug).
GENERAL-instellingen
CLOCK-ADJ (klok aanpassen) (pagina 7)
CAUT ALM (waarschuwingstoon) (pagina 6)
De waarschuwingstoon inschakelen: [ON], [OFF].
(Alleen beschikbaar wanneer het apparaat uitgeschakeld is.)
BEEP
De pieptoon inschakelen: [ON], [OFF].
AUTO OFF
Automatisch uitschakelen na de gewenste tijd wanneer het apparaat is uitgeschakeld: [NO], [30S] (30 seconden), [30M] (30 minuten), [60M] (60 minuten).
AUX-A (AUX-audio)
Het AUX-bronscherm inschakelen: [ON], [OFF]. (Alleen beschikbaar wanneer het apparaat uitgeschakeld is.)
REAR/SUB
Een andere audio-uitvoer kiezen: [SUB-OUT] (subwoofer), [REAR-OUT] (versterker). (Alleen beschikbaar wanneer het apparaat uitgeschakeld is.)
CT (kloktijd) (pagina 11)
De CT-functie inschakelen: [ON], [OFF].
REGIONAL
De ontvangst beperken tot een specifieke regio: [ON], [OFF]. (Alleen beschikbaar wanneer FM ontvangen wordt.)
BTM (pagina 10)
SOUND-instellingen
Reproduceert geluid door het digitale signaal te optimaliseren met de door Sony aanbevolen geluidsinstellingen: [ON], [OFF]. (Automatisch ingesteld op [OFF] wanneer [EQ10 PRESET] wordt gewijzigd).
EQ10 PRESET
Selecteert een equalizercurve uit 10 equalizercurves of uit: [R AND B], [ROCK], [POP], [DANCE], [HIP-HOP], [ELECTRONICA], [JAZZ], [SOUL], [COUNTRY], [CUSTOM], [OFF]. Voor iedere bron kan de equalizercurve in het geheugen worden opgeslagen.
EQ10 SETTING
Hiermee kunt u [CUSTOM] instellen voor EQ10.
BASE
Selecteert een voorgeprogrammeerde equalizercurve als basis voor verdere aanpassing: [BAND1] 32 Hz, [BAND2] 63 Hz, [BAND3] 125 Hz, [BAND4] 250 Hz, [BAND5] 500 Hz, [BAND6] 1 kHz, [BAND7] 2 kHz, [BAND8] 4 kHz, [BAND9] 8 kHz, [BAND10] 16 kHz. Het volume kan worden aangepast in stappen van 1 dB, van -6 dB tot +6 dB.
POSITION (luisterpositie)

text_image
2 A
3 4 B
1 C
SET F/R POS (positie voor/achter instellen)
Simuleert een natuurlijk geluidsveld door het uitsturen van het geluid uit de luidspreker voor/achter te vertragen en aan te passen aan uw positie.
FRONT L (1): linksvoor
FRONT R (2): rechtsvoor
FRONT (3): middenvoor
ALL (④): in het midden van uw auto
CUSTOM: positie ingesteld door App Remote
OFF: geen positie ingesteld
ADJ POSITION* (positie aanpassen)
Regelt de instelling van de luisterpositie erg nauwkeurig af.
Aanpasbaar bereik: [+3] – [CENTER] – [-3] .
SET SW POS* (subwoofer-positie instellen)
NEAR (Ⓐ): dichtbij
NORMAL (®): normaal
FAR (©): ver
BALANCE
De geluidsbalans aanpassen: [RIGHT-15] - [CENTER] - [LEFT-15].
FADER
Het relatieve niveau aanpassen: [FRONT-15] – [CENTER] – [REAR-15].
DSEE (digital sound enhancement engine)
Verbetert digitaal gecomprimeerd geluid door hoge frequenties die verloren zijn gegaan in het compressieproces te herstellen.
Deze instelling kan voor iedere bron (behalve de tuner) in het geheugen worden opgeslagen.
Selecteert de DSEE-stand: [ON], [OFF].
LOUDNESS
Hoge en lage tonen versterken voor helder geluid bij lagere volumeniveaus: [ON], [OFF].
AAV (geavanceerd automatisch volume)
Het volumeniveau van alle weergavebronnen aanpassen naar het optimale niveau: [ON], [OFF].
RB ENH (versterking lage tonen achter)
Versterking lage tonen achter laat het basgeluid toenemen door de instelling van een laagdoorlaatfilter op de achterluidsprekers toe te passen. Door middel van deze functie kunnen de achterluidsprekers werken als subwoofer als er geen subwoofer is aangesloten. (Alleen beschikbaar wanneer [SW DIREC] is ingesteld op [OFF].)
RBE MODE (stand versterking lage tonen achter)
De stand voor versterking van de lage tonen achteraan selecteren: [1], [2], [3], [OFF].
LPF FREQ (frequentie van laagdoorlaatfilter)
De kantelfrequentie van de subwoofer selecteren: [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
LPF SLOP (steilheid laagdoorlaatfilter)
Selecteert de LPF-steilheid: [1], [2], [3].
SW DIREC (rechtstreekse subwooferverbinding)
U kunt een subwoofer zonder versterker gebruiken door deze aan te sluiten op de achterluidsprekerkabel. (Alleen beschikbaar wanneer [RBE MODE] is ingesteld op [OFF].) Sluit hiervoor een subwoofer van 4 - 8 ohm aan op een van de achterluidsprekerkabels. Sluit in dat geval geen luidspreker aan op de andere achterluidsprekerkabel.
LPF FREQ (frequentie van laagdoorlaatfilter)
De kantelfrequentie van de subwoofer selecteren: [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
LPF SLOP (steilheid laagdoorlaatfilter)
Selecteert de LPF-steilheid: [1], [2], [3].
Het volume van de subwoofer aanpassen:
[+10dB] - [0dB] - [-10dB].
([ATT] wordt weergegeven bij de laagste instelling.)
SW PHASE (fase subwoofer)
De fase van de subwoofer selecteren: [NORM], [REV].
LPF FREQ (frequentie van laagdoorlaatfilter)
De kantelfrequentie van de subwoofer selecteren:
[50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
LPF SLOP (steilheid laagdoorlaatfilter)
Selecteert de LPF-steilheid: [1], [2], [3].
HPF (hoogdoorlaatfilter)
HPF FREQ (frequentie hoogdoorlaatfilter)
De kantelfrequentie van de voor-/achterluidspreker selecteren: [OFF], [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
HPF SLOP (steilheid hoogdoorlaatfilter)
De HPF-steilheid selecteren (werkt alleen als [HPF FREQ] niet op [OFF] is ingesteld): [1], [2], [3].
Het volume voor elk aangesloten randapparaat aanpassen: [+18 dB] – [0 dB] – [-8 dB].
Dankzij deze instelling is het niet nodig om het volumeniveau tussen bronnen aan te passen.
BTA VOL (volumeniveau BLUETOOTH-audio)
Het volumeniveau voor elk aangesloten BLUETOOTH-apparaat aanpassen: [+6 dB] - [0 dB] - [-6 dB].
Dankzij deze instelling is het niet nodig om het volumeniveau tussen bronnen aan te passen.
* Wordt niet weergegeven wanneer [SET F/R POS] ingesteld is op [OFF].
DISPLAY-instellingen
DEMO (demonstratie)
De demonstratie inschakelen: [ON], [OFF].
DIMMER
De helderheid van het scherm wijzigen: [ON], [OFF].
ILLUM (verlichting)
Wijzigt de kleur van de verlichting: [1], [2].
Hiermee selecteert u of dit apparaat of de aangesloten mobiele telefoon de beltoon uitvoert: [1] (dit apparaat), [2] (mobiele telefoon).
Het apparaat beantwoordt automatisch een binnenkomend gesprek: [OFF], [1] (ongeveer 3 seconden), [2] (ongeveer 10 seconden).
AUTO PAIRING
Start BLUETOOTH-koppeling automatisch wanneer een iOS-apparaat met versie 5.0 of recenter wordt verbonden via USB: [ON], [OFF].
BT SIGNL (BLUETOOTH-signaal) (pagina 8)
De BLUETOOTH-functie inschakelen: [ON], [OFF].
BT INIT (BLUETOOTH initialiseren)
U kunt alle instellingen die met de BLUETOOTH-functie verband houden (koppelingsinformatie, voorkeuzenummer, apparaatinformatie enz.) initialiseren.
Initialiseer alle instellingen wanneer u het apparaat weggooit.
(Alleen beschikbaar wanneer het apparaat uitgeschakeld is.)
APP REM (App Remote)-instellingen
Beginnt en eindigt de functie App Remote (verbinding).
Voorzorgsmaatregelen
- Laat het apparaat afkoelen als de auto geparkeerd heeft gestaan in de volle zon.
- Laat het voorpaneel of audioapparaten niet achter in de auto. Deze kunnen beschadigd raken door de hoge temperaturen van direct zonlicht.
- De elektrisch bediende antenne schuift automatisch uit.
Condensvorming
Als er vocht condenseert in het apparaat, verwijdert u de disc en wacht u ongeveer een uur tot het apparaat is gedroogd; anders kan de werking van het apparaat worden verstoord.
Hoge geluidskwaliteit behouden
Mors geen vloeistof op het apparaat of de discs.
Opmerkingen over discs
- Stel een disc niet bloot aan direct zonlicht of warmtebronnen, zoals die van de verwarming in de auto, en laat een disc niet achter in een auto die in de volle zon staat geparkeerd.
- Veeg een disc van het midden naar de buitenrand schoon met een doekje voordat u deze afspeelt. Gebruik geen oplosmiddelen zoals benzine, thinner en in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen.
- Dit apparaat is ontworpen voor het afspelen van discs die voldoen aan de CD-norm (Compact Disc). DualDiscs en sommige muziekdiscs die zijn gecodeerd met copyrightbeveiligingstechnologieën voldoen niet aan de CD-norm (Compact Disc) en kunnen daarom mogelijk niet worden afgespeeld met dit apparaat.
- Discs die NIET kunnen worden afgespeeld met dit apparaat
- Discs waarop labels, stickers, tape of papier zijn geplakt. Hierdoor kan de werking worden verstoord of de disc worden beschadigd.
- Discs met afwijkende vormen (bijvoorbeeld hart, vierkant, ster). Als u dit toch probeert, kan het apparaat worden beschadigd.
- 8 cm-discs.

- Het maximumaantal: (alleen CD-R/CD-RW)
- mappen (albums): 150 (inclusief hoofdmap)
- bestanden (tracks) en mappen: 300 (mogelijk minder dan 300 als de map-/bestandsnaam veel tekens bevat)
-
tekens die kunnen worden weergegeven voor de naam van een map/bestand: 32 (Joliet)/64 (Romeo)
-
Als een disc met Multi Session (meerdere sessies) begint met een CD-DA-sessie, wordt deze herkend als een CD-DA-disc en worden andere sessies niet afgespeeld.
- Discs die NIET kunnen worden afgespeeld met dit apparaat
— CD-R's/CD-RW's met slechte opnamekwaliteit.
- CD-R's/CD-RW's die zijn opgenomen met een incompatibel opnameapparaat.
— CD-R's/CD-RW's die onjuist zijn gefinaliseerd.
- CD-R's/CD-RW's die niet zijn opgenomen in de muziek-CD-indeling of MP3-indeling conform ISO9660 Level 1/Level 2, Joliet/Romeo of Multi Session (meerdere sessies).
Afspeelvolgorde van MP3-/WMA-bestanden

flowchart
graph TD
A["MP3/WMA"] --> B["1"]
B --> C["①"]
B --> D["②"]
B --> E["③"]
B --> F["④"]
B --> G["⑤"]
B --> H["⑥"]
B --> I["⑦"]
C --> J["2"]
D --> K["3"]
E --> L["4"]
F --> M["5"]
G --> N["6"]
H --> O["7"]
I --> P["8"]
style A fill:#fff,stroke:#000
style B fill:#ccc,stroke:#000
style C fill:#ccc,stroke:#000
style D fill:#ccc,stroke:#000
style E fill:#ccc,stroke:#000
style F fill:#ccc,stroke:#000
style G fill:#ccc,stroke:#000
style H fill:#ccc,stroke:#000
style I fill:#ccc,stroke:#000
style J fill:#fff,stroke:#000
style K fill:#fff,stroke:#000
style L fill:#fff,stroke:#000
style M fill:#fff,stroke:#000
style N fill:#fff,stroke:#000
style O fill:#fff,stroke:#000
- U kunt de volgende iPod-modellen aansluiten. Werk de software van uw iPod bij naar de laatste versie vóór gebruik.
Compatibele iPhone-/iPod-modellen
| Compatibel model | USB |
| iPhone 5 | ○ |
| iPhone 4S | ○ |
| iPhone 4 | ○ |
| iPhone 3GS | ○ |
| iPhone 3G | ○ |
| iPod touch (5e generatie) | ○ |
| iPod touch (4e generatie) | ○ |
| iPod touch (3e generatie) | ○ |
| iPod touch (2e generatie) | ○ |
| iPod classic | ○ |
| iPod nano (7e generatie) | ○ |
| iPod nano (6e generatie) | ○ |
| iPod nano (5e generatie) | ○ |
| iPod nano (4e generatie) | ○ |
| iPod nano (3e generatie) | ○ |
- "Made for iPod" en "Made for iPhone" betekenen dat een elektronisch accessoire speciaal is ontworpen om aan te sluiten op respectievelijk een iPod of iPhone en dat de ontwikkelaar van het accessoire verklaart dat het voldoet aan de prestatienormen van Apple. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat of voor het voldoen ervan aan de veiligheids- en overheidsvoorschriften. Merk op dat het gebruik van dit accessoire met een iPod of iPhone de draadloze prestaties kan beïnvloeden.
Wat is BLUETOOTH-technologie?
- De draadloze technologie van BLUETOOTH is een draadloze technologie met een kort bereik die de draadloze gegevenscommunicatie tussen digitale apparaten, zoals een mobiele telefoon en een headset, mogelijk maakt. De draadloze technologie van BLUETOOTH werkt binnen een bereik van ongeveer 10 m. Gewoonlijk worden twee apparaten met elkaar verbonden, maar sommige apparaten kunnen tegelijkertijd met meerdere apparaten verbonden zijn.
- U hebt geen kabel nodig om verbinding te maken, aangezien BLUETOOTH een draadloze technologie is. Het is evenmin nodig de apparaten naar elkaar te richten, wat bijvoorbeeld wel moet bij infraroodtechnologie. U kunt bijvoorbeeld een apparaat gebruiken dat u in een tas of in uw zak draagt.
- De BLUETOOTH-technologie is een internationale standaard die door miljoenen bedrijven over de gehele wereld wordt ondersteund en door diverse bedrijven overal ter wereld wordt toegepast.
Over BLUETOOTH-communicatie
- De draadloze technologie van BLUETOOTH werkt binnen een bereik van ongeveer 10 m. Het maximale bereik van de communicatie kan variëren afhankelijk van obstakels (personen, metalen, wanden enz.) of de elektromagnetische omgeving.
- De volgende omstandigheden kunnen van invloed zijn op de gevoeligheid van BLUETOOTH-communicatie.
— Er staat een obstakel zoals een persoon, een metalen voorwerp of een wand tussen dit apparaat en het BLUETOOTH-toestel.
— Er is een apparaat dat de 2,4 GHz-frequentie gebruikt, zoals een draadloos LAN-apparaat, een draadloze telefoon of een magnetron, in gebruik in de buurt van dit apparaat.
- Aangezien BLUETOOTH-apparaten en een draadloos LAN (IEEE802.11b/g) dezelfde frequentie gebruiken, kan er storing worden veroorzaakt door microgolven. Als dit apparaat in de buurt van een apparaat voor draadloos LAN wordt gebruikt, kan dit een lagere communicatiesnelheid, ruis of een ongeldige verbinding tot gevolg hebben. Ga, als dat het geval is, als volgt te werk.
- Gebruik dit apparaat op een afstand van minstens 10 m van het apparaat voor draadloos LAN.
— Als het apparaat wordt gebruikt op minder dan 10 m van een apparaat voor draadloos LAN, dient u het apparaat voor draadloos LAN uit te schakelen.
- Installeer dit apparaat en het BLUETOOTH-toestel zo dicht mogelijk bij elkaar.
- Microgolven die worden uitgestraald door een BLUETOOTH-toestel kunnen de werking van elektronische medische apparaten beïnvloeden. Schakel dit apparaat en andere BLUETOOTH-toestellen uit op de volgende plaatsen, omdat dit ongelukken kan veroorzaken.
- waar brandbaar gas aanwezig is, in een ziekenhuis, trein, vliegtuig of benzinestation
- in de buurt van automatische deuren of een brandmelder
- Dit apparaat ondersteunt veiligheidsvoorzieningen die voldoen aan de BLUETOOTH-norm voor een veiligere verbinding wanneer de draadloze BLUETOOTH-technologie wordt gebruikt, maar deze beveiliging zal afhankelijk van de omstandigheden mogelijk niet voldoende zijn. Wees voorzichtig wanneer u communiceert met behulp van draadloze BLUETOOTH-technologie.
- Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor het uitlekken van informatie tijdens BLUETOOTH-communicatie.
- Wij kunnen niet garanderen dat er een verbinding tot stand kan worden gebracht met alle BLUETOOTH-apparaten.
- Een apparaat met BLUETOOTH-functie moet voldoen aan de BLUETOOTH-standaard die is opgesteld door BLUETOOTH SIG en moet worden geverifieerd.
- Zelfs als het aangesloten toestel beantwoordt aan de hierboven vernoemde BLUETOOTHstandaard, is het mogelijk dat sommige toestellen niet verbonden kunnen worden of niet correct werken, afhankelijk van de kenmerken of specificaties van het toestel.
- Wanneer u handenvrij belt, kan er ruis klinken, afhankelijk van het apparaat of de communicatieomgeving.
- Afhankelijk van het apparaat waarmee de verbinding tot stand wordt gebracht, kan het even duren voordat de communicatie van start gaat.
Overige
- De BLUETOOTH-functie van een mobiele telefoon functioneert mogelijk niet correct, afhankelijk van radiogolven en de locatie waar het apparaat wordt gebruikt.
- Als u ongemakken ervaart bij het gebruik van een BLUETOOTH-apparaat, moet u meteen stoppen met het gebruik van het BLUETOOTH-apparaat. Als een bepaald probleem aanhoudt, neem dan contact op met uw Sony-handelaar.
Met alle vragen of problemen met betrekking tot dit apparaat die niet aan bod komen in deze gebruiksaanwijzing, kunt u terecht bij uw Sony-handelaar.
Onderhoud
Aansluitingen schoonmaken
De werking van het apparaat kan worden verstoord als de aansluitingen tussen het apparaat en het voorpaneel niet schoon zijn. U kunt dit voorkomen door het voorpaneel (pagina 6) te verwijderen en de aansluitingen te reinigen met een wattenstaafje. Gebruik hierbij niet te veel kracht. Anders kunnen de aansluitingen worden beschadigd.

- Uit veiligheidsoverwegingen moet u de motor uitschakelen en de sleutel uit de contactschakelaar halen voordat u de aansluitingen reinigt.
- Raak de aansluitingen nooit rechtstreeks aan met uw vingers of een metalen voorwerp.
Technische gegevens
Tuner
FM
Afstembereik: 87,5 – 108,0 MHz
Antenne-aansluiting:
Aansluiting voor externe antenne
Tussenfrequentie: 25 kHz
Bruikbare gevoeligheid: 8 dBf
Selectiviteit: 75 dB bij 400 kHz
Signaal-ruisverhouding: 80 dB (stereo)
Scheiding: 50 dB bij 1 kHz
Antenne-aansluiting:
Aansluiting voor externe antenne
Tussenfrequentie:
9.124,5 kHz of 9.115,5 kHz/4,5 kHz
Gevoeligheid: MW: 26 μV, LW: 45 μV
CD-speler
Signaal-ruisverhouding: 120 dB
Snelheidsfluctuaties: minder dan meetbare waarden
Overeenkomstige codec:
MP3 (.mp3) en WMA (.wma)
USB-speler
Maximaal aantal herkenbare tracks: 10.000
Overeenstemmende codec:
MP3 (.mp3), WMA (.wma) en WAV (.wav)
Draadloze Communicatie
Communicatiesysteem:
BLUETOOTH Standaard versie 3.1
Uitgang:
BLUETOOTH-standaard Power Class 2
(max. +4 dBm)
Maximaal communicatiebereik:
In een rechte lijn zonder obstakels ong. 10 m*1
Frequentieband:
2,4 GHz-band (2,4000 - 2,4835 GHz)
Modulatiemethode: FHSS
Compatibele BLUETOOTH-profielen*2:
*1 Het werkelijke bereik varieert afhankelijk van factoren zoals obstakels tussen apparaten, magnetische velden rond een magnetron, statische elektriciteit, ontvangstgevoeligheid, prestaties van de antenne, besturingssysteem, software-applicatie, enz.
*2 BLUETOOTH-standaardprofielen geven een aanduiding van het doel van BLUETOOTH-communicatie tussen apparaten.
Versterker
Uitgang: luidsprekeruitgangen
Luidsprekerimpedantie: 4 – 8 ohm
Maximaal uitgangsvermogen: 55 W × 4 (bij 4 ohm)
Algemeen
Uitgangen:
Audio-uitgangen (voor, achter/sub-schakelbaar)
Aansluiting elektrische antenne/versterker (REM OUT)
Ingangen:
Afstandsbedieningsingang
Antenne-ingang
MIC-ingang
AUX-ingang (stereominiaansluiting)
USB-poort
Voeding: 12 V gelijkstroom autoaccu (negatieve aarde)
Afmetingen:
Ong. 178 mm × 50 mm × 177 mm (b/h/d)
Montageafmetingen:
Ong. 182 mm × 53 mm × 160 mm (b/h/d)
Gewicht: ongeveer 1,2 kg
Inhoud verpakking:
Hoofdapparaat (1)
Onderdelen voor installatie en aansluitingen (1 set)
Optionele accessoires/apparatuur:
Microfoon: XA-MC10
Het is mogelijk dat niet alle vermelde accessoires verkrijgbaar zijn bij uw Sony-handelaar. Neem contact op met uw Sony-handelaar voor meer informatie.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving.
Auteursrechten
Het woordmerk Bluetooth® en de logo's van Bluetooth zijn gedeponeerde handelsmerken die het eigendom zijn van Bluetooth SIG, Inc. en Sony Corporation gebruikt deze merken onder licentie. Overige handelsmerken en merknamen zijn eigendom van de respectieve eigenaars.
Het N-merkteken is een handelsmerk of een gedeponeerd handelsmerk van NFC Forum Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
Windows Media is een gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Dit product wordt beschermd door bepaalde intellectuele eigendomsrechten van Microsoft Corporation. Het gebruik of de verspreiding van dergelijke technologie buiten dit product om is verboden zonder een licentie van Microsoft of een erkend dochterbedrijf van Microsoft.
iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen. App Store is een servicemerk van Apple Inc.
MPEG Layer-3 audio-codeertechnologie en -patenten gebruikt onder licentie van Fraunhofer IIS en Thomson.
Google, Google Play en Android zijn handelsmerken van Google Inc.
Problemen oplossen
De onderstaande controlelijst kan u helpen bij het oplossen van problemen die zich met het apparaat kunnen voordoen.
Voordat u de onderstaande controlelijst doorneemt, moet u eerst de aanwijzingen voor aansluiting en gebruik controleren.
Meer informatie over het gebruik van de zekering en het verwijderen van het apparaat uit het dashboard vindt u in de handleiding voor installatie/aansluitingen geleverd bij dit apparaat. Als het probleem niet is opgelost, gaat u naar de ondersteuningssite op het achterblad.
Algemeen
Geen geluid.
→ De positie van de faderregelaar [FADER] is niet ingesteld op een systeem met 2 luidsprekers.
Geen pieptoon.
→ Er is een optionele versterker aangesloten en u gebruikt de ingebouwde versterker niet.
De geheugeninhoud is gewist.
→ De voedingskabel of de accu is losgekoppeld of niet juist aangesloten.
Opgeslagen zenders en de juiste tijd zijn gewist. De zekering is doorgebrand.
Maakt geluid wanneer de stand van het contactslot wordt gewijzigd.
→ De kabels zijn niet goed verbonden met de voedingsaansluiting voor accessoires van de auto.
Tijdens het afspelen of radio-ontvangst wordt de demonstratie gestart.
→ Als er gedurende 5 minuten geen handeling wordt uitgevoerd en [DEMO-ON] ingesteld is, wordt de demonstratie gestart.
— Stel [DEMO-OFF] in (pagina 19).
Het display verdwijnt van/verschijnt niet in het display-venster.
→ De dimmer is ingesteld op [DIM-ON] (pagina 19).
→ Het display verdwijnt als u OFF ingedrukt houdt.
— Houd OFF op het apparaat ingedrukt tot het display verschijnt.
→ De aansluitingen zijn vuil (pagina 22).
De bedieningstoetsen werken niet. De disk wordt niet uitgeworpen.
→ Druk langer dan 2 seconden op AF/TA/PTY en
→ (terug)/MODE om het apparaat te resetten.
De geheugeninhoud wordt gewist.
Reset het apparaat voor uw eigen veiligheid niet
tijdens het rijden.
Radio-ontvangst
Er kunnen geen zenders worden ontvangen. Het geluid is gestoord.
→ De aansluiting is niet juist.
- Controleer de aansluiting van de auto-antenne.
— Als de automatische antenne niet uitschuift, controleert u de aansluiting van de bedieningskabel van de elektrische antenne.
Er kan niet worden afgestemd op voorkeuzezenders.
→ Het signaal van de uitzending is te zwak.
RDS
SEEK begint na enkele seconden afspelen.
→ De zender is geen TP-zender of heeft een zwak signaal.
— Schakel TA uit (pagina 10).
→ Schakel TA in (pagina 10).
→ De zender is een TP-zender, maar zendt toch geen verkeersinformatie uit.
— Stem af op een andere zender.
PTY geeft [----] weer.
→ De huidige zender is geen RDS-zender.
→ Geen RDS-gegevens ontvangen.
→ De zender geeft het programmatype niet door.
De programmaservicenaam knippert.
→ Er is geen alternatieve frequentie voor de huidige zender.
- Druk op SEEK +/- terwijl de programmaservicenaam knippert. [PI SEEK] wordt weergegeven en het apparaat gaat zoeken naar een andere frequentie met dezelfde PI-gegevens (programma-identificatie).
CD's afspelen
De CD wordt niet afgespeeld.
→ CD defect of vuil.
→ De CD-R/CD-RW is niet geschikt voor audiogebruik (pagina 20).
MP3-/WMA-bestanden kunnen niet worden afgespeeld.
→ De disc is niet compatibel met de MP3-/WMA-indeling en -versie. Ga naar de ondersteuningssite voor meer informatie over discs en indelingen die kunnen worden afgespeeld.
MP3-/WMA-bestanden worden minder snel afgespeeld dan andere bestanden.
→ Bij de volgende discs duurt het langer voordat het afspelen wordt gestart.
- Discs opgenomen met een ingewikkelde structuur.
- Discs die in Multi Session (meerdere sessies) zijn opgenomen.
- Discs waaraan gegevens kunnen worden toegevoegd.
Het geluid verspringt.
U kunt items niet via een USB-hub afspelen.
→ Dit apparaat kan geen USB-apparaten via een USB-hub herkennen.
Het duurt langer voordat een USB-apparaat wordt afgespeeld.
→ Het USB-apparaat bevat bestanden met een ingewikkelde boomstructuur.
Het geluid wordt onderbroken.
→ Het geluid kan worden onderbroken bij een hoge bitsnelheid van meer dan 320 Kbps.
De geopende toepassing en de toepassing in App Remote zijn niet gelijk.
→ Start de toepassing opnieuw via de toepassing "App Remote".
NFC-functie
One touch-verbinding (NFC) is niet mogelijk.
→ Als de smartphone niet reageert op aanraking.
- Controleer of de NFC-functie van de smartphone ingeschakeld is.
- Breng het gedeelte met het N-merkteken van de smartphone dichter bij het gedeelte met het N-merkteken van dit toestel.
— Als de smartphone in een etui zit, haalt u hem eruit.
→ De NFC-ontvangstgevoeligheid is afhankelijk van het apparaat.
Als One touch-verbinding met de smartphone verschillende keren mislukt, brengt u de BLUETOOTH-verbinding handmatig tot stand.
BLUETOOTH-functie
Het toestel dat de verbinding tot stand wil brengen, kan dit apparaat niet detecteren.
→ Zet dit apparaat in de stand-bystand voor koppeling, voordat de koppeling tot stand wordt gebracht.
→ Zolang er een BLUETOOTH-verbinding bestaat, kan dit apparaat niet worden gedetecteerd vanaf een ander toestel.
- Verbreek de actuele verbinding en zoek dit apparaat vanaf een ander toestel.
→ Wanneer de koppeling tussen de apparaten tot stand is gebracht, activeert u het uitsturen van het BLUETOOTH-signaal (pagina 8).
Er is geen verbinding mogelijk.
→ De verbinding wordt via één zijde aangestuurd (dit apparaat of het BLUETOOTH-toestel), niet via beide zijden.
— Maak vanaf een BLUETOOTH-toestel verbinding met dit apparaat of vice versa.
De naam van het gedetecteerde apparaat wordt niet weergegeven.
→ Afhankelijk van de status van het andere apparaat zal het misschien niet mogelijk zijn de naam op te vragen.
Geen beltoon.
→ Regel het volume door de regelknop te verdraaien terwijl u een gesprek ontvangt.
→ Afhankelijk van het apparaat dat de verbinding tot stand brengt, wordt de beltoon misschien niet goed verzonden.
— Stel [RINGTONE] in op [1] (pagina 19).
→ De voorluidsprekers zijn niet aangesloten op het apparaat.
- Sluit de voorluidsprekers aan op het apparaat. De beltoon is alleen hoorbaar via de voorluidsprekers.
De stem van de spreker is niet hoorbaar.
→ De voorluidsprekers zijn niet aangesloten op het apparaat.
- Sluit de voorluidsprekers aan op het apparaat. Het stemgeluid worden alleen uitgevoerd via de voorluidsprekers.
Een gesprekspartner zegt dat het volume te laag of te hoog is.
→ Pas het volume overeenkomstig met de aanpassing van de microfoonversterking aan (pagina 14).
Er klinkt een echo of ruis in de telefoongesprekken.
→ Breng het volume omlaag.
→ Stel de stand EC/NC in op [EC/NC-1] of [EC/NC-2] (pagina 15).
→ Als de overige omgevingsgeluiden luid zijn, probeert u dit lawaai te verminderen.
Bijv.: Als er verkeerslawaai, enz. door een raam klinkt, sluit dan het raam. Als een airco veel lawaai maakt, zet deze dan in een lagere stand.
De telefoon is niet aangesloten.
→ Wanneer BLUETOOTH-audio wordt afgespeeld, is de telefoon niet aangesloten, ook niet als u op CALL drukt.
- Maak verbinding vanaf de telefoon.
De kwaliteit van het geluid van de telefoon is slecht.
→ De kwaliteit van het geluid van de telefoon hangt af van de ontvangstomstandigheden van de mobiele telefoon.
- Verplaats uw auto naar een plaats waar uw mobiele telefoon een beter signaal ontvangt, als de ontvangst slecht is.
Het volume van het aangesloten audio-apparaat is laag (hoog).
→ Het volumeniveau kan verschillen afhankelijk van het audio-apparaat.
— Pas het volume aan van het aangesloten audio-apparaat of van dit apparaat.
Het geluid hapert tijdens het afspelen van een BLUETOOTH-audioapparaat.
→ Verklein de afstand tussen het apparaat en het BLUETOOTH-audioapparaat.
→ Als het BLUETOOTH-audioapparaat in een houder wordt bewaard die het signaal kan verstoren, verwijdert u de houder tijdens het gebruik van het audioapparaat.
→ Er worden een aantal BLUETOOTH-apparaten of andere apparaten die radiogolven uitzenden in de buurt gebruikt.
- Zet de andere apparaten uit.
- Vergroot de afstand tot de andere apparaten.
→ Het afspelen van geluid stopt een ogenblik wanneer de verbinding tussen dit apparaat en de mobiele telefoon tot stand wordt gebracht. Dit is geen storing.
Het is niet mogelijk het BLUETOOTH-audioapparaat te bedienen.
→ Controleer of het BLUETOOTH-audioapparaat waarmee verbinding is gemaakt ondersteuning biedt voor AVRCP.
Sommige functies werken niet.
→ Controleer of het apparaat waarmee verbinding tot stand is gebracht de betreffende functie ondersteunt.
Er wordt onbedoeld een oproep beantwoord.
→ De telefoon waarmee verbinding tot stand wordt gebracht is zo ingesteld dat een oproep automatisch wordt beantwoord.
Koppelen is mislukt door een time-out.
→ Afhankelijk van het apparaat waarmee verbinding tot stand wordt gebracht kan de tijdslimiet voor het koppelen kort zijn.
— Probeer de koppeling binnen de gestelde tijd te voltooien.
De BLUETOOTH-functie werkt niet.
→ Schakel het apparaat uit door langer dan 2 seconden op OFF te drukken, en schakel het vervolgens weer in.
Er wordt tijdens een handenvrije oproep geen geluid uitgestuurd via de luidsprekers van de auto.
→ Als het geluid wordt uitgestuurd via de mobiele telefoon, stel de mobiele telefoon dan zo in dat het geluid via de luidsprekers van de auto wordt uitgestuurd.
De geopende toepassing en de toepassing in App Remote zijn niet gelijk.
→ Start de toepassing opnieuw via de toepassing "App Remote".
Terwijl de toepassing "App Remote" via BLUETOOTH wordt gebruikt, schakelt het display automatisch over naar [BT AUDIO].
→ De toepassing "App Remote" of de BLUETOOTH-functie vertoont een probleem.
— Voer de toepassing opnieuw uit.
Foutmeldingen/berichten
ERROR
→ De disc is vuil of is omgekeerd geplaatst.
— Reinig de disc of plaats deze op de juiste manier.
→ Er is een lege disc in het apparaat geplaatst.
→ De disc kan niet worden afgespeeld wegens een probleem.
— Plaats een andere disc.
→ Het USB-apparaat is niet automatisch herkend.
— Sluit het opnieuw aan.
→ Druk op ▲ als u de disc wilt verwijderen.
HUB NO SUPRT (geen hub-ondersteuning)
→ Een USB-hub wordt niet ondersteund door dit apparaat.
→ Wanneer herhaaldelijk afspelen niet ingesteld is, stopt het afspelen na de laatste track van het album.
De muziekapplicatie op de iPod/iPhone is gesloten.
- Druk op PAUSE om het afspelen opnieuw te starten.
NO AF (geen alternatieve frequencies)
→ Er is geen alternatieve frequentie voor de huidige zender.
- Druk op SEEK +/- terwijl de programmaservicenaam knippert. Het apparaat gaat zoeken naar een andere frequentie met dezelfde PI-gegevens (programma-identificatie) ([PI SEEK] wordt weergegeven).
NO DEV (geen apparaat)
→ [USB] is geselecteerd als bron terwijl er geen USB-apparaat is aangesloten. Een USB-apparaat of een USB-kabel is losgeraakt tijdens het afspelen.
- Het is belangrijk dat u een USB-apparaat en een USB-kabel aansluit.
NO MUSIC
→ De disc of het USB-apparaat bevat geen muziekbestanden.
— Plaats een muziek-CD.
- Sluit een USB-apparaat aan waarop muziekbestanden staan.
NO TP (geen verkeersprogramma's)
→ Het apparaat blijft zoeken naar beschikbare TP-zenders.
OVERLOAD
→ Het USB-apparaat is overbelast.
- Koppel het USB-apparaat los en wijzig de bron door op SRC te drukken.
- Het USB-apparaat vertoont een storing of er is een niet-ondersteund apparaat aangesloten.
PUSH EJT (drukken en uitwerpen)
→ De disc kan niet worden uitgeworpen.
- Druk op ▲ (uitwerpen).
READ
→ Alle track- en albuminformatie op de disc wordt gelezen.
- Wacht totdat het lezen is voltooid en het afspelen automatisch wordt gestart. Afhankelijk van de discstructuur kan dit meer dan een minuut duren.
USB NO SUPRT (geen USB-ondersteuning)
→ Het aangesloten USB-apparaat wordt niet ondersteund.
- Ga naar de ondersteuningssite voor meer informatie over de compatibiliteit van het USB-apparaat.
[L L L L] of [¬¬¬¬]
→ Tijdens het snel terug- of vooruitspoelen hebt u het begin of het einde van de disc bereikt en nu kunt u niet verder.
[—]
→ Het teken kan niet worden weergegeven.
Voor de BLUETOOTH-functie:
BT BUSY (BLUETOOTH bezig)
→ Het telefoonboek en de gesprekkenhistorie van de mobiele telefoon kunnen niet geopend worden via dit apparaat.
— Wacht even en probeer daarna opnieuw.
ERROR
→ BT initialiseren mislukt.
→ Toegang tot telefoonboek mislukt.
→ De inhoud van het telefoonboek is gewijzigd tijdens toegang tot de mobiele telefoon.
— Ga opnieuw naar het telefoonboek in de mobiele telefoon.
MEM FAILURE (geheugenfout)
→ Het opslaan van de contactpersoon onder de voorkeuzetoets is mislukt.
- Zorg ervoor dat het nummer dat u wilt opslaan correct is (pagina 14).
MEMORY BUSY
→ Het apparaat is bezig met het opslaan van gegevens.
— Wacht tot het opslaan voltooid is.
NO DEV (geen apparaat)
→ De BLUETOOTH-audiobron is geselecteerd terwijl er geen BLUETOOTH-audioapparaat is aangesloten. Een BLUETOOTH-audioapparaat werd losgekoppeld tijdens een oproep.
— Koppel een BLUETOOTH-audioapparaat aan.
→ De BLUETOOTH-telefoonbron is geselecteerd terwijl er geen mobiele telefoon is aangesloten. Een mobiele telefoon werd losgekoppeld tijdens een oproep.
— Koppel een mobiele telefoon aan.
P EMPTY (voorkeuzenummer leeg)
→ De voorkeuzetoetsen zijn leeg.
UNKNOWN
→ Naam of telefoonnummer kunnen niet weergegeven worden tijdens het doorbladeren van het telefoonboek of de gesprekkenhistorie.
WITHHELD
→ Het telefoonnummer is verborgen door de beller.
Voor werking van App Remote:
APP ---- (toepassing)
→ Er is geen verbinding gemaakt met de toepassing.
— Stel de iPhone-verbinding opnieuw in.
APP DISCNCT (applicatie verbroken)
→ Geen verbinding met App Remote.
— Breng de App Remote-verbinding tot stand (pagina 16).
APP MENU (menu toepassing)
→ De toetsen kunnen niet bediend worden terwijl er een menu geopend is op de iPhone/Android-telefoon.
— Sluit het menu op de iPhone/Android-telefoon.
APP NO DEV (toepassing geen apparaat)
→ Het toestel waarop de toepassing geïnstalleerd is, is niet aangesloten.
— Sluit het toestel aan en stel vervolgens de verbinding met de iPhone in.
APP SOUND (geluid toepassing)
→ De toetsen kunnen niet bediend worden terwijl er een geluidsmenu geopend is op de iPhone/Android-telefoon.
— Sluit het geluidsmenu op de iPhone/Android-telefoon.
OPEN APP (toepassing openen)
→ De toepassing "App Remote" is niet geactiveerd.
— Start de toepassing van de iPhone.
Vraag uw Sony-handelaar advies als deze oplossingen niet helpen.
Als u het apparaat ter reparatie wegbrengt omdat CD's niet goed worden afgespeeld, kunt u het best de disc meenemen waarmee het probleem is begonnen.
Česky
Hierbij verklaart Sony Corp. dat het toestel MEX-N4000BT in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
Nadere informatie kunt u vinden op:
http://www.compliance.sony.de/
Norsk
Als u vragen hebt of de recentste ondersteuningsinformatie over dit product wilt hebben, gaat u naar de onderstaande website:
Support-Website