GoPal E4460 M40 - GPS MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GoPal E4460 M40 MEDION in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur GoPal E4460 M40 MEDION
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw GPS in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GoPal E4460 M40 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GoPal E4460 M40 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING GoPal E4460 M40 MEDION
Utilisation de l'accu ............................ 10 UUID .................................................. 27Nederlands Français In deze handleiding gebruikte symbolen en waarschuwingswoorden GEVAAR! Waarschuwing voor direct levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of zware onherstelbaar letsel! VOORZICHTIG! Let op deze aanwijzingen om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen! LET OP! Let op deze aanwijzingen om materiële schade te voorkomen! OPMERKING! Verdere informatie over het gebruik van het apparaat! OPMERKING! Houd u aan de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar door elektrische schokken!
Opsommingspunt/informatie over gebeurtenissen tijdens de bediening
Advies over uit te voeren handelingen2 Aanwijzingen m.b.t. deze handleiding Deze handleiding is zo ingedeeld dat u te allen tijde via de inhoudsopgave de benodigde informaties m.b.t. het desbetreffende onderwerp kunt nalezen. OPMERKING! Uitgebreide instructies voor de navigatie vindt u op de DVD en de online-hulp van het toestel. Zie hoofdstuk „Vaak gestelde vragen“ om een antwoord te vinden op vragen die vaak aan onze klantendienst gesteld worden. Deze handleiding wil u in begrijpelijke taal leren werken met uw navigatiesysteem. Persoonlijk Gelieve uw eigendomsbewijs te noteren: Seriennummer .................................................................................... Wachtwoord .................................................................................... Verwijstekst .................................................................................... SuperPIN .................................................................................... UUID .................................................................................... Aankoopdatum .................................................................................... Plaats van aankoop .................................................................................... Het serienummer vindt u op de achterkant/onderkant van uw product. Neem dit nummer eventueel ook op in uw garantiedocumenten. Het wachtwoord en de verwijstekst voert u in via de Security-functie. De SuperPIN en de UUID krijgt u dan na de activering van de Securityfunctie. Zie pagina 25.3 Nederlands Français De kwaliteit Bij de keuze van de componenten lieten wij ons leiden door hoge functionaliteit, eenvoudige bediening, veiligheid en betrouwbaarheid. Door een uitgebalanceerd hard- en softwareconcept zijn wij in staat om u een op de toekomst gerichte apparaat te presenteren waarmee u bij uw werk en in uw vrije tijd veel plezier zult beleven. De service Door onze individuele klantenservice ondersteunen wij u bij uw dagelijks werk. Neem gerust contact met ons op: wij helpen u met alle plezier. In dit handboek bevindt zich een afzonderlijk hoofdstuk met betrekking tot het onderwerp service, te beginnen op bladzijde 64. Kopiëren, fotokopiëren en verveelvoudigen van dit handboek Dit document bevat wettelijk beschermde informaties. Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden gekopieerd, gefotokopieerd, verveelvoudigd, vertaald, verzonden of opgeslagen op een elektronisch leesbaar medium zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de fabrikant.
Copyright © 2012, 02/01/12 Alle rechten voorbehouden. Dit handboek is door de auteurswet beschermd. Het copyright is in handen van de firma Medion®. Handelsmerken: MS-DOS
zijn geregistreerde handelsmerken van de firma Microsoft®. Pentium
is een geregistreerd handelsmerk van de firma Intel
Andere handelsmerken zijn het eigendom van hun desbetreffende houder. Technische wijzigingen voorbehouden.4 Inhoud In deze handleiding gebruikte symbolen en waarschuwingswoorden ........................... 1
III. Werken met Microsoft
- GPS (Global Positioning System) p. 72
- TMC (Traffic Message Channel) p. 73
- Werken met geheugenkaarten p. 74
- Geheugenkaarten invoeren p. 74
- Geheugenkaart verwijderen p. 74
- Gebruik van geheugenkaarten p. 74
- Gegevens uitwisselen via kaartenlezer p. 75
- Bijkomende Kaarten p. 75
- Kaarten kopiëren op een geheugenkaart p. 75
- Alternatieve installatie van de navigatiesoftware van een geheugenkaart p. 76
- Kopiëren van installatiebestanden en kaartengegevens naar het interne geheugen . 76 Technische specificaties p. 77
- Index Nederlands Français Veiligheid en onderhoud Veiligheidsadviezen Gelieve dit hoofdstuk aandachtig te lezen en alle adviezen die u hier vindt, goed op te volgen. Op die manier bent u zeker van een langdurige werking van uw apparaat. Bewaar ook het verpakkingsmateriaal en de handleiding, zodat u ze bij een eventuele verkoop van uw apparaat aan een nieuwe eigenaar kunt doorgeven. Laat in geen geval kinderen zonder toezicht van volwassenen met elektrische toestellen spelen. Kinderen kunnen eventuele gevaren immers niet correct inschatten. Bewaar het verpakkingsmateriaal, zoals de folies, buiten het bereik van kinderen. Bij verkeerd gebruik bestaat er verstikkingsgevaar. Open nooit de behuizing van uw apparaat of van uw stroomadapter – ze bevatten immers geen te onderhouden onderdelen! Meer nog, een geopende behuizing kan levensgevaarlijke elektrische shocks veroorzaken. Gebruik uw navigatiesysteem enkel met een gekeurde stroomverzorging. Om beschadiging te voorkomen, mag u het scherm niet met scherpe objecten aanraken. Gebruik uitsluitend de stylus of een andere botte stylus. Vaak kunt u het toestel ook met de vinger bedienen. U kunt zich verwonden, als het display breekt. Gebeurt er iets dergelijks, dan pakt u de gebroken delen met beschermende handschoenen aan en zendt u ze naar uw service center waar men op een correcte manier de afval kan verwerken. Vervolgens wast u uw handen met zeep. Het zou namelijk kunnen dat u in aanraking bent gekomen met chemische producten. Onderbreek de stroomvoorziening, schakel uw apparaat onmiddellijk uit, of u zet hem zelfs helemaal niet aan en u contacteert de dienst na verkoop in volgende gevallen de behuizing van uw apparaat of van de netadapter er zijn vloeistoffen ingelopen. U laat in dergelijke gevallen de onderdelen eerst door het service center controleren, om eschadigingen te vermijden! Gegevensbeveiliging LET OP! Het indienen van een eis tot schadevergoeding voor het verlies van gegevens en de daardoor ontstane schade is uitgesloten. Maak na elke aanpassing in uw gegevens veiligheidskopieën van die gegevens op externe opslagmedia (bv. CD-R).8 Voorwaarden van uw werkomgeving Het niet naleven van deze aanwijzingen kan storingen of beschadiging van het toestel tot gevolg hebben. Voor deze gevallen geldt geen waarborg. Laat uw navigatiesysteem en alle aangesloten apparatuur nooit in contact komen met vocht. Verder vermijdt u ook stof, hitte en directe zonnestralen. Negeert u deze raadgevingen, dan kan dat leiden tot storingen en beschadigingen van uw apparaat. Bescherm uw toestel in ieder geval tegen vocht bijv. door regen en hagel. Opgelet! Vochtigheid kan door condensatie ook binnenin een beschermhoes ontstaan. Vermijd sterke vibraties en schokken, zoals die b.v. bij veldrijden kunnen optreden. Zorg ervoor, dat het toestel niet uit zijn houder los kan komen, b.v. bij het remmen. Monteer het toestel zo loodrecht mogelijk. Reparaties Heeft u technische problemen met uw apparaat, dan kunt u hiermee steeds bij ons service center terecht. Is een reparatie noodzakelijk, dan wendt u zich uitsluitend aan onze gemachtigde Servicepartner. Het adres vindt u op uw garantiekaart. Omgevingstemperatuur Uw apparaat kan bij een omgevingstemperatuur van 5° C tot 35° C en bij een relatieve luchtvochtigheid van 10% - 90% (niet-condenserend) werken. Staat uw apparaat uit dan kunt u hem bij 0° C tot +60° C wegzetten. Het toestel dient veilig vervoerd te worden. Vermijd hoge temperaturen (bijv. bij het parkeren of door rechtstreeks zonlicht).9 Nederlands Français Elektromagnetische tolerantie Bij het aansluiten van extra of andere componenten moet u rekening houden met de „Richtlijnen voor elektromagnetische tolerantie“ (EMT). Gelieve er bovendien op te letten, dat enkel bedekte kabels (max. 3 meter) voor de externe interfaces mogen worden gebruikt. Behoud minstens één meter afstand van hoogfrequente en magnetische storingsbronnen (televisietoestel, luidsprekerboxen, GSM enz. ) om de goede werking niet in gevaar te brengen en gegevensverlies te vermijden. Elektronische apparaten veroorzaken tijdens het gebruik elektromagnetische straling. Deze straling is ongevaarlijk, maar kan wel storingen veroorzaken in andere apparaten die in de onmiddellijke omgeving gebruikt worden. Onze apparaten worden in het laboratorium op hun elektromagnetische compatibiliteit getest en geoptimaliseerd. Storingen aan het apparaat zelf of aan de elektronica in de buurt kunnen echter niet volledig uitgesloten worden Indien u een dergelijke storing vaststelt, probeert u dit te verhelpen door de afstand tussen de apparaten te vergroten of door ze te verplaatsen. Zorg er vooral voor dat de elektronica van de vrachtwagen geen storingen vertoont vooraleer weg te rijden.10 Aansluiten Neem volgende raadgevingen in acht om uw apparaat op een correcte manier aan te sluiten: Stroomvoorziening via Auto-adapter Gebruik de auto-adapter enkel in een sigarettenaansteker van een auto (autobatterij = DC 12V of batterij vrachtwagen = 24V ). Als u niet zeker bent van het type stroomvoorziening in uw voertuig, contacteer dan uw autofabrikant. Bekabeling Leg uw kabel zo, zodat niemand erop kan trappen of erover struikelen. Plaats niks op de kabel om hem niet te beschadigen. Stekkers en kabels bij het aansluiten niet forceren. Altijd op de juiste oriëntatie van de stekkers letten. Er mogen geen grote krachten bv. van de zijkant op de aansluitingen inwerken. Die kunnen uw toestel beschadigen. Om kortsluiting of kabelbreuk te voorkomen, de kabel niet inklemmen of sterk buigen. Conformiteitsinformatie R&TTE Met deze apparaat wordt de volgende draadloze apparatuur meegeleverd: Bluetooth Hierbij verklaart MEDION AG dat deze toestel in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Volledige conformiteitsverklaringen vindt u onder www.medion.com/conformity p. 787
Nederlands Français Accuwerking Uw apparaat wordt door een ingebouwde accu gevoed. Om de levensduur en de prestatiemogelijkheden van uw accu te optimaliseren en tevens een veilige werking te garanderen, dient u de volgende raadgevingen te volgen: Een accu kan niet tegen hitte. Legt u dit advies naast u neer, dan kan het tot beschadiging, zelfs explosie van de accu komen. Zorg er dus voor dat u uw apparaat en bijgevolg de ingebouwde accu niet te sterk te verhit. Gebruik enkel de meegeleverde elektriciteitsvoorzieningen om de accu op te laden.
Accu’s / batterijen behoren tot het gevaarlijk afval. Wenst u uw apparaat niet langer te gebruiken, dan brengt u hem naar een vakkundige afvalverwerking. U kunt hieromtrent uw klantendienst na verkoop contacteren. Onderhoud en reiniging OPMERKING! Binnenin de behuizing van het apparaat zitten er geen delen die moeten worden onderhouden of gereinigd. De levensduur van uw apparaat kan door onderstaande maatregelen beduidend worden verlengd: Voordat u begint schoon te maken, trekt u altijd eerst de stekker uit en maak alle verbindingskabels los. Reinig uw apparaat enkel met een vochtige, pluisvrije doek. Gebruik geen oplosmiddelen, bijtende of gasvormige reinigingsmiddelen . Onderhoud van het display Vermijd krassen op het beeldscherm. Het oppervlak kan immers vlug worden beschadigd. Wij raden het gebruik aan van een display-beschermfolie, om zo krassen en vuil te vermijden. U kunt dergelijke folie in de handel verkrijgen. De folie die bij de levering op het display werd aangebracht, dient enkel als transportbescherming! Draag er goed zorg voor dat u geen waterdruppels op het beeldscherm achterlaat. Water kan immers blijvende verkleuringen veroorzaken. Reinig het beeldscherm steeds met een zachte, pluisvrije doek. Zorg dat uw beeldscherm niet met direct zonlicht of ultraviolette straling in contact komt.12 Afvalverwijdering Het toestel en zijn verpakking zijn geschikt voor recyclage. Apparaat Behandel het apparaat op het eind van de levensduur in geen geval als gewoon huisvuil. Informeer naar de mogelijkheden om het milieuvriendelijk als afval te verwijderen. Verpakking Om uw product tijdens het transport tegen beschadiging te beschermen, wordt het in een verpakking geplaatst. Verpakkingen zijn uit materialen vervaardigd die op een milieuvriendelijke manier behandeld en op een correcte manier gerecycleerd kunnen worden. Transport Volg volgende tips als u uw apparaat wilt transporteren: Bij grote temperatuurs- of vochtigheidsverschillen kan er zich door condensatie vocht opladen binnenin het apparaat. Dit kan tot een elektrische kortsluiting leiden. Gebruik een beschermhoes die uw apparaat beschut tegen vuil, vocht, schokken en krassen. Na een transport wacht u met het in werking stellen van uw apparaat totdat hij de omgevingstemperatuur heeft aangenomen. Voordat u op reis vertrekt, wint u inlichtingen in over de stroom- en communicatievoorzieningen op de plaats van aankomst. Voorzie dan ook vóór reisbegin de nodige adapters voor stroom of communicatie. Gebruik bij verzending van uw apparaat steeds de originele verpakking waarin uw product oorspronkelijk werd geleverd. Roep het advies in van uw transportfirma bij het verzenden. Als u aan de controle van de handbagage op de luchthaven voorbijgaat, is het aan te raden om uw apparaat aan de röntgeninstallatie (de lopende band waarop u uw handbagage zet, waarna ze wordt gescreend) af te geven. Vermijd de magneetdetektor (de opening waardoor uzelf gaat) of de magneetknuppel (wat de veiligheidsagent in de hand heeft), want die zouden uw gegevens kunnen verstoren.13 Nederlands Français In de levering begrepen Gelieve de volledigheid van de levering te controleren en ons binnen 14 dagen na aankoop te contacteren, indien de levering niet compleet is. Gelieve hiervoor zeker het serienummer op te geven. Met het product dat u verworven heeft, heeft u gekregen: Navigatiesysteem Kabel voor stroomvoorziening voor sigarettenaansteker USB-kabel Autohouder DVD met navigatiesoftware Handleiding
GEVAAR ! Bewaar het verpakkingsmateriaal, zoals de folies, buiten het bereik van kinderen. Bij verkeerd gebruik bestaat er verstikkingsgevaar.14 Componenten Vooraanzicht Nr. Component Beschrijving
Weergave „Accu laden“ Knippert oranje, wanneer een extra accu wordt geladen en licht op groen, wanneer de bijkomende accu opgeladen is.
Touch Screen Toont de gegevensoutput van het apparaat. Tik met de vinger o
een gepaste stift met „stompe“ punt op het beeldscherm om menuopdrachten te selecteren of gegevens in te voeren. Opmerking! Raak het display niet met puntige of hoekige voorwerpen aan, om beschadigingen te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld een stompe stift. Vaak kunt u het toestel ook gewoon me de vinger bedienen.
Nederlands Français Achteraanzicht Nr. Component Beschrijving
Luidspreker Geeft gesproken aanwijzingen en waarschuwingen weer. Bovenaanzicht
Nr. Component Beschrijving
Aan- en uitschakelaar Houd de aan/uit-knop gedurende 1-2 seconden ingedrukt om het apparaat in te schakelen. Houd de aan/uit-knop van het apparaat langer dan 3 seconden ingedrukt indien het apparaat volledig uitgeschakeld moet worden. Houd de aan/uit-knop even ingedrukt om het apparaat in of uit te schakelen (stand-bymodus).
Linkeraanzicht Nr. Component Beschrijving
Geheugen sleuf Sleuf voor de opname van een optionele geheugenkaart.
Mini-USB- aansluiting Aansluiting voor de verbinding met een pc via de USB-kabel (voor de gegevensafstemming) aansluiting voor de externe stroomvoorziening.
Nederlands Français Eerste initialisatie Hierna wordt u stap voor stap door de eerste initialisatie van het navigatiesysteem gevoerd. Verwijder eerst de transportbeschermfolie van het scherm.
U kunt de batterij van uw navigatiesysteem op de volgende manieren opladen: met behulp van een autoadapter of met behulp van een USB-kabel. OPMERKING ! Naargelang de laadstatus van de ingebouwde accu kan het nodig zijn het toestel eerst voor een bepaalde duur op te laden, voordat de initiële installatie kan worden uitgevoerd. Houd bij de behandeling van de accu rekening met volgende opmerkingen: De weergave van de laadtoestand knippert oranje, tot uw apparaat opgeladen is. Onderbreek indien mogelijk de laadprocedure niet, voordat de batterij volledig opgeladen is. Het laadstatuslampje licht al groen op, wanneer de accu een hoge laadcapaciteit heeft bereikt. Laat het toestel nog 20 minuten aangesloten aan de oplaadkabel; om de volle oplaadcapaciteit te bereiken. Tijdens het opladen kunt u met uw navigatiesysteem werken. U dient er echter voor te zorgen dat de stroomtoevoer bij de eerste installatie niet wordt onderbroken. Laat de externe voeding continu op het apparaat aangesloten zodat de ingebouwde batterij volledig opgeladen kan worden. U kunt de externe voeding aangesloten laten, zodat u steeds kunt werken. Gelieve er rekening mee te houden dat de autoadapter stroom verbruikt wanneer hij de accu van het navigatiesysteem niet aan het laden is. Bij een heel lage restlading van de oplaadbare batterij kan het meerdere minuten duren, tot het toestel na aansluiting van de externe voeding opnieuw operationeel wordt. De accu wordt ook bij een volledig uitgeschakeld toestel opgeladen.18
II. Stroomvoorziening
Autoadapter ► Steek de stekker van de verbindingskabel in de daarvoor voorziene aansluiting van uw toestel. ► Steek nu de stroomadapterstekker in de sigarettenaansteker en zorg ervoor, dat deze tijdens de rit het contact niet verliest. Dit zou immers tot een foutief functioneren kunnen leiden. Alternatieve oplaadmogelijkheid voor de batterij Van zodra u uw navigatietoestel op een ingeschakelde pc of notebook heeft aangesloten door middel van een USB-kabel, wordt de batterij opgeladen. Daartoe hoeft er geen driver of software te worden geïnstalleerd. Onderbreek zo mogelijk, bij de eerste ingebruikneming het laadproces niet. OPMERKING! Wanneer het toestel ingeschakeld is, wordt de helderheid eventueel verminderd wanneer er een USB-verbinding tot stand komt. Er wordt aanbevolen het toestel in de stand- bymodus te zetten om de laadduur via USB te verkorten.19 Nederlands Français
III. Toestel in- en uitschakelen
Door lang (> 3 sec.) op de aan- / uitschakelaar te drukken zet u het navigatietoestel aan en schakelt u het volledig uit. Het navigatiesysteem begint automatisch met de initiële inrichting. Selecteer vervolgens de gewenste taal. Het logo van het merk verschijnt en na enkele seconden toont het toestel Vervolgens hebt u volgende keuzemogelijkheden: Via de knop krijgt u een korte inleiding in de ingebruikneming van uw navigatietoestel en de software. Hier wordt onder andere de montage in het voertuig, het navigeren doorheen de software, het invoeren en beheren van navigatiedoelen, algemene gebruikstips enz. beschreven. Via de knop start u de assistent voor instellingen op om de basisinstellingen van uw navigatiesoftware te configureren. Via de knop komt u in het hoofdmenu van uw navigatiesoftware.20 Via het icoontje heeft u meerdere mogelijkheden om uw route vast te leggen en de navigatie te starten: Hoofdschermen Hier vindt u een overzicht van de verschillende hoofdschermen van het hoofdmenu. Knoppen Omschrijving Scherm Kaart
Navigatiemenu21 Nederlands Français Extra
REMARQUE ! Als het menu mappen niet beschikbaar is, dan kunt u nog het navigatiemenu instellingen kiezen. Het menu “Andere toepassingen” zal automatisch verschijnen. Zolang uw navigatiesysteem op een extern voedingssysteem aangesloten is of op accu werkt, volstaat een korte druk op de aan/uit-knop om het apparaat in- of uit te schakelen (standby mode). Het apparaat wordt opnieuw “geactiveerd” door te drukken op de aan/uit-schakelaar. Via de button Instellingen op het hoofdscherm van uw apparaat kunt u de bedrijfstijd aan uw behoeften aanpassen. Uw toestel wordt zo afgeleverd, dat het zich, wanneer het niet aan staat ook bij niet-gebruik, niet zelf uitschakelt. Wilt u het toestel volledig uitzetten, dan drukt u langer dan 3 seconden op de aan-/ uitschakelaar. Doordat gegevens in het interne geheugen opgeslagen worden, gaan daarbij geen gegevens verloren. Het opstarten kan alleen wat langer duren.22 Ook in de stand-bymodus verbruikt uw navigatiesysteem weinig stroom en de batterij wordt ontladen. Indien uw apparaat reeds in de fabriek met de basisgegevens van de navigatiesoftware uitgerust werd, gebeurt de uiteindelijke installatie van de navigatiesoftware automatisch vanuit het interne geheugen tijden de initialisatie. Volg de instructies op het beeldscherm. Als er zich gedigitaliseerde kaarten op een optionele geheugenkaart bevinden, dan moet u die geheugenkaart tijdens het gebruik van het navigatiesysteem in het toestel steken. Wordt de geheugenkaart tijdens het gebruik verwijderd, zelfs al is het voor een kort ogenblik, dan moet een reset (zie pagina 30) worden uitgevoerd om het toestel opnieuw op te starten. Lees hiervoor het hoofdstuk Navigatie vanaf pagina 32, a.u.b.23 Nederlands Français Algemene gebruiksaanwijzingen In- en uitschakelen Na de initiële inrichting is uw toestel in zijn normale toestand van gereedheid. ► Druk kort op de aan- en uitschakelaar om uw navigatietoestel aan te zetten. Het controlelampje van de accu licht even op en het gebruikersscherm verschijnt. OPMERKING ! Uw toestel wordt zo afgeleverd, dat het zich, wanneer het niet aan staat ook bij niet-gebruik, niet zelf uitschakelt. Via de button Instellingen op het hoofdscherm van uw apparaat kunt u de bedrijfstijd aan uw behoeften aanpassen. Ook in de stand-by modus verbruikt uw navigatiesysteem weinig stroom en de batterij wordt ontladen. ► Druk kort op de aan- en uitschakelaar, om uw navigatietoestel uit te zetten. Het volgende krijgt u te zien:24 U heeft nu drie opties: Toets Beschrijving Afbreken/terug Als u per vergissing in dit scherm bent terechtgekomen, dan tikt u op de pijl om weer naar het vorige scherm terug te gaan. Standby modus Als u op deze knop tikt, dan gaat uw toestel in de stand-by modus. Reset Als u op deze knop tikt, dan voert u een reset uit. Wanneer u geen gebruik wilt maken van een van deze drie mogelijkheden, gaat het toestel na enkele seconden automatisch in de stand-by modus. Voor verdere instellingen in de stand-by modus, zie ook hoofdstuk Bijzondere functie CleanUp (Engelstalig programma), pagina 65, Punt 8. Heeft u de comfortfunctie DC AutoSuspend geactiveerd, dan verschijnt er na verloop van de vertragingstijd van enkele seconden eveneens dit beeldscherm.25 Nederlands Français Security Via deze functie kunt u uw toestel beschermen tegen toegang door vreemden. Vooraleer u deze functie kunt gebruiken, moeten er eerst enkele eenmalige instellingen gedaan worden. Ga daarbij als volgt te werk: Wachtwoord en verwijstekst vastleggen ► Geef via het hoofdscherm in de Instellingen en dann in de Toestelinstellingen. ► Tik op Security, om de functie te starten. Het volgende scherm verschijnt: ► Tik op , om het Admin-wachtwoord te geven. ► Er verschijnt een toetsenbord. Voer op deze manier uw wachtwoord in. OPMERKING! Het wachtwoord moet uit minstens 4 tekens bestaan. Gebruik een combinatie van letters (A-Z) en cijfers (0-9). Bewaar het wachtwoord op een veilige plaats. ► Nadat u een wachtwoord heeft ingevoerd, bevestigt u dit met .26 ► Voer het wachtwoord in het tweede veld in, om het opnieuw te bevestigen en eventuele fouten te vermijden.
OPMERKING! Het wachtwoord wordt in de vorm van sterretjes aangeduid (****). ► Nadat u het wachtwoord heeft ingevoerd, verschijnt er nog een tekstveld. Voer hier de verwijstekst in, die als geheugensteuntje voor uw wachtwoord dient. Deze verwijzing kunt u dan oproepen, als u uw wachtwoord vergeten bent, resp. het verkeerd ingegeven heeft. Instellingen regelen Nadat u uw wachtwoord en de verwijzingstekst met succes heeft ingevoerd, verschijnt het volgende keuzevenster waarmee u de instellingen voor de functie Security instelt.
Toets Beschrijving Stel hier in of het toestel na een koude start (Hard Reset) het wachtwoord moet vragen. Stel hier in, of het toestel na opnieuw opstarten (reset) het wachtwoord weer moet opvragen. Stel hier in, of het toestel na het inschakelen vanuit de stand-by modus het wachtwoord moet vragen.27 Nederlands Français SuperPIN en UUID Nadat u de instellingen ingesteld heeft, verschijnt de SuperPIN en de UUID (Universally Unique IDentifier = unieke toestelidentificatie)op het scherm.
OPMERKING! Noteer deze gegevens in uw gebruiksaanwijzing (zie pagina 7) en bewaar ze op een veilige plek. Deze gegevens heeft u nodig wanneer u het wachtwoord tot drie keer toe fout ingaf. Het navigatietoestel kan dan enkel met deze gegevens opnieuw vrijgegeven worden.28 Instellingen achteraf instellen Wanneer u al een wachtwoord hebt geregistreerd en nadien andere dingen wil instellen, bijvoorbeeld wanneer u uw wachtwoord wil wijzigen, start u de Security-functie op. Dan verschijnt het volgende beeldscherm.
Toets Beschrijving Wachtwoord of verwijzingstekst veranderen Instellingen authentificatie (blz. 26, Instellingen regelen) SuperPIN en UUID aanduiden (blz. 27) Reset de volledige beveiligingsfunctie. Na het uitvoeren van deze functie worden alle beveiligingsinstellingen en wachtwoorden gewist. Om deze functie te kunnen uitvoeren, moet u uw wachtwoord nog een keer invoeren en bevestigen.29 Nederlands Français Opvragen van het wachtwoord Wanneer u een wachtwoord via de Security-functie heeft vastgelegd, wordt het wachtwoord, afhankelijk van de instelling, gevraagd wanneer het toestel opnieuw opgestart wordt. ► Geef via het toetsveld het door u gekozen wachtwoord aan. OPMERKING! Het wachtwoord wordt in de vorm van sterretjes aangeduid (****). De door u bepaalde informatie wordt weergegeven als u het vraagtekensymbool aanraakt. ► Klik op om de invoer te bevestigen. OPMERKING! Wanneer u het wachtwoord 3 keer fout invoert, moet u de SuperPIN ingeven. Wanneer u die ook kwijt bent, dan moet u zich met de UUID tot uw Service Center wenden. De UUID komt onderaan het beeldscherm in beeld.30 Navigatiesysteem terugstellen Er bestaat een mogelijkheid om het navigatiesysteem te resetten indien het niet meer juist reageert of werkt. Bij deze mogelijkheid start het navigatiesysteem opnieuw op, zonder dat het nodig is een nieuwe installatie te doen. De Reset wordt vaak gebruikt om het geheugen te reorganiseren. Daarbij worden alle lopende programma’s afgebroken en wordt het werkgeheugen opnieuw van zijn beginwaarden voorzien. U gebruikt deze mogelijkheid wanneer uw navigatiesysteem niet meer correct reageert of werkt. Reset Druk even op de in-/uitschakelaar. Dan verschijnt het volgende scherm: Wanneer u een reset wilt uitvoeren, klikt u op de toets . Meer informatie over dit scherm vindt u in de paragraaf In- en uitschakelen, pagina 23.31 Nederlands Français Volledig uitschakelen / Hard Reset LET OP! Een Hard Reset verwijdert alle gegevens in het tijdelijke geheugen. Uw navigatiesysteem bevindt zich normaal gesproken in de stand-by modus, als u het uitgeschakeld hebt door kort te drukken op de aan/uitschakelaar. Bovendien kan het systeem ook helemaal uitgeschakeld worden, zodat het zo weinig mogelijk energie verbruikt. Als u het toestel volledig uitschakelt, gaan alle gegevens in het tijdelijke geheugen verloren (Hard Reset). Zo schakelt u uw navigatiesysteem volledig uit:
1. Druk lang (> 3 sec.) op de aan-/uitschakelaar, om het toestel uit te schakelen.
2. Druk lang (> 1-2 sec.) op de aan-/uitschakelaar, om het toestel opnieuw in te
schakelen. Als uw toestel in de fabriek al met de basisgegevens van de navigatiesoftware in het niet- tijdelijke geheugen uitgerust is, dan dient u niet de software opnieuw te installeren.32 Navigatie Veiligheidstips voor navigatie Een uitvoerige handleiding vindt u op de bijbehorende DVD. Tip voor de navigatie Voer geen instellingen aan het navigatiesysteem uit tijdens het rijden, om uzelf en anderen niet nodeloos in gevaar te brengen! Als u een keer de gesproken aanwijzingen niet hebt verstaan of onzeker bent, wat u bij het volgende kruispunt moet doen, dan kunt u zich met behulp van de kaart- of pijlweergave snel oriënteren. Kijk enkel dan op de scherm, als u zich in een veilige verkeersituatie bevindt! OPMERKING! In sommige landen is het gebruik van toestellen verboden die voor verkeerscontrolesystemen (bv. „flitspalen“) waarschuwen. Wij raden u aan inlichtingen over de juridische situatie in te winnen en de waarschuwingsfunctie enkel daar te gebruiken, waar ze is toegestaan. We kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die het gevolg is van het gebruik van de waarschuwingsfunctie.
LET OP! De aanleg van het wegennet een het verkeersreglement heeft voorrang op de instructies van het navigatiesysteem. U mag de instructies enkel volgen als de verkeerssituatie en het verkeersreglement dit toestaan! Houd er ook rekening mee dat de snelheidswaar-schuwingen van uw navigatiesysteem niet bindend zijn. U moet de snelheidsaanduidingen op de verkeerborden volgen. Het navigatiesyteem zal u ook dan naar uw doel leiden, mocht u van de vooraf berekende route moeten afwijken.33 Nederlands Français De richtlijnen van het navigatiesysteem ontslaan de bestuurder niet uit zijn plicht tot zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid. Plan de routes voor u moet vertrekken. Als u tijdens het rijden een nieuwe route moet invoeren, stop dan even. Om het GPS-signaal correct te ontvangen, mogen geen metaalachtige voorwerpen de radio-ontvangst verhinderen. Bevestig het toestel met de zuignap aan de binnenkant van de voorruit of in de buurt van de voorruit. Probeer meerdere plaatsen in uw voertuig uit om een optimale ontvangst te verkrijgen. Tips voor gebruik in een voertuig Let tijdens de installatie van de houder erop, dat de houder bij ongevallen geen veiligheidsrisico vormt. Bevestig de componenten stevig in uw voertuig en let bij de installatie op een vrij uitzicht. Het beeldscherm van het toestel kan lichtreflecties veroorzaken. Let er dus op dat u tijdens de werking niet verblind wordt. Leg de kabel niet in de onmiddelijke nabijheid van componenten die belangrijk zijn voor de veiligheid. Monteer de houder niet binnen de actieradius van de airbags. Controleer regelmatig de zekere zit van de zuigvoet. De adapter voor stroomtoevoer verbruikt ook dan stroom als er geen toestel op is aangesloten. Verwijder hem als hij niet wordt gebruikt om een ontlading van de autobatterij te voorkomen. Controleer na de installatie alle inrichtingen die belangrijk zijn voor de veiligheid. OPMERKING! Laat uw navigatiesysteem niet achter in de auto. Om veiligheidsredenen dient u ook de autohouder te demonteren.34 Stand van de antenne De antenne moet een vrije zicht naar de hemel hebben voor de ontvangst van de signalen van de GPS-satelieten. Probeer bij ontoereikende ontvangst verschillende mogelijkheden uit voor montage en uitrichting van de antenne in uw voertuig.
I. Montage van de autohouder
LET OP! Monteer de houder van het navigatiesysteem enkel dan aan de voorruit als uw zicht niet wordt belemmerd.
(vergelijkbare afbeelding) OPMERKING! Afhankelijk van het type kan uw navigatiesysteem bij wijze van alternatief ook met een andere autohouder uitgerust zijn. Maak het raam met een glasreiniger zorgvuldig schoon. Als de temperatuur beneden de 15° C is, dan moet u het raam en de zuignap een beetje opwarmen. vergrendelijk35 Nederlands Français Zet de autohouder met de zuigvoet rechtstreeks op de voorruit en druk de hendel naar beneden. De zuigvoet zuigt zich op de ondergrond vast.
II. Bevestiging van de navigatiesysteem
► Sluit de autoadapter op uw navigatiesysteem aan en breng de geheugenkaart in. ► Zet het toestel in het midden onderaan op de schaal en druw het zachtjes naar achter, totdat het erin sluit. ► Nu schuift u het toestel lichtjes naar achteren totdat het hoorbaar vergrendelt.
(vergelijkbare afbeelding) ► Nu kunt u de volledige eenheid op de schoongemaakte voorruit of op de zuignap zetten.
III. Autoadapter aansluiten
► Steek de stekker van de verbindingskabel in de daarvoor voorziene aansluiting. ► Steek nu de stroomadapterstekker in de sigarettenaansteker en zorg ervoor, dat deze tijdens de rit het contact niet verliest. Dit zou immers tot een foutief functioneren kunnen leiden. OPMERKING! Trek na de rit, of als u uw wagen gedurende langere tijd niet gebruikt, de stroomadapterstekker uit de sigarettenaansteker. Op die manier kan de accu van de auto zich niet ontladen. Schakel in dat geval het navigatiesysteem via de aan/uitknop uit. De kabel van de autoadapter is uitgerust met een TMC-antenne. TMC-ontvangst is enkel mogelijk indien de autoadapter is aangesloten.37 Nederlands Français
IV. Navigatiesoftware starten
OPMERKING! Bevat uw geheugenkaart (extra) kaarten, dan moet de geheugenkaart tijdens het gebruik van het navigatiesysteem steeds in het apparaat zitten. Als de geheugenkaart tijdens het gebruik verwijderd wordt, al is het kortstondig, moet een reset uitgevoerd worden om het navigatiesysteem opnieuw te starten (blz. 30). Naargelang het navigatiesysteem gebeurt deze reset automatisch.
Schakel uw navigatiesysteem in. ► Naargelang de uitvoering start de navigatiesoftware onmiddellijk of na aantikken van de navigatieknop op het hoofdscherm. ► Tik op het scherm aan om de bestemming in te brengen en voer het adres van uw navigatiedoel in. Door klikken op het symbool bevestigt u uw invoer en start u de navigatie op. Bij toereikende satellietontvangst verschijnt na enige tijd de weginformatie op het scherm, aangevuld met gesproken aanwijzingen. Informatie over de verdere bediening van de navigatiesoftware vindt u in de uitgebreide gebruikershandleiding op DVD. Het gaat hierbij om een PDF-bestand, die u met elke Acrobat Reader kunt lezen en printen.
OPMKERING! De GPS-ontvanger heeft bij het eerste gebruik enige minuten nodig, voordat hij geïnitialiseerd is. Ook wanneer het symbool aanduidt dat er een GPS- signaal aanwezig is, kan de navigatie onjuist zijn. Bij verdere ritten duurt het ca. 30-60 seconden, vóór er een correct GPS-signaal komt, op voorwaarde dat er voldoende „zicht“ op de satelliet is.38 Informatie over verkeerscontroles Wanneer de waarschuwingsfunctie voor verkeerscontroleknooppunten geïnstalleerd is verschijnt het volgende scherm: Bevestig met , wanneer u de navigatie met de waarschuwingsfunctie voor verkeerscontroleknooppunten wil gebruiken. Om de waarschuwingsfunctie te configureren, tikt u in het menu Instillingen de toets Bijzondere functies configureren aan. Dan verschijnt het volgende scherm. Tik hier POI Warner aan:39 Nederlands Français Tik hier Vaste (flitser) aan om de „vaste radars” in te stellen: Hier heeft u de mogelijkheid, de verkeerscontroleknooppunten op een kaart te laten voorstellen of deze niet aan te geven op het scherm. Hier kunt u ook instellen of u, voordat u een verkeerscontroleknooppunt bereikt, door een geluidssignaal wil verwittigd worden. De akoestische waarschuwing voor een verkeerscontrole gebeurt aan de hand van een waarschuwingstoon op een afstand van ong. 15 seconden van het verkeerscontrolepunt. Een dubbele waarschuwingstoon volgt dan op een afstand van ong. 7 seconden. Een viervoudige waarschuwingstoon wijst op een te hoge snelheid. Bovendien wordt door een benaderingsbalkje (onderaan links op uw scherm) de afstand tot het verkeerscontroleknooppunt aangegeven.40 Voorbeeld wanneer de kaartvoorstelling geactiveerd is:
OPMERKING! Gelieve erom te denken dat de verkeerscontroleknooppunten niet in alle landen ter beschikking staan. In sommige landen is het gebruik van toestellen verboden die voor verkeerscontrolesystemen (bv. „flitspalen“) waarschuwen. Wij raden u aan inlichtingen over de juridische situatie in te winnen en de waarschuwingsfunctie enkel daar te gebruiken, waar ze is toegestaan. We kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die het gevolg is van het gebruik van de waarschuwingsfunctie.41 Nederlands Français Handsfree installatie via Bluetooth De Bluetooth-technologie wordt gebruikt om korte afstanden draadloos te overbruggen. Bluetooth-toestellen verstuurt gegevens via radiosignalen zodat andere toestellen die deze technologie ook ondersteunen zonder kabels met elkaar kunnen communiceren. Vooraleer u uw navigatiesysteem als handsfree installatie met uw Bluetooth gsm kunt gebruiken, dienen de beide toestellen op elkaar afgestemd te worden (koppeling). OPMERKING! Gelieve in de handleiding van uw gsm op te zoeken hoe u de Bluetooth-functie kunt inschakelen. Bluetooth-toepassing opstarten ► Klik op optie Bluetooth Dialer. OPMERKING! Als Bluetooth manueel werd gedeactiveerd, dient de functie ‚actief gebruik’ eerst opnieuw te worden geactiveerd (toestelafhankelijk). ► Nu verschijnt het Bluetooth hoofdscherm op uw navigatiesysteem. Overzicht van het hoofdscherm42 Toets Naam Beschrijving Oproep- protocol Toont een lijst van de uitgaande en ontvangen gesprekken. Bericht Toegang tot het postvak van uw mobieltelefoon. U kunt berichten ontvangen, schrijven en versturen. Contacte
Raadplegen van de op de mobieltelefoon opgeslagen contacten. De ondersteuning van deze functie is bij elke mobieltelefoon anders. Terug Vorige bladzijde van het hoofdscherm. Wissen Wis met dit veld het via het toetsenveld ingegeven nummer. Oproep Kies met dit veld het via het toetsenveld ingegeven nummer. Toetsenb ord Via het toetsenveld geeft u de cijfers van het op te bellen nummer in. Volume Regel het volume van de microfoon en de luidsprekers. Instellling en in de handsfree installatie Nieuw bericht – opties hoe nieuwe berichten worden weergegeven Connecties – navigatiesysteem en mobieltelefoon koppelen Sync. berichten – instellingen voor de automatische SMS synchronisatie tussen navigatietoestel en mobieltelefoon Bluetooth – aan- en uitzetten van de Bluetooth- functie Belbericht – In- en uitschakelen voor het opgeven van het telefoonnummer / contact bij binnenkomende oproepen Instellen van het basisvolume van microfoon en luidsprekers43 Nederlands Français Navigatiesysteem en gsm koppelen OPMERKING! Bij de verbinding met de handenvrijfunctie gebeurt het zoeken naar een toestel in principe door uw navigatietoestel. Afhankelijk van het type gsm kan de functieomvang van de handenvrije modus beperkt zijn (zie ook compatibiliteitslijst op http://www.medion.com. ► Activeer de bluetooth-functie op uw gsm. Opmerking Elke gsm doet dat weer op een andere manier. Lees daarom de handleiding van uw gsm zorgvuldig door. ► Kies onder instellingen van de hands free modus van uw navigatietoestel de optie (Koppelen). Wanneer u voor het eerst de instellingen invoert, begint het zoeken naar een Bluetooth-compatibel toestel automatisch. ► Met „Telef. zoeken“ start u het zoeken opnieuw. ► Kies uit de lijst de overeenstemmende gsm.44 ► Tip op de knop Koppelen en vervolgens ter bevestiging op de knop Koppelen met telefoon. ► Uw gsm herkent het navigatietoestel. Er wordt gevraagd om een 4-cijferige PIN- code in te voeren. Voor uw navigatietoestel luidt dit 1 2 3 4. ► Vervolgens moet de verbinding door een of meerdere bevestigingsmeldingen op uw gsm aanvaard worden. Daarna staat de handenvrijbellenfunctie ter beschikking via het navigatiesysteem. OPMERKING! Van zodra u het navigatiesysteem uitschakelt of er een grotere afstand ontstaat tussen uw gsm en het navigatiesysteem, dan moet deze procedure herhaald worden.45 Nederlands Français Inkomende oproepen aannemen
Toets Beschrijving Oproep aannemen Oproep weigeren/beëindigen Een oproep doen ► Typ op het Bluetooth-hoofdscherm via het toetsenbord het gewenste nummer in. ► Typ op om de oproep te doen..46 Binnenkomende berichten lezen of laten voorlezen In zoverre uw gsm deze functie ondersteunt, kunt u binnenkomende berichten lezen, of bijkomend ook laten voorlezen. ► Activeer daarvoor de keuzemogelijkheid Show en lezen onder Instellingen, Bericht. ► Bij een binnenkomend bericht wordt eerst het telefoonnummer resp. jet contact uit het telefoonboek voorgelezen. ► Vervolgens kunt u via terug naar het vorige scherm of door te tippen op het veld het bericht laten voorlezen. LET OP ! De stratenkaart en de verkeerscode hebben voorrang op de aanwijzingen van het navigatiesysteem. Volg de aanwijzingen alleen op wanneer de omstandigheden en de verkeersregels het toelaten! Neem bij het gebruik van gsm’s tijdens het autorijden de veiligheidswaarschuwingen en de wettelijke voorschriften van elk land in acht.47 Nederlands Français Tijdens een oproep
Toets Beschrijving Oproep beëindigen Geluid uitschakelen (mute) voor microfoon- en volume- instellingen Gesprek doorschakelen naar de mobiele telefoon48 Picture Viewer Uw navigatiesysteem beschikt over een Picture Viewer. Met de Picture Viewer kunt u foto’s in jpg-formaat bekijken die zich op de geheugenkaart van uw navigatiesysteem bevinden. Alle foto’s die zich op de geheugenkaart bevinden zijn onmiddellijk te bekijken. Bediening van de Picture Viewer Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu Extras op de knop Picture Viewer. Overzicht van het hoofdscherm Afb.: Kleine foto’s Met de twee pijltoetsen beweegt u in de kleine foto’s naar rechts of links. Klik op een bepaalde foto om hem als grote foto over het volledige scherm te bekijken. Door op te drukken gaat u in de kleine foto’s terug naar het begin. Door te klikken op het symbool verlaat u de toepassing. U kunt de diashow starten door op het symbool te klikken.49 Nederlands Français Grote foto Afb.: Grote foto zonder bedieningspaneel Klik bij de grote foto onderaan op het beeldscherm om het bedieningspaneel te activeren: Afb.: Grote foto met bedieningspaneel Toets Beschrijving Draaien 90° met de klok mee Raster invoegen Vorig beeld Diashow starten Diashow stopzetten Volgende foto Draaien 90° tegen de wijzers van de klok in50 Door op het midden van de foto te klikken, keert u terug naar de kleine foto’s. Door op het symbool (raster invoegen) te drukken, wordt de foto in 6 velden onderverdeeld. Afb.: Grote foto met raster Door op een vierkant te klikken, wordt dat deel van de foto vergroot: Afb.: Zoom in modus Door op het midden van de foto te klikken, keert u terug naar de grote foto.51 Nederlands Français Travel Guide Uw navigatiesysteem beschikt over een Travel Guide. De Travel Guide geeft algemene informatie over verschillende aspecten van bepaalde steden of regio’s in Europa, zoals bv. bezienswaardigheden, restaurants, cultuur en reisinformatie. Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu Extras op de knop Travel Guide. Overzicht van het hoofdscherm Als u informatie wilt opvragen, kies dan eerst het land, dan de plaats of de regio. Daarna kiest u bv. de categorie. Indien gewenst kunt u uw zoekresultaten filteren door prijsklasse en/of Beoordeling aan te geven. Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Afb. 452 Afb. 5 Afb. 6
Afb. 7 Afb. 8 Als u een bepaald onderwerp hebt gekozen, bevestig dan door op
klikken. De navigatiesoftware kan dan naar het betreffende adres gaan. Toets Beschrijving Vorige scherm Toont het adres van de gekozen categorie Toont beschikbare foto’s van de gekozen categorie Door op deze knop te drukken, kunt u direct naar het gekozen adres toe navigeren.
OPMERKING! De keuzemogelijkheden in de Travel Guide kunnen naargelang de software uitvoering afwijken.53 Nederlands Français AlarmClock (wekfunctie) Uw navigatiesysteem beschikt over een Alarm Clock / wekfunctie. Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu Extras op de knop Alarm Clock. De wekfunctie kan zowel als normale wekker fungeren wanneer het toestel uitgeschakeld is (standbymodus/ energiebesparingsmodus) alsook als herinnering tijdens de lopende navigatie. Overzicht van het hoofdscherm
Dit beeld krijgt u, waanneer u nog geen wekuur heeft ingesteld. Geef het wekuur in in het 24-uur-formaat en bevestig uw invoering met
Beschrijving van de toetsen Toets Beschrijving Huidige systeemtijd Instelmodus (instellen van volume, systeemtijd en alarmgeluid) Nachtmodus (stand-by modus) Nieuwe instelling/Deactiveren van de wekfunctie Instellen van de wekuur Wissen van de invoer Bevestigingstoets Volume verminderen / vehogen Terug naar het vorige menu Sluit de toepassing55 Nederlands Français Instellen van de systeemtijd In de rechterbovenhoek van het scherm wordt het huidige uur aangegeven. Dat kunt u als volgt aanpassen: ► Toets op het hoofdscherm op . Dan verschijnt het volgende scherm: ► Toets op om het uur in te stellen. Afb. 1 Afb. 2
OPMERKING! De systeemtijd wordt ge-update bij GPS-ontvangst. Let daarbij ook op de juiste instelling van de tijdzone.56 Keuze van een wektoon ► Om een wektoon uit te kiezen, tikt u op . ► Kies de gewenste map en bevestig deze keuze met de -knop. ► Wanneer u een andere wekkertoon op uw geheugenkaart wilt kiezen, kiest u de map waarin deze zich bevindt onder de aanduiding Storage Card en wederom bevestigd u uw keuze met . ► Kies, zoals beschreven bij de MP3-speler, de gewenste wektoon uit en bevestig deze met . ► De uitgekozen wektoon wordt door een gekenmerkt. ► Sluit de toepassing met
Nederlands Français Volume instellen Door de toets aan te toetsen kunt u het volume van het weksignaal aanpassen. OPMERKING! Het hier geconfigureerde volume heeft enkel betrekking op het weksignaal en wijzigt het volume van de gesproken navigatie of van de andere functies van het systeem niet.
Afb.: Volumeregeling58 Snoozefunctie Als de wekker afgaat op het aangeduide uur, kunt u het weksignaal via de snoozefunctie op regelmatige tijdstippen laten herhalen: ► Toets op om de snoozefunctie te activeren. Afb.: Wekaanzicht ► Om de dag nadien weer op het ingegeven tijdstip gewekt te worden, beëindigt u de snoozefunctie via het schakelvlak . Door te klikken op verlaat u de wekaanduiding en keert u terug naar het scherm van voor het wektijdstip terug. Beëindigen van de Alarm Clock ► Om het ingestelde wekuur te deactiveren, toets u op . ► U bevindt zich nu in de instellingsmodus. ► Toets op om de toepassing te verlaten. Er is geen wektijd ingesteld. Huidige systeemtijd Ingestelde wektijd59 Nederlands Français Sudoku Uw navigatiesysteem is uitgerust met het spel Sudoku. Om deze toepassing te starten, klikt u in het menu Extras op de knop Sudoku. Sudoku is een cijferraadsel. Het speelveld is vierkant en in negen blokken onderverdeeld. Elk blokje bestaat dan weer uit 9 vakjes. De bedoeling bij Sudoku is om alle 81 cijfervelden correct in te vullen met cijfers van 1 tot
9. Elk cijfer mag maar één keer in elk blokje voorkomen. Bovendien mag elk cijfer ook
maar één keer per rij en per kolom voorkomen. Bij het begin van het spel worden enkele speelvelden al van een cijfer tussen 1 en 9 voorzien. Overzicht van het hoofdscherm Beschrijving van de toetsen Toets Beschrijving Spel starten Deze toets toont u tips voor oplossingen. Duwt u nog een keer op de toets, dan verdwijnen de tips weer. Deze toets toont oplossingen voor de vakken met getallen. Duwt u opnieuw op de toets, dan verdwijnen de oplossingen.60 Deze toets start een nieuw Sudoku-spel. Instellingen In het menu instellingen hebt u de volgende mogelijkheden: Met deze toets slaat u het actuele spel op. Met deze toets roept u een opgeslagen spel weer op het scherm. Wissen Wissen van een opgeslagen spel.
Hier kunt u de moeilijkheidsgraad instellen. Terug naar het huidige spel Overzicht over het speelveld61 Nederlands Français Beschrijving van de toetsen Toets Beschrijving Lijst voor de invoer van getallen Keuzelijst van het invoeren van getallen in de getallenvakken. Het gekozen getal word gemarkeerd en kan door het aantikken van een getallenvak in dit vak worden ingevoerd.
Invoer U markeert eerst een getal in de getallenlijst, dat in een bepaald vak zou moeten verschijnen. Vervolgens kiest u het gewenste vak. Wissen U kiest eerst het wissymbool uit en dan het getal. De toepassing beëindigen.62 Verkeersregels Europa In het menu Extra krijgt u via de knop heel wat basisinformatie over de verkeersregels in de afzonderlijke landen, evenals de nummers van de plaatselijke hulpdiensten. Kies hiertoe het land van uw keuze, om de desbetreffende informatie te zien (geen van deze vermeldingen is gegarandeerd).63 Nederlands Français Vaak gestelde vragen Waar vind ik meer informatie over het navigatiesysteem. Uitgebreide handleidingen voor de navigatie vindt u op de DVD die met uw apparaat wordt meegeleverd. Gebruik als bron voor extra hulp ook de uitgebreide hulpfuncties, die u eenvoudigweg kunt intoetsen (veelal de F1-toets op de PC) of aanstippen op het vraagteken (bij de navigatie-systeem). Deze hulpfuncties worden tijdens het gebruik van de computer of het apparaat ter beschikking gesteld. Waarom heb ik de meegeleverde DVD nodig? De DVD bevat: het programma ActiveSync
voor de gegevensafstemming tussen het navigatiesysteem en de PC. Extra programma’s (optionaal). Deze gebruikshandleiding in digitale vorm. gedigitaliseerd kaartmateriaal PC programma voor het snelle herstel van de gegevens Instructies voor het gebruik van de navigatiesoftware Het navigatiesysteem reageert niet meer. Wat moet er gedaan worden? Voer een Reset uit (blz. 30). Hoe kan ik de belichting bijregelen? Onder Settings.64 Service Fouten en mogelijke oorzaken Het navigatiesysteem reageert niet meer of gedraagt zich abnormaal. Voer een Reset uit (blz. 30). Het navigatiesysteem wordt door ActiveSync® enkel als gast herkend. Zie informatie op pagina 69. De GPS-ontvanger kan niet geïnitialiseerd of gevonden worden. Indien ondanks een correcte installatie van het systeem nog steeds geen signaal op het beeldscherm ontvangen wordt, kan dat volgende oorzaken hebben: Er is niet voldoende satellietontvangst mogelijk. Oplossing: Verander de positie van uw navigatiesysteem en zorg ervoor dat het „vrije“ zicht van de antenne niet in het gedrang komt. Er zijn geen gesproken aanwijzingen te horen. Controleer de volume-instelling. Als u nog verdere ondersteuning nodig heeft ? Als onze adviezen uit de vooraangaande onderdelen het probleem niet hebben kunnen oplossen, dan vragen wij u ons te contacteren. Als u ons volgende informatie zou kunnen bezorgen, zou u ons enorm helpen: Wat is u configuratie? Welke randapparatuur gebruikt u? Welke meldingen verschijnen er op de scherm? Welke software gebruikte u, toen de fout zich voordeed? Welke stappen hebt u reeds ondernomen om het probleem te verhelpen? Als u reeds een klantnummer hebt, graag dit nummer meedelen.65 Nederlands Français Appendix Bijzondere functie CleanUp (Engelstalig programma) De CleanUp-functie dient voor het gericht wissen van pc-gegevens die niet langer gebruikt worden. OPMERKING! Gebruik deze functie zeer voorzichtig aangezien er gegevens gewist kunnen worden die dan handmatig hersteld moeten worden. De CleanUp-functie wordt geactiveerd wanneer onmiddellijk na de starttoon na een reset kortstondig de „o“ in het GoPal-schrift van het hoofdmenu aangetikt wordt. De CleanUp-functie bevat verschillende opties:
1. Remove Installation Only
Verwijdert de geïnstalleerde SW uit het permanente geheugen „My Flash Disk“ [= onderdeel van het permanente geheugen waar na de eerste installatie de uitvoerbare onderdelen van de navigatiesoftware zijn opgeslagen (\My Flash Disk\Navigation)].
Verwijdert de digitale kaarten uit het permanente geheugen (\My Flash Disk\MapRegions).
3. Remove Preload Only
Verwijdert de voor de installatie van het navigatiesysteem noodzakelijke gegevens uit het permanente geheugen (\My Flash Disk\Install).
Wist de inhoud van het “My Flash Disk” geheugen. Het is niet nodig het scherm na het uitvoeren van deze functie opnieuw te kalibreren.66
Terugzetten in de leveringstoestand bij intacte hoofdinstallatie.
Formatteert het interne “My Flash Disk” geheugen. Bij een uitgebreide foutcorrectie kan deze formattering eventueel noodzakelijk zijn. Na de uitvoering van de formatfunctie is het noodzakelijk het scherm opnieuw te kalibreren. Ook worden alle gegevens in het interne “My Flash Disk” geheugen gewist, zonder kans op herstelling (kijk Remove All).
7. GPS Factory Reset
Bepaalt de toestand van de GPS-ontvanger bij levering. Bij gebruik van de GPS-functie nadat de fabrieksinstellingen gereset werden, moet de GPS- ontvanger zich weer oriënteren. Dat proces kan een poosje in beslag nemen.
8. DC AutoSuspend /Wakeup
Hier kunt u kiezen, wanneer uw navigatiesysteem automatisch in de stand-by-modus moet gaan wanneer de externe stroomvoorziening onderbroken wordt. Deze functie is bijvoorbeeld nuttig bij voertuigen waarbij de sigarettenaansteker uitgeschakeld wordt wanneer het contact uitgeschakeld wordt. De autoSuspend-functie wordt enkele seconden na het wegvallen van de externe stroomvoorziening geactiveerd en voor de ingestelde tijd verschijnt het stand-by-scherm (zie pagina 23). Wanneer de stroomvoorziening binnen de totale tijd weer op gang komt (bijvoorbeeld wanneer de motor even uitgeschakeld werd), wordt de DC autoSuspend-functie weer gedeactiveerd. Zon niet, dan gaat het navigatiesysteem na afloop van de ingestelde tijd in de stand-by-modus. Stel de gewenste tijd in door aan te tikken en bevestig uw keuze met OK.
OPMERKING! Bij levering en na een Hard Reset (zie pagina 31) is deze functie gedeactiveerd en kan ze individueel ingesteld worden.67 Nederlands Français
9. Auto Mass Storage
Hiermee bestuurt u de werking van het apparaat bij aansluiting aan een USB-poort. Bij de instelling Auto Mass Storage: Off kunt u kiezen tussen de modus voor massaopslag en de ActiveSync®-modus. Bij de instelling Auto Mass Storage: On schakelt het apparaat automatisch in de modus voor massaopslag. Exit Verlaat de CleanUp-functie en herstart het apparaat (zoals een reset). OPMERKING! Vooraleer de gegevens werkelijk gewist worden, is er een bevestiging nodig. Tik hiervoor op YES. Indien de te wissen niet (meer) voorhanden zijn, krijgt u een bijhorende melding. Om de gegevensbestanden in het interne geheugen (installatiebestanden en kaartengegevens) te herstellen leest u a.u.b. het hoofdstuk ”Kopiëren van installatiebestanden en kaartengegevens naar het interne geheugen” op pagina 76.68 Synchronisatie met de PC
installeren Voor de overdracht van gegevens tussen uw pc en uw navigatiesysteem heeft u het programma Microsoft® ActiveSync® nodig. U hebt samen met uw apparaat een licentie van dit programma verkregen. U vindt het op de DVD. OPMERKING! Gebruikt u het besturingssysteem Windows Vista/Windows®7, dan heeft u de ActiveSync
communicatiesoftware niet nodig. De systeem- bestanden die nodig zijn voor de pure overdracht van gegevens zijn bij levering al geïntegreerd in het besturingssysteem. Sluit uw toestel met behulp van de USB- synchronisatiekabel op uw PC aan. Nadat een nieuw toestel gevonden werd, worden alle noodzakelijke drijvers automatisch geïnstalleerd. Na een geslaagde installtie, vindt u uw nieuw toestel terug in het overzicht van Windows Explorer, onder item „draagbare toestellen“.
LET OP! Bij de installatie van software kunnen belangrijke bestanden overschreven en gewijzigd worden. Om bij eventuele problemen na de installatie op de originele bestanden te kunnen teruggrijpen, dient u voor de installatie een back-up van de harde schijf te nemen. Onder Windows
2000 of XP moet u de administratierechten hebben om de software te installeren. OPMERKING! De navigatiesysteem nog niet met uw PC verbinden.69 Nederlands Français ► Plaats de DVD en wacht tot het programma automatisch start. OPMERKING! Indien dat niet werkt, is waarschijnlijk de zogenoemde Autorun functie gedesactiveerd. Om de installatie manueel te starten, moet het programma Setup op de DVD gestart worden.
► Selecteer eerst de taal en klik vervolgens op ActiveSync® installeren en volg de aanwijzingen op het beeldscherm. OPMERKING! Bij de installatie van de GoPal Assistant wordt ActiveSync® automatisch mee geïnstalleerd.
II. Aansluiten op de PC
► U start het navigatietoestel door de aan-/uitschakelaar in te duwen. ► U sluit de USB-kabel op uw navigatiesysteem aan. ► Het andere uiteinde van de USB-kabel sluit u aan op een vrije USB-poort van uw computer. ► Na de aansluiting van het navigatiesysteem verschijnt het volgende scherm:
OPMERKING! Heeft u geen modus gekozen, dan laadt het systeem na enkele seconden automatisch de ActivSync®- Modus.
► U kiest de gewenste modus uit: opslagmodus ActiveSync-modus70 Opslagmodus In het opslagmodus kunt u uw navigatietoestel gebruiken als een wisselmedium (bv. zoals een USB-stick). Er verschijnen twee wisselmedia op het systeem: het interne geheugen van het navigatiesysteem zelf en de (optionele) geheugenkaart, als die in het toestel aanwezig is. OPMERKING! Zolang u zich in deze modus bevindt, kunt u op het toestel parallel geen gegevens invoeren. Om verlies van gegevens te voorkomen, gebruikt u de functie “hardware veilig verwijderen” van uw besturingssysteem. Nu kunt u de kabel van uw navigatiesysteem verwijderen. De assistent voor hardware-installatie herkent nu een nieuw toestel en installeert de passende driver. Dit kan enkele minuten duren. ActiveSync
-Modus Wanneer u de ActiveSync®-Modus heeft gekozen, herhaalt u het zoeken naar een verbinding mocht dit in eerste instantie niet succesvol zijn geweest. Volg vervolgens de aanwijzingen op het scherm. Het programma zal nu een associatie tussen uw PC en het Navigatie systeem aanmaken. OPMERKING! Om met de GoPal Assistant te kunnen werken, moet het Navigatie systeem bij het de eerste keer koppellen in ActiveSync®-Modus staan. Alternatieve oplaadmogelijkheid voor de batterij Van zodra u uw navigatietoestel op een ingeschakelde pc of notebook heeft aangesloten door middel van een USB-kabel, wordt de batterij opgeladen. Daartoe hoeft er geen drijver of software te worden geïnstalleerd. Onderbreek zo mogelijk, bij de eerste ingebruikneming het laadproces niet. OPMERKING! Wanneer het toestel ingeschakeld is, wordt de helderheid eventueel verminderd wanneer er een USB-verbinding tot stand komt. Er wordt aanbevolen het toestel in de stand- bymodus te zetten om de laadduur via USB te verkorten.71 Nederlands Français
III. Werken met Microsoft
Zodra u uw navigatiesysteem met uw PC verbindt wordt ActiveSync
automatisch opgestart. Het programma controleert, of het om een toestel gaat waarmee een partnerschap is afgesloten. Als dat zo is, dan worden de wijzigingen op de PC en op het navigatiesysteem, die sinds de laatste synchronisatie hebben plaatsgevonden, met elkaar vergeleken en gecoördineerd. In de instellingen van het programma ActiveSync
kunt u precies instellen, welke gegevens bij de synchronisatie prioriteit hebben. Om de effecten van de verschillende instellingen te leren kennen, opent u de helpfunctie (met de toets F1) van het programma. Als het navigatiesysteem niet als een partner wordt herkend, dan wordt automatisch een beperkte gast-toegang geactiveerd, waarmee u b.v. gegevens kunt uitwisselen. Indien dit voorkomt terwijl u over een geregistreerd partnertoestel beschikt, dan verbreekt u de verbinding tussen navigatiesysteem en PC en zet u het navigatiesysteem uit en weer aan. U verbindt dan het navigatiesysteem opnieuw met de PC, om de herkenningsprocedure opnieuw op te starten. Wordt het toestel dan nog steeds enkel als gast herkend, dan herhaalt u de procedure opnieuw en herstart u tevens uw PC. OPMERKING! Controleer altijd, dat u uw navigatiesysteem telkens op dezelfde USB-poort van uw PC aansluit, omdat uw PC anders een nieuwe ID toekent en uw toestel opnieuw installeert.72 GPS (Global Positioning System) Het GPS is een satellietondersteund systeem voor de positiebepaling. Met behulp van 24 satellieten die rond de aarde cirkelen is een tot op enkele meters nauwkeurige plaatsbepaling op aarde mogelijk. De ontvangst van de satellietsignalen gebeurt via de antenne van de ingebouwde GPS- ontvanger die daarvoor een „vrij zicht“ op minstens 4 van deze satellieten nodig heeft. OPMERKING! Bij beperkte zichtbaarheid (bijv. in een tunnel, in huizenrijen, in het bos of ook in voertuigen met gemetalliseerde ruiten) is en plaatsbepaling niet mogelijk. De satellietontvangst begint echter weer zodra de hindernis overwonnen is en men weer een goede zichtbaarheid heeft. De nauwkeurigheid van de navigatie is bij lage snelheden (bijv. langzaam stappen) eveneens beperkt. De GPS-ontvanger verbruikt extra energie. Dat is vooral belangrijk in batterijbedrijf. Om energie te besparen, schakelt u het toestel niet onnodig in. Sluit daarom ook de navigatiesoftware af, als deze niet gebruikt wordt of als satellietenontvangst voor een langere duur niet mogelijk zou zijn. Tijdens een korte onderbreking van uw rit kunt u het apparaat echter ook via de in-/uitschakelaar uitschakelen. Opnieuw starten gebeurt door op dezelfde schakelaar te drukken. Bovendien wordt ook de GPS-ontvanger weer geactiveerd als de navigatiesoftware nog actief is. Hierbij kan het naargelang de ontvangstsituatie een tijdje duren vooraleer de positie opnieuw geactualiseerd wordt. OPMERKING! Zorg ervoor dat uw toestel zo vooringesteld dat het in batterijbedrijf bij GPS-ontvangst niet automatisch na enkele minuten uitgeschakeld wordt. Deze voorinstelling kan in de instellingen-modus veranderd worden. Indien de GPS-ontvanger meerdere uren niet actief is, moet hij zich opnieuw oriënteren. Dit proces kan enige tijd duren.73 Nederlands Français TMC (Traffic Message Channel) Traffic Message Channel (TMC) is een digitale radio-datadienst, die op een vergelijkbare manier als RDS werkt en gebruikt wordt voor het verzenden van informatie over verkeersstoringen aan geschikte ontvangers. De verkeersinformatie wordt voortdurend via FM verzonden. Omdat dit signaal constant wordt uitgezonden is de gebruiker minder afhankelijk van de verkeersinformatie, die enkel om het halve uur wordt uitgezonden. Bijkomend kan belangrijke informatie, b.v. over spookrijders, meteen worden doorgegeven. De uitzending is gepland voor heel Europa en wordt in veel landen reeds door radiozenders aangeboden. De nauwkeurigheid van de TMC-berichten (Traffic Message Channel) kan van land tot land sterk variëren. OPMERKING! De kabel van de autoadapter is uitgerust met een TMC-antenne. TMC-ontvangst is enkel mogelijk indien de autoadapter is aangesloten.74 Werken met geheugenkaarten Geheugenkaarten invoeren ► Neem de geheugenkaart (optioneel) voorzichtig uit de verpakking (indien beschikbaar). Let er op, dat u de contacten niet aanraakt en dat ze niet vuil worden. ► Breng de geheugenkaart in de kaartensleuf in, waarbij de aansluiting naar de contacten naar voren moeten wijzen. De kaart moet zich makkelijk laten vastklikken. Geheugenkaart verwijderen OPMERKING! U dient eerst de navigatiesoftware af te sluiten en het toestel met de aan-/uittoets uit te schakelen, voordat u de geheugenkaart verwijdert. Anders zou u gegevens kunnen verliezen. ► Om de kaart te verwijderen, duwt u lichtjes tegen de bovenkant tot dat ze zich ontgrendelt. ► Trek de kaart eruit zonder de contacten aan te raken. ► Bewaar de geheugenkaart in de verpakking of op een andere veilige plek. OPMERKING! Geheugenkaarten zijn heel gevoelig. Let erop, dat de contacten niet vuil worden en dat de kaart niet geforceerd wordt. Gebruik van geheugenkaarten Het apparaat ondersteunt enkel geheugenkaarten, die in het gegevensformat FAT16/32 werden geformatteerd. Indien u kaarten gebruikt die met een ander format werden voorbereid (vb. in camera’s, MP-3-spellen), zal uw apparaat deze mogelijk niet erkennen en zal u aanbieden deze opnieuw te formatteren. LET OP! Het formatteren van de geheugenkaarten zal alle gegevens onherstelbaar wissen.75 Nederlands Français Gegevens uitwisselen via kaartenlezer Wanneer u grote aantallen gegevens (MP3-bestanden, navigatiekaarten) naar de geheugenkaart wenst te kopiëren, kunt u die ook onmiddellijk op de geheugenkaart opslaan. Vele computers beschikken reeds over een kaartlezer. Hierbij brengt u de kaart in en kopieert u de gegevens direct naar de kaart. Omwille van de directe toegang gebeurt de overdracht aanzienlijk sneller dan via het gebruik van ActiveSync®. Bijkomende Kaarten Uw navigatiesysteem is standaard al met gedigitaliseerde kaarten in het interne geheugen en/of op een geheugenkaart uitgerust. Naargelang de uitvoering zijn er bijkomende gedigitaliseerde kaarten op uw DVD. Deze kaarten kunt u onmiddellijk naar een geheugenkaart kopiëren. Het gebruik van een externe kaartlezer wordt hiervoor aanbevolen (zie ook pag. 75). De meegeleverde GoPal Assistant laat een makkelijke en individuele samenstelling van het over te dragen kaartmateriaal toe. Afhankelijk van de hoeveelheid gegevens moet u eventueel geheugenkaarten met een capaciteit van 256 MB, 512 MB, 1.024 MB of meer gebruiken. Extra geheugenkaarten zijn bij gespecialiseerde handelaars te verkrijgen. Kaarten kopiëren op een geheugenkaart U kan bijkomende kaarten bij voorkeur met behulp van de Windows verkenner van uw PC naar een geheugenkaart kopiëren. Dit gaat als volgt in zijn werk: ► Breng de DVD met de nodige kaarten erop in. ► Open uw bureaublad en kies het DVD -station uit. ► U kopieert het bestand eindigend op ".psf" uit de map van de gewenste regio op de DVD naar de map "MapRegions" op uw geheugenkaart. Naargelang de capaciteit van uw geheugenkaart kunt u meerdere bestanden met mapgegevens op uw geheugenkaart kopiëren. Zorg ervoor dat u over voldoende ruimte op uw geheugenkaart beschikt. Als u gedigitaliseerde kaarten van meerdere landen of landengroepen op uw geheugenkaart heeft gekopieerd, dan moet u de gewenste landenkaart in de navigatietoepassing van uw toestel uitkiezen.76 Alternatieve installatie van de navigatiesoftware van een geheugenkaart De software voor uw navigatiesysteem kan ook rechtstreeks van een daarvoor voorziene geheugenkaart geïnstalleerd worden. De voorgeïnstalleerde software moet eventueel vooraf verwijderd worden (zie Bijzondere functie CleanUp, blz. 65). Tijdens de initiële inrichting wordt u gevraagd de navigatiesoftware te installeren. U doet dat zoals hieronder beschreven: ► Verwijder de geheugenkaart voorzichtig uit de verpakking. Let er op, dat u de kontakten niet aanraakt of dat ze vuil worden. ► Stek de geheugenkaart in de geheugen sleuf tot ze vergrendelt. ► Klik op OK om de toepassing te installeren. Nadat alle gegevens naar uw navigatiesysteem gekopieerd zijn, kunt u via het hoofdbeeldscherm de instellingen voor de navigatie vastleggen. Kopiëren van installatiebestanden en kaartengegevens naar het interne geheugen OPMERKING! Om gegevens te kunnen overdragen moet uw navigatietoestel via ActiveSync
met de computer zijn verbonden (zie pagina 71).
Uw toestel beschikt over een intern, permanent geheugen in de map \My Flash Disk. Met behulp van ActiveSync
kunt u met de optie Zoeken deze, maar ook andere mappen weergeven. Wijzigingen aan mappen en bestanden kunnen net zoals in een verkenner worden uitgevoerd. Om de installatiegegevens en de kaartengegevens voor het toestel beschikbaar te stellen, moeten de noodzakelijke mappen worden ingericht. U maakt voor de installatiebestanden de map INSTALL aan (\My Flash Disk\INSTALL). De kaartengegevens slaat u op in de map MapRegions (\My Flash Disk\MapRegions). Bij de naamgeving van de mappen moet u de boven aangegeven spelling in acht nemen. Als u nog andere gegevens op uw navigatietoestel hebt opgeslagen, dan moet u er op letten, dat er voldoende capaciteit beschikbaar is om de gegevens te kunnen kopiëren. Is dit niet het geval, dan verwijdert u eerst de bestanden, die u niet nodig heeft.77 Nederlands Français Technische specificaties Parameter Gegevens Stroomvoorziening met stroomadapterkabel voor sigarettenaansteker ingang uitgang
CA-051-00U-00 / DDA-5J-05 050100
(Mitac) 12-24V DC, 1A / zekering 2A (F2AL/250V) 5V / 1A (max.) Accu Li-Ion, 3,7V Type geheugenkaart Micro SD Bluetooth (optioneel) Class 2 USB- aansluiting USB 2.0 Afmetingen ca. 123 mm x 79 mm x 15 mm Gewicht incl. accu ca. 140 g (zonder verpakking) Temperatuur In werking +5° C - +35° C Niet in werking 0° C - +60° C Luchtvochtigheid (niet condenserend) 10 – 90 %78 Index
- Bijkomende kaarten Alternatieve installatie van de navigatiesoftware van een geheugenkaart p. 76
- Kopiëren op een geheugenkaart p. 75
- Kopiëren van installatiebestanden en kaartengegevens naar het interne geheugen p. 76
- Bijzondere functie CleanUp p. 24
- , 65 Bluetooth Een oproep doen p. 45
- Hoofdscherm p. 41
- Koppelen p. 43
- Oproepen aannemen p. 45
- Opstarten p. 41
Onderhoud ........................................ 11 Onderhoud van het display ................ 11
installeren .... 68 Werken met Microsoft
SimpelGids