525P4S - Zaag HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 525P4S HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 140 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HUSQVARNA 525P4S - page 85
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL Slovenščina SL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : 525P4S

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 525P4S - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 525P4S van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING 525P4S HUSQVARNA

1. Afstelschroef voor kettingsmering

7. Ophanghaak draagstel

14. Beschermkap voor zaagketting

Symbolen op het product WAARSCHUWING! Dit product is gevaarlijk. Onzorgvuldig of onjuist gebruik van het product kan leiden tot letsel of de dood van de gebruiker of omstanders. Lees en volg alle veiligheidsinstructies in de bedieningshandleiding om letsel bij de gebruiker of omstanders te voorkomen. Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u kunnen vallen. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming. Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Gebruik antisliplaarzen voor zwaar gebruik. Brandstof. Kettingolie. Afstelling van de oliestroom. Rotatierichting, zaagket- ting. Balgje voor extra brandstoftoevoer. Choke. Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. yyyywwxxxx Het serienummer staat op het pro- ductplaatje. yyyy is het productie- jaar, ww is de productieweek en xxxx is het serienummer. Dit product is niet elektrisch geïsoleerd. Wanneer het product in contact komt met of in de buurt komt van stroomvoerende leidingen kan dit leiden tot dodelijke ongelukken of ernstig letsel. Elektriciteit kan door een zogenaamde spanningsboog van het ene naar het andere punt geleid worden. Hoe hoger de spanning is, des te langer de weg waarover de elektriciteit geleid kan worden. Elektriciteit kan ook door takken of andere voorwerpen geleid worden, vooral als deze nat zijn. Hou altijd minimaal 10 m afstand tussen de machine en een leiding waarop spanning staat en/of voorwerpen die daarmee in contact staan. Wanneer u toch met een kortere veiligheidsafstand moet werken, moet u altijd contact opnemen met de desbe- treffende energiemaatschappij om ervoor te zorgen dat de spanning uit staat voordat u uw werkzaamheden begint. Gebruikers van het product moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of die- ren dichter dan 15 meter bij het product komen.

703 - 007 - 28.04.2021 85Let op: Andere symbolen/stickers op het product

hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.
  • Dit product kan bij onvoorzichtig of onjuist gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen.
  • Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet gebruiken, neem dan contact op met een servicemonteur voordat u verder gaat.
  • De oorspronkelijke vormgeving van het product mag in geen enkel geval worden gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik nooit een product dat gewijzigd lijkt te zijn door anderen, en gebruik uitsluitend de voor dit product aanbevolen accessoires. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstig persoonlijk letsel of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.
  • Controleer het product vóór gebruik. Zie Veiligheidsvoorzieningen op het product op pagina

Controleren voor het starten op pagina 94

Gebruik nooit een defect product. Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en de onderhouds- en service-instructies uit. Veiligheidsinstructies voor montage WAARSCHUWING: Lees voordat u het product gaat gebruiken deze instructies aandachtig door en zorg dat u ze hebt begrepen. Volg de instructies op.

  • Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken.
  • De enige accessoires die u samen met dit product kunt gebruiken, is de snijuitrusting die wij aanbevelen. Zie Accessoires op pagina 109

703 - 007 - 28.04.2021• Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

  • Zorg ervoor dat u de beschermkap en de steel goed monteert, voordat u de motor start.
  • Om het product veilig te gebruiken en letsel bij de gebruiker of andere personen te voorkomen, moet het altijd op de juiste manier aan het draagstel worden bevestigd. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen, zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 88
  • Dit product is niet elektrisch geïsoleerd. Wanneer het product in contact komt met of in de buurt komt van stroomvoerende leidingen kan dit leiden tot dodelijke ongelukken of ernstig persoonlijk letsel. Elektriciteit kan door een zogenaamde spanningsboog van het ene naar het andere punt geleid worden. Hoe hoger de spanning is, des te langer de weg waarover de elektriciteit geleid kan worden. Elektriciteit kan ook door takken of andere voorwerpen geleid worden, vooral als deze nat zijn. Houd altijd minimaal 10 m afstand tussen het product en een leiding waarop spanning staat en/of voorwerpen die daarmee in contact staan. Wanneer u toch met een kortere veiligheidsafstand moet werken, moet u altijd contact opnemen met de desbetreffende energiemaatschappij om ervoor te zorgen dat de spanning uit staat voordat u uw werkzaamheden begint.
  • Overmatige blootstelling aan trillingen kan leiden tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen bij personen met een slechte bloedcirculatie. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen waarneemt die wijzen op overmatige blootstelling aan trillingen. Voorbeelden van zulke symptomen zijn slapen, geen gevoel, ”kriebels”, ”speldeprikken”, pijn, geen of minder kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen worden meestal waargenomen in de vingers, handen of polsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturen toenemen.
  • De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd. Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor, kettingolienevel en zaagstof kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
  • Gebruik de machine nooit binnenshuis of in ruimten zonder voldoende ventilatie. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een kleurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas.
  • Gebruik het product nooit zonder geluiddemper of met een defecte geluiddemper. Wanneer de geluiddemper defect is, stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. Houd brandblusmiddelen binnen handbereik. Als u in uw werkgebied een vonkenopvangnet moet hebben, gebruik het product dan niet zonder of met een defect vonkenopvangnet.
  • Indien de zaagketting niet stopt bij stationair draaien, stel dan het stationair toerental af. Zie Stationair toerental afstellen op pagina 99 . Gebruik het product niet voordat het is juist afgesteld of gerepareerd.
  • Dit product heeft een groot bereik. Zorg ervoor dat er zich geen personen of dieren bevinden op een afstand van minder dan 15 meter wanneer met het product wordt gewerkt. Kijk altijd achter u voordat u zich met het product omdraait. Stop het product onmiddellijk als een persoon of dier de 15 m- veiligheidszone betreedt. Neem een veiligheidsafstand van ten minste 15 m in acht als er meer dan één persoon in hetzelfde gebied werkt.
  • Houd u aan de geldende veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden in de buurt van hoogspanningskabels. Ook vallende takken kunnen leiden tot kortsluiting.
  • Sta nooit direct onder een tak die wordt afgezaagd. Dit kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel.
  • Wees alert op stukken tak die tijdens het snijden weggeslingerd kunnen worden. Snijd niet te dicht bij de grond waar stenen en andere voorwerpen kunnen worden weggeslingerd.
  • Gebruik het product niet in ongunstige weersomstandigheden, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind en hevige koude. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot extra gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn of de wind kan de valrichting beïnvloeden.
  • Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid of ziek bent of wanneer u alcohol, drugs of medicijnen hebt gebruikt. Dit kan uw gezichtsvermogen, oplettendheid, coördinatie en beoordelingsvermogen beïnvloeden.
  • Zorg ervoor dat u veilig kunt bewegen en zorg voor een veilige houding. Controleer het gebied rondom u op obstakels zoals wortels, rotsen, takken en greppels. Wees voorzichtig bij het werken op hellingen.
  • Verwijder het gesneden materiaal niet en laat het niet door anderen verwijderen, terwijl de motor aan is of de snijuitrusting draait. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.
  • Voorkom overstrekken. Zorg altijd voor een stabiele positie van de voeten en een goed evenwicht.

703 - 007 - 28.04.2021

87• Houd het product altijd met twee handen vast. Houd het apparaat rechts van uw lichaam.

  • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de zaagketting totdat deze volledig is gestopt wanneer het product is uitgeschakeld.
  • Werk nooit op een ladder, stoel of andere verhoging die niet stevig vast staat.
  • Wanneer de motor draait, mag u het product alleen neerzetten als u het goed in de gaten kunt houden.
  • Let op alarmsignalen en luide stemmen wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe uw gehoorbescherming altijd af wanneer de motor stopt.
  • Stop de motor voordat u naar een nieuw werkgebied gaat. Bevestig altijd de transportbescherming voordat u de uitrusting verplaatst.
  • Sta nooit toe dat kinderen het product gebruiken of in de buurt van het product komen. Verwijder de bougiekap wanneer u geen toezicht houdt op het product. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
  • Gebruik een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming met voldoende dempvermogen. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Gebruik goedgekeurde oogbescherming. Als u een vizier gebruikt, moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Een goedgekeurde veiligheidsbril moet voldoen aan de norm ANSI Z87.1 voor de VS of EN 166 voor de EU-landen.
  • Draag zo nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
  • Gebruik stevige antisliplaarzen.
  • Gebruik kleding van stevige stof. Gebruik altijd een zware lange broek en lange mouwen. Gebruik geen loszittende kleding die gemakkelijk kan blijven haken aan takjes en struikgewas. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen of loop niet op blote voeten. Bind voor de veiligheid lang haar samen tot boven schouderhoogte.

703 - 007 - 28.04.2021• Houd een EHBO-doos binnen handbereik.

Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn.
  • Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Zie Onderhoudsschema op pagina 98
  • Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer. Gashendelvergrendeling controleren De vergrendeling van de gashendel voorkomt dat de gashendel per ongeluk wordt bediend.

1. Druk de gashendelvergrendeling (A) in en controleer

of de gashendel wordt ontgrendeld (B). Wanneer u het handvat loslaat, gaan de gashendel en de gashendelvergrendeling terug naar hun beginposities.

de gashendel vergrendeld is op een stationair toerental.

3. Druk op de gashendelvergrendeling en controleer of

deze terugkeert naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.

4. Controleer of de gashendel en de

gashendelvergrendeling vrij bewegen en of de retourveren correct werken.

5. Start het product en laat het op vol vermogen

werken. Zie Product starten op pagina 97

6. Laat de gashendel los en zorg ervoor dat de

snijuitrusting stopt. Als de snijuitrusting draait wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, controleert u de afstellingen van de carburateur. Zie Onderhoud op pagina 98

2. Zet de stopschakelaar in de stopstand en zorg

ervoor dat de motor stopt.

703 - 007 - 28.04.2021

89Trillingsdempingssysteem controleren Het trillingsdempingssysteem vermindert trillingen in de handgrepen tot een minimum wat de bediening vergemakkelijkt. Het trillingsdempingssysteem van het product vermindert de overdracht van trillingen tussen de motor en de steel van het product.

2. Voer een visuele controle uit op vervorming en

beschadiging, bijvoorbeeld scheuren.

3. Zorg ervoor dat u de elementen van het

trillingsdempingssysteem correct bevestigt. Geluiddemper controleren De geluiddemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. In gebieden met een warm en droog klimaat kan het risico op brand erg groot zijn. Volg de lokale voorschriften en onderhoudsinstructies

  • Voer een visuele controle uit op beschadiging en vervorming.
  • Zorg ervoor dat de geluiddemper correct aan het product is bevestigd.
  • Controleer het vonkenopvangnet visueel. Zie Onderhoud uitvoeren aan de geluiddemper op pagina 100

Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Meng de brandstof niet binnenshuis of in de buurt van een warmtebron.
  • Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
  • Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
  • Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
  • Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
  • Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
  • Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
  • Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
  • Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
  • Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
  • Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
  • Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.

703 - 007 - 28.04.2021• Draai de tankdop langzaam open en laat de druk

voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.

  • Zorg voor voldoende ventilatie bij het vullen met en mengen van brandstof (benzine en tweetaktolie) of het aftappen van de brandstoftank.
  • Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brandstof werkt en zorg voor voldoende ventilatie bij de brandstofhantering.
  • Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
  • Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
  • Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
  • Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
  • Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
  • Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
  • Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
  • Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
  • Verwijder de bougiekap voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
  • De gebruiker mag alleen de onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze bedieningshandleiding zijn beschreven. Laat professioneel onderhoudspersoneel alle andere service en reparaties uitvoeren.
  • Voer met regelmaat de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en onderhouds- en service-instructies uit. Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het product en verkleint de kans op ongevallen. Zie Onderhoud op pagina
  • Neem contact op met uw servicedealer als u na het uitvoeren van onderhoud het product niet kunt goedkeuren volgens de in deze bedieningshandleiding opgenomen veiligheidscontroles. Wij garanderen dat u daar professionele reparaties en service voor uw product krijgt. Veiligheidsinstructies voor snijuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik alleen de door ons aanbevolen combinaties van zaagblad/zaagketting en de hulpmiddelen voor vijlen. Zie Accessoires op pagina 109 voor instructies.
  • Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken.
  • Houd de zaagtanden goed geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een beschadigde of verkeerd geslepen zaagketting vergroot de kans op ongevallen.
  • Zorg voor de correcte tanddiepte. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen instelling voor de vijlmal.
  • Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen het zaagblad loopt, kan de zaagketting van het zaagblad lopen. Een verkeerde kettingspanning zorgt voor overmatige slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel. Zie De ketting spannen op pagina
  • Voer regelmatig onderhoud uit op de snijuitrusting en houd deze goed gesmeerd. Bij onvoldoende smering van de zaagketting is de kans op slijtage van het

703 - 007 - 28.04.2021

91zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel groter. Montage De zaagkop monteren OPGELET: Zorg ervoor dat de aandrijfas in de as in de uitsparing van de zaagkop grijpt.

1. Draai de schroef op de zaagkop los, (A)

2. Breng de zaagkop zodanig op de as aan dat de

schroef (A) op één lijn is met het gat op de as zoals weergegeven.

3. Draai de schroef (A) handvast. Zorg ervoor dat de

schroef (A) in het gat van de steel past.

1. Draai de moer van het blad los en verwijder de

2. Monteer het zaagblad over de zaagbladbout. Plaats

het zaagblad in de achterste stand. Breng de ketting aan over het aandrijfkettingwiel en in de gleuf in het blad. Begin aan de bovenzijde van het blad.

3. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels naar

voren wijzen op de bovenrand van het blad.

4. Monteer de kap en plaats de kettingafstelpen (A) in

de opening van het zaagblad. Controleer of de aandrijfschakels van de ketting goed op de kettingwielaandrijving (B) passen en of de ketting in de groef in de geleider zit (C). Haal de geleider handvast aan.

5. Span de ketting door met behulp van de

combisleutel de kettingspanschroef met de klok mee te schroeven. De ketting moet aangespannen worden tot ze niet langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad. 92 703 - 007 - 28.04.20216. De ketting is juist gespannen wanneer ze niet langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad en toch gemakkelijk met de hand kan worden voortbewogen. Hou de tip van het blad omhoog en draai de zaagbladmoeren met de combisleutel vast.

7. Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning

vaak gecontroleerd worden tot de ketting goed "ingelopen" is. Controleer de kettingspanning regelmatig. Correct aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties en hebben een lange levensduur. Draagstel afstellen Het draagstel moet altijd in combinatie met de machine gebruikt worden om optimale controle over de machine te krijgen en om het risico van vermoeidheid in armen en rug te verminderen.

1. Doe het draagstel om.

2. Haak de machine aan de ophanghaak van het

3. Stel de lengte van het draagstel zo af dat de

ophanghaak ongeveer ter hoogte van uw rechterheup hangt. 525P5S 525P4S De deelbare steel monteren 525P5S

1. Draai aan de knop om de koppeling los te maken.

2. Lijn de nok op de snijuitrusting (A) uit met de pijl op

3. Duw de steel voorzichtig in de koppeling tot u een

1. Draai de knop 3 slagen of meer om de koppeling los

2. Druk de knop (C) in en houd deze ingedrukt.

3. Houd deze stevig vast aan het uiteinde van de steel

waarop de motor is bevestigd.

703 - 007 - 28.04.2021

934. Trek het hulpstuk in een rechte lijn uit de koppeling.

De stootbescherming monteren 1. Breng de bescherming aan met 3 schroeven.2. Haal de schroeven aan met 4 Nm (30 ft/lbs).3. Haal de schroeven weer aan wanneer het productgedurende ongeveer 20 uur is gebruikt. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u hethoofdstuk over veiligheid te lezen en hebbenbegrepen. Controleren voor het starten 1. Controleer het werkgebied. Verwijder voorwerpendie weggeslingerd kunnen worden.2. Controleer de zaagketting. Gebruik nooit botte,gebarsten of beschadigde apparatuur.3. Controleer of het product in goede staat is.4. Controleer of alle moeren en bouten goedvastgedraaid zijn.5. Zorg ervoor dat de ketting voldoende gesmeerd is, zie De kettingsmering controleren op pagina 106

6. Controleer of de zaagketting altijd stopt, wanneer demotor stationair loopt.7. Gebruik het product alleen voor het beoogde doel.8. Controleer of de hendel en de veiligheidsfuncties inorde zijn. Gebruik nooit een machine die onderdelenmist of gewijzigd is ten opzichte van de specificatie. Brandstof Dit product is uitgerust met een tweetaktmotor. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.Gebruik een mengsel van benzine entweetaktolie. Voorgemengde brandstof

  • Gebruik voorgemengde Husqvarna-alkylaatbrandstofvoor optimale prestaties en een lange levensduurvan de motor. Deze brandstof bevat minderschadelijke stoffen dan reguliere brandstof waardoorde uitstoot van schadelijke uitlaatgassen wordtbeperkt. Bij gebruik van deze brandstof blijven erminder verbrandingsresten in de motor achterwaardoor de onderdelen van de motor schonerblijven.94 703 - 007 - 28.04.2021Brandstof mengen Benzine OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen loodhoudende benzine. Dit kan schade aan het product veroorzaken.
  • Gebruik altijd nieuwe loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van RON 90 (87 AKI) en een ethanolgehalte van minder dan 10% (E10).
  • Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental.
  • Gebruik altijd een goede kwaliteit ongelode benzine/ oliemengsel. Tweetaktolie
  • Gebruik voor de beste resultaten en optimale prestaties Husqvarna tweetaktolie.
  • Als geen Husqvarna tweetaktolie beschikbaar is, gebruik dan een andere hoogwaardige tweetaktolie voor luchtgekoelde motoren. Bespreek de keuze van de tweetaktolie met uw servicedealer. OPGELET: Gebruik geen tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil. Gebruik geen olie die is bedoeld voor viertaktmotoren. Benzine en tweetaktolie mengen Benzine, liter Tweetaktolie, liter 2% (50:1) 5 0,10 10 0,20 15 0,30 20 0,40 OPGELET: Wanneer u kleine hoeveelheden brandstof mengt, kunnen kleine fouten grote gevolgen hebben voor de mengverhouding. Meet de hoeveelheid olie nauwkeurig af om het juiste mengsel te verkrijgen.

1. Giet de helft van de benzine in een schone

brandstofbestendige houder.

2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.

3. Schud het brandstofmengsel.

5. Schud het brandstofmengsel grondig.

OPGELET: Meng maximaal de hoeveelheid brandstof die u nodig hebt voor 1 maand. Brandstoftank vullen

1. Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed

2. Schud de container en zorg ervoor dat de brandstof

volledig is gemengd. Gebruik een brandstofcontainer met een anti-morsschenktuit.

5. Verwijder het product altijd ten minste 3 m (10 ft) uit

de buurt van de tankplaats en brandstofbron voordat u het product gaat starten.

703 - 007 - 28.04.2021

95OPGELET: Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken. Reinig de brandstoftank en de kettingolietank regelmatig en vervang het brandstoffilter één keer per jaar of vaker. De motor laten inlopen

  • Laat de motor tijdens de eerste 10 bedrijfsuren niet langdurig bij nullast draaien terwijl u volgas geeft. De juiste kettingolie gebruiken WAARSCHUWING: Gebruik geen afgewerkte olie. Dit kan leiden tot letsel bij uzelf en schade aan het milieu. Afgewerkte olie veroorzaakt ook schade aan de oliepomp, de geleider en de zaagketting. WAARSCHUWING: De zaagketting kan breken bij onvoldoende smering van de zaagcomponenten. De gebruiker kan hierdoor ernstig of dodelijk letsel oplopen. WAARSCHUWING: Dit product beschikt over een functie die ervoor zorgt dat de brandstof eerder op is dan de kettingolie. Gebruik voor een goede werking van deze veiligheidsfunctie de juiste kettingolie. Bespreek de keuze van de kettingolie met uw servicedealer. Let op: Dit product is voorzien van automatische kettingsmering. U kunt ook de oliestroom regelen. Zie Kettingsmering aanpassen op pagina 106
  • Gebruik kettingolie van Husqvarna voor een maximale levensduur van de zaagketting en voor behoud van het milieu. We adviseren u om een standaard kettingolie te gebruiken als Husqvarna- kettingolie niet verkrijgbaar is.
  • Gebruik een kettingolie die goed aan de zaagketting hecht.
  • Gebruik een kettingolie met een viscositeitsbereik dat bij de luchttemperatuur past. OPGELET: Als de olie te dun is, zal deze opraken voordat de brandstof opraakt. Bij temperaturen onder 0 °C worden sommige kettingoliën te dik, wat kan leiden tot beschadiging van de onderdelen van de oliepomp.
  • Gebruik de aanbevolen snijuitrusting. Zie Accessoires op pagina 109

Het product gebruiken

  • Houd het product zo dicht mogelijk bij uw lichaam voor de beste balans. Gebruik het draagstel om het gewicht van de machine te ondersteunen en het hanteren te vergemakkelijken.
  • Zorg ervoor dat de punt de grond niet raakt.
  • Forceer het werk niet, beweeg de heggenschaar in een regelmatig tempo, zodat alle takjes gelijkmatig afgeknipt worden.
  • Laat na elke stap van het werkproces de motor stationair draaien. Als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat hij belast wordt kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden.
  • Werk altijd met vol gas.
  • Zorg er indien mogelijk voor dat u de tak onder de juiste hoek kunt doorzagen.
  • Houd de as niet recht voor u uitgestoken, aangezien hierdoor het schijnbare gewicht van de snijuitrusting toeneemt.
  • Zaag grote takken in secties, zodat u betere controle hebt over waar ze zullen vallen.

703 - 007 - 28.04.2021• Zaag nooit door de verdikking bij de wortel van de

tak, want hierdoor vertraagt de genezing en wordt het risico op schimmelvorming vergroot.

  • Gebruik de stop op de basis van de zaagkop voor ondersteuning tijdens het zagen. Hierdoor voorkomt u dat de snijuitrusting op de tak stuitert.
  • Maak een eerste snede aan de onderkant van de tak voordat u de tak doorzaagt. Zo voorkomt u dat de bast gaat scheuren, wat kan leiden tot een langzame genezing en permanente schade aan de boom. De snede mag niet dieper zijn dan ⅓ van de dikte van de tak om vastlopen te voorkomen. Laat de ketting lopen terwijl u de snijuitrusting van de tak verwijdert om vastlopen te voorkomen. Het product voorbereiden om te starten

1. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam

10 maal in. Let op: Het balgje hoeft niet helemaal met brandstof gevuld te worden.

2. Zet de chokeknop omhoog in de chokestand.

WAARSCHUWING: De zaagketting begint onmiddellijk te draaien wanneer u de motor start met de choke. Product starten WAARSCHUWING: Lees de waarschuwingen in het hoofdstuk Veiligheid voordat u het product start (zie Veiligheid op pagina 86

1. Draag veiligheidshandschoenen.

2. Druk de behuizing van het apparaat met uw

linkerhand op de grond. OPGELET: Gebruik nooit uw voeten!

3. Houd het startkoord in uw rechterhand.

4. Trek met uw rechterhand langzaam aan het

startkoord totdat u enige weerstand voelt (de starterpallen grijpen in).

703 - 007 - 28.04.2021

97WAARSCHUWING: Wikkel het startkoord niet rond uw hand.

5. Trek snel en krachtig aan het koord.

OPGELET: Trek het startkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het startkoord volledig uitgetrokken is. Dit kan schade aan het product veroorzaken.

6. Trek aan het startkoord tot de motor start of

keer aan het startkoord hebt getrokken.

8. Trek indien nodig steeds opnieuw het startkoord uit

9. Laat de motor 10 seconden draaien.

10. Bedien de gashendel geleidelijk.

11. Zorg ervoor dat de motor soepel loopt.

Let op: Voer de procedure opnieuw uit als de motor stopt. Over het oppervlak WAARSCHUWING: Zorg dat u met geen enkel lichaamsdeel in het grijs gemarkeerde gebied komt. Als u het grijs gemarkeerde gebied aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. Het kan ook een elektrische schok veroorzaken als de bougiekap beschadigd is. Gebruik nooit een product met een beschadigde bougiekap. Product stoppen

1. Zet de stopschakelaar in de stopstand om de motor

te stoppen. OPGELET: De stopschakelaar keert automatisch terug naar zijn oorspronkelijke stand. Om per ongeluk starten te voorkomen, moet de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. Onderhoud Inleiding Hieronder worden algemene onderhoudsvoorschriften opgesomd. Neem contact op met uw dealer indien u meer informatie behoeft. Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan het product moet worden uitgevoerd. De meeste items worden later in dit hoofdstuk beschreven. Let op: De gebruiker mag alleen de onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze bedieningshandleiding zijn beschreven. Verdergaande werkzaamheden moeten door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd. Onderhoud Elke dag Wekelijks Maande- lijks Reinig het externe oppervlak. X Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken. X Controleer of de stopschakelaar goed werkt. X 98 703 - 007 - 28.04.2021Onderhoud Elke dag Wekelijks Maande- lijks Controleer of de zaagketting niet draait bij stationair toerental. X Maak het luchtfilter schoon. Vervang indien nodig. X Controleer de zaagketting op zichtbare barsten in klinken en schakels, of de ket- ting stijf is en of klinken en schakels abnormaal versleten zijn.

Reinig het gebied onder de beschermkap. X Controleer of de schroeven en moeren goed zijn vastgedraaid. X Controleer de motor, de brandstoftank en de brandstofleidingen op lekkages. X Reinig het koelsysteem. X Controleer de starter en het startkoord op beschadigingen. X Controleer de trillingsdempingselementen op beschadigingen en scheuren. X Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tus- sen de elektroden. Stel de afstand in op de juiste afstand (zie Bougie controleren op pagina 101 ) of vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie is uitgerust met een onderdrukker.

Verwijder eventuele braam op de zijkanten van het zaagblad met een vijl. X Reinig of vervang het vonkenscherm op de geluiddemper. X Reinig de brandstoftank. X Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien nodig.

Controleer alle kabels en aansluitingen. X Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel op slijtage. Laat deze, indien nodig, bij een erkende servicewerkplaats vervangen.

Controleer de bougie. Vervang de bougie indien nodig. X Controleer de diëlektrische as op versleten en beschadigde plekken. Gebruik het product niet als de diëlektrische as versleten of beschadigde plekken heeft. Raadpleeg OSHA 1910.269 voor meer informatie.

Stationair toerental afstellen

1. Zorg dat het luchtfilter schoon is en dat het

luchtfilterdeksel is aangebracht voordat het stationaire toerental wordt afgesteld.

2. Start het product. Zie

Product starten op pagina 97

3. Stel het stationaire toerental af met de bijbehorende

T-stelschroef met de markering "T". Draai de afstelschroef voor stationair draaien rechtsom tot de zaagketting begint te draaien.

703 - 007 - 28.04.2021 994. Draai de afstelschroef voor stationair draaien

linksom tot de zaagketting stopt. Het stationaire toerental is juist wanneer de motor in alle standen soepel draait. Het stationaire toerental moet lager zijn dan het toerental waarbij de zaagketting gaat draaien. WAARSCHUWING: Als de zaagketting niet stopt wanneer u het stationair toerental afstelt, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde servicedealer. Gebruik het product niet voordat het is juist afgesteld of gerepareerd. Let op: Zie Technische gegevens op pagina 108 voor het aanbevolen stationair toerental. Onderhoud uitvoeren aan de geluiddemper De geluiddemper zorgt dat het geluidsniveau omlaag wordt gebracht en geleidt tevens de uitlaatgassen van de gebruiker weg. WAARSCHUWING: Geluiddempers met een katalysator worden zeer warm tijdens het gebruik en blijven enige tijd heet nadat u het product hebt gestopt. Dit geldt ook bij stationair draaien. Als u het product aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. Denk na over het risico op brand.

1. Schakel het product uit en laat het afkoelen.

2. Verwijder de afscherming van de geluiddemper.

3. Verwijder de schroef waarmee het vonkenopvangnet

4. Reinig het vonkenopvangnet als het verstopt is of

vervang het als het beschadigd is. OPGELET: Een beschadigde vonkenvanger mag nooit worden teruggeplaatst. Gebruik een product niet als het vonkenopvangnet op de geluiddemper ontbreekt of defect is. OPGELET: Indien het vonkenopvangnet vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de werking van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw servicedealer voor controle van de geluiddemper. Een verstopt vonkenopvangnet veroorzaakt oververhitting en dat leidt tot schade aan de cilinder en zuiger. Koelsysteem Het product heeft een koelsysteem om de bedrijfstemperatuur zo laag mogelijk te houden. Maak de onderdelen van het koelsysteem één keer per week schoon met een borstel, of vaker onder zwaardere omstandigheden. Een vuil of verstopt koelsysteem zorgt ervoor dat het product te heet wordt, waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen raken. Het koelsysteem bevat de volgende onderdelen:

1. Luchtinlaat in de starter.

2. Ventilatorschoepen op het vliegwiel.

6. Geluiddemperplaat.

Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype, zie Technische gegevens op pagina 108 . Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.

  • Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
  • Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
  • Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 108
  • Vervang de bougie indien nodig. Luchtfilter Verwijder stof en vuil van het luchtfilter om het schoon te houden en de volgende problemen te voorkomen:
  • Storingen van de carburateur.
  • Problemen wanneer u het product start.
  • Overmatige slijtage van de motoronderdelen.
  • Te hoog brandstofverbruik. Het luchtfilter reinigen OPGELET: Een luchtfilter dat beschadigd is, erg vies is of doordrenkt is met brandstof, moet altijd worden vervangen. Reinig het luchtfilter regelmatig om vuil en stof te verwijderen. Hiermee voorkomt u een defecte carburateur, startproblemen, vermogensverlies, slijtage van motoronderdelen en een hoger brandstofverbruik dan normaal. Als u een luchtfilter lange tijd gebruikt, kan dat niet volledig worden gereinigd. Vervang het luchtfilter regelmatig door een nieuw exemplaar. Zie Onderhoudsschema op pagina 98

1. Zet de chokehendel naar boven om de chokeklep te

2. Verwijder het luchtfilterdeksel en de luchtfilters.

3. Reinig de luchtfilters met een warm sopje van water

4. Vervang de luchtfilters als ze niet volledig kunnen

worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter altijd.

5. Reinig het binnenoppervlak van het luchtfilterdeksel.

Gebruik perslucht of een borstel.

6. Controleer de rubberen afdichting op het luchtfilter.

Vervang het luchtfilter als de rubberen afdichting is beschadigd.

7. Zorg dat het luchtfilter droog is wanneer u dit

101Tweedelige steel Breng telkens na 30 uur bedrijf smeermiddel aan op het uiteinde van de aandrijfas. Als ze niet regelmatig gesmeerd worden, bestaat het risico dat de aandrijfasuiteinden (spiebanenverbindingen) van de deelbare modellen gaan klemmen. Het kettingaandrijfwiel controleren

1. Controleer regelmatig het slijtageniveau van het

kettingaandrijf-tandwiel. Vervang het als het abnormaal versleten is. Snijuitrusting controleren

1. Controleer op scheurtjes in klinknagels en schakels

en op losse schakels. Vervang indien nodig.

2. Controleer of de zaagketting eenvoudig te buigen is.

Vervang de zaagketting wanneer deze onbuigzaam is.

3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe om te

bepalen of de klinknagels en schakels versleten zijn.

4. Vervang de zaagketting wanneer het langste deel

van de zaagtand kleiner dan 4 mm/0,16 inch is. Vervang de zaagketting ook als er scheurtjes in de zaagtanden zitten. De geleider controleren

1. Controleer of het oliekanaal niet verstopt is. Reinig

2. Controleer de randen van de geleider op bramen.

Verwijder bramen met een vijl.

3. Reinig de groef in het zaagblad.

4. Controleer de geleidergroef op slijtage. Vervang het

zaagblad indien nodig.

703 - 007 - 28.04.20215. Controleer de punt van de geleider op ruwheid en

overmatige slijtage.

6. Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel

draait en of de smeeropening in het neuswiel van het zaagblad open is. Maak schoon en smeer indien nodig.

7. Draai de geleider dagelijks om de levensduur te

verlengen. Zaagketting slijpen Informatie over de geleider en zaagketting WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken. Als het zaagblad of de zaagketting versleten of beschadigd is, moet u deze vervangen door een door Husqvarna aanbevolen combinatie van zaagblad en zaagketting. Zo blijven de veiligheidsfuncties van het product behouden. Zie Accessoires op pagina 109 voor een lijst met aanbevolen combinaties voor het vervangen van het zaagblad en de zaagketting.

  • Zaagbladlengte, inch/cm. Informatie over de lengte van het zaagblad kunt u meestal vinden op het achterste uiteinde van het zaagblad.
  • Aantal tanden in het neuswiel (T).
  • Steek van de ketting, inch. De afstand tussen de aandrijfschakels van de zaagketting, moet overeenkomen met de tandsteek van het neuswiel en het kettingaandrijfwiel. PITCH =
  • Aantal aandrijfschakels (stuks). Het aantal aandrijfschakels wordt bepaald door het type zaagblad.
  • Breedte geleidergroef, inch/mm. De breedte van de groef in het zaagblad moet gelijk zijn aan de breedte van de aandrijfschakels.

703 - 007 - 28.04.2021

103• Kettingolie-opening en opening voor kettingstrekkerpen. De geleider moet aangepast zijn aan het product.

  • Breedte aandrijfschakel, mm/inch. Algemene informatie over het slijpen van zaagtanden Gebruik geen ongeslepen zaagketting. Als de zaagketting bot is, dient u meer druk toe te passen om de geleider door het hout te drukken. Als de zaagketting zeer bot is, ontstaan er geen houtsnippers maar zaagsel. Een scherpe zaagketting zaagt door het hout en de houtsnippers worden lang en dik. De zaagtand (A) en de dieptesteller (B) samen vormen het zagende deel van de zaagketting, de snijder. Het hoogteverschil tussen de twee geeft de zaagdiepte (instelling dieptesteller).

Denk bij het slijpen van een zaagketting aan het volgende:

  • Diameter van de ronde vijl. Het is niet gemakkelijk om zonder de juiste hulpmiddelen een zaagketting correct te slijpen. Gebruik een Husqvarna-vijlmal. Dit helpt u om de maximale snijprestaties te behouden. Let op: Zie De messen slijpen op pagina 104 voor informatie over het slijpen van de zaagketting. De messen slijpen

1. Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde

vijl en een vijlmal. Let op: Zie Vijlbenodigdheden en vijlhoeken op pagina 109 voor informatie over welke vijl en mal door Husqvarna wordt aangeraden voor uw zaagketting.

2. Breng de vijlmal correct aan op de messen.

Raadpleeg de instructies die bij de vijlmal worden meegeleverd.

703 - 007 - 28.04.20213. Beweeg de vijl vanaf de binnenkant van de

snijtanden naar buiten. Verlaag de druk bij de trekslag.

4. Verwijder materiaal van één zijde van alle

5. Draai het product om en verwijder de resten aan de

6. Zorg ervoor dat alle snijtanden dezelfde lengte

hebben. Algemene informatie over hoe u de hoogte van de dieptesteller aanpast. De hoogte van de dieptesteller (C) neemt af wanneer u de zaagtanden (A) slijpt. Voor maximale zaagprestaties moet u de vijlresten verwijderen van de dieptesteller (B), zodat de dieptesteller de juiste hoogte heeft. Zie Technische gegevens op pagina 108 voor instructies over hoe u voor de juiste hoogte van de dieptesteller zorgt voor uw zaagketting.

Hoogte van de dieptesteller aanpassen Zie Algemene informatie over het slijpen van zaagtanden op pagina 104 voor instructies voordat u de vijlmal gaat instellen of de zaagtanden gaat slijpen. We raden aan de snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. We raden u aan onze vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te krijgen.

1. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte

van de dieptesteller aan te passen. Gebruik alleen een Husqvarna-vijlmal om de juiste tanddiepte en vijlhoek te verkrijgen.

2. Plaats de vijlmal op de zaagketting.

Let op: Zie de verpakking van de vijlmal voor meer informatie over het gebruik.

3. Gebruik de platte vijl om het gedeelte van de

dieptesteller te verwijderen dat boven de vijlmal uitsteekt. De ketting spannen WAARSCHUWING: Een zaagketting die niet correct is gespannen, kan losschieten uit het zaagblad en ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Een zaagketting rekt uit tijdens gebruik. Stel de zaagketting regelmatig af.

1. Maak de zaagbladmoeren los waarmee het

koppelingsdeksel en de kettingrem zijn vergrendeld. Gebruik een moersleutel.

2. Draai de zaagbladmoeren met de hand zo vast

3. Til de voorkant van de geleider op en draai de

stelschroef van de ketting aan. Gebruik een moersleutel.

703 - 007 - 28.04.2021

1054. Span de zaagketting aan totdat deze strak tegen het zaagblad aanligt maar toch nog met gemak kan bewegen.

5. Draai de zaagbladmoeren vast met de moersleutel

en til hierbij tegelijkertijd de voorzijde van het zaagblad omhoog.

6. Controleer of de zaagketting gemakkelijk met de

hand kan worden rondgedraaid en of deze niet doorhangt aan de onderkant van het zaagblad. Kettingolie bijvullen

1. Open de oliedop bovenop de kop.

2. Vul met zaagkettingolie van Husqvarna.

1. Controleer bij elke tankbeurt de kettingsmering. Hou

de zaagbladpunt op ca.20 cm (8 duim) op een vast licht voorwerp gericht. Na 1 minuut draaien bij 75% gas moet er een duidelijke lijn van olie zichtbaar zijn op het lichte oppervlak.

2. Indien de kettingsmering niet correct werkt,

controleer dan het zaagblad. Zie De geleider controleren op pagina 102 voor instructies. Neem contact op met uw servicedealer als de onderhoudsstappen niet helpen. Kettingsmering aanpassen WAARSCHUWING: Stop de motor voordat u de oliepomp gaat afstellen. Draai de stelschroef van de oliepomp. Gebruik een schroevendraaier of combinatietang.

  • Draai de stelschroef rechtsom om de olietoevoer te verlagen.
  • Draai de stelschroef linksom om de olietoevoer te verhogen. Probleemoplossing De motor start niet Controle Mogelijke oorzaak Procedure Stop-schakelaar. De stop-schakelaar is in de “stop”- stand gezet. Laat een erkende servicewerkplaats de stop-schakelaar vervangen. Brandstoftank. Verkeerd type brandstof. Tap de brandstoftank af en vul hem met de juiste brandstof. 106 703 - 007 - 28.04.2021Controle Mogelijke oorzaak Procedure Bougie en cilinder. De bougie is vies of nat. Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is. De elektrodenafstand van de bougie is onjuist. Reinig de bougie. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist is, zie Technische gegevens op pagina

. Zorg ervoor dat de bougie een onderdrukking heeft. De bougie zit los. Draai de bougie vast. De motor is ‘verzopen’ door herhaald starten met volledig geopende choke na inschakelen contact. Verwijder en reinig de bougie. Plaats het product op zijn kant met de bou- gie-opening van u weg. Trek 6-8 keer aan het startkoord. Monteer de bou- gie en start de motor. Zie Product starten op pagina 97

De motor start, maar stopt weer Controle Mogelijke oorzaak Procedure Brandstoftank Verkeerd type brandstof. Leeg de brandstoftank en vul hem met de juiste brandstof. Luchtfilter Het luchtfilter is verstopt. Maak het luchtfilter schoon. Vervoer, opslag en verwerking Transport en opslag

  • Controleer voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, kunnen tot brand leiden.
  • Gebruik altijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
  • Leeg voorafgaand aan transport of langdurige opslag de brandstof- en kettingolietanks. Voer de vloeistoffen af volgens de plaatselijk geldende wettelijke voorschriften.
  • Gebruik de transportbescherming op het product om letsel of schade aan het product te voorkomen. Ook een zaagketting die niet kan bewegen, kan ernstige verwondingen veroorzaken.
  • Verwijder de bougiekap van de bougie.
  • Bevestig het product stevig tijdens vervoer. Uw product voorbereiden op langdurige opslag

1. Stop het product en laat het afkoelen voordat u het

het zaagblad. OPGELET: Als u de zaagketting en het zaagblad niet reinigt, kunnen ze star of geblokkeerd raken.

3. Bevestig de transportbescherming.

4. Reinig het product. Zie

Onderhoud op pagina 98 voor instructies.

5. Voer een volledige onderhoudsbeurt uit.

Geluidsvermogenniveau, gemeten volgens ISO 22868, dB(A)

Equivalent geluidsniveau bij oor van de gebruiker, gemeten volgens ISO 22868, dB(A): Uitgerust met goedgekeurde accessoire (origineel) 91 90 Trillingsniveau

Equivalente trillingsniveaus (a hv, eq ) aan de handgrepen, gemeten volgens ISO 22867, m/s

De gerapporteerde gegevens voor het geluidsuitgangsniveau vertonen een typische spreiding (standaardaf- wijking) van 2 dB(A).

De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typi- sche statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A).

De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische sprei- ding (standaardafwijking) van 1 m/s

108 703 - 007 - 28.04.2021525P4S 525P5S Uitgerust met goedgekeurde accessoire (origineel), voor/ achter 3,6/3,5 3,6/3,5 Accessoires Combinaties van geleider en zaagketting Aanbevolen combinaties van geleider en zaagketting. Geleider Zaagketting Lengte, inch/cm Kettingsteek, inch Diepte, inch/mm Type Zaagblad- en ketting- combinaties, nr. 10/25 3/8 0,050/1,3 Husqvarna H37

12/31 45 Vijlbenodigdheden en vijlhoeken Met een Husqvarna-vijlmal kunt u de tanden in de juiste hoek vijlen. Wij raden u aan altijd een Husqvarna-vijlmal te gebruiken voor het vijlen van uw zaagketting. De onderdeelnummers vindt u in onderstaande tabel. Neem contact op met uw servicedealer als u niet weet met welke zaagketting uw product is uitgerust.

703 - 007 - 28.04.2021 109H37 5/32 in/4,0 mm 80° 30° 0,025 in/0,65 mm 580 24 37-01

S93G 5/32 in/4,0 mm 60° 30° 0,025 in/0,65 mm 587 80 90-01 110 703 - 007 - 28.04.2021EG verklaring van overeenstemming EG verklaring van overeenstemming Husqvarna AB, SE–561 82 Huskvarna, Zweden, tel.: +46-36-146500, verklaart dat de stoksnoeizagen Husqvarna 525P4S en 525P5S met serienummers van 2016 en later (het jaar staat duidelijk op het productplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer) voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de RICHTLIJNEN VAN DE RAAD:

  • van 17 mei 2006 "met betrekking tot machines" 2006/42/EG
  • van 26 februari 2014 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2014/30/EU
  • van 8 juni 2011 "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur" 2011/65/EU De volgende normen zijn van toepassing:

EN ISO 12100:2010, EN ISO 11680-1:2011, ISO

14982:2009, CISPR 12:2009, EN 50581:2012. RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala, Sweden, heeft een EG- typeonderzoek uitgevoerd volgens de machinerichtlijn (2006/42/EG), artikel 12, punt 3b. Het certificaat voor EU-typeonderzoek in overeenstemming met bijlage IX, heeft nummer: 0404/15/2438 Daarnaast heeft 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala, Sweden, een verklaring afgegeven van overeenstemming met bijlage V van de Richtlijn van de Raad van 8 mei 2000 "betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis" 2000/14/EG. Huskvarna, 2016-03-30 Pär Martinsson, Hoofd Ontwikkeling (gemachtigde vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie)