545FR - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 545FR HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 123 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HUSQVARNA 545FR - page 45
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : 545FR

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 545FR - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 545FR van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING 545FR HUSQVARNA

  • Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen
  • Goedgekeurde gehoorbeschermers
  • Een goedgekeurde oogbescherming Maximum toerental van uitgaande as, tpm Dit product voldoet aan de geldende CE- richtlijnen. Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Het mes kan een arm of been amputeren. Hou mensen en dieren altijd ten minste 15 meter bij de machine vandaan. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Gebruik stevige antisliplaarzen. Brandstofpomp Choke: Zet de choke-hendel in de choke-positie. Brandstof bijvullen. Decompressieklep: Druk de klep in om de druk in de cilinder te verminderen en om zo het starten van de machine te vergemakkelijken. De decompressieklep moet altijd gebruikt worden bij het starten. Elektrisch verwarmde handvatten Alleen bedoeld voor niet-metalen flexibele snijuitrusting, d.w.z. trimmerkop met trimmerdraad. Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes. Het productplaatje toont het serienummer. yyyy is het productiejaar, ww is de productieweek. Overige op de machine aangegeven symbolen/ plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten. Controle en/of onderhoud moet altijd uitgevoerd worden met uitgeschakelde motor en de stopschakelaar in de STOP- stand. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Moet regelmatig schoongemaakt worden. Controleer met het blote oog. Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht.
  • Controle voor het starten p. 61
  • Starten en stoppen p. 61
  • ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies p. 63
  • ONDERHOUD Carburateur p. 68
  • Geluiddemper p. 68
  • Koelsysteem p. 69
  • Luchtfilter p. 69
  • Hoekoverbrenging p. 70
  • Aandrijfas p. 70
  • Bougie p. 70
  • Gebruik in de winter p. 70
  • Storingsschema p. 72
  • Onderhoudsschema p. 73
  • TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens p. 75
  • EG-verklaring van overeenstemming Dutch – 43 INLEIDING Beste klant! Gefeliciteerd met de aankoop van een Husqvarna-product! Husqvarna heeft een geschiedenis die terugvoert tot 1689 toen koning Karl XI aan het strand van het riviertje Huskvarna een fabriek liet bouwen voor de productie van musketten. De locatie aan de Huskvarna was logisch omdat het riviertje werd gebruikt om waterkracht op te wekken en op die manier een waterkrachtcentrale vormde. In de meer dan 300 jaar van het bestaan van de Husqvarna-fabriek zijn ontelbare producten geproduceerd, van houtfornuizen tot moderne keukenmachines, naaimachines, fietsen, motorfietsen enz. In 1956 werd de eerste motormaaier geïntroduceerd, die in 1959 werd gevolgd door een motorkettingzaag. Het is op dit terrein dat Husqvarna tegenwoordig actief is. Husqvarna is heden ten dage een van de meest vooraanstaande producenten ter wereld van producten voor bos en tuin met kwaliteit en prestatie als de hoogste prioriteit. De missie is het ontwikkelen, produceren en op de markt brengen van gemotoriseerde producten voor bos- en tuinbouw en de bouw- en constructie-industrie. Het doel van Husqvarna is ook voorop te lopen met betrekking tot ergonomie, gebruikersvriendelijkheid, veiligheid en milieubewustzijn. Daarom is een grote hoeveelheid verschillende snufjes ontwikkeld om de producten op deze terreinen te verbeteren. We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. Wij hopen dat u tevreden zult zijn met uw machine en dat deze u gedurende lange tijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen. Hartelijk dank voor het feit dat u een Husqvarna-product gebruikt! Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.44 – Dutch WAT IS WAT? Wat is wat op de motorzeis? p. 78
  • Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig.

WAARSCHUWING! Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik daarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.

WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 46 – Dutch Belangrijk Persoonlijke veiligheidsuitrusting HELM U moet een helm dragen als de stammen die u doorzaagt hoger dan 2 m zijn. BELANGRIJK! De motorzeis of grastrimmer is uitsluitend bedoeld voor het trimmen en maaien van gras en/of voor gebruik in bossen. Mogelijk zijn landelijke of lokale wettelijke voorschriften van toepassing op het gebruik. Volg de eventuele voorschriften op. De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de snijuitrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gegevens. Gebruik de machine nooit als u vermoeid of ziek bent, alcohol hebt gedronken, of als u andere verdovende middelen of medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden. Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke veiligheidsuitrusting”. Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze niet langer overeenkomt met de originele uitvoering. Gebruik nooit een machine die defect is. Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en de onderhouds- en service-instructies uit. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten door opgeleide en gekwalificeerde specialisten worden uitgevoerd. Zie de instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Alle deksels, beschermingen en hendels moeten aangebracht zijn voor u start. Verzeker u ervan dat de bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zijn om het risico van een elektrische schok te voorkomen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien meerdere gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele boomlengte bedragen, maar altijd minimaal 15 meter. Voer voor gebruik een algemene inspectie van de machine uit; zie onderhoudsschema.

WAARSCHUWING! De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.

WAARSCHUWING! Deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze deze machine gaan bedienen.

WAARSCHUWING! Een motor laten lopen in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan dodelijke ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftiging. BELANGRIJK! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt.

WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe de gehoorbescherming altijd af zodra de motor is gestopt.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 47GEHOORBESCHERMINGU moet gehoorbescherming met voldoende dempvermogen dragen.OOGBESCHERMINGGebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Wanneer u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde veiligheidsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EU-landen.HANDSCHOENENDraag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de snijuitrusting monteert.LAARZENGebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool.KLEDINGDraag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw schouders hangt.EHBO-KITU moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben. Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen. Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine.De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar onafhankelijke terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien.BELANGRIJK!Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij één van onze dealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is.

WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting van de machine moet gecontrolleerd en onderhouden worden zoals beschreven in dit hofdstuk. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 48 – Dutch Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat. Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of ze teruggaat naar de oorspronkelijke positie wanneer u haar loslaat. Controleer of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveersystemen werken. Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Stopschakelaar De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit te schakelen. Start de motor en controleer of de motor wordt uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de stopstand wordt gezet. Beschermkap voor snijuitrusting Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting. Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.

WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 49 Trillingdempingssysteem Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel mogelijk met de zaag te kunnen werken. Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. Zie instructies in het hoofdstuk Snijuitrusting. Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/ snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en vervormingen. Controleer of de trillingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten. Snelontgrendeling Vooraan zit een makkelijk bereikbare snelontgrendeling als veiligheidsmaatregel indien de motor vlam vat of in een andere situatie waarin men zich snel van de machine en het draagstel moet ontdoen. Zie aanwijzingen in het hoofdstuk Aanpassen van draagstel en motorzeis. Op sommige draagstellen zit ook een snelontgrendeling aan de ophanghaak. Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten. Wanneer het draagstel en de machine afgesteld zijn, moet u controleren of de snelontgrendeling van het draagstel werkt. Geluiddemper De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker. Geluiddempers uitgerust met katalysator zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet. Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust is met zo’n net. Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle- , onderhouds- en service-instructies gevolgd worden. Zie

WAARSCHUWING! Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die gekoppeld kunnen worden aan te grote blootstelling aan trillingen. Zulke symptomen zijn: slapen, geen gevoel, ”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen of vermindering van kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturen toenemen.

WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit binnenshuis of in ruimtes die ventilatie missen. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en levensgevaarlijk gas.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 50 – Dutch de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de machine. Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is. Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met een vonkenopvangnet, moet dit regelmatig schoongemaakt worden. Een verstopt net leidt tot oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt. Borgmoer Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gebruikt bij het vastzetten. Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer heeft links schroefdraad.) Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daarom altijd dat uw hand door de beschermkap wordt afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding laat zien in welk gebied u de dopsleutel moet houden bij los- resp. vastdraaien van de moer. De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De moer moet vervangen worden nadat ze ca. 10 keer los en vast is geschroefd. Snijuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken:

  • Het terugslagrisico van uw machine reduceert.
  • Een maximum zaagprestatie krijgt.
  • De levensduur van de snijuitrusting verlengt.

WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar!

WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd. BELANGRIJK! De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal!ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 51 Snijuitrusting Een zaagblad is bedoeld om te worden gebruikt voor het afzagen van houtachtig materiaal. Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras. Hakmessen zijn bestemd voor het maaien van dikker gras en bosjes. Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras. Basisregels Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp zijn! Volg onze instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Hou het zaagblad correct geschrankt! Volg onze instructies en gebruik het aanbevolen schrankgereedschap. Met een verkeerd geschrankt zaagblad neemt het risico toe dat het zaagblad vastloopt en terugslaat of beschadigd raakt. Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snijuitrusting moet altijd vervangen worden. Vijlen van grasmes en grasmaaiblad

  • Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Het blad en mes moeten met een platte vijl met enkele kapping gevijld worden. BELANGRIJK! Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter. Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen! Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad. Zorg ervoor dat de schranking correct is! Volg onze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijlmal.

WAARSCHUWING! Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig stilstaat en demonteer de kabel van de bougie voor u aan de snijuitrusting begint te werken.

WAARSCHUWING! Een defecte snijuitrusting of een verkeerd gevijld blad verhogen het risico op terugslag.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 52 – Dutch

  • Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren. Zaagblad vijlen
  • Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Een juist gevijld blad is een noodzakelijke voorwaarde om doelmatig te kunnen werken en om onnodige slijtage van blad en motorzeis te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat u een goede steun voor het blad heeft wanneer u vijlt. Gebruik een 5,5 mm ronde vijl samen met een vijlhouder.
  • Vijlhoek 15°. De tanden worden afwisselend naar rechts en naar links gevijld. Indien het blad erg vaak op stenen terecht gekomen is, kan het in uitzonderlijke gevallen nodig zijn om de bovenkant van de tanden bij te vijlen met een platte vijl. In dat geval moet men dat doen voor men met de ronde vijl vijlt. En moet de bovenkant van alle tanden evenveel bijgevijld worden. Corrigeer de schranking. Die moet 1 mm bedragen. Trimmerkop
  • Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te passen. Dit is vooral erg belangrijk wanneer men een volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik uitsluitend aanbevolen snijuitrusting. Zie hoofdstuk Technische gegevens.
  • In het algemeen heeft een kleinere machine kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand moet zijn tegen de weerstand van het gras dat gemaaid wordt.
  • De lengte van de draad is eveneens belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
  • Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te snijden.
  • Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt dan taaier en gaat langer mee.

WAARSCHUWING! Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik uitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type. BELANGRIJK! Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders ontstaan er schadelijke trillingen in de machine.MONTEREN Dutch – 53 Monteren van stuur en gashandgreep N.B.! Bij sommige modellen is de gashendel af fabriek gemonteerd.

  • Demonteer de bout bij het achterste gedeelte van de gashendel.
  • Duw de gashendel op het rechter gedeelte van het stuur (zie afbeelding).
  • Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout in het handvat boven de opening het stuur komt te liggen.
  • Monteer de bout opnieuw in de opening bij het achterste gedeelte van het handvat.
  • Schroef de bout door het handvat en het stuur. Draai vast.
  • Maak de knop op de stuurbevestiging los.
  • Plaats het stuur zoals op de afbeelding is aangegeven. Monteer de bevestigingsonderdelen en draai de knop lichtjes vast.
  • Trek het draagstel aan en hang de machine aan de ophanghaak. Pas het draagstel nu aan zodat u comfortabel kunt werken wanneer de machine aan het draagstel hangt.
  • Draai de knop vast. Transportpositie, stuur
  • Het stuur kan gemakkelijk over de steel gedraaid worden om het transporteren en opbergen te vergemakkelijken.
  • Draai de knop los. Draai de stuurboom met de wijzers van de klok mee, zodat de gashendel tegen de motor aankomt.
  • Klap daarna het stuur omlaag tegen de steel. Draai de knop vast.
  • Monteer de transportbeveiliging op de snijuitrusting. Montage van snijuitrusting Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

WAARSCHUWING! Bij het monteren van de snijuitrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen van de meenemer/steunflens op de juiste manier in de centrumopening van de snijuitrusting terecht komt. Verkeerd gemonteerde snijuitrusting kan ernstige en/of dodelijke verwondingen veroorzaken.MONTEREN 54 – Dutch Bescherming monteren Bij gebruik van trimmerkop/kunststof messen en combibeschermkap, moet de bescherming altijd gemonteerd zijn. Als grasmaaiblad en combibeschermkap worden gebruikt, moet de bescherming zijn gedemonteerd. Plaats de beschermingsgeleider in de gleuf op de combibeschermkap. Zet de bescherming vervolgens met de vier snelsluitingen vast op de beschermkap. De bescherming kan het eenvoudigst worden gedemonteerd met behulp van de bougiesleutel (zie afbeelding). Monteren van bladbeschermkap/ combibeschermkap, grasmaaiblad en grasmes De bladbeschermkap/combibeschermkap (A) wordt vastgehaakt in de bevestiging op de steel en met een schroef vastgezet. N.B.! Let op dat de bescherming gedemonteerd is.

  • Gebruik de aanbevolen bladbeschermkap. Zie hoofdstuk Technische gegevens.
  • Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
  • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt.
  • Plaats blad (D), steunkop (E) en steunflens (F) op de uitgaande as.
  • Monteer de moer (G). De moer moet worden aangehaald met een koppel van 35-50 Nm. Gebruik de sleutel uit de gereedschapsset. Houd de steel van de sleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad).

WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. BELANGRIJK! Om een zaag- of maaiblad te mogen gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste stuur, bladbeschermkap en draagstel.

AMONTEREN Dutch – 55 Monteren van bladbeschermkap en zaagblad N.B.! Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens.545FX, 545FXT• Monteer de bladbeschermkap (A) met 4 bouten (L) volgens de afbeelding.545FR, 545RX, 545RXT• Monteer de houder (R) en het deksel (J) met 2 bouten (H) op het versnellingshuis.• Bevestig daarna de bladbeschermkap (A) met 4 bouten (L) op de houder (N).• Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.• Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.• Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt.• Plaats het blad (D) en de steunflens (F) op de uitgaande as.• Monteer de moer (G). De moer moet worden aangehaald met een koppel van 35-50 Nm. Gebruik de sleutel uit de gereedschapsset. Houd de steel van de sleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad).Bij het los- en vastdraaien van de zaagbladmoer zou u zich kunnen verwonden aan de zaagtanden. Zorg er daarom altijd dat uw hand door de beschermkap wordt afgeschermd bij dit werk. Dit is makkelijker bij gebruik van een lange dopsleutel. De pijl op de afbeelding laat zien in welk gebied u de dopsleutel moet houden bij los- resp. vastdraaien van de moer. Monteren van overige bescherm- kappen en snijuitrustingen

  • Monteer de trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) voor het werken met een trimmerkop/kunststof messen. Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai de beschermkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.

CMONTEREN 56 – Dutch• Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.• Centreer de platte ring (P) op de maaibladgeleider van de meenemer.• Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.• Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt.• Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) tegen de rotatierichting in op zijn plaats.• Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk. Aanpassen van draagstel en motorzeis Balance X 545FR, 545RX Veiligheidsontgrendeling Klap de rode vergrendelarm uit om de machine van het draagstel los te maken. Aanpassen van draagstel 1 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit.2 Trek de riem die rond uw borstkast loopt onder uw linkerarm aan, zodat hij lichtjes tegen uw lichaam ligt.3 Stel de schouderbanden zo af dat een gelijkmatige belasting wordt verkregen. Trek de ophanghaak naar beneden om het draagstel te belasten.4 Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de instructie voor het standaard draagstel. (Bosmaaien)5 Wilt u de ophanghaak laten zakken voor bijv. het maaien van gras moet de riem van de ophanghaak (A) verplaatst worden naar de onderste bevestiging op de rugplaat. WAARSCHUWING! Wanneer u met de motorzeis werkt, moet die altijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders kunt u de motorzeis niet veilig bedienen en uzelf en anderen verwonden. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling.

CMONTEREN Dutch – 57 6 Om meer belasting over te brengen van de schouderbanden naar de heupband, kan de elastische band (B) harder aangetrokken worden. Balance XT (545FX, 545FXT, 545RXT) Veiligheidsontgrendeling Klap de rode vergrendelarm uit om de machine van het draagstel los te maken. Aanpassen van draagstel 1 Stel het draagstel af op de lengte van de gebruiker. Schuif de schouderriembevestiging naar een geschikt gat in de rugplaat door de geveerde vergrendeling in te drukken en de schouderriembevestiging te draaien. 2 Trek de heupband aan zodat deze stevig zit. 3 De heupriem moet ongeveer op gelijke hoogte hangen met het heupbeen. 4 Druk de borstplaat aaneen. 5 Bevestig de zijriem aan de borstplaat. 6 Om de druk op de ribbenkast te verminderen, kan de zijriem eventueel met een riem aan de heupband worden gekoppeld. (Geschikt voor vrouwen).

BMONTEREN 58 – Dutch 7 Stel de schouderbanden zo af dat een gelijkmatige belasting wordt verkregen. Trek de ophanghaak naar beneden om het draagstel te belasten. 8 Stel de zijriemen rond de ribbenkast zodanig af dat de borstplaat op het midden van de borst rust. Stel de hoogte van de ophanghaak af volgens de instructie. (Bij bosmaaien moet de ophanging ongeveer 10 cm onder uw heupbeen hangen.) 9 Wilt u de ophanghaak laten zakken voor bijv. het maaien van gras moet de riem van de ophanghaak (A) verplaatst worden naar de onderste bevestiging op de rugplaat. De riem die aan de voorzijde aan de borstplaat is bevestigd, kan eventueel ook worden afgesteld. 10 Om meer belasting over te brengen van de schouderbanden naar de heupband, kan de elastische band (B) harder aangetrokken worden. Het juiste evenwicht 1 Vellen van kleine bomen De machine wordt gebalanceerd door het ophangoog op de machine naar voren of naar achteren te verplaatsen. Sommige modellen hebben een vast ophangoog, maar dit heeft dan meerdere gaten voor de ophanghaak. De machine heeft de juiste balans wanneer hij loodrecht aan de ophanghaak hangt. Zo kan het risico dat u in een steen zaagt minder worden, wanneer u het stuur moet loslaten. 2 Gras maaien Laat het blad op de geschikte maaihoogte balanceren, d.w.z. dichtbij de grond.BRANDSTOFHANTERING Dutch – 59 Brandstofveiligheid Start de machine nooit:1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen.2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep.3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage. Transport en opbergen

  • Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.• Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurde tanks worden gebruikt.• Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwijt kan. Tap de tank af in de juiste reservoirs in een goed geventileerde ruimte.• Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling.• De transportbescherming van de snijuitrusting moet tijdens vervoer of opslag van de machine altijd aangebracht zijn.• Zet de machine vast tijdens transport.• Om een ongewenste start van de motor te voorkomen, moet de bougiekap altijd worden verwijderd wanner de machine voor lange tijd wordt opgeborgen, wanneer de machine niet onder toezicht staat en bij alle voorkomende servicemaatregelen.• Laat de machine afkoelen voor deze in de stalling wordt gezet. Brandstof N.B.! De machine is uitgerust met een tweetaktmotor; gebruik daarom altijd een mengsel van benzine en tweetaktolie. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding is het erg belangrijk dat u de hoeveelheid olie altijd nauwkeurig afmeet. Bij het mengen van kleine brandstofhoeveelheden zullen zelfs kleine afwijkingen van invloed zijn op de mengverhouding. Husqvarna-alkylaatbrandstof Husqvarna beveelt het gebruik van Husqvarna-alkylaatbrandstof aan voor de beste prestaties. De brandstof bevat minder schadelijke stoffen dan reguliere brandstof, waardoor schadelijke uitlaatgassen worden beperkt. De brandstof laat weinig resten achter na verbranding, waardoor de motoronderdelen schoner blijven en de levensduur van de motor wordt verlengd. Husqvarna-alkylaatbrandstof is niet in alle markten verkrijgbaar. Met ethanol gemengde brandstof, E10, kan worden gebruikt (max. 10% ethanol). Het gebruik van brandstoffen met een hoger percentage ethanol dan in E10 zal leiden tot slechte motorprestaties en kan schade aan de motor veroorzaken.N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is uitgerust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische gegevens) moet altijd een loodvrije met olie gemengde kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine beschadigt de katalysator.• Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON). Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden.• Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken. Tweetaktolie
  • Voor de beste resultaten en prestaties, moet u HUSQVARNA tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren. Mengverhouding 1:50 (2%).• Indien er geen HUSQVARNA twee-takt olie verkrijgbaar is, dient u een andere olie van goede kwaliteit en bedoeld voor luchtgekoelde motoren te gebruiken. Neem contact op met uw dealer voor de keuze van olie.• Gebruik nooit twee-takt olie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil.• Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren. WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand-, explosie- en inademingsrisico’s.

WAARSCHUWING! Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brandstof werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhantering.BRANDSTOFHANTERING 60 – Dutch

  • Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen.
  • Mengverhouding 1:50 (2%) met HUSQVARNA tweetaktolie. Mengen
  • Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine.
  • Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij.
  • Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult.
  • Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.
  • Als u de machine gedurende een langere tijd niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken. Tanken
  • Gebruik een benzinetank met overvulbescherming.
  • Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen.
  • Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken.
  • Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult. Benzine, liter Tweetaktolie, liter 2% (1:50) 5 0,10 10 0,20 15 0,30 20 0,40

WAARSCHUWING! De katalysatorgeluiddemper wordt erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor stationair draaien. Verlies het brandgevaar niet uit het oog vooral wanneer u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen.

WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen: Brandstof moet u buitenshuis mengen en bijvullen, uit de buurt van vonken of vlammen. Rook niet of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof. Tank nooit terwijl de motor draait. Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen. Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt. Draai de dop van de tank goed vast na het tanken. Vul brandstof bij in een goed geventileerde ruimte. Vul brandstof nooit binnenshuis bij. Haal de machine altijd weg van de tankplaats en -bron voordat u hem start.STARTEN EN STOPPEN Dutch – 61 Controle voor het starten

  • Controleer het blad op barsten bij het centergat en bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddellijk vervangen worden.• Controleer de steunflens op barsten die het gevolg kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steunflens moet vervangen worden als hij barsten vertoont.• Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest. De borging van de moer moet een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer moet 35-50 Nm zijn.• Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de bladbeschermkap indien deze terugslag te verduren heeft gehad of barsten vertoont.• Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap indien deze terugslag te verduren hebben gehad of barsten vertonen.• Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of een defecte beschermkap.• Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder gebreken voor de machine wordt gestart. Starten en stoppen Koude motor Choke: Zet de choke-hendel (A) in de choke-positie.Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen balg (B) van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. Warme motor Volg dezelfde startprocedure als voor de koude motor, maar zonder de chokehendel in de chokestand te zetten.Startgas: (545FX, 545FXT)De startgasstand wordt verkregen door de chokehendel in de chokestand te zetten en hem daarna terug in de beginpositie te zetten.Startgas: (545FR, 545RX, 545RXT)Startgasstand krijgt u door eerst de gashendelvergrendeling en de gashendel in te drukken en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de

WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken.Haal de machine altijd weg van de tankplaats en -bron voordat u hem start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat de snijuitrusting geen voorwerp kan raken. Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter.STARTEN EN STOPPEN 62 – Dutch gashendelvergrendeling en de gashendel los en dan de startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om de motor weer terug te brengen naar stationair lopen drukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel in. Decompressieklep Als de machine uitgerust is met een decompressieklep (A): Druk de klep in om de druk in de cilinder te verminderen en om zo het starten van de machine te vergemakkelijken. De decompressieklep moet altijd gebruikt worden bij het starten. Wanneer de machine gestart is, gaat de klep automatisch terug naar de beginpositie. Starten Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet, trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot u weerstand voelt (de starthaken grijpen in) en maak vervolgens snelle en krachtige trekbewegingen. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand. Zet de chokehendel onmiddellijk nadat de motor ontsteekt terug en doe hernieuwde startpogingen tot de motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en het startgas wordt automatisch uitgezet. N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden. Stoppen

545FR, 545RX, 545RXT

Stop de motor door de ontsteking af te zetten. 545FX, 545FXT Elektrisch verwarmde handvatten (545FXT) Modellen voorzien van een verwarmingselement in de handgrepen hebben een schakelaar op de gashendel om de verwarming aan en uit te zetten. Het verwarmingselement zit zowel in de rechter als de linker handgreep en houdt automatisch een temperatuur van ca 70° aan wanneer de verwarming aan staat.

WAARSCHUWING! Wanneer de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke- of startgasstand begint de snijuitrusting direct te draaien.ARBEIDSTECHNIEK Dutch – 63 Algemene werkinstructies Basisveiligheidsregels 1 Controleer de omgeving:

  • Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine niet kunt verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden.
  • Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslingerd worden door de snijuitrusting.
  • N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood. 2 Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers, ijzerdraad, touw en dergelijke, die weggeslingerd kunnen worden of vast kunnen komen zitten in de zaaguitrusting. 3 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden enz. 4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels, stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt. 5 Wees extra voorzichtig wanneer u in bomen zaagt die gespannen zijn. Een gespannen boom kan zowel voor als na het doorzagen in zijn normale stand terug vliegen. Als u op de verkeerde plaats staat of de inkeping op de verkeerde plaats maakt, kan dit ertoe leiden dat de boom u of de machine raakt zodat u de controle verliest. In beide gevallen kunt u ernstig gewond raken. 6 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding. Voorkom overstrekken. Zorg dat u altijd stevig en in balans staat. 7 Gebruik altijd beide handen om de machine vast te houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw lichaam. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de hete oppervlakken. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de draaiende snijuitrusting. 8 Wanneer u met de motorzeis werkt, moet die altijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders kunt u de motorzeis niet veilig bedienen en uzelf en anderen BELANGRIJK! In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorzeis en trimmer door. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw servicewerkplaats. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent. Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen.ARBEIDSTECHNIEK 64 – Dutch verwonden. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling. 9 De zaaguitrusting moet onder taillehoogte blijven 10 Wanneer u zich verplaatst moet de motor uitgeschakeld worden. Als het om een langere verplaatsing en vervoer gaat, moet u de transportbescherming gebruiken. 11 Wanneer de motor loopt, mag u de machine alleen neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden. Werkmethodes
  • Voordat u begint te maaien, moet u het werkgebied controleren: de conditie van het terrein, of het afhelt, of er stenen liggen, of er kuilen zijn enz.
  • Begin daarna bij het makkelijkste einde van het werkgebied om een goede opening voor het maaiwerk te krijgen.
  • Werk systematisch, heen en weer, dwars over het gebied en bestrijk bij elke slag een gebied van ca. 4-5 m. Dan wordt het volle bereik van de machine naar beide kanten benut en de gebruiker krijgt een makkelijk en afwisselend terrein om in te werken.
  • De lengte van het pad moet circa 75 m bedragen. Verplaats de brandstofvoorraad al naargelang het werk vordert.
  • Op hellend terrein moet u de paden loodrecht ten opzichte van de helling laten lopen. Het is veel makkelijker om dwars over een helling te lopen dan op en neer.
  • De paden moeten zo lopen dat men niet over sloten of andere hindernissen in het terrein hoeft te klimmen. Pas de paden ook aan de windomstandigheden aan

WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaal weg te trekken wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaal verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Bij contact bestaat risico van brandwonden.

WAARSCHUWING! Waarschuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Buig nooit over de beschermkap van de snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d. kunnen omhoog geworpen worden in uw ogen en blindheid of ernstig letsel veroorzaken. Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszode bevindt.

WAARSCHUWING! Soms raken takken of gras bekneld tussen de beschermkap en de snijuitrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert.

WAARSCHUWING! Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Terugslag kan zo heftig zijn dat de machine en/of de operator in een richting geduwd worden en mogelijk de controle over de machine verliest. Terugslag kan zonder waarschuwing vooraf optreden wanneer de machine blijft haken, afslaat of vastloopt. De kans op terugslag is groter in gebieden waar het moeilijk is om te zien wat u maait. Probeer om niet te zagen in het gebied tussen 12 en 3 uur van het blad. Vanwege de rotatiesnelheid van het blad kan terugslag precies in dit gebied optreden wanneer men in grovere stammen zaagt.ARBEIDSTECHNIEK Dutch – 65 zodat de gevelde stammen in het reeds gemaaide gedeelte van het terrein vallen. Kleine bomen vellen met een zaagblad

  • Wanneer u in grovere stammen zaagt, neemt het risico op terugslag toe. Vermijd dan ook in het gebied tussen 12 en 3 uur te zagen.
  • Om een boom naar links te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar rechts geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het met vaste hand schuin omlaag naar rechts. Duw tegelijkertijd met de bladbeschermkap op de stam. Zet het blad in het gebied tussen 3 en 5 uur. Geef volgad voordat u de stam met het blad raakt.
  • Om een boom naar rechts te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar links geduwd worden. Hou het blad scheef en duw het schuin omhoog naar rechts. Zet het blad in het gebied tussen 3 en 5 uur zodat de rotatierichting van het blad het onderste gedeelte van de boom naar links duwt.
  • Om een boom recht naar voren te laten vallen, moet het onderste gedeelte van de boom naar achteren getrokken worden. Trek het blad met een snelle en besliste beweging naar achteren.
  • Grovere stammen, d.w.z. stammen die geveld moeten worden, moeten van twee kanten omgezaagd worden. Beoordeel eerste in welke richting de stam moet vallen. Maak een inkeping aan de kant waarnaar de boom moet vallen. Zaag daarna de stam door vanaf de andere kant. De druk waarmee men zaagt, moet aangepast worden aan de dikte van de stam en de hardheid van de houtsoort. Smallere stammen hebben een grotere druk nodig terwijl grovere stammen minder druk nodig hebben.
  • Als de stammen dicht bij elkaar staan, moet u de snelheid hieraan aanpassen.
  • Als het blad vast komt te zitten, mag u de machine nooit los trekken. In dat geval kunnen het blad, de haakse overbrenging, de steel of het stuur beschadigd raken. Laat de handvatten los, grijp deARBEIDSTECHNIEK 66 – Dutch steel met beide handen beet en trek de machine voorzichtig los. Struiken maaien met zaagblad
  • Smalle stammen en struikgewas moeten neergezaagd worden. Werk met zijdelingse zaagbewegingen.
  • Probeer om met één beweging meerdere stammen door te zagen.
  • Maai bij een bosje opslag altijd eerst rond de opslag. Begin met het afzagen van hoge stobbes aan de buitenrand van het bosje om te voorkomen dat u zich vast zaagt. Kort de stobbes vervolgens af tot de gewenste hoogte. Probeer vervolgens om met het blad in het midden te komen en vanuit het centrum van het bosje te zagen. Indien het toch moeilijk mocht zijn om erbij te kunnen, moet u hogere stobbes zagen en de stammen laten vallen. Op die manier neemt het risico dat u zich vast zaagt af. Gras maaien met grasmaaiblad
  • Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bij houtachtige stammen.
  • Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt.
  • Het gras wordt neergehaald met pendelende bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur).
  • Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsje schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken.
  • Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en sta vervolgens weer stevig stil.
  • Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt.
  • Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen: 1Werk altijd met vol gas. 2Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal.
  • Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt. Gras trimmen met trimmerkop Trimmen
  • Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken. Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien.
  • De draad verwijdert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen beschadigen.
  • Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te korten tot 10-12 cm en het moetertoerental te verminderen. Schoonschrapen
  • Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeiing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde van de draad tegen de grond slaan naast bomen, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek veroorzaakt grotere slijtage van de draad.
  • De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd worden wanneer men tegen stenen, bakstenen,ARBEIDSTECHNIEK Dutch – 67 beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer men in contact komt met bomen en houten omheiningen.
  • Bij het trimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas (80%) geven zodat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slijt. Maaien
  • De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilijk bij komt. Hou tijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan beschadigen.
  • Tijdens normaal maaien mag de trimmerkop niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slijtage van de trimmerkop leiden. Vegen
  • Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te maken. Hou de draad parallel met en boven de oppervlakken die schoongeveegd moeten worden en beweeg het gereedschap heen en weer.
  • Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een goed resultaat te krijgen.ONDERHOUD 68 – Dutch Carburateur Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Uw Husqvarna-product is geconstrueerd en gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen reduceren. Afstelling van het stationair toerental Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het luchtfilter schoon zijn en het luchtfilterdeksel gemonteerd zijn. Het stationair toerental wordt afgesteld met de stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelijk is. Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge zijn tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. Afstellen van het startgastoerental (545FR, 545RX, 545RXT) Om het juiste startgastoerental te krijgen zit een afstelpunt aan de achterkant van de gashendel, naast de kabel. Met deze bout (5 mm inbus) kan het startgastoerental verhoogd of verlaagd worden. Ga als volgt te werk: 1 Laat de machine stationair lopen. 2 Druk de startgasvergrendeling in volgens de instructies bij Starten en Stoppen. 3 Wanneer het startgastoerental te laag is (onder de 4000 t/min) wordt de stelschroef A met de klok mee gedraaid tot de snijuitrusting begint te draaien. Schroef A vervolgens nog een 1/2 slag met de klok mee. 4 Als het startgastoerental te hoog is (hoger dan 6500 tpm), draait u de stelschroef A tegen de klok in tot de maaiuitrusting stopt. Draai stelschroef A vervolgens een 1/2 slag rechtsom aan. Geluiddemper N.B.! Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te checken of uw machine voorzien is van een katalysator. De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen in brand kunnen steken. Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een speciaal vonkenopvangnet. Indien uw machine uitgerust is met zo’n geluiddemper, moet u het net minstens één keer per week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Op geluiddempers zonder katalysator moet het net één keer per week worden schoongemaakt en eventueel worden vervangen. Op geluiddempers met katalysator moet het net één keer per maand worden gecontroleerd en eventueel schoongemaakt. Bij evt. beschadigingen aan het net moet dit vervangen worden. Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net raakt de machine oververhit met beschadigingen aan cilinder en zuiger tot gevolg.

WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd. 5 mmONDERHOUD Dutch – 69N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in slechte staat is. Koelsysteem Om de juiste bedrijfstemperatuur te krijgen is de machine voorzien van een koelsysteem.Het koelsysteem bestaat uit:1 Luchtinlaat in de starter.2 Ventilatorschoepen op het vliegwiel.3 Koelflenzen op de cilinder.4 Cilinderkap (leidt de koellucht naar de cilinder).Maak het koelsysteem één keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker gebeuren wanneer u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen worden. Luchtfilter Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden:• Storingen van de carburateur.• Moeilijkheden bij het starten.• Vermogensverlies.• Onnodige slijtage van de motoronderdelen.• Abnormaal hoog brandstofverbruikMaak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt. Controle van luchtfilter (545FR, 545RX, 545RXT) (papierfilter)

  • Zet de choke-hendel in de choke-positie.• Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter.• Controleer en reinig het filterhuis.• Controleer het filter en vervang het in geval van verontreiniging of beschadiging. Gebruik originele filters van Husqvarna. Controle van luchtfilter (545FX, 545FXT) (nylonfilter)
  • Zet de choke-hendel in de choke-positie.• Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter.• Controleer en reinig het filterhuis.• Reinig het filter in geval van verontreiniging, en vervang het als het is beschadigd. Reinig het filter met een warm sopje van water en zeep. Gebruik originele filters van Husqvarna. WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar!

BELANGRIJK! Verbuig of vouw een filter nooit om beschadiging te voorkomen. Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden.BELANGRIJK! Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden.ONDERHOUD 70 – Dutch Hoekoverbrenging De hoekoverbrenging is af fabriek gevuld met een geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik HUSQVARNA speciaalvet. Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal gezien alleen vervangen worden in geval van een reparatie. Aandrijfas Bij fulltime-gebruik moet de drijfas om de drie maanden worden ingevet. Neem contact op met uw dealer wanneer u twijfelt over de handelwijze. Bougie De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie:

  • Een incorrecte afstelling van de carburateur.
  • Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie).
  • Een vuil luchtfilter. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. Gebruik in de winter Wanneer de machine wordt gebruikt bij kou of sneeuw kunnen storingen in de werking optreden die worden veroorzaakt door:
  • Een te lage motortemperatuur.
  • Ijsvorming op luchtfilter en bevriezing in de carburateur. Men dient daarom speciale maatregelen te treffen, zoals:
  • De luchtinlaat van de starter verminderen en zo de werktemperatuur van de motor verhogen.
  • Verwarm de inlaatlucht naar de carburateur voor door de warmte van de geluiddemper te benutten. Temperaturen van 5°C of lager
  • Monteer het koelluchtkanaal met de pijl in de richting van het sneeuwvlokje.
  • Er wordt dan hete lucht van de geluiddemper naar de carburateur geleid.ONDERHOUD Dutch – 71
  • Plaats bij sneeuw een hoes over de starter. Draad smeren (545FXT) De draad is voorgesmeerd en hoeft pas weer gesmeerd te worden als deze droog wordt.
  • Verwijder de beschermkap.
  • Schroef de cilinderkap los en zorg ervoor dat de rubberen balgen op de draad niet te veel zijn uitgezet.
  • Schroef de plug uit de smeernippel.
  • Gebruik antivriesspray met een 2 mm-spuitbus. Spuit kleine hoeveelheden.
  • Monteer de kappen. BELANGRIJK! Bij temperaturen boven de 5 °C MOET de machine weer naar standaarduitvoering veranderd worden. Anders bestaat het risico van oververhitting, waardoor de motor ernstig beschadigd kan worden. BELANGRIJK! Al het overige onderhoud dat niet in dit handboek wordt genoemd moet uitgevoerd worden door een erkende werkplaats (dealer).72 – Dutch ONDERHOUD Storingsschema Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie. Starten mislukt Controle Mogelijke oorzaak Maatregel Stopknop Stand stop Zet de stopschakelaar in de startpositie. Starterpallen Elkaar rakende pallen Verstel of vervang de pallen. Reinig rondom de pallen. Neem contact op met een erkende servicedealer. Brandstoftank Met verkeerde brandstof gevuld Aftappen en juiste brandstof gebruiken. Carburateur Afstelling van het stationair toerental Stel het stationair toerental af met de T-schroef. Ontsteking (geen vonk) Bougie vervuild of nat Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is. Afstand tussen de elektroden is onjuist. Reinig de bougie. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist is. Zorg ervoor dat de bougie is uitgerust met een onderdrukker. Zie technische gegevens voor een correcte elektrodenafstand. Bougie Bougie zit los. Bevestig de bougie Brandstoffilter Brandstoffilter verstopt Vervang het brandstoffilter Motor start, maar blijft niet draaien. Controle Mogelijke oorzaak Mogelijke handeling Brandstoftank Met verkeerde brandstof gevuld Aftappen en juiste brandstof gebruiken. Brandstoffilter Brandstoffilter verstopt Vervang het brandstoffilter Carburateur Motor draait niet op juiste manier stationair. Stel het stationair toerental af met de T-schroef. Luchtfilter Het luchtfilter verstopt Maak het luchtfilter schoon.Dutch – 73 ONDERHOUD Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd. Onderhoud Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud Maak de machine uitwendig schoon. X Controleer of het draagstel niet beschadigd is. X Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit veiligheidsoogpunt.

Controleer of het handvat en het stuur heel zijn en goed vast zitten. X Controleer of de stopschakelaar werkt. X Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. X Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. X Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft.

Controleer of het blad goed gecentreerd is, scherp is en geen barsten vertoont. Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trillingen die de machine kunnen beschadigen.

Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig.

Controleer of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid.

Bij gebruik van een steunschotel met kogellagers moet u controleren of de borgschroeven zijn vastgedraaid.

Controleer of de transportbeschermkap van het blad niet beschadigd is en of ze goed kan vastgezet worden.

Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. X Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. X74 – Dutch ONDERHOUD Controleer de starter en het starterkoord. X Controleer of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. X Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.

Maak het koelsysteem van de machine schoon. X Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang het (geldt alleen bij geluiddempers zonder katalysator).

Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet.

Controleer of het veiligheidsmechanisme van het draagstel onbeschadigd is en goed functioneert.

Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit noodzakelijk is.

Controleer alle kabels en aansluitingen. X Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel op slijtage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerkplaats vervangen.

Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.

Controleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het eventueel schoon (geldt alleen bij geluiddempers met katalysator).

Smeer de drijfas met speciaal vet. Wordt om de drie maanden gedaan. Vervang de trillingsdempers na ieder seizoen, echter ten minste één keer per jaar.Dutch – 75 TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen het gegarandeerde en het gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook de dispersie in het meetresultaat meeneemt alsmede variaties tussen verschillende machines van hetzelfde model, conform Richtlijn 2000/14/EG. Opm. 2: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A). Opm. 3: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s

Motor Cilinderinhoud, cm

0,9 0,9 0,9 Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 8,7 8,9 8,7 Lawaai-emissie (zie opm. 1) Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 115 115 115 Geluidsvermogen, gegarandeerd L

dB(A) 117 117 117 Geluidsniveau (zie opm. 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN ISO 11806 en ISO 22868, dB(A): Uitgerust met trimmerkop (origineel) 100 100 100 Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) 100 100 100 Uitgerust met zaagblad (origineel) 100 - - Trillingsniveau (zie opm. 3) Equivalente trillingsniveaus (a hv,eq ) bij handvat, gemeten overeenkomstig EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s

Uitgerust met trimmerkop (origineel), links/rechts 3,6/3,8 3,2/2,9 3,2/2,9 Uitgerust met grasmaaiblad (origineel), links/rechts 3,3/3,0 2,9/2,4 2,9/2,4 Uitgerust met zaagblad (origineel), links/rechts 3,8/3,2 - -76 – Dutch TECHNISCHE GEGEVENS Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen het gegarandeerde en het gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook de dispersie in het meetresultaat meeneemt alsmede variaties tussen verschillende machines van hetzelfde model, conform Richtlijn 2000/14/EG. Opm. 2: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A). Opm. 3: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s

45,7 45,7 Cilinderdiameter, mm 42 42 Slaglengte, mm 33 33 Stationair toerental, t/min 2700 2700 Aanbevolen maximum toerental, omw./min. 12400 12400 Toerental van uitgaan as, tpm 9600 9600 Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./ min. 2,2/9000 2,2/9000 Geluiddemper met katalysator Nee Nee Ontstekingssysteem Bougie NGK CMR6H NGK CMR6H Elektrodenafstand, mm 0,5 0,5 Brandstof-/smeersysteem Inhoud benzinetank, liter 0,9 0,9 Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 8,2 8,4 Lawaai-emissie (zie opm. 1) Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 113 113 Geluidsvermogen, gegarandeerd L

dB(A) 114 114 Geluidsniveau (zie opm. 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN ISO 11806 en ISO 22868, dB(A): Uitgerust met trimmerkop (origineel) - - Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) - - Uitgerust met zaagblad (origineel) 99 99 Trillingsniveau (zie opm. 3) Equivalente trillingsniveaus (a hv,eq ) bij handvat, gemeten overeenkomstig EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s