C1AMG84N0 - Magnetron NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C1AMG84N0 NEFF in PDF-formaat.
| Merk | NEFF |
| Model | C1AMG84N0 |
| Producttype | Inbouw magnetron |
| Maximaal magnetronvermogen | 900 W |
| Magnetronvermogenstanden | 5 (90 W, 180 W, 360 W, 600 W, 900 W) |
| Kookstanden | Magnetron, hetelucht (40 °C, 100–230 °C), heteluchtgrillen (100–230 °C), Grill (stand 1–3), Voorverwarmen (30–70 °C) |
| Automatische programma's | 15 programma's (ontdooien, koken, combigerechten) |
| Tijdfuncties | Timer (max 24 u), Duur (max 23 u 59 min), Klok |
| Bedieningstype | Draaiknop en aanraakvelden |
| Display | Scherm met temperatuurweergave, symbolen en waarden |
| Binnenverlichting | Ja, gaat aan bij openen van de deur en tijdens gebruik |
| Koelventilator | Ja, schakelt naar behoefte in |
| Automatische veiligheidsuitschakeling | Ja (veiligheidsschakelaar afhankelijk van de modus: 24 u, 5 u of 90 min) |
| Reinigingshulp | EasyClean: magnetron 600 W gedurende 5 min met zeepwater |
| Meegeleverde accessoires | 1 rooster |
| Installatie | Inbouw (in hoge kast of onder werkblad) |
| Stand-by verbruik | Max. 1 W (scherm aan), max. 0,5 W (scherm uit) |
| Gebruiksdoel | Bereiding van voedsel en dranken, huishoudelijk en soortgelijk gebruik |
| Productnummer (E-Nr.) | Op het typeplaatje (deur openen) |
| Klantenservice | Contactgegevens in de handleiding of op de NEFF-website |
Veelgestelde vragen - C1AMG84N0 NEFF
Gebruikersvragen over C1AMG84N0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C1AMG84N0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C1AMG84N0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING C1AMG84N0 NEFF
Gebruikershandleiding en in-
stallatie-instructies
C1AMG84..., C1CMG84...
Nivakac TepixoEvwV
EFXEIPIAIO XPHSTH
1 AocAaIa 2 2 Anopuyu ulikov znmuov 6 3 PooTaoia TepiBaaovToC Kai Oikovopia 7 4 Vwpiia 8 5 Eeaptnmuα 11 6 Pniv Tnv npwtn Xphon 12 7 Baoikoc xepipiooc 12 8Φoupvoc μikpokuαtw 13 9 Autopato ouotnnp npoypmaewv. 16 10 Aetoupyiec xpvou 18 11 Baoikc puoiic 19 12Kαθαρισμός καI φροντίδα 20 13 AnokataoTaoon βλαβ ωv 23 14 Anoupon 24 15 Etoi nTuXoxie 24 16 Ytnpeia Eunnpetnnc nAotw 39 17 OaHIEE ΣYNAPMOAOTHEH 17.2 Aaαλnσouvαρμoλoynon 40

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
1 Veiligheid 118 2 Materiële schade vermijden 122 3 Milieubescherming en besparing 122 4 Uw apparaat leren kennen 123 5 Accessoires 126 6 Voor het eerste gebruik 127 7 De bediening in essentie 127 8 Magnetron 128 9 Automatische programma's 131 10 Tijdfuncties 133 11 Basisinstellingen 134 12 Reiniging en onderhoud 135 13 Storingen verhelpen 137 14 Afvoeren 138 15 Zo lukt het 138 16 Servicedienst 151 17 MONTAGEHANDLEIDING 151 17.2 Veilige montage 152

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Doel van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden. In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderijen; door klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts. Tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
1.3 Beperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
Oververhitting van het apparaat kan een brand veroorzaken. Wanneer het apparaat blijft, dan treedt er bij gebruik met gesloten decor- of meubeldeur hittestuwing op.
- Gebruik het apparaat uitsluitend bij geopende decor- of meubeldeur.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur en is niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur, omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. - Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen. Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 151
WAARSCHUWING - Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granenpittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.
- Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal. Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing.
- Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron. Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen.
- Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen. - Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen. - Verwijder altijd het deksel of de speen. - Na het verwarmen goed roeren of schudden.
Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking aan. Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussens, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of graankussens, sponzen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.

WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek mogen geen gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.
- Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron. Alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING - Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.
- Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen. Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag altijd schoon.
→ "Reiniging en onderhoud", Pagina 135. Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.
- Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is.
- Alleen door de servicedienst laten repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwijderen.
- Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte, ontstaat er corrosie.
Veeg het condenswater na elke bereiding af. - Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren. - Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er worden afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen. Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. - Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen, kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, eraan hangen of erop steunen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd blijven.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat. Het gebruik van het apparaat met zekere gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen. Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
- Gebruik maximaal 600 Watt. Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
Door het verwijderen van de afdekking worden de magnetronvoeding beschadigd.
- Verwijder nooit de afdekking van de magnetron in de binnenruimte. Ongeschikte vormen kunnen schade veroorzaken.
- Bij het gebruik van de grill, de gecombineerde magnetronwerking of de hete lucht alleen kookgerei gebruiken dat bestand is tegen hoge temperaturen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Laat diepgevroren producten voor de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W, in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
Functiekeuzeknop
2
Touch-velden
3
Display
4
Draaiknop
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en overige functies in.
Bij vele apparaatuitvoeringen kan de functiekeuzeknop worden verzonken.
Wanneer u de functiekeuzeknop van de nulstand naar een functie draait, duurt het enkele seconden tot de betreffende functie beschikbaar is.
Draaiknop
Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die op het display zijn geaccentueerd.
Bij vele apparaatuitvoeringen kan de draaiknop worden verzonken.
Bij keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het selecteren het eerste item.
Bij waarden, bijv. gewicht, moet u de draaiknop terugdraaien zodra de minimale of maximale waarde bereikt is.
Touch-velden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, selecteert u het betreffende veld.
Symbool Naam Gebruik
| Magnetron Vermogensstanden van de magnetron kiezen, of de magnetronfunc-tie samen met een verwarmingsmethode inschakelen. |
| P Automatische programme's Selectie van de automatische programme's oproepen. |
| Tijdfuncties Timer, tjidsduur ofijd instellen. |
| °C Temperatuur Temperatuur instellen selecteren. |
| kg Gewicht Gewicht instellen selecteren. |
| Il Start/Stop Kort drukken: in werkung stellen of stoppen. Lang indrukken: werkung beëindigen. De installogen worden gere-aset. |
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.

| Actieve waarde | De direct instelbare waarde is wit gemarkeerd en onderstreep met een rode balk. U kurz de actieve waarde met de draaischakelaar wijzigen. |
| Passieve waarde | Waarden zonder haakjes kurz u nicht directright wijzigen. Wanner u een waarde wilt wijzigen, dan要去 u de waarde eerst activeren. |
Display-elementen
Hierna worden de betekenis van de verschillende display-elementen kort toegelicht.
Symbool Naam Betekenis
| Timer | Wanner het symbol is gemarkeeerd, dan geeft het display de timertijd aan. | |
| →I | Tijdsduur | Wanner het symbol is gemarkeeerd, dan geeft het display de tijdsduur aan. |
| ∅ | Tijd | Wanner het symbol is gemarkeeerd, dan geeft het display deijd aan. |
| h:min | Uren/minutes | Deijd worden in uren en minutes weergegeven. |
| min:sec | Minutes/seconds | Deijd worden in minutes en seconden weergegeven. |
Symbool Naam Betekenis
| Snel voorverwarmen Wanner het symbol is gemarkeerd, | dan is snel voorverwarmen geacti-veerd. |
| °C Temperatuur De temperatuur worden aangegeven in | °C. |
| kg Gewicht Het gewicht worden in kg weergege- | ven. |
Temperatuurindicatie
De temperatuurindicatie geeft de voortgang van het opwarmen aan.

Na het begin van het gebruik worden de thermometer verlicht en vullen de balken daarnaast zich, om de voortgang van het voorverwarmen van de binnenruimte aan te geven. Wanneer alle balken zijn gevuld, dan is het apparaat voorverwarmd. Bij grillen de balken direct gevuld.
Bij magnetronfunctie is er geen temperatuurindicatie. Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Nachtmodus
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
| Symbool Naam Temperatuur / standen Gebruik | |||
| Magnetron Magnetronvermogens: | Voor het ontdooien, berei-den en verwarmen van ge-rechten en vloeistoffen. | ||
| 90 W | |||
| 180 W | |||
| 360 W | |||
| 600 W | |||
| 900 W | |||
| Hete lucht 40 °C | 100-230 °C | Gistdeeg latent rijzen, slag-roomtaarten ontdooien. Op=eéniveau bakken of braden. | |
| Circulatielucht-grillen | 100-230 °C | Gevogelte, hele vis of gro-tere stukken vlees braden. | |
| Voorverwarmen | 30-70 °C | Servies voorverwarmen. | |
| Grill | Grillstanden: | 1 = laag | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratine-ren. |
| 2 = gemiddeld | |||
| 3 = sterk | |||
| P | Programma's | - | Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde in-stellungen. |
4.3 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting van de binnenruimte in zodra het gebruik wordt gestart. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit.
Of de verlichting van de binnenruimte bij gebruik inschakelt, kunt u vastleggen in de basisinstellingen. → Pagina 134
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, maar de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.4 Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is gesloten, kunt u het gebruik met Dll hervatten.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd. Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt.
Accessoires Gebruik
Rooster voor het bakken en braden in oven-functie.
Rooster voor het grillen, bijv. van steaks, worstjes of toast.
Rooster als opstelvlak, bijv. voor ovenschotels.
5.1 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in specialzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
Glazen braadpan
Gebruik
Stoogerechten Ovenschotels
Pizzaplaat
Gebruik
- Plaatgebak Koekjes
5.2 Toebehoren plaatsen
Het toebehoren kan in twee posities worden geplaatst.
- Het toebehoren zo plaatsen, dat dit de deur van het apparaat niet raakt.
Het toebehoren hoog plaatsen. Het toebehoren laag plaatsen.
De afbeelding toont de plaatsingspositie.
De afbeelding toont de plaatsingspositie.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Eerste keer in gebruik nemen
Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnt op het display het verzoek om de tijd in te stellen. Het kan enkele seconden duren tot de melding verschijnt.
- Het apparaat op de stroom aansluiten. De waarde 20 knippert op het display en brandt.
Tijd instellen
- Met de draaiknop de tijd instellen.
- Ⓞ indrukken.
De tijd is ingesteld.
Opmerking: Om het stand-by verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden.
- Sluit de apparaatdeur.
- Stel met de functiekeuzeknop hete lucht in.
- Met de draaiknop de temperatuur op 180 °C instellen. 5. Druk op DII.
Het programma wordt gestart. 6. Druk na een uur op DII. 7. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is gereinigd. - Het apparaat is uitgeschakeld.
6.3 Accessoires reinigen
- Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
7 De bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Draai aan de functiekeuzeknop om het apparaat in te schakelen. Het apparaat is klaar voor gebruik. Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
7.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer er langere tijd niets wordt ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit.
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af. Het display geeft de tijd weer. - Sommige indicaties blijven ook te zien op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen. Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
- Wijzig indien nodig de instellingen. Hiervoor op het betreffende veld drukken en met de draaiknop de waarde veranderen. 3. Druk op DII. Het programma wordt gestart. DII brandt. Bij een verwarmingsmethode met temperatuur vult de temperatuurindicatie zich.
- Indien gewenst bij lopend bedrijf de temperatuur met de draaiknop wijzigen.
Bij lopend bedrijf kunt u de temperatuur niet op 40 °C instellen.
7.4 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op II of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken. DII knippert.
- Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op II. De werking wordt voortgezet. DII brandt.
7.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
7.6 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u de opwarntijd bij bepaalde verwarmingsmethoden vanaf een temperatuur van 100 °C korter maken.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie Snel voorverwarmen gebruiken:
Hete lucht, uitzondering: hete lucht 40 °C - Circulatiegrillen
Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig verwarmingsresultaat te krijgen, de accessoires en het product pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen. Stel een tijdsduur pas in, wanneer het snel voorverwarmen is afgerond.
- Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen. 2. Druk op 85. Op het display brandt
- Druk op DII. Het snel voorverwarmen start. ν brandt.
- Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, eindigt het snel voorverwarmen. Er klinkt een signaal en in het display dooft 且 Uw apparaat loopt verder met de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur. ν Het snel voorverwarmen wordt na uiterlijk 15 minuten automatisch gedeactiveerd.
Snel voorverwarmen afbreken
Druk op 8. In het display dooft. Uw apparaat loopt verder met de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur.
7.7 Veiligheidsuitschakeling
Voor uw beveiliging is het apparaat uitgerust met een veiligheidsuitschakeling. Het apparaat schakelt automatisch uit als het lang in gebruik is geweest. De tijdsduur tot de uitschakeling is afhankelijk van de instelling:
Hete lucht 40°C en Voorverwarmen: 24 uur - Hete lucht 100-230 ° C en circulatiegrillen: 5 uur - Grill: 90 minuten
Indien het apparaat door de veiligheidsuitschakeling werd uitgeschakeld, worden op het display E weergegeven. U kunt deze melding bevestigen door op D te drukken.
8 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
8.1 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
| Magnetronvermö- Maximale tjidsduur Gebruk gen in watt |
| 90 W 1:30=uur Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 W 1:30=uur Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 W 1:30=uur Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 W 1:30=uur Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 900 W 30 minutes Vloeistoffen verwarmen. |
| Het maximale vermogen is nicht bedoeld voor het verwarmen van gerechten. |
Voorgestelde waarden
Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
8.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt, dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. Vormen testen op magnetronbestendigheid → Pagina 129
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig ma-teriaal: | Hittebestendig materiaal worden nicht beschadigdoor microgolven. |
| ■ Glas | |
| ■Glaskeramiek | |
| ■Porselein | |
| ■Temperatuurbestendig kunststof | |
| ■Volledig geglazeerd keramiek zonder bar-sten | |
| Meegeleverde accessoires: rooster | Het meegeleverde rooster is bestemd voor het appa-raat en waarom geschikt voor de magnetron. |
| Bestek van metaal Om kookvertraging te voorkomen Aunt u meta-len bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas. Opmerking: Metaal kan vonden verzaken, waardoor de binnenruimte en de binnenste deurruit beschadigd hunnen ra-ken. Voorwerpen die me-taal bevatten dieren min-stens 2 cm van de wan-den van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te�. | |
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Vormen van metaal Metaal | Iaat geen micro-golven door. Hierdoor worden de gerechten nicht of nauwelijks opgewärmd. |
| Servies met goud- of zil-verdecor | Goud- en zilverdecor kan door de microgolvlen be-schadigd raken. Gebruik dit alleen wanner door de fabrikant worden gega-randeerd dat het geschikt is voor de magnetron. |
Magnetronbestendig bij gebruik van de functie CombiSpeed
Bij gebruik van de functie CombiSpeed kan er een verwarmingsmethode met een magnetronvermogen van maximaal 600 W worden bijgeschakeld. Daarom kunnen metalen vormen worden gebruikt bij de functie CombiSpeed.
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Meegeleverde accessoires | De meegeleverde accessoires, Zoals bijvoorbeeld het rooster, vormen bij de functie CombiSpeed geen vomken. |
| Bakvormen van metaal Gebak worden ook van on-deren bruin, waar dat bak-vormen van metaal de warmte better geleiden.Opmerking: Metaal kan vonden verzaken, waardoor de binnenruimte en de binnenste deurruit beschadigd+kennen ra-ken. Voorwerpen die me-taal bevatten dieren min-stens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te�. | |
8.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- Het apparaat gedurende 1/2 - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- In werking stellen met
- De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
8.4 Magnetron instellen
Voor uiteenlopende soorten gerechten en bereidingen zijn er verschillende vermogens en instellingen beschikbaar.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat met gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

- Neem de Veiligheidsinstructies → Pagina 120 en de aanwijzingen ter voorkoming van materiële schade → Pagina 122 in acht.
- Neem de aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht. → Pagina 128
- De functiekeuzeknop op zetten.
- Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
- Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop.
- In werking stellen met U kunt de tijdsduur te allen tijde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen. De tijdsduur loopt af en de magnetronfunctie start. Wanneer de tijdsduur afgelopen is, worden de magnetronfunctie beëindigd en klinkt er een signaal.
- Draai wanneer het gerecht klaar is de functieknop op de nulstand.
8.5 Intervallen van de tijdinstellingen
Het interval bij het instellen van een tijdsduur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lengte van de tijdsduur.
Gebruiksduur Interval
| 0-1 minuten 5 seconden |
| 1-3 minutes 10 seconden |
| 3-15 minutes 30 seconden |
| 15 minutes - 1aar 1 minuut |
| 1aar - 1aar 30 minutes 5 minutes |
8.6 Magnetronvermogen wijzigen
Druk op. Door meerdere malen te drukken gaat men van het hoogste naar het laagste magnetronvermogen.
Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met
8.7 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op DII of open de deur van het apparaat.
De werking wordt onderbroken. DII knippert. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op De werking wordt voortgezet. D brandt.
8.8 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.9 CombiSpeed
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken.
De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende verwarmingsmethoden:
Hete lucht Circulatiegrill Grill
Uitzonderingen:
Magnetronvermogen 900 W Hete lucht 40°C Servies Voorverwarmen
CombiSpeed instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode. ν Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de temperatuur.
- Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen. ν Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de tijdsduur.
- Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- In werking stellen met DII De tijdsduur loopt af en het CombiSpeed gebruik start. Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan wordt het CombiSpeed bedrijf beëindigd en klinkt er een signaal.
Magnetronvermogen wijzigen
Druk op
Door meerdere malen te drukken gaat men van het hoogste weer door naar het laagste magnetronvermogen.
Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met
Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op ▶ of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken. Dll knippert.
- Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op II. De werking wordt voortgezet. brandt.
Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Neem het vocht van de bodem van de binnenruimte af.
- Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode in. 5. Druk op ° C
- Stel met de draaiknop de temperatuur op 150°C in.
- Druk tweemaal op ν in het display gemarkeerd.
- Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- In werking stellen met DII. ν Het drogen start en eindigt na 15 minuten.
- Open de apparaatdeur, zodat de waterdamp ontsnapt.
8.11 Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Droog de binnenruimte met een spons.
- Laat de deur van het apparaat een uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 Automatische programma's
De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiezen automatisch de optimale instellingen.
9.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.
- Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
- Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is.
- Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries komen.
- Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, rond het gewicht dan maar naar boven af. Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
- Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrons, krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
9.2 Overzicht van de gerechten
Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.
Ontdooien
| Nr. Gerechten Accessoires Inschuif- | Hoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen | |
| PO1Gehakt Vlakke open vorm | 0,2-1,0 Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. | |||
| PO2Vleesstukken Vlakke open vorm | 0,2-1,0 Vloeistof tijdens | het keren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en nicht met andere levensmiddelen in aanra-king latelykommen. | ||
| PO3Kip, stukkenkip Vlakke open vorm | 0,4-1,8 Vloeistof tijdens | het keren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en nicht met andere levensmiddelen in aanra-king latelykommen. | ||
| PO4Brood | Vlakke open vorm | 0,2-1,0 Brood dient u alleen in de benodighe hoeveelheid te ontdooien. Het worden snel oudbakken. Haal indien möglich de poterhammen van elkaar. | ||
Bereidingsprogramma's
| Nr. Gerechten Accessoires Inschuif- | hoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| POSRijst gesloten vom 0,05-0,2 Geen rijst in koekbuiltjes gebruiken. | Rijst schuimt sterk tijdens het koken. Stel het brutogewicht (zonder vloeistof) in. Twee tot tweeënhalf vier zoveel vloeistof bij de rijst doen. | ||
| POSAardappelen gesloten vom 0,15-1,0 In stukken van gelijke grotte snijden. | Per 100 g 1 el water toevoegen. | ||
| POSGroente gesloten vom 0,15-1,0 In stukken van gelijke grotte snijden. | Per 100 g 1 el water toevoegen. | ||
Combigaarprogramma's
| Nr. Gerechten Accessoires inschuif- | Hoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen | ||
| P08Ovenschotel, diepvries | open vorm | ~0,4-1,2 | De ovenschotel mag nicht hoger+zijn dan 3 cm. | ||
| P09Kip, heel | open vorm | ~0,5-2,0 | Kant van de borst maar beneden. | ||
| P10Rosbief, medi-um | open vorm | ~0,5-1,5 | |||
| P11Gebraden var-kenshals | gesloten vorm | 0,5-2,0 | |||
| P12Lamsvlees, me-dium | gesloten vorm | 0,8-2,0 | Lamsvlees van de schouder of lams-bout zonder been | ||
| P13Gehaktbrood | open vorm | ~0,5-1,5 | Het gehakt mag nicht hoger+zijn dan 7 cm. | ||
| P14Vis, heel | open vorm | ~0,3-1,0 | Snijd het vel van de vis van tevoren in. Leg de vis in de “zwemstand” in de vorm. | ||
| P15Eenpansge-recht met verse ingrediënten | hoge, gesloten vorm | ~0,05-0,2 Doe bij elke hoeveelheid rijst de drie-voudige hoeveelheid water en de vier-voudige hoeveelheid groenten. Gebruikuitsluitend verse ingrediënten. Voer al-leen het gewicht van de rijst in. | |||
9.3 Gerecht instellen
- De functiekeuzeknop op P zetten. Op het display verschijnt het eerste gerechtnummer en een gewichtssuggestie.
- Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in.
- Druk op kg.
- Stel met de draaiknop het gewicht in. Voor de start kan met P en kg tussen het gerecht en het gewicht worden gewisseld. Het apparaat stelt automatisch de bijpassende tijdsduur in.
- Druk op II. Na de start kunnen het gerecht en het gewicht niet meer worden gewijzigd. Het ingestelde gewicht kan met kg worden weergegeven. Het programma wordt gestart. DII brandt. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. Bij vele programma's klinkt een kort signaal, wanneer u het moet omroeren of moet keren.
- Wanneer de tijdsduur is afgelopen:
Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer. - De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
9.4 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken. DII knippert.
- Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op II. De werking wordt voortgezet. D brandt.
9.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.
10.1 Tijdfuncties opvragen
Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen verlicht. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. Tijdens sluimerstand zijn timer en tijd beschikbaar.
Druk op @ totdat @ of is weergegeven. Op het display worden de betreffende waarde weergegeven.
10.2 Tijd wijzigen
Vereiste: Om de tijd te wijzigen, moet het apparaat uitgeschakeld zijn.
- Druk twee maal op G. Op het display verschijnt de tijd.
- Met de draaiknop de tijd instellen.
- indrukken. De tijd is ingesteld. Wanneer O niet wordt ingedrukt, worden na enkele seconden de ingestelde waarde overgenomen.
Opmerking: Om het stand-by verbruik van uw apparaat te verminderen, kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
10.3 Tijdsduur
U kunt een tijdsbestek vastleggen waarna de functie automatisch wordt beëindigd. De tijdsduur kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Tijdsduur instellen
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Druk op C, totdat H benadrukt.
- Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop.
- Druk op DII ν. Het programma wordt gestart. D brandt. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display wordt 0300 weergegeven.
- Druk op G ν. Het signaal is uitgeschakeld.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Het apparaat is uitgeschakeld.
Tijdsduur wijzigen
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen. Na enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur wissen
- Druk op de toets wanneer de timerfunctie is ingesteld.
- Zet met de draaiknop de tijdsduur op 00:00
Na enkele seconden wordt de tijdsduur verwijderd. Het apparaat onderbreekt de werking niet.
10.4 Wekker
U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24 uur instellen. De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
Timer instellen
- Druk op de toets, totdat deze is benadrukt.
- Stel met de draaiknop de gewenste timertijd in.
Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
De timer start. Op het display brandt de timer. De timertijd loopt zichtbaar af.
Timer beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal. Op het display wordt 00:00 weergegeven.
Druk op een willekeurig symbool. De timer is uitgeschakeld.
Timer wissen
Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop. - Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
Timer wissen
Zet met de draaiknop de timertijd op 0000. De timer is uitgeschakeld.
11 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
11.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie Basisinstalling Keuze Beschrijving | ||
| c01Signaalduur = kort = 10 seconden | 12 = gemiddeld =30 seconden13 = lang = 2 minutes | Signaalduur van het verstijken van een tijsduur of de timer instellen. |
| c02Toetssignaal = uit | 01 = aan1 | Toetssignalen in- of uitscha-kelen. |
| c03Displayhelderheid = laag | 12 = gemiddeld13 = hoog | Helderheid van display in-stellen. |
| c04Tijdsweergave = uit | 01 = aan1 | Tijd op het display weerge-ven. |
| c05Verlichting van de binnen-ruimte | 0 = uitt = aan1 | Verlichting van de binnen-ruimte in- of uitschakelen. |
| c06Fabrieksinstelling = uit | 01 = aan | Gewijzigde instelleningen te-rugzetten maar de fabrieks-instellingen. |
| c07Demonstratiemodus = uit | 01 = aan | Demomodus in- of uitscha-kelen.Opmerking: De demonstra-tiestand is alleen zichtaarijdens de eerste 5 minuten na aansluiting van het ap-paraat. |
| c08Signaalsterkte = laag | 12 = gemiddeld13 = hoog | Geluidssterkte van het sig-naal instellen. |
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
11.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
- Houd C enkele seconden ingedrukt. Het display geeft de eerste basisinstelling weer.
- Wijzig de basisinstelling met de draaiknop.
- C indrukken. Het display geeft de volgende basisinstelling weer.
- Met O alle gewenste basisinstellingen selecteren en de waarden wijzigen.
- Houd om de wijzigingen op te slaan, enkele seconden ingedrukt.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.
11.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
Draai de functiekeuzeknop. Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
12 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
12.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
12.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.

WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.

WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur, om te voorkomen dat het oppervlak beschadigd raakt.
- Neem de aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht. → Pagina 135
- Neem de aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht.
- Tenzij anders vermeld:
- Reinig de verschillende onderdelen van het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog daarna af met een zachte doek.
12.3 Binnenruimte reinigen
- Houd de aanwijzingen bij de → "Reinigingsmiddelen", Pagina 135 aan.
- Gebruik heet zeepsop of azijnwater voor het reinigen.
- Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenru gebruiken.
Gebruik geen ovenspray, andere agressieve ovenreinigingsmiddelen of schuurmiddelen.
Om krassen op het oppervlak te voorkomen, geen schuursponsjes, ruwe sponsjes of panreinigingsmiddel gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden, altijd een lepel erin plaatsen.
- Met een zachte doek nadrogen.
Glazen bodem reinigen
- Houd de aanwijzingen bij de → "Reinigingsmiddelen", Pagina 135 aan.
- Glazen bodem met heet zeepsop en een zacht vaatdoekje schoonmaken. Geen metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. Niet schuren.
- Met een zachte doek nadrogen.
12.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 135
- De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorkant van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- Met een zachte doek nadrogen.
12.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 135
- Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- Meteen zachtede doek nadrogen.
12.6 Accessoires reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 135
- Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
- De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
- De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reinigen.
Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraal-spons of ovenreiniger.
- Met een zachte doek nadrogen.
12.7 Tips voor apparaatonderhoud
Neem de tips voor apparaatonderhoud in acht om de werking van het apparaat lang in stand te houden.
| Maatregel Voordeel | |
| Het apparaat alltijd schoon houden en vuil di-rect verwijderen. Maak de binnenruimte na elk ge-bruik schoon. | Dan zet het vuil zich nicht vast en brandt nicht in. |
| Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken onmiddelijk verwijderen. | Corrosie voorkomen. |
| Gebruik bij zeer vochtig gebak de pizza-bakplaat. | De binnenruimte worden dan nicht zo vuil. |
| Gebruik voor het braden een geschikte vom, bijv. een braadslede. | De binnenruimte worden dan nicht zo vuil. |
| Speciaal geschikte schoonmaak- en onderhoudsmiddelen(Int) Aunt u ko-pen bij de klantenservice.Houd u hierbij de betref-fende aanwijzingen van de fabrikant aan. | |
12.8 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
- Geen schraper gebruiken.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 135
- Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek en glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte.
- Met een zachte doek nadrogen.
12.9 Deurafdichting reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
- Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 135
- Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- Met een zachte doek nadrogen.
12.10 De binnenruimte handmatig drogen

WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Laat het voor de reiniging afkoelen.
- Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen.
- De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- De apparaatdeur open laten, tot de binnenruimte volledig gedroogd is.
12.11 EasyClean
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen in door het verdampen van zeepsop. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning instellen
- Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
- Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen.
- Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
- Magnetronvermogen op 600 W instellen.
- Tijdsduur op 5 minuten instellen.
- Magnetron starten.
- Na het verstreijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten houden.
- De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING-Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
13.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat werkkt nicht. Netstekker van de stroomkabel is Niet ingestoken. ► Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. | |
| Zekering is defect. ► Controller de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ► Controller de de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden waar inschakelen. ► Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geefijdens het telefoongesprek de exacte foulmelding door. → "Servicedienst", Page 151 | |
| Het apparaat warmt Niet op, op het dis- play knippert de dub- bele punt. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstelleningen. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minutes in de basisinstelleningen. |
| De magnetronfunctie worden afgebrozen. | Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden waar inschakelen. ► Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geefijdens het telefoongesprek de exacte foulmelding door. → "Servicedienst", Page 151 |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Er is een te Klein magnetronvermögen ingesteld. ► Kies een hoger magnetronvermögen. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan. ► Stel een langere tijsduur in. Voor een dubbele hoeveelheid is de dubbeleijd nodig. | |
| De gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ► Gerechten tussentijds omroeren of keren. | |
| De magnetron werkkt Niet. | De deur is Niet—helemaal gesloten. ► Ga na of er etensresten of een vreemd voorwerp tussen de deur geklemd zitten. |
| Dlwerd Niet ingedrukt. ► Druk op Dl | |
| Op het display knip- pert 12:00 en het symbool Ⓒ brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ► Stel deijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Page 127 |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het toestel is niet ingeschakeld. De stekker is niet ingedrukt. Op het display worden een tijdsduur weergegeven.
13.2 Aanwijzingen op het display
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Melding met "D" of "E" verschijnt in het display, bijv. D0111 of E0111. | Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden waar inschakelen. ✓ Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geefijdens het telefoongesprek de exacte foulmelding door. → "Servicedienst", Pagina 151 |
| Melding Überverschijnt in het display. | De automatische veiligheidsuitschakeling werk geactiveerd. ▶ Druk op een willekeurige button. |
| Melding Überverschijnt in het display. | Vocht in het bedieningspaneel. ▶ Bedieningspaneel latent drogen. |
14 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de juiste manier afvoert.
14.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijk afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
15 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
15.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het instellingsadvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kunt gebruiken en instellen.
Tip: Voor een selectie van gerechten heeft uw apparaat geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's.
- Selecteer een passend gerecht uit de overzichten.
Tips
Houd de volgende basisinformatie aan wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt: - → "Veiligheid", pagina 118 - → "Energie besparen", pagina 123 - → "Condenswater", pagina 126
- Wanneer u niet precies het gerecht of de toepassing vindt dat u wilt bereiden resp. uitvoeren, ga dan te werk aan de hand van een gelijksoortig gerecht.
- Accessoires uit de binnenruimte nemen.
- Geschikte vormen en accessoires kiezen. Gebruik het servies en accessoires welke in de instellingsaanbevelingen zijn aangegeven.
- Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Stel het apparaat in overeenkomstig de instellingsaanbevelingen.
6. WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
15.2 Tips voor een acrylamide-arme bereiding
Acrylamide is schadelijk voor de gezondheid en ontstaat wanneer u graanproducten en aardappelproducten bij zeer hoge temperaturen bereidt.
Gerecht Tip
| Algemeen • Houd de | |
| bereidingsstijden zo kort möglich | |
| • Gerechten goudbruin en nicht een te donkere kleur latent krijgen. | |
| • Gebruik grote,/DDke producten. Deze bevatten minded acrylamide. | |
| Gebak en koekjes • De temperatuur bij hete lucht op max. 180°C instellen. | |
| • Gebak en koekjes met ei of eigeel bestrijken. Dit vermindert de vorming van acrylamide. | |
| Oven-frites • Frites gelijkmatig en in een laag over de plaat verdelen. | |
| • Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites Niet uittrogen. | |
15.3 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron.
De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Het kan zijn dat u andere hoeveelheden heeft dan in de tabellen zijn aangegeven. Hiervoor geldt een vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Tips voor het ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
Vraag Tip
| U wilt een andere hoe-veelheid bereiden dan in de tabel is aangegeven. | De bereidingsstijden over-eenkomstig de vuistregel verlungen oforkanten: ■ Dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbelearend ■ Halve hoeveelheid = halvearend |
Ontdooien met de magnetron
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron.
- De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdoovloeistof verwijderen. Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
- Kwetsbare delen, zoals kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukjes aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
| Gerecht Accessoires / vor- | men | Inschuifhoogte | Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 800 g | Open vorm 1. 180 | ─ | 2. 90 | 1. 152. 10-20 |
1. De ontdooide delen van elkaar losmaken. 2. Het reeds ontdooide vlees verwijderen. 3. Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
| Gerecht Accessoires / vor- | men | Inschuifhoopte Magnetron- vermogen in watt | Tijdsduur in min. | ||
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 1,0 kg | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 202. 15-25 | |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 1,5 kg | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 302. 20-30 | |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 200 g1 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 32. 10-15 | |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 500 g1 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 15-20 | |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 800 g1 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 15-20 | |
| Gehakt, gemengd, 200 g2 | Open vorm | 90 10-15 | 2. 90 | ||
| Gehakt, gemengd, 500 g2 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10-15 | |
| Gehakt, gemengd, 800 g Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 102. 5-10 | ||
| Gevogelte of stukken gevogelte, 600 g | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 10-15 | |
| Gevogelte of stukken gevogelte, 1,2 kg | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 152. 25-35 | |
| Eend, 2,0 kg Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 202. 30-40 | ||
| Visfilet, viskotelet of plakken, 400 g1 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10-15 | |
| Hele vis, 300 g Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 32. 10-15 | ||
| Hele vis, 600 g Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 10-15 | ||
| Groente, bijv. erwten, 300 g Open vorm | 180 10-15 | 2. 90 | |||
| Groente, bijv. erwten, 600 g Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 5-10 | ||
| Fruit, bijv. frambozen, 300 g1 | Open vorm | 180 7-10 | 2. 90 | ||
| Fruit, bijv. frambozen, 500 g1 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 5-10 | |
| Boter ontdooien, 125 g Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 12. 2-4 | ||
| Boter ontdooien, 250 g Open vorm | 1. 360 | 2. 90 | 1. 12. 2-4 | ||
| Heel brood, 500 g Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 62. 5-10 | ||
| Heel brood, 1,0 kg Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 122. 15-25 | ||
| Gebak, droog, bijv. cake, 500 g3 | Open vorm | 90 15-25 | 2. 90 | ||
| Gebak, droog, bijv. cake, 750 g3 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10-15 | |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart, 500 g3 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10-15 | |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart, 750 g3 | Open vorm | 1. 180 | 2. 90 | 1. 72. 10-15 | |
1. De ontdooide delen van elkaar losmaken. 2. Het reeds ontdooide vlees verwijderen. 3. Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
Ontdooien en opwarmen van diepgevroren gerechten
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Neem kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking.
- Verdeel de gerechten vlak over het servies. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
- Roer of keer de gerechten tussendoor 2-3 keer om.
- Laat de gerechten na het opwarmen 1-2 minuten rusten.
- De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.
| Gerecht Accessoires / vor- | men | Inschuifhoogte Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaar ge-recht, 300-400 g | Gesloten servies 600-10-15 | ||
| Soep, 400 g Gesloten servies 600 8-15 | |||
| Eenpansmaaltijd, 500 g Gesloten servies 600 10-15 | |||
| Eenpansmaaltijd, 1 kg Gesloten servies 600 20-25 | |||
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 500 g | Gesloten servies 600-25-30 | ||
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 1 kg | Gesloten servies 600-25-30 | ||
| Vis, bijv. filetstukken, 400 g Gesloten servies 600 10-15 | |||
| Vis, bijv. filetstukken, 800 g Gesloten servies 600 18-20 | |||
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, ge-koekt, 250 g | Gesloten servies 600-2-5 | ||
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, ge-koekt, 500 g | Gesloten servies 600-8-10 | ||
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wor-tels, voorgegaard, 300 g | Gesloten servies 600-5-8 | ||
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wor-tels, voorgegaard, 600 g | Gesloten servies 600-14-17 | ||
| Spinazie a la crème, 500 g Gesloten servies 600 11-16 |
Opwarmen met de magnetron
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.

LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding - Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. - De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. - De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren. - De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten. - De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.
Babyvoeding:
- Flesje zonder speen of deksel op het rooster plaatsen.
- Na het opwarmen goed schudden of omroeren.
- Absoluut de temperatuur van de flesvoeding controleren.
| Gerecht Accessoires / vor- | men | Inschuifhoogte Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaar ge-recht, ca. 400 g | Open vorm 600 5-10 | ||
| Dranken, 200 ml Glas | Doe een lepel in het glas | 900 1-2 | |
| Dranken, 500 ml Glas | Doe een lepel in het glas | 900 2-4 | |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk, 150 ml1 | Flesjes zonder speen of deksel op de bodem van de binnenruimte plaat-sen | 360 1-2 | |
| Soep, 2 koppen elk 175 g Open vorm | 900 4-5 | ||
| Soep, 4 koppen, elk 175 g Open vorm | 900 5-6 | ||
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 500 g | Gesloten servies | 600 10-15 | |
| Eenpansgerecht, 400 g Gesloten servies | 600 5-10 | ||
| Eenpansgerecht, 800 g Gesloten servies | 600 10-15 | ||
| Groenten, 150 g Open vorm 600 2-3 | |||
| Groenten, 300 g Open vorm 600 3-5 | |||
| 1 Na het verwarmen goed schudden of omroeren. Controleer de temperatuur. | |||
Bereiden met magnetron
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
- De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten.
- De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.
- De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
- De groenten en de aardappelen in stukken van gelijke grootte snijden. Voor elke 100 g 1-2 el water toevoegen. Tussentijds doorroeren. Voor de rijst de dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
| Gerecht Accessoires / vor- | men | Inschuifhoogte Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Hele kop, vers, zonder ingewanden, 1,3 kg | Gesloten servies | 600-30-35 | |
| Visfilet, vers 400 g Gesloten servies | 600 10-15 | ||
| Groente, vers, 250 g Gesloten servies | 600 5-10 | ||
| Groente, vers, 500 g Gesloten servies | 600 10-15 | ||
| Aardappels, 250 g Gesloten servies | 600 8-10 | ||
| Aardappels, 500 g Gesloten servies | 600 10-15 | ||
| Rijst, 125 g + 250 ml water Gesloten servies | 1. 600 | 1. 7-9 | |
| 2. 180 | 2. 15-20 |
Tussendoor met de gard 2-3 keer roeren.
| Gerecht Accessoires / vor-men | Inschuifhoogte Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Rijst, 250 g + 500 ml water Gesloten servies 1.600 | 2.180 | 1.8-102.20-25 | |
| Zoete gerechten, bijv. pudding (in-stant) 500 ml1 | Gesloten servies 600-8 | ||
Tussendoor met de gard 2-3 keer roeren.
Popcorn voor de magnetron
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Gebruik geen porseleinen of sterk gewelfd bord.
- Plaats de glazen vorm altijd op het rooster. Naar gelang de hoeveelheid de tijdsduur aanpassen.
- Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Let op: heet!
| Gerecht Accessoires / vor-men | Inschuifhoogte Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. |
| Popcorn voor de magnetron, 100 g Rooster | 600 3-5 | |
| Glazen schaal |
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
Vraag Tip
| Uw gerecht is te droog.■ Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermögen.■ Dek het gerecht af en voeg meer vloeistof toe. | |
| Uw gerecht is na het verstreijken van deijd nog Niet ontdooid, opgewarmd of gaar. | Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten ismeerijd nodig. |
| Uw gerecht is na het verstreijken van deijd van binnen nog Niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. | Tussentijds doorroeren.■ Verlaag het magnetronvermögen en verlang de tijdsduur. |
| Uw vlees of gezogelte is na het ontdoieten van binnen nog steeds Niet ont-dooid, maar van buiten al gegaard. | Verlaag het magnetronvermögen.■ Grote te ontdoieten producten meerderemalen keren. |
Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.
Vraag Tip
| Uw gebak要去gelijkmattig rijzen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los UIT de bakvorm. |
| Klein gebak magijdens de bereiding Niet aan el-kaar plakken. | Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er vol-doendeplaats om het ge-bak goed te lately rijzen en helemaal bruin te lately worden. |
| Vaststellen of het gebak aufgebakken is. | Steek met een houten prikker op het hoogste puntplaats in het gebak. Wanner er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar. |
15.4 Taart en gebak
Instelaanbevelingen voor taart en gebak.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Een lagere temperatuur resulteert in een gelijkmatigere bruining.
Vraag Tip
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. |
Vraag Tip
| Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof. |
| ■ De vorm moet tot 250°C hittebestendig়n. |
| ■ In deze vormen worden het gebak minder bruin. |
| ■ Wonneer u de magnetron bijschakelt, wordt de tijsdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. |
Gebak in vormen
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Bakvormen van metaal zijn uitsluitend geschikt voor het bakken zonder magnetron.
- Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Cake, eenvoudig1 | Krans-of rechthoekige vorm | 170-180&0 40-50 | ||||
| Cake, fijn bijv.zandgebak1 | Krans-of rechthoekige vorm | 150-170&70-90 | ||||
| Taartbodem van beslag Taartbodem-vorm | 160-180&30-40 | |||||
| Vruchtentaart, fijn, van roer-deeg | Springvorm/tulbandvorm | 170-190&0 30-45 | ||||
| Biscuittaart, 3 eieren Springvormø 26 cm | 170-180&30-40 | |||||
| Vruchten-of kwarktaart met kruimeldeegbodem1 | Springvormø 26 cm | 170-180&80 35-45 | ||||
| Pizza Ronde piz-zaplaat | 220-230&15-25 | |||||
| Hartig gebak, bijv. quiche Springvormø 26 cm | 200-220&50-70 | |||||
| Notentaart Springvormø 26 cm | 170-180&0 30-35 | |||||
| Gistdeeg met vochtige be-dekking | Ronde piz-zaplaat | 170-190&55-65 | ||||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Ronde piz-zaplaat | 170-190&35-45 | ||||
| 1 Het gebak ca. 20 minutes in de oven latent afkoelen. | ||||||
Klein gebak
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
- Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht Accessoires / | Vormen | Inschuifhoog-te | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Koekjes Ronde pizzaplaat | 150-170 20-35 | ─ | ✕ | ||
| Macarons Ronde pizzaplaat | 110-130 35-45 | ─ | ✕ | ||
| Schuimgebak Ronde pizzaplaat | 100 80-100 | ─ | ✕ | ||
| Muffins Muffinplaat op | het rooster | ─ 160-180 | 35x40 | ||
| Bladerdeeggebak Ronde pizzaplaat | 190-200 35-45 | ─ | ✕ |
Brood en broodjes
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
- Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuifhoog-te | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Brood, 1,5 kg Langwerpige | bakvorm | 1.230 | 2.200-210 | 1.10-152.40-50 | |
| Broodjes, bijv. tarwebroodjes Ronde pizzaplaat | 210-230 25-35 | ||||
Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag Tip | |
| Uw gebak zakt in. ■ Houd de opgegeven ingrediën en bereidingsaanwijzinge n in het recept aan. ■ Gebruik minder vloeistof. Of: ■ Verlaag de baktemperatuur met 10 °C en verleng de baktijd. | |
| Uw gebak is te droog. | Verhoog de baktemperaatuur met 10 °C en verkort de baktijd. |
| Uw gebak is over het ge-heel te Licht. | ■ Controller de inschuifhoogte en de accessoires. ■ Verhoog de baktemperatuur met 10°C. Of: ■ Verleng de baktijd. |
| Uw gebak is aan de bo-venkant te Licht, maar aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak=eén ni-veau hoger. |
| Vraag Tip | |
| Uw gebak is aan de bo- venkant te donker, maar aan de onderkant teicht. | ■ Plaats het gebak=eén niveau lager. ■ Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | ■ Verlaag de baktemperatuur. ■ Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. ■ Plaats de bakvorm in het midden. ■ Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel möglichk eenvormig makeen. |
| Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog Niet goed doorbak- ken. | ■ Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. ■ Minder vloeistof toevoegen. Bij gebak met vochtige bedekking: ■ De bodem voorbakken. ■ Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel. ■ Leg de bedekking op de bodem. |
Vraag Tip
Het gebak maar niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten.
Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen. Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel.
Tussen vorm en rooster ontstaan vlekken.
- Controleer of de vorm van buiten schoon is. Wijzig de positie van de vorm in de binnenruimte. Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur.
15.5 Braden en grillen
Instellingsaanbevelingen voor bakken en grillen. Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in.
Braden in vormen
Maakt u gerechten in servies klaar, dan kunt u ze eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en direct in het servies opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
- Plaats de vorm op het rooster.
- Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruimte past. Vormen van glas zijn het meest geschikt. Plaats uw glazen vormen op een droge onderzetter. Wanneer de ondergrond nat of koud is, dan kan het glas knappen.
- De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
- Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Open vorm
Gebruik een hoge braadvorm.
Gesloten servies
- Gebruik een passend, goed sluitend deksel. Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.

WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur en is niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, dat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
Mager vlees of stoofvlees
- Ca. 1/2 cm hoog vloeistof in de vorm doen, bijv. water, wijn, azijn of iets soortgelijks. De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, van het materiaal van de vorm en van het feit of u een deksel gebruikt.
In geëmailleerde of donkere metalen ovenschotels is meer vloeistof nodig dan in glazen servies. Voor stoofvlees iets meer vloeistof toevoegen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Indien nodig nog wat vloeistof erbij schenken.
- Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd.
Vis
- Doe voor het stomen van vis 1-3 eetlepels vloeistof in de vorm, bijv. citroensap of azijn.
Grillen
Grill gerechten die knapperig moeten worden.
- Grill altijd met een gesloten apparaatdeur. Niet voorverwarmen. Gebruik grillstukken van gelijk gewicht en gelijke dikte.
Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals.
Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster. - Keer de grillstukken met een grilltang.
Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen.
Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: Donker vlees, bijv. rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis worden aan de oppervlakte lichtbruin, maar zijn van binnen gaar en sappig.
Het grillelement wordt steeds aan- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand.
Bij het grillen kan rook ontstaan.
Tips voor het braden en stoven
Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden en stoven.
Vraag Tip
Mager vlees moet niet uitdrogen.
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Vraag Tip
| U wilt een braadstuk met zwoerd bereiden. | ■ Snij de zoord kruislings in. ■ Braad het braadstuk eerst met de zoord maar onder. |
Vraag Tip
| De binnenruimte moet zo schoon möglichblijven. | ■ Bereid het product in een gesloten braadslede bij een hoge temperatuur. |
| Vlees moet heet en sap-pig blijven, bijv. rosbief. | ■ Wanner het broadstuk maar is, deze 10 minute in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte lately rusten. Zo kan het vleessap zich better verdelen. Bij de opgegeven bereidingsstijd is de aanbevolen rusttijd nicht inbegrenpen.■ Wikkel het product na de bereiding in aluminiumfolie. |
Rundvlees
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding - De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer de rosbief en de rundersteaks na de helft van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C / grill-stand | Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | Rooster Gesloten ser-vies | 180-200 | 120-145 | |||
| Rosbief, medium, ca. 1 kg | Rooster Open vom | 210-230 | 180 30-40 | |||
| Rundersteak, medium, 2-3 stuks, 2-3 cm dik, elk 200 g | Rooster Glazen schaal | 3 - 20-30*** | ||||
Varkensvlees
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer het braadstuk zonder zwoerd na de helft van de bereidingstijd. Laat het braadstuk tot slot nog ca. 10 minuten staan. Leg het vlees met het zwoerd hierboven in de vorm. Snijd de zwoerd in. Keer het braadstuk niet. Laat het braadstuk tot slot nog ca. 10 minuten staan.
- Keer de halstukken na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C / grill-stand | Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Vlees zonder zwoer, bijv. halsstuk, ca. 750 g | Rooster Gesloten ser-vies | 220-230 | 80 40-50 | |||
| Vlees met zwoer, bijv.schouder, ca. 1 kg | Rooster Open vom | 190-210 | 130-150 | |||
| Halsstuk, 2-3 stuks, 2-3 cm dik | Rooster Glazen schaal | 3 - 25-35*** |
Overige vleesgerechten
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
- Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan. Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C / grill-stand | Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. |
| Gebraden gehakt,ca. 750 g | RoosterOpen vom | 180-200 | 600 15-20 | |||
| Worstjes om te grillen, 4 tot6 stuks, elk ca. 150 g | RoosterGlazen schaal | 3 - 25-35*** | ||||
Gevogelte
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg hele kippen met de borstzijde naar beneden. Keer ze halverwege de bereidingstijd. Leg kipdelen en eendenborst met de huidzijde naar boven. Keer de gerechten niet.
- Keer ganzenbouten halverwege de bereidingstijd. Prik in de huid.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C / grill-stand | Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. |
| Kip, heel, ca. 1,2 kg Rooster | Gesloten ser-vies | ~220-230&60 35-45 | ||||
| Kipdelen, ca. 800 g Rooster | Open vom | ~210-230&60 20-30 | ||||
| Eendenborst, ca. 500 g Rooster | Glazen schaal | ~3 90 20-30 | ||||
| Ganzenborst, ganzenbou-ten, 700-900 g | RoosterOpen vom | ~210-230&0 30-40 | ||||
Vis
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg voor het grillen de hele vis, bijv. zalm of forel, in het midden van het rooster. Vet het rooster van tevoren in met olie.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuifhoog- te | Verwar- mingsme- thode | Grillstand Tijdsduur in min. |
| Viskotelet, 2-3 stuks, elk 150 g | Rooster Glazen schaal | ─ | 3 | 20-25 |
| Hele vis, 2-3 stuks, elk 300 g | Rooster Glazen schaal | ─ | 3 | 20-30 |
Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
| Uw braadstuk is te don-ker en de korst op som-mige plekken verbrand. | ■ Kies een lagere temperatuur.■ Verkort de braadduur. |
Vraag
Tip
Uw braadstuk is te droog.
Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur.
| Vraag Tip | |
| De korst van uw braad-stuk is te dun. | ■ Verhoog de temperatuur. Of:■ Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
| Uw braadsaus is aange-brand. | ■ Kies eenkleinere vom. ■ Voeg bij het bradenmeer vloeistof toe. |
| Uw braadsaus is te licht en te waterig. | ■ Kies een grotere vom om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. ■ Voeg bij het braden minder vloeistof toe. |
| Vraag Tip | |
| Wanner u vlees stooft,brandt het vlees aan. | ■ Controller of de braadvorm en het deksel bij elkaar passen en goed sluiten. ■ Verlaag de temperatuur. ■ Voeg bij het stoven vloeistof toe. |
| Uw braadstukken zich nicht maar. | ■ Snij het braadvlees in stukken. ■ Maak de saus in de braadvorm klaar. ■ Leg de braadstukken in de saus. ■ Met de magnetron de braadstukken.gaar make. |
15.6 Ovenschotels, gratins en toast
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
- Gebruik voor ovenschotels en aardappelgratins een 4 tot 5 cm hoge magnetron- en hittebestendige ovenschotel.
- Laat ovenschotels en gratins nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren.
- Toast de sneetjes toast voor.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C / grill-stand | Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. |
| Ovenschotel, zoet, ca. 1,5 kg | Open vorm | 140-160 | 360 | 25-30 | ||
| Ovenschotel, hartig, vanbereide ingredienten, ca. 1 kg | Open vorm | 150-170 | 600 | 20-25 | ||
| Aardappelgratin van rauwe ingredienten, ca. 1,1 kg | Open vorm | 210-220 | 600 | 20-25 | ||
| Toast grillen, 4 stucks Rooster | 3 - 8-10 |
15.7 Diepvries kant-en-klaar-producten
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking aan. - De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. - Patat, aardappelkroketten en rösti niet over elkaar leggen en na de helft van de bereidingstijd keren.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Pizza met dunne bodem Rooster | 220-230 - 10-15 | |||||
| Pizza-baguette Rooster | 1. - | 1.600 | 1.2 | |||
| 2.220-230 | 2. - | 2.13-18 | ||||
| Patat Ronde piz-zaplaat | 220-230 0 10-15 | |||||
| Aardappelkroketen | Ronde piz-zaplaat | 210-220 0 10-15 | ||||
| Rösti, gevulde aardappel-vorpjes | Ronde piz-zaplaat | 200-220 | 15-20 | |||
| Strudel Ronde piz-zaplaat | 220-230 | 20-30 | ||||
| Ovenschotels, bijv. lasagne,ca. 450 g | Gesloten ser-vies | 220-230 | 600 10-15 | |||
15.8 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Ontdooien met de magnetron
| Gerecht Accessoires / vor-men | Inschuifhoogte Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. |
| Vlees, 500 g Open vorm Bodem van de | 1. 180 | 1. 5 |
| binnenruimte | 2. 90 | |
| 2. 10-15 |
Bereiden met magnetron
Instellingstemperaturen voor het bereiden van testgerechten met de magnetron.
| Gerecht Accessoires / vor-men | Inschuifhoogte Magnetron-vermögen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Vla, 1 kg Open vorm Bodem van de binnenruimte | 1.6002.180 | 1.10-132.20-30 | |
| Biscuittaart, 475 g Open vorm Bodem van de binnenruimte | 600 8-10 | ||
| Gehakt, 900 g Open vorm Bodem van de binnenruimte | 18-23 | 18-23 | |
Bereiden in combinatie met magnetron
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik voor de kip een hoge vorm. Leg de kip met de borst naar onderen. Keer deze halverwege de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuif-hoogte | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetron-vermogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Aardappelgratin | Rooster | 210-220 | 600 25-30 | |||
| Open vorm | ||||||
| Gebak | Rooster | 190-200 | 80 20-27 | |||
| Open vorm | ||||||
| Kip Rooster | 190 | 360 30-45 | ||||
| Open vorm |
Bakken
Opmerking: De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuifhoog-te | Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Biscuit Rooster | SpringvormØ 26 cm | 170-180 | 3040 | ||
| Bedekte appeltaart Rooster | SpringvormØ 20 cm | 170-190 | 80100 | ||
| Spritsgebak Glazen schaal | 160-170 30-35 | 170-190 | 80100 | ||
| Kleine cakes Glazen schaal | 160-170 25-30 | 170-170 25-30 |
Grillen
Opmerking: Keer de beefburger na de helft van de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / | vormen | Inschuifhoog-te | Verwar-mingsme-thode | Grillstand Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen Rooster 3 4-5 | ─ | ─ | ||
| Beef burgers, 9 stucks Rooster | Glazen schaal | 3 35-45 | ─ |
16 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.

17.2 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade. Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen. Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65 °C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
17.3 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Alleen een elektricien mag, rekening houdende met de desbetreffende voorschriften, een stopcontact plaatsen of een aansluitkabel vervangen.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact aansluiten.
- Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toegankelijk is, moet een schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm worden geïnstalleerd. De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
17.4 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm aan.
De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieopening van 50 cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen. Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen niet afdekken.
17.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.

17.6 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.

Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, neem dan het installatievoorschrift voor de kookplaat in acht.
17.7 Hoekinbouw
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.

17.8 Apparaat inbouwen
- Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
- Schroef het apparaat op het meubel vast.


17.9 Apparaat demonteren
- Maak het apparaat spanningsloos.
- Draai de bevestigingsschroeven los.
- Til het apparaat op en trek het helemaal naar buiten.


REGISTREER UW PRODUCT
ONLINE NEFF-HOME.COM
