IR 3200 - Fornuis TEKA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IR 3200 TEKA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IR 3200 - TEKA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IR 3200 van het merk TEKA.
GEBRUIKSAANWIJZING IR 3200 TEKA
Veiligheidswaars- chuwingen: Wees voorzich- tig. In geval van een breuk of barst in het keramische glas, moet de stroomtoe- voer onmiddellijk uitgeschakeld wor- den om het risico voor een elektrische schok te vermijden. Dit apparaat is niet ontworpen om te functioneren met behulp van een externe timer (niet ingebouwd in het apparaat) of afs- tandsbediening. Dit apparaat mag niet gereinigd worden met een sto- omreiniger. Wees voorzich- tig. Tijdens de wer- king van het appa- raat, kunnen het toestel en zijn toe- gankelijke elemen- ten warm worden. Vermijd het aanra- ken van de verwar- m i n g s e l e m e n t e n . Kinderen jonger dan 8 moeten zich verwij- derd houden van de kookplaat, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt wor- den door kinderen van acht of ouder, personen met ver- minderde fysieke, sensorische of men- tale capaciteit of gebrek aan ervaring en vaardigheden, DOCH UITSLUITEND onder toezicht, of indien ze de gepaste aanwijzingen gekre- gen hebben voor gebruik van het apparaat en de inhe- rente gevaren hier- van begrijpen. Kin- deren mogen het apparaat uitsluitend onder toezicht scho- onmaken en onder- houden. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. Wees voorzich- tig. Koken met vet of olie zonder dat u aanwezig bent, is gevaarlijk wegens het risico voor brand. Probeer NOOIT een brand met water te blus- sen! in dit geval moet u het apparaat uitschakelen en de vlammen afdekken met een deksel, bord of dekentje. Laat geen voor- werpen staan op de kookvelden van de plaat. Vermijd moge- lijk brandgevaar. De inductiege- nerator voldoet aan de geldige Europese regelgeving. Niette- min raden we aan dat personen met h a r t a p p a r a t u u r , zoals pacemakers, hun arts raadplegen of in geval van twij- fel, de inductievel- den niet gebruiken.. Metalen voor- werpen zoals mes- sen, vorken, lepels en deksels, worden best niet op het kookplaatoppervlak gelegd, daar ze warm zouden kun- nen worden . Na gebruik moet u de kookplaat ste- eds uitschakelen en niet enkel de pot of pan verwijderen. Doet u dit niet, dan kan de kookplaat ongewild beginnen functioneren, indien er per ongeluk een andere pot of pan op geplaatst wordt tij- dens de detectiepe- riode voor potten of pannen. Vermijd mogelijke ongeva- llen! Installatie Plaatsing met besteklade Wenst u een meubel of besteklade te plaatsen onder de kookplaat, dan moet tussen beiden een scheidingsplank geplaatst worden. Op deze wijze wordt toevallig contact met het warme opper- vlak van de behuizing van het apparaat voorkomen. De plank moet 20 mm onder het onderste deel van de kookplaat gemonteerd worden. Elektrische aansluiting Vooraleer de kookplaat op het elektri- citeitsnet aan te sluiten, moet u contro- leren of de spanning (voltage) en haarNL
Opgelet! De elektrische aansluiting moet voorzien zijn van een correcte aarding die voldoet aan de geldige regelgeving, is dit niet het geval, dan zal de plaat mogelijk storingen vertonen. Abnormaal hoge overspan- ningen kunnen het bedieningssys- teem beschadigen (zoals gebeurt met eender welk elektrisch appa- raat). Er wordt aangeraden de inductieplaat niet te gebruiken tij- dens het pyrolitisch reinigen van pyrolitische ovens, wegens de hoge temperatuur die dit apparaat bereikt. Iedere manipulatie of herstelling van het apparaat, met inbegrip van het vervangen van de exibele voedingskabel, dient uitgevoerd te worden door de officiële technische dienst van TEKA. Alvorens het fornuis van het elektriciteitsnet te ontkoppelen, wordt aanbevolen de afzetschakelaar uit te schakelen en ongeveer 25 seconden te wachten voor het uittrekken van de stekker. Deze tijd is nodig voor het volledig ontladen van het elektronische circuit en zo de mogelijkheid van een elektrische ontlading via de stekkercontacten te voorkomen. Bewaar het garantiebewijs of eventueel het technisch gegevensblad samen met de handleiding gedurende de levensduur van het apparaat. Het bevat belangrijke technische gegevens van het toestel. Gebruik en on- derhoud Handleiding van de aanraakgevoelige bediening HANTERING ELEMENTEN
vereiste functie in te schakelen. Elke actie wordt geverieerd met een pieptoon. Gebruik de cursor schuifregelaar (2) om het stroomniveau aan te passen (0-9) door hem te verschuiven met uw vinger. Als u naar rechts verschuift, verhoogt u de waarde, als u naar links schuift, verlaagt u de waarde. Het is ook mogelijk rechtstreeks een stroomniveau te selecteren door uw vinger rechtstreeks op het gewenste punt van de cursor schuifregelaar (2) te plaatsen. Om een plaat te selecteren op deze modellen kunt u de cursor schuifregelaar rechtstreeks aanraken (2).
HET APPARAAT INSCHAKELEN
1 Raak de On touch toets (1) gedurende minimum één seconde aan. De aanraakgevoelige bediening wordt ingeschakeld, u hoort een pieptoon en de controlelampjes (3) lichten op en geven een “-” weer. Als een van de kookplaten warm is, zal het overeenstemmende controlelampje knipperen en H en “-” weergeven. Als u niets doet binnen de 10 seconden schakelt de aanraakgevoelige bediening automatisch uit. Als de aanraakgevoelige bediening ingeschakeld is, kunt u ze altijd uitschakelen door de aanraaktoets (1) aan te raken, zelfs als de toets vergrendeld is (vergrendelingsfunctie ingeschakeld). De aanraaktoets (1) krijgt altijd prioriteit om de aanraakgevoelige bediening uit te schakelen. KOOKPLATEN INSCHAKELEN Zodra de Aanraakgevoelige bediening wordt ingeschakeld met sensor (1) kan elke plaat worden ingeschakeld door deze stappen te volgen: 1 Schuif uw vinger of raak een positie aan van een van de schuifregelaar sensoren (2). De zone werd geselecteerd en getlijktijdig wordt het stroomniveau ingesteld tussen 0 en 9. Die stroomwaarde wordt weergegeven op de overeenstemmende stroomindicator en het decimale punt (4) licht op gedurende 10 seconden. 2 Gebruik de cursor schuifregelaar (2) om een nieuw bereidingsniveau te selecteren tussen 0 en 9. Zolang de plaat geselecteerd is, met andere woorden, als het decimale (5) punt oplicht, kan het stroomniveau worden gewijzigd.
EEN PLAAT UITSCHAKELEN
Verlaag het stroomniveau naar niveau 0 met de schuifregelaar (2). De kookplaat schakelt uit. Als een kookplaat uitgeschakeld wordt, verschijnt een H in de stroomindicator (3) als het glazen oppervlak van de betrokken kookplaat warm is en er een risico bestaat op brandwonden. Als de temperatuur daalt, schakelt de indicator (3) uit (als de kookplaat uitgeschakeld is) of zo niet licht een “-” op als de kookplaat nog steeds ingeschakeld is.
ALLE PLATEN UITSCHAKELEN
Alle platen kunnen gelijktijdig worden uitgeschakeld met de algemene aan/uit-sensor (1). Alle plaat- indicatoren (3) schakelen uit. Als de uitgeschakelde kookplaat warm is, geeft de indicator H weer. Pandetectie Inductie kookplaten hebben een ingebouwde pan detectie. De plaat zal dus uitschakelen als er geen pan aanwezig is of als de pan niet geschikt is. De stroomindicator (3) geven een symbool weer om aan te geven dat “er geen pan aanwezig is” als er, met de plaat ingeschakeld, geen panwordt gedetecteerd of als de pan niet geschikt is. Als een pan van de kookplaat wordt gehaald terwijl de plaat ingeschakeld is, zal de plaat automatisch geen energie meer ontvangen en het symbool voor “er is geen pan” verschijnt. Als er opnieuw een pan op de kookplaat wordt geplaatst, wordt opnieuw energie geleverd op hetzelfde vooraf geselecteerde stroomniveau. De tijdsduur voor de detectie van pannen is 3 minuten. Als er tijdens deze tijdsduur geen pan wordt geplaatst, of als de pan niet geschikt is, schakelt de kookplaat uit. Aan het einde schakelt u de kookplaat uit met de aanraakgevoelige bediening. Zo niet kan een ongewenste bewerking worden uitgevoerd als er een pan per ongeluk op de kookplaat wordt geplaatst tijdens deze drie minuten. Vermijd potentiële ongevallen! Blokkeren functie Met de Blokkeren functie kunt u de andere sensoren blokkeren, behalve de aan/uit sensor (1) om ongewenste bewerkingen te vermijden. Deze functie is nuttig als een kinderbeveiliging. Om deze functie in te schakelen, raakt u de aanraaksensor (6)/ (7)gedurende minimum één seconde aan. Daarna schakelt het pilootlampje (8) in om aan te tonen dat het bedieningspaneel geblokkeerd is. Om de functie uit te schakelen, raakt u eenvoudig opnieuw de sensor (6)/ (7) aan. Als de aan/uit sensor (1) wordt gebruikt om het apparaat uit te schakelen als de blokkeren functie ingeschakeld is, is het niet mogelijk de kookplaat opnieuw in te schakelen tot ze gedeblokkeerd is. De pieptoon uitschakelen Als de kookplaat ingeschakeld is en u drukt gelijktijdig op de aanraaktoets (11) en de vergrendeling aanraaktoets (6)/ (7) gedurendeNL
drie seconden wordt de pieptoon die weerklinkt bij elke actie uitgeschakeld. De tijdsindicator (12) geeft “OF” weer. Deze uitschakeling geldt niet voor alle functies, bijvoorbeeld de pieptoon voor aan/uit, als de tijdsduur van de timer verstreken is of het vergrendelen/ ontgrendelen van de aanraaktoetsen blijft ingeschakeld. Als u de pieptoon opnieuw wilt inschakelen bij de acties drukt u opnieuw gelijktijdig op de aanraaktoets (11) en de vergrendeling toets (6)/ (7) gedurende drie seconden. De tijdsindicator (12) geeft “On” weer. Stroomfunctie Deze functie levert “extra” vermogen aan de plaat boven de nominale waarde. Dit vermogen hangt af van de grootte van de plaat met de mogelijkheid de maximum toegelaten waarde van de generator te behalen. 1 Schuif uw vinger boven de overeenstemmende cursor schuifregelaar (2) tot de stroomindicator (3) “9” weergeeft. Houd de vinger gedurende één seconde ingedrukt of raak onmiddellijk “ ” aan en houd uw vinger gedurende één seconde ingedrukt. 2 De stroomniveau indicator (3) geeft het symbool weer en de plaat begint het extra vermogen te leveren. De Stroomfunctie heeft een maximum duur gepreciseerd in Tabel 1. Als deze tijdsduur verstreken is, wordt het stroomniveau automatisch aangepast op 9. Er weerklinkt een geluidssignaal. Wanneer de Stroomfunctie in een kookplaat wordt ingeschakeld, is het mogelijk dat de prestatie van de andere platen wordt beïnvloed en dat hun vermogen verlaagt. In dat geval wordt dit aangegeven met de indicator (3). De Stroomfunctie kan worden uitgeschakeld voor de tijdsduur verstreken is met de aanraak cursor “schuifregelaar” om het stroomniveau te wijzigen of door stap 3 te herhalen. Timer-functie (aftelklok) Met deze functie is het gemakkelijker eten te bereiden omdat u niet voortdurend aanwezig moet blijven. U kunt een timer instellen voor een plaat en de plaat schakelt uit zodra de tijdsduur verstreken is. Voor deze modellen kunt u gelijktijdig elke plaat programmeren voor een tijdsduur van 1 tot 90 minuten. Een timer instellen op een plaat. Zodra het stroomniveau ingesteld is op de gewenste zone en terwijl het decimale punt van de zone ingeschakeld blijft, kunt u een timer instellen voor de kookplaat. Dit doet u als volgt: 1 Raak sensor (10) of (11) aan. De timer indicator (12) geeft “00” weer en de overeenstemmende zone indicator (3) geeft het symbool weer dat alternerend knippert met het huidige stroomniveau. 2 Stel onmiddellijk daarna een bereidingsduur in tussen 1 en 99 minuten met de sensoren (10)
(11). Bij de eerste start de waarde met 60, en bij de tweede start ze met 01. Als u de sensoren (10) ó (11) ingedrukt houdt, wordt de waarde teruggeplaatst op
00. Als er minder dan één minuut
resteert, begint de klok af te tellen in seconden. 3 Als de timer indicator (12) stopt met knipperen, begint hij automatisch af te tellen. De indicator (3) van de kookplaat met timer geeft alternerend het geselecteerde stroomniveau en het symbool weer. Zodra de geselecteerde bereidingstijd verstreken is, schakelt de kookplaat met timer uit en de klok geeft een reeks pieptonen weer gedurende een aantal seconden. Om het hoorbare signaal uit te schakelen, raakt u een sensor aan. De timer indicator (12) geeft een knipperende 00 weer naast het decimale punt (4) van de geselecteerde zone. Als de uitgeschakelde kookplaat warm is, geeft de stroomindicator alternerend het H-symbool en een “-“ weer. . Als u gelijktijdig een timer wilt inschakelen op andere kookplaat moet u stappen 1 tot 3 herhalen. Als u een timer hebt ingeschakeld voor een of meerdere zones geeft de timer indicator (12) standaard de kortste resterende tijdsduur weer, en een “t” verschijnt op de betrokken zone. De andere zones met timers geven op hun overeenstemmende indicatorzones een knipperend decimaal punt weer. Wanneer de cursor ‘schuifregelaar” of een andere timer ingedrukt is, geeft de timer de resterende tijdsduur van die zone weer gedurende een aantal seconden en de indicator geeft alternerend het stroomniveau of de “t” weer. De geprogrammeerde tijdsduur wijzigen. Om de geprogrammeerde tijdsduur te wijzigen, moet u de cursor “schuifregelaar” (2) van de zone met timer indrukken. Daarna kunt u de tijdsduur aezen en wijzigen. U kunt de geprogrammeerde tijdsduur wijzigen met de sensoren (10) en (11). De klok loskoppelen : Als u de klok wilt stopzetten voor de geprogrammeerde tijdsduur verstreken is, kunt u eenvoudig de waarde aanpassen op “--”. 1 Selecteer de gewenste plaat. 2 Pas de waarde van de klok aan op “00” met de sensor (10). De klok wordt geannuleerd. Dit is ook mogelijk door snel en gelijktijdig op de sensoren (10) en (11) te drukken. Stroombeheerfunctie De modellen zijn uitgerust met een vermogensbeperkingsfunctie (vermogensmanagement). Deze functie biedt de mogelijkheid het totale vermogen van een kookplaat in te stellen op verschillende waardenNL
geselecteerd door de gebruiker. In dit kader hebt u toegang tot het stroombeperking menu tijdens de eerste minuut nadat u de kookplaat hebt aangesloten op het netwerk. 1 Druk gedurende drie seconden op de (11) aanraaktoets. De PL letters verschijnen op de tijdsindicator (12 2 Druk op de vergrendeling aanraaktoets (6)/ (7). De verschillende stroomwaarden waarop de kookplaat kan worden beperkt verschijnen en deze kunnen worden gewijzigd met de (11) en (10) sensoren. 3 Zodra de waarde geselecteerd is, drukt u een maal op de vergrendeling aanraaktoets (6)/ (7). De kookplaat wordt beperkt op de geselecteerde stroomwaarde. Als u de waarde opnieuw wilt wijzigen, moet u de kookplaat loskoppelen en na een aantal seconden opnieuw inschakelen. Zo krijgt u opnieuw toegang tot het stroombeperking menu. Elke maal het stroomniveau van een kookplaat wordt gewijzigd, zal de stroombeperker het totale vermogen berekenen dat wordt gegenereerd door de kookplaat. Als u de totale stroomlimiet hebt bereikt, zal de aanraakgevoelige bediening u niet toelaten het stroomniveau van die kookplaat te verhogen. De kookplaat geeft een pieptoon weer en het stroom controlelampje (3) zal knipperen op het niveau dat niet mag worden overschreden. Als u die waarde wilt overschrijden, moet u het vermogen van de andere kookplaten verlagen. Soms volstaat het niet een andere te verlagen met een niveau want dit hangt af van het vermogen van elke kookplaat en het ingestelde niveau. Het is mogelijk dat, als u het niveau van een grote kookplaat wilt verhogen, u meerdere kleinere platen moet verlagen. Als u de snelle inschakelfunctie gebruikt op maximum vermogen en deze waarde is hoger dan de waarde ingesteld door de limietwaarde wordt de kookplaat ingesteld op het maximum niveau. De kookplaat geeft een pieptoon weer en de stroomwaarde knippert twee maal op het controlelampje (3). Speciale functies: CHEF (naargelang het model) De Touch Control heeft speciale kenmerken die de gebruiker helpt gerechten te bereiden met de CHEF sensor (9). Deze functies zijn beschikbaar naargelang het model. Om een speciale functie te activeren op een zone: 1 Eerst moet ze worden geselecteerd; en daarna is het decimale punt (4) ingeschakeld op de stroomindicator (3). 2 Klik nu op de CHEF sensor (9). Elke maal u de knop indrukt, verspringt u één voor één naar de volgende beschikbare CHEF functie in elke zone. Deze functies geven de activering weer met de overeenstemmende led-indicatoren (14), (15), (16), en (17). Als u een speciale actieve functie wilt annuleren, moet u de schuifregelaar sensor (2) in de ‘’0’’-stand
Deze functie stelt automatisch een geschikt stroomniveau in om uw bereide gerechten warm te houden. Om deze functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (9) tot de led (16) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3). U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen. MELTING FUNCTIE Deze functie handhaaft een lage temperatuur in de kookzone. Ideaal om eten te ontdooien of om andere etenswaren zoals chocolade, boter, etc. langzaam te smelten. Om deze functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (9) tot de led (15) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3). U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen. SIMMERING FUNCTIE Deze functie geeft de mogelijkheid tot sudderen. Als uw gerechten klaar zijn, schakelt u de plaat in door ze te selecteren en drukt u op de CHEF sensor (9) tot de led (14) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3). U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen. Afb. 5NL
(afhankelijk van het model) Deze functie maakt het mogelijk de flexibele zone in drie gebieden te verdelen (zie afb. 2) en activeert een vooraf ingestelde vermogensconfiguratie. Hiermee kunnen pannen van het ene gebied naar het andere worden verschoven om te bereiden met het vermogen dat aan iedere zone is toegewezen Om deze te activeren dient u eerste de Flex Zone-functie te activeren (zie hoofdstuk Flex Zone-functie). Hierna drukt u op de CHEFKOK- sensor (9) totdat de leds (17) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Als u dit doet, tonen de vermogensindicators (3) drie segmenten (zie afb. 3) die aangeven dat u de pan kunt plaatsen. Als de pan eenmaal is geplaatst, verschijnt het vermogensniveau automatisch in de vermogensindicatoren (3): voor zone #1 is het vermogensniveau 3, voor zone #2 is het vermogensniveau 5 en voor zone #3 is het vermogensniveau 9 (zie afb. 2 en 4). Om deze functie te deactiveren moet u de schuifcursor (2) naar de 0-stand zetten. Afb. 2 Flex Zone functie (naargelang het model) Met deze functie kunnen de kookzones samen in werking worden gesteld, een vermogensniveau worden gekozen en de timerfunctie voor beide zones worden geactiveerd. Om deze functie in te schakelen, drukt u op de sensor (7). Hierdoor zullen de decimale punten (4) van de verbonden platen oplichten en de waarde “0” verschijnt op de stroomindicatoren (3). De klok timer indicator (12) geeft drie segmenten weer ter aanduiding van de ingeschakelde zones. U hebt een aantal seconden om de volgende bewerking uit te voeren; zo niet wordt de functie automatisch uitgeschakeld. (zie Afb. 5). Nadat de Flex Zone is gekozen, kunt u het vermogen toewijzen door een van de schuifcursors (2) van Afb. 3 Afb. 4NL
de gelinkte zone aan te raken. Het vermogensniveau en de variaties hiervan worden tegelijkertijd op de vermogensindicators (3) van beide zones weergegeven. De led (7) op het pictogram gaat branden. Om deze functie te deactiveren moet u de schuifcursor (2) naar de 0-stand zetten. Als de functie wordt uitgeschakeld, worden ook de vermogensniveaus en toegewezen functies aan de desbetreende zones gewist. Veiligheidsuitschakeling Worden per vergissing één of meerdere kookvelden niet uitgeschakeld, dan schakelt het toestel zich na een bepaalde tijd vanzelf uit (zie tabel 1). Tabel 1 Geselecteerd vermogensniveau MAXIMALE WERKINGSTIJD (in uren)
10 minuten , aangepast naar niveau 9 Nadat de veiligheidsuitschakeling "uit- gevoerd is", verschijnt een 0 als de temperatuur van het glasoppervlak niet gevaarlijk is voor de gebruiker, ofwel een H als er gevaar voor brand- wonden bestaat. Hou de bedieningszone van de kookvelden steeds vrij en droog. Bij elk manoeuvreerbaarheids- probleem of niet in deze handleiding vermelde storing, moet u het apparaat uits- chakelen en de technische dienst van TEKA waarschuwen. Suggesties en aanbevelingen
- Gebruik potten en pannen met een dikke en volkomen platte bodem.
- Niet met potten en pannen over het glas schuiven, dit kan krassen veroorzaken.
- Hoewel het glas schokken van grote potten en pannen zonder scherpe randen kan verdragen, vermijdt u toch best kloppen op het glas.
- Om schade te vermijden in het glaskeramiekoppervlak, schuift u best geen potten en pannen over het glas en houdt u de bodems van de pannen schoon en in goede staat.
- Aanbevolen diameters van de pannenbodem (zie ‘’Technisch gegevensblad’’ dat bij het product werd geleverd). Voorkom dat suiker of suiker- houdende producten op het glas vallen, want als het glas verwarmd wordt, kunnen ze een reactie tewe- egbrengen en het oppervlak bes- chadigen. Reinigen en instandhouding Voor een goede instandhouding van de kookplaat moet u ze na afkoeling reinigen met de juiste producten en hulpmiddelen. Zo is schoonmaken gemakkelijker en vermijdt u dat het vuil zich ophoopt. Gebruik in geen geval agressieve reinigingsproducten of producten die krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken, noch stoomap- paraten. Licht vuil kan met een vochtige doek en een zacht reinigingsmiddel of lauw zeepwater verwijderd worden. Maar voor hardnekkige vlekken of vet moet u een reinigingsmiddel voor keramisch glas gebruiken, conform de voorschriften van de fabrikant. Ten slotte kan vastplakkend aangebrand vuil verwijderd worden met een krabber met mesje. Kleuririseringen worden geproduceerd door potten of pannen met droge vetresten op de bodem of vet tussen het glas en de pan tijdens het koken. Ze worden van het glasoppervlak ver- wijderd met een nikkelschuursponsje met water of met een speciale glaske- ramiekreiniger. Plastic voorwerpen, suiker of voedingsmiddelen die veel suiker bevatten en op de kookplaat gesmolten zijn, moeten onmiddellijk verwijderd worden met een krabber, als het glas nog warm is. Metallische glanzen worden veroor- zaakt door het verschuiven van meta- len potten en pannen over het glas. Ze kunnen verwijderd worden door grondige reiniging met een speciale glaskeramiekreiniger, alhoewel het reinigen mogelijk herhaalde malen dient te gebeuren. Bevindt er zich gesmolten materiaal tussen uw pot of pan en het glas, dan kan de pan op het glas blij- ven plakken. Met een koude kookplaat de pot of pan niet pogen te verwijderen! Het keramische glas zou kunnen breken. Stap niet op het glas of steun er niet op, het zou kunnen breken en u verwonden. Geen voorwerpen plaatsen op het glas. TEKA INDUSTRIAL S.A. behoudt zich het recht voor in haar handleidingen de wijzigingen aan te brengen die ze noodzakelijk of nuttig acht, zonder de wezenlijke kenmerkens te schaden. Milieuaspecten Het symbool op het product of zijn verpakking duidt aan dat dit product niet als gewoon huisvuil mag behandeld worden. Dit product moet voor recycling naar een verza- melpunt voor elektrische en elektro- nische apparatuur gebracht wor- den. Door u te verzekeren dat dit product correct verwijderd wordt, helpt u negatieve gevolgen voor het milieu en de openbare gezondheid te voorkomen, die zouden kunnen teweeggebracht worden door een onjuiste verwerking van dit product. Voor meer gedetailleerde informatieNL
over de recycling van dit product, moet u contact opnemen met uw stadsadministratie, de dienst voor huisvuilophaling of de winkel waar u het product kocht. De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en volledig recy- clebaar. De plastic componenten worden aangeduid met de markerin- gen >PE<, >LD<, >EPS<, etc. Verwij- der de verpakkingsmaterialen als huishoudafval in de betreffende container van uw gemeente. Nakoming met de Energie Eciëntie van het apparaat: -Apparaat is getest volgens de stan- dart EN 60350-2 en de verkregen waarde in Wh/Kg, is beschikbaar in het waardering plaat van apparaat De volgende aanwijzingen helpen u tijdens de bereiding energie te besparen:
- Gebruik indien mogelijk de juiste deksel voor iedere pan. Koken zonder deksel verbruikt meer energie.
- Gebruik pannen met vlakke bodems en geschikte bodemdiameters die passen op de kookzone. Pannenfabrikanten geven doorgaans de diameter van de bovenkant van de pan, die altijd groter is dan de diameter van de bodem.
- Gebruik bij bereiding met water kleine hoeveelheden om de vitaminen en mineralen van de groenten te behouden en stel het minimale vermogensniveau in om het water aan de kook te houden. Een hoog vermogensniveau is onnodig en verspilt energie.
- Gebruik kleine pannen met kleine hoeveelheden voedsel. Indien iets niet functioneert Vóór u de technische dienst opbelt, controleert u best het volgende: Het fornuis functioneert niet: Controleer of de netwerkkabel op het passende stopcontact aangesloten is. De inductievelden warmen niet op: Onjuiste pot of pan (zonder ferromag- netische bodem of te klein). Controleer of de bodem van de pot of pan aange- trokken wordt door een magneet of gebruik een grotere pot of pan. Bij de aanvang van het koken op de inductievelden is een gezoem te horen: In geval van weinig dikke potten of die niet uit æ©æ©nstuk gemaakt zijn, is het gezoem het resultaat van het rechts-treekse overdragen van de energie naar de bodem van de pot of pan. Dit gezoem is geen gebrek, maar wenst u het toch te vermijden, verminder dan lichtjes het gekozen vermogensniveau of gebruik een pot of pan met een dik-kere bodem en/of uit één stuk. De aanraakbediening schakelt niet in of eens ingeschakeld, functione- ert ze niet: Er werd geen enkele plaat geselecte- erd. Controleer of u een plaat geselec- teerd hebt, alvorens er iets mee te willen doen. De sensoren zijn met vocht bedekt en/of u heeft vochtige vingers. Het oppervlak van de aanraakbediening en/of uw vingers droog en schoon houden. De blokkering is geactiveerd. Deacti- veer de blokkering. Tijdens het koken valt een ventila- tiegeluid te horen, dat ook met een uitgeschakeld fornuis nog steeds te horen is: De inductieve zijn voorzien van een ventilator v het koelen van het elektronische systeem. Deze functio- neert slechts bij een hoge temperatuur van het elektronische systeem, daalt deze dan wordt hij automatisch afge- zet, ook bij een geactiveerd fornuis. Het symbool verschijnt in de vermogensindicator van een plaat: Het inductiesysteem merkt geen aan- wezigheid op van een pot of pan op de plaat of de pot of pan is niet geschikt voor gebruik. Een plaat wordt uitgeschakeld en de melding C81 of C82 verschijnt in de indicatoren: Overdreven temperatuur van het elek- tronische systeem of van het glas. Wacht een tijdje tot het elektronische systeem afkoelt of verwijder de pot of pan om het glas te laten afkoelen. Het apparaat schakelt uit en het bericht C90 verschijnt op de vermogensindicators (3): De aanraakbediening neemt waar dat de aan/uit-sensor (1) afgedekt wordt en zorgt ervoor dat de kookplaat niet inschakelt. Verwijder de mogelijke voorwerpen of vloeistoen die zich op het oppervlak van de aanraakbediening bevinden, maak dit schoon en droog het totdat het bericht verdwijnt.AR
Notice-Facile