IBF 95-G1 MST BM - Fornuis TEKA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IBF 95-G1 MST BM TEKA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over IBF 95-G1 MST BM TEKA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IBF 95-G1 MST BM - TEKA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IBF 95-G1 MST BM van het merk TEKA.
GEBRUIKSAANWIJZING IBF 95-G1 MST BM TEKA
Sugestie i zalecenia
Veiligheidswaars- chuwingen:
⚠️Wees voorzichtig. In geval van een breuk of barst in het keramische glas, moet de stroomtoevoer onmiddellijk uitgeschakeld worden om het risico voor een elektrische schok te vermijden.
⚠ Dit apparaat is niet ontworpen om te functioneren met behulp van een externe timer (niet ingebouwd in het apparaat) of afs- tandsbediening. Dit apparaat mag niet gereinigd worden met een stoomreiniger.
⚠️ Wees voorzichtig. Tijdens de werking van het apparaat, kunnen het toestel en zijn toegankelijke elementen warm worden. Vermijd het aanraken van de verwarmingselementen. Kinderen jonger dan 8 moeten zich verwijderd houden van de kookplaat, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan.
⚠️ Dit apparaat
mag gebruikt worden door kinderen van acht of ouder, personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteit of gebrek aan ervaring en vaardigheden, DOCHUITSLUITEND onder toezicht, of indien ze degepaste aan wijzingen gekregen hebben voor gebruik van het apparaat en de inherente gevaren hiervan begrijpen. Kinderen mogen het apparaat uitsluitend onder toezicht schoonmaken en onderhouden.
⚠️ Kinderen mogen niet spelen met het apparaat.
⚠️ Wees voorzichtig. Koken met vet of olie zonder dat u aanwezig bent, is gevaarlijk wegens het risico voor brand. Probeer NOOIT een brand met water te blussen! in dit geval moet u het apparaat uitschakelen en de vlammen afdekken met een deksel, bord of dekentje.
⚠️ Laat geen voor- werpen staan op de kookvelden van de plaat. Vermijd mogelijk brandgevaar.
⚠️De inductiege- nerator voldoet aan de geldige Europese regelgeving. Niette- min raden we aan dat personen met h art a p par at u r , zoals pacemakers, hun arts raadplegen of in geval van twij- fel, de inductievel- den niet gebruiken.
⚠️ Metalen voor-werpen zoals mes-sen, vorken, lepels en deksels, worden best niet op het kookplaatoppervlak gelegd, daar ze warm zouden kunnen worden.
⚠️ Na gebruik moet u de kookplaat steeds uitschakelen en niet enkel de pot of pan verwijderen. Doet u dit niet, dan kan de kookplaat ongewild beginnen functioneren, indien er per ongeluk een andere pot of pan op geplaatst wordt tijdens de detectiepe- riode voor potten of
NL
pannen. Vermijd mogelijke ongeva- llen!
Installatie
Plaatsing met besteklade
Wenst u een meubel of besteklade te plaatsen onder de kookplaat, dan moet tussen beiden een scheidingsplank geplaatst worden. Op deze wijze wordt toevallig contact met het warme opper- vlak van de behuizing van het apparaat voorkomen.
De plank moet 20 mm onder het onderste deel van de kookplaat gemonteerd worden.
Elektrische aansluiting
Vooraleer de kookplaat op het elektriciteitsnet aan te sluiten, moet u controleren of de spanning (voltage) en haar frequentie overeenstemmen met de gegevens aangeduid op het typeplaatje van de plaat, dat u onderaan het toestel vindt, en in het garantiebewijs of eventueel het technische gegevensblad dat u tijdens de levensduur van het apparaat samen met deze handleiding moet bewaren.
De elektrische aansluiting gebeurt via een meerpolige schakelaar of stekker, op voorwaarde dat deze goed bereikbaar is, geschikt voor de te weerstane sterkte en de minimale opening tussen de contacten 3 mm. bedraagt, wat uitschakeling verzekert in noodsituaties of in geval van reiniging van de plaat.
Vermijd contact tussen de invoerkabel en de behuizing van zowel de kookplaat als de oven, als deze in hetzelfde meubel geïnstalleerd is.
Opgelet!

De elektrische aansluiting moet voorzien zijn van een correcte aarding die voldoet aan de geldige regelgeving, is dit niet het geval, dan zal de plaat mogelijk storingen vertonen.
Abnormaal hoge overspanningen kunnen het bedieningssystem beschadigen (zoals gebeurt met eender welk elektrisch apparaat).
Er wordt aangeraden de inductieplaat niet te gebruiken tijdens het pyrolitisch reinigen van pyrolitische ovens, wegens de hoge temperatuur die dit apparaat bereikt.
ledere manipulatie of herstelling van het apparaat, met inbegrip van het vervangen van de flexibele voedingskabel, dient uitgevoerd te worden door de officiële technische dienst van TEKA.
Alvorens het fornuis van het elektriciteitsnet te ontkoppelen, wordt aanbevolen de afzetschakelaar uit te schakelen en ongeveer 23 seconden te wachten voor het uittrekken van de stekker. Deze tijd is nodig voor het volledig ontladen van het elektronische circuit en zo de mogelijkheid van een elektrische ontlading via de stekkercontacten te voorkomen.

Bewaar het garantiebewijs entueel het technisch ensblad samen met de eiding gedurende de duur van het apparaat wat belangrijke technische ns van het toestel.
Over inductie
Voordelen
Met een inductiekookplaat wordt de warmte rechtstreeks op de pan overgebracht.
Dit heeft een aantal voordelen:
- Tijdbesparing.
- Energiebesparing.
- Eenvoudig te reinigen omdat het voedsel dat in contact komt met de glazen plaat niet zo snel aanbakt.
- Verbeterde energieregeling. De energie wordt op de pan overgebracht zodra de vermogensregeling wordt bediend. En zodra de pan van de kookzone wordt genomen, stopt de stroomtoevoer. U hoeft het vermogen niet eerst uit te schakelen.
Pannen
Op een inductiekookplaat zijn alleen ferromagnetische pannen geschikt.
Er bestaan verschillende soorten:
Afb. 2a (5 DRADEN)

text_image
380 - 415V 2N~ 400V 2N~ groen-geel blauw blauw(grjs) brun zwart N L1 L2 220 - 240V 2N~ 230V 2N~ groen-geel blauw blauw(grjs) brun zwart N1 N2 L1 L2 220 - 240V 1~ 230V 1~ groen-geel blauw blauw(grjs) brun zwart N L
text_image
220 - 240V 3~ 230V 3~ groen-geel blauw blauw(grijs) bruin zwart L3 L1 L2 380 - 415V 3N~ 400V 3N~ NIET GEBRUIKEN L3 groen-geel blauw blauw(grijs) bruin zwart N L1 L2 L3- gietijzeren, geëmailleerd staal en roestvrijstalen pannen die speciaal bestemd zijn voor gebruik met inductiekookplaten.
We raden het gebruik van verdeelplaatjes of materialen zoals dun staal, aluminium, glas, koper of klei af.
ledere kookzone heeft een minimale tijd om de pan waar te nemen. Deze tijd is afhankelijk van het materiaal en de ferromagnetische diameter van de panbodem. Daarom is het fundamenteel om de kookzone te gebruiken die het beste past bij de bodemdoorsnede van de pan.
Probeer een kleinere zone als de pan de geselecteerde kookzone niet waarneemt.
Als de Flex Zone wordt gebruikt als een enkele kookzone, kunnen grotere pannen die geschikt zijn voor dit soort zones worden gebruikt (zie afb. 3).
Afb. 3


Sommige pannen zonder een volledige ferromagnetische bodem worden verkocht onder het mom geschikt te zijn voor inductie (zie afb. 4). In deze pannen wordt alleen de ferromagnetische bodem verwarmd. Als gevolg wordt de warmte niet gelijkmatig verdeeld over de panbodem. Dit kan betekenen dat het niet-ferromagnetische deel van de panbodem niet de juiste kooktemperatuur bereikt.
Afb. 4

Andere pannen met ingelegde aluminium delen in de bodem hebben een kleiner oppervlak ferromagnetische materiaal (zie afb. 5). In dit geval kan het lastig of zelfs onmogelijk zijn om de pan waar te nemen. Bovendien kan de stroomtoevoer lager zijn en daardoor de pan niet correct worden opgewarmd.
Afb. 5

Invloed van de bodem van de pannen
Het soort bodem dat in de pan wordt gebruikt, kan de gelijkmatigheid en resultaten van het kookproces beïnvloeden. Pannen met een roestvrijstalen 'sandwich'-bodem bestaan uit materialen die bijdragen aan de uniforme verdeling en verspreiding van de warmte, wat zorgt voor besparing van tijd en energie.
De panbodem moet volledig plat zijn om een uniforme stroomtoevoer te garanderen (zie afb. 6).
Afb. 6

Verwarm nooit lege pannen bruik nooit pannen met een bodem. Deze kunnen snel men zonder de tijd te nemen automatische uitschakelfunctie kookplaat in werking te laten

BELANGRIJKE AANBEVELINGEN:
Gebruik pannen met dezelfde bodemdiameter als die van de kookplaat.
Op de kookplaten die het dichtst bij het bedieningspaneel liggen, moet u de pannen altijd binnen de kookmarkeringen houden die op het glasoppervlak zijn aangegeven en pannen met dezelfde of een kleinere diameter gebruiken dan de kookmarkeringen. Zo wordt oververhitting van de bedieningszone voorkomen.
Gebruik de achterste kookplaten voor intensief gebruik van het apparaat. Zo wordt oververhitting van het bedieningspaneel voorkomen.
Afb. 2b (7 DRADEN)

text_image
220 - 240V 1~ 230V 1~ groen Geel blauw blauw (rood) blauw (Wit) bruin zwart grijs N L 220 - 240V 2N~ 230V 2N~ groen Geel blauw blauw (rood) blauw (Wit) bruin zwart grijs N1 N2 L1 L2 380 - 415V 3N~ 400V 3N~ groen Geel blauw blauw (rood) blauw (Wit) bruin zwart grijs N L1 L2 L3 220 - 240V 3~ 230V 3~ groen Geel blauw blauw (rood) blauw (Wit) bruin zwart grijs L3 L1 L2NL
Zorg ervoor dat de pannen niet in de zone van het bedieningspaneel komen, vooral niet tijdens het koken.
Gebruik en onderhoud
Handleiding van de aanraakgevoelige bediening
HANTERING ELEMENTEN (afb. 1)
① Algemene aan/uit-schakelaar.
② Cursorschuif voor vermogensregeling.
③ Indicator vermogen en/of restwarmte*.
④ Decimaalpunt van vermogen en/of indicator van restwarmte.
⑤ Directe toegang tot vermogensfunctie.
⑥ Activeringssensor voor vergrendelingsfunctie.
⑦ Controlelampje dat aangeeft dat de vergrendelingsfunctie is geactiveerd*.
⑧ Activeringssensor voor "Stop&Go"-functie.
⑨ Controlelampje dat aangeeft dat de "Stop&Go"-functie is geactiveerd*.
10 "Min"-sensor voor timer.
⑪ "Plus"-sensor voor timer.
12 Timerindicator.
13 Decimale punt van de timer.*
14 Activeringssensor voor "Flex Zone"-functie (afhankelijk van het model).
15 Activeringssensor voor "Chef"-functies (afhankelijk van het model).
16 Controlelampje dat aangeeft dat de warmhoudfunctie is geactiveerd* (afhankelijk van het model).
17 Controlelampje dat aangeeft dat de smeltfunctie is geactiveerd* (afhankelijk van het model).
18 Controlelampje dat aangeeft dat de sudderfunctie is geactiveerd* (afhankelijk van het model).
19 Controlelampje dat aangeeft dat de snelkookfunctie is geactiveerd*
(afhankelijk van het model).
20 Controlelampje dat aangeeft dat de functie voor verschuiven tijdens bereiding* (afhankelijk van het model).
21 Controlelampje dat aangeeft dat de grillfunctie is geactiveerd*(afhankelijk van het model).
②2Controlelampje dat aangeeft dat de grillpanfunctie is geactiveerd*(afhankelijk van het model).
②3 Controlelampje dat aangeeft dat de friturenfunctie is geactiveerd*. (afhankelijk van het model)
24 Controlelampje dat aangeeft dat de functie voor konfijten (confit) is geactiveerd* (afhankelijk van het model).
25 Controlelampje dat aangeeft dat de Poaching functie is geactiveerd*. (naargelang het model)
Enkel zichtbaar wanneer ingeschakeld.
De maneuvers worden uitgevoerd via de aanraaktoetsen. U moet geen kracht uitoefenen op de gewenste aanraaktoets. U moet hem enkel aanraken met uw vingertip om de vereiste functie in te schakelen.
Elke actie wordt geverifieerd met een pieptoon.
Gebruik de cursor schuifregelaar (2) om het stroomniveau aan te passen (0-9) door hem te verschuiven met uw vinger. Als u naar rechts verschuift, verhoogt u de waarde, als u naar links schuift, verlaagt u de waarde.
Het is ook mogelijk rechtstreeks een stroomniveau te selecteren door uw vinger rechtstreeks op het gewenste punt van de cursor schuifregelaar (2) te plaatsen.

Om een plaat te selecteren op deze modellen kunt u de cursor schuifregelaar rechtstreeks aanraken (2).
1 Raak de On touch toets (1) gedurende minimum één seconde aan. De aanraakgevoelige
bediening wordt ingeschakeld, u hoort een pieptoon en de controlelampjes (3) lichten op en geven een “-” weer. Als een van de kookplaten warm is, zal het overeenstemmende controlelampje knipperen en H en “-” weergeven.
Als u niets doet binnen de 10 seconden schakelt de aanraakgevoelige bediening automatisch uit.
Als de aanraakgevoelige bediening ingeschakeld is, kunt u ze altijd uitschakelen door de aanraaktoets
① (1) aan te raken, zelfs als de toets vergrendeld is (vergrendelingsfunctie ingeschakeld). De aanraaktoets
① (1) krijgt altijd prioriteit om de aanraakgevoelige bediening uit te schakelen.
KOOKPLATEN INSCHAKELEN
Zodra de Aanraakgevoelige bediening wordt ingeschakeld met sensor① (1) kan elke plaat worden ingeschakeld door deze stappen te volgen:
1 Schuif uw vinger of raak een positie aan van een van de schuifregelaar sensoren (2). De zone werd geselecteerd en getlijktijdig wordt het stroomniveau ingesteld tussen 0 en 9. Die stroomwaarde wordt weergegeven op de overeenstemmende stroomindicator en het decimale punt (4) licht op gedurende 10 seconden.
2 Gebruik de cursor schuifregelaar (2) om een nieuw bereidingsniveau te selecteren tussen 0 en 9.
Zolang de plaat geselecteerd is, met andere woorden, als het decimale (5) punt oplicht, kan het stroomniveau worden gewijzigd.
EEN PLAAT UITSCHAKELEN
Verlaag het stroomniveau naar niveau 0 met de schuifregelaar (2). De kookplaat schakelt uit.
Als een kookplaat uitgeschakeld wordt, verschijnt een H in de stroomindicator (3) als het glazen oppervlak van de betrokken kookplaat warm is en er
een risico bestaat op brandwonden. Als de temperatuur daalt, schakelt de indicator (3) uit (als de kookplaat uitgeschakeld is) of zo niet licht een “-” op als de kookplaat nog steeds ingeschakeld is.
de andere sensoren blokkeren, behalve de aan/uit sensor①(1) om ongewenste bewerkingen te vermijden. Deze functie is nuttig als seen kinderbeveiliging.
ALLE PLATEN UITSCHAKELEN
Alle platen kunnen gelijktijdig worden uitgeschakeld met de algemene aan/uit-sensor ①(1). Alle plaat-indicatoren (3) schakelen uit. Als de uitgeschakelde kookplaat warm is, geeft de indicator H weer.
Pandetectie
Inductie kookplaten hebben een ingebouwde pan detectie. De plaat zal dus uitschakelen als er geen pan aanwezig is of als de pan niet geschikt is.
De stroomindicator (3) geven een symbool weer om aan te geven dat "er geen pan aanwezig is" als er, met de plaat ingeschakeld, geen panwordt gedetecteerd of als de pan niet geschikt is.
Als een pan van de kookplaat wordt gehaald terwijl de plaat ingeschakeld is, zal de plaat automatisch geen energie meer ontvangen en het symbool voor "er is geen pan" verschijnt. Als er opnieuw een pan op de kookplaat wordt geplaatst, wordt opnieuw energie geleverd op hetzelfde vooraf geselecteerde stroomniveau.
De tijdsduur voor de detectie van pannen is 3 minuten. Als er tijdens deze tijdsduur geen pan wordt geplaatst, of als de pan niet geschikt is, schakelt de kookplaat uit.
Aan het einde schakelt u de kookplaat uit met de aanraakgevoelige bediening. Zo niet kan een ongewenste bewerking worden uitgevoerd als er een pan per ongeluk op de kookplaat wordt geplaatst tijdens deze drie minuten. Vermijd potentiële ongevallen!
Blokkeren functie
Met de Blokkeren functie kunt u
Om deze functie in te schakelen, raakt u de aanraaksensor (6) gedurende minimum één seconde aan. Daarna schakelt het pilootlampje (7) in om aan te tonen dat het bedieningspaneel geblokkeerd is. Om de functie uit te schakelen, raakt u eenvoudig opnieuw de sensor (6) aan.
Als de aan/uit sensor ①(1) wordt gebruikt om het apparaat uit te schakelen als de blokkeren functie ingeschakeld is, is het niet mogelijk de kookplaat opnieuw in te schakelen tot ze gedeblokkeerd is.
De pieptoon uitschakelen
Als de kookplaat ingeschakeld is en u drukt gelijktijdig op de aanraaktoets (11) en de vergrendeling aanraaktoets (6) gedurende drie seconden wordt de pieptoon die weerklinkt bij elke actie uitgeschakeld. De tijdsindicator (12) geeft "OF" weer.
Deze uitschakeling geldt niet voor alle functies, bijvoorbeeld de pieptoon voor aan/uit, als de tijdsduur van de timer verstreken is of het vergrendelen/ontgrendelen van de aanraaktoetsen blijft ingeschakeld.
Als u de pieptoon opnieuw wilt inschakelen bij de acties drukt u opnieuw gelijktijdig op de aanraaktoets (11) en de vergrendeling toets (6) gedurende drie seconden. De tijdsindicator (12) geeft "On" weer.
Stop&Go functie
Deze functie schakelt de kookplaat op pauze. De timer wordt ook gepauzeerd als hij ingeschakeld is.
De Stop-functie inschakelen.
Raak de Stop-sensor (8) gedurende een seconde in. Het pilootlampje (9) licht op en de stroomindicatoren geven
het symbool 11 weer om aan te geven dat het kookproces gepauzeerd is.
De Stop-functie uitschakelen.
Raak de Stop&Go sensor (8) opnieuw aan. Het pilootlampje (9) schakelt uit en de bereiding wordt hervat met hetzelfde stroomniveau en timer-instellingen die voor de pauze werden ingesteld.
Stroomfunctie
Deze functie levert "extra" vermogen aan de plaat boven de nominale waarde. Dit vermogen hangt af van de grootte van de plaat met de mogelijkheid de maximum toegelaten waarde van de generator te behalen.
1 Schuif uw vinger boven de overeenstemmende cursor schuifregelaar (2) tot de stroomindicator (3) "9" weergeeft. Houd de vinger gedurende één seconde ingedrukt of raak onmiddellijk "P" aan en houd uw vinger gedurende één seconde ingedrukt.
2 De stroomniveau indicator (3) geeft het symbool P weer en de plaat begint het extra vermogen te leveren.
De Stroomfunctie heeft een maximum duur gepreciseerd in Tabel 1. Als deze tijdsduur verstreken is, wordt het stroomniveau automatisch aangepast op 9. Er weerklinkt een geluidssignaal.
Wanneer de Stroomfunctie in een kookplaat wordt ingeschakeld, is het mogelijk dat de prestatie van de andere platen wordt beïnvloed en dat hun vermogen verlaagt. In dat geval wordt dit aangegeven met de indicator (3).
De Stroomfunctie kan worden uitgeschakeld voor de tijdsduur verstreken is met de aanraak cursor "schuifregelaar" om het stroomniveau te wijzigen of door stap 3 te herhalen.
Timer-functie (aftelklok)
Met deze functie is het gemakkelijker eten te bereiden omdat u niet
NL
voortdurend aanwezig moet blijven.
U kunt een timer instellen voor een plaat en de plaat schakelt uit zodra de tijdsduur verstreken is.
Voor deze modellen kunt u gelijktijdig elke plaat programmeren voor een tijdsduur van 1 tot 99 minuten.
Een timer instellen op een plaat.
Zodra het stroomniveau ingesteld is op de gewenste zone en terwijl het decimale punt van de zone ingeschakeld blijft, kunt u een timer instellen voor de kookplaat.
Dit doet u als volgt:
1 Raak sensor (10) of (11) aan. De timer indicator (12) geeft "00" weer en de overeenstemmende zone indicator (3) geeft het symboolt weer dat alternerend knippert met het huidige stroomniveau.
2 Stel onmiddellijk daarna een bereidingsduur in tussen 1 en 99 minuten met de sensoren (710) ó (+)(11). Bij de eerste start de waarde met 60, en bij de tweede start ze met 01. Als u de sensoren (-)(10) ó (+)(11) ingedrukt houdt, wordt de waarde teruggeplaatst op 00. Als er minder dan één minuut resteert, begint de klok af te tellen in seconden.
3 Als de timer indicator (12) stopt met knipperen, begint hij automatisch af te tellen. De indicator (3) van de kookplaat met timer geeft alternerend het geselecteerde stroomniveau en het symbool weer.
Zodra de geselecteerde bereidingstijd verstreken is, schakelt de kookplaat met timer uit en de klok geeft een reeks pieptonen weer gedurende een aantal seconden. Om het hoorbare signaal uit te schakelen, raakt u een sensor aan. De timer indicator (12) geeft een knipperende 00 weer naast het decimale punt (4) van de geselecteerde zone. Als de uitgeschakelde kookplaat warm is, geeft de stroomindicator alternerend het H-symbol en een “-” weer.
. Als u gelijktijdig een timer wilt inschakelen op andere kookplaat moet u stappen 1 tot 3 herhalen.
Als u een timer hebt ingeschakeld voor een of meerdere zones geeft de timer indicator (12) standaard de kortste resterende tijdsduur weer, en een "t" verschijnt op de betrokken zone. De andere zones met timers geven op hun overeenstemmende indicatorzones een knipperend decimaal punt weer. Wanneer de cursor 'schuifregelaar' of een andere timer ingedrukt is, geeft de timer de resterende tijdsduur van die zone weer gedurende een aantal seconden en de indicator geeft alternerend het stroomniveau of de "t" weer.
De geprogrammeerde tijdsduur wijzigen.
Om de geprogrammeerde tijdsduur te wijzigen, moet u de cursor "schuifregelaar" (2) van de zone met timer indrukken. Daarna kunt u de tijdsduur aflezen en wijzigen.
U kunt de geprogrammeerde tijdsduur wijzigen met de sensoren (10) en (+ 11).
De klok loskoppelen
: Als u de klok wilt stopzetten voor de geprogrammeerde tijdsduur verstreken is, kunt u eenvoudig de waarde aanpassen op “--”.
1 Selecteer de gewenste plaat.
2 Pas de waarde van de klok aan op "00" met de sensor (10). De klok wordt geannuleerd. Dit is ook mogelijk door snel en gelijktijdig op de sensoren (10) en (11) te drukken.
Stroombeheerfunctie
Sommige modellen zijn uitgerust met een stroombeperking functie (stroombeheer) Deze functie biedt de mogelijkheid het totale vermogen van een kookplaat in te stellen op verschillende waarden geselecteerd door de gebruiker. In dit kader hebt u toegang tot het stroombeperking menu tijdens de eerste minuut nadat u de kookplaat hebt aangesloten op het netwerk.
1 Druk gedurende drie seconden op de ⭕ (11) aanraaktoets. De PL letters verschijnen op de tijdsindicator (12
2 Druk op de vergrendeling aanraaktoets (6). De verschillende stroomwaarden waarop de kookplaat kan worden beperkt verschijnen en deze kunnen worden gewijzigd met de (11) en (10) sensoren.
3 Zodra de waarde geselecteerd is, drukt u een maal op de vergrendeling aanraaktoets (6). De kookplaat wordt beperkt op de geselecteerde stroomwaarde.
Als u de waarde opnieuw wilt wijzigen, moet u de kookplaat loskoppelen en na een aantal seconden opnieuw
Rys. 8

inschakelen. Zo krijgt u opnieuw toegang tot het stroombeperking menu.
Speciale functies: CHEF
grillpannen enz.).
Elke maal het stroomniveau van een kookplaat wordt gewijzigd, zal de stroombeperker het totale vermogen berekenen dat wordt gegenereerd door de kookplaat. Als u de totale stroomlimiet hebt bereikt, zal de aanraakgevoelige bediening u niet toelaten het stroomniveau van die kookplaat te verhogen. De kookplaat geeft een pieptoon weer en het stroom controlelampje (3) zal knipperen op het niveau dat niet mag worden overschreden. Als u die waarde wilt overschrijden, moet u het vermogen van de andere kookplaten verlagen. Soms volstaat het niet een andere te verlagen met een niveau want dit hangt af van het vermogen van elke kookplaat en het ingestelde niveau. Het is mogelijk dat, als u het niveau van een grote kookplaat wilt verhogen, u meerdere kleinere platen moet verlagen.
Als u de snelle inschakelfunctie gebruikt op maximum vermogen en deze waarde is hoger dan de waarde ingesteld door de limietwaarde wordt de kookplaat ingesteld op het maximum niveau. De kookplaat geeft een pieptoon weer en de stroomwaarde knippert twee maal op het controlelampje (3).
Deze functies hebben vooraf ingestelde vermogensniveaus om koken eenvoudiger te maken. Hierdoor krijgt u uitstekende resultaten omdat de temperatuur van de pan voortdurend door sensoren wordt gecontroleerd. Als de gewenste temperatuur voor de functie wordt bereikt, wordt deze automatisch behouden zonder het vermogensniveau te wijzigen.
De Chef-functies werken correct met pannen die op de panbodem dezelfde ferromagnetische zone hebben als de kookzone. Daarnaast moeten pannen voor functies op hoge temperaturen (boven de 100°C) een platte, gladde bodem hebben (bij voorkeur van het type 'sandwich') zoals weergegeven in afbeelding 7.
Afb. 7

Om de correcte werking van deze functies te garanderen, is het van belang dat de pan en de kookzone bij aanvang van het proces niet heet zijn.
Op de webpagina van Teka staat meer informatie over geschikte pannen (steelpannen, koekenpannen,
De Touch Control heeft speciale kenmerken die de gebruiker helpt gerechten te bereiden met de CHEF sensor (15). Deze functies zijn beschikbaar naargelang het model.
Om een speciale functie te activeren op een zone:
1 Eerst moet ze worden geselecteerd; en daarna is het decimale punt (4) ingeschakeld op de stroomindicator (3).
2 Klik nu op de CHEF sensor ^2 (15). Elke maal u de knop indrukt, verspringt u één voor één naar de volgende beschikbare CHEF functie in elke zone. Deze functies geven de activering weer met de overeenstemmende led-indicatoren (16), (17), (18), (19), (20), (21), (22), (23), (24) en (25).
Als u een speciale actieve functie wilt annuleren, moet u de schuifregelaar sensor (2) aanraken van de betrokken zone om ze te selecteren. Het decimale punt (4) van de stroomindicator (3) licht op. Raak daarna de schuifregelaar (2) opnieuw aan om een nieuw stroomniveau in te stellen of om de zone uit te schakelen. U kunt ook een speciale functie kiezen door de CHEF sensor (15) opnieuw aan te raken.
NL
KEEP WARM FUNCTIE
Deze functie stelt automatisch een geschikt stroomniveau in om uw bereide gerechten warm te houden.
automatisch te koken. Deze functie is ideaal om pasta, rijst, eieren, etc. te koken. Ze is enkel beschikbaar in zones waar het symbool verschijnt.
Na het tweede geluidsignaal schakelt het systeem de timer en chronometer in voor u zodat u kunt controleren hoe lang de etenswaren koken.
Om deze functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (15) tot de led (16) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3).
Conditie van de container
Voor een correcte werking van de Quick Boiling functie moet u een container gebruiken die voldoet aan de volgende voorwaarden:
30 seconden na de inschakeling van de chronometer hoort u een derde geluidsignaal om aan te geven dat vanaf dat moment het systeem de geleverde stroom zal verlagen om de etenswaren zachte en doorlopend te laten koken. De timer blijft ingeschakeld tot het einde van het koken.
U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen.
- Diameter van de bodem zo dicht mogelijk bij de diameter van de plaat.
Indien gewenst, kunt u de timer uitschakelen en de tijdsduur instellen voor de aftelling en om de plaat automatisch uit te schakelen (zie sectie Timer functie).
MELTING FUNCTIE
Deze functie handhaaft een lage temperatuur in de kookzone. Ideaal om eten te ontdooien of om andere etenswaren zoals chocolade, boter, etc. langzaam te smelten.
- ZONDER DOP.
- Gevuld tot meer dan de helft van de capaciteit met water aan kamertemperatuur (nooit verwarmd of heet water gebruiken).
Uitschakeling van de functie
Het niet naleven van deze voorwaarden heeft een negatieve invloed op de kookbewerking.
U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen.
Om deze functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (15) tot de led (17) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3).
⚠ Waarschuwing: gebruik deze functie niet voor een ander doeleinden dan om water te koken. Gebruik nooit olie want die kan oververhitten en vlammen veroorzaken.
FUNCTIE SLIDE COOKING (afhankelijk van het model)
Deze functie maakt het mogelijk de flexibele zone in drie gebieden te verdelen (zie afb. 11) en activeert een vooraf ingestelde vermogensconfiguratie. Hiermee kunnen pannen van het ene gebied naar het andere worden verschoven om te bereiden met het vermogen dat aan iedere zone is toegewezen
U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen.
Inschakeling van de functie.
Om de functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (15) tot de led (19) op het pictogram oplicht.
Om deze te activeren dient u eerste de Flex Zone-functie te activeren (zie hoofdstuk Flex Zone-functie). Hierna drukt u op de CHEF-sensor (15) totdat de leds (21) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Als u dit doet, tonen de vermogensindicators (3) drie segmenten (zie afb. 9) die aangeven dat u de pan kunt plaatsen.
SIMMERING FUNCTIE
Deze functie biedt u de mogelijkheid gerechten te sudderen.
Als uw gerechten klaar zijn, schakelt u de plaat in door ze te selecteren en drukt u op de CHEF sensor (15) tot de led (18) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3).
Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool R op de stroomindicator (3) en op de timer indicator (12); een bewegend segment verschijnt om aan te geven dat de bereiding wordt gestuurd door het systeem.
Als de papeenmaal is geplaatst, verschijnt het vermogensniveau automatisch in de vermogensindicatoren (3): voor zone #1 is het vermogensniveau 3, voor zone #2 is het vermogensniveau 5 en voor zone #3 is het vermogensniveau 9 (zie afb. 10 en 11).
U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen.
Wanneer het system detecteert dat het op het punt staat water te koken, zult u een geluidsignaal horen. Gebruik deze mogelijkheid om uw etenswaren voor te bereiden voor het koken of bakken.
Om deze functie te deactiveren moet u de schuifcursor (2) naar de 0-stand zetten.
QUICK BOILING FUNCTIE (naargelang het model)
Deze functie biedt de mogelijkheid
Na 30 seconden hoort u een tweede geluidsignaal; als u het nog niet gedaan hebt, is dit het moment om de etenswaren in de pan te gieten.

flowchart
graph TD
A["Center Node"] --> B["(#1)"]
A --> C["(#2)"]
A --> D["(#3)"]
A --> E["(#4)"]
B --> F["Arrow to Center"]
C --> G["Arrow to Center"]
D --> H["Arrow to Center"]
E --> I["Arrow to Center"]
FUNCTIE GRILLING (naargelang het model)
Deze functie stellt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om te grillen.
Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor (15) totdat de leds (21) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Eens de functie geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pot aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een beepgeluid dat het voedsel moet worden toegevoegd.
U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen.
FUNCTIE PAN FRYING (naargelang het model)
Deze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om te bakken met een beetje olie of om te sauteren.
Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor (15) totdat de leds (22) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Eens de functie geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pot aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een beepgeluid dat het voedsel moet worden toegevoegd.
U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen.
FUNCTIE DEEP FRYING (naargelang het model)
Deze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om te bakken in veel olie (frituren). Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor (15) totdat de leds (23) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Eens de functie geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pot aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een beepgeluid dat het voedsel moet worden toegevoegd.
U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen.
FUNCTIE CONFIT (naargelang het model)
Deze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om voedsel te konfijten.
Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor totdat het led (24) die zich op het pictogram bevindt, aangaat. Als de functie geactiveerd is, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pan aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een piepgeluid om aan te geven dat het voedsel moet worden toegevoegd. U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen.
FUNCTIE POACHING (naargelang het model)
Deze functie stelt een automatische vermogensregeling in die geschikt is voor het bakken van voedsel op gemiddelde temperatuur. Ideaal voor het bakken van aardappelen, bij de bereiding van de Spaanse omelet.
Om het te activeren, selecteert u de kookplaat en drukt u achtereenvolgens op de CHEF-sensor (15), totdat de led (25) boven het pictogram gaat
branden. Zodra de functie is geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3), wat aangeeft dat het systeem zich in de voorverwarmfase van de container bevindt. Zodra deze fase is voltooid, verschijnt er een op de stroomindicator (3) en klinkt er een akoestisch signaal dat aangeeft dat de gebruiker voedsel moet toevoegen.
U kunt de functie op elk moment opheffen door de kookplaat uit te schakelen, het vermogensniveau te wijzigen of een andere speciale functie te kiezen.
Flex Zone functie
Met deze functie kunnen twee kookzones samen in werking worden gesteld, een vermogensniveau worden gekozen en de timerfunctie voor beide zones worden geactiveerd.
Om deze functie in te schakelen, drukt u op de sensor Ⓗ/¶ (14). Hierdoor zullen de decimale punten (4) van de verbonden platen oplichten en de waarde "0" verschijnt op de stroomindicatoren (3). De klok timer indicator (12) geeft drie segmenten weer ter aanduiding van de ingeschakelde zones. Als uw model meerdere "Flex Zone" zones heeft, kunt u de gewenste optie selecteren door de sensor Ⓗ/¶ (14) in te drukken voor u de stroom
NL
toewijst aan de gekozen zone. U hebt een aantal seconden om de volgende bewerking uit te voeren; zo niet wordt de functie automatisch uitgeschakeld. (zie Afb. 8).
Nadat de "Flex Zone" is geselecteerd, kunt u de stroom toewijzen door een van de schuifregelaars (2) aan te raken van de verbonden zone. Het stroomniveau en de variaties worden gelijktijdig weergegeven op de stroomindicatoren (3) van beide zones.
Om deze functie uit te schakelen, moet u de sensor Ⓗ/Ⓧ (14) opnieuw aanraken. Zo ook, wanneer de functie uitgeschakeld is, worden de stroomniveaus en functies toegewezen aan de betrokken zones gewist.
Veiligheidsuitschakeling
Worden per vergissing één of meerdere kookvelden niet uitgeschakeld, dan schakelt het toestel zich na een bepaalde tijd vanzelf uit (zie tabel 1).
Tabel 1
| Geselecteerd vermogensniveau | MAXIMALE WERKINGSTIJD (in uren) |
| 0 | 0 |
| 1 | 8 |
| 2 | 8 |
| 3 | 5 |
| 4 | 4 |
| 5 | 4 |
| 6 | 3 |
| 7 | 2 |
| 8 | 2 |
| 9 | 1 |
| P | 10 of 5 minuten, aangepast naar niveau 9 *Naargelang het model |
Nadat de veiligheidsuitschakeling "uit- gevoerd is", verschijnt een 0 als de temperatuur van het glasoppervlak niet gevaarlijk is voor de gebruiker, ofwel een H als er gevaar voor brand- wonden bestaat.

Hou de bedieningszone van okvelden steeds vrij en droog.

Bij elk manoeuvreerbaarheids- eem of niet in deze handleiding elde storing, moet u het apparaat chakelen en de technische
dienst van TEKA waarschuwen.
Suggesties en aanbevelingen
* Gebruik potten en pannen met een dikke en volkomen platte bodem.
* Niet met potten en pannen over het glas schuiven, dit kan krassen veroorzaken.
* Hoewel het glas schokken van grote potten en pannen zonder scherpe randen kan verdragen, vermijdt u toch best kloppen op het glas.
* Om schade te vermijden in het glaskeramiekoppervlak, schuift u best geen potten en pannen over het glas en houdt u de bodems van de pannen schoon en in goede staat.
* Aanbevolen diameters van de pannenbodem (zie "Technisch gegevensblad" dat bij het product werd geleverd).

Voorkom dat suiker of suikerende producten op het glas, want als het glas verwarmd, kunnen ze een reactie tewengen en het oppervlak besgen.
Reinigen en instandhouding
Voor een goede instandhouding van de kookplaat moet u ze na afkoeling reinigen met de juiste producten en hulpmiddelen. Zo is schoonmaken gemakkelijker en vermijdt u dat het vuil zich ophoopt. Gebruik in geen geval agressieve reinigingsproducten of producten die krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken, noch stoomapparaten.
Licht vuil kan met een vochtige doek en een zacht reinigingsmiddel of lauw zeepwater verwijderd worden. Maar voor hardnekkige vlekken of vet moet u een reinigingsmiddel voor keramisch glas gebruiken, conform de voorschriften van de fabrikant. Ten slotte kan vastplakkend aangebrand vuil verwijderd worden met een krabber met mesje.
Kleuririseringen worden geproduceerd door potten of pannen met droge vetresten op de bodem of vet tussen het glas en de pan tijdens het koken. Ze worden van het glasoppervlak verwijderd met een nikkelschuursponsje met water of met een speciale glaskeramiekreiniger. Plastic voorwerpen, suiker of voedingsmiddelen die veel suiker bevatten en op de kookplaat gesmolten zijn, moeten onmiddellijk verwijderd worden met een krabber, als het glas nog warm is.
Metallische glanzen worden veroorzaakt door het verschuiven van metalen potten en pannen over het glas. Ze kunnen verwijderd worden door grondige reiniging met een speciale glaskeramiekreiniger, alhoewel het reinigen mogelijk herhaalde malen dient te gebeuren.

Bevindt er zich gesmolten aal tussen uw pot of pan en s, dan kan de pan op het glas in plakken. Met een koude aat de pot of pan niet pogen ijderen! Het keramische glas innen breken.

Stap niet op het glas of steun t op, het zou kunnen breken verwonden. Geen voorwerpen en op het glas.
TEKA INDUSTRIAL S.A. behoudt zich het recht voor in haar handleidingen de wijzigingen aan te brengen die ze noodzakelijk of nuttig acht, zonder de wezenlijke kenmerkens te schaden.
Milieuaspecten

Het symbool het product of zijn verpakking duidt aan dat dit product niet als gewoon huisvuil mag behandeld worden. Dit product moet voor recycling naar een verzamelpunt voor elektrische en elektronische apparatuur gebracht worden. Door u te verzekeren dat dit product correct verwijderd wordt, helpt u negatieve gevolgen voor het milieu en de openbare gezondheid te voorkomen, die zouden kunnen teweeggebracht worden door een onjuiste verwerking van dit product. Voor meer gedetailleerde informatie over de recycling van dit product,
moet u contact opnemen met uw stadsadministratie, de dienst voor huisvuilophaling of de winkel waar u het product kocht.
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en volledig recyclebaar. De plastic componenten worden aangeduid met de markeringen >PE<, >LD<, >EPS<, etc. Verwijder de verpakkingsmaterialen als huishoudafval in de betreffende container van uw gemeente.
Nakoming met de Energie Efficiëntie van het apparaat:
-Apparaat is getest volgens de standart EN 60350-2 en de verkregen waarde in Wh/Kg, is beschikbaar in het waardering plaat van apparaat
De volgende aanwijzingen helpen u tijdens de bereiding energie te besparen:
* Gebruik indien mogelijk de juiste deksel voor iedere pan. Koken zonder deksel verbruikt meer energie.
* Gebruik pannen met vlakke bodems en geschikte bodemdiameters die passen op de kookzone. Pannenfabrikanten geven doorgaans de diameter van de bovenkant van de pan, die altijd groter is dan de diameter van de bodem.
* Gebruik bij bereiding met water kleine hoeveelheden om de vitaminen en mineralen van de groenten te behouden en stel het minimale vermogensniveau in om het water aan de kook te houden. Een hoog vermogensniveau is onnodig en verspilt energie.
* Gebruik kleine pannen met kleine hoeveelheden voedsel.
Indien iets niet functioneert
Vóór u de technische dienst opbelt, controleert u best het volgende:
Het fornuis functioneert niet: Controleer of de netwerkkabel op het passende stopcontact aangesloten is.
De inductievelden warmen niet op: Onjuiste pot of pan (zonder ferromagnetische bodem of te klein). Controleer of de bodem van de pot of pan aangetrokken wordt door een magneet of gebruik een grotere pot of pan.
Bij de aanvang van het koken op de inductievelden is een gezoem te horen: In geval van weinig dikke potten of die niet uit ænstuk gemaakt zijn, is het gezoem het resultaat van het rechtstreekse overdragen van de energie naar de bodem van de pot of pan. Dit gezoem is geen gebrek, maar wenst u het toch te vermijden, verminder dan lichtjes het gekozen vermogensniveau of gebruik een pot of pan met een dikkere bodem en/of uit één stuk.
De aanraakbediening schakelt niet in of eens ingeschakeld, functioneert ze niet:
Er werd geen enkele plaat geselecteerd. Controleer of u een plaat geselecteerd hebt, alvorens er iets mee te willen doen.
De sensoren zijn met vocht bedekt en/of u heeft vochtige vingers. Het oppervlak van de aanraakbediening en/of uw vingers droog en schoon houden.
De blokkering is geactiveerd. Deactiveer de blokkering.
Tijdens het koken valt een ventilatiegeluid te horen, dat ook met een uitgeschakeld fornuis nog steeds te horen is:
De inductieve zijn voorzien van een ventilator v het koelen van het elektronische systeem. Deze functioneert slechts bij een hoge temperatuur van het elektronische systeem, daalt deze dan wordt hij automatisch afgezet, ook bij een geactiveerd fornuis.
Het symbool-verschijnt in de vermogensindicator van een plaat: Het inductiesysteem merkt geen aanwezigheid op van een pot of pan op de plaat of de pot of pan is niet geschikt voor gebruik.
Een plaat wordt uitgeschakeld en de melding C81 of C82 verschijnt in de indicatoren:
Overdreven temperatuur van het elektronische systeem of van het glas. Wacht een tijdje tot het elektronische systeem afkoelt of verwijder de pot of pan om het glas te laten afkoelen.
C85 verschijnt in de indicator van één van de platen:
Gebruik van ongeschikte pan of pot. Het
fornuis uiten inschakelen en proberen met een andere pot of pan.
Het apparaat schakelt uit en het bericht C90 verschijnt op de vermogensindicators (3):
De aanraakbediening neemt waar dat de aan/uit-sensor (1) afgedekt wordt en zorgt ervoor dat de kookplaat niet inschakelt. Verwijder de mogelijke voorwerpen of vloeistoffen die zich op het oppervlak van de aanraakbediening bevinden, maak dit schoon en droog het totdat het bericht verdwijnt.
Het apparaat schakelt uit en het bericht C91 verschijnt op de vermogensindicators (3):
De aanraakbediening neemt waar dat de aan/uit-sensor (6) afgedekt wordt en zorgt ervoor dat de kookplaat niet inschakelt. Verwijder mogelijk voorwerpen of vloeistoffen en houd de aanraakbediening schoon en droog.
Druk twee keer op de Stop&Go-sensor (6) om het bericht te verwijderen en keer terug naar de normale bediening.