BEKO BBIM12300XD - Oven

BBIM12300XD - Oven BEKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BBIM12300XD BEKO in PDF-formaat.

📄 80 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BEKO BBIM12300XD - page 40
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BEKO

Model : BBIM12300XD

Categorie : Oven

Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BBIM12300XD - BEKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BBIM12300XD van het merk BEKO.

GEBRUIKSAANWIJZING BBIM12300XD BEKO

NLNL / 40 Welkom! Beste klant, Hartelijk dan voor uw keuze van het Beko product. Wij willen dat uw product, vervaardigd met hoogwaardige technologie, u een optimale efficiëntie biedt. Lees hiervoor deze hand- leiding en alle andere documentatie zorgvuldig voor u het product in gebruik neemt. Houd de informatie en waarschuwingen vermeld in de handleiding in gedachten. Zo be- schermt u zichzelf en uw product tegen eventuele gevaren. Bewaar de handleiding. Als u het product doorgeeft aan iemand anders mag u niet verge- ten ook de handleiding mee te geven. De garantievoorwaarden, het gebruik en de pro- bleemoplossingsmethoden voor uw product worden vermeld in deze handleiding. De symbolen en hun beschrijvingen in de handleiding: Gevaar dat fataal kan aflopen of resulteren in letsels. Belangrijke informatie of handige tips. Lees de handleiding. Waarschuwing voor heet oppervlak. OPMER- KING Gevaar dat kan resulteren in materiële schade aan het product of de omgeving.NL / 41 Inhoudsopgave 1 Veiligheidsinstructies ................... 42

1.1 Beoogd gebruik ............................. 42

1.2 Veiligheid van kinderen, kwetsba-

re personen en huisdieren ............

1.4 Veiligheid tijdens het transport..... 45

1.5 Veiligheid tijdens de installatie..... 46

1.6 Veiligheid tijdens gebruik.............. 46

1.7 Temperatuur waarschuwingen..... 47

1.8 Het gebruik van de accessoires ... 48

1.9 Veiligheid tijdens de bereiding...... 48

1.10 Veiligheid tijdens het onderhoud

2.1.1 Conformiteit met de AEEA

2.3 Aanbevelingen voor energiebe-

3.1 Inleiding van het product .............. 51

3.2 Inleiding en gebruik van het be-

dieningspaneel van het product ...

3.2.2 Introductie van het bedienings-

paneel van de magnetron..........

3.3 Bedieningsfuncties van de oven... 52

3.4 Productaccessoires ...................... 53

3.5 Het gebruik van de accessoires

van het product..............................

5 Het gebruik van de oven .............. 59

5.1 Algemene informatie over het ge-

5.2 Bediening van het oven bedie-

6 Algemene informatie bij het bak- ken ..................................................

6.1 Algemene waarschuwingen over

7 Onderhoud en reiniging ................ 70

7.3 Het bedieningspaneel reinigen ..... 72

7.4 De binnenzijde van de oven reini-

7.5 Eenvoudige stoomreiniging .......... 72

7.6 De deur van de oven reinigen........ 73

7.7 De interne glasplaat verwijderen

NLNL / 42 1 Veiligheidsinstructies

  • Dit hoofdstuk omvat de nodige veiligheidsinstructies om het risico van persoonlijke letsels of materiële schade te voorko- men.
  • Als het product wordt overhan- digd aan iemand anders voor persoonlijk gebruik of tweede- hands doeleinden moeten de handleiding, de productlabels en andere relevante documen- ten ook worden overhandigd.
  • Ons bedrijf kan niet aansprake- lijk worden geteld voor schade die kan optreden als deze in- structies niet worden nage- leefd.
  • Het niet naleven van deze in- structies resulteert in de nietig- verklaring van de garantie.
  • De installatie en alle reparaties moeten worden uitgevoerd door de fabrikant, de geautori- seerde dienst of een persoon die wordt aangeduid door de importeur.
  • Gebruik uitsluitend originele re- serveonderdelen en accessoi- res.
  • U mag geen enkel onderdeel van het product repareren of vervangen tenzij dit duidelijk wordt aangegeven in de hand- leiding.
  • Voer geen technische wijzigin- gen uit aan het product.
  • Dit product is uitsluitend ont- worpen voor gebruik bij u thuis. Het is niet geschikt voor commercieel gebruik.
  • Gebruik het product niet in de tuin, op een balkon of andere buitenomgevingen. Dit product is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of in personeelskeu- kens of winkels, op kantoor en andere werkomgevingen.
  • WAARSCHUWING! Dit product mag enkel worden gebruikt om etenswaren te bereiden. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden zoals het opwarmen van een ruimte.
  • De oven kan worden gebruikt om etenswaren te ontdooien, bakken, braden en te rooste- ren.
  • Dit product mag niet worden gebruikt voor het opwarmen van borden of om handdoeken of kleding op te hangen aan het handvat om deze te laten drogen.

1.2 Veiligheid van kin-

deren, kwetsbare per- sonen en huisdieren

  • Dit product mag worden ge- bruikt door kinderen van 8 jaar en ouder, net als personen met een onderontwikkelde fysieke, gevoelsmatige of mentale vaardigheden, of personen met een gebruik aan ervaring en kennis, op voorwaarde dat zij onder toezicht staan van of zijn opgeleid over het veilige gebruik en de gevaren van het product.
  • Kinderen mogen niet spelen met het product. De reiniging en het onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinde- ren tenzij ze onder toezicht staan.
  • Dit product mag niet worden gebruikt door personen met een beperkte fysiek, gevoels- matig of mentaal vermogen (inclusief kinderen), tenzij zijn onder toezicht staan of de no- dige instructies hebben ont- vangen.
  • Kinderen moeten onder toe- zicht staan om zeker te zijn dat ze niet spelen met dit product.
  • Elektrische producten zijn ge- vaarlijk voor kinderen en huis- dieren. Kinderen en huisdieren mogen niet spelen met, klim- men op of binnendringen in het product.
  • Plaats geen voorwerpen op het product binnen het bereik van kinderen.
  • WAARSCHUWING! De toegan- kelijke oppervlakken van het product worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen uit de buurt van het product.
  • Houd het verpakkingsmateri- aal buiten het bereik van kinde- ren. Er bestaat een risico van letsels en verstikking.
  • Als de deur open is, mag u geen zware voorwerpen op de deur plaatsen en kinderen mo- gen er niet op zitten. Dit kan de oven doen kantelen of de scharnieren beschadigen.
  • Voordat versleten en nutteloze producten worden wegge- gooid:

1. Verwijder de stekker uit het

en koppel deze los met de stekker van het product.

3. Neem de nodige voorzorgs-

maatregelen om te voorko- men dat kinderen kunnen bin- nendringen in het product.

4. Sta kinderen niet toe om met

het product te spelen wan- neer het in inactieve modus is.

  • Sluit het product aan op een geaard stopcontact beveiligd met een zekering die overeen- stemt met de nominale stroom vermeld op het typeplaatje. De aarding moet worden uitge- voerd door een gekwalificeer- de elektricien. Gebruik het pro- duct niet zonder aarding in overeenstemming met de loka- le / nationale regelgeving.
  • De stekker of de elektrische aansluiting van het apparaat moet zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats bevinden. Als dit niet mogelijk is, moet er een mechanisme zijn (zeke- ring, schakelaar, sleutelschake- laar, etc.) op de elektrische in- stallatie waar het product op is aangesloten, conform de elek- trische regelgeving en met af- scheiding van alle polen van het netwerk.
  • Koppel het product los of schakel de zekering uit voor re- paratie, onderhoud en reini- ging.
  • Voer de stekker van het pro- duct in een stopcontact dat voldoet aan de spanning en frequentiewaarden vermeld op het typeplaatje.
  • (Als uw product geen netsnoer heeft, mag u enkel de verbin- dingskabel gebruiken die wordt beschreven in het hoofd- stuk “Technische specifica- ties”.
  • Het netsnoer mag niet worden geklemd onder of achter het product. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Het netsnoer mag niet worden gebogen, geklemd of in con- tact komen met een warmte- bron.
  • Zorg ervoor dat het netsnoer niet geklemd raakt bij de plaat- sing van het product of na de montage or reiniging.
  • Het achterste oppervlak van de oven wordt heet tijdens het ge- bruik. De netsnoeren mag niet in contact komen met de ach- terzijde van het product. Zo niet kan deze worden bescha- digd.
  • Klem de elektrische kabels niet in de ovendeur en leid ze niet over hete oppervlakken. Zo niet zal de kabelisolatie smel- ten en brand veroorzaken als resultaat van een kortsluiting.
  • Gebruik uitsluitend de originele kabels. Gebruik geen bescha- digde kabels.
  • Gebruik geen verlengsnoer of multi-stekker om uw product te bedienen.
  • Neem contact op met het ge- autoriseerde servicecentrum of de importeur om de goedge- keurde adapter te gebruiken in gevallen waarin het gebruik van een converteradapter (voor stekkertype) nodig is.
  • Neem contact op met de im- porteur of het geautoriseerde servicecentrum als de lengte van het netsnoer onvoldoende is.
  • Draagbare stroombronnen of multi-stekkers kunnen overver- hit raken en vlam vatten. Ge- bruik geen multi-stekkers en draagbare stroombronnen met het product.
  • Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door een fabrikant, een geauto- riseerde dienst of een persoon aangewezen door de importeur om eventuele schade te voor- komen.
  • WAARSCHUWING! Voor de ovenlamp vervangt, moet u het product loskoppelen van het elektrisch net om het risico op elektrische schokken te voor- komen. Verwijder de stekker van het product uit het stop- contact of schakel de zekering uit in de zekeringenkast. Als uw product is voorzien van een netsnoer en stekker:
  • Plaats de productstekker nooit in een kapotte, losse of niet verbonden plug Zorg ervoor dat de stekker volledig in het stopcontact is gestoken. An- ders kunnen de verbindingen oververhit raken en brand ver- oorzaken.
  • Sluit het apparaat niet op stop- contacten die vettig, vies of mogelijk blootgesteld zijn aan water (zoals die in de buurt van een werkblad waar water kan ontsnappen). Zo niet, bestaat het risico van kortsluiting en elektrocutie.
  • Raak de stekker nooit aan met natte handen!
  • Trek de stekker uit het stop- contact aam de stekker zelf in plaats van aan het snoer.

1.4 Veiligheid tijdens

  • Ontkoppel het product van het elektrisch net voor u het pro- duct verplaatst.
  • Het product is zwaar. U moet het dus met ten minste twee personen dragen.
  • Gebruik de deur en/of het handvat niet om het product te verplaatsen.
  • Plaats geen items op het appa- raat. Draag het apparaat verti- caal.
  • Als u het product moet ver- plaatsen, moet u het wikkelen in bubbelplastic verpakkings- materiaal of dik karton en tape. De bewegende delen van het product stevig bevestigen om schade te voorkomen.
  • Voor het product wordt geïn- stalleerd, moet u het product na transport inspecteren op schade. Neem bij beschadi- ging contact op met de impor- teur of het erkende servicecen- trum.

1.5 Veiligheid tijdens de

  • Zorg dat het netsnoer waarop het product wordt aangesloten geen stroom heeft voordat u met de installatie begint door de zekering uit te schakelen.
  • Draag altijd beschermende handschoenen tijdens het transport en de installatie. Zo niet, bestaat het risico op letsel door scherpe randen!
  • Voor het product wordt geïn- stalleerd, moet u het product inspecteren op schade. U mag het product niet laten installe- ren als het beschadigd is..
  • Gebruik geen warmte-isoleren- de materialen om het interieur van de meubels die worden ge- ïnstalleerd te bedekken.
  • Direct zonlicht en warmtebron- nen, zoals elektrische of gas- kachels, mogen niet aanwezig zijn in het gebied waar het pro- duct is geïnstalleerd.
  • Houd de omgeving van alle ventilatieopeningen van het product open.
  • Om oververhitting te voorko- men mag het product niet wor- den geïnstalleerd achter deco- ratieve afdekkingen.
  • Als er zich een gasleiding/buis of plastic waterleiding achter de aangewezen installatiezone van het product bevindt, moet er zeker van zijn dat het pro- duct niet in contact kan komen met deze leidingen. Zo niet kan de leiding/buis worden verplet- terd.
  • Als er een stopcontact achter de plaats is waar het product zal worden geïnstalleerd, moet ervoor worden gezorgd dat het product niet in contact komt met de aansluiting en ook niet met de stekker in het stopcon- tact.

1.6 Veiligheid tijdens

  • Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld na elk gebruik.
  • Als u het product niet gebruikt gedurende een langere periode moet u de stekker uit het stop-

NLNL / 47 contact verwijderen of het ap- paraat uitschakelen met de ze- kering in de zekeringkast.

  • Gebruik het product niet als het kapot gaat of beschadigd raakt tijdens het gebruik. Ont- koppel het product van het elektrisch net. Neem contact op met de importeur of het er- kende servicecentrum.
  • Gebruik het product niet als de glazen deur vooraan is verwij- derd of gebarsten. Zo niet be- staat een risico van letsels en milieuschade.
  • U mag nooit op het apparaat stappen.
  • Gebruik het product nooit als uw beoordelingsvermogen of coördinatie is verminderd of als u alcohol en/of drugs hebt gebruikt.
  • U mag geen brandbare voor- werpen in of rond de kookzone bewaren. Zo niet kan dit brand veroorzaken.
  • Het handvat van de magnetron mag niet worden gebruikt om handdoeken te drogen. U mag tijdens het gebruik van dit pro- duct geen handdoeken, hand- schoenen of gelijkaardig textiel ophangen bij het handvat.
  • De scharnieren van de deur van het product verschuiven tij- dens het openen en sluiten van de deur en kunnen geblok- keerd raken. U mag het onder- deel niet vasthouden bij de scharnieren wanneer de deur wordt geopend/gesloten.

1.7 Temperatuur waar-

  • WAARSCHUWING! Wanneer het product in gebruik is, zijn het product en de toegankelij- ke onderdelen warm. Men dient er zorg voor te dragen het product en de verwar- mingselementen niet aan te ra- ken. Houd het product uit de buurt van kinderen jonger dan 8 jaar oud tenzij ze onder con- stant toezicht staan.
  • Plaats geen brandbaar / explo- sief materiaal in de buurt van het product want de oppervlak- ken worden heet tijdens de werking.
  • Blijf op afstand wanneer u de ovendeur opent tijd of na de bereiding. De stoom kan uw handen, gezicht en/of ogen verbranden.
  • Het product wordt warm tij- dens gebruik. Men dient er zorg voor te dragen de hete on- derdelen, de binnenzijde van de magnetron en de verwar- mingselementen niet aan te ra- ken.
  • Draag altijd hittebestendige ovenhandschoenen wanneer u het product hanteert.

1.8 Het gebruik van de

  • Het draadrooster en de schotel moeten correct op het rooster worden geplaatst. Raadpleeg het hoofdstuk “Het gebruik van de accessoires” voor meer gedetailleerde informatie
  • Sluit de ovendeur nadat u de accessoires volledig in de kookruimte hebt geduwd. Zo niet kunnen ze in aanraking ko- men met de glazen deur en de- ze beschadigen.

1.9 Veiligheid tijdens de

  • Wees voorzichtig met het ge- bruik van alcoholische dranken in uw vaat. Alcohol verdampt aan hoge temperaturen en kan brand veroorzaken aangezien het kan ontvlammen wanneer het in contact komt met hete oppervlakken.
  • Voedselresten in de berei- dingszone, zoals olie, kunnen ontvlammen. Reinig deze res- ten voor iedere bereiding.
  • Gevaar van voedselvergifti- ging: Bewaar etenswaren nooit in de oven gedurende meer dan een uur voor of na de be- reiding. Zo niet kan dit voedsel- vergiftiging of ziekten veroor- zaken.
  • U mag geen afgesloten blikken of glazen potten opwarmen in de magnetron. De druk die kan opbouwen in het blik/de pot kan deze doen barsten.
  • Plaats geen bakplaten, scho- tels of aluminiumfolie recht- streeks op de bodem van de oven. De verzamelde hitte kan het bodemoppervlak van de oven beschadigen. Let erop de volgende voorzorgs- maatregelen te volgen wanneer u vettig bakpapier of gelijkaardig materiaal gebruikt:
  • Plaats het bakpapier in een schotel of een magnetron ac- cessoire (lade, rooster, etc.) met etenswaren en plaats ze in de voorverwarmde magnetron.
  • Om het risico te vermijden de verwarmingselementen van de oven aan te raken en de warme luchtstroom te belemmeren, moet u alle overtollige stukken bakpapier verwijderen die van accessoires of containers han- gen. Gebruik geen bakpapier bij een hogere oventempera- tuur dan de maximale tempe- ratuur gespecificeerd door de fabrikant. Plaats nooit bakpa- pier op de bodem van de mag- netron.
  • Plaats het nooit bovenop ac- cessoires tijdens de voorver- warming.
  • Druk altijd neer met een bord of een gelijkaardig voorwerp om te voorkomen dat materi- aal in het rond kan vliegen door de circulerende lucht in de oven.
  • Dek enkel het noodzakelijke oppervlak af in de lade.
  • De lade moet na elk gebruik worden gereinigd en alle bak- papier of gelijkaardig materiaal dat in de lade wordt gebruikt, moet worden vervangen. Zo niet kan er vloeistof druppelen op de lade en rook of zelfs vlammen veroorzaken.
  • Er wordt een luchtstroom ge- genereerd wanneer het deksel van het product wordt geo- pend. Het bakpapier kan in contact komen met verwar- mingselementen en ontvlam- men.
  • Als u een grill wilt gebruiken om te bakken, moet u een lade op het onderste rek plaatsen. Zo niet kunnen de olie van de etenswaren en andere onder- delen die druppelen op de bo- dem van de oven rook vormen en vlammen veroorzaken.
  • Sluit de oven tijdens het grillen. Hete oppervlakken kunnen brandwonden veroorzaken!
  • Etenswaren die niet geschikt zijn voor het grillen houden een brandrisico in. Grill enkel etenswaren die geschikt zijn voor een groot grill vuur. Plaats geen etenswaren te ver achter- aan in de oven. Dit is de warm- te zone en vette etenswaren kunnen in brand schieten.

1.10 Veiligheid tijdens

het onderhoud en de reiniging

  • Wacht tot het product is afge- koeld voor u het product rei- nigt. Hete oppervlakken kun- nen brandwonden veroorza- ken!
  • Was het product nooit door er water op te spuiten of te gie- ten! Er bestaat een risico van elektrische schokken!
  • Gebruik geen stoomreinigers om het product te reinigen want dit kan elektrische schok- ken veroorzaken.
  • Gebruik geen harde schurende reinigingsmiddelen, metalen krabbers, staalwol of bleekmid- del om het glas van de de ovendeur te reinigen. Dit mate- riaal kan krassen of barsten veroorzaken op de glazen op- pervlakken.

NLNL / 50 2 Milieurichtlijnen

2.1.1 Conformiteit met de AEEA richt-

lijn betreffende afgedankte elek- trische en elektronische appara- tuur: Dit product is conform met de EU WEEE- richtlijn (2012/19/EU). Dit product draagt een classificatiesymbool voor afval elektri- sche en elektronische apparatuur (AEEA). Dit product werd vervaardigd met kwalitatief hoogstaande onderdelen en materialen die opnieuw kunnen worden ge- bruikt en die geschikt zijn voor recycling. Om die reden mag u het afvalproduct niet weggooien met nor- maal huishoudelijk of ander afval aan het einde van de levensduur. Neem het naar een inzamelcentrum voor de recyclage van elektrische en elektronische apparatuur. U kunt ook uw lokale administratie informatie vragen over deze inzamelpunten. De cor- recte verwijdering van de apparatuur helpt negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid te voorkomen. Naleving van de RoHS-richtlijn: Het product dat u hebt gekocht is conform met de Europese RoHS-richtlijn (2011/65/ EU). Het bevat geen schadelijk en verboden materiaal zoals gespecificeerd in de richt- lijn.

2.2 Informatie over de verpakking

Het verpakkingsmateriaal van het product is gefabriceerd van recyclebaar materiaal in overeenstemming met onze Nationale Mili- euwetgeving. Gooi het verpakkingsmateri- aal niet weg bij het normale huisvuil of an- der afval. Lever het in bij een door de over- heid aangewezen inzamelpunt voor verpak- kingsmateriaal.

2.3 Aanbevelingen voor energiebe-

sparing In overeenstemming met EU 66/2014 is het product voorzien van informatie over ener- gie-efficiëntie op het ontvangstbewijs dat wordt meegeleverd met het product. De volgende suggesties helpen u het pro- duct te gebruiken op een ecologische en energie-efficiënte wijze.

  • Ontdooi ingevroren etenswaren voor de bereiding.
  • Gebruik donkere of email containers in de oven die de warmte beter overdragen.
  • U moet de oven altijd voorverwarmen als die wordt aangegeven in het recept of de handleiding. U mag de ovendeur niet te vaak openen tijdens de bereiding.
  • Schakel het product 5 of 10 minuten voor het einde van de Bakken uit in het geval van een langdurige bereiding. Zo kunt u tot 20% elektriciteit besparen door rest- warmte te gebruiken.
  • Probeer meer dan één schotel tegelijker- tijd te bereiden in de oven. U kunt gelijktij- dig koken door twee kooktoestellen op het rooster te plaatsen. Bovendien, als u uw maaltijden na elkaar bereidt, zal dit energie besparen omdat de oven zijn warmte niet verliest.

3.1 Inleiding van het product

1 Bedieningspaneel 2 Lamp 3 Draadroosters 4 Ventilatormotor (achter de stalen plaat) 5 Deur 6 Handvat 7 Onderste verwarmingselement (on- der de stalen plaat) 8 Legplank posities 9 Bovenste verwarmingselement 10 Ventilatieopeningen

Varieert naargelang het model. Uw product ismogelijk niet uitgerust met een lamp, of het typeen de locatie van de lamp kunnen verschillen vande afbeelding. Varieert naargelang het model. Uw product ismogelijk niet uitgerust met een draadrooster Inde afbeelding wordt een product met draadroos-ter weergegeven als voorbeeld.

3.2 Inleiding en gebruik van het be-

dieningspaneel van het product In deze sectie vindt u een overzicht en het basisgebruik van het bedieningspaneel van het product. De afbeeldingen en bepaalde functies kunnen verschillen naargelang het producttype.

1 Functie selectieknop 2 Timer 3 Temperatuur selectieknop Als u uw product bedient met een knop of knoppen is het in bepaalde modellen moge- lijk dat deze knop(pen) naar buiten komen wanneer ze worden ingedrukt. Als u instel- lingen wilt uitvoeren met deze knoppen, moet u eerst de relevante knop indrukken en de knop uittrekken. Nadat u de instelling hebt uitgevoerd, drukt u de knop opnieuw in.

3.2.2 Introductie van het bedienings-

paneel van de magnetron Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop kunt u de bedie- ningsfuncties van de oven selecteren. Draai links / rechts vanuit gesloten (bovenste) positie om te selecteren. Temperatuur selectieknop Met de temperatuurknop kun je de tempe- ratuur selecteren waarop je wilt koken. Draai met de klok mee vanuit de gesloten (bovenste) positie om te selecteren. Indicator binnentemperatuur oven U kunt de binnentemperatuur van de oven aflezen van het temperatuursymbool op het timerdisplay. Het temperatuursymbool ver- schijnt op het display wanneer het koken begint en het temperatuursymbool ver- dwijnt wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur bereikt. Wanneer de tempera- tuur in de oven onder de ingestelde tempe- ratuur zakt, verschijnt het temperatuursym- bool weer. Timer 1 Alarmtoets 2 Tijdinstelling toets 3 Verlagen toets 4 Verhogen toets 5 Instellingen toets 6 Toetsvergrendeling toets Weergavesymbolen : Baktijd symbool : Bakken eindtijd symbool * : Alarmsymbool : Helderheid symbool : Toetsvergrendeling symbool : Temperatuursymbool : Volumeniveau symbool : Deurvergrendeling symbool * *Het varieert naargelang het model van het product. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model.

3.3 Bedieningsfuncties van de oven

In de functietabel, de bedieningsfuncties die u kunt gebruiken in uw oven en de hoog- ste en laagste temperaturen die kunnen worden ingesteld voor deze functies wor- den weergegeven. De volgorde van de ope-

NLNL / 53 rationele modi die hier worden weergege- ven verschillen van de rangschikking op uw product. Functie- symbool Functiebeschrijving Temperatuur- bereik (°C) Beschrijving en gebruik Werkend met ventilator - De oven warmt niet niet op. Enkel de ventilator (op de achter- wand) werkt. Ingevroren etenswaren met korrels ontdooien langzaam tot kamertemperatuur, bereide etenswaren worden afgekoeld. De tijd die nodig is om een volledig stuk vlees te ontdooien is langer dan voor etenswaren met granen. Bovenste en onderste verwarmingselement

De etenswaren worden gelijktijdig opgewarmd van boven en onder. Geschikt voor cakes, gebak en stoofpotjes in bakvor- men. De bereiding wordt uitgevoerd in een enkele schotel. Onderste verwarmings- element

Enkel het onderste verwarmingselement is ingeschakeld. Het is geschikt voor etenswaren die bovenaan moeten bruinen. De- ze functie mag enkel worden gebruikt om de stoomreiniging gemakkelijker te maken. Ventilator ondersteund bovenste en onderste verwarmingselement

De hete lucht die wordt opgewarmd door het bovenste en on- derste verwarmingselement wordt gelijkmatig en snel ver- spreid in de oven via de ventilator. De bereiding wordt uitge- voerd in een enkele schotel. Ventilator verwarming * De hete lucht die wordt opgewarmd door de ventilator verwar- ming wordt gelijkmatig en snel verspreid in de oven via de ven- tilator. Dit is geschikt voor bereidingen op meerdere platen op verschillende niveaus. "3D" functie * Het onderste en bovenste verwarmingselement en de ventila- tor verwarming werken. Elke zijde van het product worden ge- lijkmatig en snel bereid. De bereiding wordt uitgevoerd in een enkele schotel. Volledige grill * De grote grill op de bovenzijde van de oven werkt. Dit is ge- schikt om grote hoeveelheden te grillen. Ventilator ondersteund laag rooster

De hete lucht die wordt opgewarmd door de kleine grill wordt snel verspreid in de oven via de ventilator. Dit is geschikt om kleinere hoeveelheden te grillen.

  • Uw product werkt binnen het temperatuur- bereik gespecificeerd op de temperatuur- knop.

3.4 Productaccessoires

Uw product is voorzien van verschillende accessoires. In dit hoofdstuk vindt u de be- schrijving van de accessoires en de be- schrijvingen van het correcte gebruik. Het geleverde accessoire varieert naargelang het productmodel. Het is mogelijk dat niet alle accessoires beschreven in de handlei- ding beschikbaar zijn in uw product. De schotels in uw apparaat kunnen vervormd raken door het effect van de verhitting. Dit heeft geen effect op de werking. De vervorming ver- dwijnt als de schotel afkoelt. Standaard plaat Dit wordt gebruikt voor gebak, ingevroren etenswaren en om grote stukken te braden.

NLNL / 54 Gebak plaat Dit wordt gebruikt voor gebak zoals koekjes en biscuits. Draadrooster Dit wordt gebruikt om te braden of om de etenswaren die u wilt bakken, braden en stoven op de gewenste plaat te plaatsen. Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken :

3.5 Het gebruik van de accessoires

van het product Kookplaten Er zijn 5 niveaus voor de platen in de berei- dingszone. U kunt de volgorde van de pla- ten zien op basis van de cijfers vooraan op het frame van de oven. Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken : Het draadrooster op de kookplaten plaat- sen Op modellen met draadplanken : Het is van essentieel belang dat het draad- rooster correct wordt aangebracht op de rooster zijplaten. Wanneer men het draad- rooster op de gewenste plaat plaatst moet de open sectie vooraan zitten. Voor een be- tere bereiding moet het draadrooster wor- den bevestigd met de stopper op het draad- rooster. Het mag dit punt niet overschrijden en in contact komen met de achterwand van de oven. Op modellen zonder draadplanken : Het is van essentieel belang dat het draad- rooster correct wordt aangebracht op de zijplaten. Het draadrooster heeft een rich- ting bij de plaatsing op de plaat. Wanneer men het draadrooster op de gewenste plaat plaatst moet de open sectie vooraan zitten. De schotel op de kookplaten plaatsen Op modellen met draadplanken : Het is van essentieel belang dat de scho- tels draadrooster correct worden aange- bracht op de zijplaten. Wanneer men de schotel op de gewenste plaat aanbrengt;

NLNL / 55 moet de zijde die is ontworpen voor de be- vestiging vooraan zitten. Voor een betere bereiding moet de schotel worden beves- tigd met de stoppunt op het draadrooster. Het mag dit punt niet overschrijden en in contact komen met de achterwand van de oven. Op modellen zonder draadplanken : Het is van essentieel belang dat de scho- tels draadrooster correct worden aange- bracht op de zijplaten. De schotel heeft een richting bij de plaatsing op de plaat. Wan- neer men de schotel op de gewenste plaat aanbrengt; moet de zijde die is ontworpen voor de bevestiging vooraan zitten. De stopfunctie van het draadrooster Er is een stopfunctie om te voorkomen dat het draadrooster uit het draadrooster zou schieten. Met deze functie kunt u uw etens- waren gemakkelijk en veilig verwijderen. Wanneer u het draadrooster verwijdert, kunt u het naar voor trekken tot aan het stop- punt. U moet het over de stopper trekken om het volledig te verwijderen. Op modellen met draadplanken : Op modellen zonder draadplanken : Schaal stopfunctie - Op modellen met draadplanken Er is ook een stopfunctie om te voorkomen dat de schaal uit het draadrooster zou schieten. Wanneer u de schaal verwijdert, moet u deze los maken van de vergrende- ling achteraan en naar u toe trekken tot vooraan. U moet het over dit stoppunt trek- ken om het volledig te verwijderen. De correcte plaatsing van het draadrooster en schaal op de telescopische rails - Op modellen met draadplanken en telescopi- sche modellen Dankzij de telescopische rails kunnen de schotels of het draadrooster gemakkelijk worden aangebracht en verwijderd. Als men schotels en draadroosters gebruikt met de telescopische rails dient men ervoor te zorgen dat de pinnen, vooraan en achter- aan op de telescopische tegen de randen van het rooster en de schotel rusten (weer- gegeven in de afbeelding).

Algemene specificaties Externe afmetingen van het product (hoogte/breedte/ diepte)(mm) 595 /594 /567 Installatie-afmetingen van de oven (hoogte/breedte/diep- te)(mm) 590-600 /560 /min. 550 Spanning/Frequentie 220-240 V ~; 50 Hz Type kabel en sectie die wordt gebruikt / geschikt is voor het gebruik in het product min. H05VV-FG 3 x 1,5 mm2 Totaal stroomverbruik (kW) 2,6 Oventype Multifunctionele oven Basis: Informatie over het energielabel van huishoudelijke elektrische ovens wordt vermeld in overeenstemming met de EN 60350-1 / IEC 60350-1 norm. De waarden worden bepaald in Bovenste en onderste verwarmingselement of (indien aanwezig) Ventilator ondersteund bovenste en onderste verwarmingselement functies met de standaard be- lasting. De energie efficiëntieklasse wordt bepaald in overeeenstemming met de volgende prioriteiten, afhankelijk van het feit of de relevante functies al of niet aanwezig zijn op het product. 1-Eco ventilator verwarming , 2-Ventilator ver- warming , 3-Ventilator ondersteund laag rooster , 4-Bovenste en onderste verwarmingselement. De technische specificaties kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennis- geving om de kwaliteit van het product te verbeteren. De afbeeldingen in deze gebruikshandleiding zijn schematisch en stemmen moge- lijk niet exact overeen met uw product. De waarden vermeld op de productlabels of in begeleidende de documentatie zijn verkregen in laboratoriumomstandigheden conform de relevante normen. Afhanke- lijk van de operationele en omgevingsomstandigheden van het product kunnen de- ze waarden variëren.

NLNL / 58 4 Eerste gebruik Voor u uw product in gebruik neemt, is het aanbevolen de volgende stappen uit te voe- ren in de onderstaande secties respectieve- lijk.

4.1 Eerst timer instelling

Stel het tijdstip van de dag altijd in voor u uw oven in gebruik neemt. Als u dit niet instelt, kunt u in som- mige modellen geen bereidingen uitvoeren.

1. Wanneer de oven de eerste maal wordt

ingeschakeld, knipperen het uurveld "12:00" en symbool op het scherm.

2. Stel het tijdstip van de dag in met de /

3. Raak de of toets aan om het minu-

tenveld in te stellen.

4. Raak de / toetsen aan om de minu-

5. Bevestig de instelling door de of

toets aan te raken. ð Het tijdstip van de dag wordt ingesteld en het symbool verdwijnt van het scherm. Als het eerste tijdstip niet wordt in- gesteld, blijven de "12:00" en symbolen knipperen en zal uw oven niet starten. Om uw oven te kunnen inschakelen, moet u het tijdstip van de dag bevestigen door het tijdstip van de dag in te stellen of de toets aan te raken wanneer deze "12:00” weergeeft. U kunt het tijd- stip van de dag later wijzigen zoals beschreven in het hoofdstuk “In- stellingen”. In het geval van een stroomuitval worden het tijdstip van de dag ge- annuleerd. Het moet opnieuw wor- den ingesteld.

4.2 Eerste reiniging

1. Verwijder alle verpakkingsmateriaal.

2. Verwijder alle accessoires die zijn mee-

geleverd met het product uit de oven.

3. Schakel het product in gedurende 30 mi-

nuten en schakel het daarna uit. Zo wor- den resten en laagjes die mogelijk in de oven zijn achtergebleven tijdens de be- reiding verbrand en gereinigd.

4. Wanneer u het product bedient, moet u

de hoogste temperatuur en de functie selecteren zodat alle branders van uw product worden ingeschakeld. Raad- pleeg “Bedieningsfuncties van de oven [}52]” In het volgende hoofdstuk vindt u meer informatie over de bediening van de oven.

5. Wacht tot de oven is afgekoeld.

6. Neem de oppervlakken van het product

af met een natte doek of spons en droog ze met een doek. Voor u de accessoires in gebruik neemt: Reinig de accessoires die u uit de oven ver- wijdert met wasmiddel en een zachte spons.

NLNL / 59 OPMERKING: Bepaalde wasmiddelen of rei- nigingsmiddelen kunnen het oppervlak be- schadigen. Gebruik geen schurende was- middelen, waspoeders, reinigende crèmes of scherpe voorwerpen tijdens de reiniging. OPMERKING: Tijdens het eerste gebruik kunt u rook en geurtjes vaststellen geduren- de meerdere uren. Dit is normaal en u heeft enkel een goede ventilatie nodig om deze te verwijderen. Vermijd een directe inhale- ring van de rook en geurtjes. 5 Het gebruik van de oven

5.1 Algemene informatie over het ge-

bruik van de oven Koelventilator ( Het varieert naargelang het model van het product. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model. ) Uw product is voorzien van een koelventila- tor. De koelventilator wordt automatisch in- geschakeld indien nodig en koelt zowel de voorzijde van het product af als het meubel. Hij wordt automatisch gedeactiveerd aan het einde van het koeproces. Er ontsnapt warme lucht over de ovendeur. U mag deze ventilatieopeningen nooit afdekken. Zo niet kan de oven oververhitten. De koelventilator blijft werken wanneer de oven in werking is of nadat de oven is uitgeschakeld (ca. 20-30 minuten). Als u etenswaren bereidt door de oven timer te programmeren, scha- kelt de koelventilator uit met alle functies aan het einde van de bereidingstijd. De looptijd van de koelventilator kan niet wor- den bepaald door de gebruikt. Hij schakelt automatisch in en uit. Dit is geen fout. Oven verlichting De ovenlamp schakelt in wanneer de oven wordt ingeschakeld. Bij sommige modellen schakelt de lamp in tijdens de bereiding, terwijl in andere modellen de lamp uitscha- kelt na een bepaalde periode.

5.2 Bediening van het oven bedie-

ningspaneel Algemene waarschuwingen voor het oven bedieningspaneel

  • De maximale tijdsduur die kan worden in- gesteld voor het einde van de bereiding is 5 uur en 59 minuten. In het geval van een stroomuitval moet het programma wor- den geannuleerd. U zult de oven opnieuw moeten programmeren.
  • Wanneer u aanpassingen uitvoert, knip- peren de relevante symbolen op het scherm. U moet even wachten tot de in- stelling is opgeslagen.
  • Als een instelling is uitgevoerd voor de bereiding kan het tijdstip niet worden aangepast.
  • Als de bereidingstijd is ingesteld bij de start van de bereiding, wordt de resteren- de tijd weergegeven op het scherm.
  • In gevallen waar de bereidingstijd of de eindtijd is ingesteld, kunt u automatisch annuleren door de toets langdurig aan te raken. Timer 1 Alarmtoets 2 Tijdinstelling toets 3 Verlagen toets 4 Verhogen toets 5 Instellingen toets 6 Toetsvergrendeling toets Weergavesymbolen : Baktijd symbool : Bakken eindtijd symbool * : Alarmsymbool : Helderheid symbool : Toetsvergrendeling symbool : Temperatuursymbool : Volumeniveau symbool : Deurvergrendeling symbool *

NLNL / 60 *Het varieert naargelang het model van het product. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model. De oven inschakelen Wanneer u een functie selecteert die u wilt gebruiken voor uw bereiding met de functie selectieschakelaar en een bepaalde tempe- ratuur instelt met de temperatuurknop be- gint de oven te werken. De oven uitschakelen U kunt de oven uitschakelen door de func- tie selectieknop en de temperatuurknop in de uit-positie (omhoog) te draaien. Handmatig koken om de temperatuur en functie van de oven te selecteren U kunt de instelling van uw bereiding hand- matig uitvoeren (naar wens) zonder de be- reidingstijd in te stellen door de tempera- tuur en de functie te selecteren specifiek voor uw gerecht.

1. Selecteer de bedieningsfunctie die u wilt

gebruiken tijdens uw bereiding met de functieselectieknop.

2. Stel de gewenste temperatuur in voor

uw bereiding met de temperatuurknop. ð Uw oven zal onmiddellijk beginnen wer- ken met de geselecteerde functie en temperatuur en het symbool ver- schijnt op het scherm. Als de tempera- tuur in de oven de ingestelde tempera- tuur bereikt, verdwijnt het symbool. De oven schakelt niet automatisch uit aangezien de handmatige bereiding wordt uitgevoerd zonder een berei- dingstijd in te stellen. U kunt de berei- ding zelf regelen en uitschakelen. Aan het einde van de bereiding kunt u de oven uitschakelen door de functie se- lectieknop en de temperatuurknop in de uit-positie (omhoog) te draaien. Koken door de bereidingstijd in te stellen: U kunt de oven automatisch laten uitscha- kelen aan het einde van een bepaalde tijd door de temperatuur en de functie te selec- teren specifiek voor uw gerecht en door de bereidingstijd in te stellen op de timer.

1. Selecteer de functie voor de bereiding.

2. Raak de toets aan tot het symbool

verschijnt op het scherm voor de berei- dingstijd. Nadat de functie en de temperatuur zijn ingesteld, kunt u een berei- dingstijd van 30 minuten instellen door de toets rechtstreeks aan te raken voor een snelle instelling van de bereidingstijd en de tijd wij- zigen met de / toetsen.

3. Stel de bereidingstijd in met de /

toetsen. De bereidingstijd verhoogt met 1 minuut in de eerste 15 minuten, na 15 minuten verhoogt het met 5 mi- nuten.

4. Plaats uw etenswaren in de oven en stel

de temperatuur in met de temperatuur- knop. ð Uw oven zal onmiddellijk beginnen werken met de geselecteerde func- tie en temperatuur. De ingestelde bereidingstijd begint af te tellen en het symbool verschijnt op het scherm. Als de temperatuur in de oven de ingestelde temperatuur bereikt, verdwijnt het symbool.

5. Aan het einde van de ingestelde berei-

dingstijd verschijnt “End” op het scherm en begint het symbool te knipperen en geeft de timer een signaal weer

6. De melding weerklinkt gedurende 2 mi-

nuten. Druk een van de toetsen in om de melding te stoppen. De melding stopt en het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm. Als er een toets wordt ingedrukt op het einde van de hoorbare waar- schuwing begint de oven opnieuw te werken. Om te voorkomen dat de oven opnieuw zou inschakelen aan het einde van de waarschuwing kunt u de oven uitschakelen door de temperatuur- en functieknop op de “0“ (Uit) positie te draaien

De toetsenvergrendeling inschakelen Dankzij de toetsvergrendeling kunt u de ti- mer beschermen tegen storingen.

1. Raak de toets aan tot het symbool

verschijnt op het scherm. ð Het symbool wordt weergegeven op het scherm en de 3-2-1 aftelling wordt gestart. De toetsvergrendeling wordt ingeschakeld aan het einde van de af- telling. Als een toets wordt aangeraakt wanneer de toetsvergrendeling is inge- steld, geeft de timer een hoorbaar sig- naal weer en het symbool knippert. Als u toets loslaat voor het einde van de aftelling schakelt de toets- vergrendeling niet in. De timer-toetsen kunnen niet wor- den gebruikt wanneer de toetsver- grendeling is ingeschakeld. De toetsvergrendeling wordt geannu- leerd in het geval van een stroom- uitval. De toetsvergrendeling uitschakelen

1. Raak de toets aan tot het symbool

verdwijnt van het scherm. ð Het symbool verdwijnt van het scherm en de toetsvergrendeling wordt uitgeschakeld. Het alarm instellen U kunt de timer van het product ook gebrui- ken voor elke andere waarschuwing of her- innering dan de bereiding. De alarmklok heeft geen effect op de bedieningsfuncties van de oven. Hij wordt gebruikt om waar- schuwingen weer te geven. U kunt de alarmklok bijvoorbeeld gebruiken wanneer u de oven wilt inschakelen op een specifiek tijdstip. Zodra het tijdstip dat u hebt inge- steld is verstreken, geeft de timer een hoor- baar alarm weer. De maximale alarmtijd die u kunt in- stellen is 23 uur en 59 minuten.

1. Raak aan tot het toets symbool op

het scherm verschijnt.

2. Stel de alarmtijd in met de / toet-

sen. ð Nadat u de alarmtijd hebt inge- steld, blijft het symbool opge- licht en begint de alarmtijd af te

NLNL / 62 tellen op het scherm. Als de alarm- en bereidingstijd op hetzelfde mo- ment zijn ingesteld, wordt de korte- re tijd weergegeven op het weerge- geven.

3. Aan het einde van de alarmtijd begint

het symbool te knipperen en weer- klinkt een hoorbare waarschuwing. Het alarm uitschakelen

1. Aan het einde van de alarmperiode

weerklinkt het alarm gedurende twee minuten. Raak een van de toetsen aan om het hoorbare alarm te stoppen. ð De melding stopt en het tijdstip van de dag verschijnt op het scherm. Als u het alarm wilt annuleren;

1. Raak aan tot het symbool ver-

schijnt op het scherm om de alarmtijd opnieuw in te stellen. Raak de toets aan tot het “00:00“ symbool verschijnt op het scherm.

2. U kunt het alarm ook annuleren door de

toets langdurig in te drukken. Het volume aanpassen

1. Raak de toets aan tot het symbool

verschijnt op het scherm.

2. Stel het gewenste niveau in met de /

wacht zonder een toets aan te raken. Het ingestelde volume wordt actief na een tijdje. De helderheid van het scherm instellen

1. Raak de toets aan tot het symbool

verschijnt op het scherm.

2. Stel de gewenste helderheid in met de

/ toetsen. (d-01-d-02-d-03)

3. Raak de toets in om te bevestigen of

wacht zonder een toets aan te raken. De ingestelde helderheid wordt actief na een tijdje. Het tijdstip van de dag wijzigen Op uw oven tijdstip van de dag wijzigen dat u eerder hebt ingesteld.

1. Raak de toets aan tot het symbool

verschijnt op het scherm.

2. Stel het tijdstip van de dag in met de /

3. Raak de of toets aan om het minu-

tenveld in te stellen.

4. Raak de / toetsen aan om de minu-

5. Bevestig de instelling door de of

toets aan te raken. ð Het tijdstip van de dag wordt ingesteld en het symbool verdwijnt van het scherm. 6 Algemene informatie bij het bakken Dit hoofdstuk bevat tips voor de bereiding en het koken van etenswaren. Plus, dit hoofdstuk beschrijft een aantal van de etenswaren die zijn getest en de op- timale instellingen voor deze etenswaren. De geschikte instellingen van de oven en accessoires voor deze etenswaren worden hier ook aangegeven.

6.1 Algemene waarschuwingen over

de bereiding van etenswaren in de oven

  • Wanneer de ovendeur wordt geopend tij- dens of na de bereiding, kan hete, bran- dende stoom ontsnappen. De stoom kan uw handen, gezicht en/of ogen verbran- den. Blijf uit de buurt wanneer de oven- deur wordt geopend.
  • Intense stoom gegenereerd tijdens het bakken kan condenswaterdruppels vor- men op de binnen- en buitenzijde van de oven en op de bovenste delen van het meubel vanwege het temperatuurver- schil. Dit is normaal en een fysieke ge- beurtenis.
  • De bereidingstemperatuur en tijdwaarden die worden opgegeven voor de etenswa- ren kunnen variëren naargelang het re- cept en de hoeveelheid. Om die reden worden deze waarden vermeld als een bereik.
  • U moet accessoires die u niet gebruikt al- tijd verwijderen uit de oven voor u de be- reiding start. Accessoires die in de oven blijven, kunnen de correcte bereiding be- letten van uw etenswaren aan de correc- te waarden.
  • Voor etenswaren die u bereidt op basis van uw eigen recept, kunt gelijkaardige etenswaren raadplegen in de bereidings- tabellen.
  • Als u de geleverde accessoires gebruikt, biedt dit de beste garantie voor een opti- male bereiding. U moet de waarschuwin- gen en informatie van de fabrikant altijd naleven voor het externe keukengerei dat u zult gebruiken.
  • Snijd het bakpapier dat u wilt gebruiken in uw bereiding in geschikte afmetingen voor de container die u wilt gebruiken. Bakpapier dat over de container uitsteekt kan een brandrisico inhouden en de kwa- liteit van uw bakken beïnvloeden. Gebruik het bakpapier dat u wilt gebruiken binnen het gespecificeerde temperatuurbereik:.
  • Voor een goede bakprestatie moet u uw etenswaren op de aanbevolen plaat plaatsen. U mag de positie van de plaat niet wijzigen tijdens de bereiding.
  • Wij raden aan de accessoires van het product te gebruiken voor een optimaal resultaat. Als u extern keukengerei wilt gebruiken, moet u de voorkeur geven aan donker, anti-aanbak en hittebestendig keukengerei.
  • Als de bereidingstabel de aanbeveling geeft de oven voor te verwarmen, moet u ervoor zorgen dat er geen etenswaren aanwezig zijn in de oven.
  • Als u van plan bent te koken op het roos- ter moet u uw keukengerei in het midden van het rooster plaatsen, niet dicht bij de achterwand.
  • Al het materiaal dat u gebruikt om gebak te maken moet vers zijn en aan kamer- temperatuur.
  • De bereidingsstatus van de etenswaren kan variëren naargelang de hoeveelheid etenswaren en de grootte van het keu- kengerei.
  • Metalen, keramische en glazen vormen verlengen de bereidingstijd en de bo- demoppervlakken van gebak bruinen niet gelijkmatig.
  • Als u bakpapier gebruikt, kan men een lichte bruining vaststellen op het bo- demoppervlak van de etenswaren. In dit geval moet u uw bereidingstijd verlengen met ca. 10 minuten.
  • De waarden gespecificeerd in de berei- dingstabellen worden bepaald als resul- taat van de tests die worden uitgevoerd in onze laboratoria. De waarden die ge- schikt zijn voor u kunnen variëren naarge- lang deze waarden.
  • Plaats uw etenswaren op de gepaste plaat zoals wordt aanbevolen in de berei- dingstabel. Noem de onderste plaat van de oven plaat 1. Tips om cakes te bereiden.
  • Als de cake te droog is, kunt u de tempe- ratuur met 10°C verhogen en de berei- dingstijd inkorten.
  • Als de cake te vochtig is, moet u een klei- ne hoeveelheid vloeistof gebruiken of de temperatuur verminderen met 10°C.
  • Als de top van de cake verbrand is moet u hem op de onderste plaat plaatsen, de temperatuur verlagen en de bereidings- tijd verhogen.
  • Als de binnenzijde van de cake gaar is, maar de buitenkant is plakkerig moet u minder vloeistof gebruiken, de tempera- tuur verlagen en de bereidingstijd verho- gen. Tips voor gebak
  • Als het gebak te droog is, kunt u de tem- peratuur met 10°C verhogen en de berei- dingstijd inkorten. Maak de deegbladen nat met een saus van melk, olie, eieren en yoghurt mengsel.
  • Als het gebak langzaam wordt gebakken, moet u ervoor zorgen dat de dikte van het gebak dat u hebt bereid niet overstroomt over de lade.
  • Als het gebak bruin is bovenaan maar de bodem is niet gaar moet u ervoor zorgen dat de hoeveelheid saus die u gebruikt voor het gebak niet te veel onderaan in het gebak zit. Voor een gelijkmatig brui- nen moet u proberen de saus gelijkmatig te verdelen tussen de deegbladen en het gebak.
  • Bak uw gebak in de gepaste positie en temperatuur volgens de aanbevelingen van de bereidingstabel. Als de bodem nog steeds onvoldoende bruin is, moet u het op de onderste plaat plaatsen bij de volgende bereiding. Bereidingstabel voor gebak en oven etenswaren Suggesties om te bakken met één enkele schaal Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Cake op de schaal Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 3 180 30 … 45 Cake in de vorm Cakevorm op draadrooster ** Ventilator verwar- ming 2 180 30 - 40 Kleine cakes Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 3 160 25 - 35 Kleine cakes Standaard plaat * Ventilator verwar- ming Op modellen met draadplanken : 3 Op modellen zon- der draadplan- ken : 2 150 25 - 35

NLNL / 65 Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draadrooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 160 30 … 40 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draadrooster ** Ventilator verwar- ming 2 160 30 - 40 Koekje Gebak plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 3 170 25 … 40 Koekje Gebak plaat * Ventilator verwar- ming 3 170 20 - 30 Gebak Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 200 30 … 45 Gebak Standaard plaat * Ventilator onder- steund bovenste en onderste ver- warmingselement 2 200 30 … 40 Gebak Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 2 180 35 - 45 Broodje Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 200 20 … 35 Broodje Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 3 180 20 - 30 Volledig brood Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 3 200 30 … 45 Volledig brood Standaard plaat * Ventilator verwar- ming 3 200 30 - 40 Lasagne Glazen / metalen rechthoekige con- tainer op draad- rooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 of 3 200 30 … 45 Appeltaart Ronde zwart me- talen vorm, 20 cm in diameter op draadrooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 180 50 - 70 Appeltaart Ronde zwart me- talen vorm, 20 cm in diameter op draadrooster ** Ventilator verwar- ming 2 170 50 - 70 Pizza Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 200 - 220 10 - 20 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires.

NLNL / 66 Suggesties om te koken met twee schalen Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Kleine cakes 2-Standaard plaat

4-Gebak plaat * Ventilator verwar- ming

Op modellen met draadplanken :150 Op modellen zon- der draadplanken :140 Op modellen met draadplanken : 25

Op modellen zon- der draadplan- ken : 30 - 45 Koekje 2-Standaard plaat

4-Gebak plaat * Ventilator verwar- ming

Gebak 1-Standaard plaat

4-Gebak plaat * Ventilator verwar- ming

Broodje 2-Standaard plaat

4-Gebak plaat * Ventilator verwar- ming

Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires.

6.1.2 Vlees, vis en gevogelte

De belangrijke punten bij het grillen

  • Kruiden met citroensap en peper voor u een volledige kip, kalkoen en grote stuk- ken vlees bereidt, zal de kookprestatie verbeteren.
  • Het duur 15 tot 30 minuten langer om vlees met een been te braden dan een fi- let.
  • U moet ca. 4 tot 5 minuten bereidingstijd berekenen per centimeter dikte van het vlees.
  • Aan het einde van de bereiding moet u het vlees in de oven laten gedurende ca. 10 minuten. Het sap van het vlees wordt beter verspreid over het gebraden vlees en ontsnapt niet wanneer het vlees wordt gesneden.
  • Vis moet op een hittebestendige plaat op een gemiddeld of laag niveau worden ge- plaatst.
  • Bereid de schotels die worden aanbevo- len in de bereidingstabel in één enkele schaal. Bereidingstabel voor vlees, vis en gevogelte Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Steak (volledig) / Geroosterd (1 kg) Standaard plaat * Ventilator onder- steund bovenste en onderste ver- warmingselement

Lamsschenkel (1,5-2 kg) Standaard plaat * Ventilator onder- steund bovenste en onderste ver- warmingselement

Gebakken kip (1,8-2 kg) Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. Ventilator onder- steund bovenste en onderste ver- warmingselement

NLNL / 67 Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Gebakken kip (1,8-2 kg) Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. Ventilator verwar- ming 2 200 - 220 60 - 80 Gebakken kip (1,8-2 kg) Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. "3D" functie 2 15 min. 250/max, na 190

Kalkoen (5,5 kg) Standaard plaat * Ventilator onder- steund bovenste en onderste ver- warmingselement

Kalkoen (5,5 kg) Standaard plaat * "3D" functie 1 25 min. 250/max, na 180 … 190

Vis Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. Ventilator onder- steund bovenste en onderste ver- warmingselement 3 200 20 - 30 Vis Draadrooster * Plaats een schaal op een onderste plank. "3D" functie 3 200 20 - 30 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires.

Rood vlees, vis en gevogelte worden snel bruin tijdens het braden. Ze krijgen een mooi korstje en drogen niet uit. Filets van vlees, spiesjes, worsten en sappige groen- ten (tomaten, uiten, etc.) zijn zeer goed ge- schikt voor het grillen. Algemene waarschuwingen

  • Etenswaren die niet geschikt zijn voor het grillen houden een brandrisico in. Grill en- kel etenswaren die geschikt zijn voor een groot grill vuur. Plaats ook geen etenswa- ren te ver achteraan in de oven. Dit is de warmte zone en vette etenswaren kun- nen in brand schieten.
  • Sluit de oven tijdens het grillen. Grill nooit met de ovendeur open. Hete op- pervlakken kunnen brandwonden veroor- zaken! De belangrijke punten bij het grillen
  • Bereid zoveel mogelijk etenswaren voor van een gelijkaardige dikte en gewicht voor de grill.
  • Plaats de stukken die u wilt grillen op het rooster of grill plaat. Verspreid ze gelijk- matig zonder de afmetingen van de oven te overschrijden.
  • Afhankelijk van de dikte van de stukken die u wilt grillen, kan de bereidingstijd ver- meld in de tabel variëren.
  • Schuif het rooster of de grill plaat op het gewenste niveau van de oven. Als u etenswaren bereidt op het rooster, moet u de ovenlade onderaan plaatsen in de oven om olie op te vangen. De oven- schaal die u wilt verschuiven, moet vol- doende groot zijn om de volledige grillzo- ne te bedekken. Deze schaal is mogelijk niet meegeleverd met het product. Plaats een beetje water op de ovenlade voor een gemakkelijke reiniging.

NLNL / 68 Grill tabel Etenswaren Te gebruiken acces- soire Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (bena- dering) Vis Draadrooster 4 - 5 250 20 - 25 Stukjes kip Draadrooster 4 - 5 250 25 - 35 Gehaktbal (kalfsvlees) - 12 hoeveelheid Draadrooster 4 250 20 - 30 Lamskotelet Draadrooster 4 - 5 250 20 - 25 Steak - (vleesblokjes) Draadrooster 4 - 5 250 25 - 30 Kalfskotelet Draadrooster 4 - 5 250 25 - 30 Groentengratin Draadrooster 4 - 5 220 20 - 30 Geroosterd brood Draadrooster 4 250 1 - 4 Het is aanbevolen de oven 5 minuten voor te verwarmen voor alle gegrilde etenswaren. Draai de stukken etenswaren na 1/2 van de totale grill bereidingstijd. Ventilator ondersteund laag rooster Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Vis Draadrooster Ventilator onder- steund laag roos- ter 4 200 30 - 35 Stukjes kip Draadrooster Ventilator onder- steund laag roos- ter 4 250 25 - 35 Gehaktbal (kalfs- vlees) - 12 hoe- veelheid Draadrooster Ventilator onder- steund laag roos- ter 4 250 30 - 40 Steak (volledig) / Geroosterd (1 kg ) Draadrooster - Plaats een schaal op een onderste plank. Ventilator onder- steund laag roos- ter

Warm de schotels die worden aangeraden in deze grilltabel niet voor

6.1.4 Test etenswaren

  • Etenswaren in deze bereidingstabel wor- den bereid in overeenstemming met de EN 60350-1 norm om het testen van het product mogelijk te maken voor controle- instanties.

NLNL / 69 Bereidingstabel voor testmaaltijden Suggesties om te bakken met één enkele schaal Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Shortbread (zoet koekje) Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 3 140 20 - 30 Shortbread (zoet koekje) Standaard plaat * Ventilator verwar- ming Op modellen met draadplanken :3 Op modellen zon- der draadplanken

Kleine cakes Standaard plaat * Bovenste en on- derste verwar- mingselement 3 160 25 - 35 Kleine cakes Standaard plaat * Ventilator verwar- ming Op modellen met draadplanken : 3 Op modellen zon- der draadplan- ken : 2 150 25 - 35 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draadrooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 160 30 … 40 Biscuitgebak Ronde cakevorm, 26 in diameter met klem op draadrooster ** Ventilator verwar- ming 2 160 30 - 40 Appeltaart Ronde zwart me- talen vorm, 20 cm in diameter op draadrooster ** Bovenste en on- derste verwar- mingselement 2 180 50 - 70 Appeltaart Ronde zwart me- talen vorm, 20 cm in diameter op draadrooster ** Ventilator verwar- ming 2 170 50 - 70 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires. Suggesties om te koken met twee schalen Etenswaren Te gebruiken ac- cessoire Bedieningsfunctie Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (be- nadering) Kleine cakes 2-Standaard plaat

4-Gebak plaat * Ventilator verwar- ming

Op modellen met draadplanken :150 Op modellen zon- der draadplanken :140 Op modellen met draadplanken : 25

Op modellen zon- der draadplan- ken : 30 - 45 Shortbread (zoet koekje) 2-Standaard plaat

4-Gebak plaat * Ventilator verwar- ming

NLNL / 70 Voorverwarming is aanbevolen voor alle etenswaren. *Deze accessoires zijn mogelijk niet omvat met uw product. **Deze accessoires zijn niet omvat met uw product. Dit zijn commercieel beschikbare accessoires. Grill Etenswaren Te gebruiken acces- soire Legplank positie Temperatuur (°C) Baktijd (min) (bena- dering) Gehaktbal (kalfsvlees) - 12 hoeveelheid Draadrooster 4 250 20 - 30 Geroosterd brood Draadrooster 4 250 1 - 4 Het is aanbevolen de oven 5 minuten voor te verwarmen voor alle gegrilde etenswaren. Draai de stukken etenswaren na 1/2 van de totale grill bereidingstijd. 7 Onderhoud en reiniging

7.1 Algemene reinigingsinformatie

Algemene waarschuwingen

  • Wacht tot het product is afgekoeld voor u het product reinigt. Hete oppervlakken kunnen brandwonden veroorzaken!
  • U mag de reinigingsmiddelen niet recht- streeks aanbrengen op de warme opper- vlakken. Dit kan permanente vlekken ver- oorzaken.
  • Het product moet grondig worden gerei- nigd en gedroogd na elk gebruik. Voed- selresten kunnen dus gemakkelijk wor- den gereinigd en zodat deze resten niet in brand kunnen schieten wanneer het product de volgende keer wordt gebruikt. Dit resulteert in een langere levensduur van het apparaat en een vermindering van vaak voorkomende problemen.
  • Gebruik geen stoomreinigers voor de rei- niging.
  • Bepaalde wasmiddelen of reinigingsmid- delen kunnen het oppervlak beschadigen. Niet-geschikte reinigingsmiddelen zijn: bleekmiddel, reinigingsmiddelen met am- moniak, zuur of chloor, stoomreinigende producten, ontkalkingsmiddelen, vlekken- en roestverwijderaar, schurende reini- gingsmiddelen (crème reinigingsmidde- len, schurend poeder of crème, schuren- de en krassende schrobber, draad, spon- zen, reinigingsdoeken met vuil en oplos- middel resten).
  • Er is geen speciaal reinigingsmateriaal nodig voor de reiniging na elk gebruik. Reinig het apparaat met een vaatwasmid- del, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.
  • U moet alle resterende vloeistof afdrogen na de reiniging en alle eventuele voedsel- resten onmiddellijk reinigen tijdens de be- reiding.
  • Was geen enkel onderdeel van uw appa- raat in de vaatwasser, tenzij anders ver- meld in de gebruikershandleiding. Roestvrij stalen oppervlakken
  • Gebruik geen reinigingsmiddelen met zuur of chloor om roestvrij stalen opper- vlakken en handvaten te reinigen.
  • De kleur van het roestvrij stalen opper- vlak kan veranderen na verloop van tijd. Dit is normaal. U moet na elk gebruik rei- nigen met een wasmiddel dat geschikt is voor roestvrij stalen oppervlakken.
  • Reinig met een doek in een zeepsopje en vloeibaar (niet-krassend) wasmiddel ge- schikt voor roestvrij stalen oppervlakken en zorg ervoor dat u in een richting blijft wrijven.
  • Verwijder kalk, olie, zetmeel, melk en ei- witvlekken onmiddellijk van de glazen en roestvrij stalen oppervlakken zonder te wachten. Vlekken kunnen na een lange tijd beginnen roesten.
  • Reinigingsmiddelen die op het oppervlak worden verstoven/aangebracht moeten onmiddellijk worden gereinigd. Als men schurende reinigingsmiddelen achterlaat op het oppervlak, kan dit wit worden. Email oppervlakken
  • De oven moet afkoelen voor de kookzone wordt gereinigd. Reinigen op hete opper- vlakken zal zowel toets brandgevaar: en schade veroorzaken op email oppervlak- ken.
  • Reinig de email oppervlakken na elk ge- bruik met vaatwasmiddel, warm water en een zachte doek of spons en droog het met een droge doek.
  • Als uw product is voorzien van een een- voudige stoomreinigingsfunctie kunt u de eenvoudige stoomreinigingsfunctie ge- bruiken voor licht, niet-hardnekkig vuil. (Zie Eenvoudige stoomreiniging [}72].)
  • Voor hardnekkige vlekken kunt u een oven en rooster reinigingsmiddel gebrui- ken dat wordt aanbevolen op de website van uw productmerk en een niet-kras- send schuursponsje. Gebruik geen exter- ne ovenreiniger. Katalytische oppervlakken
  • De zijwanden in de kookzone kunnen en- kel worden afgedekt met email of kataly- tische wanden. Dit varieert volgens mo- del.
  • De katalytische wanden hebben een licht mat en poreus oppervlak. De katalytische wanden van de oven hoeven niet te wor- den gereinigd.
  • Katalytische oppervlakken absorberen olie dankzij de poreuze structuur en be- ginnen te blinken wanneer het oppervlak is verzadigd met olie. In dit geval is het aanbevolen de onderdelen te vervangen. Glazen oppervlakken
  • Tijdens de reiniging van glazen opper- vlakken mag u geen harde metalen krab- bers en schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Deze kunnen de glazen opper- vlakken beschadigen.
  • Reinig het apparaat met een vaatwasmid- del, warm water en een microvezel doek specifiek voor glazen oppervlakken en droog het met een droge doek.
  • Als er wasmiddel achterblijft na de reini- ging moet u dit afnemen met koud water en het drogen met een schone microve- zel doek. Resterende wasmiddel resten kunnen het glazen oppervlak de volgende keer beschadigen.
  • Opgedroogde resten op het glas mogen in geen geval worden verwijderd met een zaagmes, draadwol of gelijkaardig kras- send gereedschap.
  • U kunt de kalkvlekken (gele vlekken) op het glazen oppervlak verwijderen met een commercieel beschikbaar ontkalkings- middel met azijn of citroensap.
  • Als het oppervlak zeer vuil is, kunt u het reinigingsmiddel aanbrengen op de vlek met een spons en moet u het product la- ten inwerken om het correct te reinigen. Reinig het glazen oppervlak met een nat- te doek.
  • Verkleuringen en vlekken op het glazen oppervlak zijn normaal en geen defecten. Plastic onderdelen en geverfde oppervlak- ken
  • Reinig de plastic onderdelen en geverfde oppervlakken met vaatwasmiddel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.
  • Gebruik geen harde metalen krabbers en schurende reinigingsmiddelen. Dit kan de oppervlakken beschadigen.
  • Zorg ervoor dat de verbindingsstukken van de onderdelen van het product niet vochtig en met wasmiddel worden ach- tergelaten. Zo niet kan corrosie optreden op deze verbindingen.

7.2 Accessoires reinigen

Plaats het product niet in een vaatwasma- chine tenzij anders vermeld in de gebrui- kershandleiding.

7.3 Het bedieningspaneel reinigen

  • Als u de panelen met knoppen reinigt, moet u het paneel en de knoppen afne- men met een vochtige, zachte doek en af- drogen met een droge doek. Verwijder de knoppen en pakkingen onderaan niet om het paneel te reinigen. Het bedieningspa- neel en de knoppen kunnen worden be- schadigd.
  • Tijdens het reinigen van de roestvrij sta- len panelen met knoppen mag u geen rei- nigingsmiddel voor roestvrij staal gebrui- ken. De indicatoren rond de knop kunnen worden gewist.
  • Reinig het touch bedieningspaneel met een vochtige, zachte doek en droog het met een droge doek. Als uw product voorzien is van een toetsvergrendeling moet u deze vergrendeling instellingen voor u het bedieningspaneel begint te rei- nigen. Zo niet kan een incorrecte detectie optreden in de toetsen.

7.4 De binnenzijde van de oven reini-

gen (bereidingszone) Volg de reinigingsprocedure beschreven in het hoofdstuk “Algemene reinigingsinfor- matie” naargelang het type oppervlak in uw oven. De binnenwanden van de oven reinigen De zijwanden in de kookzone kunnen enkel worden afgedekt met email of katalytische wanden. Dit varieert volgens model. Als er een katalytische wand is, verwijzen wij u naar het hoofdstuk “Katalytische wanden” voor meer informatie. Als uw product een model is met draad- roosters moet u deze draadroosters verwij- deren voor u de zijwanden begint te reini- gen. Voltooi daarna de reinigingsprocedure zoals beschreven in het hoofdstuk “Alge- mene reinigingsinformatie” naargelang het type oppervlak van de zijwand. De draadroosters aan de zijkanten verwij- deren:

1. Verwijder de voorzijde van het draad-

rooster door het op de zijwand te trek- ken in de tegenovergestelde richting.

2. Trek het draadrooster naar u toe en ver-

wijder het volledig.

3. Om de platen opnieuw aan te brengen,

herhaalt u de procedure voor de verwij- dering in de omgekeerde richting.

7.5 Eenvoudige stoomreiniging

Dit biedt de mogelijkheid vuil gemakkelijk te reinigen (van korte duur) dat is verzacht door de stoom in de oven en door de water- druppels gecondenseerd in de interne op- pervlakken van de oven.

1. Verwijder alle accessoires uit de oven.

2. Voeg 500 ml water toe aan de ovenlade

en plaats de lade op het 2de rek van de oven.

3. Stel de oven in op de eenvoudige stoom-

reinigingsmodus en schakel hem in aan 100°C gedurende 15 minuten. Open de deur onmiddellijk en neem de in- terne oppervlakken van de oven af met een vochtige spons of doek. Stoom ontsnapt wanneer u de deur opent. Dit kan het risico van brandwonden creëren. Open de deur voorzichtig. Voor hardnekkig vuil, reinig het product met een vaatwasmiddel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek.

NLNL / 73 In de eenvoudige stoomreinigings- functie kan men er zich aan ver- wachten dat het toegevoegde water verdampt en condenseert op de binnenzijde van de oven en de ovendeur om het lichte vuil te ver- wijderen dat in uw oven is geaccu- muleerd. De condensatie die wordt gevormd op de ovendeur kan spat- ten veroorzaken wanneer de oven- deur wordt geopend. Zodra u de ovendeur opent, moet u de conden- satie afnemen. (Het varieert naargelang het model van het product. Is mogelijk niet beschikbaar op uw model.) Na de condensatie in de oven kan een plas of vocht voorkomen in het kanaal van het bekken onder de oven. U moet het bekken afnemen met een vochtige doek en daarna drogen.

7.6 De deur van de oven reinigen

U kunt uw ovendeur en het glas van de deur verwijderen om ze te reinigen. De verwijde- ring van de deuren en het glas wordt be- schreven in de hoofdstukken “De ovendeur verwijderen” en “Het interne glas van de deur verwijderen”. Nadat het interne glas is verwijderd, kunt u het reinigen met een wasmiddel, warm water en een zachte doe of spons en droog het met een droge doek. Eventuele kalkaanslag die kan optreden op het glas van de oven moet worden gerei- nigd met azijn en afgespoeld. Gebruik geen harde schurende rei- nigingsmiddelen, metalen krabbers, draadwol of bleekmiddel om de oven en het glas te reinigen. De deur van de oven verwijderen

1. Open de ovendeur.

2. Open de klemmen van het voorste

scharnier van de deur rechts en links door ze omlaag te drukken zoals aange- geven in de afbeelding.

3. De soorten scharnieren variëren van het

type (A), (B), (C) naargelang het model van het product. De volgende afbeeldin- gen tonen aan hoe elke type scharnier kan worden geopend.

8. Trek de verwijderde deur omhoog om ze

vrij te maken van de scharnieren links en rechts en verwijder de deur uit de oven. Om de deur opnieuw aan te bren- gen, herhaalt u de procedure voor de verwijdering in de omgekeerde richting. Wanneer u de deur mon- teert, moet u ervoor zorgen de klemmen te sluiten op de scharnie- ren.

7.7 De interne glasplaat verwijderen

van de ovendeur De interne glasplaat van de deur vooraan kan worden verwijderd voor reiniging.

1. Open de ovendeur.

2. Trek aan het plastic onderdeel, beves-

tigd op de bovenste sectie van de deur vooraan, naar u toe door tegelijkertijd druk uit te oefenen op de drukpunten aan beide zijden van het onderdeel en verwijder het.

3. Zoals aangegeven in de afbeelding

moet u de binnenste glasplaat (1) voor- zichtig optillen naar 'A' en daarna moet u ze verwijderen door ze naar 'B’ te trek- ken. 1 Binnenste glasplaat 2* interne glasplaat (Is mogelijk niet beschik- baar voor uw pro- duct)

4. Als uw product een interne glasplaat (2)

heeft, moet u dezelfde procedure herha- len om deze te verwijderen (2).

5. De eerste stap van de hergroepering van

de deur is de interne glasplaat (2) op- nieuw te monteren. Plaats de afge- schuinde rand van de glasplaat tegen de afgeschuinde rand van de plastic sleuf. (Als uw product een interne glasplaat heeft). De interne glasplaat (2) moet worden bevestigd aan de plastic sleuf die het dichtst bij de binnenste glasplaat (1) zit.

6. Bij de montage van de binnenste glas-

plaat (1) moet u ervoor zorgen dat de bedrukte zijde van de glasplaat op de in- terne glasplaat zit. Het is van essentieel belang dat de onderste hoeken van de interne glasplaat (1) naast de onderste plastic sleuven komen te zitten.

7. Duw het plastic onderdeel naar het fra-

me tot u een klikkend geluid hoort.

7.8 De ovenlamp reinigen

Als de glazen deur van de ovenlamp in de kookzone vuil is, kunt u ze reinigen met wasmiddel, warm water en een zachte doek of spons en drogen met een droge doek. Als de ovenlamp defect is, kunt u ze vervan- gen via de onderstaande procedure. De ovenlamp vervangen Algemene waarschuwingen

  • Om het risico van elektrische schokken te voorkomen wanneer u de ovenlamp ver- vangt, moet u het product loskoppelen en

NLNL / 75 wachten tot de oven is afgekoeld. Hete oppervlakken kunnen brandwonden ver- oorzaken!

  • Deze oven wordt aangedreven door een gloeilamp van minder dan 40 W, minder dan 60 mm hoog, een diameter van min- der dan 30 mm, of een halogeenlamp met G9 sleuven met minder dan 60 W vermogen. De lampen zijn geschikt voor een werking bij temperaturen van meer dan 300 °C. De ovenlampen zijn beschik- baar bij de geautoriseerde diensten of ge- licentieerde technici. Dit product bevat een G-energieklasse lamp.
  • De positie van de lamp kunnen verschil- len van die aangegeven in de afbeelding.
  • De lamp die wordt gebruikt in dit product is niet geschikt voor gebruik in de verlich- ting van ruimten in uw woning. Het doel van deze lamp is u te helpen uw etenswa- ren beter te zien.
  • De lampen die worden gebruikt in dit pro- duct moeten bestand zijn tegen extreme fysieke omstandigheden, zoals tempera- turen van meer dan 50°C. Als uw oven een ronde lamp heeft,

1. Ontkoppel het product van het elektrisch

2. Verwijder het glazen deksel door het

3. Als uw ovenlamp van type (A) is zoals

weergegeven in de onderstaande afbeel- ding moet u de ovenlamp draaien zoals aangetoond in de afbeelding en ze ver- vangen met een nieuwe lamp. Als het een type (B) model is, moet u dit verwij- deren zoals aangetoond in de afbeel- ding en vervangen met een nieuwe lamp.

4. Breng het glazen deksel opnieuw aan.

Als uw oven een vierkante lamp heeft,

1. Ontkoppel het product van het elektrisch

2. Verwijder de roosters in overeenstem-

ming met de beschrijving.

3. Til het beschermende glazen deksel van

de lamp omhoog met een schroeven- draaier. Verwijder eerst de schroef, als er een schroef op de vierkante lamp in uw product zit.

4. Als uw ovenlamp van type (A) is zoals

weergegeven in de onderstaande afbeel- ding moet u de ovenlamp draaien zoals aangetoond in de afbeelding en ze ver- vangen met een nieuwe lamp. Als het een type (B) model is, moet u dit verwij- deren zoals aangetoond in de afbeel- ding en vervangen met een nieuwe lamp.

5. Breng het glazen deksel en roosters op-

NLNL / 76 8 Probleemoplossing Als het probleem aanhoudt nadat de in- structies in dit hoofdstuk werden nage- leefd, kunt u contact opnemen met uw ver- koper of een geautoriseerde dienst. Pro- beer nooit een defect product zelf te repa- reren. Er ontsnapt stoom uit de oven tijdens de werking.

  • Het is normaal dat er damp ontsnapt tij- dens de bereiding. >>> Dit is geen fout. Er verschijnen waterdruppels tijdens de be- reiding
  • De stoom die vrijkomt tijdens de berei- ding condenseert wanneer deze in con- tact komt met koude oppervlakken buiten het product en kan waterdruppels vor- men. >>> Dit is geen fout. Er weerklinken metaalgeluiden tijdens de opwarming en afkoeling van het product.
  • Metalen onderdelen kunnen uitbreiden en geluiden maken wanneer ze opwarmen. >>> Dit is geen fout. Het product werkt niet.
  • De zekering kan defect of gesprongen zijn. >>> Controleer de zekeringen in de zekeringenkast. Vervang ze indien nodig, of schakel ze opnieuw in.
  • Het apparaat is mogelijk niet aangesloten op een geaard stopcontact. >>> Contro- leer of de stekker van het apparaat cor- rect is ingevoerd.
  • (Als uw apparaat voorzien is van een ti- mer) De toetsen op het bedieningspaneel werken niet. >>> Als uw product voorzien is van een toetsenvergrendeling is deze mogelijk ingeschakeld. Schakel de toet- senvergrendeling uit. Het ovenlampje is niet ingeschakeld.
  • Het ovenlampje is mogelijk defect. >>> Vervang het ovenlampje.
  • Geen elektriciteit. >>> Zorg ervoor dat het elektrisch net werkt en controleer de ze- keringen in de zekeringenkast. Vervang de zekeringen indien nodig, of schakel ze opnieuw in. De oven warmt niet op.
  • De oven is mogelijk niet ingesteld op een specifieke bereidingsfunctie en/of tem- peratuur. >>> Stel de oven in op een spe- cifieke bereidingsfunctie en/of tempera- tuur.
  • Voor modellen met een timer is de timer niet ingesteld. >>> Stel de tijd in.
  • Geen elektriciteit. >>> Zorg ervoor dat het elektrisch net werkt en controleer de ze- keringen in de zekeringenkast. Vervang de zekeringen indien nodig, of schakel ze opnieuw in. (Voor modellen met timer) Het timer- scherm knippert of het timersymbool is open gelaten.
  • Er is een stroomstoring opgetreden. >>> Stel de tijd in / Draai aan de functieknop- pen van het product en schakel het op- nieuw op de gewenste positie.