RT242203 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RT242203 GAGGENAU in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT242203 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT242203 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RT242203 GAGGENAU
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 91
- Afvoeren van uw oude apparaat 91 Omvang van de levering 91 Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte 92 Omgevingstemperatuur 92 Beluchting 92 Nisdiepte 92 De juiste plaats 93 Apparaat aansluiten 93 Elektrische aansluiting 93 Kennismaking met het apparaat 94 Bedieningselementen 95 Apparaat inschakelen 96 Aanwijzingen bij het gebruik 96 Instellen van de temperatuur 96 Het vriesvak 96 Koelruimte 96 Verskoelruimte 96 Alarm function 97 Deuralarm 97 Alarm uitschakelen 97 Snelvriezen 97 In- en uitschakelen 97 Netto-inhoud 97 De koelruimte 97 In acht nemen bij het bewaren 97 Let op de koudezones in de koelruimte 97 De verskoelruimte 98 Groentelade met vochtigheidsregelaar 98 Verskoellade 98 Bewaartijden (bij 0 °C) 98 Het vriesvak 99 Maximale invriescapaciteit 99 Voorwaarden voor max. invriesvermogen 99 Invriezen en opslaan 99 Inkopen van diepvriesproducten 99 Verse levensmiddelen invriezen 100 Diepvrieswaren verpakken 100 Houdbaarheid van de diepvrieswaren 100 Ontdooien van diepvrieswaren 100 Uitvoering 101 Glasplateaus 101 Uittrekbaar glasplateau 101 Wijn- en champagnerek 101 Flessenhouder 101 IJsbakje 102 Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 102 Uitschakelen van het apparaat 102 Buiten werking stellen van het apparaat 102 Ontdooien 102 Koelruimte 102 Het vriesvak 102 Schoonmaken van het apparaat 103 Uitvoering 103 Verlichting (LED) 105 Energie besparen 106 Bedrijfsgeluiden 106 Heel normale geluiden 106 Voorkomen van geluiden 106 Kleine storingen zelf verhelpen 107 Zelftest apparaat 109 Zelftest starten 109 Zelftest apparaat beëindigen 109 Servicedienst 109 Verzoek om reparatie en advies bij storingen 10989 m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken. Bij beschadiging ▯ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ▯ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ▯ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ▯ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft. Bij het gebruik ▯ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! ▯ Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! ▯ Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ▯ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! ▯ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ▯ Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.90 ▯ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ▯ Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ▯ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ▯ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ▯ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! ▯ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! ▯ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! Kinderen in het huishouden ▯ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ▯ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! ▯ Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt ▯ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ▯ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.91 Aanwijzingen over de afvoer
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
- Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen met
de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen
om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat
spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ▯ Inbouwapparaat ▯ Uitrusting (modelafhankelijk) ▯ Zakje met montagemateriaal ▯ Gebruiksaanwijzing ▯ Montagevoorschrift ▯ Klantenserviceboekje ▯ Garantiebijlage ▯ Informatie over energieverbruik en geluiden Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje. Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt! Nisdiepte Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger. Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °C93 De juiste plaats Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: ▯ Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. ▯ Naast een CV-installatie 30 cm. Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.94 Kennismaking met het apparaat Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. 1-5
A Het vriesvak B Koelruimte C Verskoelruimte 1-5 Bedieningselementen 6 Verlichting koelruimte 7 Glasplaat 8 Uittrekbaar glasplateau 9 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar 10 Groentelade 11 Verskoellade 12 Voorraadvak in de deur 13 Vak voor grote flessen95 Bedieningselementen
1 Toets Aan/Uit ÿ Om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 Toets Snel h Dient voor het in- en uitschakelen van het snelvriezen, zie het hoofdstuk Snelvriezen. 3 Insteltoetsen voor de temperatuur +/- Met deze toetsen wordt de temperatuur ingesteld. 4 Temperature display De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. 5 Alarmtoets Ú Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).96 Apparaat inschakelen Het apparaat met de toets Aan/Uit ÿ inschakelen. De temperatuurindicatie toont de ingestelde temperatuur. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte. Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C. Aanwijzingen bij het gebruik ▯ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ▯ De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte. Warmere temperaturen in de koelruimte veroorzaken ook warmere temperaturen in het vriesvak. ▯ De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Instellen van de temperatuur Het vriesvak De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuur veroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur. Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C. Temperatuurinsteltoetsen +/- meermaals indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie. Verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. Aanwijzing Wanneer zich vorst vormt op het koelgoed in de verskoelruimte, de temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk Kleine storingen zelf verhelpen).97 Alarm function Deuralarm Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld. Alarm uitschakelen De alarm-toets Ú indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen. Snelvriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet snelvriessysteem inschakelen. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 6 uur vóór het inladen van de verse waar het snelvriezen in te schakelen. Kleine hoeveelheden levensmiddelen kunt u zonder snelvriezen invriezen. Aanwijzing Als het snelvriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen Snel-toets diepvriesruimte h indrukken. Is snelvriezen ingeschakeld, dan licht de toets op. Het snelvriezen schakelt na ca. 1½ dag automatisch uit. Netto-inhoud De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). De koelruimte De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas. In acht nemen bij het bewaren ▯ Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. ▯ Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. ▯ De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. ▯ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones. De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen. De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzingen ▯ Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. ▯ Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte (zie het hoofdstuk „De verskoelruimte”).98 De verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak. Groentelade met vochtigheidsregelaar De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: ▯ overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid ▯ overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid Aanwijzingen ▯ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ▯ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Verskoellade Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. Bewaartijden (bij 0 °C) Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten max. 3 dagen Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) max. 5 dagen Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) max. 7 dagen Gerookte vis, broccoli max. 14 dagen Sla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21 dagen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool max. 30 dagen99 Het vriesvak Dient voor: ▯ bewaren van diepvriesproducten, ▯ maken van ijsblokjes, ▯ invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen. Aanwijzingen ▯ Aan de handgreep kunt u zien of de deur van het vriesvak goed dicht is. ▯ De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. ▯ Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”). Voorwaarden voor max. invriesvermogen ▯ Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen. ▯ Snelvriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Snelvriezen”). Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten ▯ De verpakking mag niet beschadigd zijn. ▯ Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ▯ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ▯ De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.100 Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ▯ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. ▯ Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ▯ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ▯ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ▯ Groente, fruit: tot 12 maanden. Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ▯ bij omgevingstemperatuur ▯ in de koelkast ▯ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ▯ in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en- klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.101 Uitvoering (niet bij alle modellen) Glasplateaus U kunt de legplateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien. Uittrekbaar glasplateau Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken. Wijn- en champagnerek In het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen. Flessenhouder De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
IJsbakje IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel). Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Toets Aan/Uit ÿ indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
losdraaien resp. uitschakelen.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien Koelruimte Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat. Het vriesvak Het vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien. m Attentie Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. U gaat als volgt te werk: Aanwijzing Schakel ca. 4 uur voor het ontdooien het supervriezen in. Daardoor bereiken de levensmiddelen een zeer lage temperatuur en kunnen ze langer op kamertemperatuur worden bewaard.
1. Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek
bewaren. Koude-accu (indien beschikbaar) op de diepvrieswaren leggen.
2. Apparaat uitschakelen.
3. Stekker uit het stopcontact trekken resp.
de zekering uitschakelen of losdraaien.
4. Om het ontdooiproces te versnellen een pan met
heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
5. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
6. Dooiwater met een spons of doekje afwissen.
7. Wrijf het vriesvak droog.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie ▯ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ▯ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ▯ De legplateaus en voorraadvakken/laden mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! U gaat als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering
losdraaien resp. uitschakelen.
3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele
4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek
en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
5. Deurafdichting alleen met schoon water
schoonmaken en grondig droogwrijven.
6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten
Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Glasplateaus eruit halen Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen Hendel aan de onderzijde aan beide zijden ingedrukt houden, glasplateau naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.104 Legplateaus uit de deur nemen Legplateaus optillen en verwijderen. Fleshouder verwijderen Fleshouder samendrukken en verwijderen. Reservoir verwijderen De lade achteraan optillen en van de rails tillen. De lade aanbrengen door deze op de ingeschoven rails te plaatsen en vast te laten klikken. Scheidingsplaat verwijderen Hendel aan de onderzijde aan beide zijden indrukken, scheidingsplaat naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking van de groentelade verwijderen Afdekking optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien. Afdekking van de groentelade en scheidingsplaat aanbrengen
1. Afdekking van de groentelade aanbrengen.
2. Scheidingsplaat aanbrengen.
Aanwijzing Om de afdekking te kunnen aanbrengen, moet de vochtigheidsregelaar zijn ingesteld op een lage luchtvochtigheid. Uittrekbare rails demonteren
1. De rail uittrekken.
2. Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven.
3. Uittrekbare rails van de achterste pen losmaken.
4. Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de
achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen. Uittrekbare rails monteren
1. Uittrekbare rails in uitgetrokken toestand op
de voorste pen zetten.
2. Uittrekbare rails om vast te klikken iets naar voren
3. Uittrekbare rails op de achterste pen erin zetten.
4. Vergrendeling naar achteren schuiven.
Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen ▯ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ▯ Een nisdiepte van 560 mm aanhouden. Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik. ▯ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ▯ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ▯ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ▯ Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien. Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ▯ Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. ▯ Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. ▯ De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat. Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/ uit. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.107 Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak Oplossing De temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. In de koelruimte is het te koud. Deur van het vriesvak is geopend. Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. De snel-functie is ingeschakeld. Snel-functie uitschakelen. De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet. Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit ÿ indrukken. Stroomuitval Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. Het vriesvak heeft een dikke laag rijp. Ontdooien van het vriesvak. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het vriesvak goed dicht is. Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. Inschakelen van de Servicedienst. De verlichting functioneert niet. De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.108
Storing Eventuele oorzaak Oplossing In de verskoelruimte is te koud of te warm. De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). De temperatuur in de verskoelruimte kan 3 standen warmer of kouder ingesteld worden. Wanneer de koelruimtetemperatuur is ingesteld op stand 0, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C. Aanwijzing Een verandering van de standaardinstelling beïnvloedt de temperatuur in de koelruimte en het vriesvak.
1. Snel-toets h 3 seconden ingedrukt houden tot
temperatuurindicatie knippert.
2. Met de temperatuurinsteltoetsen +/- de instelling
veranderen. Stand -3 is de koudste instelling Stand +3 is de warmste instelling Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen. Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat”). Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.109 Zelftest apparaat Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Zelftest starten
1. Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets ÿ en
2. Het apparaat met de toets Aan/Uit ÿ
3. Binnen de eerste 10 seconden de snel-toets van
de diepvriesruimte h 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal. Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven, is uw apparaat in orde. Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de snel-toets diepvriesruimte h 10 seconden knippert, is er sprake van een fout. Neem contact op met de servicedienst. Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. Servicedienst Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4030 B 070 222 148Gaggenau Hausgeräte GmbH Carl-Wery-Sraße 34 D-81739 München www.gaggenau.com de, en, fr, it, nl (9608) 9000909544 *9000909544*
Notice-Facile