WA20ODU32 - Airconditioner WHIRLPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WA20ODU32 WHIRLPOOL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WA20ODU32 WHIRLPOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WA20ODU32 - WHIRLPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WA20ODU32 van het merk WHIRLPOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING WA20ODU32 WHIRLPOOL
Lees alle instructies zorgvuldig voordat u dit product gebruikt. Tijdens het gebruik van dit apparaat moet u deze instructies altijd opvolgen om het risico op brand, elektrische schok en persoonlijk letsel tot een minimum te beperken.
Bewaar deze handleiding. Als u het apparaat aan een andere gebruiker geeft, voeg dan deze handleiding erbij.
Deze instructies kunt u ook vinden op de website: www.whirlpool.eu
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID
- De Installatie en het onderhoud/de reparatie moeten uitgevoerd worden door een gekwalificeerd technicus, in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat tenzij dit specifiek aangegeven is in de gebruiksaanwijzing.
- Trek niet aan de voedingskabel om de stekker uit het stopcontact te verwijderen. Draai de voedingskabel niet, zorg ervoor dat deze nergens bekneld raakt en controleer of hij niet gebroken is.
- Raak de stekker, installatieautomaat en noodknop niet aan met natte handen.
- Steek uw vingers of vreemde voorwerpen niet in de luchtinlaat/-uitlaat van de binnen- en buitenunit.
- Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat van de binnen- en buitenunit nooit.
- Mensen en kinderen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen en mensen zonder enige ervaring met het product mogen het apparaat alleen
gebruiken als zij specifieke training gekregen hebben over hoe het apparaat gebruikt moet worden van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en welzijn. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door mensen met een lichamelijke beperking en erg jonge kinderen zonder toezicht.
- Houd kinderen in de gaten om er zeker van te zijn dat ze niet met het apparaat spelen (met inbegrip van de afstandsbediening).
- Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of aanwijzingen hebben gekregen over het op veilige wijze gebruiken van het apparaat en zich bewust zijn van de bijbehorende gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen worden uitgevoerd als er geen toezicht gehouden wordt.
VOORZORGSMAATREGELEN M.B.T. DE AIRCONDITIONER
Houd u alstublieft strikt aan onderstaande aanwijzingen:
- Langdurige en rechtstreekse blootstelling aan koude lucht kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. Het wordt geadviseerd de lamellen zodanig in te stellen dat rechtstreekse koele lucht vermeden wordt maar verspreid wordt binnen de ruimte.
- Zodra zich een storing voordoet, het apparaat uitschakelen door op de toets ON/OFF op de afstandsbediening te drukken, koppel het daarna los van de elektrische voeding.
- Schakel de airconditioner altijd eerst uit met de afstandsbedie- ning. Gebruik de installatieauto- maat niet en trek de stekker niet uit het stopcontact om het appa- raat uit te schakelen.
- Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwalificeerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwalificeerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan.
- Schakel het apparaat niet te vaak in en uit aangezien dit tot beschadiging van het apparaat kan leiden.
- Leg geen voorwerpen op de buitenunit.
- Koppel de airconditioner af van de elektrische voeding als hij gedurende langere tijd of tijdens onweer niet gebruikt wordt.
- Dit product bevat Gefluoreerde Broeikasgassen die onder het Kyoto Protocol vallen, het koelgas bevindt zich in een hermetisch afgesloten systeem.
(R32 GAVP)
| Model | 20K | 24K | 36K |
| Gasgewicht (kg) | 1.45 | 1.45 2. | 2 |
| CO2-equivalent(Ton) | 0.979 | 0.979 1. | 485 |
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR SERVICEWERKZAAMHEDEN AAN APPARATEN MET EEN SPECIFIEK KOELMIDDEL
- Download de volledige gebruiksaanwijzing voor gedetailleerde methoden inzake installatie, servicewerkzaamheden, onderhoud en reparatie op docs.whirlpool.eu.
- Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of reinigingsmiddelen, behalve degene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine; zonder voortdurend werkzame ontstekingsbronnen (zoals open vuur, een werkzaam gasapparaat of een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat).
- Niet doorboren of verbranden. Denk eraan dat de koelmiddelen geurloos kunnen zijn.
- Elke persoon die aan een koelcircuit werkt of het openmaakt, moet op dat moment beschikken over een geldig certificaat van een door de sector erkende beoordelingsbevoegdheid, dat zijn bekwaamheid aangeeft dat hij veilig met koelmiddelen kan omgaan volgens een door de sector erkende beoordelingsspecificatie. Zoals aangeraden, mogen onderhoudswerkzaamheden enkel worden uitgevoerd door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwalificeerd personeel
nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwalificeerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen worden in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. Het installeren van de leidingen moet worden uitgevoerd in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 10 m2. De leidingen moeten conform de nationale gasvoorschriften zijn. De maximumvulling van het koelmiddel is 2,5 kg. De mechanische aansluitingen die binnen gebruikt worden, moeten conform ISO 14903 zijn. Wanneer mechanische aansluitingen binnen herbruikt worden, moeten de afdichtingsonderdelen worden vernieuwd. Wanneer flare-verbindingen binnenshuis worden hergebruikt, moet het flare-onderdeel opnieuw worden gefabriceerd. Het installeren van leidingen moet tot een minimum worden beperkt. Mechanische aansluitingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoud.
- Het transport van uitrusting met ontvlambare koelmiddelen erin moet gebeuren overeenkomstig de transportvoorschriften.
- Het markeren van de uitrusting aan de hand van signalisatie moet gebeuren overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.
- De verwerking van apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen moet worden
uitgevoerd in overeenstemming met de nationale voorschriften.
-
Het opslaan van uitrusting / apparaten moet gebeuren overeenkomstig de instructies van de fabrikant.
-
De opslagverpakkingsbescherming voor apparatuur moet zo gefabriceerd zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lek van de koelmiddellading kan veroorzaken. Het maximumaantal stuks uitrusting dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaald door plaatselijke voorschriften.
-
Informatie over servicewerkzaamheden.
6-1 Controles van de ruimte
Alvorens werkzaamheden uit te voeren aan een systeem met ontvlambare koelmiddelen, zijn er veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico op ontbranding wordt beperkt. Voor herstellingen van het koelsysteem, moeten aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn alvorens werk uit te voeren op het systeem.
6-2 Werkprocedure
Werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico op de aanwezigheid van ontvlambaar gas of ontvlambare dampen tijdens de uitvoering van het werk te beperken.
6-3 Algemene werkruimte
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omliggende ruimte werken moeten op de hoogte worden gebracht van de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werken in beperkte ruimtes moet worden vermeden. De ruimte rond de werkruimte moet
worden afgebakend. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de ruimte veilig zijn door te controleren op ontvlambaar materiaal.
6-4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De ruimte moet voor en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikte koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van mogelijk ontvlambare omgevingen. Zorg ervoor dat de uitrusting die lekken moet opsporen, gebruikt mag worden bij ontvlambare koelmiddelen, dat ze m.a.w. geen vonken veroorzaakt, voldoende afgedicht is of intrinsiek veilig is.
6-5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er op de koelapparatuur of onderdelen ervan werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die hitte veroorzaken, dan moet er voldoende brandblusapparatuur binnen handbereik voorzien zijn. Stel een poederblusser of CO₂-brandblusser op in de buurt van de ruimte waar het vullen met het koelmiddel plaatsvindt.
6-6 Geen ontstekingsbronnen lemand die werkzaamheden aan een koelsysteem uitvoert waarbij een leiding wordt blootgelegd die met ontvlambaar koelmiddel gevuld is of was, mag geen enkele ontstekingsbron gebruiken die brandgevaar of ontploffingsgevaar kan veroorzaken. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder sigaretten, moeten voldoende ver worden gehouden van de plek van de installatie, de herstelling of het verwijderen en verwerken waarbij mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan vrijkomen in de omringende
ruimte. Alvorens werkzaamheden uit te voeren, moet de ruimte rond de apparatuur geïnspecteerd worden om zeker te zijn dat er geen brand-of ontstekingsgevaar is. "Verboden te roken"-signalisatie moet zijn aangebracht.
6-7 Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat de ruimte in de open lucht is of voldoende geventileerd is alvorens het systeem te openen of werkzaamheden die hitte veroorzaken, uit te voeren. Zorg voor een bepaalde mate van ventilatie terwijl de werkzaamheden worden uitgevoerd. Door de ventilatie moet enig vrijgekomen koelmiddel worden uiteengedreven en, beter nog, worden afgevoerd naar de buitenlucht.
6-8 Controles van de koelapparatuur
Wanneer elektrische componenten worden veranderd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en ze moeten voldoen aan de juiste beschrijving. Te allen tijden moeten de onderhouds- en servicevoorschriften van de fabrikant worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles moeten worden uitgevoerd op apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen:
- De omvang van de vulling hangt af van de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten, worden geïnstalleerd;
- De ventilatieapparatuur en -uitlaten moeten naar behoren werken en niet zijn geblokkeerd;
- Als een onrechtstreeks koelcircuit wordt gebruikt, moet het hulpcircuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel;
- De markering op de uitrusting moet nog altijd zichtbaar en leesbaar
zijn. Markeringen en signalisatie die niet leesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd;
- Koelleidingen en -componenten zijn op een plaats gemonteerd waar de kans klein is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die de koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten gemaakt zijn van materialen die inherent resistent zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie.
6-9 Controles van elektrische apparaten Herstellingen en onderhoud van elektrische componenten moeten worden voorafgegaan door veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten. Als er een defect aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen, dan mag er geen elektrische voeding aangesloten zijn op het circuit totdat het defect is verholpen. Als het defect niet meteen kan worden verholpen maar de apparatuur moet blijven werken, dan moet er een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gerapporteerd aan de eigenaar, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Als voorafgaande veiligheidscontroles moet men er onder meer voor zorgen:
- dat de condensators ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden;
- dat er geen onder stroom staande elektrische componenten en bedrading blootgesteld zijn tijdens het vullen, reinigen of ontluchten van het systeem;
- dat de apparatuur altijd geaard is.
7. Herstellingen aan afgedichte componenten
Tijdens reparaties aan afgedichte
componenten moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat de afgedichte elektrische voeding naar de installatie wordt verwijderd tijdens de servicewerkzaamheden. Vervolgens moet er een permanent werkende vorm van lekdetectie worden geplaatst op het meest kritieke punt om te waarschuwen in geval van een mogelijk gevaarlijke situatie. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de volgende punten om te zorgen dat bij het werken aan elektrische componenten . de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld schade aan kabels, een overmatig groot aantal aansluitingen, klemmen die niet gemaakt zijn volgens de originele specificatie, schade aan afdichtingen, onjuiste montering van pakkingbussen enz. Zorg dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Zorg dat afdichtingen of afdichtmaterialen niet verslechterd zijn zodat ze niet meer geschikt zijn om te voorkomen dat er ontvlambare atmosferen binnendringen. Vervangingsonderdelen moeten in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant zijn.
OPMERKING:
Het gebruik van siliconenafdichtmiddel kan de efficiëntie van bepaalde soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet geïsoleerd te worden voordat er werkzaamheden aan worden verricht. 8. Herstellingen aan intrinsiek veilige componenten
Pas geen permanente inductieve belastingen of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder te verzekeren dat deze de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet zullen overschrijden. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige componenten waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder stroom staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste nominale waarden hebben. Vervang componenten alleen door componenten die gespecificeerd zijn door de fabrikant. Andere componenten kunnen leiden tot ontsteking van koelmiddelen in de atmosfeer door een lek.
9. Bekabeling
Controleer of de bekabeling niet blootgesteld is aan slijtage, aantasting, overmatige druk, trilling, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of continue trilling van bronnen als compressoren of ventilatoren.
10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
In geen enkel geval mogen er mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of de detectie van koelmiddellekken. Een halogeen-lekdetector (of enige andere detector die gebruikmaakt van een open vlam) mag niet worden gebruikt.
11. Lekdetectiemethoden De volgende lekdetectiemethoden zijn acceptabel voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten:
- Er moeten elektronische lekdetectors worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet voldoende is, of dat het apparaat opnieuw moet worden gekalibreerd (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddelen)
- Zorg ervoor dat de detector geen
mogelijke ontstekingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.
- Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel, waarbij het juiste percentage gas (maximum 25%) wordt bevestigd.
- Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen; het gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet echter vermeden worden, omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten.
- Als er een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden weggehaald/gedoofd.
- Als er een koelmiddellek wordt gevonden waarbij een leiding moet worden gesoldeerd, dan moet al het koelmiddel worden verwijderd uit het systeem of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver weg is van het lek.
- Vervolgens moet er zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld, voor en tijdens het soldeerproces.
- Verwijdering en afvoer
- Wanneer u het koelcircuit opent om reparaties uit te voeren – of voor enig ander doel, –dan moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is belangrijk om de beste werkpraktijken te volgen, omdat rekening gehouden moet worden met ontvlambaarheid.
De volgende procedure moet worden nageleefd::
- Verwijder het koelmiddel;
- Spoel het circuit met inert gas;
-
Voer dit af;
-
Spoel het circuit nogmaals met inert gas;
- Open het circuit door snijden of solderen.
De koelmiddelvulling moet worden opgevangen in de juiste opvangflessen. Het systeem moet worden "gespoeld" met OFN om de unit veilig te maken. Dit proces moet zo nodig meerdere keren worden herhaald. Er mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt voor deze taak. Het spoelen moet worden uitgevoerd door het vacuum van het systeem te verbreken met OFN; blijf het systeem vullen tot de werkdruk is bereikt,
ontlucht naar de atmosfeer, en trek het systeem weer vacuüm. Dit proces moet herhaald worden tot er geen koelmiddel meer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze procedure is van essentieel belang als er solderingen aan het leidingwerk moeten worden uitgevoerd. Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen ligt, dat er een vacuüm is in het systeem met OFN en dat er ventilatie beschikbaar is.
13.Vulprocedures
Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende vereisten worden voldaan:
- Zorg dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van vulapparatuur.
- Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn, zodat de hoeveelheid koelmiddel erin tot een minimum wordt beperkt.
- Flessen moeten rechtop worden bewaard.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is alvorens het systeem met
- Etiketteer het systeem als het vullen voltooid is (als dit nog niet gedaan is). - Wees uitermate voorzichtig dat het koelsysteem niet te vol wordt gevuld. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet het op druk worden getest met OFN.
Het systeem moet worden getest op lekken ná het vullen, maar vóór de inwerkingstelling.
Er moet een verdere lektest worden uitgevoerd voordat u de locatie verlaat.
- Buitenwerkingstelling Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het van essentieel belang dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het is een aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval er analyse nodig is voor hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt aangevangen.
a. Maak uzelf vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan.
b. Isoleer het systeem elektrisch.
c. Voordat u de procedure probeert uit te voeren, moet u ervoor zorgen dat:
- er mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het hanteren van flessen koelmiddel; - alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en op de juiste manier worden gebruikt;
- een deskundig persoon te allen tijde toezicht houdt over het terugwinningsproces;
- terugwinningsapparatuur en flessen voldoen aan de geldende normen.
d. Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk.
e. Als een vacuum niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.
f. Zorg dat de fles op de weegschaal staat voordat de terugwinning plaatsvindt.
g. Start de terugwinningsmachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant.
h. Vul de flessen niet te vol. (Niet meer dan 80% volume bij vloeibare vulling).
i. Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk.
j. Wanneer de flessen correct gevuld zijn en het proces voltooid is, zorg er dan voor dat de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur worden afgesloten.
k. Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij het gereinigd en gecontroleerd is.
15.Etikettering
De apparatuur moet van een etiket worden voorzien met de vermelding dat hij buiten werking is gesteld en dat het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg dat er etiketten op de apparatuur zijn aangebracht met de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.
- Terugwinning
Wanneer u koelmiddel uit een systeem verwijdert, voor servicewerkzaamheden of voor buitenwerkingstelling, dan is de aanbevolen werkpraktijk om alle koelmiddelen veilig te verwijderen.
Zorg er bij het overhevelen van
koelmiddel in flessen voor, dat alleen de juiste flessen voor de terugwinning van koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal flessen voor de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken flessen moeten ontworpen zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd zijn voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale flessen voor de terugwinning van koelmiddel). Flessen moet een drukontluchtklep hebben met de bijbehorende afsluitkleppen, die in goede staat verkeren. Lege terugwinningsflessen moeten worden geledigd en indien mogelijk gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een serie instructies m.b.t. de apparatuur bij de hand, en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal aanwezig zijn, die in goede staat verkeert.
Slangen moeten lekvrije koppelingen hebben en in goede staat zijn. Voordat u de terugwinningsmachine gebruikt, dient u te controleren of deze in goede werkstaat verkeert, dat de machine op de juiste manier is onderhouden en dat eventuele bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn ter voorkoming van ontsteking in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier in de correcte terugwinningsfles en met het relevante ingevulde Afvaloverdrachtsformulier. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsunits en vooral niet in flessen. Als er compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een acceptabel niveau zijn afgevoerd zodat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor wordt teruggestuurd aan de leverancier. Er mag alleen elektrische verwarming worden gebruikt op de compressorbehuizing om dit proces te versnellen. Wanneer de olie wordt afgevoerd uit een systeem, moet dit op een veilige manier gebeuren. Wanneer u de airconditioner verplaatst of verhuist, raadpleeg dan ervaren servicemonteurs om de unit los te koppelen en opnieuw te installeren. Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine. Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder voortdurend werkzaam open vuur (bijvoorbeeld een werkzaam gasapparaat) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat). Herbruikbare mechanische aansluitingen en flare- verbindingen zijn verboden.
MILIEUBESCHERMING
- Dit apparaat is gemaakt van materiaal dat gerecycled of hergebruikt kan worden. Afvalverwerking moet gebeuren in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften inzake afvalverwerking. Zorg ervoor dat de voedingskabel wordt afgesneden voordat het apparaat wordt afgedankt zodat het niet opnieuw gebruikt kan worden.
- Neem, voor meer gedetailleerde informatie over de verwerking en recycling van dit product, contact op met uw plaatselijke overheden die zich bezig houden met gescheiden afvalinzameling of met de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft.
WEGGOOIEN VAN DE VERPAKKING
- De verpakking kan volledig gerecycled worden, zoals aangegeven voor het recyclingsymbool ⚠. De verschillende delen van de verpakking mogen niet achtergelaten worden in het milieu, maar moeten als afval verwerkt worden in
overeenstemming met de voorschriften van de plaatselijke autoriteiten.
- Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA).
- Door ervoor te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen.
- Het symbooll op het product of op de documenten die bij het product zijn gevoegd geeft aan dat dit apparaat niet behandeld mag worden als huishoudelijk afval maar afgegeven moet worden bij het daarvoor bedoelde inzamelingspunt waar elektrische en elektronische apparaten bewaard en gerecycled worden.
PRODUCTBESCHRIJVING

text_image
Binnenunit 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 BuitenunitBinnenunit
I. Luchtinlaat
2. Voorpaneel
3. Display
4. Luchtuitlaat
5. Elektriciteitskastje
6. Toets om het filter te resetten
7. Verticale verstelling lamellen
8. Horizontale verstelling lamellen
9. Luchtfilter
10. Afstandsbediening
II. Aan-uit schakelaar
Buitenunit
- Luchtinlaat
- Leidingen en voedingskabel
- Afvoerslang
Opmerking: Tijdens de werking van KOELEN of DROGEN wordt condenswater afgevoerd. - Luchtuitlaat
Afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op buitenkanten van standaardmodellen, de vorm en het ontwerp kunnen verschillen afhankelijk van het model.
BESCHRIJVING INDICATOREN DISPLAY BEDIENINGSPANEL

Indicatie temperatuur (I)
Weergave van de ingestelde temperatuur.
Wanneer "FC" wordt weergegeven, moet het filter gereinigd worden.

Indicatie apparaat In bedrijf (2)
Gaat branden tijdens de werking.
Knippert tijdens het ontdooien van de buitenunit.

Timer (3)
Brandt gedurende de ingestelde tijd.
Gaat uit als de werking van de timer is afgelopen.

Controlelampje filter (4)
Knippert wanneer het filter gereinigd moet worden.
Het controlelampje van het filter gaat na 200 uur werking knipperen om u eraan te herinneren dat het filter gereinigd moet worden.
Druk, nadat het filter gereinigd is, op de resetknop die zich achter het voorpaneel op de binnenunit bevindt om het knipperen van het controlelampje te onderbreken.

text_image
82 1 ✓ ③ ② ④FUNCTIES EN INDICATOREN AFSTANDSBEDIENING
I. AAN/UIT-TOETS
Druk op deze toets om het apparaat te starten en/of te stoppen.
2. MODE-TOETS
Gebruikt om de werkingsmodus te selecteren.
3. FAN-TOETS
Gebruikt om de ventilatorsnelheid te kiezen, achtereenvolgens automatisch, hoog, gemiddeld of laag.
4-5. TÉMPERATUURTOETS
Gebruikt om de kamertemperatuur te selecteren. Gebruikt om de ingestelde tijd in de timer-modus en om de tijd van de klok in te stellen.
7. SWING-TOETS
Hiermee wordt het kantelen van de ventilatorroosters voor verticale aanpassing gestart of gestopt, en wordt de gewenste richting van de luchtstroom omhoog/omlaag ingesteld.
8. SLEEP-TOETS
Hiermee wordt de werking van Sleep-modus ingesteld of geannuleerd.
9. AROUND U-TOETS
Wanneer u op deze toets drukt, zendt de afstandsbediening elke 10 minuten een signaal van de huidige kamertemperatuur naar de binnenunit. Bewaar de afstandsbediening daarom op een plaats waarop deze het signaal goed naar de binnenunit kan verzenden. Druk eenmaal om deze functie in te stellen en druk nogmaals om te annuleren.
I 0. TIMER ON/CLOCK-TOETS
Gebruikt om de huidige tijd in te stellen. Gebruikt om de werking van de timer voor inschakeling van de airconditioner in te stellen of te annuleren.
II TIMER OFF-TOETS
Gebruikt om de werking van de timer voor uitschakeling van de airconditioner in te stellen of te annuleren.

text_image
InverterPlus ① ③ ② ⑦ ⑩ ⑮ ⑪ Whirlpool On/Off Made Fan Swing Sleep Jet 6thSense Around U Dim Timer On Clock Timer Off Power Save Super Silent C ④ ⑤ ⑧ ⑫ ⑬ ⑨ ⑭ ⑭ ⑯ ⑭ ⑪12. JET-TOETS
Gebruikt om snel koelen te starten of te stoppen.
13. DIM-TOETS
Gebruikt om de verlichting van het display van de binnenunit in of uit te schakelen.
14. POWER SAVE-TOETS
Gebruikt om de energiebesparende werking te starten of te stoppen.
I 5. SUPER SILENT-TOETS
Gebruikt om de stille werking te starten of te stoppen. Deze functie is alleen beschikbaar op bepaalde modellen. Modellen zonder deze functie hebben deze toets niet op de afstandsbediening.
De functie 6th is niet beschikbaar op Free Match-producten. Als u op de knop 6th Sense drukt, reageert het product niet.
INDICATORSYMBOLLEN OP DISPLAY
AFSTANDSBEDIENING

Koelindicator

Droogindicator

Indicator Alleen ventilator

Verwarmingsindicator

Automatische ventilatorsnelheid

Hoge ventilatorsnelheid

Gemiddelde ventilatorsnelheid

la ge ventilatorsnelheid

Indicator Super Silent
Indicator Sleep I (aantal indicatoren hangt af van het model)
Indicator Sleep 2 (aantal indicatoren hangt af van het model)
Indicator Sleep 3 (aantal indicatoren hangt af van het model)
Indicator Sleep 4 (aantal indicatoren hangt af van het model)
Indicator Around U
Indicator Jet
Signaaloverdracht
ON OFF 88:88 Weergave ingestelde timer Weergave huidig tijdstip
BB = Weergave ingestelde temperatuur
Indicator Power Save
OPSLAG EN TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Plaatsen van de batterijen
- Steek uw nagel tussen het batterijdeksel en druk het voorzichtig omlaag in de richting van de pijl om het te verwijderen, zoals weergegeven.
- Plaats 2 AAA-batterijen (1,5 V) in het batterijvak. Zorg ervoor dat de "+" en "-" polen correct geplaatst zijn.
- Sluit het batterijdeksel van de afstandsbediening.
Verwijderen van de batterijen
Verwijder het batterijdeksel in de richting van de pijl. Druk met uw vingers zachtjes op de plus pool van de batterij, en trek vervolgens de batterijen uit het vak. Deze handelingen dienen te worden uitgevoerd door volwassenen. Het is kinderen verboden om de batterijen uit de afstandsbediening te verwijderen, om het gevaar van het inslikken van de batterijen te voorkomen
Het afdanken van de batterijen
Dank de batterijen af als gescheiden gemeentelijk afval en geef ze af bij een toegankelijk verzamelpunt.
Precautions
- Wanneer u de batterijen vervangt, mag u geen nieuwe batterijen samen met oude batterijen of verschillende types batterijen plaatsen. Dit kan leiden tot een defect aan de afstandsbediening.
- Als u van plan bent de afstandsbediening enige tijd niet te gebruiken, moet u de batterijen eruit halen, om lekken van batterijzuur in de afstandsbediening te voorkomen.
- Gebruik de afstandsbediening binnen het effectieve bereik. Houd de afstandsbediening minstens 1 meter van een tv-toestel of HiFi-apparatuur verwijderd.
- Als de afstandsbediening niet normaal werkt, haalt u de batterijen eruit en plaatst u ze na 30 seconden terug. Plaats nieuwe batterijen als de afstandsbediening nog steeds niet werkt.
- Om het apparaat via de afstandsbediening te bedienen, richt u de afstandsbediening naar de ontvanger op de binnenunit. Zo garandeert u een optimale ontvangst.
- Als een boodschap van de afstandsbediening
wordt verzonden, gaat het symbool ⚙ will flash for 1 second. On receipt of the message, the appliance will emit a beep.

- De airconditioner kan met de afstandsbediening tot een afstand van 7 m worden bediend.
- Telkens wanneer de batterijen in de afstandsbediening worden vervangen, wordt de afstandsbediening automatisch ingesteld op de modus Verwarmen.
BESCHRIJVING VAN DE WERKINGSMODI
Werkingsmodi:
I. Selecteren van de modus
Telkens wanneer u op de MODE-toets drukt, verandert de werkingsmodus achtereenvolgens in: KOELEN → DROGEN → ALLEEN VENTILATIE → VERWARMEN De verwarmingmodus is niet beschikbaar bij airconditioners met alleen een koelfunctie.
2. VENTILATIE-modus
Telkens wanneer u op de toets "FAN" drukt, verandert de ventilatorsnelheid achtereenvolgens in: Auto → Hoog → Gemiddeld → Laag In de modus "ALLEEN VENTILATIE" zijn alleen "Hoog", "Gemiddeld" en "Laag" beschikbaar. In de modus "DROGEN" wordt de ventilatorsnelheid automatisch ingesteld op "Auto"; de toets "FAN" werkt dan niet.
3. Instellen van de temperatuur

Druk eenmaal op deze toets om de temperatuurinstelling met I °C te verhogen Druk eenmaal op deze toets om de temperatuurinstelling met I °C te verlagen
| Bereik van beschikbare temperatuurinstellingen | |
| *VERWARMEN, KOELEN | 18°C~32°C |
| DROGEN | +/-7°C |
| ALLEEN VENTILATIE | kan niet ingesteld worden |
*Opmerking: De verwarmingmodus is NIET beschikbaar bij modellen met alleen een koelfunctie.
4. Inschakelen
Druk op de toets . Wanneer het apparaat het signaal ontvangt, gaat de indicator IN WERKING op de binnenunit branden.
Wanneer u een andere modus kiest, moet u enkele seconden wachten en de handeling herhalen als de unit niet onmiddellijk reageert. Wanneer u de functie verwarmen selecteert, zal de luchtstroom na 2 tot 5 minuten starten.

text_image
Inverter Plus 88 °C ON 88:00 On/Off Mode Fan Swing Sleep Jet Around U Dim Timer On Timer Off Power Clock Save Super Silent5. Regeling van de luchtstroomrichting
De verticale luchtstroom wordt automatisch afgesteld op een bepaalde hoek, in overeenstemming met de bedieningsmode nadat de unit is ingeschakeld.
U kunt de richting van de luchtstroom ook naar uw eigen persoonlijke behoefte afstellen door op de "SWING"-toets op de afstandsbediening te drukken.
| Bedieningsmode | Richting van de luchtstroom |
| KOELEN, DROGEN | Horizontaal |
| * VERWARMEN, ALLEEN VENTILATIE | Naar beneden |
* De verwarmingsmode is alleen beschikbaar voor modellen met een verwarmingspomp.
Bediening van de verticale luchtstroom (met de afstandbediening)
Gebruik de afstandsbediening om de hoek voor de luchtstroom in te stellen.
Kantelen van de luchtstroom
Door eenmaal op de "SWING"-toets te drukken wordt de verticale jaloezie automatisch omhoog of omlaag gekanteld.
Gewenste richting van de luchtstroom
Druk nogmaals op de "SWING"-toets tot de jaloezieën in de gewenste hoek gekanteld zijn.
Bediening van de horizontale luchtstroom (handmatig)
Draai de bedieningsroedes van de horizontale jaloezieën om de horizontale luchtstroom te veranderen, zoals aangegeven wordt.
Opmerking: De vorm van de unit kan er anders uitzien dan de airconditioner die u gekocht heeft.
A - Draai de verticale jaloezieën niet handmatig; anders kan er storing optreden. Als dit gebeurt, zet dan eerst de unit uit en koppel het apparaat los van de elektriciteit; sluit het vervolgens opnieuw aan.
B - Het is beter om de verticale jaloezie niet te lang schuin naar beneden te laten staan in de modi KOELEN of DROGEN om te voorkomen dat er condenswater naar beneden druppelt.

text_image
Inverter Plus 88°C ON OFF 88:00 On/Off Mode Fan Jet° Swing Sleep Jet Around U Dim Timer On Timer Off Power Clock Save Super Silent
bedieningsroedes van de horizontale jaloezieën
BESCHRIJVINGEN MODI EN FUNCTIES
KLOK-functie
U kunt de tijd van de dag instellen door op de toets TIMER ON/CLOCK te drukken. Gebruik vervolgens de toetsen □ en □ om de juiste tijd in te stellen. Druk opnieuw op de toets TIMER ON/CLOCK; de tijd is nu ingesteld.

SLEEP-modus
SLEEP modus kan ingesteld worden op bedrijfsmodus KOELEN, VERWARMEN of DROGEN.
Deze functie biedt u een aangename omgeving om in te slapen.
Het apparaat stopt na 8 uur automatisch met werken.
De ventilatorsnelheid wordt automatisch op lage snelheid ingesteld.
Elke keer als de toets SLEEP wordt ingedrukt, wordt de bedrijfsmodus achtereenvolgens gewijzigd:
SLEEP voor Volwassenen (modus I)
De ingestelde temperatuur stijgt met max. 2°C als het apparaat gedurende 2 uur continu in koelmodus werkt, daarna blijft de temperatuur constant.
De ingestelde temperatuur daalt met max. 2°C als het apparaat gedurende 2 uur in de verwarmingsmodus werkt, daarna blijft de temperatuur constant.
SLEEP voor Senioren (modus 2):
De ingestelde temperatuur stijgt met max. 2°C als het apparaat gedurende 2 uur continu in koelmodus werkt, daalt met 1°C na 6 uur, daalt daarna met fC na 7 uur.
De ingestelde temperatuur daalt met 2°C als het apparaat gedurende 2 uur continu in verwarmingsmodus werkt, stijgt met 1°C na 6 uur, stijgt daarna met 1°C na 7 uur.
SLEEP voor Jongeren/Tieners (modus 3):
De ingestelde temperatuur stijgt met 1 °C als het apparaat gedurende 1 uur in koelmodus werkt, stijgt met 2 °C na 2 uur, daalt daarna met 2 °C na 6 uur, daalt daarna met 1 °C na 7 uur.
De ingestelde temperatuur daalt met 2°C als het apparaat gedurende 1 uur in verwarmingsmodus werkt, daalt met 2C na 2 uur, stijgt daarna met 2°C na 6 uur, stijgt daarna met 2°C na 7 uur.

text_image
In verter Plus 88°C 88:88 On/Off Mode Fan Swing Sleep Around U Dim Timer On Timer Off Clock Save Power Super SilentSLEEP voor Kinderen (modus 4):
De ingestelde temperatuur blijft constant.
Opmerking: Verwarming is NIET beschikbaar bij airconditioners met alleen een koelfunctie.
JET-modus
- De JET-modus wordt gebruikt om snel koelen of snel verwarmen te starten of te stoppen. Snel koelen werkt met een hoge ventilatorsnelheid, waarbij de ingestelde temperatuur automatisch wordt veranderd in 18°C. Snel verwarmen werkt met automatische ventilatorsnelheid, waarbij de ingestelde temperatuur automatisch wordt veranderd in 32 °C.
- In de JET-modus kunt u de richting van de luchtstroom of de timer instellen. Als u de JET-modus wilt afsluiten, druk dan op een van de toetsen - JET, MODUS, VENTILATOR, AAN/UIT of TEMPERATUURINSTELLING; het display keert dan terug naar de oorspronkelijke modus.
Opmerking:
- De toetsen SLEEP en 6th Sense zijn niet beschikbaar in de JET-modus.
- Het apparaat blijft in de JET-modus werken als u niet op een van de bovengenoemde toetsen drukt.

text_image
Inverter Plus 88°C ON 88:88 On/Off Mode Fan Jet° Swing Sleep Jet Around U Dim Timer On Timer Off Power Clock Save Super SilentTimerfunctie
U kunt de timer op een handige manier inschakelen. Druk gewoon op de toets TIMER ON/CLOCK om een aangename kamertemperatuur te hebben wanneer u thuis komt. U kunt de timer uitzetten door op de toets TIMER OFF te drukken, zodat u 's nachts goed kunt slapen.
TIMER ON instellen
De toets TIMER ON/CLOCK kan worden gebruikt om de timer naar wens te programmeren om het apparaat op het gewenste tijdstip in te schakelen.
I) Houd de toets TIMER ON/CLOCK 3 seconden ingedrukt. Wanneer "ON 12:00" knippert op het scherm, kunt u op de toetsen of drukken om de gewenste tijd te kiezen om het apparaat in te schakelen.
Druk eenmaal op de toets of om de tijdinstelling met 1 minuut te verhogen of te verlagen.
Houd de toets of 5 seconden ingedrukt om de tijdinstelling met 10 minuten te verhogen of te verlagen.
Houd de toets of nog langer ingedrukt om de tijdinstelling met I uur te verhogen of te verlagen.
Opmerking: Als u de tijd niet instelt binnen 10 seconden nadat u op de toets TIMER ON/CLOCK heeft gedrukt, dan wordt de TIMER ON-modus op de afstandsbediening automatisch afgesloten.
II) Als de door u gewenste tijd wordt weergegeven op het scherm, drukt u op de toets TIMER ON/CLOCK om deze te bevestigen.
Er klinkt een "piep".
"ON" stopt met knipperen.
De TIMER-indicator op de binnenunit gaat branden.
III) Nadat de ingestelde tijd 5 seconden is weergegeven, wordt de klok weergegeven op het scherm van de afstandsbediening in plaats van de ingestelde timer.
TIMER ON annuleren
Druk nogmaals op de toets TIMER ON/CLOCK. Er klinkt een "piep" en de indicator gaat uit. De TIMER ON-modus is nu geannuleerd.
Opmerking: Op dezelfde manier kunt u TIMER OFF instellen, het tijdstip waarop u wilt dat het apparaat automatisch uitgeschakeld wordt.
Increase
Decrease

text_image
23℃ ON 12:00
text_image
Inverter Plus 88°C 88:88 On/Off Mode Fan Jet° Swing Sleep Jet Around U Dim Timer On Timer Off Power Clock Clock Save Super SilentAround U-functie
Als u op deze toets drukt, wordt 📋 weergegeven. De afstandsbediening stuurt dan de effectieve kamertemperatuur om de afstandsbediening heen naar de binnenunit en het apparaat zal werken op basis van deze temperatuur om u een aangenamer gevoel te geven.
Bewaar de afstandsbediening op een plaats waarop deze het signaal goed naar het apparaat kan verzenden.
Druk eenmaal om deze functie in te stellen en druk nogmaals om te annuleren.
DIM-functie
Druk op deze knop om de verlichting van het display op het bedieningspaneel van de binnenunit in of uit te schakelen.
POWER SAVE-functie
De POWER SAVE-modus (Energiebesparing) is beschikbaar in de werkingsmodi KOELEN, VERWARMEN, DROGEN en ALLEEN VENTILATI E.
Als u op deze toets drukt, wordt 📄 weergegeven op de afstandsbediening.
Met de POWER SAVE-functie in de modi KOELEN, VERWARMEN en DROGEN wordt de temperatuur ingesteld op 25 °C met lage ventilatorsnelheid.
Met de POWER SAVE-functie in de modus ALLEEN VENTILATIE wordt het apparaat ingesteld op een lage ventilatorsnelheid.
Kies een andere modus of druk op de toets Power Save om deze functie uit te schakelen.
Opmerking: In deze modus kan de ventilatorsnelheid en de temperatuur niet worden aangepast.
SUPER SILENT-functie
Druk op de toets om de unit zo geruisloos mogelijk te laten werken, zodat u een stille en comfortabele woonomgeving krijgt. wordt weergegeven op de afstandsbediening.
Opmerking: De Super silent-functie wordt uitgeschakeld als u op de MODE-toets drukt of als u nogmaals op de toets SUPER SILENT drukt. Op sommige modellen is deze functie niet beschikbaar.

text_image
Inverter Plus 8.8 °F On/OFF Mode Fan Jet Swing Sheep Jet Around U Dien Timer On Timer Off Power Click Save Super Silent
text_image
Inverter Plus On/Off Mode Fan Swing Sleep Jet* Around U Dim Timer On Clock Timer Off Power Save Super Silent
text_image
Inverter Plus Go/Off Mode Fan Jet* Swing Sleep Jet Around U Dim Timer-On Clock Timer Off Power Save Super Alert
text_image
InverterPlus 68 °C On/OFF Mode Fan Swing Sleep Jet Around U Dim Timer On Timer Off Power Clock Save Super ShiftNOODWERKING
In een noodsituatie o f wanneer de afstandsbediening niet beschikbaar is, kunt u de unit bedienen via de Aan/uit-schakelaar op de binnenunit.
- Schakel het apparaat in: als het apparaat is uitgeschakeld, drukt u op deze knop. Het apparaat start in de modus waarin het stond voordat het werd uitgeschakeld. (Als het apparaat voor het eerst wordt ingeschakeld, start het standaard in de koelmodus op 18 °C met automatische ventilator.)
- Het apparaat uitschakelen: druk op deze knop wanneer de unit is ingeschakeld. Het apparaat stopt met werken.

text_image
Aan/uit-schakelaarBEVEILIGING
Bedrijfsconditie
Het beveiligingsapparaat kan worden uitgeschakeld en het apparaat stoppen in de onderstaande gevallen.
*Voor modellen voor tropische (T3)
| Verwarmen | Buitentemperatuur is hoger dan 24°C. |
| Buitentemperatuur is lager dan -10°C. | |
| Kamertemperatuur is hoger dan 27°C. | |
| Koken | Buitentemperatuur is hoger dan *43°C. |
| Kamertemperatuur is lager dan 21°C. | |
| Ontvochtigen | Kamertemperatuur is lager dan 18°C. |
klimaatomstandigheden, is het temperatuurpunt 52 °C in plaats van 43 °C. Als de airconditioner lange tijd in de modus KOELEN of DROGEN werkt terwijl er een deur of raam openstaat en de relatieve vochtigheid meer dan 80% is, dan kan er condenswater uit de uitlaat druppelen.
Geluidsoverlast
- Installeer het apparaat op een plaats waar het gewicht ervan wordt gedragen zodat het apparaat minder luid kan werken.
- Installeer de buitenunit op een plaats waar de afgevoerde lucht en het geluid van het werkende apparaat uw buren niet stoort.
- Plaats geen obstakels voor de luchtuitlaat van de buitenunit, waardoor het geluidsniveau kan versterken.
Kenmerken van beveiligingsapparaat
Wacht minstens 3 minuten voor u de unit opnieuw start als deze stopt met werken of als u een andere modus kiest tijdens de werking. Nadat u de stekker hebt aangesloten en het apparaat onmiddellijk inschakelt, kan een vertraging van 20 seconden optreden voor het apparaat begint te werken. Als de werking volledig is gestopt, drukt u opnieuw op de toets AAN/UIT om het apparaat opnieuw op te starten. De timer moet opnieuw worden ingesteld alsof u deze geannuleerd hebt.
Kenmerken van modus KOELEN Antivries
Wanneer de temperatuur van de warmtewisselaar binnen onder 0°C zakt, zal de compressor stoppen met werken om het apparaat te beschermen.
Kenmerken van de modus VERWARMEN Voorverwarmen
Om te vermijden dat er koude lucht uit het apparaat wordt geblazen, zijn er 2 tot 5 minuten nodig om de binnenunit voor te verwarmen bij de start van de modus VERWARMEN. De ventilator van de binnenunit zal niet werken tijdens het voorverwarmen.
Ontdooien
In de modus VERWARMEN zal het apparaat automatisch ontdooien (ijs verwijderen) om de doeltreffendheid te verhogen. Deze procedure duurt gewoonlijk 6 tot 10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilator met draaien en knippert de indicator IN WERKING. Wanneer het ontdooien voltooid is, keert het apparaat automatisch terug naar de modus VERWARMEN.
Modusconflict
Omdat alle binnenunits één buitenunit gebruiken, kan de buitenunit alleen met dezelfde modus gebruikt worden (koelen of verwarmen). Dus als de modus die u instelt anders is dan de modus waarop de buitenunit werkt, dan treedt er een modusconflict op. Hieronder ziet u het modusconflictscenario.
| koelen | drogen | verwarmen | ventilatie | |
| koelen | v | v | x | v |
| drogen | v | v | x | v |
| verwarmen | x x v x | |||
| ventilatie | v v x | v | ||
| x: modusconflict - v: normaal | ||||
De buitenunit werkt altijd in de modus van de eerste binnenunit die ingeschakeld is. Wanneer de instelmodus van de volgende binnenunit tegenstrijdig is met de modus van de eerste binnenunit, dan klinken er 3 pieptonen en wordt de binnenunit die conflicteert met de normaal werkende units automatisch uitgeschakeld.
ONDERHOUD
Voorpaneel van binnenunit reinigen
I. Schakel de stroomtoevoer uit
Schakel het apparaat eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact trekt.
2. Verwijder het voorpaneel
Open het voorpaneel zoals aangegeven door de pijl (Fig. A).
Trek met kracht aan de hendeltjes aan de zijkant van het voorpaneel om het te verwijderen (Fig. B).
3. Het reinigen van het voorpaneel
Afvegen met een zachte en droge doek. Gebruik lauw water (lager dan 40 °C) om het apparaat schoon te maken als het erg vuil is. Laat het daarna drogen.
4. Zet het voorpaneel weer op zijn plaats en sluit het
Zet het voorpaneel weer op zijn plaats door het omlaag te duwen.
Opmerking:
- Gebruik geen producten zoals bezien of polijstpoeder om het apparaat te reinigen.
- Sproei geen water op de binnenunit Gevaarlijk! Elektrische schok!
Luchtfilter schoonmaken
Nadat het apparaat ongeveer 720 uur gebruikt is, moet het luchtfilter gereinigd worden. Maak het luchtfilter om de twee weken schoon als de airconditioner in een uiterst stoffige omgeving werkt.
I. Schakel de stroomtoevoer uit
Schakel het apparaat eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact trekt.
2. Verwijder het luchtfilter (Fig. C).
I. Open het voorpaneel.
2. Duw zachtjes op de hendel van het filter.
3. Schuif het filter naar buiten.
3. Het luchtfilter reinigen (Fig. D)
Als het filter erg vervuild is, het schoonmaken met een oplossing van lauw water en een neutraal reinigingsmiddel.
Laat het daarna drogen.
- Zet het filter weer op zijn plaats en druk op de toets om het filter te resetten (Fig.E) op de rechterkant met behulp van een cilinderstift en sluit het voorpaneel.
Opmerking:
- Om letsel te voorkomen, de vinnen van de binnenunit na het verwijderen van het filter niet met uw vingers aanraken.
- Probeer niet zelf de binnenkant van de airconditioner schoon te maken.
- Reinig het filter niet in de wasmachine.

text_image
Toets om het filter te resetten
Fig. E
PROBLEMEN/OPLOSSINGEN
Problemen met de werking van het apparaat zijn meestal te wijten aan minder belangrijke oorzaken. Controleer en verwijs naar de volgende tabel voor u contact opneemt met de servicedienst. Dit kan tijd en onnodige kosten besparen.
| Probleem | Analyse |
| Werkt niet | Is het beveiligingsapparaat uitgeschakeld of is er een zekering gesprongen?Wacht 3 minuten en start het apparaat opnieuw, het beveiligingsapparaat kan de werking van de unit verhinderen.Zijn de batterijen in de afstandsbediening bijna leeg?Zit de stekker niet goed in het stopcontact? |
| Geen koele of warme lucht | Is het luchtfilter vuil?Zijn de inlaat en uitleaat van de airconditioner geblokkeerd?Is de temperatuur juist ingesteld?Staan er deuren of ramen open? |
| Ondoeltreffende regeling | Is er een sterke interferentie geweest (van buitensporige statische elektrische ontlading, abnormale toevoerspanning)? Als het apparaat op een abnormale manier werkt, moet u het netsnoer uit het stopcontact halen en na 2 tot 3 seconden opnieuw in het stopcontact steken. |
| Werkt niet onmiddellijk | Wanneer u een andere modus kiest tijdens de werking, zal het apparaat met 3 minuten vertraging werken. |
| Rare geur | Deze geur kan van een andere bron komen, zoals het meubilair, een sigaret enz., die in de unit wordt gezogen en met de lucht wordt uitgeblazen. |
| Geluid van stromend water | Normaal verschijnsel dat veroorzaakt wordt door de koelvloeistof die door de airconditioner stroomt.Geluid van ontdooien in verwarmingsmodus. |
| Krakend geluid | Het geluid kan veroorzaakte worden door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel door temperatuurschommelingen. |
| Er wordt nevel uit de uitleaat geblazen | Is er nevel aanwezig in de ruimte bij lage temperaturen? Normaal verschijnsel dat veroorzaakt wordt door koele lucht die wordt uitgeblazen uit de binnenunit tijdens de modi KOELEN of DROGEN. |
| De indicator IN WERKING knippert, maar de ventilator van de binnenunit is gestopt. | De unit gaat van de verwarmingsmodus over naar ontdooien. De indicator gaat uit en de unit keert terug naar de verwarmingsmodus. |
Opmerking: Als de problemen aanhouden, zet het apparaat dan uit, trek de stekker uit het stopcontact en neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum van Whirlpool. Probeer het apparaat niet zelf te verplaatsen, te repareren, uit elkaar te halen of te wijzigen.
INSTALLATI E
Alvorens het apparaat te installeren
I. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het apparaat installeert.
2. Het apparaat mag uitsluitend geïnstalleerd worden in overeenstemming met landelijke bedradingsvoorschriften en volgens deze handleiding door gekwalificeerde technici.
3. Elke verplaatsing van het apparaat moet uitgevoerd worden door deskundigen;
4. Controleer het product om er
zeker van te zijn dat het niet beschadigd is voordat het geïnstalleerd wordt.
- Monteer de onderste bewegende delen van de binnenunit minstens 2,5 m boven de vloer.
- Na de installatie moet de gebruiker het apparaat correct bedienen zoals beschreven in deze handleiding, houd voldoende ruimte vrij voor onderhoudswerkzaamheden en eventuele verplaatsing in de toekomst.
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID
I. De stroomtoevoer moet nominale spanning hebben en een afzonderlijk circuit voor het apparaat. De normale bedrijfsspanning bedraagt 90%\~110% van de nominale spanning. De diameter van de voedingskabel moet voldoen aan de vereisten.
2. De stroomtoevoer van de gebruiker moet betrouwbaar geaard zijn. Het is verboden om de massakabel aan te sluiten op de volgende voorwerpen: 1) Water toevoerleiding 2) Gasleiding 3) Afvoerpijp 4) Andere plaatsen die als onveilig beschouwd worden.
3. Zorg voor een veilige aarding en een massakabel die aangesloten is op het speciale
aardingssysteem van het gebouw en die geïnstalleerd is door deskundigen. Het apparaat moet voorzien zijn van een beveiligingsschakelaar tegen elektrische ontlading en een hulpinstallatieautomaat met voldoende capaciteit. De installatieautomaat moet tevens voorzien zijn van een magnetische en thermische schakelaar om beveiliging te garanderen in geval van kortsluiting en overbelasting.
| Type | Model | Vereiste capaciteit van luchtschakelaar |
| Gesplitst Inverter | 20K 30A | |
| 24K | 30A | |
| 36K | 40A |
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID
- Zorg ervoor dat de voedingskabel lang genoeg is om correcte aansluiting mogelijk te maken. Gebruik geen verlengsnoeren.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet het vervangen worden door de fabrikant of de klantenservice of een gekwalificeerd persoon om elke gevaarlijke situatie te voorkomen.
- Er moet een meerpolige stroomonderbreker met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm aangesloten zijn in vaste bedrading.
- Gevaar van een elektrische schok kan leiden tot letsel of de dood: Koppel alle elektrische toevoeren af voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht.
-
De aansluiting van het netsnoer en de verbinding tussen de binnen- en buitenunit moet in overeenstemming zijn met het op het apparaat aangebrachte bedradingsschema.
-
Na voltooiing van de installatie mogen de elektrische onderdelen niet toegankelijk zijn voor de gebruikers.
- Verplaats en installeer het apparaat met twee of meer mensen, het is erg zwaar.
II. Houd, nadat het apparaat is uitgepakt, het verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen. - Vanwege de aard van het koelmiddel is de druk in de leiding zeer hoog, wees dus uiterst voorzichtig bij het installeren en repareren van het apparaat.
- Volgens de nationale wetgeving moet er een reststroomapparaat (RCD) met een nominale reststroom van niet meer dan 30 mA worden opgenomen in de vaste bedrading.
INSTALLATIE-INSTRUCTIES
Installatieschema

text_image
Afstand van muur moet meer dan 150 mm zijn Afstand van plafond moet meer dan 150 mm zijn Binnenunit Afstand van plafond moet meer dan 150 mm zijn Afstand van vloer moet meer dan 2500 mm zijn BuitenunitBuitenunit

text_image
Meer dan 100 mm Meer dan 100 mm Meer dan 200 mm als er aan beide kanten obstakels zijn Afvoerslang Meer dan een duimstok Meer dan 500 mm als de achterkant, beide zijden en de bovenkant open zijn Meer dan 350 mmOPMERKING: De bovenstaande afbeelding is slechts een vereenvoudigde weergave van de unit, die mogelijk niet helemaal overeenstemt met het uitzicht van het product dat u hebt gekocht. De installatie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale normen voor bedrading en mag alleen door gemachtigd onderhoudspersoneel worden uitgevoerd.
Kies de beste locatie
Locatie om binnenunit te installeren
- Waar er zich geen obstakel in de buurt van de luchtuitlaat bevindt en de lucht makkelijk naar elke hoek van de ruimte kan worden geblazen.
- Waar het leidingwerk en de opening in de muur makkelijk kunnen worden geplaatst.
- Neem de vereiste afstand naar het plafond en de muur in acht, in overeenstemming met het installatieschema.
- Waar het luchtfilter makkelijk kan worden verwijderd.
- Houd de unit en de afstandsbediening minstens 1 m verwijderd van een tv-toestel, radio enz.
- Houd de unit zo ver mogelijk verwijderd van een fluorescerende lamp, om de effecten van deze lamp te voorkomen.
- Plaats niets in de buurt van de luchtinlaat dat deze inlaat zou kunnen blokkeren.
- Op een plaats die het gewicht kan dragen en het geluid en de trillingen van het apparaat in werking kan zal versterken.
- De binnenunit is niet geschikt voor installatie in ruimtes die worden gebruikt als wasplaats (wasmachines).
Locatie om buitenunit te installeren
- Installeer de buitenunit op een handige en goed geventileerde plaats.
- Vermijd de buitenunit te installeren waar het brandbare gas kan lekken.
- Neem de vereiste afstand naar de muur in acht, in overeenstemming met het installatieschema.
- De afstand tussen de binnen- en de buitenunit moet 5 meter zijn en kan tot maximum 15 meter zijn met een extra lading van koelmiddel.
- Installeer de buitenunit niet op een vuile of vette plaats, in de buurt van een gasuitlaat voor vulkanisatie.
- Vermijd de buitenunit te installeren aan de wekgant, waar de unit vuil kan worden door opspattend modderwater.
- Een vaste basis waardoor het geluid van het apparaat in werking niet wordt versterkt.
- Waar de luchtuitlaat niet wordt geblokkeerd.
- De wijze van installatie moet in staat zijn om het gewicht en de trillingen van de buitenunit te weerstaan en voor een veilige installatie te zorgen.
- Waar het afvoerwater geen probleem vormt.

text_image
Binnenunit Lengte leiding is 3~20 meter Buitenunit Hoogte moet minder dan 10 m zijn
text_image
Buitenunit Lengte leiding is 3~20 meter Hoogte moet minder dan 10 m zijn Binnenunit| Model | Standaardlengte leidingwerk (m) | Maximale leidinglengte van elke binnenunit (m) | Maximale totale lengte leidingwerk (m) | Maximaal hoogteverschil H (m) | Extra lading koelvloeistof (g/m) |
| 20K | 5+5+5 | 20 | 60 | 10 | 15 (wanneer de totale lengte van het leidingwerk meer dan 15 m is) |
| 24K | 5+5+5 | 20 | 60 | 10 | 15 (wanneer de totale lengte van het leidingwerk meer dan 20 m is) |
| 36K | 5+5+5+5 | 25 | 60 | 10 | 15 (wanneer de totale lengte van het leidingwerk meer dan 20 m is) |
I. Installatie van de montageplaat
- Selecteer een plaats voor de installatie van de montageplaat in overeenstemming met de plaats van de binnenunit en de richting van de leidingen.
- Leg de montageplaat horizontaal met behulp van een waterpas.
- Boor gaten met een diepte van 32 mm in de muur.
- Plaats de kunstofpluggen in de gaten, zet de montageplaat vast met zelftappende bouten.
- Controleer of de montageplaat goed vast zit.

text_image
MontageplaatOPMERKING: De vorm van de montageplaat kan verschillen van de plaat die hierboven is afgebeeld, maar de installatiewijze is vergelijkbaar.
2. Boor een gat voor de leiding
- Bepaal de plaats van het gat voor de leiding in overeenstemming met de plaats van de montageplaat.
- Boor een gat met een diameter van 70 mm in de wand. Het gat moet enigszins naar beneden naar buiten hellen.
- Installeer een mof in het gat in de muur om de wand netjes en schoon te houden.

text_image
Binnen Buiten Mof voor gat in muur (starre polyethyleen buis voorbereid door de gebruiker) 5 mm (incli natie omlaag)3. Installatie leidingen binnenunit
- Voer de leidingen (vloeistof- en gasleiding) en de kabels door het gat in de muur van buitenaf of monteer ze van binnenuit nadat de leidingen en kabelverbindingen van de binnenunit zijn voltooid om deze aan te sluiten op de buitenunit.
- Bepaal of het kunstofdeel afgezaagd moet worden in overeenstemming met de richting van de leidingen (zoals hieronder is afgebeeld).

text_image
Richting van de leidingen rand Uitsteken d stuk Zaag het uitstekende stuk af langs de rand 1 2 3 4OPMERKING:
Bij het bevestigen van de leidingen in de richtingen 1, 2 of 4, het bijbehorende kunststof deel van de basis van de binnenunit afzagen.
- Na het aansluiten van de leidingen zoals vereist, de afvoerslang installeren. Sluit vervolgens de voedingskabel aan. Omwikkel, na de aansluiting de leidingen, kabels en afvoerslang met thermisch isolatiemateriaal.
OPMERKING: Sluit de voedingskabel niet aan tijdens de installatie.
BELANGRIJK:
Thermische isolatie verbindingsstukken leidingwerk:
Omwikkel de verbindingsstukken van het leidingwerk met thermisch isolatiemateriaal en omwikkel ze daarna met vinyltape.

text_image
Thermische isolatie Omwikkeld met vinyltapeThermische isolatie leidingwerk:
a. Plaats de afvoerslang onder het leidingwerk.
b. Isolatiemateriaal: polytheenschuim met een dikte van 6 mm.
OPMERKING: Afvoerslang is voorbereid door de gebruiker.
- De afvoerslang moet naar beneden gericht zijn, voor een makkelijke doorstroming. Draai de afvoerleiding niet, laat ze niet uit het gat steken of in het rond wapperen, dompel het uiteinde niet onder in water. Als er op de afvoerleiding een verlengstuk van een afvoerslang is aangesloten, moet u ervoor zorgen dat u dit thermisch isoleert wanneer het door de binnenunit gaat.
- Als het leidingwerk naar rechts is gericht, moeten leidingwerk, stroomkabel en afvoerslang thermisch worden geïsoleerd en bevestigd aan de achterkant van de unit.
Aansluiting leidingwerk:
a. Sluit het leidingwerk van de binnenunit aan met twee moersleutels. Besteed veel aandacht aan het koppel, zoals hieronder afgebeeld, om te voorkomen dat het leidingwerk, de connectoren en de moeren vervormd en beschadigd worden.
b. Draai ze eerst aan met de hand en gebruik daarna de moersleutels.

text_image
Grote leiding Thermisch geïsoleerde buis Stroomverbindingskabel Kleine leiding Afvoerslang (voorbereid door gebruiker)
1) Open het voorpaneel, verwijder de dekplaat door de schroef los te maken.
2) Sluit de stroomkabel aan op de binnenunit door de draden individueel aan te sluiten op de aansluitklemmen op het schakelbord als volgt.
3) Bevestig de stroomkabel op het schakelbord met een kabelklem.
4) Plaats de dekplaat terug en draai de schroef aan.
OPMERKING: (afhankelijk van het model) De kast moet worden verwijderd om de verbindingen met de aansluitklemmen van de binnenunit uit te voeren.


text_image
Stroom- kabel
text_image
Voorpaneel Aansluitklem (binnenkant) Behuizing ____ Binnenunit- Buitenunit
1) Verwijder de toegangsdeur van de unit door de schroef los te maken. Schroef de kabelklem los, sluit de draden individueel aan op de aansluitklemmen op het schakelbord in overeenstemming met de aansluiting van de binnenunit.
2) Bevestig de stroomkabel op het schakelbord met een kabelklem.
3) Plaats de toegangsdeur terug in de oorspronkelijke positie en draai de schroef aan.
OPMERKING: (afhankelijk van het model) De kast moet worden verwijderd om de verbindingen met de aansluitklemmen van de binnenunit uit te voeren.

Voor 20K and 24K is er geen binnenunit D

- Zorg ervoor dat de kleur van de draden en het nummer van de aansluitklem van de buitenunit dezelfde zijn als die van de binnenunit.
- Gebruik een apart stroomcircuit dat specifiek voor de airconditioner is bestemd. Zie het circuitdiagram op het apparaat voor de bedradingsmethode.
- Controleer of de kabelspecificaties overeenstemmen met de volgende tabel. De minimale doorsnede van de kabel moet voldoen aan Ontwerp 245 IEC 57.
- Controleer de bedrading en zorg ervoor dat alle draden goed zijn vastgemaakt nadat de kabels zijn aangesloten. De kabel moet goed vastgemaakt zijn met een kabelklem.
- Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar installeert in een natte of vochtige omgeving.
Kabelspecificaties
| Model | Netsnoer (buiten) | Stroomverbindingskabel | Hoofdstroom-voorziening (Opmerking) |
| 20K | H05RN-F,3G 2.5mm ^2 | H07RN-F, 4G 0.75mm ^2 | Naar buiten |
| 24K | H05RN-F,3G 4.0mm ^2 | H07RN-F, 4G 0.75mm ^2 | Naar buiten |
| 36K | H05RN-F,3G 4.0mm ^2 | H07RN-F, 4G 0.75mm ^2 | Naar buiten |
INSTALLATIE BUITENUNIT
I. Afvoeropening en afvoerslang installeren
De condens wordt afgevoerd van de buitenunit wanneer de unit in verwarmingsmodus werkt. Installeer een afvoeropening en -slang om het condenswater op te vangen. Zo stoort u uw buren niet en beschermt u het milieu. Installeer de afvoeropening op het frame van de buitenunit en sluit een afvoerslang aan op de opening zoals afgebeeld op de afbeelding rechts.
2. Buitenunit installeren en bevestigen
Maak de buitenunit stevig vast met bouten en moeren op een vlakke en stevige vloer. Als de unit op een muur of dak wordt geïnstalleerd, moet u ervoor zorgen dat u de houder stevig bevestigt. Zo verhindert u dat deze gaat schudden omwille van grote trillingen of een stevige wind.
3. Leidingwerk buitenunit aansluiten
- Verwijder de doppen van de 2-wegs en 3-wegs klep.
- Sluit de leidingen apart aan op de 2-wegs en 3-wegs kleppen met het vereiste koppel.
4. Kabel buitenunit installeren (zie vorige pagina)

Als er vochtige lucht in de koelcyclus blijft zitten, kan dit ertoe leiden dat de compressor defect raakt. Nadat u de binnen- en buitenuit hebt geïnstalleerd, moet u met een vacuümpomp de lucht en het vocht uit de koelcyclus halen, zoals hieronder afgebeeld.
Opmerking: Aangezien de systeemdruk hoog is en om het milieu te beschermen, moet u ervoor zorgen dat u het koelmiddel niet rechtstreeks in de lucht laat.

flowchart
graph TD
A["Vacuum pump"] --> B["Binnenunit"]
B --> C["Stroomrichting koelmiddel"]
C --> D["3-wegs klep"]
D --> E["(7) Draai om de klep volledig te openen"]
E --> F["2-wegs klep"]
F --> G["(6) Open 1/4-draai"]
G --> H["(7) Draai om de klep volledig te openen"]
H --> I["Dop klep"]
I --> J["(1) Draaien"]
J --> K["(8) Aanspannen"]
K --> L["(1) Draaien"]
L --> M["(8) Aanspannen"]
M --> N["Dop klepl p"]
N --> O["(2) Draaien"]
O --> P["(8) Aanspannen"]
P --> Q["(2) Draaien"]
Q --> R["(8) Aanspannen"]
R --> S["Doorsnede 3-wegs klep"]
S --> T["Aansluiten op binnenunit"]
T --> U["Open stand"]
T --> V["As"]
T --> W["Naald"]
T --> X["Kern klep"]
X --> Y["Dop opening voor onderhoud"]
Luchtleidingen purgeren:
- Schroef de doppen van de 2- en 3-wegs kleppen los en verwijder ze.
- Schroef de dop van de klep voor onderhoud los en verwijder de dop.
- Sluit de flexibele slang van de vacuümpomp aan op de klep voor onderhoud.
- Start de vacuümpomp gedurende 10-15 minuten tot een absoluut vacuum van 10 mm Hg wordt bereikt.
- Terwijl de vacuümpomp nog draait, sluit u de knop voor lage druk op de verdeelinrichting van de vacuümpomp. Stop vervolgens de vacuümpomp.
- Open de 2-wegs klep 1/4 draai, sluit ze vervolgens na 10 seconden. Controleer dat alle pakkingen goed vast zitten met vloeibare zeep of een elektronische lekdetectie.
- Draai de steel van 2- en 3-wegs kleppen. Koppel de flexibele slang van de vacuümpomp los.
- Vervang alle doppen van de kleppen en draai ze aan.
KLANTENSERVICE
Voordat u contact opneemt met de Klantenservice:
- Probeer het probleem zelf op te lossen aan de hand van de beschrijvingen in "Problemen/Oplossingen".
- Zet het apparaat uit en weer aan om te zien of de storing aanhoudt.
Als de storing aanhoudt nadat u bovengenoemde controles heeft uitgevoerd, neem dan contact op met de Klantenservice.
Geef a.u.b.:
- een korte beschrijving van de storing;
- het exacte model van de airconditioner;
- het servicenummer (dit is het nummer onder het woord Service op de servicesticker, die aan de zijkant of op de onderkant van de binnenunit is aangebracht). Het servicenummer staat ook in het garantieboekje;
- uw volledige adres;
- uw telefoonnummer.
Als er een reparatie moet worden uitgevoerd, neem dan contact op met de Klantenservice (hierdoor is het gebruik van originele vervangingsonderdelen en een deugdelijke reparatie gegarandeerd).
U moet de originele aankoopbon laten zien. Het niet naleven van deze instructies kan de veiligheid en kwaliteit van uw product in gevaar brengen.
